Indië Verloren… Selling A Colonial War

Periscoop Film

Onze jongens gingen de lokale bevolking helpen. Zo probeerde de Nederlandse regering de oorlog in Indonesië, dat zich na de Tweede Wereldoorlog los wilde maken van de westerse kolonisator, tenminste jarenlang te framen. En gevechtshandelingen door Nederlandse troepen werden, in een opzichtige poging om de geschiedenis te falsificeren, verkocht als een binnenlandse aangelegenheid: ‘politionele acties’.

In Indië Verloren… Selling A Colonial War (131 min.), onlangs bekroond met de Beeld & Geluid IDFA ReFrame Award, onderzoekt In-Soo Radstake de pijnlijke geschiedenis van Nederlands Indïe, die in de jaren 1947-1949 tot een climax komt tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het Nederlandse leger, waaronder veel dienstplichtigen, heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ruim een halve eeuw later komen daarvan echter pas de eerste beelden naar buiten. Decennialang heeft niemand, een enkele klokkenluider daargelaten, zijn vingers eraan durven te branden.

Met een bulk aan onthullend, inzichtelijk en ontluisterend beeld- en geluidsmateriaal, van commentaar voorzien door onafhankelijkheidsstrijders en Nederlandse en Indonesische veteranen en ingekaderd met behulp van Indonesische, Amerikaanse, Australische en Nederlandse historici en onderzoekers, waadt Radstake behoedzaam door het stinkende moeras dat is ontstaan rondom een ogenschijnlijk best eenvoudig conflict tussen een westerse kolonisator en een kolonie die zich na eeuwenlange overheersing eindelijk los wil maken.

De situatie wordt echter ernstig bemoeilijkt door de weerspannigheid van de Nederlandse overheid (niet gehinderd door de slaafse pers), politieke strubbelingen binnen Indonesië zelf en de gespannen internationale verhoudingen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Aziatische eilandstaat bezet is geweest door Japan, breekt vrijwel direct de Koude Oorlog uit en begint bij de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden de zogenaamde Dominotheorie opgeld te doen. Indonesië mag dus in geen geval in communistische handen vallen.

Indië Verloren… lijkt soms bewust ruw gemonteerd en laat zien dat de deskundigen ook niet altijd alle kennis direct paraat hebben, soms even de tijd moeten nemen om iets op te zoeken of door de filmmaker nadrukkelijk worden geïnstrueerd of ingefluisterd. De functie daarvan is niet helemaal helder – of het moet bedoeld zijn als bewijs dat het hier om een gecompliceerde geschiedenis gaat, die alle betrokkenen noopt om de verschillende gebeurtenissen, denkbeelden en ontwikkelingen op kousenvoeten te doorlopen.

Ruim 75 jaar na dato blijkt de term ‘oorlogsmisdaden’, ondanks excuses van de Nederlandse regering, bijvoorbeeld nog altijd zeer gevoelig te liggen. En ook in Indonesië verkiest menigeen een eenvoudig heldenverhaal boven de diffuse en soms ook gewoon ongemakkelijke waarheid, die in deze breed opgezette, stevig doortimmerde en ook nog steeds urgente film wél de ruimte krijgt. Want wie het verleden niet kent (of wil kennen), is gedoemd om dat te herhalen.

Hear And Now

HBO

Ruim 65 jaar hebben ze geleefd zonder te horen. En dan willen Sally en Paul Taylor alsnog de oversteek wagen naar de horende wereld. Het Amerikaanse echtpaar besluit een cochleair implantaat te nemen. Hun dochter, de filmmaker Irene Taylor Brodsky, heeft zo haar twijfels. ‘Ik werd zenuwachtig van hun keuze’, vertelt ze in de aangrijpende egodocu Hear And Now (83 min.) uit 2007. ‘Wie zijn ze na de operatie? Zijn ze dan nog steeds doof? Horend? Of iets ertussenin? Wat als het implantaat niet werkt? Of één van hen straks kan horen en de ander niet?’

De film start een week voordat Irene’s ouders onder het mes gaan. Eerst moeder Sally, enkele dagen later vader Paul. Voordat het zover is tekent hun dochter het leven op dat ze tot dusver hebben geleid. Dat begint met de realisatie van haar grootouders – en eerst ook de ontkenning daarvan – dat hun kind doof is. Sally en Paul worden allebei op jonge leeftijd naar het gerenommeerde Central Institute For The Deaf in St. Louis gestuurd, waar ze leren praten en ook elkaar ontmoeten. Op de middelbare school, tussen horende kinderen, realiseren ze zich voor het eerst wat het betekent om doof te zijn en hoezeer zij daardoor losstaan van de horende wereld.

Inmiddels hebben de twee hun eigen plek in die wereld gevonden en samen drie, horende, kinderen op de wereld gezet. ‘Mijn ouders zijn goed in doof zijn’, constateert Irene trots. Maar waarom dan tóch een gehoorprothese laten implanteren? Sally wil volgens eigen zeggen nieuwe dingen ontdekken. En Paul hoopt aan zelfvertrouwen te winnen. De twee lijken zich intussen nauwelijks te realiseren dat ze met hen keuze ook een risico nemen. Ze hebben meer te verliezen dan ze zelf in de gaten hebben. Hun filmende dochter herkent dat eerder en legt het kwetsbare en emotionele proces, vanaf de ingrijpende chirurgische ingreep, minutieus vast.

Een maand na de operatie wordt dan eindelijk het cochleair implantaat aangezet en maakt het leven zoals Sally en Paul dat kenden plaats voor een nieuw bestaan, waarbij het wonder van horen regelmatig ook een bezoeking wordt. Met een persoonlijke voice-over kadert Irene de ervaringen van haar ouders in hun eerste horende jaar in. Leren horen, zo wordt al snel duidelijk, betekent ook leren wat niet te horen. Want de wereld waarmee horenden ongemerkt opgroeien, blijkt voor de Taylors vaak overweldigend en soms zelfs ondraaglijk. Zij ervaren een permanente kakofonie van geluid, die door hun dochter echt voelbaar wordt gemaakt in deze film.

Hear And Now ontwikkelt zich zo tot een even schrijnend als liefdevol portret van twee mensen die op latere leeftijd doelbewust hun comfort zone verlaten, om toch nog onderdeel te worden van de wereld van alle anderen. In dat intensieve proces dreigen ze zichzelf en ook elkaar kwijt te raken.

In 2020 maakte Irene Taylor Brodsky een soort vervolg: Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements, want haar elfjarige zoon Jonas heeft ook ernstige gehoorproblemen. En ook haar ouders Sally en Paul spelen daarin weer een prominente rol. Net als Beethoven trouwens.

Beyond Utopia

Madman

Op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea liggen naar schatting twee miljoen landmijnen. Gewone Noord-Koreanen die willen ontvluchten aan Kim Jong-uns communistische heilstaat, volgens een mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties alleen te vergelijken met Nazi-Duitsland, doen dat dus meestal via de grens met China. Daar worden ze dan opgewacht door militairen, die het regime medailles en extra vakantie in het vooruitzicht heeft gesteld als ze een overloper neerschieten. En als vluchtelingen de overtocht tóch overleven, wacht hen nog een zeer gevaarlijke reis, begeleid door mensensmokkelaars voor wie ze vooral handelswaar zijn, op weg naar de vrijheid. 

