Bring Me The Beauties: A Model Cult

HBO Max

‘We hebben allemaal een gelofte afgelegd voor een leven in dienstbaarheid’, hoort Hoyt Richards zichzelf zeggen als hij de audiocassette aanzet. ‘Maar blijkbaar had John Andreadis andere plannen, die onlangs aan het licht zijn gekomen. Het nastreven van een egoïstisch doel zou het grootste verraad zijn.’ En daaraan heeft Andreadis zich schuldig gemaakt. Hij is halverwege de jaren tachtig verliefd geworden op het fotomodel Jacki Adams, een nieuw lid van de Eternal Values-gemeenschap. Terwijl hij door leider Frederick van Mierers hoogstpersoonlijk klaargestoomd wordt om ‘de incarnatie van God’ te worden. ‘Het betekent dat hij niet van mij houdt’, zou Von Mierers wraaklustig hebben gezegd. ‘Want hij koos voor Jacki.’

En dat is in de ogen van de zelfverklaarde ‘spiritueel astroloog’ een onvergeeflijke zonde. Von Mierers, een voormalig model dat afkomstig lijkt te zijn uit de New Yorkse high society, geldt als een New Age-superster – niet in het minst omdat hij een ‘walk-in’ is, een alien van de ster Arcturus die zich heeft genesteld in een menselijk lichaam en dus hoog verheven is boven gewone stervelingen. Hij heeft louter mooie mensen, zoals het mannelijke topmodel Hoyt, om zich heen verzameld en begint, ondersteund door zijn uitverkorenen, de twee geliefden te verstoten. Totdat hen het leven echt onmogelijk is gemaakt en Jacki besluit om de klok te gaan luiden over ‘de modellensekte’. Waar het einde der tijden – natuurlijk, zouden we bijna zeggen – al is aangekondigd.

En laat het maar aan Chris Smith, de filmmaker achter smeuïge producties zoals Jim & Andy: The Great Beyond, Fyre: The Greatest Party That Never Happened en Don’t Die: The Man Who Wants To Live Forever, over om daar een volvette productie van te maken: de driedelige serie Bring Me The Beauties: A Model Cult (173 min.). Hij hangt zijn vertelling op aan het relaas van Hoyt Richards (echte naam: John Hoyt), een man die er tijdens zijn lidmaatschap van The Eternal Values nog gewoon een succesvolle modelcarrière op nahoudt en die tegelijk elk contact met zijn familie heeft verbroken. Zij zien hem overal, behalve in het echt. Andere oud-leden ondersteunen zijn herinneringen aan de sekte en hun enigmatische leider, Frederick von Mierers.

Als die van het toneel verdwijnt, lijkt deze miniserie even zijn schwung kwijt te raken. Smith pakt de draad echter weer op waar ook Hoyt en zijn andere hoofdpersonen dat doen: bij de vraag wie ze nu zijn en wat ze samen waren.  Een sekte misschien? Want hoewel hun leider zich daar altijd ferm tegen uitsprak, realiseren ze zich nu dat hij wel degelijk gebruik maakte van de daarvan bekende verleidings- en controlemechanismen. Bring Me The Beauties mondt daardoor niet, zoals veel docu’s over sekarische bewegingen, uit in een aanklacht, maar in zelfreflectie en herbronning. ‘Ik heb geleerd dat de remedie voor schaamte kwetsbaarheid is’, stelt Hoyt. ‘En de manier waarop je je kwetsbaarheid toont, is door het vertellen van je verhaal, door het te ownen.’

Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams

Reiner Holzemer / maandag 22 juni, om 22.40 uur, op NPO2

‘Wat zegt zijn werk over Thom Browne zelf?’ werpt Tim Blank, hoofdredacteur van The Business Of Fashion, direct, met het nodige aplomb, de centrale vraag van dit portret op. ‘Die vraag heb ik hem al een miljoen keer gesteld, maar hij geeft er nooit echt antwoord op.’

In de eerste minuten van de documentaire Thom Browne – The Man Who Tailors Dreams (95 min.) mogen eerst kopstukken uit zijn werkwereld – een Anna Wintour, een Janet Jackson, een Whoopi Goldberg – hun zegje doen voordat de Amerikaanse modeontwerper zelf aan bod komt. Zijn werk heeft dan al voor hem gesproken: geheel eigen herinterpretaties van het maatpak, gepresenteerd met veel drama, theater en, jawel, korte broek.

Hij draagt het grijze pak zelf, vertelt Thom Browne dan in deze gestileerde film, maar ook de mensen om hem heen moesten ‘m in onversneden vorm uitdragen. ‘Zodat het duidelijk zou zijn dat de look niet aan één individu gekoppeld was, maar over de hele linie identiek was. Ik zie het ook als een levend kunstwerk: als je ons in al onze uniformiteit ziet, straalt dat iets heel krachtigs uit. Want binnen die uniformiteit zie je prachtige, unieke individuen.’

Documentairemaker Reiner Holzemer heeft dan al laten zien dat Browne bepaald geen pakken voor grijze muizen maakt – of voor de talloze teddyberen die, netjes in pak natuurlijk, ‘s mans buitenissige creaties vanuit de zaal aanschouwen tijdens de publieke presentatie ervan. Hij volgt de ontwerper als die weer een ravissante nieuwe collectie, ook voor vrouwen, op een lekker ontregelende manier presenteert. Wie het pak past, lijkt het parool, trekke hem aan.

Maar wie hij nu zelf is? Thom Browne had een ‘gemakkelijke jeugd’, deed een tijd aan wedstrijdzwemmen en wist daarna niet wat hij met zijn leven aan moest. In New York vond hij via Giorgio Armani, Ralph Lauren én David Bowie zijn weg in de modewereld en bakende daar al snel zijn geheel eigen hoekje af, waar alles lijkt te mogen en kunnen en Holzemer nu vol de spotlights op zet. Zijn hoofdpersoon blijft intussen ‘gewoon’ een enigma.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Streetart Frankey

September Film

Met zijn guitige lach, pretoogjes en – jawel! – Frankey-rode muts zou hij kunnen doorgaan voor een personage uit zijn eigen oeuvre. Sterker, misschien is Streetart Frankey (68 min.) – want over hem hebben we ‘t – dat ook wel. Een naïeve, speelse en grappige kaaskopvariant op – pak ‘m gerust beet – de Britse straatkunstenaar Banksy.

