Veearts Maaike

’t Is goed, meisje’, zegt de Groningse boer Evert Smink tegen zijn koe, terwijl hij haar liefdevol op de hals klopt. ‘Bedankt voor de melk die je hebt gegeven, hoor.’ Intussen dient Veearts Maaike (97 min.) het dier een fatale injectie toe.

De koe heeft onlangs onverwacht gekalfd en ligt sindsdien al dagen lusteloos op de grond. ‘Het komt niet meer goed’, heeft Maaike van den Berg even daarvoor geconstateerd. Evert wist het al, zegt hij. ‘Alleen zelf ben ik er nog niet helemaal aan toe.’ En nu moet de boer dus afscheid van zijn melkkoe. ‘Dank je wel. Je mag wel gaan’, fluistert hij haar liefdevol toe en aait haar nek. ‘Ga maar, meisje.’

De ontroerende scène is exemplarisch voor deze aardse docu van Jan Musch en Tijs Tinbergen, die eerder films als Mees TV en Rotvos maakten: een jonge, stoere en ambitieuze vrouw van de wereld staat zij aan zij met een man die helemaal is gevormd door het Groningse platteland, op een moment dat het ertoe doet.

In een andere, zeer expliciete scène probeert Maaike bijvoorbeeld een kalf ter wereld te brengen. Als dat niet op de reguliere manier kan, moet er een keizersnede aan te pas komen. Terwijl de veearts begint aan haar incisie, wendt boer Roelf Bus het gezicht even af. Het is een tafereel van vertrouwen en vertrouwdheid tussen boer en arts, intimiteit wellicht, die natuurlijk nooit wordt uitgesproken.

Leven en dood liggen dicht bij elkaar in de Nederlandse melkveehouderij. Als het gaat om de dieren, maar ook bij de bedrijven zelf. Sommige boeren bouwen een nieuwe stal en geven zichzelf daarmee opnieuw een toekomst. Bij andere families ontbreekt een opvolger en wacht een voortijdig einde – en waarschijnlijk het slachthuis voor de betrokken dieren.

Via de veearts wordt, met grootse droneshots en veel gevoel voor symmetrie, zo tevens haar directe werkveld in beeld gebracht: een boerengemeenschap uit de omgeving van Loppersum, die zich regelmatig de speelbal van Haagse en Brusselse regelgeving voelt. Maaike pendelt letterlijk op en neer tussen die twee werelden en voelt zich uiteindelijk gedwongen om te kiezen.

Ligt haar toekomst in de dagelijkse praktijk, rijdend van veehouderij naar veehouderij? Of moet ze het zoeken op een hoger niveau, als woordvoerder of vertegenwoordiger van dierenartsen? Zodat ze zich kan laten gelden over actuele thema’s als het gebruik van antibiotica, melkquota en fosfaatrechten.

Die tweestrijd brengen Musch en Tinbergen treffend in beeld in deze typische plattelandsfilm: de veearts die met beide poten in de klei staat – en menig uur achter het stuur doorbrengt, op weg naar alweer een boer – tegenover de eloquente vertegenwoordigster, die zich in haar werkveld wil manifesteren en metavragen stelt als: ‘hoe willen we in Nederland dieren houden?’ en ‘hoe willen we vlees eten?’.

Samar, Vliegen We Of Vallen We?

‘Hoe heet dat boek ook alweer met die gorilla?’ vraagt een jongen met lang rastahaar aan het gezelschap waarmee hij ‘s avonds gezellig wat zit te drinken. ‘Ismaël’, antwoordt een ander. De borrelaars behoren tot de nieuwe generatie van de ‘sociaal-anarchistische kibboets’ Samar. De jongen vervolgt: ‘In het begin heeft hij het over de mensheid. En daarin vergelijkt hij die met proberen te vliegen door van een rots af te springen. In het begin denk je nog dat je vliegt, maar tegen de tijd dat je beseft dat je valt in plaats van vliegt is het al te laat.’

Hij kijkt naar de anderen: ‘Hebben we dat punt bereikt?’ Zij snappen direct wat de jongen bedoelt. Het verhaal is een treffende metafoor voor hun eigen leefgemeenschap, die in 1976 werd opgericht door een verzameling gelijkwaardige partners. Zij wilden zonder hiërarchie gaan leven. De kibboets is inmiddels flink aan het vergrijzen, heeft te maken met een richtingenstrijd en kampt met een behoorlijke schuld. Ofwel: Samar, Vliegen We Of Vallen We? (53 min.). Daarbij is het de vraag of ze strikt moeten vasthouden aan hun oude idealen of ook nieuwe invloeden, en de bijbehorende bewoners, moeten toelaten.

