Otto Baxter: Not A F***ing Horror Story

SkyShowtime

Een blauwe pijl wijst naar rechts. ‘Beautiful woman’ auditions, staat erbij. Binnen staat de Britse regisseur Otto Baxter te wachten op geschikte kandidaten voor zijn autobiografische horrorfilm. Ze moeten een scène spelen in een pub waarbij ze terugdeinzen voor een monsterbaby. ‘Wat bedoel je daarmee?’ vraagt Peter Beard, terwijl Otto een actrice begroet. Hij reageert direct: ‘Ze noemden me een monster. Blijf uit z’n buurt.’ Of meisjes dat in het echt ook doen? vraagt Beard. ‘Meestal wel.’ Otto kijkt er bedremmeld bij. Na enig doorvragen vertelt hij wat ze dan zeggen: ‘Ga weg, Downser!’

Als regisseur van The Puppet Asylum, een griezelversie van zijn eigen leven waaraan hij jaren heeft gewerkt, kan Otto Baxter zulke gevoelens nu een plek geven – al heeft hij zelf ook nog wel wat te leren over de omgang met het andere geslacht. Beard en zijn collega Bruce Fletcher begeleiden hem in dat proces en maken meteen een documentaire over hun vriend met het Syndroom van Down. De drie hebben elkaar ontmoet bij een eerdere productie, Otto: Love, Lust And Las Vegas (2009), waarin hij zijn eerste seksuele ervaring zou gaan beleven. ‘Fucking good!’, vindt Otto zelf.

Voor Otto Baxter: Not A F***ing Horror Story (84 min.) willen de documentairemakers, die zich inmiddels ook hebben opgeworpen als zijn officiële vertegenwoordigers, dat hij echt het achterste van zijn tong laat zien. Tussen de opnames voor de speelfilm door vragen ze Otto en zijn moeder Lucy het hemd van het lijf. Als alleenstaande vrouw heeft Lucy Baxter vier jongens met het Syndroom van Down geadopteerd. Ze is een echte moeder voor hen geworden. Want hoewel Otto zijn best doet om een relatie met haar te onderhouden, hij heeft nauwelijks contact met zijn biologische moeder Alex.

Via hun mediagenieke hoofdpersoon tonen Beard en Fletcher de achterkant van het leven met een verstandelijke beperking – al wordt hun docu nooit echt pijnlijk of ontluisterend. Niet in het minst doordat Otto zelf over meer dan genoeg humor en zelfspot beschikt om elke situatie direct te relativeren ‘Als ze je film hebben gezien en zien hoe goed je regisseert, wat hoop je dan dat ze denken?’ vraagt Peter Beard hem bijvoorbeeld tot slot. ‘Ik wil dat mensen zeggen: we kunnen hem inhuren als stripper.’ Waarna Otto en zijn vrienden elk eventueel ongemak smakelijk weglachen.

Met een gezonde dosis humor en zonder te zwaar op de hand te worden neemt deze documentaire Otto Baxter niettemin volstrekt serieus. Ook als filmmaker. En dus wordt Not A F***ing Horror Story natuurlijk afgesloten met de première van Otto Baxters debuutfilm. Hij heeft al een vervolg in zijn hoofd.

Denzel Washington – An American Model

Arte

Wat hebben Malcolm X en Rubin ‘Hurricane’ Carter en Steve Biko met elkaar gemeen? In ons collectieve geheugen zouden de controversiële burgerrechtenleider, de onterecht veroordeelde bokser en de Zuid-Afrikaanse anti-Apartheidsstrijder wel eens één en hetzelfde gezicht kunnen hebben: dat van Denzel Washington, de Amerikaanse acteur die de zwarte iconen omturnde tot onvergetelijke filmpersonages.

In het tv-portret Denzel Washington – An American Model (52 min.) loopt Sonia Dauger, aan de hand van oude interviews en klassieke scènes uit zijn omvangrijke filmografie, netjes de carrière van de Afro-Amerikaanse filmster door. Ze belicht die vanuit een duidelijke invalshoek: zijn positie als zwarte acteur in een witte industrie. Op het eerste gezicht heeft Washington ‘t aardig voor elkaar. Hij groeit eerst uit tot een ideaal rolmodel voor de zwarte gemeenschap en kan later zelfs de oversteek maken naar witte rollen. Herstel: naar rollen waarbij huidskleur er helemaal niet toe doet en die dus voorheen standaard naar een witte acteur gingen.

Ook in zulke rollen, vertelt de Nederlandse verteller van dienst Andrew Makkinga (die wel heel veel tekst krijgt van Dauger), wordt de acteur evenwel met beperkingen geconfronteerd. Want een zwarte man die, ook al is ‘t alleen op het witte doek, een relatie krijgt met een witte vrouw? Nee, dat blijft een brug te ver. Wat in het scenario voor een speelfilm nog wordt beschreven als een liefdesrelatie, kat Denzel Washington dus hoogstpersoonlijk, puur uit voorzorg, om tot een onschuldige vriendschap. En als hij daarnaar wordt gevraagd in interviews, speelt Washington, een rasacteur tenslotte, de vermoorde onschuld.

Hij weet als geen ander hoe nauw ‘t luistert voor zwarte mannen in Amerika. Voor je ‘t weet word je alsnog aangezien voor zo’n boos, seksbelust of gevaarlijk exemplaar, waarbij iedere weldenkende witte Amerikaan uit de buurt blijft. En Washington wil, net als Sidney Poitier in 1963, nog altijd eens een Oscar voor beste hoofdrol winnen. In 2002 is ‘t dan eindelijk zover: hij krijgt een Academy Award voor zijn vertolking van een zwarte schurk, die in de film Training Day voor de zekerheid nog wel gewelddadig aan zijn einde wordt gebracht. Want anders…

Het betekent meteen de ommekeer voor de karakteracteur, die de brave rollen waarmee hij altijd werd geassocieerd regelmatig begint in te ruilen voor gelaagdere personages. Zo verdiept en verbreedt Denzel Washington zijn eigen oeuvre en kan hij meteen als bruggenhoofd fungeren naar een nieuwe generatie Afro-Amerikaanse acteurs, die hem vanzelfsprekend op handen draagt.

Kerwin

NTR / NPO Start

Black is beautiful, staat er op zijn graf. Voor een bepaalde generatie Nederlanders is zijn naam een begrip geworden: Kerwin (100 min.). Op 21 augustus 1983 wordt hij, een vijftienjarige jongen met Antilliaanse wortels, het slachtoffer van een haatmoord. ‘Een zestienjarige zogenaamde skinhead was van mening dat een vieze nikker vies naar hem had aangekeken, stak Kerwin in koelen bloede neer en betreurt nu alleen dat hij voor zo’n neger in de bak zit’, constateert presentator Jaap van Meekren met ingehouden woede in het tv-programma Televizier Magazine. En de populaire Frank Boeijen Groep wijdt er het nummer Zwart Wit aan, dat zal uitgroeien tot een nederpopklassieker.

Hij wordt bekend als Kerwin Duinmeijer, met de achternaam van het pleeggezin waarbij hij al een tijdje kind aan huis is en in de laatste periode van zijn leven ook daadwerkelijk in huis woont. In werkelijkheid heet hij Kerwin Lucas (1968-1983). Veertig jaar na zijn geruchtmakende dood reconstrueert zijn jongere broer Purly Lucas met hun vader Erwin, vrienden, vriendinnen, boksmaatjes, taxichauffeurs, politiemensen en hulpverleners het leven van Kerwin. Dat begint op Curaçao. Als hun ouders besluiten te scheiden, neemt hun moeder de kinderen mee naar Nederland. In Amsterdam raken de broers bevriend met een jongen uit de straat, Eric Duinmeijer.

En Kerwins leven – pril, vrolijk en onstuimig, getuige fraaie privébeelden van de guitige tiener in het zwembad, rolschaatsend op straat en in de boksring – eindigt op de Dam. Hij wordt een symbool, als Kerwin Duinmeijer. Tot groot verdriet van zijn eigenlijke familie, blijkt in deze driedelige serie van Sacha Vermeulen. In de Nederlandse media wordt Kerwin consequent weggezet als een zwarte jongen uit een wit gezin en krijgen de Duinmeijers de positie van directe familie toebedeeld. Het drijft een wig tussen de twee getroffen families, die elk rouwen om hun eigen Kerwin. Uiteindelijk komt het, een half leven later, tot een ontmoeting tussen Purly Lucas en Nicoline Duinmeijer.

