My Octopus Teacher

Netflix

Mens en paard. Mens en hond. Enne… mens en octopus. Terwijl hij de weg naar zichzelf probeert terug te vinden, na een fikse burnout, begint de Zuid-Afrikaanse filmer Craig Foster dagelijks te duiken in de Atlantische Oceaan bij Kaap De Goede Hoop. Hij ‘ontmoet’ zo in het kelpwoud een vrouwelijke octopus, waarmee hij geleidelijk een soort lat-relatie opbouwt.

Dat gaat gepaard met zinnenprikkelende beelden van het leven onder de waterspiegel, die op hun beurt worden begeleid door Fosters tamelijk zijige voice-overs. Nadat zijn veelarmige bloedbroeder is verwond door een pyjamahaai, constateert hij bijvoorbeeld met een opmerkelijk gevoel voor zingeving: ‘Het is geweldig om te zien dat er een klein perfect miniatuurarmpje terug groeit. Het gaf me een vreemd soort vertrouwen dat ze dit ongelooflijke probleem kan overwinnen. En het voelde of ik mijn problemen aan het overwinnen was. Op een vreemde manier spiegelden onze levens elkaar.’

My Octopus Teacher (85 min.), juist. Over de lotsverbondenheid tussen mens en (week)dier. Met een inktvis, die bovendien zomaar uit de losse polsen elementaire levenslessen deelt. Dat gekunstelde zweeflaagje kan deze film van Pippa Ehrlich en James Reed eerlijk gezegd wel missen. De gebeurtenissen in het ‘onderwaterbos’, waar eten en gegeten worden aan de orde van de dag zijn, blijken enerverend genoeg. De verwikkelingen rond – flauwe woordgrap-waarschuwing! – Octopussy zijn ook adembenemend mooi vastgelegd en worden met behulp van dik aangezette muziek ook nog eens uitgebouwd tot een soort onderwater-variant op Jaws.

En dan, op een onbewaakt ogenblik, lijkt Foster aan de kant te zijn gezet. ‘Zij’ heeft het met een ander mannetje aangelegd. Octopus en octopus blijkt uiteindelijk toch de beste combinatie. Waarna het mensbeest wordt gedwongen om, verkwikt en gelouterd, zijn eigen leven weer op te pakken.

De Bestuivers

Human

‘Als de honingbijen uitsterven gaat onze eettafel er heel anders uitzien’, stelt de Californische bijenhouder Keith Roberts. ‘Vergeet je amandelen, bessen en avocado’s maar. Veel mensen denken bij bijen: “oh, honing”. Maar ze weten niet belangrijk hoe bestuiving is.’

Roberts moet getuige De Bestuivers (13 min.) constant zijn uiterste best doen om zijn bijenkolonies -nee: bijenfamilies – in leven te houden. Nu, tijdens de pandemie natuurlijk. ‘Zie je, deze houden zich niet aan de regels’, zegt hij bijvoorbeeld grappend, met een overbevolkte honingraat in hand. ‘Ze houden zich niet aan de anderhalve meter-samenleving. We zullen hen een strenge mail sturen.’

Maar ook zonder het Coronavirus levert de imker een voortdurende strijd op leven en dood. Met de boeren in z’n directe omgeving bijvoorbeeld, waaraan hij zijn families verhuurt. Zij maken regelmatig, tegen de afspraken in, gebruik van pesticiden. Hij toont het resultaat daarvan aan de camera: op de palm van zijn hand liggen tientallen levenloze bijen, sommige met de tong naar buiten.

Of robot-bijen dan de oplossing zijn? Het antwoord laat zich raden in deze sfeervolle korte film van Eline Jongsma en Kell O’Neill. ‘Ik denk dat mensen door deze pandemie gaan nadenken over waar het voedsel vandaan komt’, meent Roberts. ‘En dan gaan ze begrijpen hoe belangrijk bijen zijn, als dit allemaal voorbij is.’

Virunga

Netflix

‘Het is belangrijk om op het beste te hopen’, zegt commandant Emmanuel de Merode tegen zijn manschappen. ‘Maar je op het ergste voor te bereiden.’ De Merode is geen opperbevelhebber van een leger dat is verwikkeld in een bloedige strijd, maar directeur van het Nationaal Park Virunga in Congo. Het uitgestrekte natuurpark, dat op de werelderfgoedlijst staat, bevindt zich voortdurend op de drempel van oorlog sinds er olie is gevonden.

De Westerse oliemaatschappij SOCO ruikt in elk geval geld en laat zich daarbij weinig gelegen liggen aan het feit dat er in het park berggorilla’s, een bijna uitgestorven diersoort, worden opgevangen. De situatie in Virunga (100 min.), in 2014 genomineerd voor een Oscar, is sowieso gespannen omdat het Congolese regeringsleger en de rebellen van M23 elkaar daar al een tijdje naar het leven staan. Intussen proberen alle partijen natuurlijk ook een centje over te houden aan de schimmige situatie.

Een medewerker van de olie-exploitant, betrapt met een verborgen camera door de jonge Franse onderzoeksjournaliste Mélanie Gouby, formuleert het eenvoudig: ‘Hoeveel is natuurbescherming waard? Hoeveel is olie waard?’ Diens gesprekspartner, de Britse huurling John, windt er al helemaal geen doekjes om: ‘Het is maar een aap waar het om gaat. Wie geeft er nu ook maar ene moer om zo’n kloteaap?’ Dat cynisme, gevoegd bij de explosieve plaatselijke situatie, kan alleen maar tot ellende leiden.

Terwijl de spanningen verder oplopen in deze meeslepende documentaire van Orlando von Einsiedel, moeten directeur De Merode en zijn gedreven Park Rangers het hoofd koel en hun gorilla’s in leven zien te houden. ‘Je moet voor jezelf rechtvaardigen waarom je hier op aarde bent’, stelt verzorger Andre Bauma daarover, terwijl hij zijn wapen schoonmaakt. ‘Gorilla’s rechtvaardigen mijn bestaan. Ik ben bereid om voor hen te sterven.’