In Beyond Utopia (115 min.) volgt Madeleine Gavin pastor Seungeun Kim van de Caleb Mission Church in Zuid-Korea. Als lid van de zogenaamde ‘Underground Railroad’ staat hij, met gevaar voor eigen lijf en leden, al jarenlang Noord-Koreanen op de vlucht bij. Hij bekommert zich nu om de familie Roh, die met drie generaties op de vlucht is geslagen. Het wordt een barre tocht, die moet eindigen bij hun familielid Hyukchang in Seoul. Zover is het echter nog lang niet. Intussen probeert Soyeon Lee, een gevluchte Noord-Koreaanse vrouw, ook haar zeventienjarige zoon Cheong over te halen naar Zuid-Korea. Ze heeft hem al tien jaar niet gezien en verkeert permanent in onzekerheid over hoe het met de jongen gaat en of hij aan de wurggreep van de dictatuur kan ontsnappen.

Al het beeldmateriaal in deze spannende documentaire is gemaakt door de vluchtelingen zelf, hun ondergrondse netwerk en de filmmakers. Géén reconstructies dus. Gavin heeft alleen details versluierd, die betrokkenen of hun verwanten in gevaar kunnen brengen, en enkele cruciale scènes uit het verleden laten animeren. Zo komt een onvervalste surveillancestaat in beeld, waar je zomaar naar de goelag of een concentratiekamp kunt worden gestuurd – en het is maar de vraag of je daarvan ooit kunt of mag terugkeren. Soyeon moest haar eerste ontsnappingspoging bijvoorbeeld bekopen met twee jaar in een strafkamp. Daarna mocht ze haar leven als menselijke robot vervolgen, in een land dat door de machthebbers zorgvuldig wordt afgeschermd van de wereld.

Want de Noord-Koreaanse bevolking moest eens weten hoe ’t er daar, bij de barbaarse aartsvijand Amerika bijvoorbeeld, aan toegaat…. Onafhankelijke pers is er echter niet. Vrij toegankelijk internet evenmin. Of gewoon zomaar een werkende mobiele telefoon. Om het volk onder de knoet te houden neemt Kim Jong-un (1984-), net als zijn vader Kim Jong-il (1942-2011) en grootvader Kim Il-sung (1912-1994), bovendien stelselmatig z’n toevlucht tot marteling, gedwongen abortussen en publieke executies. In de kantlijn besteedt deze indrukwekkende film ook aandacht aan die zwartgeblakerde historie van het Aziatische land. En via de gevluchte inwoners wordt zichtbaar wat het inmiddels ruim 75-jarige bewind heeft aangericht in de psyche van dit volk.

Eenmaal uit de grijpgrage armen van Kim Jong-un en zijn trawanten, blijven de gevluchte Noord-Koreanen hun geboorteland, ogenschijnlijk oprecht, portretteren als een soort paradijs op aarde. Totdat ze echt, zeker, werkelijk waar!, Beyond Utopia zijn. Dan kunnen ze eindelijk, ook naar zichzelf, de werkelijkheid erkennen in deze belangwekkende documentaire, die een ronduit akelige wereld schetst, waaruit zowel fysiek als mentaal nauwelijks valt te ontsnappen.

Life Is Beautiful

IDFA

Het zou een culturele uitwisseling worden van een maand. De jonge Palestijnse filmmaker Mohamed Jabaly wordt in 2014 met open armen ontvangen door een gastgezin in de Noorse zustergemeente Tromsø. Dan gaat echter onverwacht en voor onbepaalde tijd de grens naar Gaza dicht en zit hij vast in een kleine gemeenschap boven de poolcirkel. De Noorse regering wil bovendien zijn Palestijnse paspoort niet erkennen. Jabaly wordt beschouwd als ’statenloos’.

En daarmee komt in de aardige egodocu Life Is Beautiful (originele titel: Al Haya Helwa, 86 min.) een lang en slopend bureaucratisch proces op gang. Want terwijl zijn debuutfilm Ambulance, afgerond in Tromsø, is te zien op alle internationale filmfestivals, wordt hij als autodidact door de Noorse autoriteiten niet erkend als filmmaker. Mohamed Jabaly komt dus ook niet in aanmerking voor een nieuw visum en wordt geacht om het land weer te verlaten.

Hoewel de goedlachse Palestijn alle steun krijgt van de plaatselijke gemeenschap lijkt het verdict, na diverse slepende beroepszaken, eind 2016 wel duidelijk: hij zal nog vóór Kerstmis moeten vertrekken. Maar waar moet hij heen? De situatie lijdt tot een steunbetuiging vanuit de Scandinavische filmwereld: ‘Mohamed is mijn collega.’ Deze docu heeft een soortgelijk effect: het is moeilijk om niet te sympathiseren met de Palestijnse filmer die zich in korte tijd geliefd heeft gemaakt.

Intussen zit Mohamed jarenlang vast in een soort niemandsland, tussen de winterse taferelen van Noord-Noorwegen, waar hij zich welkom voelt maar niet mag blijven, en Gaza, waar hij thuis is maar al jaren niet naartoe kan. Die patstelling krijgt gaandeweg steeds meer vat op zijn gemoed. Elke keer valt er weer, voor het oog van de camera, een nieuwe beslissing op de digitale deurmat. Waarop hij samen met zijn medestanders en de moed der wanhoop dan weer moet anticiperen.

Mohamed Jahaby’s situatie lijkt tevens exemplarisch voor de benarde positie van zijn volk, dat al decennia in de verdrukking zit en zich door de actuele politieke situatie in Gaza weer even in de belangstelling van de rest van de wereld mag verheugen. Het leven is mooi, de optimistische titel van deze documentaire waarmee de Palestijnse filmer op het IDFA de prijs voor beste regie won, valt ondertussen alsmaar moeilijker vol te houden. Waar dan? En hoe valt het tij te keren?

Daniel

HBO Max

Het loopt slecht af – of in elk geval: af. Dat staat vanaf het begin vast. Voortijdig, dat ook. Op z’n zevende kreeg Daniel Northcott zijn eerste camera. Daarna filmde hij 22 jaar zijn leven en de wereld om hem heen. Het resulteerde in maar liefst 1475 uur beeldmateriaal uit 42 verschillende landen, waarvan zijn oudere zus Erin nu een film heeft gemaakt. Met die informatie wordt de collageachtige Daniel (69 min.) afgetrapt.

Het navolgende dikke uur staat in het teken van het leven dat de jonge avonturier uit Vancouver heeft geleid. Een leven dat hem naar alle uithoeken van de aarde bracht. Een leven ook dat dus inmiddels achter de rug is. Hoe en waar het is geëindigd, dat is de vraag die tot het einde van deze documentaire van Daniel en Erin Northcott wordt bewaard. Als sluitstuk van een levenslange zoektocht naar zingeving.

Halverwege is overigens al wel duidelijk waar het naartoe gaat met Daniel Northcott – en ook waarom. ‘Het wordt goed nieuws’, houdt Daniel zichzelf dan nog voor, maar de wetten van de storytelling hebben voor buitenstaanders dan allang verraden wat voor hem nog in de toekomst verscholen ligt. ‘Het komt goed, ja!’ roept hij uit als het water hem echt aan de lippen begint te staan in dit sensitieve (zelf)portret.