De verwikkelingen in de Israëlische woongroep doen sterk denken aan hoe het er in een gemiddelde Nederlandse commune of leefgemeenschap aan toe gaat: de praktijk van het samenleven blijkt nogal eens weerbarstiger dan de theorieën daarover. Bij belangrijke beslissingen mogen/moeten bijvoorbeeld alle honderd bewoners meestemmen. De huisvergaderingen dreigen daardoor stroperige, soms moedeloos makende marathonsessies te worden, waarin de echte vergadertijgers uiteindelijk zegevieren. ‘We gaan nu stemmen of we via een referendum gaan stemmen’, klinkt het op een gegeven moment. Het is niet bedoeld als grap. Even later gaan de stembriefjes rond.

Het leven in een groter sociaal verband vereist serieuze inspanning, continue afstemming en soms ook een olifantenhuid, laat filmmaker Dikla Zeidler in deze sfeervolle documentaire zien. Ze observeert de bewoners van het ‘sociaal laboratorium’ rond de dadeloogst, de voornaamste inkomstenbron van de kibboets die al enige tijd onder druk staat, en gaat in gesprek met drie van hen (een oudgediende die streng in de leer blijft, een ‘realo’ met een praktische instelling en een aspirant-bewoner die het vooral een fijne woonplek vindt en bovendien nog moet worden goedgekeurd door de huisvergadering).

Het is alsof je als kijker ongegeneerd naar binnen mag gluren bij de buren. En zoals bij elk sociale eenheid komt er soms kunst- en vliegwerk aan te pas of moet er worden gepraat als brugman om de boel bij elkaar te houden. Want samenleven, ook vanuit een maatschappelijk ideaal, is en blijft inderdaad een kwestie van vallen, weer opstaan en opnieuw proberen te vliegen…

De Vrouwen Van Venserpolder

In de Amerikaanse stad Detroit, jarenlang zo’n beetje het toonbeeld van stedelijk verval, deed het fenomeen al enige tijd geleden opgeld: moestuinen, in het hart van de stad. Ofwel: ‘a holististic approach to neighborhood revitalization’. Het is niet meer dan logisch dat in of vlakbij de Nederlandse Bijlmer een soortgelijk initiatief is ontstaan.

De binnentuin van woonblok tien in de wijk Venserpolder, gebouwd in de jaren tachtig, was vanwege overlast jarenlang verboden terrein. Inmiddels is de tuin weer geopend. Vrouwelijke bewoners, veelal van Surinaamse afkomst en zonder echtgenoot, zijn er een stadstuin begonnen en leren zo de wereld om hen heen en – vooral – elkaar beter kennen. ‘Oma’ Meli heeft bijvoorbeeld nog altijd heimwee naar Suriname, maar bouwt te midden van zelf verbouwde groenten echt een vriendenkring op.

In de observerende documentaire De Vrouwen Van Venserpolder (47 min.) van Eva de Breed spelen mannen nauwelijks een rol. Ze zitten werkeloos achter de geraniums, verblijven in de gevangenis of zijn, gewoon, afwezig. Wijkbeheerder Ulrich Wilson, in een grijs verleden profvoetballer bij Ajax, Ipswich Town en FC Groningen, kan erover meepraten. Hij zat ooit drie jaar thuis. ‘En dat is gewoon niet goed voor je bovenkamer. Daar gebeurt dan niks. En daar word je niet gelukkig van.’

Gaandeweg sijpelt de buitenwereld ook stiekem de tuin in. Van het wegwerken van schulden tot familieleden die het verkeerde pad op dreigen te gaan. Terwijl de vrouwen groenten verbouwen, ontstaan er nieuwe sociale verbanden en krijgt de urban jungle om hen heen weer voorzichtig de kleur groen. Dat is de optimistische boodschap van De Vrouwen Van Venserpolder, dat laat zien hoe een klein initiatief de sociale cohesie in een wijk kan vergroten.

Het Mysterie Van de Melkrobots

 

Vader en zoon Van Rijthoven zijn ervoor het dak opgeklommen. Met een blik witte verf in de hand. Het vergt even wat coördinatie en enkele uurtjes noeste arbeid, maar dan staat het toch echt in, juist, koeienletters op het dak van de melkveestal: ‘Koeien niet leeg gemolken! Boer wel!’ Waarmee de stellingen zijn betrokken voor Het Mysterie Van De Melkrobots (80 min.), een sterke film van Vuk Janic over de overlevingsstrijd van een Brabantse boer.

