Samar, Vliegen We Of Vallen We?

‘Hoe heet dat boek ook alweer met die gorilla?’ vraagt een jongen met lang rastahaar aan het gezelschap waarmee hij ‘s avonds gezellig wat zit te drinken. ‘Ismaël’, antwoordt een ander. De borrelaars behoren tot de nieuwe generatie van de ‘sociaal-anarchistische kibboets’ Samar. De jongen vervolgt: ‘In het begin heeft hij het over de mensheid. En daarin vergelijkt hij die met proberen te vliegen door van een rots af te springen. In het begin denk je nog dat je vliegt, maar tegen de tijd dat je beseft dat je valt in plaats van vliegt is het al te laat.’

Hij kijkt naar de anderen: ‘Hebben we dat punt bereikt?’ Zij snappen direct wat de jongen bedoelt. Het verhaal is een treffende metafoor voor hun eigen leefgemeenschap, die in 1976 werd opgericht door een verzameling gelijkwaardige partners. Zij wilden zonder hiërarchie gaan leven. De kibboets is inmiddels flink aan het vergrijzen, heeft te maken met een richtingenstrijd en kampt met een behoorlijke schuld. Ofwel: Samar, Vliegen We Of Vallen We? (53 min.). Daarbij is het de vraag of ze strikt moeten vasthouden aan hun oude idealen of ook nieuwe invloeden, en de bijbehorende bewoners, moeten toelaten.

De verwikkelingen in de Israëlische woongroep doen sterk denken aan hoe het er in een gemiddelde Nederlandse commune of leefgemeenschap aan toe gaat: de praktijk van het samenleven blijkt nogal eens weerbarstiger dan de theorieën daarover. Bij belangrijke beslissingen mogen/moeten bijvoorbeeld alle honderd bewoners meestemmen. De huisvergaderingen dreigen daardoor stroperige, soms moedeloos makende marathonsessies te worden, waarin de echte vergadertijgers uiteindelijk zegevieren. ‘We gaan nu stemmen of we via een referendum gaan stemmen’, klinkt het op een gegeven moment. Het is niet bedoeld als grap. Even later gaan de stembriefjes rond.

Het leven in een groter sociaal verband vereist serieuze inspanning, continue afstemming en soms ook een olifantenhuid, laat filmmaker Dikla Zeidler in deze sfeervolle documentaire zien. Ze observeert de bewoners van het ‘sociaal laboratorium’ rond de dadeloogst, de voornaamste inkomstenbron van de kibboets die al enige tijd onder druk staat, en gaat in gesprek met drie van hen (een oudgediende die streng in de leer blijft, een ‘realo’ met een praktische instelling en een aspirant-bewoner die het vooral een fijne woonplek vindt en bovendien nog moet worden goedgekeurd door de huisvergadering).

Het is alsof je als kijker ongegeneerd naar binnen mag gluren bij de buren. En zoals bij elk sociale eenheid komt er soms kunst- en vliegwerk aan te pas of moet er worden gepraat als brugman om de boel bij elkaar te houden. Want samenleven, ook vanuit een maatschappelijk ideaal, is en blijft inderdaad een kwestie van vallen, weer opstaan en opnieuw proberen te vliegen…

Makala

De camera kijkt over de schouder van Kabwita Kasongo mee als hij op de boom afloopt. Terwijl hij zijn bijl pakt, verlaat de lens hem en zwerft rustig over de takken de lucht in. Totdat de Congolese boer op de stam begint in te hakken. Steeds weer laat hij zijn gereedschap op het hout neerdalen. Nogmaals. Nog eens. En nog eens. Er lijkt geen einde aan te komen. Stukje bij beetje splijt hij de boom. Het is een kwestie van tijd en noeste arbeid voordat deze, uiteindelijk, breekt.

De tergend langzame openingsscène, waarin elke bijlslag er letterlijk inhakt, is exemplarisch voor de documentaire Makala (96 min.) van de Franse regisseur Emmanuel Gras én het leven van de hoofdpersoon van die film. Met beperkte middelen probeert Kabwita de wereld naar zijn hand te zetten. Hij heeft een idee. Die boom wil hij verwerken tot houtskool, dat in de stad moet worden verkocht. Zodat hij straks een huis kan bouwen voor zijn vrouw en kind.

Dan moet de jonge vader nog wel eerst in die stad aankomen. Vol goede moed – of de moed der wanhoop – laadt Kabwita zijn aftandse fiets he-le-maal vol met plastic zakken houtskool en begint in zijn dorp Walemba aan een voettocht van vijftig kilometer die hem uiteindelijk een behoorlijke som geld moet opleveren. Onderweg passeert hij anderen met een vergelijkbare lading en wordt hij zelf op zijn beurt ingehaald door brommers en motoren. Als de spreekwoordelijke boer ploegt hij voort, met de blik op oneindig.

