Playing With Sharks

Disney+

De beelden roepen direct associaties op met de filmklassieker Jaws. Jaagster Valerie Taylor is in een kooi onder water gegaan en komt dan oog in oog te staan met een witte haai. Een Australische ‘zeemeermin’ tegenover een ‘onderzeeër met tanden’. In Steven Spielbergs zenuwslopende bioscoophit kon dat maar op twee manieren aflopen: óf de bevallige blondine zou, uiteengereten, eindigen in die kolossale bek met vlijmscherpe tanden. Óf de heldin zou na een heroïsch slotgevecht het angstaanjagende beest met een uiterste krachtsinspanning tóch weten te doden.

Playing With Sharks (91 min.) – de titel verraadt het al – kent geen dramatische afloop voor Taylor. Terwijl ze soms toch echt ‘onbeschermd’ het water ingaat. Haar onderwateravonturen, vastgelegd in de documentaire Blue Water, White  Death (1971), vormden echter wel degelijk de inspiratie voor eerst het boek Jaws van de Amerikaanse auteur Peter Benchley en daarna de film die daarop was gebaseerd. Zij verleende daaraan zelf ook haar medewerking. De opnames voor en actiescènes uit de Hollywood-hit zijn in deze puike documentaire slim met elkaar versneden door regisseur Sally Aitken.

Valerie Taylor kon toen nog niet vermoeden dat Jaws een serieus struikelblok zou worden voor iedereen die het goed voorhad met de haai. Wie kon er, met Spielbergs bloeddorstige monster in het achterhoofd, immers serieus pleiten voor behoud van dit afzichtelijke dier? Toch is dat precies wat Taylor en haar getrouwen zich voornamen. Als een soort Jane Goodall voor de haai begon ze, met werkelijk adembenemende beelden van onder de waterspiegel, bewijsmateriaal te verzamelen voor de zegeningen van de bedreigde diersoort.

Inmiddels is Valerie Taylor dik in de tachtig en is dus ook duidelijk dat ze nooit ten prooi is gevallen aan haar eigen knuffeldier. Toch schieten buitenstaanders onvermijdelijk in de Jaws-reflex, als ze voor de camera een witte haai met de hand voert – en hem naderhand, ook dat nog, een vriendelijk klopje op zijn snuit geeft. Bevangen door het monster dat ze ooit zelf (mede) creëerde.

Penguin Town

Netflix

De parkeerplaatsbende houdt hen in de gaten.

Die weten dat papa is gaan vissen.

Ze kunnen zich nergens verstoppen.

Ze zijn omsingeld.

Het is een val.

Rennennnn!

Documentaires over dieren zeggen doorgaans vooral ook veel over de mens: ze hebben er namelijk een handje van om de lotgevallen van willekeurige zoogdieren, vogels of vissen te vertalen naar nét iets te gelikte verhalen met een kop en staart. Zodat wij, mensen, ons er toch vooral maar in kunnen verplaatsen. Voorbeelden te over. My Octopus Teacher bijvoorbeeld, de documentaire over de relatie tussen een duiker en een inktvis die onlangs met een Oscar werd beloond. Of het activistische The Walrus And The Whistle Blower. En, natuurlijk, de publieksfilms March Of The Penguins.

Pinguïns zijn sowieso perfect werkmateriaal voor natuurfilmers. Want die hebben zo’n lekker hoge aaibaarheidsfactor, een bijzonder prettige bijkomstigheid als kijkers zich met de protagonisten moeten kunnen identificeren. De achtdelige (!) serie Penguin Town (218 min.) gooit op dat gebied echt alle remmen los: de ‘hoofdpersonen’ krijgen alle mogelijke menselijke eigenschappen toegedicht, terwijl de mensen zelf niet meer dan gezichtsloze bijfiguren blijven, waarvan vooral voeten en benen zijn te zien. De pinguïns lijken bovendien doelbewust te zijn gecast en hebben op basis daarvan een heel duidelijke functie in de vertelling toebedeeld gekregen.

De Amerikaanse comedian Patton Oswalt speelt daarbij een sleutelrol. Hij fungeert als alwetende en alomtegenwoordige verteller, die er permanent bovenop zit. Van de gebeurtenissen in de Zuid-Afrikaanse kustplaats Simon’s Town, waar Afrikaanse pinguïns tijdens de zes maanden van het broedseizoen voor nageslacht proberen te zorgen, boetseert hij zo met veel schwung, humor en drama afgeronde Hollywood-verhaaltjes rond helden als het echtpaar Bougainvillea, buitenbeentje Junior en de pasgetrouwde Culverts. Pinguïns, welteverstaan.

Die worden geserveerd in de vorm van acht panklare, vermakelijke en prachtig verfilmde episodes, compleet met cliffhangers, gelikte muziekjes en onbetwiste slechteriken, zoals een hongerige kat of grijpgrage Kaapse pelsrob. Een knap staaltje storytelling, zonder meer. En: erg glad en voorspelbaar. Geen oprechte poging om het echte leven – ook al is het dat van een dier, dat nota bene met uitsterven wordt bedreigd – in al zijn grilligheid te pakken te krijgen, maar een docusoapvariant daarop die, met het oog op de bankhanger thuis die languit vermaakt wil worden, heel lekker wegkijkt.

Greta Thunberg: A Year To Change The World

Greta Thunberg heeft haar schoolcarrière weer een jaar op pauze gezet. Niet om te backpacken in Azië, Zuid-Amerika of Australië, maar om overal haar boodschap over de zorgwekkende toestand van de aarde kracht bij te zetten. Te beginnen in oktober 2019, bij een groots opgezette klimaatdemonstratie tegen de gevolgen van oliewinning in Canada.

