Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen

Channel 4 / Videoland

Als het te goed lijkt om waar te zijn, dan is ‘t dat misschien ook. De belofte van groot geld kan echter zelfs de scherpste geesten verblinden. En dan wordt de propositie van ‘Dr. Ruja’, de grote roerganger van een cryptobedrijf dat zich vanaf 2014 bijna als een sekte presenteert, volstrekt onweerstaanbaar: snel rijk worden en ook nog iets goeds doen voor de wereld. Menigeen tuint er met open ogen in en investeert (al) z’n zuurverdiende centen in OneCoin. Het vervolg laat zich voorspellen.

De driedelige docuserie Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen (Nederlandse titel: De Cryptokoningin: Visionair Of Meesterfraudeur?, 138 min.) zet de hele Onecoin-affaire, die ook al het onderwerp was van de documentaire Lie To Me, nog eens op een rijtje. OneCoin, met de zelfgekozen bijnaam The Bitcoin Killer, werkt in feite als een wereldwijde Tupperware-party, waarbij familieleden en vrienden elkaar overtuigen van de zegeningen van de cryptomunt en worden beloond als ze daarin slagen.

Wie er eens goed naar kijkt, zoals cryptokenner Tim ‘Tayshun’ Curry, ziet dat OneCoin in werkelijkheid niet meer is dan een zorgvuldig opgetrokken luchtkasteel, dat een gigantisch piramidespel moet verhullen. En het Bulgaarse orakel Ruja Ignatova, gezegend met een IQ van boven de 200, speelt een sleutelrol in het uitdragen van de centrale boodschap: join the financial revolution. Zij overtuigt hele volksstammen ervan dat ze met de aankoop van OneCoins vliegensvlug miljonair kunnen worden.

Regisseur Alex Tondowski zoomt in op de achtergronden van de vrouw die een – ja, nog zo’n slimme marketingterm – OneLife propageert. Na de val van de Muur is Ruja zelf begin jaren negentig met haar ouders naar Duitsland geëmigreerd. In het plaatsje Schramberg in het Zwarte Woud belandt zij als Oost-Europese immigrante op het gymnasium, waarna ze naar Oxford zou zijn vertrokken en bij McKinsey beland. Ignatova heeft altijd al grote dromen: ze wil rijk en belangrijk worden. Enter Evgeni Minchev.

Haar flamboyante landgenoot, die maar wat graag over zijn voormalige protegé lijkt te willen vertellen, zorgt ervoor dat ze de juiste mensen leert kennen en binnen twee maanden na de oprichting van OneCoin al tot zakenvrouw van het jaar wordt gekozen in eigen land. Tussendoor ondergaat ze een grondige make-over bij de plastische chirurg. Binnen de kortste keren staat Ruja daarna op de cover van het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine – al blijkt ook in dit geval dat niets is wat het lijkt.

‘If you want to tell a lie’, zegt Lyndell Edgington cryptisch. ‘Tell a big one.’ Behalve fraudejagers zoals hij en klokkenluiders, waaronder de voormalig OneCoin-hotshots  Duncan Arthur en Frank Schneider, laat Fugitive ook enkele van de ruim een miljoen gedupeerde investeerders aan het woord. Terwijl zij berooid zijn achtergebleven, is Ignatova sinds 2017 spoorloos. Is ze zelf verdwenen? vraagt deel drie van deze boeiende miniserie zich af. Of heeft de Russische georganiseerde misdaad haar laten verdwijnen?

Met behulp van geheime telefoonopnamen van Ruja Ignatova en bronnen uit alle uithoeken van de financiële en journalistieke wereld loopt Tondowski de verschillende theorieën af en komt uiteindelijk tot een geloofwaardige hypothese over wat er gebeurd kan zijn met de zakenvrouw die daadwerkelijk te goed was om waar te kunnen zijn.

Separated

MSNBC Films

Het moet een afschrikwekkend effect hebben op potentiële immigranten, zodat die er nog wel een keer over nadenken voordat ze illegaal de Verenigde Staten proberen binnen te komen. Als een ouder met kind wordt aangehouden bij de grens, zijn de instructies van de regering Trump begin 2017 glashelder: direct van elkaar scheiden.

De ouder wordt aangehouden en aangeklaagd, zoon of dochter geboekstaafd als kind zonder ouder en direct overdragen aan het Office of Refugee Resettlement (ORR). Trauma’s gegarandeerd. Die zijn onderdeel van het plan. Ouders en kinderen – baby’s soms nog – worden voor het oog van de wereld uit elkaar gehaald. Al snel ontbreekt het overzicht van welk kind waar terecht is gekomen. Zelfs dat lijkt onderdeel van het plan.

In Separated (92 min.) zoomt Errol Morris in op hoe Donald Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn als president (2017-2021) inzet op een populair issue bij zijn achterban: het verder vergrendelen van de grens met Mexico en op alle mogelijke manieren ontmoedigen van met name bewoners van Midden-Amerika om naar het land van de onbegrensde dromen te komen. En als ze daarbij enkele kinderen kwijtraken…

Met direct betrokkenen reconstrueert de documentairemaker in deze film, die is gebaseerd op het boek Separated: Inside An American Tragedy van Jacob Soboroff, hoe dat harteloze beleid tot stand is gekomen. Zijn gesprekpartners kregen doorgaans al snel gewetensnood bij het uitvoeren van de ideeën van met name Trumps Homeland security advisor Stephen Miller, die (natuurlijk) niet participeert in deze documentaire.

Ook Trumps ministers van Justitie, Jeff Sessions, en Binnenlandse Veiligheid, Kirstjen Nielsen, het gezicht van het  ‘family-separation policy’, zijn wel wijzer dan zich te laten bevragen door Morris, die eerder Trumpist Steve Bannon al eens het vuur aan de schenen legde. Scott Lloyd, directeur van het ORR, is de enige die zich voor de camera waagt, maar hij oogt als een omhoog gevallen bureaucraat die ook niet beter weet.

Separated bevat mede daardoor minder (verbaal) vuurwerk dan de meeste Errol Morris-films. Ook doordat hij zich beperkt tot de verwording van het beleid en geen slachtoffers daarvan aan het woord laat (of kan laten). Om hun perspectief toch over het voetlicht te brengen, neemt Morris z’n toevlucht tot gedramatiseerde scènes met een moeder en zoon uit Guatemala, gespeeld door Gabriela Cartol en Diego Armando Lara Lagunes.

Dat blijft voelen als een soort noodgreep, die vooral onderstreept dat eenmaal gescheiden ouders en kinderen veelal volledig uit beeld verdwijnen. Tegelijkertijd doet de Amerikaanse family-separation policy, nu Trumps tweede termijn weer de gebruikelijke turbulentie veroorzaakt, bijna aan als oud nieuws, héél wat Trumpjaren geleden. Terwijl ruim duizend kinderen, enkele jaren na dato, nog altijd niet terecht zijn.

En iedereen die Donald Trump wel eens over immigranten en het sluiten van de grens heeft horen oreren, weet: datzelfde beleid kan zo weer opgestart worden.

We Beat The Dream Team

HBO

Grant Hill, de directeur het Amerikaanse basketbalteam, heeft één sterk verhaal: hij heeft ooit ‘het beste team uit de geschiedenis van teamsporten’ verslagen.

Dat zit zo: in 1992 besluit de Amerikaanse basketbalfederatie NBA, na een smadelijke nederlaag bij de Olympische Spelen van 1988, om geen amateurteam, met louter talenten, meer te sturen. Voor het eerst wordt er een team met professionals samengesteld. Dit ‘Dream Team’ bevat enkele van de grootste namen uit de basketbalhistorie: Magic Johnson, Larry Bird en – de speler die wordt beschouwd als de Greatest Of All Time (GOAT) van zijn sport – Michael Jordan.

