Not A Game

Netflix

Voor alle mensen die consequent weigeren om het spel mee te spelen wordt er in deze gedegen documentaire een compleet nieuw heelal geopend: de gamewereld. Waar jonge ventjes vanuit hun slaapkamer internationale toernooien en grote geldbedragen kunnen winnen. Waar andere kinderen juist wegzinken in een parallel bestaan en steeds verder verwijderd raken van de realiteit. En waar, om nog maar eens een ander clichébeeld te gebruiken, een enkeling zijn primitiefste instincten botviert, die wel tot geweldsuitbarstingen in de echte wereld moeten leiden.

Al wordt dat laatste idee in Not A Game (98 min.) direct grondig onderuit gehaald door een professor van de Universiteit van Essex. ‘Als ik een romantische roman lees, word ik dan romantisch?’ vraagt Richard Bartle van de faculteit computergamedesign. ‘Of lees ik een romantische roman omdat ik een romanticus ben?’ Uit studies blijkt volgens hem het tweede: degenen die gewelddadig blijken te zijn waren dat altijd al. Natuurlijk kunnen games volgens Bartle geweld veroorzaken. Net als pak ‘m beet televisienieuws, films of politiek.

Met insiders en wetenschappers graast documentairemaker Jose Gomez, die Brendan McDonnell heeft gestrikt als verteller, het complete gameterrein af. Waarbij voor de hand liggen deelthema’s als verslaving, gokken en geldklopperij aan de orde komen, professionele gamers en hun families vertellen hoe het ooit is begonnen en ook enkele onverwachte invalshoeken, zoals bijvoorbeeld diversiteit in de gamewereld, worden belicht. Juist in de bijzondere voorbeelden zit de meerwaarde van deze soms wat brave film.

Als na de dood van Eric ‘I can’t breathe’ Garner, doodgedrukt door Amerikaanse politieagenten, bijvoorbeeld een Call Of Duty-toernooi wordt georganiseerd om de kans op rellen te verkleinen en ook de politie zelf besluit om een vertegenwoordiging te sturen. Als een man met een zware lichamelijke beperking laat zien hoe hij in games alles kan zijn wat in het echte leven niet voor hem is weggelegd. En als voor een doodzieke jongen in aller ijl een speciale gameplay wordt gefabriceerd. Zodat hij één keer al zijn fantasieën kan uitleven, voordat hij zijn laatste adem uitblaast.

Dan is gamen ineens écht geen spelletje meer.

Clubliefde Op Z’n Spartaans

Dutch Angle TV

Samen zijn we de verhalen

We vertellen ze allemaal

Van toen het kolkte, toen het spookte

Van euforisch en fenomenaal

Over zij die niet meer leven

Tot zij die mogen blijven dromen

Zes letters en twee kleuren

Vreemde vogels

Stadsiconen

Nee, hier is niet wijlen Jules Deelder aan het woord. Toch is de tongval van de spreker onmiskenbaar Rotterdams, worden met die twee kleuren wel degelijk rood en wit bedoeld en vormen de zes letters ook nog eens het woord S.P.A.R.T.A. Voormalig stadsdichter Derek Otte verhaalt over zijn onmetelijke liefde voor de keurige voetbalclub die al sinds jaar en dag op Het Kasteel acteert. In de schaduw van stadgenoot Feyenoord, dat wel. Al zal geen rechtgeaarde Spartaan dat toegeven.

Bij een andere hoofdpersoon van Clubliefde Op Z’n Spartaans (28 min.), één van de voortrekkers van een erg actieve supportersgroep, komt Jules Deelder alsnog prominent in beeld, vereeuwigd op een spandoek met zijn eigen quote: ‘Als Spartaan zijn wij geboren. Als Spartanen sterven wij.’ Nu hij zelf de daad bij het woord heeft gevoegd, heeft Deelder hoogstpersoonlijk kunnen vaststellen of de hemelpoort inderdaad, zoals hij zelf altijd stellig beweerde, ‘verdacht veel weg heeft van Het Kasteel.’

Het is duidelijk: regisseur Bernard Krikke richt zich in deze vermakelijke tv-docu niet zozeer op het spel met de bal zelf als wel op de clubcultuur die daaromheen is ontstaan. Hij spreekt in dat kader ook met schrijver Anton Slotboom, de clubarchivaris, een superfan met zijn eigen museumpje en de saxofonist van, jawel, Jules Deelder, die alle verschillende elementen lekker aan elkaar toetert met bekende jazzklassiekers. Want met een club als Sparta kun je nog altijd op z’n Deelders de blits maken.

In de woorden van diens bijna-erfgenaam Otte:

Mijn trouw heb je voor eeuwig

Mijn trots ook wel eens niet

Soms breng je grote vreugde

Soms niets meer dan verdriet

Valse hoop of goede moed

Mij raak je nooit meer kwijt

Sparta voor en Sparta na

Totdat mijn dood ons scheidt

Last Chance U: Basketball

Netflix

‘Van basketbal krijg je karakter?’ vraagt John Mosley, de theatraal aangelegde hoofdcoach van East Los Angeles College, demonstratief bij de start van dit nieuwe seizoen van de befaamde Last Chance U-serie. ‘Niet persé. Basketbal onthult. Hoe zie je eruit in het heetst van de strijd?’ Intussen is Joe Hampton, een boomlange forward die voor zijn allerlaatste kans vecht, nadrukkelijk in beeld. Hij is net helemaal over de rooie gegaan tijdens een wedstrijd en heeft dat daarna nog eens lekker overgedaan in de kleedkamer.

Welkom in de wereld van Last Chance U, de Amerikaanse docuserie van showrunner Greg Whiteley over talentvolle sporters die via een junior collegeteam de stap naar een topsportcarrière proberen te zetten. Na vijf seizoenen bij American footballteams is het veelgeprezen concept nu neergestreken in die andere typisch Amerikaanse sport: basketbal. Hoewel het decor is veranderd, is de thematiek gelijk gebleven: binnen een zeer competitieve atmosfeer krijgen jonge mensen lessen voor het leven bijgebracht. Dat gaat, natuurlijk, gepaard met vallen en opstaan. En heel veel theater en psychologie van de koude grond. Waarbij de impliciete boodschap steeds weer is: hard work beats talent. Alleen heeft het talent dat nog niet altijd door.

Voor enfant terrible Joe Hampton is dit bijvoorbeeld een terugkerend thema. Hij maakt in Last Chance U: Basketball (453 min.) structureel overtredingen, implodeert met de regelmaat van de klok of komt gewoon helemaal niet opdagen. Hoe lang duurt het voordat hij zijn talent definitief heeft verkwanseld? Bij aanvoerder Deshaun Highler is discipline dan weer helemaal geen punt. Wat hij mist aan lengte, maakt hij meer dan goed met inzet. Sinds het overlijden van zijn moeder staat hij er wel alleen voor. Hij worstelt bovendien soms met zijn vorm. En de noeste werker KJ Allen, die excelleert tijdens wedstrijden van de ‘Huskies’, moet echt alle zeilen bijzetten om zijn schoolwerk tot een goed einde te brengen.

Hun verhalen zijn bijna vooraf uit te tekenen. Zoals ook de manier waarop de bloedfanatieke, religieuze en zeer betrokken Mosley hen probeert te raken, gebruikmakend van alle denkbare sportclichés, erg vertrouwd oogt. En toch blijft dat op de één of andere manier werken. Illustratief is een prachtige scène waarin Joe Hampton woedend naar de kleedkamer beent en daar demonstratief zijn tenue uittrekt en spullen begint in te pakken. Hij wordt gevolgd door assistent-coach Kenneth Hunter. Die had zelf ook ooit aspiraties als basketballer, maar belandde na een ongeluk in een rolstoel. Kalm weet hij de jonge wildebras tot rede te brengen. Joe Hampton zal daarna alsnog uitgroeien tot één van de steunpilaren van het team.

