Mères

IDFA

‘Ik weet zeker dat mijn zus dit nooit zou doen’, zegt een jongen tijdens een bijeenkomst op de universiteit in de Marokkaanse stad Ait Melloul. ‘De vrouw die dit heeft gedaan kan niet doen alsof ze een slachtoffer is. Ze heeft het zelf gedaan. En ze is dus ook zelf verantwoordelijk voor het kind.’ Het meisje kan volgens hem niemand iets verwijten. ‘Ik ben het ermee eens dat het kind slachtoffer is, maar de moeder niet. Die is gewoon schuldig.’

De man die het ongehuwde meisje zwanger heeft gemaakt, valt in elk geval niets te verwijten, meent de student. Hij oogst een beleefd applaus, aan het begin van de documentaire Mères (62 min). ‘Ik ben het met je eens dat het meisje verantwoordelijk is’, reageert Mahjouba Edbouche, de moderator van de bijeenkomst over zwangerschappen buiten het huwelijk. ‘Ze denkt er te gemakkelijk over. Maar er zijn toch echt twee mensen nodig om een kind te maken.’

De Marokkaanse feministe Edbouche beijvert zich al jaren voor de positie van ongetrouwde ouders. Dat is lang niet altijd gemakkelijk. De vrouwen die zich, meestal hoogzwanger, melden in haar huis voor ongehuwde moeders, Oum al Banine in Agadir, willen bijvoorbeeld vaak twee dingen die met geen mogelijkheid zijn te verenigen: stiekem het kind krijgen en blijven verzorgen en intussen gewoon verder gaan met hun leven, alsof er helemaal niets gebeurd is.

Buitenechtelijke seks is volgens de Marokkaanse wet vergelijkbaar met prostitutie en kan hen op gevangenisstraf komen te staan, variërend van één maand tot een jaar. Tegelijkertijd zou een jongen die een minderjarig meisje heeft bevrucht zomaar kunnen worden veroordeeld vanwege verkrachting. Het is een soort mijnenveld, waardoorheen Mahjouba en haar medewerkers zich een weg proberen te banen. Voor hen kan ouderschap in elk geval nooit strafbaar zijn.

Documentairemaker Myriam Bakir kijkt mee als ze jonge (voor de film geanonimiseerde) vrouwen opvangen, de acute paniek proberen te bedwingen en met hen een plan de campagne voor de nabije toekomst proberen op te stellen. Daarbij hoort vaak ook het contacteren van de ouders van de aanstaande moeder, die vaak nog van niets (zeggen te) weten. Dit zorgt voor aangrijpende scènes, waarin angst, schaamte en verantwoordelijkheidsgevoel om voorrang vechten.

Het is bewonderenswaardig hoe Mahjouba Edbouche en haar medewerkers, soms directief en dan weer ‘leading from one step behind’, langs alle gevoelens en maatschappelijke conventies laveren, om zo tot een bevredigende oplossing te komen voor (groot)ouder en kind. Mères (Engelse titel: Mothers) weet dat delicate werk op een serene manier te vangen.

306 Hollywood

Het huis aan 306 Hollywood Avenue in Newark, New Jersey, was al verkocht. En toen bleek dat Jonathan en Elan Bogarín toch nog geen afscheid konden nemen van hun oma Annette Ontell, die daar maar liefst 67 jaar had gewoond. Ze kregen twaalf maanden respijt van hun moeder Marilyn om grootmoeders huis en spullen te bekijken, sorteren en arrangeren. De kleding die ze ontwierp en zelf ook droeg. Al wat er is overgebleven van hun jong overleden oom David. En de kunstgebitten van opa Herman, die een prachtig tableau kunnen vormen met zijn tandenborstels.

Broer en zus vergelijken de onderneming met een archeologische opgraving, waarbij ditmaal een compleet leven wordt blootgelegd en tentoongesteld. Ze hebben daarbij tevens de beschikking over gefilmde interviews die ze tussen haar 83e en haar 93e deden met oma Annette en gaan tijdens hun zoektocht naar wat er na de dood overblijft van het leven ook te rade bij een archeoloog, uitvaartverzorger, bibliothecaris, modeconservator, natuurkundige en de archivaris van een puissant rijke familie. Want welke waarde moet er worden toegekend aan de restanten van het bestaan van een heel gewone vrouw zoals hun grootmoeder?

Dat blijkt toch vooral te zitten in de blik waarmee dat erfgoed wordt bezien. Annettes jurken zijn bijvoorbeeld beeldschoon. Paste ze er op latere leeftijd nog in? Haar dochter Marilyn heeft het eens samen met haar uitgeprobeerd. Dit resulteert in een lange en aandoenlijke scène, die buitenstaanders toch een wat voyeuristisch gevoel geeft. Even later komen die jurken in deze sprankelende film opnieuw tot leven als ze de ranke lichamen van jonge brunettes omspannen. Die gaan er bovendien ‘spontaan’ van dansen in de voortuin van het huis.

Zulke plotselinge oprispingen van magisch realisme, waarbij ook de feeërieke soundtrack een hoofdrol claimt, geven 306 Hollywood (94 min.) een onmiskenbaar joyeuze feel. Die wordt nog eens versterkt door de speelse verteltrant: Jonathan en Elan doen hun verhaal via een soort permanente dialoog. ‘Er is een reden dat mensen geen huizen aanhouden waarin ze niet wonen’, concludeert Jonathan als ze bij hun ‘opgraving’ overal schimmel tegenkomen. ‘Brood van vorig jaar’, toont Elan vervolgens een bedorven boterham. Haar broer vult aan: ‘gefillte fisch uit het vorige decennium’. Waarna zijn zus ‘toiletpapier uit de vorige eeuw’ vindt.

Uiteindelijk stuiten ze op een audiocassette met de mysterieuze titel ‘The Fighting Ontells’. Alle familieleden zijn er zowaar op te horen. Ruziënd, dat wel. ‘Wacht eens even’, denkt Jonathan hardop. ‘Tien maanden lang hebben we met al die spullen geprobeerd om het verleden weer tot leven te wekken. Met het aanzetten van die tape zijn we er ineens.’ En met behulp van de enorme telescoop die toch niets staat te doen in huis en de inzet van enkele lipsynchroon opererende acteurs kunnen ze hun grootouders nog zien ook!

Al die bravoure en humor kunnen evenwel niet verhullen dat deze betoverende film, die zich direct in je systeem nestelt, in wezen gaat over rouw, weemoed en het accepteren van die twee nauwelijks te bevatten waarheden van het leven: dat elke dag maar één keer kan worden geleefd en dat iemand die eenmaal weg is, hoezeer je het ook probeert, echt nooit meer terugkomt. Alleen de herinnering blijft – en spullen die deze ongenadig kunnen kietelen.

