Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.

Shoah

Blijmoedig glimlachend heeft hij Lanzmann tot dan toe te woord gestaan. Wat moet hij anders? Michaël Podchlebnik, één van de slechts twee overlevenden van Hitlers vernietigingskamp in het Poolse Chelmno, waar voor het eerst met gas werd gewerkt. Vierhonderdduizend anderen stierven er een wisse dood. Wat rest hem anders dan die peilloze ellende weglachen? Podchlebnik probeert te volharden in zijn lach. Moet hij soms huilen? En dan stelt Claude Lanzmann die ene vraag: hoe reageerde je toen je voor het eerst lijken moest inladen, nadat de deuren van de gaskamers werden geopend?

De vraag moet eerst worden vertaald naar het Hebreeuws. Het gezicht van Podchlebnik betrekt zienderogen: ‘Wat moest ik anders dan huilen?’ Het lid van het ’Sonderkommando’, gevangenen die anderen van en naar de gaskamers moesten begeleiden, probeert op zijn lip te bijten, maar de tranen laten zich niet meer beteugelen. ‘Op de derde dag vond ik mijn vrouw en kinderen.’ Hij kijkt bijna smekend naar de Franse filmmaker, alsof hij nog eenmaal om genade wil vragen. Die laat echter een stilte vallen. ‘Ik heb mijn vrouw begraven en daarna gevraagd of ik ook gedood kon worden. De Duitsers vonden me echter nog sterk genoeg om te werken.’

Het is Lanzmann ten voeten uit: hij dwingt zijn subjecten, met alle beschikbare middelen, om he-le-maal tot de bodem te gaan. Zoals in de klassiek geworden scène met Abraham Bomba, de kapper van concentratiekamp Treblinka. Het eindresultaat van al dat vragen en wroeten wordt beschouwd als het ultieme document over de Holocaust: Shoah (551 min.), een episch werk van ruim negen uur. In 1985 eindelijk opgeleverd, na twaalf jaar afschrikwekkend monnikenwerk. Tweehonderd uur beeldmateriaal, verzameld in veertien landen, vijf jaar lang gemonteerd. Een levenswerk over de dood – of hoe je die, vaak door puur geluk of anders door enorm doorzettingsvermogen, te slim af kunt zijn. En – vooral – hoe je een handlanger van diezelfde dood kunt worden.

Lanzmann stelt in dat kader vaak kleine, praktische vragen. Over zaken die door hun enormiteit nauwelijks zijn te bevatten. Om zo via herinnering uiteindelijk bij herbeleving te komen. Hij wil van de Poolse spoorwegwerker Henryk Gawkowski, machinist van de trein naar Treblinka, bijvoorbeeld weten of hij in de locomotief ooit geschreeuw hoorde vanuit de wagons. ‘Natuurlijk, ze schreeuwden om water.’ ‘Kun je daar ooit aan wennen’, vraagt Lanzmann door. Nee, antwoordt de machinist. Hij wist natuurlijk dat de mensen achter hem menselijk waren. Net als hijzelf. Gawkowski valt even stil. De Duitsers gaven hem Wodka te drinken, bekent hij. Zonder drank had hij het nooit kunnen doen. Zo wordt de uitvoering van die gruwelijke genocide klein en menselijk gemaakt.

Is Shoah, met zijn kolossale omvang en detaillistische insteek, nog altijd een probaat middel om jongeren te waarschuwen voor de verschrikkingen van extreemrechtse ideologieën? Dat valt te betwijfelen. Daarvoor is de film veel te lang van stof en wreekt zich de keuze om geen archiefmateriaal te gebruiken, maar de overlevenden, getuigen én functionarissen van het naziregime (soms gebruikmakend van een verborgen camera) in het hier en nu leeg te laten lopen over het toen en daar. Shoah is daardoor uiteindelijk meer een verzameling verpletterend bewijsmateriaal dan wat we tegenwoordig een meeslepende film zouden noemen. In die zin heeft Steven Spielbergs speelfilm Schindler’s List, met dat meisje in de roze jas tegen een verder volledig zwart-wit decor als een ultiem onschuldig symbool voor de Jodenvervolging, tegenwoordig waarschijnlijk meer overtuigingskracht.

