Skip En De Rhythm Rangers

Skip danst. Dat is leuk. Erg leuk zelfs. Maar ook lastig. Want Skip is een jongen. En veertien. Hij wil stoer zijn. En toch dansen. Met zijn vrienden. De Rhythm Rangers. Geen mietjes hoor. Gewoon dansende jongens.

Nu moeten ze voguen. Vo-gu-en. Wie heeft dat nu weer bedacht? Ze zijn toch geen mietjes? Gewoon jongens hoor. Die toevallig willen dansen. En stoer zijn. En veertien. En Skip heten. Ja, rare naam, hè?

Gepest is-ie ermee. Skip. Wie verzint zoiets? Het maakt hem niks uit. Echt niet. Ze krijgen hem niet klein. Beslist niet. Voguen zal hij! Wat ze er ook van zeggen. Want dat zullen ze. Vast en zeker. Hij lijkt zo net een meisje.

In deze fijne jeugddocu. Van Olivier Garcia. Vlot en filmisch. En toch met inhoud. Veertien jaar in veertien minuten. Bijna vijftien. De belangrijke dingen. Over zelfvertrouwen. Pesten. En desondanks gewoon dansen. Stoer zijn. Een jongen. Skip.

Lenno En De Maanvis

 

Als je niet verder kijkt dan je neus lang is, zie je gewoon een kutventje: Lenno. Of zoals zijn vader vaak geïrriteerd, in plat Utrechts, roept: ‘Lennooo’. Uitroepteken erachter. Het joch is tien jaar oud en gek van zijn maanvis. Een symbolische keuze, zo lijkt het: die vis heeft de naam dat ie agressief is. Maar dat vindt Lenno niet eerlijk.

‘Mensen denken wel eens dat ik een probleem heb omdat ik vaak boos ben’, zegt hij over zichzelf. ‘Ik vind dat heel stom dat ze dat zeggen.’ Zijn vader, die volgens eigen zeggen ook niet altijd braaf is geweest, voedt Lenno in zijn eentje op en probeert hem en zijn tweelingbroer Teun te behoeden voor de fouten die hij zelf ooit maakte. ‘Toen ik vroeger boos werd, klapte ik er gelijk op. En waarom? Omdat ik niet kon praten. En dat moet jij ook eens leren.’

De ruwe en toch poëtische jeugddocumentaire Lenno En De Maanvis (18 min.) van Shamira Raphaëla, die de IDFA Award voor beste kinderdocumentaire won en zondag opnieuw wordt uitgezonden, portretteert van heel dichtbij een jongen met gedragsproblemen en zijn directe omgeving.  Het is een bijna zintuiglijke ervaring geworden, met een heel associatieve montage, lekkere dwarse percussie als soundtrack en een vertelling die soms plotseling van kleur verschiet.

Conflict en verzoening kunnen elkaar binnen enkele seconden afwisselen. Zo mag Lenno bijvoorbeeld een duivelshoofd op het been van zijn vader tatoeëren. ‘Dieper d’r in’, moedigt die hem aan. ‘Maar mag dat eigenlijk wel, dat ik een tattoo zet?’ wil Lenno weten. ‘Mag ik zelf weten’, antwoordt vader beslist, alsof hij de ontluikende puber is. Niet veel later krijgen de twee ruzie en roept vader hem stevig tot de orde. En Lenno wordt even weer een doodnormaal joch van tien, dat op zijn nummer is gezet.

Shamira Raphaëla maakte eerder de spannende egodocumentaire Deal With It, waarin ze haar drugs dealende en aan heroïne verslaafde vader Pempy en haar broer Andy, die op het rechte pad probeert te blijven, op intieme wijze portretteert.

A Year Of Hope

 

Kun je ergens achter die wezenloze blik of in dat geharde lijf het kind terugvinden dat op straat verloren is gegaan? Enkele verweesde jongens uit een sloppenwijk van de Filipijnse hoofdstad Manilla worden uitgenodigd om een jaar lang in een rehabilitatiecentrum buiten de stad te verblijven, met als doel om daar een ánder leven op te bouwen. De documentaire A Year Of Hope (57 min) van Mikala Krogh observeert hoe ze zich los proberen te maken van hun bestaan aan de zelfkant.

