Cyberbunker: The Criminal Underworld

Netflix

De setting spreekt natuurlijk tot de verbeelding: een voormalige NATO-bunker, op een heuvel nabij het Duitse plaatsje Traben-Trarbach. Daar heeft een stel vrijbuiters zich verschanst. Ze runnen een uitstekend afgeschermd datacentrum. Als de groep er in 2013 neerstrijkt, hoopt de plaatselijke gemeenschap nog dat ze een Europese variant op Silicon Valley zullen starten. In plaats daarvan beginnen ze echter hun eigen onafhankelijke staat: Cyberbunker: The Criminal Underworld (102 min.).

De Nederlandse darknet-goeroe Herman Xennt fungeert er als koning, zijn libertaire landgenoot Sven Olaf Kamphuis als prins. Hij zou betrokken zijn geweest bij enkele geruchtmakende cyberaanvallen en staat in woord en daad een volledig vrij web voor. Zonder enige vorm van beperking. ‘Er is niets wat ik niet zou hosten’, zegt hij in deze documentaire van Max Rainer en Kilian Lieb. Dat hun Cyberbunker de grens heeft gelegd bij kinderporno en alles wat met terrorisme heeft te maken is volgens Kamphuis alleen toe te schrijven aan Xennt. Die had er overigens dan weer geen problemen mee om in zee te gaan met de beruchte Ierse crimineel George Mitchell, alias The Penguin. En de Nederlander zou zich ook hebben ingelaten met drugshandel.

Geen wonder dat de Duitse politie zint op tegenmaatregelen. Enkele rechercheurs vertellen hoe ze de bunkerbewoners proberen af te luisteren en pogingen wagen om te infiltreren in de hermetisch afgesloten bunker. Het politieonderzoek, dat in deze interessante film met behulp van gereconstrueerde bewakingsopnames wordt ontleed, zal uiteindelijk vijf jaar in beslag nemen en in elk geval tot de arrestatie van de hoofdverdachte leiden. Aan het slot van de docu, verrijkt met de verplichte dystopische sciencefiction-beelden en elektronische muziek, laat Herman Xennt zich in de gevangenis van Trier ‘interviewen’.

Dan ligt er nog één vraag nadrukkelijk op tafel: hoe gaat het verder met zijn ‘dark prince’ Sven Olaf Kamphuis? De bunkerbewoner stelt uitdrukkelijk dat hij niet buiten, maar zelfs helemaal naast de Duitse wet staat. Hij is immers ingezetene, minister zelfs, van een buurstaatje. Afgaande op de reactie van de Duitse politiemannen kunnen zij die redenering toch niet helemaal volgen en moet Kamphuis vooral niet denken dat hij boven de, hún, wet staat. Dit verhaal krijgt dus ongetwijfeld nog een staartje. Binnen en buiten de bunker.

David Holmes: The Boy Who Lived

HBO Max

Misschien was hij wel net zoveel Harry Potter als acteur Daniel Radcliffe. Hij haalde als ‘stunt double’ immers de halsbrekende toeren uit in de Potter-films. David Holmes vloog op een bezemsteel, viel zo ongeveer overal vanaf en vocht met elk denkbaar monster. Althans, in de eerste zes films. Tijdens de opnames voor nummer zeven, Harry Potter And The Deathly Hallows – Part 1 (2010), in januari 2009 werd David bij de repetities voor een episch gevecht met een slang met gigantische snelheid tegen een muur gesmeten. Er bleef een zielig hoopje mens achter.

‘Hij zei letterlijk meteen: ik heb mijn nek gebroken’, herinnert zijn vriend en collega Marc Mailley zich geëmotioneerd. ‘Hij kon ’t zelfs aanwijzen met zijn hand: híer, ik kan ’t voelen.’ En hij kon volgens Harry Potters stuntcoördinator Greg Powell, die kampt met een fiks schuldgevoel, ook zijn benen niet meer voelen. ‘Hij had meteen door wat er aan de hand was.’  De stuntman wilde de waarheid liever meteen onder ogen zien, vertelt hij in David Holmes: The Boy Who Lived (86 min.). Tegen de artsen zei Holmes: ik ben vanaf mijn middel verlamd en word nooit meer beter. Dat klopt toch?

Op dat moment lijkt deze documentaire van Dan Hartley nog een zeer optimistische film te worden. Over een man die, letterlijk, niet kapot is te krijgen. Een levenskunstenaar, die uiteindelijk alle malheur van zich af kan laten glijden. Dave is dan bijvoorbeeld al ‘een jongen zonder angst‘ genoemd door zijn ouders Andy en Sue. En gekenschetst als ‘een ideale vriend’ door zijn (stunt)collega’s bij de Harry Potter-films. Zij zien echter ook dat Holmes’ gezondheid alleen maar slechter wordt. Volgens Daniel Radcliffe noemt hij zijn aandoening inmiddels ‘the gift that keeps on taking.’ 

‘Verlamming is net een gevangeniscel’, legt de hoofdpersoon zelf uit. ‘Zo claustrofobisch. En voor mijn gevoel wordt die cel steeds kleiner en kleiner. Totdat het lijkt alsof ik zit opgesloten in een doodskist.’ Dat gevoel ontneemt zelfs een rasoptimist het laatste restje levenslust, zou je zeggen. Dat is echter buiten David Holmes gerekend. In het ontroerende portret The Boy Who Lived wordt hij stapsgewijs gebroken, zowel fysiek als mentaal, totdat er weinig meer van hem over lijkt en probeert hij tóch, op de één of andere Godsonmogelijke manier, heel te blijven.

Escaping Twin Flames

Netflix

‘Op het internet krioelt het van de mensen met problemen’, houdt Jeff Ayan zijn medewerkers voor tijdens een online coachingssessie. ‘En als jij met een oplossing komt, dan staan ze voor je in de rij.’ Hij wrijft demonstratief in zijn handen. Alsof de dollars elk ogenblik kunnen binnenstromen.

Voordat Ayan samen met zijn vrouw Shaleia (echte naam: Megan Plante) ongelukkige Amerikanen de ware liefde liet vinden, hun zogenaamde tweelingvlam, opereerde hij onder de noemer Ender Ayanethos en bracht hij een geneesmiddel tegen kanker aan de man. En toen hun Twin Flames Ascension School lekker begon te lopen – en er volop ‘spiegeloefeningen’ werden gedaan, zodat er overal ‘harmonious unions’ konden ontstaan – rolden ze dat lekker uit, met allerlei aanverwante clubs zoals Mind Alignment Process (MAP) Healing en Divine Dish. Om minder belasting te hoeven betalen begonnen ze bovendien meteen ook maar hun eigen kerk, The Church Of Union.

Cecilia Peck spreekt in de driedelige serie Escaping Twin Flames (175 min.) met voormalige discipelen en geschokte familieleden. Zij constateren dat de groep zich steeds meer begint te gedragen als een klassieke sekte, waarin de leiding alles bepaalt voor de individuele leden. Van wie hun ‘Twin Flame’ is tot hun eigen seksuele voorkeur en genderidentiteit (!). Jeff ‘Divine’ Ayan acteert intussen – voor insiders blijkbaar erg overtuigend, voor elke buitenstaander lachwekkend karikaturaal – de archetypische goeroe. Hij heeft elke vorm van wijsheid in pacht, vervat die in pakkende oneliners en brengt die met de stelligheid van een Heer die geen weerwoord duldt. 

