Trustorhärvan

Netflix

Vanuit een Deense gevangenis, waar hij een straf uitzit voor oplichting, begint Joachim Posener halverwege de jaren negentig het ‘Team Moyne’ samen te stellen. Voor een klus, de frauduleuze overname van een beursgenoteerd bedrijf, waarmee ze helemaal gaan binnenlopen. Zijn flamboyante neef Thomas Jisander, ‘consultant’, zal functioneren als z’n postiljon d’amour, terwijl diens maatje Peter Mattsson, kind van een bevoorrechte familie uit Gothenburg, voor de contacten zorgt. Zakenman Lindsay Smallbone wordt de beoogde ‘managing director’. En de Britse Lord Moyne, het zwarte schaap van een familie die fortuin heeft gemaakt met Guinness-bier, moet het geheel voldoende cachet geven. Zij worden Poseners stromannen in de Trustor-affaire.

Posener wil de aankoop van de Zweedse investeringsmaatschappij Trustor financieren met haar eigen kasreserve. Uitroepteken. Zo zet hij in 1997 een enorm oplichtingsschandaal, waarbij honderden miljoenen Zweedse kronen verdwijnen, in gang. Trustor wordt leeg geplunderd. En Posener had naderhand vermoedelijk niet eens de benen hoeven te nemen als zijn patserige neef Thomas, bijgenaamd Mr. No Limit, daarna niet ongegeneerd met geld was gaan smijten. ‘s Mans champagnefeesten in Saint-Tropez worden binnen de kortste keren een begrip. En Jisander laat zich, getuige enkele smakelijke scènes in Trustorhärvan (internationale titel: Inside The Trustor Scandal, 102 min.), nog altijd graag voorstaan op het luxe leven.

‘Als die jongens niet waren gaan pierewaaien aan de Côte d’Azur, waren ze er waarschijnlijk mee weggekomen’, stelt de doorgewinterde financier Björn Björnsson, een hardliner met naar verluidt de bijnaam ‘de Terminator van de zakenwereld’, in deze ferme witte boorden-docu van Karin Af Klintberg. Als er stront aan de knikker blijkt te zijn, moet hij als liquidateur de belangen van de aandeelhouders veiligstellen. Intussen heeft Trustors adjunct-directeur Richard Djursén, volgens Björnsson niet meer dan een ‘useful idiot’, in het openbaar de klappen opgevangen. De affaire zit de brave burgerman Djursén, bijna dertig jaar na dato, nog altijd zeer hoog. Hij gaat zichtbaar gebutst door het leven – al zit ie er tegenwoordig ook opvallend warmpjes bij.

Af Klintberg heeft daarmee enkele van de belangrijkste spelers voor de camera gekregen, waaronder zowaar ook Posener zelf. Hij is al drie decennia een enigma. Op de vlucht voor Interpol wordt ie in zowat elke uithoek van de wereld gespot. Nu de misdrijven zijn verjaard, wil hij er eindelijk openlijk over praten. Samen met de Zweedse rechercheur Jochum Söderström en journalist Gunnar Lindstedt leiden deze Team Moyne-leden de filmmaakster door het doolhof van de Trustor-affaire, waar wetten niet meer dan richtlijnen zijn – voor als het zo uitkomt – en de waarheid een zeer rekbaar begrip blijkt. Zij benadert hen met gezonde scepsis, kadert hun beweringen in met een snedige voice-over en probeert zo de feiten van de fictie te scheiden.

Met die no nonsense-attitude, gepaard aan een gedegen uitleg van allerlei ondoorzichtige malafide constructies en soms een opzichtige knipoog, tekent Trustorhärvan een financieel schandaal op, dat uiteindelijk een nogal ironische uitkomst krijgt. Op rekening van de belastingbetaler.

The Oligarch & The Art Dealer

VPRO / vanaf woensdag 3 juni, om 20.25 uur, op NPO2

Het zou echt een wonder zijn als we het schilderij Wasserschlangen II van Gustav Klimt voor 180 miljoen dollar kunnen krijgen, houdt kunsthandelaar Yves Bouvier zijn vaste cliënt Dmitry Rybolovlev voor. Dit is een kans uit duizenden! Bouvier heeft gezien hoe de ogen van de Russische oligarch begonnen te glinsteren toen hij het kunstwerk voor het eerst zag. En de man heeft hele diepe zakken.

Uiteindelijk weet de Zwitserse dealer de koop te sluiten. Voor 183 miljoen. Goede deal, niet? Hij wordt er zelf ook niet slechter van: bij elke aankoop krijgt hij twee procent commissie. En ‘Rybo’ heeft er geen idee van dat hij de Klimt in werkelijkheid voor slechts 126 miljoen heeft aangekocht via het bekende veilinghuis Sotheby’s. In stilte verdwijnt er dus nog eens 57 miljoen in Bouviers zak. Dat smaakt dus naar meer.

Welkom in de schimmige wereld van The Oligarch & The Art Dealer (175 min.), waar kunsthandel, dubieus geld en oplichting hand in hand gaan en Bouvier en Rybolovlev inmiddels recht tegenover elkaar staan. De mediaschuwe Rus laat zich in deze driedelige serie van Andreas Dalsgaard vertegenwoordigen door advocaten en vertrouwelingen, terwijl zijn opponent zelf pontificaal voor de camera gaat zitten.

‘Mijn hele wereld is in elkaar gedonderd’, vertelt Bouvier, die schathemelrijk is geworden van zijn werk ‘voor’ de Russische zakenman, die officieel laat optekenen dat hij geen ‘oligarch’ genoemd wil worden. ‘Zowel mijn professionele als persoonlijke leven. Dat wil ik hem betaald zetten. Ik wil hem op z’n gezicht slaan en bestraffen. Hij is degene die naar de gevangenis of de goelag moet worden gestuurd. Niet ik.’

Via de twee opponenten krijgt Dalsgaard een inkijkje bij de zogeheten ‘freeports’, verborgen vrijhandelszones voor kunst waar handige jongens zoals Yves Bouvier kunnen floreren. Moneyland, noemt journalist Oliver Bullough deze plekken. Geld kan er al naar believen verdwijnen en weer opduiken. Het zijn oorden waar de superrijken ongestoord hun gang kunnen gaan en dus ook, zonder al te veel kennis, investeren in kunst.

Belangrijke werken verdwijnen zo in de zeer exclusieve privécollecties van de allerrijksten. Die worden op hun beurt getild door tussenpersonen zoals Bouvier, die met hun zogenaamde kennersoog (‘absoluut meesterwerk’) eerst kunstmatig de prijs opdrijven en er dan zelf een slaatje uit slaan. En het gereputeerde veilinghuis Sotheby’s, met kilo’s boter op het hoofd, faciliteert zulke praktijken heel discreet.

