The Men Who Sold The World Cup

Discovery+

Hij wordt beschreven als een maffiabaas, het hoofd van een door en door corrupte organisatie. Toch neemt Sepp Blatter, voormalige topman van de FIFA, goedgehumeurd plaats voor de camera. Van 1998 tot en met 2015 zwaaide de Zwitser de scepter over de wereldvoetbalbond. In deze periode kwam de organisatie, die onder zijn voorganger Joao Havelange al in de ban van het grote (smeer)geld was geraakt, steeds weer in het nieuws vanwege nieuwe schandalen.

In het tweeluik The Men Who Sold The World Cup (109 min.) buigen Morgan Pehme en Daniel DiMauro zich bijvoorbeeld over de toewijzing van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar. Die keuzes worden omgeven door hardnekkige verhalen over omkoping. ‘Het is opvallend hoe gemakkelijk Rusland dat WK binnenhaalde’, wast Blatter zijn handen in onschuld. ‘Hebben ze daarvoor betaald?’ En over Qatar: ‘Ik weet niet of ze hebben betaald. Ik heb dat niet gezien. Maar om de wereldkampioenschappen te krijgen is alles mogelijk in voetbal.’

De documentairemakers laten zich in het eerste deel bij de hand nemen door de Britse journalisten Heidi Blake en Jonathan Calvert van The Sunday Times, die de kwestie grondig onderzochten en er een boek over schreven (The Ugly Game). In deel 2 sluiten ze aan bij de in georganiseerde criminaliteit gespecialiseerde FBI-agent Michael Gaeta. Samen met de belastingdienst van de Verenigde Staten heeft hij zijn tanden gezet in Chuck Blazer, de voorzitter van de Amerikaanse voetbalbond en lid van het almachtige uitvoerende comité van de FIFA.

Via dit larger than life-personage, die zijn bevoorrechte positie jarenlang ten volle uitnut, proberen ze de voetbalbond zelf in de tang te krijgen. Pehme en DiMauro dreggen uitgebreid in de beerput die zo zichtbaar wordt met Blazers lekker naïeve vriendin, voormalig FIFA-functionaris Guido Tognoni en oud-geheimagent Christopher Steele (die namens de Britse regering onderzoek deed naar misstanden bij de bond). Het zijn kwesties die al vaker onder de loep zijn genomen, maar in deze tweedelige documentaire nog eens zorgvuldig worden uitgeplozen en bovendien toegankelijk opgediend.

En Blatter zelf? Er is volgens onderzoeksjournalist Calvert geen bewijs dat ook hij geld aannam. Misschien is hij daar gewoon te gewiekst voor. De mannen om hem heen – geen vrouw te bekennen bij de FIFA – werden bijna letterlijk slapend rijk en zorgden er dus wel voor dat hij, de man die officieel van niets wist, in het zadel kon blijven. ‘Was de FIFA een maffia-achtige organisatie?’ willen Pehme en DiMauro nog weten van Blatter. ‘Nee’, antwoordt de voormalige baas, die inmiddels persona non grata is bij organisatie die hij ruim veertig jaar diende, minzaam glimlachend. ‘Beslist niet. Dat is zo’n onzin.’

Mist

BNNVARA

Er zijn de verplichte privéfilmpjes, weerslagen van een ogenschijnlijk benijdenswaardige jeugd. Gemaakt door een trotse ouder die vereeuwigt hoe zijn/haar kind, een jong meisje in het officiële tenue van de turnbond, steeds weer boven zichzelf uitstijgt. Ze heeft duidelijk talent en wint ook medailles. Het zijn video’s die ongetwijfeld met familie en vrienden zijn gedeeld. Kijk eens, wat onze Stephanie nu weer heeft gepresteerd!

‘Ik krijg het helemaal benauwd’, zegt een inmiddels volwassen Stephanie Tijmes als ze jaren later haar vaste trainingshal binnenstapt. ‘Gadver!’ Haar herinneringen aan de periode dat ze topsport bedreef worden begeleid door opvallend unheimische muziek. Niet voor niets: waar zij aan denkt bij die formatieve jaren is niet te zien op de filmpjes. ‘Ik heb tien jaar lang elke dag gehoord dat ik lelijk en te dik was’, vertelt de voormalige topturnster in Mist (26 min). ‘En dat ik niet goed was, niet hard genoeg trainde, stijf was.’

Sinds de Amerikaanse documentaires At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en Athlete A genadeloos de mores blootlegden binnen de Amerikaanse turnwereld, waar ‘tough love’ de norm leek en dat ‘love’ soms dan ook nog eens héél verkeerd werd geïnterpreteerd, is ook grensoverschrijdend gedrag in Nederland op de agenda komen te staan. Stephanies ervaringen doen denken aan die van haar Amerikaanse collega’s. ‘Ze hebben ons afgemaakt, geschreeuwd, gekleineerd, genegeerd, gemanipuleerd.’

Daarmee worstelt ze, getuige deze indringende korte film van Sophie Kalker, nog elke dag. Tijdens therapiesessies probeert de oud-topsporter vat te krijgen op haar problemen, waardoor ze moeite heeft om haar grenzen te bewaken en regelmatig dissocieert. Stephanie is niet de enige, blijkt tijdens een groepsgesprek met voormalige teamgenoten. Stuk voor stuk zitten ze in therapie. ‘Ik heb geprobeerd om te achterhalen of ik überhaupt iemand wist die er niet beschadigd is uitgekomen’, zegt Loes Linders tegen de anderen. ‘Ik ken er geen.’

Dat is een treurige conclusie: veelbelovende meisjes zijn tijdens hun turncarrière ernstig beschadigd geraakt. Niet als gevolg van één enkele trainer die alleen zijn eigen grenzen (er)kende, maar als bijproduct van een breed gedragen benadering van topsport die hen tot grootse prestaties moest aanzetten. ‘Ja, hoe hoop ik dat de toekomst eruit gaat zien?’ zegt Stephanie Tijmes, die ooit als het naïeve kind op al die turnfilmpjes dat giftige systeem binnenstapte. ‘Ik hoop in eerste instantie dat ik gewoon eens een dag kan doorkomen.’

I Am Bolt

Hij is het levende bewijs dat je je nooit moet laten ontmoedigen door wat anderen over je menen te weten. Van Usain Bolt, die wij allang kennen als de snelste man ter wereld, dachten ze vroeger dat hij er de fysiek en techniek niet voor had om écht hard te kunnen lopen.

Ten tijde van de documentaire I Am Bolt (108 min.) uit 2016 verlangt de Jamaicaanse superatleet, die dan al twee Olympische titels op zijn naam heeft staan, vooral naar een normaal leven: lekker eten, uitgaan, het goeie leven. De documentaire van de Britse broers Benjamin en Gabe Turner lijkt in eerste instantie dan ook een echte happy-go-lucky aangelegenheid te worden. Op pure routine naar titel drie. ‘Gelukkig’ krijgt de sprinter in de aanloop van de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro een blessure, die hem ernstig terugwerpt.

Terwijl ‘Lightning Bolt’ zich moet terug knokken en intussen gedurig blijft worstelen met zijn motivatie, blikt hij in deze gelikte sportfilm samen met zijn ouders, beste vriend, coach, manager, jeugdtrainer en concurrenten terug op zijn imposante loopbaan. Ook achter deze goedlachse kampioen gaat natuurlijk een onvervalste streber en slechte verliezer schuil. Zo blijkt eens te meer als zijn grote concurrent, de Amerikaan Justin Gatlin, een onvergeeflijke fout maakt: Gatlin stelt op tv dat híj kampioen wordt in Rio. Dat had ie gedacht!

