L’Amour La Mort

Waarom aaien we zo graag een beest dat ons elk moment met huid en haar kan opvreten en weer uitspugen? In gewone mensentaal: waarom blijven we zo verslingerd aan de liefde, terwijl die ons intens pijn kan doen? In L’Amour La Mort (91 min.) exploreert Ramón Gieling twee kanten van dezelfde medaille: liefde en de dood.

Hoewel dat pas later duidelijk wordt, vertrekt hij daarbij vanuit een persoonlijk verhaal: de liefde van zijn broer Willem voor Mieke de Graan. Vanuit Spanje stuurt hij haar gepassioneerde brieven. Totdat het noodlot toeslaat. Gieling verweeft dit tragische verhaal met andere liefdesgeschiedenissen, zoals het relaas van de Belgische metrobestuurder Mohamed el Bachiri. Bij de terroristische aanslagen in Brussel van 2016 kwam zijn geliefde vrouw Loubna om het leven. Hij leeft nu met en zonder haar en schreef er onder andere het boek Een Jihad Van Liefde over.

Tijdens zijn met weelderige muziek en barokke taferelen aangeklede zoektocht doet Gieling ook Michel Guillot en zijn dementerende partner Stan Wouters aan. Die oogt tegenwoordig als een bejaarde peuter, routinematig kauwend op een tutteldoekje. Samen dromen ze weg bij hun favoriete nummer: Wonderful Life van Black. En Erando Gonzales wil dat zijn hart wordt overhandigd aan de liefde van zijn leven, Giovanna Mazotti. ‘Voor een laatste omhelzing. Om er een laatste kras op te geven. Het vast te grijpen en met een dierlijke kreet te verslinden.’

Gonzalez laat zich onder de loep nemen door cardioloog Ivo van der Bilt. Die doet onderzoek naar het gebroken hartsyndroom. Volgens hem heeft een gebroken hart een afwijkende hartslag. Klinisch psycholoog Freddy van der Veen onderzoekt dan weer romantische afwijzing en acceptatie. De jonge Litouwse vrouw Emilia Sabaliauskaite neemt bij hem deel aan een experiment, waarbij ze eerst moet laten weten of ze met een bepaalde man op date zou willen en naderhand wordt geconfronteerd met het antwoord dat hij op diezelfde vraag heeft gegeven.

Zo verkent het lyrische L’Amour La Mort op intuïtieve wijze alle uithoeken van liefde en lijden, waarbij Ramón Gieling nog een bijzondere plek inruimt voor de bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter, een gekende expert op dit specifieke terrein. Sinds enige tijd weet hij ook uit eigen ervaring waar hij over praat. Alle verschillende bouwstenen bezorgen deze film uiteindelijk een filosofische en poëtische onderlaag, die vakkundig tot een climax wordt gebracht met een eindscène, waarin kinderen volkswijsheden bezigen over de liefde. Die zij zelf nog moeten gaan verkennen.

Als ze nog willen of durven.

Privégesprekken

Zeppers/Human

De opzet is heel eenvoudig: drie Nederlandse stellen gaan in een basale studiosetting in gesprek met regisseur Walter Stokman én elkaar. Over wat bij ziekte doorgaans onbesproken blijft. Één van hen heeft kanker gehad. Als daarna het gewone (relationele) leven weer begint, is dat echter helemaal niet zo eenvoudig.

Dat blijkt tevens uit onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK). Tweederde van de respondenten gaf aan dat hun seksualiteit en intimiteit slechter zijn geworden na de diagnose. Dit vormt het voornaamste onderwerp van gesprek in de intieme film Privégesprekken (55 min.) en wordt tevens inzichtelijk gemaakt met bijna tactiele scènes, van zeer dichtbij, waarin geanonimiseerde mensen die kanker hebben (gehad) tijdens een massage vertellen welk effect de ziekte heeft gehad op hun zelfbeeld en relatie.

Tijdens de behandeling staat het hoofd, van zowel de zieke als zijn/haar partner, vaak niet – of in elk geval op een andere manier – naar seksualiteit en intimiteit. Maar ook als het signaal ‘kankervrij’ eenmaal is afgegeven, blijkt het lastig om de draad weer op te pakken – of er überhaupt over te spreken met elkaar. ‘Als je intiem wil zijn met elkaar, moet je je vrij voelen’, vertelt Nzinga bijvoorbeeld over hoe de relatie met haar partner Misha door haar gezondheidsproblemen werd beïnvloed. ‘En dat voelde ik me niet in mijn zieke lichaam.’

Joost noemt zijn ziekte, en de complicaties die deze met zich mee heeft gebracht, dan weer een ‘les in nederigheid’. Zijn vrouw Teddy is vooral blij dat hij er nog is en dat ze nog altijd van hem kan genieten. ‘Dat is voor mij het belangrijkste’, zegt ze. Openhartig spreken de koppels in deze boeiende interviewfilm zo met en tegen elkaar, bijvoorbeeld over het behouden van spontaniteit, inzetten van hulpmiddelen en (her)vinden van jezelf en elkaar. Kanker heeft hen allebei veranderd en ook hun leven samen behoorlijk ontwricht, maar toch niet onmogelijk gemaakt.

‘Ik heb ontzettend veel bewondering voor jou hoe jij deze hele periode…’, begint Wim bijvoorbeeld geëmotioneerd. Zijn vrouw Carla vult liefdevol aan: ‘hebt beleefd.’ Tijdens een vakantie met de camper in Spanje werd de wereld van het oudere Amsterdamse koppel enkele jaren geleden helemaal op zijn kop gezet. ‘Het is geen kattenpis geweest, het is best wel pittig geweest’, constateert Wim treffend. ‘En dat had ook anders kunnen uitvallen.’

Fire Of Love

The Searchers

Elke vulkaan heeft zijn eigen persoonlijkheid, meent Maurice Krafft. Samen met zijn echtgenote Katia reist hij van de ene naar de andere eruptie. De twee vulkanologen hebben zich afgewend van de mens, laven zich aan de oerkracht van de aarde en zijn bereid om hun eigen leven daarvoor in de waagschaal te stellen. Elke fout kan fataal zijn, zo beseffen ze allebei.

‘Ik wil steeds dichter bij de buik van de vulkaan komen’, stelt de waaghals Maurice, ogenschijnlijk zonder twijfel. ‘Dat wordt ooit mijn dood, maar daar kan ik me niet druk over maken.’ Zijn vrouw vult al even onverstoorbaar aan: ‘Het is niet dat ik doelbewust flirt met de dood. Maar op zo’n moment kan het me gewoon niets schelen. Een fascinatie met gevaar? Misschien.’

