Chun Ri Huan You

Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 26 november in de bioscoop

Je bent nu misschien helemaal volwassen, zeggen haar beste vriendinnen Atnyop en Mengying, maar zo zie je er nog helemaal niet uit. Ze pakken een spiegel erbij en beginnen Qihuo’s haar te kammen. Als zij nu ook nog een andere rok aantrekt, geven de ouders van het veertienjarige Chinese meisje, dat behoort tot het Yi-volk, haar vast toestemming om ook te starten met daten. Een huwelijk is dan nog slechts een kwestie van tijd. Want, constateren haar vriendinnen bloedserieus: Qihuo is een ongelooflijke babe. ‘Zo mooi als een bloem’.

Samen met haar hartsvriendinnen verkent de puber uit het afgelegen berggebied in Zuid-China, die onlangs voor het eerst ongesteld is geworden, in Chun Ri Huan You (internationale titel: Whispers In May, 95 min.) de weg naar volwassenheid. Ze gaan letterlijk op pad, vergezeld door Mengyings zusje Itsi, om in Buxte een traditionele rok voor de officiële volwassenwording van Qihuo te bemachtigen. Dat is toch zeker een dag of vier lopen en klimmen. Een waarzegger voorspelt hen alvast een mooie toekomst, met geluk, voorspoed en echtgenoten die elkaars beste vrienden zullen worden.

Tegelijkertijd probeert Qihuo haar moeder, als arbeidsmigrant werkzaam in de stad, van het lijf te houden. Zij belt in deze klassieke coming of age-docu, die zich ontwikkelt tot een mythische roadmovie, regelmatig om de dwarse tiener ferm de les te lezen of uitgebreid de mantel uit te vegen. Het meisje stapt ondertussen dapper door met haar vriendinnen, over de imposante bergen. Onderweg wisselen ze spannende verhalen uit en hebben ze, al dan niet gearrangeerde, ontmoetingen met oudere landgenoten die hen, letterlijk of figuurlijk, de weg wijzen.

Regisseur Dongnam Chen begeleidt hun tocht bovendien met fraaie animaties, de verbeelding van traditionele Yi-fabels over het zware levenslot van vrouwen. Zolang de aandoenlijke meisjes onderweg zijn, kunnen ze nog kind blijven. Wanneer ze de drempel naar volwassenheid nemen, die wacht aan het einde van hun idyllische voetreis en deze ontwapenende en in co-creatie tot stand gekomen film, zullen ze het echte leven moeten binnenstappen. En waar hen rijkdom en geluk zijn voorspeld, kan dan ook wel eens gewoon het leven in een fabriek wachten.

Time And Water

Andri Snær Magnason / Bantam Film / vanaf donderdag 19 november in de bioscoop

Na Fire Of Love (2022), haar overweldigende ode aan de liefde van Maurice en Katia Kraftt voor elkaar en actieve vulkanen, richt Sara Dosa zich nu in Time And Water (93 min.) op gletsjers. En net als in haar vorige, veelgeprezen film, waarin kunstenaar, schrijver en filmmaker Miranda July als verteller fungeerde, laat ze de vertelling weer inkaderen met een voice-over. De IJslandse schrijver Andri Snær Magnason verbindt de verhouding van zijn land tot gletsjers met zijn eigen familiegeschiedenis. ‘Mijn grootouders dachten dat er altijd gletsjers zouden zijn’, legt hij uit. ‘Dat dacht ik ook.’

Tenminste, tot het jaar 2014. Toen bracht het IJslandse televisienieuws het onvoorstelbare bericht dat de Ok-gletsjer, de kleinste gletsjer van het eiland, was opgedroogd. Overleden, zogezegd. Er volgde een officiële begrafenis. En Magnason mocht daarvoor een gedenktekst schrijven. Zoals hij eerder ook een in memoriam neerpende voor zijn opa Arni, die de eerste expedities van de gletsjervereniging leidde en tijdens zo’n reis eens drie dagen vastzat in een tweepersoonstent met z’n grote liefde, oma Hulda. Die plek wordt sindsdien ‘De Bruidspiek’ genoemd in de familie.

Das war einmal. De schrijver vergelijkt deze film met een tijdcapsule, een videobrief die is gericht aan toekomstige generaties. Van een wereld en de bijbehorende mensen, die aan het veranderen is – misschien wel aan het verdwijnen. Dosa omkleedt zijn relaas met prachtige beelden die haar hoofdpersoon en zijn voorouders hebben gemaakt van de IJslandse natuur, die door klimaatverandering zichtbaar is verschraald, en belicht intussen ook IJslands geschiedenis met mythische verhalen en oude rijmgezangen. Een wereld die voor hem vanzelfsprekend is, wordt zo een traktatie voor de rest van de wereld.

Hoe neem je afscheid van iets wat je nooit dacht te kunnen verliezen? vat Magnason de boodschap van deze contemplatieve film, die is gebaseerd op zijn boek On Time And Water (2019) en slechts nét iets minder magisch uitpakt dan zijn gelauwerde voorganger Fire Of Love, nog eens kernachtig samen. Waarna als vanzelfsprekend een oproep volgt: hoe gaan we dit proces tot staan brengen of zelfs terugdraaien? En dan is het alleen nog de vraag of Sara Dosa, na vuur en water, ook nog films gaat wijden aan de elementen aarde en lucht.

De Spookvoetballer

Scenery / BNNVARA

Nadat hij enkele wedstrijden heeft gespeeld voor de Brabantse dorpsvereniging VV Den Dungen, begint de Nederlandse voetballer Bernio Verhagen aan een rondgang langs kleine profclubs in het buitenland. Binnen een half jaar werkt hij vier clubs af.

