RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek

‘De naam Veulpoepers?’ vraagt zanger Zjef Naaijkens met Brabantse tongval en kenmerkende humor. ‘Eigenlijk betekent dat de Veulneukers.’ Hij verduidelijkt: ‘Op z’n Bels.’ De hippiegroep uit Hilvarenbeek was volgens hem ‘absurdisties aktivisties.’ Eenvoudiger gesteld: ze wilden ‘de zaak opnaaien’. Voor een ‘socialistische samenleving’ die ze volgens Naaijkens mede mogelijk gingen maken. ‘Vooruit’, voegt hij met twinkelende oogjes aan dat ‘mede’ toe. ‘We gingen het niet alleen doen.’

In RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek (75 min.) wordt de hele geschiedenis van de Brabantse rebellenclub, die met name in de jaren zeventig stad en land afreisde om op elke demonstratie of festival aan te treden, nog eens uitgebreid uit de doeken gedaan. Van het ontstaan als typische anarchistische folkband tot de verwording daarvan tot een heuse BV, met een eigen woongroep, café en drukkerij. Waarna de groep (natuurlijk) ten onder ging aan precies die dingen waar ze zich jarenlang in het openbaar, met veel bombarie en humor, tegen had verzet.

Deze documentaire van Joris Hendrix en Frank van Osch, die eerder een film maakte over de eveneens stijflinkse generatie- en provinciegenoot Bots, bevat een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal (waaruit glashelder wordt hoe populair die Veulpoepers ooit waren), maar heeft wel een erg anekdotisch karakter (met veel heerlijke verhalen, dat wel). Het is en blijft een verzameling herinneringen van een specifieke groep mensen en wordt nooit meer dan dat. Een exposé van Neerlands linkse protestbands uit de jaren zeventig bijvoorbeeld.

Dat gezegd hebbende: het schelmenverhaal van De Veulpoepers, en het aan hen gelieerde ‘actieorkest’ Fanfare Van De Eeuwigdurende Bijstand, biedt ruim voldoende stof voor vijf kwartier vermaak, waarbij de spanningen tussen het ‘Politburo’ en de anderen de groep uiteindelijk op een opvallend kille wijze de das om zullen doen. Die verwijdering, tussen mensen die samen zijn opgegroeid en jarenlang in één huis hebben gewoond, wordt door de filmmakers slim vervat in een actuele uitvoering van de enige echte (bijna)hit die de Poepers ooit hadden: Café Den Egelantier.

Een nummer dat ze destijds, natuurlijk, niet op televisie wilden playbacken. ‘Ja, een tweede huis in Spanje’, grapt Zjef Naaijkens daarover, geheel in stijl. ‘Had-ie kunnen hebben, heeft-ie niet gedaan!’

Vleesverlangen

Het vlees is zwak, maar wij ook. Neem programmamaker Marijn Frank (Keuringsdienst van Waarde). Ze groeide op in een ‘macrobiotisch vegetarisch gezin’, was een tijdlang ‘knipperlicht-vegetariër’ en is eigenlijk al jáááren klaar met vlees eten. Haar dochtertje Sally wordt bijvoorbeeld geheel vleesvrij opgevoed.

Één probleem: uit hersenonderzoek bij de start van Vleesverlangen (74 min.) blijkt dat Marijn nog meer zin heeft in vlees dan in seks. Dat vraagt om therapie (echt?) én het aangaan van de confrontatie met haar vleselijke verlangens: in het slachthuis. Voor een soort ultieme shootout. Met een koe.

Tussendoor spreekt ze met boeren, een vertegenwoordiger van de vleessector, slachters, een historicus, vegetariërs en een chefkok die vlees eten juist weer sexy wil maken. Het resultaat is een gewiekste, emotionele, grappige, gestileerde en – juist! – vleselijke film.

Na deze bijzonder (on)smakelijke egodocu was Marijn Frank overigens nog steeds niet klaar met vleesch. In 2017 maakte ze Slagershart, een portret van een dertienjarige jongen die net als zijn vader en opa slager wil worden.

De Kracht Van De Kringloopwinkel

VPRO

Upcyclen, het geven van nieuw leven aan oude spullen, is het centrale thema van de nieuwe vijfdelige serie De Kracht Van De kringloopwinkel van Frank Wiering, het vervolg op Het Succes Van De Kringloopwinkel uit 2017. En de kringloopwinkels doen natuurlijk ook aan het upcyclen van mensen. Binnen de veilige context van de Kringloop hervinden ze zichzelf en elkaar.