Misschien is het de verwachting die uit dit type verhalen spreekt: welke klappen het leven ook heeft uitgedeeld, een glorieuze toekomst behoort nog altijd tot de mogelijkheden. Hoe klein de kans daarop in werkelijkheid ook is. En die hoop zorgt er tevens voor dat Last Chance U: Basketball, een serie die overigens wat ruim bemeten is met ‘do or die’-wedstrijden van de Huskies tegen volstrekt onbekende tegenstanders, tot het einde toe gemakkelijk de aandacht vasthoudt en uiteindelijk ook ontroert: als een wonderlijk succesvol seizoen met een enorme sof dreigt te eindigen.

Pelé

Netflix

Dit had gemakkelijk een rechttoe rechtaan sportbiografie kunnen worden. Waarbij de held zich in de openingsscène van de film opmaakt voor het hoogtepunt van zijn carrière: de finale van het wereldkampioenschap voetbal van 1970 in Mexico, waar hij Brazilië via een overwinning op Italië naar de derde wereldtitel moet leiden.

En daarna volgt de onvermijdelijke flashback: naar hoe het ooit armoedig in begon in het stadje Tres Coracoes, ‘s mans eerste wereldkampioenschap als zeventienjarige in 1958, zijn blessure bij de tweede Braziliaanse wereldtitel vier jaar later en de afgang van het nationale team in 1966. Zodat alle fundamenten zijn gelegd voor de glorieuze apotheose van de film tijdens dat WK van 1970. Waarna de protagonist met de wereldcup in z’n handen richting de aftiteling loopt. EINDE.

Het gekke is: Pelé (109 min.) heeft in grote lijnen inderdaad die overbekende opbouw en toch is het helemaal niet die film geworden. Omdat er ook kritisch wordt gekeken naar Edson Arantes do Nascimento, bijgenaamd Pelé. En omdat zijn carrière niet als een volledig op zichzelf staand fenomeen wordt gepresenteerd, maar is ingebed in de recente geschiedenis van zijn land, een broze democratie die in 1964 een militaire coup kreeg te verwerken. 

Voor Pelé veranderde er ogenschijnlijk niets toen Brazilië een dictatuur werd: hij bleef driftig scoren en hield zich verder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tijdgenoot zoals Muhammad Ali, geheel afzijdig van elke vorm van politiek. Hij stond zogezegd boven de partijen. Pelé verschafte het Zuid-Amerikaanse land gewoon trots en zelfrespect. En daar kon een dictatoriaal regime natuurlijk weer van mee profiteren, in het bijzonder tijdens datzelfde wereldkampioenschap voetbal in Mexico.

‘Pelé was een stralende ster die schitterde in de zwarte hemel van het Braziliaanse leven’, stelt de Braziliaanse muzikant Gilberto Gil. ‘Hij was het symbool voor het potentieel van Brazilië om een eerlijker en gelukkiger land te worden.’ Pelé’s oud-ploeggenoot Paulo Cézar Lima is kritischer: ‘Hij gedroeg zich als een Oom Tom. De onderdanige zwarte man die alles maar aanvaardt, geen weerwoord geeft, geen vragen stelt of oordeelt. Dat neem ik hem vandaag nog steeds kwalijk.’

Zo krijgt deze meeslepende sportfilm van David Thryhorn en Ben Nicholas een lekker scherp randje, dat tegenwicht geeft aan de met veel schwung, drama en een volvette soundtrack doorgeakkerde loopbaan van Pelé en de hartverwarmende beelden van zijn ontmoeting met oude voetbalmaatjes. Op zulke momenten wordt de man die in eigen land voor een godheid wordt versleten ineens gewoon één van de jongens en voert hij ook meteen weer het hoogste woord.

In dit portret toont Pelé zo nu en dan tevens zijn kwetsbare kant. Hij telt inmiddels tachtig jaren, is moeilijk ter been en hoeft zich blijkbaar voor niemand meer groot te houden. Worden de besten soms nerveus? willen de filmmakers bijvoorbeeld op een gegeven moment van hem weten. ‘Niet soms’, antwoordt hij gedecideerd. ‘Altijd.’ Pelé denkt terug aan de laatste momenten, vóór de WK-finale van 1970. ‘Ik hield het gewoon niet meer’, zegt hij en schiet helemaal vol.

Zo nu en dan komt deze film, waarin behalve allerlei medespelers en kenners ook zijn zus en oom aan het woord komen, zo achter de facade van de gewone Braziliaan die het boegbeeld van zijn land en de grootste voetballer aller tijden werd. Als je naar zijn prijzenkast kijkt, staan alle anderen in zijn schaduw. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de documentaire Diego Maradona, over de Napolitaanse jaren van de Argentijnse superster, nog nét iets beter is dan dit eerbetoon. Ook omdat de hoofdpersoon zelf minder kleurrijk is.

Dat is echter op geen enkele manier bedoeld als diskwalificatie voor deze film over de man, de voetballer en het fenomeen Pelé, tot nader order één van de beste sportfilms van 2021.

PS Een kleine twintig jaar geleden werd de documentaire Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha uitgebracht. Over de twee grootste Braziliaanse voetballers van hun tijd. Inmiddels kan er geen twijfel meer over bestaan welke van de twee zal blijven voortleven in ons collectief geheugen en wie in de vergetelheid zal verdwijnen. In de film Pelé valt de naam Garrincha letterlijk niet één keer.

Força Koeman

Videoland

Het is een beetje de goden verzoeken: om als voormalig sterspeler van FC Barcelona de baan van coach te accepteren op het moment dat die club definitief door zijn hoeven lijkt te zakken. En om tijdens dat proces ook nog eens een cameraploeg toe te laten, dat ook. De kans dat de ultieme jongensdroom uitloopt op een gigantisch fiasco is immers levensgroot. Misschien tekent het echter de absolute winnaar in Ronald Koeman dat hij de uitdaging toch aangaat en dat afbreukrisico dan maar op de koop toeneemt.

Niet dat Koeman heel veel heeft te vrezen van regisseur Chiel Verbakel. Die geeft hem in de driedelige serie Força Koeman (82 min.), naar een idee van Stefan Valk, alle ruimte om zijn eigen verhaal te doen. Waarbij de hartproblemen, die hij in mei 2020 ondervond, hem zouden hebben aangespoord om nu eindelijk voor zijn droomclub te kiezen. Aan het woord komen verder Koemans vrouw Bartina, broer Erwin en kinderen Ronald junior, Tim en Debbie. Zij geven een leuk inkijkje in hoe de familie Koeman de terugkeer naar de Catalaanse hoofdstad beleeft, waar al zoveel zoete herinneringen liggen. Dat gevoel wordt nog eens versterkt met idyllische shots van de stad, vergezeld van traditionele muziek.

De voetbalinput komt van zaakwaarnemer Rob Jansen, Koemans assistenten Alfred Schreuder en Henrik Larsson en spelers als Frenkie de Jong, die met zijn vriendin Mikki kind aan huis is bij de Koemannetjes, en Memphis Depay, die naar verluidt allang bij diens Barca had willen spelen. Zij houden zich veelal op de vlakte of debiteren voornamelijk clichés. Zoals de docuserie over het hier en nu – Koemans komst naar Barcelona en zijn lastige eerste periode als coach – sowieso niet zoveel nieuws heeft te melden. De problemen rond sterspeler Messi komen bijvoorbeeld nauwelijks aan de orde. En het gedwongen vertrek van diens boezemvriend Luis Suárez blijft al helemaal onbenoemd.