Hoewel Bolts tone of voice totaal anders is, lijken zijn drijfveren uiteindelijk dus verdacht veel op de eerzucht en rancune die basketballer Michael Jordan, getuige de docuserie The Last Dance, van de ene naar de andere titel voortstuwden. Een sentiment waarin ook andere grote kampioenen zoals Serena Williams, Pele, Michael Johnson, Sebastian Coe en Neymar, die in deze film als getuige-deskundige worden opgevoerd, zich kunnen herkennen.

I Am Bolt is daarmee geen diepgravend portret geworden van de man Usain Bolt – die nadat hij met pensioen is gegaan als atleet nog voetballer, muzikant en vader is geworden – maar van de gelijknamige sporter die de wereld zo vaak zijn hielen heeft laten zien.

Mama

Cinecrowd

Over een jaar neemt ze deel aan het Nederlands Kampioenschap paaldansen. Dat is niet zomaar een doel. Het moet de oplossing worden voor het voornaamste probleem van Marieke de Bra: ze is al dertien jaar vrijgezel. Een gewillige prooi voor mannen die zich niet willen of kunnen binden. En dat moet nu maar eens afgelopen zijn! Zij wordt gewild. Sensueel. Geil. Toch? Voor de zekerheid vraagt ze het nog even na bij één van die mannen. Nu is het alleen nog een kwestie van tijd voordat Marieke doorkrijgt dat ze eerst van zichzelf moet leren houden voordat al die kerels dat kunnen.

Dat paaldansen is overigens meteen een mooie steek onder water naar haar ouders. Die hebben al sinds jaar en dag een dansschool in Roosendaal. Daar liggen ook de wortels van haar probleem, heeft ze geconstateerd. ‘Ik wil graag meer dingen met jullie kunnen bespreken’, zegt Marieke, terwijl ze haar camera in Mama (46 min.) van dichtbij op haar moeder richt. ‘Zoals?’ reageert die. ‘Nou’, zet dochter door. ‘Zoals ik me voel, zoals ik me vroeger heb gevoeld of hoe het met jullie gaat.’ Ank de Braa krijgt er de vinger niet helemaal achter: ‘Maar dat kan je toch altijd?’

Dat gevoel heeft Marieke alleen nooit gehad. Gelukkig kun je dan nog altijd een egodocu maken. Bij haar therapeute, die veilig buiten beeld blijft, mag Marieke bovendien lekker haar hart luchten. En haar moeder blijkt uiteindelijk best bereid om ook een keer mee te gaan. Wie weet kan Marieke haar zelfs, terwijl de camera nog altijd lustig meters maakt, verleiden tot datgene wat ze al zo lang mist: een knuffel. En dan moet er natuurlijk weer getraind worden. Aan de paal zelf. En aan de ontwikkeling van het concept: de ‘musical interpretation’, het moodboard en – vooral – de storytelling.

Met het verplichte vallen en opstaan – letterlijk natuurlijk! – werkt Marieke de Bra toe naar het NK paaldansen, waarvoor ze haar persoonlijke verhaal verwerkt in een geheel eigen routine. Te langen leste dient zich dan ook eindelijk de onvermijdelijke moraal van het verhaal aan: het is helemaal niet belangrijk of mannen bij bosjes voor je vallen. ‘Deze liefdesdans was voor mezelf’, concludeert Marieke in één van de talloze voice-overs, waarmee ze haar schaamteloze film, een typisch product van deze exhibitionistische tijd, bij de hand neemt. En het mooie is: dan volgt die vent vast vanzelf.

Schumacher

Netflix

Nee, ramptoeristen die willen weten – en zien! – hoe het nu met Michael gaat, hebben bij Schumacher (112 min.) niets te zoeken. Deze documentaire van Hanns-Bruno Kammertöns, Vanessa Nöcker en Michael Wech richt zich volledig op ’s mans imposante carrière binnen de Formule 1, waarin hij uiteindelijk zeven wereldtitels en talloze records verzamelde. Schumachers huidige leven – in nevelen gehuld, sinds hij eind 2013 bij een skiongeluk ernstig hersenletsel opliep – blijft volledig buiten beeld.

De film start begin jaren negentig als de voormalige karter Michael Schumacher zich als jonge jongen, ogenschijnlijk vanuit het niets, meldt tussen de grote mannen van het métier, zoals Alain Prost, Nigel Mansell en regerend kampioen Ayrton Senna. Vanaf het begin vormt de Duitse nieuwkomer een bedreiging voor de hegemonie van de Braziliaanse superster. De rivaliteit tussen de twee geboren winnaars zal naar ongekende hoogte oplopen.

Totdat Senna met een dodelijk ongeluk – vanzelfsprekend ook een belangrijk plotpoint in deze documentaire – letterlijk de weg vrijmaakt voor de man die ooit nog posters van hem op zijn jongenskamer had hangen. Het is een wrang voorbeeld van het aloude adagio: De koning is dood, lang leve de koning. Dit blijkt overigens wel een bijzondere vorst. Als tweevoudig wereldkampioen maakt hij enkele jaren later bijvoorbeeld de overstap naar een team dat al sinds 1979 geen winnaar meer heeft afgeleverd, het Italiaanse Ferrari.

Schumacher had last van ‘paranoïde perfectiedrang’ volgens zijn collega Mark Webber, één van de vele Formule 1-insiders in dit psychologische portret van de toonaangevende racer van zijn tijd. Hij reed vooral tegen zichzelf. ‘Heb ik vandaag genoeg gedaan? Wil ik meer doen? Hoe schakel ik tegenstanders uit? Wat moet ik doen om de belangrijkste coureur te blijven?’ Schumacher wilde altijd controle hebben en kon het volgens F1-baas Bernie Ecclestone dan ook nauwelijks accepteren als hij iets fout had gedaan.

Het beeld van een man die soms nét – of gewoon: veel – te ver ging voor een overwinning wordt in deze enerverende sportfilm op op talloze manieren geïllustreerd door teamgenoten en concurrenten zoals Mika Häkkinen, Damon Hill, Eddie Irvine en David Coulthard. Zijn vader Rolf, broer Ralf, vrouw Corinna en kinderen Gina en Mick belichten dan weer vooral de zachte kant van ‘Schumi’: een familiemens met oog voor alles en iedereen om hem heen, een ongegeneerd feestbeest en een man die zich desondanks niet gemakkelijk echt openstelde voor anderen.

Het is onvermijdelijk dat sommige sprekers in de verleden tijd spreken over Michael Schumacher. Simpelweg omdat ze hem al een aanzienlijke periode niet meer hebben gezien. Of omdat de Michael Schumacher waarover zij spreken niet meer bestaat. ‘Het is nooit bij me opgekomen dat Michael iets kon overkomen’, vertelt Corinna. Nadat hij zijn raceautosleutels definitief had ingeleverd, leek er ook geen reden meer te zijn voor zorgen over de mogelijke gevaren van zijn levensstijl. En toen was er dat ongeluk op die skipiste in het Franse Méribel.

De man die nog niet zo lang geleden de Formule 1 beheerste leeft nu een klein leven, te midden van de mensen die hem lief hebben. ‘Michael heeft ons altijd beschermd’, zegt zijn echtgenote daarover ferm. ‘En nu beschermen wij hem.’

Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali

Netflix

Cassius Clay zou het gaan opnemen tegen Sonny Liston. Malcolm X zag zijn kans schoon. Clay kon de Nation Of Islam heel veel nieuwe volgers bezorgen. En daarmee zou Malcolm, die in onmin was geraakt met de geestelijk leider Elijah Muhammad, zijn positie in de organisatie kunnen herstellen of zelfs versterken. In februari 1964 ging Malcolm X dus met zijn complete gezin op bezoek bij Cassius Clay om hem succes te wensen. De foto’s zouden al snel in alle kranten staan.