Van FC Dinamo-Auto Tiraspol in Moldavië verkast hij naar Kaapstad voor een contract bij Cape Town City FC. Ook uit Zuid-Afrika is hij al snel weer vertrokken. Verhagen reist af naar Chili om daar te gaan spelen voor Audax Italiano, waarna hij al gauw de wijk neemt naar het Deense Viborg FF. Voor al die clubs komt de ‘pijlsnelle aanvaller’ echter geen minuut in actie. Nadat hij trots met het shirt van een nieuwe werkgever heeft geposeerd, verdwijnt Bernio Verhagen direct weer van het toneel.

Enkele Deense journalisten vertrouwen de zaak niet en beginnen zich te verdiepen in De Spookvoetballer (135 min.), waaraan Jesse Bleekemolen nu een smeuïge driedelige documentaireserie wijdt. De Nederlandse journalist/podcastmaker Sam van Raalte, die voor Vice ook uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar Verhagen, fungeert daarin als centrale bron. Na een interview met de ‘voetballer’ heeft hij zich verdiept in het spoor van vernieling dat die door de levens van talloze mensen heeft getrokken.

Bernio ‘Jordan’ Verhagens strapatsen beperken zich zeker niet alleen tot de voetballerij. Hij laat bijvoorbeeld ook vrienden, woningverhuurders, collega’s en ex-vriendinnen berooid en ontzet achter. Naarmate deze miniserie vordert, wordt bovendien duidelijk dat hij ook geweld niet schuwt. Daarmee wordt hij méér dan een Nederlandse evenknie van ‘Kaiser’, de Braziliaanse non-sterspeler die zich bij menige topclub naar binnen wurmde. Deze aanvaller vormt daadwerkelijk een gevaar.

Met een tijdlijn zet Bleekemolen de praktijken van de serieoplichter netjes op een rij, Verhagens achtergrond en waarom hij eigenlijk doet wat ie doet komen daarbij slechts zijdelings aan bod. Deze vlotte true crime-serie documenteert vooral hoe het met De Spookvoetballer van kwaad tot erger gaat. Als een kat in het nauw maakt Bernio Verhagen rare sprongen, vaak door hemzelf gedocumenteerd via social media, die hem in binnen- en buitenland in steeds grotere problemen brengen.

A Killer Story

HBO Max

Waar is het bewijs? vraagt Eileen Umbehr zich af als Dana Chandler veroordeeld wordt vanwege de moord op haar voormalige echtgenoot Mike Sisco en diens nieuwe vriendin Karen Harkness. Zij zijn in de nacht van 7 juli 2002 doodgeschoten in hun eigen slaapkamer. Met elf kogels, vanuit een volautomatisch wapen, vermoedelijk een 9mm-Norinco Uzi. ‘Overkill’, aldus een betrokken rechercheur. De dader heeft vermoedelijk in een vlaag van emotie gehandeld. Dana, die in het verleden een drankprobleem had en onlangs op de hoogte zou zijn gebracht van Mike en Karens verloving, lijkt de ideale verdachte. Zelfs haar eigen kinderen raken overtuigd van haar schuld – ook al is er geen enkel bewijs dat ze die nacht ook in Topeka, de woonplaats van haar ex, is geweest.

Eileen en haar echtgenoot Keen geloven er geen snars van dat Dana schuldig is. Zij proberen journalist Joe Sexton, die de rol van verteller op zich neemt in de driedelige serie The Killer Story (118 min.) van Matthew Galkin, te verleiden om de zaak verder te onderzoeken. Hij beschouwt de Umbehrs in eerste instantie als stereotiepe amateurdetectives, met een ernstige vorm van tunnelvisie, en hapt pas na ‘brief 2714’ toe, als blijkt dat ook de rechter serieuze twijfels heeft. Dana Chandler lijkt vooral te zijn veroordeeld op basis van de verhalen van haar voormalige schoonfamilie, waarbij een uitzending van het Amerikaanse true crime-programma 48 Hours over de dubbele moord een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Een typisch geval van ‘trial by media’.

Wie heeft er belang bij de moord? Die vraag heeft de gelovige Umbehrs, die het als hun levensopdracht ziet om Chandler vrij te pleiten, naar hun eigen verdachte geleid. Over hem hebben ze inmiddels een dossier van 200 pagina’s, genaamd ‘Person Of Interest’, samengesteld. Ook dit proberen ze aan Sexton te slijten. ‘De oorspronkelijke rechercheur in deze zaak had meteen een theorie en sloot zijn ogen voor ander bewijs dat ergens anders naar kon wijzen’, houdt de journalist hen voor. ‘Zijn jullie niet bang dat jullie dezelfde fout maken?’ En daarmee verwoordt hij de essentie van deze intrigerende miniserie, die zich niet (alleen) verlekkert aan een schokkend misdrijf, maar duidelijk ook een punt wil maken over hoe misdaadliefhebbers en media daarmee omgaan.

True crime², zogezegd. A Killer Story begeeft zich zo op hetzelfde terrein als Citizen Sleuth, Zodiac Killer Project en Cybersleuths: The Idaho Murders. Galkin toont de verwikkelingen in de jarenlang aanslepende moordzaak, inclusief schokkende verhaalwendingen en cliffhangers, maar laat tevens zien hoe beeldvorming, kokerzicht en manipulatie hun eigen plek claimen binnen die geschiedenis. En aan het eind ligt er géén panklaar antwoord, waarbij een plaatselijke variant op Hercule Poirot of Miss Marple voor het gemak nog even de dader aanwijst en diens beweegredenen uitlegt. Dat gebrek aan zekerheid is voor vaste true crime-kijkers overigens ook onbevredigend. Zij moeten dan maar hopen op een vervolg van dit tragische moordenaarsverhaal.

