De Manager

Bind / Cinema Delicatessen

Via de cameralens communiceert De Manager (71 min.) met z’n medewerkers in deze observerende documentaire, waarin Maartje Bakers meekijkt tijdens functioneringsgesprekken.

Zij registreert de communicatie tussen Nederlandse leidinggevenden en hun onwillige, initiatiefrijke, kwetsbare, ontevreden, hoopvolle en/of geopinieerde personeelsleden. Die gesprekken – bemoedigend of kritisch, maar altijd een beetje ongemakkelijk – worden in beeld gebracht vanuit het perspectief van de ondergeschikten. Zij zijn dus niet te zien. Het is alsof de manager rechtstreeks tot de kijker spreekt.

Aan de orde komen zaken als eigenaarschap, werkgeluk, oplossingsruimte, de veilige cirkel, soft skills, verwachtingsmanagement, gevoelserkenning, duurzame inzetbaarheid en de onvermijdelijke afstand tussen management en werkvloer. En de manager probeert intussen zijn eigen invulling te geven aan innovatief, mensgericht, gevend of – natuurlijk! – nieuw leiderschap. Empathisch, duidelijk en authentiek.

Bakers toont in deze systeemdocu hoe zij ‘die lastige balans tussen sturen en steunen’ zoeken en laat tussendoor ook zien hoe de leidinggevenden worden getraind en voorbereid op deze lastige taak. Ze omkleedt hun pogingen om verbinding te leggen bovendien met sequenties die ogen als een tocht door de ingewanden van een kantoorgebouw. Zo dringt ze steeds dieper – of hoger – door in bedrijven en organisaties.

En of ze nu in het onderwijs of de zorg, bij de politie of in een commerciële omgeving plaatsvinden, die gesprekken krijgen onvermijdelijk iets absurds. Samen vormen ze een tragikomisch spel met z’n geheel eigen regels, omgangsvormen en jargon, waaraan eenieder zich maar conformeert. Ze verworden tegelijk tot een heel vertrouwd en toch onwerkelijk schouwspel, voor al diegenen die voor deze ene keer alleen hoeven mee te kijken.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Klantreis

Newton Film

Aan het begin van de Klantreis Inburgering van de gemeente Breda hebben de Somalische zussen Fotoon en Khulud Alsomali, gevlucht vanuit Saudi-Arabië, en de Syrische familie Barakat geen idee van waar die trip hen zal brengen. Als nieuwkomers in Nederland zijn deze statushouders voor hun inburgering vrijwel volledig aangewezen op de gemeente. En de reis begint, min of meer dan, bij de Vogeltjesdans, een hilarische scène in een woonzorgcentrum. Iedereen doet mee. Dus zij ook.

Documentairemaker Ton van Zantvoort volgt van dichtbij hun Klantreis (85 min.) door regel(tjes)land Nederland, waarin ze bij de hand worden genomen door talloze professionals en soms waarschijnlijk toch het gevoel krijgen dat ze aan hun lot zijn overgelaten. Want onderweg worden de nieuwkomers werkelijk doodgegooid met ge- en verboden. Wat mag er wél en – vooral – wat niet. ‘Dat is heel belangrijk.’ Of, zoals een gevatte medewerker van de gemeente Breda ’t treffend uitdrukt: ‘Je wordt één groot excelbestand.’

Als ze een woning krijgen aangeboden, zorgt dit bij de jonge zussen Alsomali voor blijdschap. De familie Barakat wil het huis in eerste instantie echter weigeren. Te klein voor zo’n groot gezin. Erg veel keus hebben ze alleen niet. En daarmee lijkt de toon gezet voor het vervolg: Fotoon en Khulud gaan alles wat er op hun pad komt ogenschijnlijk vol goede moed aan, terwijl de blikken van de Syrische nieuwkomers met elke nieuwe brief en elk nieuw gesprek, gevoerd met behulp van een tolk of vertaalapp, alsmaar wanhopiger worden.

