Philly D.A.

PBS

Philly D.A. is al vergeleken met de vermaarde dramaserie The Wire. Daarin werd eerst de ‘war on drugs’ in de Amerikaanse stad Baltimore in kaart gebracht, waarna geestelijk vader David Simon steeds een laag toevoegde aan zijn vertelling: het bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en de media. Uiteindelijk ontstond zo een verpletterend beeld van een volledig disfunctionele samenleving. Maatschappijkritiek, verpakt als Shakesperiaans drama.

De achtdelige documentaireserie Philly D.A. (440 min.) is een totaal andere productie, maar kijkt al even kritisch naar de weeffouten in het Amerikaanse samenlevingsconstruct. Plaats van handeling is Philadelphia, de stad van ‘brotherly love’ waar nochtans zo’n driehonderd moorden per jaar worden gepleegd, de Opioid Crisis in sommige wijken een menselijke ravage veroorzaakt en ook de Black Lives Matter-beweging vlam vat nadat een politieagent een zwarte man in de rug heeft geschoten.

De linkse advocaat Larry Krasner vindt dat het plaatselijke rechtssysteem fundamenteel moet worden hervormd en stelt zich in 2017 kandidaat voor het ambt van officier van justitie. Eenmaal gekozen gooit hij begin 2018 direct de knuppel in het hoenderhok. Zijn ambtsperiode begint met bijltjesdag: ruim dertig medewerkers op het kantoor van de District Attorney, waarvan een enkeling al tientallen jaren in dienst is, krijgen te horen dat ze per direct hun biezen moeten pakken.

Dat is het startpunt van een serieuze poging om Vrouwe Justitia met een andere mond te laten spreken: (veel) minder repressie, ten faveure van onderwijs, sociaal werk en preventie. Krasner wil zo het perpetuum mobile van ‘mass incarceration’, dat met name zwarte Philadelphians treft, tot stilstand brengen. Daarbij zal hij niet alleen in botsing komen met hardliners binnen zijn eigen gelederen, maar ook met slachtoffers van misdrijven, bezorgde burgers en – niet te vergeten – de machtige vakbond Fraternal Order of Police.

Het is een ideologische strijd – over het nut en de functie van straffen en aanverwante thema’s als voorarrest, borgsommen en voorwaardelijke invrijheidstelling – die behalve een politieke lading natuurlijk ook een persoonlijke dimensie heeft. De ‘bulldozer’ Krasner stond als advocaat immers jarenlang aan de andere kant van de strijd en werd toen beschouwd als een soort aartsvijand van de wetshandhavers. Nu worden ze geacht om samen te werken.

De filmmakers Yoni Brook, Ted Passon en Nicole Salazar sluiten aan bij Team Krasner en documenteren in de navolgende jaren, aan de hand van enkele concrete gevallen, wat zijn komst te weeg brengt. Zo portretteren ze bijvoorbeeld LaTonya Myers, een jonge Afro-Amerikaanse vrouw die meermaals vastzat vanwege relatief kleine vergrijpen. De komende jaren staat ze nog onder supervisie van de reclassering, intussen heeft de nieuwe D.A. haar echter in dienst genomen om het vastgelopen beleid van binnenuit te veranderen.

Aan de andere kant van de steeds hoger oplopende discussie bivakkeert onder anderen Scott DiClaudio, een rechter die er heilig in gelooft dat iemand zelf verantwoordelijk is voor de misdaden die hij pleegt en die bovendien hoogstpersoonlijk een kijkje gaat nemen bij mensen die een taakstraf uitvoeren. Hij en zijn medestanders staan model voor de traditionele benadering van hard, harder en vaker straffen, die het in Philadelphia altijd voor het zeggen heeft gehad.

Dat is de kracht van Philly D.A.: het verhaal wordt weliswaar verteld vanuit het perspectief van Krasner en zijn vertrouwelingen, maar ook hun ideologische opponenten krijgen het woord. En hun bijdrage heeft aanzienlijk meer substantie dan de ‘talking points’ van Fox News, waar officier van justitie Krasner en zijn medewerkers simpelweg worden uitgemaakt voor ‘the enemies of civilisation’, en de insteek van president Trump, die beweert dat Krasner doelbewust killers vrijlaat.