De Influencer Goeroe

HBO Max

Zijn penis kan chakra’s helen. Met die belofte probeert de Italiaans-Nederlandse goeroe Bentinho Massaro naar verluidt jonge volgelingen zijn bed in te lokken. En daar schijnen sommige vrouwen nog te zijn ingetrapt ook – of ze konden gewoon niet anders. Volgens de Nederlandse journalist Ivo van Woerden, die Bentinho al vijf jaar onderzoekt en het boek In De Greep Van De Goeroe schreef, bestaan er talloze verhalen over seksueel, psychisch en financieel misbruik door De Influencer Goeroe (182 min.). Veel ervaringsverhalen blijven echter onverteld. Door schaamte, angst én zwijgcontracten.

Massaro, die alle beschuldigingen ver van zich werpt in een verklaring, heeft vanuit de Verenigde Staten een mondiale aanhang van zo’n miljoen volgers opgebouwd als spirituele influencer en bestiert retraites in de hele wereld. Hij is jong, knap en avontuurlijk, stelt filosofe Stine Jensen in deze vierdelige serie, en belichaamt in zekere zin ‘de seksificatie van de spiritualiteit’. En jonge mensen, in het bijzonder vrouwen die actief zijn op sociale media zoals Instagram, zijn daar erg gevoelig voor en vallen als een blok voor zulke narcistische en manipulatieve mannen met grootheidswaanzin.

‘Het is echt net als verliefdheid’, vertelt spiritueel podcastmaker Patrick Kicken, die Massaro in 2012 als jong ventje interviewde. ‘Maar je moet niet de postbode vereren voor de liefdesbrief die hij komt brengen. Het gaat om de liefdesbrief. En wat vaak gebeurt in deze wereld – en dus ook bij Bentinho – is dat de postbode vereerd wordt.’ Met zulke duiders, oud-klasgenoten, ex-volgers, een huidige volgeling en Carla, de moeder van een belangrijke secondant van de sekteleider, wordt Benthino’s (ver)wording met grove penseelstreken en van enige afstand geschetst.

De Influencer Goeroe zet als sekteverhaal alle vinkjes op de juiste plaats – al blijft het wel tricky om een leider de zelfdoding van een volgeling aan te wrijven. Via Bentinho Massaro komt intussen ook een wereld in het zicht, waar het verlangen naar levensgeluk, zelfontplooiing en zingeving – of de oorzaak daarvoor nu ligt in (wan)hoop, trauma of verveeldheid – het leven in het hier en nu in de weg begint te staan. Sommige volgers raken verdwaald in de top van de Piramide van Maslow, waar spirituele groei en het ultieme geluk uiteindelijk toch niet zomaar met de blik op oneindig zijn te manifesteren.

Ice Grave

Lightdox / SEPPIA

Op 11 juli 1897, een jaar later dan oorspronkelijk gepland, vertrekken ze vanaf Danskøya, een onbewoond eiland in de archipel van Spitsbergen. Initiatiefnemer Salomon August Andrée (42), een Zweedse ingenieur, en zijn twee expeditieleden, de fotograaf Nils Strindberg (26) en ingenieur/atleet Knut Frænkel (27), gaan van Svalbard op weg naar de Noordpool. Ze willen de ruim duizend kilometer afleggen in een waterstofballon en houden hun achterban op de hoogte met berichten die ze versturen via postduiven. Al snel droogt de stroom brieven echter op en wordt het stil.

Pas 33 jaar later ontdekt een ander gezelschap, de Bratvaag-expeditie, hoe het Andrée en de zijnen is vergaan. In 1930 worden de perfect geconserveerde lichamen van de drie poolreizigers en de restanten van hun expeditie aangetroffen op Kvitøya, het ‘witte eiland’ in de Arctische Oceaan. Met hun dagboeken, brieven en foto’s reconstrueert regisseur Robin Hunzinger weer een kleine honderd jaar later in de weldadige archieffilm Ice Grave (78 min.) de ontzaglijke onderneming van de drie Zweedse avonturiers en de tragische afloop daarvan.

Andrée’s dagboek eindigt op 8 oktober 1897, de laatste notitie van zijn kompaan Nils Strindberg dateert van enkele dagen later, 17 oktober. Hij heeft een gletsjer vernoemd naar zijn vriendin, Anna Harlier. Zij is bijna zestig en al lang en breed met een andere man getrouwd als ze zijn brieven voor het eerst onder ogen krijgt en kan lezen hoe haar vroegere geliefde zijn laatste levensdagen heeft beleefd. Het is alsof de tijd Anna, ruim dertig jaar na zijn verdwijning, alsnog inhaalt. Bijna een eeuw later komen hun beider levens opnieuw tot leven in deze film.

Met de zorgvuldig gedocumenteerde ontdekking op Kvitøya, aangekleed met een heel precies geluidsdecor en een delicate soundtrack, haalt Hunzinger het tragisch geëindigde avontuur naar het hier en nu. Hij wordt terzijde gestaan door de historicus Tyrone Martinson en de schrijfsters Hélène Gaudy en Béa Uusma, die zich allen hebben verdiept in de Andrée-expeditie. Samen kleuren zij Strindbergs foto’s en de daarbij opgediepte informatie in, zodat Ice Grave de achterkant en keerzijde kan tonen van de vaak met romantiek omklede ontdekkingsreizen.

In Andrée, Strindberg en Frænkel is nog altijd de onbedwingbare behoefte van de mens om de wereld z’n wil op te leggen te herkennen – en diens uiteindelijke onvermogen daartoe. Tegelijk werkt deze documentaire ook als een bezwerend en aangrijpend eerbetoon aan degenen die het desondanks, met gevaar voor eigen lijf en leden, blijven proberen.

OJ Unseen: Exploitation Of Evil

HBO Max

Hoewel hij officieel is vrijgesproken van de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend Ron Goldman in 1994, beschouwt een groot deel van Amerika Orenthal James ‘O.J.’ Simpson (1947-2024) na de spraakmakende rechtszaak wel degelijk als een moordenaar. De voormalige American footballer, filmacteur en bekendheid, ooit alom geliefd, wordt met de nek aangekeken en moet ook steeds twijfelachtigere klussen aannemen om aan z’n geld te komen. Het inhuren van een ‘dream team’ voor zijn verdediging heeft hem namelijk een godsvermogen gekost.