Van Zantvoort zet de twee casussen steeds tegenover elkaar. De Somalische zussen als voorbeeld van nieuwelingen die snel hun weg weten te vinden door het bureaucratische doolhof dat, vaak met de beste bedoelingen, rondom hen wordt opgetrokken. En hun Syrische lotgenoten die er hopeloos in verdwalen en vervolgens in conflict komen met de instanties en elkaar. Voor hen blijft die Nederlandse samenleving en de ‘kernwaarden’ die daarbinnen gelden een ver van hun bed-show. Alleen staat hun bed tegenwoordig wel degelijk in die show.

En die wordt gerund door casemanagers, klantregisseurs en budgetcoaches. Zij kunnen weliswaar zorgen voor inrichtingskrediet, buddy’s en een uitkering, maar bepalen ook de route van de klantreis, langs niveautoetsen, taallessen en allerlei andere hoepels om doorheen te springen. Het is een buitengewoon taai proces, dat in deze observerende film afwisselend op het gemoed en de lachspieren werkt. Tegelijkertijd stemt die lange weg ook tot nadenken: hoe reëel is ‘t dat nieuwkomers kunnen aarden in een wereld die hen soms volkomen vreemd lijkt?

Als Klantreis na een kleine anderhalf uur – en zo’n twee jaar inburgeren – wordt afgerond, is er echt wel wat bereikt, maar valt er ook nog héél veel te wensen. Het doorzettingsvermogen van Fotoon en Khulud heeft hen redelijk op koers gehouden voor het leven in vrijheid dat ze nastreven, maar de Barakats hebben nog een lange weg te gaan om volledig onderdeel te worden van Nederland en intussen, dat maakt deze film pijnlijk duidelijk, ook de familie bij elkaar te houden.

Just Our Heart

Amstelfilm

Rouw is liefde die z’n bestemming is kwijtgeraakt, zegt de boeddhistische schrijfster en rouwdeskundige Joan Halifax, één van de hoofdpersonen van Just Our Heart (105 min.), de nieuwe documentaire van Maartje Nevejan (Ik Ben Er Even Niet / Descending The Mountain). In deze spirituele reis onderzoekt de Nederlandse filmmaakster, die zelf een verlies heeft te dragen en die bij haar kinderen ziet hoe ook de verwording van de aarde tot rouw kan leiden, naar nieuwe rituelen om afscheid te nemen en te treuren.

De film begint direct met zo ongeveer de gemakkelijkst invoelbare vorm van rouw: het verdriet van kinderen die plotseling hun ouders zijn kwijtgeraakt. De vader en moeder van de Belgische zussen Linde (10) en Bente (7) zijn tien maanden eerder omgekomen bij een auto-ongeluk. Theatermaakster Barbara Raes neemt hen mee naar een schip, voor een reis op zee waarbij ze met spel, muziek en andere rituelen hun verlies onder ogen mogen zien en een plek kunnen geven. Dit resulteert in aangrijpende taferelen, zowel voor de verweesde meisjes zelf als hun directe omgeving.

Ook de verliesverhalen van de deelnemers aan een wetenschappelijk studie van de psycholoog Déborah González naar het gebruik van ayahuasca bij rouw zijn onmiddellijk herkenbaar. Bij La Montaña de Montserrat, een berg in de omgeving van Barcelona, verkennen zij met behulp van de hallucinogene thee hun binnenwereld en het verdriet dat daar wild rondgaat, in de hoop dat ze na dit overgangsritueel doorstromen naar een nieuwe fase in de omgang daarmee. Zodat ze, in de woorden van Joan Halifax, kunnen terugkeren naar hun leven. Als een andere persoon, dat wel.

Bij de andere stations die Nevejan aandoet in haar stemmige reis is de rouw abstracter en betreft ie geen verloren mensenlevens maar de verwording van de aarde en de giftige erfenis van het kolonialisme. Ibelisse Guardia Ferraggutti organiseert bijvoorbeeld rouwrituelen voor Moeder Aarde. Op de heilige berg Cerro Rico laat zij oude gebruiken van de inheemse bevolking van Bolivia herleven. Eeuwenlang werd daar zilver gedolven dat vervolgens naar Spanje werd gebracht. Terwijl miljoenen arbeiders stierven, werd volgens haar zo het fundament voor de westerse welvaart gelegd.