Een maand eerder heeft ze tijdens een klimaattop in New York de leiders van die wereld nog van onder uit de zak gegeven. ‘Hoe durven jullie?’ voegde ze hen woedend toe tijdens een speech, die haar definitief tot ‘s werelds bekendste klimaatactivist zou maken. Het bizarre tafereel – van een tiener die haar woede ongegeneerd botviert op de machtigste mannen op aarde – vormde tevens de krachtige climax van het meeslepende portret I Am Greta (2020).

Wij zijn als de keizer zonder kleren, doceert de Zweedse tiener nog maar eens bij de start van Greta Thunberg: A Year To Change The World (173 min.). En alleen een kind durft daarover de waarheid te zeggen. In deze driedelige BBC-serie wordt de activiste gevolgd tijdens haar jaar vrijaf, waarin het Coronavirus (als aankondiging van nóg ingrijpendere ontwrichting?) de aarde in zijn greep zal krijgen en ook Greta zelf te pakken neemt.

Samen met vader Svante, die zijn dochter gaandeweg los zal moeten laten, bezoekt ze niet alleen conferenties en demonstraties, maar ook de plekken waar klimaatverandering nu al voor problemen zorgt. Het Californische stadje Paradise bijvoorbeeld, dat ten prooi viel aan natuurbranden. Lapland, waar de plaatselijke Sami-bevolking merkt dat hun rendieren steeds moeilijker kunnen overleven. Of de Poolse regio Silezië, waar de laatste mijnwerkers bang zijn dat ze hun baan kwijtraken.

Dat reizen gebeurt overigens consequent zonder vliegtuig. Want idealen beleid je nu eenmaal niet alleen met je mond. Als Greta in november 2019 met een zeilboot de Atlantische Oceaan wil oversteken, beleeft Svante ‘de meest stressvolle dag van mijn leven’. Voor hun reis van de Amerikaanse oostkust naar Madrid zullen ze opnieuw enkele weken op zee moeten verblijven, in een tijd van het jaar waarin die woest tekeer kan gaan.

De persoonlijke wederwaardigheden van Thunbergs reis en het publieke leven waarvoor ze, ondanks zichzelf, heeft gekozen, staan in deze serie echter nadrukkelijk in dienst van het educatieve karakter van haar missie. Greta’s tocht, die ook ontmoetingen met geestverwant David Attenborough en allerlei deskundigen omvat, is doorsneden met quotes van wetenschappers die de door haar geschetste klimaatcrisis van een feitelijke fundering voorzien.

En dan gooit de Coronacrisis ook bij haar roet in het eten, moet Greta Thunberg zich in deze gedegen serie bezinnen op haar ideaal en hoe dat het beste kan worden verwezenlijkt en staat er tenslotte ook weer een nieuw schooljaar voor de deur.

Sasquatch

Hulu

In oktober 1993 zou hij, nabij een grote wietkwekerij in Mendocino County, drie dodelijke slachtoffers hebben gemaakt. Sasquatch (139 min.). Ofwel: Bigfoot. Een soort angstaanjagende combinatie van beer en gorilla. Het mythische monster zou nog altijd ronddolen in de uitgestrekte bossen van de zogenaamde ‘Emerald Triangle’, een soort Californische vrijstaat waar eind jaren zestig een contingent hippies is neergestreken. Heeft hij een kleine dertig jaar geleden inderdaad drie gruwelijk verminkte lijken achtergelaten op Spy Rock Road?

De morsige journalist David Holthouse was ter plaatse toen het gerucht over de drie lijken de ronde begon te doen. De zaak heeft hem sindsdien nooit meer losgelaten. Nu gaat hij alsnog op onderzoek uit in het uitgestrekte gebied, dat wordt bevolkt door losgeslagen cannabistelers, verdorven Hells Angels en onversaagde Sasquatch-jagers en dat eerder het decor vormde voor de white trash-docuserie Murder Mountain. Als Bigfoot ergens op zijn plek zou zijn, dan is het in dit wetteloze land.

Regisseur Joshua Rofé volgt Holthouse als die met bibberende camera afspreekt op duistere plekken, telefoontjes voert met vervormde stemmen en onherkenbaar gemaakte bronnen met namen als Razor, Ghostdance en – juist! – Bigfoot aan de tand voelt. Wat niet (meer) is te filmen, zoals de sinistere gebeurtenissen in het najaar van ‘93, is in grimmige animaties vervat. Intussen wordt de queeste die begon als een zoektocht naar de geheimzinnige überprimaat gaandeweg een rondgang door het (semi)criminele circuit van Mendocino, speurend naar wat er toentertijd kan zijn gebeurd.

Zoals dat gaat in dit soort true crime-series loopt de protagonist het ene na het andere dwaalspoor af, hoort hij ademloos smeuïge van-horen-zeggen verhalen aan en laat hij zich ook wel eens ongenadig – jawel! – het bos insturen. Daar ziet de kijker op een gegeven moment allang de bomen niet meer. Begrijpelijke wraakactie? Afrekening binnen de plaatselijke penoze? Of tóch een onsmakelijk Broodje Sasquatch?

Over het ondoorgrondelijke monster zijn overigens talloze ‘documentaires’ gemaakt, waaronder het hilarische Shooting Bigfoot.

Life In Color

Netflix

De aarde kan zich natuurlijk geen betere pleitbezorger wensen dan Sir David Attenborough. In de driedelige serie Life In Color (144 min.) buigt de hoogbejaarde Britse bioloog zich over de rol van kleur in de natuur. Kleuren waaraan we ons al sinds jaar en dag vergapen. En kleuren die wij, als mensen, helemaal niet kunnen zien en die nu met behulp van ‘speciaal voor deze serie ontwikkelde camera’s’ toch zichtbaar worden gemaakt.‘

Geheime communicatiekanalen voor de meest persoonlijke berichten’, oreert Attenborough daarover dat het weer een lieve lust is bij het begin van de serie, die natuurlijk ook weer een lust voor het oog is. ‘En zulke krachtige en prachtige kleuren dat ze onze zintuigen overrompelen. Om een partner te vinden, een rivaal te verslaan, een vijand te waarschuwen of je ervoor te verstoppen.’