In 2004, na tien jaar van kwaad tot erger, besluit hij mee te werken aan Juiced, een variant op het dan razend populaire verborgen cameraprogramma Punk’d. Als autoverkoper probeert O.J., ook wel ‘Orange Juice’ genoemd, daarin bijvoorbeeld nietsvermoedende klanten een witte Ford Bronco aan te smeren, de wagen waarin hij na de dubbele moord tevergeefs aan de politie probeerde te ontsnappen. Of er worden jonge achtergrondzangeressen en danseressen ingehuurd om op te treden met de man, die meermaals in verband is gebracht met huiselijk geweld en naar alle waarschijnlijk twee moorden op zijn geweten heeft. En dan begint hij ze ook nog te versieren…

De vierdelige serie OJ Unseen: Exploitation Of Evil (178 min.) van Rebecca Halpern belicht deze ranzige episode uit de toch al beladen Amerikaanse televisiehistorie met nietsvermoedende deelnemers, entertainmentdeskundigen en Juiced-medewerkers, waaronder de aalgladde bedenker Rick Mahr, het prototype van de nietsontziende televisieproducer, en zijn ogenschijnlijk schuldbewuste regisseur Todd Lewis. De één glimt nog altijd van trots als hij de nooit eerder vertoonde opnames en achter de schermen-beelden terugkijkt en voorziet die van smeuïg commentaar. De ander zegt zich er al twintig jaar voor te schamen, maar kan er ook smakelijk over vertellen.

Alle reden om hen bij de enkels af te zagen, zou je zeggen, maar Halpern legt ze niet eens het vuur aan de schenen. Nee, Juiceds medewerkers mogen gewoon leeglopen over hun ervaringen met de gevallen ster en worden nooit écht uitgedaagd of verplicht tot serieuze reflectie. In wezen profiteren ze zo, ruim twee decennia na dato, opnieuw van O.J.’s onverwoestbare schurkenstatus. Dat blijkt tevens de specialiteit van hun realityshow: met smakeloze pranks spelen ze in op zijn bedenkelijke reputatie en de beschuldigingen die hem dan al tien jaar achtervolgen. Zogezegd in de hoop dat hij zich wellicht alsnog laat verleiden tot een bekentenis. Een volstrekt ongeloofwaardige dekmantel.

Hoewel het schaamteloze gedrag van O.J. (en de televisiemakers) op een verwrongen manier voor intrigerend beeldmateriaal zorgt, mag OJ Unseen niet in de schaduw staan van de eerdere O.J.-documentaireseries O.J.: Made In America (2016), beloond met een Oscar, en American Manhunt: O.J. Simpson (2025). Deze schmutzige miniserie toont vooral hoe ver het Afro-Amerikaanse icoon – lijfspreuk: ‘Ik ben niet zwart. Ik ben O.J.’ – is afgegleden. En juist dan is hij het meest interessant voor een bepaald type televisiemaker. Die bijvoorbeeld strippers, blonde Nicole-lookalikes, voor hem inhuurt.

Sovereign Son

Verde Films

Van takken had zijn vader een ingang gemaakt. Als je een beetje bukt, zoals Marcus van Belkum aan het begin van deze intrigerende documentaire doet, kun je nog altijd naar binnen gaan. Binnen is dan wel buiten: een park in Amsterdam. Niet ver van de snelweg, maar wel lastig bereikbaar. De vader van Marcus, de Brit Stanley Powton, leefde er jarenlang in een zelfgebouwde tent. Helemaal alleen, ver van alles en iedereen, maar hooguit een half uurtje rijden van de woning van zijn zoon. Die had daar alleen helemaal geen weet van en ontdekte het pas in 2021, toen de man die hem had verwekt dood was aangetroffen in zijn tent. Stanley had er vermoedelijk een maand of negen gelegen.

In kleren van zijn vader, netjes gewassen natuurlijk, vertelt Marcus aan filmmaker Cindy Jansen welke persoonlijke spullen hij daar, in dat zelfverkozen thuis van zijn vader, nog meer veilig heeft kunnen stellen. Met behulp van generatieve AI probeert Jansen daarmee vervolgens een impressie van het leven van Powton te genereren. Het kost enkele pogingen voordat ze min of meer de juiste toon heeft gevonden. Ook de omgang met diens Sovereign Son (79 min.) vergt enige afstemming. De filmmaakster en haar hoofdpersoon, die zichzelf tot het ‘wakkere’ deel van Nederland rekent en die zich dus ook niet zomaar door haar laat regisseren, staan soms lijnrecht tegenover elkaar.

Jansen is Stanley Powton op het spoor gekomen via Stichting De Eenzame Uitvaart, die mensen zonder nabestaanden uitgeleide doet met een gedicht. ‘In de broekzak van de dode zit een Brits paspoort, uitgegeven aan een ongehuwde man uit 1958,’ schreef initiatiefnemer Joris van Casteren over #269, ofwel De Tentman, in de Volkskrant. ‘Of hij het is, is nog ongewis als hij naamloos wordt begraven.’ En over de ontmoeting tussen de toekomstige ouders van Marcus, begin jaren negentig in München: ‘Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië.’ Marcus zelf komt ook nog aan het woord: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Dat klinkt veel laconieker dan hij in werkelijkheid overkomt. Terwijl Marcus die ongrijpbare vader alsnog te pakken probeert te krijgen, worstelt hij met de wereld en zijn plek daarbinnen. Hij voelt zich weliswaar thuis in ‘wappie-Twitter’, maar overweegt toch om Nederland, en de bijbehorende ‘Matrix’, achter zich te laten. Boos- en kwetsbaarheid lijken voortdurend om voorrang te vechten – zijn relatie met vriendin Linda dreigt eronder te bezwijken. Marcus imagineert regelmatig een ander leven, van een man die heerst over z’n eigen bestaan, dat Jansen dan weer met enkele AI-prompts poogt op te roepen. Kun je anti-alles zijn en toch weer gezond in je hoofd worden? vraagt ze hem ook.

