Cruijff

Lusus / Box To Box / NTR / vanaf zondag 22 maart, om 21.00 uur op NPO2

Cruijffie, El Salvador of simpelweg Johan. Waar hij ook kwam als voetballer, coach of opiniemaker, Johan Cruijff (1947-2016) veroorzaakte een revolutie. Bij Ajax, Oranje en FC Barcelona – en, helemaal aan het eind van zijn spelerscarrière, zelfs bij Ajax’s aartsrivaal Feyenoord. Een natuurtalent, totaalvoetballer, nummer veertien, rockster, dirigent, rebel, dwarsligger, geldwolf, visionair, bevrijder, leider, familieman, cijfergek, mislukt zakenman, betweter, ruziezoeker, hartpatiënt, baas, vaderfiguur en oneindige inspiratiebron.

Tien jaar na de dood van de bekendste Nederlander van de afgelopen honderd jaar is er de epische vierdelige serie Cruijff (192 min.), een internationale productie van het team achter de iconische documentaires Senna, Amy en Diego Maradona. Met een ontzagwekkende collectie archiefmateriaal en toegang tot familieplakboeken belicht regisseur Sam Blair het wereldwijde fenomeen Cruyff. Intussen probeert hij met zijn echtgenote Danny, kinderen Chantal, Susila en Jordi, en Cruijff-adepten zoals Pep Guardiola, Jan Mulder, Wim Jonk, Xavi Hernandez en Frank Rijkaard die volstrekt ongrijpbare figuur, niet alleen op het veld overigens, definitief vast te pakken.

Blair kan daarbij ook beschikken over de stem van de man zelf. Niet alleen via Cruijffs talloze interviews en media-optredens, maar ook via de persoonlijke geluidsopnames die z’n hoofdpersoon in de laatste fase van zijn leven maakte, om zijn verhaal en filosofie door te geven aan volgende generaties. In zinnen die zijn doorspekt met ingewikkelde redeneringen, omdenken avant la lettre en onvervalste Cruijffismen blikt hij terug op bijna zeventig jaar op z’n zelf gecreëerde barricaden staan. In de woorden van het orakel zelf: je ziet het of je ziet het niet. Maar, voegt hij er dan op onnavolgbare wijze aan toe: wat zie je? En die vraag is dan vast weer – het ultieme Cruijff-woord – ‘logisch’.

Johan Cruijff is ook een typisch Nederlands fenomeen. De ideale exponent van een kikkerlandje, dat altijd en overal wat op heeft aan te merken. Daarmee krijgt ie zelf ook constant te maken. Nadat Cruijff begin jaren zeventig drie keer achter elkaar de Europa Cup I heeft gewonnen met Ajax, een voorheen onmogelijk geachte prestatie, volgt er behalve lof ook kritiek. ‘Laat hem maar oprotten!’, concluderen enkele gewone Amsterdammers bijvoorbeeld als hun absolute sterspeler naar FC Barcelona verkast. Daar groeit hij uit tot de verlosser, de man die Catalonië bevrijdt van het Madrileense juk. Bij de gedachte daaraan houdt voormalig Barcelona-voorzitter Joan Laporta ’t nog steeds niet droog.

Deze ambitieuze miniserie doet zo ook recht aan het mondiale symbool Cruijff, dat door Blair met een scherpe soundtrack, sprekers zoals de Britse schrijver David Winner en psychoanalyticus Hans van den Hooff en een lekker associatieve montage, waarin links worden gelegd met de tijdgeest, cultuur en politieke verhoudingen, nog eens wordt benadrukt. En aan het eind wordt Johan Cruijff in deze vertelling, na de verloren WK-finale van 1974, zowaar alsnog wereldkampioen als ‘zijn’ Spaanse elftal in 2010 een veel te defensief, onCruijffiaans Oranje verslaat. Cruijff is dan allang de totaalproductie geworden die deze gestorven levende legende verdient – en feitelijk ook zelf afdwingt.

The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig

Cinema Delicatessen

Een vriend filmt hoe de leden van de Nederlandstalige hiphopgroep De Jeugd Van Tegenwoordig meekijken als de actrice Charlie Chan Dagelet haar collega Katja Schuurman speelt in een re-enactment van de kerstvideoclip Ho Ho Ho van De Jeugd Van Tegenwoordig uit 2005, waarin zij een wulpse bijrol vertolkte.

Welkom bij de ‘documentaire’ The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig (77 min.), waarin vriend van de band Bastiaan Bosma de Amsterdamse groep volgt in de aanloop naar het twintigjarig jubileum, terwijl Jan Hulst, die deze film regisseerde met Tomas Kaan, enkele sleutelscènes uit de historie van het illustere gezelschap wil verfilmen. En daarvoor moeten dus eerst de juiste acteurs worden gecast. Op de audities komen onder anderen Goldband-lid Boaz Kok, rapper Lange Frans, de acteurs Joes Brauers en Frank Lammers, soulzanger Alain Clark en radiodeejay Giel Beelen af. Die door De Jeugd-leden eigenlijk stukcharl voor stuk ongeschikt worden geacht.

Vorm is inhoud bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Ook in deze film. Een soort Droste-effect in het kwadraat, om precies te zijn. Waaruit uiteindelijk, met muziekbeelden en oude interviews, toch min of meer een regulier bandverhaal valt te destilleren: van het opnemen van de eerste hit Watskeburt?! via de opkomst van de ongrijpbare groep en de verplichte crisis naar de status van gearriveerde act. En dit verhaal wordt opgestart vanuit een backstageportret van de groep en korte interviewtjes met de individuele leden Pepijn Lanen (Faberyayo), Freddy Tratlehner (Vjèze Fjur) en Olivier Mitshel Locadia (Willie Wartaal), terwijl vierde bandlid Bas Bron veelal op de achtergrond blijft.

Of al die bij elkaar geklutste elementen ook een interessante vertelling opleveren? Daarover valt te twisten. Jeugd-fans zullen er ongetwijfeld de eigengereidheid, quatsch en zelfmystificatie van hun helden in herkennen.

Jodorowsky’s Dune

Sony Pictures Classics

Aan grote ideeën bepaald geen gebrek. De Chileens-Franse filmmaker, striptekenaar en acteur Alejandro Jodorowsky wil halverwege de jaren zeventig een film maken met een hallucinerend effect, vertelt hij een kleine dertig jaar later begeesterd. Hij wil een profeet creëren die alle jonge mensen in de wereld kan veranderen. Iets heiligs, iets vrijs. Waarmee de geest kan worden geopend. ‘Voor mij’, benadrukt Jodorowsky nog maar eens, ‘wordt Dune niets minder dan de komst van een God. Een artistieke, cinematografische God!’

Tot zover de theorie, de praktijk blijkt weer eens verdomd weerbarstig. Na het succes van de cultfilms El Topo (1970) en The Holy Mountain (1973) ligt de wereld aan Jodorowsky’s voeten. De (over)ambitieuze regisseur voelt nochtans de drang om zich te bevrijden uit zijn ‘eigen gevangenis’. Hij stapt echter regelrecht de kerker van de Amerikaanse filmindustrie in. ‘En toen begon ik het gevecht om Dune te maken’, trapt hij de documentaire Jodorowsky’s Dune (88 min.) van Frank Pavich uit 2013 definitief af. En een gevecht zal het worden om de befaamde sciencefictionroman van Frank Herbert te verfilmen!

In eerste instantie verloopt alles crescendo. Voor het storyboard vraagt Jodorowsky de befaamde Franse striptekenaar Jean Giraud (Blueberry), alias kunstenaar Moebius. Hij gaat in zee met de special effects-expert Dan O’Bannon en weet zelfs de Britse superband Pink Floyd te verleiden om de soundtrack te maken. En nadat de regisseur de Amerikaanse acteur David Carradine (Kung Fu) heeft gestrikt voor een belangrijke rol, volgen er nog enkele andere héle grote namen, zoals de befaamde Spaanse kunstenaar Salvador Dali, met zijn muze Amanda Lear. Mick Jagger. En, jawel, Orson Welles.