In aflevering 1 exploreert de serie dieren die met kleuren proberen te imponeren. De pauw natuurlijk, maar ook ara’s, mandrils, kolibries en paradijsvogels. In de tweede episode duiken David Attenborough en zijn team in camouflagekleuren. Dit resulteert bijvoorbeeld in een enerverende scène waarin een Bengaalse tijger een groepje axisherten, dat hem door zijn schutkleuren nauwelijks kan waarnemen, probeert te besluipen. Uiteindelijk slaan enkele langoer-apen alarm.

De casus van de tijger wordt verder uitgewerkt in de laatste aflevering van Life In Color, waarbij de ‘kleurenblindheid’ van zijn prooien met een speciale bril wordt nagebootst. Zo wordt zichtbaar waarom de indrukwekkende jager zo lang onzichtbaar kan blijven. De slotaflevering concentreert zich nadrukkelijk op zulke pogingen van wetenschappers en filmers, bijvoorbeeld met een ultravioletcamera, om de alomtegenwoordige kleurenpracht te vatten.

Dat is beslist interessant, maar haalt ook de magie van al die indrukwekkende beelden uit de voorgaande twee uur, verlevendigd met een speelse soundtrack, een heel klein beetje weg.

The Year Earth Changed

Apple TV+

Als wij even pauze inlassen, constateert ‘s werelds bekendste bioloog David Attenborough, krijgt de aarde de gelegenheid om rustig adem te halen. Voor de natuurlijke habitat van de mensheid en de andere bewoners daarvan is het Coronavirus, en de bijbehorende lockdown, waarschijnlijk dus niets minder dan een zegen. Economische drukte heeft plaatsgemaakt voor weldadige stilte, wilde Afrikaanse dieren worden niet meer gevolgd door hordes toeristen en de lucht is zo schoon dat ze in de Indiase stad Jalandhar voor het eerst in dertig jaar Himalaya-bergtoppen kunnen zien.

Zo bezien was 2020, The Year Earth Changed (48 min.), zonder enige twijfel een hoopvol jaar. En laat het dan maar aan Attenborough en zijn machtige stem over om daar een heuse belevenis van te maken. Schildpadden, walvissen en dolfijnen beginnen weer te floreren. Bedreigde diersoorten als cheeta’s, zeepaardjes en berggorilla’s maken ineens kans om te overleven. En in de bebouwde kom van een behoorlijke stad, ergens in de wereld, kunnen zich doodgemoedereerd herten, nijlpaarden of pinguïns melden.

In een adembenemende scène eigent een luipaard zich bijvoorbeeld een verlaten safariresort in het Zuid-Afrikaanse Mpumalanga toe, tot ontsteltenis van de aanwezige cameraploeg. Het imposante roofdier begint daar zijn eigen ‘all you can eat’-feestje te vieren. Ook indrukwekkend: hoe een Indiase gemeenschap, om zijn eigen oogst te beschermen, rond de akkers speciale gewassen plant om een uitgebreide olifantenfamilie van eten te voorzien en nog eens glorieus in die opzet slaagt ook.

Op zulke momenten oogt deze vanzelfsprekend weer oogstrelende documentaire van Tom Beard bijna als een promotiefilm voor het Wereld Natuur Fonds. Met een stichtelijke boodschap bovendien: mens en dier kunnen wel degelijk coëxisteren. Toch valt uit deze natuurdocu ook een andere boodschap te destilleren: de aarde zou wellicht een stuk beter af zijn zonder de mens. Of in elk geval: zonder een groot deel van de mensheid. Zodat de natuurlijke balans kan worden hersteld.

Die boodschap zal Sir David Attenborough vermoedelijk alleen nooit in de mond nemen.

Seaspiracy

Netflix

Als dolfijnen en walvissen sterven, sterft de oceaan. En als de oceaan sterft, sterft de aarde. En als de aarde… juist.

En waardoor sterven die dolfijnen en walvissen nu eigenlijk? Documentairemaker Ali Tabrizi gaat op onderzoek uit. Seaspiracy (89 min.) is de weerslag van een queeste, die hem al snel op het spoor zet van de internationale visserij. Die dunt zowel bewust, via overbevissing, als onbewust, via bijvangst en schadelijke plastic netten, ‘s werelds onderwaterpopulatie uit. Allerlei diersoorten dreigen daardoor uit te sterven. En dat is nog maar het begin van de misstanden en hypocrisie die Tabrizi, al dan niet met verborgen camera, op het spoor komt.

In alle uithoeken van de wereld tekent hij de ellende met gevoel voor drama op. De filmmaker ondersteunt zijn betoog met een indrukwekkende hoeveelheid cijfers, data en statistieken, steekt zijn licht op bij allerlei verwante denkers en organisaties en zoekt de confrontatie met vertegenwoordigers van de visindustrie en belangenverenigingen die deze proberen te reguleren. Want het predicaat ‘duurzame vis’, zeg nou zelf, dat stelt toch geen ene mallemoer voor? De verantwoordelijke club weigert niet voor niets om voor voor Tabrizi’s camera te verschijnen.

Seaspiracy is een bevlogen pamflet om minder – of gewoon: géén – vis te eten. Een film, die dat ideaal ook naar een groot publiek probeert te brengen. Zulke uitgangspunten laten doorgaans niet al te veel subtiliteit en nuance toe. Een complexe mondiale kwestie wordt in deze gelikte film dan ook teruggebracht tot een epische strijd tussen helden en schurken(bedrijven) over het lot van de aarde. Die is vervat in dramatische beelden, wordt begeleid door aanzwellende muziek en werkt toe naar een stevige apotheose. En tot besluit volgt natuurlijk een onvervalste call to action. Aan iedereen die ‘t goed voorheeft met de zeeën en oceanen.