Kijkers met een ‘ouderwetse’ aandachtsspanne kunnen echter volledig wegzinken in de tocht door de hel, waartoe Lanzmann zijn gesprekspartners (‘meedogenloos’, zegt hij zelf in de aan hem en zijn magnum opus gewijde documentaire Claude Lanzmann: Spectres of The Shoah) verleidt dan wel dwingt. Shoah veroorzaakt dan een soort secundaire herbeleving, waarbij je stapsgewijs afdaalt naar de diepste krochten van de menselijke ziel.

The Trial Of Ratko Mladic

De filmbeelden tonen een niet te bevatten waarheid. ‘Nermin, kom hier. Ik ben hier!’, schreeuwt Ramo Osmanovic met zijn handen rond z’n mond naar zijn zoon, die zich buiten beeld in de bossen heeft verstopt. ‘Het is hier veilig. Bij de Serviërs. Kom allemaal hierheen.’ Als ze zich overgeven, zo is Ramo verzekerd, zullen de Serviërs hen sparen. Zijn weduwe kan het afschrikwekkende tafereel bijna twintig jaar later nog altijd nauwelijks aanzien.

Saliha Osmanovic is door het Internationaal Strafhof in Den Haag opgeroepen als getuige. Ze legt een verklaring af tegen de voormalige Servische legerleider Ratko Mladic, die het Bosnische dorp Srebrenica in 1995 zou hebben laten zuiveren van moslims en duizenden moslimmannen en – jongens de dood zou hebben ingejaagd. Waaronder Saliha’s echtgenoot Ramo en hun twee zoons, die hij ongewild met zich mee heeft genomen in het (massa)graf.

In de indringende documentaire The Trial Of Ratko Mladic (113 min.) wordt het proces gevolgd tegen de man die door veel van zijn landgenoten nog steeds wordt beschouwd als een patriottische held, terwijl de rest van de wereld een oorlogsmisdadiger in hem ziet. De filmmakers Henry Singer en Rob Miller hebben vijf jaar gefilmd bij het Joegoslavië-Tribunaal en kregen daarbij toegang tot zowel de aanklagers en slachtoffers van de verdachte als zijn verdediging en familie.

Mladic zelf zwijgt in alle toonaarden, in de rechtszaal en in deze film. Zijn gedrag in archiefmateriaal van de oorlog spreekt echter boekdelen. Hoe hij zijn opponenten intimideert of als een onvervalste oorlogshitser haattaal uitslaat (‘Eindelijk is de tijd gekomen om wraak te nemen op de moslims in deze regio’). Maar ook: hoe hij de leiding neemt bij het regelen van vervoer voor een groep mensen, weg van het strijdgewoel. ‘Wees niet bang en blijf kalm. Laat de vrouwen en kinderen eerst gaan.’

Tenminste, dat laatste beeld willen zijn advocaten over het voetlicht brengen: een rechtschapen man die simpelweg voor zijn land en volk opkomt. Mladic’ belangenbehartigers ontkennen niet dat daarbij doden zijn gevallen, maar stellen dat de generaal zelf daarvoor niet verantwoordelijk was. De aanklagers zetten daar een uitputtende hoeveelheid bewijsmateriaal en schokkende persoonlijke getuigenissen van nabestaanden tegenover.

De gruwelen van de oorlog wordt tastbaar in een hartverscheurende scène met een vrouw uit één van de moslimdorpen die tijdens de Joegoslavische burgeroorlog volledig zijn weggevaagd. Na ruim twintig jaar moet Elvira Karagic haar vader identificeren. Zijn lichaam is aangetroffen in een massagraf bij Tomasica, dat tijdens de rechtszaak is ontdekt. Elvira heeft in totaal 32 familieleden verloren, vertelt ze. En nu ziet ze, bij het stoffelijk overschot van haar vader, eindelijk de kogelgaten in diens kleding.

