In Transit

Tangerine Tree / BNNVARA

In afwachting van ‘top surgery’ is Indigo Envie bijna anderhalf jaar geleden alvast begonnen met het nemen van testosteron. De zwarte transman staat al ruim drieënhalf jaar op een wachtlijst voor transgenderzorg en wacht nog op de officiële bevestiging dat hij in aanmerking komt voor een transitie. Tot die tijd bindt en plakt Indigo z’n borsten zorgvuldig af, de kwetsbare openingsscène van de korte documentaire In Transit (25 min.) van Jonnah Bron. Om alvast te voelen hoe dit is – en in te spelen op verwachtingen.

De jongeling heeft een plek gevonden binnen de ballroom-scene, een queer-gemeenschap die al veel vaker z’n weg heeft gevonden naar documentaires. Indigo lijkt zich daar ook thuis te voelen. In deze ‘safe space’ spreekt ie met transvrienden, in een mengeling van Engels, Nederlands en eigen idioom, over vertrouwde onderwerpen zoals genderidentiteit, dysforie en misgenderen. Tussendoor laat Bron haar hoofdpersoon ook zien in de sportschool, tijdens een modeshow en in de eigen badkamer.

Indigo heeft enige tijd een vriend gehad. ‘Het is heel anders om op een heteroseksuele manier seks te hebben met mijn lichaam dan seks te hebben met een gay man als gay man’, vertelt ie, buiten beeld, over die relatie, tijdens het scheren voor de spiegel. Na het uitdoven van de opwinding van die allereerste verliefdheid wordt Indigo vervolgens ook geconfronteerd met z’n eigen ongemak over de verwachtingen die er aan transpersonen, binnen en buiten de community en ook door Indigo zelf, worden gesteld.

Via dit portret van een jong mens in beweging, op zoek naar z’n plek in de wereld, toont Jonnah Bron intussen hoe gecompliceerd en gelaagd deze thematiek kan zijn en hoe belangrijk ‘t daarbij is om behoedzaam te opereren. In Transit laat bovendien zien dat standaardbeelden van wat mannelijk of vrouwelijk is ook niet zomaar kunnen worden vervangen door stereotypen over wie of hoe transpersonen moeten zijn.

Parasisi

Dokma Film

Ooit, eind negentiende eeuw, brachten goudzoekers uit Nederland en Frankrijk vreemde ziekten mee, die de Wayana-gemeenschap in het Amazonegebied bijna decimeerden. Dat gevaar wisten ze met de medicijnen van christelijke missionarissen uiteindelijk weer in te dammen. Van de buitenlandse inmenging kwamen de Wayana echter nooit meer af.

Tegenwoordig heeft het inheemse volk, dat in het grensgebied tussen Suriname en Frans Guyana leeft, nog altijd te maken met Parasisi (60 min.), buitenlanders die, bevangen door niet aflatende goudkoorts, de Lawa-rivier afvaren, op zoek naar een beter leven. Zij vormen al evenzeer een bedreiging voor de oorspronkelijke bewoners van het regenwoud.

Intussen telt het Wayana-volk nog maar zo’n 2500 zielen. Hun identiteit en cultuur staan voortdurend onder druk van al die vreemdelingen, die de laatste jaren vooral uit Brazilië arriveren. Zij maken lawaai, zoeken hun eigen vertier en vervuilen ondertussen het rivierwater – en al wat dit met zich meetorst. De vissen bevatten bijvoorbeeld ongezond veel kwik.

Deze observerende film van Zaïde Bil en Sébastien Segers, opgetekend in sfeervol zwartwit, is thematisch verwant aan Monikondee (2025) van Tolin Alexander, Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan en agendeert de alsmaar ingrijpendere inbreuk op het Wayana-leven. Van lawaaierige boten en luide muziek tot het propageren van voorbehoedsmiddelen en het geloof.

‘It takes a village to raise a child’, houdt de jonge Amerikaanse vrouw Tammy, die zich wil laten dopen in de Lawa-rivier waar ze als vijfjarig kind God zou hebben leren kennen, de aanwezigen bijvoorbeeld voor bij een Bijbel Conferentie. ‘And I just want you to know that you’re my village.’ Ze laat een korte, dramatische stilte vallen. ‘And you are my people.’

Bil en Segers vereeuwigen hoe Parasisi zoals zij zich deze wereld toe-eigenen, als een echo van eeuwen kolonialisme, met dramatisch getoonzette beelden, die nog eens worden versterkt met een subtiel geluidsdecor. De verandering die, soms overigens ook met de beste bedoelingen, is ingezet lijkt onomkeerbaar.