Het is daarom zeker geen toeval dat ook de nieuwe serie rond Kerstmis wordt uitgezonden. De kracht van de kringloopwinkel appelleert aan een idee van naastenliefde, dat in de donkere dagen van het jaar menigeen in zijn greep krijgt. Met terloopse gesprekjes met medewerkers en bezoekers probeert Wiering dat idee te pakken te krijgen.

Zo ontmoet hij in Kringloopcentrum Amersfoort bijvoorbeeld de Amerikaanse Sally, die met haar eigen team De Eksters textiel omwerkt tot designtassen. En die mogen ze op Koningsdag aanbieden aan de Koninklijke Familie. Tenminste, als die besluit om halt te houden bij hun kraam. En de leden van het Koninklijk huis toeroepen, dat mag natuurlijk niet…

Via de mensen die voor zijn camera verschijnen brengt Frank Wiering, die het geheel met voice-overs aan elkaar praat en verluchtigt met golden oldies die zo uit de platenbakken van de Kringloop zijn geplukt, de achterkant van de participatiesamenleving in beeld: Nederlanders die ooit over de rand vielen of dreigden te vallen en in een beschutte omgeving aan een nieuw leven zijn begonnen.

Being Frank: The Chris Sievey Story

‘Voor mijn gevoel werd het méér dan een alter ego’, zegt een man die hem – hun allebei eigenlijk – goed kende. ‘Het leek wel schizofrenie. Hij werd écht iemand anders.’

‘Je kon nooit via Chris bij Frank komen’, beweert een ander. ‘En ik heb nooit iets tegen Frank gezegd en dat Chris dan antwoord gaf.’

‘Er zijn mensen die stellen dat Chris wist dat Frank maar een act was, stelt nummer drie. ‘Anderen menen dat het gecompliceerder lag. Ik denk zelf ook dat er echt iets gaande was.’

Welkom in de verknipte wereld van Chris Sievey (1955-2010), een gesjeesde Britse popmuzikant, en zijn bizarre creatie Frank Sidebottom, die op zijn beurt ook weer een bezopen bordkartonnen nakomeling voortbracht, de hopeloos populaire Little Frank. Wat ooit simpelweg begon als een ludiek typetje, een bijzonder gevatte botterik met een enorm hoofd van papier-maché, werd gaandeweg een soort monster van Frankenstein, dat Sieveys leven helemaal overnam en uiteindelijk zijn oorspronkelijke droom, een nieuwe Paul McCartney worden, volledig om zeep hielp. Intussen wist niemand wie er schuil ging achter de cultheld Frank Sidebottom.

Being Frank: The Chris Sievey Story (100 min.) brengt deze clown tegen wil en dank overtuigend tot leven, met dozenvol schriften, VHS-tapes, brieven, tekeningen, liedjes, rekwisieten, collages, artwork, halffabrikaten en allerlei andere gekkigheid die in Sieveys vochtige kelder werden aangetroffen. Zijn hele privé-archief werd maar ternauwernood van de vuilstort gered. Het bonte, op sneltreinvaart geleefde bestaan dat zich daarin openbaart wordt in deze film ingekaderd met boeiende, grappige en trefzeker gestylede interviews met zijn vrouw, kinderen, vriendin, collega’s en (jeugd)vrienden. Zij portretteren Sievey als een creatieve duizendpoot, briljante ontregelaar en ongeleid projectiel pur sang, dat het allerbest tot zijn recht kwam als-ie zomaar wat mocht improviseren.

Filmmaker Steve Sullivan, die in 2006 met Frank Sidebottom én Chris Sievey werkte aan de Magic Timperly Tour (een weerslag van een busrit met honderd Frank-fans door zijn thuisbasis in Manchester), heeft jarenlang ziel en zaligheid gestoken in dit project, dat uiteindelijk via een Kickstarter-campagne is gerealiseerd. Het resultaat is ernaar: een kostelijke film, die aanvoelt als een dollemansrit met een botsauto door een speeltuin voor volwassenen. Met een beduimelde audiocassette vol Beatles-afdankertjes op de speakers. Een liefdevolle ode aan een vergeten/ongekend genie, in wiens wondere wereld je beslist (opnieuw) wilt vertoeven.

The Mother Of Beauty

Voordat ze hét sekssymbool van de twintigste eeuw werd, Andy Warhol haar beeltenis gebruikte voor een befaamde popart-serie en Marlene Dumas vervolgens van het icoon weer een kwetsbaar mens maakte in het ontluisterende schilderij Dead Marilyn, was Marilyn Monroe zomaar een ontheemd 19-jarige meisje dat roem en succes zocht. Op 2 augustus 1945 meldde ze zich bij het Blue Book Modeling Agency, een modellenbureau uit Hollywood dat ook de ‘blonde bombshell’ Jayne Mansfield zou voortbrengen.