The Trial Against Ratko Mladic verbindt ontwikkelingen tijdens de rechtszaak zo op een logische manier met de onderliggende gebeurtenissen en maakt bovendien een zeer afgewogen indruk. Het is een film die de oorlog in zijn historische context plaatst, geen gemakkelijke tweedeling maakt tussen daders en slachtoffers en toch laat zien dat de waarheid, hoe betwist of ongemakkelijk ook, uiteindelijk altijd moet prevaleren.

Daddy And The Warlord

Mijn vader is een held. In zijn geboorteland Liberia probeerde hij jarenlang zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is nu eenmaal een echte wereldverbeteraar.

Tenminste, dat dacht journaliste/columniste Clarice Gargard, die zelf in Nederland opgroeide. Totdat ze ontdekte dat ‘daddy’ onderdeel was van het regime van Charles Taylor. En werd die, sinds de staatsgreep die hem in 1992 aan de macht bracht, niet in verband gebracht met gedrogeerde kindsoldaten, kannibalisme en misdaden tegen de menselijkheid?

Filmmaker Shamira Raphaëla volgt Clarice terwijl ze, bijna tegen beter weten in, klaarheid probeert te krijgen over de rol van haar vader in de voortdurende Liberiaanse burgeroorlog. Is hij werkelijk een man om trots op te zijn? Of heeft haar onvoorwaardelijke liefde als kind een eerlijke beoordeling van Martin Gargard altijd in de weg gezeten?

Daddy And The Warlord (52 min.) verstrekt dochterlief geen gemakkelijke antwoorden. En Raphaëla ziet zich soms genoodzaakt om Clarice Gargard ongemakkelijke vragen te stellen. Ze omkleedt de verhalen en ontdekkingen van haar hoofdpersoon bovendien met getuigenissen van slachtoffers over de gruwelen van de Liberiaanse oorlog.

De tone of voice, het unheimische geluidsdecor en de duistere kleurzetting van deze film (Nederlandse titel: De Waarheid Over Mijn Vader) zijn opvallend onheilszwanger. Alles wijst erop dat pa Gargard echt wat op zijn kerfstok heeft. De symboliek van een beeld waarin ‘Daddy’ zich achter tralies lijkt te bevinden, is bijvoorbeeld nauwelijks mis te verstaan.

Intussen blijft het de vraag of Clarice de waarheid over haar vader wil zien. Of ze die als dochter eigenlijk wel kán zien.

The Silence Of Others

In de Jerte-vallei in Extremadura staren enkele beelden in de verte. Ze representeren de slachtoffers van het Franco-regime in Spanje. Kort na de onthulling van het monument, ruim dertig jaar nadat de dictator in 1975 stierf, heeft een onbekende onverlaat de beelden beschoten. Stuk voor stuk dragen ze nu kogelgaten. De verantwoordelijke kunstenaar Francisco Cedenilla beschouwt die als de vervolmaking van zijn werk.

‘Het belangrijkste wat we van Franco moeten onthouden’, zegt Jaime Alonso nochtans doodgemoedereerd, ‘is dat hij nooit verkeerd zat.’ Daarna vertelt de medewerker van de Franco-stichting gedreven hoe de voormalige dictator, die Spanje meer dan vier decennia regeerde, zijn land bevrijdde van communistische tirannie. Geen woord over verdwenen landgenoten, marteling of genocide. Franco’s aanhangers willen nog altijd geen kwaad woord horen over hun leider.

Veel Spanjaarden, waaronder talloze vooraanstaande politici, zwijgen sowieso het liefst over het verleden (en laten bijvoorbeeld ook de straatnamen, met verwijzingen naar gewezen helden van het bewind, het liefst ongemoeid). Zeker de amnestiewet, die ervoor heeft gezorgd dat de beulen van het Franco-regime zich nooit hebben hoeven te verantwoorden voor hun daden, is en blijft taboe. Een groep slachtoffers en nabestaanden laat het er echter niet bij zitten en probeert al sinds 2010 internationaal recht te halen.