The Oligarch & The Art Dealer ontleedt het fascinerende conflict tussen de twee voormalige partners, dat in ‘s werelds rechtbanken en media wordt uitgevochten, tot in detail en daarmee ook de schimmige wereld waarbinnen zich dit afspeelt. Het duurt alleen even voordat ook de machinaties van de Russische miljardair onder het vergrootglas worden gelegd. Ook die lijken uiteindelijk slechts ‘business as usual’.

Intussen probeert Yves Bouvier, die een paria is geworden in z’n natuurlijke habitat, nog altijd de indruk te wekken dat hij niet meer dan een handige handelaar was.

Millonario

Netflix

Het was geen geluk, vindt zijn gelovige vrouw Blanca, maar een zegening. Als Javier Zapata, een veertigjarige boer uit de Zuid-Chileense stad Los Ángeles, in maart 2018 ontdekt dat ie over het winnende lot van de Kino-loterij beschikt, kan hij zijn geluk in elk geval niet op. Ze kunnen allebei stoppen met werken. De jackpot van ruim drie miljoen euro wordt binnenkort immers op hun rekening bijgeschreven. De gezegende winnaar moet de prijs alleen nog even claimen. Maar waar heeft hij dat lot ook alweer gelaten?

Javier heeft zestig dagen om het bewijs van zijn prijs te overhandigen. Samen met zijn vrouw en hun dochter Mariela kamt hij het hele huis uit, op zoek naar het lot dat waarschijnlijk is weggegooid tijdens het schoonmaken. Het leidt in Millonario (102) tot een serie kluchtige scènes, waarin de drie met liefde en plezier de navolgende prijzenslag nog eens naspelen. Want als dat lot is opgediept, letterlijk uit het vuil, ontstaat er discussie over de authenticiteit ervan en wil Lotería Concepcion niet uitkeren. Ook omdat er zich nog een andere gezegende Chileen heeft gemeld…

De inmiddels zevenjarige (!) lijdensweg van de Zapata’s om hun recht te krijgen is dan pas net begonnen. De Chileense broers Felipe en José Isla fabriceren daarvan een tragikomisch tis-toch-niet-te-geloven! verhaal over rijkdom, hebzucht en oplichting, dat wordt ingebed in een grotere vertelling over de cultuur en historie van gokken in Chili, op paardenrennen in het bijzonder. Tussendoor laten gewone Chilenen op straat hun licht schijnen over de persoon Javier Zapata en zijn geloofwaardigheid, of geld een mens kan veranderen en wat zij zelf zouden doen met zoveel miljoen.

Het resultaat is een zeer vermakelijke, opvallend luchtig getoonzette zedenschets over een man die een kans ziet om aan zijn gewone bestaan te ontsnappen en dus het geluk – waarop hij recht meent/zegt te hebben – probeert af te dwingen. En de mensen om hem heen hopen daarvan mee te profiteren, fronsen hun wenkbrauwen of steunen hem van ganser harte. Het lot heeft beslist, concluderen de Hermanos Isla nét voor de aftiteling van Millonario. En zij die (niet) gezegend zijn, hebben dit maar te aanvaarden.

Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen

Channel 4 / Videoland

Als het te goed lijkt om waar te zijn, dan is ‘t dat misschien ook. De belofte van groot geld kan echter zelfs de scherpste geesten verblinden. En dan wordt de propositie van ‘Dr. Ruja’, de grote roerganger van een cryptobedrijf dat zich vanaf 2014 bijna als een sekte presenteert, volstrekt onweerstaanbaar: snel rijk worden en ook nog iets goeds doen voor de wereld. Menigeen tuint er met open ogen in en investeert (al) z’n zuurverdiende centen in OneCoin. Het vervolg laat zich voorspellen.

De driedelige docuserie Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen (Nederlandse titel: De Cryptokoningin: Visionair Of Meesterfraudeur?, 138 min.) zet de hele Onecoin-affaire, die ook al het onderwerp was van de documentaire Lie To Me, nog eens op een rijtje. OneCoin, met de zelfgekozen bijnaam The Bitcoin Killer, werkt in feite als een wereldwijde Tupperware-party, waarbij familieleden en vrienden elkaar overtuigen van de zegeningen van de cryptomunt en worden beloond als ze daarin slagen.

Wie er eens goed naar kijkt, zoals cryptokenner Tim ‘Tayshun’ Curry, ziet dat OneCoin in werkelijkheid niet meer is dan een zorgvuldig opgetrokken luchtkasteel, dat een gigantisch piramidespel moet verhullen. En het Bulgaarse orakel Ruja Ignatova, gezegend met een IQ van boven de 200, speelt een sleutelrol in het uitdragen van de centrale boodschap: join the financial revolution. Zij overtuigt hele volksstammen ervan dat ze met de aankoop van OneCoins vliegensvlug miljonair kunnen worden.

Regisseur Alex Tondowski zoomt in op de achtergronden van de vrouw die een – ja, nog zo’n slimme marketingterm – OneLife propageert. Na de val van de Muur is Ruja zelf begin jaren negentig met haar ouders naar Duitsland geëmigreerd. In het plaatsje Schramberg in het Zwarte Woud belandt zij als Oost-Europese immigrante op het gymnasium, waarna ze naar Oxford zou zijn vertrokken en bij McKinsey beland. Ignatova heeft altijd al grote dromen: ze wil rijk en belangrijk worden. Enter Evgeni Minchev.

Haar flamboyante landgenoot, die maar wat graag over zijn voormalige protegé lijkt te willen vertellen, zorgt ervoor dat ze de juiste mensen leert kennen en binnen twee maanden na de oprichting van OneCoin al tot zakenvrouw van het jaar wordt gekozen in eigen land. Tussendoor ondergaat ze een grondige make-over bij de plastische chirurg. Binnen de kortste keren staat Ruja daarna op de cover van het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine – al blijkt ook in dit geval dat niets is wat het lijkt.

‘If you want to tell a lie’, zegt Lyndell Edgington cryptisch. ‘Tell a big one.’ Behalve fraudejagers zoals hij en klokkenluiders, waaronder de voormalig OneCoin-hotshots  Duncan Arthur en Frank Schneider, laat Fugitive ook enkele van de ruim een miljoen gedupeerde investeerders aan het woord. Terwijl zij berooid zijn achtergebleven, is Ignatova sinds 2017 spoorloos. Is ze zelf verdwenen? vraagt deel drie van deze boeiende miniserie zich af. Of heeft de Russische georganiseerde misdaad haar laten verdwijnen?

Met behulp van geheime telefoonopnamen van Ruja Ignatova en bronnen uit alle uithoeken van de financiële en journalistieke wereld loopt Tondowski de verschillende theorieën af en komt uiteindelijk tot een geloofwaardige hypothese over wat er gebeurd kan zijn met de zakenvrouw die daadwerkelijk te goed was om waar te kunnen zijn.

Het Mondkapjesgoud

KRO-NCRV

’Hugo. Op jouw verzoek ben ik gaan knuffelen met Sywert’, schrijft topambtenaar Mark Frequin op 25 maart 2020 aan Hugo de Jonge. ‘Dat is bijna een dagtaak.’ De minister van Volksgezondheid reageert binnen enkele minuten: ‘Top. Dank!’