Fire Of Love (93 min.) is een overweldigende ode aan hun liefde, voor actieve vulkanen en elkaar. Die is weliswaar (bewust) kinderloos gebleven, maar heeft een ongelofelijke beeldenpracht opgeleverd. Regisseur Sara Dosa nut die in deze topdocu volledig uit. Van boos brommende en onheil ophoestende bergen tot kolkende, spuitende en attacquerende lava, magma en as.

De mens valt vrijwel weg tegen het ontzaglijke natuurgeweld, dat hier met veel gevoel voor kleur, detail en compositie is vereeuwigd. Een werkelijkheid die door zijn schaal en schoonheid soms bijna onwerkelijk oogt. Alsof die op de studioset van een sciencefictionfilm, met zorgvuldig gestylede acteurs, veel special effects en de nodige montagetrucs, is gecreëerd.

Vulkanen moeten vernietigen om te kunnen creëren, stelt kunstenaar, filmmaker en schrijver Miranda July die als verteller van deze film alle aspecten van de strijd, romance en poëzie van de Kraffts en hun professie verkent. Zij krijgt bovendien steun van een stemactrice, die Katia’s eigen geschriften heeft ingesproken en haar kant van het verhaal kracht bijzet.

Want – zoveel is vanaf de start duidelijk – het onafscheidelijke duo zelf spreekt alleen nog via wat het heeft nagelaten. Op 3 juni 1991 is tijdens een expeditie in Japan het doek voor hen gevallen. Hoewel ze in hun leven de ene na de andere kamikazeactie hebben uitgehaald, is Maurice er nooit in geslaagd om zijn grote droom te verwezenlijken: met een kano door een rivier van lava varen.

Fire Of Love is intussen een sprekend voorbeeld geworden van wat documentaires teweeg kunnen brengen: ze rukken je los van je eigen leven en transporteren je vervolgens, zonder oog voor tijd en plaats, naar een onbekende wereld. Daar kun je, al is ’t slechts voor een uur of anderhalf, een ander leven leven. In dit geval: als onderdeel van een verzengende liefde. Voor vulkanen en die ander.

Waarna je een héél klein beetje veranderd weer je eigen bestaan instapt.

Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein

Renate Rubinstein

Als je niet beter wist, zou je denken: dit wordt karaktermoord. De tweedelige documentaire Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein (119 min.) is nauwelijks twee minuten onderweg of de hoofdpersoon is al ‘een narcistische gek’, ‘een hele nare, onaangename vrouw’ en ‘heel onhebbelijk, onfatsoenlijk’ genoemd. Waarna iemand doodleuk zegt: ‘Ik vind het jammer dat ze geen zelfmoord heeft gepleegd.’

Renate Rubinstein (1929-1990), die vanaf begin jaren zestig onder het pseudoniem ‘Tamar’ een column had in Vrij Nederland, spreekt ruim dertig jaar na haar overlijden nog altijd tot de verbeelding, zullen we maar zeggen. Hans Goedkoop werkt zelfs al sinds de eerste helft van de jaren negentig aan een biografie en heeft daarvan onlangs weer een voorproefje uitgebracht: Vaderskind – De Oorlog Van Renate Rubinstein. Hij beheert tevens haar archief en fungeert als postiljon d’amour in het portret dat David de Jongh van de schrijfster heeft gemaakt. Daarin krijgen ook de messcherpe geschriften van Rubinstein, die zijn ingesproken door actrices, vanzelfsprekend een prominente plek.

Centraal in de vertelling staan Rubinsteins rouw om haar Joodse vader, die werd afgevoerd naar Auschwitz, en de moeizame relatie die ze had met haar moeder (waarvan de afwikkeling overigens nauwelijks wordt belicht in de film). Van daaruit ontwikkelde zij zich tot een bijzonder uitgesproken vrouw met een stormachtig relatieleven. Daarbij ruimt De Jongh vanzelfsprekend ook een belangrijke plek in voor Rubinsteins scandaleuze onthulling, in het postuum verschenen boek Mijn Beter Ik, dat ze jarenlang een geheime relatie had met haar collega-schrijver Simon Carmiggelt.

Met haar broer en zus, andere familieleden, tweede echtgenoot Jaap van Heerden, studiegenoot Hedy d’Ancona en collega-schrijvers schetst De Jongh een gelaagd portret van een vrouw die vriend en vijand voortdurend kon blijven verbazen. Dit komt erg pregnant tot uiting in de geruchtmakende kwestie Weinreb. Friedrich Weinreb zou tijdens de Tweede Wereldoorlog tientallen Joden hebben gered. Als hij later onder vuur komt te liggen vanwege mogelijk seksueel misbruik, verdedigt Renate Rubinstein hem te vuur en te zwaard. Het is alleen de vraag of ze de zaak wel goed heeft bestudeerd.

Op zulke momenten blijkt ze geen kat om zonder handschoenen aan te pakken. Het dier, dat jarenlang als vaste gast fungeerde in haar Tamar-columns, krijgt van David de Jongh een prominente plek in dit treffende portret. Hij laat regelmatig een poes door het beeld paraderen. Als tastbare herinnering aan zijn fiere hoofdpersoon, die voor veel mensen onweerstaanbaar én onmogelijk schijnt te zijn geweest. Wanneer Rubinstein in de laatste jaren van haar leven Multiple Sclerosis krijgt, zoekt ze steun bij haar neef Maurits. Hij zal haar liefdevol begeleiden naar het, tóch, door haarzelf georkestreerde einde.

Johnny vs Amber

Discovery+

Als vrouwenmepper heeft hij in het post #metoo-tijdperk eigenlijk geen toekomst meer in de filmindustrie. En dus sleept acteur Johnny Depp de Britse krant The Sun, die allerlei verhalen over zijn vermeende gewelddadige gedrag heeft gepubliceerd, voor het gerecht. Daar komt hij oog in oog te staan met zijn voormalige echtgenote, de actrice Amber Heard, de vrouw die hem van huiselijk geweld beschuldigt. Een typisch Zij Zegt/Hij Zegt-verhaal, dat voor buitenstaanders niet is te beoordelen. Al is dat voor menigeen – blijkbaar – geen enkel beletsel om het tóch, vaak zonder enige terughoudendheid, te doen.