Op zijn eigen manier vertegenwoordigt de man hoop in dit getroebleerde deel van Afrika, waar idealisme steeds machtswellust, bloeddorst en hebzucht op zijn pad lijkt te vinden.

Tiger King: Murder, Mayhem And Madness

Netflix

Knuffelen met een leeuw. Of stoeien met een tijger. In Greater Wynnewood Exotic Animal Park, een privédierentuin met enkele honderden katachtigen in Oklahoma, is het de gewoonste zaak van de wereld. Het geesteskind van Joe ‘Exotic’ Schreibvogel-Maldonado-Passage vormt tevens het decor voor een grotesk drama, dat zal eindigen met een poging tot moord. Op de messianistische dierenrechtenactiviste Carole Baskin van Big Cat Rescue, de absolute aartsvijand van de welhaast karikaturale freak, met wie hij al jaren op ramkoers ligt en die zelf ook ‘een verleden’ blijkt te hebben.

Exotic, ‘een totaal geschifte, homoseksuele, schietgrage, drugsverslaafde fanaat’ volgens zijn leermeester en directe concurrent Bhagavan ‘Doc’ Antle van Myrtle Beach Safari (die zelf met een eigen harem en een olifant als vervoersmiddel overigens ook niet bepaald Meneer Doorsnee lijkt) is zeker niet het enige bizarre personage in de docuserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness (314 min.), die wordt bevolkt door een enorme stoet misfits, outcasts en ronduit louche types. Onvervalste white trash met een tic, bijna op het ongeloofwaardige af.

De zevendelige serie van Eric Goode en Rebecca Chaiklin, gefilmd gedurende een periode van ruim vijf jaar, belicht via hen de schimmige wereld van katachtigen als huisdier, de handel in exotische soorten en drugssmokkel via slangen, om maar eens wat te noemen. Het speelt zich allemaal af in een soort redneck Fort Oranje, waar Joe zelf melodramatische countrymuziek verzorgt, elk moment de Confederate Flag kan worden gehesen en loyaliteiten met de regelmaat van de klok wisselen. Dat levert gegarandeerd goede (reality-)tv op, met portretjes van flamboyante rouwdouwers en niet te vergeten gevaarlijke wilde dieren, maar heeft het ook voldoende diepte voor een documentaire?

Spannend en spectaculair is het zeker, met bijvoorbeeld dieren die hun verzorgers aanvallen. ‘Mijn God’, verzucht Joe Exotic na een angstaanjagend incident met één van zijn medewerkers. ‘Ik kom hier financieel nooit meer overheen.’ De man zal echter nog veel hogere hordes moeten nemen – om ze daarna doodgemoedereerd zelf weer op te zoeken. Want Exotic is een geboren provocateur met een enorme hang naar snelle roem. Die zal in Tiger King nog tot opzienbarende ontwikkelingen en complicaties leiden. Truth is trashier than fiction, zoveel is helder.

Deze potentiële bingehit wordt daarmee nooit meer dan een volledig op hol geslagen Amerikaanse variant op Jambers. With lots of dope, guns & tigers. En misschien is dat, als je de ‘true’ bij crime tussen aanhalingstekens zet en niet al te veel eisen stelt aan zoiets verantwoords als artistieke visie en psychologische diepgang, voor deze ene keer ook wel genoeg. Meer camp dan deze ranzige docusoap zal het in elk geval niet snel worden. Tiger King: Murder, Mayhem And Madness is een superieure vorm van aapjes kijken. En leeuwen en tijgers.

Ceres

EO

Het Zeeuwse land wordt in handen van filmmaker Janet van den Brand een geborgen wereld waar mens, dier en plant op natuurlijke wijze samenleven. Van den Brand observeert een beschutte agrarische gemeenschap tijdens het oogstseizoen. Via vier kids die op één van de afgelegen boerderijen opgroeien, met de ambitie om, als vanzelfsprekend, het familiebedrijf op termijn over te nemen.

Elke vorm van moderniteit, op een enkele boerengame en filmpjes van tractor pulling na, blijft achterwege in Ceres (54 min.). Van den Brand, zelf opgegroeid in Zeeland, kijkt mee als de kids appels en peren plukken, een vogel kortwieken of helpen als er een haan moet worden geslacht, die vervolgens gezamenlijk wordt gevild en uitgebeend. Uit alles spreekt een vanzelfsprekende relatie met het land en dit leven.

Door Van den Brands filmische benadering, het weldadige camerawerk van haar vriend Timothy Josha Wennekes (met veel close-up shots en nóg meer oog voor detail) en het levendige geluidsdecor van Tim Taeymans wordt deze film welhaast een zintuiglijke ervaring. Een ode aan de agrarische sector, zou je kunnen zeggen. Zonder een dwingende narratief, maar met een natuurlijke orde waarbinnen nieuw leven en de dood elkaar, als vanzelfsprekend, afwisselen.

Toch sijpelt zo nu en dan door dat die vanzelfsprekendheid niet meer zo vanzelfsprekend is als ooit. De volgende generatie boeren mijmert ook openlijk over de vrijheid van Australië, Canada of Nieuw-Zeeland. Want: ‘hierzo verdrink je bijna in al die regels’. En kan Ceres, de Godin van de landbouw, dus niet meer geheel onbevangen aanbeden worden.

Sidik En De Panter

IDFA

Als de Perzische panter terugkeert, meent de vastberaden Koerdische man Sidik Barzani, dan betekent dit dat ons geboorteland weer beschermd is. Dan kunnen de bergen van Noord-Irak tot nationaal park worden uitgeroepen – en zou niemand het nog in zijn hoofd halen om dit land opnieuw te bombarderen of in brand te steken.