Sisters In Law

Als je de Sisters In Law (102 min.) Vera Ngassa en Beatrice Ntuba op strenge toon Afrikaanse mannen ziet toespreken in deze documentaire van Kim Longinotto en Florence Ayisi uit 2005, dan zou je bijna gaan denken dat ‘het zwakke geslacht’ in Kameroen ongegeneerd de lakens uitdeelt. De gevallen die ze voor hun kiezen krijgen in de rechtbank van Kumba Town, schetsen echter een totaal ander beeld: van een samenleving die nog lang niet zover is dat man en vrouw gelijkwaardig zijn. En waar geweld tegen vrouwen – en meisjes – aan de orde van de dag is.

Dit wordt wel heel tastbaar als de tienjarige Sonita Muandre in de rechtbank tot in detail getuigt over hoe een buurman haar heeft verkracht. Intussen zit de vermeende dader enkele meters van haar vandaan, demonstratief met zijn armen over elkaar, opzichtig te zuchten en met zijn hoofd te schudden. Welnee, zal hij even later zeggen, ze wilde het zelf. De verdachte stelt zelfs dat hij in eerste instantie weigerde, hij ging liever in zijn bijbel lezen. ‘U wilt dus dat de rechtbank gelooft dat een negenjarig kind, dat nog helemaal geen borsten heeft, u vorig jaar benaderde voor seksueel contact, dat u dit weigerde en dat zij zich vervolgens tot bloedens toe sneed en om hulp begon te roepen?’ sneert openbaar aanklager Vera Ngassa

Niet alleen mannelijke agressors worden overigens de mantel uitgeveegd. Ook een vrouw die haar stiefkind, het zesjarige meisje Manka, ernstig heeft mishandeld met een kleerhanger en ingesmeerd met peper krijgt er genadeloos van langs in de rechtbank, waar met flair en stemverheffing nieuwe maatschappelijke mores worden uitgedragen. Ook buiten de rechtszaal wordt de vrouw indringend ter verantwoording geroepen. Longinotto en Ayisi observeren zulke processen van nabij en dringen zo door tot het hart van hoe man, vrouw en kind in het Afrikaanse land, met vallen en opstaan, proberen samen te leven. Zulke ontwikkelingen worden zonder enige opsmuk uitgeserveerd: basale montage, geen muziek en niet of nauwelijks interviews.

Uit Sisters In Law spreekt onmiskenbaar hoop: dat het beter kan en moet. Tegelijkertijd wordt ook glashelder dat zulke vooruitgang nog heel veel kruim gaat kosten en bovendien bestaat bij de gratie van progressieve en strijdbare Kameroeners als Ngassa en Ntuba.

Q: Into The Storm

HBO

Vanuit de duisterste uithoeken van het internet – 8chan, een online forum waar iedereen anoniem kan publiceren – heeft zich in de afgelopen jaren een geheimzinnige klokkenluider gemeld, die regelmatig cryptische boodschappen afgeeft aan een groeiende schare volgelingen. Deze QAnon – of kortweg: Q – lijkt te opereren als een soort gezichtsloze generaal voor Donald Trump en lanceert de ene na de andere complottheorie over de oorlog van de ‘deep state’ tegen de president.

Documentairemaker Cullen Hoback gaat in de zesdelige serie Q: Into The Storm (356 min.) op zoek naar wie deze mysterieuze bron, die steeds rept over ‘the calm before the storm’, zou kunnen zijn. Volgens aanhoudende geruchten houdt hij/zij zich op in de directe omgeving van de voormalige Amerikaanse president. Is het misschien Trumps voormalige spin doctor Steve Bannon, de omstreden generaal Michael Flynn of toch de Republikeinse dirty trickster Roger Stone?

Voor zijn onderzoek belandt Hoback op de Filipijnen, waar drie andere verdachten zijn neergestreken. In Manila is bijvoorbeeld 8chan-ontwerper Fredrick Brennan woonachtig, een internetwizard die vanwege de aandoening Osteogenesis Imperfecta al zijn hele leven in een rolstoel zit. Hij is inmiddels in onmin geraakt met oud-militair Jim Watkins en zijn nerdy zoon Ron, die het digitale prikbord tegenwoordig in bezit hebben.

De drie gedragen zich als de nét iets te vet aangezette personages uit een tweederangs spionagefilm. Ze flirten voortdurend met hun mogelijke relatie met Q en ontkennen uiteindelijk toch elke betrokkenheid. Terwijl zij van dat schimmenspel lijken te genieten, vallen de theorieën van QAnon intussen in vruchtbare aarde bij zogenaamde QTubers als Dustin Nemos, Craig James en Liz Crokin. Zij hebben inmiddels een dagtaak aan Q – en, dat ook, verdienen er een aardige boterham aan.

Dat resulteert in ronduit absurde taferelen. Zo stelt Craig James, die vol overgave zijn eigen platform Just Informed Talk beheert, bijvoorbeeld met een stalen gezicht tegen Cullen Hoback dat er een epische strijd komt tussen echte patriotten zoals hij en de neppatriotten van links. Gevolgd door: ‘En die gaan we helemaal uitmoorden.’ De diepgelovige kolos steekt zijn duim omhoog. Hij moet er zelf smakelijk om lachen.

‘Het is een psychologische operatie van het allerhoogste niveau’, constateert Nick Noe, een ex-militair en medewerker van de afvallige generaal Paul Vallely, even later over Q. Daarna begint hij aan een paranoïde verhaal over de dood van Osama Bin Laden. Die zou volledig in scène zijn gezet. Noe wordt meermaals onderbroken door een puberaal boerende en lachende James. De bizarre claim zal enige tijd later niettemin gewoon worden geretweet door Donald Trump.

Wat in de beginjaren misschien nog kon doorgaan voor (onsmakelijke) spielerei, heeft gezien bijvoorbeeld de terroristische aanslag op een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch in 2019 en de bestorming van het Capitool op 6 januari jongstleden dan allang een levensecht karakter gekregen. De samenzweringstheorieën van en rond QAnon hebben wel degelijk consequenties in het echte leven. De Qanon-storm dreigt inderdaad op te steken.

Tijdens zijn even trashy als intrigerende tocht langs alle randfiguren, die het dark web rond Q bevolken en die ook in de gewone mensenwereld voor meer dan genoeg spanning en sensatie zorgen, komt Cullen Hoback intussen tot zijn eigen theorie over wie of wat QAnon nu precies is: complete complotgekte, psychologische oorlogsvoering of toch een volledig uit de hand gelopen prank die allang niet meer leuk is?

Fly So Far

IDFA

Dertig jaar gevangenisstraf. Na de moord op je eigen kind. Wij zouden ‘t een miskraam noemen. Een afschuwelijk ongeluk. Of een doodgeboren kind. In het zwaar katholieke El Salvador, waar een onvoltooide zwangerschap direct verdacht is, kan dat de moeder evenwel op een verblijf in de gevangenis komen te staan. Teodora del Carmen Vásquez, de hoofdpersoon van Fly So Far (89 min.) werd bijvoorbeeld beroofd in de bus. Daarna viel ze, hoogzwanger, op haar buik. Op 13 juli 2007 ging het mis.