Uit Coma

Human / zondag 6 december, om 22.40 uur, op NPO2

De enthousiaste boswachter, natuurliefhebber en fietser Jos (39), te zien in een vlogje dat hij zelf heeft gemaakt, is na een ernstig ongeluk in coma geraakt. Om verder te herstellen vertrekt hij vanuit het UMC Utrecht naar een revalidatiecentrum in Tilburg. Tijdens een intensief traject van veertien weken gaan ze daar alles in het werk stellen om Jos weer zoveel mogelijk bij bewustzijn te brengen. De dienstdoende arts tempert meteen de verwachtingen bij zijn echtgenote Marloes en moeder Josephine. ‘Helaas geen Goede Tijden Slechte Tijden’, zegt zij, terwijl ze met haar vingers knipt. ‘Dat je dit doet en iemand wakker wordt. Zo werkt het helaas niet.’

In Uit Coma (55 min.) kijkt Wouter Scheepstra mee hoe Marloes, Josephine en de revalidatiemedewerkers Jos op alle mogelijke manieren proberen te stimuleren. Hij zet soms, bijna ongemerkt, een stapje voorwaarts, maar moet ook regelmatig pas op de plaats maken of zelfs een stapje terug doen. Daarnaast volgt Scheepstra in deze observerende documentaire de jonge amazone Tessa (20). Zij is al wat verder in haar herstelproces en wordt bijgestaan door haar ouders Guus en Anca. Zij brengen Tessa weer in contact met haar paard Dahlia en laten haar ook beelden zien van een foutloze rit tijdens een springwedstrijd. Het werkt duidelijk als een stimulans.

De toon waarmee Jos en Tessa tegemoet worden getreden is sowieso te allen tijde positief – ook als hun toestand weinig reden geeft tot optimisme. Scheepstra toont dit vooral via Marloes, die na een sessie met haar echtgenoot in haar eentje in de auto terug naar huis rijdt, waar hun twee jonge kinderen, die nog nauwelijks besef hebben van het lot van hun vader, op haar wachten. Het wordt verder niet benoemd of zichtbaar gemaakt, maar het moet de echtgenote en moeder van Jos soms zwaar te moede zijn. Ze zetten desondanks door, uit zichtbare liefde voor de man die op bed of in zijn rolstoel iets van zichzelf moet proberen terug te vinden.

Dit maakt diepe indruk. Niet in het minst door de serene manier waarop Scheepstra dit kwetsbare en intieme proces volgt. Hij laat de ontwikkelingen, slechts begeleid door hypnotiserende soundscapes, geheel voor zichzelf spreken. Juist door het ontbreken van verdere duiding of opsmuk wordt Uit Coma een bijzonder indringende film, waarin een enkele oogbeweging, beginnende glimlach of het uitblijven daarvan vooruitgang of juist stagnatie laat zien en een wereld van emoties kan blootleggen.

Ik Werd Wakker Op Een Bol

VPRO

Twee jaar nadat Sinterklaas niet meer bestond kreeg ze het ingefluisterd door haar ouders. Althans, dat is het verhaal dat Anne Meffert er later van heeft gemaakt. Het was een zomeravond. Ze was pas elf en ging met haar ouders en zusjes naar een sterrenregen kijken. En toen gebeurde het. ‘Ze vertelden dat we op een heel klein bolletje door een oneindige ruimte schoten.’

In werkelijkheid hebben ze haar dat nooit zo verteld, bekent Meffert even later. Want daarover, het universum, spreken we nu eenmaal niet met elkaar. En dat moet veranderen, vindt de debuterende filmmaakster. Het is tijd voor ‘een grote bewustzijnscampagne om mensen eraan te herinneren dat we niet weten waar we zijn’. De reclamemakers die ze daarover belt, hebben even tijd nodig om dat idee helemaal te vatten.

Uiteindelijk wil een groot marketingbureau wel met Meffert in zee. Als strategisch vertrekpunt nemen ze haar realisatie – Ik Werd Wakker Op Een Bol (31 min.) – en gaan dan bedenken hoe ze dat gevoel kunnen geven ‘aan mensen die daar eigenlijk niet mee bezig zijn’. Ofwel: ‘Hoe maken we iets oneindigs weer persoonlijk?’ De brainstormsessies kunnen beginnen. Kunnen ze dat bolletje misschien koppelen aan tandenpoetsen?

Terwijl de marketeers wilde ideeën uitwisselen en proberen te komen tot een concept, filosofeert Anne Meffert er lustig op los, in een zoekende voice-over die wordt ondersteund door een wirwar van ontregelende beelden. Haar korte film, opgestart vanuit oprechte verwondering, wordt intussen alsmaar absurder en onderstreept tegelijk de nietigheid van de mens. Die vergeet vaak om zichzelf de wezenlijke zijnsvragen te stellen. Zij niet.