Sovereign Son weigert intussen categorisch om een rechttoe rechtaan zoektocht naar een verdwenen vader te worden – al bevat de film wel degelijk bezoekjes aan de mensen en plekken die hem even tot leven kunnen wekken. En Jansen waakt er ook voor om een sluitend portret te fabriceren van een zoon die zich, bij gebrek aan een gezond voorbeeld, verliest in toxische mannelijkheid en die, net als z’n vader, buiten het systeem wil leven. Deze film, een lekker tegendraadse dwarsdoorsnede van het leven van twee mannen die grip proberen te krijgen op wie ze (willen) zijn, vraagt en geeft intussen ruimhartig.

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

Tammie Zoekt Een Vriendje

Frenkie Media / BNNVARA

Hij hoeft echt niet knap te zijn. Niet rijk. Of slim. Journalist Tammie Schoots is dertig en valt volgens eigen zeggen op ‘muppets’, type ‘Jack & Jones-regioman’. Als transpersoon heeft ze echter nog nooit een echte relatie gehad. En dat wordt nu wel tijd, vertelt ze aan haar goede vriendin Lize Korpershoek, de maakster van Tammie Zoekt Een Vriendje (48 min.), de film die ze samen bedachten.

De twee gaan eerst maar eens langs bij kennisinstituut Movisie. 71 procent van de Nederlandse bevolking staat positief tegenover transmensen, aldus onderzoeker Karijn van den Berg. Tegelijkertijd zou een kwart van de Nederlanders z’n relatie verbreken als hun partner trans blijkt te zijn. En 54 procent van de bevolking wil volgens Van den Berg überhaupt geen relatie met een transpersoon. Daar schrikt Tammie van.

Tijdens het maken van deze tv-docu doet ze tevens interviews voor een vijfdelige podcast over hetzelfde thema, die door Korpershoek, samen met het inrichten van Tammies woning en animaties daarvan, als structurerend element wordt ingezet. Haar hoofdpersoon spreekt daarvoor bijvoorbeeld af met haar studievriendin Joppe, die inmiddels een relatie heeft met een jongen, en Sophie, een transvrouw die moeder is geworden.

Zulke ontmoetingen confronteren Tammie ook met wat ze wil én mist – en de diepe twijfel die ze voelt over zichzelf als ‘mislukte vrouw’. Geldt ook voor een transpersoon zoals zij gewoon ‘het recht om van gehouden te worden’? Tijd om de proef op de som te nemen en, de apotheose van deze sympathieke film, om te gaan daten.

Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas

VRT / Docville

‘We gaan een documentaire maken van vijftig minuten met alles wat Dennis gedaan heeft en wat hij dus nu doet’, vertelt regisseur Katherine Schmelzer in de openingsscène van Dennis Tyfus – Eindelijk Op Canvas (52 min.) aan één van de kunstenaars die daarin aan het woord komt, Peter Fengler. ‘Ja, dat is kort’, reageert die. ‘Dat is krap.’ Zijn Vlaamse collega Gerard Herman vult al snel aan: ‘Ik denk niet dat dat mogelijk gaat zijn om iets van vijftig minuten over Dennis te maken.’ Waarna Sara Weyns, directrice van het Middelheimmuseum, de grap doorzet: ‘Het is een begin…’

Welk leven is er wél in vijftig minuten te vangen? Die vraag dringt zich onwillekeurig op, bij eenieder die de Antwerpse kunstenaar nog niet kent. Die gaat in de navolgende vijftig, snel voorbij fladderende minuten kennis maken met een man die werkelijk niet voor één gat – of door één cameralens – te vangen is: tekenaar, radiomaker, ontwerper, performancekunstenaar, organisator, tatoeëerder en eigenaar van het obscure noise-platenlabel Ultra Exzema. Tijdens deze film legt hij zich toe op het maken van olieverfschilderijen. Voor een expositie in de Tim van Laere Gallery te Rome.

Katherine Schmelzer en coregisseur Pieter Verbiest volgen de creatieve duizendpoot gedurende dit intensieve proces, waarin hun overactieve hoofdpersoon zichzelf weer eens helemaal opnieuw wil gaan uitvinden. Tyfus weet in dit joyeuze portret ogenschijnlijk niet waar hij mee bezig is – en wil dat vermoedelijk ook helemaal niet weten. Zijn vriendin, kunstenares Charline Tyberchein, wordt er soms ‘zot’ van, vertelt ze. Tegelijk lijkt zij hem ook wel een beetje te benijden om die heerlijk onbezonnen werkwijze, ‘hoe da ge dan toch uzelf kunt verrassen terwijl da ge aan het maken zijt’.

Tussendoor maakt het filmmakende duo, aan de hand van uiteenlopende bronnen zoals schilder Luc Tuymans, kunsthistorica Anny de Decker en Sonic Youth-gitarist Thurston Moore, vlotte uitstapjes naar alle lumineuze ideeën, bokkensprongen en rare fratsen die hun protagonist door de jaren heen, in naam van de kunst, op zijn naam heeft geschreven. Wat te denken bijvoorbeeld van No Choice Tattoos? Waarbij iemand een nog onbekende tatoeage kan laten zetten door Tyfus. ‘Laat mij maar doen’, legt z’n vriend Gerard Herman het concept uit. ‘Vertrouw er maar op dat het goed komt.’

De No Choice Taxi biedt klanten dan weer de kans om ‘vrijwillig ontvoerd’ te worden. In de wereld van Dennis Tyfus, die afwisselend een verbaasde glimlach, gefronste wenkbrauwen of een ongecontroleerd schuddende buik oproept, tuimelen de anarchistische ideeën werkelijk over elkaar heen. Met een bijzondere rol voor blokluiten – zo mogelijk in combinatie met zijn (andere) grote liefde, de punkband The Ramones. Of zoals Thurston Moore het treffend omschrijft in een film die met vijftig minuten tegelijk véél te kort en toch precies goed is: joyful disturbance.