Intussen blijft hij onverminderd filmen, om zijn verbondenheid met de plekken en mensen die hij heeft gekend, het universum en het leven zelf te vereeuwigen. Uiteindelijk, als alles wat hij liefheeft uit zijn vingers glipt, durft Daniel kleur te bekennen over wie hij is – en wie hij, voor iedereen die hem nooit heeft gekend, ooit was. En dan is het aan zijn nabestaanden om zijn cryptische afscheidsboodschap te ontcijferen.

Met deze film over de waarde van het leven, de betekenis die symboliek daarin speelt en ook het (nood)lot, geven zij bovendien opnieuw zin aan Daniels bestaan, dat vroegtijdig, nu alweer meer dan tien jaar geleden, ten einde kwam.

How We Get Free

HBO Max

Noem het beestje gewoon bij z’n naam: met het borgsysteem criminaliseren we armoede. De Amerikaanse activiste Elisabeth Epps spreekt niet met meel in de mond. Het betalen van een contante borgsom schiet z’n doel volgens haar allang voorbij. Het was ooit bedoeld als dwangmiddel, zodat mensen die waren aangehouden ook naar de rechtbank kwamen als hun zaak daar voorkwam.

In de praktijk heeft dat systeem echter allerlei ongewenste effecten. Er zitten bijvoorbeeld permanent zo’n 350.000 Amerikanen, veelal afkomstig uit de zwarte gemeenschap, in voorlopige hechtenis, te wachten totdat ze, voor veelal kleine vergrijpen, kunnen worden berecht. Ze zitten daar alleen omdat ze de gevraagde borgsom, die zomaar 5.000 of 10.000 dollar kan bedragen, niet kunnen ophoesten.

In de gevangenis kan je leven binnen 72 uur grondig veranderen, stelt Denver County Sheriff Elias Diggins in How We Get Free (30 min.) van Geeta Gandbhir en Samantha Knowles. Voor je het weet ben je je baan kwijt. Het is dus niet vreemd dat ook veel onschuldige verdachten uiteindelijk maar gewoon schuld bekennen. Waarna ze de gevangenis mogen verlaten en hun leven kunnen hervatten.

In deze effectieve korte docu, die het zowaar tot de shortlist voor de Oscars heeft geschopt, volgen Gadbhir en Knowles de strijdbare Epps, die met donateurs het Colorado Freedom Fund heeft opgezet. Daarmee schiet ze borgsommen voor, zodat minder kapitaalkrachtige landgenoten niet nodeloos dagen, weken of zelfs maanden in de gevangenis hoeven te zitten. Zij weet zelf hoe dat voelt.

Als de zaak vervolgens juridisch is afgehandeld, krijgt Epps dat geld weer terug en kan dit worden ingezet voor een volgende zaak. De vraag overstijgt echter permanent het aanbod. En dus wil Elizabeth Epps dat het gehele juridische systeem wordt hervormd en gewone Amerikanen, die nauwelijks iets op hun kerfstok hebben, niet meer zomaar in een ‘kooi’ kunnen worden gestopt.

Glas, Mijn Onvervulde Leven

Zelovic Film

‘Eigenlijk had Rogier een beroemde muzikant willen worden, liefst zanger’, stelt verteller Kay Mastenbroek bij een oud zwart-wit filmpje van een man in net pak die zingende glazen bespeelt, beelden die Rogier Kappers als jongetje zag en die altijd op zijn netvlies zijn blijven staan. ‘Het publiek raken, de wereld ontroeren’, gaat de stem verder. ‘Maar hij had het nooit doorgezet. Zijn vader zegt dat dat komt omdat hij altijd andere plannen heeft. Maar wat als hij ‘t nu wél zou gaan doen, muzikant op de zingende glazen?’

En daarmee is de queeste van Glas, Mijn Onvervulde Leven (90 min.) in gang gezet. Over een eeuwig jongetje in een (oudere) mannenlijf. Een typische man ook van twaalf ambachten, dertien ongelukken – al heeft ie toch echt een Gouden Kalf op de schouw staan (of ergens anders in z’n Amsterdamse woning, of het vakantiehuisje buiten de stad, dat langzaam in de veengrond zakt). En Rogier Kappers, tevens de maker van deze kostelijke docu, heeft ook twee jongens te onderhouden, van twee exen. En nog geen nieuwe vriendin, trouwens. Zijn omgeving reageert natuurlijk sceptisch: halverwege de vijftig en dan straatmuzikant worden met een eigen glasorgel, hoe verzin je ‘t?

Voor een type als Rogier werkt zo’n reactie blijkbaar als een aanmoediging. Zoals ‘t eerder ging met boten, muziekinstrumenten en die ene oorlogsfilm. Totdat de droom werd ingehaald door zoiets ontmoedigends als de realiteit. Gelukkig heeft hij nu, als alles onverhoopt toch in het honderd loopt, altijd deze film nog, waarmee het zoveelste project wordt gedocumenteerd. Want Kappers’ pogingen om het publiek te raken en de wereld te ontroeren krijgen natuurlijk met het ene na het andere obstakel te maken. Een ontmoeting met zijn idool, de Estse componist Arvo Pärt, is nog niet mislukt of een tamelijk rampzalig optreden in Dubai – en korte broek – staat alweer op het programma.

‘s Mans avonturen worden, behalve door die tragikomische voice-over in de derde persoon, voortdurend begeleid door dikke klassieke (pop)hits. Die versterken de dramatische lijn van de film en werken daarnaast, ook niet geheel onbelangrijk, regelmatig op de lachspieren. En dat geldt eveneens voor de steeds weer terugkerende chats met allerlei potentiële nieuwe vriendinnen – ook omdat op voorhand al bijna vaststaat dat het toch weer niks wordt. Zijn vader Jan, een beminnelijke oud-leraar Grieks en Latijn die het beste voor heeft met zijn oudste zoon en die ‘glasbak’, houdt intussen een oogje in het zeil en de moed erin. Zijn belletjes aan Rogier structureren de boel een beetje.

Glas, Mijn Onvervulde Leven ontwikkelt zich, ook door zijn deskundige commentaar, tot een onweerstaanbare jongensboekfilm, die heerlijk het midden houdt tussen zelfreflectie en -spot. Een onvervalst pleidooi ook om ongegeneerd te blijven dromen.

ABBA Silver ABBA Gold

NTR

Als schrijver of componist van popmuziek heb je maar een bepaalde tijd de oren en de geest van de jeugd, zou Björn Ulvaeus, volgens promotor/tourmanager Thomas Johansson, in de laatste fase van ABBA’s bestaan hebben gezegd. ‘Die tijd hadden we net gehad en we wisten dat we het niet moesten forceren.’ Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid gaan in 1983 dus ieder hun eigen weg, maar zullen nooit meer helemaal los van elkaar komen. Want hits als Dancing Queen, Take A Chance On Me en I Have A Dream blijken zowaar tóch tijdloos en veroveren steeds nieuwe generaties.

Sterker: in mei 2022 staat het viertal, dat eerder met Voyage (2021) al z’n eerste nieuwe langspeler in bijna veertig jaar heeft uitgebracht, ineens weer samen op het podium. Niet om op te treden, overigens, maar om de première van een nieuw ABBA-concept op te luisteren. In Londen is een speciale concertzaal verrezen, met een capaciteit van drieduizend bezoekers, waar hologrammen van jongere uitvoeringen van de vier groepsleden oude hits gaan vertolken met een live-band. Zo geeft ABBA zichzelf bijna letterlijk het eeuwige leven – en ook zoiets als eeuwige roem.