De hele wereld kan/mag/moet dus meegenieten van Johnny vs Amber (95 min.), een epische echtelijke ruzie die voor het oog van zo’n beetje de halve mensheid wordt uitgevochten. Vuil, onsmakelijk en – blijkbaar – onweerstaanbaar. Want wij, gewone stervelingen, krijgen – blijkbaar – nooit genoeg van oorlog tussen de sterren. Tromgeroffel. Van Tom Cruise/Nicole Kidman, Brad Pitt/Angelina Jolie en Kanye West/Kim Kardashian tot – God betere dit! – Dré Hazes/Monique Westenberg, Marco Borsato/Leontine Ruiters en Lil’ Kleine/Jaimie Vaes.

In z’n film over Depp/Heard splitst regisseur Eliana Capitani de zaak van het Hollywood-paar op in twee delen: Johnny’s versie en Ambers versie. Onder het mom van ‘Who is lying? And who is telling the truth?’ Dat klinkt als een héél slecht idee, maar valt in de praktijk eigenlijk nog best mee. De inhoud is relatief serieus, de toon relatief ingetogen. Geen al te ranzige tabloid-tv dus – al voel je je als kijker natuurlijk tóch een voyeur. Ook omdat je nooit écht in de zaak zelf kunt kijken – als je dat al zou willen – en de naakte feiten kunt beoordelen. Nog afgezien van het feit dat dit ook helemaal niet je taak is, als Onbekende Nederlander.

Dan rest vooral verbazing over dit ongegeneerde ‘trial by media’ in het likkebaardende ‘court of public opinion’, dat met scherp formulerende medestanders, advocaten, privédetectives en de onvermijdelijke entertainment-deskundigen en een smoezelige grabbelton vol persoonlijke berichten en (stiekeme) beeld- en geluidsopnamen wordt opgetekend. Zo lijkt Johnny vs Amber een bijzonder onappetijtelijk portret van een gewezen droomkoppel te schetsen, maar in werkelijkheid zijn wij het zelf, de zichzelf aan alles wat maar naar ‘celebrity’ ruikt vergapende meute, die onder het vergrootglas en aan de leugendetector liggen.

En zo bezien is dit tweeluik niets minder dan een teken van deze tijd: het met afgewend hoofd voorzichtig oplichten van de deksel van een gezamenlijke beerput, waarvan je uiteindelijk zelfs met dichtgeknepen neus licht onpasselijk wordt.

Love It Was Not

Piece Of Magic

Ze stráált. Een vitale jonge vrouw. Met een onweerstaanbare glimlach. Alleen haar kleding, een hoofddoek en zwart-wit gestreepte jurk, verraadt waar de foto is gemaakt. Het vernietigingskamp Auschwitz. Een Oostenrijkse SS-officier legde de lachende Helena Citron vast op de gevoelige plaat. Deze Franz Wunsch was smoorverliefd op haar.

Samen met duizend andere Joodse meisjes uit Slowakije was Helena in maart 1942 naar Auschwitz gedeporteerd. Zij waren de eerste vrouwen in het kamp. Samen met overlevenden onderzoekt Maya Sarfaty in Love It Was Not (82 min ) de onmogelijke liefde van Citron en Wunsch die daar ontstond. ‘Liebe war es nicht’, zong Helena, waarna de vonk toch oversprong. ‘Denn du hast leider doch kein Herz. Liebe war es nicht. Es war ein Scherz.’

De Joodse vrouw is, net als haar voormalige geliefde, inmiddels overleden. Via archiefinterviews komen de twee alsnog aan het woord over de relatie, waarvoor met name zij met de nek werd aangekeken door sommige andere vrouwen in Auschwitz. Ook al kon ze soms wel degelijk iets voor hen betekenen. Dat wordt eens te meer duidelijk als ook haar oudere zus Roza en haar kinderen zich in het vernietigingskamp moeten melden.

Het liefdesverhaal van de kampbewaker en de Joodse gevangene leidt de Israëlische documentairemaakster, die in 2016 al een studenten-Oscar won voor de voorstudie The Most Beautiful Woman, uiteindelijk naar Wenen. Daar moet de Oostenrijkse militair Franz Wunsch begin jaren zeventig terecht staan voor oorlogsmisdaden. De voormalige SS’er polst zijn vroegere geliefde als getuige à décharge. Ze hebben elkaar sinds de oorlog niet meer gezien.

Maya Sarfaty brengt de tragische liefdesgeschiedenis tot leven met dagboekfragmenten van Franz, briefwisselingen en een uitgekiende fotomontage – geïnspireerd door de manier waarop hij, volgens zijn dochter Dagmar, foto’s van Helena’s gezicht uitknipte en vervolgens in andere situaties plakte. Zo fabriceert de filmmaakster een boeiende en gelaagde vertelling over een liefde (?) die niet mocht zijn.

Baas In Eigen Zak

VPRO

Een documentaire over mannen en zwangerschap. Daarvan zijn er niet al te veel. Ja, films over mannen en het (aanstaande) vaderschap, die zijn er wel. Maar als het gaat over de beslissing om zwanger te worden of dat juist te voorkomen komt toch meestal alleen/vooral de vrouw in beeld. Zoals het in de praktijk ook vaak gaat: voor anticonceptie verlaten mannen zich doorgaans volledig op hun (eenmalige) partner.

Lynn Deen zet in Baas In Eigen Zak (23 min.) voor de verandering enkele jonge Nederlandse mannen centraal, die proberen te dealen met hun eigen vruchtbaarheid. De één heeft inmiddels min of meer per ongeluk een kind op de wereld gezet, nummer twee vergezelt zijn vriendin als zij een spiraaltje laat zetten en de derde wil geen kinderen meer en overweegt daarom een sterilisatie.

Vrouwen spelen in deze korte docu niet meer dan een bijrol. De documentairemaakster laat hen slechts aan de randen van het frame zien. De bal ligt ditmaal duidelijk bij de mannen, die ook alle gelegenheid krijgen om met vrienden en een biertje te bomen over de rol die zij (moeten) spelen in de voorplanting. Welke verplichtingen heb je als man en wat kun je je op dit gebied eigenlijk permitteren?

Deen laat haar hoofdpersonen daarnaast zien in hun dagelijks leven, begeleidt hun typische mannenactiviteiten met een ronkende soundtrack en omkleedt dat geheel met enkele zwoele uitgaansscènes, die de verleidingen representeren waaraan het mannelijke deel der natie blootstaat. Beter: waaraan het zich geheel vrijwillig blootstelt. En dan is het toch echt zaak om (niet) te oogsten wat je zaait.

De titel Baas In Eigen Zak refereert natuurlijk niet voor niets aan de aloude leus Baas In Eigen Buik van de feministische actiegroep Dolle Mina en is te lezen als een dringend beroep op het ‘sterke’ geslacht om nu eindelijk ook eens de lasten bij de lusten te dragen.