Toch heeft Força Koeman ook zijn momenten: als Koemans vriend, de sportpresentator Lluís Canut, bijvoorbeeld zijn mond voorbij lijkt te praten. Hij beweert te hebben gefungeerd als postillon d’amour tussen Barcelona en de trainer, waarbij het initiatief van de Nederlander schijnt te zijn gekomen. Dat strookt niet helemaal met het beeld dat is geschetst van Koemans overgang van het Nederlandse elftal naar de Spaanse topclub (en dat hier nog eens wordt bevestigd door Rob Jansen). De Barcelona-trein is dus niet zomaar gestopt voor Ronald Koeman, zodat hij er, nadat hij al twee keer ‘nee’ had gezegd, op kon springen. De trainer zou zelf hebben gevraagd of die trein, na Barcelona’s ‘Humillación Histórica’ (een 8-2 verlies tegen Bayern München), bij zijn stationnetje halt wilde houden. 

Ook opvallend: Pedri, ‘het grootste talent van Spanje’, lijkt te zijn aangetrokken zonder dat Koeman hem überhaupt kende. Het zijn zulke, al dan niet bedoelde, nieuwtjes die van deze miniserie met een plastic promorandje toch wel weer een aardige kijkervaring maken. Waarbij de relatie van de Koemannen en –vrouwen met Barcelona – en hun herinneringen aan de vroegere buurman Johan Cruijff – het allerleukst is. Dan worden ze net een gewone familie, met kinderen en kleinkinderen die opa en oma bij hun 35 jarige huwelijk vergasten op een surpriseparty. Dan ook toont Ronald Koeman even de man, of soms zelfs het jongetje, achter de geharde coach, die aan de job van zijn leven is begonnen. Waarvan hij niet weet of ie die ook mag afmaken.

Na een verloren wedstrijd tegen aartsrivaal Real Madrid toont Koeman onderweg naar huis dat hij, zoals van een echte topper wordt verwacht, nog altijd een slechte verliezer is: ‘het enige wat we meehebben zijn de stoplichten’. En dan, als zijn kop na een slechte reeks wedstrijden al op het hakblok lijkt te liggen, begint Messi weer te floreren en zou het tij toch nog kunnen keren voor zijn Barca….

Strip Down, Rise Up

Netflix

’Als mensen dit zien, wordt het gezien als mijn enkeltje naar de hel’, zegt één van de deelnemers aan de paaldans-workshop. ‘En dat is mijn strijd nu.’

‘Snapt je man wat je aan het doen bent?’ vraagt haar coach.

’Een beetje wel, denk ik, maar ik weet niet hoe ik ‘t moet delen.’

’Doe je een lapdance bij hem?’

’Echt niet!’

Je weet op voorhand: ze gaan joelen, knuffelen en huilen. De vrouwen die bij S Factor, het geesteskind van voormalig actrice Sheila Kelley, een workshop van zes maanden gaan volgen komen misschien om te leren paaldansen. In werkelijkheid hebben ze natuurlijk iets te overwinnen in hun leven. Strip Down, Rise Up (113 min.), juist. Terwijl ze de paal ontdekken, vinden ze zichzelf.

Het taalgebruik van Kelley (de echtgenote van acteur Richard Schiff, bekend als Toby Ziegler uit de serie The West Wing, die ook nog even langskomt) is navenant. ‘Unlock the body.’ ‘Release the pain.’ ‘Fight through it.’ ‘Own your sexuality.’ ‘Feel comfortable in your own skin.’ ‘Bring yourself back into wholeness.’ ‘Create a sisterhood.’ ‘Fight Club for women.’ ‘This is not for sissies.’ ‘Embrace the deeper journey.’ ‘Reclaim yourself completely.’ ‘Get your mojo back.’ ‘You’re hot!’ ‘Fucking shine!’ En: ‘It’s okay to be happy.’

Voor de deelnemers is dat allemaal bepaald niet vanzelfsprekend. Sheila Kelley en haar coaches lijken echter geen twijfel te kennen. Wat de problematiek ook is – seksueel misbruik, rouw, anorexia, kanker, psychiatrische problematiek, obesitas of een schaamtevolle achtergrond – via het leren (er)kennen van hun eigen sensualiteit kunnen de vrouwen ermee dealen.

Psychologie van de koude grond, zonder enige twijfel. Erg Amerikaans ook. Roestvrijstalen waarheden, verpakt in pakkende slogans. Waarmee niet is gezegd dat ‘t niet werkt. In elk geval in het hier en nu. Het traject en het bijbehorende groepsproces maken in elk geval wel wat los, getuige deze lange en gelikte documentaire van Michèle Ohayon. De vrouwen vertellen (elkaar) hun soms aangrijpende levensverhaal en beginnen gaandeweg stuk voor stuk te shinen.

En, inderdaad, ze joelen, knuffelen en huilen.

We Are: The Brooklyn Saints

Netflix

Zij moeten het beter krijgen dan ze het zelf hebben gehad. En ze moeten beter worden dan zij zelf ooit zijn geweest. American football is voor de begeleiders van The Brooklyn Saints van levensbelang. Via sport brengen ze de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd normen en waarden bij. En met een beetje geluk worden de kids zo goed dat ze er een sportbeurs mee verdienen. Daarmee zijn ze verzekerd van een goede opleiding – en een leven buiten Brooklyn.

Want de New Yorkse wijk heeft nog altijd een reputatie. Sommige tegenstanders komen zelfs liever niet naar Brooklyn om tegen één van de jeugdteams van The Saints uit te komen. Documentairemaker Rudy Valdez portretteert in deze vierdelige serie enkele spelertjes van de club, hun directe verwanten en de gedreven vrijwilligers, voor wie American Football vooral een voertuig is om te komen tot zelfontplooiing.

Dat gaat gepaard met ontzettend veel goede bedoelingen, de nodige (tough) love en alle denkbare sportclichés. We Are: The Brooklyn Saints (189 min.) betreedt daarmee het terrein dat ook schoolseries als America To Me en Klassen bestrijken. Ditmaal zijn het alleen geen professionals die zich bekommeren om de opgroeiende kinderen, maar bevlogen mannen die weten wat het is als niet alles in je leven vanzelf op zijn plek valt en willen dat de volgende generatie ‘t op dat gebied beter treft.

Dat wordt prachtig geïllustreerd als het onder negen-team in het kader van teambuilding gaat kamperen. ‘Hoeveel van jullie hebben hier politie of een ambulance gezien?’ vraagt de bevlogen coach Gawuala aan zijn jongens. ‘Niemand, hè? Daarom doen we dit. Om jullie uit je dagelijkse omgeving te halen.’ Terwijl hij hen levenslessen probeert bij te brengen, moet Gawuala zelf een job zien te vinden. Hij zit sinds enige tijd werkeloos thuis en is bang dat hij voor een eventuele nieuwe baan zijn coachschap, waarmee hij zijn eigen leven zin en richting geeft, eraan moet geven.

Eerst en vooral is deze serie een verhaal over mannen, groot en klein, die vooruit proberen te komen. Waarbij ‘vaders’ zoals Gawuala, vaak afwezig in het leven van dit soort opgroeiende jongens, een hoofdrol claimen. In elke tegenvaller vinden ze een kans om zo’n typisch Amerikaanse peptalk te geven. Die recht vanuit het hart komt. En daar meestal ook lijkt te landen.

Tiger

HBO/Ziggo

Hij was zegge en schrijve acht maanden oud toen vader Earl hem kennis liet maken met golf. Een kleine anderhalf jaar later waren ze samen te gast in de tv-show van Bob Hope, waar de peuter zijn beste slagen mocht laten zien. Tiger Woods was voorbestemd om een grootheid op de golfbaan te worden, zeker in de ogen van zijn ouders Earl en Kultida. Zij hadden een heus masterplan voor hun kind: hij moest de eerste zwarte topgolfer worden.