Totdat de machine plotsklaps tot stilstand komt. De filmstudio’s in Hollywood zijn eensgezind: het plan is super, maar ze hebben hun twijfels over de regisseur. ‘Dit systeem maakt slaven van ons’, reageert die venijnig. ‘Zonder waardigheid, zonder diepte. Met een duivel in onze zak.’ Waarna Alejandro Jodorowsky theatraal een stapeltje geldbiljetten tevoorschijn haalt. Einde verhaal! Regisseur Nicolas Winding Refn is de enige die de film ooit heeft gezien. In zijn hoofd, op bezoek bij Jodorowsky. Die liet hem z’n eigen Dune-boek zien en schetste daarbij de film. ‘En ik kan je vertellen: hij is geweldig!’

Sterker: Dune is waarschijnlijk de beste film die nooit is gemaakt. Dat wordt tenminste gezegd door Richard Stanley. Hij stond zelf ook aan het roer bij een gedoemde film, die uiteindelijk overigens wél is gemaakt: The Island Of Dr. Moreau (1996). En aan het rampzalige productieproces daarvan is ook weer een docu gewijd: Lost Soul: The Damned Journey Of Richard Stanley’s Island Of Dr. Moreau (2014). Vergeleken daarmee heeft Jodorowsky’s Dune echter een heel andere toon. Deze documentaire is vooral een ode aan wat had kunnen zijn – en aan een maker die z’n tijd nét iets te ver vooruit was.

Een groot kunstwerk dat altijd in het hoofd van de maker is blijven steken – en waarvan de ideeën, zo toont Pavich feilloos aan in de apotheose van deze terugblik, hun weg hebben gevonden naar andere Hollywood-hits. Dune wordt zelf overigens ook nog verfilmd. Door niemand minder dan David Lynch. ‘Het is een totale mislukking!’ constateert Jodorowsky met onverholen ‘schadenfreude’. Zeker niet de sciencefiction-klassieker die hij voor ogen had. Die wordt in 1977 wél gemaakt door George Lucas. En ook in Star Wars zijn onmiskenbaar ideeën van Jodorowsky te herkennen. Op Dune is ‘t dan nog wachten tot 2021, als het eerste deel van Denis Villeneuves epos verschijnt.

The Unstoppable Shirley MacLaine

AVROTROS

Ze is inmiddels begin negentig en zit al ruim zeventig jaar in het vak. The Unstoppable Shirley MacLaine (53 min.) maakte sinds de jaren vijftig naam als actrice, danseres, zangeres, schrijfster en new age-goeroe.

Jean Lauritano probeert al die facetten van haar lange leven en loopbaan tot hun recht te laten komen in deze gesmeerd lopende archieffilm, die wordt aangestuurd door een alwetende verteller. Daarin komen verder alleen verschillende incarnaties van Shirley MacLaine aan het woord en in beeld. Zonder dat andere pratende hoofden de aandacht daarvan kunnen afleiden.

Shirley MacLaine debuteerde in 1955 in de Hitchcock-film The Trouble With Harry en stond als vrouw jarenlang haar mannetje binnen The Rat Pack, een groep acteurs/zangers, onder wie Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr., die de toon zette in Hollywood. MacLaine – met in haar kielzog jongere broer Warren Beatty – werd eveneens zéér succesvol.

Ze liet de ene op de andere filmhit volgen en begon (overigens onverzilverde) Oscar-nominaties te verzamelen: Some Came Running (1959), The Apartment (1961), Irma la Douce (1964) en The Turning Point (1978). Totdat ze in 1984 als vijftigjarige dan tóch een Academy Award op de schouw mocht zetten, voor haar rol als dominante moeder in Terms Of Endearment (1984).

Dit tv-portret zet alle hoogte- en dieptepunten uit het publieke leven van Shirley MacLaine nog eens netjes op een rijtje, zonder dat de kijker ook echt een kijkje achter de façade krijgt bij de larger than life-diva, één van de allerlaatste representanten van de zogeheten ‘Golden Age Of Hollywood’ die voor interviews altijd enkele snedige oneliners in de achterzak lijkt te hebben.

Een vrijgevochten vrouw die, ondanks een huwelijk van bijna dertig jaar, seksuele vrijheid zocht. Ze speelde dat imago ook lekker in het openbaar uit. ‘Ik wil al mijn mannelijke tegenspelers bedanken, met wie ik op het scherm of in het echt de liefde heb bedreven’, krijgt ze tijdens een speech bijvoorbeeld de lachers op haar hand. ‘Ik kan me hooguit de helft van hen herinneren.’

En collega Carrie Fisher zet daar, naar aanleiding van het verhaal dat MacLaine op één dag met drie verschillende mannen zou hebben geslapen, nog een uitroepteken achter: ‘You’re someone I wanna be when I grow balls.’ En dat is in het algemeen het beeld van Shirley MacLain dat na dit portret blijft hangen: een vrouw die met hetzelfde gemak ‘one of the guys’ als een femme fatale speelt.

Ademnood: Het Echte Verhaal Van Linda, Roos En Jessica

HBO Max

Achteraf bezien is het zo logisch als wat dat de Nederlandse meidengroep Linda, Roos & Jessica halverwege de jaren negentig een doorslaand succes werd. Van drie van de populairste sterretjes uit de langstlopende Nederlandse soap Goede Tijden, Slechte Tijden was een soort polder-Spice Girls geformeerd, die door enkele doorgewinterde muziekprofi’s vervolgens werden voorzien van een kek imago, besmettelijke liedjes en een continue stroom aandacht. Zij maakten popsterren van Katja SchuurmanBabette van Veen en Guusje Nederhorst, respectievelijk Neerlands grootste sekssymbool, de dochter van kleinkunstenaar Herman van Veen en de (latere) kinderboekenschrijfster en echtgenote van Kane-frontman Dinand Woesthoff.

Dat succes was lang niet altijd gemakkelijk, blijkt uit de driedelige serie Ademnood: Het Echte Verhaal Van Linda, Roos En Jessica (123 min.) van Linda Hakeboom en Rolf Hartogensis. Die start op het Spaanse eiland Mallorca, waar Katja Schuurman en Babette van Veen herinneringen ophalen aan de clipopnames voor hun vijfde en laatste hitsingle Druppels in 1996. Hun korte en hectische muziekcarrière begon een jaar eerder met de nummer één-hit Ademnood. Tussendoor leerden ze dus ook de keerzijden van het succes kennen. Niet in het minst omdat ze, zoals Babettes vader Herman ‘t betitelt, werden beschouwd als een ‘verdienmodel’. En toen, binnen tien jaar nadat ze desondanks een hechte drie-eenheid waren geworden, overleed Guusje Nederhorst. Ze was nog geen 35.

Haar vroegtijdige dood loopt natuurlijk ook als een rode draad door deze miniserie. Schuurman en Van Veen schetsen daarin met familie en direct betrokkenen zoals platenbaas Frank Wisse, componist Eric van Tijn, geluidsman Sander de Kruif, Goede Tijden, Slechte Tijden-producent Joop van den Ende, Babettes ex Winston Gerschtanowitz en goede vriend Johnny de Mol de achterkant van het succesverhaal, vriendinnenclubje en verdienmodel Linda, Roos & Jessica. Hakeboom en Hartogensis maken daarbij veelvuldig gebruik van parallelmontage. Ze snijden op en neer tussen de toenmalige hectiek en de problemen die daarmee gepaard gingen – stereotypering, mentale problemen en te veel drank bijvoorbeeld – en de huidige beslommeringen van de twee nog levende leden.

De meiden van toen zijn allang vrouwen geworden en ook niet geheel ongeschonden uit de strijd gekomen. Schuurman worstelt nog altijd openlijk met wie ze is, wat ze wil zijn en hoe ze overkomt, ook in deze miniserie. Van Veen kan zomaar volschieten bij de gedachte aan de collega/vriendin die hen is ontvallen. Tezamen pakken ze nu de draad weer op. Want natuurlijk is er – of ze nu een verdienmodel willen zijn of niet – ook een nieuwe single gekomen en zijn Linda & Jessica weer gaan optreden. Met deze gesmeerd lopende productie als aardig visitekaartje.