Aan Nico Bodemeijer, de zestienjarige jongen die met een messteek Kerwins leven heeft beëindigd, besteedt de serie verder nauwelijks aandacht. Hij wordt vooral geportretteerd als de losgeslagen representant van een onverdraagzaam klimaat, dat in de jaren tachtig vleugels krijgt door de opkomst van de extreemrechtse Centrumpartij/Centrumdemocraten. In een uitzending van het televisieprogramma Profiel uit 2008 ontkent de voormalige skinhead overigens dat hij Kerwin heeft neergestoken vanwege zijn huidskleur. Het lot van Bodemeijer, wiens vader tijdens de Tweede Wereldoorlog nota bene in de kampen heeft gezeten, zal later nog op een tragische manier verbonden raken met Kerwins vriend Eric Duinmeijer.

Intussen maakt deze gedegen docuserie van het symbool Kerwin Duinmeijer weer een jongen van vlees en bloed: Kerwin Lucas.

John Lennon: Murder Without A Trial

vanaf 6 december op Apple TV+

Een ‘journey into the mind of a killer’, belooft verteller Kiefer Sutherland bij aanvang van John Lennon: Murder Without A Trial (118 min.), een driedelige docuserie van Nick Holt over de geruchtmakende moord op de voormalige Beatle op 8 december 1980. De serie begint echter met een minutieuze reconstructie van John Lennons laatste uren en de dood die de wereld schokte, waarbij de persoonlijkheid van de verdachte, Mark David Chapman, nauwelijks aan de orde komt.

Holt heeft daarbij de beschikking over een indrukwekkende collectie ooggetuigen, die vaak voor het eerst in de openbaarheid treden: een radioproducer (die Lennon op z’n sterfdag interviewde, zijn eerste vraaggesprek in vijf jaar), Lennons producer Jack Douglas (die op de dag zelf zijn allerlaatste studio-opnamen begeleidde en zich nog altijd schuldig voelt dat hij hem alleen thuis heeft afgezet en niet is meegelopen tot aan de deur) en de portier van het Dakota Building waar Lennon woonde met zijn partner Yoko Ono (die buiten een vreemde handtekeningenjager ontwaarde en aansprak).

Verder komen in de eerste aflevering ook een taxichauffeur (die Chapman naar de plaats delict vervoerde), zijn collega (die ooggetuige was van de vijf schoten die werden afgevuurd op Lennon), de conciërge van het gebouw (die de gevierde muzikant in doodsnood opving en naderhand bedekt was met zijn bloed), de eerste politieagenten ter plaatse (die de moordenaar in de boeien sloegen), de verpleegkundigen en arts van de Eerste Hulp van het Roosevelt Hospital (die Lennon probeerden te reanimeren) en de New Yorkse rechercheur (die de verdachte als eerste moest gaan ondervragen).

In deel 2 komt dan de ‘killer’ in beeld, die bij zijn aanhouding een kopie van J.D. Salingers klassieke roman The Catcher In The Rye omhoog hield. ‘Weet je wel wat je hebt aangericht’ vraagt politieagent Tony Palma hem even later. Hij kan zich de respons nog woordelijk herinneren. ‘Ja, ik heb mezelf gedood, want ik ben John Lennon.’ Palma moet zich volgens eigen zeggen bedwingen om hem niet het raam uit te gooien. Later zegt Chapman, in geluidsopnamen van zijn verhoren, dat hij na de moord in Holden Caulfield, de getormenteerde hoofdpersoon van The Catcher In The Rye, zou veranderen.

Is deze man toerekeningsvatbaar? luidt dan de vraag voor de slotaflevering. Openbaar aanklager Kim Hogrefe is overtuigd van wel. Hij weigert nog altijd om diens naam uit te spreken, overtuigd dat het Chapman om de roem te doen was. ‘s Mans verdedigingsteam houdt echter staande dat hij krankzinnig is en niet in staat om berecht te worden. En dan zet deze docuserie eindelijk helemaal in op het nader onderzoeken van wie Mark David Chapman nu eigenlijk is, bijvoorbeeld met zijn ex-vriendin Jessica Blankenship. Zij kan getuigen over ’s mans innerlijke demonen en inzinkingen.

Trefzeker en relatief sober schetst deze miniserie zo een indringend beeld van de achtergronden bij de moord op John Lennon, een wereldwijd icoon dat ten prooi valt aan de wanen van een dolende geest. Lennons wake in het New Yorkse Central Park wordt overigens bijgewoond door een man, die de commotie met bijzondere interesse heeft gevolgd. John Hinckley Jr. heeft ook een exemplaar van The Catcher In The Rye, een ongezonde liefde voor actrice Jodie Foster én snode plannen met de nieuwe Amerikaanse president, die hij enkele maanden later ook ten uitvoer zal brengen.

American Symphony

Netflix

Op de dag dat bekend wordt dat hij voor zijn album We Are maar liefst elf Grammy-nominaties in de wacht heeft gesleept, start zij met een nieuwe Chemokuur. Na tien jaar in remissie is de kanker in het voorjaar van 2022 teruggekeerd in het leven van de Amerikaanse schrijfster Suleika Jaouad, die een populaire column (Life, Interrupted) heeft in The New York Times. Haar geliefde, muzikant Jon Batiste, is intussen populairder dan ooit. Hij werkt aan zijn eigen American Symphony (103 min.), die moet worden uitgevoerd in de befaamde Carnegie Hall te New York.

Die uitvoering is ook het logische eindstation van deze intieme film van Matthew Heineman, die het publieke en privéleven van Batiste, de multi-instrumentalist die alleen uit de muzikale smeltkroes New Orleans kan komen, steeds tegenover elkaar zet. Terwijl hij ergens op een podium de sterren van de hemel speelt, zijn kunstje doet als leider van de huisband van Stephen Colberts Late Show of voorbereidingen treft voor zijn ambitieuze muziekstuk, ondergaat Suleika een beenmergtransplantatie die haar leukemie tot staan moet brengen.

Heineman, die eerder in The Boy From Medellin (2021) de Colombiaanse reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin portretteerde, zit zijn hoofdpersoon zeer dicht op de huid en vangt zo de mens achter de showman én de momenten waarop die twee elkaar ontmoeten. In een geweldige scène draagt Jon Batiste tijdens een concert bijvoorbeeld eerst een nummer op aan Suleika en laat dan een lange, oorverdovende stilte vallen, alvorens met alles wat hij heeft toch op z’n piano aan te vallen. Alsof haar leven – en daarmee ook het zijne – van afhangt.

Vreugde en verdriet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in dit dubbelportret. Zoals ook Jon en Suleika in het echt met elkaar zijn verbonden – en zich in de echt, tijdens een delicate ceremonie, laten verbinden. Op weg naar de uitreiking van de Grammy Awards in Las Vegas belt zij nog wat advies door. ‘Blijf geconcentreerd’, zegt ze met een stralende glimlach en kaalgeschoren hoofd. ‘Mediteer, bid, focus.’ Vanuit huis ziet Suleika vervolgens hoe haar echtgenoot een ontzettend gelikte performance geeft en het Awards-spel vol verve meespeelt.

Thuis, op een sleetje in de sneeuw én in het ziekenhuis zijn ze één, in al hun twijfel, kwetsbaarheid en genegenheid. En Matthew Heineman heeft dit gloedvol vereeuwigd, verbonden met Batiste’s muzikale verrichtingen en zo een overrompelend eerbetoon gemaakt aan twee bijzondere mensen en hun liefde. ‘Je moet de wrede feiten van de realiteit onder ogen zien dat het misschien niet lukt’, zegt Batiste onderweg over zijn zelfgeschreven symfonie (maar hij zou ’t net zo goed over Suleika kunnen hebben). ‘Tegelijkertijd heb ik onwankelbaar vertrouwen.’