En zo geschiedde. Tiger (192 min.) werd een legende in zijn sport. Een merk ook, van zo’n honderd miljoen dollar per jaar. En een ideale schoonzoon. Totdat de zeepbel vakkundig werd doorgeprikt. Volgens deze meeslepende biografie kwam de ommekeer na het overlijden van zijn vader, die in Tiger een soort kruising tussen Mahatma Gandhi en Nelson Mandela zag, en de brave huisvader een ongezonde voorliefde ontwikkelde voor wilde avonturen in Sin City, Las Vegas. Seks als pijnbestrijding, aldus zijn biograaf Armen Keteyian. Dat ene adagio – what happens in Vegas, stays in Vegas – zou alleen niet opgaan voor Tiger Woods. Zijn wilde escapades haalden hem uiteindelijk aan alle kanten in.

In het eerste deel van dit tweeluik schetsen de filmmakers Matthew Heineman en Matthew Hamachek met pakkend beeldmateriaal van de ene na de andere golftriomf en interviews met z’n vrienden, kleuterjuf, eerste vriendin, concurrenten, marketeers en vaste caddie de opmars van de Amerikaanse ‘golfrobot’. In deel 2 tekenen ze vervolgens met biografen, sportjournalisten en z’n bekendste maîtresse Rachel Uchitel diens dubbelleven en ondergang op. Waarna er op de valreep, zoals in een echte Hollywood-evergreen, toch nog een wederopstanding volgt.

Dit is nu eenmaal een klassiek verhaal over een held, die eerst zonder voorbehoud op het schild wordt gehesen en er daarna en plein publique vanaf sodemietert – of vanaf wordt geduwd. Gadegeslagen door talkshowgasten met ferme meningen, comedians met gemakkelijke grappen en bobo’s die niet weten hoe snel ze afstand van hem, de zwarte jongen in de witte wereld, moeten nemen. In dat opzicht is Tiger tevens een nauwelijks verhulde aanklacht tegen de celebritycultuur, die de protagonist bijna de kop heeft gekost. Opgevreten door zijn eigen populariteit.

En deze tweedelige docu is tenslotte ook nog het aangrijpende relaas van een jongetje dat roofbouw op zijn lijf en persoonlijkheid pleegt om de droom van zijn ouders, vader Earl in het bijzonder, te verwezenlijken. Want Nike mocht voor hem dan de slogan ‘winning takes care of everything’ hebben bedacht, Tiger Woods werd er te langen leste op hardhandige wijze mee geconfronteerd dat zo’n uitgangspunt alleen verliezers kon opleveren.

Silent Voice

IDFA

De komende anderhalf jaar is hij alleen, waarschuwt zijn begeleider. Dat is Khavaj natuurlijk al zijn hele leven. De Tsjetsjeense MMA-vechter heeft alles achter zich gelaten en zal de komende maanden of jaren moeten doorbrengen in Antwerpen, Brussel of – jawel! – Vilvoorde. En daarna kan hij, als zijn asielaanvraag tenminste wordt goedgekeurd, een andere identiteit krijgen en eindelijk een begin maken met een nieuw leven.

Als homo ben je je leven nu eenmaal niet zeker in het Tsjetsjenië van dictator Ramzan Kadyrov, zo toonde de huiveringwekkende documentaire Welcome To Chechnya al aan. Khavaj is bovendien door zijn familie verstoten. Hij moet het doen met voicemail-berichten van zijn moeder, waarin hij bijvoorbeeld te horen krijgt dat z’n broer Rousian al zijn foto’s heeft laten verbranden. Hij bestaat niet meer. Mag niet meer bestaan. Tenzij hij zich laat genezen, natuurlijk.

Khavaj heeft er geen woorden voor. Of beter: die heeft hij wel, ze willen zijn lippen alleen niet meer verlaten. De Tsjetsjeense jongen is getraumatiseerd. Hij kampt met een Silent Voice (51 min.). Ook de steeds wanhopigere berichtjes van zijn moeder blijven dus onbeantwoord in deze beklemmende documentaire van Reka Valerik, die Khavaj onherkenbaar portretteert. Met veelal donkere, claustrofobische overshoulder-shots, die zijn kleine onrustbarende wereld tastbaar maken en slechts een heel enkele keer worden doorsneden met video’s uit ‘betere’ tijden.

Het torso van de jongen mag dan indrukwekkend zijn en op een bokszak slaat en trapt hij ferm van zich af, maar tegen het schrikbeeld dat anderen, waaronder zijn eigen familieleden, van hem hebben geboetseerd is hij volstrekt weerloos. En het gevaar dreigt ook hier in het vrije westen, waar veel Mixed Martial Arts-club worden gerund door voormalige Tsjetsjenen en waar hij dus elk moment verlinkt kan worden aan de bruut Kadyrov en zijn trawanten.

Terwijl Welcome To Chechnya de gevaarlijke vlucht uit Tsjetsjenië, met de bijbehorende helden en overlevers, in al z’n spanning en drama weergeeft, concentreert dit bedompte ‘vervolg’ zich op hoe het die LGBTI’ers vergaat als ze aan de klauwen van homohaters (lijken te) zijn ontvlucht en toch nog worstelen met het net van onverdraagzaamheid dat over hen heen is gegooid. Er komt een moment dat Khavaj al die wurgende gevoelens eruit schreeuwt.

The End Of The Storm

Apple TV

‘Ik ben geen control freak’, zegt Jürgen Klopp. ‘Ik denk alleen dat bepaalde dingen op een bepaalde manier moeten.’ Bij zijn eerste wedstrijd als manager van Liverpool zag de flamboyante Duitser bijvoorbeeld direct dat de trainingspakken van zijn team niet goed zaten. Zijn spelers zagen eruit als captain Picard uit de tv-serie Star Trek. Dat moest anders. Zo begint in 2015 zijn ‘regeerperiode’ bij de Engelse voetbalclub, die vijf jaar later voor het eerst in dertig jaar de landstitel zal grijpen.

The End Of The Storm (98 min.) documenteert het seizoen 2019-2020 waarin de ommekeer, ondanks de Coronacrisis, ein-de-lijk wordt bewerkstelligd. De documentaire van James Erskine slalomt slim tussen hoogtepunten uit het voetbalseizoen en het persoonlijke verhaal van Jürgen Klopp, kleine portretjes van beeldbepalende spelers als Virgil van Dijk, Jordan Henderson en keeper Alisson Becker en impressies van het leven als Liverpool-fan in Egypte, India, Japan, Brazilië en China (Wuhan, om precies te zijn).

Dit is natuurlijk een succesverhaal, de hervertelling van een grootse triomf. In samenwerking met de club gemaakt, bovendien. Verwacht dus geen kritische noten of alsnog opgediepte conflicten of strubbelingen. In deze docu worden Jürgen en zijn sterrenteam nog eens ouderwets op het schild gehesen. Daarmee is deze lekker bombastisch gemonteerde film zo’n beetje de antithese van Sunderland ‘Til I Die, de inmiddels twee seizoenen tellende serie over een voetbalclub die afglijdt naar de kelders van het Britse betaald voetbal.

The End Of The Storm markeert het einde van zo’n lijdensweg (een begrip dat bij een club als Liverpool overigens direct tussen aanhalingstekens moet worden gezet). Vrijwel moeiteloos stomen de Klopp-boys op naar een al snel onvermijdelijk lijkende titel. Uiteindelijk hoeven ze slechts één serieuze tegenstander te overwinnen: het Coronavirus, dat heel even de complete Premier League, en daarmee ook Liverpools aspiraties om de onbetwiste nummer één te worden, de nek om dreigt te draaien.

Uiteindelijk krijgt zelfs die vijand Klopp van Jürgen en de zijnen. Met Zoom-sessies houden ze de teamspirit op peil. Zodat ze, indachtig het clublied You’ll Never Walk Alone, tegenwind kunnen trotseren, altijd de kop omhoog houden en ook niet meer bang zijn voor het donker. ‘At the end of a storm’ wacht dan die ‘golden sky’: het negentiende kampioenschap, het eerste sinds 1990.