De berichtjes zijn exemplarisch geworden voor de druk die Sywert van Lienden – de bekende politieke influencer, prominente CDA’er én potentiële leverancier van mondkapjes – in de eerste fase van de Coronacrisis uitoefent op de regering, partijgenoot De Jonge in het bijzonder. Samen met zijn zakenpartners Bernd Damme en Camille van Gestel wil Van Lienden met de zojuist opgerichte Stichting Hulptroepen Alliantie de opdracht binnenhalen om mondkapjes te leveren.

Het verhaal is bekend: ze zullen dat gaan doen zonder er zelf iets aan over te houden. ‘Om niet’, noemt Sywert dat en maakt daarmee goede sier. In werkelijkheid lopen de drie er helemaal mee binnen. En achter de schermen verkneukelen ze zich daar al over. ‘Gillend rijk’ gaan wij worden! Het maakt van Sywert, Bernd en Camille ‘de meest gehate mannen van de Coronacrisis’. Terwijl de halve wereld op z’n rug ligt vanwege de COVID-19 pandemie, halen zij stiekem Het Mondkapjesgoud (219 min.) binnen.

Deze vijfdelige docuserie van Dirk Mostert, waarvoor Anouk Burgman fungeerde als coregisseur, licht de inmiddels welbekende affaire, die van ‘Sywert’ een scheldnaam maakte, nog eens helemaal door, met behulp van geluidsfragmenten van gesprekken tussen het drietal, ministers, topambtenaren en inkopers, zakelijke én persoonlijke chatberichten, vertrouwelijke documenten en privéfilmpjes. Sommige cruciale scènes en gesprekken zijn op basis van het dossier ook met acteurs en (nogal vette) muziek gereconstrueerd.

Centrale figuur in de vertelling is Camille van Gestel. Mostert geeft hem ruim de gelegenheid om het ontstane beeld van hem en zijn mondkampjespartners toe te lichten, in een bepaalde context te plaatsen en bij te stellen. Van Gestel houdt staande dat er nooit sprake is geweest van een vooropgezet plan om het land een rad voor ogen te draaien en intussen achter de schermen multimiljonair te worden, maar moet zo nu en dan wel erkennen dat ze soms eerlijker en transparanter hadden moeten zijn.

Zijn relaas wordt bevestigd, aangevuld en/of weersproken door een brede waaier aan bronnen die betrokken waren bij de mondkapjesaffaire, waaronder ook de nogal onwillige ambtenaar Mark Frequin. Er ontbreken ook belangrijke hoofdrolspelers: Sywert van Lienden (die ’t in eerste instantie bij een schriftelijke verklaring houdt), Bernd Damme (die zolang de rechtszaak loopt niet wil reageren), Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt, die destijds als CDA-kamerlid in nauw contact stond met Sywert en bemiddelde voor zijn partijgenoot.

Verteller Jacob Derwig brengt alle verhaallijntjes bij elkaar met een smeuïge voice-over en voegt ook een zekere suspense toe aan de miniserie die erg kritisch is op het optreden van de Nederlandse overheid, Frequin en minister Hugo de Jonge in het bijzonder, en het beeld van Van Lienden en consorten als uitgekookte oplichters een héél klein beetje nuanceert. Tegelijk is ook helder dat de drie de omstandigheden (net iets te) handig naar hun hand hebben gezet en vooral geen slapende honden wakker wilden maken toen er, tegen alle gewekte verwachtingen in, grof geld kon worden verdiend.

En dan, in een later uitgebrachte slotaflevering, komt alsnog Sywert van Lienden aan het woord. Hij is ervan overtuigd dat de Mondkapjesaffaire, en dan in het bijzonder zijn eigen rol daarin, nog altijd helemaal verkeerd wordt gepresenteerd in de media en ervaart ook Mostert, die kritische vragen blijft stellen, weer als een vooringenomen interviewer.

Deze bespreking is na de afronding van deze miniserie geactualiseerd.

Downfall Of The Crypto King

Videoland

De cryptowereld wordt voor een belangrijk deel bevolkt door praatjesmakers, louche figuren en oplichters – en lieden die snel rijk willen worden en zich door hen laten tillen. Documentairemakers varen er wel bij, getuige recente producties zoals Trust No One, Bitconned, Lie To Me en Biggest Heist Ever.

Gelukkig zijn er ook nog weldoeners zoals Sam Bankman-Fried. Hoewel SBF steenrijk is geworden met zijn eigen handelsplatform voor cryptovaluta, is de CEO van FTX heel gewoon gebleven. Hij rijdt in een Toyota Corolla, speelt tijdens meetings gewoon lekker een videogame en maakt alleen grappen over de aankoop van een jacht. Zijn bedrijf maakt intussen overigens goede sier met slicke commercials rond beroemdheden zoals comedian Larry David, American footballer Tom Brady en fotomodel Gisele Bündchen.

Het duurt niet lang of die goeiige Sam wordt in de media op het schild gehesen. ‘Only Zuck has been as rich ($23 billion!) this young (29!)’, constateert Forbes Magazine dolenthousiast op de cover. En Fortune vraagt zich af: ‘The next Warren Buffett?’ Omdat hij de basisgedachte van het ‘effectief altruïsme’ lijkt te omarmen, komt SBF bovendien te boek te staan als ‘the most generous billionaire’, een veganistische superheld die het leeuwendeel van zijn vermogen aan goede doelen wil gaan schenken.

Alleen investeerder en fraudejager Marc Cohodes vertrouwt het cryptogenie SBF voor geen cent. ‘He is The Biggest Scam of The Bunch’, tweet hij. Op 2 november 2022 komt journalist Ian Allison van CoinDesk vervolgens met een enorme scoop, op het moment dat Sam Bankman-Fried, zijn medewerkers en allerlei celebrities nét druk aan het feesten zijn op de Bahama’s. De financiële situatie van FTX blijkt ronduit penibel. Binnen een dag of tien voltrekt zich daarna de Downfall Of The Crypto King (90 min.).

Deze stevige docu van Storm Theunissen reconstrueert de zogenaamde ‘cryptoarmageddon’-affaire met FTX-medewerkers, klanten, insiders en Anthony Scaramucci van SkyBridge Capital, een vertrouweling van SBF (en bekend geworden als de kortst zittende directeur communicatie, in totaal elf hele dagen, van een Amerikaanse president ooit; drie keer raden van welke) en lardeert die met animaties en ludieke filmfragmenten. Zo maakt ze een (bewust) ondoorzichtige wereld toch toegankelijk.

‘Was FTX opgezet als een spaarpotje voor de persoonlijke handeltjes van Sam?’ probeert Scaramucci de SBF-zaak aan het eind te vatten. ‘Ik ben bang van wel. Maar ik kan je niet met volle overtuiging zeggen dat hij Darth Vader is.’ Hij verduidelijkt: ‘Als je naar mensen kijkt alsof ze in een computerspel zitten en ze niet ziet als echte mensen met echte levens kun je erg domme dingen doen.’ Waarvan akte.

