Pretty Sorrow

NTR

Zit depressie in families? En is het ook genetisch bepaald? Op voorhand lijkt het geen heel opwekkende missie die fotograaf en kunstenaar Jasper Abels zichzelf heeft gesteld. Enige tijd geleden is hij vanuit Parijs teruggekeerd naar zijn geboortegrond in Twente. In een schuur bij het huis van zijn oma, waar hij zelf ook een tijdje heeft gewoond, vindt Abels foto’s van de familie van zijn moeder. Hij wil dat verleden opvrolijken – erop tekenen, borduren en kleuren – zodat mensen misschien ook een beetje kunnen lachen om al die droeve en stemmige beelden uit vervlogen tijden.

Jasper Abels heeft zelf ook wel eens de bodem van de put gezien, vertelt hij in de fraaie documentaire Pretty Sorrow (50 min.) van Klaas Hendrik Slump. En zijn broer Jorrit en zus Ilse kennen die zelfs als geen ander. Zij hebben een einde aan hun leven gemaakt. Op de één of andere manier is ‘t hun ouders daarna toch gelukt om verder te gaan. Het leven mag dan nooit meer een tien worden, vertelt vader Henk nuchter, maar soms nog wel een acht. Het is een troostrijke gedachte – al hebben de traumatische gebeurtenissen natuurlijk wel degelijk een rouwspoor door de familie getrokken.

Dat leed is onvermijdelijk ook doorgesijpeld naar Jaspers werk, dat in de afgelopen jaren al een prominente plek heeft geclaimd in modebladen als Vogue, Harpers Bazaar en Vanity Fair en inmiddels ook is doorgedrongen tot musea. En daar komt die persoonlijke thematiek, mede door de sprookjesachtige en kleurrijke aankleding ervan, in z’n volle omvang tot zijn recht. Als zijn moeder Betsy met een vriendin door een expositie van haar zoon loopt, moet ze toch een paar keer slikken. Daar ziet ze, in allerlei verschillende vormen, representaties van de kinderen die hen zo tragisch zijn ontvallen.

Deze documentaire belicht verder de persoonlijke ontwikkeling van Jasper Abels als mens en kunstenaar en laat hem natuurlijk ook aan het werk zien, in weelderige decors met ravissant uitgedoste modellen, maar komt toch steeds weer terug bij de rouwrand rond zijn leven, vervat in twee afzonderlijke uitvaarten die werkelijk alles anders hebben gemaakt. Het heeft de fotograaf dichter bij zijn ouders gebracht, waarschijnlijk omdat ze ’t zich niet kunnen permitteren om ook elkaar nog te verliezen. Zoals zijn moeder Betsy ’t pijnlijk treffend uitdrukt: ‘Op Jasper moeten we extra zuinig zijn.’

Toch is Pretty Sorrow uiteindelijk geen topzware film geworden. Want net als zijn protagonist vindt Slump ook schoonheid in dit verdriet. En dat biedt weer troost en hoop voor de toekomst.

De Bezette Stad

September Film

In hoeverre is het verleden nog te herkennen in de hedendaagse wereld? En moeten we die historie kennen om onze wereld te kunnen begrijpen? In zijn epische werk De Bezette Stad (Engelse titel: Occupied City, 262 min.), gebaseerd op het boek Atlas Van Een Bezette Stad: Amsterdam 1940-1945 van zijn partner Bianca Stigter (Three Minutes – A Lengthening), laat Steve McQueen de stad zien zoals we die tijdens de Coronacrisis hebben leren kennen.

Intussen concentreert de Britse regisseur/kunstenaar zich op verhalen over (Joodse) Amsterdammers uit de Tweede Wereldoorlog bij diezelfde plekken. Terwijl de camera nauwelijks beweegt, als een stille getuige, deelt verteller Carice van Houten (internationale versie: Melanie Hyams) gedetailleerde informatie over wat er daar, op die specifieke plek in de stad of met de bewoners van een bepaalde woning, is gebeurd.

Zo wordt ook de onwerkelijkheid van al die verhalen benadrukt: in het huis waar nu een gewone familie woont, woonde ooit misschien wel een gewone Joodse familie. En dan laat het zich wel voorspellen hoe ‘t daarmee afliep: afgevoerd naar de kampen, een enkele overlevende en – opvallend vaak – zelfdoding. Omdat de wereld die nu wordt opgeroepen toen onleefbaar was geworden voor sommige Joodse inwoners.

Dat McQueen heeft gefilmd in een tijd, waarin onze wereld opnieuw wordt aangevallen door een afschrikwekkende vijand – en dealt met klimaatprotesten en Black Lives Matters-demonstraties – geeft zijn film extra lading. De parallellen tussen de COVID-19-pandemie en het inktzwarte verleden zijn sowieso niet van de lucht. Als een vliegtuigje met een anti-vaccinatie boodschap boven de stad cirkelt, lijkt er een aanval op komst op al wat ons als samenleving bindt.

En als hij zijn camera na de avondklok door een donkere en verlaten stad laat dwalen, herleeft iets van de unheimische atmosfeer die Amsterdam tijdens de oorlogsjaren in zijn greep moet hebben gehad. Met veel oog voor detail, symboliek en de bredere maatschappelijke context observeert Steve McQueen zo het dagelijks bestaan in wat gerust, vrij naar het schuldige landschap van de kunstenaar Armando, een schuldige stad genoemd mag worden..

Grote officiële aangelegenheden zoals de officiële opening van het Namenmonument voor Joodse oorlogsslachtoffers, de viering van Koningsdag en de dodenherdenking op de Dam worden gepaard aan kleine menselijke momentjes: een bruidspaar dat z’n taart aansnijdt voor een online-publiek, kleine kinderen die met een slee tegen een heuveltje op proberen te komen of een eenzame zwemmer in de Keizersgracht.

Als dit een geschiedkundig boek, dat je heel even kunt wegleggen, was gebleven – of, pak ‘m beet, een stadswandeling met bijbehorende podcast was geworden – zou dat ook hebben volstaan. Als één lineair gepresenteerde productie, waarbij overigens slim een intermissie van vijftien minuten is ingebouwd, test de film echter het uithoudingsvermogen. Want McQueen maakt ruim vier uur lang in wezen steeds hetzelfde punt.

Dat was ongetwijfeld de bedoeling, maar de film wordt daardoor, ondanks diverse fraaie scènes en sfeervolle sequenties, wel een slijtageslag. Meer een document dan een documentaire, eigenlijk, dat een deel van z’n publiek wel eens langzaam murw zou kunnen beuken. Totdat het, in het slechtste geval, ontspannen naar het moderne Amsterdam tuurt en intussen bijna achteloos de gruwelijkste details over Joodse stadsbewoners aanhoort.

De Bezette Stad vereist dus concentratie en wilskracht en betaalt zich dan pas uit.

Motherland

Sisyfos Film

Svetlana Korzhych’s zoon Alexander zou zelfmoord hebben gepleegd. De Belarussische vrouw hecht echter weinig waarde aan de officiële doodsoorzaak. Zij denkt dat haar kind het slachtoffer is geweest van ‘dedovshchina’, een gebruik in het leger waarbij oudere soldaten, bijgenaamd ‘grandaddy’s’, met grof geweld jonge dienstplichtigen disciplineren. Zo worden die klaargestoomd voor een rol in het autocratische regime van president Aleksandr Loekasjenko. Svetlana neemt er geen genoegen mee en blijft onverschrokken lotgenoten benaderen, in de hoop via hen de ernst en omvang van de problematiek in kaart te brengen.