In datzelfde jaar debuteerde bij de modale Zweite Bundesliga-club FSV Mainz overigens een 23-jarige speler die als voetballer nooit de top zou halen: ene Jürgen Klopp.

Finding Jack Charlton

‘Dat ben ik’, zegt de oudere man tegen zijn kleindochter als hij zichzelf op het televisiescherm ziet. ‘Dat ben ik. En ik herinner me er niets van.’ Samen met zijn gezin kijkt Jack Charlton naar oude beelden van hoe hij, en zijn onafscheidelijke pet, het één of andere kasteel aanprijst. Hij was decennialang een Bekende Brit: eerst als voetballer van Leeds United en het Engelse nationale elftal, later als coach, met name van Engelands grote rivaal Ierland.

En nu weet hij daar weinig meer van. Charlton is ten prooi gevallen aan dementie, een aandoening die voetballers van zijn generatie gemiddeld drie tot vijf keer zo vaak treft. Als gevolg van de kopduels die hij als boomlange verdediger, bijgenaamd ‘de Giraffe’, jarenlang uitvocht op ‘s werelds velden, zo is de veronderstelling. Samen met zijn meer getalenteerde jongere broer Bobby, met wie hij een moeizame relatie onderhield, werd Jack Charlton in 1966 wereldkampoen met het Engelse nationale voetbalelftal. Dat zijn teamgenoot Geoff Hurst een hattrick scoorde in de finale is hem echter allang ontglipt.

De delicieuze sportdocu Finding Jack Charlton (97 min.) is opgebouwd rond zijn periode als coach van het Ierse elftal, dat hij zelfvertrouwen gaf en eindelijk succes bracht. De opmars van het nationale voetbalteam aan het begin van de jaren negentig fungeerde als vliegwiel voor een nieuw zelfbewustzijn, stellen prominente Ieren als schrijver Roddy Doyle, U2-drummer Larry Mullen en de voormalige Taoiseach Bertie Ahern. Dat had namelijk een flinke deuk opgelopen tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland. Charlton, een Engelsman nota bene, bracht het elan terug. Hij werd zo een heuse volksheld, die als eerbetoon zou worden uitgeroepen tot ereburger. Net als Nelson Mandela. ‘De Kennedy-familie, moeder Teresa’, somt zijn oudste zoon John op, waarna hij naar zijn vader kijkt. ‘En dan heb je hem.’

‘s Mans werkwijze wordt in deze documentaire van Gabriel Clarke en Pete Thomas verbeeld via een pilaar waarop alle briefjes die Charlton als coach volkalkte zijn bevestigd. ‘You reap what you sow’, staat er bijvoorbeeld op. ‘Never assume they know and understand.’ En: ‘Be a dictator, but be a nice one.’ Bij dat laatste parasiteerde hij zonder enige twijfel op zijn heerlijke gevoel voor humor. Daarmee nam hij alles en iedereen voor zich in, zo kunnen voormalige pupillen als Paul McGrath, Niall Quinn en Pat Bonner bevestigen. Voor ‘the boss’, hoe eigenzinnig en koppig die ook kon zijn, gingen ze door het vuur.

En op basis van dit puntgave portret van Jack Charlton, een authentiek ‘character’ dat tot zijn dood op 10 juli jongstleden trouw bleef aan zichzelf, is dat niet meer dan logisch. De man mocht zichzelf dan langzaam maar zeker vergeten, dit betekent niet dat hij ook wordt vergeten.

All Or Nothing: Manchester City

Amazon Prime

Happy people have no stories, declameerde de Noord-Ierse band Therapy? ooit. Als het nergens wringt, is er eigenlijk ook niets te vertellen. Documentaires(eries) over winnende sporters of teams zijn doorgaans dan ook vooral interessant voor hun eigen achterban. De achtdelige serie All Or Nothing: Manchester City (387 min.) lijdt daar een beetje onder: de sterrenploeg van de Spaanse supercoach Pep Guardiola is in het seizoen 2017-2018 eigenlijk gewoon te goed.

Natuurlijk, er wordt wel eens gelijk gespeeld – en een heel enkele keer zelfs verloren. En er zijn vanzelfsprekend blessures, best veel zelfs. De Britse club, sinds enkele jaren het speeltje van een puissant rijke familie uit Abu Dhabi, heeft alleen een bijzonder brede selectie. En als zelfs die het niet meer kan bolwerken, wordt gewoon de poeplap getrokken en voor enkele tientallen miljoenen bijvoorbeeld nóg een centrale verdediger aangetrokken. Voor het geval dat Vincent Kompany, Nicolás Otamendi en/of John Stones niet inzetbaar zijn.

All Or Nothing, een spin-off van de gelijknamige reeks over American football-teams die inmiddels ook een tweede seizoen over het Tottenham Hotspur van coach José Mourinho heeft gekregen, oogt daardoor soms nét iets te veel als een promofilm voor The Blue & White Army, die ooit toch echt doorging voor de arbeidersclub van Manchester, en moet het ook niet van zijn diepgang hebben. De serie, waarvoor acteur Ben Kingsley als verteller fungeert, heeft echter één uitgesproken troef: Josep ‘Pep’ Guardiola, people’s manager, vakidioot en – natuurlijk – peptalker. Zo’n man waarvoor je door het vuur gaat. Met heel veel passie en nog meer theater weet hij steeds weer de juiste snaar te raken bij gearriveerde wereldsterren, die (bijna) alles al hebben gewonnen.

Hij is ‘t die van elke wedstrijd, die ongetwijfeld toch weer winnend wordt afgesloten, een bijzondere uitdaging maakt, waarvoor nu toch echt alles uit de kast moet worden gehaald. Dat werkt als een tierelier. En dus valt er de ene na de andere prachtgoal, voorzien van de welbekende superlatieven van de sportcommentatoren en het massale gejuich van de City-fans. De Premier League-titel is vooral een kwestie van tijd. Alleen de strijd om de verschillende bekers, waaronder die felbegeerde Champions League-cup, zorgt daadwerkelijk voor spanning en sensatie.

Tussendoor gaat de selectie op initiatief van aanvoerder Kompany paintballen, komen de spelers trouw hun maatschappelijke verplichtingen na en is er een (verplicht) bezoekje aan de Verenigde Arabische Emiraten, waar de sjeik even mag meedelen in het succes dat hij zelf heeft gefinancierd. Vrijwel alle spelers worden daarnaast nog vluchtig uitgelicht, inclusief kleine privéverhaaltjes zoals een te vroeg geboren kind of schoonvader die voor de grote rivaal United is. De optelsom is een aardige inkijk in de wereld van het moderne topvoetbal, waarmee ook de PR-afdeling van de club, die zich ongetwijfeld ook flink heeft bemoeid met de inhoud, vast hartstikke tevreden was.

En dan is het weer door naar de volgende wedstrijd, waarvoor Pep zijn ‘Cityzens’ weer tot op het bot probeert te motiveren. ‘Het enige verschil, guys, tussen Real Madrid, FC Barcelona en ons is dat zij ongelofelijke gelovers zijn’, zegt hij na één van de weinige nederlagen van zijn ploeg. Hij laat een dramatische stilte vallen. ‘Bij het beklimmen van de hoogste berg gaat het niet om dit’. Zijn vinger wijst inmiddels naar het scherm waarop hij doorgaans zijn tactische ideeën deelt. ‘Het gaat om hier’, zegt Guardiola terwijl hij tegen zijn voorhoofd tikt. De wijsvinger daalt vervolgens af naar het hart. ‘En om hier.’

Giovanni En Het Waterballet

KRO-NCRV

Nee, je bent niet automatisch de ‘coolste dude’ van de klas als je als tienjarige jongen aan synchroonzwemmen doet. En nee, je bent ook niet automatisch één met de meiden als je met je allersierlijkste bewegingen bij hen aansluit. Giovanni van der Zon lijkt een eenling. Hij wil als allereerste jongen meedoen aan het Nederlands kampioenschap.

