Paper & Glue

MSNBC

Mensen willen gezien worden. Dat begrijpt fotograaf JR als geen ander. Ooit wilde hij, jongen met buitenlandse wortels uit een Parijse achterstandswijk, zichzelf ook laten zien. Hij sprayde zijn initialen op de meest onmogelijke plekken en begon dat proces vervolgens vast te leggen. En die foto’s, begeleid door graffiti, ging hij weer exposeren, gewoon op willekeurige muren in de stad.

Niet veel later volgde de behoefte om ook anderen, vaak lot- en leeftijdsgenoten, een gezicht te geven. Liefst levensgroot. Jongeren uit de banlieues bijvoorbeeld, die toentertijd letterlijk in brand stonden. Hij maakte ze los van alle stereotypen en liet ze zien zoals ze zichzelf zagen. Intussen vond hij ook zichzelf als straatkunstenaar: met Paper & Glue (94 min.) ging JR gigantische portretten maken voor in de openbare ruimte. Hij plakte ze op de muren en liet zijn helden floreren. Waarna wind en regen alle ruimte kregen en zij weer tot menselijke proporties werden teruggebracht.

Die modus operandi vormde al het uitgangspunt voor de heerlijke roadmovie Visages Villages (2017), waarin hij met de gevierde filmmaakster Agnès Varda door het Franse platteland reisde en gewone mensen tot iconische grootte opblies. Deze film gaat in wezen uit van hetzelfde principe en moet het bovendien zonder de chemie tussen de twee kunstenaars doen, maar is net zo onweerstaanbaar. ‘Iemand heeft ons gezien’, constateert Rosiete, een oudere vrouw uit de Braziliaanse favela Morro da Providencia, bijvoorbeeld geëmotioneerd als ze zichzelf op een muur terugziet.

En het is precies zo’n gevoel van (weer) mens zijn dat JR losmaakt in de gemeenschappen die hij bezoekt. Of het nu gedetineerden zijn van de Tehachapi-gevangenis in Californië, met wie hij een groepsportret voor op de binnenplaats maakt en die hij naar zichzelf laat kijken totdat ze weer een mens zien. Of de bewoners van de Mexicaans-Amerikaanse grensstreek, die hij confronteert met een enorm portret van het jongetje Kikito en daarna, aan beide zijden van het hek dat hen scheidt, trakteert op een picknick. Waarbij ze in een ontspannen atmosfeer weer even één kunnen zijn.

Zo onderscheidt JR zich bijvoorbeeld van zijn al even mediagenieke geestverwant Banksy, die net als hij is geworteld in graffitikunst en eveneens zijn eigen identiteit probeert te verhullen. JRs werk wordt nooit ironisch of cynisch, maar blijft altijd optimistisch. Dat zou je ook tegen kunnen hebben op deze door hemzelf geregisseerde positivoofilm, die is te beschouwen als één grote lofzang op de kunstenaar en zijn maatschappelijk betrokken werk. Maar een kniesoor, met wel erg weinig oog voor het goede in de mensch, die daarop let bij deze joyeuze, humane documentaire.

The Anarchists

Vanaf 11 juli op HBO Max

De naam zegt eigenlijk genoeg: Anarchapulco, een conventie voor anarchisten die sinds 2015 jaarlijks wordt georganiseerd in de Mexicaanse badplaats Acapulco. ‘Fuck The State’ dus – met zelfverklaarde ‘freedom fighters’ zoals de belastingweigeraar Larken Rose, ontscholingspropagandist Dayna Martin en crypto-evangelist Joby Weeks – maar natuurlijk ook Going loco in Acapulco. Een feest zonder weerga, voor de happy few die ‘t zich kunnen veroorloven. Dat wel in ellende móet eindigen.

Anders zou er natuurlijk ook geen zesdelige documentaireserie over worden gemaakt: The Anarchists (317 min.). Filmmaker Tod Schramke is daarvoor in totaal zes jaar lang aangesloten bij Anarchapulco’s kernfiguren: de gefortuneerde Canadese oprichter Jeff Berwick, het organiserende echtpaar Lisa en Nathan Freeman en de dwarse crusties Lily Forester en John Galton. Hij ziet hoe de vanuit een utopisch ideaal (?) opgestarte anarcho-kapitalistische gemeenschap gaandeweg helemaal ontspoort.

Met idealen hebben de verwikkelingen in Anarchapulco al snel weinig meer te maken. Er ontstaat tweespalt in de vrijheidslievende enclave, waar het leven in eerste instantie goed lijkt, (behalve wat gehandel in Bitcoins) nauwelijks wordt gewerkt en een gezamenlijke vijand de boel bij elkaar houdt: de staat. Het is een levenshouding, veelal ingenomen vanuit pure frustratie of ongebreideld egoïsme, die onvermijdelijk herinneringen oproept aan die ene ontluisterende oneliner: wanneer iemand zegt dat hij van vrijheid houdt, dan bedoelt-ie niet jouw vrijheid.

Schramke graaft (heel treffend) niet al te diep naar de achtergronden van het anarchisme dat de naar Acapulco uitgeweken Amerikanen aanhangen, maar melkt de spanningen tussen de verschillende facties, en de drama’s en dreiging van geweld die daarmee gepaard gaan, wel helemaal uit. The Anarchists, opgeleukt met allerlei kleurrijke personages en enkele geanimeerde sequenties, begint daardoor gaandeweg steeds meer te trekken en gaat uiteindelijk, net zoals het fenomeen Anarchapulco zelf, als een nachtkaars uit.

Endangered

HBO

’We moeten de mainstream-media vernietigen’, houdt een spreker de achterban van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro voor tijdens een politieke bijeenkomst in 2020, waarbij verslaggever Patrícia Campos Mello van de kritische krant Folha De São Paulo gewoon haar vak probeert uit te oefenen. ‘Iemand moet het doen. En het Braziliaanse volk en president Bolsonaro krijgen dat voor elkaar. Die verslaggevers zijn criminelen. Ze moeten worden uitgeroeid.’