Al halen zij en die reclamejongens en -meisjes zich wel heel wat in hun… juist.

Giovanni/Carmen

Prospektor / NTR

Op het eerste oog is de Nederlandse theatermaker Giovanni Brand natuurlijk niet de meest voor de hand liggende persoon om de rol van Carmen op zich te nemen. Toch staat ie dichter bij de hoofdpersoon van Georges Bizets befaamde opera (1875), een vurige zigeunervrouw die alle mannen om haar vingers windt, dan die eerste indruk doet vermoeden.

Brands wortels liggen in een woonwagen. Behalve een vrijgevochten vamp ziet hij in Carmen ook een representatie van de Roma en Sinti, waarbij vooroordelen en clichés regelmatig om voorrang vechten. In de korte documentaire Giovanni/Carmen (34 min.) volgt Laura Stek haar hoofdpersoon dus zowel naar een stierenvechtersarena in Sevilla, waar hij zich als een androgyne toreador uitleeft in zijn rol, als naar een wagen waar zijn familie op hem wacht.

In zijn eigen leven beweegt Giovanni Brand zich tussen de ene wereld, het leven op wielen, en de andere, de burgermaatschappij, met alle uitdagingen en complicaties van dien. Taalproblemen bijvoorbeeld, vanwege zijn aanvankelijke laaggeletterdheid. Of door zijn geladen verhouding, als queerpersoon, tot masculiniteit. Op dat pad is Carmen een logisch tussenstation – hoewel dat dansen als de vurige verleidster voor hem soms ook ‘heel Hollands’ voelt.

Brand spreekt verder met de ervaren Carmen-vertolker Matia Kataeva van het Teatro de la Maestranza, laat zich bijspijkeren door flamencodanseres Conchi Maya en bezoekt zijn eigen neef, volkszanger Bob Offenberg. Met dramatische en gestileerde scènes vangt Stek tegelijk hoe haar hoofdpersoon, afwisselend geheel overtuigd en licht beschroomd, werkt aan zijn eigen, satirische interpretatie van ‘het meest toxische liefdesverhaal dat er bestaat’.

Intussen lijkt hij ook weer een stukje van de liefde voor zichzelf, zijn achtergrond en de kronkelige weg die hij heeft afgelegd te vinden.

Gebroken Hart

DOCS By Pupkin / NTR

Terwijl ze zich opmaakt voor haar laatste jaar op de middelbare school en overweegt welke studie ze wil gaan doen, maakt Tasnim ook de overstap van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam naar de grote mensen-cardioloog in het Erasmus MC. Op haar zestiende heeft ze een donorhart gekregen. Dat gaat naar verwachting zo’n tien tot vijftien jaar mee. Met dit perspectief moet het Iraaks-Nederlandse meisje de toekomst in. ‘Voor m’n dertigste moet ik ’t gedaan hebben’, zegt ze, ogenschijnlijk nuchter.

Tasnim heeft een aangeboren hartafwijking. Net als haar jongere broer. Zij hebben al drie nichtjes in Irak verloren aan hartfalen. Die overleden allemaal in 2015. De oudste werd niet ouder dan dertien. Tasnim had ook nooit gedacht dat ze zelf de achttien zou halen, maar ze wil er nu alles uithalen wat erin zit. In de korte coming of age-docu Gebroken Hart (28 min.), waarin haar eigen vlogs een belangrijke rol claimen, volgt Cassandra Offenberg de tiener in haar dagelijks leven: tijdens een sportwedstrijd, naar de kermis en op een schoolreisje naar Praag.

Terwijl schoolvriendinnen onbekommerd op weg kunnen gaan naar het eindejaarsgala, de examens en hopelijk een HAVO-diploma. moet Tasnim dagelijks aanzienlijke hoeveelheden medicatie nemen en stelt ze zichzelf voortdurend vragen als: is dat wel verstandig? Kan dat wel? Mag dat wel? ‘Ze kunnen me niks verbieden’, zegt ze daarover. ‘Ik ben achttien.’ Hoewel ze weet dat haar lichaam haar (ooit) in de steek kan laten, volgt Tasnim in dit charmante portret, een film die het kwetsbare meisje achter de giechelende tiener vandaan haalt, tóch haar hart.

Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg

VPRO

Huub Janssen laat de gifbeker ditmaal aan zich voorbij gaan. De huidige directeur van de katholieke congregatie De Goede Herder, een ogenschijnlijk schappelijke man die in het eerste seizoen van de documentaireserie Meisjes Van De Goede Herder (2024) met de ene na de andere pijnlijke onthulling werd geconfronteerd en daardoor steeds achter de feiten aan liep, heeft bedankt voor dit vervolg. Lies Vissers, Joke de Smit en Roos te Riet, de drie vrouwen die als meisje een barre tijd hadden bij de nonnen die vroeger de scepter zwaaiden in de instellingen van De Goede Herder, zijn wel weer prominent aanwezig in Meisjes Van De Goede Herder – Het Vervolg (184 min.). Zij krijgen versterking van andere slachtoffers en ooggetuigen, die zich na de eerste serie hebben gemeld bij regisseur Britta Hosman en researcher Dore van Duivenbode.

De rechtszaak die advocaat Liesbeth Zegveld namens negentien vrouwen heeft aangespannen om erkenning te krijgen voor misstanden binnen De Goede Herder – van dwangarbeid tot eenzame opsluiting – is inmiddels bij het hoger beroep aanbeland. En ook in Almelo is het onderzoek op de vergeten begraafplaats van de congregatie, waar relatief veel skeletresten van jonge vrouwen zijn aangetroffen, nog niet afgerond. Is er misschien sprake van onnatuurlijke sterfte? Fysisch antropoloog Constance van der Linden probeert aan de botten af te lezen wat de doodsoorzaak zou kunnen zijn. Van de gemeente Almelo mag ze alleen niet bij de opgravingen zelf zijn. De vrouwen hebben daarom aangifte gedaan tegen de gemeente. Zij eisen een openbaar onderzoek. Deze zaak mag niet (langer) onder de pet gehouden worden.

Dit vierdelige tweede seizoen verdiept en verbreedt de tragische casus van de ‘meisjes’ met schrijnende getuigenissen over hun liefdeloze behandeling als kind, herinneringen aan seksueel misbruik, een nieuw verzamelgraf in Zoeterwoude, de twijfelachtige dood van twee jonge zussen en (gedwongen) abortussen in het klooster. Hosman kadert alle ontwikkelingen als alwetende verteller in en probeert zo ook in het hoofd van haar personages te kruipen. Zij geeft woorden aan wat de slachtoffers, hun pleitbezorgers en andere spelers in deze onverkwikkelijke geschiedenis lijken te denken of voelen. Ze vindt intussen ook de symboliek in hun dagelijks leven. Het desolate roken van de zoveelste sigaret. Een auto met panne. Of een zwangere kleindochter, als teken van het verglijden van de tijd en daarmee het verdwijnen van De Goede Herder-wereld.

Bij De Goede Herder mochten deze ‘meisjes’ geen vriendschappen sluiten, nu hebben ze, als door het leven getekende vrouwen, een hechte zusterschap gevormd die hen, ook in dit aangrijpende tweede seizoen, langs de voetangels en klemmen van het verleden helpt.

Boven De Wolken

Hazazah Pictures / EO

Milan Ali (22) is net getrouwd. Toufik Amallah (22) treedt binnenkort in het huwelijk. En Yassine Aït Ben Ameur (21) is nog druk met het afronden van zijn HBO-studie. Alle drie staan ze op de drempel van volwassenheid – en hebben ze geen idee wat hen daarna te wachten staat, ook als vrienden.

Samen gaan ze in Boven De Wolken (25 min.) de Triglav beklimmen, de hoogste berg van Slovenië. Als bestendiging van hun vriendschap en een soort initiatierite naar een ander leven. Regisseur Hanna van Niekerk volgt de drie Nederlanders met Marokkaanse en Koerdische wortels van hun laatste capriolen op een klimmuur via een lange treinreis naar de beklimming van die bergtop. Daarbij worden ze begeleid door bemoedigende berichtjes van familieleden in Nederland.

Van Niekerk zit in deze coming of age-docu dicht op haar hoofdpersonen, stuk voor stuk leuke en serieuze jongens die zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden in het leven. Voor een film heeft dat ook zo z’n nadelen: verwacht in Boven De Wolken geen plotseling opvlammende conflicten of groot drama, als de Aljaz-toren op die berg van bijna drieduizend meter hoogte in zicht komt.

Milan, Toufik en Yassine moeten tijdens hun zware en sfeervol vastgelegde poging om de imposante Triglav te bedwingen regelmatig diep gaan, stijgen daarbij boven zichzelf uit en gedragen zich intussen als ideale rolmodellen. Die tocht omhoog zorgt tevens voor introspectie en de realisatie dat de jaren des verstands inmiddels zijn aangebroken. Jongens moeten nu echt mannen worden.