De man verandert tegelijkertijd voortdurend van gedaante. Het ene moment oogt hij in pak en stropdas als een kwieke innovatie-ondernemer, het andere moment met lang haar en baard als – en dat is natuurlijk geen toeval! – een soort Jezus 2.0. Zijn eigen tweelingvlam Shaleia beperkt zich tijdens zijn georeer meestal tot instemmend geknik. Via talloze YouTube-coachingssessies van de twee maakt Peck, die eerder Seduced: Inside The NIXVM Cult maakte, het Twin Flames Universe inzichtelijk. Met harde hand domineren zij het leven van een groep kwetsbare jonge mensen, vooral vrouwen, die schaamteloos en genadeloos worden geëxploiteerd en soms zowel lichamelijk als geestelijk ernstig verminkt raken.

Dat klinkt als oude wijn in nieuwe zakken – een traditionele sekte, die opereert binnen een online-omgeving – maar pakt zo bizar uit dat ’t toch weer verbaast en schokt. Want een leider die ook wil bepalen of z’n volgelingen man of vrouw zijn, die was er nog niet. Toch?

You Were My First Boyfriend

HBO Max

‘Is dit een eerbetoon of een traumaoefening?’ vraagt de Amerikaanse veertiger Cecilia Aldarondo aan haar zus Laura, terwijl ze samen de videoclip Crucify van Tori Amos, een toonaangevende artiest uit hun tienerjaren, proberen na te spelen. ‘Maar jij bent prachtig’, reageert Laura. Cecilia is niet overtuigd: ‘Ik ben het verkeerde soort mooi.’ Ze probeert haar tranen weg te poetsen. ‘Wat maakt het uit dat je een andere maat hebt?’ probeert haar zus. Cecilia laat zich echter niet van de wijs brengen. ‘Ze noemden me niet voor niets dik.’ Even later liggen de twee alweer in een deuk om al die ‘dunne, saaie mensen’. Cecilia: ‘Als je zo dun bent, waar blijft je ziel dan?’

Eenmaal uitgelachen beginnen de zussen alsnog aan een minutieuze reconstructie van de clip van Tori Amos, die voor hen destijds gold als de belichaming van krachtige vrouwelijkheid. In de egodocu You Were My First Boyfriend (93 min.) roept Cecilia Aldarondo nog meer onuitwisbare herinneringen aan haar tijd als onhandige puber in Winter Park, Florida op. Ze ontmoet bijvoorbeeld de jongen, een kalende man inmiddels, op wie ze jarenlang heimelijk verliefd was, bezoekt een schoolreünie en reconstrueert, terwijl de persoon in kwestie meekijkt, een scène waarin de populaire meisjes van haar school een gezet klasgenootje pesten en zij zelf niet ingrijpt.

Met acteurs en mensen uit haar directe omgeving reconstrueert ze enkele ijkpunten van haar jeugd. De ene keer proest Cecilia ’t dan uit van het lachen, een andere keer is ze tot tranen toe geroerd. Want die tienerjaren waren voor haar, een onzekere puber met wortels in Puerto Rico, bepaald geen onverdeeld genoegen. Ze wilde populair zijn, maar dat lukte maar niet. En van de vriendin die ze wél had – de nerdy Caroline, die nog een sleutelrol zal spelen in deze film – nam ze uiteindelijk afstand. Van het kijken naar Monty Python, praten in filmquotes en naspelen van scènes uit Wayne’s World word je immers ook niet per se een High Class-type.

‘Waarom bewaar ik de dingen die me pijn doen?’ vraagt Cecilia zich nu af. Waarom koester ik niet gewoon de dingen waarop ik trots ben of die me blij maken? Deze particuliere film, die toch ook wel weer herkenbaar is voor iedereen die een onzekere tiener is geweest (en wie was dat niet?), is haar poging om in het reine te komen met de trauma’s van haar jeugdjaren en die een nieuwe plek te geven in het leven dat ze nu leidt als volwassen vrouw. De vorm die ze daarvoor kiest is best origineel, maar wat die nu precies oplevert? Kun je bijvoorbeeld werkelijk een vriendschap leren begrijpen door samen met een actrice enkele herinneringen na te spelen?

In deze verlate teencomedy, aangekleed met signatuursongs van Pearl Jam en Buffalo Tom, natuurlijk wel. Aan het eind van de zoektocht ligt, zoals het hoort bij een Amerikaanse film, een wijze levensles te wachten. En Cecilia Aldarondo neemt die natuurlijk gretig in ontvangst. Waarna ze in de slotscène nog een hommage brengt aan twee van haar favoriete films, Big en Postcards From The Edge.

Spiegel

AVROTROS

Levi leidt zijn paard over een balk. ‘Gelukt’, zegt hij.
‘Wat maakt dat het lukte?’, vraagt een vrouwenstem buiten beeld.
‘Eh, dat de aanloop gewoon wat groter is’, antwoordt de jongen.
‘Dus dat helpt Astrid?’ kaatst zijn begeleider terug. ‘Waarbij?’
‘Om eroverheen te komen.’
‘En zijn er dan dingen waar jij overheen wil komen?’ stelt zij een vervolgvraag.
‘Eh, hoe bedoelt u?’ riposteert hij weer.
‘Nou, ik kan me voorstellen dat je over een poosje misschien wel weer naar school wilt.’
‘Oh, ja.’
‘En wat heb je daarvoor nodig, denk je?’ vraagt zij onverstoorbaar door.
‘Uitleg.’
‘Uitleg?’ herhaalt ze. ‘Wat nog meer?’
‘Geen idee.’

Het is alsof de twee, een jongere met zijn eigen issues en diens persoonlijke begeleider, verwikkeld zijn geraakt in een steekspel. Zij vuurt voortdurend vragen op hem af, hij ontwijkt ze of wimpelt ze simpelweg af. Intussen moet hij zich verhouden tot het paard aan zijn zijde, dat direct reageert op alles wat hij doet. ‘Hoe gaat het met jou van binnen?’ vraagt zij nog. ‘Goed’, antwoordt hij beleefd. ‘En met u?’

Met close gedraaide scènes probeert Eva Sjerps in deze korte observerende documentaire de directe interactie tussen mens en paard voelbaar te maken. Want voelen daar draait ’t om bij de speciale therapiesessies van de twee jongeren voor haar camera. Wat ze nu voelen. Welk gevoel iets oproept. En hoe ze daarmee moeten omgaan. Het paard moet ondertussen werken als Spiegel (25 min.) voor de ziel.

Die begeleider gaat wel erg kordaat te werk. ‘Wat heb je nodig?’ vraagt ze bijvoorbeeld als Levi zijn paard in bedwang probeert te houden. ‘Astrid, die niet wegrent’, antwoordt hij wederom gortdroog. Hun wisselwerking krijgt iets komisch. Als hij een rondje door de bak heeft gemaakt met het dier, wil die begeleider bijvoorbeeld weer weten of hij er iets van heeft geleerd. Hij geeft echter niet mee: ‘Nee.’