Campos Mello heeft het twee jaar eerder, tijdens de verkiezingscampagne van 2018, hoogstpersoonlijk aan de stok gekregen met de Trumpiaanse leider van haar land. Toen zij onwelgevallige artikelen over hem publiceerde, maakte hij haar voor de camera zwart. Ze zou haar ‘gat’ hebben aangeboden, in ruil voor belastende informatie over Bolsonaro. Het is een beproefde methode om vrouwelijke journalisten onschadelijk te maken, waarmee meteen haar hele beroepsgroep in een kwaad daglicht wordt gezet.

Endangered (89 min.), de nieuwe film van het gerenommeerde docuduo Rachel Grady en Heidi Ewing (Jesus CampOne Of Us en Love Fraud), toont een beroepsgroep in de verdrukking. Ook in landen die te boek staan als democratie. De journalistiek komt steeds meer onder vuur te liggen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Mexicaanse fotografe Sáshenka Gutiérrez. Terwijl haar land in de loop van 2020 in de greep komt van Coronavirus, wordt het niet gewaardeerd als zij het regeringsbeleid ter discussie stelt.

In de Verenigde Staten raakt de Afro-Amerikaanse fotograaf Carl Juste verzeild in Black Lives Matter-demonstraties waarbij de politie hard optreedt. Intussen probeert de Britse journalist Oliver Laughland van The Guardian in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen vat te krijgen op de aanhangers van Donald Trump en hun soms totaal eigen idee van de waarheid, dat achteraf bezien wel tot de gewelddadige bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 móest leiden.

Elk op hun eigen manier moeten de (foto)journalisten in het geladen Endangered zich staande houden in een buitengewoon vijandig klimaat, doelbewust gecreëerd door politieke leiders die hun aanhang wijsmaken dat de pers ‘de vijand van het volk’ is. Grady en Ewing tonen wat het deze bewakers van de vrijheid van meningsuiting, zowel privé als beroepsmatig, kost om ondanks alle desinformatie, intimidatie en het gebruik van de diskwalificerende term ‘fake news’ gewoon hun werk te blijven doen. 

Zo hopen ze het slachtoffer in elke (informatie)oorlog, de waarheid, in elk geval voorlopig nog in leven te houden.

Mamacita

wiserwithage.com

Toen hij vanuit Mexico naar Europa vertrok om film te gaan studeren, moest José Pablo Estrada Torrescano beloven dat hij ooit een film over haar zou maken. De jongen heeft geen idee waarom zijn oma dat wil, maar weet wél waarom hij zelf toehapte. Er is maar één persoon de baas in zijn familie: Mamacita (75 min.). Zij kan hem vast ook alles vertellen over zijn moeder. José Pablo was slechts dertien jaar oud toen zij overleed en voelde zich toen in de steek gelaten door de rest van z’n familie.

Als hij grootmoeder nu vanuit zijn huidige woonplaats Düsseldorf opbelt in haar imposante villa in Mexico-Stad, vraagt hij het nog maar eens een keer: waarom is het zo belangrijk dat ik een film over jouw leven maak? ‘Een film over mijn leven is belangrijk, jongeheer, omdat je dan een vrouw ziet die zoveel heeft geleden als kind dat ze wel moest slagen in het leven’, antwoordt zij met trillende stem. ‘Begrijp je dat? Zij móest wel slagen.’

María del Carmen Torrescano groeide op in een getroebleerd aristocratisch gezin, bracht vervolgens zelf acht kinderen groot en bouwde ondertussen een schoonheidsimperium op, waarmee ze Mexicaanse vrouwen probeerde te overtuigen van de zegeningen van afvallen, massage en plastische chirurgie. Tijdens de gesprekken met haar kleinzoon komt er nogal wat oud leed boven bij de flamboyante, trotse en dominante vrouw, die eigenlijk geen tegenspraak duldt.

Een voorzichtig kritische vraag ziet grootmoeder al snel als een persoonlijke aanval. Dan trekt ze haar pantser op of reageert zich af op één van haar vaste bedienden. Pas als José Pablo voor de wat opgelegde slotscène van deze egodocumentaire uit 2018 een theatrale truc uithaalt, breekt Mamacita te langen leste en rest van de ijdele 95-jarige matrone even slechts een breekbare oude vrouw. En dan moet ze de film over haar eigen leven nog bekijken.

The Mirror And The Window

Doxy

Hij laat een foto van een klein meisje zien. Als filmmaker/editor weet Danniel Danniel als geen ander dat elke film een belofte inhoudt. Hij had daarvoor eerst een pistool in gedachten. Als hij die in het begin zou laten zien, zou de kijker vast benieuwd zijn wanneer, door wie en waarom ermee zou worden geschoten. Maar hoe kom je aan een wapen in Nederland? En hoe zou hij de film daarmee dan moeten afronden? Zijn belofte wordt dus een foto van een onbekend kind. En dat moet aan het einde van de film dan terugkomen.

Danniel weet dat hij niet meer lang zal leven en heeft zijn vriend Diego Gutiérrez gevraagd om hem te filmen. Ze spreken regelmatig af in een Nederlands restaurant, waar Danniel zich op een vreemde manier thuis voelt. Juist omdat het zo’n onpersoonlijke plek is en de echte allure ervan tot het verleden behoort. Intussen is ook Gina Coppe, de moeder van Gutiérrez, aanbeland in de allerlaatste fase van haar leven. In haar woning in Mexico-Stad, waar ze persoonlijke verzorging krijgt, vertelt ze over de relatie met zijn vader en mijmert ze over de liefde van haar leven, waarmee ze hem bedroog.

In The Mirror And The Window (93 min.) portretteert de Mexicaanse filmmaker, die vanuit Nederland opereert, deze twee mensen van wie hij afscheid zal moeten nemen. Hij doorsnijdt hun verhalen met beelden van een bootreis naar Antarctica, daar waar de mens zich nauwelijks doet gelden en de natuurlijke orde der dingen ongestoord zijn gang kan gaan. Die moet ongetwijfeld hun tocht naar het einde weerspiegelen. ‘Daniel en mijn moeder, ik heb het gevoel dat ik twee brandende kaarsen film die me vragen om door te gaan met filmen’, verzucht Gutiérrez in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt. ‘Zelfs als de kaars uitdooft.’

