Eyes On The Prize III: We Who Believe In Freedom Cannot Rest 1977 – 2015

HBO Max

Rashidah Hassan, Michael Zinzun en Ayinde Jean-Baptiste. De namen spreken minder tot de verbeelding dan pak ‘m beet Malcolm X, Rosa Parks en Martin Luther King. En de prestaties van hen en hun generatiegenoten in The Bronx, Watts en Warren County roepen vast ook niet direct de iconische beelden op van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging in de jaren zestig en zeventig. Toch staan zij op de schouders van deze giganten en zetten ze hun werk voort, in hun eigen tijd en binnen hun eigen omgeving.

De gelauwerde historische documentaireserie Eyes On The Prize: America’s Civil Rights Years 1954 – 1965 (1987) geldt als een gezaghebbend document over de beginjaren van de Afro-Amerikaanse strijd voor gelijke rechten. Opvolger Eyes On The Prize II: America At The Racial Crossroads 1965 -1985 (1990) richt zich op de navolgende twintig jaar. 35 Jaar later is er nu ineens een derde seizoen: de zesdelige serie Eyes On The Prize III: We Who Believe In Freedom Cannot Rest 1977 – 2015 (345 min.) van showrunner Dawn Porter.

Daarin verhalen Geeta Gandbhir, Samantha Knowles, Leslie Asako Gladsjo, Muta’Ali, Smriti Mundhra en Rudy Valdez over uiteenlopende ‘zwarte’ onderwerpen zoals het ‘zweetvermogen’ van het woningproject Banana Kelly in New York, de zorg voor AIDS-patiënten van kleur, het camera-initiatief van de Coalition Against Police Abuse (waardoor ook de geruchtmakende afranseling van Rodney King kon worden vastgelegd) en de Million Man March in Washington DC in 1995 van de omstreden Nation Of Islam-leider Louis Farrakhan.

Verder buigt deze lijvige productie, waarin zowel zwarte iconen zoals Angela Davis, Al Sharpton en Maxine Waters als allerlei direct betrokkenen bij de acties, initiatieven en protesten aan het woord komen, zich ook over de strijd tégen stuitend milieuracisme rond gif lozende fabrieken, vóór positieve discriminatie in het schooldistrict van Wake County, Noord-Carolina, en mét de eerste zwarte president Barack Obama om van de Verenigde Staten écht een inclusief land te maken – al valt zijn input in hun ogen vaak nogal tegen.

Nadat de zeventienjarige Trayvon Martin in 2012 is vermoord door een beveiliger en de schutter zowaar wordt vrijgesproken, ontstaat er een nieuwe generatie zwarte activisten, die zich op alle mogelijke manieren begint te verzetten tegen (politie)geweld tegen Afro-Amerikaanse jongeren. Zij reppen over ‘Black Lives Matter’, een slogan die zeker in de tumultueuze eerste termijn van de Amerikaanse president Trump (2017-2021) – buiten de scope van deze gedegen serie dus – nog tot grootschalige protesten en confrontaties zal leiden.

Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.

Vergiss Meyn Nicht

Omroep Zwart

De 360 graden-camera waarmee filmstudent Steffen Meyn alle verwikkelingen in het activistische boomhuttendorp in het Hambacher-bos en de pogingen van de Duitse overheid om dat te ontruimen documenteert, legt ook rücksichtslos vast hoe hij zelf tijdens die uitzetting, op 19 september 2018, bij een tragisch ongeval om het leven komt. In de openingsscène van Vergiss Meyn Nicht (Engelse titel: Lonely Oaks, 102 min.) vindt een politieagent de camera, die Meyn op zijn fietshelm had bevestigd. De man raapt hem op en pakt hem in, hij heeft alleen niet door dat ook dit wordt geregistreerd.

In deze boeiende documentaire van Fabiana Fragale, Kilian Kuhlendahl en Jens Mühlhoff brengt diezelfde camera van binnenuit de jarenlange bezetting van de klimaatactivisten van het Hambi-bos, gelegen tussen Keulen en Aken, en hun strijd tegen de vervuiling door de nabijgelegen kolencentrales in beeld. Medebewoners van Steffen Meyn, volgens hen een stadsjongen met hoogtevrees, blikken ondertussen terug op hun woelige periode in het boomhuttendorp, waar ‘t tot stevige confrontaties met de Duitse politie kwam – en ook intern mensen soms recht tegenover kwamen te staan.

Een deel van de autonome bosbewoners doet z’n verhaal anoniem – omdat hun identiteit er volgens hen niet toe doet of simpelweg om uit handen van de Duitse justitie te blijven – en gaat dan ook in op leven (en sterven) voor een groter ideaal, welke methoden geoorloofd zijn om het gemeenschappelijke doel te bereiken en twijfels over hun eigen activisme. ‘Ik vind het belangrijk om in iets te geloven, ook in dingen die belangrijker zijn dan ikzelf’, zegt een oud-bewoonster van het dorp bijvoorbeeld. ‘Maar dit kan ook betekenen dat je je eigen leven wegcijfert ten faveure van het collectief.’

Camera’s fungeren tijdens hun strijd als wapen: om het gedrag van agenten ter plaatse te beteugelen of anders naderhand aan de kaak te kunnen stellen. Die functie hebben ze ook in deze film, waarmee de strijd om het Hambi-bos letterlijk vanuit hun perspectief is mee te beleven. Hoe een eco-activiste die zich aan een boom heeft vastgeketend bijvoorbeeld hardhandig wordt overmeesterd. Ondanks die ene camera laat de documentaire natuurlijk geen 360 graden-blik van de situatie zien. Politiemensen worden bijvoorbeeld grotendeels gereduceerd tot gezichtsloze vijand.

Tegenover zulke domme krachten die, namens een op z’n minst onverschillige overheid, de belangen van het kapitaal verdedigen, zet ‘extreemlinks’ zich schrap, een stel autonomen en outsiders die zich met hand en tand verdedigt tegen de vernieling van de aarde. Tot, in elk geval bij Steffen Meyn, de dood erop volgt – al zou je die ook het gevolg van een stom ongeluk kunnen noemen.

10 Jaar #JeSuisCharlie

Marec / VRT

Niemand werd gespaard. Hard en grof, niets en niemand ontziend. De redactie van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, een zelfverklaard ‘journal irrespondable’, kende geen heilige huisjes. ‘Als iemand zei: je mag dat niet doen, dan deden ze het wel’, vertelt de Vlaamse cartoonist Marec in de tv-docu 10 Jaar #JeSuisCharlie (51 min.). ‘Met het idee: we zorgen dat we met veel zijn, want je kan ons niet allemaal doden.’

Dat was buiten de broers Chérif en Saïd Kouachi gerekend. Op 7 januari 2015 drongen deze zwaarbewapende moslimextremisten binnen bij de redactie en maakten daar twaalf dodelijke slachtoffers. De terroristische aanslag schokte de wereld. ‘Wie vermoordt er nu een clown?’ Cartoonist Monsieur KAK kan er nog altijd niet over uit. ‘Dat doe je niet.’ Ruim drie miljoen mensen gingen de straat om te betogen. Ook ruim veertig regeringsleiders liepen mee in Parijs en riepen vrij en onverveerd: je suis Charlie.

Op de eerste rij was de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te ontwaren, even verderop volgde de Hongaarse leider Viktor Orbán. Tien jaar later is duidelijk hoeveel waarde zij in werkelijkheid hechten aan de vrijheid van meningsuiting: nagenoeg niets. Zodra hun eigen imago of belangen in het geding komen, komen zulke heren – of hun politieke vrinden of trollenleger – direct in het geweer en laten ze zien dat ze geen haar beter zijn dan hun Turkse collega Recep Erdogan of andere autocratische regimes.