Gras kijkt intussen met hem mee, leeft met hem mee. Hij grijpt niet in. Steekt geen helpende hand toe bij tegenslag. Kalm legt hij de ontberingen vast die zijn hoofdpersoon moet doorstaan. Elk shot lijkt te lang te staan, zodat de kijker gaandeweg begint te voelen wat de jonge Kabwita zichzelf heeft opgelegd en moet doormaken. Elke kilometer bestaat letterlijk uit duizend meter, elke meter uit honderd centimeter, elke centimeter uit tien millimeter. En die moeten allemaal worden overbrugd.

Intussen is elk geluid hoorbaar: het piepen van de fiets, de dwingende eisen van zelfbenoemde tollenaars en het wild opstuivende zand. Op gepaste moment kleurt Gras de gebeurtenissen in met gedragen muziek. Makala is daardoor bijna een zintuiglijke ervaring geworden, die ons, westerlingen, dwingt om de ganzenpas waarmee we doorgaans door het leven marcheren voor even vaarwel te zeggen voor een trage sleepgang door het armoedige en op de één of andere manier toch hoopvolle bestaan van een gewone Afrikaan.

Het Mysterie Van de Melkrobots

 

Vader en zoon Van Rijthoven zijn ervoor het dak opgeklommen. Met een blik witte verf in de hand. Het vergt even wat coördinatie en enkele uurtjes noeste arbeid, maar dan staat het toch echt in, juist, koeienletters op het dak van de melkveestal: ‘Koeien niet leeg gemolken! Boer wel!’ Waarmee de stellingen zijn betrokken voor Het Mysterie Van De Melkrobots (80 min.), een sterke film van Vuk Janic over de overlevingsstrijd van een Brabantse boer.

De familie Van Rijthoven uit Casteren is woest op de leveranciers van hun melkrobots. Sinds ze die machines in huis hebben gehaald, op last van de bank nota bene, willen hun koeien nauwelijks meer worden gemolken. Gesprekken met de betrokken bedrijven leverden helemaal niets op. Financieel zitten ze inmiddels bijna aan de grond. De melkveehouderij, al vele generaties in de familie, gaat kapot, constateert Johan van Rijthoven geëmotioneerd, en daarmee ook de toekomst van zijn zoon.

Terwijl de zaak voor de rechter belandt en vervolgens schier eindeloos door ettert, slaat de woede bij de Van Rijthovens naar binnen. Om hun onmacht en frustratie te bezweren nemen ze hun toevlucht tot ‘energetisch manager’ Stef Freriks, die vermoedt dat aardstralen en belaste energieën wel eens de werkelijke oorzaak van alle problemen zouden kunnen zijn. Volgens hem moeten boeren hun bedrijf meer vanuit hun gevoel runnen en intussen het diafragma open houden.

Het doet een weinig surrealistisch aan; de aardse boer die zich de meest zweverige taal laat aanleunen. Zou hij werkelijk geloven dat ze de melkrobots energetisch kunnen uitzetten? Of is het de moed der wanhoop die spreekt in het hoofd van Johan van Rijthoven? Regisseur Vuk Janic lijkt de sessies met Freriks, die menigmaal op de lachspieren werken, met enige verbazing te aanschouwen, maar onthoudt zich verder van commentaar.

Gedurende enkele jaren observeert Janic de desperate pogingen van de melkveehouder om het hoofd boven water en toch enigszins koel te houden. Hoewel het drama vanuit het perspectief van Van Rijthoven wordt verteld, laat de filmmaker tevens ruimte voor de andere kant van het verhaal. Als de boer zijn recht weet te halen, zou dat bijvoorbeeld ten koste kunnen gaan van een plaatselijke leverancier van melkrobots.
In de veranderende agrarische sector van Nederland zijn zij recht tegenover elkaar komen te staan. Wie er in zijn recht staat, valt daarbij voor buitenstaanders verduiveld moeilijk vast te stellen. Het Mysterie Van De Melkrobots, voorzien van grootse shots en weelderige klassieke muziek, maakt de dagelijkse strijd op leven en dood van Johan van Rijthoven en zijn gezin, en daarmee de tragiek van de moderne boer, echter uitstekend invoelbaar.

Het gevecht van een Nederlandse boer tegen krachten die hem te boven lijken te gaan – of stomweg tegenwerken – was eerder te zien in de tragische documentaire De Kleine Oorlog Van Boer Kok van Huib Schoonhoven, Karen Kuiper en Kees Vlaanderen, die in 2009 werd beloond met De Tegel voor beste achtergrondprogramma.