Ondanks het pistool dat de hele tijd boven de vertelling hangt, in de vorm van de foto van een ‘meisje’, blijft die tamelijk taai. Voor een buitenstaander blijft het zoeken naar de betekenis van de intieme scènes en gesprekken die hem worden voorgeschoteld. Zoals de direct betrokkenen zelf, aan de vooravond van hun levenseinde, ook naarstig op zoek zijn naar zingeving. Ze editten hun leven, selecteren de scènes die in hun verhaal te pas komen en laten de rest achterwege, als ruw materiaal dat ze liever voor zichzelf houden. Intussen komt het aangekondigde einde naderbij, in een zoekende film die wil aanzetten tot bespiegeling.

Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía?

Netflix

‘Kijk, als ze me zouden vermoorden en ik m’n beroemde laatste woorden kon zeggen‘, vertelt Manuel Buendía op een geluidsopname, ‘zou ik alleen zeggen: ik heb het verdiend.’ 

In zijn columns nam de Mexicaanse journalist nooit een blad voor de mond. In felle bewoordingen kaartte hij misstanden of corruptie aan. Het leverde hem talloze vijanden op, ook bij Mexico’s drugskartels. Dat kon niet goed aflopen. En dat deed het ook niet. Op woensdag 30 mei 1984 werd Buendía geliquideerd, toen hij op weg was naar zijn auto. Zijn dood veroorzaakte een schokgolf in het Midden-Amerikaanse land, dat één van zijn meest kritische stemmen verloor.

In Red Privada: Quién Mató A Manuel Buendía? (100 min.) onderzoekt documentairemaker Manuel Alcala de geruchtmakende moord, die onvermijdelijk vergelijkingen oproept met de aanslag op de Nederlandse misdaadjournalist Peter R. de Vries. Waar die liquidatie waarschijnlijk puur op het conto van de georganiseerde misdaad kan worden geschreven, leken onder- en bovenwereld in het Mexico van Buendía helemaal met elkaar verweven.

Vrienden, collega’s, politieagenten en medewerkers van inlichtingendiensten leggen bijvoorbeeld het verband met de gewelddadige dood van Kiki Camarena, een undercoveragent van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (die ook in de televisieserie Narcos Mexico een prominente rol speelde). Wat was Buendía op het spoor gekomen, dat hem uiteindelijk op vier laffe kogels in zijn rug kwam te staan? En wie zag in de journalist een bedreiging of wilde via hem juist publiekelijk zijn barbaarse punt maken?

Na die gruwelijke daad klinken in deze degelijke documentaire, met veel pratende hoofden en scherpe citaten uit Buendía’s columns, woorden die inmiddels vertrouwd aandoen. ‘Het was een misdaad tegen heel Mexico, het was niet alleen gericht tegen één man, meent een geschokte man. ‘Maar de ideeën, vrijheid en waarheid zullen blijven bestaan, ongeacht of ze dappere mannen zoals Manuel Buendía vermoorden.’ 

Je kunt het ook hem bijna horen zeggen: on bended knee is no way to be free.

Pelé

Netflix

Dit had gemakkelijk een rechttoe rechtaan sportbiografie kunnen worden. Waarbij de held zich in de openingsscène van de film opmaakt voor het hoogtepunt van zijn carrière: de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 1970 in Mexico, waar hij Brazilië via een overwinning op Italië naar de derde wereldtitel moet leiden.

En daarna volgt de onvermijdelijke flashback: naar hoe het ooit armoedig in begon in het stadje Tres Coracoes, ‘s mans eerste wereldkampioenschap als zeventienjarige in 1958, zijn blessure bij de tweede Braziliaanse wereldtitel vier jaar later en de afgang van het nationale team in 1966. Zodat alle fundamenten zijn gelegd voor de glorieuze apotheose van de film tijdens dat WK van 1970. Waarna de protagonist met de wereldcup in z’n handen richting de aftiteling loopt. EINDE.

Het gekke is: Pelé (109 min.) heeft in grote lijnen inderdaad die overbekende opbouw en toch is het helemaal niet die film geworden. Omdat er ook kritisch wordt gekeken naar Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. En omdat zijn carrière niet als een volledig op zichzelf staand fenomeen wordt gepresenteerd, maar is ingebed in de recente geschiedenis van zijn land, een broze democratie die in 1964 een militaire coup kreeg te verwerken. 

Voor Pelé veranderde er ogenschijnlijk niets toen Brazilië een dictatuur werd: hij bleef driftig scoren en hield zich verder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tijdgenoot zoals Muhammad Ali, geheel afzijdig van elke vorm van politiek. Hij stond zogezegd boven de partijen. Pelé verschafte het Zuid-Amerikaanse land gewoon trots en zelfrespect. En daar kon een dictatoriaal regime natuurlijk weer van mee profiteren, in het bijzonder tijdens datzelfde wereldkampioenschap voetbal in Mexico.

‘Pelé was een stralende ster die schitterde in de zwarte hemel van het Braziliaanse leven’, stelt de Braziliaanse muzikant Gilberto Gil. ‘Hij was het symbool voor het potentieel van Brazilië om een eerlijker en gelukkiger land te worden.’ Pelé’s oud-ploeggenoot Paulo Cézar Lima is kritischer: ‘Hij gedroeg zich als een Oom Tom. De onderdanige zwarte man die alles maar aanvaardt, geen weerwoord geeft, geen vragen stelt of oordeelt. Dat neem ik hem vandaag nog steeds kwalijk.’

Zo krijgt deze meeslepende sportfilm van David Thryhorn en Ben Nicholas een lekker scherp randje, dat tegenwicht geeft aan de met veel schwung, drama en een volvette soundtrack doorgeakkerde loopbaan van Pelé en de hartverwarmende beelden van zijn ontmoeting met oude voetbalmaatjes. Op zulke momenten wordt de man die in eigen land voor een godheid wordt versleten ineens gewoon één van de jongens en voert hij ook meteen weer het hoogste woord.