Dat is bepaald geen sinecure. Hij moet bijvoorbeeld eerst officieel op examen. En daarvoor moet dan weer flink getraind worden. Het gaat er op zulke momenten soms stevig aan toe, bijvoorbeeld bij het oefenen van de split. ‘Doet het pijn?’ vraagt zijn trainster naar de bekende weg als haar pupil het uiterste vraagt van zijn lichaam. ‘Dat is goed.’ Ze laat hem even ademhalen. ‘Nog verder. Probeer het!’

Toch is Giovanni En Het Waterballet (17 min.) geen beladen sportfilm, hoor. Regisseur Astrid Bussink dient de verrichtingen van haar aandoenlijke hoofdpersoon op met een uitbundige soundtrack en vervlecht ze bovendien met heerlijke scènetjes van de jongen met zijn vriendinnetje Kim. Waarbij het voortdurend de vraag is of ze eigenlijk nog wel verkering hebben of niet.

Deze hartveroverende jeugddocu uit 2014 werd niet voor niets wereldwijd op allerlei festivals vertoond en bovendien bekroond met diverse prijzen. Het is een film die in wezen, zonder ook maar een moment zwaar op de hand te worden, over de ontwikkeling van elk kind gaat: durf ik voor mijn dromen te gaan of laat ik me toch leiden door wat mijn omgeving ervan vindt?

Via onderstaande link is na de documentaire zelf nog te zien hoe Giovanni terugkijkt op het maken ervan en hoe hij zijn toekomst ziet. Met een badmuts en neusklem in het water? Of toch op een andere plek? En, ook belangrijk, is Kim nog in zijn leven?

Das Spiel

IDFA

Alleen als hij volstrekt onzichtbaar is, kan hij eigenlijk uitgroeien tot de beste man van het veld. Het is de tragiek van de scheidsrechter. Man in het zwart. Geliefde pispaal van alles en iedereen. Hondenlul zelfs. En de hoofdpersoon van de hele fijne korte documentaire Das Spiel (17 min.). Fedayi San, om precies te zijn. Een Zwitserse arbiter die het Super League-duel tussen Young Boys en Lugano leidt.

Souverein, zo lijkt het. Op basis van deze korte film, die verwantschap vertoont met de fascinerende scheidsrechtersfilm Kill The Referee (2009), krijg je daar echter slechts beperkt zicht op. Want regisseur Roman Hodel heeft nauwelijk oog voor de wedstrijd zelf. Behalve de scheidsrechter en zijn assistenten observeert hij de fans op de tribune, de commentatoren en de crew die de televisie-uitzending in goede banen leidt. En Sans trotse vader die een mooie plek in het stadion heeft gekregen.

Alles, behalve de bal eigenlijk. In de hele docu is ‘het lederen monster’ nauwelijks te zien. Of het moet zijn in die ene heerlijke scène van een steward, die met zijn rug naar het veld staat en geconcentreerd de tribune in de gaten houdt. De man met het gele hesje kijkt nauwelijks op of om als de doelman achter hem een doelpunt incasseert. Voetbal is echt de belangrijkste bijzaak in zijn wereld.

Eerst en vooral is Das Spiel (Engelse titel: The Game) echter een psychologisch portret van een topscheidsrechter in het heetst van de strijd. Rennend, fluitend en gebarend. Voortdurend communicerend met spelers. Corrigerend ook. Fedayi San is bovendien altijd in contact met zijn assistenten, via een audioverbinding die ook in de documentaire is te horen. En haalt zich – hoe kan het ook anders? – regelmatig de woede op de hals van de ‘Schlachtenbummler’ uit Bern of Lugano.

In de rust kijkt hij samen met zijn assistenten op z’n smartphone een twijfelachtig moment uit de eerste helft terug. Penalty of niet? Ze weten het niet zeker. En dan roept de wedstrijd weer in dit prachtige portret van het spel zonder bal.

The Life And Trials Of Oscar Pistorius

ESPN

De Blade Runner was in werkelijkheid een Blade Gunner, schreeuwde een krantenkop. Oscar Pistorius, de paralympische atleet uit Zuid-Afrika die als eerste sporter met een functiebeperking ook aan de reguliere Olympische Spelen deelnam, had op 14 februari 2013 zijn vriendin Reeva Steenkamp neergeschoten. Hij zou haar hebben aangezien voor een indringer. Of was er toch sprake van volledig uit de hand gelopen huiselijk geweld? De politiewoordvoerder ter plaatse leek daar in elk geval op te zinspelen, waarna er direct een enorme mediastorm opstak. Barbertje moest hangen. Of juist niet.

De zaak tegen Pistorius vertoont onmiskenbare parallellen met de enorme mediahype die een kleine dertig jaar eerder ontstond rond voormalig footballheld O.J. Simpson. Hij werd beschuldigd van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman. En net als de Oscar-winnende docuserie over die geruchtmakende zaak, O.J.: Made In America, plaatst The Life And Trials Of Oscar Pistorius (358 min.) het delict overtuigend in z’n persoonlijke, historische en maatschappelijke context. Raciale spanningen in de Verenigde Staten tegenover de Zuid-Afrikaanse Apartheid, met geweld tegen vrouwen als gemene deler.

Zelfs Mark Fuhrman, de Amerikaanse detective die een kwalijke rol in de Simpson-kwestie zou hebben gespeeld, komt nog even langs. Als ervaringsdeskundige die zijn licht laat schijnen over de schietpartij in Huize Pistorius. Die zaak heeft overigens ook gewoon zijn eigen ‘dirty cop’, hoor. Hij speelt een bijrol in deze vierdelige documentaire, die een afgewogen en genuanceerd beeld schetst van het (sport)leven van en de rechtszaak tegen de gevallen volksheld. Daarbij komen zowel directe familieleden en pleitbezorgers van Oscar als criticasters en verwanten van zijn slachtoffer uitgebreid aan het woord.

Zo ontstaat een fascinerende vertelling, die perfect past in het oeuvre van de Britse regisseur Daniel Gordon. Hij slaagt er, getuige eerdere sportdocu’s zoals 9.79The Fall en The Australian Dream, als geen ander in om via sport(ers) actuele maatschappelijke thema’s aan te snijden en daar grootse, meeslepende films van te maken. En Oscar Pistorius, die zelf niet is geïnterviewd voor dit portret, doet daarbij als (anti)held niet onder voor Gordons eerdere protagonisten Ben Johnson, Zola Budd en Adam Goodes. Een Blade Runner, natuurlijk. Een koelbloedige moordenaar of juist een enorme pechvogel. En een man die zoveel heeft te bieden en die door één enkel moment is getekend voor het leven.

Les Arbitres

Howard Webb

De vader van de Engelse arbiter Howard Webb maakt zich zorgen. Zijn zoon heeft zojuist een doelpunt goedgekeurd tijdens de voetbalwedstrijd Oostenrijk – Polen. Maar was die bal nou buitenspel? Vanaf de tribune heeft pa het niet goed kunnen zien, maar een fout zou Howards kansen op een topwedstrijd tijdens het Europees Kampioenschap van 2008 in Oostenrijk en Zwitserland aanzienlijk kunnen verkleinen.

Webbs assistent-scheidsrechter Mike Mullarkey realiseert zich in de rust dat ze inderdaad fout zaten en – vooral – dat hij het was die had moeten vlaggen. Het is één van de sleutelscènes van Les Arbitres (75 min.), waarin het hectische bestaan van topscheidsrechters van binnenuit wordt getoond. Vlak voor het einde van de wedstrijd geeft Webb nog een omstreden strafschop aan het thuisland. Thuis in Engeland hebben ze allang gezien dat zoonlief nu de juiste beslissing heeft genomen, zegt een andere tribuneklant tegen zijn vader. Het was zonder enige twijfel een penalty. ‘Super. Dat is goed nieuws.’