Sinds Charlie Hebdo lijkt het klimaat voor cartoonisten en politieke tekenaars zelfs alleen maar verslechterd. Als Marec in een Purple Lives Matter-cartoon bijvoorbeeld bestuurlijke perikelen bij de voetbalclub Anderlecht verbindt met de dood van George Floyd wekt dat de woede van de Belgische international Romelo Lukaku en zijn achterban. Zijn collega Lectrr krijgt na een Corona-cartoon zelfs de Chinese overheid achter zich aan. Die eist een publieke verontschuldiging van hem en z’n krant.

‘Het gaat niet over de tekening die je maakt’, concludeert de bekende Vlaamse absurdist Kamagurka, die dertig jaar werkte voor Charlie Hebdo en enkele maanden voor de aanslag in 2015 stopte. ‘Het gaat over degene die ernaar kijkt en de macht van de figuur die ernaar kijkt tegenover de cartoonist. Het is niet de cartoonist die zich iets permitteert, maar wel de macht.’ En dus heeft zijn beroepsgroep zich georganiseerd in belangenverenigingen zoals Cartooning For Peace en Reporters Zonder Grenzen.

Want ook in het vrije westen, waar de persvrijheid altijd min of meer gegarandeerd leek, krijgen individuele tekenaars en hun opdrachtgevers te maken met openlijke vijandigheid en censuur, toont deze boeiende documentaire via via voorbeelden uit alle uithoeken van de wereld. Simpel gesteld: je suis Charlie lijkt op sommige plekken stilaan te zijn vervangen door tu es Charlie.

Night Is Not Eternal

HBO Max

Ook aan deze nacht komt ooit een einde, placht Oswaldo Payá te zeggen tegen zijn dochter Rosa. Night Is Not Eternal (93 min.). Voor haar voelt dat soms wel zo. Ook na de dood van de almachtige leider Fidel Castro in 2016 hield het Cubaanse regime gewoon stand. Haar vader Oswaldo, een bekende pro-democratie activist en criticaster van het communistische bewind, was toen zelf overigens al enkele jaren dood. Hij kwam in 2012 onder mysterieuze omstandigheden om het leven bij een auto-ongeluk.

Zijn dochter is sindsdien bevriend geraakt met de Chinese documentairemaakster Nanfu Wang (One Child Nation, Mind Over Murder en In The Same Breath). De twee ontmoetten elkaar bij een vertoning van Wangs debuutfilm Hooligan Sparrow (2016), raakten in gesprek en ontdekten toen allerlei paralellen. Allebei groeiden ze op binnen een land met een repressief regime. Wanneer Nanfu haar vriendin opzoekt in Cuba als ook zij daar actie voert voor meer democratie, herkent ze direct de beklemming van haar geboorteland. Al snel worden ze geschaduwd door lieden met een camera.

De twee lijken voorbestemd om vriendinnen voor het leven te worden. Uiteindelijk beginnen hun paden echter uit elkaar te lopen als Rosa Maria Payá zich ontwikkelt tot een woordvoerder van de Cubaanse oppositie. Nanfu Wang begeleidt dit proces met een persoonlijke voice-over. De toon daarvan verandert gaandeweg van bewonderend naar confuus, wanneer Rosa in hun nieuwe vaderland, de Verenigde Staten van president Donald Trump, aan de overzijde van het politieke spectrum belandt. Als anticommuniste lijkt ze zich nu aan de zijde van een potentiële autocraat te scharen.

Wang gebruikt haar verbazing daarover om ook haar eigen overtuigingen te onderzoeken en vraagt ze zich af of je als individu überhaupt enige invloed hebt op de loop der dingen. Het is moeilijk om optimistisch te blijven bij die gedachte. Rosa voelt zich daarentegen ‘gefrustreerd, maar niet ontmoedigd’. Zij heeft in haar land, waar in de afgelopen jaren grootschalige protesten tegen de regering zijn opgelaaid en ook weer uitgedoofd, signalen gezien die volgens haar duiden op verandering. ‘Als we zelf beginnen te denken dat we machteloos zijn’, concludeert zij. ‘Dan zijn we dat ook.’

En daarbij zijn al die autocraten alleen maar gebaat.

Inquilab Di Kheti

IDFA

‘Als deze wetten niet worden ingetrokken, zal ik, Rakesh Tikait, een einde aan mijn leven maken’, verklaart de geëmotioneerde Indiase vakbondsleider, woordvoerder van de verzamelde sikh-boeren uit de Punjab-regio, met overslaande stem tegenover een cameraploeg. Het is 26 januari 2021, Onafhankelijkheidsdag. De Indiase premier Narendra Modi heeft net hard laten ingrijpen bij de massale boerenprotesten tegen het landbouwbeleid van zijn regering.

De schokkende uitspraak van de vakbondsman markeert het dieptepunt in de confrontatie en is door regisseur Nishtha Jain precies halverwege de documentaire Inquilab Di Kheti (Engelse titel: Farming The Revolution, 105 min.) geplaatst. Het conflict is enkele maanden eerder, in het najaar van 2020, begonnen met zeer omstreden nieuwe wetgeving van de regering om grote bedrijven toegang te geven tot landbouwgrond, ten koste van plaatselijke boeren en landarbeiders.

Daarmee heeft premier Modi een epische ‘stare down’ met de boerenvakbond in gang gezet. Al snel wordt de hoofdstad New Delhi omsingeld door enkele honderdduizenden demonstranten, die de snelweg blokkeren en met hun tractoren een gigantisch tentenkamp inrichten. Ze zijn gekomen om te blijven, totdat Modi zijn desastreuze plannen intrekt. En zijn regering probeert de boeren op z’n beurt, via regeringsgezinde media, te framen als terroristen en religieuze fanatici.

Dat boerenprotest is overigens een kleurrijke bedoening, met die enorme verzameling sikhs en hun tulbanden en hoofddoeken, vlaggen en tenten. Terwijl zij zich met elkaar verpozen, luisteren naar vurige toespraken over binnen- en buitenlandse ‘parasieten’ en worden opgezweept met protestsongs, laat Farming The Revolution ook zien hoe het gewone leven in Punjab doorgaat. Bij toerbeurt reizen plaatselijke mannen en vrouwen af naar de frontlinie om te participeren in de demonstraties. 

Nishtha Jain richt zich op het collectieve karakter van de actie en licht er enkele individuele activisten een klein beetje uit. Los van elkaar kunnen zij de loop der dingen niet beïnvloeden, zo lijkt de klassieke arbeidersboodschap, maar samen staan ze sterk. En dat gevoel houdt hen ook bij elkaar, als de weersomstandigheden beginnen op te spelen en er echt Ausdauer wordt gevraagd in deze degelijke registratie van een cruciale gebeurtenis in de recente Indiase historie.

Het zal uiteindelijk ruim een jaar duren voordat duidelijk wordt wie er voor het eerst met z’n ogen knippert: de regering Modi of toch de verzamelde boeren.

Of Caravan And The Dogs

de redactie van Novaya Gazeta / Rise And Shine

Het is geen nieuw verhaal, maar al zo oud als Methusalem. Elk autocratisch regime draait vroeg of laat de vrijheid van meningsuiting de nek om. In Poetins Rusland is dat proces natuurlijk al heel lang aan de gang, maar de aangekondigde aanval op Oekraïne brengt dit proces begin 2022 nog eens in een stroomversnelling.

Hoofdredacteur Dmitri Moeratov van Novaya Gazeta heeft z’n Nobelprijs voor de Vrede in 2021 nauwelijks in ontvangst genomen of ook zijn krant krijgt steeds nadrukkelijker de duimschroeven aangedraaid in Of Caravan And The Dogs (89 min.). Hij had daar in zijn speech al op gezinspeeld: de honden, ofwel de onafhankelijke media, kunnen blaffen wat ze willen, de karavaan trekt verder. Te beginnen op 24 februari 2022, Oekraïne in.

Het Russische agentschap Roskomnadzor begint zich dan steeds nadrukkelijker te bemoeien met hoe onafhankelijke media zoals ook de radiozender Echo Of Moscow en het tv-station Dozhd berichten over de oorlog. Die mogen zich alleen baseren op officiële Russische bronnen en moeten voortaan elk woord op een goudschaaltje leggen. Zo wil het regime bijvoorbeeld niet dat ze de benaming ‘oorlog gebruiken.