Vásquez zit inmiddels meer dan tien jaar vast. Ze dacht in eerste instantie dat ze de enige was in de Ilopango-vrouwengevangenis die voor dit ‘vergrijp’ achter slot en grendel was gezet. Tegenwoordig weet ze wel beter. De 34-jarige vrouw heeft zich opgeworpen als woordvoerster van Mujeres Libres, een groep van ruim twintig moeders die het dragen van het verdriet om een verloren kind moeten combineren met de ontberingen van het gevangenisleven. En dat is in Latijns-Amerika bepaald geen sinecure.

Tegenover deze strijdbare vrouwen, die gaandeweg Amnesty International aan hun zijde krijgen, staat een krachtige pro-life beweging – mannen natuurlijk – die zich sterk maakt om abortus koste wat het kost strafbaar te houden in El Salvador en die ook nauwelijks genade kent als er onverhoopt iets misgaat tijdens een zwangerschap. Dit resulteert onvermijdelijk in een publieke confrontatie, waarna het uiteindelijk toch weer mannen zijn die over het lot van de vrouwelijke gedetineerden mogen beslissen.

Regisseur Celina Escher schaart zich achter Vásquez en haar vrouwen en verbeeldt met stemmige animaties ook enkele van hun persoonlijke verhalen. De tragiek ligt er duimendik bovenop: terwijl ze worden geconfronteerd met één van de grootste drama’s van hun leven, rukt justitie hen ruw weg uit hun gewone leven, waarbij er bovendien vaak nauwelijks gelegenheid is om afscheid te nemen van eventuele andere kinderen. Dat drama drijft deze geïnspireerde en inspirerende film, die aan het eind alleen wel erg veel tijd neemt voor de uitlopers van de triestige kwestie.

Trump Takes On The World

VPRO

Een golf van ontzetting gaat op dit moment door de wereldwijde journalistiek: het besef begint in te dalen dat Donald Trump – om zijn illustere voorganger Richard Nixon te parafraseren – er niet meer is om als voetveeg te gebruiken (en de kijkcijfers op te krikken). In documentaireland kunnen ze gelukkig nog wel even vooruit met de voormalige Amerikaanse president, die in slechts vier jaar elke denkbare code, norm of grens voor zijn ambt heeft geschonden.

In zijn buitenlandbeleid bijvoorbeeld. En dat begint en eindigt in het drieluik Trump Takes On The World (177 min.) met twee woorden: America en First. Die betekenden bij de start van Trumps ambtstermijn een enorme cultuurshock na het behoedzame/laffe (*) internationale opereren van zijn voorganger Barack Obama (waarvan het laatste jaar werd gevangen in de observerende documentaire The Final Year). Die schok werd ook gewoon gevoeld door zijn eigen medewerkers, bekennen veiligheidsadviseurs zoals H.R. McMaster, John Bolton en K.T. McFarland, minister van defensie James Mattis, de economisch adviseurs Gary Cohn en Larry Kudlow, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur, Kay Bailey Hutchison. Als de spreekwoordelijke ‘adults in the room’ moesten ze hun eigen president in het gareel zien te houden.

Daarmee is de sprekerslijst van deze gedegen serie van Tim Stirzaker, namens het toonaangevende Britse productiehuis Brook Lapping, overigens nog niet compleet. Ook de Franse president François Hollande, de Australische premier Malcolm Turnbull, de ministers van buitenlandse zaken van Groot-Brittannië en Iran, en de ambassadeurs van Duitsland, Groot-Brittannië en Israël geven acte de présence. Gezamenlijk bevestigen ze het beeld van een leider die erg gevoelig is voor pracht en praal, spierballenvertoon en vleierij. Een man bovendien die er zeer onconventionele ideeën en methoden op nahoudt – of gewoon totaal geen idee heeft van wat hij aan het doen is. En dat zorgde internationaal voor heel wat verwarring, woede en onzekerheid.

Sommigen wisten Trump voor hun karretje te spannen, anderen kregen met geen mogelijkheid vat op hem of werden stelselmatig geschoffeerd. Positief bezien: hij schudde de zaken behoorlijk op. Binnen de NAVO, in het Midden-Oosten of ten aanzien van Aziatische leiders als Kim Jong-un en Xi Jinping, de thematiek van de drie afleveringen. Louter rituele diplomatie, zonder het idee dat er ook daadwerkelijk iets bereikt kan of moet worden, was er niet meer bij. Daarvoor bleek de leider van de westerse wereld veel te onvoorspelbaar. Met de regelmaat van de klok liet hij een golf van ontzetting door de bedaagde wereld van de internationale diplomatie gaan.

En zoals ook een stilstaande klok wel eens de juiste tijd aangeeft, lijkt de impliciete boodschap van deze grondige terugblik op ’s mans mondiale ambities, zo had ook het zelfverklaarde ‘stable genius’ ‘t wel eens bij het rechte eind met zijn ongegeneerde Diplomatie Van de Grote Bek.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

John Wayne Gacy: Devil In Disguise

‘Ik zie niet in hoe ik antisociaal kan zijn als ik toch zoveel contacten met andere mensen onderhoud’, zegt de man aan de andere kant van de tafel licht verontwaardigd. ‘En hoe zit het dan met die meervoudige persoonlijkheidsproblematiek?’ wil zijn gesprekspartner weten, tijdens een interview dat nooit eerder was te zien. Oh, dat? Dat was vooral een probleem van enkele gekke doktoren. Toen ze langskwamen, had hij zich nog netjes voorgesteld: ik ben John Wayne Gacy, de politicus, de clown, de familieman en de zakenman. ‘De volgende dag stond er in de krant dat ik een meervoudige persoonlijkheid had!’

De gesprekken die Gacy in 1992 met de legendarische FBI-profiler Robert Ressler had – niet vanwege zijn veelzijdige bestaan, maar vanwege de bijna dertig lijken die in de kruipruimte van zijn huis werden aangetroffen – vormen het hart van deze zesdelige docuserie over één van de beruchtste seriemoordenaars aller tijden. Hier is, zoveel is duidelijk, een monster aan het woord. Of op zijn minst een zeer beschadigde man. Hij oogt niettemin als een joviale buurman, die meteen bijspringt als er een klusje moet worden gedaan. Als aannemer had hij in de regio Chicago zo ook een uitgebreid netwerk opgedaan, waarin zich tevens talloze jonge mannen bevonden. Jongens eigenlijk nog. Voor altijd. Door hem.