Frankey is de man achter de legoversie van André Hazes op de Dam, een waterkraan die eruit ziet als Manneke Pis en de (Nederlandse) leeuw met het helpbordje die kopje onder gaat in een hoofdstedelijke gracht. Als een soort Kuifje in Amsterdam begeeft hij zich op het kruispunt tussen Maurizio Cattelan, Wim T. Schippers en – daar istie weer! – Banksy. Schatplichtig aan Suske en Wiske, Ghostbusters en Buurman & Buurman.

Peter Wingerder volgt Frankey, die eigenlijk – ssst! – Frank de Ruwe heet, van de ene vette knipoog naar de andere schelmenstreek. Samen met zijn geliefde Urs Hasham, die het ‘megaleuk’ vindt om mee te doen en mee te helpen, maakt ie van elke (on)bezonnen actie ook een lekkere foto, die onderdeel is van ’s mans alsmaar uitdijende collectie straatkunstwerkjes, waarmee hij ook best ’s werelds galerieën en musea in wil.

’s Mans strapatsen worden in deze joyeuze film opgeleukt met tekeningen van Typex en animaties van Ot Leendertse. Met een poppetje van een speels figuurtje met een Frankey-rode muts bijvoorbeeld. Zo heeft Streetart Frankey – de docu dus – uiteindelijk hetzelfde effect als het werk van de Nederlandse kunstenaar, designer en handige jongen met precies dezelfde naam: een mens wordt er zowaar vrolijk van.

Kom daar maar eens om in tijden waarin het begrip – lees het navolgende woord aub met gefronste wenkbrauwen –  ‘documentaire’ toch vooral associaties oproept met de oorlog in Oekraïne, het lijden van Gaza en de wankelende democratie in de Verenigde Staten. Over dat laatste gesproken: Frankey – en in zijn kielzog: Wingerder – is erbij als dat wankelen (weer) begint: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024.

Als de held van dit verhaal – nee, niet Donald Trump! – New York heeft voorzien van openbare Teenage Mutant Ninja Turtles en WALL-E verkeersborden, hijst hij zich in een levensgrote Hug For Unity-knuffelbeer. Voor de verandering zónder Frankey-rode muts. Als ie in dat pak, in het kader van de naderende verkiezingen, de straat op wil, moet Frankey echter wel een kogelvrij vest aan. Het blijft tenslotte Amerika.

Daar schrikt hij zich een hoedje – vast niet Frankey-rood – bij een campagnebijeenkomst van de Republikeinse presidentskandidaat: ‘nog nooit zo’n negatief event meegemaakt’. En dan wordt de zelfverklaarde held nog gekozen ook! Is de beoogde campagne ‘Frankey Comes To America’ daarna nog wel gepast? vraagt de echte held – Streetart Frankey dus – zich dan af. Al te lang laat hij zich echter niet uit het veld slaan. De plicht/pret roept!

En dus eindigt deze documentaire waar ie begon: bij een zorgvuldig voorbereide en secuur uitgevoerde ludieke actie van de Frankey-rode muts en het mannetje daaronder, de enige echte Frankey.

In Whose Name?

Amsi Entertainment / Prime Video

Binnen vijf minuten zijn Lady Gaga, LeBron James, Chris Rock, P. Diddy en Pharrell Williams in de documentaire In Whose Name? (104 min.) al zijn ring komen kussen. De Amerikaanse hiphopper Kanye West staat in 2009 onmiskenbaar op eenzame hoogte. En dan wordt hij ingehaald door zijn eigen onmogelijke gedrag. Tijdens de uitreiking van de MTV Awards heeft hij bruusk Taylor Swifts dankbetuiging onderbroken, met de mededeling dat eigenlijk Beyoncé had moeten winnen.

‘Ye’ laat zich door alle commotie niet van de wijs brengen – dat is ie waarschijnlijk allang – en brengt backstage, met zangeres Rihanna erbij, een toast uit op alle ‘douchebags’. Daarna kan deze observerende documentaire van Nico Ballesteros, samengesteld uit drieduizend uur ‘fly on the wall’-beeldmateriaal uit de periode 2018-2024, daadwerkelijk beginnen. Met als dominante thema de mentale gezondheid van de alsmaar verder ontsporende rapper, ontwerper en innovator.

Dat biedt geen fijne aanblik – ook niet op hoe zijn entourage op hem reageert. Allerlei gênante varianten op ‘kiss the ring’, bij de man die altijd en overal het middelpunt is. Of ie nu zijn steun uitspreekt aan president Donald Trump, helemaal uit de bocht vliegt in Saturday Night Live, op een megalomane manier tot christen wordt gedoopt, zich kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap, zijn deal met The Gap halsoverkop beëindigt, stuitende antisemitische uitspraken doet of…

Slechts een enkeling gaat de confrontatie aan met de bipolaire artiest. En zijn echtgenote, influencer Kim Kardashian, participeert de ene keer maar al te gewillig in het sprookje dat ze samen, ook voor zichzelf, ophouden en geeft een andere keer haar grenzen aan. In zulke gevallen is een redeloze woedeaanval van de keizer, die er volledig van overtuigd is dat ie z’n kleren nog aanheeft, nooit ver weg. Een echtscheiding blijkt onvermijdelijk voor het wereldberoemde koppel.