Om de grote sterren te preppen voor de onvermijdelijke gouden medaille bij de Olympische Spelen van Barcelona doet de NBA wel weer een beroep op een team met aanstormende talenten, zoals Penny Hardaway, Chris Webber én Grant Hill. En dit ‘Select Team’, dat dus bestaat uit jonge spelers die bij eerdere edities wellicht zelf naar de Spelen zouden zijn gestuurd, heeft tijdens een oefenwedstrijd dus afgerekend met de allergrootste basketbalsterren van hun tijd.

Ofwel: We Beat The Dream Team (79 min.). En daarvan blijken zelfs beelden te bestaan: Chuck Daly, de coach van de gedroomde helden, liet het trainingspartijtje filmen, zodat ze er nog wat van konden leren. Naderhand zorgde hij er overigens wel voor dat de uitslag snel van het scorebord werd verwijderd – en dat daarvan geen foto’s waren genomen. Anders zouden USA Today en  The New York Times er de volgende ochtend vast mee hebben geopend, beweert assistent-coach PJ Carlesimo.

Met coaches en spelers van beide teams veegt regisseur Michael Tolajian (die ook al betrokken was bij de epische Jordan-serie The Last Dance) de spinnenwebben uit dit vergeten uithoekje van de Dream Team-historie. Dat is in 2012 overigens ook al eens ter sprake gekomen in de documentaire The Dream Team. Daarin beweert Mike Krzyzewski, een andere assistent-coach, dat Daly zijn supersterren opzettelijk heeft laten verliezen. Als de noodzakelijke ‘wake-up call’ op weg naar Olympisch Goud.

En dat is dan weer tegen het zere been van Grant Hill en zijn voormalige teamgenoten, waarvan een deel later ook furore zou maken in de NBA. Zij worden daarmee beroofd van hun meest tot de verbeelding sprekende wapenfeit. Tolajian serveert de verschillende lezingen van wat er is gebeurd uit met enkele geanimeerde sequenties en een hopelijk ludiek bedoelde soundtrack, die het hele terrein tussen de themamuziek van Rocky en Beethovens Ode An Die Freude bestrijkt.

En zo wordt weer een kleine alinea toegevoegd aan het heldenverhaal dat inmiddels. op alle mogelijke manieren, is gewijd aan The Dream Team.

Fiore Mio

Vedette Film

Behalve schrijver van bestsellers zoals De Acht Bergen (Le Otto Montagne), in 2022 verfilmd door Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch, is Paolo Cognetti ook filmmaker. In de documentaire Fiore Mio (Engelse titel: A Flower of Mine, 79 min.) zoekt hij opnieuw de bergen op. Cognetti fungeert bovendien zelf als hoofdpersoon in deze heilzame roadmovie, waarvoor hij rondtrekt op de Alpentop Monte Rosa.

Samen met zijn hond Laki belandt hij uiteindelijk bij Rifugio Mezzalama, een bergherberg die ruim drieduizend meter boven zeeniveau ligt, vanwaar hij met de jonge uitbaatster langs imposante rotspartijen, helblauwe meren en besneeuwde bergtoppen wandelt en mijmert over de verschillende afslagen die het leven kan nemen, de ontzagwekkende wereld voor hun ogen en hoe die wordt bedreigd door klimaatverandering.

Daar is Cognetti’s reis in zekere zin ook begonnen: bij de droogte waarmee hij ook in zijn eigen huis in Estoul kampt. Vandaar trekken hij en zijn trouwe viervoeter door het bergmassief en gaan in gesprek met de mensen die ze onderweg ontmoeten: een oude jeugdvriend, een voormalige sjerpa uit Tibet en een berggids op leeftijd bijvoorbeeld. Gesprekken over oud hout, de herfstblues en – natuurlijk – zorgen over de aarde.

Marta Squinobal, die met haar familie de veganistische Orestes Hütte uitbaat en tegelijkertijd yogatrainingen verzorgt, is bijvoorbeeld ontzet over hoe de mens met zijn leefomgeving omgaat, maar gelooft tegelijk dat de wereld ’t wel overleeft. ‘Als de natuur uiteindelijk zegt: ‘ik heb er genoeg van’, dan neemt ze gewoon afscheid van ons of laat slechts een klein deel van ons in leven’, zegt ze. ‘En daarna gaat ze vrolijk verder.’

Cameraman Ruben Impens, die ook verantwoordelijk was voor de cinematografie van Le Otto Montagne, tekent Cognetti’s gesprekken sfeervol op, maar gaat zich natuurlijk vooral te buiten aan de natuurpracht van Monte Rosa. Het kalme en sfeervolle Fiore Mio wordt zo, letterlijk en figuurlijk, een film van fraaie vergezichten. En een pleidooi om de wereld, zoals die er al lang voor de komst van de mens was, een beetje in ere te houden.

American Murder: Gabby Petito

Netflix

Ten einde raad plaatst Nicole Schmidt een bericht op Facebook: ‘Waar is Gabby???’ Ze zet er een foto bij van haar 22-jarige dochter, zittend op een rots. Samen met haar vriend Brian Laundrie is Gabrielle Petito ruim twee maanden eerder, begin juli 2021, in haar camper vertrokken. De twee wilden met de witte Ford Transit Connect een roadtrip door de Verenigde Staten maken. Gabby heeft al die tijd trouw gevlogd, maar is nu al een kleine twee weken volledig van de radar verdwenen en reageert net als Brian nergens meer op.

De titel van deze driedelige true crime-serie verraadt al wat er gebeurd is: American Murder: Gabby Petito (127 min.). Dan blijft het vooral nog de vraag hoe en waarom, want de wie-vraag lijkt na de openingsscène ook al min of meer beantwoord: een agent houdt Gabby en Brian dan staande in Moab, Utah, slechts enkele weken voordat zij vermist zal raken. Hij heeft een melding gekregen over een man die in het openbaar zijn vriendin sloeg. De bodycamera van de agent laat vervolgens zien hoe een ontredderde Gabby de situatie nog enigszins probeert te redden, terwijl Brian ogenschijnlijk ontspannen blijft beweren dat er weinig aan de hand is.

Een mediahype is geboren: wat is er gebeurd met Gabby Petito en welke rol heeft Brian Laundrie, met wie ze zich ruim een jaar eerder heeft verloofd, daarin gespeeld? Met behulp van Petito’s vlogs, haar telefoongegevens en social mediaverkeer kan de politie nauwkeurig reconstrueren hoe het stel eind augustus 2021 in het Grand Teton National Park terecht is gekomen. En met de bodycams van de agenten, die zich ter plaatse en bij het ouderlijk huis van Brian Laundrie melden, kunnen de documentairemakers Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze doeltreffende miniserie al even nauwgezet het politieonderzoek opnieuw oproepen.

Zo ontvouwt zich een tragisch verhaal, dat in het oog van de wereld tot z’n ontknoping komt. Die openbaarheid roept ook vragen op: zijn al die Point Of View-beelden van willekeurige politieagenten bijvoorbeeld werkelijk bedoeld om met de wereld te delen? In hoeverre worden verdachten – en mensen uit hun directe omgeving – zo al veroordeeld in ‘the court of public opinion’? Zeker is dat bij een geruchtmakende zaak zoals de verdwijning van Gabby Petito, die ongegeneerd appelleert aan de voyeur in ons, de privacy van de direct betrokkenen er al snel niet meer toe lijkt te doen. Alles wordt geofferd voor het zoeken naar het slachtoffer en de jacht op de dader.

Schmeichel

SkyShowtime

Als je een foutje maakte, vertelt ploeggenoot Gary Neville, stond Peter Schmeichel tegen je te schreeuwen alsof je het handtasje van z’n oma had gestolen. Het is een act, houdt de Deense keeper van Manchester United zichzelf toen nog voor. Een manier om te overleven in de jungle die het internationale topvoetbal ook in de jaren negentig al was. Na verloop van tijd komt hij er echter niet meer los van. Na een tegenvaller is Schmeichel ook thuis niet te harden.