The Walrus And The Whistleblower

Op Twitter noemt hij zichzelf de @walruswhisperer. Phil Demers is in de afgelopen jaren het gezicht geworden van het verzet tegen MarineLand, een groot opgezet zeezoogdierenpark nabij Niagara Falls. Demers werkte er zelf jarenlang als trainer van de orka’s, dolfijnen en zeeleeuwen. Totdat hij de manier waarop de dieren werden behandeld niet langer kon aanzien en demonstratief ontslag nam. 

Sindsdien is Demers uitgegroeid tot de aartsvijand van MarineLands eigenaar John Holer. Geen grotere fanatiekeling immers dan de bekeerling. De hipster dierenactivist weet ook hoe hij pers en publiek moet bespelen. Zo heeft hij zijn strijd bijvoorbeeld, heel gewiekst, een gezicht gegeven: het aandoenlijke smoelwerk van Smooshi, een walrus waaraan Demers volgens eigen zeggen zijn hart heeft verpand. Hij zou het dier het liefst direct als een soort stiefkind in huis nemen.

In The Walrus And The Whistleblower (89 min.) zet filmmaker Nathalie Bibeau Phil Demers’ campagne tegen zijn voormalige werkgever, die hem voor de rechter brengt en zelfs de aandacht van het Canadese parlement oplevert, nog eens goed in de verf. Hij lijkt er ook wel van te genieten. Al zijn hele leven is hij altijd wel bij het één of andere gevecht betrokken geweest, bekent hij onderweg. Die hebben stuk voor stuk bijgedragen aan zijn heroïsche stellingname tegen MarineLand. Dit is zíjn moment.

Dat is in alle opzichten voelbaar. Behalve een principieel gevecht lijkt zijn strijd tegen MarineLand voor Demers ook een uitgelezen mogelijkheid om zichzelf te manifesteren. Barbeau plaatst daarbij geen vraag- of uitroeptekens, maar maakt van The Walrus And The Whistleblower een wat gladde en pamflettistische film die het spraakmakende Blackfish (2013), waarin misstanden bij SeaWorld in Florida werden aangekaart, naar de kroon probeert te steken.

Daarvoor blijft het dierenleed – oneerbiedig gezegd – echter te beperkt, zit er te weinig ontwikkeling in de vertelling en voelt ook de constructie rond de bevrijding van Smooshi, die met #FreeSmooshi natuurlijk z’n eigen hashtag heeft gekregen, wat al te simplistisch en geforceerd. Intussen zit het aaibare dier, dat natuurlijk geen weet heeft van de epische oorlog die rond hem wordt uitgevochten, overigens nog altijd te verpieteren in MarineLand.

De Boerenrepubliek

Bert ter Beek / ICU Documentaires

Het is een aangrijpend tafereel. Boer Bert ter Beek uit Oene, een man die je direct in je hart sluit, bidt het Onze Vader en heft vervolgens, te midden van de loeiende koeien in zijn stal, Psalm 121 aan. Als Bert klaar is, gaat hij aan het werk met de mannen die zijn gekomen om zijn vee te ruimen. Hij pakt een touw en leidt de eerste de beste koe de vrachtwagen in. Zijn hoogbejaarde vader kan het niet aanzien. Bert slaat zijn arm om hem heen en zegt troostend: ‘Stil maar, jongen. We redden het wel.’

‘De burger begrijpt de boer niet meer’, constateert verteller Felix Meurders aan het begin van de vierdelige serie De Boerenrepubliek (200 min.) van Hans Hermans en Martin Maat. ‘En de boer snapt de overheid al helemaal niet meer.’ De Brabantse varkensboer Frans Meulenmeesters verwoordt dat gevoel perfect. ‘Het is nooit, maar dan ook nooit, maar dan ook nooit genoeg.’ ‘s Mans bittere constatering vormt de opmaat naar een breed opgezette, empathische en genuanceerde rondgang langs de permanente botsing van belangen tussen boer, natuur en overheid, aan de hand van de MKZ-crisis in het voorjaar van 2001. Die ijlt twintig jaar na dato nog altijd na in agrarisch Nederland.

Het eerste geval van mond- en klauwzeer werd aangetroffen in Oene, een dorp in het Noordoosten van Gelderland dat direct in lockdown moest – een term die toen overigens nog helemaal niet werd gebruikt. De plaatselijke melkveehouder Albert Hassink haalde destijds het NOS Journaal met een videodagboek vanuit zijn eigen bedrijf. De beelden maken nog altijd indruk. ‘Die worden allemaal afgemaakt’, zegt Hassink met een snik in zijn stem, bij de aanblik van zijn ogenschijnlijk kerngezonde koeien. ‘Daar heb je je hele leven hard voor gewerkt. Je ouders, je voorouders, om dit op te bouwen. Het wordt in één dag allemaal afgemaakt. Allemaal.’ Hij sluit zijn video af met een oproep aan de toenmalige minister van landbouw, Laurens Jan Brinkhorst: ‘Minister, dit gaat fout. Dat ziet u toch ook wel?’

‘De reactie van deze boer begrijp ik heel goed’, reageert Brinkhorst twintig jaar later. ‘De individuele boer valt niks te verwijten.’ Het is volgens de oud-minister wel tragisch: omdat Nederland zelf – met steun van belangenorganisaties van de boeren – een toonaangevende exporteur van landbouwproducten wilde worden, moest het Europese non-vaccinatiebeleid worden ingevoerd. ‘De gevolgen zijn natuurlijk dat je je export kwijt bent als je gaat vaccineren.’ En dus werd er niet geënt, zoals de betrokken boeren wilden, maar ‘geruimd’, een eufemistische term voor het doden van de dieren. ‘Koeienmoord’, volgens sommige agrariërs. Van in totaal zo’n kwart miljoen, voor het grootste deel gezonde dieren. Dat zou uiteindelijk leiden tot rellen in Kootwijkerbroek. En die waren dan weer een logisch vervolg op de boerenprotesten van de jaren negentig en een voorbode van de grootschalige acties die organisaties als Farmers Defence Force tegenwoordig opzetten.