Bewakers Van Bemelen

 

Al bijna dertig jaar levert Hans Heijnen een gestage stroom documentaires af. Zijn sterkste werk is vrijwel altijd geworteld in zijn eigen geboortegrond: Limburg. Voor De Waterwolf van Itteren won hij in 1996 bijvoorbeeld een Gouden Kalf, terwijl hij met Bokken En Geiten twee jaar later op bijzonder aanstekelijke wijze de rivaliteit tussen twee harmoniekorpsen in het dorp Thorn in beeld bracht. Ook Bewakers Van Bemelen (75 min.), een film uit 2015, bevat onmiskenbaar ’s mans signatuur.

Het procedé is eigenlijk altijd hetzelfde. Heijnen nestelt zich in een kleine (dorps)gemeenschap, brengt rustig de bijbehorende activiteiten en verenigingen in beeld en keuvelt intussen ontspannen met de sleutelfiguren. Gesprekken zoals die dagelijks, in elk willekeurig Nederlands dorp, aan de keukentafel of in de sportkantine worden gevoerd. Alsof Heijnen gewoon één van hen is geworden – en waarschijnlijk is dat ook zo. Zijn hoofdpersonen staan hem in elk geval ontwapenend eerlijk te woord. Hij laat hen intussen, hoewel er doorgaans ook heel wat te lachen valt, volledig in hun waarde.

In het kleine dorpje Bemelen, onder de rook van Maastricht, stuit Hans Heijnen ditmaal op een bonte verzameling dorpsgenoten, die op de één of andere manier allemaal met elkaar zijn verbonden. Rita lijkt uitgekeken op haar relatie met parttime koster/misdienaar Paul, die de post bezorgt bij de oudere vrijgezel Willie, die altijd in z’n ouderlijk huis is blijven wonen met zijn broer en spil van het dorp Pierre, die net iets te goed bevriend is met Tiny, die eigenlijk getrouwd is met truckchauffeur Servé, die nauwelijks contact heeft met zijn doodzieke zus José, die getrouwd is met No, die overweegt om straks terug te keren naar Maastricht.

Tussendoor moeten de lijnen van het plaatselijke voetbalveld worden gekalkt, is er de jaarlijkse sacramentsprocessie en staat Carnaval weer voor de deur. Maar kan de optocht wel doorgaan nu er iemand op sterven ligt? Heijnen maakt invoelbaar hoe de bewoners van het vergrijzende en door Hollanders bedreigde dorp hun gewoonten en tradities in stand proberen te houden. Met behulp van voiceovers en interviews in dialect en de melancholieke muziek van de Limburgse zanger Arno Adams, over wie hij twee jaar eerder de fijne film Belfeld Blues maakte, dringt hij door tot de kern van de Bemelenaren – en Nederlandse dorpelingen in het algemeen.

Boer Peer

 

In mijn thuisregio Den Bosch trekt de docu Boer Peer (40 min.), die dit najaar in première ging op het Nederlands Film Festival en afgelopen week op het Eindhovens Film Festival werd uitgeroepen tot beste documentaire, volle bioscoopzalen. De lotgevallen van de Brabantse keuterboer, die bijna honderd jaar in een boerderij aan de rand van het dorp Maliskamp woonde en eerder dit jaar overleed, maakt duidelijk iets los.

Komende zondag wordt de film van Daan Jongbloed uitgezonden door Omroep Brabant, waarna Boer Peer enige tijd voor geheel Nederland is te bekijken op de website van de regionale omroep. De documentaire zou ook halverwege de jaren vijftig kunnen zijn gemaakt, toen de ouders van Peer Smulders kort na elkaar overleden. Sindsdien is er nauwelijks iets veranderd in zijn bouwvallige boerderij. Peer heeft altijd zonder warm water en elektriciteit geleefd en had ook geen radio of televisie in huis.

Behalve een paar koeien, die je binnenshuis goed kunt horen loeien, leefde de Brabantse boer bovendien alleen. Zo wordt hij ook in deze verstilde film geportretteerd; als een eenzaat die slechts een heel enkele keer met het moderne leven wordt geconfronteerd en daarmee dan met een boutade in plaatselijk dialect en ontwapenende glimlach korte metten maakt. Een man die ook in zijn hoofd in het verleden is blijven hangen. Hij houdt er bijvoorbeeld nog altijd rekening mee dat ‘de moffen’ terugkomen.

Boer Peer is net zo sober als zijn hoofdpersonage. Zonder duiding of franje brengt Jongbloed het leven van Smulders in beeld. Gedurende enkele jaren gaat hij bij de oude vrijgezel op bezoek en knoopt kleine gesprekjes met hem aan. Stap voor stap ontvouwt zich zo diens lange, eenzame bestaan. Traag als dikke stront door een dunne trechter, zoals ze in deze contreien van het land soms zeggen. En toch nooit bloedeloos of saai.