Sidik onderneemt zijn zoektocht naar de panter dus puur uit lijfsbehoud. Gewapend met verrekijker, notitieblok en wandelstok trekt hij er nu al 25 jaar op uit, op zoek naar een mythisch dier dat al decennia niet meer is gespot in deze streek. Op zoek ook naar betere tijden voor zijn volk, dat veel te vaak in z’n voortbestaan is bedreigd.

Terwijl hij door het land trekt, landgenoten ontmoet en met hen in gesprek gaat over hun plannen voor de toekomst, herinnert de Koerd zich de ontberingen die hij, z’n familie en zijn volk hebben moeten doorstaan. De panter is voor hem een symbool geworden van hoop en wedergeboorte, van vrede en stabiliteit.

Regisseur Reber Dosky, zelf van Koerdische afkomst, legt ‘s mans weemoedige queeste in Sidik En De Panter (83 min.) sereen vast. Hij beziet het landschap van zijn jeugd bovendien uiterst liefdevol. Dosky verschijnt zelf ook nog in beeld als hij het graf bezoekt van zijn grootvader, die tijdens het bewind van de dictator Saddam Hoessein is vermoord.

Met deze ode aan zijn geboortegrond, op het IDFA gekozen tot beste vaderlandse documentaire, roept de vanuit Nederland opererende filmmaker een vergeten land op, dat desondanks nooit is of wordt vergeten. Een verstilde wereld ook, om even volledig in weg te zinken en tegelijk ongegeneerd naar te verlangen.

The Cove

Als Walt Disney een eigen dier had mogen ontwerpen, dan zou het vast lijken op een dolfijn. Een aaibaar, gewillig en uiterst intelligent wezen. Geen mens zou zo’n dier kwaad willen doen. Toch vindt er een levendige jacht plaats op dolfijnen. Vanuit het Japanse Taiji worden voor grof geld exemplaren geleverd aan dolfinaria zoals Sea World. En daarnaast is er een geheimzinnige baai, waar de dieren die ongeschikt zijn voor de amusementsindustrie een gruwelijk lot wacht.

In het kielzog van activist Ric O’Barry, een man die jarenlang als dolfijnentrainer werkte voor de klassieke televisieserie Flipper en gaandeweg tot de conclusie kwam dat dolfijnen in gevangenschap nooit gelukkig kunnen zijn en beschermd moeten worden, formuleert filmmaker Louie Psihoyos in de activistische documentaire The Cove (91 min.) uit 2009 een aanklacht tegen de wereldwijde handel in en slacht van dolfijnen, een edelmoedig dier dat menselijke gedachten en gevoelens wordt toegedicht.

Daarvoor duikt Psihoyos in de schimmige wereld van de internationale dolfijnhandel én stelt hij een ‘Ocean’s Eleven’-achtig team samen, dat met geavanceerde verborgen camera’s probeert vast te leggen hoe de dolfijnen in die Japanse inham aan hun einde komen. ‘De dolfijnenslachting in Taijii begint altijd in september’, meldt de film na de indringende slotscène, waarbij het water in de Japanse inham letterlijk bloedrood kleurt. Tenzij wij er een eind aan maken.’ Nee: ‘Tenzij JIJ er een eind aan maakt.’

The Cove, beloond met een Oscar voor beste documentaire en talloze andere filmprijzen, hamert die boodschap erin met een bijna karikaturale verdeling tussen helden en slechteriken, dik aangezette muziek en een Disney-achtige benadering van de dolfijn – een dier dat (blijkbaar) te verfijnd is om als een willekeurige koe of varken te worden gedood, gegeten en verhandeld. Subtiel is anders, maar de boodschap bereikte zo wel een groot publiek.

In Japan veroorzaakte met name het beeld van Japanse dolfijnenjagers als niets ontziende dierenbeulen voor de nodige controverse. In 2015 volgde zelfs een tegendocumentaire: Behind The Cove, een film die vanuit het perspectief van de vissers uit Taiji wordt verteld.

Vleesverlangen

Het vlees is zwak, maar wij ook. Neem programmamaker Marijn Frank (Keuringsdienst van Waarde). Ze groeide op in een ‘macrobiotisch vegetarisch gezin’, was een tijdlang ‘knipperlicht-vegetariër’ en is eigenlijk al jáááren klaar met vlees eten. Haar dochtertje Sally wordt bijvoorbeeld geheel vleesvrij opgevoed.

Één probleem: uit hersenonderzoek bij de start van Vleesverlangen (74 min.) blijkt dat Marijn nog meer zin heeft in vlees dan in seks. Dat vraagt om therapie (echt?) én het aangaan van de confrontatie met haar vleselijke verlangens: in het slachthuis. Voor een soort ultieme shootout. Met een koe.

Tussendoor spreekt ze met boeren, een vertegenwoordiger van de vleessector, slachters, een historicus, vegetariërs en een chefkok die vlees eten juist weer sexy wil maken. Het resultaat is een gewiekste, emotionele, grappige, gestileerde en – juist! – vleselijke film.

Na deze bijzonder (on)smakelijke egodocu was Marijn Frank overigens nog steeds niet klaar met vleesch. In 2017 maakte ze Slagershart, een portret van een dertienjarige jongen die net als zijn vader en opa slager wil worden.

The Biggest Little Farm

Het klinkt als de premisse voor een doldwaze aflevering van Ik Vertrek: stadskoppel uit Los Angeles zoekt vanwege hun dwangmatig blaffende hond een nieuwe woonplek en begint op een afgelegen stuk dode grond in Californië een ouderwetse boerderij, volledig in harmonie met de natuur. Filmmaker John Chester en zijn vrouw Molly, kok en culinair blogger, laten zich daarbij adviseren door een deskundige op het gebied van biodiversiteit, ene Alan York, die het koppel zo authentiek mogelijk wil laten boeren

Deze goeroe houdt het echtpaar voor om zich vooral niet te laten ontmoedigen. Zodra je de natuur zijn gang laat gaan, heeft die de ene na de andere uitdaging in petto. Van een ziek varken en vogels die al het fruit kapot vreten tot hevige regenval en kippen verslindende coyotes. Die ‘plagen’ worden door Chester, die zelf de voice-over verzorgt voor The Biggest Little Farm (93 min.), echter héél slim uitgeserveerd, zodat er levenslessen uit zijn trekken en het verhaal helemaal klopt. Of het dat in werkelijkheid nu deed of niet.