Voor kritische jongeren zoals Nikita Mitskovskiy en zijn vrienden, die regelmatig op illegale raveparty’s zijn te vinden, is het intussen een schrikbeeld dat zij onderdeel moeten worden van het keurkorps van de dictator. Het Motherland (95 min.) blijft hen echter roepen. ‘Eer en het vaderland gaan boven alles’, schreeuwt één van de patriottische billboards, waarmee het hele land volhangt en Hanna Badziaka en Alexander Mihalkovich in deze stemmige film de alomtegenwoordigheid van het bewind in beeld brengen. ‘Belarus, dat zijn wij!’, declameert een bord elders. Aan deze staat valt nauwelijks te ontsnappen. Ook Nikita ontkomt niet aan een oproep voor militaire dienstplicht.

Als Loekasjenko in 2020 op dubieuze wijze wordt herkozen, leidt dit tot massale protesten. En in een totalitaire staat zoals Belarus kan dat niet zonder gevolgen blijven. Elk verzet tegen de president wordt met bruut geweld neergeslagen. ‘Heeft iemand politieke bezwaren tegen het verdedigen van het moederland?’ krijgen de manschappen voorgehouden. ‘Stap dan naar voren.’ Ze weten wel beter. Nikita’s vrienden herinneren hem er intussen aan dat hij trouw heeft gezworen aan het volk. Niet aan de president. Maar is dat een houdbare positie in de omgeving waarin hij nu verkeert? En welk risico neemt de jongen als hij weigert om zich te laten gebruiken als domme kracht van het regime?

Motherland brengt het beklemmende klimaat in de Russische satellietstaat – en de bedompte Oostbloksfeer die het land nog altijd in zijn greep heet – treffend in beeld. Via initiatieriten wordt in het leger een kadaverdiscipline afgedwongen, die vervolgens wordt ingezet om elke vorm van verzet tegen het regime te breken en de roep om vernieuwing te laten verstommen. En wie daarin niet mee kan of wil blijft ernstig beschadigd of zelfs helemaal kapot achter, als te verwaarlozen nevenschade.

Albert Brooks: Defending My Life

HBO Max

Ze kennen elkaar van de Beverly Hills High School, de maker en hoofdpersoon van deze documentaire. Albert zei toen tegen Rob, die hij ontmoette bij toneelles, dat hij de bekende komiek Carl Reiner kende. ‘Ik ook’, antwoordde Rob. ‘Het is mijn vader.’

Zo zaten er nog wel meer kinderen van bekendheden in de klas. De dochters van acteur Lee J. Cobb en comedian Groucho Marx bijvoorbeeld. De latere topacteur Richard Dreyfuss zat er ook. En Albert natuurlijk. Die eigenlijk geen Brooks heet, maar Einstein. Die voornaam was een grapje van zijn vader, de komiek Harry Einstein (alias Parkyakarkus).

Voor Albert Brooks: Defending My Life (85 min.) nemen de hoofdpersoon en Rob Reiner plaats aan een tafeltje in een restaurant en halen samen herinneringen op. Albert Brooks krijgt alle gelegenheid om smakelijke anekdotes en grappen uit te serveren en mag daarbij rekenen op de gulle lach van zijn gesprekspartner, met wie hij nu al zestig jaar bevriend is.

Hun conversatie wordt gestut met geinige fragmenten uit Brooks’ optredens, talkshows en films en aangevuld door zijn vrouw en kinderen en een heuse sterrencast, bestaande uit Chris Rock, Jon Stewart, Ben Stiller, Larry David, Steven Spielberg, Judd Apatow, David Letterman, Sharon Stone, Conan O’Brien, Sarah Silverman, Brian Williams, Tiffany Haddish en Jonah Hill.

Zij hebben natuurlijk niets dan lof voor de ontregelende punkrocker onder de Amerikaanse comedians, een man die ongemak opzocht, zichzelf daarbij niet spaarde en zijn tijd volgens hen altijd vooruit was. ‘Ik zou liever Alberts carrière hebben gehad dan mijn eigen carrière’, vat David Letterman ‘t in dit veilige, positief ingestoken portret nog even netjes samen.

Rob Reiner, die zelf toch filmklassiekers als This Is Spinal Tap, Stand By Me en When Harry Met Sally regisseerde, is ongetwijfeld dezelfde mening toegedaan. En dat is dan weer een tamelijk wankel uitgangspunt voor een spannend portret, waarin de hoofdpersoon echt wordt ontleed en doorgrond.

Joan Baez: I Am A Noise

Magnolia Pictures

In haar zat een tijdbom verstopt, die ooit moest afgaan. Het gebeurde pas rond haar vijftigste. Sinds haar jongste jeugdjaren had de Amerikaanse zangeres Joan Baez, die inmiddels de tachtig is gepasseerd, echt wel door dat er iets grondig mis was. Op haar achtste had ze al psychische problemen, later volgden fobieën en paniekaanvallen. Vanaf haar zestiende zat ze in therapie. En desondanks brak Baez eind jaren vijftig al op achttienjarige leeftijd door als folkartiest.

Die verhaallijn van Joan Baez: I Am A Noise (113 min.), de film die Karen O’Connor, Miri Navasky en Maeve O’Boyle hebben gemaakt over de zangeres, mag bekend worden verondersteld: ze vond een zielsverwant in de jonge Bob Dylan, werd geraakt door de strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging (Martin Luther Kings I Have A Dream-speech in het bijzonder, waarbij ze ‘t nog altijd niet droog houdt) en ontwikkelde zich vervolgens tot een belangrijk gezicht van het verzet tegen de oorlog in Vietnam. Op die kurk kon ze ruim een halve eeuw blijven drijven.

Daarachter bleef echter altijd die andere levenslijn verborgen: van een neurotische vrouw die al een leven lang lijdt aan slapeloosheid, zich maar heel moeilijk langdurig kan verbinden met andere mensen (ook niet met de vader van haar zoon, Gabe) en het gemakkelijkst contact legt met haar publiek, een gezichtsloze mensenmassa. Nu het einde van haar carrière en leven naderen, vertelt ze daar openhartig over. Baez’s intieme relaas wordt gestut met dagboekfragmenten, animaties, opnames van therapiesessies, tekeningen en brieven.

In de levensfase, waarin de populariteit die ze altijd als vanzelfsprekend had ervaren toch wat terug begon te lopen, kreeg Joan Baez wat ze zelf een ‘internal freak-out’ noemt. Ze wilde niet zijn wie en waar ze was. Er zat ‘iets monsterlijks’ in haar verstopt, constateerde haar moeder Joan. En toen die meer zicht kreeg op wat er aan de hand was, schreef ze in haar dagboek scherp over haar middelste dochter: ‘Ze heeft de normale wereld verlaten.’ Want haar ouders zaten bepaald niet te wachten op waarmee Joanie tijdens die crisis zoal op de proppen kwam.