Regisseur Askold Kurov en een collega die zich Anonymous1 noemt kijken achter de schermen mee, waar zowel de redacties als geheel als de individuele journalisten moeten kiezen tussen ‘fight’ or ‘flight’ omdat ‘freeze’, de oorlog proberen uit te zitten, steeds minder tot de mogelijkheden lijkt te behoren. De situatie vraagt om moed, onverzettelijkheid en galgenhumor – en dwingt hen soms bijna om eieren voor hun geld te kiezen.

Ook de mensenrechtenorganisatie Memorial, die zich bezighoudt met het in kaart brengen van burgerrechtenschendingen tijdens het communistische bewind in de Sovjet-Unie, wordt het leven langzaam maar zeker onmogelijk gemaakt. Enkele uren nadat Yan Rachinski op 10 december 2022 de volgende Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst heeft genomen namens Memorial, wordt zijn organisatie verder ontmanteld.

‘Één ding zit ons dwars’, zegt Rachinski tijdens de uitreiking. ‘Heeft Memorial de Nobelprijs voor de Vrede eigenlijk wel verdiend?’ Want hoewel ze hebben geprobeerd om misdaden uit heden en verleden te documenteren, is het hen niet gelukt om ‘de catastrofe van 24 februari’ af te wenden. Hij ziet de prijs dan ook niet als een beloning voor geleverde diensten, maar als een vooruitbetaling op wat ze nog gaan doen.

Dat is een loffelijk streven, maar de realiteit stemt vooralsnog weinig hoopvol. Memorial is het werken onmogelijk gemaakt. Dmitri Moeratov en Alexei Venediktov, de onverzettelijke hoofdredacteur van Echo Of Moscow, zijn inmiddels bestempeld als ‘buitenlandse agent’. En Dozhd, ofwel Rain TV, is tot ‘ongewenst’ verklaard in eigen land. Intussen krijgt die catastrofe in Oekraïne steeds weer nieuwe dimensies.

Het tragische verhaal van de onafhankelijke Russische journalistiek heeft in de afgelopen jaren overigens al zijn weg gevonden naar diverse documentaires. Dmitri Moeratovs strijd voor de persvrijheid is bijvoorbeeld verteld in The Price Of Truth, de problemen van Memorial worden uitvoerig belicht in The Dmitriev Affair en de ontwikkeling van de televisiezender Dozhd en het persoonlijke verhaal van voorvrouw Nastasha Sindeeva staan centraal in F@ck This Job.

Kader Abdolah – Ouder Worden Is Prachtig

NTR

Zes jaar na zijn aankomst in Nederland debuteerde de Iraanse schrijver Kader Abdolah, gevlucht voor het schrikbewind van de ayatollahs in eigen land, in Nederland met De Adelaars (1993). In zijn nieuwe taal. Ruim dertig jaar later leert hij zijn kleinkinderen Perzisch. Omdat die taal niet verloren mag gaan. Verder spreekt Abdolah een mengelmoes van Nederlands, Engels en zijn moedertaal met hen.

In welke taal hij ook spreekt, om woorden zit Kader Abdolah ogenschijnlijk nooit verlegen. Misschien wel omdat zijn vader dat juist wel zat. Die was doofstom. En dat was volgens zijn zoon de reden dat zijn eerste geliefde, een meisje uit Isfahan, niet met hem wilde trouwen. Om zijn verdriet te vergeten vertrok Abdolah naar Koerdistan. Daar schreef hij zijn eerste boek. In verband met zijn veiligheid moest dit wel onder pseudoniem worden uitgegeven. Seyed Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani vernoemde zichzelf naar twee vrienden die waren geëxecuteerd: Kader en Abdolah.

Het portret Kader Abdolah – Ouder Worden Is Prachtig (56 min.) van regisseur Fabrizio Polpettini richt zich in eerste instantie op ‘s mans jonge jaren in Iran, voordat Abdolah als politieke vluchteling, via Turkije, in Nederland terechtkomt. Daar moet hij een geheel nieuwe taal leren. In een land dat hem in eerste instantie volledig vreemd is. ‘Ze proberen een Nederlander van je te maken’, zegt hij, bedachtzaam formulerend. ‘Dat is mooi, maar dat gebeurt nooit.’ Als nieuwkomer heeft Abdolah niettemin van Nederland leren houden, zegt hij. ‘Maar… Ik aanvaard ’t en verander ‘t. Op mijn eigen manier.’

De schrijver is in deze documentaire soms lang van stof, maar heeft wel wat te vertellen. Zijn verhalen worden door Polpettini aangezet met nieuwsreportages uit zijn moederland en ingekleurd met fraaie fragmenten uit Iraanse films. Abdolah wordt bovendien bijgestaan door zijn vrouw, de vertaalster Soheila Sanati. Zij leerden elkaar kennen bij studentenprotesten in Teheran. Drie maanden later waren ze getrouwd. Als partner van een schrijver moet je volgens Soheila wel onafhankelijk zijn en een groot hart hebben. Want je weet dat je nooit meer dan zijn tweede liefde wordt.

Hij schrijft om te vergeten, stelt Kader Abdolah in deze film die de kern van zijn persoonlijkheid en schrijverschap probeert te raken. Welke taal hij daarvoor ook gebruikt. ‘Om in dezelfde situatie te komen als mijn moeder.’ Want die is op haar oude dag een groot deel van het verleden kwijtgeraakt, inclusief alle pijn. ‘Alles is weg’, constateert haar zoon bijna blij. Dat wil hij zelf ook wel.

Paradigma

Las Belgas

‘Er komt binnen enkele jaren een renaissance in dit land met elektronische journalistiek’, stelt een Amerikaanse deskundige, ergens in de jaren zeventig of tachtig, staand voor een boekenkast, ‘waarbij je op computers en machines gewoon je eigen verhalen kunt maken. En je hoeft helemaal geen techneut te zijn om dat te doen.’

‘Het kan natuurlijk gebruikt worden om de persvrijheid te verruimen’, sluit een andere man, uit min of meer hetzelfde tijdsgericht, daarop aan in het Belgische video-essay Paradigma (104 min.). ‘Als dat het geval is, juich ik dit vanzelfsprekend toe. Maar ik vrees dat ‘t opnieuw zal worden gebruikt om geld te verdienen. Als een hulpmiddel voor de hele rijken, om hun macht te vergroten over wat mensen denken, zien en horen. Zo bezien kan nieuwe technologie een ernstig gevaar voor de democratie betekenen.’

‘Het nieuws is nooit zomaar het nieuws’, vervolgt Paradigma’s vrouwelijke vertelstem, ingesproken door Meskerem Mees, bij beelden van de Franse president François Mitterand, omgeven door fotografen en cameramannen. ‘Om meer geld te genereren investeren banken in winstgevende bedrijfstakken. Ze kopen eveneens aandelen in mediabedrijven, want die kunnen weer als PR-tool gebruikt worden om hun investering terug te verdienen. Zij moeten ons ervan overtuigen dat hun belangen ook de onze zijn.’

‘Meer oorlog betekent meer werk’, stelt een Vlaamse man, vermoedelijk ook uit de tachtiger jaren, daarna in deze collageachtige film van de Brusselse cineasten Jozef Devillé en Pablo Eekman. Hij wordt aangevuld door een land- en tijdgenoot die zich duidelijk zorgen maakt over de wapenwedloop in de wereld. ‘Over de ganse wereld zijn er ongeveer een half miljoen ingenieurs en wetenschappers constant bezig met het ontwikkelen van nieuwe en voortdurend verbeteren van oude wapensystemen.’