Zo ontstijgt deze boeiende docuserie met gemak het niveau van een politiek pamflet. Brook, Passon en Salazar brengen treffend in kaart hoe weerbarstig de praktijk kan zijn als een volstrekt andere benadering van het recht wordt geïntroduceerd. Wat betekent de nieuwe aanpak bijvoorbeeld voor de criminaliteitscijfers? (Hoe) zien gewone mensen deze benadering terug in hun eigen leven? En kan deze de onvermijdelijke incidenten, die tegenstanders aangrijpen om hun punt te maken, eigenlijk overleven?

The Crime Of The Century

HBO

De belofte was onweerstaanbaar: (chronische) pijn zou definitief tot het verleden gaan behoren. En kans op verslaving was er niet. Een kleine 25 jaar later is die belofte, met name in de Verenigde Staten, veranderd in een nachtmerrie: The Opioid Crisis heeft inmiddels aan meer dan een half miljoen Amerikanen het leven gekost. Want wat de fabrikanten van pijnstillers als OxyContin en Fentanyl er niet bij vertelden – sterker: op alle mogelijke manier probeerden te verhullen – was dat het medicijn erger kon worden dan de kwaal.

Als die gedachte post begint te vatten, verzet OxyContins producent Purdue Pharma, die de aan heroïne verwante pijnbestrijder agressief aan de man heeft gebracht en er goud geld mee verdient, zich daar bijvoorbeeld met hand en tand tegen. Verslaving is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de junks zelf, luidt hun redenering. Zij zijn die de pillen tenslotte zelf gaan snuiven en injecteren. De Sackler-familie, eigenaars van Purdue, wuift elke verantwoordelijkheid van de hand.

Laat het dan maar over aan de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney – die eerder onder andere de Scientology-kerk aanklaagde, het Coronabeleid van de regering Trump sloopte en de puissant rijke populatie van Park Avenue te kijk zette – om het mes te zetten in The Crime Of The Century (232 min.). Met artsen, wetenschappers, oud-medewerkers van de farmaceuten, DEA-medewerkers, aanklagers, slachtoffers en nabestaanden analyseert hij hoe pijnmedicatie simpelweg een product werd dat op grote schaal aan de man moest worden gebracht.

In deel 1 van dit lijvige tweeluik zet Gibney, gebruikmakend van een zoals gebruikelijk scherpe voice-over, daarbij zijn zaak tegen de Sacklers goed in de verf en illustreert dat met enkele pijnlijke voorbeelden van Amerikanen die ten prooi zijn gevallen aan OxyContin. Van ernstige verslaving tot fatale overdoses. Het tweede deel zoomt in op de levendige online-handel in OxyContin, Fentanyl  en aanverwante pijnmedicatie, waarbij Big Pharma echt begint te opereren als een soort drugskartel. Alles is geoorloofd, inclusief omkoping en grootschalige fraude.

Trefzeker schetst The Crime Of The Century, dat wat wat ruim in zijn jasje zit en ook enkele onnodige reality-scènes bevat, een bedrijfstak waarvoor het bevorderen van de volksgezondheid allang lijkt te zijn geslachtofferd ten faveure van winstmaximalisatie.

De Boerenrepubliek

Bert ter Beek / ICU Documentaires

Het is een aangrijpend tafereel. Boer Bert ter Beek uit Oene, een man die je direct in je hart sluit, bidt het Onze Vader en heft vervolgens, te midden van de loeiende koeien in zijn stal, Psalm 121 aan. Als Bert klaar is, gaat hij aan het werk met de mannen die zijn gekomen om zijn vee te ruimen. Hij pakt een touw en leidt de eerste de beste koe de vrachtwagen in. Zijn hoogbejaarde vader kan het niet aanzien. Bert slaat zijn arm om hem heen en zegt troostend: ‘Stil maar, jongen. We redden het wel.’

‘De burger begrijpt de boer niet meer’, constateert verteller Felix Meurders aan het begin van de vierdelige serie De Boerenrepubliek (200 min.) van Hans Hermans en Martin Maat. ‘En de boer snapt de overheid al helemaal niet meer.’ De Brabantse varkensboer Frans Meulenmeesters verwoordt dat gevoel perfect. ‘Het is nooit, maar dan ook nooit, maar dan ook nooit genoeg.’ ‘s Mans bittere constatering vormt de opmaat naar een breed opgezette, empathische en genuanceerde rondgang langs de permanente botsing van belangen tussen boer, natuur en overheid, aan de hand van de MKZ-crisis in het voorjaar van 2001. Die ijlt twintig jaar na dato nog altijd na in agrarisch Nederland.