Stiller & Meara: Nothing Is Lost

Apple TV+

Samen met zijn acterende oudere zus Amy is de Amerikaanse acteur, komiek, regisseur en producent Ben Stiller druk doende met het ontruimen van het appartement van hun ouders, Jerry Stiller en Anne Meara. Zij braken in de jaren zestig, via optredens in het populaire televisieprogramma The Ed Sullivan Show, door als het komische duo Stiller & Meara en waren later ook los van elkaar succesvol. Zij als serieuze actrice, hij als het populaire personage Frank Constanza in de comedy Seinfeld. Meara overleed in 2015, Stiller vijf jaar later. Vrijwel hun hele leven, in totaal ruim zestig jaar, waren ze bij elkaar – al was dat lang niet altijd gemakkelijk.

De egodocu Stiller & Meara: Nothing Is Lost (98 min.) past in de Hollywood-traditie van kinderen die in de voetsporen van hun ouder(s) treden en daar dan een film over maken. Robert De Niro portretteerde senior, Robert Downey Jr. ook. En Law & Order-ster Mariska Hargitay zocht onlangs in een zeer fraaie documentaire naar haar moeder Jayne Mansfield. Net als zijn collega’s maakt Ben Stiller via zijn ouders ook een film over zichzelf, in het bijzonder over de parallellen tussen het huwelijk van zijn ouders en zijn eigen relatie met de actrice Christine Taylor. Die leek in 2017 op de klippen te zijn gelopen, maar werd enkele jaren later toch weer in ere hersteld.

‘Jerry, ik weet niet waar de act eindigt en het huwelijk begint’, zei Stillers moeder Anne ooit tegen Bens vader, met de scherpe tong die ook schade kon aanrichten. Toen ze een sketch over een ruziënd koppel oefenden, kwam dochter Amy eens binnen. Die legden ze uit: mama en papa zijn nu aan het repeteren. Enkele weken later was ‘t echt prijs. Amy kwam opnieuw binnen en wist ‘t zeker: mama en papa zijn aan het repeteren. Nee, zeiden die: mama en papa hebben ruzie. Hoe ‘t werkelijk zat? Hun kinderen ‘Benji’ en Amy zijn de draad een beetje kwijtgeraakt. Daarom maken we ook deze documentaire, zeggen ze tegen elkaar, zittend in de woonkamer van hun ouders.

De relatie tussen de tegenpolen Jerry Stiller en Anne Meara was in elk geval stormachtig. Hij moest keihard werken om te floreren, bij haar kwam ’t meer van nature. Zij haalde haar neus alleen een beetje op voor comedy. En allebei hadden ze een verleden om te vergeten – of, op de één of andere manier, in hun werk te verwerken. Hun kinderen kregen, ongevraagd, ook een plek in het publieke leven van hun ouders. Zo moesten Amy en Benji begin jaren zeventig bijvoorbeeld een muzikaal optreden geven in The Mike Douglas Show. ‘Relax’, zegt hun moeder, zogenaamd bemoedigend, op de toch wat pijnlijke beelden. ‘Er kijken maar dertig miljoen mensen.’

Met de wijsheid van nu probeert hun zoon hun levens en relatie te vatten. Hij kan daarbij terugvallen op het monnikenwerk van zijn vader, die alles filmde en opnam, bewaarde en documenteerde. Dit verzoenende nepoportret is dus rijk aan kijkjes achter de schermen bij de Stillers. Van twee – nee: vier – levens die tot elkaar waren veroordeeld. ‘Kinderen van acteurs hebben zo hun issues’, zegt Bens dochter Ella Stiller, die net als haar broer Quin zelf ook in Hollywood is beland, niet zonder ironie tegen haar vader. ‘Het fijne van jou is dat je zowel de acterende ouder als het kind van acteurs bent. Dat heb ik niet met mama. Die is alleen acteur.’

Game Of Truth

Domino Production

De bom is nog niet afgegaan op 4 december 1971 of een nauwelijks te geloven verklaring doet de ronde, die een dag later ook in de Britse kranten zal staan: de explosie, die vijftien bezoekers van de katholieke pub McGurk’s in de Noord-Ierse hoofdstad het leven kost en nog eens zeventien cafégangers verwondt, is niet het gevolg van een aanslag door loyalistische extremisten. Nee, het gaat in werkelijkheid om een ‘eigen goal’ van hun tegenstanders, de Irish Republican Army (IRA). De bom zou per ongeluk zijn afgegaan toen een IRA-lid even de kroeg inging.

In de indringende documentaire Game Of Truth (83 min.) concentreert Fabienne Lips Dumas zich op zulke psychologische oorlogsvoering tijdens ‘The Troubles’, de volledig ontspoorde strijd om het lot van Noord-Ierland: aansluiten bij Ierland, zoals de katholieke IRA wil, of ‘gewoon’ in het Verenigd Koninkrijk blijven, zoals protestante loyalisten en de Britten voorstaan? Van eind jaren zestig tot aan de Goede Vrijdag-vredesakoorden in 1998 is Noord-Ierland niet alleen het toneel voor een serie bloedige acties, aanvallen en aanslagen, Ulster wordt automatisch ook een podium voor propaganda, desinformatie en dubbelagenten.

Zo zou de Britse generaal Frank Kitson, een specialist in psychologische oorlogsvoering, de hand hebben gehad in het nepnieuws dat na de loyalistische aanslag op McGurk’s werd verspreid. De grootmoeder van Ciarán Mac Airt werd daarbij vermoord. Namens andere nabestaanden wil hij dat de onderste steen boven komt. Ook de vrouw en zoons van Pat Finucane verlangen antwoorden. De advocaat, die de befaamde hongerstakers van de IRA had bijgestaan, werd op zondag 12 februari 1989 vermoord. Gewapende mannen drongen binnen in zijn huis en schoten hem tijdens het avondeten voor het oog van zijn gezin dood. Veertien kogels bleven achter in zijn lichaam.

Lips Dumas zoomt verder in op de afrekening met de (vermeende) informant Joseph Mulhern bij de Irish Republican Army, de IRA-aanslag op de protestante viswinkel Frizzell aan Shankill Road in Belfast (waarvan de Britse politie vooraf al op de hoogte zou zijn geweest) en de moord op Raymond McCord, die nooit fatsoenlijk werd onderzocht omdat er een clandestiene medewerker van Britse paramilitairen bij betrokken zou zijn geweest. Ze reconstrueert deze dramatische gebeurtenissen met game-achtige animaties, laat ze inkaderen door direct betrokkenen en deskundigen en spreekt met de nabestaanden over hun frustrerende zoektocht naar de waarheid.

Van de ruim 3500 moorden tijdens The Troubles is een groot deel nog altijd onopgelost – hoewel menigeen, inclusief Britse overheidsfunctionarissen, wel degelijk weet wie ervoor verantwoordelijk is. Zo duurt de smerige oorlog, ruim 25 jaar na het tekenen van de vrede, nog steeds voort. Game Of Truth agendeert deze kwestie overtuigend, met oog voor de menselijke gevolgen van deze tragedies.

Carol Doda: Topless At The Condor

Picturehouse

Op 19 juni 1964 wordt Carol Doda een bescheiden sensatie in San Francisco. Ze is net als altijd op de piano van de Condor Club gaan staan. Die wordt daarna vanaf het plafond naar beneden getakeld, de zaal in. De band van George & Teddy is al begonnen met spelen. Intussen start Carol met dansen. Dat heeft ze al veel vaker gedaan, maar nog nooit in een monokini. Ze is de eerste topless-danseres van het uitgaansdistrict North Beach. Kort daarna zijn er behalve talloze danseressen ook topless-schoenenpoetsers, -mannenkledingzaken en -bands.

Voor Carol Doda wordt het dan wel lastig om zich te onderscheiden. Zeker omdat ze geen indrukwekkende borstpartij heeft, vindt ze zelf. Carol strikt een arts, dokter Vincent Spano, die bereid is om haar te injecteren met siliconen. Zo verzekert zij zichzelf van permanente aandacht en het gezelschap van bekendheden zoals Andy Warhol en Frank Sinatra. Ze zet ook meteen de toon: pinups worden niet langer afgerekend op hun eindeloze benen, maar op de grootte van hun borsten. En ook ‘the summer of love’ staat op het punt van beginnen…

Via archiefinterviews met North Beachs voornaamste attractie en actuele gesprekken met andere insiders uit het topless-circuit van San Francisco tekenen Marlo McKenzie en Jonathan Parker de opkomst van het naaktentertainment op in de aardige documentaire Carol Doda: Topless At The Condor (100 min.). De hoofdpersoon vaart ogenschijnlijk wel bij haar sterrenstatus – al laat zij doorgaans weinig los over zichzelf en bindt ze zich aan niemand. ‘Als een man me uitvraagt’, zegt Doda daarover, lekker rolvast, ‘weet ik nooit of hij geïnteresseerd is in mij of in hen.’