Tijdens therapie had zij pijnlijke herinneringen hervonden – of zichzelf aangepraat, meenden anderen  – die bijvoorbeeld ook haar jongere zus Mimi parten hadden gespeeld. ‘Ik zou zijn gestorven als ik het eerder had gezien’, meent Joan Baez nu. In die realisatie zit ook het hart van dit uitstekende psychologische portret. Niet zozeer in haar persoonlijke inzichten over Dylan, King en Vietnam, maar in de geest van een gecompliceerde vrouw, die altijd iets ongemakkelijks heeft, ook in deze documentaire, en daarover nu ogenschijnlijk vrij lijkt te vertellen.

Echo Of You

Manna Film

Hoogbejaarde mensen zijn bijna net zo vertederend als baby’s. De nabijheid van de dood en de levenservaring die daarmee gepaard gaat spreken bijna net zoveel tot de verbeelding als de naakte onschuld van ontluikend leven. Zij hebben het bestaan doorstaan, gevierd en misschien wel doorgrond. De negen Deense tachtigers van Echo Of You (76 min.) hebben bovendien afscheid moeten nemen van hun levenspartner. Meestal doordat de dood hen, soms zonder enige vooraankondiging, kwam halen. Een enkele keer omdat dementie hen van zichzelf beroofde.

In haar eerste lange film plaatst Zara Zerny de ouderen in hun woonkamer en op bed in de slaapkamer. Ze vraagt hen daar, te midden van interieurs die een inmiddels al bijna verdwenen wereld weerspiegelen, het hemd van het lijf over de relatie die hun leven kleurde. Over de ontmoeting, verliefdheid, seks, zwangerschap, buitenechtelijke relaties, spijt, ruzies, huwelijksproblemen en tenslotte het afscheid nemen – en daarna de eenzaamheid, herinneringen aan die geur, lach of blik en het toch maar doorgaan, soms zelfs met een ander.

Voor Elly blijft haar man Aksel bijvoorbeeld de liefde van haar leven. ‘Hij gaf me absoluut alles wat ik nodig had’, zegt ze met een stralende glimlach. ‘Echt alles.’ Ze vormden een team. Bij een barbecue was hij verantwoordelijk voor het vlees, herinnert ze zich, terwijl zij zich dan met de salades bezighield. Haar nieuwe partner Niels mag van haar daarom niet zeggen dat hij van haar houdt. Dat is dan toch te veel, te groot voor wat zij met elkaar delen. ‘Ik ontvang een heleboel zorg en vertrouwen van hem’, zegt ze nochtans liefdevol. ‘Dat heb ik altijd nodig gehad. En hij is op dat gebied heel attent.’

Zara Zerny positioneert haar gesprekspartners in deze tedere film, die op het IDFA van 2023 bijna tot absolute publieksfavoriet werd gekozen, tevens voor projecties van hun vroegere zelf en hun partner in het leven dat nu langzamerhand achter hen ligt. Samen met fraaie, van symboliek doortrokken sequenties, begeleid door een serene soundtrack, brengt ze in deze documentaire zo fraai het verglijden van de tijd en het vasthouden aan het leven en de liefde in beeld.

The Lady Bird Diaries

Disney+

Terwijl een hele generatie Amerikanen een klein beetje sterft op vrijdag 22 november 1963, krijgt het leven van Claudia ‘Lady Bird’ Johnson een beslissende wending. De moord op president John F. Kennedy maakt ruimte voor haar echtgenoot. Terwijl ze nog wachten op de beëdiging zien Lyndon en zij, volgens een dagboekframent dat Lady Bird zelf heeft ingesproken op een taperecorder, op tv al hoe een commentator ‘t aankondigt: ‘Lyndon Johnson, nu president van de Verenigde Staten’. 

‘Het was alsof ik een podium op liep voor een rol die ik nooit geoefend had’, stelt zijn echtgenote. Een vriendin heeft Lady Bird aangeraden om haar periode als Amerika’s ‘first lady’ te documenteren. En die opnamen, gestart enkele dagen na de moord op JFK, vormen nu het fundament onder- de documentaire The Lady Bird Diaries (100 min.), waarmee het turbulente presidentschap van haar echtgenoot, gekenmerkt door baanbrekende sociale wetgeving (Johnsons Great Society), de strijd van de burgerrechtenbeweging en de oorlog in Vietnam, vanuit persoonlijk perspectief in kaart wordt gebracht.

Lady Bird Johnson krijgt bijvoorbeeld als geen ander mee hoe haar man, een larger than life-politicus die onverminderd tot de verbeelding blijft spreken, regelmatig gebukt gaat onder de verantwoordelijkheden van zijn job en soms zelfs in de greep raakt van wat zij ‘het zwarte beest van depressie’ noemt. Tegelijkertijd gaat ook het gewone leven door: hun dochters Lynda Bird Johnson en Luci Baines Johnson – viermaal LBJ dus in het gezin – treden allebei in het huwelijk in het Witte Huis. Werk en privé raken helemaal met elkaar versmolten als één van hun schoonzoons, de latere Democratische senator Chuck Robb, naar Vietnam vertrekt.

Regisseur Dawn Porter (Bobby Kennedy For President / The Way I See It) verrijkt Lady Birds dagboekfragmenten met privébeelden en -foto’s, nieuwsreportages, interviews, geluidsopnames van gesprekken van/met haar echtgenoot en elementaire animaties. Zo ontstaat een interessant ooggetuigenverslag van iemand die op de eerste rij mocht zitten bij het Amerikaanse presidentschap, aan de zijde van de machtigste man van de wereld, en vanuit die positie de kleine gebeurtenissen en grote ontwikkelingen van de jaren zestig laat herleven.

#Racegirl – Das Comeback Der Sophia Flörsch

RTL

Ze koesteren als kind allemaal dezelfde droom. Als jongetje fantaseren Lewis Hamilton, Max Verstappen en Sebastian Vettel ervan om achter het stuur van een Formule 1-wagen te kruipen. In hun midden bevindt zich ook een Duits meisje, Sophia Flörsch. Ze lijkt in niets onder te doen voor de jongens en valt dus ook de regerend wereldkampioen op, haar landgenoot Michael Schumacher. Toch zullen alle betrokkenen zich hebben gerealiseerd: dit is bepaald nog geen gelopen race.

Terwijl Hamilton, Verstappen en Vettel hun droom allang hebben kunnen waarmaken, hunkert Flörsch nog steeds naar een plek aan de start bij een F1-Grand Prix. In 2018 komen haar droom en leven zelfs ernstig in gevaar. Ten overstaan van de hele motorsportwereld lanceert ze zichzelf op het circuit van Macau in China met 270 kilometer per uur richting een gebouw. Het is een huiveringwekkend tafereel dat iedere sportliefhebber even de adem beneemt.

Die horrorcrash is tevens het startpunt van #Racegirl – Das Comeback Der Sophia Flörsch (94 min.). De carrière van de coureur uit München hangt aan een zijden draadje. Dit is echter geen comebackfilm, over een sporter die zich uit geslagen positie terug knokt. Althans: niet fysiek. Dik honderd dagen later zit Sophia alweer achter het stuur van een angstaanjagend snelle bolide. Ze laat de fysieke malheur snel en ogenschijnlijk ook tamelijk gemakkelijk achter zich.

Dan is er echter nog altijd een achterstand in te lopen, voor een vrouw die zich wil manifesteren in een mannenwereld. Hoewel Sophia uitgesproken knap en mediageniek is en zeer actief blijkt op social media, lukt het haar als vrouw maar heel moeilijk om voldoende geld binnen te brengen. En dat is bittere noodzaak in een sport waarin ettelijke miljoenen omgaan, ook als je hele snelle rondetijden klokt en wel eens de allereerste vrouw in de Formule 1 zou kunnen worden.