In de catacomben krijgt zijn zoon niettemin van onder uit de zak van Leo Beenhakker, de coach van Polen. ‘Niemand trok er aan een shirt’, sneert de Nederlander tegen de mannen in zwart in deze observerende documentaire van Yves Hinant, Eric Cardot en Delphine Lehericey uit 2009. ‘Absoluut niet. En dan ineens wel. Het is een ‘fucking disgrace’.’ Met die woedende woorden kan de ‘Engelse scheidsrechter’ – uit de mond van Beenhakker klinkt het als een ernstige belediging – ‘t even doen. Mullarkey probeert Webb na afloop gerust te stellen: ‘Op televisie zien ze wel dat het een penalty was.’

Bij de wedstrijdevaluatie komt alleen toch weer dat buitenspeldoelpunt aan de orde. ‘Dat is vreselijk voor het toernooi’, aldus de voormalige Nederlandse toparbiter Jaap Uilenberg die tegenwoordig namens de Europese voetbalbond scheidsrechters begeleidt. ‘Ik kan de televisiebeelden niet negeren die de hele wereld over gaan. Over het geheel was het oké.’ Maar daar koop je dus weinig voor, als leidsman met de ambitie om de finale te fluiten. En zijn assistent, die zijn vlag naar de grond hield, voelt zich duidelijk schuldig.

Behalve Webb en zijn team worden in deze intieme kijk in de scheidsrechterswereld (Engelse titel: Kill The Referee) nog drie andere arbiters gevolgd tijdens het EK: de Spanjaard Manuel Mejuto, de Zweed Peter Fröjdfeldt en de Italiaan Roberto Rosetti. Met name de communicatie tijdens de wedstrijd van de scheids met zowel de spelers als zijn assistenten, waarmee je als kijker stiekem mag meeluisteren, geeft een ongekend beeld van hoe zo’n topper zich van zijn taak moet kwijten in de heksenketel die het moderne voetbal kan zijn.

En gaandeweg komt ook de tragische positie van scheidsrechters tijdens zo’n kampioenschap in het oog. Als hun nationale elftal doorstoot naar een volgende ronde, wordt de kans dat zij zijn uitgefloten tijdens het toernooi steeds groter. Één van hen kan slechts uitkomen in de finale. De anderen moeten vervolgens, met een mengeling van bewondering en jaloezie, toekijken hoe hun collega één van de hoogtepunten uit zijn carrière beleeft.

Het is een even vanzelfsprekende als treffende apotheose voor deze prachtige sportfilm.

In 2020 verscheen er een nieuwe en thematisch verwante scheidsrechtersfilm: Das Spiel.

Bibian Mentel: Leef

Videoland

‘Vroeger was ze dwars, nu is ze ook nog laesie’, grapt echtgenoot Edwin over snowboardkampioen Bibian Mentel, die al jaren een gevecht op leven en dood levert met kanker. Sinds enige tijd zit ze ook in een rolstoel. Het verhindert haar niet om in het najaar van 2019 deel te nemen aan Dancing With The Stars. ‘Dit is mijn overlevingsstrategie’, zegt ze daar zelf over in deze persoonlijke tv-docu.

In het ziekenhuis, wachtend op alweer een uitslag, verbaast Mentel zich over het feit dat ze zelfs de finale van het televisieprogramma heeft gehaald. Even later krijgt ze van haar arts zorgwekkend nieuws. Dat heeft ook weer gevolgen voor de finale trainingen. Extensie van de rug moet volgens hem worden voorkomen. ‘Je wilt geen calamiteit hebben op de dansvloer daar’, klinkt het eufemistisch.

In Bibian Mentel: Leef (55 min.) volgt regisseur Jesse Bleekemolen Mentel, haar man Edwin en zoon Julian gedurende een periode waarin de eindigheid van haar leven steeds nadrukkelijker in zicht komt. Een portret dat direct heftig begint. In de openingsscène doet een huilende Mentel haar echtgenoot in een persoonlijke videoboodschap een belofte: ‘Ik beloof jou dat ik zal knokken.’

Dat zal ook het parool van deze documentaire worden – en een sleutel om haar leven te begrijpen. ‘Wat niet kan, dat kan niet’, zegt een begeleider van Dancing With The Stars bij de start van het programma bijvoorbeeld tegen de vrouw, die er dan nog aan moet wennen dat ze voortaan in een rolstoel zit. ‘Whoa, ik zal je laten zien wat ik kan!’ reageert Mentel vol bravoure.

Daarmee wordt Bibian Mentel: Leef, net als eerder Nada’s van Nie’s docu Marc de Hond: Tot De Dood Ons Scheidt, een uiterst toegankelijk eerbetoon aan mensen die – om de terminologie van de eveneens verwante Gouden Televizier-Ring winnaar Over Mijn Lijk te hanteren – ‘niet rustig willen wachten op de dood en er juist nog een mooie tijd van proberen te maken’.

Waarbij de kijker zich verwondert over de hoeveelheid moed van de hoofdpersoon, al dan niet stiekem met haar een traantje wegpinkt en zich tegelijkertijd ook een héél klein beetje een voyeur voelt.

De Zandvoort Formule

BNNVARA

‘Ze zeuren nu over het geluid. Van één weekend…’

‘En nu ook weer over die salamander’

‘Ik heb nog nooit van dat beest gehoord, man.’

‘Over die salamander in de duinen.’

‘Alles wordt verpest met dat gezeur d’rover, man. En een kikker hier…’

‘De streeprugsalamander.’

In nagelstudio Boudoir in Zandvoort weten de stylistes en klanten, die zich sinds de opkomst van Max Verstappen hebben ontwikkeld tot devote Formule 1-fans, wel raad met de milieuclubs die tegen de komst van de autorace naar het plaatselijke circuit zijn. Regisseur Wytzia Soetenhorst laat hen in De Zandvoort Formule (54 min.) steeds de nieuwste ontwikkelingen becommentariëren rond het evenement, dat de ingedutte Noord-Hollandse badplaats moet revitaliseren.

Zelden zal een sportwedstrijd de geesten zo hebben verdeeld als de Dutch Grand Prix van Zandvoort. De schade is niet te overzien aldus de Stichting Rust Bij De Kust, die inmiddels allerlei procedures heeft opgestart. ‘We hebben ‘t alleen nog maar over damage control.’ Voorstanders moeten dan weer helemaal niets hebben van zulke dwarsliggers: ‘Zijn dat dezelfde mensen die tegen Zwarte Piet zijn? Die zijn gewoon tegen alles.’

Via enkele prominente dorpelingen peilt Soetenhorst de stemming in de lokale gemeenschap: de VVD-wethouder, die maar wat trots is op het evenement dat Zandvoort weer ouderwets op de kaart gaat zetten. Het gemeenteraadslid van GroenLinks, dat met het oog op mogelijke milieuconcessies toch maar voor de plannen heeft gestemd. Een boswachter die natuurschade probeert te voorkomen. De strandtenthouder die hoopt op een absoluut topweekend. En oud Formule 1-coureur Jan Lammers, tegenwoordig sporting director van de Dutch Grand Prix, voor wie een allang vervlogen droom toch nog lijkt uit te komen.

Met oog voor detail registreert deze documentaire hoe de lokale bloeddruk oploopt in aanloop naar 3 mei 2020, de dag waarop de Formule 1 na 35 jaar terugkeert naar het circuit van Zandvoort. Voordat dit tot serieuze opwinding kan leiden, gooit het Coronavirus echter roet in het eten. Bij de organisatoren van de Dutch Grand Prix, die hun evenement met minimaal een jaar moeten uitstellen. Bij de plaatselijke gemeenschap die zijn kruit nog even droog moet houden. Maar ook bij deze film zelf, die daardoor toch een beetje als een nachtkaars uitgaat.