Het eerste geval van mond- en klauwzeer werd aangetroffen in Oene, een dorp in het Noordoosten van Gelderland dat direct in lockdown moest – een term die toen overigens nog helemaal niet werd gebruikt. De plaatselijke melkveehouder Albert Hassink haalde destijds het NOS Journaal met een videodagboek vanuit zijn eigen bedrijf. De beelden maken nog altijd indruk. ‘Die worden allemaal afgemaakt’, zegt Hassink met een snik in zijn stem, bij de aanblik van zijn ogenschijnlijk kerngezonde koeien. ‘Daar heb je je hele leven hard voor gewerkt. Je ouders, je voorouders, om dit op te bouwen. Het wordt in één dag allemaal afgemaakt. Allemaal.’ Hij sluit zijn video af met een oproep aan de toenmalige minister van landbouw, Laurens Jan Brinkhorst: ‘Minister, dit gaat fout. Dat ziet u toch ook wel?’

‘De reactie van deze boer begrijp ik heel goed’, reageert Brinkhorst twintig jaar later. ‘De individuele boer valt niks te verwijten.’ Het is volgens de oud-minister wel tragisch: omdat Nederland zelf – met steun van belangenorganisaties van de boeren – een toonaangevende exporteur van landbouwproducten wilde worden, moest het Europese non-vaccinatiebeleid worden ingevoerd. ‘De gevolgen zijn natuurlijk dat je je export kwijt bent als je gaat vaccineren.’ En dus werd er niet geënt, zoals de betrokken boeren wilden, maar ‘geruimd’, een eufemistische term voor het doden van de dieren. ‘Koeienmoord’, volgens sommige agrariërs. Van in totaal zo’n kwart miljoen, voor het grootste deel gezonde dieren. Dat zou uiteindelijk leiden tot rellen in Kootwijkerbroek. En die waren dan weer een logisch vervolg op de boerenprotesten van de jaren negentig en een voorbode van de grootschalige acties die organisaties als Farmers Defence Force tegenwoordig opzetten.

In deze ambitieuze reeks worden al die elementen, zo nu en dan met ingrijpen van voice-over Meurders, op een logische manier met elkaar verbonden: van de uitbraak van varkenspest tot het huidige stikstofbeleid en de Coronacrisis (die in 2001 al min of meer werd voorspeld door viroloog Ab Osterhaus). Met oog voor zowel de gevoelens en belangen van de Nederlandse boer als van zijn natuurlijke opponenten, de natuur- en dierenbeschermers. Die spreken over dierenbevrijding, een klimaatcrisis en gebrek aan biodiversiteit (en als gevolg daarvan zoiets als ‘landschapspijn’). Beide partijen lijken elkaar gevangen te houden in een kansloze strijd, waarin ook hun gezamenlijke vijand, ‘de politiek’, vooralsnog het verschil niet weet te maken.

Sinds de MKZ-crisis is het aantal boeren gehalveerd en het aantal dieren gelijk gebleven. Dat lijkt vragen om problemen. Alleen een fundamentele herbezinning zou de Gordiaanse knoop die de Nederlandse landbouw gaandeweg is geworden kunnen ontwarren. De Boerenrepubliek besteedt in dat kader ook aandacht aan veelal kleinschalige initiatieven om het boeren te vernieuwen. Uiteindelijk bepaalt de consument natuurlijk welke daarvan succesvol kunnen zijn. ‘Drie keer per dag hebben wij als mensen een stem in wat voor voedselsysteem wij willen’, stelt varkenshouder Jeffrey Korsmit uit Sint Willebrord. Hij houdt zijn Magalitza varkens gewoon buiten, waar ze lekker in de modder kunnen rollen. Voor hem en het welslagen van zijn bedrijf is het vanzelfsprekend essentieel dat de kwaliteit van het product (weer) voorop komt te staan.

Op een respectvolle manier belicht deze verzorgde serie zo, aan de hand van een crisis die diepe sporen heeft getrokken door de boerengemeenschap, alle verschillende posities en perspectieven rond de Nederlandse landbouw en hoe de toekomst daarvan eruit zou kunnen zien.