The Silence Of Others (91 min.) documenteert hun jarenlange pogingen om, met behulp van een Argentijnse onderzoeksrechter, alsnog gerechtigheid te laten geschieden. De documentaire van Almudena Carracedo en Robert Bahar schetst tevens de achterkant van die queeste om het collectieve zwijgen te beëindigen: het onbeschrijflijke leed dat gebeurtenissen die zich soms een halve eeuw geleden voltrokken nog altijd veroorzaken in de levens van gewone, vaak hoogbejaarde Spanjaarden. Sommige getuigenissen van Franco-slachtoffers gaan werkelijk door merg en been.

In dat verband speelt ook de vraag op of je als dader eigenlijk vergiffenis kunt eisen. Of is het voorbehouden aan het slachtoffer om (eventueel) vergeving te géven? Én: kun je als samenleving werkelijk verder met zoveel lijken in de kast (en onder de grond)? De vraag stellen…

Matangi / Maya / M.I.A

‘All I wanna do is bang bang bang bang’, rapt M.I.A., terwijl er geweerschoten klinken in haar wereldhit Paper Planes uit 2007. Een kassa rinkelt: ‘And take your money.’ Zo kijken veel westerlingen toch tegen immigranten aan? Nou, dan kunnen ze het krijgen ook, moet de Britse rapper van Sri Lankaanse origine (echte naam: Maya Arulpragasam) hebben gedacht. In 1985 vluchtte ze als tienjarige Aziatische meisje naar een volledig vreemde wereld, Europa. Die verscheurdheid klinkt door in alles wat ze sindsdien heeft gemaakt.

Dat perspectief – van de buitenstaander die bij ‘ons’ en haar eigen moederland naar binnen kijkt – maakt van de biopic Matangi / Maya / M.I.A. (96 min.) méér dan het zoveelste portret van een succesvolle artiest, die nog eens goed in de markt moet worden gezet of wel een extra veer in zijn reet kan gebruiken. M.I.A.’s venijnige songs kunnen niet los worden gezien van hun maatschappelijke context. Dat betekent overigens niet dat filmmaker Steve Loveridge ook kritisch naar de controversiële rapper kijkt. Daarvoor verblijft hij (blijkbaar) al te lang in haar entourage. Hij filmt Maya sinds halverwege de jaren negentig, toen ze allebei op de kunstacademie zaten.

Onplezierige vragen over de aard van M.I.A.’s activisme of haar omstreden vader, een prominent lid van de verzetsbeweging/terreurgroep de Tamil Tijgers, blijven achterwege. ‘Waarom ben je zo’n problematische popster?’, vraagt Loveridge nog wel aan zijn hoofdpersoon. ‘Waarom…’ Ze maakt de zin zelf af: ‘houd je niet gewoon je bek?’. Waarmee de relatie tussen maker en subject aardig is neergezet. Deze film moet het duidelijk niet hebben van kritische distantie, maar van de nabijheid tussen vrager en bevraagde. De documentaire bestaat voor het leeuwendeel uit B-roll video’s die in huiselijke kring, backstage en tijdens reizen naar Sri Lanka zijn gemaakt.

M.I.A.’s leven en dit spannende portret van een strijdbare jonge vrouw komen tot een climax in 2009 als ze, zwanger van haar eerste kind en genomineerd voor zowel een Oscar als een Grammy Award, ziet hoe de oorlog in haar moederland escaleert. Als ‘enige Tamil in de westerse media’ voelt ze zich geroepen om zich uit te spreken over wat zij de genocide op haar volk noemt. Zo komt Maya zelf ernstig onder vuur te liggen, bijvoorbeeld via een venijnig profiel in New York Times Magazine, waarin ze wordt neergezet als een verwend kind, dat flinterdunne politieke statements maakt. Sleutelquote: ‘”I kind of want to be an outsider”, she said, eating a truffle-flavoured French frie.’