Ballesteros is geen maker die onderweg kritische vragen stelt, tegenwerpingen maakt of het gedrag van zijn hoofdpersoon inkadert. Hij laat hem begaan – show, don’t tell – en gaat, net als bijvoorbeeld Kenny G, Marilyn Manson en Elon Musk, mee in wat Wests brein nu weer dicteert. Dit resulteert in een even fragmentarisch als unheimisch portret van een in zichzelf verdwaalde man, dat nooit echt een coherente vertelling wordt.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Happy Clothes: A Film About Patricia Field

Greenwich Entertainment

Zelf maakt Patricia Field het meestal niet moeilijker dan ‘t is: ze zweert bij gelukkige kleding. ‘Ik houd nu eenmaal van gelukkig’, zegt de New Yorkse modeontwerpster en stylist ter verduidelijking. Ze zou dus nooit willen meewerken aan een oorlogsfilm of een horrorfilm. Field maakte als ontwerper naam met de ‘happy clothes’ van de kaskrakers Sex And The City, Emily In Paris en The Devil Wears Prada.

En de sterren van zulke succesproducties betonen de Grieks-Amerikaanse ontwerpster maar al te graag eer in deze vlotte documentaire van Michael Selditch. ‘Toen ik Pat voor het eerst ontmoette, was ik verliefd’, zegt Sarah Jessica Parker, ofwel Carrie Bradshaw uit Sex And The City, bijvoorbeeld. ‘Ik kan me geen betere partner indenken’, stelt haar collega Kim Cattrall, die samen met Field op shoptrips ging om samen het spraakmakende personage Samantha Jones verder te ontdekken.

En toen Pat Field de jeugdige Lily Collins, de hoofdrolspeelster van Emily In Paris, direct omarmde en zelfs een complimentje gaf voor de broek die ze droeg, voelde die zich de koning te rijk. ‘I feel like I’m winning!’ herinnert Collins zich het gevoel dat ze kreeg tijdens deze eerste ontmoeting. Field voelt zich intussen enigszins bezwaard onder alle loftuitingen, zegt ze meermaals in Happy Clothes: A Film About Patricia Field (100 min.) – misschien ook wel een beetje omdat dat zo hoort.

Bij het optekenen van ‘Planet Pat’ legt Selditch Field en haar getrouwen, die zich nog altijd rond haar tafel of in haar kunst- en modegalerie verzamelen, in elk geval geen strobreed in de weg. Ook niet als die ene, typisch Amerikaanse accessoire in de interviews en gesprekken wel héél vaak wordt gebruikt om de ontwerper met het opvallende rode haar, de zwaar doorrookte stem en inmiddels meer dan tachtig levensjaren in de ongetwijfeld fleurige achterzak te duiden: de veer in de reet.

Van de vrouw achter de trendsetter wordt de bewonderaar van haar happy clothes ondertussen niet al te veel wijzer. Want deze film besteedt nauwelijks aandacht aan Fields persoonlijk leven en richt zich vrijwel volledig op haar professionele bestaan en de hippe New Yorkse (queer)scene waarvan haar werk tegelijk de weerslag en een aanjager is.

Broken English

Paradiso Films

The Ministry Of Not Forgetting, belast met het bewaren van cultureel erfgoed, heeft zich nu over de casus Marianne Faithfull gebogen. Een typisch geval van: verkeerd herinnerd. Als ex van Rolling Stones-zanger Mick Jagger, op de eerste plaats. En daarna: als hopeloze junk, ruim twintig jaar verslaafd aan alle mogelijke drank en drugs.

Daar wil het Ministerie van Niet-Vergeten, waar deze hybride film is gesitueerd, dus subiet verandering inbrengen. In een futuristisch ogend researchcentrum gaat de onderzoeker van dienst, een rol van de jonge Britse acteur George McKay (1917), het subject nog eens grondig doorlichten. Daarvoor heeft hij Faithfull zelf ook uitgenodigd, om samen met haar de opgediepte bewijsstukken – archiefinterviews, nieuwsbeelden en concertopnamen – te analyseren.

Toegegeven: de opzet van Broken English (99 min.) doet in eerste instantie gekunsteld aan. De regisseurs Iain Forsyth en Jane Pollard, die eerder samen bijvoorbeeld ook de geweldige Nick Cave-docu 20.000 Days On Earth (2014) maakten, hebben wel heel veel beeld- en verteltrucs, inclusief een onderzoeksleider die toch wel erg veel wegheeft van Tilda Swinton, uit hun mouw geschud om de gebruikelijke plaatje-praatje muziekdocu te vermijden. Het werkt alleen wel. Geweldig zelfs. Deze film kantelt het beeld van de hoofdpersoon en ontstijgt haar tegelijk ook.

Met de misogynie waarmee Marianne Faithfull, tijdens het maken van de film overleden, in haar leven stelselmatig te maken kreeg bijvoorbeeld. De continue vragen in talkshows over met welke bekendheid ze nu weer het bed had gedeeld. Of de volledig overtrokken reactie van alles en iedereen op haar ‘drugslied’ Sister Morphine, dat in 1969 direct in de ban werd gedaan. Toen The Stones het nummer twee jaar later op hun album Sticky Fingers zetten, kraaide er echter geen haan meer naar.

Aan Mick maakt de dame in kwestie weinig woorden vuil. Hij komt natuurlijk wel langs in het archiefmateriaal dat wordt bekeken en beoordeeld. En, natuurlijk, in oude interviews met Marianne Faithfull zelf. ‘Stel je voor dat je op je 45e nog Satisfaction moet zingen’, zegt een eerdere incarnatie van haar. ‘Arme donder’, voegt ze er in tegenwoordige tijd aan toe. Faithfull maakt, in die laatste levensfase, een even kwetsbare als montere indruk. Een vrouw die vrede heeft gesloten met het leven. Háár leven.

Forsyth en Pollard geven ook haar beste songs een nieuw leven. Omdat hun heldin tegenwoordig een artiest in ruste is, afhankelijk van zuurstoftoevoer, laten ze onder andere Beth Orton, Suki Waterhouse, Courtney Love en Nick Cave, in de rug gedekt door Warren Ellis, Ben Christophers, Ed Harcourt en Thurston Moore, enkele van haar songs uitvoeren op het Ministerie. En uiteindelijk geeft de grande dame zelf natuurlijk ook nog een allerlaatste performance. Met Johnny Cash-achtige allure.