Je leert het leven met terugwerkende kracht begrijpen, heeft hij aan het begin van de tweedeIige docu Schmeichel (92 min.) van Owen Davies al geconstateerd, maar je moet altijd vooruit leven. Uiteindelijk haalt dat verleden je dan toch in. Die geschiedenis begint eigenlijk al in Polen, een land waarmee Peter Schmeichel geen enkele band heeft. Daar wordt echter zijn vader Antoni geboren. Diens vader, Peters opa, sterft direct bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, tegen het einde ervan wordt bovendien ook zijn moeder afgevoerd naar de concentratiekampen.

Als Antoni zich tijdens de Koude Oorlog in Denemarken bij Peters moeder Inger besluit te voegen, wil Polen hem alleen laten gaan als hij in het westen gaat spioneren. Al die gebeurtenissen zetten zich in hem vast. Hij wordt een man met een aanzienlijke woede. En die wordt weer geprojecteerd op zijn enige zoon. Die moet, net als hijzelf, muzikant worden. Pianist.  Peter, getuige de bewaard gebleven familiefilmpjes zo’n typisch Scandinavisch joch met helblond haar, heeft alleen andere ambities: hij wil op doel, bij zijn favoriete club: Manchester United. 

En daar zal hij deel gaan uitmaken van het legendarische team van Sir Alex Ferguson – al dreigt een hoog opgelopen conflict in de kleedkamer daar nog voortijdig een einde aan te maken. Schmeichel biedt z’n excuses aan en redt zo het vege lijf. Geen idee hoe hij dat anders had moeten oplossen, bekent Ferguson nu. Samen met oud-teamgenoten Eric Cantona en Gary Neville blikt de manager terug op een zéér succesvolle periode met de Vikingachtige doelman. Die in 1999 wel héél ondoordacht – zelf vindt hij ‘t tegenwoordig een blunder – z’n afscheid bij ManU aankondigt.

Als de druk hem na enkele tropenjaren te veel dreigt te worden, kiest Peter Schmeichel, om maar controle te houden, de vlucht naar voren. 25 Jaar later lijkt de streber van weleer tot rust te zijn gekomen – al is ook glashelder dat dit niet vanzelf is gegaan. Zijn zus Margrethe, huidige vrouw Laura von Lindholm en kinderen Cecilie en Kasper Schmeichel (eveneens doelman van een Premier League-club en het Deense nationale elftal) kunnen ervan getuigen. De ‘natural born winner’ probeert het leven, getuige dit alleraardigste sportportret, tegenwoordig te nemen zoals ‘t komt.

En dan blijkt de appel in huize Schmeichel toch minder ver van de boom te zijn gevallen dan z’n vader Antoni, met wie hij zoveel heeft gestreden, altijd had gedacht.

El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei

HBO Max

Je moet een tapijt zijn om andermans voetstappen te verzachten. Met die boodschap werden nieuwe numenairs voorbereid op wat hen te wachten stond binnen Opus Dei. Ze waren zorgvuldig uitgezocht: kwetsbare en buigzame meisjes, bij voorkeur uit grote katholieke gezinnen, die hun leven wilden geven aan God en het religieuze genootschap.

In de vierdelige docuserie El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei (Engelse titel: How I Left The Opus Dei, 204 min.) getuigen dertien vrouwen over hun ervaringen binnen de conservatieve katholieke organisatie die in 1928 werd opgericht door de inmiddels heilig verklaarde Spaanse priester Jozefmaria Escrivá (1902-1975). Hun herinneringen lijken exemplarisch: ze stammen uit verschillende landen (Spanje, Mexico, Engeland, Argentinië en Ierland) en omspannen ruim een halve eeuw.

De voormalige Opus Dei-leden verhalen stuk voor stuk over een sober, ingetogen en liefdeloos bestaan. De vrouwen werden verplicht om zich volledig aan God te wijden, stelselmatig als sloof en voetveeg gebruikt, financieel uitgeknepen en intussen zorgvuldig losgeweekt van hun families. Zelfkastijding was bovendien de norm. Met een slim verhulde cilicium, een soort zelfpijnigingsband voor rond het been, en een boetegesel, soms afgezet met scheermesjes, om alle zonden eruit te slaan.

Al die persoonlijke getuigenissen, aangevuld door enkele kenners van Opus Dei, stapelen wel behoorlijk en zorgen ervoor dat deze miniserie van Mònica Terribas erg praterig en stroperig wordt. Gedramatiseerde scènes met de Spaanse actrice Claudia Traisac, soms gadegeslagen en becommentarieerd door de voormalige Opus Dei-leden, geven de vertelling weliswaar lucht, maar kunnen uiteindelijk niet voorkomen dat zeker de eerste drie delen van El Minuto Heroico een behoorlijk lange zit worden.

In de afsluitende aflevering vertellen de vrouwen over wat die periode in Opus Dei, die soms meerdere decennia omvatte, heeft nagelaten in hun leven en tonen, in scènes die de andere afleveringen ook wel hadden kunnen gebruiken, hoe ze daarna toch nog iets van hun bestaan hebben proberen te maken. Intussen besteedt Terribas aandacht aan hoe de christelijke organisatie uiteindelijk toch onder vuur is komen te liggen, buiten én binnen de kerk.

Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius)

Disney+

Sly Stone maakte van zelfsabotage z’n tweede natuur. Hij verloor zichzelf gaandeweg volledig in dope, kwam bij optredens steeds vaker veel te laat (of helemaal niet) opdagen en zette daarmee al z’n persoonlijke en professionele relaties onder druk. Zo doofde een muzikale carrière, die hem als zwarte artiest naar de absolute wereldtop had gebracht, in een tijd waarin dat nog vrijwel zonder precedent was, langzaam maar zeker helemaal uit. Totdat Stone niet meer dan een schim was van de baanbrekende muzikant die hij eind jaren zestig, begin jaren zeventig was geweest – en helemaal uit beeld verdween.

Inmiddels is Stone al een kleine halve eeuw vrijwel onzichtbaar. Hij schijnt te zijn afgekickt, maar ontbreekt in Sly Lives! (Aka The Burden Of Black Genius) (110 min.) van Ahmir ‘Questlove’ Thompson, de drummer van de Amerikaanse hiphopband The Roots die zich steeds nadrukkelijker begint te manifesteren als maker van muziekdocu’s, getuige Summer Of Soul (…Or, When The Revolution Could Not Be Televised) (2021) en Ladies & Gentlemen… 50 Years Of SNL Music (2025). Questlove was ook betrokken bij Stone’s autobiografie Thank You (Falettinme Be Mice Elf Agin), maar heeft hem blijkbaar niet weten te overtuigen (of aangespoord) om ook in deze film te verschijnen.

Die (non-)keuze zit de documentaire overigens helemaal niet weg. Juist door het ontbreken van de hoofdpersoon, die alom wordt beschouwd als een muzikaal genie, wint die aan mysterie. Een aandoenlijke opa, genoeglijk terugblikkend op zijn eigen roemruchte verleden, zou waarschijnlijk alleen maar afbreuk hebben gedaan aan de onmiskenbare brille van zijn vroegere zelf. Vanaf halverwege de jaren zestig zette Sylvester Stewart, alias Sly Stone, de muziekwereld namelijk helemaal op z’n kop met een multiraciale groep mannen en vrouwen, die erin slaagde om de voorheen gescheiden zwarte en witte muziekliefhebbers te verenigen: Sly & The Family Stone.

Van de oorspronkelijke groep participeren bassist Larry Graham, drummer Greg Errico en saxofonist Jerry Martini in deze swingende film. De andere leden, waaronder Sly zelf, leveren hun stukje van de puzzel via archiefinterviews. Zij worden terzijde gestaan door platenbaas Clive Davis en muzikale zielsverwanten en navolgers zoals George Clinton (Parliament/Funkadelic), Chaka Khan, Andre 3000 (Outkast), D’Angelo, Nile Rodgers, Jimmy Jam en Terry Lewis, Vernon Reid (Living Colour) en Q-Tip. En tegen het eind verschijnen ook Sly’s zoon zoon Sylvester Jr. en z’n dochters Novena en Phunne, het kind dat hij kreeg met Family Stone-trompettiste en zangeres Cynthia Robinson, ten tonele.