Utopie Van Sofie

Max

Ze gaan klieren of trekken zich juist terug, vertelt Sofie. En ze mogen dan hoogbegaafd zijn – over een IQ beschikken van minimaal 130 – dat betekent nog niet dat ze op school ook automatisch de beste scores of rapporten halen. Sterker: de kans dat deze leerlingen gaan onderpresteren is aanzienlijk. En als ze niet opletten, kunnen ze volgens haar zelfs klachten zoals depressie of anorexia ontwikkelen.

Alle reden om een speciale klas voor hoogbegaafden te starten, vindt Sofie van de Waart, waar kinderen die later professor, architect, dokter of ‘wetenschapper in de ruimte’ willen worden zich thuis, gewaardeerd en uitgedaagd voelen. In de observerende film Utopie Van Sofie (60 min.) volgt Paul Sin Nam Rigter de gedreven leerkracht en de kinderen van het project Explora in Breda.

Olivier is volgens zijn ouders bijvoorbeeld ‘te lief voor de wereld’, het Somalische meisje Ashwaaq heeft thuis geleerd om zich héél bescheiden op te stellen en Madelief oogt volgens haar moeder soms als een ‘nutty professor’. Tegelijk lijken de ouders van Anil in eerste instantie niet te vatten hoe slim hun zoon is. Ze hadden zelf ook al aan ‘MAVO of VWO’ gedacht, zeggen ze tijdens een oudergesprek.

Terwijl Rigter meekijkt hoe ‘t deze hoogbegaafde kinderen vergaat, ook thuis, komt de specialist in hoogbegaafdheid zelf ook steeds nadrukkelijker in beeld. Sofie blijkt ervaringsdeskundige en heeft bovendien een ‘hele ernstige vorm’ van ADHD – al weet ze dat volgens eigen zeggen pas sinds haar vijfendertigste. ‘Er werd over mij altijd gezegd: ze kan ‘t wel, maar ze wil ‘t niet.’

Zulke gevoelens spelen nog steeds op. Als het bijvoorbeeld niet lukt om met haar telefoon verbinding te maken met een hotspot, komt een collega helpen. ‘Jij hebt heel veel andere kwaliteiten’, zegt die luchtig als ze het probleem heeft verholpen. Sofie reageert direct: ‘Weet je wat neurodiversiteit is?’ Ze legt uit: je moet mensen met ADHD of autisme niet afschrijven, maar gebruiken op hun positieve punten.

Intussen wordt de juf zelf, die tijdens een zitinterview uitgebreid de gelegenheid krijgt om haar onderwijsvisie toe te lichten, steeds meer onderwerp van gesprek binnen de schoolorganisatie. Terwijl de kinderen hun wasknijper steeds hoger plaatsen op de ‘emotiemeter’ – en zo aangeven dat ze zich prettig voelen bij Explora – krijgt hun lerares in deze observerende film juist met kritiek te maken.

Trefzeker vangt Paul Sin Nam Rigter de toenemende spanning, die vooral van doen lijkt te hebben met de persoon Sofie van de Waart. Niet zozeer met haar missie. Al roept die z’n eigen vragen op: is zo’n aparte klas bijvoorbeeld geschikt voor elk hoogbegaafd kind en zitten er mogelijk ook nadelen aan het bij elkaar plaatsen van dit type kinderen? Daarop richt de documentaire zich verder niet.

Afgaande op deze film varen de kinderen van Explora in elk geval wel bij de Utopie Van Sofie.

(…)

Karina Beumer

‘Heb je nog een identiteit als je geen geheugen meer hebt?’ vraagt de Brabantse kunstenaar Ron Beumer zich hardop af. ‘Een identiteit heb je als je jezelf kunt onderscheiden van je omgeving’, luidt het antwoord in (…) (24 min.). ‘Als je geen geheugen hebt en je bent alleen maar hier en nu, heb je eigenlijk volgens mij geen ik-besef. Dus dan is er ook niks waar je herinneringen aan kunt ophangen.’

Rons vrouw Inge constateert dat zij samen geen herinneringen meer kunnen maken. Haar man heeft Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH), verdwaalt en vergeet van alles en legt zijn leven daarom vast in dagboeken. En op basis daarvan heeft zijn dochter, kunstenaar Karina Beumer, nu weer deze korte docu gemaakt. Ook omdat hij, met zijn haperende kortetermijngeheugen haar anders misschien vergeet. Die film is geen lineaire of logische vertelling geworden, maar een associatieve en kolderieke tocht door Rons brein en de wereld die daaruit voortkomt, waarbij ook Karina’s decors, papier-maché poppen en gevoel voor humor nog goed van pas komen.

Een verspreking of verschrijving – ontvoering in plaats van ontroering – in een betoog over bomen, die wel eens als metafoor voor onze wijdvertakte hersenen zouden kunnen dienen, is bijvoorbeeld de aanleiding voor een doldwaze kidnapscène door lieden met een Ron-masker op. Je zou immers kunnen betogen dat een deel van Karina’s vader is ontvoerd. Toch? En een andere scène met allerlei open- en dichtslaande deuren staat ongetwijfeld voor de verwarring in Rons hoofd – hij kan de juiste ruimte maar niet vinden – maar zou ook in een gemiddelde klucht van John Lanting bepaald niet hebben misstaan.

Zo slalomt Karina Beumer in dit surrealistische videodagboek over hersenletsel tussen tragedie en komedie door, in de hoop zo tot het hoofd van haar vader door te dringen. Dat lukt haar uiteindelijk zelfs letterlijk. Tenminste, in de kolossale versie die ze daarvan heeft gemaakt met papier-maché. En ook Ron kruipt in zijn eigen hoofd, waar hij in het lange, verstilde eindshot toch wat verweesd oogt. Zoals hij dat tegenwoordig ook een beetje in zijn echte hoofd is.

Barbara Stok – Hoe Goed Te Leven

c: Barbara Stok

Later heeft ze er een nacht wakker van gelegen, vertelt ze aan documentairemaker Frank Wiering. Nadat Barbara Stok de Stripschapprijs 2023 in ontvangst heeft genomen, doet ze – in lijn met de Griekse filosofe Hipparchia, de heldin van haar bekroonde graphic novel De Filosoof, De Hond En De Bruiloft – iets ongepasts: ze gaat als een hond op het podium liggen. Naderhand, als pas echt is doorgedrongen dat ze die prijs heeft gewonnen, voelt ze zich daar toch wat ongemakkelijk bij. Die twijfel past ook wel bij Stok, haar/het leven is niet altijd eenvoudig. 

In de alleraardigste tv-film Barbara Stok – Hoe Goed Te Leven (47 min.) portretteert Wiering de Groningse stripmaakster, die gaandeweg pas heeft ontdekt hoeveel ze eigenlijk van zichzelf in het boek over Hipparchia van Maroneia heeft gestopt. Zij zou best willen zijn zoals de Griekse filosofe, die geldt als vertegenwoordiger van de filosofische stroming De Cynici. Zij zwoer samen met haar grote liefde Crates elke vorm van luxe af en wilde gewoon een eenvoudig en zinvol leven leiden. Als een hond, juist. ‘Wie genoeg heeft aan het minimum is werkelijk vrij.’

Barbara Stok staat iets soortgelijks voor: ze deed haar auto de deur uit, werd vegetarisch en sloot zich ook aan bij Extinction Rebellion. Toch blijft het zoeken: tussen wat je wilt en hoe je vindt dat het moet. Stok is ervan overtuigd dat we allemaal onderdeel zijn van een systeem dat niet deugt, vertelt ze aan Wiering. Zelf lijkt ze een typisch kind van het linkse bolwerk Groningen, dat ook een geduchte reputatie heeft als rockstad. In de plaatselijke concertzaal Vera zag ze talloze concerten die ook haar eigen groep inspireerden: het garagebandje De Straaljagers

Ontspannen vragen stellend wandelt Frank Wiering zo door Stoks leven, dat hij natuurlijk illustreert met haar tekeningen en begeleidt met een smakelijke soundtrack, die klinkt als de omgevallen platenkast van de betere muziekliefhebber (van Barbara Stok zelf?): The Dead South, The Beatles, Madness, The Rolling Stones, The Who, Bikini Kill, Ramones en The Verve. Zo toont dit sympathieke portret wie de tekenares is en wie ze wil zijn. Om Stoks lijfspreuk – als ze die al heeft, nuanceert ze meteen – te citeren: niets is genoeg voor wie wat genoeg is weinig. (Epicurus).