In deze ambitieuze reeks worden al die elementen, zo nu en dan met ingrijpen van voice-over Meurders, op een logische manier met elkaar verbonden: van de uitbraak van varkenspest tot het huidige stikstofbeleid en de Coronacrisis (die in 2001 al min of meer werd voorspeld door viroloog Ab Osterhaus). Met oog voor zowel de gevoelens en belangen van de Nederlandse boer als van zijn natuurlijke opponenten, de natuur- en dierenbeschermers. Die spreken over dierenbevrijding, een klimaatcrisis en gebrek aan biodiversiteit (en als gevolg daarvan zoiets als ‘landschapspijn’). Beide partijen lijken elkaar gevangen te houden in een kansloze strijd, waarin ook hun gezamenlijke vijand, ‘de politiek’, vooralsnog het verschil niet weet te maken.

Sinds de MKZ-crisis is het aantal boeren gehalveerd en het aantal dieren gelijk gebleven. Dat lijkt vragen om problemen. Alleen een fundamentele herbezinning zou de Gordiaanse knoop die de Nederlandse landbouw gaandeweg is geworden kunnen ontwarren. De Boerenrepubliek besteedt in dat kader ook aandacht aan veelal kleinschalige initiatieven om het boeren te vernieuwen. Uiteindelijk bepaalt de consument natuurlijk welke daarvan succesvol kunnen zijn. ‘Drie keer per dag hebben wij als mensen een stem in wat voor voedselsysteem wij willen’, stelt varkenshouder Jeffrey Korsmit uit Sint Willebrord. Hij houdt zijn Magalitza varkens gewoon buiten, waar ze lekker in de modder kunnen rollen. Voor hem en het welslagen van zijn bedrijf is het vanzelfsprekend essentieel dat de kwaliteit van het product (weer) voorop komt te staan.

Op een respectvolle manier belicht deze verzorgde serie zo, aan de hand van een crisis die diepe sporen heeft getrokken door de boerengemeenschap, alle verschillende posities en perspectieven rond de Nederlandse landbouw en hoe de toekomst daarvan eruit zou kunnen zien.

De Boerenrepubliek is hier te bekijken.

Gates Of Heaven

Het was toch schandalig! Ze werden gewoon weggegooid in de vuilnisbak of zomaar op een willekeurige plek in de grond gestopt. Dat kon zo niet langer, vond Floyd ‘Mac’ McClure. Toen had de Amerikaanse dierenvriend een eureka-moment: het werd tijd voor een speciale begraafplaats. Op de Foothill Pet Sematary in Los Altos zou er alle gelegenheid zijn om op een waardige manier afscheid te nemen van je geliefde huisdier.

Mac kan er tot in detail over vertellen. En dat doet hij dan ook in Gates Of Heaven (82 min.), de debuutfilm van Errol Morris uit 1978. Net als zijn medewerkers, klanten en concurrent. Over de dieren die worden binnengebracht. Over de onmetelijke liefde van hun baasjes en de manier waarop die tot uiting komt tijdens de uitvaart. En over de problemen van de begraafplaats zelf, dat ook, die gaandeweg in financiële problemen raakt. Dit gaat Mac natuurlijk aan het hart. Zeker als alle graven dreigen te worden ontruimd.

Morris las daarover een bericht in de krant en besloot om deze tragikomische film te gaan maken over dierenliefde en hoe je daaromheen (g)een business kunt opbouwen. Collega Werner Herzog had volgens de overlevering weinig fiducie in het project; als Morris erin zou slagen om de film af te ronden, beloofde hij om zijn schoen op te eten. Zover zou het inderdaad komen. Nadat die goed gekruid en gekookt was, dat wel. En zonder zool. Het (on)smakelijke tafereel zou zijn weg vinden naar de korte documentaire Werner Herzog Eats His Shoe.

De stoffelijke overschotten van Foothill’s dieren zouden uiteindelijk worden verplaatst naar het concurrerende Bubbling Well Pet Memorial Park in Napa Valley, waar de tweede helft van deze interviewfilm zich afspeelt. Daar hebben ze zelfs een kerk die de liefde voor dieren predikt. Want, zoals vrouw des huizes Scottie Harberts het uitdrukt: aan de hemelpoort gaat God echt geen onderscheid maken tussen tweevoeters en viervoeters. En dat is een passend parool voor dit aandoenlijke portret van een geheel eigen subcultuur, die bovendien is gesitueerd in een twintigste eeuws Amerika dat inmiddels al lang en breed is verdwenen.

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

Gunda

Periscoop

Gunda (93 min.) ligt uitgeteld op haar zij. Ze is net te zien door een opening van de schuur. Minutenlang gebeurt er ogenschijnlijk niets. En dan kruipt er ineens een biggetje over het moedervarken heen. Nog één. En nog één. Twaalf in getal. De zoektocht naar de tepel kan beginnen. Het gevecht om melk. En daarna het leven.

De openingsscène voor deze nieuwe film van Victor Kossakovsky zet direct de toon: dit wordt een (vrijwel) mensloze film. Aandachtig observeert de vermaarde Russische regisseur hoe de zeug Gunda op een Noorse boerderij haar kroost grootbrengt. Ze worden gezoogd, gestimuleerd en zo nodig ook gecorrigeerd. Zodat ze zich straks kunnen redden te midden van de koeien, een eenbenige kip en die kolossale trekker.

Kossakovsky vangt die ontwikkeling met intieme shots in sprekend zwartwit, waardoor de dieren echt tot leven komen en zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige filmpersonages, waaraan met gemak allerlei menselijke gedachten en gevoelens kunnen worden toegedicht. Tegelijkertijd is Gunda een compromisloze film die dwingt om aandachtig te kijken. Bankhangers, met één hand in de zak borrelnoten en een half oog op hun mobiele telefoon, haken onherroepelijk af. En snel ook, waarschijnlijk.