‘Dougherty, Norma Jeane. Getrouwd’, noteerde eigenaresse Emmeline Snively over het toekomstige idool in haar Models Bluebook. ‘1,71 meter, 54 kilo, 91-61-86 cm, maat 42.’ Het aspirant-model betaalde Blue Book 25 dollar als inschrijfgeld, een flinke som geld in die tijd. ‘Ze droeg geen make-up, maar had een goede huid, mooie ogen en een mooi gebit. Zo zag ze eruit: haar haar was moeilijk in bedwang te houden. Haar gezicht wat te rond, maar ze zag er wel gezond uit. Opmerking: blonderen en permanenten aanbevolen.’

De tragische schoonheid Monroe is van een zekere afstand permanent aanwezig in documentaire The Mother Of Beauty (60 min.). Als de onbereikbare schoonheid die ze gaandeweg werd. Óók voor – en tot grote frustratie van – haar voormalige mentor Emmeline Snively. Deze film van Frank van Osch portretteert enkele andere Blue Book-glamourgirls van weleer, inmiddels dames van respectabele leeftijd. Ze zien er ‘voor hun leeftijd’ nog goed uit, constateren ze zelf. En dat willen ze weten ook.

Alles was gebaseerd op uiterlijk, zegt één van de mannelijke modellen uit de documentaire over de glamourwereld waarin hij opgroeide. ‘Als ik dik, klein en lelijk zou zijn geweest, had je me nu niet gefilmd.’ De man is inmiddels 86 en doet er alles aan om ‘handsome’ te blijven. ‘Mijn doel is om op mijn honderdste verjaardag nog steeds gewichten te heffen. Zou dat niet geweldig zijn?’ Hij herhaalt het, alsof hij opnieuw verrukt wordt door het idee, nog maar eens: ‘zou dat niet geweldig zijn?’

De wijsheid dat de werkelijke schoonheid toch echt van binnen zit komt dus niet per definitie met de jaren. Intussen schetst deze fraaie film met verve een wereld die bestaat bij de gratie van uiterlijk vertoon én de vergankelijkheid van schoonheid – van het leven in het algemeen.

De Baby

 

Ze had zichzelf wijsgemaakt dat ze een dochter was van koningin Juliana en voor haar eigen veiligheid naar de Verenigde Staten was gebracht. Anderen kenden Anneke Kohnke tijdens de Tweede Wereldoorlog simpelweg als ‘de baby’, een Joods meisje dat na de deportatie van haar ouders opgroeide in een Nederlands pleeggezin.

Fred Blacquière, haar pleegbroertje in die woelige jaren, heeft zijn moeder enkele jaren geleden op haar sterfbed beloofd dat hij op zoek zal gaan naar Anneke, die ze aan het eind van de oorlog uit het oog zijn verloren. Dat is het startpunt van deze prachtige documentaire van Deborah van Dam, de ultieme film over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Baby (85 min.) is bepaald geen sjabloonachtige WOII-documentaire, waarin enkele onverschrokken verzetshelden op het schild worden gehesen of juist een tragische Joodse familiegeschiedenis uiteen wordt gezet, zoals de Publieke Omroep elk jaar rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag nog wel eens wil uitzenden. Dit verhaal gaat veel dieper en is nóg confronterender.

De inmiddels in New York woonachtige Anneke, die haar jeugd in de jaren na de oorlog zo ver mogelijk heeft weggedrukt, wordt vanuit Nederland bijna gedwongen om de confrontatie aan te gaan met haar tragische verleden, waarin niets zwart of wit blijkt, om uiteindelijk uit te komen bij het ongemakkelijke heden, dat ook nog vele tinten grijs laat zien.

Het is een schrijnend, bijzonder slim opgebouwd verhaal waarin de kijker, met Anneke, van de ene in de andere verbazing valt. Zo herkent ze zichzelf bijvoorbeeld als baby op een foto met hét symbool van de Jodenvervolging in Nederland, Anne Frank. Ze dacht altijd dat ze dat beeld zelf had verzonnen. Glimlachend: ‘Dus misschien was ik ook wel echt een kind van de koningin.’

Heaven Is A Traffic Jam On The 405

De Oscar voor beste korte documentaire ging eerder dit jaar geheel terecht naar Heaven Is A Traffic Jam On The 405 (40 min.), een aangrijpende kleine film over de getormenteerde Amerikaanse kunstenares Mindy Alper die kampt met smetvrees, dwangneuroses en depressies en tussen de problemen door prachtige tekeningen, sculpturen en schilderijen maakt.
 