Kerviel: Un Trader, 50 Milliards

HBO

Één enkele trader dreigt in 2008 de positie van de Franse bank Société Générale en het totale financiële systeem te destabiliseren. De durfal Jérôme Kerviel – een man die helemaal z’n eigen plan trekt, onnavolgbare posities inneemt en verslaafd lijkt aan gokken – heeft het voorgaande jaar afgesloten met een onwaarschijnlijk rendement van bijna anderhalf miljard euro. Dat jaagt hij er binnen enkele weken ook weer doorheen. Al snel heeft hij voor vijftig miljard euro aan posities uitstaan en dreigt zijn werkgever voor vijf miljard het schip in te gaan. Het lijkt om een onvoorstelbaar grote fraude te gaan.

Het is nauwelijks voor te stellen dat niemand binnen Société Générale heeft opgemerkt dat Kerviel, toch echt geen toptrader binnen de bank, er een wel héél opmerkelijk beleggingspatroon op nahield. Dit zou betekenen dat de interne controlemechanismen van de bank helemaal niets voorstellen. Logischer is ’t dat een enkeling doelbewust een oogje dicht heeft geknepen – zolang hij/zij er zelf er ook beter van zou worden, bijvoorbeeld in de vorm van een bonus. Óf – een wel heel ongemakkelijke optie – zouden ze binnen de bank eigenlijk ook niet precies weten hoe het systeem werkt?

De mentaliteit van sommige traders wordt in Kerviel: Un Trader, 50 Milliards (Engelse titel: Breaking The Bank: One Trader, 50 Billion, 184 min.) omschreven als: met 160 kilometer per uur over de snelweg razen en denken dat je alles onder controle hebt. De ondoorzichtigheid van het financiële stelsel speelt intussen ook deze vierdelige docuserie parten. Zeker in de eerste twee delen heeft regisseur Fred Garson soms moeite om de affaire tot z’n kern terug te brengen en van z’n heisa, jargon en totale abracadabra te ontdoen. Voor een buitenstaander blijft ’t daardoor lastige materie.

Dat is ongetwijfeld ook de bedoeling van de sterren van de beursvloer. Met die geheimtaal kunnen ze immers hun eigen positie beschermen. Jérôme Kerviel zelf – geïnterviewd in een ontmantelde kantoorruimte en voor een enorm scherm waarop hij zelf is te zien, een vervreemdend beeld – spreekt doorgaans klare taal en voldoet sowieso niet aan het clichébeeld van de aalgladde trader, die alleen op geld en status uit is. Wanneer hij in de gerechtelijke molen belandt, dringt de vraag zich steeds sterker op of hij echt alleen heeft gehandeld en Société Générale werkelijk van niets wist.

Het antwoord laat zich raden, maar dat betekent natuurlijk niet dat dit ook onomstotelijk kan worden bewezen. Garson duikt in de laatste twee delen diep in Kerviels rechtsgang, waarbij ook de Franse justitie en politiek gaandeweg flink onder vuur komen te leggen. Ook dan weidt hij alleen behoorlijk uit, met bijdragen ván oud-president François Hollande en óver de toenmalige minister Christine Lagarde, de latere voorzitter van de Europese Centrale Bank. Een schandaal van zo’n omvang rechtvaardigt ongetwijfeld ook een stevige productie, maar deze miniserie is wel erg ruim bemeten.

Sweet Bobby: My Catfish Nightmare

Netflix

Toegegeven: het woord ‘catfish’ zet de meeste kijkers al behoorlijk op het spoor. En met de wijsheid achteraf is het natuurlijk gemakkelijk oordelen. Kiran Assi, een marketeer van Keniaanse komaf uit West-Londen, stapt alleen wel héél naïef in haar relatie met Bobby Jandu, een man die eveneens afkomstig is uit de lokale sikh-gemeenschap en die ze dan al enkele jaren niet heeft gezien. Na een heftig schietincident in Kenia is hij, zwaargewond, opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma te New York. Ze kan hem dus niet ontmoeten. Hun enige contact verloopt via een net aangemaakt Facebook-account, waarbij ze hem, vanwege veiligheidsmaatregelen natuurlijk, ook nooit mag zien. Trouwplannen laten desondanks niet lang op zich wachten.

Dit klassieke good-woman-loves-bad-man verhaal – een verhaal is ‘t, overduidelijk; een gepolijste versie wat er zich waarschijnlijk echt, min of meer dan, heeft afgespeeld – heeft z’n geloofwaardigheid dan al een heel eind verloren. Het is overigens ook al eens eerder uitgeserveerd door Kiran, tevens radiomaakster, in de podcast Sweet Bobby, waarop deze docu-light van Lyttanya Shannon dan weer is gebaseerd. De liefdesgeschiedenis die zo idyllisch is begonnen – natuurlijk, zegt diezelfde sceptische stem, de hoofdpersonen van dit soort producties beleven altijd gróte liefdes en belanden nooit in suffe relaties – krijgt gaandeweg een naargeestig karakter. Bobby blijkt – verrassing! – een onvervalste creep en natuurlijk niet de man die hij zei te zijn.

Sweet Bobby: My Catfish Nightmare (82 min.) heeft zich dan al lang en breed gepositioneerd tussen Catfish-achtige hap-slik-weg producties zoals The Tinder SwindlerBad Vegan en The Puppet Master. Een gecompliceerde en tegelijk vederlichte vertelling over een jonge vrouw die zich op onnavolgbare wijze – en eerlijk gezegd toch vrij voorspelbaar – door een rasmanipulator in de luren laat leggen. Een beetje oplettende kijker ziet de ontknoping eigenlijk al wel een tijdje aankomen. Na afloop weet die desondanks nauwelijks wie of wat ie werkelijk heeft gezien. Want sommige personen in de docu zijn vanwege privacyoverwegingen vervangen door acteurs. Maar om wie ’t precies gaat en wat dit dan betekent voor het verhaal dat ons is voorgeschoteld?

Kiran Assi wordt als hoofdrolspeelster intussen ook nadrukkelijk opgezet als een personage: de sikh-vrouw van dik in de dertig – aantrekkelijk en tot spijt van haar familie toch nog altijd ongehuwd – die nu eindelijk eens aan de man wil en die zich vervolgens negen jaar lang aan het lijntje laat houden door een kerel die ze nooit te zien krijgt. Het lijkt soms bijna alsof ze zichzelf acteert in het gelikte Catfish-verhaal dat hier van haar leven wordt gemaakt – en dat ze, daarvoor hoef je ziener te zien, nog héél vaak zal vertellen.

The Imposter

A&E Indie Films

Drie jaar en vier maanden na de plotselinge verdwijning van Nicholas Barclay op 13 juni 1994, krijgt de familie van de dertienjarige Texaanse jongen bericht uit Spanje: hun zoon is gevonden.

