Gokkers

EO

Dertien weken krijgen ze om het monster recht aan te kijken. Via de spiegel. Want het zit in hen. Een verslaving. Niet aan drank of drugs – althans, daarvoor zijn ze hier nu niet. Nee: gokken. Een onzichtbare vijand, die hen langzaam helemaal leegvreet. Totdat ze platzak zijn – en vaak ook elke vorm van krediet bij hun naasten hebben verloren.

In de documentaire Gokkers (57 min.) volgt Wieke Kapteijns vier jonge mannen die bij de stichting SolutionS Verslavingszorg de strijd met het monster gaan aanbinden. Ze worden begeleid door behandelaar en ervaringsdeskundige Bas Brons. Hij leert hen de diepte van hun eigen verslaving kennen en confronteert hen met de wissel die ze op hun directe omgeving hebben getrokken.

Daarover moeten ze brieven schrijven: een schadebrief om op te tekenen hoe een dag met een verslaving er nu werkelijk uit ziet. Een brief aan hun verwanten, waaruit elke vorm van zelfmedelijden is verdwenen, om excuses te maken en vergiffenis te vragen. En een brief aan dat monster om definitief afscheid te nemen – ook al zal dat beslist, in de vorm van een terugval, of twee, nog eens z’n lelijke kop opsteken.

Twee deelnemers aan het therapietraject verschijnen geanonimiseerd in deze film. De andere jonge mannen zijn, ondanks de schuld- en schaamtegevoelen die ook hen parten spelen, wel bereid om herkenbaar te participeren. Pim lijkt eerst nog overtuigd te moeten worden van de ernst van zijn eigen problematiek, terwijl ook zijn vriendin ogenschijnlijk vrij onbekommerd met de situatie omgaat.

Gaandeweg moet hij erkennen dat ook hem een flink gevecht met het monster staat te wachten. ‘Ik ben net zo verslaafd als ieder ander.’ Luuk heeft niet meer de luxe om dat beest te negeren. Z’n ouders zijn bereid om nog eenmaal voor hem in de bres te springen. Voor de allerlaatste keer, volgens z’n moeder. Als hij nu weer de fout ingaat… ‘Dan trek ik ook echt de handen van hem af’, zegt ze. ‘En dat weet ie.’

Via telefoongesprekken met Kapteijns geven de gokverslaafden inzicht in hoe zij hun behandeltraject beleven. Hij deelt dit proces in via thematische hoofdstukken (verwarring, angst en hoop bijvoorbeeld) en verbindt de verschillende therapiescènes met symbolische sequenties die hun persoonlijke ontwikkeling moeten illustreren: kunstwerken, privébeelden en found footage.

Zo benadrukt deze film nog maar eens dat gokkers, net als andere verslaafden, uiteindelijk alles op het spel zetten. Het is een volwaardige verslaving. En dat monster heeft door het legaliseren van online gokken in 2021, een tijd waarin het Coronavirus sowieso al voor verveling en isolatie zorgde, alleen maar meer asem gekregen. Het gebruikt die ideale kans om wild om zich heen te vreten.

Gokkers is hier te bekijken.

Let’s Get Lost

Cherry Pickers

Op 13 mei 1988 viel Chet Baker uit het raam bij het Amsterdamse hotel Prins Hendrik. Zo kwam er op 58-jarige leeftijd een einde aan het veelbewogen leven van de Amerikaanse jazztrompettist. Zowel op Bakers kamer als in zijn lichaam werden sporen van heroïne en cocaïne aangetroffen.

De opnamen voor de documentaire Let’s Get Lost (120 min.) van Bruce Weber waren toen net afgerond. De film, volledig in zwart-wit, ging vier maanden na Bakers dood in première. Weber alterneert daarin tussen de laatste periode van Bakers leven, als de Amerikaanse trompettist en zanger een tamelijk uitgewoonde figuur is geworden, en ‘s mans doorbraak in de jaren vijftig, toen hij werd onthaald als de ‘bad boy’ van de Amerikaanse jazz, z’n opwachting maakte in films en op klassieke foto’s werd vereeuwigd door William Claxton. Het contrast is levensgroot: de muzikale equivalent van James Dean versus een oudere junk die oogt als een verlopen variant op Jack Palance en nét iets te vaak is afgekickt. Met overigens nog steeds permanent een bevallige dame aan z’n arm.

Één ding is in elk geval onveranderd gebleven: zodra Chet Baker z’n instrument ter hand neemt of plaatsneemt voor een microfoon, excelleert hij als geen ander. En daarvoor ruimt Bruce Weber, heel verstandig, meer dan genoeg tijd in. Het levert fraaie, sfeervol uitgelichte muzikale intermezzo’s op. Daarnaast krijgen de muzikant zelf, zijn moeder Vera, enkele (ex-)geliefden, z’n inmiddels volwassen kinderen, een paar collega’s en bekende fans de gelegenheid om herinneringen op te halen en een poging te doen om het enigma Baker te duiden. Voor zangeres Ruth Young was haar relatie met de jazzgigant bijvoorbeeld als ‘leven met Picasso’. Dichter bij grootheid zou ze in haar leven nooit meer komen. Volgens eigen zeggen was ze binnen twintig seconden volledig verslaafd aan hem.

Chet Baker is op dat moment alleen nog getrouwd met zijn derde echtgenote Carol. En die moet natuurlijk helemaal niks hebben van Ruth. Toen hij haar ontmoette is het volgens Carol definitief bergafwaarts gegaan met Chet, een kerel die ook weinig nodig leek te hebben om in de penarie terecht te komen. Weber ontwijkt zulke scherpe randjes – z’n periode in de gevangenis, die eruit geslagen voortanden en hoe hij het liefst high wordt bijvoorbeeld – ook niet in deze straffe film over de man, de muzikant en het fenomeen Chet Baker (1929-1988). En tilt hem zo moeiteloos uit boven het niveau van de gevallen jazzlegende die in Amsterdam roemloos aan zijn einde kwam.

El Rey Del Cachopo

Netflix

‘Ik ben misschien een echte klootzak, maar dat maakt me nog niet schuldig’, zegt sterkok César Román, bijgenaamd de Cachopo-koning. De man die in 2016 een Bekende Spanjaard werd toen hij met het Asturische gerecht een belangrijke prijs won, belt in vanuit de gevangenis.

Dat zit zo: op 13 augustus 2018 wordt in een pakhuis te Madrid een gruwelijke vondst gedaan. In het trappenhuis ontdekt een brandweercommandant, na een melding over een brandje, een opengeritste koffer met de romp van een mens, zonder hoofd en ledematen. Het is bedekt met een compacte witachtige substantie. Het slachtoffer heeft bovendien twee wonden op de borst, alsof er borsten zijn afgesneden. Het lichaam blijkt later daadwerkelijk aan een vrouw toe te behoren: Heydi Paz Bulnes, de veel jongere ex-vriendin van, inderdaad, César Román.