Ecoloog Monica Galiano is intussen tot de overtuiging gekomen dat de westerse mens opnieuw moet leren om mens te zijn en te co-creëren met z’n natuurlijke omgeving. ‘Als we onszelf terugplaatsen binnen de familie van de aarde, dan hoeven we onszelf niet meer als een plaag zien’, stelt ze. ‘We zouden dan gewoon tot de kinderen behoren.’ Samen met Joan Halifax fungeert Galiano als getuige-deskundige in Nevejans sfeervolle exploratie, die echt de tijd neemt om diep in de materie door te dringen en zo de verschillende vormen en stadia van verdriet en rouw te verbeelden.

Met z’n beladen thematiek, zweverige beelden en etherische muziek lijkt Just Our Heart wel een trip die niet iedereen zal willen aangaan. Deze film is vooral bestemd voor degenen die hun verbinding met de aarde, het leven en de dood, en zichzelf verder willen verkennen. Teneinde, om Monica Galiano te parafraseren, het anker uit te kunnen werpen op de enige geschikte plek: het hart.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…

The Shipwrecked

The Shipwrecked

We zijn allemaal maar schipbreukelingen. Op drift geraakt,  afgedreven van waar ’t echt om draait of onderweg als verloren opgegeven – soms ook door onszelf. Na dertig jaar in Nederland keert Diego Gutiérrez (Parts Of  A Family, Het Hut Syndicaat en The Mirror And The Window), teleurgesteld in de mens en op zoek naar zingeving, terug naar zijn geboorteland, Mexico. Daar steekt hij zijn licht op bij enkele landgenoten die allemaal hun eigen afslag hebben genomen.

In wat misschien wel zijn laatste film wordt – maar dat denken kunstenaars wel vaker: de nieuwste queeste als belangrijkste ooit – zoekt de Mexicaanse filmmaker hoop, troost en verlossing bij een vrouw die een Jezusbeeld restaureert, twee natuurbeschermers met een fascinatie voor vleermuizen, een arme boer die ternauwernood het hoofd boven water kan houden en een ontheemde jongeling die is teruggekeerd naar zijn geboortegrond, het erf van zijn vader.

Gutiérrez begeleidt deze ontmoetingen met een filosofische, bijna geprevelde voice-over. ‘De filmmaker realiseerde zich dat hij nog nooit dichterbij was gekomen, door afstand te creëren’, constateert hij bijvoorbeeld tegen het eind van zijn queeste over zichzelf. ‘En dat hij, hoezeer ie dit ook wilde, nooit kon weggaan.’ ’s Mans zoektocht brengt hem ook bij de realisatie dat zijn enige truc om te leven het maken van films is – en dat die het leven zelf soms ook weer in de weg staat.

The Shipwrecked (118 min.) wordt daarmee een contemplatieve film, een exploratie van de grote thema’s des levens. De weg naar binnen is daarbij veruiterlijkt met fraaie beelden van de majestueuze wereld waarbinnen die wordt afgelegd. Veel grootse topshots bijvoorbeeld. Alsof het leven op aarde, door een soort opperwezen, vanaf een afstandje wordt bezien en aanschouwd – en er zo meteen een zekere orde wordt aangebracht in de chaos die dat leven zo vaak is.

De verhalen in deze film ontvouwen zich langzaam, soms op het trage af, en beginnen gaandeweg ook in elkaar over te lopen. Intussen gaan ze tevens een verbinding aan met de staat van zijn van die ene spartelende filmmaker. Bij de anderen vindt Diego Gutiérrez ogenschijnlijk houvast. Zij kunnen de stukken drijfhout vormen, waaraan hij zich zou kunnen vastklampen. Zodat ie zijn eigen leven weer kan vervolgen – een nieuwe film maken wellicht – in een wereld die zomaar op drift kan raken.