Haar werk is niet gestold geraakt in de tijd, maar nog net zo vitaal als ooit. Wanneer het onvermijdelijke nieuws komt – Tilda Swintons woorden ‘Onze onbevreesde vriendin is weg. Weg, maar niet vergeten.’ galmen nog wel even na – zijn de keuzes in en uitvoering van misschien wel de beste muziekfilm van het jaar bovendien op een geloofwaardige manier verklaard en lijkt alles ook wel gezegd, gezien en bezongen. Marianne Faithfull gaat ‘gracefullly’ de herinnering in. Als artiest, als icoon en als mens.

Sean Combs: The Reckoning

Netflix

Achter de schermen moet er iemand vuil spel gespeeld hebben. Omdat het doel de middelen blijkbaar rechtvaardigt – of omdat er genoeg geld op tafel is gekomen. Hoe dan ook: de beelden die Sean ‘Puff Daddy / P. Diddy’ Combs in september 2024 achter de schermen laat maken door een cameraman, als hij in New York zijn alsmaar benardere positie probeert te managen, zijn gelekt naar de makers van deze vierdelige serie. Tot woede van de megalomane entertainer en businessman zelf, die volgens mensen uit zijn omgeving een ‘God-complex’ heeft.

Want laat Sean Combs: The Reckoning (242 min.) nu net door Curtis James Jackson III, ofwel zijn aartsrivaal 50 Cent, zijn geproduceerd. Dat moet dus wel een lynchpartij worden volgens Team Diddy. Daarover later meer. Want ook dit verhaal begint bij het begin: Combs’ jeugd in Harlem, ’s mans opmars als hitproducent bij Uptown Records, de heldenstatus die hij verwerft met z’n eigen Bad Boy Entertainment en tenslotte de geruchtmakende oorlog tussen hiphoppers van de West- en de Oostkust, die halverwege de jaren negentig achtereenvolgens de rappers Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. het leven kost en die hier nog eens dunnetjes wordt overgedaan.

Want ook daarin had Diddy, althans volgens Bad Boy mede-oprichter Kirk Burrowes, een sleutelrol. Nu is Burrowes, die zichzelf beschouwt als één de eerste facilitatoren van de hiphopmagnaat, ook al een hele tijd gebrouilleerd met Combs. Misschien kleurt dat zijn herinneringen, die zijn voormalige compagnon bepaald niet in een goed daglicht stellen. Dat is overigens ook een terugkerend thema in het leven van deze machtige man (en figuren zoals hij): zolang ze tot zijn entourage behoren, voelen veel bronnen nooit de aandrang om hem aan te spreken op zijn gedrag. Nu ze los van hem zijn gekomen en zijn macht en status tanende lijken, krijgt Combs alsnog van onder uit de zak.

Ook deze pijnlijk gedetailleerde en rijk gedocumenteerde miniserie van Alexandria Stapleton maakt met graagte gebruik van de docu-industrie die direct rond een gevallen ster wordt opgetrokken. Zo waren Combs’ jeugdvriend Tim ‘Dawg’ Patterson, producer Rodney ‘Lil Rod’ Jones en beveiliger Roger Bonds bijvoorbeeld ook al te zien in The Fall Of Diddy en draafden Patterson, alweer hij, en Al B. Sure! tevens op in Diddy: The Making Of A Bad Boy. Ditmaal krijgen ze ondersteuning en rugdekking van Diddy’s personal assistant Capricorn Clark, rapper Erick Sermon, gigolo Clayton Howard en beschadigde Bad Boy-artiesten zoals Mark CurryKalenna Harper en Aubrey O’Day.

Zij schetsen hem als een ongelooflijke controlefreak. Een man die alles wil bepalen en ook alles wil hebben, inclusief de vrouw van een ander. Zijn leven, zoals dit door Stapleton wordt opgetekend, is een aaneenschakeling van conflicten, geweld én seksueel misbruik. Dat begint al in 1991. Diddy’s collega Joi Dickerson-Neal zou door hem gedrogeerd en misbruikt zijn. En daarvan maakte hij naar verluidt een ‘obscene videoband’. Tijdens feestjes liet hij die zien op een groot scherm. Geëmotioneerd leest Dickerson voor de camera een brief voor die haar ouders in 1992, ruim dertig jaar voordat ze een aanklacht zou indienen, aan Seans ouders schreven.

Sean heeft nooit het verschil tussen goed en kwaad geleerd, stelt zijn jeugdvriend Tim Patterson dan. Hij werd thuis flink geslagen door zijn moeder Janice, keek op tegen zijn gangstervader Melvin en leerde dat alles geoorloofd is om te overleven en winnen. Dit is in zijn hele verdere levensloop, tenminste zoals die in Sean Combs: The Reckoning wordt neergezet, te herkennen. En dat brengt hem in 2006, halverwege aflevering 3, in het leven van Cassie Ventura. In het najaar van 2023 spant zij een rechtszaak tegen hem aan vanwege allerlei vormen van geweld. Er duikt zelfs een video op waarin zij door hem wordt mishandeld. Naar ‘t zich nu laat aanzien markeert die het begin van zijn einde.

Dat proces wordt inzichtelijk gemaakt met de gelekte beelden, waarover Team Diddy zich zo kwaad maakt, als hij in september 2024, enkele dagen voordat de rechtszaak tegen hem van start staat, de PR-machine in gang zet die de schade voor hem moet zien te beperken. En dan is hij, op een totaal verknipte manier, in zijn element. Deze serie – noem het gerust een lynchpartij, al heeft Diddy dan wel zelf de strop om zijn nek gedaan – zet een uitroepteken achter de ondergang van deze man, die lijdt aan een God-complex en ook anderen daaronder laat lijden. Als Sean Combs echter daadwerkelijk is wie hij zelf denkt te zijn, dan kan er natuurlijk altijd nog een wederopstanding komen.

50 Jaar Hiphop In Nederland – Iemand Moet Het Doen

VPRO

‘Er is een nieuwe rage overgekomen uit Amerika: electric boogie en breakdance’, vertelt de presentator van dienst in één van de eerste Nederlandse televisie-uitzendingen over hiphop. ‘Dat gebeurt daar op straat. Nou, het is niet voor iedereen weggelegd, want je moet er verschrikkelijk lenig voor zijn.’ Waarna, jawel, Ivo Niehe – ere wie ere toekomt – voor Mien uit Assen begint uit te leggen wat ‘scratching’ en ‘rappen’ is.