Intussen verliest de business waarbinnen zij werkzaam is langzaam maar zeker z’n charme. De onderlinge concurrentie wordt harder, de klandizie minder en het aanbod platter. Er is steeds meer nodig om op te vallen. Net als haar concullega’s probeert Carol Doda mee te bewegen. Ze weigert in elk geval om te accepteren dat ook rondborstige blondines een houdbaarheidsdatum kunnen hebben – zeker als ze niet volledig door Moeder Natuur zijn geschapen – en blijft zoeken naar hoe ze ‘The Male Gaze’ kan blijven behagen en zichzelf vermarkten.

Waarbij het de vraag is of ze ooit méér kan worden dan ‘Carol on the piano’, de geuzennaam waarmee ze ooit in de Condor Club werd gepresenteerd.

Hestepigen Fra Helvede

HBO Max

Frank Dan Nørgaard Jørgensen is pas een maand weg bij zijn echtgenote Louise Larsen, de moeder van twee van zijn kinderen, als hij iets met Maibrit Wessel Busk Atydning krijgt. En zij woont dan nog samen met haar ex Mathias Wessel Busk. Terwijl hij iets heeft met Maibrit, begint Frank ook nog aan een relatie met de ruim tien jaar jongere Rikke Andersen.

Wanneer de drie Deense vrouwen ontdekken hoe de vork in de steel zit, beginnen ze druk te sms’en. En dan is de veertigjarige werkeman/charmeur uit Djursland op 14 juli 2022 plotseling verdwenen. Vier dagen later wordt zijn uitgebrande bus gevonden in het bos, vlakbij de hunebedden. In de plaatselijke supermarkt Min Købmand kunnen ze er niet over uit. ‘Zat hij nog in de auto?’

Nog dezelfde dag worden er op een boerderij in het dorp Nimtofte twee stellen opgepakt. Zij zouden achter een moordcomplot tegen Frank zitten. En dat wordt in de vierdelige true crime-serie Hestepigen Fra Helvede (Engelse titel: Horses & Hangmen, 165 min.) vervolgens stapsgewijs ontrafeld met enkele direct betrokkenen, twee misdaadjournalisten en de openbaar aanklager.

Zij leggen een web van intriges bloot – van aantrekken en afstoten, neuken en kinderen verwekken, bedriegen en bedrogen worden – dat nog heel wat gedoe zal veroorzaken. De filmpjes, foto’s en (geheime) geluidsopnames waarmee Christina Ehrenskjöld en Camilla Marie Nielsen alle verwikkelingen omkleedt zijn ontluisterend. Ze ontdoen de samenzwering van elke vorm van allure of sexappeal.

Dit is namelijk geen gezelschap nihilistische cokesnuivers uit Beverly Hills dat God noch gebod kent en zo uit een slicke Hollywood-thriller lijkt te zijn weggelopen, maar een stelletje uit de klei of stront getrokken plattelandstypes, die varkens houden, aan de weg werken of paarden fokken – en ondertussen, ogenschijnlijk zonder twijfel of wroeging, een brute moord beramen.

Geduldig loopt Faust met zijn gesprekspartners alle aspecten van deze onsmakelijke zaak door: het motief voor het misdrijf, de botte uitvoering en ronduit knullige afwikkeling ervan en tenslotte de rechtszaak waarin de één de ander voor de bus gooit – en de ander de één – en uiteindelijk alle puzzelstukjes op hun onwelriekende plek vallen.

Slachtofferhulp

BNNVARA

‘Weet je wat slachtoffers helpt?’ staat er op een wand in het kantoor van Slachtofferhulp Nederland. ‘Oordeel uit, aandacht aan.’ Die houding wordt in de praktijk gebracht door veertig speciaal daarvoor opgeleide casemanagers. Zij ondersteunen slachtoffers en nabestaanden van een ongeval of misdrijf.

In de vierdelige serie Slachtofferhulp (187 min.) brengt Elena Lindemans dit delicate, belangrijke en soms onmenselijk zware werk in beeld via zes casemanagers en de mensen die zij begeleiden. In situaties waarin de emoties zeer hoog oplopen en hun cliënten soms helemaal de weg kwijt dreigen te raken, proberen zij orde in de chaos te scheppen. Ze kunnen het verschil maken, is de stellige overtuiging van Gré’, één van deze professionele hulpverleners. Maar niet in elke situatie.

Hoe begeleid je bijvoorbeeld een gezin, waarvan de 24-jarige zoon zomaar in hun eigen huis is doodgestoken? Als blijkt dat zijn dode lichaam niet goed is geprepareerd? Als de voorlopige hechtenis van één van de twee vermoedelijke daders vanwege ziekte tijdelijk wordt onderbroken en hij de benen neemt? Of als de advocaat van de verdachten tijdens de rechtszaak de kosten van het schoonmaken van de woning, het wegschilderen van het bloed van hun eigen kind, in twijfel trekt.

Al die tijd staat Sandra aan de zijde van de familie Struijs – al is het ook haar soms zwaar te moede. Zulk werk kun je alleen doen als je zelf in balans bent, laat Lindemans, die eerder de series In de TBS en Een Goede Dood maakte, met een mix van observerende scènes en interviews met de casemanagers zien. Anders wordt de last, ook voor een beroepskracht, te zwaar om te dragen en lukt het niet om cliënten langs onderzoekdossiers, fotoschouwen en slachtofferverklaringen te loodsen.

Als cliënt Claudia in de rechtszaal bijvoorbeeld moet aanhoren hoe haar ex opnieuw de verantwoordelijkheid voor de dood van hun zoontje Livio, slechts 55 dagen oud, probeert af te schuiven en diens advocate later zowaar haar onder vuur begint te nemen, dreigen de stoppen door te slaan bij de Brabantse vrouw. Woedend beent ze naar buiten. En Chantal van Slachtofferhulp probeert haar buiten beeld, mooi gevangen met behulp van een zendermicrofoontje, weer tot bedaren te brengen.

Als hulpverleners mogen zij zich niet laten meeslepen door emoties, stelt haar collega Femke, die zelf twee zeer delicate familiekwesties begeleidt. Ze moeten het proces bewaken. Haar collega Peter staat bijvoorbeeld een ouderpaar bij, dat serieuze twijfels heeft bij de zelfdoding van hun dochter. Heeft de politie haar toxische relatie wel goed onderzocht? Hij verbaast zich daarbij over de veerkracht van mensen, maar weet ook: zolang je niet weet waar je mee verder moet, kun je niet verder.

Via de wisselwerking tussen de casemanagers en hun cliënten, het appcontact dat zij daarover hebben en enkele persoonlijke scènes, waarin de mens achter de hulpverlener even is te zien, toont Elena Lindemans alle facetten van Slachtofferhulp. Het is werk dat ertoe doet, met cliënten die veel vragen – en soms ook keihard eisen. Veel langer dan zeven jaar moet je het eigenlijk niet doen, maar sommige medewerkers kunnen en willen langer door. Omdat hun werk er écht toe doet.

‘Jij hebt echt honderd procent naast mij gestaan’, slaat één van de cliënten de spijker op z’n kop tegen haar begeleider. ‘En dat maakte – want je vertrouwt op dat moment niemand meer – dat ik toch dacht: kijk, er zijn nog wel goede mensen.’

My Way

NTR

‘Ik ben een Amerikaans lied, maar ben geboren in Frankrijk’, vertelt My Way (60 min.) zelf, die verdacht veel klinkt als Jane Fonda, bij de start van deze documentaire van Thierry Teston en Lisa Azuelos. ‘Ik ben geschreven door twee Parijzenaars, bewerkt door een Canadees en beroemd gemaakt door een Amerikaan.’ Ofwel: Claude François en Jacques Revaux componeerden in 1967 Comme D’Habitude, Paul Anka zorgde een jaar later voor een bijpassende Engelse tekst en diens idool Frank Sinatra zong die vervolgens ons aller collectieve geheugen in.