En doorrr… Naar de volgende gedachtenstap van deze onheilsprofetie, met een veelbetekende mixture van fragmenten, veelal uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Uit België en de rest van de wereld. Met louter bestaand beeldmateriaal, bijeengehouden door die koele/coole vertelster en een licht vervreemdende soundtrack, belichten Devillé en Eekman de thema’s geld, rijkdom, gezag, democratie, waarheid, groei en succes. Zo schetsen ze een dystopisch portret van onze hedendaagse wereld.

De opzet van Paradigma doet enigszins denken aan de onnavolgbare visuele bouwwerken van de Britse filmmaker Adam Curtis – al is de verhaallijn nét wat conventioneler en de toon ook iets minder polemisch. De nadruk op oude beelden is eveneens opmerkelijk. Alsof de twee filmmakers het punt willen maken dat allerlei denkers, activisten en gewone burgers een kleine halve eeuw geleden al voorzagen in welke wereld we nu zouden leven – en dat we die hadden kunnen voorkomen.

We moeten de toekomst verlossen van het verleden, stellen Devillé en Eekman zelfs aan het eind van dit scherpe, ontregelende en soms ook grappige schotschrift tegen het huidige maatschappijmodel, nadat ze bij aanvang al ferm hebben geconstateerd: Tradition is just peer pressure from dead people.

Soundtrack To A Coup D’Etat

Imagine

Drie dagen voordat de onafhankelijkheid van de Belgische kolonie Congo wordt uitgeroepen op 30 juni 1960, privatiseert België nog gauw Union Minière, het mijnbedrijf dat wordt beschouwd als de motor van Congo’s economie. Patrice Lumumba, de eerste premier van het Afrikaanse land, houdt bij de officiële onafhankelijkheidsceremonie, ten overstaan van de Belgische koning Boudewijn, een vlammende speech over de spot, beledigingen en slaag die zijn volk heeft moeten doorstaan. ‘Omdat we n***** waren.’ Ruim een half jaar later is hij dood, vermoord onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden.

Om westerse economische belangen, in de vorm van Congo’s grondstoffen, te beschermen en geen land te verliezen in de Koude Oorlog met de communistische aartsrivaal, de Sovjet-Unie, probeert de Amerikaanse buitenlandse veiligheidsdienst CIA dan al enige tijd de onafhankelijkheidsstrijd van Congo te beïnvloeden. De Amerikanen willen de lastpost Lumumba neutraliseren en sluiten daarom al snel een geheime alliantie met zijn rivaal Joseph-Désiré Mobutu. Die zal vanaf 1965 ruim dertig jaar aan de macht zijn in het Afrikaanse land, dat dan op zijn gezag voortaan Zaïre wordt genoemd.

In Soundtrack To A Coup D’Etat (150 min.) paart documentairemaker Johan Grimonprez deze onverkwikkelijke geschiedenis aan de muziek van Amerikaanse jazzgrootheden zoals Dizzy Gillespie, Louis Armstrong, Duke Ellington, Nina Simone en Thelonious Monk. Zij vormen een brug naar de strijd die Malcolm X in die tijd voert om de maatschappelijke positie van Afro-Amerikanen te verbeteren. Die voelen zich op hun beurt gesteund door de ontwikkelingen in Afrika, dat zich lijkt te ontwikkelen tot een United States Of Africa waar zwarte mensen over hun eigen lot mogen beschikken.

Intussen worden Armstrong en zijn muzikale begeleiders in 1960 letterlijk op tournee naar Congo gestuurd als de spanningen daar hoog oplopen. Louis Armstrong voelt zich naderhand misbruikt in de strategische oorlogsvoering om Congo. Hij is ingezet als een bliksemafleider, om de aandacht weg te houden bij de machinaties van de Amerikaanse veiligheidsdiensten en om de Congolese bevolking gunstig te stemmen over de Verenigde Staten. Na afloop dreigt de vermaarde zanger, trompettist en bandleider zelfs om zijn Amerikaans staatsburgerschap in te leveren en te emigreren naar Ghana.

Grimonprez vervat al deze verwikkelingen in een soepele stroom van krantenkoppen, nieuwsbeelden, interviewfragmenten en citaten, waaronder voorgelezen fragmenten uit de boeken My Country, Africa van de Afrikaanse feministe Andrée Blouin, Congo Inc. van de Congolese schrijver In Koli Jean Bofane en To Katanga And Back van de speciale afgevaardigde van de Verenigde Naties voor Congo, Conor Cruise O’Brien. Zo ontstaat een uitstekend gedocumenteerde reconstructie van een staatsgreep, die ruim zestig jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Congo.

Dampende jazzperformances geven de film een emotionele onderlaag, zorgen voor een soms broodnodig intermezzo of fungeren als slagroom op de lang niet altijd smakelijke taart in deze lange, maar zeer knap gemaakte film over een cruciale gebeurtenis in de recente Afrikaanse historie, die één van de lelijkste kanten van de Koude Oorlog blootlegt.

Theo van Gogh, De Hunkering

Andy Gray / BNNVARA

Zou hij toch nog een grote publieksfilm hebben gemaakt? Over welke onderwerpen zou Theo zich boos maken? En welke zelfverkozen vijanden zou hij aanhoudend tot op het bot hebben beledigd?

Twintig jaar nadat Theo van Gogh (1957-2004) op klaarlichte dag met bruut geweld werd gedood op de Linnaeusstraat – door burgemeester Job Cohen destijds vervat in de onvergetelijke woorden ‘er is vandaag een Amsterdammer vermoord’ – lijkt de filmer, meesterinterviewer, columnist, provocateur, televisiemaker en onversaagde ridder voor het vrije woord nog even relevant als in de pak ‘m beet 25 jaar dat hij de goegemeente compleet voor zich innam of geestdriftig tegen zich in het harnas joeg.

Nadat Cohens zoon Jaap dit jaar al een zéér leesbare biografie uitbracht, De Bolle Gogh, is er nu een vierdelige serie van documentairemaker David de Jongh, die eerder schrijfster Renate RubinsteinFrans Bromet en zijn eigen vader, de fotograaf Eddy de Jongh, vereeuwigde in zéér kijkbare films. Theo van Gogh, De Hunkering (193 min.), gebaseerd op research van Jaap Cohen, start bij ‘s mans tragische einde op 2 november 2004 en fladdert daarna associatief door z’n veelbewogen leven.

Het verteltempo ligt enorm hoog – alsof zo Van Goghs dadendrang moet worden benaderd. De miniserie krijgt daarmee ook iets hakketakkerigs. Het ene deelonderwerp is nog niet afgewikkeld – met een springerige montage van (ingelezen) interviewfragmenten, filmscènes, columns, persoonlijke brieven, gedramatiseerde taferelen en korte quotes van een veelheid aan sprekers – of een volgend thema klopt alweer op de deur. Het verveelt geen seconde, maar of alles ook even goed binnenkomt?

Theo van Gogh, De Hunkering wordt min of meer chronologisch verteld en begint dus bij de gelukkige jeugd waaraan hij volgens eigen zeggen leed in Wassenaar. Met een zeer uitgesproken moeder, de regelmatig met haar botsende vader en beroemde familieleden, schilder Vincent van Gogh en diens broer Theo, om tegenaan te schoppen en stiekem te bewonderen. Vrijwel alle mensen die ertoe deden in zijn hoekige bestaan zijn verder van de partij en spreken zonder meel in de mond.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen: zijn zussen Jantine en Josien en zoon Lieuwe hebben geen zin in een interview. Ellik Bargai, de hoofdpersoon van Van Goghs film Vals Licht (1993) die er met zijn vriendin Heleen vandoor ging, laat ook verstek gaan. En vanzelfsprekend zijn ook de mikpunten van Theo’s spot, weerzin en woede, op alle mogelijke manieren en langdurig in de openbaarheid uitgevent, wel wijzer. Geen Thom Hoffman, Sonja Barend, Leon de Winter, Caroline Tensen of Monique van de Ven dus.

