The Conquest Of Everest

Waarom moet iemand de Everest beklimmen? ‘Omdat hij er is’, antwoordde de vermaarde Britse klimmer George Mallory ooit in stijl. Samen met Andrew Irvine zou hij de berg in 1924 proberen te bedwingen. Tevergeefs. Geen van beiden kwam terug. Het zou nog bijna dertig jaar duren voordat een expeditie, bij de elfde poging, daadwerkelijk de top bereikte. Op 29 mei 1953 plantte (Sir) Edmund Hillary, terzijde gestaan door de sherpa Tenzing Norgay, zijn vlag op de bergtop. ‘De top van de wereld was bereikt.’

Waar hedendaagse klimdocu’s zoals Free SoloThe Alpinist of 14 Peaks: Nothing Is Impossible zich vooral richten op zulke glorieuze verrichtingen van een select groepje alpinisten en de ontberingen die zij daarbij moeten doorstaan, benadert de klassieker The Conquest Of Everest (75 min.) deze beklimming van de hoogste berg ter wereld, op de grens van Tibet en Nepal, eerder als een groepsprestatie, met tevens aandacht voor de antropologische en wetenschappelijke dimensies ervan.

Regisseur George Lowe had destijds natuurlijk ook geen drones, minieme cameraatjes of mobiele geluidsapparatuur tot zijn beschikking om elke stap omhoog tot in ijzingwekkend detail te vereeuwigen. Hoewel zijn documentaire uit 1953 daardoor qua spanning en dramatiek nooit kan wedijveren met hedendaagse topfilms, lukt het hem wel degelijk om het hachelijke karakter van de onderneming over het voetlicht te brengen – en wat er toentertijd allemaal nodig was om zo’n expeditie op te zetten.

Cameraman Tom Stobart, die zijn ongetwijfeld loodzware apparatuur ook mee naar boven moest zeulen, verricht daarbij fabuleus werk. Verteller Meredith Edwards krijgt tevens een sleutelrol toebedeeld. Hij voorziet de gebeurtenissen in het hooggebergte voortdurend van duiding, drama en achtergrondinformatie. En de alomtegenwoordige klassieke muziek maskeert tenslotte effectief dat de activiteiten van de helden ter plaatse zonder audio zijn vastgelegd. De film won niet voor niets een BAFTA en werd genomineerd voor een Oscar.

Enkele dagen na de verovering van Mount Everest werd overigens, om het Britse feest helemaal compleet te maken, Elizabeth tot koningin van het Verenigd Koninkrijk gekroond. Het waren de dagen van Brittannia rules the waves – ook al was het dan via een Nieuw-Zeelander (Hillary) en kind van de Himalaya (Norgay).

The Alpinist

Piece Of Magic

Solo-alpinisme is volgens kenners de meest pure en avontuurlijke vorm van klimmen. Het is ook de dodelijkste vorm. ‘Zo’n beetje de helft van alle bekendste soloklimmers is in de bergen gestorven’, zegt de befaamde Italiaanse alpinist Reinhold Messner. ‘Dat is tragisch en moeilijk te verdedigen. Maar het hoort bij het idee: als je een avontuur aangaat, zijn moeilijkheden en gevaar nodig. Als de dood niet tot de mogelijkheden zou behoren, dan stelt de klim overleven ook niets voor.’

Hoe gevaarlijk het ook wordt, er zijn altijd waaghalzen te vinden met voldoende bewijsdrang en doodsverachting om de uitdaging tóch aan te gaan – en documentairemakers om de ijzingwekkende onderneming vervolgens met tal van camera’s te vereeuwigen. Zoals de 23-jarige Canadees Marc-André Leclerc, alias The Alpinist (92 min.), en de man die hem met zijn apparatuur op de huid zit en de halsbrekende toeren zo nu en dan ook van commentaar voorziet, Peter Mortimer (eerder al verantwoordelijk voor de enerverende klimfilm The Dawn Wall).

Leclerc is een free solo-klimmer. Hij probeert de hoogste toppen te bestijgen, zonder enige vorm van zekering. Een beetje documentairekijker kijkt daar sinds Free Solo niet meer van op. Been there, done that. Op het beeldscherm, tenminste. En dan mengt de hoofdrolspeler van die Oscar-winnende documentaire uit 2018 zich hoogstpersoonlijk in de strijd. ‘Mensen denken dat het free solo-klimmen zoals ik dat doe gekkenwerk is’, zegt Alex Honnold. ‘Maar ik werk met rotsen. Dat is in veel opzichten veilig. Het materiaal is superrobuust. En dan zie ik Marc-André free solo-klimmen op ijs en sneeuw….’