Als documentairemaker Román Parrado een casting organiseert voor een acteur die in de reconstructiescènes van deze driedelige serie de gevallen BS’er kan vertolken, hebben de wannabe-Césars hun handen vol mee met zijn turbulente levenswandel: geboren in Venezuela, Galicische ouders, vakbondslid, eigenaar van meerdere kranten, oprichter van enkele politieke partijen, soldaat in Bosnië, spion van de ETA, rokkenjager, interviewer en – last but not least – in de culinaire wereld dus bekend als El Rey Del Cachopo (146 min.). Maar is hij ook ‘De Slager van Usera’?

César Román houdt staande dat de zaak totaal anders in elkaar steekt. Dat lichaam is helemaal niet van Heydi. Zijn ex, oorspronkelijk afkomstig uit Honduras, is er waarschijnlijk met de buit van een ripdeal vandoor gegaan en leeft volgens hem nu ergens in Zuid-Amerika het goeie leven. ‘Het probleem is dat als Roodkapje het verhaal vertelt’, zegt hij cryptisch, ‘de wolf de boef is.’ En daarmee is het eerste rookgordijn opgetrokken, door een man die van twijfel zaaien zijn levensmissie heeft gemaakt. Een geboren acteur en rasechte BS’er. Bullshitter, welteverstaan.

En deze kekke miniserie, waarvan de laatste aflevering volledig in het teken staat van de rechtszaak tegen de restauranthouder, geeft hem alle gelegenheid om weer in het middelpunt van de belangstelling te staan en opnieuw een circus te maken van een zeer serieus misdrijf. Dat is ook precies wat tegen true crime-docu’s zoals (Engelse titel:) Cooking Up Murder: Uncovering The Story Of César Román is in te brengen: ze vormen een soms nauwelijks te bevatten werkelijkheid om tot een smakelijk verhaal, over een moordlustige ‘Cachopo-koning’, dat vooral dient om te amuseren.

Hitler: A Life In Pictures

BBC / HBO Max

‘Hij is de architect van één van de grootste rampen ooit’, stelt historicus Keith Lowe bij aanvang van elke aflevering van Hitler: A Life In Pictures (176 min.). ‘De meest gefotografeerde leider van het begin van de twintigste eeuw’, vult verteller David Harewood aan. ‘Hij oefende z’n poses urenlang voor de spiegel’, beweert professor Maiken Umbach zelfs. ‘Elke foto was een optreden.’

Aan de hand van zeldzame en gedigitaliseerde beelden belicht deze vierdelige serie van Jonathan Mayo de opkomst en ondergang van Adolf Hitler, een leider die heel zorgvuldig zijn eigen imago heeft geconstrueerd en ondertussen delen van zijn ware identiteit aan het oog probeerde te onttrekken. ‘Hitler schiep een ongekend beeld van politieke roem dat daarvoor nog niet bestond’, stelt historicus Guy Walters. ‘De manipulatie van de media, de presentatie van zichzelf, is te vergelijken met wat film- en popsterren tegenwoordig doen.’

Kijkend naar de propagandafoto’s die Hitlers persoonlijke fotograaf Heinrich Hoffmann van zijn leider maakte bij de Anschluss van Oostenrijk in 1938, ziet professor Nicholas O’Shaugnessy bijvoorbeeld dat hij consequent wordt geportretteerd als ‘de Messias van een seculiere religie’. De fotograaf voedt volgens hem de Führercultus. ‘Hoffmann creëert, zoals zo vaak, een symbolisch beeld. Hitler is het stille middelpunt van een draaikolk van opperste extase, waarin het volk bevangen raakt door een soort opperste euforie.’

Hoffmann, die zich dan ook al bedient van Photoshop-trucs avant la lettre, is daarmee een cruciale figuur in de beeldvorming rond de Führer. Ook filmmaakster Leni Riefenstahl, verantwoordelijk voor de nazi-propagandafilm Triumpf des Willens, en cameraman Walter Frentz spelen een essentiële rol in de constructie van Adolf Hitlers imago als leider, volksheld en krijgsheer, stellen diverse historici, beelddeskundigen en psychologen (waarbij Mayo, via B-roll beelden, tevens de setting laat zien, waarbinnen zij zijn geïnterviewd).

Tegenover zijn publieke profiel, eerder al onderzocht in de Nederlandse serie Hitler En De Macht Van Het Beeld (2022), staat de privépersoon Adolf Hitler. Die is te zien in de homemovies van zijn vriendin Eva Braun. Zij filmde ook regelmatig bij de Berghof, Hitlers huis op de Obersalzberg in de Beierse Alpen. De beelden, waarop haar man ontspannen verpoost met nazi-kopstukken zoals Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Martin Bormann, Reinhard Heydrich en Albert Speer, waren lang spoorloos, maar doken uiteindelijk weer op.

Zeker zo interessant is de achterkant van het naziregime zelf, die in deze boeiende miniserie naar voren komt in opgediepte foto’s en filmpjes. Zoals een uitstapje van de SS’ers van het vernietigingskamp Auschwitz en hun echtgenoten. In de natuur bij de zogenaamde Solahütte houden zij een ontspannen wedstrijdje bosbessen eten. ‘Het is opzichtige, agressieve pret, in weerwil van alles’, stelt Maiken Umbach. ’Dit is geen onschuldig vermaak. Ze zitten letterlijk in de schaduw van de grootste genocide ooit.’

Tegenover het beeldenbombardement van de nazi’s konden hun slachtoffers slechts hun eigen menselijkheid plaatsen. De Joodse fotograaf Henryk Ross besloot bijvoorbeeld om het gewone leven in het getto van de Poolse stad Lódz vast te leggen. Behalve de verschrikkingen van de oorlog liet hij tevens een verliefd stelletje, een kinderfeestje en een moeder die haar kind kunst zien. Ook deze foto’s hebben de tand des tijds doorstaan en definiëren nu het tijdperk van Adolf Hitler, dat onuitwisbare beelden heeft nagelaten.

The Jinx Part Two

HBO Max

Het eerste seizoen van The Jinx gaat er in maart 2015 uit met een knal. Zeg maar gerust: met een gigantische explosie. In de fascinerende zesdelige true crime-serie legt Andrew Jarecki (Capturing The FriedmansRobert Durst op de grill. Het zwarte schaap van een vermogende familie uit New York wordt in verband gebracht met maar liefst drie afzonderlijke moorden: op zijn eerste echtgenote Kathleen McCormack, beste vriendin Susan Berman en buurman Morris Black. Durst ontkent alles. Als hij aan het eind van de slotaflevering naar het toilet gaat, legt een zendermicrofoon, volgens Jarecki bij toeval, echter vast hoe de vermeende moordenaar ‘There it is. You’re caught.’ tegen zichzelf zegt. ‘Killed them all, of course.’ 

