Cheer

Netflix

Het imago van cheerleading – all American girls die stoere sportmannen een hart onder de riem steken met een vrolijk dansje, enthousiaste yell en flonkerende tandpastasmile – zit de sport zelf in de weg. En die sport, een soort groepsturnen, is een bloedserieuze zaak, zo wordt in de documentaireserie Cheer (354 min.) meermaals benadrukt. Niet alleen voor meisjes trouwens. Op het Navarro College in het provinciestadje Corsicana, de toonaangevende cheerleaderschool van Amerika, trainen ook ambitieuze jongens.

De lefgozer La’Darius bijvoorbeeld, een voormalige American footballer. Of Jerry, een jongen die altijd op zijn gewicht moet letten. Samen met meisjes als Sherbs, een flyer die de top van een menselijke piramide moet gaan vormen, en het voormalige probleemkind Lexi vormen ze een team dat jaarlijks meedingt om de landstitel. De cheerleaders worden in dat kader aan een streng regime onderworpen door de gelauwerde hoofdcoach Monica Aldama. Uiteindelijk bepaalt zij ook wie er tijdens de nationale kampioenschappen, over een slordige zeventig dagen in Daytona, voor die allesbeslissende twee minuten en vijftien seconden ‘op de mat’ mag en wie er dan vanaf de zijkant moet toekijken.

Alle ingrediënten voor een enerverende wedstrijdfilm, waarin bovendien een onbekende wereld met zijn eigen codes wordt blootgelegd, lijken aanwezig. Toch komt deze zesdelige serie van Greg Whiteley, een cheerleading-variant op de American football-serie Last Chance U, maar moeilijk op gang. Episode 1 wordt geheel besteed aan het introduceren van de sport cheerleading en de setting ervan, een topsport-enclave in small town America. Daarbij worden een behoorlijk aantal hoofdpersonen en nog veel meer andere sprekers, die ergens iets over hebben te vertellen, geïntroduceerd bij de kijker. In eerste instantie beklijft er weinig. Pas in latere afleveringen zoomt dit portret van een subcultuur echt in op enkele personages, die dan ook tot leven komen. Met een héél Amerikaans sausje erover, dat wel.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld America To Me, een recente documentaireserie die is gesitueerd op een middelbare school in Chicago en daar de raciale verhoudingen behandelt, komt Cheer nauwelijks onder de waterlijn en worden er ook geen grotere thema’s aangesneden. ‘What you see’ is ditmaal ook het enige ‘what you get’: training, onderlinge competitie, blessures, teleurstellingen en – uiteindelijk – winst of verlies. Dat is het. Meer niet. En zeker naar het eind wordt dat nog best enerverend.

Turn!

De openingsscène van het fraaie Turn! (55 min.) vertelt in wezen het complete verhaal: niet de jongens en meisjes die boven zichzelf uit proberen te stijgen in de turnzaal zijn daarin te zien, maar hun ademloos toekijkende ouders. Esther Pardijs bijvoorbeeld, de maakster van deze boeiende egodocumentaire. En de bloedfanatieke Oscar, die net thuis, midden in de huiskamer, een set ringen heeft opgehangen, zodat zijn zoon Wytze ook daar kan trainen.

Samen met de ouders van andere talentvolle turnertjes beoordelen ze de prestaties van hun en elkaars getalenteerde kinderen. Geconcentreerd kijken ze toe. Gespannen. En uiteindelijk: trots of juist teleurgesteld. ‘Ik hoop dat een ander kind een fout maakt’, zegt Pardijs daarover, in één van de openhartige voice-overs waarmee ze de gebeurtenissen in de film extra lading geeft. ‘Dan eindigt mijn zoon Roman hoger.’

Ze vraagt zich af of de ouders om haar heen, die ook in deze ‘draaikolk van trots, jaloezie en competitiedrang’ terecht zijn gekomen, hetzelfde denken. Intussen zitten Roman en zijn teamgenoot/concurrent/vriendje Wytze bij haar in de auto te geinen, op weg van of naar alweer een training of wedstrijd. Als de negenjarige jochies die ze ook nog gewoon zijn – als hun sportcarrière, waarvoor ze zo’n vijftien uur per week moeten trainen, dat toelaat.