Het is ronduit wrang om te zien dat ’t haar vriend en teamgenoot Ferdi Habsburg – volledige naam: Ferdinand Zvonimir Maria Balthus Keith Michael Otto Antal Bahnam Leonhard von Habsburg-Lothringen – wél lukt om het benodigde kapitaal te verwerven. Hij stamt dan ook uit een eminent Europees adellijk geslacht. In de strijd om het geld zit dus het echte drama van deze gedegen racefilm van Sonia Otto, die gestaag toewerkt naar de 24 uur van Le Mans-race in 2022.

Daar wil Sophia Flörsch koste wat het kost presteren. Voor zichzelf, haar zeer betrokken familie en de buitenwereld, maar vooral om geldschieters te interesseren. Want net als Lewis, Max en Sebastian heeft ze haar zinnen nog altijd gezet op de Formule 1.

Stamped From The Beginning

Netflix

Het is een ongelijke strijd. Zwarte Amerikanen zijn Stamped From The Beginning (91 min.), volgens schrijver en historicus Ibram X. Kendi in zijn gelijknamige bestseller, die nu door de toonaangevende Afro-Amerikaanse documentairemaker Roger Ross Williams op virtuoze wijze is verfilmd. Ze zijn vanaf hun aankomst in de Verenigde Staten, op één van die vermaledijde slavenschepen op de Transatlantische route, geframed als nauwelijks te onderscheiden van beesten.

In die periode is volgens Kendi sowieso het concept ‘zwart’ ontstaan. Van tevoren beschouwden de tot slaaf gemaakten zichzelf nog gewoon als lid van een bepaalde Afrikaanse stam. Zij voelden zich helemaal geen onderdeel van één en hetzelfde ras. Hun slavenhouder kon zijn handel, naar zichzelf en de rest van de wereld, echter alleen verantwoorden als hij aannemelijk kon maken dat het om een minderwaardige mensensoort ging. Zwart dus. Als roet, de nacht en al wat sowieso het daglicht niet kan velen. En al die verschillende mensen hadden zich maar naar dat idee te voegen.

Het concept ‘wit’, zo betogen Kendi en de andere zwarte denkers die Williams in zijn puntige filmessay aan het woord laat, stamt zelfs van nog later datum. Toen ze zich wilden onderscheiden van arbeiders met een kleurtje konden Polen, Italianen en Ieren lekker schuilen onder wat activiste Brittany Packett Cunningham ‘een paraplu van witheid’ noemt. De twee bevolkingsgroepen zaten allebei onder de knoet bij een kleine, natuurlijk witte, elite en werden daardoor lekker tegen elkaar uitgespeeld. Drie keer raden welke groep zich uiteindelijk van dit juk wist te bevrijden.

Zulke inzichten hadden gemakkelijk tot een dor en tamelijk breedsprakig vertoog kunnen leiden waarin de witmens met allerlei, nauwelijks te betwisten, feiten om de oren wordt geslagen en intussen ook de ‘Black is beautiful’-gedachte wordt uitgedragen. Roger Ross Williams richt zich echter vooral op het wild kloppende hart uit Kendi’s boek en dient dit nu op met een caleidoscopische mixture van speelfilmfragmenten, animatie, nieuwsreportages, literatuur en kunst, waarbij een stuwende soundtrack er wel voor zorgt dat het tempo en de schwung erin blijven.

Te midden van Afro-Amerikaanse iconen zoals Frederick Douglass, Maya Angelou en Barack Obama houdt Williams echt even halt bij de baanbrekende vrouwen Harriet Jacobs (die als eerste haar eigen slavenverhaal op papier zette), Ida B. Wells (een burgerrechtenactiviste die het aantal lynchpartijen in kaart bracht) en Phillis Wheatley (de eerste zwarte vrouw met een dichtbundel). Na de publicatie van Wheatleys boek werd er overigens een commissie van wijze mannen – herstel: witte mannen – ingesteld. Want zulke poëzie kon toch niet zijn geschreven door ‘slechts een zwarte vrouw’? 

Zwierig slalomt Roger Ross Williams, aan de hand van het onderzoek van Dr. Ibram X. Kendi, zo door de historie van Zwart Amerika. Met prominente vertegenwoordigers als schrijfster Angela Davis, influencer Lynae Vanee en congreslid Cori Bush, langs de pijnlijke symbolen Willie Horton, Rodney King en King Kong (!), via zwarte hyperseksualiteit en -criminaliteit, dwars door witte iconen zoals Thomas Jefferson, Jefferson Davis en ‘white savior’ Abraham Lincoln, op weg naar George Floyd. Want Black Lives Matter blijkbaar nog altijd niet evenveel als die van witte Amerikanen.

Er is niets mis met zwarte mensen, concludeert Kendi. Maar alles met hoe we naar zwarte mensen kijken.

Ongewoon Gewoon: Sheila Gogol

EO

Deze film begint met een opening zoals je die tegenwoordig wel vaker ziet in documentaires: in een minuut of twee wordt een voorschot genomen op wat het komende uur zoal heeft te bieden. Bij Ongewoon Gewoon – Sheila Gogol (45 min.) passeren in dat intro bijvoorbeeld Martin Luther King, Marilyn Monroe en de Oscar-winnende film De Aanslag de revue.

Daarmee krijg je als kijker natuurlijk ook meteen een beeld van de vrouw die door Saskia van den Heuvel zal worden geportretteerd. Maar wie Sheila Gogol (1942-2022) nu precies was? Behalve de moeder van schrijver Robert Vuijsje en de ex-echtgenote van journalist Bert Vuijsje, welteverstaan. Die vraag blijft eigenlijk de gehele film in de lucht hangen – en daarmee ook de noodzaak en urgentie van de documentaire.

Uit de herinneringen van de sprekers in deze film – familieleden, vrienden, kennissen en Joodse geestelijken – komt een vrouw naar voren die tot menig hart is doorgedrongen. Sheila werd geboren in New York, leefde enige tijd in Israël en belandde uiteindelijk in Amsterdam. Ze was atheïstisch opgevoed, deed onderweg onvervalste hippie-idealen op en bleef van daaruit onvermoeibaar de dialoog opzoeken met anderen.

Een ontwikkelde vrouw, een lieve vrouw en volgens diverse intimi ook een heel mooie vrouw. Maar Ongewoon Gewoon maakt toch niet helemaal duidelijk waarom er (nu) een film over haar moest worden gemaakt, ook doordat Saskia van den Heuvel die documentaire tamelijk associatief heeft opgebouwd en de verwikkelingen rond haar hoofdpersoon slechts beperkt inkadert of in hun context plaatst.

Van mensen die Sheila Gogol nooit hebben gekend vraagt het dus het nodige inlevingsvermogen en schakelwerk om haar, via deze tv-docu, alsnog te ontmoeten en in het hart te sluiten.

You Can’t Sleep Here

BNNVARA

Slapende mensen. Mannen. Op hun rug. Linkerzij. Of de rechter. Alleen. Samen. Hand in hand zelfs. Op karton. Onder een brug. In een wagen. Snurkend. Ontspannen. Hoestend. Bidden. Nog even bellen met thuis. Een hijs nemen.