In dit portret toont Pelé zo nu en dan tevens zijn kwetsbare kant. Hij telt inmiddels tachtig jaren, is moeilijk ter been en hoeft zich blijkbaar voor niemand meer groot te houden. Worden de besten soms nerveus? willen de filmmakers bijvoorbeeld op een gegeven moment van hem weten. ‘Niet soms’, antwoordt hij gedecideerd. ‘Altijd.’ Pelé denkt terug aan de laatste momenten, vóór de WK-finale van 1970. ‘Ik hield het gewoon niet meer’, zegt hij en schiet helemaal vol.

Zo nu en dan komt deze film, waarin behalve allerlei medespelers en kenners ook zijn zus en oom aan het woord komen, zo achter de facade van de gewone Braziliaan die het boegbeeld van zijn land en de grootste voetballer aller tijden werd. Als je naar zijn prijzenkast kijkt, staan alle anderen in zijn schaduw. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de documentaire Diego Maradona, over de Napolitaanse jaren van de Argentijnse superster, nog nét iets beter is dan dit eerbetoon. Ook omdat de hoofdpersoon zelf minder kleurrijk is.

Dat is echter op geen enkele manier bedoeld als diskwalificatie voor deze film over de man, de voetballer en het fenomeen Pelé, tot nader order één van de beste sportfilms van 2021.

PS Een kleine twintig jaar geleden werd de documentaire Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha uitgebracht. Over de twee grootste Braziliaanse voetballers van hun tijd. Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan welke van de twee zal blijven voortleven in ons collectief geheugen en wie in de vergetelheid zal verdwijnen. In de film Pelé valt de naam Garrincha letterlijk niet één keer.

Las Tres Muertes De Marisela Escobedo

Netflix

In eerste instantie lijkt het een traditioneel true crime-relaas te worden: jonge vrouw is uit de weg geruimd door jaloerse echtgenoot. Haar moeder Marisela Escobedo Ortiz, de protagonist van deze vertelling, probeert vervolgens recht te halen. Eerst moet alleen het stoffelijk overschot van haar zestienjarige dochter Rubí worden gevonden. En dan neemt dat ogenschijnlijk licht voorspelbare verhaal, met typische Latijns-Amerikaans melodrama opgedist, een onverwachte wending.

Die crime passionel blijkt in Las Tres Muertes De Marisela Escobedo (109 min.) de opmaat naar een groter verhaal over de samenleving waarbinnen die zich heeft afgespeeld: het Mexico waar drugskartels de dienst uitmaken en een mensenleven een soort wegwerpartikel is. Letterlijk. Zeker een vrouwenleven, getuige de feminicide in het land. Rubí is slechts één van de vele vermiste vrouwen van Ciudad Juárez. En ze zal ook niet het laatste slachtoffer in deze zaak zijn.

Het schokkende verhaal van Marisela en haar kinderen is exemplarisch voor de maalstroom van corruptie, incompetentie en geweld die het Midden-Amerikaanse land nu al jaren in zijn greep houdt en die door regisseur Carlos Pérez Osorio met direct betrokkenen uit en te na wordt gereconstrueerd. Intussen wordt Sergio Barraza Bocanegra, Rubí’s gewelddadige ex, lid van de beruchte drugsbende Los Zetas. Hij raakt zo steeds verder buiten bereik van justitie en Marisela zelf, die hem nog altijd wil (laten) inrekenen.

América

VPRO

‘Je bent heel lief’, zegt América tegen haar kleinzoon Diego, nadat ze hem een kus op zijn voorhoofd heeft gegeven.

‘Nee, jij’, reageert hij.

Intussen heeft ze de camera van Erick Stoll en Chase Whiteside ontdekt, die het tafereel van dichtbij gade slaat. ‘Wat doet hij?’

De jongen lacht: ‘Hij filmt.’

‘Filmt hij alles wat we doen?’

‘En wat we zeggen.’

‘Waarom?’ wil de oudere vrouw weten.

‘Omdat je een ster bent.’

Daar is ze het mee eens. Bijna dan. ‘Een vallende ster.’

Nog niet zo lang geleden is de hoogbejaarde Mexicaanse vrouw América Capdevielle Levas inderdaad gevallen. Uit bed. Buren hoorden haar kermen van de pijn en belden de politie. ‘Ze leek aan haar lot overgelaten’, constateert kleinzoon Diego. Zijn vader Luis, die de oude vrouw onder zijn hoede had, werd vervolgens beschuldigd van verwaarlozing en in de cel gegooid.

Sindsdien verzorgen Diego en zijn broers Rodrigo en Bruno hun grootmoeder. Zelf heeft zij dat nog niet altijd in de gaten. ‘Deze foto is van twintig jaar geleden’, zegt Diego bijvoorbeeld tegen haar als ze samen op de bank zitten. ‘Zo lang?’ reageert de oude vrouw. Ja, beaamt haar kleinzoon. ‘We zijn al twintig jaar vrienden.’

‘Dan is je oma al heel oud nu.’

‘Hoe oud ben jij?’

‘Ik?’ vraagt ze verbaasd.

‘Jij bent mijn oma.’

‘Ik dacht…’, reageert América (73 min.) licht verward.

Diego stelt haar gerust: ‘Dat ben jij.’

Liefdevol begeleiden de drie broers Alvarez Serrano hun oma zo door haar laatste levensfase. Tussen het douchen, ontlasten en naar bed brengen door vinden ze bovendien tijd voor hun gezamenlijke passie, acrobatiek. Als een medewerker van het bureau voor senioren een controle uitvoert, ziet die dat het eigenlijk hartstikke goed gaat.