Het is een daverende verrassing, voor alle betrokkenen. Het bericht zorgt ook direct voor wantrouwen. De inmiddels zestienjarige tiener blijkt helemaal geen blond haar en blauwe ogen te hebben. En de jongen spreekt met een vreemd buitenlands accent. Iedereen die ’t wíl zien, constateert direct: geen Nick, maar een oplichter. ‘Hij leek helemaal niet op mij’, bekent de man, die zich voordeed als het verdwenen kind, ‘eerlijk’ in The Imposter (98 min.). Hij kijkt recht in de camera. ‘Het enige dat we met elkaar gemeen hebben, is dat we allebei vijf vingers aan elke hand hebben.’

En toch stapt Nicks zus Carey direct in het vliegtuig naar Spanje, om hem als een verloren zoon binnen te gaan halen. Deception comes home, zoals in 2012 de smeuïge tagline luidde van deze onheilszwangere mix van docu en drama. Want enige tijd later – de Britse regisseur Bart Layton gebruikt de reis huiswaarts van ‘broer’ en zus als een vehikel om de spanning danig op te voeren – wordt de jongen omhelsd door zijn moeder Beverly Dollarhide en de rest van de familie. Hij is weer thuis – of zoals ie dat zelf ziet: eindelijk thuis. Ergens. Ook al is het dan in de Barclay-familie.

Nick is – vertelt hij aan de andere leden van het gezin, die zijn verhaal grif overnemen in deze film – ontvoerd door buitenlandse militairen. Samen met andere kinderen. Meegenomen naar een ander land. Bedwelmd met chloroform. En elke avond misbruikt door officieren. Z’n handen zijn gebroken met een honkbalknuppel. Hij moest insecten eten. Kreeg naalden in z’n ogen. Een koptelefoon op, met keihard geschreeuw in vreemde talen. En een stem bleef zeggen: jij bent niet jij. Engels spreken werd bestraft. En zijn identiteit gemanipuleerd door het veranderen van z’n haarkleur en oogkleur.

En toen kon Nicholas, als door een wonder, ontsnappen door een deur die niet bleek te zijn afgesloten en ontdekte hij volgens eigen zeggen pas dat ie in Spanje was beland. Hij zocht er een opvang op en kreeg van daaruit contact met thuis. Tot zover het verhaal dat de bedrieger zijn familie en een kritische FBI-agente op de mouw speldt. Maar waarom heeft hij zich eigenlijk een vreemd gezin binnen gewurmd en – een al even prikkelende vraag – waarom heeft dat gezin hem, de drieëntwintigjarige man die duidelijk hun verdwenen tienerzoon niet is, in vredesnaam omarmd?

Aan de hand van deze vragen bouwt Layton zijn film op als een slinkse thriller, waarbij niets is wat het lijkt en niets lijkt wat het is. Vanaf het begin is desondanks duidelijk dat we met een oplichter van doen hebben. Sterker: gaandeweg blijkt ’t om de Franse beroepsoplichter Frédéric Bourdin, bijgenaamd De Kameleon, te gaan. Hij lijkt ook graag te participeren in deze vertelling. Alsof die niet meer dan een viering van zijn bedriegerscapaciteiten is. Een gelegenheid om nog eens te zwelgen in zijn eigen meestertruc, waarvoor hij als een gewetenloze method actor elke rol naar z’n hand zet.

Tegelijk blijft natuurlijk de vraag opspelen wat er dan wél met Nicholas is gebeurd.

Hollywood Con Queen

Apple TV+

Het uitgangspunt is even intrigerend als bizar: een meesteroplichter doet zich voor als een belangrijke speelfilmregisseur of Hollywood-hotshot en benadert in die hoedanigheid acteurs, fotografen en scenarioschrijvers met de kans van hun leven. Hij laat hen vervolgens van alles ondernemen: naar de andere kant van de wereld vliegen, allerlei cursussen en workshops volgen, liefdesscènes spelen voor een privécamera en – oh ironie – de film The Truman Show kijken.

Totdat de schellen van hun ogen vallen: ze zijn in het web beland van de Hollywood Con Queen (158 min.), een sadistische bedrieger die zich in de voorbije tien jaar al zeker als vijftig verschillende personen heeft voorgedaan. Het gaat hem in eerste instantie niet om geld, stelt journalist Scott Johnson van The Hollywood Reporter, die de zaak aan het rollen bracht met het artikel Hunting The Con Queen Of Hollywood (2018). ‘De belangrijkste motivatie was om in het hoofd en de dromen van mensen te komen en om die vervolgens te verpesten en te vernietigen.’

Johnson gaat in deze smakelijke Catfish-achtige productie op zoek naar de persoon achter de Con Queen en moet daarbij goed opletten dat hij zelf niet in diens web verstrikt raakt. En ook Chris Smithdé Chris Smith, dient als regisseur van de driedelige serie op zijn qui-vive te zijn. Want de persoon die zich uiteindelijk ook in hun productie meldt bespeelt anderen als een viool. Zij zijn voor hem niet meer dan instrumenten waarmee hij van zijn getroebleerde levensverhaal – denk aan: conversietherapie en de diagnose ‘bipolair’ – een afzichtelijk kunstwerk kan maken.

En Smith serveert dat dan weer met de nodige suspense, gelikte reconstructiescènes en cliffhangers uit. Geheel volgens de wetten van Hollywood, waarvan de Queen maar al te graag deel wil uitmaken, en gebruikmakend van fragmenten uit diens favoriete films. Zo houdt hij de gang er goed in, op weg naar het antwoord op de wie- en waarom-vragen én het moment waarop de snoodaard eindelijk wordt ingerekend. ‘Zij wilden een ster worden’, zegt de Con Queen onderweg over z’n slachtoffers en meteen ook over zichzelf. ‘Ze zouden werkelijk alles doen om een ster te worden.’

Eenmaal bij het spannende laatste bedrijf aanbeland, heeft de kritische kijker, zoals wel vaker bij dit soort thrillers, terugredenerend vast ook nog wel wat vragen over wat ie eerder voorgeschoteld heeft gekregen – wat heeft die openingsscène bijvoorbeeld te betekenen? zijn Smith en Johnson  inderdaad door de Con Queen samengebracht? – maar dat mag de pret uiteindelijk niet drukken. Deze miniserie heeft weer een intrigerende figuur toegevoegd aan de lijst van gedenkwaardige true crime-personages (te situeren tussen pak ‘m beet Richard Scott Smith en Robert Durst).