Sjerps observeert dit aantrekken en afstoten zonder commentaar of opsmuk. Hoe ‘t aansluit op de omgang met de paarden – of juist niet – en de pogingen om intussen, met of ondanks die ander, grote drempels te slechten en kleine overwinninkjes te behalen.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde

Netflix

Tussen 1997 en 2007 schenkt ‘de rijkste vrouw van de wereld’ Liliane Bettencourt, erfgename en hoofdaandeelhouder van de cosmeticagigant L’Oréal, 917 miljoen euro aan François-Marie Banier, met wie ze innig bevriend is geraakt. Geheel indachtig L’Oréals slogan ‘because you’re worth it.’ Als vervolgens Bettencourts echtgenoot André overlijdt, een bekende politicus met wie ze een tamelijk liefdeloos huwelijk lijkt te hebben gehad, wil de Franse fotograaf dat ze hem ook nog officieel tot erfgenaam maakt. Dat is tegen het zere been van het enige kind van het echtpaar, Françoise Bettencourt-Meyers. Zij komt lijnrecht tegenover haar moeder te staan.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde (Engelse titel: The Billionaire, The Butler And The Boyfriend, 149 min.)  is geboren en opent – zoals de driedelige docuserie zelf ronkt – ‘de geheime wereld van de superrijken’. Dat gebeurt alleen op een totaal andere manier dan dochter Françoise, die 21 uur geheime opnamen van haar moeder laat uitlekken, had gedacht. Dit geluidsmateriaal, door een butler gemaakt met een verborgen dictafoon, brengt vooral de pogingen tot belastingontduiking van de Bettencourts, hun verwevenheid met de politieke elite (waaronder de Franse president Nicolas Sarkozy) en het geld dat ze daarnaartoe schuiven onder de aandacht.

De opnamen van dat gebedel om geld en invloed – verrijkt met abstracte, van bovenaf gefilmde scènes met acteurs – vormen het hart van deze miniserie van Baptiste Etchegaray en Maxime Bonnet, waarin ook enkele direct betrokkenen bij de geruchtmakende affaire en volgers van de kwestie tekst en uitleg geven. Gaandeweg komt ook de vraag op tafel of de inmiddels hoogbejaarde Liliane Bettencourt eigenlijk nog wel in staat is om haar eigen geld te beheren en bij de mensen om haar heen het kaf van het koren kan scheiden. Want wie stelt zich daadwerkelijk dienstbaar op voor de rijke dame, goed voor zo’n dertig miljard euro? En wie is alleen uit op een deel van haar fortuin?

L’Affaire Bettencourt brengt dat proces treffend in beeld: hoe de roofdieren zich verzamelen rond een prooi als ze bloed hebben geroken. Because they’re worth it. Aan het rest nog slechts één vraag: komt François-Marie Banier, die de zaak onbedoeld aan het rollen heeft gebracht, werkelijk met de schrik vrij?

Robbie Williams

Netflix

Er ging in 1997 een memo rond bij zijn platenmaatschappij, stelt Robbie Williams (149 min.). Het was slechts een kwestie van tijd voordat ze hem zouden dumpen. Een ‘hasbeen’ van net 23. Nadat Williams Take That had verlaten, de populaire boyband waarin hij als zestienjarige terecht was gekomen, ging het steeds slechter met de Britse zanger. Eerst was Robbie ernstig verslaafd geraakt aan drank en coke. En toen hij daar eindelijk vanaf was, sloeg zijn solodebuut volkomen dood.

Op zulke momenten is de muziekbusiness bikkelhard: als de investeringen niet snel terug worden verdiend, volgt een gedwongen exit. Williams had echter nog een troef achter de hand: Angels, zijn allereerste wereldhit als soloartiest. En vanaf dat moment gold hij als een onomstreden popster – al zorgde ook dat niet voor het zelfvertrouwen, de stabiliteit en het levensgeluk waarnaar hij hunkerde. ‘Er zit een gebroken tiener in mij die in de toekomst de puinhopen van het verleden zal moeten opruimen’, zegt de publiekslieveling als hij voor deze vierdelige docuserie een selectie uit de duizenden uren beeldmateriaal terugkijkt, die in de afgelopen dertig jaar van hem zijn gemaakt.

Hij doet dat in deze productie van Joe Pearlman (Bros: After The Screaming Stops / Lewis Capaldi: How I’m Feeling Now) liggend in zijn eigen bed, zo nu en dan vergezeld door één van zijn vier kinderen. Williams is open over zijn antipathie en rancune richting Gary Barlow (de spil van Take That), zijn veelbesproken relaties met Nicole Appleton en Gerri Halliwell en de breuk met zijn vaste songschrijfpartner Guy Chambers. Aan het begin van de derde aflevering van deze vermakelijke autobiografie heeft de hoofdpersoon – die zeer openhartig lijkt, maar natuurlijk wel alle teugels in handen houdt – er alleen even geen zin meer in. ‘Ik ga iemand zien die een zenuwinzinking heeft.’

Pearlman werkt geduldig naar dat moment toe, als zijn protagonist in 2006 tijdens een concert in Leeds, voor het oog van 90.000 fans, een paniekaanval krijgt, die van geen wijken wil weten en resulteert in donkere episodes die hem waarschijnlijk regelmatig aan datzelfde bed hebben gekluisterd. Daarmee is het verhaal van deze miniserie een heel eind verteld – ook al heeft Robbie Williams dan nog dik vijftien jaar, inclusief de verplichte Take That-reünie, te overbruggen naar het hier en nu, als hij, een brave huisvader van bijna vijftig die zijn zegeningen telt, afstevent op wat hij zelf een ‘happy end’ noemt. En daarbij lijkt zowaar niet eens een nieuwe plaat of tournee te horen.

Forced Out

SkyShowtime

In 1967 wordt homoseksualiteit in Groot-Brittannië gedecriminaliseerd. In het Britse leger zijn LHBTIQ+’ers echter nog steeds niet welkom. Als ze uit de kast komen, kunnen ze zomaar worden ontslagen. Ofwel: Forced Out (96 min.). Noodgedwongen leven ze dus een dubbelleven, verbergen hun seksuele geaardheid en moeten alle grappen over homo’s en lesbiennes maar zien te verduren.

Voor Craig Jones, die bijna twintig jaar in de Royal Navy dient, is zijn functie niet zomaar een baan, maar een manier van leven. Zijn leven. ‘Ik besefte toen niet dat ik de vrede en vrijheden verdedigde die mijzelf ontzegd zouden worden’, zegt de Britse soldaat, die tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland is gestationeerd, over de heksenjacht waarvan hij het slachtoffer wordt. ‘Simpelweg omdat ik homo was.’

Deze gedegen film van Luke Korzun Martin start met de ervaringsverhalen van kapelmeester Robert Ely en verpleegkundige Elaine Chambers, geïllustreerd met een reconstructie van wat hen is overkomen. Zij hebben hun persoonlijk leven jarenlang zorgvuldig afgeschermd en komen dan toch – waarschijnlijk omdat ze er door een ander bij zijn gelapt – op de radar bij de zogenaamde Special Investigation Branch.