De Boerenrepubliek is hier te bekijken.

The Pharmacist

Netflix

Het leven van zijn zoon Danny kwam tot een eind op de kruising van Forstall en Dauphine Street, zomaar een drugshoek in een willekeurige zwarte buurt van New Orleans. Apotheker Dan Schneider kan zich niet voorstellen wat een jongen uit een witte buitenwijk had te zoeken in The Lower 9th Ward. Totdat hij hoort dat Danny crack gebruikte.

De onheilstijding zet The Pharmacist (215 min.) aan om uit te pluizen wat er precies met zijn zoon is gebeurd, in de aanloop naar en tijdens dat fatale ogenblik waarop zijn leven op 22-jarige leeftijd eindigde. Die persoonlijke zoektocht, volledig gedocumenteerd met video- en audiotapes, zet hem uiteindelijk op het spoor van OxyContin en een plaatselijke arts die de zeer verslavende pijnstiller wel héél gemakkelijk voorschrijft.

Deze vierdelige serie van Julia Willoughby Nason en Jenner Furst reconstrueert hoe Schneider vervolgens een persoonlijke kruistocht opstart tegen deze dokter Cleggett en daarna ook Purdue Pharma, de onderneming die het opiaat met nét iets te veel enthousiasme aan de man heeft gebracht, in het vizier krijgt. OxyContin heeft dan al talloze overdoses op z’n geweten. De apotheker wil koste wat het kost erger voorkomen.

‘s Mans desperate pogingen om het ongeoorloofde medicijngebruik aan het begin van de 21e eeuw een halt toe te roepen vormen op zichzelf een boeiend verhaal, een soort vooraankondiging van The Opioid Crisis die de Verenigde Staten nu al enkele jaren in zijn greep houdt. Schneider wordt alleen wel erg gemakkelijk tot held gebombardeerd, terwijl zijn strijd echt iets te lang wordt uitgesponnen. The Pharmacist wordt daardoor soms wat clichématig en langdradig.

American Factory

Netflix

In de donkere dagen van de economische crisis van 2008 besluit General Motors zijn fabriek in Dayton te sluiten. Zo’n 10.000 mensen in Ohio raken hun baan kwijt. Twee jaar later beginnen Chinese bedrijven te investeren in de regio. In de oude GM-fabriek wordt een Amerikaanse vestiging van Fuyao Glass geopend, waar een combinatie van oud-autowerkers en ingevlogen Chinezen aan de slag gaat. De cultuurshock, die in American Factory (110 min.) door Steven Bognar en Julia Reichert (in opdracht van het productiebedrijf van Barack en Michelle Obama) treffend en genuanceerd is gedocumenteerd, laat zich voorspellen.

De nieuwe kansen voor Amerikaanse arbeiders, die enkele jaren eerder keihard zijn geraakt door de crisis, gaan bijvoorbeeld ook gepaard met aanmerkelijk lagere lonen. En op medewerkers die daar iets tegen willen doen en zich aansluiten bij een vakbond zit het nieuwe management bepaald niet te wachten. ‘Een vakbond beïnvloedt efficiëntie en schaadt ons bedrijf’, aldus Fuyaos gestaalde CEO Cao Dewang. ‘Dan lijden we verliezen. Als er een vakbond komt, dan sluit ik de fabriek.’ Amerikaanse werknemers zijn voor zijn begrip sowieso al niet productief. En dan hebben ze ook nog veel te veel zelfvertrouwen, constateert Dewangs Chinese directeur van de Amerikaanse vestiging. Je moet ze paaien. ‘Ezels worden graag geaaid met de haarrichting mee’, zegt hij. ‘Anders schoppen ze.’

Tijdens een werkbezoek in China zien de Amerikanen met eigen ogen hoe hun dociele Chinese collega’s op welhaast militaire wijze worden gedrild. Vrije dagen en vakantie hebben ze vrijwel niet. En van Arbo-wetgeving heeft nog nooit iemand gehoord. Het helpt dat de Fuyao-vakbond ook niet echt een gevaar vormt. De voorzitter is tevens secretaris van de Communistische Partij en, oh ja, een zwager van de directeur van de fabriek. De Amerikanen kijken hun ogen uit, zeker tijdens de speciale Fuyao-show op oudejaarsavond, waarin bedrijf en management zowat heilig worden verklaard. Het is een prachtige scène, waarbij de Amerikaanse werkemannen zich eerst verbazen, daarna enthousiast worden en uiteindelijk ontroerd raken. En aan het eind mogen ze zelf het podium op voor een kolderieke versie van de Village People-hit YMCA.