A Dangerous Boy

Siggi Hakkari (l) en Julian Assange (r) / c: Allen Clark

‘Is this the most dangerous man in Iceland?’ schreeuwt de cover van The Reykjavik Grapevine op 19 juli 2013. Op de bijbehorende levensgrote foto staat Sigurdur Thordarson alias Siggi The Hacker, een twintigjarige computernerd die betrokken is geraakt bij het WikiLeaks-schandaal. Als IJslandse rechterhand van Julian Assange, de oprichter van de omstreden klokkenluiderssite (en hoofdpersoon van We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks), was Siggi direct betrokken bij de verspreiding van de beruchte Collateral Murder-video. Hij zou daarnaast echter ook als stiekeme informant voor de FBI hebben gefungeerd en diezelfde Assange hebben overgeleverd aan de Amerikaanse veiligheidsdienst.

De documentaire A Dangerous Boy (89 min.), waarvoor filmmaker Ole Bendtzen negen jaar lang heeft gefilmd met Siggi, start in 2014 als hij in de gevangenis van Reykjavik zit. ‘Ik hoop dat ik een goede ‘bad guy’ blijk te zijn’, zegt hij dan. Thordason is veroordeeld vanwege (betaalde) seks met een minderjarige jongen. Het leeftijdsverschil tussen hen was volgens de hacker echter maar anderhalf jaar. En hij heeft hem ook niet betaald, zegt hij, maar simpelweg enkele geschenken gegeven. De vraag rijst: zijn de beschuldigingen tegen Sigurdur misschien een afrekening, omdat hij via WikiLeaks – en eerder ook al via de reguliere IJslandse media – misstanden aan het licht heeft gebracht?

Julian Assange verblijft vanwege beschuldigingen van seksueel geweld immers ook al jarenlang in de Ecuadoriaanse ambassade te Londen, het onderwerp van de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange, om zo uitlevering naar de Verenigde Staten te voorkomen. Siggi’s moeder Ragnheidur Sigurdardóttir, bodyguard Dan Sommer en advocaat Vilhjálmur Vilhjálmsson sluiten zeker niet uit dat ook hij erin is geluisd. Duidelijk is dat de jeugdige hacker de verkeerde mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar of dat de aanklachten van negen afzonderlijke tienerjongens verklaart? En in hoeverre is Siggi Hakkari eigenlijk verantwoordelijk voor de suïcide van één van hen?

Zulke suggesties blijven in elk geval niet zonder gevolgen. Als Thordason de gevangenis mag verlaten, staat hij te boek als crimineel en pedofiel. Hij wordt persona non grata in zijn eigen land. Gaandeweg komt er in dit intrigerende portret, naast het slachtoffer van wel hele bijzondere omstandigheden, echter ook een andere Siggi naar voren: een geboren manipulator, die ervoor zorgt dat hij, goedschiks dan wel kwaadschiks, krijgt wat hij wil. Bendtzen weet niet meer wat hij moet geloven – ook omdat WikiLeaks eveneens duchtig twijfel zaait – maar blijft in contact met Siggi, die zijn omgeving bespeelt als The Puppet Master, de oplichter uit een Netflix-docu waaraan hij zich spiegelt.

Een gevaarlijke jongen was hij altijd al. Op de basisschool hackte Sigurdur Thordarson bijvoorbeeld een schoolcomputer om de cijfers te verlagen van klasgenoten die hij niet mocht. Inmiddels lijkt Siggi het kinderspel voorbij en is het steeds de vraag op welke borden hij schaakt, met/tegen wie en wie van hen er dan schaak(mat) wordt gezet.

Bad Surgeon: Love Under The Knife

Netflix

‘Was hij een superheld, een superchirurg en de liefde van mijn leven?’ besluit een onbekende vrouwenstem de eerste twee minuten van deze driedelige docuserie, waarin alles wat nog volgt alvast wordt aangekeild. ‘Of was hij een gevaarlijke oplichter en een moordenaar?’ Het beeld, een close-up van een mysterieus kijkende man met een spannend muziekje erbij, laat er geen misverstand over bestaan wat het antwoord op die vraag is. En anders maakt de titel van deze serie van Ben Steele wel een einde aan alle twijfel: Bad Surgeon: Love Under The Knife (159 min.).

Dan is het alleen nog even wachten op de dame in kwestie. Die maakt nog geen minuut later, tot in de puntjes gestyled, haar opwachting voor het centrale interview van deze gelikte productie: de Amerikaanse televisiejournaliste Benita Alexander. Zij bezingt eerst uitgebreid de zegeningen van journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en distantie en beschrijft vrijwel direct daarna haar eerste professionele ontmoeting met Paolo Macchiarini, de kwaaie chirurg, in woorden die zo uit een Bouquetreeks-romannetje kunnen komen: ‘Ik keek op en hij kwam binnen. Hij keek me recht aan. We bleven elkaar aankijken. Hij glimlachte naar me en meteen voelde ik me net een dwaas schoolmeisje.’

Wat niet eens zover bezijden de waarheid zou kunnen liggen, maar dat terzijde. Er sprong, kortom, een fikse vonk over tussen de twee. En de rest laat zich voorspellen: good woman loves bad surgeon. Die gepassioneerde relatie, geïllustreerd met allerlei verliefde videoberichtjes van hem naar haar en scènes waarin de journaliste naspeelt hoe ze die berichtjes ontvangt, gaat natuurlijk gepaard met romantische etentjes, droomreizen en grote gebaren, liefst met ringen en rozenblaadjes. Tegelijkertijd is er, natuurlijk, iets vreemds aan Paolo. Waarom heeft hij bijvoorbeeld zoveel telefoons? En is hij werkelijk de arts van de Clintons, de Japanse keizer Akihito en de paus?

Haar liefdesaffaire weerhoudt Alexander er niet van om ook nog gewoon te werken aan een tv-special over Macchiarini, A Leap Of Faith (waarover de Amerikaanse omroep NBC zich naderhand enigszins ongemakkelijk achter de oren krabt). Dat verhaal wordt hier gematcht aan de indringende persoonlijke getuigenissen van patiënten, familieleden en nabestaanden die rechtstreeks te maken hadden met de chirurg. Hij staat te boek als een pionier in de regeneratieve geneeskunde en draait zijn hand bijvoorbeeld niet om voor een risicovolle operatie met een plastic luchtpijp, soms met de dood tot gevolg. En dat begint collega-artsen, wetenschappers en onderzoeksjournalisten toch wel op te vallen…

Die kant van de Italiaanse wonderdokter is ronduit ontluisterend en verdient natuurlijk alle aandacht, maar moet zo nodig in het vaste stramien van Netflix-producties over karikaturale foute mannen, zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master, worden gepropt. Hoewel vakbroeders en slachtoffers uiteindelijk Macchiarini’s ondergang inleiden, krijgt ook die ene – nou ja, ene – geliefde de sleutelrol toebedeeld die al de hele miniserie op haar ligt te wachten: als de good woman die de bad surgeon en plein public ontmaskert. Zo wordt (vermeend) ernstig medisch wangedrag in wezen ondergeschikt gemaakt aan ‘s mans strapatsen als gevaarlijk aantrekkelijke loverboy.

En zulke charlatans laten nu eenmaal – it’s beyond their control – een spoor van slachtoffers achter.

