Het Hut Syndicaat

‘Go ahead, make my day’, lijkt de man met de buks te denken, als er een haas op hem afrent. Ze zijn lekker een dagje aan het jagen, de leden van Het Hut Syndicaat (85 min.). Een groep drijvers met honden heeft de dieren over het perceel gejaagd. Aan de andere kant van het veld staan hun kameraden te wachten, met het geweer in de aanslag.

Het zijn gezelligheidsdieren, deze mannen van middelbare leeftijd. In hun even verderop gelegen hut laten ze zich de drankjes en hapjes goed smaken. En als ze erin slagen om iets te schieten, dan delen ze dat vol trots met elkaar. ‘Djiezus’, bewondert de één het hazenkadaver van de ander. ‘Mooi afschot’, constateert deze trots. ‘Hee’, roept Ronald Timmermans een andere jachtvrind goedkeurend toe. ‘Moordenaar!’

Gastronoom Timmermans fungeert al een paar jaar als jagermeester voor een groep mannen (en een enkele vrouw) die elke herfst op klein wild gaat jagen in de Wieringermeerpolder en werpt zich tevens op als gastheer voor Diego Gutiérrrez, een in Nederland woonachtige Mexicaanse documentairemaker die enkele jaren geleden een Gouden Kalf won met zijn film Parts Of A Family.

‘Diego, je moet wel opschieten met die film te maken’, zegt één van de syndicaatsleden gekscherend tegen de filmmaker. ‘Gezien de leeftijd van de jagers hier.’ Hij slaat de spijker op zijn kop. Behalve over jagen, het buitenleven en de omgang met ons vlees – het villen, slachten en bereiden ervan zijn tot in detail te zien – portretteert deze documentaire ook een verdwijnende wereld en de mannen die daarbij horen.

Gutiérrez onthoudt zich zoveel mogelijk van commentaar, legt simpelweg vast wat er voor zijn camera gebeurt en spreekt met de betrokken jagers. Over de jacht, de verwording van de Nederlandse natuur en ouder worden. Via de radio komt intussen de rest van Nederland binnen, waar natuurproblemen en dierenleed aan de orde van de dag lijken. Het Hut Syndicaat laat zich er niet door ontmoedigen.

Jiro Dreams Of Sushi

Jiro Dreams Of Sushi (82 min.) is een kleine film. Letterlijk. Het leeuwendeel van de documentaire speelt zich af op hooguit twintig vierkante meter. Zo groot is het restaurant van de 85-jarige Japanse sushimeester. Tien zitplekken, meer niet. En de wc is buiten. Lekker lang tafelen is er ook niet bij. Een snelle eter staat na een kwartier, en 30.000 Yen lichter, weer buiten. Toch is het, blijkbaar, een voorrecht om te mogen eten bij Jiro Ono in Tokyo. Hij is de oudste kok met drie Michelin-sterren.

Uiterste eenvoud schept zuiverheid, zoals een toonaangevende Japanse culinair journalist het omschrijft in deze fijne film van David Gelb uit 2011. De Japanse chef is een absolute ambachtsman, een relikwie van een verloren era waarin tijd en aandacht nog niet waren verdrongen door snel en voordelig. Jiro is tevens een strenge meester. Één van zijn leerlingen vertelt hoe hij eerst tweehonderd afgekeurde omeletten moest maken voordat er één goed werden bevonden. De tranen sprongen toen in z’n ogen.

De perfectionist Jiro werd automatisch een afwezige vader. Het lukte hem zelfs niet om op zondag thuis de vis aan te snijden. Hij was altijd aan het werk en droomde zelfs over sushi. Intussen zijn z’n beide zoons in zijn voetsporen getreden. Jongste zoon Takashi is elders een eigen restaurant begonnen. Oudste zoon Yoshikazu, vijftig inmiddels, staat nog altijd bij vader in de zaak. Hij wilde ooit straaljagerpiloot worden, maar wacht nu, geheel volgens de traditie, op zijn kans om de leiding over te nemen. Kan hij zijn onverslijtbare pa ooit overtreffen of zelfs maar evenaren?

In die zin vertelt Jiro Dreams Of Sushi, opgediend met ferme Philip Glass-muziek, een klassiek vader-zoon verhaal. Met de wisseling van de wacht dient zich straks ook onvermijdelijk het einde van een tijdperk aan. Dat tekent zich nu al af, getuige bijvoorbeeld het contrast tussen Jiro’s minieme restaurant en de enorme vismarkt, waar zijn oudste zoon tegenwoordig voor hem het neusje van de tonijn moet zien te vinden. Van een exclusief gerecht is sushi in de afgelopen jaren een massaproduct geworden. Een tekort aan kwaliteitsvis dreigt voor Jiro en zijn clientèle. Waardoor die uiteindelijk toch nog wel eens héél duur betaald zou kunnen worden.

De Vrouwen Van Venserpolder

In de Amerikaanse stad Detroit, jarenlang zo’n beetje het toonbeeld van stedelijk verval, deed het fenomeen al enige tijd geleden opgeld: moestuinen, in het hart van de stad. Ofwel: ‘a holististic approach to neighborhood revitalization’. Het is niet meer dan logisch dat in of vlakbij de Nederlandse Bijlmer een soortgelijk initiatief is ontstaan.