Drieëndertig moorden zouden er uiteindelijk officieel worden toegeschreven aan de man, die in 1978 werd gearresteerd en die, ondanks het feit dat hij in 1994 toch echt ter dood is gebracht, nog altijd voortleeft als de ultieme killerclown, Pogo. John Wayne Gacy: Devil In Disguise (310 min.) kan worden beschouwd als het definitieve verhaal van deze volledig verknipte figuur. Daarbij heeft regisseur Rod Blackhurst niet gekozen voor een dramatische, nét iets te dik aangezette true crime-‘tone of voice’ gekozen, maar eerder voor een tamelijk nuchtere toonzetting. Ingetogen bijna. Waarbij niet alleen het bizarre personage Gacy en diens gruweldaden worden uitgediept, maar waarbij er ook aandacht is voor z’n slachtoffers en zijn eigen familie, Johns zus Karen Kuzma in het bijzonder.

Behalve agenten, aanklagers en journalisten die destijds bij het onderzoek betrokken waren, komen ook Gacy’s oude celmaat, voormalige medewerkers en – via een audio-interview – zijn tweede vrouw Carole (die zich regelmatig beklaagde over de stank in huis) aan het woord. Hun herinneringen zijn aangekleed met een uitputtende collectie archiefmateriaal. Daarbij springen met name beelden uit 1969 van Gacy in een gevangenis te Iowa in het oog. Hij zat toen, lang vóórdat hij zijn moordzucht zou gaan botvieren, al een straf uit voor ‘sodomie’. Tijdens activiteiten in de keuken en in gesprekken met het bezoek is een modelgevangene te zien, een man die zijn leven heeft gebeterd en die na achttien maanden vervroegd in vrijheid zal worden gesteld. Het monster, dat zich dus al schuldig had gemaakt aan verkrachting, moest zijn ware gezicht nog tonen.

In de slotafleveringen buigt Blackhurst zich over de vragen die onbeantwoord zijn gebleven na Gacy’s executie: van extra slachtoffers tot grootse complottheorieën. Omdat overtuigende antwoorden opnieuw uitblijven, gaat de serie een beetje als een nachtkaars uit. Al heeft John Wayne Gacy: Devil In Disguise ook dan nog altijd één uitgesproken troef: de grijze, ietwat morsige man, die een ordner heeft aangelegd met gedetailleerde informatie over alle 33 slachtoffers en die intussen tegenover Ressler stellig blijft beweren dat hij daar toch echt niets mee te maken heeft. Iemand die niet beter weet zou hem inderdaad voor een sociale vent kunnen verslijten.

John Wayne Gacy is ook de hoofdpersoon van de driedelige docuserie Conversations With A Killer; The John Wayne Gacy Tapes.

Banksy Most Wanted

Geen kunstenaar beheerst het ‘feed the beast’-principe zo goed als Banksy. Steeds weer weet de Brit, die zijn ware identiteit zorgvuldig afschermt, met zijn spraakmakende, geëngageerde werk de aandacht op zich te vestigen. Terwijl hij, althans volgens zijn voormalige manager Steve Lazarides, vermoedelijk de enige aardbewoner is die niet maalt om de door Andy Warhol aan ons allen toegezegde ‘fifteen minutes of fame’.

In het najaar van 2018 werd Banksy weer wereldnieuws toen zijn schilderij Girl With Balloon, direct nadat het voor 860.000 pond was geveild bij Sotheby’s, zichzelf begon te vernietigen. Een openlijke ‘fuck you’ naar de kunstwereld, die hij toch al geruime tijd in zijn greep houdt. Met sloganeske kunst voor de gewone werkeman, zoals een met graffiti beklede olifant, het anti-pretpark Dismaland of de omstreden sjabloonafbeelding van een Israëlische soldaat die het identiteitsbewijs van een ezel wil zien.

Banksy Most Wanted (82 min.) start als een gedegen inleiding op het oeuvre van de wereldberoemde onbekende kunstenaar, die zich rond de eeuwwisseling als graffiti-artiest begon te manifesteren in Bristol. Anonimiteit was toen nog gewoon bittere noodzaak, hij kon immers elk ogenblik opgepakt worden door de politie. Sindsdien heeft de volksheld echter een Robin Hood-achtige allure gekregen, die het onthullen van zijn identiteit tot een soort internationale volkssport heeft gemaakt.

Daaraan besteden Aurélia Rouvier, Laurent Richard en Seamus Haley dan ook volop aandacht in de tweede helft van deze bijzonder vermakelijke film: wie is Banksy? Een bekende muzikant uit Bristol? Zomaar een onopvallende man? Een vrouw misschien? Of toch een collectief? Al die speculaties leiden uiteindelijk tot een ‘serieus onderzoek’, waarbij methoden worden ingezet die eerder zijn toegepast om seriemoordenaars in de kraag te grijpen. Maar of daarmee ook definitief uitsluitsel kan worden verkregen over de echte naam van dit ontregelende fenomeen?

Banksy Most Wanted vergroot het mysterie uiteindelijk alleen maar en zet zo het zoeklicht nog eens nadrukkelijk op zijn/haar/hun voornaamste kunstwerk: Banksy zelf.

Demi Lovato: Dancing With The Devil

YouTube

Nu gaan ze, zangeres Demi Lovato en de mensen uit haar directe omgeving, wél de waarheid vertellen. Hand op het hart. Niet zoals in die nooit uitgebrachte documentaire, waarin Demi werd gefilmd tijdens haar wereldtournee van 2018 en iedereen nog netjes de schijn ophield. Totdat dit – doordat Demi op 23 juli wereldnieuws werd via een bijna fatale overdosis – met geen mogelijkheid meer was vol te houden en het filmen rigoureus werd gestopt. Einde tourfilm.

Welkom échte documentaire: Demi Lovato: Dancing With The Devil (88 min.). Alhoewel, écht? Deze serie van regisseur Michael D. Ratner, bestaande uit vier handzame delen, komt gewoon uit de koker van Team Demi. We mogen nu toch wél over de heroïne vertellen? vraagt één van de sprekers halverwege de eerste aflevering voor de zekerheid. Het antwoord luidt bevestigend. Welke verhalen echter niet in het gekozen narratief passen en dus toch nog binnenskamers worden gehouden, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Als we dat al zouden willen.

Niet dat er op het eerste oog veel onbesproken blijft in dit onthullende portret: seksueel misbruik, eetstoornissen, verslaving, automutilatie en psychiatrische problematiek. Behalve de hoofdpersoon zelf komt ook Demi’s complete entourage aan het woord: haar moeder, zussen, stiefvader, beste vrienden en een hele zwik medewerkers: een personal assistent, business manager, hoofd beveiliging/stafchef, case manager, choreograaf/creatief directeur en ook nog een ‘gewone’ manager. Voor de zekerheid komt Demi er nog wel even naast zitten of spoort ze hen vooraf aan om vooral de complete waarheid te vertellen – en, waar nodig, hun eigen naam te zuiveren.