En Barbara Stok lijkt nog lang niet klaar met filosofie. Naar verluidt zit er een kinderboek over Socrates in de pen.

South To Black Power

HBO Max

Het is een prikkelend idee: als zwarte Amerikanen nu eens collectief terug verhuizen naar de zuidelijke Staten waar ze tijdens De Eerste Grote Migratie (1915-1940), met zes miljoen sterk, zijn vertrokken om werk te gaan zoeken in grote steden zoals New York en Chicago. Volgens schrijver en New York Times-columnist Charles Blow, die het idee uitwerkte in zijn boek The Devil You Know: A Black Power Manifesto, is zo’n Tweede Grote Migratie een uitgelezen mogelijkheid voor Afro-Amerikanen om, op het niveau van de individuele staten, macht te verwerven. Zeker nu Black Lives Matter over z’n hoogtepunt heen lijkt, moet de zwarte gemeenschap volgens Blow manieren bedenken hoe ze meer invloed kan krijgen.

Aardig gedachtenexperiment om South To Black Power (85 min.) in gang te zetten, zo lijkt ‘t, maar natuurlijk geen serieus plan. Dat laat zich echter nog bezien. Er zijn wel degelijk min of meer geslaagde voorbeelden. In de jaren zestig verhuisden hippies bijvoorbeeld collectief naar de staat Vermont en zorgden daar voor een aanmerkelijk liberaler klimaat, dat als voedingsbodem heeft gefungeerd voor de bekende linkse senator Bernie Sanders. In Jackson, Mississippi, werd ondertussen de zogenaamde Republic Of New Africa opgericht. Die bleek weliswaar geen lang leven beschoren, maar de huidige burgemeester, Chokwe Antar Lumumba, is wel een afstammeling van een zwarte activist die destijds voor de Republiek overkwam vanuit Detroit. Dat is Black Power in de praktijk.

Net als veel Afro-Amerikanen is Blow zelf ooit van het zuiden naar het noorden gemigreerd. Hij groeide met vier broers op bij een alleenstaande moeder in Louisiana en wilde zich als veelbelovende jongeling losmaken van zijn gesegregeerde omgeving. In New York vond hij zijn plek en missie. Inmiddels is de schrijver, vertelt hij in deze documentaire van Sam Pollard en Llewellyn M. Smith, weer terug verhuisd naar het zuiden, Georgia. Omdat, behalve woorden, ook daden ertoe doen. Blow gaat daar dan wel weer over in gesprek met zwarte Amerikanen die altijd in een zuidelijke staat zijn blijven wonen, net als hij naar het noorden zijn vertrokken, daar nooit meer weg willen en/of juist overwegen om te migreren naar een plek waar op termijn een Afro-Amerikaanse meerderheid kan ontstaan.

Het idee van een Tweede Grote Migratie blijft dus vooral aanleiding voor een, tamelijk braaf, gesprek tussen gelijkgestemden en wordt verder niet uitgetest. In staten zoals Georgia en North Carolina is tijdens de parlementsverkiezingen van 2022 al wel te zien wat de gevolgen van zo’n zwarte meerderheid zouden kunnen zijn. Tegenover een versterkt zwart zelfbewustzijn komen al snel pogingen te staan om het stemmen te ontmoedigen of om, via gerrymandering, kiesdistricten zo in te richten dat de zwarte bevolking alsnog in een district met een witte meerderheid terecht komt of dat alle Afro-Amerikanen juist bij elkaar worden geplaatst (zodat ze alleen daar, op dit kleine stukje Amerika, invloed kunnen uitoefenen).

Dat zijn best interessante en relevante constateringen. En ook het antwoord daarop, vanuit zwarte activisten, levert denkvoer op. Het resulteert alleen niet in een heel sprankelende film. Na een prikkelend begin wordt South To Black Power een soort kruising tussen een politiek pamflet en een praatfilm, die vooral in de eigen parochie heel goed zal worden ontvangen.

Bad Surgeon: Love Under The Knife

Netflix

‘Was hij een superheld, een superchirurg en de liefde van mijn leven?’ besluit een onbekende vrouwenstem de eerste twee minuten van deze driedelige docuserie, waarin alles wat nog volgt alvast wordt aangekeild. ‘Of was hij een gevaarlijke oplichter en een moordenaar?’ Het beeld, een close-up van een mysterieus kijkende man met een spannend muziekje erbij, laat er geen misverstand over bestaan wat het antwoord op die vraag is. En anders maakt de titel van deze serie van Ben Steele wel een einde aan alle twijfel: Bad Surgeon: Love Under The Knife (159 min.).

Dan is het alleen nog even wachten op de dame in kwestie. Die maakt nog geen minuut later, tot in de puntjes gestyled, haar opwachting voor het centrale interview van deze gelikte productie: de Amerikaanse televisiejournaliste Benita Alexander. Zij bezingt eerst uitgebreid de zegeningen van journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en distantie en beschrijft vrijwel direct daarna haar eerste professionele ontmoeting met Paolo Macchiarini, de kwaaie chirurg, in woorden die zo uit een Bouquetreeks-romannetje kunnen komen: ‘Ik keek op en hij kwam binnen. Hij keek me recht aan. We bleven elkaar aankijken. Hij glimlachte naar me en meteen voelde ik me net een dwaas schoolmeisje.’

Wat niet eens zover bezijden de waarheid zou kunnen liggen, maar dat terzijde. Er sprong, kortom, een fikse vonk over tussen de twee. En de rest laat zich voorspellen: good woman loves bad surgeon. Die gepassioneerde relatie, geïllustreerd met allerlei verliefde videoberichtjes van hem naar haar en scènes waarin de journaliste naspeelt hoe ze die berichtjes ontvangt, gaat natuurlijk gepaard met romantische etentjes, droomreizen en grote gebaren, liefst met ringen en rozenblaadjes. Tegelijkertijd is er, natuurlijk, iets vreemds aan Paolo. Waarom heeft hij bijvoorbeeld zoveel telefoons? En is hij werkelijk de arts van de Clintons, de Japanse keizer Akihito en de paus?

Haar liefdesaffaire weerhoudt Alexander er niet van om ook nog gewoon te werken aan een tv-special over Macchiarini, A Leap Of Faith (waarover de Amerikaanse omroep NBC zich naderhand enigszins ongemakkelijk achter de oren krabt). Dat verhaal wordt hier gematcht aan de indringende persoonlijke getuigenissen van patiënten, familieleden en nabestaanden die rechtstreeks te maken hadden met de chirurg. Hij staat te boek als een pionier in de regeneratieve geneeskunde en draait zijn hand bijvoorbeeld niet om voor een risicovolle operatie met een plastic luchtpijp, soms met de dood tot gevolg. En dat begint collega-artsen, wetenschappers en onderzoeksjournalisten toch wel op te vallen…

Die kant van de Italiaanse wonderdokter is ronduit ontluisterend en verdient natuurlijk alle aandacht, maar moet zo nodig in het vaste stramien van Netflix-producties over karikaturale foute mannen, zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master, worden gepropt. Hoewel vakbroeders en slachtoffers uiteindelijk Macchiarini’s ondergang inleiden, krijgt ook die ene – nou ja, ene – geliefde de sleutelrol toebedeeld die al de hele miniserie op haar ligt te wachten: als de good woman die de bad surgeon en plein public ontmaskert. Zo wordt (vermeend) ernstig medisch wangedrag in wezen ondergeschikt gemaakt aan ‘s mans strapatsen als gevaarlijk aantrekkelijke loverboy.

En zulke charlatans laten nu eenmaal – it’s beyond their control – een spoor van slachtoffers achter.

Gerlach

Docmakers / Cinema Delicatessen

Voor de boerderij staat een goudgele ‘G’, met daaronder een rood bordje met ‘Gerlach’s‘ erop. Het is een directe verwijzing naar het nabijgelegen McDonald’s-restaurant, dat hem regelmatig van zijn nachtrust berooft. Hier is Gerlach’s Aardappel Paradijs gevestigd. Hij noemt zichzelf de laatste akkerbouwer. Om hem heen, onder de rook van Schiphol, is verder nauwelijks nog een boer te vinden.