Het aardige van de tv-docu ABBA Silver ABBA Gold (52 min.) van Chris Hunt is dat die de complete eerste halve eeuw van ABBA belicht – ook al heeft de groep feitelijk slechts zo’n tien jaar bestaan. Die succesperiode, van Songfestival-hit Waterloo tot afscheidssingle Thank You For The Music, wordt opnieuw opgeroepen met concertbeelden, videoclips en (archief)interviews met de vier groepsleden en ABBA-getrouwen zoals songschrijver Neil Sedaka, kostuumontwerper Owe Sandström, arrangeur Anders Eljas, geluidstechnicus Michael Tretow en regisseur Lasse Hallström.

Nadat begin jaren tachtig het fundament onder ABBA is weggevallen – doordat de twee huwelijken binnen de groep allebei zijn uitgelopen op een echtscheiding – krijgt de toch wat kitscherige pop en disco van de Zweedse hitfabriek ineens drama en diepgang, met als meest tastbare voorbeeld de geladen echtscheidingssong The Winner Takes It All. Daarna is ’t ieder voor zich, constateert verteller Tamsin Greig, die alle verhaallijntjes verbindt. Alhoewel… Bjorn en Benny blijven samen optrekken en scoren enorme hits met de musical Chess en de ABBA-musical en -films Mamma Mia.

Want alles wat met ABBA wordt geassocieerd schijnt, in weerwil van Björn Ulvaeus’ verwachting, maar niet uit de tijd te raken. Hoe dat komt? Het antwoord daarop ligt misschien in dat huisje op het Zweedse eiland Viggsö, waar ABBA’s eindeloze stroom hits, die zo’n tien jaar zal aanhouden, ooit op gang is gekomen. Daar, ver weg van de popbusiness, vindt het viertal begin jaren zeventig z’n eigen stem, die comfortabel langs de heersende trends links scheert en uiteindelijk zelf trendsettend wordt.

Maestro Ton Koopman: Gedreven Door Muziek

Max

Eerst naar Venetië, daarna door naar Den Haag en dan weer naar de Canarische Eilanden. In Ton Koopmans agenda voor 2024, het jaar waarin de Nederlandse dirigent en barokmusicus tachtig wordt, staan verder nog uitvoeringen gepland in Salzburg, Tokio, Utrecht, Berlijn, Palermo, Weimar, Lausanne, Rome, Madrid, Lyon, Stuttgart…. Zijn vrouw Tini Mathot maakt zich er soms wel eens zorgen over. Natuurlijk, de muziek houdt natuurlijk nooit op, maar al dat reizen… Zelf wil Ton in elk geval nog zeker tot zijn 85e door. 

De twee leerden elkaar kennen in 1970 tijdens een cursus in Zuid-Duitsland. Hij, de docent, was net getrouwd en zij, de enige leerling piano en klavecimbel, had al een vriend. Hun liefde liet zich echter niet beteugelen door regeltjes. ‘Het was meteen “ons”’, zegt zij – al probeerden ze het onvermijdelijke toch nog even te vermijden. ‘Jij deed examen bij mij en jij was zwanger van mij’, herinnert hij zich. ‘Ja, dat was ook zoiets wat ze nog nooit hadden meegemaakt’, valt zij hem weer bij. Toen zijn Ton en Tini toch maar ‘braaf gaan trouwen’.

Zo ontwikkelt Maestro Ton Koopman: Gedreven Door Muziek (60 min.) zich in zekere zin tot een dubbelportret, van een befaamde Nederlandse dirigent/musicus en de vrouw die altijd trouw aan zijn zijde bivakkeert. ‘Ton is één en ik ben twee’, zegt ze zelf, als ze allebei achter een vleugel hebben plaatsgenomen voor een uitvoering. ‘Maar ik kan ook wel eens één zijn. Dus ik grijp wel mijn kans.’ Tini vindt het in zulke gevallen ook best leuk om hem eens af te troeven, bekent ze. Lachend: ‘En dat hoort ie ook, maar dat is een leuk spelletje.’

En zo gaat het ook in deze film van Jeroen Tiemes. Ton bezoekt bijvoorbeeld het graf van zijn grote held Johann Sebastian Bach, gaat terug naar zijn geboortestad Zwolle, jureert bij een dirigentenconcours, woont de opening van de Ton Koopman-collectie in het Orpheus Instituut in het Belgische Gent bij en floreert met zijn eigen Amsterdam Baroque Orchestra & Choir op het Bachfest in Leipzig. En terwijl iedereen daarbij voortdurend de loftrompet over hem steekt, plaatst Tini zo nu en dan kanttekeningen en accenten.

Thuis in Bussum vinden de twee tussendoor tijd en gelegenheid om even uit te blazen – al is er ook daar natuurlijk muziek en wordt die er ook nog eens onderwezen. Want Ton, een toonaangevende dirigent/musicus die buiten de landsgrenzen nog altijd meer wordt gewaardeerd dan in eigen land, en Tiny, zijn vrouw die getuige dit aardige portret met liefde en plezier de tweede eh… vleugel, orgel of klavecimbel speelt, willen die liefde maar al te graag doorgeven.

And A Happy New Year

IDFA

Nog zestien uur, als deze korte documentaire van Sebastian Mulder begint, tot nieuwjaar. De hoofdpersonen van And A Happy New Year (21 min.) hebben geen idee wat eraan zit te komen, maar ze voelen ‘t waarschijnlijk aan hun water. En anders horen ze ‘t gewoon. Het komt van alle kanten naarmate twaalf uur dichterbij komt. Totdat hun leven volstrekt ondraaglijk wordt. Dat is pas een hondenleven.

Mulder heeft een aantal trouwe viervoeters uitgerust met een GoPro-camera. Zo legt hij vanuit hun gezichtsveld vast wat al dat vuurwerk, voor in totaal zo’n honderd miljoen euro, aanricht. Ze verroeren zich niet, janken of bibberen van angst. Op een stil plekje in de badkamer of in een hoek van de woonkamer. Of het baasje nu woedend verhaal gaat halen bij enkele van die knallers of maar blijft zeggen dat er niets kan gebeuren, deze paniek laat zich niet zomaar bezweren.

Met nachtbeelden, gemaakt met infraroodcamera’s, toont deze bijna tactiele film, op het International Documentary Festival Amsterdam gekozen tot beste jeugddocu, tevens de angst onder dieren in de natuur. Paarden draven in het wilde weg rond. Vogels zitten als een, ja, dood vogeltje om zich heen te kijken. En konijnen nemen ras de benen (maar waarnaartoe?). En dat allemaal voor het vertier van de mens, die het jaar knallend wil inluiden. Daar valt je bek toch van open?

Een gelukkig nieuwjaar dan maar, door Sebastian Mulder vervat in tripachtige vuurwerksequenties. Nog 364 dagen, 23 uur, 59 minuten en 59 seconden, wrijft hij er meteen maar even in. Dan is het weer feest.

De Butlers

BIND

‘Jullie service hier in de ochtend moet zijn als frisse lucht die hier binnenwaait, moet schoonheid en poëzie zijn’, houdt Robert Wennekes van The International Butler Academy (TIBA) in Simpelveld de butlers in opleiding voor. ‘Perfectie is wat ze zoeken en waar jullie naar streven.’