Die bekentenis wordt wereldnieuws. Hoe kun je met een nieuw seizoen over zo’n daverende apotheose heen? En welke ontwikkelingen rechtvaardigen nog eens zes afleveringen? The Jinx Part Two (295 min.) start als Robert Durst net, een dag voordat dit spraakmakende slot wordt uitgezonden, is gearresteerd en vervolgt daarna met een blik achter de schermen bij het eerste seizoen, bijvoorbeeld van hoe de nabestaanden van Dursts slachtoffers bij Jarecki voor het eerst worden geconfronteerd met diens bekentenis. Daarna sluit de filmmaker, die zich al een jaar of vijftien vastbijt in de drievoudige moord, aan bij de gedreven cold case-onderzoeker John Lewin. Hij moet de zaak alsnog vlot trekken en voor de rechter proberen te brengen.

Durst presenteert zichzelf daar doelbewust als een fragiele oude man, waarvan het nog maar de vraag is of hij de rechtsgang wel helemaal vat. Hij spreekt daar openlijk open over tijdens telefoongesprekken met intimi, zoals zijn huidige echtgenote Debrah Charatan – ook al weet hij dat die waarschijnlijk worden afgeluisterd door Lewin. En die heeft ze blijkbaar tevens doorgespeeld aan Andrew Jarecki. De opnamen vormen één van de fundamenten onder dit tweede seizoen van The Jinx, dat de moorden op Dursts vrouw Kathie Durst en zijn beste vriendin Susan Berman wederom onder de loep neemt en vitale nieuwe feiten, bewijzen en getuigen presenteert. En de charmante engerd Robert Durst geeft daar dan op z’n geheel eigen wijze telefonisch commentaar op.

De serie komt tamelijk moeizaam op gang. Jarecki moet laveren tussen het ophalen van de voornaamste bevindingen van het eerste seizoen, de totstandkoming en impact daarvan én het verder brengen van het verhaal. Pas vanaf aflevering 3 neemt hij de gelegenheid om écht opnieuw in de afzonderlijke moordzaken te duiken en wint de serie zienderogen aan urgentie en spanning. Dan ontwikkelt The Jinx Part Two zich alsnog tot een waardevolle en uiteindelijk ook noodzakelijke aanvulling op die eerste voltreffer, die bovendien wordt afgetopt met een getuigenis onder ede van de onweerstaanbare schurk zelf. Tijdens het kruisverhoor legt Lewin Durst het vuur aan de schenen.

Dit gebeurt niet zonder humor. Als de aanklager een zeer uitgebreide vraag heeft gesteld, reageert de verdachte, die deze vanwege een haperend gehoor van een schermpje moet lezen, bijzonder sarcastisch. ‘Ik denk dat ik u moet feliciteren’, zegt hij. ‘U hebt uw persoonlijke record verbroken. U hebt achttien regels gevuld op mijn tablet.’ Lewin reageert direct: ‘En ik wil u feliciteren met het verbreken van het meineedrecord.’ Waarna Dursts advocaten natuurlijk bezwaar maken. De rechter is echter onverbiddelijk: ‘Overruled.’ Zelfs Durst is het er uiteindelijk mee eens dat hij meermaals heeft gelogen tijdens zijn verklaring. Welk rookgordijn probeert hij met die bekentenis nu weer op te trekken? Of is hij gewoon druk doende om verwarring te zaaien, zodat de feiten als vanzelf het onderspit delven?

Tegelijkertijd ontspint zich een fascinerend verbaal steekspel, dat te langen leste toch echt tot een vonnis moet leiden. In de intrigerende slotaflevering verlegt Jarecki zijn aandacht tenslotte naar de entourage van zijn hoofdpersoon. (Hoe) heeft die zijn misdaden gefaciliteerd? Ieder voor zich hebben ze in de spiegel gekeken en de vraag moeten beantwoorden die Lisa DePaulo van New York Magazine heel treffend heeft geformuleerd: wat kost mijn ziel? En daarmee komt dit tweede seizoen – en als het niet heel gek loopt: The Jinx als geheel – toch weer tot een climax. Niet met een gigantische explosie, maar met een nabrander die zich ook niet zomaar uit het geheugen laat verdrijven. Intussen is Part Two uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van één van de beste en belangrijkste true crime-producties.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt.

Bericht Van Sasha

VPRO

Klanten van een supermarkt in Sint-Petersburg treffen begin 2022 ineens wel heel opmerkelijke teksten aan op de prijskaartjes bij enkele producten:

‘Mijn overgrootvader heeft niet in de Tweede Wereldoorlog gevochten, zodat Rusland een fascistische staat kon worden en vervolgens Oekraïne zou aanvallen.’

‘Het Russische leger heeft een kunstopleiding in Marioepol gebombardeerd. Ongeveer vierhonderd mensen verschansten zich daar voor beschietingen.’

‘Poetin liegt ons al twintig jaar voor via een televisiescherm. Het gevolg van deze leugens is onze bereidheid om oorlog en zinloze doden te rechtvaardigen.’

De teksten zijn afkomstig van de Russische kunstenares Sasha Skochilenko. Op 11 april 2022 wordt ze aangehouden vanwege haar openlijke protest tegen de oorlog. Ze riskeert maar liefst tien jaar gevangenisstraf. In Bericht Van Sasha (54 min.) volgt filmmaker Anna Rudikova de Kafkaëske rechtsgang tegen de moedige jonge vrouw via haar vriendin Sonya en hun beste vriend Lyosha.

Terwijl Sasha in een soort eeuwigdurend voorarrest terecht is gekomen, met steeds weer nieuwe hoorzittingen, moet ze zien te overleven in een smerige, overvolle gevangenis, waar geen rekening wordt gehouden met het glutenvrije dieet dat ze heeft vanwege haar auto-immuun ziekte. De jonge activiste houdt zich onledig met sporten en tekenen, om haar verstand niet te verliezen.

Ook voor haar thuisfront wordt het proces een uitputtingsslag, waarbij ze de strijd aan moeten binden met de veelkoppige en gevoelloze vijand, die eerder ook al was te zien in verwante films als The New Greatness Case en The Dmitriev Affair. Een staatsapparaat dat zich niets gelegen laat liggen aan individuele burgers en rücksichtslos ingrijpt als ze denkt dat die zich niet schikken.

Zo’n nietsontziende opponent onthult tegelijkertijd ook wie echte vrienden zijn. In hun strijd voor gerechtigheid en tegen de machthebbers, die getuige deze grimmige fly on the wall-docu even vaak absurd als bedreigend wordt, steunen Sasha en de haren elkaar door dik en dun. Totdat er na anderhalf jaar eindelijk ‘recht’ wordt gesproken: invrijheidsstelling of toch enkele jaren strafkolonie?

Lastpak: Noa Lang

Prime Video

In zekere zin komt deze docuserie als mosterd na de maaltijd. Want als er nu één ding is verbeterd bij Noa Lang sinds hij bij PSV speelt, dan is het zijn imago. Daar is deze serie niet voor nodig.