M.I.A. (ofwel: Missing In Action) reageert in stijl met een slicke videoclip, waarin ze zogenaamd met een grote zonnebril op aan een zonovergoten buitenzwembad zit. ‘All I wanna do is check my Monet’, concludeert ze, om met de nodige zelfspot te verduidelijken: ‘M.I.A. investing in third world democracy. These shades were made in Sri Lanka. Don’t you dare write anything else funny about me.’ Waarna de geboren provocateur ostentatief een vliegtuigje vouwt van een dollarbiljet en het door de lucht laat dwarrelen…

The Waldheim Waltz

Tegenwoordig zou het vast niet lang duren voordat Kurt Waldheim in het openbaar aan het kruis zou worden genageld. Een politicus die zo’n twijfelachtig oorlogsverleden verbergt is altijd slechts een muisklik verwijderd van totale ontluistering. Die zal zich waarschijnlijk geen kandidaat stellen voor het presidentschap van Oostenrijk. Hij is wel wijzer; ‘ze’ zullen het verleden nooit laten rusten.

In de twintigste eeuw waren er echter nog geen sociale media en kon Waldheim gewoon secretaris-generaal van de Verenigde Naties worden. Van 1972 tot 1982 bekleedde hij die prestigieuze post. Terwijl er al sinds de Tweede Wereldoorlog twijfel was over zijn naziverleden en de vraag werd opgeworpen of hij een actieve rol had gespeeld bij partizanenjacht in Joegoslavië en betrokken was geweest bij Jodenvervolging. Die geruchten bleven echter onder de pet.

Pas in 1986, in de nasleep van Claude Lanzmanns vernietigende Holocaust-documentaire Shoah, werd Waldheims verleden alsnog grondig onderzocht en kwamen er documenten boven tafel, die leken aan te tonen dat Waldheim bepaald niet de onwillige, dienstplichtige militair was geweest die steevast de hoofdrol had gespeeld in zijn eigen verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Déze Kurt Waldheim had gediend onder de beruchte Oostenrijkse generaal Alexander Löhr, die in 1947 was geëxecuteerd vanwege oorlogsmisdaden.

Ruim dertig jaar later analyseert Ruth Beckermann het politieke schandaal, waarbij ze destijds zelf als demonstrant en documentairemaker nauw betrokken was. Met louter archiefmateriaal tekent ze de commotie op rond de man die zichzelf typeerde als een ‘fatsoenlijke soldaat’. Terwijl Waldheim in de hele wereld wordt uitgemaakt voor oorlogsmisdadiger, blijft de Österreichische Volkspartei en een groot deel van de bevolking hem in de rug dekken.

Interessante materie voor een boeiende film. The Waldheim Waltz (91 min.) vraagt desondanks doorzettingsvermogen. Beckermanns contemplatieve voice-overs en de tijd die ze neemt voor het opzetten van de affaire stellen het geduld van de – met social media (her)opgevoede – kijker aan het begin van de film danig op de proef. Gaandeweg wordt ook die echter meegenomen in de vertelling, waarin Waldheim wordt opgevoerd als de verpersoonlijking van Oostenrijks moeizame verhouding tot de oorlog. Was het land méér dan het eerste slachtoffer van Hitlers dadendrang?

Exemplarisch is in dat verband Waldheims zoon Gerhard, die ervoor kiest om zijn vader en diens (opgeschoonde) herinneringen aan de oorlog onvoorwaardelijk te geloven. Het komt hem tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse parlement op een publieke schrobbering te staan door het Joodse congreslid Tom Lantos, die zijn hele familie verloor tijdens de Tweede Wereldoorlog en de waarheid in zijn aanwezigheid niet laat verloochenen. Het is de gehele affaire in het klein, op het scherpst van de snede uitgevochten.