Slapen op een stuk karton, stelen om te overleven en lijm snuiven teneinde de altijd aanwezige honger te verdrijven. Het was misschien een desolaat leven, maar kun je er ooit helemaal van loskomen? Zeker als je lijf en geest nog de sporen dragen van volledig ontspoorde seksualiteit. Victor, een gefingeerde naam, wordt er in het centrum bijvoorbeeld op aangesproken dat hij een andere jongen onzedelijk heeft betast. Als hij zijn excuses aanbiedt, mag hij onderdeel blijven van de groep. Kan Victor die stap zetten?

Die nieuwe, liefdevolle omgeving in het Stairway Centrum, waarbij er ineens ruimte is voor sport, spel en een bezoek aan het strand, brengt de tieners uit hun evenwicht. Met wisselend resultaat. Terwijl de één na lange tijd zijn glimlach hervindt, komt een ander juist klem te zitten in de wereld die zich voor hem opent. Zijn geest lijkt alleen gewend aan gesloten deuren. In de gevoelige film A Year Of Hope bereiden ze zich voor op hun terugkeer naar de grote boze buitenwereld, fier door de voordeur of stilletjes via de achteruitgang. Waarbij alle hoop die nu opflakkert een moment later zomaar de bodem kan worden ingeslagen.

Luister


Zoals veel volwassenen liever naar het Jeugdjournaal kijken dan naar het ‘echte’ Journaal, zo kunnen documentaireliefhebbers met een gerust hart afstemmen op de jeugddocumentaires die, onder de noemer Zapp Echt Gebeurd, op zondagavond worden uitgezonden op NPO3; volwassen films over volwassen onderwerpen. Interessant voor jong en oud, verteld bovendien in hooguit twintig minuten.

Astrid Bussink geldt zo langzamerhand als een echte crack in jeugddoculand. Met haar films Achter De Toren (over vier Zeeuwse jongens die zich opmaken voor de middelbare school) en Giovanni En Het Waterballet (over een jongen die aan synchroonzwemmen doet) deed ze al danig van zich spreken. Sinds het najaar van 2017 is Bussink bovendien eindredacteur van VPRO Jeugd.

In diezelfde periode ging op het IDFA haar nieuwste film Luister (15 min.) in première. Deze documentaire over de Kindertelefoon won daar een speciale juryprijs voor beste jeugddocumentaire. Dat is niet vreemd. Luister is een speelse, collageachtige impressie van wat er zoal aan gesprekken binnenkomt bij de hulplijn en biedt op die manier een brede dwarsdoorsnede van wat er allemaal kan omgaan in een kinderhoofd.

Bussink haalt vier verhalen naar voren. Een meisje waarvan de ouders gaan scheiden. De jongen in een asielzoekerscentrum die zich zorgen maakt over zijn toekomst. Het meisje waarvan pa en ma toch wel erg vaak van huis zijn. En een puber met een geheim en een nét iets te kort lontje. De verhalen zijn geanonimiseerd en worden nauwelijks van context voorzien, maar zijn zeer treffend verbeeld en ingekleurd.

Het is daarom niet moeilijk om er een kind van vlees en bloed bij te bedenken. Je eigen kind, diens vriendjes of vriendinnetjes, zomaar een klasgenootje of dat ene jongetje of meisje aan het eind van de straat. Ze zouden zomaar eens om een luisterend oor verlegen kunnen zitten.

Slagershart

 

‘Zonder doden geen vak’, zegt opa Ter Weele achteloos tegen zijn kleinzoon Wessel, die later het familiebedrijf wil voortzetten. De dertienjarige telg van een Gelderse slagersgeslacht begrijpt dat er altijd een dier moet worden gedood als je vlees wilt verkopen. Hij heeft zelfs een vriendje, dat hem in dat kader konijntjes levert.

In de fraaie jeugddocumentaire Slagershart (14 min.) portretteert Marijn Frank, die eerder al haar eigen relatie tot vlees onderzocht in de sterke documentaire Vleesverlangen, de no-nonsense jongen uit Oene. Hoewel Wessel later het slagersvak in wil, houdt hij volgens eigen zeggen van dieren. ‘Sommige mensen denken dat slagers dieren alleen leuk vinden als ze aan de enkels hangen’, stelt hij droog. ‘Maar dat is bij mij en m’n vader en m’n opa helemaal niet zo.’

Slagershart, dat anderhalve maand geleden de Cinekid Award voor Beste Nederlandse Non-Fictie Televisieproductie won, werd vorige week zondag al uitgezonden in Zapp Echt Gebeurd, een prachtig platform voor Nederlandse jeugddocumentaires op NPO3. In eerste instantie had ik de film gemist, maar ik vond ’m te mooi en aandoenlijk om onbesproken te laten in deze nieuwsbrief.