Nu moest Clay alleen nog even Liston tegen de touwen slaan en de wereldtitel boksen in het zwaargewicht opeisen. Er was alleen niemand die daarin geloofde. Deze praatjesmaker, bijgenaamd The Louisville Lip, zou zonder enige twijfel het onderspit delven tegen de imposante titelverdediger Sonny Liston. Even later zou dan ook Malcolm X definitief in het stof bijten. Het liep helemaal anders: Cassius Clay won, bekeerde zich vervolgens tot de islam en veranderde zijn naam in Muhammad Ali. Malcolm zou daarvan echter nauwelijks profiteren. Binnen een jaar was hij dood, de machtsstrijd met Elijah Muhammad was hem letterlijk fataal geworden.

De documentaire Blood Brothers: Malcolm X & Muhammad Ali (96 min.) concentreert zich op de relatie tussen de twee trotse zwarte Amerikanen, die zich in die jaren, samen met Martin Luther King, ontwikkelden tot de meest uitgesproken pleitbezorgers van Zwart Amerika. Gedurende enkele jaren onderhielden zij een relatie die voor beiden profijtelijk leek. Totdat hun vriendschap grondig werd verziekt door de vuile oorlog binnen de Nation Of Islam. Regisseur Marcus A. Clarke laat die geschiedenis herleven met familieleden, vrienden en biografen van Ali en Malcolm en inkaderen door zwarte opinieleiders zoals Cornel West, Al Sharpton en Julius Garvey, de zoon van de vermaarde burgerrechtenpionier Marcus Garvey. Clarke kleedt hun herinneringen en statements natuurlijk aan met fraai archiefmateriaal en verbindt dat dan weer met een lekker jazzy soundtrack.

De levensverhalen van Malcolm X en Muhammad Ali zijn al talloze malen verteld en zullen nog talloze malen worden verteld. Deze stevige documentaire onderscheidt zich echter van vrijwel alle Ali-portretten door het nagenoeg ontbreken van boksbeelden, terwijl films over/met Malcolm X doorgaans minder aandacht besteden aan diens geslepenheid en opportunisme. De focus op hun onderlinge relatie, die overigens ook al een prominente rol speelt in de fijne misdaadserie Godfather Of Harlem, betaalt zich aan het eind van Blood Brothers bovendien nog eens extra uit als de oude bokser toch wel spijt blijkt te hebben gekregen van enkele verbale opdoffers die hij aan zijn vermoorde vriend heeft uitgedeeld.

Força Koeman

Videoland

Het is een beetje de goden verzoeken: om als voormalig sterspeler van FC Barcelona de baan van coach te accepteren op het moment dat die club definitief door zijn hoeven lijkt te zakken. En om tijdens dat proces ook nog eens een cameraploeg toe te laten, dat ook. De kans dat de ultieme jongensdroom uitloopt op een gigantisch fiasco is immers levensgroot. Misschien tekent het echter de absolute winnaar in Ronald Koeman dat hij de uitdaging toch aangaat en dat afbreukrisico dan maar op de koop toeneemt.

Niet dat Koeman heel veel heeft te vrezen van regisseur Chiel Verbakel. Die geeft hem in de zesdelige serie Força Koeman (190 min) alle ruimte om zijn eigen verhaal te doen. Waarbij de hartproblemen, die hij in mei 2020 ondervond, hem zouden hebben aangespoord om nu eindelijk voor zijn droomclub te kiezen. Aan het woord komen verder Koemans vrouw Bartina, broer Erwin, moeder Marijke en kinderen Ronald junior, Tim en Debbie. Zij geven een leuk inkijkje in hoe de familie Koeman de terugkeer naar de Catalaanse hoofdstad beleeft, waar al zoveel zoete herinneringen liggen. Dat gevoel wordt nog eens versterkt met idyllische shots van de stad, vergezeld van traditionele muziek.

De voetbalinput komt van zaakwaarnemer Rob Jansen, Koemans assistenten Alfred Schreuder en Henrik Larsson, voorganger Pep Guardiola (met wie het heel lekker golfen is) en Frenkie de Jong. De Nederlandse middenvelder is inmiddels kind aan huis is bij de Koemannetjes met zijn vriendin Mikki (die, als ze gearmd met Bartina door de stad flaneert, zou kunnen doorgaan voor een echt Koemeisje). De voetbaljongens houden zich veelal op de vlakte of debiteren clichés. Zoals de docuserie over het hier en nu – Koemans komst naar Barcelona en zijn lastige eerste periode als coach – in eerste instantie sowieso niet zoveel nieuws heeft te melden. De problemen rond sterspeler Messi komen bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde. En het gedwongen vertrek van diens boezemvriend Luis Suárez blijft al helemaal onbenoemd.

Als aan het eind van het seizoen Ronald Koemans eigen positie in het gedrang komt, spreekt Kamp Koeman echter honderduit. De coach zelf heeft het gevoel dat de nieuwe voorzitter Laporta hem nodeloos laat bungelen (maar de Nederlander verbindt daar dan zelf ook geen consequenties aan). En Bartina is emotioneel en boos. Ze moeten van Ronald afblijven! Hij bedoelt het tenslotte goed en werkt ook zo hard, volgens zijn echtgenote, die moeite heeft om haar tranen te bedwingen. Uiteindelijk mag de Nederlander, die moedwillig in het openbaar is beschadigd en die zelf via de media ook flink heeft teruggevochten, tóch blijven. ‘De hypocrisie van de topsport’, zegt zaakwaarnemer en huisvriend Rob Jansen ijskoud. Hij doelt op de handelswijze van Barcelona’s nieuwe voorzitter.

Força Koeman kent meer van zulke onthullende momenten: als Koemans vriend, de sportpresentator Lluís Canut, bijvoorbeeld zijn mond voorbij lijkt te praten. Hij beweert te hebben gefungeerd als postillon d’amour tussen Barcelona en de trainer, waarbij het initiatief van de Nederlander schijnt te zijn gekomen. Dat strookt niet helemaal met het beeld dat is geschetst van Koemans overgang van het Nederlandse elftal naar de Spaanse topclub (en dat hier nog eens wordt bevestigd door Rob Jansen). De Barcelona-trein is dus niet zomaar gestopt voor Ronald Koeman, zodat hij er, nadat hij al twee keer ‘nee’ had gezegd, op kon springen. De trainer zou zelf hebben gevraagd of die trein, na Barcelona’s ‘Humillación Histórica’ (een 8-2 verlies tegen Bayern München), bij zijn stationnetje halt wilde houden. 

Ook opvallend: Pedri, ‘het grootste talent van Spanje’, lijkt te zijn aangetrokken zonder dat Koeman hem überhaupt kende. Het zijn zulke, al dan niet bedoelde, nieuwtjes die van deze miniserie met een plastic promorandje best een aardige kijkervaring maken. Waarbij de relatie van de Koemannen en –vrouwen met Barcelona – en hun herinneringen aan de vroegere buurman Johan Cruijff – het allerleukst is. Dan worden ze net een gewone familie, met kinderen en kleinkinderen die opa en oma bij hun 35 jarige huwelijk vergasten op een surpriseparty en een zoon die ten overstaan van de gehele Koemanclan te paard in het huwelijk treedt. Dan ook toont Ronald Koeman even de man, of soms zelfs het jongetje, achter de geharde coach, die aan de job van zijn leven is begonnen. Waarvan hij niet weet of ie die, na een veelbewogen seizoen dat ondanks winst van de Spaanse beker in mineur eindigt, ook mag afmaken.