Deze documentaire vraagt aandacht en ausdauer en betaalt zich alleen dan uit. In onbetaalbare scènes, om te beginnen: de kip die stuit op een hek, koeienogen met de onvermijdelijke vliegen erin of Gunda happend naar regen. En, uiteindelijk, als een buitengewoon fraai eerbetoon aan de zegeningen van moeder natuur.

Stray

IDFA

Zeytin wacht netjes met oversteken. Loopt daarna eenzaam door de straten van Istanboel. En gaat maar eens achter een kat aan. Hij snuffelt aan een andere straathond, moet op zoek naar eten en nestelt zich uiteindelijk in een verpauperd gebouw, tussen andere verschoppelingen van de stad.

Laat die mensen maar kletsen. Ruzie maken over alles en niks. Of demonstreren. Zeytin en de andere hoofdpersonen van Stray (72 min.) laten gewoon even hun tanden zien. Gaan eens rustig zitten kijken. En blaffen van zich af als het moet. Slapen, neuken en poepen gebeurt natuurlijk ook en plein publique.

‘Honden en filosofen doen het meeste goed’, beweerde de Griekse denker Diogenenes al 368 jaar voor Christus, ‘maar worden daarvoor het minste beloond.’ Regisseur Elizabeth Lo heeft deze zusterfilm van Kedi (2016), een portret van de zwerfkatten in de Turkse hoofdstad, doorsneden met zulke citaten over de trouwe viervoeter.

Lo volgt de zwerfhonden tijdens hun omzwervingen door Istanboel, filmt vrijwel volledig vanaf hondhoogte en brengt de verwikkelingen op temperatuur met een urgente soundtrack. Via de dieren schetst ze een levendig portret van ‘the surivival of the fittest’ in de grote stad, waar het leven zich (noodgedwongen) voor een groot deel op straat afspeelt.

Dierbaren

Doxy

Als een levensgevaarlijke crimineel wordt hij binnengebracht. Drie medewerkers proberen hem letterlijk op afstand te houden, maar hij bijt flink van zich af. Uiteindelijk weten ze hem toch in een cel te krijgen. Moederziel alleen blijft de agressieveling achter, ineens toch behoorlijk klein.

Hij is niet de enige. Met de regelmaat van de klok worden er honden, katten en konijnen binnengebracht bij de Dierenopvang Amsterdam (DOA). Ze worden zorgvuldig geregistreerd. ‘Moet nog langs DA’, staat er bij de één op het raam geschreven. ‘Afstand -> katten jagen’, bij een ander. En, met gevoel voor understatement: ‘niet leuk naar andere honden.’

Dierbaren (73 min.) wordt louter bevolkt door verschoppelingen. Afgedankt door een baasje, dat hen gewoon niet kon verzorgen, toch liever kwijt dan rijk was of zelf deze wereld inmiddels heeft verlaten. Tijdens de teamvergadering bespreken de medewerkers van de opvang of ze nog wat voor zo’n dier kunnen doen. ‘Is ie al op Facebook geweest, met een zielig verhaal?’

De dieren lijken een afspiegeling van de vrijwilligers, voormalige baasjes en potentiële nieuwe eigenaren die deze observerende film van Saskia Gubbels bevolken. Zij hebben zo ook hun butsen en krassen opgelopen in het leven en krijgen zo nu en dan ruimte om daarover te vertellen. Liefdevol proberen ze de dieren, elkaar en zichzelf bij DOA op te lappen.

Totdat hun tijd erop zit en het raam van het dierenhok kan worden schoongepoetst. Omdat de hond een nieuw thuis heeft gevonden of – de dramatische apotheose van deze filmische docu, waarin de warmbloedige begeleiding en klinische omgeving lekker contrasteren – het dier geen toekomst meer heeft.

Naya – Der Wald Hat Tausend Augen

Boondocs

De afstand tussen Noord-Duitsland en het Belgische Leopoldsburg, ruim duizend kilometer, wist ze ongezien te overbruggen. Maar toen werd GW680f (kort voor: GreyWolf680female), die contact met de menselijke soort toe dan toe zorgvuldig had vermeden, op 11 september 2018 dan toch gesnapt door een camera.

De wolvin met de koosnaam Naya, in 2016 op de Technische Universiteit van Dresden voorzien van een GPS-tracker, ontwikkelde zich op stel en sprong tot een BD’er, een dier waarvan letterlijk elke stap werd nagegaan en waarover de media maar niet uitgesproken raakten. Een wilde wolf in het volledig geciviliseerde Europa, dat moest ook wel een bezienswaardigheid worden. Als ze zich liet zien, tenminste.

Een vijftigtal surveillance-camera’s werd geïnstalleerd op het Belgische militaire oefenterrein, teneinde het schuwe dier te kunnen betrappen. Dat found footage, slim voorzien van informatie over de geobserveerde objecten, vormt de basis voor de korte documentaire Naya – Der Wald Hat Tausend Augen (24 min.), waarin Sebastian Mulder de sporen van de wolf nagaat en de menselijke fascinatie voor die wolf onderzoekt.

Hij kleurt de webcambeelden verder in met gejaagde muziek en een stroom nieuwsberichten van de Vlaamse radio, waarmee alle uithoeken van de mediahype rond de verdwaalde wolf worden verkend. En als het dier, dat door de lokale bevolking al snel ‘ons Naya’ wordt gedubd, haar honger begint te stillen bij plaatselijke boerderijen, wordt de jacht daadwerkelijk geopend op de vrouwtjeswolf.

Wat tot dat moment eerder een interessant wetenschappelijk experiment dan een enerverende vertelling leek, krijgt dan alsnog vaart en spanning. Zeker als de nijvere camera’s nóg een wolf betrappen: August, een mannetje. Een al dan niet amoureuze ontmoeting tussen de twee wilde dieren lijkt onvermijdelijk.