Caroline Meagher weet uit eigen ervaring hoever deze militaire inlichtingendienst gaat om LHBTIQ+’ers te (laten) ‘outen’. Als oud-medewerker kent ze de kaartenbakken met potentiële verdachten, die in de gaten worden gehouden en onderzocht. Meagher heeft ongetwijfeld wel eens op haar eigen naam gezocht in het systeem. Want ja: het voormalige schaap in wolfskleren blijkt zelf ook lesbisch.

Ely en Chambers besluiten om in actie te komen na hun ontslag vanwege ‘onnatuurlijk gedrag’. De twee oud-militairen starten de belangenvereniging Rank Outsiders, waarmee ze het verbod op homoseksuelen in het Britse leger aanvechten voor het gerecht. Vanuit de politiek of legertop hebben ze geen steun te verwachten. Die blijven stug beweren dat gays het moreel van de troepen ondermijnen.

Deze documentaire, volledig verteld vanuit het perspectief van de gay-militairen en hun pleitbezorgers, reconstrueert de lange, pijnlijke campagne om de LHBTIQ+-ban, gestut met vooroordelen en homofobie (niveau: gevallen zeepje onder de douche), eindelijk van tafel te krijgen. Want deze oorlog – de ondertitel van deze stevige film spreekt van: their fight for pride – mogen ze beslist niet verliezen.

Another Body

anotherbodyfilm.com

Allereerst is deze film van Sophie Compton en Reuben Hamlyn een reguliere whodunnit: welke ellendeling heeft die pornobeelden van Taylor Klein gemaakt en online gezet? De Amerikaanse tiener, ondersteund door lotgenoot Julia Moreira, gaat op onderzoek uit op het ‘dark web’ om te ontdekken wie in hun directe omgeving hen en plein public ernstig probeert te beschadigen.

Another Body (80 min.) start met een berichtje dat Taylor, een student techniek uit Plainfield, op Facebook van een vriend ontvangt: ‘Het spijt me heel erg, maar ik denk dat je dit moet zien.’ Daarna stuurt hij een link naar de website Pornhub door. Zo vindt ze diverse pornofilmpjes, waarop ene xxxTaylorKxxx, een vrouw met onmiskenbaar haar gezicht, met Jan en alleman seks heeft.

Ze is het niet zelf, natuurlijk. Haar gezicht is digitaal op het lichaam van een pornoster geplakt. Deepfake. Het ziet er alleen wel héél echt uit. En Taylor, gefingeerde naam en fakegezicht, weet: als zulke beelden eenmaal online staan, verdwijnen ze nooit meer helemaal. De Amerikaanse studente realiseert zich ook meteen: iedereen kent nu mijn gezicht en weet waar ik woon en studeer.

De jacht op de boosaardige nerd, door Taylor gedocumenteerd met persoonlijke vlogs, doet denken aan moderne webdetectives zoals Don’t F**k With Cats en Love Fraud en gaat gepaard met een exploratie van het www-riool, waar iedereen met een VPN zich schuldig kan maken aan bedreiging, laster, chantage, doxing en onversneden vrouwenhaat. Of een duivelse combinatie daarvan.

Compton en Hamlyn brengen die onrustbarende wereld met schermafbeeldingen, animaties en deepfake overtuigend in beeld. Het is een plek waar geen zinnig mens wil verblijven, maar waar onze kinderen moeten opgroeien. Tegelijkertijd is het een speeltuin voor incels, vrouwenhaters en slutshamers. In een handomdraai kunnen zij levens verwoesten – en de samenleving ontwrichten.

De strijd tegen deze en andere vormen van vrouwenhaat, die welig mag tieren op webhelleholen zoals 4Chan, is echter verdomd lastig, laat deze unheimische en actuele film zien. Het gaat toch duidelijk om ‘another body’? Hoe krijg je dat strafbaar? Vooralsnog lijkt ‘oog om oog, tand om tand’ – of de dreiging daarmee, zoals de ASMR-influencer Gibi toont – het enige, zeer onbevredigende antwoord.

Meisjes zoals ‘Taylor Klein’ voelen zich intussen nergens meer veilig en gaan gebukt onder schuldgevoel: wat heb ik gedaan dat iemand dit bij mij doet? Terwijl de kern van misogynie is, zo blijkt telkens weer, dat je er als vrouw helemaal niets voor hoeft te doen. Het komt omdat je bent wie je bent of doet wat je doet. En de mogelijkheden zijn tegenwoordig legio.

Verified Couple

First Hand Films

Als vreemden aan Andreea en Nico vragen wat ze doen voor de kost, antwoorden ze: internetmarketing. Of de twee twintigers zeggen dat ze werken als influencer. Dat is niet eens zo ver bezijden de waarheid: het jonge Duitse stel is een Verified Couple (alternatieve titel: Pornfluencer, 52 min.). Als ‘Youngcouple9598’ verdienen ze hun geld met internetporno. Dit jaar hopen ze hun inkomsten op te krikken tot één miljoen euro.

Andreea en Nico wonen op belastingparadijs Cyprus, waar ze worden opgezocht door filmmaker Joscha Bongard. Hij heeft hen benaderd met de vraag of ze willen meewerken aan ‘een seks-positieve, sensitieve en eerlijke documentaire’.  En dat willen ze wel. Trots vertellen de kleine zelfstandigen hoe er al in de eerste maand ruim 10.000 euro binnenkwam bij hun bedrijfje.

Monter laten Andreea (alias ‘Jamie Young, the teenie girlfriend you never had’) en Nico (alias Nico Nice) ook hun huis, katten en werkruimtes zien. Zij zijn actief binnen de zogenaamde ‘koppelsporno’ legt expert Sylvia Sadzinski uit, naar wie Bongard in deze als een webdocu opgebouwde film zo nu en doorklikt. Daar is veel vraag naar omdat de seks in beeld gepaard zou gaan met oprechte affectie.

Wat betekent seks voor jullie? wil Joscha Bongard weten. ‘Liefde’, antwoordt zij direct. ‘Voor mij is het vooral liefde. Ik hoef ook niet zo vaak seks als hij.’ Nico knikt bevestigend. De voormalige psychologiestudent leerde Andreea kennen toen zij pas zestien en nog maagd was. Hij had zich toen al verdiept in hoe je als jongen met zogenaamde ‘pick-up skills’ het beste meisjes kon versieren.

Tussen de regels door toont de goedlachse Nico zich ook wat bezitterig. Zoals het een echte ‘pickup artist’, een toxische term die door psycholoog Andreas Baranowski nader wordt geduid, nu eenmaal betaamt. Andreea en Nico zijn duidelijk kinderen van hun tijd. Ze spiegelen zich aan internetgoeroes die het snelle geld prediken en geloven heilig in het manifesteren van je eigen levensdoelen.

‘Nico, jij bent een geweldig mens’, zegt hij met een stralende glimlach tegen de persoon in de spiegel. ‘Ik hou van jou met heel mijn hart. Het is fantastisch dat jij bestaat.’ Zijn vriendin volgt daarna. ‘Jamie, je bent een geweldig mens’, begint Andreea al even enthousiast. Ze sluit af met een welgemeend: ‘Jij maakt de wereld mooier. Ik hoop dat je een prachtige dag hebt. Ik hou van je.’