En dan, nadat zijn hoofd wekenlang op het hakblok heeft gelegen en hij aan het vervolg van zijn klus kan beginnen, meldt Messi met betraande ogen dat hij Barca gaat verlaten….

Dat Ene Woord: Feyenoord

Disney+

Hij begint het seizoen 2020-2021 als aanvoerder en vedette, scoort de eerste twee eredivisiedoelpunten voor zijn ploeg en voelt zich in het algemeen als een kind te rijk bij Feyenoord, de club waarvan hij inmiddels echt een boegbeeld is. Als Dat Ene Woord: Feyenoord (540 min.) een klein jaar later wordt uitgebracht, heeft aanvaller Steven Berghuis zich echter net laten verkopen aan aartsrivaal Ajax. Ook voor de makers van de negendelige documentaireserie (waarvan ik op dit moment vier afleveringen heb gezien) moet dat een uitdaging zijn geweest: de held van hun productie geldt inmiddels als de meest gehate man van Rotterdam.

In augustus 2020, als de selectie van hoofdtrainer Dick Advocaat aan het nieuwe seizoen en deze serie begint, is er nog nauwelijks chagrijn bij de club die in het voorgaande half jaar een indrukwekkende reeks wedstrijden heeft neergezet. Materiaalman Ruud Disser durft er zelfs een goede fles wijn op te zetten dat ze kampioen worden. Maar of dat nu reëel is? Feyenoord is al jaren bezig, zeker sinds de titel van 2017, om de aansluiting met de top te verliezen. Het roer moet om, stelt voice-over Winne zelfs onomwonden, maar hoe?

De docuserie, zoals gebruikelijk dramatisch gemonteerd en volgestort met gezwollen muziek, komt in eerste instantie wat langzaam op gang: omdat er eerst enkele ‘gewone’ supporters moeten worden geïntroduceerd en vervolgens via een bombastische historische sequentie met clubiconen als Van Hanegem, Kuijt en Van Bronckhorst ook het fenomeen Feyenoord zelf nog eens goed in de verf wordt gezet. Want er mag natuurlijk geen misverstand over bestaan: ook al gaat het Feyenoord dan niet altijd voor de wind, voor de achterban is en blijft het de mooiste club van de hele wereld. Zoals FC Utrecht dat is voor Utrechters, Sunderland zelfs voor Sunderlanders en – niet doorvertellen in Rotterdam! – Ajax misschien ook wel voor Amsterdammers.

En dan, na die nét iets te lange aanloop, kan de bal dan eindelijk gaan rollen, voor een seizoen dat ondanks de hooggespannen verwachtingen heel wat strijd, frustratie en teleurstellingen zal gaan opleveren. Want binnen de club is er op allerlei plekken spanning: tussen hoofdtrainer Advocaat die zijn selectie wil versterken en technisch directeur Frank Arnesen die, zeker in tijden van Corona, echt op de centjes moet letten. Tussen coaches voor wie alleen de overwinning telt en de behoudende medische staf die zich vooral om de gezondheid van de spelers bekommert. En tussen het zwalkende eerste elftal en de jeugdopleiding waar het dreigt te gaan rommelen.

Deze pijnpunten worden in Dat Ene Woord: Feyenoord ogenschijnlijk tamelijk ongefilterd getoond (al vormen ze in werkelijkheid waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg). Dat levert fraaie miniverhaaltjes op: frictie over de inzetbaarheid van geblesseerde spelers als Toornstra en Malacia, openlijke twijfel bij de trainersstaf over spits Nicolai Jörgensen en diens woede als hij weer eens wordt gewisseld of gepasseerd, en het via webfilmpjes ‘scouten’ van diens Argentijnse opvolger Lucas Pratto (die uiteindelijk een gigantische mislukking zal worden). Topsport en tobsport liggen, getuige deze vermakelijke voetbalserie, verdacht dicht bij elkaar in Rotterdam, de stad waar ze volgens een trotse supporter overhemden al met de mouwen opgestroopt verkopen.

Ronaldo

Netflix

Je moet er respect voor hebben dat Cristiano Ronaldo, dik in de dertig inmiddels, nog altijd niet de attitude van een volgevreten vedette heeft. Dat hij na Sporting Lissabon, Manchester United, Real Madrid en Juventus nog eenmaal wil gloriëren bij zijn oude liefde United. Dat hij daar gewoon nog topscorer wil worden. En dat hij zichzelf – en niet Lionel Messi! – stiekem misschien nog steeds de beste voetballer van de wereld vindt.

Je kunt er ook met enige afstand naar kijken: naar een man die zijn hele leven in het teken van één enkele ambitie heeft gesteld. Wie is hij (nog) zonder de bal? In Ronaldo (92 min.), een film van Anthony Wonke uit 2015, verwoordt hij het direct zo: ‘Winnen. Dat is voor mij het belangrijkst. Zo simpel is het.’ In de voorgaande jaren had hij moeten aanzien hoe Messi – hij weer! – vier jaar achter elkaar de Ballon d’Or won, de prijs voor de beste speler van de wereld. Dat kon Cristiano Ronaldo natuurlijk niet op zich laten zitten. ‘Ik ben gemaakt om de beste te zijn.’

Denkt hij echt zo? Is zo’n houding nodig om te kunnen komen tot topprestaties? Of bestendigt hij met dit soort oneliners vooral zijn imago van onaantastbare – en arrogante – held? Van de Ronaldo die we hebben leren kennen op het voetbalveld en via de media zou je eigenlijk een Leroy Sanétje verwachten, de voetballer die zijn eigen beeltenis levensgroot op zijn rug liet tatoeëren. Deze documentaire geeft evenwel geen definitief uitsluitsel: weerspiegelt Ronaldo’s image zijn identiteit of is dat vooral bedoeld als schild, om te kunnen (blijven) presteren?

Om te beginnen bij het wereldkampioenschap voetbal van 2014 in Brazilië, waar hij eigenlijk geblesseerd aan begint. Daar moet hij alleen zijn mond over houden. Anders gaat het nergens anders meer over in de media. En excuses, daar doet ‘CR7’ niet aan. Het toernooi dreigt na een 4-0 nederlaag in de openingswedstrijd tegen Duitsland uit te lopen op een deceptie, een smet op zijn blazoen. ‘Rustig aan, maak je niet druk’, probeert hij zijn moeder telefonisch gerust te stellen. ‘Het komt wel goed.’

Die zachtere kant van de ongenaakbare Portugese aanvaller toont zich in deze chique ogende film slechts mondjesmaat (en dan nog in een ogenschijnlijk zéér gecontroleerde vorm): wanneer hij meezingt met zijn lievelingsnummer, spreekt over de dood van zijn alcoholische vader of zelf als alleenstaande ouder zorgt voor zijn zoontje (waarvan hij overigens categorisch weigert om bekend te maken wie de moeder is).

Ook dan is de patser echter nooit ver weg. ‘Wil je niet net zo groot worden als papa?’, vraagt hij bijvoorbeeld aan Cristiano Jr. tijdens het ontbijt. Vader heeft duidelijk niet diens lichaamslengte voor ogen. Of hij laat het jongetje zoeken naar welk exemplaar tijdelijk ontbreekt in zijn privé-wagenpark. De Lamborghini, juist. Zo vertelt dit portret precies wat de protagonist kwijt wil – en veel meer dan hij zelf in de gaten heeft.

En dan moet er weer een Ballon d’Or uitgereikt worden en staat Ronaldo in de apotheose van de film letterlijk oog in oog met zijn grote rivaal, Messi.