De nacht doorkomen. Op plekken waar dat eigenlijk niet mag. You Can’t Sleep Here (20 min.), juist. Korte, sfeervolle film van Jelmer Wristers. Observerend. Wat zouden al die mannen denken? Zouden ze nog dromen?

‘En onze verbeelding wordt gevormd door onze ervaringen,’ zegt een robotachtige stem vanuit een andere wereld. Zij bivakkeren op de rand ervan. Uit pure noodzaak, waarschijnlijk. ‘Wat is er gebeurd?’ galmt een andere stem. ‘Wat is er misgegaan?’

Het antwoord zit ergens in hen verscholen. Ze geven het niet prijs. Het is opgekropt. Of gewoon opgeslagen. De ene dag verwerken. Klaar zijn voor de volgende. Jószef, Luciano, Mario, Alexander, Markus, Zoran, Istvan, Brian, Bratan, Francesco en Adam.

Mensen zoals wij. Totdat Wristers’ camera – intiem en delicaat – hen weer verlaat…

Squaring The Circle: The Story Of Hipgnosis

Splendid Film

Even popquizzen: wat hebben Pink Floyd, T.Rex, Led Zeppelin, Genesis, Paul McCartney, Wishbone Ash, Electric Light Orchestra en 10cc met elkaar gemeen? Een beetje kenner antwoordt dan meteen: Hipgnosis. In Squaring The Circle: The Story Of Hipgnosis (101 min.) zoomt de vermaarde Nederlandse fotograaf/filmmaker Anton Corbijn in op het Britse designduo Aubrey ‘Po’ Powell en Storm Thorgerson (1944-2013) en daarmee ook op de tijd dat elpeehoezen nog het werk van kunstenaars waren. Het artwork kreeg in de jaren zestig en zeventig nog, letterlijk, de ruimte om een verhaal te vertellen.

In kenmerkend zwart-wit, waarbij alleen de hoezen en performances van de betrokken artiesten in kleur worden getoond en er dus lekker uitspringen, geeft Corbijn nu ook Po alle ruimte om zijn relaas te doen en tot in detail stil te staan bij de klassieke albumcovers die ze maakten voor acts zoals Pink Floyd, Led Zeppelin en Wings. Hij wordt in de rug gedekt door medewerkers, collega’s en bekende klanten zoals Paul McCartney, David Gilmour en Roger Waters (Pink Floyd), Robert Plant en Jimmy Page (Led Zeppelin), Peter Gabriel (Genesis) en Graham Gouldman (10cc). Zij verhalen over onmogelijke mensen (de dwarse Storm in het bijzonder), ambitieuze plannen en oneindige budgetten.

Want Hipgnosis maakte naam in de jaren dat rockmuziek definitief doordrong tot stadions en een gigantische moloch werd, die vervolgens wel lomp moest worden neergehaald door punk (hier vertegenwoordigd door Sex Pistol Glen Matlock). In 1983 viel dus ook het doek voor het befaamde ontwerpbureau en raakten de twee oprichters meteen gebrouilleerd. Ze waren uit de tijd geraakt, ingehaald door een nieuwe ‘jeugd van tegenwoordig’ die alles anders wilde (al zou Oasis-gitarist Noel Gallagher maar wat graag het budget hebben gehad om die Hipgnosis-lui te kunnen inhuren, stelt hij in deze stijlvolle en stevig doortimmerde kunst/muziekfilm tegelijkertijd grappend en niet-grappend).

En omdat we toch aan het popquizzen waren nog een slotvraag: welke favoriete groep van Anton Corbijn, waarmee hij ooit naam maakte als fotograaf, waarover hij veel later ook een speelfilm (Control) maakte en waarvan hij hier de hoesontwerper Peter Saville nog maar eens opvoert, zou z’n artwork nooit laten ontwerpen door Hipgnosis?

Time Bomb Y2K

HBO

In de wetenschap dat die hele millenniumbug niet meer dan een storm in een glas water is gebleken, krijgen de doemscenario’s in Time Bomb Y2K (80 min.) al snel iets komisch. Op 1 januari 2000 zou de wereld met de ene na de andere ramp worden geconfronteerd. Van falende energievoorzieningen en een imploderend financieel systeem tot plotse hongersnood en acute problemen met kernreactoren en -bommen.

En dat allemaal vanwege één kortzichtige bezuinigingsmaatregel: computerprogrammeurs hadden in allerlei systemen alleen de laatste twee cijfers van een jaartal ingevoerd: 99 dus, in plaats van 1999. En dat moest volgens Amerikaanse computerexperts zoals Peter de Jager bij de start van 00 wel tot ernstige problemen leiden. Hij luidde de noodklok. En niet één keer, maar zowat continu. Totdat je er horendol van werd. Het begon verdacht veel op een businessmodel te lijken.

Dat is ook precies de kritiek die De Jager krijgt. Verdien jij niet gewoon de kost met mensen doodsbang maken? vraagt een interviewer van het televisieprogramma Crossfire hem bijvoorbeeld venijnig. Deze docu van Marley Mcdonald en Brian Becker toont nog talloze andere voorbeelden van hoe mensen reageren op de bug: Y2K-survivalists willen terug naar de natuur. Religieuze leiders krijgen een boodschap van God. En gewapende milities zien er munitie in voor hun strijd tegen de overheid.

Het is niet moeilijk om in deze heerlijke archieffilm, op smaak en tempo gebracht met een kleurrijke soundtrack, parallellen te vinden met de Coronacrisis. Van ontkenners (‘hoax van computerprogrammeurs‘) tot gelovigen (‘The End Of The World As We Know It’). John Koskinen haalt na oudejaarsnacht opgelucht adem. Als alles goed gaat, dan zijn ze jou snel vergeten, stelt de door de Amerikaanse regering aangestelde millenniumtsaar. Maar gaat het mis, dan weten ze je te vinden.

Met louter bestaand materiaal hebben Mcdonald en Becker intussen treffend de tijdgeest opgeroepen. Zodra ze bij de start in 1995 beginnen af te tellen naar het nieuwe millennium/Doomsday komt alles terug: de angst- en juichverhalen over computers en het internet, alle pogingen om ook deze ‘good crisis’ vooral niet te verpesten en media die met alle winden meewaaien, om maar in de gunst van hun publiek te blijven. Het was van toen, is ook van nu en wordt ongetwijfeld eveneens van straks.

Uiteindelijk werd het dus een tamelijk geruisloze transitie naar de 21e eeuw, waarin George W. Bush al snel president van de Verenigde Staten werd, de aanslagen van 11 september al in de pijplijn zaten en de mens nog heel veel technologische uitdagingen te verwerken zou krijgen. Tijdens die veelbesproken jaarwisseling kwam er bovendien, bijna ongemerkt, een man aan de macht in Rusland waarvan destijds veel werd verwacht in het westen. Hij zit er nog steeds: Vladimir Poetin, de ramp die niemand zag aankomen.

The Disappearance Of Shere Hite

IDFA

Het hielp ongetwijfeld dat ze er, als voormalig fotomodel, uitzag als een mysterieuze nimf uit een andere wereld. Shere Hite leek dan ook de ideale persoon om de boodschap van haar eigen onderzoek naar vrouwelijke seksualiteit, The Hite Report (1976), uit te dragen. En Hite werd inderdaad al snel een graag geziene gast bij de Amerikaanse televisie, waar ze onverbloemd over het belang van masturbatie, de clitoris en het vrouwelijk orgasme kon vertellen.