Behalve al Van Goghs publieke activiteiten en zijn permanente oorlog tegen hypocrisie blijft er dan nog méér dan genoeg smeuïgs over: uitbundig fabuleren, drugsgebruik, allerlei vormen van deviante seks en een al dan niet geconsumeerd Oedipus-complex bijvoorbeeld. In die wirwar van beelden en typeringen is vooral Van Goghs buitenkant te zien: die pretoogjes, sardonische grijns en dikke pens, na alwéér een duivelse provocatie. De man – of zo u wilt: het jongetje – daarachter houdt zich veelal schuil.

Dat zit ongetwijfeld ook in de aard van het medium televisie. Jaap Cohens biografie voelt minder als een rariteitenkabinet en is coherenter en genuanceerder dan deze miniserie. De Jongh kan dan weer de aanloop naar Van Goghs dood indringend in beeld brengen. Zijn bikkelhard verwoorde kritiek op de Islam mondt uit in de controversiële film Submission. Die maakt hij op initiatief van Ayaan Hirsi Ali. Het is volgens journalist Yoeri Albrecht een ‘game of chicken’. Theo wil niet voor haar onderdoen.

En daarmee komt in de zomer van 2004 een fatale dynamiek op gang rond Van Gogh, die er ten onrechte van overtuigd leek te zijn dat een ‘dorpsgek’ niet vermoord zou worden. Geen nieuwe films, fixaties of vijanden meer. Geen larger than larger than life-persoonlijkheid ook, met ongetwijfeld een verrassend klein hartje. En hoewel hij inmiddels twintig jaar dood is, heeft het enfant terrible der enfant terribles Theo van Gogh als schouwspel nog altijd nauwelijks aan kracht ingeboet.

Trailer Theo van Gogh, De Hunkering

Black Power Salute

BBC

Er is weinig spontaans aan. Het iconische beeld van twee Afro-Amerikaanse atleten, nummer één en drie van de 200 meter sprint tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad, die tijdens het Amerikaanse volkslied hun vuist ballen en fier in de lucht steken. De Black Power Salute (58 min.) van gouden medaillewinnaar Tommie Smith en John Carlos is het sluitstuk van een zorgvuldig geplande campagne. Eerder hebben de organisatoren, onder wie de militante professor sociologie Harry Edwards, nog een boycot van de Spelen door zwarte sporters overwogen.

Dat zien andere atleten zoals de verspringers Ralph Boston en Bob Beamon alleen helemaal niet zitten. Waarom zouden ze hoogstpersoonlijk hun eigen sportcarrière de nek omdraaien? En Avery Brundage, de omstreden voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), moet al helemaal niets hebben van de vermenging van sport en politiek. Als boegbeeld van het Amerikaans Olympisch Comité heeft hij zich in 1936 zelfs uitgesproken tegen een boycot van de Olympische Spelen in Berlijn. Hij stelde toen alles in het werk om Hitlers naziregime vooral maar niet tegen de haren in te strijken.

Zwarte activisten zoeken dus een andere manier om een statement te maken over de achtergestelde positie van ‘negro’s’ in de Verenigde Staten: een gebalde vuist. ‘Mensen noemen het black power’, zegt Tommie Smith in deze gedegen BBC-docu van Geoff Small uit 2008. ‘Natuurlijk ben ik zwart en natuurlijk representeert dat gebaar kracht, maar voor mij was het een schreeuw om vrijheid: kijk, hier ben ik. Ik heb hulp nodig. Ik wil gerechtigheid.’ IOC-baas Brundage stuurt de levende legende Jesse Owens, de zwarte held van de besmette Spelen van 1936, om te bemiddelen. Tevergeefs.

Smith en Carlos willen niets van hem weten. Zonder gevaar is hun actie echter niet, helpt verteller Colin Salmon de kijker nog even herinneren. Slechts enkele maanden eerder, in het voorjaar van 1968, zijn eerst burgerrechtenleider Martin Luther King en daarna presidentskandidaat Robert Kennedy vermoord. Opstaan tegen onrecht en segregatie kan dus zomaar keihard worden afgestraft. En hoewel vrijwel alle betrokkenen bij de Black Power-vuisten hun verhaal kunnen navertellen in deze oerdegelijke reconstructie, zijn ze wel degelijk jarenlang achtervolgd door hun principiële actie.

De algehele waardering is pas veel later gekomen. Sinds 2005 staat er een standbeeld op Carlos en Smiths alma mater San Jose State University, als blijk van waardering voor hun moedige protestactie. In Victory Salute ontbreekt alleen een belangrijke bijrolspeler: de Australische atleet die zich op de 200 meter tussen hen in had geschaard en die op het moment suprême solidair met hen was. Ook Peter Norman, de ‘unsung hero’ van het Black Power Salute, zou duur betalen voor zijn bijdrage aan de actie, getuige de documentaire Salute (2012).

The Corridors Of Power

Dror Moreh Films / VPRO

Nooit meer.’ Na de onvoorstelbare gruwelen van de Holocaust heeft menige Amerikaanse leider deze of soortgelijke woorden uitgesproken als er na de Tweede Wereldoorlog ergens in de wereld opnieuw sprake leek te zijn van volkerenmoord. Maar wat hield die twee beladen belofte werkelijk in? Volgden op de woorden ‘never’ en ‘again’ ook passende daden? Of waren die voor ‘de politieagent van de wereld’ uiteindelijk toch niet meer dan loze woorden, een doekje voor het bloeden?

De achtdelige docusere The Corridors Of Power (459 min.), waarvoor Meryl Streep als verteller fungeert, neemt de proef op de som bij enkele actuele gevallen van genocide, waarbij de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap wel, niet of erg laat ingrepen: van de zenuwgasaanvallen van de Iraakse dictator Saddam Hoessein op de Koerden via de etnische zuivering in Bosnië en Kosovo tot Assads ‘knielen of sterven’-regime in Syrië en de barbaarse daden van Islamitische Staat.

Regisseur Dror Moreh laat sleutelfiguren uit de regeringen van de Amerikaanse presidenten Reagan, Bush sr., Clinton, Bush jr. en Obama, zoals Hillary Clinton, Colin Powell, James Baker, Madeleine Allbright, Condoleezza Rice en Samantha Power aan het woord over hoe ze met hun beleidskeuzes brandhaarden elders in de wereld probeerden in te dammen. Of er sprake was van genocide – en dus reden om in te grijpen – hing vaak ook af van het ‘strategische belang’ van het desbetreffende land.

Duidelijk is dat er binnen de Amerikaanse regeringen van dienst regelmatig fundamenteel verschil van mening was. Topdiplomate Prudence Bushnell is er bijvoorbeeld nog altijd woest over dat haar land in 1994 niet ingreep in Rwanda toen Hutu’s daar de Tutsi-minderheid, gereduceerd tot ‘kakkerlakken’, met machetes, knuppels en bijlen begonnen af te slachten. Zodra de Amerikaanse burgers in veiligheid waren gebracht, verflauwde de aandacht van de regering Clinton direct.

Als de situatie daarna ontspoort in Soedan, lijkt Clintons opvolger, George W. Bush, wél bereid om in te grijpen. Enkele dagen later, op 11 september 2001, worden de Verenigde Staten echter zelf getroffen door een terroristische aanval. Waarna Bush ten oorlog gaat in Irak en de Janjaweed, de brute beulen van dictator Omar al-Bashir, vrij spel krijgen in Darfur. Daar voltrekt zich volgens Nicole Widdersheim (USAID) de duivelse logica van dit type oorlog: eerst seksueel geweld, daarna massaslachtingen.

Kun en wil je als ‘politieagent’ in zo’n penibele situatie vuile handen maken? Waar begint je verantwoordelijkheid en eindigt je betrokkenheid? En hoe kun je voor zowel vrede als gerechtigheid zorgen? Dat blijkt, steeds weer, een vrijwel onmogelijke opdracht voor de betrokken politici en diplomaten. En ook een loffelijk initiatief zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag, een hedendaagse variant op het Neurenberg-tribunaal, wordt actief ondermijnd, nota bene door de Verenigde Staten zelf.