Op Apricot Lane Farms, een boerderij zoals we die kennen van vergeelde plaatjes, wordt gedurende acht intensieve jaren de natuurlijke orde der dingen hersteld. Met nieuw leven. En de dood, die ook. Prachtig vastgelegd. Als in de beste natuurfilms. Het dorre land komt tot leven in deze idyllische ode aan de voedselketen, die enkele vragen onbeantwoord laat (waar betalen de Chesters bijvoorbeeld al die dieren, planten en mensen van?), soms té zoetsappig dreigt te worden en tóch over de hele linie blijft boeien.

Don’t F**K With Cats: Hunting An Internet Killer

Netflix

Elke seriemoordenaar begint met het mishandelen van dieren. Los daarvan: je blijft met je poten van katten af, vindt Deanna Thompson (alias Baudi Moovan, op Facebook). En dus slaat de data-analiste uit Las Vegas direct aan als ze het filmpje ‘1 boy, 2 kittens’ spot. Een jongen stopt daarin twee poezen in een luchtdichte zak, die hij daarna vacuüm zuigt.

Als een soort dierenbeschermingsdependance van het online-onderzoekscollectief Bellingcat gaat ze met enkele andere computernerds uit haar speciale Facebook-groep, onder wie een geek met de schuilnaam John Green, op zoek naar de geheimzinnige dierenbeul, die steeds sadistische filmpjes en aanwijzingen over zijn eigen identiteit achterlaat.

Voor hun online-speurtocht – die zich laat bekijken als een handleiding voor bijdetijdse amateurdetectives of -journalisten – stuiten ze al snel op een clip uit Catch Me If You Can, een speelfilm met Leonardo DiCaprio over een meesteroplichter die zijn achtervolgers steeds te slim af probeert te zijn. Als dat geen uitdaging is…

Hun queeste zal hen in de driedelige serie Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer (186 min.) van Mark Lewis naar de engste uithoeken van het internet en de menselijke geest leiden, in het spoor van bizarre personages als Jamsey Cramsalot Inhisass en Luka Magnotta. En dan moeten ze het lugubere filmpje ‘1 lunatic, 1 ice pick’ nog ontdekken…

Zo ontvouwt zich een superieur verteld true crime-verhaal, waarin verontruste burgers vanachter hun computer een hypermoderne klopjacht naar een gewelddadige narcist opzetten. Een soort Catfish 3.0, de spannendste docuserie van het jaar én een ongemakkelijk exposé over het huidige tijdsgewricht, waarin privacy eigenlijk niet meer lijkt te bestaan.

Honeyland

Te mooi om waar te zijn. De weelderige wereld van Hatidze Muratova doet bijna onwerkelijk aan. Samen met haar ziekelijke moeder Nazife woont ze in een afgelegen stenen huisje in het bergachtige Noord-Macedonië. De tijd lijkt er, zoals ze dat dan zeggen, helemaal stil te hebben gestaan. Hatidze beoefent een oud ambacht: ze is de laatste vrouwelijke honingjager van Europa. Onbevreesd treedt ze, vrijwel zonder bescherming, haar wilde bijen tegemoet, die zich op de gekste plekken in de idyllische omgeving schuilhouden. De honing die ze zo bemachtigt verkoopt de verweerde vrouw op de markt, enkele uren lopen verderop.

Hatitze en haar hoogbejaarde moeder leiden een klein en eenvoudig leven in het verlaten bergdorp. Armoedig zelfs. Zonder stromend water en elektriciteit, maar met elkaar. Het is er rustig. Vredig zelfs. Totdat met heel veel kabaal een nieuw buurgezin arriveert – de gebeurtenis die deze bijzondere vertelling in gang zet. Uit hun gammele caravan springen maar liefst zeven overactieve kinderen, die aan elke vorm van rust rigoureus een einde maken. Deze Turkse familie van Jan Steen brengt daarnaast een kudde koeien mee, die zich ook weinig gelegen laat liggen aan de (gemoeds)rust van de twee buurvrouwen.

Met de nieuwe buren dient zich behalve sociaal contact ook de vooruitgang aan in Honeyland (85 min.). Want de nieuwe buurman denkt dat er met honingbijen wel een aardige boterham valt te verdienen. Hij ontwikkelt zich al snel tot een soort bijdetijdse concurrent voor Hatidze, die het bovendien een stuk minder nauw neemt met het welzijn van de bijen. Het leven van moeder en dochter Muratova wordt daardoor volledig door elkaar geschud. Kunnen zij hun traditionele manier van leven volhouden? En hoe lang heeft Nazife, die steeds nadrukkelijker met haar gezondheid begint te kampen, überhaupt nog te leven? ‘Ik ga niet dood’, grapt ze tegen Hatidze vanaf haar ziekbed. ‘Ik probeer gewoon jouw leven te verpesten.’

Drie jaar lang filmden Tamara Kotevska en Ljubomir Stefanov de Muratova’s voor dit hartverwarmende, grappige en ontroerende portret, dat bijna te mooi is om waar te zijn. In een wantrouwende bui zou je de makers ervan kunnen verdenken dat ze de waarheid een handje hebben geholpen. Soms, als je maar voldoende geduld hebt, vallen alle dingen echter zomaar op hun plek en ontstaat er zoiets als een perfect verhaal. Honeyland, niet voor niets al talloze malen in de prijzen gevallen, komt daar verbazingwekkend dichtbij.