Bognar en Reichert hebben jaren de tijd genomen om alle verwikkelingen bij Fuyao te registreren. Die ausdauer betaalt zich uit: het proces van aantrekken en afstoten is minutieus vastgelegd, met oog voor het menselijke verhaal en gevoel voor humor. Ook de toegang tot zowel de nieuwe directie als Chinese en (ontevreden) Amerikaanse medewerkers, is opmerkelijk. De filmmakers hebben blijkbaar behoorlijk vrij hun gang kunnen gaan. Zo hebben ze mooi wederzijdse vooroordelen, ook op managementniveau, kunnen vangen. Want hoeveel goede wil alle betrokkenen ook ten toon spreiden, samenwerken blijft geven en nemen – of, zoals sommige betrokkenen dat ervaren: je eigen idealen prijsgeven.

Het is onvermijdelijk dat het bedrijf en een deel van de arbeiders uiteindelijk tegenover elkaar komen te staan. Die confrontatie wordt in het boeiende American Factory van binnenuit weergegeven, zonder dat de makers al te duidelijk een kant of standpunt kiezen. Ontwikkelingen binnen de wereldeconomie worden zo teruggebracht naar de werkvloer, waar gewone mensen in hun inkomen proberen te voorzien.

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On

lehman (1)

 

Als een donderslag bij heldere hemel ‘viel’ tien jaar geleden Lehman Brothers. De Amerikaanse zakenbank dreigde in 2008 bovendien de complete financiële sector met zich mee te trekken in het ravijn. Tijdens de wereldwijde economische crisis die zo ontstond moesten overal overheden bijspringen. Bij banken die als ‘too big to fail’ werden betiteld, maar er in de voorgaande jaren alles aan leken te hebben gedaan om juist die ondergang te bewerkstelligen.

‘Als ik dit zou laten zien aan Stevie Wonder, dan zou zelfs hij het zien’, vertelt Linda Meekes, een voormalige medewerkster van Lehman, als ze een vervalst financieel overzicht laat zien. Samen met enkele collega’s probeerde ze, ruim voordat de bank in 2008 plotseling in een vrije val terecht zou komen, de onregelmatigheden bij haar werkgever al aan de orde te stellen en Lehmans (ram)koers bij te sturen. Het kwam hen op vijandigheid, hoon en pure intimidatie te staan.

In Inside Lehman Brothers: The Story Goes On (85 min.) reconstrueren deze klokkenluiders hoe Lehmans übercompetitieve CEO Dick Fuld, bijgenaamd ‘de gorilla’, en zijn ‘cowboys’ in die jaren zonder enige vorm van scrupules handelden in dubieuze financiële producten en hypotheken. Om er zelf rijk van te worden, zonodig ten koste van hun eigen klanten. Fuld en de zijnen opereerden natuurlijk liefst binnen de wet, maar als het nodig was gingen ze ook gerust erbuiten. En als je daar als eenvoudige medewerker iets van wilde zeggen, zo toont deze stevige documentaire van Jennifer Deschamps aan, was je je baan bepaald niet meer zeker.

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On biedt verder geen opzienbarende nieuwe inzichten. De roofdiermentaliteit binnen de financiële sector, zakenbanken zoals Lehman in het bijzonder, is al eerder tot in detail opgetekend in speelfilms en documentaires. Deze film laat echter zien dat er binnen die giftige werkatmosfeer ook wel degelijk medewerkers waren die hun geweten lieten spreken. Terwijl Gorilla Fuld en sommige van zijn cowboys de mede door hen veroorzaakte cris verlieten met een spreekwoordelijke zak geld, bleven zij achter met niet veel meer dan pek en veren.

De financiële crisis van 2008 heeft in de afgelopen jaren al tot een hele serie boeiende, veelal messcherpe documentaires geleid. In Oscar-winnaar Inside Job legt Charles Ferguson bijvoorbeeld enkele hoofdrolspelers ongenadig het vuur aan de schenen.

Enron: The Smartest Guys In The Room richt zich op malversaties bij het energiebedrijf Enron, die in 2001 aan het licht kwamen en zo de crisis van 2008 al min of meer aankondigden.