Dat voelt allemaal heel Amerikaans: elk dieptepunt blijkt uiteindelijk vooral een aanloop naar een moment van diep inzicht. Het probleem is alleen: die diepere inzichten, zo blijkt uit archiefmateriaal, heeft ze al eerder gehad. En die hebben uiteindelijk dan toch weinig effect gesorteerd. In dat verband zou het interessant zijn geweest als ook Lovato’s vorige management, dat haar ten tijde van die overdosis in 2018 aan strikte regels onderwierp en dat sindsdien aan de kant is geschoven, spreektijd had gekregen. Wat zou dit voor effect hebben gehad op dat roestvrijstalen narratief van in de diepste put vallen en er weer geheel gelouterd uitklimmen?

Échte reflectie – op hoe een leven in de spotlights, vanaf heel jonge leeftijd, jou en je omgeving tekent – ontbreekt evenwel in deze échte documentaire, die uiteindelijk toch eerst en vooral weer een promotool lijkt. Want Demi Lovato: Dancing With The Devil wordt natuurlijk opgeleverd met een gelijknamige hitsingle. En in de bijbehorende videoclip speelt ze, ter leering ende vermaeck, haar eigen overdosis nog eens vol overgave na. Dat kun je dapper noemen. Of smakeloos.

Not A Game

Netflix

Voor alle mensen die consequent weigeren om het spel mee te spelen wordt er in deze gedegen documentaire een compleet nieuw heelal geopend: de gamewereld. Waar jonge ventjes vanuit hun slaapkamer internationale toernooien en grote geldbedragen kunnen winnen. Waar andere kinderen juist wegzinken in een parallel bestaan en steeds verder verwijderd raken van de realiteit. En waar, om nog maar eens een ander clichébeeld te gebruiken, een enkeling zijn primitiefste instincten botviert, die wel tot geweldsuitbarstingen in de echte wereld moeten leiden.

Al wordt dat laatste idee in Not A Game (98 min.) direct grondig onderuit gehaald door een professor van de Universiteit van Essex. ‘Als ik een romantische roman lees, word ik dan romantisch?’ vraagt Richard Bartle van de faculteit computergamedesign. ‘Of lees ik een romantische roman omdat ik een romanticus ben?’ Uit studies blijkt volgens hem het tweede: degenen die gewelddadig blijken te zijn waren dat altijd al. Natuurlijk kunnen games volgens Bartle geweld veroorzaken. Net als pak ‘m beet televisienieuws, films of politiek.

Met insiders en wetenschappers graast documentairemaker Jose Gomez, die Brendan McDonnell heeft gestrikt als verteller, het complete gameterrein af. Waarbij voor de hand liggen deelthema’s als verslaving, gokken en geldklopperij aan de orde komen, professionele gamers en hun families vertellen hoe het ooit is begonnen en ook enkele onverwachte invalshoeken, zoals bijvoorbeeld diversiteit in de gamewereld, worden belicht. Juist in de bijzondere voorbeelden zit de meerwaarde van deze soms wat brave film.

Als na de dood van Eric ‘I can’t breathe’ Garner, doodgedrukt door Amerikaanse politieagenten, bijvoorbeeld een Call Of Duty-toernooi wordt georganiseerd om de kans op rellen te verkleinen en ook de politie zelf besluit om een vertegenwoordiging te sturen. Als een man met een zware lichamelijke beperking laat zien hoe hij in games alles kan zijn wat in het echte leven niet voor hem is weggelegd. En als voor een doodzieke jongen in aller ijl een speciale gameplay wordt gefabriceerd. Zodat hij één keer al zijn fantasieën kan uitleven, voordat hij zijn laatste adem uitblaast.

Dan is gamen ineens écht geen spelletje meer.

Coded Bias

‘Ik haat feministen. Die moeten allemaal dood en branden in de hel.’ Aan het woord is Tay, de chatbot die Microsoft in 2016 lanceerde op Twitter. Binnen enkele uren had de bot zich de mores van z’n nieuwe omgeving volledig eigen gemaakt. Tay begon zich als een racistische, vrouwonvriendelijke klootzak te gedragen. ‘Ik haat Joden. Hitler deed niets verkeerds.’ Het experiment werd na slechts zestien uur afgebroken.

Het verhaal van Tay is exemplarisch voor de centrale thematiek van Coded Bias (85 min.), een alarmistische film van regisseur Shalini Kantayya: moderne technologie, Artificial Intelligence in het bijzonder, is doorgaans de resultante van onbewuste, en vaak ook onbedoelde, aannames en vooroordelen, die bovendien gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden. Dat is vragen om problemen. Met Big Tech, autoritaire regimes of kwaadaardige trollen.

De documentaire start met Joy Buolamwini, een jonge computerwetenschapper die ontdekte dat ‘t een camera opvallend veel moeite kostte om haar gezicht te herkennen. Had dat misschien te maken met het feit dat ze een zwarte vrouw was en niet – zoals nog altijd de standaard is bij de ontwikkeling van nieuwe technologische toepassingen – een witte man? Een algoritme is immers, doceert ze, niet meer dan een voorspelling die is gebaseerd op gegevens die in het verleden zijn ingevoerd.

Van daaruit slaat Kantayya haar vleugels uit naar de mogelijke gevaren van toepassingen zoals ongebreidelde dataverzameling, gezichtsherkenning op bestelling en geautomatiseerde beoordelingsystemen. Natuurlijk wordt daarbij regelmatig de link gelegd met dystopische klassiekers zoals George Orwells 1984. In China kun je bijvoorbeeld al inkopen afrekenen via een gezichtsscanner, maar voor hetzelfde geld word je op basis van datzelfde uiterlijk voortaan geweerd uit het openbaar vervoer.

Coded Bias had nog wel wat krachtige voorbeelden kunnen gebruiken: van gewone stervelingen die door/met tech zijn gegeseld. Want als A.I. en andere moderne technologie in verkeerde handen belandt, zoveel maken de verschillende sprekers wel duidelijk, belanden we beslist in een unheimische wereld, waarin massale en veelal onzichtbare manipulatie de menselijke maat, elke vorm van privacy en gewoon gezond verstand zal verdringen.

Desert Paradise

Baldr

De Namdeb-diamantmijn zal binnen afzienbare termijn gaan sluiten. En dat heeft gevolgen voor iedereen in Oranjemund. Het stadje in het zuiden van Namibië moet alle zeilen bijzetten om te kunnen blijven bestaan. Want met de mijn dreigt ook de werkgelegenheid te verdwijnen. En dan vertrekken als vanzelf tevens de mensen. Waardoor het voorzieningenniveau nóg verder onder druk komt te staan.