House Of Hope

Cinema Delicatessen

Over enkele maanden wordt ‘t 7 oktober 2023. Deze film over een Palestijnse vrije school op de Westelijke Jordaanoever is dan ruim een half uur onderweg. De kinderen hebben aan het begin al een eed afgelegd dat ze een niet-gewelddadige, vreedzame persoon willen zijn. Het jongetje dat dan het woord heeft, verwijst naar Martin Luther Kings I Have A Dream-speech en schetst een hoopvol beeld: een natie waarin iemand niet wordt beoordeeld op z’n huidskleur of afkomst, maar op zijn eigen persoonlijkheid. ‘You must be the change you wish to see’, staat er achter op zijn rode schoolshirt.

Dit House Of Hope (89 min.), in Al Eizariya op de Westbank, is opgericht door de Palestijnse vrouw Manar Wahhab en haar echtgenoot Milad. In een omgeving waar het voor kinderen gemakkelijk is – en misschien ook wel voor de hand ligt – om de wapens op te nemen, vangen zij hen liefdevol op. Ze prediken op school geweldloos verzet en helpen de leerlingen met het plaatsen en verwerken van pijn en verdriet. Tegelijkertijd wordt de basisschool door talloze beveiligingscamera’s omgeven en komen er via de media continu berichten binnen over ontsporend geweld en verdere escalaties.

Als er zo ook nieuws binnenkomt over de terreuraanval van Hamas op 7 oktober en Israëls vernietigende reactie daarop, lijkt alles in het leven van Manar in gevaar te komen. Haar ideaal om Palestijnse kinderen een betere toekomst te kunnen bieden, dat documentairemaker Marjolein Busstra een kleine twintig jaar eerder al voor haar innam en dat dus heeft geresulteerd in een eigen school, wordt nu getoetst door de wrange realiteit. Waar blijven hoop en liefde als het Israëlische leger ’s nachts binnenvalt, als raketaanvallen iedereen bang maken en als je je zorgen maakt over je eigen kinderen?

Busstra legt van binnenuit vast hoe ze binnen de school trouw proberen te blijven aan hun eigen principes. ‘Als iemand ons pijn doet, reageren we niet door de ander pijn te doen’, houdt Manars man Milad de kinderen bijvoorbeeld voor. ‘We reageren met het recht, met woorden.’ Tegelijkertijd twijfelen de twee ook over hun eigen kinderwens. Manar wil eigenlijk graag nog een kind, maar vraagt zich af of ze dat wel wil in deze wereld. ‘Als iedereen zo denkt, dan krijgt niemand meer kinderen’, reageert haar schoolcollega Zain scherp. ‘Dan worden we een minderheid.’

Intussen moeten Manar en Milad hun zoon Neshan gewoon elke dag die wereld insturen, langs checkpoints en wegversperringen. In de hoop dat hem niets overkomt. Binnen die zeer geladen situatie, laverend tussen het optimisme diep van binnen en opperste wanhoop over het lot van hun volk, proberen ze met hun leerlingen steeds weer ‘het licht in ons hart’ te vinden en zelf overeind te blijven. Ga in vrede, zeggen ze, in een film waarin de gevolgen van het aanhoudende geweld op het hoofd en hart van Palestijnen wordt onderzocht, tegen de kinderen – en vast ook een beetje tegen zichzelf.

Mijn Woord Tegen Het Mijne

Maasja Ooms / Cerutti Film

Ze zitten recht voor de lens, midden in beeld, en keren hun ziel binnenstebuiten voor psychiater Dirk Corstens, die vanachter de camera luistert. Zij en de stemmen die ze horen. Ze komen allebei aan het woord in een neutraal aangeklede ruimte. Samen – of juist niet samen – laten ze zich in deze therapeutische setting bevragen door de rustig zoekende stem. Over het verhaal achter de stemmen en de identiteiten die zij representeren.

In Mijn Woord Tegen Het Mijne (113 min.) kijkt en luistert documentairemaakster Maasja Ooms (AliciaRotjochies en Jason) heel aandachtig mee naar vijf Nederlanders en de stemmen in hun hoofd. Soms is dat er maar één, soms ook een paar. En een heel enkele keer maar liefst negentien. Tijdens de gesprekken met Corstens of een collega laten zij zich, aangespoord door hun begripvolle gesprekspartner, zien en horen.