De Achtste Dag


Er zit letterlijk geen enkele vrouw in de documentaire De Achtste Dag(92 min.). Alleen maar mannen. Gezamenlijk moesten die, op het moment dat de financiële crisis van 2008 ontbrandde, het bankroet van de Belgisch-Nederlandse systeembank Fortis zien te voorkomen. Een crisis die, zo zou je kunnen betogen, door typisch mannengedrag was veroorzaakt.

Ze kijken recht in de camera, de mannen die dat klusje toen klaarden. Ze dragen namen als Wouter Bos, Yves Leterme, Nout Wellink, Didier Reynders, Mervyn King en Jean Claude Trichet. En bekleedden officiële functies zoals premier, minister van financiën en president van de centrale Europese Bank. Tien jaar na dato leggen ze verantwoording af voor hun handelingen toen het water hen, en ons, aan de lippen stond.

Deze film van Yan Ting Yuen en Robert Kosters doet denken aan de documentaires van Brian Lapping, die geopolitieke gebeurtenissen reconstrueert met de hoofdrolspelers. Ook De Achtste Dag bestaat voor het leeuwendeel uit zitinterviews met politieke kopstukken, die smaakvol zijn aangekleed met archiefmateriaal en figuratieve beelden. De turbulente acht dagen in het najaar van 2008, waarin Nederland en België achter de schermen soms recht tegenover elkaar kwamen te staan, komen tot leven.

De acute crisis werd met het nodige kunst- en vliegwerk bezworen, maar het achterliggende gevaar is tien jaar later nog altijd niet verdwenen, zo constateren ze stuk voor stuk. Het haantjesgedrag dat de bancaire sector, en de financiële wereld in het algemeen, in de afgrond dreigde te storten, doet nog altijd opgeld. In die zin kan De Achtste Dag gerust als een waarschuwing worden opgevat. Zolang de machomores onaangetast blijft, lijkt elke vorm van regelgeving nog altijd kansloos.

Recovery Boys

Netflix

Bedremmeld staan ze aan de rand van de dansvloer. Niemand zit toch op hen te wachten? Het hele dorp Aurora kijkt vast op hun neer. Zij, de bewoners van Jacob’s Ladder, een boerderij waar verslaafden definitief een streep onder hun woelige verleden willen zetten. Met de zorg voor dieren, noeste arbeid en de onvermijdelijke groepsgesprekken proberen ze terug te keren bij zichzelf.

Op het feest in het Amerikaanse heartland, West Viginia om precies te zijn, moeten ze wel uit de buurt van drank en drugs zien te blijven. Uiteindelijk laten Jeff, Rush, Adam en Ryan zich toch overhalen. Aan de arm van een plaatselijke vrouw zwieren ze, broodnuchter, over de dansvloer. Intussen verschijnt op hun gezicht een glimlach, die ze allang kwijt geraakt dachten te zijn.

De mannen zijn al enkele maanden clean als ze op het plattelandsfeest verzeild raken en werken gestaag aan zichzelf op de boerderij van Kevin Blankenship, die zelf een zoon heeft die ooit verslaafd was. Hun vertrek uit het veilige Jacob’s Ladder nadert. Ze hebben vertrouwen in de toekomst. Sobriety rocks my socks!, staat er ferm op de deur van één de slaapkamers.

Halverwege de indringende documentaire Recovery Boys (90 min.) van Elaine McMillion Sheldon, die eerder het voor een Oscar genomineerde Heroin(e) maakte, lijkt de toekomst de mannen eindelijk toe te lachen. Vergeten zijn het misbruik en de misère van hun jeugd en het eenzame gevecht met heroïne en coke. Ze lijken klaar voor de rest van hun leven. Maar de film is dan nauwelijks over de helft…

Over de Amerikaanse Opioid Crisis zijn in het afgelopen jaar al diverse documentaires gemaakt. McMillion Sheldons Heroin(e) focust zich bijvoorbeeld op de hulpverleners, terwijl Warning: This Drug May Kill You kijkt naar de verslaafden zelf, gewone mensen die door een wrede speling van het lot (vaak een ziekte of ongeluk) in de hoek zijn beland waar de klappen vallen.