Ike Bertels documenteert de krimp in de geïsoleerde gemeenschap, die een pad naar de toekomst probeert te vinden. Her en der worden er nieuwe initiatieven ontplooid, elders pakken mensen echter hun biezen. De gloriedagen van het stadje, dat in 1936 werd gesticht nadat er diamanten waren gevonden, komen volgens hen echt niet meer terug. Desert Paradise (88 min.) zou wel eens ten dode opgeschreven kunnen zijn, hoezeer sommige inwoners ook de moed erin proberen te houden. Zou toerisme misschien de ommekeer kunnen inluiden?

Met engelengeduld observeert Bertels de verwikkelingen in het Namibische stadje. Die spelen zich af tegen een prachtig decor, dat ook zeer fraai is vereeuwigd met grote, weidse shots. De aankleding van de film is verder sober gehouden. Het verteltempo blijft bovendien tamelijk laag. Erg veel gebeurt er eigenlijk niet. Zo wordt voelbaar dat het hedendaagse Oranjemund niet mee kan in de eisen van deze tijd.

Die aanpak dwingt de kijker echter om volledig weg te zinken in de activiteiten en gesprekken van de Oranjemunders. Anders wordt deze kalme documentaire vooral een kwestie van uitzitten.

The Dilemma Of Desire

Kartemquin Films

‘Wát?’ dacht biologe Stacey Dutton toen ze de ‘cliteracy’-tekeningen zag van kunstenares Sophia Wallace. ‘Dus zo ziet een clitoris eruit?’ Tegelijkertijd schaamde ze zich. ‘Hoe kan het dat ik er als vrouwelijke bioloog geen idee van heb hoe mijn eigen biologie eruit ziet?’

Sophia Wallace had haar eigen openbaring toen ze na de dood van haar oma, moeder van vijf kinderen, hoorde dat die nooit een orgasme had gehad. Sophia kon daar niet over uit. Toen één van haar vriendinnen vroeg of ze eigenlijk wel wist dat de clitoris een hartstikke groot orgaan is, ging de New Yorkse kunstenares op onderzoek uit. Ze ontdekte tot haar verbazing dat ze nauwelijks wist hoe haar lichaam in elkaar stak, inclusief het inwendige deel van de clitoris.

Intussen wisten beide vrouwen natuurlijk alles over de penis. Want, zo betoogt de interessante, nét iets te lijvige documentaire The Dilemma Of Desire (108 min.) van Maria Finitzo: het mannelijke perspectief domineert op alle mogelijke manieren onze seksuele opvoeding en beleving. Aan de hand van Wallaces werk en de persoonlijke verhalen van enkele vrouwen die hun eigen seksualiteit hebben (her)ontdekt belicht de film welke voetangels en klemmen ze daarbij tegenkomen. Waarbij de man toch steeds weer een sleutelrol speelt. Als partner in crime, agressor of (dominant) rolmodel.

Zo zou de vibrator bijvoorbeeld ooit door mannelijke artsen zijn ontwikkeld om hysterische vrouwen een climax te laten beleven en weer in het gareel te krijgen. In de woorden van industrieel ontwerper Ti Chang, die met haar eigen bedrijf Crave smaakvolle erotische producten maakt: ‘Genot was een ziekte.’ Die drempel is, een dikke eeuw later, nog altijd niet geheel geslecht. En dat gaat ons allemaal aan, vindt Sophia Wallace. Niet alleen vrouwen. Zoals ze het uitdrukt in een projectie op Trump Tower: ‘Democracy Without Cliteracy… is a phallusy.’

President

Final Cut For real / Henrik Ibsen

Als president Robert Mugabe, die Zimbabwe bijna veertig jaar met ijzeren hand regeerde, in 2017 wordt gedwongen om af te treden, lijkt de weg vrij voor oppositieleider Morgan Tsvangirai. Een kleine vier maanden voor de verkiezingen van 2018 bezwijkt hij echter aan kanker. Zijn positie wordt ingenomen door de veertigjarige advocaat Nelson Chamisa. Hij moet het opnemen tegen vicepresident Emmerson Mnangagwa, een man die tientallen jaren Mugabe’s rechterhand was en met de hand op het hart heeft beloofd dat er eerlijke verkiezingen komen. Nu wel.

Maar of die belofte ook daadwerkelijk garandeert dat de nieuwe President (133 min.) van het Afrikaanse land op een faire manier wordt gekozen? De Deense regisseur Camilla Nielsson sluit aan bij Chamisa’s campagne en kijkt of de democratie in Zimbabwe, die ze eerder al gadesloeg in de boeiende documentaire Democrats (2014), standhoudt als de gemoederen steeds verder verhit raken. Daarbij stuit ze ook heel even op Paul Mangwana en Douglas Mwonzora, de twee juristen die in haar eerdere film namens regeringspartij ZANU-PF en oppositiepartij MDC samen een nieuwe grondwet probeerden te schrijven. Het land lijkt sindsdien niet veel te zijn opgeschoten.

Nielssons observerende documentaire is een Afrikaanse variant op klassieke campagnefilms zoals PrimaryThe War Room of Weiner. President speelt zich alleen niet af in een min of meer stabiele westerse democratie, maar in een land dat al decennia leeft onder het juk van een dictatoriale leider. Dat is voelbaar in elk shot: pogingen om de verkiezingen te manipuleren zijn veel minder subtiel en verhullen ook nauwelijks dat er zo nodig nog veel grovere middelen zullen worden ingezet om het beoogde resultaat te bereiken. De dreiging van geweld, die voortdurend boven de markt hangt, zal uiteindelijk ook daadwerkelijk uitmonden in rellen, waarbij politie en leger zich bepaald niet onbetuigd laten.

Zo toont deze indringende film van zeer dichtbij hoe geschiedenis zowel wordt gemaakt als herhaald en levert die tevens bewijsmateriaal van hoe democratische verkiezingen als dekmantel kunnen worden gebruikt om een autoritair regime te legitimeren.

Brief Aan Mijn Papa

Het is een universeel gevoel: dat je vader voortdurend over je schouder meekijkt, adviezen geeft en kritiek levert. En dat jij als kind die overleden ouder voortdurend meeneemt – meesleept soms – in je leven. Hengelend naar zijn trots, bang voor zijn toorn en zoekend naar waar hij en jij elkaar raken.

De vader van journalist, schrijver en theatermaker Ibrahim Selman stierf in december 1974, tijdens de strijd voor een onafhankelijke staat voor hun volk, de Koerden. Ibrahim, inmiddels bijna zeventig, kwam er pas enkele maanden later achter. Zijn vader sneuvelde in een land dat nog steeds niet bestaat: Koerdistan. Een land dat niet mág bestaan. Het idee wordt nog altijd doodgedrukt tussen Irak, Turkije, Iran en Syrië. Menige Koerd is noodgedwongen op de vlucht geslagen. In 1981 belandde Ibrahim Selman zo in Nederland.