De aanvaller die bij zijn terugkeer naar de Nederlandse Eredivisie in de zomer van 2023 nog een ‘milde TBS-patiënt’ werd genoemd, is sindsdien al getypeerd als iemand met een ‘grote bek, klein hartje’, nadat hij uitgebreid de tijd nam voor enkele fans met een verstandelijke beperking, en door zijn huidige trainer Peter Bosz zelfs bestempeld als leider, een potentiële aanvoerder. En dan ligt alsnog Lastpak: Noa Lang (150 min.) op de digitale deurmat en rakelt allerlei oude controverses op. Bovendien is Lang al enige tijd geblesseerd en nog enkele maanden uit de roulatie.

De vierdelige serie van Bart van den Aardweg start aan het begin van het seizoen 2022-2023 als Noa Lang na twee succesvolle seizoenen bij de Belgische topclub Club Brugge ondanks een enkelblessure geselecteerd hoopt te worden voor het wereldkampioenschap in Qatar, een toernooi dat in deze productie wordt teruggebracht tot de kwartfinale van het Nederlands elftal tegen Argentinië. Vanuit Nederland zien zijn zwangere vriendin Blossom, moeder Manon en een groep fanatiek meelevende vrienden hoe hun held zijn allereerste speelminuten maakt en vervolgens wordt uitgeschakeld.

Eenmaal terug in Europa gaat het bij Club Brugge allengs slechter en slechter, komt de geboorte van zijn eerste kind steeds dichterbij en begint Lang zich af te vragen waar hij zijn carrière wil vervolgen. Tegelijkertijd blikt Van den Aardweg samen met de hoofdpersoon, diens ‘tough love’-vader Jeffrey en zijn voormalige trainers Leen Boer (Feyenoord), Erik ten Hag (Ajax) en Alfred Schreuder (Club Brugge) terug op Langs roerige loopbaan, die natuurlijk wordt geïllustreerd met fraaie voetbalbeelden van de buitengewoon getalenteerde blonde krullenbol die gaandeweg uitgroeit tot een lefgozer pur sang.

Daarbij passeren de bekende verhalen de revue: dat zijn vader in de gevangenis zat toen hij nog maar een jongetje was, dat hij als speler van de jeugdopleiding van Feyenoord geen geheim maakte van zijn liefde voor Ajax en dat hij als jong broekie bij Ajax, voor de camera, zijn trainer Erik ten Hag en aanvoerder Dusan Tadic brutaal weerwoord gaf. Mensen op straat in België herkennen hem als ‘dat vervelende mannetje van de tv’, stelt Noa Lang zelf, die een onbegrensd zelfvertrouwen lijkt te hebben en, zo geeft ie grif toe, inderdaad het bloed onder iemands nagels vandaan kan halen.

Die Noa Lang doet zich ook in deze miniserie gelden. Op de parkeerplaats van zijn auto ligt een lege kartonnen doos met piepschuim. Hij weigert hem op te ruimen en parkeert steeds gewoon zijn auto overheen. Totdat hij er toch aan moet geloven. Lang bekvecht ook ongegeneerd voor de camera met Blossom en rijdt terwijl hij wordt gefilmd bovendien nog even zijn auto in de kreukels, nadat hij eerder al een rijverbod heeft gekregen in België. ‘Dit is zo lomp!’ zegt hij dan, enigszins ongemakkelijk kijkend. En maakt er daarna maar het beste van: ‘Het staat wel op camera. Dat is altijd lachen.’

In Lastpak doen ook de internationals Memphis Depay, Denzel Dumfries en Jurriën Timber hun zegje over hun collega met altijd, ook als het niet uitkomt, dat hart op de tong – al laat hij tegelijk zelden écht het achterste daarvan zien. Het blijft bij een enkele persoonlijke ontboezeming, bijvoorbeeld als hij net vader is geworden. ‘Ik denk dat ik oprecht pas echt gelukkig kan zijn als alles voorbij is en ik terugkijk op mijn carrière, echt trots kan zijn op wat ik heb bereikt en ik dan mijn rust heb’, zegt hij met z’n pasgeboren kind in zijn armen. ‘Maar tot die tijd heb ik geen reden om gelukkig te zijn.’

Ook hij, de ogenschijnlijk zo onverschillige handenbinder, worstelt soms met alle druk van die dekselse voetballerij. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar tijdens zijn persoonlijke gesprekken met prestatiecoach Joost Leenders over de aanhoudende malheur bij Club Brugge. Of de ellenlange transferonderhandelingen tussen Club en PSV, waarvan hij volgens eigen zeggen ‘helemaal parra’ wordt. Dan laat Noa Lang even het schild zakken, dat hem in zijn loopbaan net zo vaak heeft gediend als dwarsgezeten, en wordt de man achter de voetballer zichtbaar, het joch achter de branieschopper.

Een typisch kind van een adorerende moeder en een vader die zijn gevoelens nauwelijks kan laten zien, zou je als buitenstaander op basis van deze aardige miniserie zeggen. Minder aaibaar dan de jongen die zoveel lof kreeg toegezwaaid omdat hij op de foto ging met fans met een beperking, maar ook minder onhandelbaar dan de al dan niet milde TBS-patiënt waarvoor hij regelmatig is versleten. Een lastpak, zoveel is zeker, die toevallig héél goed kan voetballen.

Jorik

Prime Video

De wereld heeft Jorik Scholten leren kennen als Lil’ Kleine. Al snel zijn de twee niet meer van elkaar te onderscheiden. De gebutste jongen en zijn provocerende alter ego, de rapper met de stoere praatjes en losse handjes. Ook voor hemzelf niet. Hij gaat van het ene in het andere feest. Nachten doorhalen. Zuipen, snuiven, knokken. Totdat zijn vriendin Jaimie Vaes, met wie hij ook een zoontje heeft, via het juicekanaal Life Of Yvonne een video naar buiten brengt, waarin Kleine haar bij zijn auto mishandelt. Er zijn beroemdheden voor minder gecanceld.

Hoog tijd om Jorik (111 min.) weer eens achter die dekselse Lil’ Kleine vandaan te halen. De man die nu eindelijk eens wil afkicken, de vader die weigert om zijn kind op te geven en de zoon die zich beschadigd voelt door zijn eigen moeder (en nog altijd opzichtig de goedkeuring zoekt van ‘papa’). Samen met zijn vader, moeder, zus, advocaat, bodyguard, producer, reclasseringsambtenaar en enkele vrienden doet Jorik Scholten in deze driedelige serie van Nick Hoedeman, die is gefilmd in de periode na het auto-incident, een poging om zijn imago van ‘Pauperkabouter’ te ontmantelen.

Soms ligt dat er wel heel dik bovenop, bijvoorbeeld als hij voor het eerst in tien maanden, voor de camera, weer contact mag hebben met zoontje Lío. Na een kort gesprekje via FaceTime volgt een emotionele ontlading. En natuurlijk probeert hij ook het veelbesproken incident met Jaimie, dat hem als artiest miljoenen zou hebben gekost, in perspectief te plaatsen. Ze waren allebei ‘helemaal wappie’, stelt hij nu. Nuchter zou de situatie nooit zo uit de hand zijn gelopen. ‘Het is natuurlijk mijn fout. Maar het kan wel in een relatie gebeuren. Helemaal in een relatie zoals waar wij in zaten.’