F For Fake

Janus Films

Deze film wordt opgeleverd met een disclaimer: ‘Everything in this film is strictly based on the available facts’. En daarvan is geen woord gelogen – of elk woord. In deze klassieke hybride van docu en drama uit 1973 exploreert Orson Welles de schijn van het zijn. Of het zijn van de schijn, dat kan ook. Fakery, zoals de filmlegende ’t zelf noemt. Een hoax. Alles in deze film is spel. Fake. Ofwel: F For Fake (88 min.)

Centraal in deze film staat de Hongaarse meestervervalser Elmyr de Hory. Een schilder die zo goed anderen kan kopiëren dat zelfs de schilders zelf beginnen te twijfelen. Het leidde, volgens Orson Welles, tot een geinige situatie met de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen. ‘Van Dongen bestudeerde het schilderij nauwkeurig,’ aldus Welles. ‘En bezwoer toen dat hij ’t zelf had geschilderd.’

‘Als je ze in een museum hangt, in een collectie met andere geweldige schilderijen, en ze hangen er maar lang genoeg, dan worden ze vanzelf echt’, stelt De Hory. Volgens zijn biograaf Clifford Irving kan de man zelf desondanks feilloos zijn eigen schilderijen onderscheiden van de echte kunstwerken – als er al zoiets als een verschil bestaat. Alleen kun je Irving niet op zijn woord geloven. Tenminste, volgens Welles.

Trots laat Irving in een catalogus een verkochte Modigliani zien. Gemaakt door De Hory, natuurlijk. Die reageert met een omtrekkende beweging. ‘Hij werkte vrij weinig, hij stierf op jonge leeftijd’, zegt hij over de Italiaanse schilder. ‘Dus als er een paar schilderijen of tekeningen worden toegevoegd, verknalt dat zijn oeuvre heus niet.’ En, voegt er dan aan toe: ‘Ik vind ’t niet vervelend voor Modigliani, het is vooral fijn voor mij.’

En als Elmyr de Hory daarmee wegkomt, wie houdt dan eigenlijk wie voor de gek? De vervalser of de kunstkenner die zich in de luren laat leggen? Zo speelt deze film voortdurend met wat waar/niet waar is en speelt Orson Welles intussen met, welja, Orson Welles. Met veel bombast, theater en tongue-in-cheek humor laat de geboren verhalenverteller eenieder via een lachspiegel naar de (kunst)wereld kijken.

Dit was trouwens ook in 1973 al geen nieuwe documentaire over De Hory en zijn – had ik dat al verteld? – gevallen biograaf. Toen Clifford Irving vanwege een gefingeerde biografie van de verknipte biljonair Howard Hughes in opspraak raakte, nam Welles het beeldmateriaal van de kunstenaar en zijn biograaf, dat hij eerder samen met François Reichenbach had gemaakt, nog eens grondig onder handen voor deze docu.

Binnen zo’n vertelling – noem het gerust een filmessay – passen ook Welles’ eigen omzwervingen rond de waarheid. Hoe hij zichzelf de kunst- en filmwereld inloog, bijvoorbeeld. En ook het hoorspel The War Of The Worlds, waarmee hij Amerika de stuipen op het lijf jaagde, en de speelfilmklassieker Citizen Kane – over een gefictionaliseerde versie van, jawel, Howard Hughes – dealen natuurlijk met bedrog.

En dan brengt Welles met een verborgen camera ook de ‘buitensport meisjekijken’ nog in beeld en schudt hij en passant tevens een smakelijk verhaal over Pablo Picasso uit zijn mouw in deze joyeuze, virtuoos gemonteerde verhandeling die langs tegenstellingen als nep en echt, kunst en kopie en de waarheid en een leugen slalomt.

En, jawel mensen, toeschouwers (o)verbluft achterlaat.

De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat

Sacha Grootjans / NTR

Wáárom? Die vraag hangt voortdurend boven De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat (126 min.). Waarom verduisterde notaris Frank Oranje, de bestuursvoorzitter van de landsadvocaat Pels Rijcken, in de loop van twintig jaar ruim elf miljoen euro? Omdat het kon? Omdat het moest? Of gewoon omdat het goed voelde? De man zelf, die nota bene ‘Mr. Integrity’ werd genoemd, kan het niet meer vertellen. Hij maakte op 6 november 2020, toen zijn bedrog aan het licht dreigde te komen, in een vakantiehuisje een einde aan zijn leven. En de meeste mensen uit zijn directe omgeving, bij zijn werkgever of uit zijn (professionele) vriendenkring, wíllen het niet vertellen. Tenminste, niet ‘on the record’.

En dus verlaat deze vierdelige serie van Mattias Schut zich op vakbroeders die gaandeweg kregen te maken met ‘de grootste juridische fraude uit de Nederlandse geschiedenis’ (advocaat Winfried van den Muijsenbergh en Philip van Hilten, advocaat en bestuurder bestolen stichting), de hoogleraren Marcel Pheijffer (Forensische Accountancy) en Bob Hoogenboom (Forensische Bedrijfskunde) en twee onderzoeksjournalisten die de zaak onderzochten: Joris Polman (Het Financieele Dagblad) en Camil Driessen (NRC). Gezamenlijk openen zij een wereld, die de deuren graag gesloten houdt. Ook als de situatie om transparantie vraagt: grootschalige fraude bij het advocatenkantoor dat nota bene de overheid vertegenwoordigt.

De absolute hoofdrol in deze miniserie is voor acteur Jeroen Spitzenberger. Hij treedt op als alwetende verteller en scheidt het kaf van het koren in de kwestie die tegelijkertijd heel ingewikkeld (vol jargon, ondoorzichtige constructies en verhullend taalgebruik) en toch ook heel eenvoudig is (op en neer schuiven met sommen geld, totdat niemand meer doorheeft dat een aanzienlijk deel ervan in de zakken van de notaris verdwijnt). Spitzenberger stapt letterlijk door Oranje’s verleden en schroomt ook vileine humor niet, bijvoorbeeld als ‘t gaat om het authentiek ogende familiewapen dat de notaris in 2014 heeft laten ontwerpen. ‘En dan mag je natuurlijk helemaal zelf bedenken hoe ’t eruit ziet. Een beetje zoals bij een tattoo.’

De serie bevat verder een reconstructie van historische gebeurtenissen, waarin gebruik wordt gemaakt van acteurs en ook ‘fictieve elementen’ voorkomen. Die vorm werkt wonderwel, hoewel die laatste mededeling ook vragen oproept: waar eindigt het feitelijke verhaal en begint de fictie? De Zaak Schaap vaart verder wel bij het doortastende opereren van interviewer Maartje Hofhuis. Zij noemt het beestje soms gewoon bij zijn naam. ‘Hij bleek een boef!’, constateert ze bijvoorbeeld ferm als haar gesprekspartner, advocaat Van den Muijsenbergh van vereffenaar stichting Converium, maar om de hete brei heen blijft draaien. Die houdt zich echter aan zijn script. ‘De geldstroom van de escrow-rekening is niet conform de oorspronkelijke afspraken zorgvuldig afgewikkeld, ja.’