Ongeveer tien procent van de mensen, stelt de psychiater, hoort volgens onderzoek wel eens een stem in z’n hoofd. Door die aan het woord te laten, zo is zijn veronderstelling als behandelaar, kunnen deze ‘stemmenhoorders’ ontdekken waarom zij in hun leven zijn gekomen en welke functie ze daarin nu vervullen. De stemmen bestoken hen met kritiek, bieden juist bescherming of proberen hen, dat ook, stelselmatig kapot te maken.

Ooms geeft deze gesprekken alle ruimte en maakt de kijker zo deelgenoot van zeer persoonlijke en intieme sessies, waarin de hoofdpersonen via of ondanks hun alter ego’s de confrontatie aangaan met zichzelf en de trauma’s die hen hebben gemaakt tot wie ze nu zijn. Die stemmen zijn er – tegen wil en dank, uit puur lijfsbehoud ook – en proberen hen iets te vertellen. Al is dat misschien niet altijd letterlijk wat ze zeggen.

Deze therapiesessies, waarbij een enkele oogopslag of de manier waarop iemand zit (of gaat verzitten) alles vertelt over wie er aan het woord is en hoe die zich voelt, zijn in deze gespreksfilm omlijst met enkele gestileerde en geladen scènes, begeleid door serene muziek. Die vertegenwoordigen diep gevoelde, veelal onverwerkte en doorgaans ook verzwegen ervaringen of weerspiegelen juist hun huidige gemoedstoestand.

Stapsgewijs vormt zich zo een beeld van de mens achter de stemmen en hoe die hen een plek kan geven, eens goed luistert naar wat ze te zeggen hebben of hun boodschap naast zich neer durft te leggen – en zo weer/een beetje/meer vrede kan sluiten met een deel van zichzelf.

Kabul, Between Prayers

Clin d’oeil films

‘Waarom sluit je je niet bij ons aan?’ zegt Samim tegen een jongen die hij tijdens zijn surveillance op een brug in de Afghaanse hoofdstad Kaboel heeft aangesproken op z’n gedrag. Die ziet daar weinig in. ‘Kijk nou naar jezelf, met die waardeloze M16.’ Dat laat Samim zich echter niet zeggen. ‘Dit is geen goed geweer?’, reageert hij uitdagend, terwijl ie het wapen doorlaadt en richt op de voet van de jongen. ‘Goed of niet goed?’ De jongen, duidelijk geschrokken, kiest eieren voor zijn geld. ‘Een zeer goed geweer.’

Samim wordt in deze observerende film van de Afghaans-Nederlandse documentairemaker Aboozar Amini, de opvolger van zijn debuutfilm Kabul, City In The Wind (2018) in wat uiteindelijk een trilogie moet worden, geïntroduceerd terwijl hij datzelfde wapen nog eens omzichtig controleert en vervolgens op het kleedje legt, dat hij aan de rand van de stad heeft uitgespreid. Samim begint aan een omstandig gebed. ‘Oh Allah, breng de sharia-wetten naar de rest van de wereld’, prevelt hij. ‘Zorg voor de families van onze martelaren en vernietig iedereen die u verraadt.’

Als Samim zich helemaal voorover buigt en met zijn hoofd het gebedskleed aanraakt, is ‘t alsof hij ook eer bewijst aan zijn wapen. En dat is niet eens zover bezijden de waarheid. De 23-jarige Afghaan, die zich zomaar kan verliezen in stoerdoenerij met z’n geweer, is tevens een voetsoldaat van de Taliban. Zijn veertienjarige broer Rafi kijkt echt tegen hem op en is zelf ook al vertrouwd geraakt met de bijbehorende retoriek. ‘Voor moslims is dit leven de hel en is het hiernamaals het paradijs’, dreunt hij op. ‘Voor ongelovigen is dit leven het paradijs, het hiernamaals wordt voor hen echter de hel.’