Myth & Mogul: John DeLorean

Netflix

‘Als je een tijdmachine wilt maken van een auto, dan kun je ‘t maar het beste in stijl doen, niet?’ zegt uitvinder Doc Brown tegen de blitse tiener Marty McFly, gespeeld door Michael J. Fox, in de klassieke speelfilm Back To The Future (1985). Samen gaan ze met de DeLorean, verrijkt met een door Brown ontworpen ‘Flux Capacitor’, terug in de tijd reizen.

Een beter uithangbord kon een nieuwe autofabrikant zich natuurlijk niet wensen. John DeLorean, bedenker en naamgever van het übercoole voertuig, wreef zich ongetwijfeld in de handen: zijn jongensdroom, een eigen sportauto, werd nu definitief onderdeel van de populaire cultuur. En hij, de voormalige ingenieur van General Motors in Detroit, kon intussen doorgaan voor een absolute topondernemer.

‘s Mans luchtfietserij was echter voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door Brits overheidsgeld. Daarom vestigde DeLorean zijn fabriek eind jaren zeventig ook in West-Belfast, waar het Noord-Ierse conflict niet alleen voor doden en gewonden, maar ook voor enorme werkeloosheid had gezorgd. In de autofabriek kwam een aparte ingang voor katholieken en protestanten, die voor het eerst gezamenlijk aan één product gingen werken. Maar of die droom werkelijk levensvatbaar was?

In de gedegen driedelige serie Myth & Mogul: John DeLorean (132 min.) ontrukt documentairemaker Mike Connolly de man en zijn verhaal aan de vergetelheid. De Messiaanse autofabrikant – ziener of toch charlatan? – werd al eerder geportretteerd in een documentaire, DeLorean (1981) van het legendarische direct cinema-duo D.A. Pennebaker en Chris Hegedus. Toen werd hij nog beschouwd als de Elon Musk van zijn tijd. Veertig jaar later is er van dat blitse imago weinig meer over.

Samen met zijn zoon Zach en ex-vrouw Cristina en lieden die gedurende zijn turbulente levenswandel z’n pad kruisten, zoals schrijfster Gail Sheehy, journalist Jeremy Paxman en politicus Michael Heseltine, schetst Connolly de opkomst en (onvermijdelijke) ondergang van de man die zich rustig van slinkse methoden bediende om zijn eigen droom te kunnen verwezenlijken.

FC Utrecht: No Guts No Glory

Videoland

Een voetbalclub die zijn jubileum wil opluisteren met een documentaire maakt zich kwetsbaar. Daar kan Ajax over meepraten. In het kader van hun honderdjarige bestaan lieten de Amsterdammers in het seizoen 1999-2000 regisseur Roel van Dalen binnen voor de documentaire Ajax: Daar Hoorden Ze Engelen Zingen, een ontluisterende film die uiteindelijk als sluitstuk zou fungeren voor een ronduit dramatisch seizoen.

Dit heeft Frans van Seumeren, grootaandeelhouder van FC Utrecht, er niet van weerhouden om camera’s toe te laten in het vijftigste levensjaar van de club waarin hij al jarenlang hart, ziel en een aanzienlijk geldbedrag steekt. En Van Seumeren zal er ook wel voor hebben gezorgd dat hij bij de samenstelling van FC Utrecht: No Guts No Glory (193 min.), waarin hij zelf de hoofdrol krijgt toebedeeld en ook aandacht is voor goodwill-acties naar de supporters en ‘de maatschappelijke poot’ van de club, een dikke vinger in de pap heeft.

Een treurmars is de zesdelige serie dan ook niet geworden. Al gaat het er soms best stevig aan toe. Als de omstreden Spaanse aanvaller Adrian Dalmau in de wedstrijd tegen ADO Den Haag een rode kaart krijgt en zijn team vervolgens blijft steken op een teleurstellend gelijkspel, wordt hij flink aangepakt. Eerst is het collega-spits Eljero Elia, zelf ook bepaald nog geen succesverhaal, die zijn ‘amigo’ in de kleedkamer ter verantwoording roept. Dreigend: ‘Je hebt geluk dat die camera hier is.’

Daarna krijgt de treurende Spanjaard ten overstaan van al zijn ploeggenoten (en de camera’s in de kleedkamer) ook nog eens van onder uit de zak van trainer René Hake. ‘Hee, Dalmau’, schreeuwt die met overslaande stem. ‘Heb je niks te zeggen tegen de jongens? In plaats van met je hoofd naar beneden te zitten. Je hebt de wedstrijd verkloot met je twee stomme gele kaarten!’ De gifbeker is dan overigens nog lang niet leeg voor de onfortuinlijke spits, die gedurig met zijn vorm blijft worstelen.

Zo levert FC Utrecht: No Guts No Glory uiteindelijk precies wat van dit soort voetbalseries (men neme bijvoorbeeld Tottenham HotspurSunderland en binnenkort Feyenoord) wordt verwacht: een combinatie van flitsend gemonteerde wedstrijdbeelden, begeleid door bombastische muziek (en – aardige toevoeging – het chauvinistische radiocommentaar van RTV Utrecht-verslaggever René van den Berg en oud-speler en -trainer Gert Kruys). En materiaal vanuit het hart van de club: het trainingscomplex, de kleedkamer en de tribune (waar Van Seumeren de camera permanent op zich gericht weet).

Utrechts tocht over hoge toppen en door diepe dalen, die nochtans gewoon is afgesloten met een vertrouwd plekje in de subtop, wordt begeleid door interviews met de trainer, manager, directeur, materiaalman en enkele spelers (de ernstig geblesseerde aanvoerder Willem Janssen en zijn vrouw in het bijzonder). En ook de achterban krijgt natuurlijk spreektijd – van de bloemenverkoper tot de buschauffeur – om het gevoel in de stad te verwoorden. Alle denkbare voetbalclichés worden daarbij nog eens netjes afgestoft. Een gruwel wellicht voor de kritische kijker, maar ‘gefundenes Fressen’ voor iedereen die leeft voor de bal.

Naomi Osaka

Netflix

Als je toevallig aardig tegen een bal kunt slaan, een jonge vrouw bent en van Aziatische afkomst, dan word je geacht om je te gedragen als rolmodel, ligt er gigantische druk op elke wedstrijd die je speelt en maken ze je ook nog eens wijs dat je een stijlicoon bent. De tennisser Naomi Osaka moet zich, kortom, ontwikkelen tot het merk Naomi Osaka (111 min.). En tussendoor gewoon aardig tegen een bal blijven slaan.

Dat is lastig genoeg. Osaka’s eerste successen worden gevolgd door smadelijke nederlagen en elementaire twijfel. Na een kansloos verlies tijdens de Australian Open van 2020 tegen de vijftienjarige Coco Gauff, die ze eerder nog van de baan had geveegd en daarna publiekelijk getroost, loopt Osaka bijvoorbeeld met haar ziel onder haar arm door het holst van de nacht. ‘Ik wandel maar, want slapen kan ik niet’, vertelt ze in deze driedelige serie van Garrett Bradley (Time) aan haar eigen smartphone. ‘En dan word ik gek. Want slapen zit er echt niet in.’

Als vlak daarna haar mentor, oud-topbasketballer Kobe Bryant, omkomt bij een helikoptercrash, stevent Naomi Osaka in dit serene portret af op een soort catharsis. Wie is zij eigenlijk, als dochter van een Japanse vrouw en een zwarte Haïtiaanse vader? Japans of Amerikaans? Aziatisch of zwart? En: een ster die netjes binnen de lijnen kleurt of toch een jonge vrouw die zich uit durft te spreken over de wereld om haar heen? ‘Wat ben ik als ik geen goede tennisser ben?’, heeft de jonge topsporter, die zich kwetsbaar durft op te stellen voor Bradleys camera, zich eerder al afgevraagd.