Vanaf eind jaren zeventig, de hoogtijdagen van punk, hadden jongeren in de grote steden, in het bijzonder de kids met wortels buiten Nederland, allang kennis gemaakt met hiphop en aanverwante stijlvormen zoals graffiti, breakdance en human beatboxen. In de eerste twee afleveringen van 50 Jaar Hiphop In Nederland – Iemand Moet Het Doen (180 min.) belichten Sacha Vermeulen en Ivan Barbosa met enkele sleutelfiguren uit die beginperiode, zoals Niels ‘Shoe’ Meulman, Jeffrey Roberts (The Electric Boogiemen), Badboyz Posse, Extince en Shy Rock, hoe er vervolgens op straat en in buurthuizen ook een eigen Nederlandse variant ontstaat.

Deze zesdelige serie heeft zich dan al op de kaart gezet als een vaderlandse variant op Fight The Power: How Hip Hop Changed The World (2023), de docuserie die de ontwikkeling van hiphop in de Verenigde Staten plaatst binnen z’n maatschappelijke context. In Nederland is dat met name de weerstand, het onbegrip en de discriminatie die jongeren van kleur ontmoeten als ze zich in het openbaar manifesteren. De Nederlandse schrijver Professor Soortkill, van de door hemzelf bedachte Smibanese University, fungeert daarbij als verteller. Hij verbindt de verschillende gebeurtenissen met elkaar en plaatst ze zo nu en dan ook in perspectief.

Vermeulen en Barbosa verbinden de muziek ook steeds aan de bijbehorende attitude, lifestyle, kunst en podia. Behalve ruimte voor muzikale vaandeldragers zoals U-Niq, DuvelDuvel, Opgezwolle, The Opposites, Brainpower, Winne, Fresku, Ronnie Flex, Boef, Ray Fuego, Noell3, Rijck en Kevin is er dus ook volop aandacht voor opiniemakers zoals Sylvana Simons, Andrew Makkinga en Akwasi, de streetwear van Patta, platenlabel Top Notch, modemerk Daily Paper en de online platforms Puna.nl en 101 Barz. Want in die slordige halve eeuw is hiphop, ondanks de tegenwerking die menigeen daarbij heeft ervaren, allang uitgegroeid tot misschien wel de dominante (jeugd)cultuur van Nederland.

Deze rijk gedocumenteerde, vlot gemonteerde en altijd vermakelijke serie fietst soepel door die vijftig jaar heen en doet daarbij alle essentiële tussenstations aan. Zoals die presentator van z’n eigen TV Show, Ivo Niehe.

Marlou Fernanda – Waar Ga Ik Heen?

AVROTROS

In haar werk is ze op zoek naar krachtige beelden die écht raken. ‘Simplicity, maar tegelijkertijd superveel impact’, legt de Rotterdamse kunstenares Marlou Fernanda uit in het portret Marlou Fernanda – Waar Ga Ik Heen? (53 min.), in die typische mengelmoes van Nederlands en Engels.

Ze wordt voorgesteld als een ‘walking work of art’ tijdens de presentatie van de nieuwe editie van het tijdschrift Harper’s Bazaar, waar zij op de voorkant prijkt. ‘Dit geeft je een ‘snippet’ van wie ik ben’, voegt het covermodel daar vervolgens zelf nog aan toe tijdens de bijbehorende speech. ‘Ik ben een hart dat ondanks alles in mezelf blijft geloven, met een intens bevragende ‘mind’ die daar soms op achterloopt.’

Wat is mijn ‘purpose’? vraagt Fernanda zich ook regelmatig af, in deze associatieve film van Denise Janzée, die langs allerlei onderwerpen uit haar leven meandert, op een wijze die aansluit bij de manier waarop de hoofdpersoon zelf ook lijkt te denken en opereren. In haar werk als multidisciplinaire kunstenares, die zich uitdrukt in kleurrijke schilderijen, performances of videokunst, komen verschillende werelden samen.

En soms lijkt Marlou Fernanda ook een vat vol tegenstrijdigheden. Ze kroop als kind bijvoorbeeld regelmatig weg achter haar zus, maar wilde tegelijkertijd ook gezien worden. Die ‘dualiteit’ is er nog altijd. Ze wil opgemerkt worden – geliket ook – maar vraagt zich evengoed af waarom ze dat eigenlijk wil. Het is alsof ‘Nu-Nu’, haar hart, en ‘Marlou’, de bijbehorende ‘mind’, continu met elkaar vechten om voorrang.

Janzée geeft Fernanda in deze documentaire alle gelegenheid om te presenteren waar ze voor staat. Openhartig spreekt ze bijvoorbeeld over waar ze vandaan komt: uit een gebroken gezin dat, toen ze zelf nog maar vier jaar oud was, van Curaçao naar Nederland verhuisde. Haar Braziliaanse vader verdween uit beeld, maar kan zich ook zomaar, onverwacht, weer melden. En haar moeder kreeg een ernstige spierziekte.

Deze pijnlijke ervaringen zetten hun dochter al op jonge leeftijd aan tot creëren. En dat doet ze, getuige deze collageachtige film, inmiddels altijd en overal. In eigen land of – om maar een dwarsstraat te noemen – in New York. En al die ‘snippets’ van wie ze is en wat ze doet zoeken naar hun plek in Fernanda’s leven en deze grillige, met smaakvolle muziek aangeklede weerslag daarvan. Zodat alles ‘sense’ maakt.

Victoria Beckham

Netflix

Er is destijds al veel gezegd en geschreven over die ene scène uit de miniserie Beckham (2023), waarin oud-voetballer David Beckham zijn vrouw Victoria pesterig corrigeert tijdens een interview: nee, ze komt niet uit een arbeidersgezin. ‘Wees eerlijk’, zegt hij meermaals. ‘In welke auto bracht je vader je naar school?’ Na enig doorvragen komt schoorvoetend het antwoord: een Rolls Royce.