Huisje, Boompje… Weduwe

EO

‘Onze verhalen beginnen waar het leven van onze vent eindigt’, stelt één van de twee Mariekes van Huisje, Boompje… Weduwe (45 min.) opvallend luchtig bij aanvang van deze korte televisiedocu. De twee jonge vrouwen noemen zichzelf ‘widowchicks’. Sinds ze elkaar twee jaar geleden hebben ontmoet via een weduwenforum zijn ze echte vriendinnen. ‘Terwijl vrienden om ons heen bezig waren met relaties, carrières en baby’s rouwden wij om onze overleden vent.’

Nadat hun echtgenoten enkele jaren geleden plotseling overleden, gingen Marieke van Lierop (28) en Marieke Foppen (33) geleidelijk aan verder met hun leven. Ze moesten wel. En er kwam ook weer ruimte voor een nieuwe partner, die de last van het verleden ook een beetje op zijn schouders kreeg. Die moest zich bovendien zien te verhouden tot hun schoonouders.

De twee Mariekes vertellen hun verhaal nu aan een derde naamgenoot, Marieke de Man. Zij zet de vriendinnen naast elkaar op een bank en geeft hen alle ruimte. De chemie tussen de twee jonge vrouwen is zichtbaar. Hun gedeelde ervaringen hebben voor een soort zusterband gezorgd. Behalve verdriet is er gelukkig ook ruimte voor een gulle lach. Ook al heeft het leven hen inmiddels alweer voor stevige nieuwe uitdagingen gesteld.

De ene Marieke maakt zich op voor nieuw geluk, de andere moet opnieuw tegenslag overwinnen. Dat gaan ze allebei op hun eigen onverschrokken manier aan, in een vlotte docu die qua vorm en toonzetting doet denken aan televisieprogramma’s als Je Zal Het Maar Hebben of Over Mijn Lijk. Rouw en verdriet krijgen vrijwel permanent tegenwicht van lol en humor, zodat het leven draaglijk blijft. Of gewoon weer leuk wordt.

‘Het kan echt alle kanten op in het leven’, zegt Marieke, ‘die met die bril’, tot besluit. ‘Dat hebben wij wel ervaren. En dat rouwen meer is dan huilen in een hoekje, dat ook.’

Mama

Cinecrowd

Over een jaar neemt ze deel aan het Nederlands Kampioenschap paaldansen. Dat is niet zomaar een doel. Het moet de oplossing worden voor het voornaamste probleem van Marieke de Bra: ze is al dertien jaar vrijgezel. Een gewillige prooi voor mannen die zich niet willen of kunnen binden. En dat moet nu maar eens afgelopen zijn! Zij wordt gewild. Sensueel. Geil. Toch? Voor de zekerheid vraagt ze het nog even na bij één van die mannen. Nu is het alleen nog een kwestie van tijd voordat Marieke doorkrijgt dat ze eerst van zichzelf moet leren houden voordat al die kerels dat kunnen.

Dat paaldansen is overigens meteen een mooie steek onder water naar haar ouders. Die hebben al sinds jaar en dag een dansschool in Roosendaal. Daar liggen ook de wortels van haar probleem, heeft ze geconstateerd. ‘Ik wil graag meer dingen met jullie kunnen bespreken’, zegt Marieke, terwijl ze haar camera in Mama (46 min.) van dichtbij op haar moeder richt. ‘Zoals?’ reageert die. ‘Nou’, zet dochter door. ‘Zoals ik me voel, zoals ik me vroeger heb gevoeld of hoe het met jullie gaat.’ Ank de Braa krijgt er de vinger niet helemaal achter: ‘Maar dat kan je toch altijd?’

Dat gevoel heeft Marieke alleen nooit gehad. Gelukkig kun je dan nog altijd een egodocu maken. Bij haar therapeute, die veilig buiten beeld blijft, mag Marieke bovendien lekker haar hart luchten. En haar moeder blijkt uiteindelijk best bereid om ook een keer mee te gaan. Wie weet kan Marieke haar zelfs, terwijl de camera nog altijd lustig meters maakt, verleiden tot datgene wat ze al zo lang mist: een knuffel. En dan moet er natuurlijk weer getraind worden. Aan de paal zelf. En aan de ontwikkeling van het concept: de ‘musical interpretation’, het moodboard en – vooral – de storytelling.

Met het verplichte vallen en opstaan – letterlijk natuurlijk! – werkt Marieke de Bra toe naar het NK paaldansen, waarvoor ze haar persoonlijke verhaal verwerkt in een geheel eigen routine. Te langen leste dient zich dan ook eindelijk de onvermijdelijke moraal van het verhaal aan: het is helemaal niet belangrijk of mannen bij bosjes voor je vallen. ‘Deze liefdesdans was voor mezelf’, concludeert Marieke in één van de talloze voice-overs, waarmee ze haar schaamteloze film, een typisch product van deze exhibitionistische tijd, bij de hand neemt. En het mooie is: dan volgt die vent vast vanzelf.

Obada

VPRO

Bij een viskraam in Zandvoort staat een Syrische jongen op zijn beurt te wachten. Hoe hij heet? wil de man achter de toonbank weten. ‘Obada’, antwoordt de jongen. Hij vult aan: ‘Ik heb twee miljoen subscribers op YouTube.’ De man kan het nauwelijks geloven: ‘Twee miljoen? Serieus? Wauw! Cool.’ Echt twee miljoen abonnees? vraagt een andere jongen, die ook op zijn visje staat te wachten, voor de zekerheid. ‘Ja, en een half miljard views.’

Obada (45 min.), die naderhand rustig zijn harinkje weghapt, is een YouTuber. Geen Nederlandse, maar een Arabische. Vanuit het Gelderse dorp Angeren verovert hij het Midden-Oosten. Hier stelt hij niks voor: gewoon een Syrische jongeling, zonder al te veel opleiding. Hij heeft de praktijkschool, waar ze hem volgens eigen zeggen ‘kankervluchteling’ noemden, niet afgemaakt. Arabische jongeren kennen hem echter als zanger, acteur en rapper. Als hij een video online zet, kan die binnen een uur zomaar 150.000 keer bekeken zijn. ‘Als ik niet beroemd was’, constateert hij nochtans mistroostig, ‘zou ik waardeloos zijn.’

Influencer of niet, zoals elke opgroeiende jongen heeft Obada Kheireddin thuis gewoon te maken met ouders, die zich zorgen over hem maken. Omdat hij niet is gaan studeren. En vanwege dat vriendinnetje uit Irak, dat hij in het AZC heeft leren kennen. Niets voor hem, vinden zij. Past gewoon niet in de familie. Die houding zorgt al snel voor conflicten. ‘Misschien komt het door zijn beroemdheid’, meent zijn vader Rajaie. ‘Dat het hem naar zijn hoofd stijgt.’ Het kan natuurlijk ook door Nederland komen. In Syrië kon je als kind doen wat je wilde, stelt Rajaie strikt, maar uiteindelijk had je vader toch het laatste woord.