De dood van George Floyd fungeert uiteindelijk als vliegwiel in deze gestileerde productie: Osaka zegt een belangrijke wedstrijd af om te kunnen deelnemen aan een Black Lives Matters-demonstratie en begint bij de US Open van 2020 bovendien mondkapjes met de namen van zwarte slachtoffers te dragen: Breonna Taylor, Elijah McClain, Ahmaud Arbery, Trayvon Martin… Ze heeft er zeven: genoeg voor elke ronde, inclusief de finale. Waarna Naomi Osaka in de laatste akte van de vertelling – zoals dat gaat in dit soort moderne heldenfilms – natuurlijk ook weer aardig tegen een bal begint te slaan.

Dark Rider

Docville

‘Gaan, gaan, gaan…’, brult Kevin Magee naar zijn maat Ben Felten. ‘Links.’
‘Gaan, gaan, gaan. Gaan, gaan, gaan. Links.
Gaan, gaan. Rechts. Rechts.
Links. Rechts. Rechts.
Rechts. Rechts.
Links. Links. Links.
Afbreken. Afbreken. Afbreken.’

Na afloop van een rit over een uitgestrekte zoutvlakte in Zuid-Australië constateert motorrijder Ben Felten met z’n begeleidingsteam dat hij overcompenseerde: hij maakte van Magee’s kleine links of rechts een grote. Dat schiet niet op. Samen met de oud-topcoureur moet Felten ervoor zorgen dat hij vasthoudt aan zijn lijn. Zigzaggen of zwabberen zou wel eens tot gevaarlijke situaties kunnen leiden en brengt hem sowieso niet bij de beoogde topsnelheid.

Net als andere deelnemers aan de Speed Week rijdt Felten puur op gevoel. Hij heeft alleen geen ogen om op koers te blijven. De 51-jarige Australiër heeft een degeneratieve oogziekte. Hij is sinds zijn 37e volledig blind. Samen met zijn boezemvriend ‘Magoo’, een voormalig Grand Prix-kampioen, wil hij het Guinness Book Of Records halen, als snelste blinde ter wereld. Daarvoor zal hij ruim 260 kilometer per uur moeten racen. Onder het motto: go fast or go home.

Dark Rider (93 min.) speelt zich af tegen een weergaloos decor, dat door cameraman Carl Rottiers is vervat in zinnenprikkelende panoramabeelden. Samen met point of view-shots vanaf de motor maken die Feltens queeste tot een belevenis. Tegelijkertijd komt deze documentaire van de Vlaamse filmmaakster (en motorrijdster) Eva Küpper ook héél dichtbij haar protagonist en diens boezemvriend. Zo wordt de film behalve enerverend en oogstrelend ook echt ontroerend.

Küpper introduceert tevens de dertienjarige Jed. Hij heeft eveneens een oogziekte en vraagt zich af hoe een leven met verminderd of zelfs zonder zicht eruit zal zien. Met zijn Kawasaki – nummerplaat: Blind1 – fungeert Ben Felten als rolmodel voor hem. Hij inspireert de jongen om zelf ook een motorfiets te bestijgen en, blind vertrouwend op zijn directe omgeving, het gaspedaal in te trappen. Net als Ben en ‘Magoo’ onderweg naar nieuwe stippen op de horizon.

Deze prachtige film is dan allang het niveau van de gemiddelde sportdocu ontstegen. Dark Rider is niets minder dan een ode aan het leven van mannenmannen, het aangaan van de uitdagingen die dat met zich meebrengt en de loyale vriendschap – veel smalltalk, stekelige grapjes en zo nu en dan een houterige knuffel – waarmee ze tegenslagen het hoofd proberen te bieden. En soms pinkt er iemand, stiekem, even een traantje weg.

Goud

NPS

Iedere kijker weet op voorhand al wat het gaat worden: Goud (105 min.). Niets meer of minder. Dit portret van het Nederlandse dameshockeyteam krijgt dus hoe dan ook een happy end. Aan het eind van het WK van 2006 in Madrid zullen beeldbepalende speelsters als Naomi van As, Minke Booij en Ellen Hoog dolgelukkig hun gouden medaille in ontvangst nemen. En van de missie van coach Marc Lammers staat van meet af aan vast dat ie gaat slagen.

Dat is geen uitdagende premisse voor een observerende documentaire. Misschien heeft Niek Koppen er zelfs wel van wakker gelegen. Toch heeft hij een boeiende film gemaakt. Want ook de weg naar de hemel is geplaveid met goede bedoelingen (en die zijn dan weer niet genoeg om succes te behalen). Onderweg moeten er steeds weer afwijkende meningen, kleine conflicten en opspelende emoties worden weggemasseerd. ‘Misschien zit dat in onze cultuur dat we allemaal moeten praten, praten met iedereen’, verzucht Lammers als hij weer eens tekst en uitleg heeft moeten geven. ‘Ik ben benieuwd of de coach van Australië, Argentinië of China ook zoveel individueel vertrouwen moet geven. We zijn een praatland.’

De hockeycoach zelf is, ondanks de twijfels die hij daarbij heeft, ook een exponent van die traditie. Hij is geen man van kadaverdiscipline of bars geschreeuwde commando’s. Eerder het type brave huisvader, dat en route ook gewoon met zijn vrouw, kinderen en konijn in de weer blijft. Kritisch, dat wel. En Lammers durft ook besluiten te nemen. Daarover probeert hij dan wel weer helder en empathisch te communiceren. Zoals dat hoort in een beschaafde sport. Met speelsters die de definitieve selectie niet halen gaat hij bijvoorbeeld persoonlijk het gesprek aan. Toch sluipt er onvermijdelijk soms onvrede in de selectie. Een coach die iedereen tevreden wil stellen wint uiteindelijk niets.

Koppen krijgt van Lammers echt toegang en kan zo van binnenuit observeren hoe hij met z’n secondanten geduldig aan het team sleutelt. Het individu moet zich daarbij ondergeschikt maken aan het collectief. Dit gaat lang niet altijd vanzelf. Soms knettert het tussen de dames, op andere momenten vinden ze elkaar juist. Met memorabele scènes tot gevolg. Als Minke Booij op haar teamgenoten foetert vanwege twee onnodige tegengoals. Of wanneer Fatima Moreiro de Melo een teamgenoot troost na een sterfgeval in de familie. En als Miek van Geenhuizen woest weg beent als ze wordt gepasseerd voor een wedstrijd.

Toch is er binnen deze vertelling uiteindelijk relatief weinig ruimte voor de individuele speelsters. Niek Koppen zet duidelijk in op het collectief en laat de afzonderlijke personen verdwijnen in het grotere geheel. Goud is dus eerst en vooral een groepsportret: van 22 ambitieuze vrouwen met een gezamenlijke droom: de eerste wereldtitel in zestien jaar. En van hun begeleidingsteam onder leiding van Marc Lammers, dat de boel bij elkaar en op koers moet zien te houden. Totdat het onvermijdelijke ‘We Are The Champions’ over het veld schalt. En minister-president Jan Peter Balkenende telefonisch zijn felicitaties heeft overgebracht.

Audible

Netflix

‘Als ze je treiteren, ga er dan niet op in’, houdt de footballcoach zijn pupil Amaree voor tijdens de wedstrijd. ‘Hou je kalm.’ In de strijd om het high school-kampioenschap van de Amerikaanse staat Maryland heeft hij de onstuimige jongeling de hele wedstrijd nodig. Het gaat er stevig aan toe. Alles voor de winst. En dan gaan Amaree en zijn team tóch de bietenbrug op. Voor de eerste keer in heel lange tijd. Ze zijn verslagen. Letterlijk.

