Ockels Erfenis

‘I’m am an astronaut from spaceship earth’, staat er te lezen op het T-shirt dat Wubbo Ockels tijdens één van zijn laatste interviews draagt. Sterker: zulke astronauten zijn we volgens hem allemaal. Van de eerste Nederlandse ruimtevaarder ontwikkelde Ockels zich op latere leeftijd tot een overtuigde klimaatactivist. Vanuit de ruimte had hij hoogstpersoonlijk gezien hoe de aarde de enige plek was waar de mens zou kunnen leven. En dus zouden we in zijn ogen een stuk zuiniger moeten zijn op onze planeet.

In dat kader ontplooide hij het ene na het andere initiatief; van energie opwekkende vliegers en de elektrische superbus tot een duurzaam zeiljacht. Daarbij speelde beslist ook geldingsdrang een rol, bekennen zijn vrouw Joos en kinderen Gean en Martin in het postume portret Ockels Erfenis (51 min.). Wubbo Ockels was, ook nadat hij zich in 1985 als passagier van de Space Shuttle Challenger in Nederland onsterfelijk had gemaakt, altijd op zoek naar erkenning. En overtuigd van zijn eigen visie. Die ter discussie stellen leidde onvermijdelijk tot conflicten.

Zijn gezin zette hij daarbij nadrukkelijk op het tweede plan, vertellen de nabestaanden van de man die op 18 mei 2014 overleed aan de gevolgen van kanker. Zijn kinderen noemen hem in deze interessante televisiefilm van Daan van Alkemade nog altijd ‘Wubbo’ in plaats van papa. Zelfs toen hij ziek werd, bleef er die drang om zijn ideeën, ditmaal een hoopvolle boodschap over het redden van de aarde, te verkondigen en verwerkelijken. Via zulke vergezichten, op basis waarvan oud-collega’s en studenten na z’n dood zijn verder gegaan, leeft Ockels in zekere zin nog steeds voort. Zoals hij het zelf ongetwijfeld gewild zou hebben.

Ubiquity

 

Met hun elektronische apparatuur moeten regisseur Bregtje van der Haak en haar cameraploeg uit de buurt blijven van Per Segerbäck. De Zweedse ingenieur, die bij Ericsson werkte aan de ontwikkeling van smartphones, wil best een interview geven, maar dat moet dan worden gefilmd met analoge apparatuur. Van der Haaks crew draait dus met een ouderwetse Bolex-filmcamera zonder batterij en neemt het gesprek op met een bekabelde audioset. Hun mobieltjes laten ze achter in een afgesloten pan.

Segerbäck is elektrohypersensitief. Hij leeft daarom al achttien jaar als een kluizenaar in de bossen. Zodra hij in contact komt met straling krijgt hij allerlei lichamelijke klachten. Het is een moderne aandoening, een onvermoede bijwerking van de hedendaagse wens om overal, altijd en draadloos in contact te staan met de rest van de wereld. Een soort Ziekte van Zuckerberg dus, die in de hele wereld mensen schijnt te vellen. In een metropool zoals Tokyo, maar ook gewoon in Nederland, waar eveneens nauwelijks meer stralingsvrij gebied is.

Het net sluit zich letterlijk om de mensen met elektrohypersensitiviteit(EHS), vinden ze. Overal om hen heen dreigt gevaar. In Ubiquity (82 min.), wat zoveel betekent als ‘een staat van zijn waarbij je overal tegelijkertijd kunt zijn’, wordt die dreiging treffend verbeeld en verklankt. Grootse beelden van een wereld die voortdurend communiceert en beweegt, worden gepaard aan de repeterende geluiden van modems, routers en zendmasten op zoek naar verbinding. Zo ongeveer moeten mensen met EHS zich voelen, wil Van der Haak maar zeggen. Ze portretteert hen als representanten van een verloren wereld en stelt verder geen kritische vragen bij de ziekte die niet bij iedereen onomstreden is.

‘Als ze de wereld willen veroveren met al die technologie, moeten ze ook rekening houden met ons’, zegt één van deze verschoppelingen van de digitale wereld over het ideaal om op de hele aardbol draadloos internet aan te leggen. ‘Wij hebben rechten. Dit is ook onze wereld.’ Dat pleidooi, kracht bijgezet door een Dylaneske videoclip en ouderwetse demonstratie, lijkt door de makers van deze bespiegelende film van harte te worden ondersteund.