Circus Royal

D2D / AVROTROS

Hij blijft altijd de zoon van zijn vader. En daarmee staat Tonie Teuteberg in een lange familietraditie. Met hun eigen Circus Royal (30 min.) behoren de Teutebergs tot de oudste circusfamilies van Nederland. Tonies vader dreigde enkele jaren geleden een einde te maken aan die tweehonderd jaar geschiedenis. Een faillissement kon ternauwernood worden afgewend. Waarna zijn zoon een doorstart maakte.

‘Als het financieel niet kon, deed ie ‘t toch’, vertelt Tonie over zijn vader in deze treffende korte documentaire van Simon Bavinck. ‘Ja, dan ga je kapot.’ Aan hem de taak om het Dordtse wintercircus weer ouderwets te laten floreren. Patriarch Joop kijkt daarbij over zijn schouder mee. Hij heeft er een hard hoofd in, bekent ie eerlijk. Hij maakt sowieso van zijn hart geen moordkuil. Tonie krijgt het soms zwaar te verduren.

Met een melancholieke soundtrack, waarin trompet, bugel en hoorn de hoofdrol claimen, voorziet Bavinck de verwikkelingen in en rond de circustent van een lekker dramatische ondertoon. Voor Tonie staat er duidelijk heel wat op het spel, als hij met zijn team toewerkt naar een grootse première. Waarbij het grootste compliment dat hij van vader Joop mag verwachten is dat die het ‘niet echt slecht’ vindt.

Op het moment suprême probeert Tonie Teutenberg zijn zenuwen met biertjes en Schrobbelèr in bedwang te houden. Want de show must go on – ook om de tent draaiende te kunnen houden. Tijdens de voorstelling weet hij de man, met wie hij een haat-liefde verhouding heeft, zowaar te verleiden om nog eenmaal met hem het Glockenspiel te delen. Als muzikant vinden zij elkaar moeiteloos.

De wisselwerking tussen vader en zoon behoort tot de troeven van deze alleraardigste kijk achter de schermen bij een Nederlands circus, dat ’t al sinds jaar en dag lastig heeft en toch weinig van zijn oorspronkelijke charme heeft verloren. Als persoon kan Tonie zijn vader soms wel schieten, bekent hij, maar als artiest adoreert hij hem. En via hem houdt hij ook onvoorwaardelijk van ‘hun’ circus.

Stel Dat Je Vliegt

Sounds Like Film

Via surfen, kitesurfen en skydiven is Jonneke van Dooren in steeds extremere sporten beland. Inmiddels maakt de jonge Nederlandse vrouw alweer enige tijd deel uit van de basejump-gemeenschap, een internationaal gezelschap van enkele duizenden springers dat z’n eigen grenzen blijft verkennen.

‘Die goeie angst’, legt ze uit in Stel Dat Je Vliegt (28 min.). ‘Dat is echt wel een fijn gevoel.’ En ‘the stoke’, de euforie erna, is zelfs onbetaalbaar en spat ook van het scherm in de talloze filmpjes die ze van hun sprongen maken en delen. Als alles goed is gegaan, tenminste. Janneke heeft al diverse vrienden verloren, vertelt ze aan haar goede vriendin Coco Belize Koldijk, de maker van deze straffe korte documentaire. Twee handen vol.

Getuige de halsbrekende toeren die ze uithalen, op beelden die zijn gemaakt vanaf een exitpunt of juist vanuit het oogpunt van de jumper, kan dit geen verrassing zijn. Ze zoeken het gevaar op, om oog in oog met de dood boven zichzelf uit te stijgen. Zoals Johno. Hij bracht Jonneke aan het wankelen. Met hem zag ze zowaar een toekomst ‘waarin we dezelfde hoeveelheid avontuur konden hebben, zonder dezelfde hoeveelheid risico.’

Dat zou anders lopen. Op een ochtend, nadat ze samen naar een trouwerij waren geweest, hadden Johno en Jonneke nog enkele uren om te doden en besloten ze om samen een duosprong te maken. Nu lijkt zij weer terug bij af, in deze geladen film die soepeltjes schakelt tussen opwinding en hartzeer. Klaar voor de volgende sprong in het diepe of onbekende. Alsof/omdat er geen weg terug is.

Pussymagnet, Baby!

NTR

Vier vrouwen heeft Ciska Meister uitgenodigd in haar audiostudio om te praten over flirten. Beter gezegd: lesbisch flirten. En daarmee ook een beetje over het liefdesleven van lesbiennes in het algemeen.