Sea Of Shadows

Wie is de El Chapo van de totoaba? vraagt de Mexicaanse televisiejournalist Carlos Loret de Mora zich met gevoel voor drama af. De totoaba, een vissoort die razend populair is in China en daar helende krachten wordt toegedicht, wordt ook wel ‘de cocaïne van de zee’ genoemd en is ten prooi gevallen aan Chinese smokkelaars en Mexicaanse drugskartels.

De netten die plaatselijke vissers in de zee van Cortez droppen om totoaba te vangen hebben bovendien een treurige bijvangst: dode vaquitas. Van deze Californische bruinvissen schijnen er nog maar zo’n dertig in ’s werelds wateren te leven. In Sea Of Shadows (103 min.) volgt regisseur Richard Ladkani een boot met vrijwilligers van Sea Shepherd die netten uit de zee verwijderen en de confrontatie aangaan met hun gewapende vijand.

Tegelijkertijd spannen ze zich in om zelf vaquitas te vangen, zodat die in een beschermde omgeving kunnen voortleven. Als ze daadwerkelijk zo’n zeldzaam (ontwapenend) schepsel onderscheppen, blijkt het echter nog bepaald geen sinecure om het dier in leven te houden. Dit resulteert in één van de aangrijpendste scènes van deze activistische film, een moderne variant op de Oscar-winnende documentaire The Cove uit 2009.

Net als die film over de Japanse jacht op dolfijnen wil de spannende actiedocu Sea Of Shadows, waarvan de afkorting niet voor niets S.O.S. is, behalve entertainen ook duidelijk een boodschap kwijt: de handel in exquise vis vertoont alle tekenen van georganiseerde misdaad, met de gewelddadige Mexicaan Oscar Parra als sinistere kartelleider, en moet dus heel dringend een halt worden toegeroepen. Uitroepteken.

Nachts Sinds Alle Katzen Grau

Waar heb ik naar zitten kijken? vroeg ik me na ruim achttien minuten af. Naar Christian, dat in elk geval. Een excentrieke man van middelbare leeftijd en zijn katten Marmelade en Katyuscha. Als de korte documentaire Nachts Sind Alle Katzen Grau (18 min.) enkele minuten onderweg is, gaat hij met hen op weg naar de eigenaresse van de kater Hector. Terwijl Christian stilzwijgend een kopje koffie drinkt met haar, vermaakt Hector zich met Marmelade.

Niet zonder resultaat. Eenmaal thuis is Christian de hele godganse dag met zijn zwangere kat in de weer. ‘Ik hou van je, Marmelade’, fluistert hij haar ‘s nachts toe in deze observerende documentaire (Engelse titel: All Cats Are Grey In The Dark). ‘Jij bent mijn complete hart.’ Contact met andere mensen heeft hij verder niet. Alleen Alexa, een Duitstalige variant op Apples spraakassistent Siri, staat hem te woord. ‘Hoeveel babies kunnen katten krijgen? vraagt hij haar. ‘Dat weet ik helaas niet.‘

Als zijn kat ein-de-lijk gaat jongen, is Christian een soort emotioneel wrak geworden. Een man die in zijn onderbroek op de badrand zit en huilend, op van de zenuwen, een shaggie rookt. Waarom? Joost mag het weten. Of beter: Lasse Linder, de maker van deze tragikomische korte film, die uit louter stilstaande shots bestaat en naar een climax wordt gebracht met orgiastische dan wel bombastische klassieke muziek. Lasse zal het weten.

Het Hut Syndicaat

‘Go ahead, make my day’, lijkt de man met de buks te denken, als er een haas op hem afrent. Ze zijn lekker een dagje aan het jagen, de leden van Het Hut Syndicaat (85 min.). Een groep drijvers met honden heeft de dieren over het perceel gejaagd. Aan de andere kant van het veld staan hun kameraden te wachten, met het geweer in de aanslag.

Het zijn gezelligheidsdieren, deze mannen van middelbare leeftijd. In hun even verderop gelegen hut laten ze zich de drankjes en hapjes goed smaken. En als ze erin slagen om iets te schieten, dan delen ze dat vol trots met elkaar. ‘Djiezus’, bewondert de één het hazenkadaver van de ander. ‘Mooi afschot’, constateert deze trots. ‘Hee’, roept Ronald Timmermans een andere jachtvrind goedkeurend toe. ‘Moordenaar!’

Gastronoom Timmermans fungeert al een paar jaar als jagermeester voor een groep mannen (en een enkele vrouw) die elke herfst op klein wild gaat jagen in de Wieringermeerpolder en werpt zich tevens op als gastheer voor Diego Gutiérrrez, een in Nederland woonachtige Mexicaanse documentairemaker die enkele jaren geleden een Gouden Kalf won met zijn film Parts Of A Family.

‘Diego, je moet wel opschieten met die film te maken’, zegt één van de syndicaatsleden gekscherend tegen de filmmaker. ‘Gezien de leeftijd van de jagers hier.’ Hij slaat de spijker op zijn kop. Behalve over jagen, het buitenleven en de omgang met ons vlees – het villen, slachten en bereiden ervan zijn tot in detail te zien – portretteert deze documentaire ook een verdwijnende wereld en de mannen die daarbij horen.

Gutiérrez onthoudt zich zoveel mogelijk van commentaar, legt simpelweg vast wat er voor zijn camera gebeurt en spreekt met de betrokken jagers. Over de jacht, de verwording van de Nederlandse natuur en ouder worden. Via de radio komt intussen de rest van Nederland binnen, waar natuurproblemen en dierenleed aan de orde van de dag lijken. Het Hut Syndicaat laat zich er niet door ontmoedigen.

The Last Male On Earth

Hij is ‘de meest begeerde vrijgezel op aarde’. Een hit op Tinder. Er zijn zelfs T-shirts van Sudan: #BornHorny. Hij heeft echter nog maar 999 dagen. De laatste mannelijke noordelijke witte neushoorn. Sudan leeft in het Keniaanse natuurreservaat Ol Pejeta en zijn dagen worden in The Last Male On Earth (70 min.) letterlijk geteld. Van duizend terug naar nul. Het persbericht ligt zelfs al klaar: ‘Sudan, leeftijd XX, stierf op XX binnen zijn omheining en werd gevonden door zijn verzorger op XX op de XX dag van XX.’