Gaandeweg slaat de idyllische sfeer in huis een beetje om. Op de achtergrond is er nog altijd de strafzaak tegen de vader van de jongens, die nu al maandenlang in de cel zit. En hoe zit het met hun eigen levens en ambities? Hoe verhouden die zich tot hun onverwachte zorgtaak? Zo krijgt deze kleine, mooie, menselijke film een venijnig kartelrandje, waardoor ie nog eens extra goed binnenkomt.

Frida – Viva La Vida

‘Ik ben drie kinderen en een heleboel andere dingen kwijtgeraakt die mijn verschrikkelijke leven zin hadden kunnen geven’, citeert regisseur Giovanni Troilo bij aanvang van dit portret zijn hoofdpersoon Frida Kahlo. ‘Het schilderen moest dit allemaal vervangen.’ Daarmee zou de Mexicaanse kunstenares zichzelf echter onsterfelijk maken, zo wordt nog eens onderstreept met de gestileerde documentaire Frida – Viva La Vida (93 min.)

De filmmaker maakt daarin opmerkelijke keuzes. Een verteller in beeld, bijvoorbeeld: de mysterieuze Asia Argento. Zij wordt gesecondeerd door Kahlo-kenners en kunsthistorici, die de kijker, enigszins opgeprikt, langs plekken in het hedendaagse Mexico leiden die zijn gelieerd aan de hoofdpersoon. Deze getuige-deskundigen proberen het iconische beeld van Frida Kahlo van enige nuance te voorzien. Uiteindelijk leveren ze evenwel vooral hun eigen bijdrage aan het mythologiseren van hun heldin.

Alle kernelementen uit haar opmerkelijke levenswandel passeren daarbij de revue: het dramatische ongeluk dat Kahlo’s leven veranderde, zodat er ineens twee Frida’s zouden zijn ontstaan: de feministe avant la lettre en de gevierde kunstenares. Haar ontmoeting met de vermaarde schilder Diego Rivera, die tot belangwekkende kunst en twee (!) stormachtige huwelijken zou leiden. En die ontzettend beladen beslissing in 1953, het startpunt van deze film, om haar rechterbeen te amputeren – het begin van het einde, háár einde.

Troilo lardeert zijn dramatische vertelling met passages uit Kahlo’s geschriften en zet die nog eens stevig aan met een tamelijk bombastische mixture van haar kunstwerken, archiefmateriaal, panorama’s van het hedendaagse Mexico, symbolische sequenties die de emotionele ontwikkeling van zijn protagonist moeten weerspiegelen en een dikke soundtrack. Het is allemaal wat veel, voelt soms ook wat gekunsteld en slaat uiteindelijk een beetje dood.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

Sea Of Shadows

Wie is de El Chapo van de totoaba? vraagt de Mexicaanse televisiejournalist Carlos Loret de Mora zich met gevoel voor drama af. De totoaba, een vissoort die razend populair is in China en daar helende krachten wordt toegedicht, wordt ook wel ‘de cocaïne van de zee’ genoemd en is ten prooi gevallen aan Chinese smokkelaars en Mexicaanse drugskartels.

De netten die plaatselijke vissers in de zee van Cortez droppen om totoaba te vangen hebben bovendien een treurige bijvangst: dode vaquitas. Van deze Californische bruinvissen schijnen er nog maar zo’n dertig in ’s werelds wateren te leven. In Sea Of Shadows (103 min.) volgt regisseur Richard Ladkani een boot met vrijwilligers van Sea Shepherd die netten uit de zee verwijderen en de confrontatie aangaan met hun gewapende vijand.

Tegelijkertijd spannen ze zich in om zelf vaquitas te vangen, zodat die in een beschermde omgeving kunnen voortleven. Als ze daadwerkelijk zo’n zeldzaam (ontwapenend) schepsel onderscheppen, blijkt het echter nog bepaald geen sinecure om het dier in leven te houden. Dit resulteert in één van de aangrijpendste scènes van deze activistische film, een moderne variant op de Oscar-winnende documentaire The Cove uit 2009.

Net als die film over de Japanse jacht op dolfijnen wil de spannende actiedocu Sea Of Shadows, waarvan de afkorting niet voor niets S.O.S. is, behalve entertainen ook duidelijk een boodschap kwijt: de handel in exquise vis vertoont alle tekenen van georganiseerde misdaad, met de gewelddadige Mexicaan Oscar Parra als sinistere kartelleider, en moet dus heel dringend een halt worden toegeroepen. Uitroepteken.

Maradona En Sinaloa

Netflix

Diego Maradona als nieuwe trainer van de zieltogende Mexicaanse voetbalclub Dorados de Sinaloa uit Culiacán. Dat kan natuurlijk alleen een ordinaire publiciteitsstunt zijn. Of, op zijn minst, een erg doorzichtige poging om een schokeffect te weeg te brengen. Geen enkele voetbalclub ter wereld zal de voormalige Argentijnse topspeler immers als coach aanstellen vanwege zijn bewezen capaciteiten als leider.

Maradona is een typisch voorbeeld van, om met voormalig topcoach Co Adriaanse te spreken, een geweldig paard dat nooit een overtuigende ruiter is geworden. Sterker: het is tegenwoordig nauwelijks voor te stellen dat die onverbeterlijke paljas ooit een echt raspaard was – al bewijzen zijn wereldberoemde doelpunten, die natuurlijk ook in Maradona En Sinaloa (230 min.) niet ontbreken, overtuigend het tegendeel.

De man is geen schim meer van wie hij ooit geweest moet zijn en wordt in deze zevendelige documentaireserie ook geen moment echt tot leven gewekt. Hoewel het Argentijnse fenomeen met zijn nieuwe team gedurig achter de schermen wordt gefilmd, stapt hij geen enkele keer uit zijn rol van De Karikatuur Maradona. De Argentijn knuffelt, danst, scheldt en bezigt clichés dat het een lieve lust is, maar wie er werkelijk in de Michelinmannetjes-versie van de legendarische voetballer schuilt blijft volstrekt onduidelijk.