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?

The Girl Who Caught A Killer

Videoland

De zaak is zo klaar als een klontje. Als de zevenjarige Rachael Watts uit de Britse stad Brighton in februari 1990 wordt ontvoerd door een onbekende man en vervolgens door hem voor dood wordt achtergelaten, kan er volgens de hele omgeving maar één mogelijke dader zijn: Russell Bishop, de kerel die vier jaar eerder ook al werd verdacht van de moord op twee negenjarige buurmeisjes, Nicola Fellows en Karen Hadaway.

Bij de zogeheten ‘Babes in the wood’-moorden wist de 21-jarige dakdekker – volgens een psychiater die hem onderzocht een klassieke ‘predator paedophile’ – de dans nog te ontspringen. Nu gaat hij echter alsnog voor de bijl. Rachael pikt hem er meteen tussenuit in een line-up. Het Britse meisje is dan in de overtuiging dat Bishop haar naam helemaal niet kent en dat haar anonimiteit ook voor de toekomst is gewaarborgd.

In de tweedelige docu The Girl Who Caught A Killer (115 min.) blikken Rachael en haar ouders terug op het trauma dat hun hele leven heeft bepaald. Tegelijk wil Nicola’s moeder nog altijd dat de moorden op haar dochter en haar vriendinnetje Karen worden opgelost. Daarvoor is nooit iemand veroordeeld. Als gevolg van de Double Jeopardy-wet kan een verdachte ook niet tweemaal worden berecht voor hetzelfde misdrijf.

Het is niet vreemd dat Bishop nog altijd als voornaamste verdachte voor de dubbele kindermoord geldt. Het leek alsof hij zichzelf verraadde tijdens de oorspronkelijke zoektocht naar de vermiste meisjes in 1986, waaraan hij destijds uit eigen initiatief deelnam. ‘Als ik ze vind en ze zijn dood’, zei hij tegen politieman Paul Smith, ‘dan pakken ze mij ervoor.’ Politie en justitie hebben de zaak tegen hem echter nooit rond gekregen.

Regisseur Tanya Stephan pelt de geruchtmakende (bijna-)moorden – strafbare feiten die zich hebben afgespeeld in een tijd waarin DNA nog niet kan worden ingezet als bewijsmateriaal – kalm en methodisch af. Daarbij stuit ze ook op een ingetrokken getuigenverklaring, die nog altijd serieuze vragen oproept, en breed in de Britse schandaalpers uitgemeten beschuldigingen aan een ander adres. Zou er dan toch een andere dader kunnen zijn?

Intussen blijkt er toch bruikbaar genetisch materiaal te zijn veiliggesteld op de plaatsen delict. Mogen zulke dadersporen nu alsnog worden ingezet? Terwijl deze kwestie zich verder ontwikkelt, zoomt Stephan in op de levens van de slachtoffers, die bijna veertig jaar na dato nog altijd gedomineerd worden door het trauma. Hoewel de zaak in hun hoofd allang is afgerond, is dat in werkelijkheid zeker nog niet het geval.

Hoodfights

Liano (l), Yannick (m) en Wesje (r) / Powned / NPO Start

Als documentairemaker houdt Joost van der Valk er een opmerkelijke voorkeur voor rauwdouwers op na. Type heel ruwe bolster, min of meer blanke pit. Nee, dan worden natuurlijk niet de Nigeriaanse hulpverlener Sam Itauma (Saving Africa’s Witch Children), Oegandese activist Peter Sewakiryanga (The Witchdoctor Hunters) of meermaals bekroonde oorlogsfotograaf Eddy van Wessel (Eddy’s Oorlog) bedoeld.

Van der Valk, al dan niet met zijn vaste partner Mags Gavan, heeft er echter ook een sport van gemaakt om types aan Neerlands rafelranden te portretteren. Keylow (Crips: Strapped ‘N Strong) bijvoorbeeld, toentertijd oprichter van de Haagse Crips-gang en later voorman van de motorclub Caloh Wago en in die hoedanigheid naar verluidt ook de moordmakelaar van Ridouan Taghi. De volstrekt onaangepaste Hagenees John Waldschmit (Haagse Sjonnie). En enkele gestaalde generaals en drieste voetsoldaten van de Molukse motorbende Satudarah (Satudarah – One Blood).

Aan dat rijtje voegt hij in de vierdelige docuserie Hoodfights (126 min.), die verdacht dicht tegen reality-tv aanschurkt, weer enkele illustere helden toe. Om te beginnen: de Bosschenaar Yannick, alias ‘Turbulentie’, die tijdens de Coronacrisis illegale straatgevechten is gaan organiseren. ‘Als je totaal niks van vechten afweet, kan het allemaal heel heftig overkomen’, zegt deze vrije jongen, in reactie op alweer een gemeentelijke brief dat ie moet stoppen. ‘Maar het is ook gewoon een sport, snap je?’ Hij klokt z’n blikje energydrink leeg. ‘Ik heb zelf ook weer zin om te knokken.’

En dan is er Wesley, een licht ontvlambare 36-jarige vader uit Spijkenisse van maar liefst acht kinderen die ooit z’n brood verdiende als gigolo en tegenwoordig werkt als porno-acteur. ‘Wesje’, ogenschijnlijk een gedroomde hoofdpersoon voor de eerste echte Nederlandse kneukfilm, staat in de startblokken om ook eens helemaal los te gaan in een geïmproviseerde kooi in het Brabantse buitengebied. Hij komt daar tegenover de jongeling Liano, ofwel ‘De Hoevelakense Hamer’, te staan. Als moderne gladiatoren slaan en schoppen ze al hun verdriet, woede en overtollige energie van zich af.