De verstedelijking rukt steeds verder op. Vliegtuigen vliegen af en aan. Er zit een bedrijventerrein in de planning. En de sneltram naar Amsterdam komt er naar verluidt ook aan. Over enkele jaren zal die er wel liggen, denkt Gerlach (75 min.), dwars over zijn eigen land. ‘s Mans boerderij, al sinds jaar en dag in de familie, dreigt zelfs onteigend te worden door de gemeente Amstelveen.

Gerlach van Beinum nam het akkerbouwbedrijf, waar bijvoorbeeld ook tarwe, graan en bieten worden verbouwd en waar hij nog altijd aardappelen en groenten aan de deur verkoopt, op zijn veertiende over van zijn zieke vader, die enkele jaren later overleed. Sindsdien runt Gerlach, die al een half leven kampt met reuma, de boerderij in zijn eentje, zo nu en dan ondersteund door familie of vrienden.

Als zijn beste vriend Rinus, die inmiddels is gestopt met zijn spruitenbedrijf, in deze hartveroverende film van Aliona van der Horst en Luuk Bouwman op bezoek komt bij Gerlach en ze samen op de akker werken, aardbeien besproeien of binnen een kommetje soep naar binnen lepelen en met heel weinig woorden toch heel veel zeggen, lijkt de zelfverklaarde laatste akkerbouwer volledig in z’n element.

Dit is zijn wereld. Waar op de één of andere manier veel minder lijkt te hoeven, toch elke dag hard wordt gewerkt en er simpelweg meer minuten in elk uur lijken te zitten. Met geduld, compassie en oog voor de schoonheid daarvan vereeuwigen Van der Horst en Bouwman in deze film, die op het IDFA werd uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire, dit leven en land – en de man die dat nuchter en toch liefdevol bestiert. Als een rentmeester uit vervlogen tijden.

Tegelijkertijd maken ze ook de eindigheid van Gerlachs paradijsje invoelbaar: de oprukkende bebouwing, het onophoudelijke lawaai van een 21e eeuws bestaan en de hoosbuien die in het huidige klimaat geen uitzondering meer zijn. Gerlach van Beinum probeert gewoon door te leven zoals hij dat altijd heeft gedaan en houdt zo, voor zolang als het duurt, de ‘vooruitgang’ nog even tegen.

Gaandeweg wordt de gedachte echter onvermijdelijk: die gele ‘G’ gaat wijken voor de onvermijdelijke ‘M’, de menselijke maat voor het gezichtsloze kapitalisme. Intussen groeit deze film uit tot een troostrijke ode aan de eenvoud – en de mannen en vriendschap die daarmee soms gepaard gaan.

Love Has Won: The Cult Of Mother God

HBO

Ze is Jeanne d’Arc, Cleopatra en Marilyn Monroe ineen. In haar Galactic A-team zitten bovendien ambassadeurs zoals John Lennon, Carrie Fisher én Robin Williams. En, oh ja, Elvis is haar zoon. De mensheid zal het te zijner tijd wel inzien, meent aartsengel Hope. Zij blijft gewoon een trouwe volgeling van Mother God – ook al is die volgens de rest van de wereld toch echt al even dood. Op 28 april 2021 werd het gemummificeerde lichaam van Amy Carlson, de gewone mensennaam van Moeder God, aangetroffen in een met kerstlampjes verlichte kamer.

Dat is tevens het startpunt van Love Has Won: The Cult Of Mother God (159 min.), een driedelige serie van Hannah Olson over de geestelijk leider van de Amerikaanse sekte Love Has Won. Naast Mother God was er natuurlijk ook een Father God, een opeenvolging van Vader Gods zelfs. En de laatste, een vader met een aanzienlijk strafblad, zou Amy Carlson naar de afgrond hebben geleid. Deze Jason Castillo was zogezegd Moeders Tweelingvlam (en nee, Mom behoorde niet tot het Twin Flames Universe van die andere sekte, uit een recente Amerikaanse docuserie).

In werkelijkheid bleek Castillo, een voormalige klusjesman die de liefde naar verluidt had verkozen boven een verslaving aan meth, de zoveelste slechte man in het leven van de moedergodheid. ‘Ze had vele slechte vriendjes, slechte ervaringen met mannelijkheid’, kan een volgeling, Commander Buddha genaamd, zich nog goed voor de geest halen. ‘Dat was bedoeld om te transformeren, om het te dragen voor de mensheid.’ Want die kon het natuurlijk beslist niet bolwerken zonder de bovenmenselijke inspanningen van Moeder God en haar gevolg.

Als de goddelijke leidsvrouw weer eens te veel had gedronken, kwam er volgens haar volgelingen soms een geest door haar heen. ‘Alles wordt voor me verziekt door jullie kloothommels’, schreeuwt Mom bijvoorbeeld op bewaard gebleven filmopnamen (want alles van deze verheven schepselen, die de gewone 3D-wereld allang waren ontstegen, moest natuurlijk bewaard blijven), tijdens wat er voor buitenstaanders toch gewoon als een kwaaie dronk uitziet. ‘Ze draagt alle pijn voor de mensheid’, legt aartsengel Hope daarbij uit voor de camera. ‘En ze is het nu aan het verwerken.’

Ook voor Moeders duchtig opspelende eetstoornis hadden de volgelingen een verklaring die voor buitenstaanders nauwelijks is te bevatten. Om door een ruimteschip van The Galactics opgehaald te kunnen worden, moest ze een streefgewicht bereiken van 46,7 kilo. Uitroepteken. Alles bij Love Has Won was vervat in een geheel eigen jargon. Over healing, natuurlijk. Trippen. Achthonderd niveaus van pijn. Pele, de godin van vuur en vulkaan. Telepathisch advies. Het collectieve bewustzijn veranderen. Energetisch overweldigd. Colloïdaal zilverwater. En een 5D-wereld. De hunne dus.

In plaats van een aanklacht tegen een sekteleider die steeds verder over de grenzen van anderen heen gaat, is deze miniserie eerder het verhaal van een vrouw die steeds verder haar eigen grenzen overschrijdt – en door niemand wordt gestopt, omdat de anderen, die al even verward en hoogmoedig lijken, haar een goddelijke status toedichten. Alleen Moms moeder Linda en zus Tara proberen nog een soort interventie op te zetten via het televisieprogramma van Dr. Phil, die natuurlijk ook graag een graantje meepikt van deze bizarre situatie en verder weinig wezenlijks heeft te bieden.

Het is Amerika in een notendop: collectieve waanzin en ongebreidelde aandacht daarvoor – ook weer in deze smeuïge miniserie. Die tegelijkertijd amuseert en frustreert. Want was er nu echt niemand bij zijn volle verstand en/of in staat om de zaak bij te sturen?

Alreadymade

Tomtit Film

Het begint met een urinoir. In 1917 is dat object, een pispot dus, om in te plassen, anoniem ingestuurd voor een expositie in New York. Een gebruiksvoorwerp, gepresenteerd als conceptuele kunst. Readymeade, juist. Niet geaccepteerd door ‘The Society Of Independent Artists’, overigens. Tenminste, volgens de officiële lezing. Het object zelf is verdwenen. En het verhaal eromheen niet meer te controleren. Het object dat in de openingsscène van Barbara Vissers lekker onnavolgbare documentaire Alreadymade (86 min.) wordt gepresenteerd is een replica van achttien jaar later. Het is gesigneerd door ene R. Mutt en geldt inmiddels als één van de belangrijkste kunstwerken van de twintigste eeuw.

Het kunstwerk, vereeuwigd op een foto van Alfred Stieglitz (waarvan het negatief toevallig ook is verdwenen), wordt doorgaans toegeschreven aan Marcel Duchamp, één van de vaders van het Dadaïsme. Een man die volgens sommige kenners zijn tijd ver vooruit was. Hij liet het schilderen al snel achter zich. Kunst moest volgens hem méér zijn dan een lust voor het oog. Een stimulans voor het brein. Maar was ‘Fountain’ eigenlijk wel de schepping van Duchamp? Kwam het werk niet eigenlijk uit het brein van barones Elsa von Freytag-Loringhoven, een vrouw die altijd was weggezet als excentriek en gek? En was zij dan de moeder van de moderne kunst, waarvan iedereen altijd voetstoots had aangenomen dat die was geconcipieerd door een man?