Ook filmmaker Angus MacQueen gebruikt Diego Armando Maradona vooral als grotesk uithangbord voor zijn serie en focust zich daarnaast op de voorzitter, spelers en fans van de voetbalclub uit de thuisbasis van drugsbaas El Chapo en diens beruchte kartel. Hij volgt hen als ze proberen te promoveren naar de hoogste Mexicaanse divisie, een weg die de club aan de (wereldberoemde) hand van Maradona, die intussen door Jan en alleman continu wordt bewierookt, zowaar lijkt te vinden.

De opmars van Dorados de Sinaloa, opgeleukt met de verplichte incidenten rond de gewezen wereldster, vormt de rode draad van deze flinterdunne voetbaldocusoap, die vooral laat zien wat een schertsfiguur de legende Diego Maradona is geworden. En, alle slechte toneelstukjes ten spijt, lijkt iedereen dat ook te beseffen. Behalve de grote kleine man zelf, waarschijnlijk.

Radio Silence

IDFA

Het ‘pax mafioso’ werd simpelweg hersteld, volgens filmmaakster Juliana Fanjul. Na ruim zeventig jaar aan de macht – een periode waarin Mexico was veranderd in een ‘perfecte dictatuur’ – werd de PRI in 2000 afgestraft door de kiezer. Twaalf jaar later won de oude autocratische partij echter opnieuw de verkiezingen. De okselfrisse Enrique Peña Nieto, zorgvuldig klaargestoomd in bevriende media, werd president.

Een belangrijke criticaster van de nieuwe leider, de populaire radiopresentatrice Carmen Aristegui, kreeg vrij snel daarna ontslag. In een poging om haar monddood te maken, aldus Fanjul in de grimmige documentaire Radio Silence (78 min.). Tevergeefs. Aristegui en enkele getrouwen, gadegeslagen door de filmmaakster, benutten haar verplichte radiostilte om een eigen internetplatform op te starten. Van daaruit hervat ze haar taak als controleur van de macht

Intussen lijkt Mexico definitief te verworden tot een narcostaat: aan bruggen verschijnen demonstratief opgehangen lijken, in Iguala verdwijnen 43 studenten en kritische journalisten bekopen hun werk regelmatig met de dood. ‘Hier stelen we, want daar staat toch geen straf op’, formuleert Fanjul het scherp in één van de vele voice-overs waarmee ze het verhaal van Aristegui en haar land begeleidt. ‘Je kunt beter zwijgen en medeplichtig zijn dan degene worden die zich uitspreekt.’

In die bedreigende atmosfeer, waarin het recht op vrijheid van meningsuiting een welhaast ondraaglijke plicht wordt, weigeren de protagonist en haar medewerkers om (zelf)censuur te accepteren. Juliana Fanjul volgt hen gedurende vier enerverende jaren, op weg naar de volgende verkiezingen. Ben je bereid om te sterven voor deze baan? vraagt ze. Het is een vraag die ze zichzelf vooral niet stellen.

A 3 Minute Hug

Netflix

Familie 1 tot en met 15 mogen naar voren komen, roept een man met een megafoon. Ze gaan in de rij staan voor A 3 Minute Hug (28 min.). Op de achtergrond prijkt een groot spandoek: #hugsnotwalls.

Het is 12 mei 2018. Tussen El Paso en Juarez. Van beide zijden van de Amerikaans-Mexicaanse grens stromen mensen toe. Ouders met kinderen. Geliefden. Opa’s en oma’s. Ze hebben hun verwanten van de andere kant van de grens vaak jarenlang niet gezien. ’Families klaar….’ En dan zijn er enkele luttele minuten om die ander aan te raken, eens goed vast te pakken en diep in de ogen te kijken.

Everardo González observeert slechts in deze korte film als immigranten die toegang hebben gekregen tot de Verenigde Staten familieleden ontmoeten van wie de asielaanvraag werd afgewezen. Woorden schieten tekort en blijven dus ook achterwege. De beelden, veelal in slow-motion, vertellen alles en krijgen extra lading door vet aangezette, indringende muziek van de Vlaamse componist Wim Mertens.

Na enkele ogenblikken ontlading volgt de doffe realiteit: ‘de tijd is om’. Het afscheid. En daarna weer een leven zonder elkaar.

Midnight Family

Het is een familiebedrijf, de ambulance van het Mexicaanse gezin Ochoa. Een bedrijf, juist. Als er geen officiële ambulance kan komen in Mexico-Stad, maakt dat de weg vrij voor commerciële hulpteams zoals de ziekenwagen van de Ochoa’s. De zeventienjarige zoon Juan, een guitig joch met een beugel, zit achter het stuur. Achter in de ambulance ligt Juans elfjarige broertje Josué, die nogal eens van school spijbelt, loom te wezen. Samen met hun vader Fernando en de kalme ambulancebroeder Manuel Hernández scheuren ze ’s nachts door de Mexicaanse metropool.

Op een bevolking van negen miljoen mensen rijden er dagelijks slechts 45 officiële ambulances in Mexico-Stad. De meeste calamiteiten worden overgelaten aan de vrije markt. Juan en zijn ambulancecowboys jagen dus op klussen en moeten de concurrentie daarbij letterlijk inhalen of van zich afschudden. Elke wagen wil nu eenmaal als eerste bij een incident of ongeval zijn, om in elk geval zijn onkosten vergoed te krijgen. Het leidt tot wild west-taferelen in het holst van de nacht, waarbij de patiënt eerst en vooral een potentiële klant is.

Als een tienermeisje, dat een gebroken neus heeft overgehouden aan een ruzie met haar vriendje, de ambulance instapt, is haar eerste vraag: ‘Wordt dit duur?’ Of ze een zorgverzekering heeft? wil het medische team weten. Nee. Nog voor de behandeling wordt opgestart, moet er daarom duidelijkheid komen over waar ze woont. ‘Bij mijn moeder, maar die heeft echt geen geld.’ Tussen alle vragen door, wil het gehavende meisje eigenlijk maar één ding: een knuffel. Terwijl ze wordt getroost en behandeld, blijft het echter de vraag wie de rekening gaat betalen. En óf die wordt betaald.