En als je echt diep in de materie wilt duiken, de problematiek aan den lijve wilt ervaren als het ware, ga dan op zoek naar de geweldige vijfdelige documentaireserie The Trade van Matt Heineman (Cartel Land), een soort real life mash-up van Narcos en The Wire waarin alle aspecten van de drugsepidemie aan bod komen.

Inside Job


Alan Greenspan wilde geen interview geven voor deze film.’ Het zijn dergelijke, steeds terugkerende mededelingen, ditmaal over de voormalige directeur van de Amerikaanse Centrale Bank, die de premisse van Inside Job (108 min.) elke keer opnieuw bevestigen: de verantwoordelijken voor de financiële crisis van 2008 laten zich daarvoor niet ter verantwoording roepen.

Deze pamflettistische film, waarvoor regisseur Charles Ferguson in 2010 met een Oscar werd beloond, laat er geen misverstand over bestaan dat die crisis door de financiële sector zelf is veroorzaakt, dat de kopstukken met onverantwoorde risico’s over de rug van hun eigen klanten schathemeltjerijk zijn geworden en dat dit bij hen op geen enkele manier tot berouw heeft geleid – of tot enige vorm van gedragsverandering.

De volgende crisis staat alweer in de steigers, zo wil Ferguson maar zeggen, als we deze überhaantjes niet stevig halt toeroepen. Ze smijten bovendien opzichtig met geld, snuiven cocaïne per strekkende meter en zijn vaste klant bij stripclubs en bordelen. Hun morele kompas hebben ze blijkbaar allang uitgezet. De betrokkenen die Ferguson wel te woord willen staan, zitten vaak al snel met een mond vol tanden (of worden gewoon op gezette tijden pislink).

Als we de deskundigen mogen geloven, zijn er weinig redenen om te veronderstellen dat er tien jaar later wél wet- en regelgeving ligt die financieel wangedrag kan en wil beteugelen. In die zin is Inside Job, dat ingewikkelde economische thema’s en financiële constructies razendknap toegankelijk en interessant maakt, ook in tijden van Trump (of in de Nederlandse context: Hamers en Van der Veer) nog steeds uiterst actueel.

Sterker: het is de vraag of The Donald, die zelf ook zweert bij ‘the art of the deal’, zonder de woede van gewone Amerikanen over de desastreuze gevolgen van de crisis, zoals massale werkeloosheid en mensen die hun huis kwijtraakten, ooit zou zijn verkozen tot president van de Verenigde Staten.

Saving Capitalism

Netflix

Robert Reich wordt zo langzamerhand de Al Gore van de inkomensongelijkheid. In de jaren negentig zaten ze samen in de regering van de Amerikaanse president Bill Clinton. Gore als vicepresident, Reich als minister van Sociale Zaken. In de jaren daarna werden ze respectievelijk milieu-activist en propagator van een eerlijkere economie.

Al Gore presenteerde in 2007 de documentaire An Inconvenient Truth, die regisseur Davis Guggenheim een Oscar opleverde en Gore zelf de Nobelprijs voor de Vrede bezorgde. Dit jaar volgde An Inconvenient Sequel: Truth To Power. Van Reich verscheen in 2013 de documentaire Inequality For All, die nu een vervolg krijgt met Saving Capitalism (73 min.).

De econoom Reich is een voormalige studiegenoot van de Clintons – hij beweert zelfs Bill aan Hillary te hebben voorgesteld – en maakt zich al sinds zijn vertrek uit hun regering in 1997 druk over de toenemende tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Voor zijn nieuwste boek Saving Capitalism gaat hij tijdens de navolgende boektour in gesprek met gewone Amerikanen die het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden.

Intussen geeft Reich een soort college over de Amerikaanse economie en de manier waarop grote bedrijven, soms op bijzonder slinkse wijze, invloed uitoefenen op de politiek. Dat mag dan een bekend verhaal zijn. Zo bij elkaar en in perspectief gezet levert het toch een schrikbarend beeld op; van een democratie waarin de doorsnee Amerikaan volledig buitenspel is gezet (en daarom zijn toevlucht maar zoekt tot populisme).

Filmisch heeft deze documentaire van Jacob Kornbluth misschien niet al te veel om het lijf, maar als pamflet voor een eerlijkere wereld, in de rug gedekt door cijfers en onderzoek, kunnen Saving Capitalism en de altijd optimistische Robert Reich wel degelijk nuttig werk verrichten.