Het is een aloude filmmakerstruc, die door ‘the master of suspense’ Alfred Hitchcock de Bom Theorie werd genoemd: leg een bom onder de tafel bij een gezellig etentje en de spanning is vanaf dat moment te snijden. Alleen: die bom mag niet afgaan. Nooit, aldus Hitchcock. Die regel wordt hier met voeten getreden. Sudans lot mag bekend worden verondersteld. Op maandag 19 maart 2018 blies hij zijn allerlaatste adem uit. Wereldwijd plaatsten media een overlijdensbericht. En met Sudans dood is ook zijn soort uitgestorven. Toch?

In haar eerste lange film documenteert Floor van der Meulen zijn laatste dagen op aarde. Een imposant dier, dik in de veertig inmiddels, waaromheen een heuse industrie is opgetuigd. Ruim zes miljoen dollar gaat er jaarlijks in om, waarvan alleen al ruim één miljoen voor beveiliging. Want ook al ben je dan de allerlaatste van jouw soort, voor stropers blijf je toch eerst en vooral handelswaar. Rond Sudans woonplek is dan ook een soort militair cordon opgebouwd, met goedgetrainde en zwaarbewapende rangers.

Het dier zelf krijgt daarvan weinig mee, zo lijkt het. Zoals het ook niet reageert op de talloze toeristen die zijn kant op worden gestuurd. Ze mogen hem van alle kanten bekijken. Fotograferen. Selfies maken, natuurlijk. En krabbelen, lekker achter zijn oor. Dat schijnt-ie fijn te vinden. Zolang ze niet met te veel tegelijk komen, tenminste. Zes maximaal. Ook om de ervaring exclusief te houden, vermoedelijk. Na afloop krijgen de bezoekers wel een opdracht mee: preach the gospel. Zorg ervoor dat de hele wereld te horen krijgt over het uitsterven van deze specifieke neushoornsoort.

Met de mensen om hem heen, van zijn vaste verzorgers en bewakers tot de medewerkers van de toeristenshop en dagjesmensen, laat Van der Meulen zien dat Sudan echt niet ‘zomaar een dier’ is. Hij is op zijn oude dag niets minder dan een symbool geworden, een perfecte posterboy voor een marketingcampagne over bedreigde diersoorten. De filmmaakster paart de verwikkelingen rond Sudan daarnaast aan de inspanningen van wetenschappers om deze neushoornsoort tóch te verzekeren van een toekomst. Waarbij de vraag aan de orde komt in hoeverre Sudan zelf daarin eigenlijk wel een rol speelt.

Die dubbelheid, in meerdere opzichten, tekent Floor van der Meulen, in de rug gesteund door het fraaie camerawerk van Christian Paulussen en de puntige muziek van Juho Nurmela, uiterst trefzeker op. Aan het eind van The Last Male On Earth, als alle dagen zijn weggeteld, gaat de spreekwoordelijke bom inderdaad af. Die zadelt de kijker echter niet alleen met een gevoel van opperste frustratie op, iets wat bijvoorbeeld Hitchcock te allen tijde wilde voorkomen. Deze slimme film laat een veel genuanceerdere mengeling van boosheid, zelfkritiek, humor en weemoed achter.

March Of The Penguins 2

Het zijn zogezegd net mensen, die pinguïns. En tegelijkertijd blijven ze lekker exotisch. Ideaal materiaal dus om je aan te vergapen. Dat bleek al bij de kaskraker March Of The Penguins (2005) en wordt opnieuw bevestigd met deze opvolger.

In March Of The Penguins 2 (79 min.) geeft de Franse regisseur/bioloog Luc Jacquet zijn succesformule nog maar eens een slinger met een klassiek ouder-kind verhaal. De lotgevallen van Keizer, die samen met zijn pinguïnvrouwtje heel wat ontberingen moet doorstaan voor zijn zoon De Jonge Keizer, worden opgediend met een uitgekiende flashback-structuur.

Thomas Acda fungeert daarbij als luchtige verteller, met een Amsterdamse tongval en veel (flauwe) grapjes. Een keuze die valt te betwisten. Het kost Acda moeite om de film te dragen. Zeker als je hem afzet tegen de majestueuze voice-over van de oorspronkelijke versie van de film, Morgan Freeman.

Deze opvolger borduurt verder vrolijk voort op het Oscar-winnende origineel, één van de succesvolste natuurdocumentaires ooit. Met subliem camerawerk dat majestueuze vergezichten paart aan veel oog voor detail wordt een klein – ik zou bijna zeggen: menselijk – verhaal uit de doeken gedaan. Waarbij Jacquet kiest voor één enkele pinguïn als hoofdpersoon, die (natuurlijk) menselijke eigenschappen wordt toegedicht.

Uiteindelijk is ook deze tweede episode van March Of The Penguins een gemakkelijk invoelbaar verhaaltje over hoeveel ouders voor hun kinderen (moeten) doen. En tussendoor worden er natuurlijk heel wat buikschuivers, bommetjes en plonsduiken gemaakt, gaat de camera mee onder water en in de lucht en ontsnapt het jonge kuiken bovendien op diverse manieren aan de dood. Een entertainende film, kortom.

Veearts Maaike

KRO-NCRV

’t Is goed, meisje’, zegt de Groningse boer Evert Smink tegen zijn koe, terwijl hij haar liefdevol op de hals klopt. ‘Bedankt voor de melk die je hebt gegeven, hoor.’ Intussen dient Veearts Maaike (97 min.) het dier een fatale injectie toe.