Het is een discussie waarvan diezelfde kenners, die door Visser binnen een onwezenlijke virtual reality-omgeving zijn geplaatst, maar geen genoeg krijgen. Met zichtbaar plezier baant de documentairemaker zich samen met haar editor Tim Roza intussen een weg door het doolhof dat door (één van) de betrokken kunstenaars is opgetrokken en dat zij nu als een readymeade aan een niets- (of juist alles-)vermoedend 21e eeuws publiek offreert: verdwalen of verdwalen, wat gaat het worden? Want deze joyeuze, oorspronkelijke en filosofische film, over het wezen van kunst en auteurschap, is als een kamer met drie deuren. Zodra je de juiste hebt gevonden, stap je opnieuw een kamer met drie deuren binnen.

Is het niet door de inhoud, dan wel door de vorm van deze film – al ís vorm natuurlijk inhoud, zeker bij deze film. Visser probeert haar tot de verbeelding sprekende barones, de verpersoonlijking van de veronachtzaamde rol van vrouwen binnen de kunst, met onlangs opgeduikelde bewegende beelden, audio-opnamen, een androgyne actrice en allerhande visual effects een nieuw digitaal leven te geven. De vrouw die de mens zelf (ook) als kunstwerk zag. En dan is het uiteindelijk alleen nog de vraag of Fountain haar grote feministische, anti-oorlogsstatement was? Een ‘readymade staaltje misogynie, inclusief nep-handtekening’, van Duchamp? Of toch het geesteskind van onze eigen verbeelding? Al doet het antwoord er in wezen niet toe.

Het gaat weer eens niet om de eindbestemming, maar om de reis ernaartoe.

Whatever Forever: Douwe Bob

BNNVARA

Tien jaar geleden lagen dat ruige imago, al die verwekte kinderen en de alcoholverslaving waarvoor hij onlangs in behandeling ging nog in de toekomst verscholen. De documentaire Whatever Forever: Douwe Bob (38 min.) van Linda Hakeboom en Rolf Hartogensis uit 2013 bevat echter wel degelijk een soort aankondiging van wat er nog zou komen voor de getalenteerde Nederlandse zanger/gitarist. Ik schreef er destijds zelf over op een persoonlijk blog.

‘Als twee ondeugende kleuters zitten ze naast elkaar in de woonkamer’, constateerde ik toen geërgerd over Douwe Bob en zijn vader Simon Posthuma. ‘Stoere verhalen. Over hoe vader sigarettenfilters opat en peuken uitdrukte op zijn hand. Het litteken is nog te zien. Over de eerste snuif van zoonlief. Samen met papa. Toch? En over Korsakov, want dat krijg je niet van drinken, aldus Posthuma senior. Tenminste, niet alléén van drinken.’

‘Singer-songwriter Douwe Bob – de aller-allerbeste van Nederland – en zijn vader Simon, voormalig kunstenaar, muzikant én drankorgel’, schreef ik verder. ‘De intrigerende documentaire Whatever Forever schetst een ontluisterend beeld van de man die als designer ooit met The Beatles werkte en zijn getalenteerde zoon. Ook Douwe Bobs moeder komt aan het woord. Ze is opmerkelijk mild over haar ex-man, die zichzelf altijd voorop stelde. Ten koste van alles en iedereen’, stelde ik destijds ferm, om mijn punt te maken.

‘En Douwe Bob, volgens zijn moeder een leuk maar lastig kind, is inmiddels bij zijn drankzuchtige vader ingetrokken en probeert vooral diens leuke, spannende kant te zien. Dat past ook bij hoe Douwe zichzelf ziet als kunstenaar. Je vader die stomdronken in zijn broek plast is vooral een hilarische anekdote. Geen deerniswekkend beeld van een man die zijn wilde rondedans met het leven duur moet bekopen. Niet doorvertellen, Douwe, gebaarde papa nog. Of beter: doe maar wel. Het draagt bij aan onze mythevorming.’

‘Vanwaar onze fascinatie met de creatieve dronkaards en dopeheads?’ vroeg ik me tien jaar geleden ook nog af. ‘Waarom vergapen we ons zo graag aan verloren helden zoals Shane MacGowan, Courtney Love en Pete Doherty, die en plein public hun talent en leven verkwanselen? Zij weerspiegelen blijkbaar iets in ons dat we van een afstandje willen aanschouwen, maar zelf liever niet aanboren. Is het dat onontgonnen terrein in onze geest waarnaar alle kunstenaars op zoek zijn, een soort El Dorado, waarvan ook Douwe Bob en zijn vader lijken te dromen?’

‘Wij doen wat niemand durft,’ concluderen zij eensgezind aan het eind van de documentaire. ‘Kunstenaars en criminelen. Wij flirten met de onderwereld. En de onderwereld flirt altijd met de kunst.’ Ze zijn buitenmaatschappelijk, volgens Posthuma Senior, duidelijk nog steeds een kind van de sixties. Koorddansers. Romantici. Ze fucken ongegeneerd met ons. En – niet te vergeten – met zichzelf.’

Door al die dronkenmanspraat heb ik me, als echte moralist, toch wat in de luren laten leggen, denk ik nu. Want Douwe Bob zei wel degelijk ook heel andere dingen in dat muzikale portret uit 2013. ‘Ik wil gewoon niet zoals mijn vader eindigen’, bijvoorbeeld. En dat hij, net als zijn pa, geneigd was om over zijn eigen grenzen en die van anderen heen te gaan. ‘Ik wil dat helemaal niet, maar ik ben wel zo.’

Whatever Forever: Douwe Bob is hier te zien.

Songs Of Earth

Bantam Film

Sinds ze toen hij een peuter was zijn rechtgezet, hebben de voeten van Jørgen Mykløen nooit meer stilgestaan. Dik in de tachtig is hij nu. Talloze stappen hebben ze achtergelaten in de West-Noorse vallei Oldedalen in Vestland. En dat geldt voor zijn volledige familie: Jørgens opa heeft er, naar verluidt nog vóór 1900, een spar geplant. De zogenaamde ‘Weide Spar ‘ torent inmiddels boven alle andere bomen in het glooiende landschap uit en neemt ook een bijzondere plek in binnen de familiegeschiedenis. Zijn oom deed Jørgens tante bijvoorbeeld een huwelijksaanzoek onder die spar. 

En Jørgens dochter Margreth Olin heeft de geliefde boom nu voor de rest van de wereld vereeuwigd in de documentaire Songs Of Earth (originele titel: Fedrelandet, 91 min.), een aubade aan haar ouders en de ontzagwekkende wereld die hen, en haarzelf, heeft voortgebracht. Zij woont al dertig jaar niet meer op het Nordfjord, maar kan en wil zich niet losmaken van wat ze nog altijd als thuis beschouwt en grijpt haar kans, de allerlaatste waarschijnlijk, om zich een jaar lang onder te dompelen in de imposante omgeving waarin haar familie thuishoort en de mens zich wel nietig moet voelen.

Terwijl Jørgen door de bergen trekt, gletsjers aanschouwt of aanbelandt bij blauwgroene meren, klinkt steeds het getik van zijn wandelstokken, als de hartslag van een leven dat stilaan zijn einde nadert. Hij vertelt intussen over hun voorouders en hoe zij waren overgeleverd aan de elementen, indringende verhalen die zo nu en dan worden verlevendigd met oude foto’s en zwart-wit beelden. Zijn tocht, die hem ook langs allerlei verschillende dieren voert, wordt begeleid door een immersieve soundtrack van het London Contemporary Orchestra.