Nicky identificeert zichzelf als panseksueel, terwijl Nilab mannelijke aandacht eigenlijk altijd ongewenst vindt. Volgens Pelumi is de dating pool in Queer Nederland klein. ‘Al helemaal als je iemand van kleur bent.’ En Kim beweert dat zij ‘het instapmodel’ wordt genoemd, omdat ze al veel vrouwen tot het ‘lesbiïsme’ zou hebben bekeerd. Tegelijkertijd wil ze ook niet als ‘een enge pot’ worden gezien.

De titel van deze korte documentaire, Pussymagnet, Baby! (28 min.), verraadt het al: Meister wil best serieuze thema’s behandelen, maar houdt het graag los en luchtig. Lesbisch flirten is volgens deze film ‘een veel aftastendere vorm van flirten.’ Hogere wiskunde zelfs. Waarbij voortdurend één vraag boven de markt hangt: is iemand aan het flirten of juist op een heel aardige manier aan het weigeren?

Meister omlijst de ontboezemingen van haar hoofdpersonen met re-enactments van cruciale gebeurtenissen uit hun relatieleven, die ze samen met veel zelfrelativering uitspelen, en enkele ludieke scènes, bijvoorbeeld van een expeditie in het park om een ‘prachtexemplaar’ te vinden of een ceremonie van ‘Het Lesbisch Comité’. Zulke humor, gepaard aan kekke vormgeving, geeft de film schwung.

Intussen biedt Pussymagnet, Baby! wel degelijk een aardig inkijkje in liefde en leven van Nederlandse lesbiennes, de stereotypen daarover en hun eigen jargon. Voor meer informatie is er bovendien, aangeprezen in een TellSell-reclame, een boek met nog veel meer van hetzelfde: Lesbisch Flirten For Dummies…

Bubbel Bubbel

Narrative Identity

De drie duo’s starten vanuit een wit canvas. Ze zijn samen in de bubbel gestapt, die audiovisual kunstenaar Rutger Nijkamp en filmmaker Vincent Boy Kars voor hen hebben gecreëerd. 2 Uur, 22 minuten en 22 seconden zijn ze daar tot elkaar veroordeeld, om samen te scheppen. Een creatieve blind date, in een kale witte ruimte. Zonder plan of extra attributen.

Een performancekunstenares met een fascinatie voor slapstick en clowns en een danseres die aan storytelling wil doen. Een autonoom kunstenares die leeft voor haar werk en een broodschilder die zijn kunst maakt om te kunnen leven. En een voormalige deejay die een traditioneel instrument, de harp, heeft leren bespelen en een woordmuzikant met de behoefte om alle beperkingen achter zich te laten.

Wit en zwart. Puristisch en commercieel. Jong en oud. Salomé Mooij en Cicely Wijnaldum. Marjolijn van den Assem en Daan Koens. En Ranie Ribeiro en Tom America. Tegenpolen, die soms meer gemeen hebben dan ze in eerste instantie denken. In Bubbel Bubbel (55 min.) gaan ze als duo het creatieve proces aan. Los van elkaar, soms tegenover de ander en vaak ook samen. Wie neemt de leiding? En waar botst het?

Dat wordt het duidelijkst bij de twee schilders. Marjolijn beziet het kunstenaarschap als ‘psychotherapie die je jezelf afneemt’. Een manier van leven, voorbestemd. ‘Ons beroep is eigenlijk levensgevaarlijk’, zegt ze met het nodige drama. ‘Alleen: we kunnen niet anders.’ Haar partner Daan schildert vooral om zichzelf van een inkomen te voorzien en kijkt dus ook waar behoefte aan is. Zo heeft hij zich ras uit de schulden gewerkt.

Vanuit zulke frictie kan echter ook zomaar makerslol ontstaan. Zoals een botsing van ideeën van 1+1 zowel 3 als nog niet eens 2 kan maken. Deze scherpe film, opgestart vanuit een even simpel als krachtig idee en uitstekend gecast, toont intussen, teruggebracht tot z’n essentie, het wezen van kunst, zelfexpressie en het creatieve proces.

Club Heaven

Clin d’oeil films / Cinema Delicatessen

Voor jou tien anderen. Die boodschap krijgen de medewerkers van Club Heaven (77 min.), ofwel de Chinese EDM-club Play House in Chengdu, bij het begin van hun dienst steeds weer te horen. Op barse toon. Niet zo verveeld, tandje erbij. De klant verlangt meer. En wij ook. Als jij niet levert, staan er talloze achttien- en negentienjarigen klaar om ’t van je over te nemen.