Tegelijk toont Amini, die de film vanuit Nederland regisseerde en op afstand zijn cinematograaf Ali Agha Oktay Khan moest aansturen, Rafi als een doodgewone jongen, die samen met de rest van het gezin op hun akker werkt, rond het huis speelt met z’n jongere broertje Ilyas en direct begint te blozen als hem wordt gevraagd of ie wel eens verliefd is geweest. Zoals zijn oudere broer ook gewoon maar een jonge vent is, die graag met zijn broeders op de motor de blits maakt in de stad. Een man ook, die ongelukkig is in zijn vooralsnog kinderloos gebleven huwelijk en een nieuwe liefde overweegt.

Kabul, Between Prayers (102 min.) vervat het leven van de broers in langgerekte scènes. Te midden van hun dagelijkse beslommeringen is er, heel vanzelfsprekend, die in westerse ogen fundamentalistische ideologie, waarbinnen ongelovigen moeten branden, een zelfmoordaanslag het na te streven doel is en zoiets als eer alleen toegankelijk is voor mannen. Niet voor vrouwen, in elk geval. Op de spaarzame momenten dat Khan zijn camera op hen fixeert in de openbare ruimte, ogen zij als konijnen die in de kolossale koplampen van een onverbiddelijke mannenmaatschappij moeten kijken.

Terwijl hij van binnenuit het Taliban-wereldbeeld schetst, toont Aboozar Amini ook de humaniteit van de mensen die dat aanhangen. In de scène waarin Samim zijn broertjes liefdevol inwijdt in de geheimen van een machinegeweer, zodat zij weten wat ze moeten doen als er zich ooit vreemdelingen melden, komen de twee elementen samen. Jongens, hun speelgoed en die levensgevaarlijke ideologie. Het lijkt een recept voor nog heel veel ellende.

Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier

Dieptescherpte

De twee tegenpolen vormden een onwaarschijnlijk duo. De gevierde Amerikaanse beatnik-schrijver Paul Bowles (The Sheltering Sky) en de eenvoudige Marokkaanse straatjongen Mohammed Mrabet. Ze ontmoetten elkaar in de jaren zestig te Tanger, destijds een vrijhaven voor westerse schrijvers en kunstenaars. Bowles begon daar de verhalen die Mrabet zo zwierig vertelde vast te leggen op papier. Zo maakte hij van de Marokkaanse visserszoon de eerste analfabeet met veertien boeken op zijn naam.

Voor de Marokkaans-Nederlandse documentairemaker Nordin Lasfar, in Amsterdam opgegroeid in ‘een huis zonder boeken’, veranderden die boeken zijn leven. Net als andere Bowles-adepten ondernam hij als jongeling de reis naar Tanger, om zijn favoriete auteur met een bezoek te vereren. Lasfar leerde toen tevens Mohammed Mrabet kennen, die hij nu voor de documentaire Mohammed & Paul – Once Upon A Time In Tangier (93 min.) opnieuw opzoekt in een kamer vol cassettebandjes met verhalen.

En de oude verteller kan ook nog altijd gewoon uit zijn hoofd putten. Zijn magisch-realistische verhalen zijn voor deze film bovendien met behulp van AI vertaald naar zinnenprikkelende beelden. Van een sprekende vis van wel 150 kilo tot een kolossale watermeloen met een deur erin. ‘Of zijn verhalen waar zijn’, vraagt Lasfar hem onderweg. ‘Wie erin wil geloven, zal erin geloven’, antwoordt de verteller. ‘En wie dat niet doet, zal worden meegenomen door de wind.’ Waarna hij demonstratief zijn handen afklopt.

De vriendschap van Mrabet en Bowles kon floreren op de grens van twee culturen: de traditionele westerse literatuur versus de mondelinge Marokkaanse traditie. De Amerikaanse schrijver kon zich daarmee volzuigen, terwijl de jongen uit Tanger via hem de rest van de wereld kon bereiken. Tegelijkertijd had hun verhouding onmiskenbaar een koloniaal karakter. ‘Hij hield niet van Marokko of Marokkaanse mensen’, vertelt de plaatselijke café-eigenaar Karim Ghailam over Bowles. ‘Hij hield alleen van zichzelf.’