Voor haar onderzoek had Shere Hite (1942-2020) zo’n drieduizend Amerikaanse vrouwen een uitgebreide vragenlijst laten invullen. Het boek dat daaruit voortkwam, de opvolger en tegenhanger van de vermaarde Kinsey Reports (1948 en 1953), werd een ongelooflijke bestseller en behoort nog altijd tot de bestverkochte Amerikaanse boeken aller tijden. Toch is de schrijfster ervan allang in de vergetelheid geraakt.

Deze oogstrelende documentaire van Nicole Newnham poogt The Disappearance Of Shere Hite (118 min.) weer ongedaan te maken met exen, intimi, medestanders en deskundigen. Daarbij komt het goed van pas dat de hoofdpersoon zo mediageniek was. Newnham heeft behalve over Hite’s persoonlijke nalatenschap ook de beschikking gekregen over talloze treffende fragmenten uit reportages, interviews en talkshows met haar protagonist.

En daarin werd ze bepaald niet altijd met fluwelen handschoenen aangepakt. Zeker mannen, bang dat ze zouden worden beschouwd als overbodig of irrelevant, wilden haar nog wel eens frontaal attaqueren. Hite was gevoelig voor die kritiek, in het bijzonder wanneer haar geloofwaardigheid als wetenschapper ter discussie werd gesteld. Als ze op slinkse wijze zwart werd gemaakt bijvoorbeeld, met een verwijzing naar die naaktreportage in Playboy.

In het optekenen van dat messcherpe maatschappelijke klimaat, waarin vooruitstrevende vrouwelijke wetenschappers en de vertegenwoordigers van de tweede feministische golf recht tegenover traditionele machomannen en religieus rechts kwamen te staan, is deze nét iets te lijvige film op zijn sterkst. De persoon Shere Hite blijft intussen – ondanks intieme persoonlijke geschriften, die zijn ingelezen door de actrice Dakota Johnson – een enigma.

Tegelijkertijd blijft ze daardoor waarschijnlijk ook tot de verbeelding spreken. Als een ongrijpbaar fenomeen uit vervlogen tijden, waarin de mannelijke hegemonie en de fixatie op de masculiene seksualiteitsbeleving eens serieus werden bevraagd.

Citizen Sleuth

IDFA

‘Ik las het onderzoeksdossier: moord, doofpot, what the hell?’ vertelt Emily Nestor, een jonge vrouw uit de Amerikaanse staat West Virginia, die inmiddels wel weet hoe je in oneliners moet spreken. ‘Dat moet focking onderzocht worden. En waarom dan niet door mij?’ Ze besluit om de tragische dood van Jaleajay Davis, op 19 november 2011 op Interstate 77 in Ohio, nader onder de loep te nemen en wordt daarbij gesteund door Jaleajay’s moeder Kim, die al jaren ijvert voor een nieuw onderzoek naar het fatale verkeersongeluk, en haar opa Roger Nolan, die zelfs al een wapen bij de hand houdt.

Nestors inspanningen als amateurdetective monden in 2018 uit in de podcast Mile Marker 181 – vernoemd naar de kilometerpaal waar Jaleajay is aangetroffen – waarmee ze meteen een trouwe schare volgelingen opbouwt. Emily trekt tevens de aandacht van filmmaker Chris Kasick, een protegé van de oervader van het true crime-genre Errol Morris (The Thin Blue Line). Hij besluit om haar te gaan volgen voor een documentaire: Citizen Sleuth (81 min.). Een true crime-docu dus over een true crime-podcast, waarin de hoofdpersoon een true crime-tattoo (hartje ‘true crime’) neemt, de true crime-conventie Crimecon bezoekt en contact legt met kopstukken van andere true crime-producties (Injustice With Nancy Grace en I’ll Be Gone In The Dark). Dat moet wel een metablik op het populaire en omstreden genre opleveren.

En daar lijkt Kasick inderdaad op uit. Hij kijkt mee terwijl Emily, volgens eigen zeggen in opdracht van het slachtoffer, (anonieme) getuigen aan het woord laat, speculeert over de mogelijke motieven van Jaleajay’s vrienden, de fatale autorit nog maar eens reconstrueert en kijkt wat er gebeurt met de scherven als je een autoruit aan diggelen slaat. Voor volgers van het true crime-genre zijn het welbekende taferelen. Mensen worden gereduceerd tot personages, gebeurtenissen krijgen hun eigen plek binnen een narratief en de uitkomst daarvan moet eigenlijk wel een combinatie van crime en cover-up zijn. Anders is er namelijk geen verhaal en lijkt zo’n podcast ten dode opgeschreven. Emily Nestor is echter zeker van haar zaak: negentig procent van haar informatie wijst op moord. Maar is de fulltime podcaster eigenlijk wel gekwalificeerd om zulke ferme conclusies te trekken?

Ze werkte bij een hondenopvang en als serveerster. Emily is vooral een gestaalde crimefanaat. Ze zweert bij de serie Mindhunter, heeft tattoos van seriemoordenaar Richard Ramirez (alias The Night Stalker) en Dexter en wil eigenlijk al haar hele leven Clarice Starling zijn, de FBI-agente uit The Silence Of The Lambs. Want die komt ook uit West Virginia, achtergebleven Hillbilly-gebied waar armoede, werkeloosheid en verslaving al sinds jaar en dag wild om zich heen grijpen. Er zijn hier echt mensen te vinden met tanden in hun mond, stelt Emily’s trotse moeder Jamie Metz. Terwijl haar dochter lezingen geeft, stickers uitdeelt en merchandise aan de man probeert te brengen, ontstaat er echter ook twijfel: was Jaleajay Davis’ dood werkelijk een misdrijf? Kasick begint zich dat af te vragen – en ook waar hij zelf dan mee bezig is. Zelfs voor Emily Nestor wordt die kwestie onontkoombaar.

Intussen werpt de filmmaker ook grotere kwesties op: krijgen true crime-fans in gebieden zoals West Virginia misschien meer ruimte omdat de serieuze journalistiek er nauwelijks meer een rol speelt? En wat betekent het voor de waarheidsvinding als goed (of kwaad)willende amateurs, niet gehinderd door vakkennis en beroepsethiek, zich dan op willekeurige ‘misdaden’ richten? Zij hebben in wezen maar één doel: entertainen. Anders is het publiek snel weg, op zoek naar een nieuwe seks- of moordzaak. Deze juicy film, waarbij de maker ook zichzelf niet spaart, laat tegelijkertijd zien hoe dat nu in de praktijk werkt: true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave borsten die ook wel eens iets spannends willen beleven.

De driedelige docuserie Cybersleuths: The Idaho Murders belicht, aan de hand van een viervoudige moord, eveneens de true crime-industrie.

The Mission

National Geographic

Zendingsdrang of toch grootheidswaanzin? In november 2018 reist de 26-jarige Amerikaan John Chau af naar Noord-Sentinel, één van de Andaman-eilanden ten oosten van India. De christelijke influencer is vastbesloten om de geïsoleerd levende inheemse bevolking te bekeren tot het geloof. ‘Heer, is dit eiland Satans laatste bolwerk waar niemand uw naam heeft gehoord of zelfs maar de kans heeft gehad om die te horen?’ schrijft hij in één van de brieven, die voor deze film van Amanda McBaine en Jesse Moss (Boys State) zijn ingelezen door een acteur.