More Human Than Human

 

Zijn wij getuige van de geboorte van een nieuwe menselijke soort? vraagt verteller Tommy Pallotta zich af bij de start van More Human Than Human (78 min.), een documentaire die hij maakte samen met Femke Wolting. Waarna een filmfragment start met Rutger Hauer, die begint aan zijn onvergetelijke laatste woorden als rebelse androïde in de sciencefiction-hit Blade Runner (1982). Halverwege neemt RoboThespian, een blitse robot uit het Britse Cornwall, het ineens over van Hauer en maakt de monoloog af.

Het ding is gefabriceerd door Engineered Arts, dat acteerrobots maakt. Zelfs dat is blijkbaar geen klus meer voor gewone mensen. Volgens directeur Will Jackson kiest zijn bedrijf gewoon voor het laaghangende fruit. ‘Wat is de eenvoudigste goedbetaalde baan die een mens kan doen? stelt hij laconiek. ‘Brad Pitt. Hoe gemakkelijk is dat!’ Meer dan entertainment hoef je volgens hem niet te verwachten van robots. Dit exemplaar kan overigens ook het angstaanjagende personage van Robert de Niro in Taxi Driver, Travis Bickle. ‘Are you talking to me?’, klinkt het mechanisch.

De aandoenlijke robot relativeert de ideaal- en angstbeelden over artificiële intelligentie (AI) die we al jaren krijgen gevoerd via speelfilms. RoboThespian lijkt in elk geval niet uit op de totale vernietiging van de mensheid. Maar wat betekent de opkomst van AI dan wel voor de mens en kunnen mensen écht communiceren met een machine? Met een speciaal opgezet team neemt Pallotta de proef op de som en probeert een creatieve robot te bouwen, die zijn eigen rol als filmmaker zou kunnen overnemen (en die hem dan ook zou kunnen interviewen).

Het experiment, waaraan ook de bekende speelfilmregisseur Richard Linklater meewerkt, heeft slechts een beperkte meerwaarde. Deze intelligente documentaire heeft ook geen kunstgrepen nodig. Aan de hand van makers en denkers uit de artificiële voorhoede struint More Human Than Human, dat is gelardeerd met smakelijke fragmenten uit klassieke sciencefiction-films, door een nieuwerwetse wereld waarin de digitale assistent Siri je beste vriend kan worden, robots eigen kunst maken en overleden vrienden terugkeren als chatbot.

Dat resulteert in elementaire vragen over het bestaan. Neem de zorgrobot Alice, waarover Sander Burger in 2015 al de documentaire Ik Ben Alice maakte. Na een proefperiode wilden eenzame bejaarden echt niet meer zonder. Ook al ging het om gemechaniseerde empathie. En waarom zou die ook niet genoeg zijn? Hebben we échte empathie nodig? vraagt Pallotta zich af. Sterker: zijn mensen eigenlijk wel in staat tot echte empathie? Of, zoals één van de sprekers het kernachtig formuleert: gaan die robots nou steeds meer op ons lijken? Of begint de mens gewoon steeds meer op een robot te lijken?

Scenario’s Voor Een Normaal Leven

 

Rond de achtjarige Jonathan heeft zich een heel team verzameld. Hij heeft moeite om de wereld te begrijpen. En de wereld heeft moeite om hem te begrijpen. Jonathan heeft een autisme spectrum stoornis en komt maar moeilijk mee in de neurotypische (we zeggen ook wel: normale) wereld. Tijd voor een nieuw vriendje: KASPAR, een robot die door de Universiteit van Hertfordshire is ontwikkeld om het gedrag van mensen met autisme positief te beïnvloeden.

Met zijn neutrale en voorspelbare manier van reageren blijkt KASPAR, die door een begeleider wordt aangestuurd, de ideale kameraad voor het Limburgse jongetje, dat hem al bij de allereerste ontmoeting zijn beste vriendje noemt. De chemie tussen de mechanisch sprekende robot en het onstuimige kind levert memorabele momenten op in de documentaire Scenario’s Voor Een Normaal Leven (66 min.), die woensdag op NPO2 wordt uitgezonden in het kader van de Autismeweek.