Het is inmiddels een vertrouwd beeld dat in deze film wordt opgeroepen: van Nederlandse ouders die als coach, fan, financier, regelaar én chauffeur voor hun sportende/musicerende/acterende kind fungeren en misschien nog wel meer belang hechten aan de prestaties van hun kroost dan het jongetje of het meisje zelf. Kan hun kind bijvoorbeeld wel naar een verjaardagsfeestje als er eigenlijk een belangrijke training op het programma staat?

Pardijs stelt zich kwetsbaar op. Ze neemt de camera mee naar groepsbijeenkomsten van de ouders, maar laat hem ook toe in haar eigen huis als ze met haar zoon en echtgenoot beslissingen over Romans sportloopbaan moet nemen. Daarnaast besteedt ze speciale aandacht aan Wytze en zijn pusherige vader Oscar, die gaandeweg steeds meer in aanvaring komt met de trainers van zijn kind. Voor ‘Wyts’ is alleen het allerbeste goed genoeg. En hij moet, ook niet onbelangrijk, medailles winnen.

Turn! brengt op bijzonder treffende wijze het leven van topsportouders in beeld en stipt en passant enkele kerndilemma’s van het ouderschap aan. Terwijl hun kinderen tot het uiterste moeten gaan tijdens trainingen, floreren op allerlei turntoestellen of juist genadeloos onderuitgaan vragen hun ouders zich af of ze hen nóg nadrukkelijker moeten aansporen tot grotere prestaties of beter, en dan liefst zonder gezichtsverlies, kunnen uitstappen.

Want van al die kinderen die een groot deel van hun jeugd spenderen in de sportzaal (of op de viool of voor een camera of…) zal uiteindelijk slechts een enkeling het werkelijk redden. Dat weet elke ouder, maar wil-ie dat ook weten?

Over The Limit

Ze gaat voor goud en lijkt tegelijkertijd chronisch ongelukkig. De Russische gymnaste Margarita Mamun kan in Over The Limit (73 min.) elk ogenblik in tranen uitbarsten. Ze is voortdurend oververmoeid. In de aanloop naar de belangrijkste sportwedstrijd van haar leven, de Olympische Spelen in Rio de Janeiro van 2016, pleegt ze roofbouw op haar lichaam. Intussen vergt ze ook het uiterste van haar geest – haar incasseringsvermogen in het bijzonder.

Mamun wordt namelijk begeleid door de gestaalde trainster Amina Zaripova en het ongelooflijk bitchy hoofd van het Russische Olympische team Irina Viner-Usmanova, één van de succesvolste coaches uit de historie van de ritmische gymnastiek. Daarbij vraag je je echter meteen af: tegen welke prijs? In een andere wereld zou deze vrouw onmiddellijk een verplichte cursus sociale vaardigheden krijgen, in plaats van een belangrijke Olympische onderscheiding.

Getuige deze observerende documentaire van voormalig gymnaste Marta Prus huldigen beide dames met verve het principe van de ‘tough love’. Mamun wordt stelselmatig geprikkeld, bekritiseerd en zelfs afgebrand. Waarna ze dan ineens, ogenschijnlijk vanuit het niets, een (ongemakkelijke) knuffel, kus of omhelzing krijgt. Alles, werkelijk alles, wordt uit de kast gehaald om de veelbelovende pupil te stimuleren (nee: te dwingen) om het uiterste uit zichzelf te halen. Desnoods ten koste van zichzelf.

‘Er bestaan geen gezonde topsporters’, zegt Amina bijna ten overvloede als Margarita weer eens last heeft van pijn in haar voet. Daarna laat de voormalige gymnaste, die vierde werd op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta, een litteken op haar eigen voet zien. Ze wijst vervolgens naar een andere atlete, een directe concurrente van Margarita Mamun. ‘Yana Kudryatseva heeft haar been gebroken.’ Alsof ze wil zeggen: doorbijten, schatje.

De drie belangrijke karakters lijken in deze fascinerende film verwikkeld te zijn geraakt in een continue psychologische catfight, waarin voor buitenstaanders volstrekt onbelangrijke details van levenslang worden en alles in het teken komt te staan van dat ene doel. Ook als in eigen kring het noodlot toeslaat. Dat resulteert in een ijzingwekkend mooie film, die onder de huid kruipt en daar voorlopig van geen wijken wil weten.