De koe heeft onlangs onverwacht gekalfd en ligt sindsdien al dagen lusteloos op de grond. ‘Het komt niet meer goed’, heeft Maaike van den Berg even daarvoor geconstateerd. Evert wist het al, zegt hij. ‘Alleen zelf ben ik er nog niet helemaal aan toe.’ En nu moet de boer dus afscheid van zijn melkkoe. ‘Dank je wel. Je mag wel gaan’, fluistert hij haar liefdevol toe en aait haar nek. ‘Ga maar, meisje.’

De ontroerende scène is exemplarisch voor deze aardse docu van Jan Musch en Tijs Tinbergen, die eerder films als Mees TV en Rotvos maakten: een jonge, stoere en ambitieuze vrouw van de wereld staat zij aan zij met een man die helemaal is gevormd door het Groningse platteland, op een moment dat het ertoe doet.

In een andere, zeer expliciete scène probeert Maaike bijvoorbeeld een kalf ter wereld te brengen. Als dat niet op de reguliere manier kan, moet er een keizersnede aan te pas komen. Terwijl de veearts begint aan haar incisie, wendt boer Roelf Bus het gezicht even af. Het is een tafereel van vertrouwen en vertrouwdheid tussen boer en arts, intimiteit wellicht, die natuurlijk nooit wordt uitgesproken.

Leven en dood liggen dicht bij elkaar in de Nederlandse melkveehouderij. Als het gaat om de dieren, maar ook bij de bedrijven zelf. Sommige boeren bouwen een nieuwe stal en geven zichzelf daarmee opnieuw een toekomst. Bij andere families ontbreekt een opvolger en wacht een voortijdig einde – en waarschijnlijk het slachthuis voor de betrokken dieren.

Via de veearts wordt, met grootse droneshots en veel gevoel voor symmetrie, zo tevens haar directe werkveld in beeld gebracht: een boerengemeenschap uit de omgeving van Loppersum, die zich regelmatig de speelbal van Haagse en Brusselse regelgeving voelt. Maaike pendelt letterlijk op en neer tussen die twee werelden en voelt zich uiteindelijk gedwongen om te kiezen.

Ligt haar toekomst in de dagelijkse praktijk, rijdend van veehouderij naar veehouderij? Of moet ze het zoeken op een hoger niveau, als woordvoerder of vertegenwoordiger van dierenartsen? Zodat ze zich kan laten gelden over actuele thema’s als het gebruik van antibiotica, melkquota en fosfaatrechten.

Die tweestrijd brengen Musch en Tinbergen treffend in beeld in deze typische plattelandsfilm: de veearts die met beide poten in de klei staat – en menig uur achter het stuur doorbrengt, op weg naar alweer een boer – tegenover de eloquente vertegenwoordigster, die zich in haar werkveld wil manifesteren en metavragen stelt als: ‘hoe willen we in Nederland dieren houden?’ en ‘hoe willen we vlees eten?’.

Cat Stories

Hoe zou een Internationaal publiek naar deze film over Nederlanders en hun liefde voor katten kijken? Zouden ze daarin iets wezenlijks over onze volksaard vinden? De Spaanse filmmaakster Carmen Cobos woont al geruime tijd in Nederland en verbaast zich over het feit dat mensen hier massaal poezen als huisdier houden. In eigen land kende ze dat fenomeen helemaal niet. De kat was toch een buitendier?

In de documentaire Cat Stories (73 min.) onderzoekt ze als een soort antropoloog de kattenliefde van miljoenen Nederlanders. In dat kader biedt ze zichzelf ook aan als oppas, een keuze die wat gekunsteld aandoet en bovendien relatief weinig oplevert (of het moet een verdwenen kat zijn).

Via hun katten portretteert Cobos ook enkele baasjes, waaronder een gedreven fokster van Siamese katten. Met hen bezoekt ze het asiel, de dierenarts en kattenshows. Uit hun verhalen komt een vertrouwd beeld naar voren: het huisdier als trouwe metgezel in tijden van ziekte, eenzaamheid en verdriet, die menselijke eigenschappen wordt toegedicht en waar stevig om wordt gerouwd als het zelf afscheid van het leven moet nemen.

Sommige van die gesprekken voert Cobos in het Engels. Dat schept soms een zekere afstand en verhindert sommige hoofdpersonen om echt in hun ziel te laten kijken. Je zou ook kunnen zeggen: het versterkt de buitenstaandersblik van deze film, die in Nederlandse ogen wel heel erg gewoon blijft en weinig nieuws – of écht bijzonders – heeft te bieden. Maar wellicht zien vreemde ogen veel meer. Of juist iets heel anders.

Our Planet

Netflix

Probeer als ongelovige Thomas maar eens vol te houden dat er géén opperwezen bestaat als je de uitbundige natuurpracht in Our Planet (399 min.) beziet. Letterlijk de hele wereld lijkt met zowel een holistische blik als een enorm oog voor detail te zijn samengesteld en is in deze groots opgezette documentaireserie bovendien op majestueuze wijze vereeuwigd. Neem bijvoorbeeld de mannelijke zwaluwstaart-manakins, felblauwe vogels met een oranje kop. In het tropische woud voeren ze als groep een paringsdans op voor een te bevruchten vrouwtje. Voor één van hen pakt het ritueel goed uit. Hij mag kortstondig samenzijn met de lieftallige dame. De anderen kijken belangstellend toe.

Het is deze natuurserie ten voeten uit: Our Planet mag dan een project van ongeëvenaarde schaal zijn, waarvoor 2,5 jaar is gefilmd op alle continenten. Van de producenten die eerder Blue Planet, Planet Earth en Frozen Planet (Alastair Fothergill) en African Cats en North America (Keith Scholey) afleverden. Uiteindelijk is deze achtdelige reeks echter eerst en vooral een aaneenschakeling van kleine en grotere verhalen over individuele en groepen dieren: luipaarden die elkaar kortstondig het hof maken, een bekerplant waar de mieren als vanzelf inregenen en – natuurlijk – de natuur op zijn wreedst: een groep kariboes die net zo lang door een roedel hongerige wolven wordt opgejaagd, totdat één van hen het niet meer kan bijbenen.