Naarmate de jaargetijden voorbijglijden, te midden van al dat natuurschoon, kruipt het leven stiekem naar zijn einde. Margreths moeder Magnhild denkt dat ‘t het beste is als zij eerst gaat. ‘Het idee alleen al Jørgen te verliezen is ondraaglijk.’ Hij denkt er niet al te veel aan. ‘Het leven loopt uiteindelijk af voor ons allebei. Het is niet aan ons wie als eerste gaat.’ Jørgen Mykløens bestaan, dat zich volledig heeft afgespeeld in het adembenemende decor van het Nordfjord, is het particuliere dan allang ontstegen. Met zijn leven drukt hij tot het eind zijn eerste liefde uit: de natuur.

The Border Crossed Us

Amstel Film

Als we drugs aantreffen kunnen we de waar innemen en vernietigen, legt de bedachtzame hoofdcommissaris Ramon Gonzalez van de grenspolitie van het Texaanse grensstadje La Joya uit. Bij mensensmokkel is dat veel gecompliceerder. ‘Deze mensen worden steeds teruggestuurd en elke keer opnieuw betalen ze weer voor de overtocht.’ Totdat ‘t lukt. Dan verdwijnen ze zogezegd pas van de markt. Het is een weinig hoopgevende constatering en ook bepaald geen stimulerende gedachte voor politiemensen, die permanent met illegalen en smokkelaars worden geconfronteerd.

Dagelijks proberen zo’n achtduizend illegale migranten de Rio Grande-rivier, de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, over te steken. Die rivier behoorde vroeger tot Mexicaans grondgebied, maar fungeert tegenwoordig als toegangspoort naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ofwel: The Border Crossed Us (72 min.), de nieuwe film van de Nederlands-Puerto Ricaanse documentairemaakster Loretta van der Horst. Zij debuteerde in 2019 met Behind The Blood, een grimmige film over de Hondurese stad San Pedro Sula die gevangen zit in een bloedige drugsoorlog.

Deze documentaire, een portret van enkele agenten van La Joya, is minder heftig en meer bespiegelend van toon. Van der Horst volgt haar hoofdpersonen tijdens patrouilles, verhoren van een verdachte of een inval. Tussendoor laat ze hen uitgebreid aan het woord over een gevecht dat misschien niet is te winnen – maar ook niet níet mag worden gevoerd – en over de impact die dat op henzelf heeft. De één strijkt nog wel eens over zijn hart, een ander houdt zich strikt aan de regels. ‘Als ik mijn werk moet doen’, zegt Manuel Casas bijvoorbeeld ferm, ‘doe ik mijn werk.’

Dat wordt tastbaar tijdens een verhoor dat hij heeft met de, geanonimiseerde, vrouw van een mensensmokkelaar. Zij is druk bezig om een verblijfsvergunning te krijgen, maar kan al haar rechten weer kwijtraken en uitgezet worden als blijkt dat ze betrokken was bij de activiteiten van haar echtgenoot. Casas draait haar kalm de duimschroeven aan, zeker als hij zich toegang verschaft tot haar mobiele telefoon en eens langs al haar berichten, filmpjes en foto’s kan scrollen. ‘Ik weet dat het verkeerd is’, zegt zij uiteindelijk verontschuldigend. Hij reageert koel: ‘Het is méér dan verkeerd.’

Veel smokkelaars komen er, tot grote frustratie van de agenten die hen hebben ingerekend, met een voorwaardelijke straf vanaf. Binnen de kortste keren hervatten ze doorgaans hun activiteiten – en anders zorgt het kartel wel voor vervangers. Zo zitten ze in deze stemmige film, die ’t meer van introspectie en sfeer dan van spanning en sensatie moet hebben, aan beide zijden van de wet en van de grens vast in een somber stemmende situatie, waarin nauwelijks beweging is te krijgen en de rollen, afhankelijk van waar je geboren bent, bovendien tamelijk willekeurig lijken te zijn verdeeld.

Cody Gakpo – Psalm 20:4

Viaplay

Wie heeft welk belang? Wat is de motivatie van PSV om deze driedelige docuserie via Viaplay met de wereld te delen? En waarom wil Cody Gakpo dat die productie er komt? In eerste instantie moet het idee zijn geweest dat de aanvaller in de zomer van 2022 zijn laatste wedstrijden voor de Eindhovense voetbalclub zou spelen – in het ideale scenario bekroond met een kampioenschap – en dat hij daarna een transfer zou maken naar Engeland, vermoedelijk naar het Manchester United van landgenoot Erik ten Hag. Dan was Cody Gakpo – Psalm 20:4 (110 min.) simpelweg een mooie afsluiting van ruim vijftien jaar bij de club van zijn jeugd, stad en dromen geweest.

Hoewel hij zich destijds in het openbaar op de vlakte hield, stuurde Gakpo zelf nadrukkelijk aan op een transfer in de zomer en ging hij er ook vanuit dat die rond zou komen, zo blijkt in deze miniserie van Lennart Timmerman. Hij verhuurde zijn appartement bijvoorbeeld al door, naar de nieuwe assistent-trainer Fred Rutten. Alleen die overgang liet maar op zich wachten. Intussen verkeerde de ranke aanvaller bepaald niet in topvorm. Op de valreep, op de allerlaatste dag voor de sluiting van de transfermarkt, kon hij echter alsnog uit drie clubs kiezen. En daaruit maakte Cody Gakpo, vertelt hij op de avond zelf, op geheel eigen wijze een keuze, waarbij het advies van zijn God een doorslaggevende rol speelde.

Timmerman en zijn cameraman Ties Gooren, allebei in dienst van PSV, hebben een heel aardig inkijkje gekregen bij hoe Gakpo en zijn team, broer Sidney en zaakwaarnemer Kees Ploegsma Jr., de situatie probeerden te managen en na het wereldkampioenschap in Qatar, waar de speler onder de hoede van de eveneens in deze miniserie aanwezige coach Louis van Gaal floreerde, alsnog een transfer tot stand wilden brengen. Manchester United was toen opnieuw in markt, maar haakte wederom af. Dat liet Team Gakpo alleen niet weten aan Liverpool, dat inmiddels ook serieuze interesse had getoond in de zeer populaire ‘Eindhovenaar’. Die club kreeg simpelweg te horen dat Cody Gakpo de keuze op hen had laten vallen. Een aardig staaltje onderhandelen, waarmee ook PSV uiteindelijk was gediend.

Of dat het hele verhaal van de transfer is? Het is in elk geval de lezing van Gakpo en PSV, die voor deze serie nog altijd samen optrekken. Ook algemeen directeur Marcel Brands en ex-trainer Ruud van Nistelrooy verschijnen voor Goorens camera en staan Timmerman te woord. Die transferperikelen vormen ook het meest interessante deel van deze miniserie die – de titel verraadt het al – verder, enigszins oppervlakkig, aandacht besteedt aan zijn geloof en de directe omgeving van de sporter aan het woord laat, zijn moeder Ank en vriendin Noa. Dat levert weinig nieuwe inzichten op over de Nederlandse topaanvaller, die inmiddels alweer bijna een jaar actief is in de Britse Premier League.

Cody Gakpo – Psalm 20:4 is alsnog geworden wat PSV en de speler destijds waarschijnlijk voor ogen hadden: een viering van het afscheid van een clubicoon, dat nu de wijde wereld opzoekt, om later als een gearriveerde ster, zo lijkt althans de intentie, weer terug te keren in de moederschoot. De meerwaarde van deze promodocu zit met name in die gecompliceerde transferperiode en de toegang die de makers daarbij hebben gekregen tot de hoofdpersoon en zijn directe entourage. Waarbij we als buitenstaanders – het zij nog maar eens gezegd – dus niet weten wat we niet krijgen te zien en een beetje moeten gissen naar wie welk belang heeft.

Kokomo City

Periscoop Film

Na de doldwaze openingsscène, waarin Liyah Mitchell een anekdote over haar bizarre ervaring met een gewapende klant opdist, is duidelijk: dit wordt geen zwaarmoedige film over het desolate bestaan van zwarte trans-sekswerkers, maar een onbeschaamd, grappig en expliciet groepsportret van vier transvrouwen die van hun hart bepaald geen moordkuil maken en zich ook niet schamen voor hun lichaam of beroep.