In 1989 werd Kurt Waldheim door het zogenaamde staafincident overigens nog ongewild onderwerp van gesprek onder Nederlandse voetballiefhebbers. Tijdens de wedstrijd van Ajax tegen Austria Wien zorgde cabaretier Freek de Jonge als gaststadionspeaker voor consternatie met de mededeling dat er telefoon was voor de heer Waldheim. Of hij misschien de heer Wiesenthal wilde terugbellen.

Niet veel later werd de Oostenrijkse keeper Franz Wohlfahrt geraakt door een ijzeren staf, die was gegooid vanaf de tribune. De Amsterdamse club zou een jaar worden uitgesloten van Europese wedstrijden.

On Her Shoulders

Je bent alles wat je bezat kwijtgeraakt Je halve familie is uitgemoord. En je hebt zelf een jaar als seksslaaf in een kamp gezeten. Als je dan eindelijk bent ontsnapt aan de gruwelen van Islamitische Staat, wacht de rest van de wereld. Met jouw verhaal kun je de genocide op jouw volk wereldwijd onder de aandacht brengen, maar wil en kun je jouw persoonlijke nachtmerrie steeds herbeleven? Het voelt soms bijna als een tweede verkrachting.

Hoe begripvol haar gesprekspartners ook proberen te zijn, uiteindelijk zijn ze meedogenloos voor Nadia Murad, mensenrechtenactivist tegen wil en dank. Hoe hebben ze je verkracht? willen ze weten. Of: je bent nu beroemd, wat betekent dat voor je? Zelf wil Nadia eigenlijk praten over wat er met al die andere jonge meisjes is gebeurd, in welke omstandigheden de vluchtelingen in de kampen moeten leven en hoe de situatie is van haar volk, maar altijd weer is er die hunkering naar persoonlijke details die haar betoog extra indringend maken.

Nog niet zo lang geleden woonden de Jezidi’s als een christelijke minderheid in Noord-Irak, nu draagt een vrouw van begin twintig de last van haar volk On Her Shoulders (89 min.). Terwijl ze langs media en politici wordt geleid, moet Nadia in deze film van Alexandria Bombach iets van zichzelf zien te behouden. ‘Voor een meisje van mijn leeftijd is dit iets heel groots’, zegt ze zelf. ‘Het is groot, maar het zal nooit groter zijn dan het onrecht dat ons is aangedaan.’ Even later verzucht Nadia dat ze bekend had willen staan als een uitstekende naaister, atlete, studente, visagiste of boerin. ‘Ik wil niet dat mensen me kennen als een slachtoffer van IS-terrorisme.’

Inmiddels is ze toch de stem geworden van haar volk, het gezicht van een campagne van de Verenigde Naties en een potentieel doelwit van Islamitische Staat, maar ergens daarachter gaat nog steeds die rouwende dochter, zus en vriendin schuil, die afscheid heeft moeten nemen van (zowat) alles wat haar dierbaar was. Een tengere vrouw, een meisje nog, dat een symbool is geworden – en daarmee ook een speelbal van allerlei belangen en idealen. Deze aangrijpende film brengt de bijbehorende vervreemding treffend in beeld en laat tegelijkertijd zien hoe dapper Nadia zich desondanks van haar plicht kwijt.

Het leverde haar onlangs, samen met de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege, de Nobelprijs voor de Vrede op.

De Baby

 

Ze had zichzelf wijsgemaakt dat ze een dochter was van koningin Juliana en voor haar eigen veiligheid naar de Verenigde Staten was gebracht. Anderen kenden Anneke Kohnke tijdens de Tweede Wereldoorlog simpelweg als ‘de baby’, een Joods meisje dat na de deportatie van haar ouders opgroeide in een Nederlands pleeggezin.