Het gebedel om geld lijkt in Midnight Family (77 min.) regelmatig te interfereren met de primaire taak van het hulpverleningsteam, dat in een financiële wurggreep lijkt te zitten. Benzine is duur en tippende politieagenten moeten tevreden worden gehouden met smeergeld. In die onmogelijke situatie stapt filmmaker Luke Lorentzen voor enkele zenuwslopende nachten in de Ochoa-auto. Hij focust zich daarbij volledig op de ambulancebroeders. De behandelde patiënten worden niet herkenbaar in beeld gebracht. Uit privacyoverwegingen, ongetwijfeld, maar ook omdat ze nooit meer worden dan bijfiguren.

Te midden van alle hectiek en geldzorgen moeten Juan Ochoa en zijn team het hoofd koel en de benzinetank gevuld zien te houden in deze machtige film, die als een losgeslagen zwarte ambulance door de donkerste spelonken van Mexico’s hoofdstad dendert en en passant het belang van goede en betaalbare gezondheidszorg onderstreept.

Living Undocumented

Awa Sow / Netflix

‘Stel je voor dat je wakker wordt en je vader is weg’, zegt Awa Sow, een Afro-Amerikaanse vrouw van Mauritaanse afkomst. ‘Je gaat naar huis en zegt dat alles in orde komt, maar dat weet je zelf niet eens. Stel je voor dat je probeert te slapen maar wakker ligt. Urenlang. Omdat je niet kun slapen.’ De felle donkere vrouw, van wie de vader plotseling werd afgevoerd zodat hij de VS kan worden uitgezet, kijkt recht in de camera. ‘Die zorg wordt je dood.’ Een traan rolt over haar wang. ‘Ze zullen je proberen te breken’, concludeert ze bitter. Awa richt zich, terwijl in beeld de Amerikaanse president Trump verschijnt, rechtstreeks tot de kijker: ‘Je kunt de documentaire bekijken. Je kunt zeggen: dit is erg. Maar uiteindelijk kijk jij ernaar op tv. Die kun je afzetten. Doorgaan met je leven.’

De allereerste scène van de zesdelige docuserie Living Undocumented (256 min.) laat er geen misverstand over bestaan: terwijl wij voor de buis zitten, worden er in een (ander) westers land, dat we nog niet zo lang geleden als voorbeeld zagen, onschuldige mensen gedeporteerd. Waar de vorige Amerikaanse president Obama en diens voorgangers zich nog beperkten tot het uitzetten van illegale criminelen, probeert Trump alles wat los en vast zit op te pakken. Rond zijn veelbesproken grensmuur, zo lekte afgelopen week uit via The New York Times, zou volgens hem bovendien een gracht met krokodillen en slangen moeten worden aangelegd. En anders kunnen ze die indringers toch gewoon in hun been schieten?

Anna Chai en Aaron Saidman hebben in 2018 acht gezinnen gefilmd, waarvan één of meerdere leden illegaal in de Verenigde Staten verblijven. Ze kunnen elk ogenblik opgepakt worden door de Amerikaanse overheidsdienst ICE. Van oudsher gaat het veelal om economische vluchtelingen, mannen uit Latijns-Amerika die geld willen verdienen om thuis een gezin te kunnen onderhouden. Tegenwoordig betreft het echter ook steeds vaker immigranten die op de vlucht zijn geslagen voor (bende)geweld in eigen land. Hun schrijnende verhalen worden in deze activistische documentaireserie gesandwicht, om zo de grotere problematiek van Trumps klopjacht op immigranten, waarbij volstrekt onschuldige kinderen zonder scrupules van hun familie worden gescheiden, in beeld te brengen.

Aflevering 1 introduceert bijvoorbeeld Luis uit Honduras, die sinds 2012 in de Verenigde Staten verblijft. Zijn zwangere vrouw Kenia is opgepakt in Kansas en zal worden uitgezet. Samen met zijn driejarige zoontje Noah gaat Luis haar uitgeleide doen, waarbij hij het gevaar loopt dat hij zelf, of z’n zoontje, ook het land moet verlaten. De Israëliër Ron leeft al sinds 2001 illegaal in de VS. Hij heeft kinderen die in z’n huidige land zijn geboren en dus Amerikaans staatsburger zijn, maar mag hij zelf ook blijven? En Alejandra, sinds 1998 illegaal in het land, kan sinds een verkeerscontrole in 2013 elk ogenblik gedeporteerd worden. Blijven haar dochters dan bij echtgenoot Temo, een voormalige militair die op Trump stemde? Of gaan ze met haar terug naar Mexico, een land waaraan zijzelf vooral traumatische herinneringen heeft?

Chai en Saidman beperken zich veelal tot observeren en laten hun hoofdpersonen vrijwel ongefilterd hun persoonlijke verhaal doen. Bij sommige nieuwkomers of hun advocaten en pleitbezorgers hadden enkele kritische vragen niet misstaan. Nu worden bepaalde mensen die, hoe begrijpelijk ook, doelbewust illegaal naar de VS zijn gekomen wel heel eenvoudig alleen als slachtoffer neergezet. Tegelijkertijd toont Living Undocumented wel op indringende wijze de achterkant van Trumps wrede deportatiebeleid en worden immigranten die door hem stelselmatig zijn gedehumaniseerd, als ongedierte dat maar het beste kan worden verdelgd, weer overtuigend vermenselijkt. Het zijn doodgewone mannen en vrouwen die, zoals ieder van ons, simpelweg het beste willen voor hun geliefden en zichzelf. En dat zou niemand hen kwalijk mogen nemen.

The Trade


Een man belt in bij het hulpnummer 911: ‘Ik denk dat mijn dochter dood is’, klinkt het nog redelijk nuchter. ‘Ze ligt in de badkamer, ik kom net binnen. Oh, mijn God! Er komt spul uit haar mond. Uit haar neus. Oh, mijn God, Ashley. Oh, Ashley. Ashley!’ Ashley Staub sterft uiteindelijk aan een overdosis heroïne. Haar twee kinderen speelden in de kamer verderop. Ashleys ouders zitten in zak en as. Zij weet bovendien dat hij ook ooit met een verslaving kampte. Heeft hij die zwakte doorgegeven aan zijn dochter? Agenten nemen de zaak in onderzoek. Haar verslaafde ex-vriendje lijkt erbij betrokken te zijn. Maar hoe komt hij aan zijn dope?