‘Anders dan kinderen die uit liefde zijn geboren’, stelt het lied zelf nog, ‘ben ik het product van tranen.’ De Franse zanger François drukte in zijn originele tekst namelijk z’n relatieproblemen met de zangeres France Gall uit. Niet veel later maakte Sinatra van zijn epische uitvoering bovendien een soort afscheidsbrief, een afrekening met zijn bestaan als artiest. En daarna ging de halve wereld ermee aan de haal: van traditionele vertolkers zoals Shirley Bassey, Tom Jones en Elvis Presley tot de eigenzinnige interpretaties van Nina Simone, Sid Vicious en Nina Hagen.

In totaal zouden er volgens dit vermakelijke zelfportret inmiddels zeker vierduizend covers, in minimaal 169 verschillende talen, in omloop zijn van My Way en is het nummer elke acht minuten wel ergens ter wereld op de radio. Om over de miljarden streams nog maar te zwijgen. En leiders zoals Poetin, Kim Jong-Un en Trump zouden er dol op zijn. Het is nu eenmaal een nummer dat perfect past bij narcisten en grote ego’s, bekent één van de geestelijk vaders, Paul Anka, die zijn signatuursong gedurende de jaren ook voor menige machthebber mocht/moest uitvoeren.

En dan is er nog David Bowie, een man met een haat-liefde verhouding tot de tranentrekker. Als onbekende jongeling schreef hij een afgekeurde Engelse tekst voor de evergreen, toen hij eenmaal een gearriveerde artiest was besloot Bowie om alsnog zijn eigen variant te maken, Life On Mars. Ook dat werd een klassieker. ‘I faced it all’, concludeert My Way, die inmiddels toch al tegen de zestig loopt en een beetje van ons allemaal is geworden, niet voor niets. ‘I stood tall and did it my way.’

The Sky Above Zenica

HBO Max

The Sky Above Zenica ( 92 min.) wordt getekend door de plaatselijke staalfabriek. Nadat de oorlog in het voormalige Joegoslavië halverwege de jaren negentig eindigde, volgde een periode van investeringen – en vervuiling – in Bosnië-Herzegovina. In de middelgrote stad in het hart van de Balkan streek het internationaal opererende staalconcern ArcelorMittal neer. Sindsdien is de luchtkwaliteit in Zenica zienderogen achteruit gegaan.

‘Als je denkt dat dit er normaal uitziet, ben ik Brad Pitt’, stelt Samir Lemes, de gedreven voorman van de actiegroep Eko Forum Zenica, terwijl hij kijkt naar de rook die de plaatselijke cokesfabriek permanent uitstoot. ‘Deze rook moet eerst gefilterd worden.’ Zulke vervuilde lucht zie je volgens hem nergens anders in Europa. En die conclusie wordt bevestigd door de World Health Organization: alleen in Noord-Korea vallen er meer doden door luchtvervuiling.

Samen met enkele getrouwen stelt Lemes zich in deze documentaire van Zlatko Pranjic en Nanna Frank Møller, gefilmd in de periode 2017-2024, teweer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de staalfabriek, die werkgelegenheid biedt aan ruim tweeduizend mensen, alle milieuregels steeds weer aan z’n laars lapt en voor ernstige gezondheidsproblemen zorgt in de lokale gemeenschap, waar kanker en diabetes ongenadig huis houden.

Eko Forum moet over een lange adem beschikken. ArcelorMittal en de Bosnische autoriteiten verschuilen zich achter elkaar als het gaat om wat er precies aan de hand is en wie daarvoor verantwoordelijk is. ‘Waarom geven we milieuvergunningen uit aan vervuilers die de zorgen van burgers negeren?’ spreekt een medewerker van het Ministerie van Milieu uiteindelijk uit wat iedereen allang denkt. Gevolgd door: ‘Ik geef toe dat we niet aan de verwachtingen hebben voldaan.’

Niet veel later wordt er dus een Green City Action Plan gelanceerd. Zenica moet zowaar de eerste Bosnische stad worden, waarin louter duurzaam wordt geïnvesteerd. Samir Lemes en de andere activisten geloven er geen barst van en blijven zich vastbijten in het dossier rond de uitstoot van de fabriek. En dat lijkt zich gaandeweg ook enigszins uit te betalen. ArcelorMittal wordt gedwongen om onder ogen te zien wat de onderneming veroorzaakt in de gemeenschap.

Burgers kunnen wel degelijk het verschil maken, betoogt The Sky Above Zenica daarmee – al nemen Pranjic en Møller daarvoor wel ruim de tijd. Als waarheidsgetrouwe weerslag van een bijzonder taai proces heeft deze David & Goliath-docu daarom beslist z’n waarde, maar als schouwspel had ’t soms wel iets enerverender gekund.

Zirkuskind

Julia Lemke / Flare Film

Als ‘opa Ehe’ vertelt, hangt Santino aan zijn lippen. Zijn bijna tachtigjarige overgrootvader heeft prachtige verhalen. Over de gloriedagen van het circus. Als vijftienjarige reed hij al tractor. Daarmee trokken ze van Duitsland naar Barcelona. 2700 kilometer. Met zeventien kilometer per uur! En de olifant, apen, slangen en giraffen moesten allemaal mee.

Santino is nu elf. Voor zijn verjaardag heeft het guitige joch een kleine crossmotor gekregen. Hij is er dolblij mee. Het wordt nu zo langzamerhand ook tijd dat hij als Zirkuskind (Engelse titel: Circus Boy, 86 min.) gaat nadenken over hij zelf wil gloriëren in de piste van het circus. ‘Iedereen moet iets doen waarop ie trots is’, zegt opa Ehe bemoedigend.

Zijn achterkleinzoon en hij behoren tot de circusfamilie Frank. Santino’s vader Gitano heeft de verantwoordelijkheid over de dieren van Circus Arena. Kamelen, koeien, paarden, pony’s, lama’s en honden. Zijn moeder Angie is acrobate. Ze is nu alleen zwanger. En Santino’s jongere broer Giordano wordt, net als hijzelf, ingezet voor allerlei klusjes.

Julia Lemke en Anna Koch kiezen in deze observerende film consequent het perspectief van Santino, een jongen die het nomadenbestaan van zijn circusfamilie zonder voorbehoud omarmt. Zo was ‘t, is ’t en zal ’t naar zijn stellige overtuiging ook altijd blijven. Terwijl de hoogtijdagen van het circus toch al enige tijd achter hen lijken te liggen.

Overgrootvader blijft hem intussen nostalgische verhalen voeden, met zo nu en dan een bittere ondertoon. Als de vooroordelen ter sprake komen waarmee ze als circuslui altijd krijgen te maken, bijvoorbeeld. En ook de inktzwarte periode van de nazi’s, toen een groot deel van de familie werd afgevoerd naar de vernietigingskampen, blijft niet onbenoemd.

Zulk drama voert evenwel nooit de boventoon – ook omdat Ehe’s herinneringen worden verbeeld met cartooneske animaties van Magda Kreps en Lea Majeran. Santino’s bestaan kan zich ogenschijnlijk veelal in kinderlijke onschuld voltrekken. Op elke nieuwe school dreunt hij verder netjes op welke dieren ze hebben. En nee, die worden natuurlijk niet mishandeld.

Zirkuskind, verrijkt met afwisselend luchtige en weemoedige accordeonmuziek, richt zich duidelijk op een jonge doelgroep, maar geeft wel degelijk, door de ogen van een kind, een boeiende impressie van een jaar achter de schermen bij Circus Arena, dat met één been in het verleden en het andere toch nog best comfortabel in de tegenwoordige tijd lijkt te staan.

En aan het eind daarvan begint Santino zowaar een idee te krijgen van waar ie later trots op zou kunnen zijn.

Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen

Channel 4 / Videoland

Als het te goed lijkt om waar te zijn, dan is ‘t dat misschien ook. De belofte van groot geld kan echter zelfs de scherpste geesten verblinden. En dan wordt de propositie van ‘Dr. Ruja’, de grote roerganger van een cryptobedrijf dat zich vanaf 2014 bijna als een sekte presenteert, volstrekt onweerstaanbaar: snel rijk worden en ook nog iets goeds doen voor de wereld. Menigeen tuint er met open ogen in en investeert (al) z’n zuurverdiende centen in OneCoin. Het vervolg laat zich voorspellen.