Documentairemaker Sakir Khader dringt door tot de kern van het generatieconflict dat zich in de familie Kheireddin aftekent. Vooral tussen Obada en zijn vader, die in verschillende werelden opgroeiden en die nu toch in dezelfde moeten leven, loopt de spanning zienderogen op – al bevat deze film ook een bijzonder intieme scène van een heftige ruzie tussen Obada en zijn moeder. Khader lardeert de schermutselingen met aandoenlijke familievideo’s en een liefdevolle audioboodschap van Rajaie aan zijn zoon. Hoever ze ook van elkaar verwijderd dreigen te raken, op deze manier blijven ze toch onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Zo ontstaat een fraaie, geladen en aangrijpende coming of age-docu, die voor elke (ouder met een) opgroeiende tiener herkenbaar zal zijn en die door zijn achtergrond en setting toch nieuwe elementen toevoegt aan het welbekende verhaal van aantrekken en afstoten. Waarbij het steeds weer de vraag is of de liefde voor elkaar genoeg is om samen het leven te vervolgen, of op zijn minst de komende jaren met elkaar door te brengen.

There Is No ‘I’ In Threesome

HBO

Dit is een film over polyamorie. Over de open relatie van Ollie en Zoe. Die ze voor ons allen documenteren. Tot in detail, natuurlijk. Gore details, soms. Een Egodocumentaire. Ja, Ego met een hoofdletter. De twee fladderen lekker rond. Richting zowel mannen als vrouwen. Allebei. Want zo doe je dat. Als je helemaal vrij bent. V-R-I-J. Niet van jaloezie, overigens. Dat is de grote uitdaging.

Straks gaan ze trouwen. En houden ze op met dat geswing. Beloofd. Hand op het hart. En knip op de onderbroek. Dan heeft There Is No ‘I’ In Threesome (87 min.) meteen een duidelijk eindstation. Het blijft tenslotte wel een film. Met hoofdrolspelers. Letterlijk. Ze acteren zichzelf voortreffelijk, hoor. De rol van hun leven. Ook als er andere kapers op de kust komen. Want dan is drama vereist. En jaloezie dus. Geen probleem.

Jan Oliver Lucks opereert tevens als regisseur. Zoe Marshall is zijn muze. En Tom en Siobhan zijn héél aantrekkelijke ‘love interests’. Lekker camerageil, ook. Dat filmen gaat niet zonder slag of stoot, natuurlijk. ‘Probeer bij mij te zijn en niet bij dat ding’, wijst Zoe bijvoorbeeld naar Ollies camera. Het persoonlijke gesprek wordt tóch gefilmd. Begeleid door aanzwellende muziek, voor de zekerheid. ‘Als we geen film maakten, zou je me dan ook hebben gevraagd of ik Tom wil verlaten?’

Ja, dat is een tamelijk elementaire vraag: wat zouden Ollie en Zoe doen, of hebben gedaan, als er geen telefoon draaide? Hadden ze dan ook een SM-sessie gedaan? Een triootje? Een baby bij elkaar geneukt misschien? Oh, sorry, dat is wel erg lomp geformuleerd. Daar gaat het ook niet om. Het ziet er alleen zo opwindend uit. Schaamteloos. Terwijl deze film om kwetsbaarheid draait, natuurlijk.

Intussen ‘leren’ ze ook van alles. Over het leven, jawel. En zichzelf, natuurlijk. Bijvoorbeeld dat Ollie zich verbergt achter de camera. Hoewel we op dat moment al zo’n beetje alles van hem hebben ‘mogen’ zien. En, natuurlijk, ook over hun relatie. Die geen stand kan houden, dat spreekt voor zich. Of toch wel? Ze stevenen in elk geval linea recta af op een do or die-moment. Het point of no return, zogezegd.

En voor de epiloog, de afwikkeling van deze ‘real life’-tragikomedie, heeft Lucks nog een spetterende verhaalwending bewaard. Met de verplichte stichtelijke boodschap tot besluit. Het was allemaal maar een toneelstukje, vermomd als documentaire. Dat is het nog steeds, overigens. En exhibitionisme, dat ook. Dat alleen niks met naakte lijven heeft te maken.

Life In A Day 2020

YouTube

324.000 video’s uit 192 landen. Allemaal gefilmd op één en dezelfde dag: 25 juli 2020. Op de kop af tien jaar en één dag na 24 juli 2010, het etmaal dat werd vereeuwigd in de eerste Life In A Day-documentaire. En nu is er dus weer zo’n momentopname: Life In A Day 2020 (86 min.), vastgelegd door talloze aardbewoners, samengesteld door filmmaker Kevin Macdonald en mede mogelijk gemaakt door zijn vermaarde collega Ridley Scott.

Dit is zo’n film die in een kluis kan worden opgeborgen, om daar te wachten op toekomstige generaties die het zich nauwelijks meer kunnen voorstellen hoe het was om te leven in 2020, het jaar dat COVID-19 de wereld in zijn greep kreeg. Want het virus steekt steeds weer de kop op in deze hartveroverende weerslag van een collectieve ervaring: mens zijn aan het begin van de 21e eeuw.

Zo laat een moeder beelden zien van hoe ze met haar zoon in de originele film uit 2010 figureerde. Ze probeert de tiener daarin uit bed te krijgen en spoort hem aan om zijn kamer op te ruimen. ‘Dat was mijn zoon tien jaar geleden’, zegt ze. Ze zet de video stil. ‘En hier is mijn zoon nu.’ De vrouw richt haar camera op een urn, midden in de woonkamer. ‘Hij is voor altijd hier, in ons huis.’ Alex is ten prooi gevallen aan het Coronavirus.

Toch is Life In A Day 2020 beslist niet alleen een COVID-document. Het gewone leven gaat immers door. De liefde bijvoorbeeld. In de hele wereld wordt gezoend, de liefde verklaard, een huwelijksaanzoek gedaan (en afgewezen), gevreeën en uit elkaar gegaan. Allemaal voor de camera. Want ook dat is 2020: alles en iedereen filmt of laat zich filmen en is zich daar ook maar al te goed bewust van.