De agenten zoeken door. Terwijl ze speuren naar Ashleys leveranciers krijgen ze meer begrip voor ‘die junkies’, die ze voorheen vooral beschouwden als op te jagen wild. Het blijken gewoon mensen. The Trade (258 min.), een vijfdelige serie van Matthew Heineman over de zogenaamde ’opioid crisis’, belicht de catastrofe die zich in de afgelopen jaren heeft afgetekend via een mozaïek van direct betrokkenen. Gewone – en, opvallend genoeg, vrijwel altijd blanke – mensen uit alle uithoeken van de Verenigde Staten en Mexico. Columbus, Ohio. Juarez, Chihuahua. Atlanta, Georgia. Voetsoldaten en burgerslachtoffers van de opnieuw oplaaiende ’war on drugs’.

Een moeder die haar verslaafde zoons in het gareel probeert te houden (en er één uiteindelijk buiten moet trappen). Don Miquel, het hoofd van de heroïnebende van Guerrero dat zijn territorium wil beschermen. De hoogzwangere dealer. Een Amerikaanse ‘cop’ die in de buurt probeert te komen van de hoogste echelons van een drugskartel. De Mexicaanse man op zoek naar zijn vermiste broer. Een federale agent die in Mexico rücksichtslos poppyvelden laat platbranden. De koelbloedige professionele killer. Een oudere zus die de was doet voor haar verslaafde broer. En alle uitgeteerde lijven, die allang de geest lijken te hebben gegeven en zweren bij die godvergeten naald.

Met de voortreffelijke docuserie The Trade borduurt Matthew Heineman voort op zijn geweldige documentaire Cartel Land uit 2015. Hij zit het drugsspook dat door heel Noord-Amerika waart voortdurend op de hielen en laat zien hoe het in allerlei verschillende, veelal oerlelijke, gedaanten steeds weer de kop opsteekt. Daarbij schakelt hij voortdurend tussen meta- en microniveau; de majestueuze poppyvelden die voor welvaart zorgen aan de ene kant van de grens, zaaien dood en verderf aan de andere kant, bij twee tot elkaar veroordeelde junks in een troosteloos drugspand.

Heineman hanteert intussen met verve het principe ‘show, don’t tell’. Interviews blijven in het fascinerende The Trade vrijwel volledig achterwege. Hij laat van heel dichtbij zien hoe zijn personages grip proberen te krijgen op hun leven en geeft hen diepte middels een ‘monologue interieur’, interviewfragmenten buiten beeld waarmee hij de kijker als het ware in hun hoofd laat kruipen. Soms lijkt wat er voor Heinemans uiterst doeltreffende camera gebeurt bijna te ‘mooi’ om waar te zijn. Alsof hij een real life mash-up van Narcos en The Wire heeft gemaakt, waarin iedere speler, door een wrede speling van het lot gecast, zich netjes aan zijn uitgeschreven rol houdt.

In The Trade – Season 2 belicht Matthew Heineman de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning.

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

The Day I Met El Chapo

Netflix

Ze speelt de rol van haar leven. Kate del Castillo droomde jarenlang van een doorbraak in Hollywood. De Mexicaanse soapactrice vond uiteindelijk een mecenas in Joaquín Guzmán Loera. Ofwel: de beruchte drugsbaas met zijn eigen televisieserie, El Chapo. Hij bezorgde haar de onbetwiste hoofdrol in de driedelige documentaire The Day I Met El Chapo (162 min.).

Sean Penn speelt daarin de bad guy. De Amerikaanse steracteur stuurde Del Castillo’s plannen om op El Chapo’s verzoek een speelfilm over zijn leven te maken helemaal in de war. Tijdens de eerste ontmoeting van het drietal bleek hij haar erin te hebben geluisd. Penn wilde helemaal geen film maken, hij wilde gewoon een interview met de meest gezochte crimineel van de wereld, die even daarvoor met veel bombarie uit de gevangenis was ontsnapt.

Guzmán Loera had haar persoonlijk uitgenodigd, vertelt Del Castillo in een van de vele zorgvuldig geënsceneerde en (melo)dramatische scènes van deze documentaire. El Chapo mag dan verdacht worden van betrokkenheid bij tientallen moorden. In zijn handgeschreven brief aan haar liet hij zien dat hij wel degelijk een ‘goei hartje’ heeft. Aldus een vereerde Kate, die drugshandel verder natuurlijk absoluut niet wil vergoelijken.

En zo rijgen de ‘spannende’ en ‘ontroerende’ momenten zich aaneen in deze uiterst zepige docu over de ontmoeting tussen de hedendaagse The Good (de onverschrokken femme fatale Kate del Castillo, tevens executive producer van deze film), The Bad (de Mexicaanse meesterbandiet met de Robin Hood-achtige allure en een zwak voor aantrekkelijke soapsterren) en The Ugly (dat miezerige Amerikaanse acteurtje met zijn gladde praatjes en ook al een zwak voor aantrekkelijke soapsterren, Sean Penn).

Penn verzet zich inmiddels met hand en tand tegen de rol die hem is toebedeeld in deze, op een welhaast perverse manier fascinerende film. Hij wordt neergezet als de man die de beruchte drugsbaas, die na zijn spectaculaire ontsnapping weer werd opgepakt, zou hebben verraden. Kate del Castello kan de kijker echter recht in de ogen kijken. Dat doet ze dan ook regelmatig.

Op basis van haar gedenkwaardige hoofdrol in The Day I Met El Chapo komt de actrice, die zich nog altijd niet te groot voelt voor een soaprol, bovendien beslist in aanmerking voor een Oscar.