Waarbij het de vraag blijft of Soetenhorst en haar crew De Zandvoort Formule definitief hebben afgevlagd en de ontwikkelingen in Zandvoort toch blijven volgen. Totdat die race er echt komt. Of niet.

All Or Nothing: Tottenham Hotspur

Amazon Prime

‘Wat voor Harry en Lucas geldt, geldt ook voor jou’, schreeuwt doelverdediger Hugo Lloris tegen zijn medespeler Heung-Min Son. ‘Met één minuut te gaan móet je meelopen.’ Het komt in de Spurs-kleedkamer zelfs bijna tot een handgemeen tussen de twee ploeggenoten. Trainer Mourinho ziet er wel wat positiefs in: ‘Dit was een jaar geleden niet voorgekomen. Dit gebeurt omdat jullie meer van elkaar eisen.’

De koning is dood, lang leve de koning! Na vijfeneenhalf jaar moet Mauricio Pochettino, de coach die de Londense club enkele maanden eerder nog naar de Champions League-finale heeft geleid, het veld ruimen bij Tottenham Hotspur. Zijn opvolger staat al klaar: José Mourinho, één van de succesvolste trainers van de afgelopen twintig jaar en tevens één van de meest gehate mensen van het internationale voetbal.

Even later, in de eerste aflevering van de negendelige serie All Or Nothing: Tottenham Hotspur (440 min.), na een eerdere reeks over Manchester City, begint ‘The Special One’ zelf dozen uit te pakken en nauwkeurig zijn nieuwe kantoor in te ruimen. Foto’s van zijn carrière om op te hangen, ordners in de vakkenkast. Paperassen op het bureau, netjes recht. Lineaaltje erbij. En dan alleen de flip-over nog installeren. Via de televisie komt intussen het nieuws van zijn benoeming binnen. ‘Kijk wat er gebeurde bij zijn laatste clubs’, zegt een sportcommentator. ‘Hij is over zijn top heen.’ Mourinho loopt direct naar het toestel en zet dat demonstratief uit. ‘Fuck you!’

En daarmee is de toon gezet. De nieuwe koning schrijft zijn eigen wetten uit, zet z’n onderdanen op hun (juiste) plek en begint meteen de media te bespelen. Het sleutelwoord is: winnen. ‘Ik haat het om te verliezen’, heet ‘t dan. Terwijl Mourinho zijn veel te lieve team een over mijn lijk-mentaliteit probeert bij te brengen, hebben sommige spelers zo hun eigen beslommeringen: de flegmatieke international Dele Alli worstelt met zijn vorm, vaste linksachter Danny Rose valt ineens geregeld buiten de basis en spelverdeler Christian Eriksen lijkt in ongenade te zijn gevallen omdat hij een transfer wil maken. En dan raakt ook spits en boegbeeld Harry Kane nog ernstig geblesseerd.

All Or Nothing laat ongetwijfeld heel veel níet zien van wat er in het binnenste van de trainersploeg, het elftal en de directie omgaat, maar wat er overblijft is méér dan voldoende: (crisis)overleg tussen directie en coach, kleedkamerbeelden van voor, tijdens en na de wedstrijd en Mourinho’s persoonlijke gesprekken met (on)tevreden spelers bijvoorbeeld. Zulk fly on the wall-materiaal wordt doorsneden met lekker bombastische wedstrijdregistraties, waarbij volvette shots, ronkende muziek en overspannen commentatoren een glorieus huwelijk aangaan. Zo wordt zelfs van het meest onbeduidende competitieduel een soort strijd op leven en dood gemaakt, waarbij er nooit enige twijfel is over wie de ‘good guys’ (moeten) zijn.

Zelfs de totstandkoming van transfers blijft niet geheel onbelicht. Saillant is in dat verband de komst van de Nederlandse aanvaller Steven Bergwijn, een overgang die bij zijn vorige club PSV begin dit jaar heel wat kwaad bloed zette. De speler zou hebben geweigerd om nog te spelen in Eindhoven. Bij Tottenham Hotspur wordt Bergwijn evenwel binnengehaald als redder in nood. Geen woord over hoe de transfer tot stand is gekomen (en of er eigenlijk wel zoveel aan de hand was bij zijn vorige werkgever, of dat alle partijen gewoon het welbekende onderhandelingsspel speelden).

Deze puike sportserie, waarvoor acteur en Spurs-fan Tom Hardy als verteller fungeert, laat alleen onbeantwoord wat er precies zo speciaal is aan de nieuwe koning van de Spurs. José Mourinho lijkt vooral een archetypische teambuilder, die onvermoeibaar blijft hameren op agressie, discipline en de absolute wil om prijzen te pakken. ‘We moeten winnen’, zegt de manager bijvoorbeeld tijdens de wedstrijdbespreking voor Bergwijns eerste match, tegen titelkandidaat Manchester City. ‘We moeten aanvallen. We moeten risico’s nemen, maar hebben ook stabiliteit nodig. En we moeten georganiseerd spelen als we de bal hebben…. Oké, we zijn er klaar voor.’

Of zulke peptalks, doorgaans vergeven van de fucks en fuckings, werkelijk voldoende zijn om het tij te keren bij Mourinho’s zwalkende elftal? En kan hij zijn team tijdens de verplichte Corona-pauze echt met Zoom-sessies klaarstomen voor toch nog een succesvolle bekroning van het seizoen?

The Weight Of Gold

De post-Olympische blues. De depressie die onvermijdelijk volgt na deelname aan de Olympische Spelen. Ook als je wél Goud hebt gewonnen. ‘Wie ben ik buiten het zwembad?’ vroeg zwemmer Michael Phelps, die in totaal 28 medailles won tijdens de Spelen en daarmee de meest gedecoreerde atleet aller tijden is, zich gedurig af. Tijdens zijn carrière ging hij zo, veelal in stilte, door meerdere crises.

Phelps doet dienst als verteller van The Weight Of Gold (59 min.), een gestileerde documentaire van Brett Rapkin waarin diverse (voormalige) topsporters vertellen over hun psychische problemen; van de identiteitscrisis na een belangrijke wedstrijd of overwinning tot langdurige depressies. Een kwestie die volgens hen schromelijk wordt onderschat en die in de afgelopen jaren inderdaad al tot enkele bijzonder tragische gebeurtenissen heeft geleid. Één van de daarbij betrokken sporters komt zelfs aan het woord in deze film.

In topsport ben je nu eenmaal net zo goed als je laatste overwinning- of nederlaag. ‘Als je klaar bent, donder je gewoon van de lopende band’, stelt kunstschaatser Gracie Gold droog. En dan levert die band gewoon een nieuwe titelpretendent af. Zeker als jij opzichtig hebt gefaald, op dat ene moment dat het erop aankwam. Hordeloopster Lolo Jones kan daarover meepraten. In haar hele leven is ze volgens eigen zeggen drie keer over een horde gestruikeld. Juist in de finale van de honderd meter tijdens de Olympische Spelen van 2008 ging ze onderuit. ‘En nu sta ik bekend als het meisje dat over hordes struikelt.’

Net als andere topsporters verhaalt Jones ook over de voortdurende strijd om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Tijdens haar sportcarrière hield ze er noodgedwongen allerlei bijbaantjes op na. Dat leidde soms tot pijnlijke taferelen. Zoals toen ze in een fitnesscentrum achter de bar stond. Terwijl ze smoothies maakte, verscheen haar Olympische race op de beeldschermen. ‘Ben jij dat?’, vroegen klanten. Ze konden niet geloven dat zij, de Olympische sporter, daar voor zeven dollar per uur drankjes stond te schenken. En toen de lopende band een kekke opvolgster had afgeleverd, kwam ook haar zorgverzekering nog op de tocht te staan.

Trefzeker toont The Weight Of Gold zo de achterkant van de gouden medaille, een survival of the fittest waarbij ook de winnaar uiteindelijk kan verliezen.