Zonder er verder over te oordelen, zoals hij ook aan hen had beloofd, toont Joscha Bongard het jonge koppel in z’n zelfverkozen wereld.  Daar laten Andreea en Nico uiteindelijk veel meer van zichzelf en de wereld waarvan zij deel uitmaken zien dan in hun eigen expliciete video’s. En elke kijker kan – en zal – zich daarover vervolgens zijn eigen oordeel vormen.

Copa 71

IDFA

Een jaar na het wereldkampioenschap voor de mannen in 1970, waarbij het swingende sambavoetbal van Brazilië ieders hart veroverde, was Mexico City het toneel voor het allereerste WK voetbal voor vrouwen. Terwijl de beelden van Pele en zijn medespelers, voor het eerst in kleur, naderhand de hele wereld overgingen en zich daarna in het collectieve geheugen van sportliefhebbers nestelden, werd Copa 71 (89 min.) echter doelbewust uit de sporthistorie gewist.

Want de internationale voetbalbond FIFA, een echt mannenbolwerk, moest helemaal niets van vrouwenvoetbal hebben en ondersteunde dit toernooi sowieso niet. Officials ontraadden de sport die oorspronkelijk best populair was bij vrouwen toen al een hele tijd, vertelt historicus David Goldblatt in deze historische documentaire. Die was nu eenmaal veel te gevaarlijk voor het zwakke geslacht. Dit sentiment werd, onbedoeld, heel treffend verwoord door een verslaggever. ‘What is nice girl like you playing football?’ vroeg hij aan een Britse speelster, een smakelijke scène die de tijdgeest perfect blootlegt.

Met voetbalsters van de zes deelnemende landen (Engeland, Mexico, Italië, Frankrijk, Denemarken en Argentinië) blikken de filmmakers Rachel Ramsay en James Erskine terug op het wereldkampioenschap, dat nog altijd geldt als het best bezochte sportevenement voor vrouwen aller tijden. De finale in het imposante Azteca Stadion in Mexico City werd bijgewoond door ruim 100.000 enthousiaste fans. Naderhand wachtte alle betrokkenen echter een enkeltje vergetelheid. Pas twintig jaar later ging de FIFA alsnog overstag en organiseerde de bond in 1991 het ‘eerste’ WK voetbal voor vrouwen.

Deze delicieuze sportfilm, met prachtige wedstrijdbeelden, diept dit ‘vergeten’ voetbalverhaal op en schetst tevens de context waarbinnen dat zich afspeelt, een mannenwereld waar seksisme en vooroordelen welig tieren en vrouwenvoetbal op z’n best als ‘sexy’ wordt betiteld. Het toernooi blijkt desondanks, of ook wel een beetje daardoor, een enorm succes. En dit maakt het extra wrang dat het daarna zo grondig is afgedekt dat zelfs een vrouwelijke voetbalpionier zoals de tweevoudige Amerikaanse wereldkampioene Brandi Chastain er tot voor kort nog nooit van had gehoord.

Deze film zet dit eindelijk recht en ontrukt meteen enkele vrouwelijke voetbalhelden aan de vergetelheid.

Breaking Social

Cinema Delicatessen

‘Verandering begint aan de rand en trekt dan naar binnen’, stelt de Nederlandse schrijver/historicus Rutger Bregman, die in Breaking Social (92 min.) als één van de centrale sprekers wordt opgevoerd. ‘Dat is heel tegenstrijdig. Hoeveel George Floyds zijn er geweest vóór George Floyd, die geen massaal protest hebben veroorzaakt?’

De wereld kan ten positieve worden veranderd, is de stellige overtuiging van Bregman, bekend van zijn bevlogen stukken op de Correspondent. ‘Mensen die met nieuwe ideeën komen worden in eerste instantie altijd onredelijk en irritant gevonden’, stelt de opiniemaker, terwijl hij door zijn woonplaats Houten wandelt of fietst. ‘Maar als de utopie werkelijkheid wordt, wordt het iets vanzelfsprekends. “Ja, natuurlijk is de slavernij afgeschaft.” “We hebben een welvaartstaat.” “We hebben een democratie.” Dat zijn mijlpalen van beschaving.’

Dat de mens kan bijdragen aan een betere wereld lijkt uiteindelijk ook de boodschap van deze breed uitwaaierende documentaire van Fredrik Gertten (Push): in alle uithoeken van de aarde komen mensen in opstand tegen onrecht en proberen zij hun wereld bij te sturen, al is het dan maar een klein beetje. Chileense vrouwen verzetten zich bijvoorbeeld met zang en dans tegen het patriarchaat, Amerikaanse leerkrachten trekken samen op voor betere arbeidsomstandigheden en medewerkers van Amazon voeren actie tegen de manier waarop ze worden uitgebuit.

Er is ook alle reden om te protesteren, betoogt Gertten die zijn vertelling erg ruim heeft opgezet. Om zijn betoog te stutten verlaat hij zich, behalve op Rutger Bregman, ook op de Amerikaanse schrijfster Sarah Chayes. Zij spreekt over corrupte elites, die zich niet verbonden voelen met een land of de bewoners daarvan. Volgens haar staat het principe van ‘één burger, één stem’ daardoor onder druk. ‘We leven in een situatie van: één dollar of euro, één stem’, stelt Chayes. ‘En dat geeft rijke, invloedrijke CEO’s een disproportioneel grote invloed op de politiek.’

‘Als je niet boos bent, heb je gewoon niet opgelet,’ stelt Peter S. Goodman van The New York Times zelfs. Hoe kan het bijvoorbeeld dat een miljardair minder belasting betaalt dan degene die zijn wc schoonmaakt? Via een keur aan sprekers stipt Fredrik Gertten nog veel meer voorbeelden van misstanden aan – en initiatieven om die weer te corrigeren. Tot een dwingend narratief leiden al die mensen met hun eigen belangen, strijd en idealen niet. Zoals hij ook geen aangrijpend persoonlijk verhaal in het hart van deze documentaire heeft gepositioneerd.

Zonder zulke houvast – een schrijnend geval van onrecht bijvoorbeeld, waartegen iemand in het geweer komt – wordt Breaking Social vooral een interessante filosofische exercitie over de wereld waarin wij leven. Een Tegenlicht de luxe, zogezegd. Aan de hand van enkele treffende casussen – de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia, Cambridge Analytica en het ruimtereisje van Jeff Bezos bijvoorbeeld – worden de hedendaagse mores tegen het licht gehouden en van context voorzien. Maar om nu te zeggen dat ’t daarmee ook een héél enerverende film is geworden…

Sly

Netflix

In de jaren tachtig ontwikkelde Sylvester Stallone zich tot de ultieme actieheld, op de voet gevolgd door Arnold Schwarzenegger. De krachtpatsers beconcurreerden elkaar met eendimensionale blockbusters. Van wedijver tussen de twee, die later samen deel uitmaakten van het sterrenensemble The Expendables, is allang geen sprake meer. Waar Sylvester onlangs warme woorden wijdde aan zijn voormalige rivaal in de driedelige serie Arnold, steekt Arnie nu de loftrompet over Sly (96 min.) in deze film van Thom Zimny (die eerder Bruce Springsteen, Elvis Presley en Johnny Cash portretteerde).