De familie Van Rijthoven uit Casteren is woest op de leveranciers van hun melkrobots. Sinds ze die machines in huis hebben gehaald, op last van de bank nota bene, willen hun koeien nauwelijks meer worden gemolken. Gesprekken met de betrokken bedrijven leverden helemaal niets op. Financieel zitten ze inmiddels bijna aan de grond. De melkveehouderij, al vele generaties in de familie, gaat kapot, constateert Johan van Rijthoven geëmotioneerd, en daarmee ook de toekomst van zijn zoon.

Terwijl de zaak voor de rechter belandt en vervolgens schier eindeloos door ettert, slaat de woede bij de Van Rijthovens naar binnen. Om hun onmacht en frustratie te bezweren nemen ze hun toevlucht tot ‘energetisch manager’ Stef Freriks, die vermoedt dat aardstralen en belaste energieën wel eens de werkelijke oorzaak van alle problemen zouden kunnen zijn. Volgens hem moeten boeren hun bedrijf meer vanuit hun gevoel runnen en intussen het diafragma open houden.

Het doet een weinig surrealistisch aan; de aardse boer die zich de meest zweverige taal laat aanleunen. Zou hij werkelijk geloven dat ze de melkrobots energetisch kunnen uitzetten? Of is het de moed der wanhoop die spreekt in het hoofd van Johan van Rijthoven? Regisseur Vuk Janic lijkt de sessies met Freriks, die menigmaal op de lachspieren werken, met enige verbazing te aanschouwen, maar onthoudt zich verder van commentaar.

Gedurende enkele jaren observeert Janic de desperate pogingen van de melkveehouder om het hoofd boven water en toch enigszins koel te houden. Hoewel het drama vanuit het perspectief van Van Rijthoven wordt verteld, laat de filmmaker tevens ruimte voor de andere kant van het verhaal. Als de boer zijn recht weet te halen, zou dat bijvoorbeeld ten koste kunnen gaan van een plaatselijke leverancier van melkrobots.
In de veranderende agrarische sector van Nederland zijn zij recht tegenover elkaar komen te staan. Wie er in zijn recht staat, valt daarbij voor buitenstaanders verduiveld moeilijk vast te stellen. Het Mysterie Van De Melkrobots, voorzien van grootse shots en weelderige klassieke muziek, maakt de dagelijkse strijd op leven en dood van Johan van Rijthoven en zijn gezin, en daarmee de tragiek van de moderne boer, echter uitstekend invoelbaar.

Het gevecht van een Nederlandse boer tegen krachten die hem te boven lijken te gaan – of stomweg tegenwerken – was eerder te zien in de tragische documentaire De Kleine Oorlog Van Boer Kok van Huib Schoonhoven, Karen Kuiper en Kees Vlaanderen, die in 2009 werd beloond met De Tegel voor beste achtergrondprogramma.

Boer Peer

 

In mijn thuisregio Den Bosch trekt de docu Boer Peer (40 min.), die dit najaar in première ging op het Nederlands Film Festival en afgelopen week op het Eindhovens Film Festival werd uitgeroepen tot beste documentaire, volle bioscoopzalen. De lotgevallen van de Brabantse keuterboer, die bijna honderd jaar in een boerderij aan de rand van het dorp Maliskamp woonde en eerder dit jaar overleed, maakt duidelijk iets los.

Komende zondag wordt de film van Daan Jongbloed uitgezonden door Omroep Brabant, waarna Boer Peer enige tijd voor geheel Nederland is te bekijken op de website van de regionale omroep. De documentaire zou ook halverwege de jaren vijftig kunnen zijn gemaakt, toen de ouders van Peer Smulders kort na elkaar overleden. Sindsdien is er nauwelijks iets veranderd in zijn bouwvallige boerderij. Peer heeft altijd zonder warm water en elektriciteit geleefd en had ook geen radio of televisie in huis.

Behalve een paar koeien, die je binnenshuis goed kunt horen loeien, leefde de Brabantse boer bovendien alleen. Zo wordt hij ook in deze verstilde film geportretteerd; als een eenzaat die slechts een heel enkele keer met het moderne leven wordt geconfronteerd en daarmee dan met een boutade in plaatselijk dialect en ontwapenende glimlach korte metten maakt. Een man die ook in zijn hoofd in het verleden is blijven hangen. Hij houdt er bijvoorbeeld nog altijd rekening mee dat ‘de moffen’ terugkomen.

Boer Peer is net zo sober als zijn hoofdpersonage. Zonder duiding of franje brengt Jongbloed het leven van Smulders in beeld. Gedurende enkele jaren gaat hij bij de oude vrijgezel op bezoek en knoopt kleine gesprekjes met hem aan. Stap voor stap ontvouwt zich zo diens lange, eenzame bestaan. Traag als dikke stront door een dunne trechter, zoals ze in deze contreien van het land soms zeggen. En toch nooit bloedeloos of saai.