Regisseur Sander Burger, die eerder al een film maakte over de zorgrobot Alice, observeert kalm hoe Jonathan zich onder invloed van KASPAR verder ontwikkelt, maar maakt ook de worsteling van met name Jonathans ouders inzichtelijk om contact te houden met een kind dat evident anders bedraad is. Want de dagelijkse praktijk is en blijft lastig en heeft, net als deze documentaire, ook geen duidelijk eindpunt; elke uitdaging vormt in dat opzicht slechts een opmaat naar de volgende uitdaging en de volgende en de volgende…

Het thema autisme spreekt tot de verbeelding van Nederlandse documentairemakers en heeft dan ook al tot diverse aansprekende films geleid. Het Beste Voor Kees van Monique Nolte was bijvoorbeeld een enorme kijkcijferhit (al beantwoordde hoofdpersoon Kees Momma misschien nét iets te goed aan het sterotiepe beeld dat veel mensen hebben van autisten).

De hoofdpersoon van De Regels Van Matthijs, een film die wereldwijd in de prijzen is gevallen, heeft helemaal niets van een neurotisch typetje van Kees van Kooten. Matthijs is knap, welbespraakt en duidelijk heel intelligent. Toch kan hij nauwelijks aarden in de reguliere maatschappij, zo maakt deze verpletterende documentaire van zijn vriend Marc Schmidt glashelder.

Amateurs In Space

 

Niets mooier dan kleine mensen die groots durven te dromen. Drama, conflicten en (leed)vermaak liggen al snel voor het oprapen. Zo ook bij de Deense ruimtefietsers Peter Madsen en Kristian von Bengtson, die naar ‘outer space’ willen met een zelf ontworpen raket.

Voor de intrigerende documentaire Amateurs in Space (57 min.) heeft regisseur Max Kestner het voortdurend met elkaar overhoop liggende duo zes jaar gevolgd. Hij contrasteert hun goedbedoelde pogingen om een raket te testen met historische beelden van het groots opgezette Amerikaanse ruimtevaartprogramma.

Dat is een prachtig beeld: de technologische krachtpatserij van het machtigste land van de wereld tegenover een stelletje notoire romantici, dat gedoemd is om op glorieuze wijze te mislukken. Als gewone sterveling zie je het met een mengeling van verbazing en bewondering aan.

O ja, de volstrekt compromisloze Madsen is op dit moment volop in het nieuws. Niet vanwege zijn eerste stappen op de een of andere afgelegen planeet, maar omdat hij in verband wordt gebracht met de gewelddadige dood van de Zweedse journaliste Kim Wall. In de film Amateurs In Space speelt die casus echter geen enkele rol.

Sta Op En Loop


Claudia Commijs
 heeft een dwarslaesie en wil niets liever dan weer kunnen lopen. Via de Sint Maartenskliniek in Nijmegen komt ze in contact met een groep studenten van de Technische Universiteit in Delft, die iemand zoeken om met het door hen ontwikkelde <a href="https://www.google.nl/search?
bih=760&biw=1536&dpr=1.25&q=exoskelet&sa=X&source=univ&tbm=isch&tbo=u&utm_campaign=De%20DocUpdate&utm_medium=email&utm_source=Revue%20newsletter&ved=0ahUKEwiOpKvn6-TTAhXhLcAKHaDuDGcQsAQIPw” target=”_blank” rel=”noopener”>exoskelet deel te nemen aan de allereerste Bionische Wereldspelen.

In de ontroerende film Sta Op En Loop (55 min.) van Sander Burger, die enkele weken geleden werd uitgezonden op NPO2, worden twee parallelle verhalen verteld: het persoonlijke relaas van de jonge vrouw die koste wat het kost weer wil lopen én de strubbelingen van een groep ambitieuze whiz kids die internationaal van zich willen doen spreken op de zogenaamde cybathlon.

Of Claudia’s droom en de aspiraties van het lekker kek getitelde TU-Project March uiteindelijk samenkomen of juist gaan botsen? De vraag stellen…