Verder is het vooral Stallone zelf die aan het woord komt in dit aangeklede zelfportret, met kleine bijrollen voor zijn broer Frank, cinefiel Quentin Tarantino, zijn collega’s Henry Winkler en Talia Shire, regisseur John Herzfeld en filmcriticus Wesley Morris. Sly is het verhaal van een geboren loser, die natuurlijk toch een winnaar is geworden. Dat personage heeft Stallone ook naar het witte doek gebracht, in de vorm van de tweederangs bokser Rocky die nooit opgeeft. De acteur/filmmaker heeft zelfs nóg een iconische Hollywood-held uit zijn mouw geschud: de larger than life-vechtjas Rambo.

Gedurende zijn lange carrière is hij nooit meer helemaal losgekomen van deze personages, die steeds weer een nieuwe sequel verdienen en gaandeweg ook steeds karikaturalere trekjes krijgen. Het lijken waarheidsgetrouwe afspiegelingen van de man zelf, een in wezen tamelijk eenvoudige vechter die even goed kan uitdelen als incasseren. ‘Jij, ik, niemand slaat zo hard als het leven’, laat hij zijn alter ego Rocky Balboa zeggen in een door en door Amerikaanse peptalk. ‘Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom hoe hard je geslagen kunt worden. Hoeveel je aankunt en dat je toch door blijft gaan.’

In wezen heeft deze biografie, die zich concentreert op Stallones professionele leven, niet zo heel veel meer te bieden dan zulke platitudes, waarmee Zinmy chronologisch ‘s mans carrière doorloopt en intussen allerlei filmfragmenten met elkaar verbindt. Alleen komen die oneliners nu uit de mond van de oudere acteur/filmmaker persoonlijk, in plaats van een moegestreden bokser of een schietgrage Vietnam-veteraan. Stallone herleidt daarbij zowat alles wat hij ooit heeft gedaan of misdaan naar zijn pa Frank, die zo weinig liefde gaf dat zijn zoon er een heel leven lang, veelal tevergeefs, naar bleef hengelen.

Dat vadercomplex is het toch wat tragische fundament onder een verder weinig opzienbarende documentaire over één van de meest beeldbepalende figuren van de Amerikaanse film van de afgelopen halve eeuw.

Higuita: El Camino Del Escorpión

Netflix

Of hij bevriend is met Pablo Escobar? wil een journalist weten. ‘Ja’, antwoordt René Higuita zonder ook maar een spoor van twijfel.

Higuita geldt als één van de spectaculairste keepers die ooit tussen – nou ja, tussen… – de palen heeft gestaan. Zijn hele loopbaan is samengebald in één enkel beeld uit 1995: met een verbluffende bicycle kick, naderhand ‘de Schorpioen‘ genaamd, voorkomt de Colombiaanse krullenbol tijdens een duel met het Engelse elftal in het Wembley-stadion een potentieel tegendoelpunt. Een andere doelman zou de bal gewoon hebben gevangen en eens rustig om zich heen kijken.

‘El Loco’ is nu eenmaal een man van het spektakel. Hij komt vaak (veel te) ver uit zijn doel, trekt rustig ten aanval op de helft van de tegenstander en scoort regelmatig uit penalty’s en vrije trappen. René Higuita is daarnaast ook topsporter in een land waar een bloedige oorlog woedt tussen concurrerende drugskartels. Die wordt tevens op het voetbalveld uitgevochten via América (van het Cali-kartel) en Higuita’s club Atletico Nacional (gesteund door Escobars Medellin-kartel)

Ergens onderweg is de flamboyante doelman bevriend geraakt met Pablo Escobar, bevestigt diens broer Roberto in Higuita: El Camino Del Escorpión (100 min.). ‘En daar was niets vreemds of aparts aan.’ Dat moge zo zijn, maar niet elke voetballer komt in de positie – of wil in de positie komen – dat hij moet bemiddelen bij de ontvoering van een jong meisje (dat nu, een kleine dertig jaar later als geanonimiseerde volwassen vrouw, haar verhaal doet in deze film van Luis Ara). Deze verhaalwending, met veel drama gereconstrueerd, brengt Higuita ernstig in de problemen.

Het is een verhaal dat exemplarisch lijkt voor de verwording van René Higuita’s land, maar dat hier vooral aanleiding is om de loftrompet te steken over de hoofdpersoon. Dat is sowieso de makke van dit portret (en dit soort sportportretten in het algemeen): wie er ook zijn zegje mag doen – Higuita’s echtgenote Magnolia en de rest van zijn familie of Colombiaanse voetbalcoryfeeën zoals Carlos Valderrama en Francisco Maturana – er valt geen kwaad woord over René.

En serieuze vragen over de verwevenheid van boven- en onderwereld blijven natuurlijk al helemaal achterwege. Deze film is bedoeld als heldenverhaal van de man achter ‘de Schorpioen’, een showkeeper die vanwege ongelooflijke heldendaden en een enkele tragische flater een eigen plek in de sportgeschiedenis heeft verworven.

El Eco

Bantam Film

Toño mag zijn bord op tafel laten staan, zegt zijn vader, die in de stad werkt en daardoor doorgaans weinig thuis is. Afruimen is vrouwenwerk, vindt hij. Zijn vrouw zorgt dus voor het huishouden. Of ze nu wil of niet. Toño’s oudere zus Monse, de hoofdpersoon van El Eco (Engelse titel: The Echo, 102 min.), droomt intussen van een ander leven, buiten dit afgelegen dorp in het Noorden van Mexico. Ze is er opgegroeid en sinds kort, als vanzelfsprekend, ook belast met de zorg voor haar erg broze oma.

Het dagelijks leven in het Mexicaanse dorp El Eco speelt zich grotendeels buiten af, tegen een imposant decor van groene heuvels en dramatische luchten, en wordt gekenmerkt door hard werken. Schapen scheren, hout sprokkelen, mais oogsten en lammetjes halen. De levens van mens en dier zijn er op een vanzelfsprekende manier met elkaar vervlochten. Het is een ogenschijnlijk idyllische wereld, die door regisseur Tatiana Huezo en haar cameraman Ernesto Pardo ook heel fraai is vereeuwigd.

Kalm observeren zij het leven op het Mexicaanse platteland, waar iedereen zijn eigen rol heeft – en ook moet spelen. Bij Monse knelt dat. Met haar paard wil de tiener zich bijvoorbeeld meten met de mannen in het dorp. Haar moeder, zelf op jonge leeftijd getrouwd en gestopt met werken, wil daar niets van weten. En dat noopt het meisje, in haar eigen coming of age-drama, om eindelijk de stoute schoenen aan te trekken. Dit is het dramatische hoogtepunt van een film waarin vaak nagenoeg niets lijkt te gebeuren.

Schijn bedriegt. In de interactie tussen de kinderen onderling, het contact met hun ouders en hoe zij zich verhouden tot al wat leeft in hun omgeving vertellen kleine details grote verhalen over hoe de levens van de kinderen en de generaties die hen voorgingen op elkaar (moeten) lijken. Huezo versterkt dit idee nog met een subtiel dwingende soundtrack en enkele fraaie liederen. Zo bouwt ze een verstilde vertelling, waarin iedereen, die daarvoor de rust in zichzelf kan vinden, volledig kan verdrinken.