The Mission (103 min.) van de jonge zendeling komt snel aan z’n einde, waarschijnlijk nog voordat hij voet aan wal heeft gezet op het beschermde eiland waarnaar hij in een kano illegaal is afgereisd. De ‘primitieve’ plaatselijke bevolking heeft de archetypische ‘white savior’, die hen komt redden van niets minder dan de hel, vermoedelijk direct onschadelijk gemaakt. Voordat de missionaris hen over zijn onbegrijpelijke God heeft kunnen vertellen of kon besmetten met schadelijke ziekten. Met pijl en boog bovendien, om het verhaal helemaal af te maken.

Deze gelaagde docu – aangekleed met animaties van zijn tocht, privéfilmpjes en allerhande fragmenten uit (speel)films die hem hebben geïnspireerd – reconstrueert hoe John Chau tot zijn onbezonnen onderneming is gekomen. Was het werkelijk de behoefte om de leer van zijn Heer te verbreiden? Of was de Aziatische Amerikaan toch ook, in lijn met zijn favoriete boeken over Robinson Crusoe en Kuifje, uit op een avontuur, waarover hij nog jaren aan zijn kinderen zou kunnen vertellen? Om, in zijn eigen woorden, juist daarheen te gaan ‘where none have gone.’

McBaine en Moss plaatsen Chau’s ‘claim to fame’, die van hem overigens daadwerkelijk een martelaar heeft gemaakt in zijn eigen gemeenschap, binnen de traditie van missionarissen, die naar allerlei paradijselijke plekken op aarde afreizen om de plaatselijke bevolking er, goedschiks dan wel kwaadschiks, van te overtuigen dat ook zij het licht kunnen zien. ‘Wij beslissen anders voor een groep mensen dat zij nooit over Jezus hoeven te horen’, verwoordt Pam Arlund van All Nations, de organisatie die Chau trainde, het bijbehorende sentiment. ‘Dat is een schending van hun mensenrechten.’

Daniel Everett, die zelf dertig jaar als missionaris in Brazilië bij de Piraha-indianen bivakkeerde, is inmiddels wel genezen van zijn Messias-complex. Zijn persoonlijke relaas, geïllustreerd met fraaie archiefbeelden, wordt door de filmmakers zeer effectief gebruikt als een blauwdruk voor wat John Chau had kunnen gebeuren als ook hij de gelegenheid had gekregen om een half leven te midden van goddeloze inboorlingen te verkeren. ‘God is een buitenlander’, zegt een Piraha-man treffend. ‘We kennen hem niet. En we willen hem ook helemaal niet leren kennen.’

John Chau’s vader Patrick, een psychiater die ooit vanwege Mao’s Culturele Revolutie uit China is gevlucht, probeert intussen te ontdekken wat er in zijn zoon omging, terwijl historicus Adam Goodheart, die een boek schreef over zijn eigen ervaringen met een stam op de Andaman-eilanden, de westerse blik waarmee wij naar zulke volkeren kijken kritisch beschouwt. Want voor missies zoals die van John Chau is een typische mengelmoes van geestdrift en hoogmoed nodig, die in deze stevige film overtuigend in z’n maatschappelijke en historische context wordt geplaatst.

20 Days In Mariupol

Dogwoof

In eerste instantie worden zij, als medewerkers van de pers, opzichtig gemeden. Lijkenpikkers zijn ze, ‘prostituees’ zelfs volgens een briesende man op straat. Later, als de ernst van de situatie is ingedaald, willen de inwoners van Marioepol vaak maar al te graag worden gefilmd door de Oekraïense Associated Press-journalist Mstyslav Chernov en zijn team. Zodat familieleden misschien kunnen zien dat ze nog in leven zijn. Om plunderaars te ontmoedigen. En – vooral – om de wereld deelgenoot te maken van wat Rusland sinds 24 februari 2022 aanricht in hun leven.

Chernov verblijft 20 Days In Mariupol (94 min.). Twintig verpletterende dagen, waarin hij zich met zijn camera midden in het strijdgewoel bevindt. Beter: tussen gewone mensen die worden aangevallen, in een stad die volledig kapot wordt geschoten. Zoals eerder gebeurde met de Syrische steden Aleppo en Damascus, vereeuwigd in de onvergetelijke documentaires For Sama en The Cave, waaraan deze bijzonder indringende film regelmatig doet denken. Over een barbaarse oorlog die wordt uitgevochten over de rug van gewone burgers – kinderen in het bijzonder.

‘Blijf filmen!’ roept een arts woedend, terwijl achter hem een kleuter van vier wordt gereanimeerd. ‘Poetin moet de ogen van dit kind zien.’ Mstyslav Chernov kijkt enkele dagen mee in een ziekenhuis, waar het optimisme dat nodig is om iemand van de dood te redden gepaard gaat met een gevoel van opperste wanhoop. Naar licht is het vaak tevergeefs zoeken. Een zojuist bevallen vrouw verliest bijvoorbeeld haar voet. Behoudt ze wel haar leven en kind? Met de moed der wanhoop proberen medewerkers van de kraamafdeling leven in het pasgeboren baby’tje te krijgen.

‘Oorlog is net een röntgenfoto’, heeft een arts tegen de filmmaker gezegd. ‘Het laat het binnenste van een mens zien. Goede mensen worden beter, slechte slechter.’ Chernov deelt zijn eigen ervaringen via een ingetogen voice-over, waarmee hij woorden geeft aan zijn eigen emoties en de dramatische gebeurtenissen in de stad tevens in hun context plaatst. Het kost hem intussen steeds meer moeite om zijn beelden naar de redactie te krijgen. Want de Russen doen er alles aan om communicatie met de buitenwereld onmogelijk te maken.

Als Mstyslav Chernov Marioepol weer verlaat, na de nauwelijks drie weken die deze onontkoombare oorlogsdocu behelst, is de stad verworden tot een gigantische ruïne, die niet zou misstaan in een dystopische actiefilm. In de rauwe realiteit van de 21e eeuw, vastgelegd met imposante droneshots, is er alleen geen onverschrokken Hollywood-held die met vanzelfsprekend machtsvertoon de opmars van een schurk en zijn trawanten tot staan brengt. Zodat het goede kan overwinnen. De camera van de AP-journalist vindt vooral paniek, verdriet en opperste verslagenheid.

Als Marioepol na 26 dagen onder de Russische druk bezwijkt, zijn er zeker 25.000 doden te betreuren en kijkt de wereld, ondanks het moedige werk van journalisten zoals Mstyslav Chernov, nog altijd weerloos toe.

Queendom

IDFA

Als performancekunstenaar past Gena Marvin perfect in deze tijd. De non-binaire jongeling oogt als een androgyne android. Een queer-versie van Marilyn Manson, die zich niets gelegen laat liggen aan maatschappelijke normen over hoe mannen en vrouwen eruit zien en zich behoren te gedragen. Op hakken bovendien, hóge hakken.

Daarvan moeten ze in Rusland, zo is al telkenmale aangetoond, he-le-maal niets hebben. En ook aan z’n grootouders, bij wie hij in de havenstad Magadan in het uiterste Oosten van Rusland is opgegroeid, heeft ‘Gennadiy Chebotarov’ (22) heel wat uit te leggen. Waarom gaat ie niet gewoon werken, een vrouw zoeken en een huis kopen? vraagt opa, die op zich het beste met z’n kleinkind voorheeft, zich herhaaldelijk af. Zou het leger misschien uitkomst kunnen bieden?