Joost van der Valk tekent de wedstrijden van deze Fight Club (waaronder een onvervalst bare knuckle-gevecht in de bossen, bij het licht van geparkeerde auto’s) met veel drama op, schetst tussendoor met ruwe pennenstreken de mens achter de ‘soldaat’ en de lieden om hem heen en tekent zo een wereld met z’n geheel eigen codes en mores op. Zonder dat ie er zelf iets van vindt of ’t kritisch bevraagt. En als zijn hoofdpersoon, na een frustrerende periode, besluit om naar Engeland af te reizen voor z’n eigen gevecht in de ring, sluit hij aan en legt alles vast, inclusief de verbroedering na afloop.

Want zoals het echte gladiatoren betaamt, is eerst alles geoorloofd om de ander te verslaan en voelen ze zich daarna als broeders die samen een oorlog hebben overleefd. En Joost staat erbij, kijkt ernaar en laat de rest van de wereld ervan ‘meegenieten’.

Richard Pryor: Omit The Logic

Showtime

De enige die niet aan de kant voor hem ging toen hij brandend naar buiten kwam gerend, vertelt Richard Pryor in zijn onemanshow, was een ouwe dronkelap. ‘Die vroeg om een vuurtje.’ Zo geeft hij de verplichte komische draai aan de dag, maandag 9 juni 1980, waarop ‘t ook voor de buitenwereld glashelder wordt dat het helemaal mis is met de Afro-Amerikaanse stand-upcomedian. Tijdens het freebasen van cocaïne heeft Pryor zichzelf – al dan niet bewust – in brand gestoken. Bij dit crack-incident, waarbij een kleine veertig procent van zijn lichaam verbrand raakt, zal ‘t altijd de vraag blijven of het misschien toch een desolate zelfmoordpoging was.

Richard Pryor (1940-2005), de man die de weg bereidde voor zwarte entertainers zoals Eddie Murphy, Will Smith en Kevin Hart, stamt uit een familie van hoeren en pooiers in Peoria, Illinois. Die achtergrond op de grens van de boven- en onderwereld zou de rest van zijn onstuimige bestaan zichtbaar blijven. Zijn voormalige manager Sandy Gallin zag in de jaren zestig een ruwe diamant in hem. Als ik hem zover krijg dat hij twee zinnen zonder schuttingtaal erin achter elkaar kan zetten, dacht Gallin toen, wordt hij een grote ster. Pryor moest, kortom, een beetje meer Bill Cosby worden. Die gold toen nog, pré-#metoo, als een acceptabele zwarte ster.

Richard Pryor wilde echter niet alleen de populairste zwarte entertainer zijn, vertelt regisseur Paul Schrader in Richard Pryor: Omit The Logic (83 min.), maar ook de zwartste. Dat bracht hem in talloze Hollywood-hits én frontaal in botsing met televisieproducenten. Hij verzette tegelijk baanbrekend werk. ‘Als comedy is te vergelijken met een vrouw waarop ik verliefd ben, dan heeft Richard Pryor haar al in alle lichaamsopeningen genomen’, stelt Dave Chapelle, op z’n geheel eigen wijze, in deze krachtige documentaire van Marina Zenovich uit 2013. ‘Is er ook nog maar één plekje te vinden waar hij zijn pik niet in heeft gestoken?’

Daarover gesproken: Pryor hield er getuige dit portret ook een onstuimig relatieleven op na. Hij was negen keer getrouwd. Ongeveer. Waarbij moet worden aangetekend dat Jennifer Lee zowel vrouw 4 als 7 was. En Flynn Belaine nummertje 5 en 6. Pryor wilde per se getrouwd zijn, vertelt zijn ex-vriendin Patricia von Heitman, maar als hij eenmaal getrouwd was, was de magie weg. ‘Want dan had hij gewonnen.’ Zolang hij je wilde, had jij de macht in handen, vertelt een andere ex, Kathy McKee. ‘Die was direct weg als hij je had. Dan ging hij meteen achter een ander aan. Dat was zijn spel. En dan stelde hij alles in het werk om jou het huis uit te krijgen.’

Intussen werkte hij zich, vooral door overmatig drugsgebruik, steeds verder in de nesten. Totdat er geen redden meer aan was. ‘Soms is het beste wat je hebt niet goed genoeg’, zegt Pryors laatste manager Skip Brittenham, die afstand nam toen hij zag dat Pryor opnieuw het donkerste hoekje van zijn verslaving opzocht, geëmotioneerd in dit postume portret van een zelfverklaarde ‘ni**er’, die volstrekt grenzeloos leek te leven. ‘En dan kun je iemand niet meer redden van zichzelf.’

Flana

Karada Films

Waar is mijn vriendin? Ruim twintig jaar na dato vraagt de Iraakse actrice en filmmaakster Zahraa Ghandour zich dit nog altijd af. Haar tienjarige buurmeisje Nour werd in 2001 huilend meegenomen. Zahraa zag ’t door een raam van de huiskamer gebeuren. Ze heeft haar sindsdien nooit meer gezien. Nour is een Flana (87 min.) geworden. Een vergeten, naamloze vrouw.

Samen met haar ongetrouwde tante Hayat, een vroedvrouw die zowel Nour als haar ter wereld heeft gebracht, buigt de Iraakse filmmaakster zich in deze persoonlijke film over waarom meisjes en vrouwen zo weinig waarde lijken te hebben in Irak. Aanstaande ouders hopen met heel hun hart op een jongetje. Een meisje wordt doorgaans met stilzwijgen begroet. Een gevoel van verwrongen rouw.

Nour werd geboren bij Hayat thuis. ‘Toen haar moeder aan het bevallen was, vertelde ze dat haar echtgenoot tegen haar had gezegd: als je een meisje krijgt, kom dan niet bij me terug’, herinnert tante zich. ‘Dan scheid ik van je.’ En dus liet ze het kind achter bij Hayat, met de belofte dat zij snel zou worden opgehaald. Niet dus. Toen een kinderloos stel later het geschrei van Nour hoorde, wilde dat de baby adopteren.