De driedelige docuserie Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen (Nederlandse titel: De Cryptokoningin: Visionair Of Meesterfraudeur?, 138 min.) zet de hele Onecoin-affaire, die ook al het onderwerp was van de documentaire Lie To Me, nog eens op een rijtje. OneCoin, met de zelfgekozen bijnaam The Bitcoin Killer, werkt in feite als een wereldwijde Tupperware-party, waarbij familieleden en vrienden elkaar overtuigen van de zegeningen van de cryptomunt en worden beloond als ze daarin slagen.

Wie er eens goed naar kijkt, zoals cryptokenner Tim ‘Tayshun’ Curry, ziet dat OneCoin in werkelijkheid niet meer is dan een zorgvuldig opgetrokken luchtkasteel, dat een gigantisch piramidespel moet verhullen. En het Bulgaarse orakel Ruja Ignatova, gezegend met een IQ van boven de 200, speelt een sleutelrol in het uitdragen van de centrale boodschap: join the financial revolution. Zij overtuigt hele volksstammen ervan dat ze met de aankoop van OneCoins vliegensvlug miljonair kunnen worden.

Regisseur Alex Tondowski zoomt in op de achtergronden van de vrouw die een – ja, nog zo’n slimme marketingterm – OneLife propageert. Na de val van de Muur is Ruja zelf begin jaren negentig met haar ouders naar Duitsland geëmigreerd. In het plaatsje Schramberg in het Zwarte Woud belandt zij als Oost-Europese immigrante op het gymnasium, waarna ze naar Oxford zou zijn vertrokken en bij McKinsey beland. Ignatova heeft altijd al grote dromen: ze wil rijk en belangrijk worden. Enter Evgeni Minchev.

Haar flamboyante landgenoot, die maar wat graag over zijn voormalige protegé lijkt te willen vertellen, zorgt ervoor dat ze de juiste mensen leert kennen en binnen twee maanden na de oprichting van OneCoin al tot zakenvrouw van het jaar wordt gekozen in eigen land. Tussendoor ondergaat ze een grondige make-over bij de plastische chirurg. Binnen de kortste keren staat Ruja daarna op de cover van het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine – al blijkt ook in dit geval dat niets is wat het lijkt.

‘If you want to tell a lie’, zegt Lyndell Edgington cryptisch. ‘Tell a big one.’ Behalve fraudejagers zoals hij en klokkenluiders, waaronder de voormalig OneCoin-hotshots  Duncan Arthur en Frank Schneider, laat Fugitive ook enkele van de ruim een miljoen gedupeerde investeerders aan het woord. Terwijl zij berooid zijn achtergebleven, is Ignatova sinds 2017 spoorloos. Is ze zelf verdwenen? vraagt deel drie van deze boeiende miniserie zich af. Of heeft de Russische georganiseerde misdaad haar laten verdwijnen?

Met behulp van geheime telefoonopnamen van Ruja Ignatova en bronnen uit alle uithoeken van de financiële en journalistieke wereld loopt Tondowski de verschillende theorieën af en komt uiteindelijk tot een geloofwaardige hypothese over wat er gebeurd kan zijn met de zakenvrouw die daadwerkelijk te goed was om waar te kunnen zijn.

The Beat Behind Golden Earring

NTR

‘We nemen ons niet echt voor om een afscheidsconcert of -tour te doen’, zegt bassist Rinus Gerritsen bij aanvang van The Beat Behind Golden Earring (53 min.) uit 2015. ‘Dat laten we aan anderen over, denk ik. Als ’t gebeurt, dan zullen ze achteraf denken: hee, ze spelen niet meer. Er zal wel iets gebeurd zijn.’ Drummer Cesar Zuiderwijk, de andere helft van de ritmesectie van de Haagse rockband, kan er wel om lachen.

En inderdaad: zo zal het gaan. Golden Earring geeft in november 2019 ongemerkt z’n allerlaatste concert. Omdat gitarist George Kooymans de slopende ziekte ALS blijkt te hebben, moet de band de handdoek in de ring gooien. Anderen – fans en liefhebbers – geven op 30 september 2024 vervolgens een afscheidsoptreden in Rotterdam Ahoy, een happening die is vereeuwigd in de hartveroverende registratie De Earring & Ik.

En daarmee lijkt het jongensboek van de Nederlandse rockgroep, die doorbrak in Amerika en tenminste één onvervalste klassieker (Radar Love) afleverde, definitief dicht te gaan. Totdat zanger Barry Hay begin 2025 aankondigt dat er toch nog een officieel afscheidsconcert komt: One Last Night, in januari 2026. Het wordt een serie concerten, natuurlijk, met Barry, Rinus, Cesar en hopelijk George – en allerlei muzikale gasten.

Een slordige tien jaar geleden konden Rinus Gerritsen en Cesar – echte naam: Cor – Gerritsen nog niet bevroeden dat het zo zou lopen met hun bandje. Voor deze tv-docu van Marcel de Vré nemen ze samen plaats aan een tafel en kletsen een eind weg over hun band, instrument en muziek. Muzikanten op leeftijd die zomaar hadden kunnen uitgroeien tot een Haagse variant op Waldorf & Statler, de twee mopperende Muppets.

In plaats daarvan zitten er twee eeuwige jongens naast elkaar, dollend en lachend. Absolute liefhebbers. De Amerikaanse meesterdrummer Terry Bozzio (Frank Zappa) is vol lof over zijn Nederlandse vakbroeder. Samen zijn Cesar en ‘Rainus’ net een trein, stelt John Waite (The Baby’s). De Britse zanger is duidelijk fan van de Earring, die zich dan, ter gelegenheid van z’n vijftigjarige bestaan, opmaakt voor een jubileumconcert.

Hun oprechte enthousiasme sluit uitstekend aan bij het ongecompliceerde karakter van Golden Earrings ritmetandem en deze film daarover van Marcel de Vré, die in 2021 ook het tweeluik That Day; Afscheid Van Golden Earring afleverde. Alleen de poëtische intermezzo’s van schrijver/columnist Thomas Verbogt blijven een Fremdkörper in deze vrolijke viering van het bandjesleven.

Rinus Gerritsen zou trouwens ook nog één van de hoofdrollen claimen in Tot De Laatste Snik?!, Marcel Goedharts groepsportret van enkele oudere wordende artiesten, zoals Angela Groothuizen, Loïs Lane en wijlen Jan Rot.

The Beat Behind Golden Earring is hier te bekijken.

Half Moon

Selfmade Films

Waar hij zijn klarinet ook neerlegt, dat is thuis. Of dat nu is in Amsterdam, New York of… de stad waar zijn wortels liggen, Damascus. Sinds de burgeroorlog in Syrië in 2011 is losgebarsten, is Kinan Azmeh echter niet meer thuis thuis geweest. Samen met andere Syrische muzikanten probeert de componist en klarinettist elders in de wereld z’n thuis desondanks in leven te houden – ook al is ie nog zo ver van huis.

Muziek is Azmehs manier om gebruik te maken van zijn recht op vrijheid van meningsuiting, om uit te drukken wie hij is en hoe hij naar de wereld kijkt. En de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer geeft hem daarvoor alle gelegenheid in Half Moon (91 min.), een film die voor een belangrijk deel bestaat uit live-uitvoeringen van ’s mans composities, bijvoorbeeld met het Syrian Expat Philharmonic Orchestra. In traditionele concertzalen, een theatrale setting of de openbare ruimte, in wereldsteden zoals Londen, Hamburg en Beiroet. Fraai vereeuwigd, met meer dan genoeg ruimte om te kunnen ademen.

Verder vertelt Kinan Azmeh, ondersteund door intimi en collega’s als de Syrische sopraan Dima Orsho en de bekende Chinees-Amerikaanse cellist Yo-Yo Ma, zijn levensverhaal. Vlak voor 11 september 2001 verhuisde hij bijvoorbeeld naar New York om klarinet te gaan studeren aan The Juilliard School. Na de aanslagen van 9/11 was hij ineens ‘die Arabier’. Tegelijkertijd leerde hij er de muziek van zijn geboortegrond waarderen. Tegenwoordig speelt hij dus regelmatig ‘Arabic jazz’ met zijn CityBand in New York. Zo lijkt Azmeh’s leven doordesemd met politiek, die dan onvermijdelijk ook een verbinding aangaat met zijn muziek.