Hoewel deze caleidoscopische docu geen echte hoofdpersonen kent en thematisch is opgebouwd – via afwisselend vrolijke, wonderschone en aangrijpende sequenties – keert een enkeling wel meerdere malen terug in de film. De gedreven treinenspotter die een challenge is aangegaan bijvoorbeeld. Het stel dat dolgraag kinderen wil. Of een Amerikaanse man die noodgedwongen vanuit zijn auto is gaan leven.

Zij worden evenwel nooit meer dan toevallige passanten, vertegenwoordigers van een mensheid die hier, ondanks alles wat er op deze hele gewone julidag misschien tegenzat, een enorme joie de vivre uitstraalt. Life In A Day 2020 werkt zo (on)bedoeld als hart onder de riem en geeft in deze onwerkelijke tijden een zeker vertrouwen voor de komende tien jaar, als ongetwijfeld Life In A Day 2030 op stapel staat.

Caught In The Net

Cinema Delicatessen

Drie volledige kinderkamers worden er ingericht. Naast elkaar. In een soort Big Brother-setting. Met spullen uit de echte kinderkamers van de meisjes. Beter: van de jonge Tsjechische vrouwen die zich gaan voordoen als meisje van twaalf. Tien dagen lang. In het kader van een sociaal experiment, rond de gevaren van het internet voor opgroeiende kinderen. Het is de bedoeling dat ze twaalf uur per etmaal online zijn. Als lokaas voor seksuele roofdieren die het hebben gemunt op (veel) te jonge meisjes.

De regels zijn glashelder: we benaderen zelf niemand, benadrukken dat we twaalf zijn, flirten niet, reageren met ‘ik weet niet’ op seksuele toespelingen, sturen pas naaktfoto’s als er diverse malen om is gevraagd en initiëren zelf zeker geen fysieke ontmoetingen. De actrices maken gebruik van platforms zoals Facebook, Skype en Snapchat en worden tijdens het experiment begeleid door psychologen, seksuologen, juristen en opsporingsambtenaren.

En dan kan Caught In The Net (100 min.) van start. Zelfs de twee regisseurs Vit Klusák en Barbora Chalupová zijn verbaasd als het eerste nepprofiel van de meisjes dat online wordt geplaatst binnen vijf minuten al vijftien reacties heeft opgeleverd. En in het eerste de beste gesprek zit een volwassen kerel binnen enkele minuten met zijn broek op zijn enkels te masturberen. Een lekkere binnenkomer, voor wat een verontrustende afdaling zal worden naar een hellehol waar perverse mannen met alle mogelijke middelen naïeve pubers proberen te manipuleren, verleiden en chanteren.

Die kerels zijn onherkenbaar gemaakt. Alleen hun ogen – glimmend, vals, pathetisch, hard, geil, sadistisch zelfs – zijn haarscherp. En onvergetelijk. Zo kijkt een roofdier, dat nog even speelt met zijn slachtoffer. Voordat het dat de kop afbijt. En dat er, dat ook, geen idee van heeft dat de rollen in werkelijkheid zijn omgedraaid en dat hij, tijdens een eveneens wat ranzige Peter R. de Vries-achtige ontmaskering, straks een kopje kleiner zal worden gemaakt.

Het is de ongemakkelijke apotheose van een naargeestige film over de online-verleidingen en gevaren waarmee hedendaagse pubers opgroeien. Een schokkend groot aantal van hen zal op de één of andere manier te maken krijgen met seksuele intimidatie. Caught In The Net, een documentaire die de kijker helemaal uitgehold achterlaat, maakt tastbaar hoe dat er in de praktijk uit kan zien. Na afloop voelen niet alleen de betrokken actrices en filmcrew zich danig bezoedeld.

Still Tomorrow

‘Hoe accepteer je jezelf?’ vraagt een studente van de universiteit van Peking aan de gast van de dag. ‘Hoe word je een gelukkige, tevreden vrouw?’ Dichteres Yu Xiuhua maakt van haar hart geen moordkuil. ‘Ik heb mezelf nog steeds niet volledig geaccepteerd’, zegt ze, moeizaam formulerend. ‘Bijvoorbeeld: ik wil een normaal gezicht trekken als ik praat. Dat lukt me niet. En hoe je een gelukkige vrouw wordt? Daar heb ik geen ervaring mee. Ik zou het je niet kunnen vertellen.’

Ze zegt het niet somber, eerder met een bijtend soort zelfspot. Het is en blijft echter een pijnlijke ontboezeming van de vrouw die een hersenverlamming heeft en daardoor voortdurend met een onwillig lichaam heeft te maken. Gelukkig heeft Yu Xiuhua een lenige geest. En de gave om de juiste woorden te vinden. Haar gedicht ‘Ik heb half China doorkruist om met jou te slapen’ heeft haar land bijvoorbeeld stormenderhand veroverd. En nu maakt ze een heuse boektournee.

Thuis, op het platteland, zit Yu Xiuhua echter gevangen in een slecht huwelijk, waar ze na twintig jaar eindelijk uit zou willen breken. Haar echtgenoot Yin Shiping is nauwelijks thuis, maar wil toch niet scheiden. ‘Nu je beroemd bent?’ zegt hij. ‘Vergeet het maar. Waar je ook gaat, ga ik.’ Ruziën kunnen ‘de hufter’ en zijn vrouw als de allerbesten, blijkt in de documentaire Still Tomorrow (52 min.) uit 2016. En nu is Yu Xiuhua’s moeder, bij wie de bekvechtende echtelieden inwonen, ook nog eens ziek.

Regisseur Fan Jian volgt de dichteres met de messcherpe tong – al komen de woorden soms moeilijk haar mond uit – tijdens haar strubbelingen met de (zelf)liefde. Dat is een eenzaam proces, zowel thuis als ‘on the road’. Ze zit vastgeketend aan een lichaam dat het hare is en toch nooit helemaal van haar wordt. Jian vervat dat gevoel in lange, zorgvuldige shots van Yu Xiuhua en haar directe omgeving. Die maken van deze wrange film tevens een rijke kijkervaring.

Intussen fungeren haar gedichten, zoals ze dat zelf fraai verwoordt, als wandelstokken waarmee ze rondstrompelt.

Still Tomorrow is hier te bekijken.

Transnistra

VPRO

Vijf tienerjongens en één meisje: Tanya Lipovskaya. Ze speelt voortdurend een spel met hen. Van aantrekken en afstoten. De pubers zijn als was in haar handen. Alles draait om haar. Als ze door vervallen gebouwen struinen, stoeien in een meertje of elkaar even verderop de loef afsteken met halsbrekende capriolen. Tanya geniet zienderogen van alle aandacht die haar ten deel valt. Terwijl ze toch echt een vriendje heeft. Stiekem. In het buitenland. Via hem kan ze hier misschien wegkomen.