Questlove legt zijn hypothese rond zwarte genieën aan hen voor: hebben die ’t niet extra zwaar omdat ze de verantwoordelijkheid voor hun volledige gemeenschap met zich meetorsen? Zeker in een tijd waarin de verhoudingen tussen zwart en wit, als gevolg van de burgerrechtenstrijd, sowieso al onder druk staan, kan dit een nauwelijks te dragen last worden. De muziek van Sly & The Family Stone was zowel een uitdrukking van die turbulente tijd (There’s A Riot Going On) als een verzoenende reactie daarop (Everyday People). Daarmee wist de groep een mainstream-publiek voor zich te winnen, zoals bijvoorbeeld is te zien in een dampende performance in de Ed Sullivan Show.

De ommekeer wordt, in elk geval in deze typische popdocu, al ingezet tijdens het onbetwiste hoogtepunt uit de bandhistorie: het legendarische optreden tijdens het Woodstock-festival in 1969. Als Sly Stone niet alleen z’n gehoor ‘higher’ brengt en er vast geen idee van heeft dat zijn eigen tocht naar beneden al snel zal worden ingezet. Sly Lives! neemt de tijd om te laten zien hoe de ultieme wegbereider voor funk, de man die een blauwdruk leverde voor Prince en de essentiële inspiratiebron voor hiphop langzaam maar zeker verwerd tot een doorgesnoven karikatuur van zichzelf, die rücksichtslos werd voorbijgestreefd door al wat hij zelf in gang had gezet.

Questlove heeft tegen die tijd echter allang aangetoond hoe cruciaal Sly & The Family Stone waren als portaal naar een nieuwe inclusievere muziekwereld – en hoe geweldig hun performances, ruim een halve eeuw na dato, nog altijd klinken (en ogen).

Call Me Kate

Salon

Katharine Hepburn (1907-2003) had vier Oscars op de schouw staan. Tenminste, als ze de beeldjes destijds ook had opgehaald. Voor Morning Glory (1933), Guess Who’s Coming To Dinner (1967), The Lion In Winter (1968) en On Golden Pond (1981). En als Hepburn voor elke nominatie een certificaat had gekregen, zou zij er een muur mee hebben kunnen behangen. Als ze die dus ook in ontvangst zou hebben genomen…

‘Toen ik begon, wilde ik maar één ding: beroemd worden’, vertelt het Hollywood-icoon zelf in één van haar spaarzame interviews, met de schrijver Glenn Plaskin, dat als een levensader door Lorna Tuckers portret Call Me Kate (86 min.) loopt. ‘Maar ik realiseerde me al snel dat ik, als ik ’t langer dan vijf minuten wilde volhouden in deze industrie en ’t ook nog wilde kunnen navertellen, er alles voor moest geven en daar nooit mee mocht ophouden.’

Eigenzinnig, vastberaden en rücksichtslos hield ze zich in de jaren dertig staande in de filmindustrie. Daarmee maakte Hepburn zich niet bij iedereen geliefd. Na enkele flops rekenden anderen dus met liefde en plezier met haar af. De actrice kreeg de reputatie dat ze ‘box office poison’ was. Het was een gigantische misrekening. Katharine Hepburn bleek over veel meer ausdauer te beschikken dan de meeste van haar generatiegenoten.

‘Was je een opportunist?’ vraagt Plaskin haar in het gesprek (waarnaar hij zelf in deze docu, enigszins curieus, aandachtig zit te luisteren). ‘Ik denk dat iedereen een opportunist is als ie een kans krijgt om opportunistisch te zijn.’ Hepburn greep dus de kans om te schitteren tegenover ‘leading men’ zoals Humphrey Bogart, Cary Grant en haar grote liefde Spencer Tracy, de acteur met een drankprobleem en al een vrouw.

Ze zou nochtans ruim 25 jaar met hem leven en werken. Tot aan zijn dood in 1967. Toch kon de Amerikaanse actrice de geruchten dat ze lesbisch was – hoewel ze ook nog een relatie had gehad met de excentrieke rijkaard Howard Hughes – daarmee niet volledig laten verstommen. Katharine Hepburn maakte ’t daar zelf ook wel een beetje naar: als vrouw met een voorbeeldfunctie droeg ze regelmatig, God betere ‘t, broeken.

In dit portret geven verder onder anderen haar neef Mundy Hepburn, Spencer Tracy’s kleinzoon Joe en achterkleinzoon Sean en Angela Allen, de scriptsupervisor van de klassieker The African Queen (1951), tekst en uitleg bij de beeldenpracht die Tucker heeft opgediept uit de archieven. Ze brengt ook een bezoek aan The Katharine Hepburn Cultural Arts Center – noem het gerust The Kate – in haar woonplaats Old Saybrook.

Zo verbindt dit adequate portret alle losse eindjes in het leven van een ongenaakbare Hollywood-heldin, die haar hele leven iets ongrijpbaars bleef houden. Misschien ook wel bewust: zodat ze uit de greep van pers en publiek kon blijven.

Minted

PBS

Zijn NFT’s simpelweg een hype, die inmiddels alweer is overgewaaid? Of hebben ze een blijvende impact op de kunstwereld?

Toen Mike Winkelmann, alias Beeple, in 2007 dagelijks tekeningen begon te maken op zijn computer, had hij in elk geval nooit kunnen vermoeden dat die ooit zouden worden erkend als serieuze kunst – en dat hij daarmee bij het befaamde veilinghuis Christie’s zou belanden. Beeple’s digitale kunstwerk Everydays: The First 5000 Days – een Non-Fungible Token (NFT), met een unieke digitale handtekening – wordt in 2021 verkocht. Tot zijn eigen verbazing verwisselt de collage van eigenaar voor maar liefst 69 miljoen dollar. Tegenwoordig heeft Winkelmann z‘n eigen studio, waarmee hij probeert te doen wat elke toonaangevende kunstenaar volgens hem ooit deed: het vernieuwen van de kunst zoals we die kennen.

En het begon ooit zo aandoenlijk en klein. Met behulp van een floppy disk en personal computer kan Kevin McCoy in Minted (80 min.) nog steeds de originele digitale kunstwerken laten zien die hij in de jaren negentig maakte. Samen met zijn partner Jennifer stond hij destijds voor een enorme uitdaging: hoe maak je unieke werken, die niet eindeloos kunnen worden gekopieerd? De Blockchain-techniek bood uiteindelijk uitkomst. Daardoor konden NFT’s ook het levenslicht zien – al was daar in eerste instantie nog altijd geen droog brood mee te verdienen. Cars (2014), het digitale kunstwerk van Jennifer en Kevin McCoy dat geldt als de allereerste verkochte Non-Fungible Token, bracht bijvoorbeeld slechts twintig dollar op.

Sindsdien is er veel veranderd: NFT’s groeiden uit tot een hype, zowel in de kunstwereld als daarbuiten, en werden daarna onderdeel van een zogenaamde ‘crypto clash’. Nicholas Bruckman verwerkt die ontwikkeling op een toegankelijke manier in deze vlotte, interessante en speels vormgegeven film. Hij doet dat aan de hand van enkele hoofdpersonen. Fotograaf Justin Aversano begon de foto’s van zijn tweelingenproject Twin Flames enkele jaren geleden bijvoorbeeld als NFT te verkopen, kan zichzelf daardoor nu onderhouden en hoeft dus geen commerciële klussen meer aan te nemen. En de Cubaanse kunstenares Kina Matahari, die in eigen land te maken krijgt met censuur, heeft er ook creatieve vrijheid in gevonden.