Ze hebben zich vanuit landen zoals Brazilië, de Verenigde Staten en Georgië gemeld om in Limburg een tienweeks trainingsprogramma te volgen – nee: te ondergaan – in een Downton Abbey-achtige omgeving en sfeer. De aspirant-butlers worden bij TIBA opgevoed met een ogenschijnlijk tamelijk archaïsch idee van etiquette en leren bijvoorbeeld eten serveren, strijken, schoenen poetsen, wijn schenken en de werkgever uit de regen houden.

In de chique vierdelige serie De Butlers (108 min.) observeert Marlies Smeenge hoe ’t hen daarbij vergaat. Wennekes is in elk geval een strenge leermeester, een man die hen nu alvast klaarstoomt voor een veeleisende werkgever. ‘Nee, verkeerd!’, corrigeert hij de verbouwereerde trainees bijvoorbeeld ferm. ‘Je kunt je geen fout veroorloven.’ En als ‘t in zijn ogen helemaal fout gaat, schreeuwt de opperbutler hen rustig toe dat de service ‘fucking terrible’ was.

Uit zijn mond klinkt feedback als ‘Beter. Niet perfect, maar beter.’ zowaar als een enorm compliment. Pas later, zoals dat gaat bij trainingen waarbij de deelnemers eerst worden afgebroken en daarna weer langzaam worden opgebouwd, laat hij ook zijn waardering zien in deze serie, die zich volledig afspeelt binnen de setting van TIBA en invoelbaar maakt hoeveel plichtsbetrachting, doorzettingsvermogen en discipline er nodig zijn om je staande te kunnen houden binnen dit strenge regime.

Uiteindelijk leven zij (en wij) toe naar de verplichte apotheose van dit soort opleidingsfilms: het moment waarop wordt bepaald of de butlers daadwerkelijk hun opwachting kunnen maken in ‘a world of style, elegance, decorum and exceptional service’. En daarna mogen ze, als alles naar wens is verlopen, een gelofte uitspreken: ‘Ik beloof de filosofie, regels en principes te respecteren en te volgen van The International Butler Academy en de normen en waarden die het vertegenwoordigt…’

Trees And Other Entanglements

HBO Max

Hoe begin je een film over bomen? Met een citaat van de Bengaalse dichter en wijsgeer Rabindranath Tagore bijvoorbeeld: ‘The woodcutter’s axe begged for it’s handle from the tree. The tree gave it.’ Met daarna beelden van een bos, in de omgeving van Portland, begeleid door het geluid van tsjilpende vogeltjes. En dan introduceer je jezelf, filmmaker Irene Taylor. Deze boom leeft al langer, vertel je vervolgens aan je zoon, dan iedereen die jij kent en hun grootouders.

Maar hoe leg je daarna uit waarom die documentaire over bomen zo nodig moest worden gemaakt? Een voice-over misschien? ‘Bomen spreken de waarheid’, begint die. ‘En ze vertellen verhalen. Over een man die een zaadje plant in een donkere periode, een jongen die verstopt is in het bos, een andere jongen die verliefd wordt en een vrouw die bomen onsterfelijk maakt.’ Je vat het nog even samen: ‘Wij bewegen door de tijd, maar bomen staan stil.’

En dan kan Trees And Other Entanglements (109 min.), jouw associatieve tocht langs deze en andere personages en hun bomen, wel zo’n beetje beginnen. Over de verhouding tussen mens en natuur. Richard Furuzawa vertelt z’n zoon Matthew bijvoorbeeld over zijn eigen vader, die als Japanse Amerikaan tijdens de Tweede Wereldoorlog naar een interneringskamp werd gestuurd. Daar plantte hij een zaadje, dat de basis vormde voor een weldadige bonsaiboom.

De hoogbejaarde George Weyerhaeuser, die een houtkapbedrijf runde dat al zeker vier generaties in de familie zit, werd als negenjarige jongen ontvoerd en verstopt in, juist, een bos. Ryan Neil ging in Japan in de leer bij een echte bonsaimeester en kwam uiteindelijk van een koude kermis thuis, maar is de kunstvorm toch altijd trouw gebleven. En de fotografe Beth Moon maakt overal in de wereld portretten van bomen, die nogal eens ten dode opgeschreven blijken te zijn.

Het is een bont gezelschap dat voor jou vanuit allerlei verschillende gezichtspunten de relatie tussen mens en boom kan optekenen. En soms krijgt zo’n persoonlijk verhaal ineens een heel ruw randje, zoals bij de zwarte schrijfster Carolyn Finney. Haar ouders beheerden bijna vijftig jaar een landgoed van vijf hectare. Nadat ze waren vertrokken, werd het gebied tot erfgoed uitgeroepen. Alleen met de kersenboom die Carolyns vader aan haar moeder had gegeven liep ’t niet goed af.

En dat is dan weer de link met je eigen vader. De man die jarenlang als een enorme eik boven jou uittorende, waarover je eerder de persoonlijke films Hear And Now en Moonlight Sonata hebt gemaakt, begint nu door dementie het contact met zijn wortels te verliezen. De man kan ieder moment worden geveld. Waar wordt gehakt, moet echter dringend worden herbouwd. Dat vindt tenminste bomenplanter Dirk Brinkman die al bijna een miljoen bomen op z’n naam heeft staan.

Zo ongeveer, maar toch heel anders, meandert Trees And Other Entanglement langs allerlei bewegende mensen, stilstaande bomen en adembenemende vergezichten, in een film die gaandeweg, bijna tot je eigen verbazing, menig hart verovert.

Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison

Videoland

Zij werd naamgever van de zaak. Niet hij. Zoals meestal. Het slachtoffer, in plaats van de dader – ook omdat die al dood was toen de zaak aan het licht kwam. Wolfgang Priklopil bleef dus relatief onbekend. En Natascha Kampusch groeide uit tot wereldnieuws.

Als tienjarig kind werd Natascha op 2 maart 1998 ontvoerd. Een 35-jarige Oostenrijkse eenzaat sleurde het meisje in zijn witte busje en hield haar vervolgens ruim acht jaar lang gevangen in zijn huis, ergens in de buurt van Wenen. 3096 dagen zat ze vast, meestentijds in de bedompte kerker, drie meter onder de grond, waaraan hij vier jaar lang had geklust. Hij deed er het licht aan (of niet). Hij zorgde voor eten (of niet). En hij liet haar even naar boven of zelfs naar buiten gaan (of niet). Ze was, kortom, van hem. Jarenlang.

Zover had ’t overigens niet hoeven te komen. De politie stond al snel na haar verdwijning bij Wolfgang Priklopil voor de deur – omdat een getuige had gezien dat het meisje was meegenomen door iemand in een wit busje – maar de dienstdoende agenten achtten Priklopil, één van de zevenhonderd eigenaars van zo’n busje in de regio Wenen, niet in staat tot dit misdrijf. En ook een concrete aanwijzing, een brief over ‘s mans gestoorde persoonlijkheid die zes weken na de kidnapping binnenkwam bij de Oostenrijkse politie, werd genegeerd.