Fred Blacquière, haar pleegbroertje in die woelige jaren, heeft zijn moeder enkele jaren geleden op haar sterfbed beloofd dat hij op zoek zal gaan naar Anneke, die ze aan het eind van de oorlog uit het oog zijn verloren. Dat is het startpunt van deze prachtige documentaire van Deborah van Dam, de ultieme film over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Baby (85 min.) is bepaald geen sjabloonachtige WOII-documentaire, waarin enkele onverschrokken verzetshelden op het schild worden gehesen of juist een tragische Joodse familiegeschiedenis uiteen wordt gezet, zoals de Publieke Omroep elk jaar rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag nog wel eens wil uitzenden. Dit verhaal gaat veel dieper en is nóg confronterender.

De inmiddels in New York woonachtige Anneke, die haar jeugd in de jaren na de oorlog zo ver mogelijk heeft weggedrukt, wordt vanuit Nederland bijna gedwongen om de confrontatie aan te gaan met haar tragische verleden, waarin niets zwart of wit blijkt, om uiteindelijk uit te komen bij het ongemakkelijke heden, dat ook nog vele tinten grijs laat zien.

Het is een schrijnend, bijzonder slim opgebouwd verhaal waarin de kijker, met Anneke, van de ene in de andere verbazing valt. Zo herkent ze zichzelf bijvoorbeeld als baby op een foto met hét symbool van de Jodenvervolging in Nederland, Anne Frank. Ze dacht altijd dat ze dat beeld zelf had verzonnen. Glimlachend: ‘Dus misschien was ik ook wel echt een kind van de koningin.’

The Act Of Killing

 

Als je iemand een bijzonder ongemakkelijke filmavond wilt bezorgen, schotel hem dan zonder al te veel voorinformatie The Act Of Killing(2012) voor. Ik heb tweemaal een avond – en de bijbehorende nacht en dagen daarna – laten vergallen door de bikkelharde film van Joshua Oppenheimer en begin nooit meer aan een derde kijkbeurt. Terwijl ik dit intik, spuug ik tussen twee vingers door op de grond. Beloofd. Uit puur zelfbehoud overigens.

Tegelijkertijd zou ik iedereen die de film nog niet heeft gezien aanraden om er direct een paar uurtjes voor vrij te maken. Gewoon op Videoland: The Act Of Killing, de zogenaamde director’s cut zelfs (159 min.). Zorg dan wel voor tissues, een emmertje en enkele hulplijnen, want een walgelijkere kijk op de wrede inborst van dé mens – nee, laten we het comfortabel houden – van sómmige mensen zul je niet snel meer krijgen.

Oppenheimer heeft voormalige Indonesische massamoordenaars, die het land halverwege de jaren zestig enthousiast zuiverden van communisten en andere onwelgevallige landgenoten, gevraagd of ze de hoofdrol willen spelen in een overdadig aangeklede speelfilm over hun eigen heldendaden. De inmiddels bejaarde mannen happen enthousiast toe en kruipen nog eenmaal in de rol van hun leven.

Waar de gemiddelde kijker – hopelijk – een stel voormalige criminelen met een nauwelijks ontwikkeld moreel besef ziet, die tegenwoordig zowaar een soort macabere fanbasis lijken te hebben, menen ze zelf dat die film hen eindelijk die welverdiende roem zal brengen. De camera biedt hen tevens de mogelijkheid om hun vakkennis over te dragen, want hoe kun je nu eigenlijk het beste prikkeldraad om iemands nek wikkelen en waar moet je die dan aantrekken? Wacht, ze demonstreren het wel even.

The Act Of Killing is zo’n film die je nooit meer vergeet – al zou je eigenlijk niets liever willen. Oppenheimer filmde tegelijkertijd overigens ook het aangrijpende The Look Of Silence (2014), een documentaire met een conventionelere opzet, waarin de kant van de slachtoffers van de Indonesische genocide wordt belicht. Ook die film klapt er genadeloos in. Beide documentaires werden genomineerd voor een Oscar en sleepten diverse prijzen in de wacht.

Joshua Oppenheimer is na het filmen van zijn indrukwekkende tweeluik uit Indonesië vertrokken en zal daar ook niet snel terugkeren. ‘Ik kan Indonesië waarschijnlijk zonder problemen in’, vertelde hij halverwege 2015 in een interview met The New York Times. ‘Ik weet alleen niet zeker of ik het land ook weer levend kan verlaten.’