Gena wil weg uit haar geboorteplaats in de Goelag. Letterlijk: uit die pastorale omgeving, waar vroeger bannelingen van het Sovjet-regime naartoe werden gestuurd en waar nog altijd hard moet worden gewerkt voor een karig belegde boterham. En figuurlijk: uit het beknellende keurslijf van al wat als ‘normaal’ wordt betiteld door gewone Russen. In extravagante drag-kostuums zoekt en vindt Gena steeds weer de confrontatie met hen – en de aandacht die ze vast ook nodig heeft.

In Queendom (102 min.), de indrukwekkende film die Agniia Galdanova maakte over de geboren provocateur, kan dit bijvoorbeeld zomaar tot verwijdering uit een supermarkt of, natuurlijk, botte agressie leiden. In de observerende beelden die Galdanova’s cinematograaf Ruslan Fedotov van haar protagonist heeft geschoten is die dreiging permanent voelbaar. Elk ogenblik kan de één of andere onverlaat toeslaan – of het Russische regime bruut ingrijpen.

De hoofdpersoon lijkt dat zelf op de koop toe te nemen of zelfs als noodzakelijk kwaad te beschouwen. Gena is een entiteit geworden, die zich tijdens een demonstratie tegen de opsluiting van oppositieleider Aleksej Navalny bijvoorbeeld hult in een wel erg nauwsluitend pak van duct tape, in de kleuren van de Russische vlag. ‘Niemand, zelfs in Rusland, kan me bang maken’, zegt Gena, die van school dreigt te worden gestuurd, er zelf over. ‘Ik ben als een ridder in z’n harnas.’ 

Wat er in de persoon achter al dat uiterlijk vertoon omgaat probeert Agniia Galdanova te vatten met indringende gestileerde sequenties waarin Gena Marvin, op hoge hakken natuurlijk, haar geestestoestand, of die van haar land, uitspeelt op camera. In zulke ravissante scènes versmelten kunst en film met elkaar. In een vlammende documentaire over het verstikkende LHBTIQ+-klimaat in Rusland, een land dat door zijn leiders ondertussen ook nog een brute oorlog is ingetrokken.

En Gena heeft zowel het lef als de moed om zich daartegen, in stijl natuurlijk, te verzetten.

Son Of The Mullah

IDFA

Als Son Of The Mullah (100 min.) kent Ruhollah Zam het Iraanse regime natuurlijk van binnenuit. Zijn vader Mohammed bekleedde jarenlang een belangrijke positie binnen de Islamitische republiek. Als onderdeel van diens entourage leerde Ruhollah diverse kopstukken en hun verwanten kennen. Hij kon al snel niet meer aanzien hoe zij hun positie misbruikten, stiekem baadden in weelde en zich dan ook niets van de strenge religieuze regels aantrokken.

Als de Iraanse filmmaakster Nahid Persson, die vanuit haar huidige thuisland Zweden een gestage stroom kritische films heeft afgeleverd, hem eind 2018 opzoekt in zijn afgeschermde en beveiligde woning in Parijs, geldt Zam inmiddels als één van de bekendste criticasters van het Iraanse bewind. Met zijn eigen Amad News heeft hij een voortrekkersrol gehad bij de grootschalige protesten van 2017/2018 en stelt hij onvermoeibaar misstanden en corruptie in zijn geboorteland aan de kaak.

De Ruhollah Zam die Persson ontmoet maakt desondanks een montere en vrolijke indruk. Hij hangt wel permanent aan de lijn met één van zijn anonieme bronnen. Zij spelen hem onthullende informatie of clandestiene beelden toe. Samen met zijn Mahsa en twee dochters moet hij zich intussen de handlangers van het regime van het lijf zien te houden. Elke nieuwe persoon die aanklopt met saillante nieuwtjes kan een informant of geheimagent zijn, die hem in de val probeert te lokken.

Nahid Persson, die net als in haar vorige film over de Iraanse journaliste en mensenrechtenactiviste Masih Alinejad (Be My Voice, 2021) zelf ook wel erg graag een rol in beeld wil spelen, weet soms niet wat ze ervan moet denken. Hoe zorgvuldig en betrouwbaar is Ruhollah Zam zelf eigenlijk? Is zijn steun en toeverlaat Shirin wel volledig te vertrouwen? En hoe moet de miljonair die zich plotseling heeft gemeld met plannen voor een nieuw televisiestation worden ingeschat?

Ze gaat te rade bij Zams collega Ali Javanmardi, die zich afvraagt of de Zoon van de Mullah nog wel voorzichtig genoeg is. Niemand is immers voor de volle honderd procent te vertrouwen. Zo stevent deze eikenhouten film, die van binnenuit een nog altijd actuele en urgente kwestie behandelt, af op een dramatische apotheose, waarin de arm van het Iraanse bewind toch weer langer blijkt dan al gevreesd – en Ruhollah Zam de zoveelste martelaar voor het vrije woord in zijn land wordt.

Tehachapi

IDFA

Rechtvaardigt de magie van JR’s kunst nóg een documentaire? Ná de weldadige roadmovie Visages Villages (2017), waarin de fotograaf met nouvelle vague-pionier Agnès Varda door het Franse platteland reisde, gewone mensen tot iconische proporties opblies en vervolgens in en aan hun directe omgeving liet zien. En ná het joyeuze portret Paper & Glue (2022) waarin de opkomst van die biculturele jongen uit een Parijse achterstandswijk als alom gevierd straatkunstenaar werd gedocumenteerd en enkele signatuurprojecten, bijvoorbeeld in een Braziliaanse favela en op de Amerikaans-Mexicaanse grens, nog eens goed werden uitgelicht.

In die film was ook al te zien hoe JR met veertig langgestraften van de Californische gevangenis Tehachapi  (93 min.) in de weer ging om de binnenplaats te bedekken met een enorm groepsportret. Deze vervolgfilm concentreert zich volledig op dit hartveroverende project, dat natuurlijk nog verder wordt uitgebouwd en uitgediept. JR zoomt tevens in op enkele gedetineerden – bendeleden, ‘white supremacists’ en huurmoordenaars – die hun persoonlijke relaas delen en de beschadigde relatie met hun achterban proberen te herstellen. Zijn initiatief doet hen allen duidelijk goed.

En daar zit hem ook meteen de kneep bij deze film, die wel heel nadrukkelijk de zegeningen van JR’s (inderdaad onweerstaanbare) kunst telt. Tehachapi dreigt in de tweede helft soms nét iets te vaak een ongebreidelde goed nieuwsshow of verlengstuk van JR’s promocampagne te worden, die alleen nog even flink dwars wordt gezeten door het Coronavirus. Iets meer duiding, distantie en wellicht ook gewoon tijd – om te zien hoe ‘t zijn protagonisten op de wat langere termijn vergaat – hadden deze derde JR-docu beslist goed gedaan.

Dit laat onverlet dat ook Tehachapi weer ‘gewoon’ een onweerstaanbaar pleidooi voor (mede)menselijkheid is geworden, waar droefsnoeten, zwartkijkers en treurwilgen even moed uit kunnen putten. Zo bezien: graag elk jaar een nieuw JR-project met film – al mag ie die dan ook door een ander laten regisseren.