Alle goede voornemens ten spijt begint het bloed gaandeweg toch weer te kruipen waar het niet gaan kan. Zijn manager Breghje spreekt hem – is ‘t Jorik of toch weer Lil’ Kleine? – erop aan dat hij weer regelmatig stevig lijkt te drinken en zich dan ook ontremd gedraagt. In een poging om zijn leven te beteren neemt de omstreden rapper nog maar eens de wijk naar Thailand. Maar of hij écht in staat en bereid is om zichzelf bij te sturen? De vraag stellen is…  – hoezeer Hoedeman ook, zeker tegen het einde van deze miniserie, de nadruk probeert te leggen op de kwetsbare kant van zijn hoofdpersoon.

‘Jezelf zijn is het allermooiste’, hoor je Jorik in de slotscène zeggen, terwijl hij een verjaardagstaart voor Lío aansnijdt. ‘Heel veel mensen zijn niet hunzelf. Dat was ik ook een hele lange tijd niet, maar het allermooiste is om jezelf te zijn met wat je vader en je moeder je hebben geleerd. De fouten van je vader en de fouten van je moeder, de goeie dingen en de slechte dingen van je ouders. En ik heb ervaren hoe ’t is om mezelf te zijn’ Scholten zit inmiddels ’s avonds op een stoel, ogenschijnlijk kwetsbaar en in een reflectieve bui. ‘En daar ben ik wel trots op…’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Ja.’

Vanachter de onkwetsbare rapper, die in zijn blote bast een kolkende menigte naar zijn hand zet, lijkt een kwetsbaar joch tevoorschijn te zijn gekomen. Het is alleen wel heel moeilijk om dit tafereel los te zien van de bedoeling van deze miniserie: de boeman Lil’ Kleine weer terugbrengen tot menselijke proporties en zijn carrière een doorstart geven.

You Were My First Boyfriend

HBO Max

‘Is dit een eerbetoon of een traumaoefening?’ vraagt de Amerikaanse veertiger Cecilia Aldarondo aan haar zus Laura, terwijl ze samen de videoclip Crucify van Tori Amos, een toonaangevende artiest uit hun tienerjaren, proberen na te spelen. ‘Maar jij bent prachtig’, reageert Laura. Cecilia is niet overtuigd: ‘Ik ben het verkeerde soort mooi.’ Ze probeert haar tranen weg te poetsen. ‘Wat maakt het uit dat je een andere maat hebt?’ probeert haar zus. Cecilia laat zich echter niet van de wijs brengen. ‘Ze noemden me niet voor niets dik.’ Even later liggen de twee alweer in een deuk om al die ‘dunne, saaie mensen’. Cecilia: ‘Als je zo dun bent, waar blijft je ziel dan?’

Eenmaal uitgelachen beginnen de zussen alsnog aan een minutieuze reconstructie van de clip van Tori Amos, die voor hen destijds gold als de belichaming van krachtige vrouwelijkheid. In de egodocu You Were My First Boyfriend (93 min.) roept Cecilia Aldarondo nog meer onuitwisbare herinneringen aan haar tijd als onhandige puber in Winter Park, Florida op. Ze ontmoet bijvoorbeeld de jongen, een kalende man inmiddels, op wie ze jarenlang heimelijk verliefd was, bezoekt een schoolreünie en reconstrueert, terwijl de persoon in kwestie meekijkt, een scène waarin de populaire meisjes van haar school een gezet klasgenootje pesten en zij zelf niet ingrijpt.

Met acteurs en mensen uit haar directe omgeving reconstrueert ze enkele ijkpunten van haar jeugd. De ene keer proest Cecilia ’t dan uit van het lachen, een andere keer is ze tot tranen toe geroerd. Want die tienerjaren waren voor haar, een onzekere puber met wortels in Puerto Rico, bepaald geen onverdeeld genoegen. Ze wilde populair zijn, maar dat lukte maar niet. En van de vriendin die ze wél had – de nerdy Caroline, die nog een sleutelrol zal spelen in deze film – nam ze uiteindelijk afstand. Van het kijken naar Monty Python, praten in filmquotes en naspelen van scènes uit Wayne’s World word je immers ook niet per se een High Class-type.

‘Waarom bewaar ik de dingen die me pijn doen?’ vraagt Cecilia zich nu af. Waarom koester ik niet gewoon de dingen waarop ik trots ben of die me blij maken? Deze particuliere film, die toch ook wel weer herkenbaar is voor iedereen die een onzekere tiener is geweest (en wie was dat niet?), is haar poging om in het reine te komen met de trauma’s van haar jeugdjaren en die een nieuwe plek te geven in het leven dat ze nu leidt als volwassen vrouw. De vorm die ze daarvoor kiest is best origineel, maar wat die nu precies oplevert? Kun je bijvoorbeeld werkelijk een vriendschap leren begrijpen door samen met een actrice enkele herinneringen na te spelen?

In deze verlate teencomedy, aangekleed met signatuursongs van Pearl Jam en Buffalo Tom, natuurlijk wel. Aan het eind van de zoektocht ligt, zoals het hoort bij een Amerikaanse film, een wijze levensles te wachten. En Cecilia Aldarondo neemt die natuurlijk gretig in ontvangst. Waarna ze in de slotscène nog een hommage brengt aan twee van haar favoriete films, Big en Postcards From The Edge.

The Stones & Brian Jones

Cherry Pickers

Toen het songschrijversduo Jagger/Richards zich begon te manifesteren, stopten The Rolling Stones langzaam maar zeker met het spelen van covers en verdween Brian Jones, tot dan toe de leider en het muzikale geweten van de Britse groep, stilaan naar de achtergrond. Totdat hij in 1969, overbodig en gefrustreerd, op de ultieme rock & roll-leeftijd van 27 in zijn eigen zwembad verdronk en The Stones definitief de band werden van zanger Mick Jagger en gitarist Keith Richards, de mannen die inmiddels klassiekers zoals (I Can’t Get No) Satisfaction, Jumpin’ Jack Flash en Sympathy For The Devil op hun naam hadden staan.

Hoewel hij als multi-instrumentalist essentieel was voor de initiële sound van de band – probeer Little Red Rooster (slidegitaar), Paint It, Black (sitar), Ruby Tuesday (fluit), Lady Jane (dulcimer) of Under My Thumb (marimba) bijvoorbeeld maar eens voor te stellen zónder zijn muzikale bijdrage – ging Brian Jones toch vooral de geschiedenis in als ‘De overleden Stone’, de man die ten onder ging aan een fatale combinatie van roem, drugs en de swingin’ sixties. Een voetnoot hooguit, goed voor het nodige drama in de beginhoofdstukken, in het verhaal van ‘the greatest rock & roll band in the world’. Het is alsof hij dat bij leven en welzijn al begon te vermoeden. Terwijl Jones, bijvoorbeeld tijdens dat legendarische concert in het Scheveningse Kurhaus dat in 1964 he-le-maal uit de hand liep, nog centraal op het podium stond en Mick, jaloers op Brians aantrekkingskracht op vrouwen, en Keith, die ‘s mans muzikale capaciteiten bewonderde, simpelweg als zijn secondanten oogden.