Nu heeft Victoria Beckham (143 min.) haar eigen docuserie op Netflix en is het dus de vraag: worden er nog ‘Rolls Royces’ weggepoetst? Ofwel: welke ruimte laat het imago dat ‘Posh Spice’, die tegenwoordig aan de weg timmert als modeontwerper, in deze reality-achtige productie van Nadia Hallgren moet ophouden voor zoiets prozaïsch als de waarheid en waarachtigheid? Of regeert toch de schone schijn?

De driedelige serie begint in elk geval met een soortgelijke ‘inside joke’ van meneer en vrouw Beckham. Als hij naar zijn werk vertrekt, vraagt David haar hoe je een beer zonder tanden noemt. ‘Een gummybear’, antwoordt hij zelf geroutineerd. Victoria blijft achter in de keuken. ‘Hij ziet dit als zijn moment in de documentaire’, maakt zij quasi-verwaand de Posh & Becks Show af. ‘Maar die gaat niet over hem. Die gaat over mij.’

Het is een treffend tafereel. Victoria Beckham lijkt zich voortdurend bewust van het feit dat de camera loopt en dat ze een documentaire maken. Háár documentaire. Die raakt natuurlijk gevoelige thema’s aan – haar imago als WAG (Wife and Girlfriend) van een bekende voetballer, de permanente kritiek in de tabloids en haar eetstoornis bijvoorbeeld – maar de hoofdpersoon lijkt altijd in controle te blijven.

Deze miniserie, waarin ze toewerkt naar een show van haar eigen modemerk in Parijs, zou ook wel eens een concreet doel kunnen hebben: Beckham definitief losweken van haar imago van Spice Girl, voetbalvrouw en influencer, zodat de ontwerper daarachter nog beter zichtbaar wordt. De gastenlijst is navenant:  Tom Ford, Donatella Versace, Eva Longoria, Roland Mouret en – verplicht! – Vogue-icoon Anna Wintour.

Met vereende kracht kunnen zij het merk en de persoon Victoria Beckham – al zijn die lastig van elkaar te scheiden – wellicht behoeden voor een nieuwe periode waarin zij diep in het rood gaan. Zoals enkele jaren geleden, toen echtgenoot David echt moest bijspringen en Victoria’s bedrijf werd gedwongen om te herstructureren. ‘Ik moest Victoria Beckham weer in Victoria Beckham stoppen’, zegt ze bloedserieus.

Intussen lijkt zowel de vrouw als het ‘brand’ gered. Zodat ook manlief zich geen zorgen meer hoeft te maken en ook haar zeer hardwerkende ouders Jackie en Tony Adams zien dat het goed is. Getuige deze zepige docuserie, met ook een wel erg cheesy einde, gedijen voorheen-Posh & Becks prima in deze wereld van zien en gezien worden. Waar Victoria Beckham weer unverfroren kan geloven in Victoria Beckham.

Sneaker Wars: Adidas v Puma

Disney+

Ze kunnen doorgaan voor The Beatles en The Stones van de sportkleding. Adidas en Puma, twee multinationals uit één en hetzelfde Duitse plaatsje: Herzogenaurach. En de geesteskinderen – om er echt een sterk verhaal van te maken – van twee broers die ooit samen begonnen als Die Gebrüder Dassler en die na de Tweede Wereldoorlog voor de rest van hun leven ruzie kregen. De sportliefhebber en de zakenman: Adi Dassler van, juist, Adidas en zijn oudere broer Rudi, de oprichter van concurrent Puma.

Tachtig jaar later staan die drie strepen nog altijd lijnrecht tegenover de springende poema. Voor de gelikte driedelige serie Sneaker Wars: Adidas v Puma (127 min.) slaan ze de handen nochtans ineen – ook omdat die waarschijnlijk perfect past in hun eigen branding en ze er dus allebei vast niet heel veel slechter van worden. De eeuwige rivalen openen twee jaar de/enkele deuren voor de filmmakers Oliver Clark en Blair MacDonald en blikken terug op hun epische tweestrijd om de aandacht van ‘sneakerheads’, waarbinnen vrijwel alles – van guerrillamarketing tot omkoping – geoorloofd leek.

‘Ik dacht dat het mijn taak was om te rennen’, zegt sprintkampioen Noah Lyles tijdens een persconferentie. ‘Maar nee: het is schoenen verkopen.’ Dat lijkt tevens het leidmotief voor deze vlot gemonteerde, soepel tussen heden en verleden schakelende productie, waarin de CEO’s Kasper Rorsted en Bjørn Gulden, hun medewerkers, Dassler-afstammelingen en de Adidas-coryfeeën Darryl McDaniels (Run-D.M.C.), David Beckham en Noah Lyles en Puma-gezichten Usain Bolt, Neymar en Skepta ingaan op bijvoorbeeld grote concurrent Nike, het zogeheten Pelé-pact en de Puma/Adidas-familie.

Tussendoor probeert Puma op de New York Fashion Week z’n merk te revitaliseren met modeontwerpster June Ambrose en wordt Yeezy, Adidas’ samenwerking met de omstreden rapper Kanye West, alsmaar problematischer. Met verstrekkende gevolgen. Voor beide bedrijven (!). Zodat de aloude rivaliteit, waarbij zowel Adidas als Puma wel lijkt te varen, weer kan herleven. Dan toont deze aardige zedenschets van een wereld, waarin lifestyle, mode, ‘hypehandel’, straatcultuur en, o ja, sport samenkomen, heel even ook de achterkant van de verder erg soepel uitgevente business.

Enigma

HBO Max

‘Wat wil je dat mensen van je weten?’, vraagt de interviewster van de Duitse televisie in 1976 aan ‘de Europese discokoningin’ Amanda Lear. ‘Waar ben je trots op?’ Lear steekt direct van wal: ‘Nou, ten eerste is het belangrijk om te zeggen dat vrijwel alles wat je in mijn biografie hebt gelezen niet waar is.’ Ze specificeert: ‘Iedereen die gelooft dat ik een man ben, is duidelijk een idioot.’