Deze indringende serie zet bepalende figuren uit de Amerikaanse buitenlandpolitiek aan tot oprechte zelfreflectie en plaatst hun keuzes, dilemma’s en frustraties in een historische context. De parallellen met het verleden zijn vaak onontkoombaar. ‘Wat is het verschil tussen Sarajevo en Auschwitz?’ haalt ambassadeur Peter Galbraith bijvoorbeeld een wrang grapje aan dat rondging in Sarajevo, een stad die ‘t zonder drinkwater en gas moest doen. ‘In Auschwitz hadden ze tenminste nog gas.’

Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

NTR

Elke keer als ze een rode lijn overgaat, ontdekt ze een nieuwe. ‘Het is net een doolhof dat een labyrint vormt’, zegt de Egyptische cartooniste Doaa el-Adl in de documentaire Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom (50 min.) van regisseur Nada Riyadh, onderdeel van de Draw For Change-serie. ‘Ik wou dat er geen beperkingen bestonden en dat ik vrij was om met mijn eigen ideeën te komen. Dat wens ik elke dag dat ik aan het werk ben.’

El-Adl’s vaste redacteur Amro Sélim, met wie ze al dertien jaar samenwerkt, is van mening dat een cartoonist de grenzen van de vrijheid van meningsuiting moet oprekken. Dat is bepaald geen sinecure in een land als Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd een belangrijke positie inneemt en menige collega al naar het buitenland is uitgeweken. In de wetenschap ook dat cartoonisten zoals zij, getuige de bloedige aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015, zomaar doelwit kunnen worden van lieden die weinig respect hebben voor de vrijheid van meningsuiting.

Toen Doaa el-Adl begon te tekenen, keek ze nog, zonder dat ze het zelf echt doorhad, vanuit een traditioneel mannelijk perspectief naar de wereld. De vrouwenfiguren die uit haar tekenpen vloeiden, vertelt ze zelfkritisch, voldeden aan alle stereotypen. Gaandeweg is El-Adl zich echter steeds bewuster geworden van haar eigen positie en heeft ze zich ontwikkeld tot een geduchte tegenstander van eenieder die vrouwen wil beknotten, kleineren of beschadigen. Daarmee voegt ze een eigen perspectief toe aan het maatschappelijke debat. Dat is alleen niet zonder gevaar.

In haar messcherpe werk neemt Dooa El-Adl bijvoorbeeld genitale verminking, groepsverkrachting en de achtergestelde positie van vrouwen in het algemeen op de korrel. Daar zit bepaald niet iedereen op te wachten. Nada Riyadh heeft deze cartoons vanzelfsprekend een prominente plek gegeven in dit boeiende portret van een moedige vrouw, die van geen wijken wil weten en vanuit eigen land blijft werken. ‘Ben je bang dat er iets met je gebeurt?’ vraagt Riyadh nog aan haar protagonist. Die geeft er de voorkeur aan om die vraag niet te beantwoorden.

Trailer Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.

We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks

Universal Pictures

De slogan is even provocerend als zelfvoldaan: ‘WikiLeaks: giving us the truth when everyone else refuses to.’ Op het levensgrote billboard, langs een Amerikaanse weg, staat tevens een ‘holier than thou’- achtige foto van voorman Julian Assange. Die neemt tijdens interviews ook geen blad voor de mond en noemt WikiLeaks zonder terughoudendheid ‘de machtigste inlichtingendienst op aarde, een inlichtingendienst van het volk’.

Als Alex Gibney in 2013 de documentaire We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (129 min.) oplevert, is Assange alomtegenwoordig in de media. Zijn klokkenluiderswebsite WikiLeaks heeft in 2010 de spraakmakende Collateral Murder-video, waarin is te zien hoe een Amerikaanse gevechtshelikopter in Irak gewone burgers en journalisten neermaait, de wereld in gestuurd. En hijzelf geldt als een belangrijke voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die structureel de gevestigde orde tegen de haren in blijft strijken – en zo ook het noodlot tart.

Inmiddels zit Assange alweer zo’n twaalf jaar vast in Groot-Brittannië, waar hij vecht tegen uitlevering aan de Verenigde Staten (vervat in de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange). Ook zijn reputatie ligt aan gruzelementen: WikiLeaks zou tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 hebben samengespannen met Rusland, om Donald Trump aan de winst te helpen. Hij is een banneling geworden. Een dubieuze figuur, waarvoor alleen verstokte strijders voor de persvrijheid zich nog sterk maken. Van de Robin Hood-achtige status die Assange ooit genoot, is niets meer over.

Gibney verdiept zich in het verleden van zijn enigmatische hoofdpersoon. Als de hacker Mendax, alias Nobele Leugenaar, is hij in zijn geboorteland Australië betrokken geweest bij diverse ontregelende acties. Hij ontleedt verder alle controverses waarin Assange verzeild raakt en laat tegelijk zien hoe hij overduidelijk geniet van alle aandacht die hem ten deel valt. In de slipstream van de permanente commotie rond Julian Assange voltrekt zich ondertussen het drama rond de klokkenluider Bradley Manning, die vanuit Bagdad ultrageheime informatie naar WikiLeaks heeft doorgespeeld.

‘I just… couldn’t let these things stay inside of the system and inside of my head’, schrijft deze bradass87 in vertrouwelijke berichten aan de Amerikaanse hacker Adrian Lamo. ‘I’m just weird, I guess. I… care?’ Informatieanalist Manning, die later in transitie zal gaan en zich dan Chelsea begint te noemen (zoals is te zien in de documentaire XY Chelsea), wordt er vervolgens ingeluisd door Lamo, een man die, getuige bijvoorbeeld een scène waarin hij opzichtig met een ‘snitch’-pet poseert, in zijn eigen spionagefilm lijkt te leven. Hij zorgt ervoor dat Manning wordt gearresteerd.

Intussen komt Julian Assange ook steeds meer onder vuur te liggen vanwege vermeend seksueel geweld tegen twee Zweedse vrouwen, de basis voor de penibele situatie waarin hij ruim tien jaar later nog altijd zit. Alex Gibney spaart de onverbeterlijke ‘selfkicker’, die als kat in het nauw rare sprongen begint te maken, niet in deze intrigerende, spannende en fraai vormgegeven film. Tegelijkertijd kraakt hij ook harde noten over de manier waarop Assange door zijn tegenstanders wordt aangepakt, waarbij de vraag boven de markt hangt of ook hij erin is geluisd.

Voor Chelsea Manning, die een zware periode beleeft in detentie, heeft Gibney duidelijk meer compassie. Zij is uiteindelijk de ware held van We Steal Secrets.

This Film Is Not Yet Rated

IFC Uncut

Geweld is doorgaans geen enkel probleem, maar zodra het riekt naar seksualiteit – in het bijzonder de vrouwelijke beleving daarvan, of erger nog: homoseksualiteit – komt de Amerikaanse filmkeuringsorganisatie Motion Picture Association of America van Jack Valenti direct in actie. Dat mag alleen geen (zelf)censuur genoemd worden.

Valenti’s MPAA wil ook niet bekend maken wie er betrokken zijn bij de keuring van een bepaalde film. En de commissieleden zwijgen zelf doorgaans, onder druk van de organisatie, ook als het graf. Documentairemaker Kirby Dick huurt voor deze docu uit 2006 dus enkele privédetectives in om te ontdekken wie er betrokken zijn bij de ‘rating’ van films.

Zij brengen de censuur, die is vermomd als zelfregulering door de industrie zelf, in de praktijk. Bingham Ray van de filmproductiemaatschappij October Films maakt van zijn hart geen moordkuil in This Film Is Not Yet Rated (98 min.). ‘Volgens mij is het een fascistisch systeem’, zegt hij fel. Even later gevolgd door: ‘Wij hebben die lui maar te pleasen!’