Till Murder Do Us Part: Soering Vs. Haysom

Netflix

Wie is de marionet en wie de bespeler ervan? Dat is nog eens een ‘heerlijk’ uitgangspunt voor een true crime-productie. De ouders van de Amerikaanse studente Elizabeth Haysom zijn op gruwelijke wijze vermoord. Heeft zij, als een kille manipulator, haar vriend Jens Söring aangezet tot die gruweldaad (of op zijn minst tot een significante poging om die te verhullen)? Of heeft de nerdy tiener, zoon van een Duitse diplomaat, het oudere echtpaar Derek en Nancy Haysom juist op eigen initiatief afgeslacht om z’n begeerlijke vriendin definitief in zijn greep te krijgen?

Bijna veertig jaar na die fatale dag in Bedford County in Virginia, zaterdag 30 maart 1985, is die elementaire vraag blijkbaar nog altijd niet afdoende beantwoord. De vierdelige serie Till Murder Do Us Part: Soering Vs. Haysom (Duitse titel: Der Fall Jens Söring: Tödliche Leidenschaft, 191 min.) buigt zich opnieuw over het bloedstollende misdrijf en de juridische afwikkeling daarvan, waarbij de voormalige geliefden lijnrecht tegenover elkaar kwamen te staan. Het hielp hen geen van tweeën: ze zouden uiteindelijk allebei ruim dertig jaar in de cel zitten. 

Zij hult zich tegenwoordig meestal in stilzwijgen als het gaat om de gewelddadige dood van haar ouders. Dat schijnt ze aan haar halfbroers te hebben beloofd. Hij is er nog altijd niet klaar mee. Nadat Jens Söring eerder bijvoorbeeld ook al zijn kant van het verhaal heeft gedaan in de documentaire Das Versprechen (2016), een boek en talloze andere producties, neemt de inmiddels 57-jarige Duitser ook weer plaats voor de camera van André Hermann en Lena Leonhardt. Söring houdt staande dat hij onschuldig is – ook al heeft hij in eerste instantie toch echt een bekentenis afgelegd.

‘Soms kon je niet zeggen waar de leugen begon en de waarheid ophield’, vertelt de plaatselijke nieuwsjournalist Jeff Taylor, die de zaak destijds op de voet heeft gevolgd, in deze miniserie. ‘Het is een gegeven dat één persoon zei: ik wil mijn ouders dood. En dat de ander stelde: liefde is het ultieme wapen. Twee mensen zijn overleden door deze “liefde” tussen hen.’ En omdat maar niet onomstotelijk kan worden vastgesteld wat er nu precies is gebeurd vormt dat ene tragische misdrijf een onuitputtelijke bron voor producties over de destructieve liefde van Jens en Elizabeth.

Till Murder Do Us Part serveert die nog maar eens volgens de welbekende true crime-methode uit: met ‘smeuïge’ verhoren, ‘schokkende’ rechtbankverklaringen, ‘schimmige‘ reconstructiescènes, ‘bizarre’ geschriften, ‘bloederige’ foto’s, ‘spannende‘ geluidseffecten en -muziek, ‘daverende’ cliffhangers en ‘onthullende‘ interviews met politiemensen, advocaten, journalisten en mensen uit de periferie van de twee hoofdrolspelers. Zo worden alle ‘dramatische’ gebeurtenissen nog eens minutieus doorgeakkerd. Totdat er een klassiek stranger than fiction-verhaal is ontstaan.

Daarbinnen houdt iedereen vast aan zijn eigen lezing. En de belangrijkste personages zitten ook vast in dat verhaal. Zeker de marionet en z’n bespeler. Wie dan ook wie is.

Bad Press

https://badpress.film/

Aan documentaires over ernstige inperkingen van de persvrijheid is er in de laatste jaren helaas geen gebrek. Zonder al te veel fantasie zijn de bijbehorende landen erbij te bedenken: Rusland (F@ck This Job), Brazilië (Amigo Secreto), India (While We Watched), de Filipijnen (A Thousand Cuts) en Afghanistan (The Etilaat Roz). Hier is er weer één: Bad Press (98 min.), gesitueerd in de Muscogee Creek Nation. En die soevereine staat, waarmee een indianenreservaat in Oklahoma wordt bestuurd, ligt toch echt in de Verenigde Staten.

Van de 574 Amerikaanse stammen hebben er maar vijf de persvrijheid gegarandeerd. Herstel: slechts vier. Want op 8 november 2018 schrapt de National Council van Muscogee met een meerderheid van zeven tegen zes stemmen de onderliggende wet. De beslissende stem komt van Speaker Lucian Tiger III, die niet lang daarvoor in opspraak is geraakt door in de pers breed uitgemeten beschuldigingen van seksueel geweld. Hij wordt in de rug gedekt door de Principal Chief van de natie, James Floyd. Tiger lijkt zijn beoogde opvolger, als machtigste man op het reservaat.

Verslaggever Angel Ellis en de andere journalisten van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Mvskoke Media moeten voortaan verantwoordelijkheid afleggen aan Eli McIntosh, Secretary of the Nation And Commerce. Hij stelt onmiddellijk een nieuwe hoofdredacteur aan: Rita Courtwright. Zij heeft drie hele weken ervaring op een nieuwsredactie en moet het met een gedecimeerd medewerkersbestand gaan doen. Want tien van de zestien werknemers hebben hun ontslag genomen. En Secretary McIntosh schroomt ook niet om zo nu en dan inhoudelijke suggesties te doen.

Terwijl de overgebleven medewerkers van Mvskoke Media hun redactionele vrijheid proberen terug te krijgen, komen in deze documentaire van Rebecca Landsberry-Baker (zelf Muscogee Creek) en Joe Peeler tevens de verkiezingen voor een nieuwe Principal Chief op gang. Daarbij wordt uiteindelijk zelfs de hulp van The Carter Center ingeroepen, dat regelmatig in het buitenland als neutrale observator optreedt bij kwetsbare verkiezingen. Op de officiële lijst van de non-profit van oud-president Jimmy Carter staat Muscogee Nation tussen Mozambique en Myanmar.

De vraag of het land van deze ‘Native Americans’ – één van de minst zichtbare bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten en dus wel gebaat bij een stevige pers, zou je zeggen – onder de dictaturen moet worden geschaard of toch mag worden gerekend tot de democratieën, wordt echter pas enkele jaren later bepaald. Als de inwoners van Muscogee in 2021 zelf mogen stemmen over een amendement bij de grondwet, waarmee de persvrijheid alsnog wordt gegarandeerd. Dat is het logische – en voor de betrokkenen zenuwslopende – eindstation van deze ferme film.

Bye Bye Tiberias

Lightdox

In Tiberias, een stadje in het Noordoosten van Israël, liggen de roots van Lina Soualem. De Palestijnse filmmaakster is zelf echter geboren in Parijs. Haar moeder was hun moederland ontvlucht om carrière te gaan maken als actrice. Dat lukte. Tijdens een lange loopbaan bemachtigde Hiam Abbas rollen in speelfilms als Munich, The Visitor en Blade Runner 2049. En de afgelopen jaren was ze te zien in de gelauwerde tv-serie Succession, als de vrouw van pater familias Logan Roy, Marcia.