De befaamde Britse documentairemaker Nick Broomfield (Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer, His Big White Self en Tales Of The Grim Sleeper) maakte als veertienjarige jongen een treinreis en ontmoette daarbij een opmerkelijk open en vriendelijke Brian Jones, die een overtuigde treinspotter bleek en zijn favoriete traject, The Great Western, nog maar eens had opgezocht. Ruim zestig jaar later richt Broomfield zich in The Stones & Brian Jones (92 min.) volledig op de man die toen nog het middelpunt was van één van de belangrijkste rockgroepen van de wereld. Zoals er in de voorbije jaren ook films zijn gemaakt over gitarist Ronnie Wood (Somebody Up There Likes Me) en oud-bassist Bill Wyman (The Quiet One). In de vierdelige serie My Life As A Rolling Stone ging de aandacht onlangs bovendien niet alleen uit naar Mick en Keith, maar waren er ook aparte afleveringen over één van Brians opvolgers, Ronnie Wood, en de inmiddels overleden drummer Charlie Watts.

Met fraai archiefmateriaal en de mensen die ertoe deden in zijn leven (waarbij Bill Wyman, die als ‘historisch adviseur’ aan deze documentaire is verbonden, zich opwerpt als enthousiast pleitbezorger) schetst deze film een intiem portret van de getormenteerde man en muzikant Brian Jones. Nadat hij door zijn ouders was buitengetrapt – een beslissing die vader Lewis, getuige een emotionele brief aan zijn zoon, z’n hele leven dwarszat – trok Jones in bij zijn toenmalige vriendin Pat Andrews en hun zoontje Julian Mark. ‘Dit werd een patroon in Brians gedrag’, stelt Broomfield in één van zijn uit duizenden herkenbare voice-overs. ‘Een andere familie omarmen, de dochter bezwangeren en dan ertussen uitknijpen. Dat zou zeker vijf keer gebeuren.’ Al die vriendinnen leken in zekere zin ook op hem. ‘Hij had een hekel aan zichzelf’, vertelt de Franse zangeres/actrice Zouzou, één van de vele exen, waaronder ook Marianne Faithfull en Anita Pallenberg, die aan het woord komen in dit portret. ‘Tegelijkertijd wilde hij vrouwen die op hem leken.’

Dat was Brian Jones ten voeten uit: onuitstaanbaar en toch onweerstaanbaar. Purist, (zelf)twijfelaar én enigma. Een kluis die met deze definitieve (?) biografie alsnog een heel eind wordt gekraakt – al is het de vraag of ie ooit helemaal kan worden geopend.

Sirens

Oscilloscope Laboratories

Ze móeten wel sletten zijn. Hoeren. Of simpelweg een gruwel Gods. Je zou kunnen zeggen: ze vragen er zelf om met hun geverfde haren, tattoos en Slayer- en Judas Priest-shirts. Wie begint er nu een trash metalband in Libanon? Met een gruntzanger(es), nota bene. En een, dat ook, volledig vrouwelijke bezetting.

Het hart van de groep wordt gevormd door twee gepassioneerde gitaristen: Shery Bchara (lead) en Lilas Mayassi (ritme). Zij kunnen doorgaan voor de Lennon en McCartney – herstel: de Hetfield en Ulrich – van Slave To Sirens. Met net zulke epische ruzies als het centrale duo van Metallica. Daar zit overigens een verhaal achter: een liefdesverhaal, om precies te zijn. Zonder dat de andere bandleden daarvan op de hoogte zijn krijgen de twee iets met elkaar.

Totdat Lilas in Sirens (79 min.) een steen in de vijver gooit en haar zinnen zet op een ander. Ze ontmoet de Syrische Alaa, die al snel overkomt naar Beiroet en daar moet worden voorgesteld aan haar ouders. ‘Als ze vragen hoe we elkaar hebben ontmoet, zeg dan dat we elkaar zijn tegengekomen bij mijn eerste bezoek aan Syrië en toen vrienden zijn geworden’, houdt Lilas haar voor. ‘Oké? Hou het kort.’ En, als ze bijna binnen zijn: ‘Let op dat je me geen schatje noemt.’

Intussen is de sfeer binnen Slave To Sirens, dat al eens mocht optreden tijdens het Britse Glastonbury-festival, te snijden. De band stevent onvermijdelijk af op een pijnlijke breuk, terwijl intussen op de achtergrond ook Libanon zelf richting een burgeroorlog lijkt te koersen. Documentairemaker Rita Baghdadi brengt die twee verhaallijnen – de ontwrichting van de band en de ontsporende protesten tegen de Libanese regering – soepel samen.

Zo ontstaat een levendig portret van een wereld die letterlijk ieder moment in vuur en vlam kan komen te staan en waarin je je als buitenbeentje – vrouwelijke metalhead en vrouw die valt op vrouwen – maar staande hebt te houden. Gelukkig leent de muziek van Slave To Sirens zich er prima voor om dat er soms eens ongegeneerd uit te gooien.

Corrie

KRO-NCRV

‘En die seks en zo dan? Hoe moet dat dadelijk dan?’
‘Hoezo, dadelijk?’
‘Jaah, als hij meer vrouw is dan man…’
‘Ja, maar hij valt alleen maar op vrouwen. Hij valt niet op mannen.’
‘Maar jij toch niet? Jij hebt toch niet gekozen om met een vrouw te zijn?’
‘Nee, dat klopt wel. Ja, goed, het is anders, maar ik mis er niks aan. Ik kom niks tekort.’

Althans, dat zegt Corrie Beer, terwijl ze lekker zit te kletsen met haar beste vriendin Jet Boumans. Later, bij een volgend gesprek, komt de vrouw uit het Limburgse Gennep er toch nog eens op terug: misschien gaat ze die piemel toch wel missen. Want Albert van Dieten, de kraanmachinist met wie ze ooit een relatie kreeg en die ze door dik en dun steunt, is hard op weg om een vrouw te worden.

In deze korte documentaire vertelt Marieke Widlak echter niet het verhaal van Ashley. De film heet niet voor niets Corrie (23 min.) en concentreert zich op hoe ’t is als jouw partner, die je toch echt hebt leren kennen als man, besluit om in transitie te gaan. Ga je dan mee? Corrie is geneigd van wel. Dat is overigens ook haar grootste valkuil. Ze gaat altijd uit van de ander, zegt ze. Als die ’t maar goed heeft…

Als ze niet oplet, gaat het gesprek ook nu weer permanent over Ashley. Maar Corrie wil, begint ze zich steeds duidelijker te realiseren, óók gezien worden. Daarbij gebruikt ze haar eigen vader als voornaamste referentiepunt: daar was ze bang voor, die zag haar helemaal niet staan. En hij vond dat ze zingen beter aan anderen kon overlaten. Corrie verdiende en verdient beter, vindt ze.