IJs en sneeuw hebben namelijk één kenmerkende eigenschap: ze zijn onderhevig aan de omstandigheden en daardoor totaal onbetrouwbaar. Ideaal terrein dus voor een onverbeterlijke durfal, ooit gediagnosticeerd met ADHD, die de drang heeft om zijn eigen grenzen te blijven verleggen. Leclerc is alleen geen fan van cameraploegen. Dan is het tenslotte niet meer echt vrij en solo. Voor Mortimer en zijn coregisseur Nick Rosen is dat een flinke uitdaging als hun protagonist, die volgens kenners de grenzen van alpinisme flink aan het oprekken is, zich opmaakt voor zijn grootste uitdaging tot dan toe: Torre Egger, een ontzagwekkende bergtop in Argentinië, die hij ook nog in hartje winter wil gaan beklimmen.

The Alpinist volgt daarmee trouw het stramien van dit soort heroïsche klimdocu’s, waarbij de held met wie je je gaandeweg steeds meer hebt kunnen identificeren uiteindelijk alles in de waagschaal stelt, inclusief de liefde van zijn bewonderende vriendin, om een bovenmenselijke prestatie te verrichten, die dan tevens dienst doet als de grandioze apotheose van de film. En zo had het nu inderdaad ook kunnen uitpakken… Het lot beslist alleen anders, zet de vertelling danig op z’n kop en zorgt ervoor dat ook deze nieuwe free solo-docu er weer behoorlijk inhakt.

Torn

Disney+

Heb jij kínderen? De andere klimmers konden het nauwelijks geloven. Daarvoor moest je toch een verantwoordelijk leven leiden? En dat leek lastig te verenigen met het bedwingen van de hoogste bergtoppen van de wereld. Toch was dat precies wat Alex Lowe deed. Samen met zijn vaste partner Conrad Anker behoorde hij zelfs tot de absolute wereldtop. Tot die ene fatale dag in Tibet, 5 oktober 1999.

Ruim twintig jaar later kijkt zijn oudste zoon Max Lowe, die tien was toen Alex plotseling verdween, samen met zijn moeder Jennifer en jongere broers Sam en Isaac terug op het leven van zijn illustere vader. Waarbij onvermijdelijk de vraag opspeelt of dat klimmen nu werkelijk belangrijker was dan zijn gezin? En hoe nabestaanden vervolgens moeten omgaan met het antwoord op die vraag?

Max bekijkt in Torn (92 min.) beelden van de laatste expeditie van de man waaraan hij en zijn broers slechts beperkt herinneringen hebben. Hij vraagt zijn maat Conrad bovendien om te vertellen wat hij nog weet van die tragische trip, toen ze werden overvallen door een helse lawine. Wat ging er in zijn vader om tijdens de laatste dagen en uren van zijn leven? Dacht hij nog aan hen?

Max Lowe’s persoonlijke zoektocht brengt hem in de tweede helft van deze intieme, intense en erg ontroerende film op precair terrein, als hij exploreert hoe zijn familie omgaat met wat zijn vader heeft achtergelaten. Welke plek kan Alex nog spelen in het leven dat voor hen gewoon verder gaat? En kan iemand ooit de plek innemen van deze geïdealiseerde ouder, die elke dag meer op ‘Superman’ begint te lijken?

Voor de emotionele afwikkeling van dat zeer persoonlijke proces begeven Max Lowe en zijn familie zich naar de plek waar alles begon en eindigde: Shishapangma in Tibet. Daar kunnen ze afscheid nemen van de man die al ruim twintig jaar over hun schouder meekijkt terwijl zij er samen, in zijn geest, het beste van proberen te maken.

Schone Bergen

Human

Jangmu Sherpa ziet het met lede ogen aan. Nog niet zo lang geleden was haar broer Mingma een soort held in eigen land. Met een Nepalees team beklom de berggids de K2, de op één na hoogste berg van de wereld. Die was nog nooit in de winter bedwongen. ‘Zelfs niet door Nepalezen’, zegt Jangmu, die als verteller voor deze korte docu fungeert. En toen meldde het Coronavirus zich ook in hun leven…

Nu is hun voornaamste levensader, het bergtoerisme, vooralsnog helemaal doorgesneden. Zouden de Goden misschien boos zijn omdat de toeristen hun land zo hebben bezoedeld? vraagt de jonge vrouw zich af. Samen met dorpsgenoten begint ze het afval op te ruimen, in de hoop de boven hen gestelden weer een beetje gunstig te stemmen. Schone Bergen (18 min.), juist.

Als Mingma wordt gevraagd voor een Chinese expeditie naar de top van de Mount Everest, willen Jangmu en de haren eveneens mee. Om de rotzooi weg te werken, die klimmers ook daar hebben achtergelaten. Deze productie van Geertjan Lassche, die in 2014 zelf een bergtop in de Himalaya probeerde te beklimmen voor de documentaire Hemelbestormers, wordt daarmee een soort antiklimheldenfilm.

De barre tocht naar en het bereiken van de top zijn niet meer dan een aanloop naar de afdaling, waar broer en zus Sherpa letterlijk worden geconfronteerd met de restanten van glorieuze dan wel dramatische beklimmingen, die vaak voor de gehele wereld zijn vastgelegd in heroïsche films en waarvoor mensen zoals zij, doorgaans buiten beeld, het vuile werk hebben opgeknapt. Net als nu, trouwens.