Toen Hiam naar het westen vertrok, was de familie echter allang weg uit Tiberias. Net als veel andere Palestijnse families werden ze in 1948 van huis en haard verdreven door de Israëli’s. Lina’s overgrootmoeder Um Ali en haar echtgenoot Hosni belandden ruim dertig kilometer verderop in Deir Hanna. Hosni bleef echter ontroostbaar. ‘Heb je mijn koeien gezien?’ vroeg hij volgens de overlevering aan zowat elke voorbijganger. ‘Mijn ezel? Mijn leven?’ Hij stierf uiteindelijk van verdriet.

Hun dochter Nemat, Lina’s oma, had nog mogen studeren op een prestigieuze school. Enkele maanden voor haar diplomering brak de oorlog van ’48 echter uit. Ze was pas zestien toen haar leven voorgoed veranderde. Nemat zou een groot gezin voortbrengen, waarvan de vijfde dochter dus de wijk nam naar Parijs. Hiam voelde zich bekneld, te midden van dat volk zonder thuis. Ze verbrak alle banden met haar familie en herstelde die pas enkele jaren later toen Lina het levenslicht zag.

En zij, dat kind van twee werelden, onderzoekt in de persoonlijke film Bye Bye Tiberias (82 min.) nu de geschiedenis van haar familie, de drie vrouwen die haar voorgingen in het bijzonder. Ze staan nog samen op de foto: de kleine peuter Lina, als onderdeel van vier generaties in haar familie. ‘Vrouwen die leerden om alles achter te laten en elders opnieuw te beginnen’, legt zij als verteller uit. De foto is onderdeel van een soort stamboom, waarmee ze haar familie in kaart heeft gebracht.

Via het persoonlijke verhaal van deze vrouwen, haar moeder in het bijzonder, schetst Lina Soualem in deze intieme film de impact die de Nakba heeft (gehad) op Palestijnse families. Ieder van hen heeft z’n eigen verliezen geïncasseerd en daarna toch weer een weg naar voren moeten vinden. ‘Achter onze glimlach’, vertelt ze nadat ze met z’n allen uitgelaten voor een groepsfoto hebben geposeerd, ‘zit de angst die in ons slaapt. Wat als zelfs de resten van deze plek straks zijn verdwenen?’

In The Rearview

Piotr Grawender / IDFA

Achter hen ligt het land waar ze hun hele leven hebben doorgebracht – en dat verscheurd wordt door oorlog. Voor hen ligt een onbestemde toekomst, vaak in een vreemd land. En naast hen zitten onbekenden, die ze desondanks direct herkennen. Lotgenoten. Jong en oud. Met een huisdier op schoot of een baby in de buik. Complete gezinnen. Of juist heel incompleet. Zonder opa en oma, een geliefd huisdier, manlief in het leger of de dierbare die omkwam in de strijd.

Maciek Hamela, de Poolse chauffeur van het busje en tevens de maker van deze observerende film, zet koers richting de Poolse grens. Over eindeloze wegen, langs militaire controleposten en toch maar niet door een mijnenveld. In The Rearview (84 min.) ziet hij Oekraïne, een onafhankelijke staat die wordt aangevallen door z’n buurland. Daar gaan de gesprekken in de auto natuurlijk ook over – al is niet iedereen in voor een praatje. Één meisje is zelfs helemaal gestopt met praten.

Deze Oekraïners worden geëvacueerd en hebben alles, waaronder een groot deel van zichzelf, moeten achterlaten. En de autoradio houdt hen op de hoogte van wat de Russen nu weer hebben aangericht in hun land. Hamela toont hen zoals hij ze via de achteruitkijkspiegel kan zien zitten: bepakt en bezakt of juist met alleen de kleren aan hun lijf. Kerngezond of ernstig gewond. Voor zich uitstarend of gebiologeerd turend naar het schermpje van hun telefoon.

De wereld – of wat daarvan over is – trekt aan hen voorbij: vernietigde steden, autokerkhoven, verwoeste wegen en kapotgeschoten tanks. Totdat ze dat vervloekte land, voorlopig tenminste, achter zich kunnen laten. Elk tafereel herbergt de sporen van bruut geweld, zonder dat het geweld zelf ooit het evacuatiebusje of deze documentaire bereikt. Ook grote emoties blijven doorgaans achterwege, het verdriet en de ontzetting houden zich schuil tussen de regels.

Juist door z’n eenvoud en soberheid – mensen zittend en pratend in een busje, slechts een enkele keer begeleid door subtiele muziek – maakt In The Rearview indruk. Dit is ook oorlog: vijftien miljoen mensen, ruim een derde van de bevolking, die hun huis hebben moeten verlaten, op weg naar een onzekere toekomst. Net als hun land.

The Promise: Architect BV Doshi

Magnet Film

‘Architectuur is storytelling, dialoog, een reis en de ontdekking van wie je werkelijk bent’, doceert de Indiase architect Balkrishna Doshi, die begin 2023 op 95-jarige leeftijd overleed, in deze film van Jan Schmidt-Garre. Verder is het leven toch echt datgene wat je overkomt terwijl je druk bezig was met andere plannen maken. De ontmoeting met de vermaarde Franse architect Le Corbusier bijvoorbeeld. Of de samenwerking met zijn Amerikaanse collega Louis Kahn. Inmiddels wordt Doshi zelf beschouwd als één van de groten in zijn vak. In 2018 ontving hij de prestigieuze Pritzker Architecture Prize voor zijn geheel eigen combinatie van brutalisme en Indiase architectuur.

In The Promise: Architect BV Doshi (52 min.) loopt de kwieke architect, trots en toch zonder eigendunk, zijn imposante loopbaan en belangrijkste projecten langs. Met zijn ontwerpen voor scholen, theaters, overheidsgebouwen en een groot sociale woningbouwproject – waarmee hij een zelf opgelegde belofte wilde inlossen aan landgenoten, die altijd zo arm zijn gebleven als hij werd geboren – heeft hij mede het aangezicht van zijn land bepaald. Schmidt-Garre brengt dat fraai in beeld, met lange, statige rijders van en naar, door en langs enkele van Doshi’s belangrijkste projecten, waarbij de man zelf inkijkjes geeft in zijn werkwijze en filosofie.

Onderweg ontmoet hij ook enkele mensen wiens leven hij heeft aangeraakt. In Ahmedabad spreekt hij bij de architectuuropleiding CEPT, de school die hij ooit zelf startte en waar hij ruim een halve eeuw doceerde, bijvoorbeeld twee voormalige protegés. Uit hun ogen en lach spreekt niets dan respect. En hij geeft hen ruimhartig de credits voor hoe ’t daar nu gaat. Goedkeurend beziet Doshi hoe zijn levenswerk wordt voortgezet. Óók in zijn eigen onderneming Vastu Shilpa, waar tegenwoordig zijn dochter Radhika en kleindochter Khushnu de familienaam hoog houden. Zodat hij, de eminente architect Balkrishna Doshi, ongetwijfeld met een gerust hart heeft kunnen afzwaaien.