In Brief Aan Mijn Papa (75 min.) bezoekt hij het land van zijn oorsprong. Hij beleidt zijn tocht langs familieleden, jeugdherinneringen en plekken die de recente Koerdische historie hebben getekend met een persoonlijke voice-over, gericht aan de ouder die al ruim veertig jaar ontbreekt. Die tekst is alleen erg breedsprakig, particulier of uitleggerig, waardoor sommige scènes, zoals het bezoek aan een plek waar vaderlief begraven zou liggen, een beetje doodslaan. More betekent in dit geval inderdaad less.

Deze documentaire ontbeert daardoor de poëzie en zeggingskracht die een thematisch verwante film als Sidik En De Panter kenmerkt. Voor buitenstaanders is het lastig om de persoonlijke ervaring van Ibrahim Selman zelf te ontstijgen en het tragische relaas van de Koerden niet alleen te begrijpen maar ook echt te voelen. Dat is spijtig, want de bijbehorende verhalen zijn het op zich zeker waard om te vertellen.

‘Ik zoek rust, vader’, leest Ibrahim voor uit eigen werk, in een oud fragment uit het televisieprogramma De Wandeling dat het einde van de film aankondigt. ‘Gun me een paar eenzame dagen met stilte. Stilte is leven. Houd op met het gefluister in mijn oor. Een kwart eeuw na je dood.’

In De Ban Van De Bom

&Bromet

Als hij bij de huidige bewoners van het pand van z’n voormalige werkgever zijn verhaal probeert te doen, zou je Frits Veerman gemakkelijk voor een complotdenker kunnen houden. Hij strooit met allerlei onbekende termen en namen en rept bovendien over spionage: zijn Pakistaanse collega Abdul Khan zou in de jaren zeventig geheime informatie over de verrijking van uranium hebben gestolen. En daarmee zou het Aziatische land, in een soort permanente oorlog verwikkeld met buurland India, een atoombom hebben kunnen testen. De informatie is daarna ook nog terechtgekomen bij schurkenstaten als Noord-Korea.

Jaaaah, Frits, ben je geneigd om te antwoorden, maar hoe gaat het thuis, met je vrouw en kinderen? Zulke reacties heeft de man vast ook vaak gekregen, te beginnen vanuit zijn werkgever FDO waar hij werkte aan zogenaamde ultracentrifuges. Daar hadden ze niets met zijn verhalen. Slecht voor de reputatie van het bedrijf. Frits moest zijn mond houden en werd langzaam maar zeker richting de uitgang gedirigeerd. Er was één klein probleem: hij had gelijk. De notoire complotdenker was in werkelijkheid een klokkenluider.

‘Heb je ooit wel eens de behoefte gevoeld om het voor Frits op te nemen?’ vraagt Frans Bromet in de tv-docu In De Ban Van De Bom (82 min.) aan Veermans voormalige collega Gerrit Kleyn. ‘Nu dus’, reageert die. ‘Nu is een beetje laat, hè’, vindt Bromet. Kleyn: ‘Ja, maar wat kan ik eraan doen?’ En dus stond Frits Veerman er tijdens die jaren grotendeels alleen voor. De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) had weliswaar al snel in de smiezen dat het klopte wat hij beweerde, maar probeerde toch – onder invloed van de CIA? – om hem monddood te maken.

Frans Bromet onderzoekt die pijnlijke kwestie met Veerman zelf, zijn vrouw Marie en diverse deskundigen en bekijkt tevens of zijn poging om ruim veertig jaar na dato, via het Huis voor Klokkenluiders, alsnog te worden gerehabiliteerd kans van slagen heeft. Als blijkt dat de AIVD, de opvolger van de BVD, tevens participeert in dat Huis, wordt ook die hoop de bodem ingeslagen. Frits blijft echter, tegen beter weten in, geloven in een goede afloop. Intussen wordt Abdul Khan in Pakistan op het schild gehesen als een soort redder des vaderlands.

Het is een typische David & Goliath-vertelling over een man die, jawel, een complot op het spoor komt en vervolgens jarenlang dwars wordt gezeten, ook door de Nederlandse staat, bij het naar buiten brengen daarvan. Totdat er van de gedreven idealist alleen nog een roepende in de woestijn over is. Bromet neemt alleen wel heel veel tijd om die eenzame strijd uit de doeken te doen. Een iets strengere selectie van de interviews en dus een hoger verteltempo zouden dit schrijnende verhaal, dat inmiddels een erg tragisch staartje heeft gekregen, goed hebben gedaan.

Dying To Divorce

Java Films

Arzu trouwde met hem op haar veertiende. In de navolgende jaren kreeg het Turkse stel zes kinderen. Toen Ahmet een ander bleek te hebben, wilde zij echter scheiden. Als retributie schoot hij haar onderweg naar de rechtbank in beide armen en benen. Inmiddels zit Arzu in een rolstoel en dreigt het gevaar dat ze ook haar armen niet meer kan gebruiken. En dan kan ze niet voor haar kinderen zorgen. ‘Ik had niet zover moeten gaan’, stelt haar man vanuit de Yozgat-gevangenis. ‘Maar ze beledigde mijn trots en eer.’

Het relaas van Kübra is zo mogelijk nóg schrijnender. Ze was een succesvolle televisiejournalist voor Bloomberg TV. Speciaal voor haar nieuwe liefde Neptün keerde ze vanuit Londen terug naar Istanboel. Het huwelijk werd geen succes. Enkele dagen na de geboorte van hun eerste kind kregen ze ruzie. Kübra liep daarbij ernstige hersenschade op – al is die volgens Neptün veroorzaakt door complicaties bij de keizersnede. Ze heeft haar dochter Alara, ondanks afspraken over een bezoekregeling, inmiddels ruim tweeënhalf jaar niet gezien.

De twee vrouwen worden bijgestaan door de strijdvaardige advocate Ipek Bozkurt, de hoofdpersoon van Dying To Divorce (82 min.). Documentairemaker Chloë Fairweather observeert hoe zij de twee vrouwen gedurende enkele jaren probeert bij te staan. Ze heeft het tij alleen niet mee in het hedendaagse Turkije, waar president Recep Erdogan steeds meer macht naar zich toetrekt. En hij heeft uitgesproken ideeën over de positie van vrouwen. Die moeten eerst en vooral moeder zijn, zegt hij tijdens een speech op Internationale Vrouwendag. ‘Maar probeer dat maar eens uitgelegd te krijgen aan feministen.’

Inmiddels krijgt eenderde van de Turkse vrouwen te maken met huiselijk geweld en begint ook het aantal gevallen van femicide schrikbarende vormen aan te nemen. De ruimte om je daartegen uit te spreken wordt echter zienderogen kleiner, zo ervaart Bozkurt aan den lijve in deze beklemmende film, waarin de zaken van Arzu en Kübra binnen de Turkse politieke context worden geplaatst. De vrijheid van meningsuiting komt steeds verder onder druk te staan, waardoor ook de mogelijkheden voor hen om hun recht te halen ernstig wordt beknot.