Zo wordt, behalve de hal zelf, ook het team geprepareerd voor weer een avond in de Chinese nachtclub, die slechts één God kent: Mammon. De yens moeten rollen, van de clientèle naar de eigenaar van deze Electronic Dance Music-hemel. En ook zijn personeel praat tussen de bedrijven door louter over geld, houdt zich onledig met gokspelletjes of bediscussieert de kosten van cosmetische ingrepen.

Het feest zelf wordt in deze documentaire van Jona Honer van enige afstand, vanuit de ingewanden van de vleesgeworden geldmachine, weergegeven als een surrealistische kerkdienst voor het kapitalisme. Een thermische camera kijkt ogenschijnlijk stiekem mee bij het vertier voor z’n oog. Alsof je naar de negatieven van een liederlijke foto zit te kijken. Waarbij elk geluid, ook geen dancebeat dus, ontbreekt.

De camera lijkt in deze vervreemdende film sowieso meestal verdekt opgesteld, beweegt nauwelijks en registreert slechts het systeem, waarin de mensen, zowel de medewerkers van de club als de bezoekers daarvan, slechts onbeduidende radertjes vormen. Zo tekent zich in Club Heaven een zielloze wereld af, waarvan geld, macht en status het kloppende hart vormen. De hemel op aarde zogezegd.

We Need To Talk About Sex

Docmakers

Terwijl er pijnlijke scènes uit hun leven worden nagespeeld, in een decor en met acteurs, reflecteren Inge Maria en Christine op hun leven. Zij zijn slachtoffer geworden van grooming, huiselijk geweld en seksuele uitbuiting en kunnen nu, letterlijk, even naar hun vroegere zelf kijken. Naderhand gaan ze ook in gesprek met de actrices die hun ervaringen hebben uitgespeeld en de acteurs die daarin de (gewelddadige) mannen voor hun rekening nemen.

In de driedelige serie We Need To Talk About Sex (144 min.), een hybride van documentaire en drama, verdiepen Yan Ting Yuen en coregisseur Annegriet Wietsma zich, aan de hand van deze twee tragische cases, in de positie, het (zelf)beeld en de uitdagingen van vrouwen in de hedendaagse maatschappij. Die belichten ze puur vanuit vrouwelijk perspectief. Behalve de acteurs in schurkenrollen komen er helemaal geen mannen in beeld of aan het woord.

Met tal van vrouwelijke deskundigen – een auteur, socioloog, ondernemer, plastisch chirurg, seksuoloog, filosoof, theoloog, econoom, psychiater, jurist, leiderschapscoach en onderzoeksjournalist – vragen ze zich af wat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt. Behoort die tot de natuurlijke orde der dingen? Of is die afgedwongen door het patriarchaat? En welke rol spelen nature en nurture? Als die al van elkaar zijn te onderscheiden.

Interessant is ook het perspectief van de transpersonen Dinah De Riquet Bons en Suus te Braak, die het verschil tussen man en vrouw echt aan den lijve hebben ondervonden en ook kunnen getuigen over wat dit met hun psyche en identiteit doet. Met hun gesprekspartners zoeken Yuen en Wietsma zo naar hoe het vrouwelijke streven naar gelijkheid kan worden gerealiseerd. Ligt de sleutel bij het vormen van een ‘sisterhood’? En moeten mannen daarin worden meegenomen? 

Het is wel de vraag hoe deze bespiegelingen over mannelijke dominantie, vrouwenrechten en empowerment zich verhouden tot de schrijnende persoonlijke verhalen van Inge Maria en Christine, die in de slotaflevering van deze miniserie ervaringen uitwisselen met elkaar en de kans krijgen om alsnog de regie te nemen in een benarde situatie uit hun verleden.

De Manager

Bind / Cinema Delicatessen

Via de cameralens communiceert De Manager (71 min.) met z’n medewerkers in deze observerende documentaire, waarin Maartje Bakers meekijkt tijdens functioneringsgesprekken.

Zij registreert de communicatie tussen Nederlandse leidinggevenden en hun onwillige, initiatiefrijke, kwetsbare, ontevreden, hoopvolle en/of geopinieerde personeelsleden. Die gesprekken – bemoedigend of kritisch, maar altijd een beetje ongemakkelijk – worden in beeld gebracht vanuit het perspectief van de ondergeschikten. Zij zijn dus niet te zien. Het is alsof de manager rechtstreeks tot de kijker spreekt.

Aan de orde komen zaken als eigenaarschap, werkgeluk, oplossingsruimte, de veilige cirkel, soft skills, verwachtingsmanagement, gevoelserkenning, duurzame inzetbaarheid en de onvermijdelijke afstand tussen management en werkvloer. En de manager probeert intussen zijn eigen invulling te geven aan innovatief, mensgericht, gevend of – natuurlijk! – nieuw leiderschap. Empathisch, duidelijk en authentiek.