Daarbij helpt het ongetwijfeld dat D. Smith, de maker van Kokomo City (73 min.), zelf zwart en trans is. Die heeft aan een half woord genoeg en is waarschijnlijk ook niet zo snel geshockeerd. En dus komt in deze joyeuze zwart-wit film, die is opgeleukt met straffe gele typografie, een moddervette soundtrack, coole illustratieve beelden en clipachtige sequenties, werkelijk alles aan de orde en krijgt de nietsvermoedende kijker bovendien ook nog eens bijna alles – of de suggestie daarvan – te zien.

Koko da Doll vertelt bijvoorbeeld dat zij pas sinds haar ‘boobjob’ echt in trek is bij klanten. ‘Ze willen gewoon een lekker wijf, met een grote lul.’ Haar collega Daniella Carter weet daarnaast: ‘Dit is overlevingswerk, echt gevaarlijke shit.’ En als ’t er op aankomt, moet je jezelf kunnen beschermen. Geweld komt volgens Dominique Silver echter nooit vóór het orgasme, maar altijd erna. Dan voelen sommige klanten zich toch ineens bedreigd en willen ze hun mannelijkheid bevestigen.

Daarom moet je als sekswerker ook altijd eerlijk zijn over wie je bent, vindt Silver. En zeker niet klanten ongevraagd ‘outen’ of chanteren met hun voorkeuren. Gay zijn ligt in de Afro-Amerikaanse gemeenschap al gevoelig genoeg. Laat staan het bezoeken van transprostituees. Klanten kunnen ’t zich helemaal niet permitteren om met een transvrouw gezien te worden en proberen hun fetish dus verborgen te houden – al heeft Smith ook enkele van zulke mannen toch voor de camera gekregen.

Zo bereikt Kokomo City, ondanks de ‘tough talk’ van de hoofdpersonen en de visuele flair waarmee hun verhalen worden omkleed, uiteindelijk toch ook de mensen achter de straatwijze sekswerkers. Hoe behoud je in deze omgeving bijvoorbeeld je gevoel voor eigenwaarde? En wie lukt ‘t werkelijk om dit werk levend te verlaten? Lukt dat überhaupt? Het zijn ontnuchterende vragen, die alle bravoure, de humor en het functionele naakt in deze film een stevig fundament geven.

Sheila Versus De Staat

Human

‘I fought the law’, verwoordde Sonny Curtis in de gelijknamige, klassieke rock & roll-single ooit een ultiem gevoel van strijdbaarheid en machteloosheid. ‘And the law won.’ Dat gevoel – van een overheid die zich aan jou niets gelegen laat liggen, waartegen ook niets valt uit te richten en die jij maar moet zien te verduren – is alomtegenwoordig geweest in het Toeslagenschandaal. Kwetsbare burgers zijn vermalen door een nietsontziende bureaucratie.

In de schrijnende documentaire Alleen Tegen De Staat (2021) gaf filmmaker Stijn Bouma vijf slachtoffers de gelegenheid om hun persoonlijke relaas te doen. Derya, Janet, Nazmiye, Badrya en Naoual belandden niet geheel toevallig op de radar van de belastingdienst. Bij hen leek Vrouwe Justitia toch echt haar blinddoek te hebben afgedaan. De vrouwen schetsten een Kafkaëske maalstroom van vernederingen: schulden, ontslag, voedselbank, depressie, kinderen uit huis geplaatst… Totdat er van hen en wie ze waren nauwelijks meer iets over was. Volledig ontmenselijkt.

Met Sheila Versus De Staat (59 min.) zoomt Bouma in op één enkele casus. Sheila Badal (44) oogt in eerste instantie sterk en strijdbaar. In de openingsscène rijdt ze met haar zevenjarige dochtertje Farah naar huis. Daar ziet ze een blauw busje staan. ‘Dat is een eng busje’, zegt ze tegen Farah. ‘Zit de belastingdienst erin?’ Ze doet het raampje van haar auto open. ‘Kom, we gaan kijken of ze erin zitten. Hee, Rutte!’ Eenmaal in huis maken ze samen een papiertje met ‘Belastingdienst’ erop. Sheila plakt ’t op de bus. ‘Zoveel jaar geleden stonden ze ook voor m’n deur. En nu staan ze weer voor m’n deur.’

Farah kijkt een beetje bedremmeld toe. Zij kent ook een andere moeder. Een kwetsbare vrouw. Een moedeloos slachtoffer. En de geslagen ouder van een doodgeboren kind. Sheila probeert haar dochter een fuck you-mentaliteit bij te brengen. Zelf wordt ze alleen steeds kwetsbaarder. Haar gezondheid is zorgwekkend. Bouma volgt Sheila en de haren van zeer dichtbij en vangt hen in heel intieme situaties. En als de voortekenen in zijn vertelling – een speelgoedschildpad op z’n rug en lekkende champagneglazen bijvoorbeeld – niet bedriegen, moet ‘t op termijn wel verkeerd met haar aflopen.

‘Weet je, dat het niet goed meer zit met mijn hart: prima’, zegt zijn hoofdpersoon cynisch tijdens een telefoongesprek met een medewerkster van de belastingdienst. ‘Maar ik wil wel met een lach in mijn kist kunnen gaan, met een gerust hart. Dat ik zoiets heb: het is geregeld voor mijn dochtertje.’ Het is de tragische tussenconclusie van een leven dat volledig ontregeld is geraakt – en van een film die dat invoelend registreert.

Teekay, De Salto Koning

Human

‘Salto Koning plundert Jumbo’, staat er op Dumpert, bij een filmpje dat al snel meer dan 100.000 views heeft. ‘Toen begon ik wel achter m’n hoofd te krabbelen van: oh shit man’, vertelt de biculturele jongen uit de Eindhovense probleemwijk Woensel, die het filmpje van de Avondklokrellen in 2021 maakte en vervolgens ook via zijn eigen Instagram-account Teekay040 heeft gepubliceerd. ‘Ik dacht: Ja!’ Dit is het moment om te laten zien wie ik ben, vriend. Zo dacht ik gewoon. Ik ben de King van Eindhoven.’

Deze koning – werkelijke naam: Dennis Kaal – heeft er dan al een veelbewogen leven opzitten, vertelt hij in Teekay, De Salto Koning (51 min.), een film die is vernoemd naar waar je hem eigenlijk van zou moeten kennen: zijn spectaculaire salto’s. Want dat leven laat zich verder samenvatten in een overbekend en tamelijk troosteloos rijtje: géén vader in beeld, verwaarlozing, jeugdzorg, pleeggezin en de gevangenis. Toch wordt tijdens die vier maanden cel vreemd genoeg de basis gelegd voor een soort ommekeer. 

Dennis heeft een goed gesprek met de burgemeester en krijgt daarna zelfs een budget van de gemeente om evenementen te organiseren. Het leven lijkt hem toe te lachen. Hij geeft overal lezingen als ervaringsdeskundige, krijgt volop aandacht in de media en wordt benaderd door familie van zijn vader. Tegelijkertijd probeert Teekay zijn carrière als rapper een kickstart te geven en wil hij ook zijn reputatie als breakdancer bestendigen. En bij al die activiteiten bevindt filmmaker Aiman Hassani zich aan zijn zijde.

Hij filmt hem bijvoorbeeld bij clipopnames in een parkeergarage, volgt zijn verrichtingen tijdens een dancebattle en is erbij op zijn verjaardag, die eigenlijk nooit gevierd wordt. Dennis lijkt oprecht van plan om zijn leven te beteren, maar zijn voorspoed is ook heel fragiel. Kan hij zich werkelijk losmaken van de omgeving, waardoor hij ooit in de problemen is gekomen? En passen Teekays ideeën voor de toekomst – huisje, boompje, beestje en een ‘dikke waggie’ – bij zijn nog altijd penibele financiële situatie?

Hassani opereert als een combinatie van ‘bro’ en biechtvader voor zijn hoofdpersoon, die zich duidelijk gezien voelt, graag zijn verhaal kwijt wil en onbekommerd nieuwe uitdagingen aangaat. Gaandeweg bekruipt je daarbij het gevoel dat Dennis waarschijnlijk niet zomaar in zeven sloten tegelijk zal lopen, maar wellicht wel in vier of vijf. Dat maakt hem overigens niet minder sympathiek en draagt alleen maar bij aan de zeggingskracht van dit toch wat schrijnende portret.