Paul Bowles noemde Mohammed Mrabet zelfs eens ‘the evil one’. En die heeft zelf ook zo z’n grieven, blijkt als Lasfars film vordert. ‘Die westerling ontwikkelde zich tot mijn grootste vijand’, zegt hij bitter. Bowles zou zijn verhalen hebben gestolen en nooit royalty’s aan hem hebben betaald. Andere leden van de kunstenaarskolonie in Tanger weerspreken dit en betitelen Mrabet als onbetrouwbaar. En dat verbinden ze meteen aan de cultuur waaruit hij voortkomt. Die zou van leugens en fantasie aan elkaar hangen.

Geduldig pelt Nordin Lasfar de gecompliceerde relatie tussen Bowles en Mrabet af, schetst zo de botsende werelden waarvan zij een representant zijn en belicht ook de schrijnende ongelijkheid die daarbij voortdurend een rol speelt. Één vraag hangt intussen voortdurend boven de markt: van wie zijn die verhalen eigenlijk? ‘Wat betekent ’t als een stem gehoord wordt, maar via de pen van een ander?’ vraagt Lasfar zich hardop af. ‘Wat betekent ’t als je niet gehoord wordt zonder de pen van de ander?’

Woestijn Van De Werkelijkheid

IDFA

Een normale reactie op een compleet gestoorde samenleving. Tot die slotsom komen enkele hoofdpersonen aan het einde van deze indringende film over psychoses. ‘Normale’ mensen sluiten zich regelmatig af voor de wereld en gebruiken dan ‘convenient fictions’. Bij mensen met een psychose komt de werkelijkheid echter vaak keihard binnen.

Regisseur Luuk Bouwman, die in de afgelopen jaren bekroonde documentaires zoals Gerlach en De Propagandist maakte, laat zich in de weldadig vormgegeven interviewfilm Woestijn Van De Werkelijkheid (internationale titel: The Desert Of The Real, 108 min.) door zes Nederlanders meenemen naar hun psychose en de navolgende behandeling en herstelperiode.

Naar de eerste tekenen bijvoorbeeld. De waarneming dat jouw lichaam anders aanvoelt. Het idee dat je diepte ziet in een tweedimensionale wereld. De gedachte dat sommige situaties helemaal in scène zijn gezet. Het beeld van ongedierte uit een afvoerputje. Of de stellige overtuiging dat jij een gerespecteerde dirigent bent – terwijl je dit in feite nog nooit hebt gedaan.

‘Er wordt over me geluld’, vertelt Eloy, zelf jarenlang als behandelaar werkzaam in de psychiatrie, over wat hij bijvoorbeeld dacht bij de aanblik van een zwerm vogels. ‘En dat sluit je af. Want je denkt: dat is onzin, het zijn meeuwen. En dan vliegt zo’n meeuw naar de dakgoot. Daar zitten nog twintig meeuwen. Dan begint dat gekakel. En het gaat allemaal over mij.’

Bouwman begeleidt zulke herinneringen, opgeroepen in de natuurlijke omgeving van zijn gesprekspartners, met een collage van vervreemdende taferelen, waarin de hoofdpersonen verzeild raken. Geobserveerd op beeldschermen, in meldkamers en via beveiligingscamera’s. Onwerkelijke scènes uit een parallel leven, in een vaak ronduit unheimische wereld.

‘Het is niet dat ik dacht: het gaat niet goed met mij’, vertelt filosoof Wouter daarbij. ‘Juist het omgekeerde.’ Hij voelde zich de hoofdpersoon van een film die over hem werd gemaakt. Een soort omgekeerde Truman Show. En Wouter mocht onderweg dan ‘de poort naar de eeuwigheid’ hebben ontdekt, maar daarvoor moest hij dan wel van een heel hoog gebouw springen.

Hun onbegrepen gedrag leidt bij enkele hoofdpersonen tot een gedwongen opname. Zij zijn een gevaar geworden voor hun omgeving en/of zichzelf en moeten zich te langen leste gewonnen geven. In die afgeschermde wereld wachten dan medicatie, therapie, isolatie, dwang en eenzaamheid op hen. Totdat die verbinding met de werkelijkheid weer is gelegd.