Daarmee heeft deze fijne film een aardig thema te pakken, dat op diverse manieren wordt uitgewerkt. Corrie is als hun huisdier Harry de vogel die in een kooitje wordt gehouden. En wanneer ze Ramses Shaffy’s Laat Me (mijn eigen gang maar gaan) zingt, lijkt dat haar op het lijf geschreven. Gaandeweg laat ze alle schroom varen en blijkt dat haar vader het toch bij het verkeerde eind had.

Vrijwel ongemerkt is Ashley ondertussen van de vanzelfsprekende hoofdpersoon van deze documentaire een aansprekend bijpersonage geworden, de partner die vanuit de coulissen goedkeurend toeziet hoe Corrie haar eigen rol pakt en een stapje dichter bij de vrouw komt die ze eigenlijk wil zijn. En dat is eigenlijk best mooi om te zien.

Stevie

Steve James (l) & Stevie Fielding (r) / Kartemquin Films

Al van jongs af aan zag filmmaker Steve James dat de jongen constant ongelukken maakte. James leerde Stevie (145 min.) kennen toen hij zelf aan de universiteit van Southern Illinois studeerde. Zijn latere echtgenote Judy, een maatschappelijk werker, stimuleerde hem om zich op te werpen als ‘big brother’ van een kind uit een achterstandsmilieu. Zo ontmoette hij in 1982 Stevie Fielding, een getroebleerde elfjarige jongen uit de white trash-gemeenschap van Pomona, die in de steek was gelaten door zijn moeder Bernice en een onbekend gebleven vader. Hij groeide op bij zijn stiefoma.

In 1995 zoekt de Amerikaanse filmmaker, die dan al diverse documentaires op zijn naam heeft staan (waaronder de basketbalklassieker Hoop Dreams), opnieuw contact met de jongen die hij ooit als idealistische jongeling probeerde te helpen. Fielding heeft inmiddels een tumultueus huwelijk achter de rug, zat een tijdje in de gevangenis en probeert nu een nieuw leven op te bouwen met zijn verloofde, een bijzonder kwetsbaar meisje genaamd Tonya Gregory. Al snel krijgt Stevie’s leven opnieuw een dramatische wending: hij wordt beschuldigd van seksueel misbruik van zijn achtjarige nichtje.

Steve James begint zijn voormalige protégé weer te volgen. Tijdens het jarenlange filmproces worstelt hij echter voortdurend met zijn eigen houding en positie. Stevie is zowat de verpersoonlijking van ‘trailer trash’ en bepaald geen protagonist om à la minute in de armen te sluiten. Tegelijkertijd willen Judy en hij hem ook niet zomaar in de steek laten. Iets wat al zo vaak is gebeurd in zijn tragische leven, dat in het teken heeft gestaan van ruzie, verwaarlozing, psychische problemen en misbruik. De ‘deplorable’ Stevie Fielding is een typisch product van zijn genenpakket, (gebrek aan) opvoeding en leefomgeving.

‘Ik haat Stevie niet’, zegt Wendy, de moeder van zijn vermeende slachtoffer, treffend als de zaak tegen hem enige tijd later eindelijk voor de rechter lijkt te komen. ‘Ik heb medelijden met hem. Ik ben boos om wat hij heeft gedaan. Ik zie hem echter niet als een 28-jarige man, maar als een twaalfjarig jongetje dat de weg kwijt is.’ Als Steve zijn ‘young brother’ Stevie op kantoor bij diens advocaat wil adviseren over hoe hij nu het beste kan opereren, bijt die echter direct stevig van zich af. ‘Het is niet jouw leven waarover we praten’, zegt hij verbeten, op die typische knauwende toon. ‘Dit is míjn leven.’

En daarmee slaat Stevie de spijker op z’n kop in deze rauwe, ongemakkelijke en aangrijpende film uit 2002. Hoe kan een documentairemaker, vanuit zijn geprivilegieerde positie, werkelijk begrijpen hoe ‘t is om voor een dubbeltje geboren te worden, aan de verkeerde kant van het spoor bovendien? Iemand die in zijn leven nauwelijks iets kan winnen, maar ook verdomd weinig heeft te verliezen. Als Steve en Judy James Stevie meenemen naar hun huis in Chicago – waar hij, vanwege hun kinderen, niet mag overnachten – wordt pas echt duidelijk hoe groot de verschillen tussen hen zijn.

Stevie is dan, net als zijn oudere broer tegen wil en dank én diens film, allang onder ieders huid gekropen. Als iemand waarvan je graag afscheid zou nemen, maar waarbij dat op de één of andere manier maar niet wil lukken. Zijn leven lijkt inderdaad, zoals Steve James ‘t aan het begin van zijn documentaire kernachtig verwoordde, ‘een ongeluk dat elk moment kan gebeuren’. En mensen zoals wij, met al hun goede bedoelingen, staan erbij en kijken ernaar.

In dit interessante interview blikt Steve James terug op het maken van de documentaire en vertelt hij hoe het nu gaat met Stevie en zijn familie en hoe hij naar de film over zijn leven kijkt. ‘Well, it sure ain’t Hoop Dreams.’

Overgave

Docmakers

‘Dus ik moet me voorstellen dat ik dood ben?’ vraagt Annemarie Eigenhuis bij de start van de documentaire Overgave (56 min.) aan haar vriendin Marijn Frank, die de regie van de productie voor haar rekening neemt. Zij heeft haar ook gevraagd om in het interview niet óver maar tégen haar dochtertje Anna te praten. Voor als ze er, later, niet meer zal zijn.

Later blijkt, slechts even later, allang te zijn begonnen. Annemarie is in 2018 overleden. En sindsdien lijkt ook het leven van Marijn ernstig te stroppen. De gedachte aan haar beste vriendin beneemt haar de lust om te leven. Ze gaat uiteindelijk hardlopen, net als Annemarie, om het tij te keren – ook al heeft ze daar eigenlijk een bloedhekel aan. En de lat wordt meteen hoog gelegd: met coach Hesdy Lonwijk gaat Frank zich voorbereiden op de marathon van Berlijn.

Terwijl ze met frisse tegenzin begint te rennen en daarbij al snel tegen haar eigen grenzen oploopt spreekt Marijn Frank, die eerder al de egodocu Vleesverlangen maakte, tegen de persoon die ze als haar ‘zelfgekozen familie’ beschouwt. Intussen schetst ze parallel daaraan ook Annemarie’s laatste levensfase. Dat gaat gepaard met veel verdriet en zorg om haar dochtertje, die ze alvast kaartjes schrijft voor alle verjaardagen die ze zonder haar moeder moet vieren.

De levens van de twee hartsvriendinnen lopen zo nog eenmaal samen op. Totdat ze elkaar los moeten laten in dit Over Mijn Lijk-achtige drama, ditmaal verteld vanuit het perspectief van degene die moet achterblijven. Met bespiegelende, aan haar vriendin gerichte voice-overs, waarmee beelden uit haar privéleven en impressies van haar looptrainingen worden verbonden aan het lot van Annemarie, slaagt Frank erin om haar rouw bij de kladden te grijpen.