Bioloog, programmamaker en verteller David Attenborough, inmiddels dik in de negentig, neemt de weerloze mens in elke aflevering mee naar een ander soort leefgebied: van de jungle en het poolgebied tot de woestijn en de wondere wereld onder de zeespiegel. Met gevoel voor drama en kien oog voor detail. Grootse, bijna bombastische beelden van grote groepen dieren en verpletterend natuurgeweld worden voortdurend afgewisseld met kleine, intieme vertellinkjes over individuele dieren die het moeilijk hebben of juist floreren. Attenboroughs boeiende observaties, in combinatie met afwisselend subtiele en zwaar aangezette muziek, smeden al die losse elementen aaneen.

Our Planet, gemaakt in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds, heeft zonder twijfel een alarmerende ondertoon: dit is de wereld zoals we hem nu kennen en waarvan we bepaalde delen nog altijd beter zouden moeten leren kennen, maar het is ook een wereld die aan het verdwijnen is. Door ingrijpen van de mens dreigen de biotopen van bepaalde diersoorten steeds kleiner te worden of zelfs te verdwijnen, zodat iconische schepsels als de ijsbeer, woestijnolifant en Siberische tijger (waarvan unieke beelden van het dier in zijn eigen territorium, de taiga, zijn te zien) serieus in hun voortbestaan worden bedreigd. Of, vroeg ik me even af, moeten we erop vertrouwen dat dat eventuele opperwezen het nooit zover zal laten komen met de wereld die hij in al zijn veelzijdigheid creëerde?

Schapenheld

Er zijn dagen waarop de gemiddelde Nederlander niet mijmert over de toestand van de vaderlandse heide. Totdat je dat typische landschap krijgt te zien zoals schaapsherder Stijn Hilgers het dagelijks ziet – of beter: zoals filmmaker Ton van Zantvoort de hei laat zien in zijn meeslepende documentaire Schapenheld (80 min.). Een uitgestrekt landschap, waar de kou nog van de grond opstijgt, de opkomende ochtendzon de lucht blauw-oranje kleurt en een man met een hoed en zijn trouwe metgezel Hekske, een ‘flapdrol’ van een hond, hun kudde naar graasplekken leiden. ‘Dat is mijn werk’, stelt Hilgers in karakteristieke krachttaal met Brabantse tongval. ‘Zorgen dat die schapen hun pens volvreten op de goeie plekkies.’

Zo ongeveer zou een Nederlandse versie van het Wilde Westen eruit zien, met Hilgers als de onverschrokken held die sneller (verwensingen) schiet dan zijn eigen schaduw. Verweerde kop, twee oorringen in en het haar samengebonden in een staartje. Stuurs in de verte starend, zo nu en dan trekkend aan het shaggie in zijn hand. Onversaagd trekt hij ten strijde voor het behoud van de vaderlandse heide en zijn eigen bedreigde stiel. Ondertussen onophoudelijk foeterend op de Nederlandse regeltjeszucht en de, ja, neoliberalisering van het natuurbehoud. Want zelfs een authentieke schaapsherder, een beroep dat toch op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed staat, moet concurreren. Totdat-ie er kapot aan gaat.

‘Openheid, rust, ruimte’, zocht de schaapsherder ooit in het vak, dat hem soms acht tot tien uur per dag alleen op de hei brengt. ‘Vrijheid. Dingen die ik zelf heb gekozen, die me niet opgelegd zijn. Dát. Simpel leven.’ Hilgers – of beter: filmmaker Van Zantvoort – laat een korte pauze vallen. ‘Dacht ik.’ En dan is het weer even stil, totdat Hilgers op zijn bouwradio stevige dansmuziek aanzet en zijn schapen begint te scheren. In die beginquote van de documentaire zit het complete drama van de film verscholen. Want de solitaire herder krijgt nauwelijks meer ruimte om zich te bewegen. Als de schapenheld, met zwarte hoed overigens, zijn kudde van de ene naar de andere wei dient te verplaatsen, moet hij bijvoorbeeld uit de minste van twee kwaden kiezen: door het bos kan een boete van de boswachter opleveren, door het dorp betekent andere mogelijke ellende.

Hilgers kiest overtuigd voor het laatste. Het ziet er ook majestueus uit, zo’n stoet schapen die door het dorp heen trekt. Een beeld uit lang vervlogen tijden. ‘Hadden ze bijna dat gloednieuwe gazon te grazen genomen’, roept de herder grappend naar enkele kijkende bewoners. Niet veel later krijgt hij de politie op zijn dak: de beesten hebben keutels achtergelaten nabij een ijssalon. ‘Het is afgelopen met dit vak, hier in Nederland’, foetert de man in kwestie machteloos. Het is één van de sleutelscènes van deze knarsetandende film, die past in een traditie van vaderlandse documentaires over plattelanders die langzaam maar zeker helemaal vastlopen in het moderne Nederland, zoals De Kleine Oorlog Van Boer Kok of Het Mysterie Van De Melkrobots.

Altijd weer is er het gevecht met de ‘teringlijers’ en de noodzaak om samen met zijn vrouw Anna op de één of andere manier, vraag niet hoe, de eindjes aan elkaar te knopen. De geboren rebel Hilgers – laten we hem een wolf in schaapskleren noemen – moet de tering naar de nering zetten en ziet zich bijvoorbeeld gedwongen om allerlei commerciële activiteiten te ontplooien. Van Zantvoort legt ‘s mans strijd tegen de bierkaai met compassie vast en brengt intussen het verdwijnende, of op zijn minst veranderende, beroep van schapenherder prachtig in beeld. De onontkoombare keuze waar Stijn Hilgers uiteindelijk voor komt te staan wordt ondertussen uitstekend invoelbaar.