‘Surgeon built me so well nobody could tell’, zingt ze nochtans cryptisch in haar hitje Fabulous Lover, Love Me (1980). ‘That I once was somebody else.’ Lear is een Enigma (94 min.) en wil dat duidelijk ook blijven. ‘Voor iemand die zo krachtig ontkent dat ze trans is’, zegt schrijfster en historica Morgan M. Page (Eldorado: Alles, Was Die Nazi’s Hassen) in deze film van Zackary Drucker (The Stroll), ‘heeft ze toch een hele carrière opgebouwd met trans zijn en dat gewoon nooit bekennen.’

De andere hoofdpersoon van dit dubbelportret van twee transvrouwen uit vervlogen tijden heeft helemaal geen keuze. Het veelgevraagde Britse model April Ashley behoort tot de eerste transvrouwen die een geslachtsbevestigende operatie ondergaat en wordt vervolgens in 1961 ongevraagd ge-out en gecanceld. Geen merk wil immers geassocieerd worden met transseksualiteit. De rest van haar leven zal Ashley blijven strijden voor haar recht om vrouw te zijn en als zodanig erkend te worden.

Ashley en Lear hebben elkaar leren kennen bij de Parijse nachtclub Le Carrousel, waar ze allebei travestieoptredens verzorgen. Alle performers lijken er op elkaar, vindt April. Of ze misschien familie zijn? vraagt ze. Een collega barst in lachen uit. ‘Gekkie! Doe niet zo stom. Ze zijn allemaal bij dezelfde chirurg geweest.’ In I Am A Woman Now (2011) portretteerde Michiel van Erp al eens enkele klanten van deze dokter Georges Burou in Casablanca, waaronder ook April Ashley en haar Carrousel-collega Bambi.

Amanda treedt daar op onder de nom de plume Peki d’Oslo en ondergaat in die tijd ook, zoals ze dat zelf blijkbaar noemde, ‘Operation Pussycat’. Al zal ze dat vermoedelijk tot haar dood blijven ontkennen. Via het Londen van de ‘swinging sixties’, waar ze zowel The Beatles als The Stones leert kennen, komt de vrouw die zich inmiddels Amanda Lear noemt in de entourage van beeldbepalende kunstenaars als Salvador Dali, Bryan Ferry en David Bowie terecht en verwerft een status als sekssymbool en popicoon.

De carrière van April Ashley, die (noodgedwongen) wél open is over haar transitie, komt intussen nooit meer op gang. Zij moet zich bovendien nog de nodige vernederingen laten welgevallen. Drucker, zelf transvrouw, zet die twee levens tegenover elkaar en creëert daarmee een schrijnende tegenstelling. Ze legt de kwestie ook voor aan Lear zelf: zij zou waarschijnlijk nooit zo succesvol zijn geworden als ze zich bekend had gemaakt, maar zou ze nu niet veel meer waardering krijgen als ze dat alsnog deed?

De vrouw tegenover haar, een product van haar tijd, blijft dralen en draaien. Ze kan niet anders, denkt ze vermoedelijk. Niet meer. Of toch wel? Het blijft een enigma wat er precies in Amanda Lear omgaat, maar het is in elk geval zeer treffend voor de benarde situatie waarin zij heeft moeten leven: het laveren tussen spel en realiteit, met haar eigen identiteit als onvermijdelijke inzet. Zo bezien heeft April Ashley, haar tegenpool in dit aangrijpende dubbelportret, ’t bijna eenvoudiger gehad. Zij kon zijn wie ze wilde.

Tegelijkertijd lijkt ook dit weer een simplificatie van de levens die deze twee transvrouwen moesten leiden in een zeer onveilige wereld. Hoe zij zich staande hielden – dát ze zich überhaupt staande hielden – tekent hun veerkracht, creativiteit en ausdauer. En het is waardevol dat die juist nu, op een moment dat transrechten hier en daar weer onder druk staan, nog eens zijn opgetekend. In een film die een krachtig tijdsbeeld schetst – en vermoedelijk tóch van alle tijden is.

The Pilgrimage Of Gilbert And George

Gilbert & George

Twee mensen, één kunstenaar. Al ruim een halve eeuw onafscheidelijk: George Passmore en Gilbert Prousch. Ze zijn hun eigen kunst. Samen dus. Ze ontmoetten elkaar in 1967 tijdens de opleiding beeldhouwen op de Saint Martin’s School Of Art in Londen. Hij, uit het Engelse graafschap Devon. En hij, uit de Italiaanse Dolomieten. Ze vormden subiet een duo. Voor het leven. Met als motto: kunst voor allen.

Getweeën lopen ze in The Pilgrimage Of Gilbert & George (88 min.), statig en liefst volstrekt synchroon, door hun eigen carrière, op weg naar het onvermijdelijke einde. Strak in het pak. Met een uitgestreken gezicht ook. En volstrekt onverstoorbaar. Al hun hele leven willen ze niet tot de gevestigde orde behoren – of erdoor geaccepteerd worden. Bijgestaan door enkele intimi en kenners doen ze in dit dubbelportret van Mike Christie zo hun verhaal. Twee monden, één vertelling.

Over levende standbeelden, ‘eeuwenoude’ houtskooltekeningen, The Dirty Words Pictures, schreeuwerige spandoeken en, jawel, The Naked Shit Pictures. En een kunstenaar met twee hoofden en Iijven, maar slechts één hart. Één idee. Om werk te maken voor een breed publiek, voorbij de linkse kunstelite. ‘We proberen kunst te maken waarmee we de straat op kunnen’, zeggen Gilbert & George. ‘Niet voor de ingewijden, maar voor elke taxichauffeur en elke drugsverslaafde.’

En deze joyeuze film, waarin het symbiotische tweemanschap alle ruimte krijgt én neemt, zet vol de schijnwerper op die directe, kleurrijke en soms ook provocatieve kunst, waarin thema’s als straatcultuur, de AIDS-crisis en religie hun plek hebben gevonden. ‘Veel mensen vragen ons of de werken over onze sterfelijkheid gaan’, zeggen de twee tachtigers, die al bijna zestig jaar met één stem spreken, bepaald niet zonder zelfspot. ‘We vinden het echter nog te vroeg om daar werk over te maken.’