Dick plaatst MPAA in de historie van Hollywood, dat gedurig te maken kreeg met politieke bemoeienis, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zelf zwarte lijsten aanlegde en sinds enige tijd in de ban is van een nieuwe preutsheid. Een film die de grenzen opzoekt krijgt daardoor al snel de beoordeling NC-17 en kan daarna alleen door achttienplussers worden bekeken.

Hij laat tevens filmmakers zoals Kimberly Peirce (Boys Don’t Cry), John Waters (A Dirty Shame), Mary Harron (American Psycho) en Atom Egoyan (Where The Truth Lies) aan het woord over hoe zij omgingen met de wensenlijst van Valenti’s club. Ze hadden in wezen geen keuze. Een film niet aanpassen betekent doorgaans het publiek ervoor serieus beperken.

‘Wij hebben doelbewust materiaal laten zitten dat we helemaal niet nodig hadden voor de scène’, vertelt South Park-bedenker Matt Stone over hoe ze een uitzinnige seksscène in de animatiefilm Team America er toch doorheen probeerden te krijgen. ‘Zodat ze wat hadden om eruit te knippen en het gevoel kregen dat zij ook hun plasje erover hadden kunnen doen.’

Kirby Dick laat intussen met allerlei hitsige, enge en hilarische erotische scènes – zo nu en dan gematcht met expliciete(re) gewelds- en actiescènes – zien hoe de keuringscommissie met twee maten meet. Ook als het alleen om erotiek gaat is de MPAA helder: zolang een man ‘gewoon’ plezier heeft met een vrouw is er niets aan de hand, anders volgen er restricties.

Deze documentaire maakt dat onrecht letterlijk zichtbaar en kan, na de enigszins flauwe zoektocht naar individuele keurders, dan ook maar op één manier eindigen: bij de MPAA. Als de film die nog niet is ingeschaald dan toch zal worden beoordeeld. Problemen verzekerd.

We Are Legion: The Story Of The Hacktivists 

Luminant Media

Als Brian Knappenbergers documentaire We Are Legion: The Story Of The Hacktivists (95 min.) in 2012 wordt uitgebracht, hangt er nog een positief sentiment rond 4chan, het online-platform waar het hackerscollectief is ontstaan. Natuurlijk, de grenzen van het betamelijke worden er continu afgetast en zo nu en dan ook flink overschreden, maar dat zijn uiteindelijk niet meer dan bijeffecten van het onwankelbare geloof in een waarlijk vrij internet. En zodra de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, vormen al die individuele hackertjes zowaar een gezichtsloos leger: Anonymous.

‘Anonymous invites you to join us in an act of solidarity’, roept een video in 2008 bijvoorbeeld op tot actie tegen de omstreden sekte Scientology. ‘Anonymous invites you to take up the banner of free speech, of human rights, of family and freedom. Join us in protests outside of Scientology centers worldwide.’ Zo wordt in 2008 Project Chanology opgestart. En inderdaad, niet veel later ontstaan overal in de wereld protesten bij Scientology-kantoren. Demonstranten met een Guy Fawkes-masker op, gepopulariseerd door de film V For Vendetta en overgenomen door Anonymous, zetten de toon.

Ook de acties van ‘Anons’ tegen de extreemrechtse talkradiohost Hal Turner, hun steun aan WikiLeaks, Operation Payback (vóór internetpiraterij) en hun bijdrage aan de Arabische Lente, die alle ruimte krijgen in Knappenbergers optimistische film, kunnen waarschijnlijk nog altijd menigeens goedkeuring wegdragen. Anonymous, met al z’n botsende ideeën, onorthodoxe methoden en algehele anarchie, wordt anno 2012 over het algemeen gezien als een kracht voor het goede, als een geheel bijdetijdse uitvoering van het Power To The People-principe.

De sleutelfiguren uit de turbulente Anonymous-historie klinken in deze film dan ook trots op hun bijdrage. Ze beschouwen zichzelf duidelijk als moderne uitvoeringen van Robin Hood, als activisten die ten faveure van het volk opstaan tegen de macht. ‘Ik heb op de bergtop genaamd Anonymous gestaan en zag onder me een wereld die in de ban is geraakt van revolutie’, zegt een hacktivist, die zichzelf Commander X noemt, zelfs trots bij beelden van de dan opkomende Occupy Wall Street-beweging. ‘Je voelt een siddering door je lijf als je zo meesurft op de golven van de geschiedenis.’

Twaalf jaar later ziet die wereld, vastgelegd in de recente documentaire The Antisocial Network: Memes To Mayhem, er compleet anders uit. Uit de rijen van de Anons is QAnon opgestaan. En 4chan, en afsplitsingen daarvan zoals 8chan, heeft zich ontwikkeld tot een soort openbaar riool, waarin iedereen anoniem zijn eigen vuil mag spuiten. Complottheorieën en extreemrechts hebben er vrij spel. Daar, in wat ooit de vrijplaats van het internet was, is ook de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 aangejaagd, een serieuze poging om de Amerikaanse democratie de nek om te draaien.

Met de wijsheid van nu zijn de aanzetten daartoe hier en daar al te ontdekken in We Are Legion, bijvoorbeeld via de onbesuisde acties van de hackgroep LulzSec en het hacken, blocken en doxen van ogenschijnlijk tamelijk willekeurige organisaties. De anonimiteit van het internet biedt uiteindelijk meer vrijheid dan de mens blijkbaar aankan – al overheerst in deze zeer vermakelijke film toch nog echt het kwajongensgevoel van de allereerste generatie hackers. Die zocht eerst alle hoeken en gaten van die vrijheid op en begon daarna ongenadig de gevestigde orde tegen de haren in te strijken.

Total Trust

NTR

Op een beurs in Shanghai worden de nieuwste technische snufjes gepresenteerd. Een bril waarmee je in mensenmenigtes een verdachte kunt spotten. Of gezichtsherkenningscamera’s voor bussen, zodat voortvluchtigen en mensen op de zwarte lijst kunnen worden opgespoord. Het is duidelijk waarvoor een markt is in het hedendaagse China. En de staat zelf onderneemt ook permanent nieuwe initiatieven. ‘In de toekomst zal zwartrijden, tippelen, eten en drinken in de metro worden opgenomen in de persoonlijke sociale kredietgeschiedenis’, stelt een promofilmpje van het initiatief ‘Slimme Stad’ bijvoorbeeld. En het Skynet Project, ’s wereld grootste bewakingsnetwerk, mag dan al uit 170 miljoen camera’s bestaan, het is toch echt de bedoeling dat er nog eens 400 miljoen bij komen.

In Total Trust (91 min.) brengt Jialing Zhang, een in de VS woonachtige Chinese filmmaakster die eerder betrokken was bij de essentiële documentaires One Child Nation en In the Same Breath, deze surveillancesamenleving in beeld met overzichtsbeelden van kolossale steden, waarin de mens niet meer is dan een onbeduidend radertje in een ondoorgrondelijk systeem. Een dystopische wereld, waarin alles plat wordt geslagen, desnoods letterlijk, om de almacht van de staat in stand te houden. Het sociale observatie-pilot in Rongcheng is daarvan een uitstekend voorbeeld. In de plaatselijke gemeenschap is alles in strikte regeltjes vervat, die continu met de nieuwste technieken worden gecontroleerd. Big Data faciliteert zo een staat die volledige macht kan uitoefenen over z’n burgers.

Als iemand zich toch kritisch uitlaat over de autoriteiten, zoals de advocaat Chang Weiping, wordt die snel onschadelijk gemaakt. Chang heeft ‘onrechtmatig veroordeelden’ bijgestaan en is gearresteerd vanwege ‘aanzetten tot ondermijning van de staatsmacht’. Zijn vrouw Chen Zijuan en hun zoontje Tutu beijveren zich sindsdien voor zijn vrijlating. Ook de journaliste Sophia Huang Xueqin vraagt aandacht voor de zaak van de advocaat, die 2000 kilometer verderop wordt vastgehouden en zijn achterban met videodagboeken op de hoogte probeert te houden van hoe ’t met hem gaat. Sophia is onlangs ook aangehouden. Daarbij zijn biometrische gegevens afgenomen: iris, stem en vinger- en handpalmafdrukken. ‘Dus zelfs als ik een masker draag, kunnen ze me nog steeds identificeren.’