In de eerste twee delen van de miniserie Natascha Kampusch – A Lifetime In Prison (155 min.) doorloopt Nicole Horanyi de geruchtmakende zaak met Natascha zelf, haar moeder Brigitta Sirny (die al die jaren als verdachte werd beschouwd), andere betrokkenen én de gebruikelijke deskundigen. Één van hen, profiler Mark T. Hofmann, heeft een bijzondere rol: via gesprekken met Natascha Kampusch, ook in een replica van de kelder waar ze jarenlang verbleef, moet hij zicht krijgen op de dader, die nooit eens grondig is doorgelicht door een psycholoog.

Diens slachtoffer kenschetst Wolfgang Priklopil nu als ‘hulpeloos’. Ze had zelfs medelijden met hem – al was dit ongetwijfeld ook onderdeel van het Stockholmsyndroom dat onvermijdelijk lijkt voor een meisje in haar situatie. ‘Eerlijk gezegd vond ik hem altijd zwakker dan ik. Alleen fysiek sterker.’ Over de details daarvan zwijgt ze. Kampusch geeft sowieso duidelijk haar grenzen aan over wat ze wel en niet kwijt wil. Om zichzelf, haar verwanten en mensen in een vergelijkbare situatie te beschermen.

Tegelijkertijd vertelt ze ook heel veel wél. Over de wanhoop die haar alsmaar nadrukkelijker in z’n greep kreeg bijvoorbeeld. ‘M’n gedachten gingen steeds meer van: ik kom hier nooit meer weg’ naar: dit is niet meer vol te houden’, vertelt ze. Je wist, vat Hofmann samen, dit houdt pas op als één van jullie twee sterft? Op 23 augustus 2006, na bijna 8,5 jaar, komt het daadwerkelijk zover. Zijn verhaal komt ten einde – en dat van haar gaat door, met nóg een pijnlijk, onsmakelijk en voor buitenstaanders misschien zelfs nóg interessanter hoofdstuk.

Want dan duikt de hele wereld op hun gezamenlijke zaak en moet zij die verdedigen tegen roddel en laster. Het is een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, waarbij ook allerlei complottheorieën opgeld doen. En die zijn niet eens afkomstig uit de donkerste krochten van het internet, blijkt in de ontluisterende slotaflevering van deze driedelige serie, maar van gewezen rechters en politici. De aanhoudende commotie maakt van Natascha Kampusch een mediapersoonlijkheid, een rol die ze gaandeweg omarmt en met eigen media-adviseurs vorm geeft.

Die traumatische ervaring is een soort tweede huid geworden en zij daarmee haar eigen verhaal: De Zaak Kampusch.

Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team

Netflix

‘Het is moeilijk om er één te winnen’, dreunt één van de onvermijdelijke deskundigen aan het begin van Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team (174 min.) de vaste riedel op. ‘Twee keer op rij winnen is ongelooflijk. En drie keer winnen is nog nooit gebeurd.’ Uitroepteken. Het is duidelijk wat er op het spel staat voor de Amerikaanse vrouwen tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2023 – en dus ook wat het uitgangspunt is voor deze vierdelige docuserie. En, zoals elke voetballiefhebber inmiddels weet, gaat die missie glorieus mislukken.

Filmmaakster Rebecca Gitlitz wist op voorhand dus al ze moest toewerken naar een unieke prestatie of een enorme deceptie. Ze neemt daarbij haar tijd. Eerst concentreert ze zich op uitleg over het Amerikaanse vrouwenvoetbal, de samenstelling van de selectie, enkele hoofdrolspeelsters en de keuze over wie er wel en niet mee mag naar het WK in Australië en Nieuw-Zeeland. De spanning daarover bij enkele speelsters, die niet tot de kern maar tot de zogenaamde ‘bubbel’ daaromheen behoren, wordt zelfs over twee afleveringen uitgesmeerd.

Sinds het vorige wereldkampioenschap voetbal is er van alles veranderd bij de Amerikaanse vrouwen: een nieuwe coach, geblesseerde en gestopte voetballers en vijf speelsters die een kind hebben gekregen. Hoewel de uiteindelijke ploeg bekende cracks zoals Megan Rapinoe en Alex Morgan bevat, heeft Team USA ook veel onervaren krachten in de gelederen. En bondscoach Vlatko Andonovski moet ook nog maar bewijzen dat hij uit de schaduw kan treden van zijn immens succesvolle voorganger Jill Ellis, die de wereldtitel pakte in 2015 en 2019.

En dan wacht in aflevering drie, na een zuinige overwinning op Vietnam, al snel een tegenstander van formaat: de Oranje Leeuwinnen. Gitlitz maakt er een episch gevecht van: overspannen wedstrijdcommentaar, slow motion spelmomenten, bekvechtende speelsters, dramatische muziek en intens meelevende supporters. Het blijkt de eerste van een serie do-or-die wedstrijden voor de Amerikanen, die in eigen land ernstig onder vuur komen te liggen. Oud-International Carli Lloyd geeft haar voormalige teamgenoten bijvoorbeeld van onder uit de zak.

Dat WK komt voortijdig tot een eind tijdens een dramatische penaltyreeks, maar dat is niet de apotheose van deze degelijke sportserie. Die brengt nog in beeld wat er altijd gebeurt als de resultaten van een elftal tegenvallen en laat natuurlijk ook de spraakmakende afwikkeling van het wereldkampioenschap zelf, exemplarisch voor hoe vrouwen wereldwijd nog altijd topsport moeten bedrijven in een mannenwereld, niet links liggen. En dan is ook alweer de volgende stip op de horizon gezet voor Team USA: de Olympische Spelen van Parijs in 2024.

(Ook) daar móeten de Amerikaanse voetbalvrouwen vanzelfsprekend winnen.

De Verliefde Camera

c: Ed van der Elsken

Na een lange close-up van een vrouw die is begonnen aan haar bevalling, verlegt de camera zijn aandacht even naar de man naast haar bed. Hij kijkt geconcentreerd toe. Via de lens van De Verliefde Camera (38 min.), welteverstaan. Het is de befaamde Nederlandse fotograaf en filmmaker Ed van der Elsken (1925-1990). En hij blijkt niet de vader van de baby die aanstonds wordt geboren.

Van der Elsken is bezig met een fotoserie over de mens, vertelt hij na de openingsscène van deze collageachtige productie uit 1971, die werd bekroond met de Staatsprijs voor de Filmkunst. Van de geboorte tot de dood dus. Veel naakte lichamen en zo nu dan zowaar ook wat ‘aangeklede mensen’. Terwijl de camera zijn publiek de wereld van dik een halve eeuw geleden voorschotelt, blijft de fotograaf zelf, ogenschijnlijk à l’improviste, commentaar geven.

Als hij zijn kast met dia’s opentrekt, ‘vijfduizend fotootjes van verre reizen’, komt Ed van der Elsken als verteller pas echt op stoom. Over reizen naar Madagaskar, Japan, Rusland, Nepal en Cuba, waar hij als vriend van het regime flink in de watten werd gelegd. Ga dan als ‘linkse sympathisant’ maar eens objectief en kritisch verslag doen. Hij liet zich tijdens zulke trips vaak begeleiden door andere coryfeeën van de lage landen, zoals Harry Mulisch, Nico Scheepmaker en Hugo Claus.