Want het land waarin de Zweedse filmmaakster Anna Eborn hen toont mag met zijn ongerepte natuur, weldadige rust en bedwelmende zonnelicht dan idyllisch lijken, het lijkt in werkelijkheid geen toekomst te hebben. En ook nauwelijks een verleden. Toen de Sovjet-Unie begin jaren negentig uiteenviel, scheidde Transnistrië zich af van Moldavië. De natie wordt alleen door vrijwel niemand erkend. Welke toekomst heeft de jeugd van een land dat niet eens op eigen benen mag staan?

Niet dat zulke vragen expliciet aan de orde komen in de documentaire Transnistra (95 min.), in 2019 winnaar van de VPRO Big Screen Award op het Internationaal Film Festival Rotterdam. Eborn observeert de jongeren tijdens een schijnbaar eindeloze zomer, voordat het echte leven gaat beginnen. Ze beziet hun geflirt, gesprekken en gebakkelei van dichtbij en begeleidt dit met een zwoele soundtrack. In de wetenschap dat het ooit ophoudt. En dat duurt inderdaad niet lang meer. Op naar een volgend jaargetijde.

Als de winter het bijna-land bereikt, dienen ook keuzes voor de toekomst zich aan in deze treffende film over jonge mensen en het leven dat ze voor zich zien – of gewoon voor de boeg hebben. Hier, in de wereld die ze al van haver tot gort kennen. Of, in Tanya’s geval, in een onbekend Verweggistan waar het natuurlijk niet vanzelfsprekend beter is.

The Pickup Game

Good women love bad men.  Als eenvoudige, doordeweekse jongen moet je dus gewoon zo’n slechte vent spelen. Anders loop je het risico dat de babe, waar jij al weken natte dromen van hebt, je gaat beschouwen als haar beste vriend. Of, nog erger, als een soort oudere broer. Als je niet uit jezelf zo’n gladde praatjesmaker bent die genadeloos toeslaat als zij het niet ziet aankomen, dan kun je terecht bij zogenaamde Pickup Artists, onvervalste players die jou wel eens even haarfijn uitleggen hoe je elke rondborstige bimbo binnen de kortste keren je bed inlult. Tegen een billijke vergoeding, natuurlijk.

The Pickup Game (98 min.) buigt zich over de industrie die stiekem is ontstaan rond al die alleenstaande mannen die zich geen echte vent voelen en wel wat hulp kunnen gebruiken bij het veroveren van dames. ‘Respect the cock’, zou Frank T.J. Mackie uit de magnifieke speelfilm Magnolia zeggen. ‘And tame the cunt.’ Het begon allemaal in 1988 bij de bestseller How To Get The Women You Desire In Bed van Ross Jeffries, een voormalige brekebeen op het liefdespad, die technieken uit Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) besloot te gaan toepassen op het versieren van vrouwen. En de rest is geschiedenis.

Tegenwoordig kun je als schutterende versierder, getuige deze slicke documentaire van Matthew en Barnaby O’Connor, terecht bij professionele alfamannetjes als Maximilian ‘RSDMAX’ BergerRobert ‘Beckster’ Beck en Erik ‘Mystery’ von Markovik. Die leren de deelnemers aan hun cursus of workshop hoe ze het ‘target’ eerst moeten benaderen, daarna in hun invloedssfeer kunnen krijgen en tenslotte op het juiste moment hun kans moeten zien te grijpen. Waarbij de vrouwen in kwestie, tijdens de praktijkoefeningen op straat en in uitgaansgelegenheden gefilmd met een verborgen camera, worden gereduceerd tot willoos neukobject.

Dat je daarin ook te ver kunt gaan, toont het voorbeeld van versiercoach Julien Blanc, die onder vuur kwam te liggen omdat hij had gesuggereerd dat je Japanse vrouwen gewoon op straat bij hun hoofd kunt pakken, dat je vervolgens met ferme hand richting je eigen kruis duwt. Dat het bestaan van een pickup-artiest uiteindelijk alleen leidt tot emotionele leegte, betoogt spijtoptant Paul Janka, die inmiddels keurig getrouwd is. En dat The Game, de term die Neil Strauss ooit muntte in het gelijknamige boek, misogynie en geweld tegen vrouwen in de hand werkt, heeft dating- en ontwikkelingscoach Minnie Lane met eigen ogen kunnen vaststellen.

Die hele pickup-business, stelt een geanonimiseerde marketeer die de business inmiddels de rug heeft toegekeerd, heeft bovendien echt maar één bedoeling: de nietsvermoedende klant zoveel mogelijk geld uit de broek kloppen, voordat hij zich in het bijzijn van een appetijtelijke dame daadwerkelijk van die broek kan ontdoen. Het is een even treurige als voorspelbare conclusie voor deze interessante film, waarin de zelfverklaarde ladykillers juist op dat thema nog wel wat steviger hadden mogen worden aangepakt.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.

Bitter Love

IDFA

Eenmaal aan boord van de Maxim Gorky storten volslagen vreemden ongegeneerd hun hart uit bij elkaar. De twee dames op leeftijd die aan de man willen. Een jonge blondine met twijfels over haar relatie. Het kibbelende oudere koppel. De zanger van melancholieke liederen. Een vrouw die voor de tweede keer in scheiding ligt. En de jonge operazangeres en haar vriend op piano.

Tijdens een riviercruise over de Wolga lijkt de tijd even stil te staan voor dit bonte Russische gezelschap. Ieder voor zich kan volledig opgaan in het moment. Wie deze reizigers waren voordat ze aan boord stapten en wie ze zijn als ze het schip straks weer verlaten, doet er in wezen niet toe. Hier tellen alleen het hier en nu, de verhalen die ze met elkaar willen delen en de genegenheid die ze daarmee hopen te vinden. Vrienden voor het leven, voor een week of drie.

Regisseur Jerzy Sladkowski observeert de passagiers van heel dichtbij. Zo dichtbij dat de vraag zich aandient hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen en of – en zo ja: wat? – er is geënsceneerd. Bitter Love (87 min.) oogt als een traditionele ensemblefilm, waarin een zorgvuldig gecaste groep personages, op één en dezelfde plek en binnen een afgebakende periode, een gezamenlijke emotionele ontwikkeling doormaakt. Was de filmmaker daarbij alleen een vlieg op de muur? Of toch eerder een spin in het web?