Verder hebben NFT’s ook hun eigen kwetsbaarheden. Want wie zorgt ervoor dat anderen jouw werk niet als NFT gaan verkopen, zoals de Nederlandse kunstenares Loish gebeurde? Wie treedt er op als je wordt gehackt? Wat te denken van celebrities, zoals Paris Hilton met haar ‘Bored Apes’ bij de talkshow Jimmy Fallon, die een verdienmodel creëren met NFT’s, waarvan de artistieke waarde mag worden betwijfeld? En hoe wordt de markt beïnvloed, of zelfs verziekt, door allerlei lieden die snel rijk denken te kunnen worden met de handel in NFT’s? Wanneer het mis gaat en de markt crasht, is één ding in elk geval duidelijk: niet alleen gewone investeerders gaan het schip in, kunstenaars zoals Justin Aversano en Kina Matahari kunnen zomaar hun (enige) inkomstenbron verliezen.

The Takedown: American Aryans

HBO Max

Het was ongelooflijk wat ze in 2008 aantroffen in het huis van Aryan Brotherhood of Texas-generaal Steve ‘Stainless’ Cooke in Tomball, Texas. Gewoon in een plastic opbergbak. ‘Alsof je de Tien Geboden had gevonden in de Ark van het Verbond’, herinnert voormalig Openbaar Aanklager Malcolm Bales zich. ‘Het was een verbijsterend verslag van ABT in woord en beeld. Allerlei documenten over de Aryan Brotherhood of Texas. Als je het vergelijkt met de maffia is het alsof iemand de geschiedenis van de vijf New Yorkse families had opgeschreven en in een Tupperwarebak had gestopt.’

De vondst markeert het begin van het einde voor de neonazi’s. Speciaal Agent Richard Boehning en de andere leden van het speciaal samengestelde onderzoeksteam beginnen vat te krijgen op de Texaanse bende die zich, behalve met het verheerlijken van Hitler en het witte ras, bezighoudt met intimidatie, vrouwenhandel en de productie van en handel in allerlei soorten drugs, metamphetamine in het bijzonder. In de vierdelige serie The Takedown: American Aryans (172 min.) reconstrueert Neil Rawles de jarenlange operatie waarmee de ABT een kopje kleiner wordt gemaakt.

Het herkauwen van die jacht is niet het meest interessante deel van deze miniserie. Dat wordt nooit meer dan een clichématig kat- en muisspel tussen de politie en een groep ‘trashier than white trash’-verdachten. Boehning en enkele andere rechtschapen ‘cops’ lijken dagenlang rond te rijden in hun auto, om herinneringen op te halen aan hoe ze de Aryans destijds achter de tralies wisten te krijgen. De algehele sfeer is donker, de reconstructiescènes zijn nét iets gelikt en de montage en het sounddesign geven het geheel een sensatierandje. Eerder rauwe reality dan een serieuze documentaireserie.

Interessanter is wat er in de kantlijn wordt opgediept over de interne machinerie van de Aryan Brotherhood of Texas. Deze organisatie werd in de jaren tachtig in de gevangenis opgericht. Er was dus vanaf het allereerste begin een link met criminaliteit. ABT is sterk hiërarchisch opgebouwd (met een militaire rang, van generaal tot voetsoldaat, voor alle leden), houdt er zowaar inschrijfformulieren en ledenlijsten op na en blijkt zelfs een eigen grondwet te hebben. De essentie daarvan is terug te brengen tot veertien woorden:’ We must secure the existence of our people and a future for white children.’

Iedereen die wordt toegelaten tot de broederschap krijgt het ABT-embleem door een ander lid op z’n lijf getatoeëerd. Dat wordt er overigens ook weer uitgesneden of afgebrand als ie onverhoopt uit de club moet worden gekickt. Vrouwen kunnen sowieso geen lid worden. Zij worden ‘Featherhoods’ genoemd. In de praktijk betekent dit dat ze volledig ondergeschikt zijn aan de mannen, die hen als voetveeg of te verkopen lichaam behandelen – en niet schromen om hen op een gruwelijke manier te martelen en om het leven te brengen, als ze vermoeden dat die vrouwen hen hebben verraden.

Want dat hele broederschap, met al z’n voorschriften en regels, is natuurlijk alleen maar een voorwendsel voor pure barbarij.

De Opvolging

MAX

Hij wil geen geschreeuw en gescheld in de keuken, zegt Jonnie Boer in De Opvolging (194 min.). Hij ontzenuwt daarmee meteen het idee dat veel buitenstaanders hebben – gevoed door allerlei televisieprogramma’s over chefkoks en een serie zoals The Bear – van hoe ’t eraan toe gaat in toprestaurants. Bij De Librije in Zwolle, al twintig jaar goed voor drie Michelinsterren, wordt er echter niet met pannen gesmeten. Jonnie zweert volgens eigen zeggen wel bij streng en sociaal.

Topkoks zijn rocksterren geworden. Toen Jonnie en zijn vrouw Thérèse, gastvrouw en sommelier, hun restaurant begonnen, lag dat idee nog in de nabije toekomst te gaan verscholen. René Froger moest er zelfs aan te pas komen om een lening te krijgen. Zijn handtekening in ruil voor de handtekening van de bank. In hun eigen zaak begonnen Jonnie en Thérèse vervolgens te werken met streekproducten – tegenwoordig ook al bon ton. Zo groeiden ze van één naar drie sterren, de hoogste score.

En nu ligt al een tijdje de vraag op tafel hoe ’t verder moet met De Librije. Dat is tevens de centrale vraag van deze zesdelige serie van Willemiek Kluijfhout (Sergio Herman: Fucking Perfect en de oesterfilm The Taste Of Desire). Het voorlopige antwoord is overigens al gegeven: dochter Isabelle (gastvrouw), zoon Jimmie (chef de partie) en head-chef Nelson Tanate zijn elk voor een klein deel eigenaar geworden van het bedrijf. Verwacht overigens geen Succession-achtige toestanden bij de familie Boer.

Geen herrie in de keuken, zogezegd. In wezen lijken de vijf centrale spelers, die elk hun eigen aflevering toebedeeld hebben gekregen, ’t namelijk helemaal eens over de toekomst van De Librije centraal. Jonnie en Thérèse moeten ’t alleen ‘een beetje los gaan laten’. Isabelle en Jimmie zoeken voorzichtig hun eigen plek en proberen tegelijk uit de schaduw van hun ouders te treden. En Nelson, inmiddels bijna-familie, wil aantonen dat het driesterrenrestaurant méér is dan alleen Jonnie en Thérèse.

De grote uitdaging lijkt vooral of ze dat hoge niveau ook in de toekomst vast kunnen houden. De Opvolging ontbeert dus echt drama of ontwikkeling. De sjiek ogende serie is vooral een smakelijk uitgeserveerde ode aan het levenswerk van Jonnie en Thérèse Boer en hun excellente team – in perspectief geplaatst door insiders zoals restaurantrecensent Joël Broekaert, chefkok Hans van Wolde (Brut 172) en voormalig Michelin-inspecteur Werner Loens – dat al jaren op eenzame hoogte staat in Nederland.

Surviving Black Hawk Down

Netflix

Bij de volvette openingssequentie van Surviving Black Hawk Down (156 min.) is de gedachte onvermijdelijk: dit wordt simpelweg een verdocumenteerde versie van de ronkende Ridley Scott-speelfilm Black Hawk Down (2001), het relaas van enkele Amerikaanse legereenheden die op zondag 3 oktober 1993 in serieuze problemen raken in de Somalische hoofdstad Mogadishu. ‘We’re the good guys’, zegt één van de hoofdpersonen van deze door Scotts bedrijf geproduceerde driedelige docuserie geheel in Hollywood-stijl. ‘We’re America. We wouldn’t be doing it if it wasn’t right.’ Right!

De Amerikanen en hun neergehaalde helikopters zijn in het door een burgeroorlog verscheurde Afrikaanse land om een vredesmissie van de VN te begeleiden en enkele luitenants van de rebellenleider, generaal Mohammed Farrah Aidid, in te rekenen. Een loffelijke missie, toch? Daar denken de Somaliërs in deze productie – cameraman Ahmed ‘Five’, enkele slachtoffers en omstanders, en twee gestaalde strijders – alleen heel anders over. Het feit dat zij ditmaal wél de gelegenheid krijgen om hun kant van het verhaal te doen is in elk geval prettig (en, eerlijk gezegd, ook bittere noodzaak) – al blijft het Amerikaanse perspectief te allen tijde dominant.