Dat vereist soms ook gewoon doen wat er van je wordt verwacht, vindt Ine. ‘Als je je verzet tegen het systeem blijf je opgesloten.’ En buiten is er dan weer het leven in een wereld die je niet altijd begrijpt, accepteert of op waarde schat. Een leven dat in Wouters ogen bovendien onmetelijk saai is. Hij vindt z’n eigen solowereld nog altijd betekenisvol en véél spannender.

Bouwman maakt hun eenzame tocht naar de diepste diepten, de weg omhoog en de blik naar achteren, opzij en voren die daarop volgt van binnenuit zicht- en invoelbaar. Die psychose heeft in elk geval ieders leven veranderd. Het is een deuk of litteken geworden, maar soms ook een kans gebleken. Om met nieuwe ogen naar zichzelf en de wereld te kijken.

Woestijn Van De Werkelijkheid confronteert de kijker zo ook met zijn eigen perceptie van de werkelijkheid en hoe die is gevormd, beïnvloed of zelfs aangetast door z’n eigen achtergrond, waarneming en staat van zijn. Psychose of niet.

Paikar

Baldr

‘Verhuizen naar een veiligere plek is geen ontsnapping aan de omstandigheden’, constateert Dawood Hilmandi aan het einde van deze zeer persoonlijke film. ‘Het is een strijd om te overleven. Misschien is in leven blijven mijn enige daad van verzet, in een tijd waarin het leven goedkoop is.’

Die sombere conclusie is de slotsom van een geladen zoektocht naar verbinding. Met het land van zijn geboorte (Afghanistan), het land waar hij opgroeide (Iran) en het land waar hij tegenwoordig woonachtig is (Nederland). En met zijn familie, die verspreid is geraakt over de hele wereld. Zijn autoritaire vader Mohammad Yousef Amin Hilmandi, kortweg ‘Baba’ genoemd, in het bijzonder.

Een man met een onbuigzaam karakter. Ooit een bekende strijder en commandant van de Moedjahedien, inmiddels schrijver en geestelijke. Met Dawoods moeder, zijn derde vrouw, heeft Baba zeven kinderen. En veertien in totaal. Hij is geen gemakkelijke vader. Als zijn zoon hem na een tragisch verlies in de familie opzoekt in zijn huidige thuisbasis Iran, zit hij bepaald niet te wachten op moeilijke vragen.

Paikar (97 min.) – ofwel: krijger – zet echter door. Dawood wil Baba dwingen tot reflectie. Contact. Nabijheid. De hardvochtige oude man laat zich alleen niet zomaar ontdooien. ‘Ik zag onderdrukking en tirannie en hoorde vloeken vanaf mijn vroegste kinderjaren totdat ik een jonge man was met een baard en snor’, legt ie uit. Ofwel: hij weet niet beter, kan niet anders en wil dat ook helemaal niet.

Baba laat zich uiteindelijk wel verleiden tot een reis naar hun land van herkomst. ‘Ik hield van dit land’, zegt Baba als ze door Afghanistan trekken. ‘Maar dit land heeft nooit van mij gehouden.’ Vader moet soms zelfs een hoofddoek omdoen, want dat land is nog altijd vol gevaren voor hem. Tegelijk is er wel degelijk toenadering tot zijn zoon. Samen bezoeken ze ook Dawoods geboortehuis in Qala-I-Naw. 

Daar krijgt vader zelf even de camera in de hand gedrukt. Hilmandi begeleidt de tocht die hij met hem aflegt, ook mentaal, verder met een poëtische, bijna gefluisterde voice-over. Zo overbrugt hij tevens de afstand tussen de verschillende verhaalelementen, vult andere scènes aan en zorgt voor houvast als Baba terugkeert naar Iran en z’n zoon met zijn moeder achterblijft in Afghanistan.

COVID-19 begint dan ook hun wereld in een ijzeren greep te krijgen en zet de afwikkeling van deze schrijnende film in gang. ‘Ik ben een zwerver geworden in deze wereld, Baba’, constateert Dawood Hilmandi dan. ‘Ik heb alleen de kracht niet om te vertrekken en ontbeer de wil om te blijven.’