Feit is dat zowel de jonge vermakers als de oudere vermaakten op het modale cruiseschip op de één of andere manier hebben te dealen met de vergankelijkheid van de liefde en het bestaan. Ze kijken daarbij ook nadrukkelijk naar elkaar, waarbij muzikale intermezzo’s, van het musicerende koppel en de eenzame man met gitaar, de gevoelstemperatuur van deze bitterzoete film inregelen.

Tot De Dood Ons Scheidt

KRO-NCRV

In elk leven zit minimaal één verhaal. In elk huwelijk minimaal twee. Zeker als het gezamenlijke verhaal niet meer door beide partijen wordt gedragen.

Tegenover de camera zitten twee oudere echtparen. Mat en Marga. En Gerda en Bennie. Ze gaan uit elkaar. En hun mediators, die achter diezelfde camera verscholen blijven, proberen ervoor te zorgen dat dit in (zo) goed (mogelijk) overleg gebeurt. In een serie gesprekken maken ze samen de restwaarde op. Van het gedeelde bezit en de relatie zelf.

‘Het was niet mijn idee’, zegt Bennie eerlijk. ‘Ik was niet op het idee gekomen.’ Maar Gerda miste iets en wil nu een nieuwe start maken. En dus moet er over van alles en nog wat afspraken worden gemaakt, zoals over hond Daisy. ‘Dat dier kan er niks aan doen’ meent Bennie. ‘Dat hondje heeft er niet om gevraagd.’ Moet de omgangsregeling met de hond dan ook opgenomen worden in het echtscheidingsconvenant? Dat gaat toch te ver, vinden ze. ‘Dan krijgen we zo’n dik boek.’

Bij Mat en Marga is het gezamenlijke huis een belangrijk thema in de gesprekken. Hij verhuist zonder problemen naar een appartementje. Zij wil echter blijven zitten waar ze zit en kan/wil haar bijna ex-man eigenlijk ook niet kwijt. Na een nacht vruchteloos mediteren is toch het besef gekomen dat ze hem moet loslaten. Als Marga opstaat ziet ze het woord ‘loslaten’ als het ware letterlijk voor zich. ‘Echt met van die grote letters die je in designwinkels ziet. Toen dacht ik: dit is een teken. Hier moet ik mee aan de slag, maar dat is gewoon vreselijk moeilijk.’

Uit elkaar gaan betekent ook het loslaten ook van die ene belofte: Tot De Dood Ons Scheidt (49 min.), het geloof in een gezamenlijke toekomst dat in deze gespreksfilm is vervat in enkele fotosequenties van de echtparen in (ogenschijnlijk) betere tijden. Verder heeft regisseur Niels van Koevorden z’n film beperkt tot de absolute essentie: twee mensen naast elkaar, los van elkaar. In een vast two shot, dat laat zien hoe ze altijd waren: samen. Zoals ze nu niet meer zijn. In een constante dialoog, strijd soms, over hoe ze uit datzelfde frame kunnen stappen – of hoe ze dat gedwongen moeten verlaten.

Het zijn gesprekken die onverminderd blijven boeien en raken. Juist omdat elke vorm van opsmuk ontbreekt en alle betrokkenen in lastige omstandigheden blijven zoeken naar contact en harmonie. Het is duidelijk: deze mensen zijn van goede wil, maar ook op verschillende sporen beland. Of ze dat nu wilden of niet. Waarbij in elk geval één van de betrokken partijen nog een nieuw verhaal in z’n eigen leven ziet. En de ander verplicht om er ook een punt achter te zetten.

Love Fraud

Showtime

Een vastgoedman met zijn eigen bedrijf. Piloot bovendien. En katholiek, diep christelijk. Zo’n kerel swipe je op Tinder natuurlijk naar rechts. Zeker als je zelf toch al in de veertig bent en een nieuwe start wilt maken. Hij swipete gelukkig ook naar rechts.

Niet veel later zat Tracy bij Mickey op de motor. De motor waarop, zo bleek later, ook Ellen had gezeten. En Sabrina. ‘God is mijn getuige dat ik zielsveel van je hou’, had hij zelfs ingesproken op Sabrina’s voicemail. Het was niet gemakkelijk om dat voor de camera terug te luisteren. Haar gezicht, en dat van de anderen, spreekt boekdelen. Want hoe zat het dan met Jean? Sandy? Candi? Caroline? Carrie? Lisa? Angela? Christine? En er scheen zelfs een Vanessa in de picture te zijn geweest.

Enfin, Mickey hield er een levendig relationeel bestaan op na, zullen we maar zeggen. Alhoewel Mickey? Scott zul je bedoelen. Of Rick. Hij was trouwens ook professioneel waterskiër, kok of karateka, begreep Tracy. Al naar gelang de behoefte van de op te vrijen dame, die vervolgens werd bedolven onder liefdesverklaringen. Een onvervalste Love Fraud (200 min.), juist. Echte naam: Richard Scott Smith. En, voordat je het goed en wel doorhad, was ie alweer verdwenen. Met alles wat je had, natuurlijk.

En dus roep je, samen met lotgenoten, de hulp in van premiejager Carla, een lekker doorrookte tante die de charlatan moet traceren. En ook de filmmakers Heidi Ewing en Rachel Grady beginnen zich actief met de zoektocht te bemoeien in deze ingenieuze variant op Netflix’s kijkcijferhit van eind vorige jaar, Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer, die qua setting, ‘white trash America’, ook wel wat weg heeft van die andere bingeserie Tiger King: Murder, Mayhem And Madness.

Die jacht, op een charlatan die ogenschijnlijk routineus slachtoffers maakt, leidt naar Krab Kingz Seafood in Wichita, Kansas, waar Chris/Scott/Mickey lijkt te zijn neergestreken met ene Karla, die net op stel en sprong haar echtgenoot Jim in de steek heeft gelaten. De vogel is alleen alweer gevlogen voordat je kunt toeslaan. En zo gaat het steeds in deze ravissant vormgegeven miniserie, met verborgen camerabeelden, een lekker op de zenuwen werkende soundtrack en ronduit betoverende animaties.

Terwijl jij en die andere bedrogen vrouwen, lekkere larger than life-personages ook, blijven zinnen op wraak, brengen Ewing en Grady, die eerder al verantwoordelijk waren voor docuklassiekers als Jesus Camp en One Of Us, Love Fraud glorieus aan de kook, naar een peil dat voor slechts weinig true crime-documentaires is weggelegd. Met een enigmatische bad guy, een man die zielsveel van jou hield, van jou alleen, en die tijdens de zinderende apotheose toch nog het achterste van zijn tong wil laten zien. Althans, dat belooft hij plechtig.

Richard Scott Smith zegt ook: ‘I’ll do anything to be somebody’s everything. That’s truly what I want. You just gotta trust me.’