Of ze de werkelijkheid daarbij af en toe een beetje heeft gestroomlijnd? Haar rouwproces en voorbereidingen op de marathon komen in elk geval, na de nodige tegenslagen, heel mooi samen in een enigszins Amerikaans aandoend einde. Met haar film heeft Marijn Frank de kijker ondertussen in het gat laten turen dat de dood van een dierbare in je leven kan slaan. Het is een persoonlijk afscheid geworden van Annemarie – en ongetwijfeld van onschatbare waarde voor haar dochter Anna.

De Moord Op Marianne Vaatstra

Discovery+

‘Toen wist ik dat alles zou veranderen en nooit meer hetzelfde zou worden’, zegt beste vriendin Aafie Kloosterman geëmotioneerd in de openingsscène van de vierdelige docuserie De Moord Op Marianne Vaatstra (183 min.). Na een avondje uit, op Koninginnedag 1999, had Mariannes vader Bauke haar opgebeld. Zijn dochter was die nacht niet thuisgekomen. Was ze misschien bij Aafie blijven slapen? Nee dus. Ze ging direct met haar toenmalige vriendje op zoek. Nadat ze eerst haar fiets hadden aangetroffen, vond de jongen even later het levenloze lichaam van Marianne.

Voor het eerst in hun jonge levens was Aafie niet mee op stap geweest met haar zestienjarige vriendin. Daar voelt ze zich ruim twintig jaar na dato nog altijd schuldig over. Kloosterman fungeert als hoofdpersoon van deze docuserie, waaraan Marianne Vaatstra’s directe familie geen medewerking lijkt te hebben verleend. De aanpak is typisch true crime: een minutieuze reconstructie van het misdrijf en de nasleep daarvan, met een overload aan schokkend archiefmateriaal, openhartige gesprekken met rechercheurs, een criminoloog en journalisten (waaronder Peter R. de Vries, geïnterviewd in juni), duistere gedramatiseerde scènes en een onheilszwangere soundtrack.

Het spoor leidt onvermijdelijk naar het nabijgelegen asielzoekerscentrum. ‘Dit is niet westers’, constateren Mariannes getraumatiseerde ouders Bauke en Maaike al snel over de brute verkrachting en moord. ‘Een Zwaagwesteinder moordt anders’, kopt Trouw enkele dagen later. Het duurt niet lang voordat het halve dorp ‘AZC, weg ermee!’ staat te schreeuwen bij explosieve bijeenkomsten, die uitlopen op een soort volksgericht. De Friese moordzaak mondt uit in een enorm mediaspektakel, waarbij behalve De Vries (die zich beijverde voor grootschalig DNA-onderzoek) ook de internetmiljonair Wim Dankbaar een hoofdrol opeist.

Bij de moord op de weduwe Wittenberg in datzelfde jaar – onderwerp van het boek De Deventer Moordzaak van onderzoeksjournalist Bas Haan, de daarop gebaseerde podcast De Deventer Mediazaak en de succesvolle speelfilm De Veroordeling – is er gaandeweg steeds meer aandacht gekomen voor de rol van het type bezorgde burger dat zichzelf benoemt tot openbaar aanklager en vervolgens iemand als dader aanwijst. In dit geval: Maurice de Hond en zijn (volstrekt onschuldige) ‘Klusjesman’. Diens evenknie in de Vaatstra-zaak Wim Dankbaar, die zelfs nadat er met DNA een dader is gevonden stug blijft volhouden dat de echte booswicht elders moet worden gezocht, blijft in deze serie echter volledig buiten schot.

De Moord Op Marianne Vaatstra lijkt geen grotere boodschap te willen uitdragen over de (potentieel) nefaste werking van de media in dit soort strafzaken. Hoewel daar alle aanleiding voor is, getuige bijvoorbeeld ook het televisieprogramma Het Zesde Zintuig waarin Beau van Erven Dorens paragnosten loslaat op de zaak. Met louter dwaalsporen tot gevolg, natuurlijk. De serie concentreert zich evenwel vooral op het misdrijf zelf. Waarbij de laatste aflevering volledig is ingeruimd voor Jasper S. en zijn verklaringen tijdens de rechtszaak, waarvan op basis van de officiële audiodescripties een reconstructie is gemaakt. Daarin geeft de Friese boer – beperkt, tot grote frustratie van Mariannes nabestaanden – inzicht in zijn gruwelijke wandaad.

Het is de emotionele climax van een vaardig verteld moordverhaal, dat nog altijd voortleeft in alle mensen die erdoor werden aangeraakt.

In een ontluisterende aflevering keek Medialogica in 2013 overigens wél naar de manier waarop Nederlandse media zijn omgesprongen met de Zaak Marianne Vaatstra. Toen moesten de complottheorieën overigens nog echt helemaal uit de bocht vliegen.

Giovanni En Het Waterballet

KRO-NCRV

Nee, je bent niet automatisch de ‘coolste dude’ van de klas als je als tienjarige jongen aan synchroonzwemmen doet. En nee, je bent ook niet automatisch één met de meiden als je met je allersierlijkste bewegingen bij hen aansluit. Giovanni van der Zon lijkt een eenling. Hij wil als allereerste jongen meedoen aan het Nederlands kampioenschap.

Dat is bepaald geen sinecure. Hij moet bijvoorbeeld eerst officieel op examen. En daarvoor moet dan weer flink getraind worden. Het gaat er op zulke momenten soms stevig aan toe, bijvoorbeeld bij het oefenen van de split. ‘Doet het pijn?’ vraagt zijn trainster naar de bekende weg als haar pupil het uiterste vraagt van zijn lichaam. ‘Dat is goed.’ Ze laat hem even ademhalen. ‘Nog verder. Probeer het!’

Toch is Giovanni En Het Waterballet (17 min.) geen beladen sportfilm, hoor. Regisseur Astrid Bussink dient de verrichtingen van haar aandoenlijke hoofdpersoon op met een uitbundige soundtrack en vervlecht ze bovendien met heerlijke scènetjes van de jongen met zijn vriendinnetje Kim. Waarbij het voortdurend de vraag is of ze eigenlijk nog wel verkering hebben of niet.

Deze hartveroverende jeugddocu uit 2014 werd niet voor niets wereldwijd op allerlei festivals vertoond en bovendien bekroond met diverse prijzen. Het is een film die in wezen, zonder ook maar een moment zwaar op de hand te worden, over de ontwikkeling van elk kind gaat: durf ik voor mijn dromen te gaan of laat ik me toch leiden door wat mijn omgeving ervan vindt?

Via onderstaande link is na de documentaire zelf nog te zien hoe Giovanni terugkijkt op het maken ervan en hoe hij zijn toekomst ziet. Met een badmuts en neusklem in het water? Of toch op een andere plek? En, ook belangrijk, is Kim nog in zijn leven?