Stuffed

VPRO

Taxidermisten doen het niet omdat ze iets doods zien, maar omdat ze leven zien, zegt één van de hoofdpersonen in de openingsscène van Stuffed (81 min.). En in dat kader zetten deze gedreven ambachtslieden dus gestorven dieren op. Een baan met een ronduit macaber imago. ‘Als je een meisje wilt versieren en je zegt dat je taxidermist bent dan krijg je wel rare reacties’, vertelt Jordan Hackle, een vrolijk ogende jongeman, over hoe mensen reageren op zijn beroep. ‘Ben je taxichauffeur? Wat griezelig. Of ze liegen en zeggen dat ze het niet eng vinden. Ondertussen denken ze dat ik een seriemoordenaar ben.’

Regisseur Erin Derham portretteert in deze verzorgde documentaire enkele taxidermisten, die binnen hun stiel zowel kunstenaar als naturalist proberen te zijn. Hun werk wordt geëxposeerd in een (natuurkundig) museum, ligt in de winkel of wordt beoordeeld tijdens een wedstrijd. De werkwijze van de vakidioten loopt uiteen van zuiver wetenschappelijk, een zo natuurgetrouwe replica maken van een bestaand dier, tot uitgesproken kunstzinnig. Zo spelen de Nederlanders Ferry van Tongeren en Jaap Sinke, afkomstig uit de reclamewereld, bijvoorbeeld rustig voor God en helpen, in het kader van storytelling, de natuur een handje, bijvoorbeeld door de vervaarlijke tanden van een tijger een heel klein beetje te vergroten.

Met veel oog voor detail, een expressieve soundtrack en aandacht voor de historische context belicht Derham alle facetten van een bijzonder beroep, waarbij de schoonheid en het belang van taxidermie, volgens de beoefenaars de beste manier om natuurhistorie te bewaren, voorrang krijgen op de onsmakelijke beelden die menigeen wellicht met het vak associeert. Stuffed opent zo een prachtige wereld, waarin de tijd even stilstaat en uiteindelijk, voor een film van bijna anderhalf uur, ook relatief weinig gebeurt. Dit diorama, een zorgvuldig geconstrueerd stilleven van taxidermisten in hun biotoop, dwingt z’n kijkers om even halt te houden en de pure schoonheid van (gecreëerde) natuur op zich in te laten werken.

Sanctuary

VPRO

Image is everything. Als één activistische organisatie dat principe goed in z’n oren heeft geknoopt, dan is het Greenpeace. De media-afdeling van de milieuclub maakt steevast overuren als er weer zeehondjes of walvissen moeten worden gered, atoomproeven zijn aangekondigd of afval dreigt te worden gedumpt. En de boten van de helden die dan in actie komen dragen mediagenieke namen als Rainbow Warrior, Esperanza en Arctic Sunrise.

Bij een nieuwe campagne om aantasting van de Antarctische Oceaan onder de aandacht te brengen wordt dus een bekend gezicht ingezet: de Spaanse acteur Javier Bardem (Mar Adentro, No Country For Old Men en Skyfall). Samen met zijn eveneens acterende broer Carlos gaat hij aan boord bij de Arctic Sunrise, voor een expeditie naar het poolgebied. Op zoek naar kwetsbare onderwaterflora en -fauna en zijn favoriete dier, de pinguïn. En alles wordt, natuurlijk, gefilmd. Zelfs hoe Bardem zichzelf filmt.

Javier Bardem is een goedlachse gastheer, die van het aantrekken van z’n speciale thermische pak een soort slapstickscène maakt en lekker zeeziek wordt als metershoge golven ’s ochtends, als een gigantische ‘vaatwasser’, tegen de boot aan klotsen. Zodra hij de onderzeeboot ziet waarmee hij naar de bodem van de oceaan gaat afdalen, vergelijkt Bardem die met een kindersurprise-ei. ‘A small step for me’, parafraseert hij vervolgens vol zelfspot Neil Armstrong, de eerste man op de maan. ‘A giant leap for humanity.’

En dan gaat de acteur doelbewust kopje onder, op een missie naar de zeebodem die zonder enige twijfel spectaculair beeldmateriaal gaat opleveren. Na afloop heeft de Spaanse acteur direct ideeën over welke soundtrack er bij deze enerverende onderneming hoort: Mozart. En welke muziek hebben we even van tevoren te horen gekregen toen die onderwaterbeelden in al hun glorie werden getoond? Piano Concerto No. 21 – Adante. Van, inderdaad, Wolfgang Amadeus.

Bardem zorgt er zo voor dat deze Film Met Een Boodschap niet te prekerig wordt. Want helder is ook dat Sanctuary (74 min.) eerst en vooral is bedoeld om een maatschappelijke kwestie te agenderen. Je kunt je in dat verband bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen dat de Bardems ter plaatse zouden vaststellen dat het eigenlijk wel meevalt met die Antarctische Oceaan of dat de initiatieven die Greenpeace daarbij ontplooit weinig meer zijn dan een druppel op een gloeiende plaat.

Deze documentaire van Alvaro Longoria, altijd vermakelijk en soms adembenemend mooi, voelt daardoor nét iets te vaak als een campagnefilm voor Greenpeace. Waarbij glashelder is dat image…

Honds

Newton

‘Wat heb jij nodig om boos te worden?’ vraagt hondenfluisteraar Ron Kusters. ‘In Godsnaam.’

‘Als er iemand aan mijn kinderen zit’, antwoordt Nikita Merken.

Ron brengt het gesprek op haar bijtgrage hond. ‘Wat heb jij nodig om hier iets aan te doen?’

‘Zelfverzekerdheid.’

‘Aha, oké. Je zult naar je energie toe moeten, naar je gevoel.’ Ron demonstreert: ‘Weet je wel wie ik ben, joh? Zitten, mafkees!’

De booswicht zit even verderop in de kamer: een klein hondje genaamd Chilli. Hij bijt Jan en alleman en is ook niet te vertrouwen met de kinderen, die inmiddels doodsbang voor hem zijn. De enige die buiten schot blijft is Nikita zelf. Ze vreest dat Chilli straks thuis niet meer te handhaven zal zijn.