Dat wordt nog eens versterkt door de onheilszwangere dramascènes, geregisseerd door Sam Hobkinson, die de gebeurtenissen steeds weer vanuit de Amerikaanse soldaten belicht. En ook de manier waarop de maker van deze miniserie, Jack MacInnes, zijn geïnterviewden framet is veelzeggend. De Amerikanen zitten stuk voor stuk comfortabel in een vertrouwde omgeving recht voor de camera. Terwijl Yasin Dheere, een lid van de Aidid-militie, bijvoorbeeld van schuinonder en met erg veel schaduw in beeld wordt gebracht. De man oogt direct als een archetypische schurk. En dan zegt ie dingen zoals: ‘Als je aan een mans ballen komt, krijg je klappen van zijn handen en voeten.’

De bikkelharde confrontatie tussen de yanks en de Somaliërs zorgt voor huiveringwekkende taferelen in de straten van Mogadishu, waar de reputatie van het Amerikaanse leger een stevige deuk oploopt – ook al zijn er in werkelijkheid aan Amerikaanse zijde uiteindelijk ‘maar’ achttien doden en ruim tachtig gewonden te betreuren. Tegenover driehonderd tot vijfhonderd dode Somaliërs en nog eens zo’n duizend gewonden. Deze typisch Amerikaanse oorlogsdocu erkent dit op zich wel, maar bekrachtigt deze ‘false balance’ met z’n insteek en opzet toch gewoon.

Vietnam: The War That Changed America

Apple TV+

Of er na The Vietnam War, de epische reeks van Ken Burns uit 2017, werkelijk behoefte is aan een nieuwe docuserie over de oorlog die de Verenigde Staten in de jaren zeventig nagenoeg in het stof deed bijten? Op voorhand lijkt het antwoord: nee. Burns heeft tien afleveringen – en in totaal zestien en een half uur – de tijd genomen om ogenschijnlijk elk afzonderlijk aspect van ‘Nam uit te diepen. Van het grotere geopolitieke verhaal tot de kleine menselijke verhalen van Amerikanen en Vietnamezen.

Toch is er nu, een halve eeuw na het einde van die oorlog, Vietnam: The War That Changed America (255 min.). Bescheidener van opzet (zes afleveringen), maar toch nog dik vier uur kijkmateriaal. Met een duidelijke afbakening, dat wel: de mannen en vrouwen aan het front. De Amerikanen, welteverstaan – al komen er, eerlijk is eerlijk, zo nu en dan ook Vietnamezen aan het woord. ‘This is the real story’, declameert verteller Ethan Hawke ferm bij de start van de serie. ‘Told only by those who were there.’

Aan de hand van een aantal goed gekozen hoofdpersonen belicht regisseur Rob Coldstream vervolgens het verloop van de oorlog in Vietnam, terwijl Hawke de verbinding blijft leggen met politieke ontwikkelingen en gebeurtenissen in eigen land. Zo stuurt de miniserie soepel door een verleden, dat nog altijd een schaduw werpt over het heden. Toen ‘Vietnam’ begon kenden veel jonge Amerikanen oorlog alleen van John Wayne-films. Zo’n tien jaar later was een hele generatie getekend door ‘Vietnam’.

Hun persoonlijke verhalen raken en brengen toch ook weer onbekende – of simpelweg vergeten – delen van die oorlog in beeld. C.W. Bowman en Gary Heeter verkenden bijvoorbeeld samen het ondergrondse tunnelstelsel van de Vietcong. De Afro-Amerikaan Melvin Pender, die een eenheid leidde in de Mekong-delta, werd teruggeroepen om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Mexico. En Malik Edwards, een andere zwarte Amerikaan, verliet de Mariniers en voegde zich bij de Black Panthers.

Ook in Vietnam zelf dreigde tweespalt. Bill Broyles studeerde in Oxford en leek de dienstplicht te ontlopen, maar meldde zich zelf voor Vietnam. Daar werd hij, als groentje, commandant van een door en door cynische eenheid en dreigde het slachtoffer te worden van ‘fragging’, een doelbewuste poging om een meerdere uit te schakelen. Scott Camil kwam intussen recht tegenover zijn boezemvriend Jim Fife te staan, toen hij na zijn ‘tour of duty’ actief werd voor Vietnam Veterans Against The War.

Deze serie vertelt hun individuele verhalen, maar brengt hen soms ook bij elkaar. Als de ‘brothers in arms’, die ze, wat er destijds ook is gebeurd, altijd blijven. Ook het relaas van Marty Halyburton blijft bijzonder. Toen hun dochtertje vijf dagen oud was, werd haar echtgenoot Porter naar Vietnam uitgezonden. Niet veel later volgde een tragisch bericht: killed in action. In werkelijkheid was Porter gevangen genomen en afgevoerd naar het Hanoi Hilton, waar Amerikaanse krijgsgevangenen vaak jaren vast werden gehouden.

Met die menselijke insteek voegt Vietnam: The War That Changed America toch weer nieuwe dimensies toe aan het verhaal van de oorlog, die al in zoveel boeken, films en series is belicht. Óók als het gaat om gebeurtenissen die allang op ieders netvlies staan gebrand. Huan Nguyen geeft bijvoorbeeld een andere draai aan de wereldberoemde foto van de Vietnamese man die bruut wordt geliquideerd op straat. Hij behoorde tot de Vietcong-eenheid, die Nguyens complete familie uitmoordde toen hij nog maar een jongetje was.

Zijn relaas legt de verraderlijkheid bloot van ‘Vietnam’ en elke andere oorlog. Huan Nguyen zou als volwassene overigens carrière maken in het leger van… de Verenigde Staten. Niet alle Vietnamezen bleven dus achter met haat tegenover ‘Merica. En veel Amerikaanse veteranen keken met tegenstrijdige gevoelens terug op hun tijd in Vietnam. ‘Ik ben niet trots op de oorlog waarin we vochten’, zegt Bill Broyles bijvoorbeeld treffend, ‘maar ik ben trots op de mensen met wie ik heb gediend.’

Elizabeth Taylor – Rebel Superstar

Passion Pictures / Videoland

Elizabeth Taylors moeder was enthousiast over haar huwelijk met Conrad Hilton. Daarmee werd haar dochter toch maar mooi onderdeel van de Hilton-dynastie. MGM, de filmmaatschappij waar Taylor als tienerster onder contract stond, was al even blij: dit droomhuwelijk was perfecte reclame voor haar nieuwe film Father Of The Bride (1950). Ze kreeg meteen de trouwjurk uit die film cadeau, zodat ze er ook op haar eigen huwelijk, natuurlijk eveneens georganiseerd door MGM, de show mee kon stelen.

Voor de achttienjarige Elizabeth Taylor – publiekelijk neergezet als een sekssymbool, maar in werkelijkheid zo groen als gras – was het huwelijk vooral een vlucht. In de armen van een gewelddadige man. Die al snel zou worden opgevolgd door zijn tegenpool, Michael Wilding. Die op zijn beurt weer plaats moest maken voor Mike Todd. En hij, de man die écht ideaal voor haar was, organiseerde een bruiloft voor Taylor, met een kolossale taart en 18.000 van hun allerbeste vrienden, die meer Hollywood was dan Hollywood. Feit en fictie waren toen allang onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt in Liz Taylors publiek geleefde leven, met de schandaalpers als één van de grote winnaars. Door haar entree als Cleopatra in Rome werd ‘paparazzi’ een alom bekende term.