Sobibor Excavated: The 4 Stages of Deceit

sobibor

 

‘Mogelijk zullen ze ons vervloeken’, constateert Adolf Eichmann, de ‘logistiek manager van de Holocaust’, in een bewaard gebleven geluidsopname. Niet omdat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog miljoenen doden op hun geweten hebben – wat je in een onbezonnen bui misschien zou verwachten – maar omdat ze er volgens hem niet in zijn geslaagd om ‘10,3 miljoen vijanden’ om te brengen. Het leed en de tegenspoed zal nu degenen treffen, stelt Eichmann met gevoel voor drama, die nog niet geboren zijn.

Welkom in de denkwereld van een doorgewinterde Nazi. Welkom ook bij de documentaire Sobibor Excavated, The 4 Stages Of Deceit (52 min.) van Mark Limburg, waarin aan de hand van de vier fasen van de Endlösung (Verabreichung, Rezeption, Vernichtung en Abdeckung) de gevolgen van Eichmanns vernietigingswerk worden doorlopen. Van de effectieve opzet van Sobibor en het aantrekkelijke uiterlijk van het vernietigingskamp, om de toekomstige slachtoffers zand in de ogen te strooien, tot de allerlaatste bewijsstukken van de totale vernietiging aldaar, die tijdens opgravingen worden blootgelegd.

De film concentreert zich echter vooral op de menselijke consequenties van Eichmanns vernietigingswerk, via twee overlevers die aan zijn dodelijke bureaucratie ontkwamen. De complete familie van Rudie Cortissos werd vermoord. De enige herinnering die hij aan zijn moeder heeft, is een afscheidsbrief die ze onderweg naar het Poolse kamp schreef. Ook ‘Deddie’ (David Zak), de neef van Lies Caransa kwam daar aan zijn einde. Zij heeft niettemin het gevoel dat hij altijd over haar schouder is blijven meekijken. Tijdens de opgravingen in Sobibor, ‘een abattoir voor mensen’ volgens één van de daar werkzame archeologen, wordt er een tastbaar bewijs van Deddies leven opgediept. Maar van wie is dat naamplaatje eigenlijk?

Hoewel Sobibor al ruim zeventig jaar dicht is, maakt deze grauwe film, die gisteren werd uitgezonden op de dag van de Nationale Holocaust Herdenking en die nog is te bekijken op npo.nl, eens te meer duidelijk dat die oorlog nooit echt afgelopen is en ook nu nog nieuwe wonden kan veroorzaken.

The Forger / Joe’s Violin

 

Hij vervalst voor een betere wereld, de hoofdpersoon van deze korte documentaire. De idealist Adolfo Kaminsky begon in de Tweede Wereldoorlog als 18-jarige jongen met het vervaardigen van Joodse paspoorten en heeft zijn activiteiten daarna nooit meer gestaakt.

The Forger (16 min.) valt niet alleen op door het bijzondere verhaal van deze Franse evenknie van Oskar Schindler, die ruim 14.000 Joodse levens zou hebben gered. Ook de vorm van deze korte film is ronduit overweldigend. Een groot deel van het verhaal is verbeeld met papieren schaduwpoppen.

Er is overigens al eens eerder een documentaire gemaakt over Adolfo Kaminsky (die ik zelf nog niet heb gezien): Forging Identity. Zijn dochter Sarah heeft bovendien een Ted Talk over hem gehouden.

Vergeet verder ook niet om de ontroerende korte documentaire Joe’s Violin (24 min.) te bekijken. In deze film, die werd genomineerd voor een Oscar, is te zien hoe Holocaust-overlever Joe Feingold zijn viool doorgeeft aan een nieuwe generatie bespelers, verpersoonlijkt door de 12-jarige middelbare schoolleerling Brianna Perez uit de beruchte New Yorkse wijk The Bronx.