Terwijl de eerste drie afleveringen van De Zaak Schaap, vernoemd naar het FIOD-onderzoek naar Frank Oranje’s megafraude, vat proberen te krijgen op dit exquise staaltje witte boordencriminaliteit, zoomt het slotdeel van deze fijne miniserie zowel ín (op Oranje’s modale jeugd en zijn tijd bij studentenvereniging Minerva in Leiden) als úit (op de positie van Pels Rijcken, dat zichzelf vooral als slachtoffer van de situatie portretteert, en de gecompliceerde relatie van het advocatenkantoor met de Nederlandse staat). Na afloop staat die ene, nauwelijks te beantwoorden vraag desondanks nog altijd open: wáárom?

Call Me Miss Cleo

HBO Max

Bel me voor gratis advies, spoort waarzegster Miss Cleo (1962-2016) haar kijkers steeds weer aan tijdens de uitzendingen van het Psychic Readers Network (PRN). Die boodschap is natuurlijk uiterst misleidend: alleen de eerste drie minuten van hun telefoontje is, in het beste geval, gratis. En dat advies over hun welzijn, relatieleven en/of toekomst is eerst en vooral een slinkse poging om hen zo lang mogelijk, à vijf dollar per minuut, aan de lijn te houden. Dat ‘gratis advies’ begint dan al snel flink in de papieren te lopen.

Aan de hand van één van z’n bekendste gezichten, een zogenaamd Jamaicaanse tarotlezeres, opent de gelikte documentaire Call Me Miss Cleo (87 min.) de luizige wereld van de Amerikaanse betaallijnen, waarbij een paranormaal begaafde presentator (of zielloze bedrieger) kwetsbare bellers het doolhof van call-tv binnenleidt. Daar wachten dan weer anonieme paragnosten, alias telefonisten, die voor een paar dubbeltjes per minuut worden geacht om hun clientèle helemaal leeg te trekken met abracadabra, goedkope platitudes en een luisterend oor.

Vanuit die optiek is het in eerste instantie lastig om sympathie op te brengen voor Miss Cleo, het gezicht van deze dubieuze praktijken. Met geliefden, vrienden en collega’s nuanceert deze film van Celia Aniskovich en Jennifer Brea echter het beeld van de gewiekste waarzegster. Ook zij had haar eigen beweegredenen om als Jamaicaans voodootypetje, een variant op de archetypische zwarte moeder Mammy, voor de camera te verschijnen en haar publiek praatjes voor te schotelen die het midden hielden tussen de waarheid liegen, een ‘educated guess’ en klinkklare nonsens.

Miss Cleo verkreeg er eind jaren negentig een zekere faam mee. Ze werd geparodieerd door comedians, was geregeld te gast in de onvermijdelijke talkshows én werd te langen leste aangeklaagd vanwege oplichting. Rijk is ze er volgens eigen zeggen, tijdens een interview uit 2012, en mensen uit haar directe omgeving nooit van geworden. In zekere zin is zij net zo goed een slachtoffer van PRN’s flessentrekkerij, betogen Aniskovich en Brea met behulp van hun verzameling paradijsvogels die elk een eigen deel van het toch wat tragische bestaan van Cleo, alias Youree Dell Harris, inkleuren.

En net als ze van hun hoofdpersoon weer overtuigend een mens van vlees en bloed hebben gemaakt, vliegt dit portret toch nog behoorlijk uit de bocht met een wel erg gesuikerd en gezwollen einde, waarin Miss Cleo opnieuw tot een soort ziener wordt gebombardeerd.

Bad Vegan: Fame. Fraude. Fugitives.

Netflix

Het adagio ‘Good women love bad men’ begint zowaar een eigen plekje te claimen binnen de overvloed aan true crime-documentaire(serie)s. Een jonge, aantrekkelijke vrouw van de wereld (in dit geval: Sarma Melngailis, eigenaresse van het trendy veganistische restaurant Pure Food And Wine in New York) valt halsoverkop voor een mysterieuze kerel (de geheimagent ‘Shane Fox’) en wordt daarna helemaal leeggeschud door hem (een oplichter die in werkelijkheid Anthony Strangis blijkt te heten).

En net als in pak ‘m beet The Tinder Swindler, Love Fraud en The Puppet Master wordt de charade grotendeels verteld vanuit het perspectief van het toch wel erg naïeve slachtoffer, dat zich in de luren laat leggen door de belofte van een leven van overdadige liefde, luxe en, jawel, onsterfelijkheid. Voor haar hond Leon, welteverstaan. Want het ontluisterende proces dat de hoofdpersoon aan het eind ontredderd en berooid zal achterlaten, is ditmaal behalve met kolder over mysterieuze CIA-missies ook omkleed met een totaal bizar new age-verhaal (dat verder nauwelijks begrijpelijk wordt gemaakt).

In de vierdelige docuserie Bad Vegan: Fame. Fraude. Fugitives. (209 min ) pelt Chris Smith die pijnlijke geschiedenis helemaal af met Sarma en haar familie, medewerkers, investeerders en kennissen. Stuk voor stuk kregen ze te maken met de nieuwe man in haar leven, die dat al snel helemaal begon te ontregelen. Met lede ogen moesten ze aanzien hoe Sarma in zijn kielzog alles achter zich liet, inclusief een berg schulden. En daarmee joeg ze meteen haar directe omgeving tegen zich in het harnas, want ook die had zich laten verleiden of dwingen om diep in de buidel te tasten.

Het tweetal zou uiteindelijk tegen de lamp lopen door het bestellen van een pizza in Tennessee. En dat kwam met name Sarma, de bekendste van dit Bonnie & Clyde-achtige duo, op publieke hoon te staan. Zij, de veganistische restauranthouder, de vrouw van het ‘raw food’, was dus blijkbaar toch overstag gegaan voor zoiets banaals als fastfood. De werkelijkheid bleek, natuurlijk, genuanceerder. In meerdere opzichten overigens. En dat probeert Smith eveneens te vangen in deze miniserie, die daarmee tóch geen carbon kopie van al die andere man-kleedt-vrouw(en)-uit producties wordt.

Daar lijkt het alleen behoorlijk lang wél op. Bijna drie uur oogt Bad Vegan, ondanks enkele ingenieuze verhaalvondsten, als het eendimensionale relaas van een ‘good woman’ die er bijna om vraagt om te worden bedrogen door die ‘bad man’, vervolgens inderdaad gigantisch wordt belazerd en zich tenslotte zelfs, als het vleesgeworden Stockholm-Syndroom, ontwikkelt tot een handlanger van de kerel die haar leven kapotmaakt. Al zou ook in dit geval, getuige de twijfel die Chris Smith aan het eind van de miniserie zaait, niets kunnen zijn wat het lijkt. Of juist wel, natuurlijk.