Zoals haar eigen leven permanent de contouren aannam van een groots en meeslepend drama, zo weerspiegelden haar films, laat regisseur James House treffend zien in de driedelige serie Elizabeth Taylor – Rebel Superstar (132 min.), ook regelmatig gebeurtenissen uit haar privéleven. Als de Britse actrice haar verdriet probeerde te vergeten in de armen van een bevriende (en soms ook getrouwde) collega, werd dat gegeven vaak direct geëxploiteerd via een film waarin ze een relatie kreeg met diezelfde collega. Taylor speelde het spel van de showbusiness ook uitstekend mee, vertelt haar persoonlijke fotograaf Gianni Bozzacchi, die bijvoorbeeld haar hartstochtelijke relatie met Richard Burton, resulterend in twee huwelijken, mocht vereeuwigen. ‘Als je geen show geeft, is er ook geen business.’

Voor beroemdheid moet je een pact met de duivel sluiten, constateert Taylors zoon Chris Wilding lijdzaam. ‘Het is ’t echt niet waard.’ Samen met haar kleindochter Naomi Wilding, schoondochter Aileen Getty en stiefzoon Todd Fisher (die thuis overigens een soort expositie blijkt te hebben ingericht voor zijn eigen moeder, Singin’ In The Rain-actrice Debbie Reynolds, en zijn zus, Star Wars-icoon Carrie Fisher) geeft hij een persoonlijke touch aan dit portret van zijn moeder. Verder komen in deze gesmeerd lopende miniserie – die in grote lijnen hetzelfde verhaal vertelt als Elizabeth Taylor: The Lost Tapes (2024), al ligt de nadruk hier minder op haar toxische relatie met Burton – ook haar biografe Kate Andersen Brower en de collega’s George Hamilton, Joan Collins en Sharon Stone aan het woord.

Een opvallende rol is er tevens voor ‘executive producer’ Kim Kardashian. ‘Roem is een tweesnijdend zwaard’, stelt zij, vast niet alleen over Elizabeth Taylor. ‘Maar ik zie haar gewoon niet als een zielig vrouwtje. Sommige mensen kunnen het en anderen niet.’ En Elizabeth kón het, zonder enige twijfel. Dankzij/ondanks al die relaties, roddels, verslavingen, fatshaming en onophoudelijke aandacht die ze daarbij op haar pad vond.

Nilas Traum Im Garten Eden

Omroep Zwart

‘Tot de dood ons scheidt’ wordt in Iran, met goedkeuring van de sjiitische geestelijk leiders, soms vervangen door ‘tot het einde van onze overeenkomst’. Tijdelijke huwelijken, ofwel ‘Sigheh’, vormen voor Iraanse mannen een ideale oplossing voor als hun vrouw ziek is, een kind draagt of sowieso niet zoveel zin heeft in seks. Want anders vraag je er, stelt ayatollah Qara’ati tijdens z’n tv-praatje, bijna om dat ze een prostituee bezoeken. En op ‘normaal’ overspel staan ferme straffen.

Als er dan een kind voortvloeit uit zo’n tijdelijke verbintenis, aan strikte voorwaarden verbonden natuurlijk, dan komt dat geheel voor rekening van de moeder in kwestie – al kan de verwekker ervan zijn zoon of dochter vanaf het zevende levensjaar nog altijd opeisen. Tot die tijd wordt zo’n kind beschouwd als een bastaard en kan het, zonder officiële erkenning van de vader, geen geboortebewijs krijgen. Zodat het net als andere Iraanse kinderen naar school mag.

In die positie bevindt Nila Rahmati uit de heilige stad Mashad, een schattig meisje dat houdt van schilderen, vliegeren en het maken van filmpjes, zich al haar hele leven. En haar moeder Leyla Biouk, de hoofdpersoon van deze film van de Iraans-Duitse maakster Niloufar Taghizadeh, leeft al die tijd tussen hoop en vrees. Haar lot ligt in de handen van Nila’s vader, die gedurende de jaren nog wel vaker een tijdelijk huwelijk blijkt te hebben gesloten en weinig aanstalten maakt om z’n dochter te erkennen.

Nilas Traum Im Garten Eden (Engelse titel: Nila’s Dream In The Garden Of Eden, 97 min.) is de tamelijk rommelige weerslag van Leyla’s pogingen om officiële erkenning voor haar dochter te krijgen – en voogdijschap voor haarzelf. Taghizadeh, een voormalige klasgenoot van moeder, bivakkeert met de camera gedurende langere tijd aan haar zijde. In het openbaar moet ze meestal stiekem filmen, op andere momenten steekt ze Leyla en haar dochter ook de helpende hand toe.

En dat kunnen zij goed gebruiken in de wirwar van gebeurtenissen, procedures en emoties die op hen wacht. In een Iraanse variant op Kafka, waarin vrouwen eigenlijk altijd aan het kortste eind trekken, worden Leyla en haar kind tot het uiterste getest – en moeten ze zich ook Nila’s biologische vader nog van het lijf houden.

Mr. Nobody Against Putin

Bantam Film

De oorlog in Oekraïne dringt ook door tot het klaslokaal. De Russische president Vladimir Poetin heeft de militaire operatie om het buurland te demilitariseren en te denazificeren nog niet aangekondigd of basisscholen in heel Rusland ontvangen marsorders om het curriculum een meer patriottisch karakter te geven.

Ook de basisschool van Karabash, ‘de meest vervuilde stad van de Oeral’, moet er in februari 2022 aan geloven. Voortaan worden leerkrachten geacht om de kinderen dagelijks staatspropaganda voor te schotelen en zo de oorlog in Oekraïne te ondersteunen. Pavel ‘Pasha’ Talankin, de jonge evenementenorganisator en videograaf van de school, ziet daar helemaal niets in. Hij blijft alle officiële activiteiten en festiviteiten gewoon filmen, maar begint gaandeweg, als daad van stil verzet, ook de voorbereidingen en de gesprekken naderhand vast te leggen. Zo legt hij feilloos vast hoe Poetins oorlog ook het gewone Rusland overneemt.

Al snel begint Pavel Abdulmanov bijvoorbeeld een steeds prominentere rol op school te claimen. De kleurloze geschiedenisleraar – overtuigd fan overigens van Lavrenti Beria, het hoofd van Stalins geheime politie, en andere Sovjet-functionarissen die er geen been in zagen om vuile handen te maken – ziet er bijvoorbeeld op toe dat de dagelijkse ceremonie met het Russische volkslied ordentelijk verloopt. ‘Het is belangrijk om afwijkende meningen te elimineren, zodat er geen verdeeldheid ontstaat in ons land’, houdt hij zijn leerlingen bovendien voor tijdens de les. ‘Houden van je moederland is een plicht. Zoals je nu eenmaal ook houdt van je moeder.’

Commandanten winnen geen oorlogen, stelt Vladimir Poetin op televisie. Leraren winnen oorlogen. Al snel wordt er dus gemarcheerd door de schoolgangen, schrijven leerlingen (verplicht) brieven naar soldaten aan het front en organiseren Wagner-huurlingen een wedstrijdje granaat gooien. Intussen moeten enkele oud-leerlingen zich melden bij het Russische leger. Een kleine 1500 kilometer van Moskou tekent Pasha de verwikkelingen trouw op, als onderdeel van zijn strijd van Mr Nobody Against Putin (90 min.). Deze film van David Borenstein, begin 2025 op het Sundance Film Festival bekroond met een Special Jury Award, is daarvan de intrigerende weerslag.

Tegelijkertijd moet de idealistische leraar ook afwegen hoe en waar hij zijn eigen toekomst ziet. Want zodra de machthebbers, of hun vertegenwoordiger ter plaatse Abdulmanov, zicht krijgen op waarmee hij stiekem bezig is, laat zijn lot zich raden.

Becoming Led Zeppelin

Piece Of Magic

Na bijna veertig minuten is het eindelijk zover: de vier mannen die eind jaren zestig onder de noemer Led Zeppelin een wereldberoemde rockband zullen gaan vormen, zijn voor het eerst samen in een oefenruimte beland.