Hij ontmoette er ook internationale kopstukken zoals de Cambodjaanse staatsman Sihanouk, verbaasde zich over het ‘emotionele type’ Soekarno en maakte familiefoto’s van prins ‘Juan Carlos huttemetut’ (maar werd de volgende dag toch gewoon aangehouden). En in Kenia moest Van der Elsken, nadat hij had bijgedragen aan het redden van een zwaargewonde man, volgens een plaatselijk gebruik (en eigen zeggen) ‘de maagdelijke dochter van die kerel ontvangen in mijn hotel’.

Op de bijbehorende foto’s is te zien hoe hij, strak in zijn eigen camera turend, op bed een poedelnaakte zwarte vrouw in zijn armen houdt. It’s all in a day’s work for photography man, zullen we maar zeggen. Verder is de Nederlandse beelddenker in/met De Verliefde Camera aan het werk te zien in zijn eigen studio, bij een voetbalwedstrijd en tijdens een ritje met het hele gezin in een jeep door de omgeving van Edam, waarbij ook de kinderen even aan het stuur mogen.

Er straalt onmiskenbaar onbeschaamdheid en ook een aanstekelijk soort levenslust uit zijn verhalen en werk, in deze klassieke korte film die een perfecte introductie vormt voor het fenomeen Ed van der Elsken, zowel de man als de kunstenaar, en de tijd waarvan hij een onverzadigbare chroniqueur was.

Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning

HBO Max

Het is de lont in het kruitvat. Op 23 oktober 1989 belt Chuck Stuart in bij het noodnummer van de politie in Boston. Samen met zijn hoogzwangere vrouw Carol is hij overvallen door een Afro-Amerikaanse man. Haar baby kan met een keizersnee nog worden gered, maar zij sterft enkele uren later. In de buurt weten ze wat het betekent als een zwarte man ervan wordt verdacht dat hij een witte vrouw heeft vermoord. ‘Het jachtseizoen op zwarte mensen was geopend’, stelt Ron Bell, inwoner van de achterstandswijk Mission Hill. ‘Het was echt een klopjacht.’

Één van de politiemannen die bij het onderzoek naar de moord betrokken raakt is de inmiddels gepensioneerde agent Bill Dunn. De witte agent is berucht in Mission Hill, de wijk waarnaar de overvaller na de schietpartij zou zijn gevlucht. ‘Ik hielp graag goede mensen en was graag gemeen tegen de schurken’, vertelt Dunn, het type rouwdouwer, niet zonder trots. Hij legt uit: ‘Je hebt erg veel macht. Je kunt iemand z’n vrijheid ontnemen.’ Als Dereck Jackson, die als tiener betrokken raakt bij de zaak, de beelden van het interview ziet, zegt hij: ‘Ja, dat deden ze.’

Jackson kijkt sceptisch naar Dunn, die inmiddels goed in z’n verhaal zit en nog altijd nauwelijks twijfel kent. ‘Doe gewoon wat de politie zegt’, stelt hij. ‘Niet dat we pestkoppen zijn, maar dat maakt het makkelijker voor iedereen. Dan blijven we allebei ongedeerd. Houd je gewoon aan de regels. Handen op je rug. Het is niet moeilijk.’ Jackson: ‘Hij was een tiran. Meer dan een pestkop. Een pestkop kan ik aan. Maar een agent, een witte agent die erom bekend staat dat hij mensen erin luist en mensen mishandelt… Hij was een gevaarlijke agent.’

Met de twee interviews, slim tegen elkaar weggesneden, zijn grofweg de twee uitersten van het conflict in de verscheurde stad vertegenwoordigd in de driedelige serie Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning (155 min.): Dunn, die vrijwel direct een tamelijk willekeurige zwarte man inrekent, en Jackson, als vertegenwoordiger van een gemeenschap die in de hoek zit waar de klappen vallen. Uiteindelijk zullen ze samen in een verhoorkamer belanden, met desastreuze gevolgen. Voor Dereck Jackson, de zwarte gemeenschap van Boston én de waarheid.

Met direct betrokkenen, juristen en vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap analyseert regisseur Jason Hehir de moord op Carol Stuart, het navolgende politieonderzoek en de tendentieuze berichtgeving in de lokale media. En dan neemt de zaak ineens een andere wending, die het misdrijf en het daardoor blootgelegde racisme in een nóg schriller licht plaatsen. Murder In Boston laat zich ook dan niet reduceren tot een reguliere true crime-productie, maar blijft gericht op het grotere maatschappelijke verhaal: over hoe vooroordelen tot een pijnlijke vorm van kokerzicht leiden.

Great Photo, Lovely Life

HBO Max

Als Amanda Mustards oma overlijdt, besluit de jonge fotojournaliste, die al een tijd in het buitenland woont, om terug te keren naar Harrisburg, Pennsylvania en eindelijk eens dat familieverhaal te gaan onderzoeken waarover al decennia zorgvuldig wordt gezwegen. Amanda’s grootvader, de chiropractor William Flickinger, zou zich in de jaren zeventig aan minderjarige meisjes hebben vergrepen.

‘Het was zo vreemd…’ begint deze opa Bill aan het begin van Great Photo, Lovely Life (107 min.), terwijl hij omzichtig zoekt naar de juiste woorden. ‘Maar het leek alsof sommige van die kleine meisjes zich gewoon aanboden. Dat klinkt misschien stom, maar ze wilden dingen leren, ze waren experimenteel… Voor mij was die verleiding te groot. En ik viel ervoor.’

En natuurlijk kon de pater familias ook bij zijn eigen vlees en bloed z’n handen niet thuishouden, blijkt al snel in deze pijnlijk persoonlijke film die Amanda maakte met Rachel Beth Anderson. Hoe kun je je verzoenen met zo’n man? Lukt dat überhaupt? En zijn vrouw Salesta, Amanda’s oma, moet er al die tijd van hebben geweten. Zij is haar echtgenoot echter tot aan het graf blijven verdedigen.

Ook hun dochter en Amanda’s moeder Debi, die op haar achttiende al in een slecht huwelijk was gevlucht, wist waartoe haar vader in staat was. En tóch vertrouwde ze haar eigen dochter, Amanda’s zus Angie, toe aan de zorgen van opa en oma toen haar relatie was stuk gelopen en ze met de handen in het haar zat. Van ellende begon Angie op een gegeven moment letterlijk haar haren uit te trekken.

Nee, het is geen fraai beeld dat Amanda Mustard van haar eigen verwanten schetst. Een christelijke familie, dat wel. Dus vergiffenis van alle zonden – nou ja, bijna dan – is het uitgangspunt. Terwijl ze haar grootvader rekenschap probeert te laten afleggen, blijft ze hem dus liefdevol benaderen. Of hij wel eens zijn excuses heeft aangeboden? wil Amanda weten. Hij: ‘Dat is er niet van gekomen.’

Dat wordt dus haar eigen missie: ze besluit brieven rond te sturen naar mogelijke slachtoffers van haar opa. Om excuses te maken en namens hem boete te doen. Zo stuit ze op Bonnie Dillard. Zij was vier jaar oud toen ze de chiropractor Bill Flickinger leerde kennen… Enfin, de rest laat zich raden. Uiteindelijk besluit Amanda haar grootvader een door Bonnie ingesproken boodschap te bezorgen.