De setting in deze korte docu is typisch Amerikaans: het gepassioneerde gevecht om de overwinning, ondersteund door enthousiaste cheerleaders en gade geslagen door bewonderaars op de tribune. Een klassieke sportfilm, over jeugdig talent dat zich naar boven probeert te vechten en zo belangrijke levenslessen leert. Lekker dramatisch getoonzet ook. Alleen de titel, Audible (38 min.), verraadt dat Amaree en zijn teamgenoten een bijzondere middelbare school vertegenwoordigen: de Maryland School For The Deaf.

De zeventienjarige Amaree is de enige dove in zijn familie. Hij voelt zich daardoor soms alleen. Heeft zijn vader het gezin misschien verlaten vanwege hem? vraagt de zwarte tiener zich af, terwijl hij voorzichtig de band met die onbekende ouder probeert te herstellen. En dan is er nog Teddy, een vriend die naar een gewone school ging. Het is niet goed met hem afgelopen. Die dramatische gebeurtenis is een sleutelmoment geworden in de jonge levens van Amaree en zijn vrienden. Zo kan het dus gaan in de buitenwereld, waarnaar ze zelf ook al een heel eind op weg zijn.

Met deze krachtige film slaagt regisseur Matt Ogens erin om de belevingswereld van dove jongeren van binnenuit te belichten. In grote delen van de film wordt alleen gebarentaal gesproken. Geluid speelt desondanks een belangrijke rol. Als al dan niet bedoeld communicatiemiddel. Als iets wat je niet hoort, maar wel ervaart. En als een wereld waarvan je deel uitmaakt, zonder er ooit bij te horen. Ogens smeert de boel bovendien, soms nét iets te nadrukkelijk, dicht met tamelijk bombastische muziek. Om kijkers die de gebarentaal niet machtig zijn een oorverdovende stilte te besparen.

Audible wordt zo een immersieve beleving, een onderdompeling in de dovencultuur. Waarin tieners gewone tienerdingen doen – dansen, flirten en praten over het leven – en toch op buitengewone wijze in de wereld staan.

Overcoming

Netflix

Hoe je een documentaire in de montage totaal kunt verknallen…

Je hebt een fascinerend hoofdpersonage: Bjarne Riis, ploegleider van de wielerploeg CSC en zelf oud-winnaar van de Tour de France. En altijd geassocieerd met doping, dat ook.

Sterke bijrollen: Riis’ toprenners Ivan Basso (een potentiële winnaar), Carlos Sastre (diens interne concurrent en bovendien aanstaand vader) en Kurt-Asle Arvesen (een knecht die betrokken is bij de ene na de andere valpartij).

Een ‘man you love to hate’ als superieure tegenstander: veelvuldig Tour-winnaar Lance Armstrong, die dan nog niet is ontmaskerd als Mr. Doping.

Alle mogelijke uitdagingen: blessures, familietrubbels en – natuurlijk – bergtoppen.

En, vanzelfsprekend, een onweerstaanbaar strijdtoneel: de Ronde van Frankrijk van 2004.

Na drie weken absolute topsport, met alle bijbehorende pieken en dalen, kom je – filmmaker Tómas Gislason uit Denemarken – met ronduit prachtig materiaal thuis en sla je helemaal op hol in de editruimte:

Stevig split screen-gebruik.

Zomaar zwartwit.

Dramatische slow-motion.

Onnavolgbare flashbacks.

Potsierlijke teksten in beeld.

Overdadige kleurcorrectie.

Toevallige timelapse-sequenties.

Opdringerige soundtrack.

Flashy flash forwards.

Overdramatische herhalingen.

Oh ja, dat hadden we ook nog: green screen.

Kortom: een onvervalste ADHD-montage. Waarmee in Overcoming (108 min.) al het afzien, de heroïek, dat gekonkel, de stress en het alomtegenwoordige drama van de ultieme wielerwedstrijd vakkundig de nek om wordt gedraaid.

De Beloften

Harrie Lavreysen / c: David Eerdmans

Alles was gericht op 2020. Tien jonge Nederlandse sporters met een Olympische droom. In het kader van het project De Beloften zouden ze vier jaar op de voet worden gevolgd door Victor Vroegindeweij en Xenia Maria Evers. En toen werden de Spelen van Tokio vanwege het Coronavirus een jaar uitgesteld – en moesten ook zij hun persoonlijke doelen, of op z’n minst de planning daarvan, grondig bijstellen.

Het filmen ging intussen gewoon door. Voor de vijfdelige docuserie De Beloften (200 min.) zijn drie van de tien jonge sporters gesneuveld. Het is net topsport. Zeven talenten hebben de laatste selectie wél overleefd. Niet dat het bij hen altijd crescendo gaat. De weg naar de top bevat nu eenmaal onverwachte hobbels, scherpe bochten en plotselinge wegversperringen.

Roos Zwetsloot, een typisch hockeymeisje dat op een skateboard is beland, scheurt bijvoorbeeld haar voorste kruisband. Turnster Sanna Veerman, die gewend is om altijd te winnen, wordt ineens geconfronteerd met teleurstellingen. En de Haagse judoka Simeon Catharina moet een directe concurrent van enkele jaren ouder vloeren. Op Catharina’s lijf staat al een datum getatoeëerd: 8 augustus 2015. Op die dag werd hij jeugdwereldkampioen. Als het aan hem ligt, komt zijn hele lichaam vol te staan.

Verder moeten zwemmer Nyls Korstanje en atleet Zoë Sedney hun status als respectievelijk De Nieuwe Pieter van den Hoogenband en De Nieuwe Dafne Schippers zien waar te maken, wil kogelstoter/discuswerper Alida van Daalen haar moeder en grote voorbeeld Jacqueline Goormachtigh naar de kroon steken en probeert baanwielrenner Harrie Lavreysen op weg naar één of meerdere gouden medailles de concurrentie van zich af en zijn schouder in de kom te houden.

Vroegindeweij en Evers serveren de lotgevallen van hun hoofdpersonen met een aanstekelijke mixture van bijdetijdse muziekjes uit, zetten hen zo nu en dan op een stoel om te reflecteren op hun leven en ontwikkeling als sporter en laten rapper Sef alle verhaallijnen lekker vlot aan elkaar praten. Het resultaat is een kekke serie over aspirant-Olympiërs, waarvan een enkeling zich al heeft geplaatst voor de Spelen, die op 24 juli dan toch echt gaan beginnen, en anderen nog altijd strijden om een ticket. 

Voor hen allemaal geldt dat winnen uiteindelijk toch echt belangrijker is dan alleen deelnemen.

Sisters On Track

Netflix

Deze film begint met een onvervalst Surprise Show-moment: alleenstaande moeder Tonia en haar dochters Tai, Rainn en Brooke Sheppard – van respectievelijk twaalf, elf en negen jaar oud – zijn voor de tweede keer uitgenodigd in het televisieprogramma The View. Het gezin verblijft op dat moment al bijna twee jaar in een daklozencentrum en wordt live in de uitzending verrast door presentatrice Whoopi Goldberg: Tyler Perry heeft toegezegd dat hij een woning voor de familie gaat zoeken en twee jaar de huur zal betalen.

De Amerikaanse acteur investeert niet in een willekeurig gezin: de zussen Sheppard staan te boek als bijzonder talentvolle atleten. Begin 2017 trekken ze in een volledig gemeubileerd appartement in Bedford-Stuyvesant, een wijk in Brooklyn, New York. En dan kunnen de Sisters On Track (97 min.) gaan werken aan hun sportcarrière. Voor hun gedreven coach Jean Bell, een oudere Afro-Amerikaanse vrouw met een fulltimebaan als rechter, zijn hun atletiekprestaties vooral een manier om een sportbeurs te bemachtigen, zodat de zussen straks kunnen gaan studeren.