De jonge Brabantse vrouw heeft haar toevlucht gezocht tot Ron’s Total Dog Care in Tilburg (‘sleutel tussen mens en hond’). Samen met enkele andere baasjes, die eindelijk wel eens de baas willen zijn, krijgt ze acht weken lang bijgebracht hoe ze haar dier weer op zijn plek moet zetten.

Want daar zit de crux: een hond is een dier, geen mens, en moet dus ook als zodanig worden aangesproken. En in de dierenwereld geldt volgens de hondentrainers nu eenmaal het recht van de sterkste. In hondentrainerstaal: je moet niet meer de teef van de leider willen zijn.

In de tragikomische observerende documentaire Honds (27 min.) van Josefien van Kooten voltrekt zich vervolgens een fascinerend schouwspel tussen mens en dier. Achter de onmacht van de baasjes gaan persoonlijke thema’s schuil, zoals een gebrek aan zelfrespect of moeite om grenzen aan te geven.

Die komen onvermijdelijk bovendrijven in de intensieve trainingen en zorgen soms ook voor emotionele taferelen, waarbij fluisteraar Ron en zijn collega’s zonder omhaal van woorden praktische levenslessen geven die de omgang met de hond ontstijgen.

De hondenbezitters worden er zowaar een beter mens van. En het hebben van een hond is voor hen (hopelijk) ook geen hondenbaan meer.

There Are No Lions In Tel Aviv

EO

Er was nog een levensdroom te vervullen. Na de dood van zijn vrouw vertrok rabbi Max Shorenstein in 1935 vanuit Kopenhagen naar Israël. Hij was al 65, maar wilde zijn leven nog eenmaal helemaal omgooien. De man had twee vogelkooitjes bij zich en begon dieren te verzamelen, te beginnen met enkele apen. Vanuit dat handeltje in de nieuwe stad Tel Aviv ontstond een soort thuisdierentuin. Met slangen, beren en leeuwen, dieren die ook nog wel eens wilden ontsnappen. Wat de buren dan weer niet zo prettig vonden.

Uiteindelijk werd de situatie onhoudbaar. Er kwam een lobby op gang om een officiële Tel Aviv Zoo te starten. Die opende zijn deuren in 1938 en de dwarse dromer ‘Rabbi Dolittle’ werd voor het leven tot directeur benoemd. Dat bleek vragen om problemen. En die ontbreken vanzelfsprekend niet in There Are No Lions In Tel Aviv (63 min.), een vermakelijke docu van Duki Dror waarin de historie van de Israëlische dierentuin wordt geplaatst binnen de stormachtige ontwikkeling van de nieuwe stad.

Prominente inwoners van de stad, zoals een archeoloog, kunstenaar en taxidermist, halen herinneringen op aan hun bezoekjes aan de zoo, die destijds de absolute trekpleister was van Tel Aviv. Hun verhalen worden ondersteund met antieke beelden van de dieren in hun toenmalige habitat, gevarieerde animaties en sequenties van imposante dieren in een urbane omgeving. Ook deze dierentuin kwam op een gegeven moment onder vuur van de buren te liggen. Te veel stank en lawaai. Een fremdkörper in een wereldstad in wording.

Zodat de dieren en hun entourage toch weer een keer moesten verkassen. Nu staat er een torenflat op de plek waar ooit de dierentuin was gevestigd. Tel Avivs financiële sector heeft er zijn plek gevonden, constateert voormalig stadsarchitect Israel Goodovitch zonder enig enthousiasme. ‘En zij zitten ook in kooien. Ieder in zijn eigen kooi.’

My Octopus Teacher

Netflix

Mens en paard. Mens en hond. Enne… mens en octopus. Terwijl hij de weg naar zichzelf probeert terug te vinden, na een fikse burnout, begint de Zuid-Afrikaanse filmer Craig Foster dagelijks te duiken in de Atlantische Oceaan bij Kaap De Goede Hoop. Hij ‘ontmoet’ zo in het kelpwoud een vrouwelijke octopus, waarmee hij geleidelijk een soort lat-relatie opbouwt.

Dat gaat gepaard met zinnenprikkelende beelden van het leven onder de waterspiegel, die op hun beurt worden begeleid door Fosters tamelijk zijige voice-overs. Nadat zijn veelarmige bloedbroeder is verwond door een pyjamahaai, constateert hij bijvoorbeeld met een opmerkelijk gevoel voor zingeving: ‘Het is geweldig om te zien dat er een klein perfect miniatuurarmpje terug groeit. Het gaf me een vreemd soort vertrouwen dat ze dit ongelooflijke probleem kan overwinnen. En het voelde of ik mijn problemen aan het overwinnen was. Op een vreemde manier spiegelden onze levens elkaar.’

My Octopus Teacher (85 min.), juist. Over de lotsverbondenheid tussen mens en (week)dier. Met een inktvis, die bovendien zomaar uit de losse polsen elementaire levenslessen deelt. Dat gekunstelde zweeflaagje kan deze film van Pippa Ehrlich en James Reed eerlijk gezegd wel missen. De gebeurtenissen in het ‘onderwaterbos’, waar eten en gegeten worden aan de orde van de dag zijn, blijken enerverend genoeg. De verwikkelingen rond – flauwe woordgrap-waarschuwing! – Octopussy zijn ook adembenemend mooi vastgelegd en worden met behulp van dik aangezette muziek ook nog eens uitgebouwd tot een soort onderwater-variant op Jaws.

En dan, op een onbewaakt ogenblik, lijkt Foster aan de kant te zijn gezet. ‘Zij’ heeft het met een ander mannetje aangelegd. Octopus en octopus blijkt uiteindelijk toch de beste combinatie. Waarna het mensbeest wordt gedwongen om, verkwikt en gelouterd, zijn eigen leven weer op te pakken.