Hitchcock/Truffaut

‘Beste meneer Truffaut, uw brief zorgde voor tranen in mijn ogen’, schreef de vermaarde filmregisseur Alfred Hitchcock begin jaren zestig aan zijn veel jongere Franse collega. ‘Ik ben zo dankbaar voor deze erkenning van u.’

Nouvelle vague-pionier François Truffaut wilde in gesprek met de ‘master of suspense’, die hij beschouwde als de beste regisseur ter wereld. En de Britse gigant, geplaagd door het gevoel dat hij niet serieus werd genomen als kunstenaar, wilde zich maar al te graag uitgebreid – een week lang zelfs, met een vertaalster – laten interviewen over zijn oeuvre.

De gesprekken die ze voerden voor Hitchcock/Truffaut, het boek dat daaruit voortvloeide en dat wordt beschouwd als een essentieel werk over het medium film, vormen de basis voor deze documentaire van Kent Jones uit 2015, die verplichte kost is voor elke cinefiel en tevens dienst kan doen als masterclass voor aspirant-filmmakers.

Aan de hand van fragmenten uit klassieke Hitchcock-films zoomen de hedendaagse filmmakers David FincherMartin Scorsese, Arnaud Desplechin, Richard Linklater, Kiyoshi Kurosawa, Wes Anderson, James Gray, Paul Schrader, Peter Bogdanovich en Olivier Assayas in op het werk van de grootmeester en destilleren er elementaire lessen uit.

Hitchcock/Truffaut (80 min.), dat ook een fotoserie van de tweegesprekken incorporeert, slaagt daardoor ook als eigenstandig kunstwerk: de documentaire dwingt de kijker om de alledaagse werkelijkheid, waartoe we de speelfilms van Alfred Hitchcock toch zo langzamerhand mogen rekenen, met arendsogen te bekijken.

En dan valt er, ruim een halve eeuw na dato, nog van alles te ontdekken. Want, zoals één van de sprekers ‘t formuleert, zelfs de slechtste Hitchcock-film is vele malen interessanter dan de meeste andere rolprenten.

Fresh Dressed

Zie ze staan. Die zwarte gleufhoeden. Opzichtige gouden kettingen. Lekker glanzende trainingspakken. En, natuurlijk, de blitse sneakers met de drie signatuurstrepen. Vereeuwigd in de hit My Adidas. Run-DMC, hiphoppioniers van het zuiverste water. Ze hielpen ooit vrolijk mee met het definiëren van de inmiddels immens succesvolle muziekstroming en legden via een samenwerking met Aerosmith bovendien hoogstpersoonlijk de crossover tussen rap en rock. Ze ogen net zo cool als ze klinken.

We hebben wel wat weg van pauwen, zegt collega-rapper Nas in Fresh Dressed (80 min.), een vlotte docu van Sacha Jenkins uit 2015 over de hiphopcultuur. Alles behalve de muziek zelf eigenlijk. De kleren. De blingbling. De schoenen. Hoe de lifestyle ontstond, zich ontwikkelde en groot werd. Een levenswijze die werd vermarkt via kopstukken als LL Cool J en Tupac, zijn weg naar tv vond via de comedy The Fresh Prince Of Bel-Air en niet lang daarna zijn officiële entree maakte in de modewereld.

Het complete verhaal van de hiphopstijl dus, geplaatst te midden van het straatleven, graffiti en de urban-cultuur. Opgedist door toonaangevende rappers als Kanye West, Pharrell Williams en Sean ‘Puffy’ Combs. Bijgestaan door insiders zoals Vogue-editor André Leon Talley, kledingdesigner Dapper Dan en fotograaf Jamel Shabazz. Opgeleukt met geinige animatiesequenties. En aaneengesmeed met, natuurlijk, klassieke hiphoptracks.

Het is een verhaal over cultuur en business, maar ook over identiteit. Want de oorsprong van al dat uiterlijk vertoon ligt toch echt in de achtergestelde positie van Afro-Amerikanen in de grote steden. Op straat moest je iemand lijken – ook al had je geen nagel om aan je kont te krabben. Hoe kon je jezelf anders onderscheiden, de competitie met anderen aangaan of – gewoon – iets van zelfrespect behouden?

Nu hiphop onderdeel is geworden van de mainstream, is er heel veel veranderd. En ook weer heel weinig.

Mijn Seks Is Stuk

VPRO

‘Ga je bij me weg als we nooit meer seks hebben?’ valt Lize Korpershoek meteen met de deur in huis in de persoonlijke documentaire Mijn Seks Is Stuk (34 min.). ‘Kan’, antwoordt haar vriend, televisiepresentator Tim Hofman. ‘Kan ook als we wel weer seks hebben.’ Hij vat de actuele stand van zaken nog even bondig samen: ‘We kunnen uit elkaar gaan.’ Zucht. ‘En we kunnen bij elkaar blijven, maar gewoon geen seks hebben.’

Zodra Lize veilig in een relatie zit, constateert ze zelf, verdwijnt haar lust als sneeuw voor de zon. En dat vindt ze toch wel ‘focking jammer’. Is haar seks definitief stuk of toch nog te repareren? Die vraag ligt ten grondslag aan de beurtelings intieme, spannende en soms ook licht gênante zoektocht die haar vervolgens bij een seksuoloog, lingeriewinkel en tantra-oefening en in gesprek met haar moeder en eerste vriendje brengt.

Tussendoor filmen Tim en Liza elkaar en bespreken ze wat er zoal mis is of gaat: tussen hen of gewoon met haar. Daarbij voel je als buitenstaander soms toch een soort voyeur. Óók omdat het jonge, aantrekkelijke én bekende mensen betreft. Die bovendien enorm mediawijs zijn. Bevragen ze elkaar werkelijk als partner – of toch (ook) als interviewer, die maar al te goed weet wat ‘het publiek’ straks wil zien en horen?

Tegelijkertijd is dat waarschijnlijk ook de reden dat dit privéverhaal, waarmee een taboe inzichtelijk en bespreekbaar wordt gemaakt, in 2019 echt resoneerde bij een groot publiek. De goedkope aandrang om te weten hoe het er bij ‘Tim & Lize’ in de slaapkamer aan toegaat, maakt bovendien al gauw plaats voor oprechte interesse: hoe haal je voor jezelf de druk van de ketel? En hoe ga je er als koppel mee om als seks voor één van de twee niet meer vanzelfsprekend is?

Deze bijdetijdse film, waarvoor Willem Timmers als coregisseur fungeerde, werpt zulke vragen op en vermijdt gelukkig al te gemakkelijke antwoorden.