De binnentuin van woonblok tien in de wijk Venserpolder, gebouwd in de jaren tachtig, was vanwege overlast jarenlang verboden terrein. Inmiddels is de tuin weer geopend. Vrouwelijke bewoners, veelal van Surinaamse afkomst en zonder echtgenoot, zijn er een stadstuin begonnen en leren zo de wereld om hen heen en – vooral – elkaar beter kennen. ‘Oma’ Meli heeft bijvoorbeeld nog altijd heimwee naar Suriname, maar bouwt te midden van zelf verbouwde groenten echt een vriendenkring op.

In de observerende documentaire De Vrouwen Van Venserpolder (47 min.) van Eva de Breed spelen mannen nauwelijks een rol. Ze zitten werkeloos achter de geraniums, verblijven in de gevangenis of zijn, gewoon, afwezig. Wijkbeheerder Ulrich Wilson, in een grijs verleden profvoetballer bij Ajax, Ipswich Town en FC Groningen, kan erover meepraten. Hij zat ooit drie jaar thuis. ‘En dat is gewoon niet goed voor je bovenkamer. Daar gebeurt dan niks. En daar word je niet gelukkig van.’

Gaandeweg sijpelt de buitenwereld ook stiekem de tuin in. Van het wegwerken van schulden tot familieleden die het verkeerde pad op dreigen te gaan. Terwijl de vrouwen groenten verbouwen, ontstaan er nieuwe sociale verbanden en krijgt de urban jungle om hen heen weer voorzichtig de kleur groen. Dat is de optimistische boodschap van De Vrouwen Van Venserpolder, dat laat zien hoe een klein initiatief de sociale cohesie in een wijk kan vergroten.

Super Size Me

 

‘We knew we couldn’t market our way out of Super Size Me’, bekende Alistair Macrow, senior vice president marketing van McDonald’s in 2014, tien jaar na het verschijnen van Morgan Spurlocks klassieke debuutfilm. De film uit 2004 bracht alle negatieve headlines over McDonald’s bij elkaar, aldus Macrow in dit artikel. En dus moest het anders bij de fastfoodketen: gezondere maaltijden en minder milieuschade. Vervat in een hagelnieuw groen logo dat de welbekende gele M met rode achtergrond inmiddels heeft vervangen.

Een documentaire die een multinational dwingt om zijn beleid bij te stellen. Dat kan alleen in Amerika, zou je zeggen. Het basisidee voor Super Size Me (99 min.) is dan ook even simpel als briljant: Morgan Spurlock, de goedlachse filmmaker met de karakteristieke druipsnor, besluit om dertig dagen lang alleen bij McDonald’s te gaan eten. Daarbij neemt hij zich bovendien plechtig voor om geen nee te zeggen als wordt aangeboden om het bestelde eten te ‘supersizen’. En, oh ja, net als de meeste doorsnee Amerikanen gaat hij het ook een maand zonder lichaamsbeweging doen. Alles met de auto dus.

Zijn vriendin, actief als vegetarische kok, houdt haar hart vast. En dat moet Spurlock zelf ook gaan doen als hij eenmaal goed, driemaal daags dus, in het menu van kolossale hamburgers, megafriet en extra large cokes zit. Ook al wordt hij daarbij begeleid door doctoren, een inspanningsfysioloog en een diëtiste. Spurlock gaat zich zienderogen minder goed voelen. Zowel lichamelijk als geestelijk. Illustratief is een klassieke scène waarin hij achter het stuur een Supersize-menu verorbert. Nadat hij achtereenvolgens McGurgles, McGas en McBurps te verduren heeft gekregen, volgt een heuse McPuke. Spurlock hangt zijn hoofd uit het raam en loost het fast food-menu, even snel als het is weggewerkt, weer op straat.

Tussen het (vr)eten door gaat Morgan Spurlock met deskundigen en gewone Amerikanen in gesprek over hoe obesitas het land in zijn greep dreigt te krijgen. Hij presenteert zijn bevindingen op een zeer toegankelijke manier met vlotte graphics, kekke animatiefilmpjes en catchy muziekjes, waardoor deze film op maat gesneden is voor een groot publiek. Spurlock wil daarbij, op zijn Michael Moores, ook echt een punt maken: de fast food-industrie die overal zijn vleugels uitslaat en zich in het bijzonder richt op jonge kinderen, moet dringend een halt worden toegeroepen. Om aan te tonen hoezeer McDonald’s is doorgedrongen tot de kindergeest, legt hij aan een paar willekeurige kinderen enkele foto’s voor: van die man met baard, ene Jezus Christus, hebben ze geen idee wie het is. Maar die guitige clown kennen ze allemaal: Ronald McDonald.

Hoewel Super Size Me McDonald’s min of meer heeft gedwongen om zijn assortiment te vergroenen, is het bedrijf met de alom tegenwoordige M anno 2018 nog steeds de wereldwijde marktleider. Zoals de Big Mac al die tijd gewoon de onbetwiste verkooptopper is gebleven. Blijkbaar zijn wij, de consumenten van al dat snelle eten, echt onverbeterlijk. In zijn voorstelling Functioneel Naakt vroeg cabaretier Theo Maassen zich al eens af wat het over ons zegt dat juist de zaak die zo ongezellig mogelijk is ingericht, zodat klanten er doorgaans snel weer weg willen, heeft kunnen uitgroeien tot het succesvolste restaurant aller tijden.

Vorig jaar maakte Morgan Spurlock een vervolg op zijn klassieke film: Super Size Me 2: Holy Chicken!. Deze documentaire is echter nooit officieel uitgebracht. Nadat Spurlock in de hoogtijdagen van #MeToo middels deze open brief zijn excuses aanbood voor seksueel wangedrag, heeft de distributeur van de film zich teruggetrokken.