Ze voelt zich nooit gelukkiger dan in een file op haar vaste stukje snelweg, waar ze naar de auto’s en mensen kan kijken. Haar eigen kleine stukje hemel. In deze film van Frank Stiefel daalt ze ook regelmatig af naar haar eigen hel, waar innerlijke demonen (opgeroepen door haar vader en moeder?) een normaal leven vaak onmogelijk maken.

Slagershart

 

‘Zonder doden geen vak’, zegt opa Ter Weele achteloos tegen zijn kleinzoon Wessel, die later het familiebedrijf wil voortzetten. De dertienjarige telg van een Gelderse slagersgeslacht begrijpt dat er altijd een dier moet worden gedood als je vlees wilt verkopen. Hij heeft zelfs een vriendje, dat hem in dat kader konijntjes levert.

In de fraaie jeugddocumentaire Slagershart (14 min.) portretteert Marijn Frank, die eerder al haar eigen relatie tot vlees onderzocht in de sterke documentaire Vleesverlangen, de no-nonsense jongen uit Oene. Hoewel Wessel later het slagersvak in wil, houdt hij volgens eigen zeggen van dieren. ‘Sommige mensen denken dat slagers dieren alleen leuk vinden als ze aan de enkels hangen’, stelt hij droog. ‘Maar dat is bij mij en m’n vader en m’n opa helemaal niet zo.’

Slagershart, dat anderhalve maand geleden de Cinekid Award voor Beste Nederlandse Non-Fictie Televisieproductie won, werd vorige week zondag al uitgezonden in Zapp Echt Gebeurd, een prachtig platform voor Nederlandse jeugddocumentaires op NPO3. In eerste instantie had ik de film gemist, maar ik vond ’m te mooi en aandoenlijk om onbesproken te laten in deze nieuwsbrief.

Wormwood

 

Was het zelfdoding, een tragisch ongeval of toch moord? Eric Olsons vader viel in 1953 van de dertiende verdieping van een New Yorks hotel en liet een totaal verbijsterd gezin achter. Ruim twintig jaar tastten zijn vrouw en kinderen volledig in het duister over de ware toedracht van zijn dood. Totdat in 1975 uit onderzoek van de zogenaamde Rockefeller-commissie bleek dat Frank Olson het slachtoffer was geweest van een CIA-experiment. Zonder dat hij het wist had iemand LSD in zijn drankje gedaan.

Dat uiterst wrange gegeven vormt het startpunt van de zesdelige serie Wormwood (261 min.) van meesterregisseur Errol Morris, die Olsons dood en de meer dan zestig jaar omspannende zoektocht van diens zoon Eric naar de waarheid aangrijpt om een metaverhaal op te tuigen over het eerste slachtoffer in elke (psychologische) oorlog: diezelfde waarheid. In ‘de echokamer van zijn jeugd’ hoort Eric steeds weer de waarschuwende woorden van zijn angstige moeder, die zijn eigen leidmotief zullen worden: ‘Jij zult nooit weten wat er in die kamer gebeurd is.’

Morris, de regisseur van zo’n beetje de allereerste true crime-docu (The Thin Blue Line), het Oscar-winnende portret van de architect van de Vietnam-oorlog (The Fog Of War) en een duizelingwekkende film over het Abu Ghraib-martelschandaal (Standard Operating Procedure), legt in zijn nieuwste tour de force een naargeestige schemerwereld bloot. ‘Als een kind een volwassene voor zich heeft die een masker draagt kan het dat als een spelletje zien’, zegt hoogleraar filosofie Richard Boothby halverwege aflevering twee. ‘Maar als het masker afgaat en er nog een masker onder zit raakt het in paniek. Complete verwarring. Ik denk dat Eric dat ervaren heeft.’

Morris zorgt er intussen wel voor dat Wormwood nooit een reguliere whodunnit wordt. Alternerend tussen traditionele documentaire-sequenties, waarin hij zoals gebruikelijk veel tijd inruimt voor interviews en zorg besteedt aan de setting daarvan, en gedramatiseerde scènes, met Peter Sarsgaard en Molly Parker als het echtpaar Olson dat zijn eigen onheil tegemoet gaat, onthult hij op virtuoze wijze de inktzwarte historie van de CIA, die in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog alles uithaalde wat God – of gewoon de Amerikaanse grondwet – verboden had.

Wormwood, een term die is geleend uit Hamlet, is heel veel dingen tegelijkertijd: een schrijnende familiegeschiedenis, verpakt in een enerverende psychologische thriller. Een zeldzaam overtuigende hybride van docu en drama. En een duizelingwekkend labyrint van liefde en verraad om urenlang in te verdwalen. Met de onmiskenbare signatuur van Errol Morris, een van de origineelste documentairemakers van de laatste decennia, die zijn kijkers hier net zo doortrapt manipuleert als die vermaledijde CIA ooit deed.