Zodat ze allebei kunnen helen. Tenminste, daarmee rechtvaardigt Amanda het tafereel tegenover opa Bill en zichzelf. De camera legt het meedogenloos vast: een broze oude man wordt geconfronteerd met hoe hij het leven van een ander – en velen met haar – heeft verwoest. Naderhand wil Amanda hem desondanks een knuffel geven. Bill verbaast zich er enigszins over: ‘Als je dat nog wil…’

In deze film wordt het tragische leven van de man, die nog altijd moeiteloos godsvruchtige woorden uit zijn mond laat rollen, verder gedocumenteerd met familiefilmpjes, die op de muren worden geprojecteerd en foto’s van kinderen, waarop de vermoedelijke slachtoffertjes met een stip over hun hoofd onherkenbaar zijn gemaakt. Want een man die op kinderen jaagt, vindt ze werkelijk overal.

Behalve dat hij zich ook heeft vergrepen aan zijn gezinsleden, heeft hij hen tevens medeplichtig gemaakt. Zij hielden hun mond, keken de andere kant op of raakten verwijderd van elkaar en krijgen de brokstukken nu nauwelijks meer aan elkaar gelijmd. Door hem, zo toont deze krachtige film, zijn ze een disfunctionele familie geworden, die ook zonder hem nog heel wat heeft uit te vechten.

My Upside Down World

Altrove Films

Ze klimt nog gewoon, hoor. Sinds Angelika Rainer is gestopt, kijkt er alleen geen jury meer mee bij de drievoudige wereldkampioene ijsklimmen. En ze hoeft ook niet meer tegen de klok te klauteren. ‘De IJskoningin’ begon enkele jaren geleden last te krijgen van de permanente druk om te presteren en verloor mede daardoor de lol in het ‘klettern’. Tegenwoordig verlegt de Italiaanse klimster zonder competitie haar eigen grenzen in weldadige decors te Zwitserland, IJsland en Griekenland.

Intussen heeft Rainer in My Upside Down World (70 min.) echter, in de woorden van haar man en coach Marco Servalli, nog altijd een draak te verslaan: zichzelf. Beter: het stemmetje dat zegt dat ze iets niet kan. Dat gevoel gaat ver terug. Nadat Angelika’s vader het gezin had verlaten, groeide zij alleen met haar moeder op in Zuid-Tirol. Ze miste een vaderfiguur in haar leven en elke vorm van zelfvertrouwen, vertelt de Italiaanse klimster in deze bijzonder fraai ogende film van Elena Goatelli.

Die zet duidelijk niet in op spanning en drama, maar benadrukt de persoonlijke zoektocht van haar hoofdpersoon en de zelfreflectie die daarmee gepaard gaat. Met elke haak die ze in een berg- of ijswand bikt, bepaalt Angelika meteen hoe ze zelf verder gaat. Als sporter, als mens én als vrouw. ‘Ik weet dat ik de eerste vrouw in mijn familie ben die daadwerkelijk kan doen wat ze wil’, constateert ze onderweg. En elk klimtraject dat ze, alsnog, succesvol afrondt zorgt voor hernieuwd vertrouwen.

Heel even voelt ze zich dan onoverwinnelijk. Je bent nu eenmaal een winnaar of niet. Maar op de keper beschouwd is er maar één ding dat écht telt, weet Angelika Rainer: de overwinning op jezelf. En die boek je stapje voor stapje, behoedzaam klimmend. Naar de grenzen van je eigen comfort zone.

Slipjacht

Moiety Film

‘Hunting is all worth living for’, opent jachtruiter Yvonne de Slipjacht (19 min.) met een citaat van de Britse schrijver R.S. Surtees. ‘All time is lost what’s not spend in hunting.’ Wees echter gerust: in het Gelderland van de 21 eeuw wordt geen jacht gemaakt op een losgelaten dier, maar het spoor gevolgd dat een sliptrekker heeft getrokken.

Eerst nog even een drankje om op te warmen, want slipjacht is een aangelegenheid voor in de wintermaanden. En dan worden de honden, begeleid door hoorngeschal, losgelaten in het veld. Vroeger joegen ze samen met ruiters te paard op een vos. Tegenwoordig wordt er dus gejaagd op een slip die enkele dagen in het vocht van koeienpens heeft gelegen.

Met de zogenaamde whipper-in, zowel een riding als een non-riding member, twee jeugdige leden en een jachtruiter belichten Bo van der Meer en Malou Wagenmaker de mores van deze traditie, die met z’n nette kostuums en elitaire imago in een ander tijdsgewricht thuis lijkt te horen – en volgens sommige natuurbeschermers in elk geval niet meer in deze tijd past.

Het levert in elk geval bijzonder fraai beeldmateriaal op, veelal in slow motion uitgeserveerd, van ‘goede luyden’ die prettig met elkaar verpozen in het Nederlandse buitengebied. Van een meute gretige honden bijvoorbeeld, of een colonne trotse ruiters te paard die, zeker als ze versmelten met stuwende klassieke muziek, welhaast Britse allure krijgen.

1489

IDFA

De spanning moet ondraaglijk zijn. Terwijl de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan, om Artsach (Nagorno-Karabach), in het najaar van 2020 voortduurt, 44 dagen lang, wachten de ouders van de 21-jarige student en musicus Soghomon Vardanyan op nieuws over hun zoon, die zijn dienstplicht vervult in het Armeense leger en op dag zeven van de oorlog vermist is geraakt. Met haar telefooncamera documenteert hun dochter Shoghakat hoe zij de tijd doden, in de hoop dat hun kind nog leeft.

Er gebeurt nagenoeg niets in 1489 (76 min.), de persoonlijke film die Shoghakat Vardanyan uiteindelijk van dit materiaal heeft gemaakt. Vader Kamo probeert de situatie aan het front uit te tekenen en zo zicht te krijgen op de overlevingskansen van zijn zoon. Hij ontfermt zich ook over een klein vogeltje. Moeder naait intussen verbeten kussenslopen voor de soldaten en zegt nog maar eens een weesgegroetje. En Shoghakat millimetert haar haren, zodat ze nog meer op Soghomon lijkt.

Ze vindt ook een briefje van haar vermiste broer. ‘Ik wens mezelf en mijn familie een goede gezondheid toe als ik het leger inga’, schrijft hij daarin. ‘Dat ik maar mag dienen zonder incidenten en als mens volwassen mag worden. Zodat ik een goede persoon kan worden.’ En al die tijd weet je als kijker eigenlijk al wat hen boven het hoofd hangt: dit zijn hun laatste momenten met Soghomon. Althans, met het idee van Soghomon. Straks dient het grote verdriet zich onvermijdelijk aan. 

Als dit inderdaad komt, is er eerst de behoefte om het te exploreren en daarna om alles te zien en te weten. En als willekeurige buitenstaander moet je daarin mee, of je nu wilt of niet. Aanschouwen wat niet om aan te zien is. Hoewel 1489 een rudimentaire en fragmentarische film is geworden, die tijdens het International Documentary Festival Amsterdam van 2023 nochtans is gekozen tot beste documentaire, wordt ie daardoor op de valreep toch nog een aangrijpende ervaring.

1489 – het anonieme nummer waarmee Soghomon Vardanyan kan worden geïdentificeerd – richt zich volledig op de persoonlijke beleving. Het grotere verhaal van een regionaal conflict, dat steeds opnieuw oplaait, is vervat in een lange begin- en eindtekst. En daartussen is er dus het lijden van gewone mensen zoals het Armeense gezin Vardanyan, dat leeft tussen hoop en vrees – en daardoor dreigt te worden verpulverd.