De Britse stergitarist Jimmy Page, die z’n sporen heeft verdiend als studiomuzikant en al in The Yardbirds zat, is wel toe aan een eigen band. Sessiemuzikant en arrangeur John Paul Jones wil ‘t wel eens op bas proberen in die groep. En zanger Robert Plant, platzak en dakloos, kan inmiddels wel een project met enige potentie gebruiken. Alleen drummer John Bonham moet worden overgehaald. Die verdient toch al gauw veertig pond per week bij de begeleidingsband van de Amerikaanse zanger Tim Rose en moet dus nodig met zijn vrouw Pat overleggen.

‘Toen we uiteindelijk stopten, was ik ervan overtuigd dat iedereen wist dat onze levens voorgoed zouden veranderen’, herinnert Jimmy Page zich die eerste repetitie. Niet veel later staat ook Becoming Led Zeppelin (122 min.) in vuur en vlam, als dat viertal voor het eerst optreedt. Dat heeft de film van Bernard MacMahon ook wel nodig. Het eerste half uur van deze rockdoc is tamelijk routineus. Met archiefmateriaal, gecombineerd met zitinterviews met de drie nog levende bandleden en een geluidsopname van een gesprek met John Bonham (1948-1980), dat hier voor het eerst is te horen.

MacMahon ruimt vervolgens opmerkelijk veel tijd in voor Led Zeppelins opwindende live-performances, die dik een halve eeuw na dato nog niets aan kracht hebben ingeboet, en verbindt die via nieuwsbeelden weer met de gebeurtenissen van die tijd. Tussendoor blikken de drie bandleden en hun overleden maatje – andere sprekers kent deze docu niet – los van elkaar terug op de formatieve jaren van hun geesteskind. Zo nu en dan kijken Jimmy, Robert en John Paul ook naar een concertfragment van hun band of luisteren wat wijlen Bonham in dat overgeleverde interview had te melden.

En dan, na ruim twee uur speelduur, zijn de baanbrekende albums Led Zeppelin I en II, allebei uitgebracht in 1969, aan de wereld toevertrouwd, heeft de signatuursong Whole Lotta Love het levenslicht gezien en mag de band voor het eerst aantreden in de Londense Royal Albert Hall. Led Zeppelins beginperiode zit er dan op, evenals deze film – die dus ruimte laat voor mogelijke vervolgfilms (Being Led Zeppelin? Leaving Led Zeppelin?). De Led Zep-liefhebber zal geen buil vallen aan deze klassieke bandjesfilm, maar of de Britse rockgroep er ook nieuwe fans aan zal overhouden?

Daarvoor blijft Becoming Led Zeppelin toch te veel een ‘en toen en toen en toen’-docu, die bovendien wel erg netjes binnen de lijntjes kleurt.

De Laatste Dans

Marieke de Bra

‘Goed zo, stop maar’, zegt de voormalige dansleraar Han de Bra tegen het oudere echtpaar dat aan hem laat zien dat ze het dansen nog altijd niet is verleerd. ‘Wat kom je eigenlijk doen?’ grapt hij. ‘We hebben de schwung eigenlijk niet meer zo’, antwoordt Mies Maas opvallend serieus. ‘Het is een beetje stijvig.’

Nadat Mies als zestienjarig meisje op dansles was gekomen bij ‘meneer De Bra’, vroeg die aan haar of ze ook op woensdagmiddag wilde komen. Sommige jongens hadden namelijk nog geen danspartner. En daar ontmoette Mies, in 1959 alweer, haar echtgenoot Ben. Voor hem was het hartstikke mooi dat ie zo zomaar in aanraking kwam met ‘de andere kunne’. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk, ruim 56 jaar getrouwd inmiddels. ‘Mijn relatie met Ben?’ zegt Mies glunderend. ‘Vlinders in mijn buik. Ja. Dat gebeurt nog wel eens.’

In de fijne korte documentaire De Laatste Dans (15 min.) laat Marieke de Bra nog twee andere echtparen aan het woord, die elkaar hebben ontmoet in de dansschool van haar ouders in Roosendaal. Dansschool De Bra, gevestigd aan de Stationsstraat, sloot in 2019 na 83 jaar z’n deuren. In een replica van de school, nagebouwd in 2022, ontvangt Marieke nu koppels die daar, (mede) door het dansen, verliefd werden op elkaar. De aanrakingen, het samenwerken en de omgang bleken een voorportaal naar veel meer.

Ergens op die Roosendaalse dansvloer sloeg in 1969 bijvoorbeeld de vonk over tussen Andrien en Ria Schrijvenaars. Twee jaar later was het opnieuw raak bij Coby en Cees van Ginneken. Terwijl ze deze paren op die vloer nog eenmaal toevertrouwt aan de kennersblik van haar vader Han, vraagt Marieke, die eerder ook al allerlei danskoppels uit de school van De Bra fotografeerde, hen naar het geheim van een (gelukkige) relatie voor het leven. En hoe kijken ze eigenlijk aan tegen de laatste dans?

Het is een eenvoudig concept, dat echter prima werkt. Via de quickstep of cha-cha-cha tonen de stellen zichzelf en elkaar, hun verhalen doen vervolgens de rest. Samen leven is immers als een dans: elkaar goed vastpakken, hetzelfde ritme vinden, de ander een beetje ruimte geven en dan lekker op gevoel doorgaan tot de muziek stopt.

Shocking Schiaparelli

Shutterstock / Condé Nast

Ze liep al tegen de veertig toen het succes en de erkenning eindelijk kwamen. Als kind van de negentiende eeuw werd een jonge vrouw zoals Elsa Schiaparelli (1890-1973) eigenlijk geacht om vooral níet op te vallen. Door een speling van het lot had zij, het zwarte schaap van een Italiaanse bourgeoisie-familie, op dat moment al heel wat van de wereld gezien. Ze had als au pair gewerkt in Londen, was getrouwd, moeder geworden en weer gescheiden, maakte in de New Yorkse avant-garde scene kennis met de Amerikaanse fotograaf Man Ray en belandde uiteindelijk in Parijs, waar ze haar stiel zou vinden als modeontwerpster.

Ze was in de jaren twintig en dertig net zo beroemd als – of zelfs beroemder dan – haar concurrente Coco Chanel, betoogt Élise Chassaing in het portret Shocking Schiaparelli (53 min.). De tegendraadse designer ontwierp voor de grootste sterren van haar tijd, zoals Marlene Dietrich, Joan Crawford en Mae West. Totdat haar modehuis in 2013 nieuw leven werd ingeblazen, met als voorlopige hoogtepunt Lady Gaga’s optreden in een Schiaparelli-creatie tijdens de inauguratie van de Amerikaanse president Joe Biden, leek haar naam echter definitief uit het collectieve geheugen gewist. Ingehaald en uiteindelijk ook weggevaagd door nieuwe designers, ontwerpen en trends. In 1954 moest Schiaparelli, vanwege een gebrek aan inkomsten, zelfs haar deuren sluiten.

Deze verzorgde film alterneert consequent tussen verleden en heden. Tussen de zeer uitgesproken ontwerpen van een vrije, subversieve geest, die voortdurend op het snijvlak tussen mode en kunst opereerde en daarbij samenwerkte met de wereldberoemde schilder Salvador Dali, filmmaker Jean Cocteau en surrealistische kunstenares Meret Oppenheim, en de verrichtingen van het modehuis dat nog altijd haar naam draagt. Sinds 2019 zwaait Daniel Roseberry daar als artistiek directeur de scepter. ‘Ik ben me er heel erg van bewust dat Elsa een vrouw was, die ook voor vrouwen ontwierp’, vertelt hij. ‘Ik let er heel goed op dat ik niet vanuit een ‘male gaze’ ontwerp voor vrouwen.’

Die link met hedendaagse mode en kunst tilt Shocking Schiaparelli ook uit boven het niveau van een routinematige film over een historische figuur. Chassaing laat bovendien overtuigend zien dat het werk dat Elsa Schiaparelli heeft nagelaten nog altijd zijn weerslag vindt in de outfits van influencers zoals Kim Kardashian, Bella Hadid en Beyoncé.