Daarmee was het leed echter nog niet geleden. Uiteindelijk verdween van Nour dus elk spoor. In de zoektocht naar haar vriendin stuit Ghandour op een andere beschadigde vrouw. Laïla. Net als andere ‘flana’ heeft zij de koude schouder van het huidige Irak leren kennen. Ooit konden vrouwen er frank en vrij leven, weet tante Hayat zich nog te herinneren. Maar ergens onderweg is hun land veranderd.

Ghandour begeleidt haar tocht door die vijandige wereld met een persoonlijke voice-over, gericht aan Nour. ‘Ik blijf zoeken’, zegt ze bijvoorbeeld, bij beelden van meisjes die voor contant geld lijken te dansen. ‘Ik vind anderen. Slachtoffers. Die zichzelf elke nacht verliezen in deze geschifte stad.’ Ze noemt ze bij naam: ‘Dalia. Raghad. Duha. Mariam. Aya. Mery. Lina. Zainab. Hiba. Te veel om op te noemen.’

Met haar geladen film vraagt Ghandour aandacht voor alle naamloze vrouwen, die tussen de kieren van deze patriarchale samenleving verdwijnen. Elke week wordt er ook wel één meisje vermoord. En als de dader een mannelijk familielid blijkt te zijn, kan die zowaar z’n straf ontlopen. Ongedocumenteerde meisjes zoals Nour kunnen dus ook ineens verdwijnen. Zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Aileen: Queen Of The Serial Killers

Netflix

Kun je compassie voelen met een seriemoordenaar? Bij Aileen Wuornos, toevallig ook de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar, is het bijna onvermijdelijk dat ook haar achtergrond in beeld komt: de dochter van een tienermoeder en een veroordeelde seksdelinquent wordt door haar ouders achtergelaten bij hardhandige en drinkende grootouders, loopt als getroebleerde tiener weg van huis en leidt vervolgens een liftend bestaan als prostituee. Daarbij zou ze volgens eigen zeggen zeker dertig keer zijn verkracht, waaronder twee groepsverkrachtingen.

Natuurlijk is ze zo ernstig beschadigd geraakt. En is het dan vreemd dat zij uiteindelijk, in opperste wanhoop, blinde woede of puur om te overleven, heeft teruggeslagen? ‘Lee’ wordt begin 1991 opgepakt bij de biker bar The Last Resort in de Amerikaanse staat Florida, samen met haar geliefde Tyria Moore. De twee lesbiennes worden verdacht van zeven moorden binnen een jaar, in 1989 en 1990. De slachtoffers hebben een vergelijkbaar profiel: het gaat om plaatselijke witte mannen van middelbare leeftijd. De ‘hooker from hell’ legt ook al snel een volledige bekentenis af bij. Zoals ze later zegt: om haar vriendin Tyria vrij te pleiten. Die heeft haar er dan echter al rücksichtslos bij gelapt.

Het is de vraag of dit het complete verhaal is. Later zal Aileen: Queen Of The Serial Killers (104 min.) ook verklaren dat ze bruut is bedreigd en verkracht door haar eerste slachtoffer Richard Mallory, die zo een dodelijke dynamiek in gang heeft gezet. ‘Ze heeft een eerlijk proces gekregen en ze verdient de doodstraf’, zegt hoofdaanklager Jon Tanner desondanks met een stalen gezicht, als televisiejournalist Michele Gillen hem enkele jaren later confronteert met nieuwe informatie over Mallory. Die maakt aannemelijk dat Wuornos bij hem inderdaad uit zelfverdediging heeft gehandeld, zoals zij later ook consequent heeft verklaard. Ruim dertig jaar later is ’t nog altijd een ontluisterende scène.

Emily Turner zet de kwestie rond Aileen Wuornos – onderwerp van de film Monster en talloze documentaires, waaronder het geruchtmakende tweeluik Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer van Nick Broomfield – nog eens netjes op een rijtje. Onderdeel van dat verhaal is ook de mediahype die vrijwel direct ontstaat rond de ‘ultieme mannenhater’. Één van de bronnen die, buiten beeld, terugblikt is filmproducer Jackie Giroux. Met anderen strijdt zij om de rechten van Aileens levensverhaal. En politieman Steve Binegar, verantwoordelijk voor het onderzoek naar de moorden, krijgt het ene na het andere aanbod om zijn kant daarvan te delen.

Verder geeft Turner het woord aan Aileens christelijke ‘adoptiemoeder’ Arlene Pralle, medegedetineerde Deidre Hunt, rechter Gayle Graziano én de Australische filmmaker Jasmine Hirst. Als slachtoffer van seksueel geweld begint zij na Aileens arrestatie met haar te schrijven. Ze zoekt haar in 1997 ook met een cameraploeg op in de dodencel. ‘Jullie gaan hier miljoenen mee verdienen’, fluistert Wuornos haar dan toe, in een scène die wéér een ander licht op haar complexe persoonlijkheid schijnt. Emily Turner verlaat zich voor een belangrijk deel op dit gevangenisinterview en de reportage van Michele Gillen en serveert dat, in combinatie met nieuws- en rechtbankbeelden, tamelijk sec uit.

In weerwil van de toch wat smakeloze titel wordt Aileen: Queen Of The Serial Killers daardoor nu eens géén dik aangezette true crime-docu, waarbij de maker zich verlustigt aan de gruwelijke daden van een troebele geest. Sterker: Wuornos’ daden worden begrijpelijk gemaakt vanuit het leven dat ze heeft geleid en de situatie waarin ze is beland. Een vrouw die zowel erfelijk belast was als ernstig verminkt is geraakt en uiteindelijk nog maar één ding wil: verlossing.

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.