En ook dat lijkt dan weer een sprekend voorbeeld van twee zielen, één gedachte. Als het inmiddels niet gewoon om één ziel gaat….

Glenn Close: The Art Of Transformation

Arte

Ze hadden haar verteld dat het om een repetitie ging. Zelf wist Glenn Close wel beter: die rol zat nog helemaal niet in de tas. De producers van Fatal Attraction en regisseur Adrian wilden eigenlijk een klassieke schoonheid voor de rol van Alex Forrest, de femme fatale die zich na een ‘one night stand’ met de getrouwde advocaat Dan Dallagher (Michael Douglas) zou ontpoppen tot een soort blonde wraakengel. Geen serieuze actrice.

Met een overtuigende auditie wist Glenn Close de rol, waarmee ze in 1987 definitief door zou breken bij het grote publiek, tóch te bemachtigen. Het was doodeng, vertelt ze in Glenn Close: The Art Of Transformation (52 min.). ‘Niet alleen kreeg ik met Michael Douglas te maken, er was ook een videocamera.’ En die legde feilloos vast, kan iedereen nu met eigen ogen vaststellen, dat Alex en zij voorbestemd waren voor elkaar.

De Amerikaanse actrice zou later nog bij psychologen te rade gaan over Alex. Was zij een geloofwaardig personage dat zich logisch gedroeg? Want Close zwoer bij authenticiteit. Ze droeg toen nog niet het zwarte leren jack dat bij Alex ging horen en dat emblematisch voor de jaren tachtig zou worden. ‘Een popsymbool voor de strijd tussen de seksen’, zoals de verteller van deze tv-docu van Catherine Ulmer Lopez het jasje dubt.

In deze film is er speciale aandacht voor deze kledingstukken, die essentieel zijn voor haar personages. De Indiana University beschikt over een collectie van in totaal tweehonderd kostuums uit ruim veertig film- en theaterproducties van Glenn Close en jurken die ze droeg tijdens allerlei Award Shows. Die bezorgden haar allerlei prijzen en leverden maar liefst acht Oscar-nominaties op. Geen van allen verzilverd overigens.

De kleding hielp haar bijvoorbeeld om een ongenaakbare feeks (het kostuumdrama Dangerous Liaisons), de vileine bontdame Cruella de Vil (de Disney-hit 101 Dalmations), een vrouw die zich voordoet als man (het ‘period drama’ Albert Nobbs), de lesbische legerofficier Grethe Cammermeyer (de tv-film Serving in Silence) en een ster uit de stomme film die een comeback wil maken (de musical Sunset Boulevard) te worden.

Terwijl Ulmer Lopez via deze onvergetelijke vrouwen de persoon daarachter probeert te ontwaren, gaat die zelf in op haar getroebleerde achtergrond, de manier waarop ze zich daaraan wist te ontworstelen en het idealisme dat haar nog altijd voortdrijft. Terwijl ze langzaam maar zeker richting de tachtig kruipt, blijft Glenn Close aandacht vragen voor mentale aandoeningen en vrouwenrechten en krachtige vrouwenrollen afleveren.

Tussen haar eerste Oscar-nominatie voor The World According To Garp (1983) en de laatste voor Hillbilly Elegy (2021) zit bijna veertig jaar. Voorbij gevlogen!

Dit Hoort Bij Ons

NTR

De subsidie is stopgezet, het museum wordt gesloten. Bij de sluiting van De Voorde, het stadsmuseum van Zoetermeer, gaan ze de collectie uitpakken en uitstallen, zodat inwoners van de Zuid-Hollandse gemeente een laatste blik mogen werpen op de vijfduizend museumstukken. Dan kunnen ze samen bepalen: wat mag weg en wat moet beslist in Zoetermeer blijven?

Barbara Makkinga kijkt mee en begeleidt ‘het zorgvuldig en transparant ontzamelen van de hele collectie’ (aldus interim-directeur Hans van de Bunte) met invoelende voice-overs van Georgina Verbaan en bijpassende melancholieke muziek. Museoloog Gerard Rooijakkers verricht eveneens hand- en spandiensten en werpt dan soms elementaire vragen op. ‘Wat hebben de kleinkinderen en kinderen van Zoetermeer toch misdaan dat zij onterfd worden?’ houdt hij medewerkers en geïnteresseerden bijvoorbeeld voor.

Objecten die tijdens de ‘participatieve waardering’ met inwoners van Zoetermeer een lage beoordeling krijgen moeten in elk geval naar elders verkassen. Van andere werken weten de bewoners dan weer zeker: Dit Hoort Bij Ons (59 min.). Die kunnen dan mogelijk een plek krijgen bij de oorspronkelijke eigenaar of in een privécollectie. Tegelijkertijd is er ook onvrede: hebben sommige voorwerpen nu werkelijk geen persoonlijke, emotionele of geschiedkundige waarde voor de gemeenschap?

Het scheidingsproces – en scheiden doet onvermijdelijk lijden – brengt een maatschappelijke dialoog op gang. Jong en oud gaan in gesprek over wat van deze ‘collectie zonder thuis’ waarde heeft en dus behouden moet blijven. Daarmee ontwikkelt deze film zich tot een soort tegenpool van documentaires zoals Marten & OopjenMijn Rembrandt en Made In Holland, waarin gefortuneerde lieden of musea zich beijveren om prestigieuze en vaak ook peperdure kunstwerken aan de eigen collectie toe te voegen.

Zulke bezigheden zijn duidelijk voorbehouden aan ‘the happy few’, terwijl de kunst in Zoetermeer echt van en voor het volk is – of niet. Vrijwel alle objecten gaan dus gepaard met persoonlijke of historische verhalen, waarvan Makkinga er een paar uitlicht in deze interessante documentaire. Intussen belanden de objecten die tot het ‘onvervreemdbaar Zoetermeers erfgoed’ worden gerekend bij de gemeente zelf. En die heeft nog wel een bijzonder plekje: ergens waar voorlopig geen inwoner ze kan zien.