Bakers toont in deze systeemdocu hoe zij ‘die lastige balans tussen sturen en steunen’ zoeken en laat tussendoor ook zien hoe de leidinggevenden worden getraind en voorbereid op deze lastige taak. Ze omkleedt hun pogingen om verbinding te leggen bovendien met sequenties die ogen als een tocht door de ingewanden van een kantoorgebouw. Zo dringt ze steeds dieper – of hoger – door in bedrijven en organisaties.

En of ze nu in het onderwijs of de zorg, bij de politie of in een commerciële omgeving plaatsvinden, die gesprekken krijgen onvermijdelijk iets absurds. Samen vormen ze een tragikomisch spel met z’n geheel eigen regels, omgangsvormen en jargon, waaraan eenieder zich maar conformeert. Ze verworden tegelijk tot een heel vertrouwd en toch onwerkelijk schouwspel, voor al diegenen die voor deze ene keer alleen hoeven mee te kijken.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Klantreis

Newton Film

Aan het begin van de Klantreis Inburgering van de gemeente Breda hebben de Somalische zussen Fotoon en Khulud Alsomali, gevlucht vanuit Saudi-Arabië, en de Syrische familie Barakat geen idee van waar die trip hen zal brengen. Als nieuwkomers in Nederland zijn deze statushouders voor hun inburgering vrijwel volledig aangewezen op de gemeente. En de reis begint, min of meer dan, bij de Vogeltjesdans, een hilarische scène in een woonzorgcentrum. Iedereen doet mee. Dus zij ook.

Documentairemaker Ton van Zantvoort volgt van dichtbij hun Klantreis (85 min.) door regel(tjes)land Nederland, waarin ze bij de hand worden genomen door talloze professionals en soms waarschijnlijk toch het gevoel krijgen dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Want onderweg worden de nieuwkomers werkelijk doodgegooid met ge- en verboden. Wat mag er wél en – vooral – wat niet. ‘Dat is heel belangrijk.’ Of, zoals een gevatte medewerker van de gemeente Breda ’t treffend uitdrukt: ‘Je wordt één groot excelbestand.’

Als ze een woning krijgen aangeboden, zorgt dit bij de jonge zussen Alsomali voor blijdschap. De familie Barakat wil het huis in eerste instantie echter weigeren. Te klein voor zo’n groot gezin. Erg veel keus hebben ze alleen niet. En daarmee lijkt de toon gezet voor het vervolg: Fotoon en Khulud gaan alles wat er op hun pad komt ogenschijnlijk vol goede moed aan, terwijl de blikken van de Syrische nieuwkomers met elke nieuwe brief en elk nieuw gesprek, gevoerd met behulp van een tolk of vertaalapp, alsmaar wanhopiger worden.

Van Zantvoort zet de twee casussen steeds tegenover elkaar. De Somalische zussen als voorbeeld van nieuwelingen die snel hun weg weten te vinden door het bureaucratische doolhof dat, vaak met de beste bedoelingen, rondom hen wordt opgetrokken. En hun Syrische lotgenoten die er hopeloos in verdwalen en vervolgens in conflict komen met de instanties en elkaar. Voor hen blijft die Nederlandse samenleving en de ‘kernwaarden’ die daarbinnen gelden een ver van hun bed-show. Alleen staat hun bed tegenwoordig wel degelijk in die show.

En die wordt gerund door casemanagers, klantregisseurs en budgetcoaches. Zij kunnen weliswaar zorgen voor inrichtingskrediet, buddy’s en een uitkering, maar bepalen ook de route van de klantreis, langs niveautoetsen, taallessen en allerlei andere hoepels om doorheen te springen. Het is een buitengewoon taai proces, dat in deze observerende film afwisselend op het gemoed en de lachspieren werkt. Tegelijkertijd stemt die lange weg ook tot nadenken: hoe reëel is ‘t dat nieuwkomers kunnen aarden in een wereld die hen soms volkomen vreemd lijkt?

Als Klantreis na een kleine anderhalf uur – en zo’n twee jaar inburgeren – wordt afgerond, is er echt wel wat bereikt, maar valt er ook nog héél veel te wensen. Het doorzettingsvermogen van Fotoon en Khulud heeft hen redelijk op koers gehouden voor het leven in vrijheid dat ze nastreven, maar de Barakats hebben nog een lange weg te gaan om volledig onderdeel te worden van Nederland en intussen, dat maakt deze film pijnlijk duidelijk, ook de familie bij elkaar te houden.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…