De in New York woonachtige Nederlandse documentairemaakster Corinne van der Borch en haar Noorse collega Tone Grøttjord-Glenne waren al enige tijd aan het filmen toen de mediahype losbarstte rond de zussen, die door het tijdschrift Sports Illustrated ook nog werden uitgeroepen tot SportsKids Of The Year. Ze volgen de drie opgroeiende meisjes in totaal ruim drie jaar, terwijl die vooruitgang proberen te boeken als atleet én in het dagelijks leven. Intussen gaat hun moeder op zoek naar een andere, beter betaalde baan.

Coach Jean Bell van de Jeuness Track Club – volgens eigen zeggen: gemeen, leuk, luidruchtig, zorgzaam, grappig, doodeng – speelt intussen een sleutelrol in het leven van de drie Sheppards. Ze drillt, troost en corrigeert haar pupillen rond de atletiekbaan, maar draaft ook op bij feestjes of geeft seksuele voorlichting. Zij is de belichaming van een begrip waar veel Amerikanen grote waarde aan toekennen: de gemeenschap. Want, zoals het gezegde gaat: it takes a village to raise a child. Zéker als het er drie zijn, die opgroeien in een eenoudergezin dat maar nét het hoofd boven water kan houden.

Rond de zussen Sheppard en hun moeder vormt zich een soort ‘sisterhood’ van zwarte vrouwen. Die probeert hen, tegen de verwachtingen in of de klippen op, op het slingerpad naar een beter leven te houden. Zoals vrijwel elke geslaagde sportfilm is de sport in Sisters On Track dus vooral een aansprekend decor, om een actueel en relevant verhaal te vertellen. Over een race waaraan sommige deelnemers met een aanzienlijke achterstand moeten beginnen en waarbij resultaten uit het verleden of heden geen enkele garantie bieden voor de toekomst. En de Surprise Show komt doorgaans ook maar één keer langs.

When Eagles Dare: Crystal Palace F.C.

Amazon Prime

Over enkele jaren heeft elke zichzelf respecterende voetbalclub zijn eigen documentaireserie, waarbij beelden uit de kleedkamer, het supportershome en de bestuurskamer ongelimiteerde toegang tot het hart van de club suggereren. In de praktijk gaat het vaak toch om een opgeschoonde werkelijkheid, die vooral is bedoeld om de clubbeleving te optimaliseren.

Als er maar genoeg wordt verloren, krijgt de marketingafdeling dat echter niet meer helemaal weggepoetst, zo toonde het tweede seizoen van All Or Nothing over het Tottenham Hotspur van coach José Mourinho aan. Dat geeft goede hoop voor de voetbalseries over de moeizame laatste seizoenen van FC Utrecht en Feyenoord, die binnenkort worden uitgebracht. Al zullen die series waarschijnlijk niet kunnen tippen aan de productie die de afgelopen jaren de standaard zette: Sunderland ‘Til I Die.

De setting van When Eagles Dare: Crystal Palace F.C. (255 min.) doet in eerste instantie denken aan deze serie: een roemruchte club, die na jaren van wanbeleid is afgegleden naar een lager niveau en elk moment definitief kopje kan gaan. In het geval van Crystal Palace dreigt degradatie uit het Championship naar de kelder van het Britse betaald voetbal en een faillissement. Enkele gefortuneerde fans moeten eraan te pas komen om ‘The Eagles’ overeind te houden en schoon schip te maken, voordat er sprake kan zijn van een glorieuze comeback.

Dat keerpunt bereikte Crystal Palace overigens al in het seizoen 2012-2013. Deze vijfdelige serie van Sean Webb keert terug naar die tijd, met beeldmateriaal dat al die jaren op de plank is blijven liggen en actuele interviews met de hoofdpersonen uit deze periode. Dat is meteen een belangrijk verschil met de Sunderland-serie, die zich vrijwel volledig in het hier en nu afspeelt. When Eagles Dare bestaat voor het leeuwendeel uit interviews met mensen die zijn belast met de wijsheid van nu: ze weten waartoe al die gebeurtenissen gaan leiden. En dat kleurt ongetwijfeld hun herinneringen.

En waar het drama Sunderland ‘Til I Die zich, nu al twee seizoenen, blijft opstapelen, is ‘t vanaf het begin helder dat Crystal Palace de weg omhoog gaat vinden. Dat er op dat pad serieuze hobbels moeten worden genomen kan niet verhullen dat deze gelikte serie in wezen een tamelijk clichématig heldenverhaal is, opgeleukt met enkele (on)smakelijke anekdotes, waarvan op voorhand al vaststaat dat alle puzzelstukjes in elkaar gaan vallen.

Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen

EO

Klaas Schouten, een noeste werker van tegen de zestig, heeft het mooi voor elkaar: hij is gelukkig getrouwd met Jolanda, hun tulpenkwekerij in het West-Friese Andijk floreert en zoon Simon en dochter Irene schaatsen nationaal en internationaal voor de medailles. En dan krijgt zijn echtgenote een hersenbloeding en staat zij, en daarmee ook haar directe familie, voor een lange en moeizame herstelperiode.

Regisseur Barbara Makkinga dringt in Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen (84 min.) diep door in het leven van het echtpaar Schouten en hun vier volwassen kinderen. Dat speelt zich af tegen een werkelijk prachtig decor. In de openingsscène poseert het gezin bijvoorbeeld te midden van een zee van gele tulpen voor een familiefoto. Waarna er hele fijne (drone)shots zijn te zien van de verwerking van bloemen op het uitgestrekte veld.

Het camerawerk, met veel oog voor symmetrie en detail, is één van de zegeningen van deze film, die daardoor groots aanvoelt en soms toch heel intiem wordt, bijvoorbeeld als de kinderen de dagelijkse zorg voor moeder voor hun rekening nemen of als vader Klaas van dichtbij wordt gevolgd tijdens een wedstrijd van één van zijn kinderen. Ook opvallend: de expressieve soundtrack van Vincent van Warmerdam, die wel erg de aandacht naar zich toetrekt.

Terwijl de beide zonen Simon en Klaas junior plannen maken om het bedrijf over te nemen, is het met name dochter Catherine die mantelzorger is voor hun moeder. In hoeverre vervult zij daarmee een wezenlijke taak binnen het familiebedrijf en vertegenwoordigt dit ook waarde? Het herstel van Jolanda, die is aangewezen op een rolstoel en ook geregeld in een verpleeghuis verblijft, verloopt intussen tergend langzaam. Ze is ook regelmatig somber of nukkig.

Met fragmenten uit familievideo’s toont Makkinga de vrouw die ze ooit was en de moeder die haar kinderen nog altijd in haar zien. Zo maakt ze inzichtelijk wat de familie is kwijtgeraakt. Dit drama treden ze overigens doorgaans met Hollandse nuchterheid tegemoet. Dat verdriet blijft veelal onderhuids. Het contrast is groot met hoe Klaas bijvoorbeeld reageert als hij meent dat één van zijn kinderen onrecht is aangedaan tijdens het schaatsen. Dan bliksemt het in zijn ogen.

Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen weet in, om en ver van huis de interne machinerie van de Schoutens uitstekend te vangen, al worden niet alle verschillende verhaallijntjes even zorgvuldig uitgewerkt en had enige duiding soms ook niet misstaan. De film is eerst en vooral een fraaie sfeerimpressie van een hecht gezin dat er in moeilijke tijden, zoals het nu eenmaal gewend is, gezamenlijk de schouders onder zet.