Sinds advocaat Wang Quanzhang in de gevangenis heeft gezeten vanwege zijn inzet voor mensenrechten, worden ook hij en zijn vrouw Li Wenzu permanent lastig gevallen door handlangers van het regime. Als Wang bijvoorbeeld thuis wordt geïnterviewd door een Japanse cameraploeg, krijgt hij daarna meteen telefoon van de politie. En zodra Li haar gezicht laat zien op een social media-account wordt dit direct geblokkeerd. In het appartementencomplex te Beijing waar ze samen met hun zoontje wonen worden zij ook permanent in de gaten gehouden met camera’s. En bij bijzondere gelegenheden posten er zelfs onbekende lieden voor de deur, die hem ook rustig barricaderen om het activistische echtpaar ervan te weerhouden om naar buiten te gaan.

Trefzeker schetst Total Trust met zulke unheimische cases het leven in een 1984-achtige controlestaat waar, met een slimme mix van moderne middelen en ouderwetse intimidatie de vrijheid van meningsuiting, en de bewegingsruimte van Chinezen die daarvan toch gebruik proberen te maken, steeds verder wordt ingeperkt. Totdat iedereen is gereduceerd tot een slaaf van het systeem.

The Price Of Truth

Stephen Foote / VPRO

De boodschap is duidelijk: houd je stil en zorg dat je krant zich stilhoudt. Als Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de Russische krant Novaja Gazeta, op 7 april 2022 met de trein van Moskou naar Samara reist, om daar zijn moeder te bezoeken, giet een man rode, giftige verf over hem heen. De journalist, die enkele maanden eerder nog samen met zijn Filipijnse collega Maria Ressa de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen, realiseert zich direct: de volgende keer kan ik wel eens besmeurd raken met bloed. Mijn eigen bloed.

Het zou de uiterste variant op The Price Of Truth (74 min.) zijn voor Moeratov, die zich staande moet houden in een land waar de vrijheid van meningsuiting allang dood en begraven is en ook individuele journalisten bepaald niet gevrijwaard zijn van de toorn van het Poetin-regime. Sinds Rusland in februari 2022 buurland Oekraïne is binnengevallen, is de ruimte om een afwijkend standpunt in te nemen alleen maar verder ingeperkt. Toch heeft Dmitri Moeratov zijn onafhankelijke krant altijd in leven weten te houden.

Moeratovs Britse collega Patrick Forbes, met wie hij al ruim twintig jaar bevriend is, vraagt of hij een film mag maken over het reilen en zeilen bij Novaja Gazeta. ‘Dima’ stelt slechts één voorwaarde: zet onze levens niet op het spel. Tegelijkertijd praat hij zelf bepaald niet met meel in de mond. ‘Poetin denkt dat hij de Tweede Wereldoorlog nog een keer moet winnen’, zegt hij bijvoorbeeld ferm. Of, over hoe de Coronaperiode de president wellicht heeft gedestabiliseerd: ‘Die ontmoeting van Poetin met Poetin leidde tot niets goeds.’

Zes van Moeratovs medewerkers, waaronder de befaamde journaliste Anna Politkovskaja, zijn in de afgelopen jaren vermoord vanwege hun kritische berichtgeving. Hun portretten hangen aan de muur in de vergaderruimte van Novaja Gazeta’s redactie. Het is een verantwoordelijkheid die duidelijk op de hoofdredacteur drukt. Om verder onheil te voorkomen is Dmitri Moeratov nu bereid om drastische maatregelen te nemen en bedient hij zich van slimme trucs, waarbij zijn eigen Nobelprijs-medaille nog van pas komt.

Terwijl de oorlog verder escaleert en steeds meer journalisten dreigen te worden bestempeld tot ‘buitenlands agent’, wordt ook Novaja Gazeta echter langzaam de keel dichtgeknepen. Totdat zelfs een onverschrokken pleitbezorger van het vrije woord zoals Dmitri Moeratov naar adem begint te happen en het filmen noodgedwongen stillegt. Deze documentaire brengt dat fnuikende proces, het open en bloot wurgen van de persvrijheid, indringend in beeld. De prijs van de waarheid is in Rusland stilaan naar recordhoogte gestegen.t

A Dangerous Boy

Siggi Hakkari (l) en Julian Assange (r) / c: Allen Clark

‘Is this the most dangerous man in Iceland?’ schreeuwt de cover van The Reykjavik Grapevine op 19 juli 2013. Op de bijbehorende levensgrote foto staat Sigurdur Thordarson alias Siggi The Hacker, een twintigjarige computernerd die betrokken is geraakt bij het WikiLeaks-schandaal. Als IJslandse rechterhand van Julian Assange, de oprichter van de omstreden klokkenluiderssite (en hoofdpersoon van We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks), was Siggi direct betrokken bij de verspreiding van de beruchte Collateral Murder-video. Hij zou daarnaast echter ook als stiekeme informant voor de FBI hebben gefungeerd en diezelfde Assange hebben overgeleverd aan de Amerikaanse veiligheidsdienst.

De documentaire A Dangerous Boy (89 min.), waarvoor filmmaker Ole Bendtzen negen jaar lang heeft gefilmd met Siggi, start in 2014 als hij in de gevangenis van Reykjavik zit. ‘Ik hoop dat ik een goede ‘bad guy’ blijk te zijn’, zegt hij dan. Thordason is veroordeeld vanwege (betaalde) seks met een minderjarige jongen. Het leeftijdsverschil tussen hen was volgens de hacker echter maar anderhalf jaar. En hij heeft hem ook niet betaald, zegt hij, maar simpelweg enkele geschenken gegeven. De vraag rijst: zijn de beschuldigingen tegen Sigurdur misschien een afrekening, omdat hij via WikiLeaks – en eerder ook al via de reguliere IJslandse media – misstanden aan het licht heeft gebracht?

Julian Assange verblijft vanwege beschuldigingen van seksueel geweld immers ook al jarenlang in de Ecuadoriaanse ambassade te Londen, het onderwerp van de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange, om zo uitlevering naar de Verenigde Staten te voorkomen. Siggi’s moeder Ragnheidur Sigurdardóttir, bodyguard Dan Sommer en advocaat Vilhjálmur Vilhjálmsson sluiten zeker niet uit dat ook hij erin is geluisd. Duidelijk is dat de jeugdige hacker de verkeerde mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar of dat de aanklachten van negen afzonderlijke tienerjongens verklaart? En in hoeverre is Siggi Hakkari eigenlijk verantwoordelijk voor de suïcide van één van hen?

Zulke suggesties blijven in elk geval niet zonder gevolgen. Als Thordason de gevangenis mag verlaten, staat hij te boek als crimineel en pedofiel. Hij wordt persona non grata in zijn eigen land. Gaandeweg komt er in dit intrigerende portret, naast het slachtoffer van wel hele bijzondere omstandigheden, echter ook een andere Siggi naar voren: een geboren manipulator, die ervoor zorgt dat hij, goedschiks dan wel kwaadschiks, krijgt wat hij wil. Bendtzen weet niet meer wat hij moet geloven – ook omdat WikiLeaks eveneens duchtig twijfel zaait – maar blijft in contact met Siggi, die zijn omgeving bespeelt als The Puppet Master, de oplichter uit een Netflix-docu waaraan hij zich spiegelt.

Een gevaarlijke jongen was hij altijd al. Op de basisschool hackte Sigurdur Thordarson bijvoorbeeld een schoolcomputer om de cijfers te verlagen van klasgenoten die hij niet mocht. Inmiddels lijkt Siggi het kinderspel voorbij en is het steeds de vraag op welke borden hij schaakt, met/tegen wie en wie van hen er dan schaak(mat) wordt gezet.