Treffend is in dat verband het verhaal van hoe hij zijn echtgenote Layale Chaker heeft ontmoet. Met The National Palestinian Symphony Orchestra zouden ze een tour doen in Palestina. De Libanees-Franse violiste en componiste was daar nooit eerder geweest en vond dit een heel ingrijpende ervaring. Bij de grens, op de brug vanuit Jordanië, werd het orkest in twee groepen gescheiden. Die besloten ter plaatse samen het Schumann Cello Concerto te gaan spelen. Van beide kanten van het checkpoint klonk er dus muziek, die vervolgens samenvloeide. Net als even later Kinan en Layale, die inmiddels een aandoenlijk zoontje op de wereld hebben gezet, Shams.

Shams werd geboren in Brooklyn, New York, als kind van een Syrisch-Amerikaanse vader en een Libanees-Franse moeder, en moet zich volgens Kinan Azmeh overal thuis kunnen voelen. Waar hij zijn hoed ook maar neerlegt – of het instrument dat hij ongetwijfeld zal gaan bespelen. Want muziek zou een voertuig kunnen zijn, maakt deze bespiegelende film duidelijk, om zo’n wereld te kunnen bereiken – of tenminste enigszins in zicht te houden.

Return Of The King: The Fall And Rise Of Elvis Presley

Netflix

Hij begint met een valse start. De ‘King of rock & roll’ oogt onzeker en nerveus en verknalt het eerste nummer. Dit optreden, de zogenaamde ’68 Comeback Special, moet de grote ommekeer in zijn carrière bewerkstelligen. Want Elvis Presley (1935-1977) is al enige tijd zichzelf niet meer. Hij heeft al vijf jaar geen serieuze hit meer gehad en bovendien in geen zeven jaar op een podium gestaan.

De documentaire Return Of The King: The Fall And Rise Of Elvis Presley (91 min.) – niet ‘the rise and fall’ dus, zoals te doen gebruiken in muziekdocu’s, waarna dan op de valreep nóg een rise volgt – reconstrueert hoe Presley in 1968 de weg terug naar zichzelf en zijn publiek vindt met een dampende concertspecial, die ruim een halve eeuw later nog altijd als een ijkpunt in de rock & roll-historie wordt beschouwd.

Deze patente film van Jason Hehir (Andre The GiantMurder In Boston en de epische Michael Jordan-serie The Last Dance) begint echter bij het begin: hoe een lefgozer uit het diepe en arme Zuiden van de Verenigde Staten zich halverwege de jaren vijftig, met veel succes, zwarte muziek toe-eigent. In al z’n oerdrift, seksuele geladenheid en monsterlijke swing. Hij wordt er één van ’s werelds allereerste tieneridolen mee.

Na enkele jaren aan de top, eenzaam maar welvoorzien, raakt Elvis langzaam maar zeker zijn mojo kwijt. Ook al blijft in eerste instantie het succes. Daar zorgt zijn manager Colonel Tom Parker, de onverbeterlijke ritselaar Dries van Kuijk uit Breda, wel voor. ‘De kolonel kun je in één zingen samenvatten’’ stelt Bruce Springsteen lachend. ‘Vorig jaar had m’n jongen een miljoen dollar aan talent. Nu heeft hij een miljoen dollar.’

Elvis’ diensttijd in Duitsland kost hem echter de kop. Als hij begin jaren zestig terugkeert naar eigen land, verwelkomt Frank Sinatra hem in een speciale tv-show. Daarmee wordt de schrik van elke Amerikaan met een dochter meteen ingekapseld. De rebel van weleer, die elk meisje weke knieën bezorgt, wordt ‘one of the guys’. En Parker regelt rollen in een stroom, steeds slechter wordende, romantische films voor hem.

‘Gênant’, zegt Priscilla Presley tegen een vriend van haar echtgenoot, Jerry Schilling, terwijl ze in deze docu samen naar een scène uit Double Trouble (1967) kijken. Achter op een pick-up truck zingt Elvis zogenaamd enthousiast Old MacDonald Had A Farm voor een inwisselbare ‘love interest’. ‘Het is een misdaad om hem dat liedje te laten zingen’, zegt Priscilla met het nodige drama. ‘Hij stond voor schut en hij wist het.’

Elvis zit als een rat in Parkers val en moet bovendien aanzien hoe Britse bands zoals The Beatles en The Stones zijn plek op de rock & roll-troon claimen. The King heeft een list nodig, maar moet daarvoor wel zijn eigen manager trotseren. Want die heeft weer een cheesy special in gedachten, bepaald geen wederopstanding van het gevaarlijke rock & roll-beest Elvis Presley dat Mick Jagger en consorten in hun kloten gaat bijten.

Hehir serveert de uiteindelijke ‘rise‘ van zijn held smakelijk uit met enkele audio-quotes van The King zelf, fraaie (backstage)beelden, enkele subtiele re-enactment-scènes, herinneringen van een aantal direct betrokkenen en smeuïge quotes van bekende fans, zoals regisseur Baz Luhrmann (van de speelfilm Elvis), Robbie Robertson (The Band), comedian/talkshowhost Conan O’Brien en Billy Corgan (Smashing Pumpkins).

In de ’68 Comeback Special toont Elvis, 33 jaar oud inmiddels, dat hij nog steeds een viriele jonge vent is – en dat hij zijn troon als koning van de rock & roll echt niet zomaar afstaat aan de nieuwste roedel jonge honden. Hij zal nochtans binnen tien jaar overlijden, als een schim van de man die talloze malen ieders hart veroverde.

Endurance

Disney+

Toegegeven, het wordt misschien niet zo’n heroïsch avontuur als ruim een eeuw eerder, maar het blijft een zeer ambitieuze onderneming. In 2022 vertrekt een schip met de historicus Dan Snow, onderwateringenieur Nico Vincent en de befaamde maritieme geoloog Mensun Bound aan boord naar Antarctica. De S.A. Agalhus II van kapitein John Shears gaat proberen om, ergens op de zeebodem, het legendarische wrak van de Endurance (104 min.) te vinden. De ambitieuze onderneming wordt vastgelegd door Natalie Hewitt en vormt de basis voor deze documentaire die ze samen met Jimmy Chin en Elizabeth Chai Vasarhelyi heeft gemaakt.

Tijdens de legendarische Imperial Trans-Antarctic Expedition nam de Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton in 1914 ook al een fotograaf/cameraman mee. In de documentaire South (1919) vereeuwigde Frank Hurley Shackletons mislukte poging om de Zuidpool over te steken, een avontuur dat de geschiedenisboeken inging als de laatste grote Antarctica-expeditie. Toen de Endurance na een jaar op zee helemaal vast kwam te zitten in het pakijs en tevens water begon te maken, daalde het besef in bij de 27 bemanningsleden dat ze daar, in bijzonder barre omstandigheden op de Weddellzee, zouden moeten overwinteren.

Hurleys beelden – gerestaureerd, ingekleurd en van geluid voorzien – zijn door Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi aangevuld met sjiek gemaakte re-enactment-scènes. Alle foto’s en films worden bovendien ingekaderd door de scheepslui zelf. Na terugkomst zijn zij destijds uitgebreid geïnterviewd. En wat ze op schrift hebben gesteld is door de filmmakers, met behulp van Artificial Intelligence, eveneens vertaald naar gesproken woord. Zo slagen ze erin om Shackletons legendarische poolexpeditie tot leven te brengen, inclusief diens miraculeuze ontsnapping naar de bewoonde wereld, na twee jaar overleven aan het ijzige einde van de aarde.

Deze gestaalde film verbindt de twee expeditie-verhalen met elkaar. Terwijl Sir Ernest Shackleton en zijn mannen in onmogelijke omstandigheden moeten zien te overleven, beschikken zijn navolgers over technologische verworvenheden, zoals een ingenieuze onderwaterrobot. Het vinden van Shackletons scheepswrak blijkt echter bepaald geen sinecure. In 2019 heeft Mensun Bound bijvoorbeeld al eens een poging gewaagd om de Endurance te traceren. Dat werd een enorme mislukking. ‘Één van de ergste momenten van mijn leven’, aldus Bound, die nooit had kunnen bevroeden dat hij nog een tweede kans zou krijgen. Succes blijkt ook dan niet verzekerd.

Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi nemen de kijker dus tweemaal mee naar de rand van de aarde, waarbij ’t nog maar de vraag is of, hoe en waarmee ze weer huiswaarts kunnen keren. Endurance wordt zo automatisch een ode aan het overwinnen van de elementen – en jezelf – teneinde een zelfverkozen, hoger gelegen doel te verwezenlijken.

Geluif In ’t Goeje

Docmakers

Het Draaksteken in het Limburgse dorp Beesel. Typisch een onderwerp voor documentairemaker Hans Heijnen, zou je zeggen. Geluif In ’t Goeje (93 min.), de film over ‘het grootste openlucht-theaterspektakel van Nederland’ dat elke zeven jaar wordt opgevoerd in het plaatselijke kasteel Nieuwenbroek, is evenwel een productie van Suzanne Raes (Dicht Bij VermeerDe Dijk – Hou Me Vast en Where Dragons Live). Heijnen heeft twee jaar geleden overigens een vergelijkbare docu gemaakt over een Limburgse openluchtvoorstelling, De Passiespelen: Het Kruis Van Tegelen.

Raes start haar film twee jaar voor de uitvoering van het Draaksteken in 2023. Frans Pollux heeft een script geschreven, waarin ’t ditmaal de koning zelf is die de draak heeft gecreëerd – als een metafoor voor de verleidingskracht van de macht. Diverse dorpelingen hopen kans te maken op een hoofdrol en studeren thuis hun tekst in. Tijdens audities bepaalt het driemanschap Theo Geraets, Huub Geerlings en Frank Rous, dat gezamenlijk de regie voert over de groots opgezette voorstelling, vervolgens wie voor welke rol in aanmerking komt in deze epische strijd tussen goed en kwaad.

Dit is een delicate taak, met de nodige gevoeligheden. Kan prinses Aja bijvoorbeeld ook eens gespeeld worden door een wat oudere actrice? vraagt Victorine Mégard zich af. Of kiezen ze toch weer gewoon voor het mooiste meisje van het stel? Verder heeft René Beurskens eigenlijk een stoere rol voor zichzelf in gedachten. De regisseurs vinden alleen niet dat hij die in zich heeft. Beurskens is volgens hen meer geschikt voor een ‘komische noot’. Met alle respect voor René, constateert Geerlings over zijn dorpsgenoot. Hij heeft nu eenmaal de trekjes van hoe hij geaard is.

Elders in het dorp wordt er gebouwd aan een draak. In totaal zijn zo’n achthonderd vrijwilligers betrokken bij de theatervoorstelling, op een gemeenschap van in totaal 2500 zielen die verder al een tijdje te kampen heeft met krimp. Ontmoetingsplekken zoals de buurtwinkel, pinautomaat en trouwzaal zijn inmiddels verdwenen en de plaatselijke bakker is nog maar drie dagen per week open. Een activiteit zoals het Draaksteken zorgt voor sociale cohesie. Iedereen waakt er dan wel voor dat de verhoudingen goed blijven. Want, zoals één van de acteurs opmerkt, ze moeten straks samen verder.

Terwijl het gewone leven in Beesel ook gewoon doorgaat – een huwelijk, sterfgeval en zwangerschap bijvoorbeeld – krijgt die voorstelling steeds meer vorm en schildert Raes en passant het dorp dat daarmee elke zeven jaar boven zichzelf uitstijgt. Via een uitgelezen verzameling personages, die een inkijkje geven in hun dagelijks leven en in dialect hun verhaal doen, toont ze een gemeenschap, waarin mensen nog echt samen proberen te leven – al gaat dat ook in Beesel niet altijd van harte of vanzelf. De draak geeft hen nochtans de kans om, zelf en met anderen, eens goed in de spiegel te kijken.

Geluif In ’t Goeje ziet er ondertussen fraai uit, wordt zeer vaardig verteld en is vermoedelijk ook nét iets scherper dan Hans Heijnen ‘t zou hebben aangepakt. Nét iets minder van binnenuit verteld, nét iets meer met de blik van een buitenstaander. Nét iets minder chauvinisme en nostalgie ook en nét iets meer oog voor de bekrompenheid en het ongemak. Zónder overigens dat dit, op de hobbelige weg naar een slechte generale en hopelijk een ‘goeje’ finale, op een ongemakkelijke manier de overhand krijgt of het Draaksteken zelf in de weg gaat zitten.

The Brainwashing Of My Dad

Gravitas Ventures

Frank Senko’s vrouw snijdt in zijn bijzijn geen gevoelige onderwerpen meer aan. En zijn volwassen dochter Jen ervaart hem als kwaad en onbereikbaar. Van een politiek geëngageerde ‘Kennedy-Democraat’ is haar lieve en grappige vader, onder invloed van een mediadieet van rechtse talk radio en de conservatieve nieuwszender Fox News, veranderd in een klassieke boze witte man.

Jen Senko, die zelf duidelijk een links profiel heeft, besluit de radicalisering van haar vader te onderzoeken voor The Brainwashing Of My Dad (90 min.). Want Frank is bepaald niet de enige die zich door ‘this vast right-wing conspiracy’, zoals Hillary Clinton dit conglomeraat van uitgesproken rechtse Amerikaanse media eens noemde, in een permanente staat van woede heeft laten manoeuvreren. In deze egodocu uit 2015, waarvoor acteur Matthew Modine als medeverteller fungeert, onderzoekt de filmmaakster wat er is gebeurd met insiders zoals de spijtoptant David Brock, mediacriticus Noam Chomsky, , Republikeinse communicatiestrateeg Frank Luntz, historicus Rick Perlstein en Jeff Cohen, een progressieve opiniemaker die een tijd actief was voor Fox News.

Met hen keert Senko terug naar de jaren zestig, als de benaming ‘conservatief’ bijna wordt beschouwd als een scheldwoord. ‘Liberals’ zetten de toon. De rechtse televisiemaker Roger Ailes zint op een tegenzet. Hij begint de Republikeinse politicus Richard Nixon te adviseren. Met eenvoudige boodschappen lukt ’t hen om gewone Amerikanen – in Nixons woorden: de zwijgende meerderheid – aan hun kant te krijgen. In 1968 wordt Nixon gekozen tot president van de Verenigde Staten. Dit blijkt het startschot voor een conservatieve comeback, met rechtse denktanks, ideologisch gedreven media en een christelijke cowboy als president, Ronald Reagan (1981-1989). Halverwege de jaren negentig krijgt Ailes bovendien de kans om z’n eigen nieuwszender te gaan runnen: Fox News.

De slogan van Ailes’ geesteskind, gefinancierd door de oerconservatieve mediamagnaat Rupert Murdoch, is slim gekozen: ‘fair and balanced’. Die kan echter niet verhullen dat de zender een onmiskenbaar rechtse koers vaart en niet altijd even secuur is met de feiten. Van de verschillende onderzoeksresultaten die Jen Senko in deze aardige film presenteert valt één conclusie meteen op: Fox-kijkers zijn aanmerkelijk minder goed geïnformeerd dan anderen. En vermoedelijk zijn zij – net als adepten van rechtse talk shows – ook bozer dan gemiddeld. Want als de gastheren van al die praatprogramma’s één ding goed hebben begrepen dan is ’t dat woede een geweldige motivator is. Om te blijven kijken en luisteren – en hopelijk ook nog eens de portemonnee te trekken.

Senko’s bevindingen zijn een kleine tien jaar later nog altijd zeer relevant. De cultuuroorlogen die tot zo’n jaar of vijftien geleden nog vooral werden aangejaagd door invloedrijke talk show-hosts zoals Rush Limbaugh en Bill O’Reilly, worden tegenwoordig, zowel vanuit links als rechts, opgestart vanuit social media en zetten zo de toon voor het maatschappelijke debat. Senko exploreert tevens waarom het menselijke brein zo gevoelig is voor emoties zoals angst en woede. Is er misschien sprake van een soort hersenspoeling? En kunnen die hersenen dan ook weer gedeprogrammeerd worden? Van dat laatste blijkt Frank Senko overigens een bijna verdacht goed voorbeeld. Als zijn radio ’t begeeft, grijpt zijn echtgenote in en zet hem op dieet. Met verbazingwekkend resultaat.