De besneeuwde bergtoppen, geselende wind en klimmers die tot het uiterste moeten gaan, vastgelegd met de helmcamera’s van Mingma Sherpa en Shishir Maharjan, worden er overigens niet minder indrukwekkend door. Het is een wereld die zich uiteindelijk helemaal niet door de mens laat bedwingen. Hoe vaak die ook, in de rug gedekt door nijvere sherpa’s, zijn vlag op een top probeert te planten.

14 Peaks: Nothing Is Impossible

Netflix

De befaamde Italiaanse alpinist Reinhold Messner was de eerste die de top van de veertien hoogste bergen van de wereld bereikte. Hij deed er in totaal zestien jaar over. Een andere klimmer slaagde er later in om ze te bedwingen in slechts zeven jaar. De Nepalees Nirmal Purja heeft het in 2019 in zijn hoofd gehaald om deze bergtoppen van 8000 meter hoogte te gaan beklimmen in niet meer dan zeven maanden. Dat is onmogelijk, zegt alles en iedereen. Voor een doorgewinterde streber zoals ‘Nims’ is dat echter alleen maar een aansporing. Hij dubt het ambitieuze plan Project Possible.

Dat is nogal een uitdaging. Ook voor filmmaker Torquil Jones: hoe houd je een tocht langs veertien toppen interessant? Ze lijken allemaal op elkaar: hoog, wit en gevaarlijk. Als het er veertien worden tenminste, want zo’n ambitieuze onderneming kan natuurlijk onderweg stranden op een onbegaanbare wand, in een sneeuwstorm of met een fatale val. Daar lijkt het alleen nooit echt op. Ook doordat Purja zelf fungeert als verteller en alle gebeurtenissen achteraf van commentaar voorziet. 14 Peaks: Nothing Is Impossible (101 min.) moet z’n spanning dus ergens anders vandaan halen.

En dus biedt elke top zijn eigen specifieke uitdaging. De eerste, Annapurna in thuisbasis Nepal, is bijvoorbeeld zo gevaarlijk dat er, volgens collega Don Bowie, voor elke drie klimmers die de top bereiken één doodgaat. Check. (V). Bij een andere berg krijgt ‘Nims’ last van de hoogteziekte H.A.C.E. (V), tijdens een volgende beklimming stuit de popi Nepalees op een collega die meer dood dan levend is (V) en bij de Mount Everest moet hij zich dan weer een weg banen door een hele file van klimmers (V). Purja maakt er een foto van, die direct ‘viral’ gaat.

Zo gaat het maar door, beklimming op beklimming. Die worden gepresenteerd met straffe oneliners van het type ‘Je ziel wordt onderdeel van de berg’ en ‘Als je opgeeft, sterf je’, dreigende en hé-le spannende muziek en enkele geanimeerde scènes (voor als er geen camera bij de hand was toen het echt over leven en dood ging). Jones lardeert Purja’s poging om eeuwige roem te verwerven – en meteen de Nepalese klimgemeenschap op de kaart te zetten, een doel dat hij blijft benadrukken – bovendien met enkele extra obstakels: geen financiering (V), uitblijvende klimvergunning (V) én doodzieke moeder (V).

En dan heeft de Nepalese klimheld één berg ook nog moeten beklimmen met een hardnekkige kater (V). Eigen schuld, dat wel. Ondanks al die grote en kleine hobbels op de weg naar het Guinness Book Of Records wordt 14 Peaks nooit écht enerverend. Daarvoor is de film toch te glad en geconstrueerd. Als een Hollywood-versie van het echte klimmersbestaan, waarbij mensen van vlees en bloed worden gereduceerd tot een bordkartonnen versie van zichzelf. En dat Nirmal Purja het allemaal voor een hoger doel – en niet gewoon voor zichzelf – zou hebben gedaan? Daar mag een mens best even besmuikt om grinniken. (V).

Hemelbestormers

Geertjan Lassche

Bij het beklimmen van een hooggebergte klimt de dood mee, zegt expeditie-organisator René de Bos in de documentaire Hemelbestormers (90 min.) uit 2014. Hij weet waar hij over praat: in 2009 stierf zijn beste vriend Dennis Verhoeve bij de Cho Oyu, de zusterberg van de Mount Everest. Als er toch gewoon weer een expeditie naar de bergtop wordt georganiseerd, sluit ook filmmaker Geertjan Lassche, altijd op zoek naar de grenzen van zijn personages en zichzelf, zich aan bij de groep van expeditieleider Wilco van Rooijen.

Van Rooijen en De Bos organiseren commerciële beklimmingen. ‘13.000 euro, exclusief uitrusting’, volgens Lassche in dit artikel over de helletocht naar de bergtop op zo’n 8000 meter hoogte, op de grens tussen Tibet en Nepal. Hij wil een klimfilm maken, die nu eens niet is gefinancierd door Red Bull of de outdoor-industrie, ‘waarbij de personages vaak als “helden” eindigen’. Samen met cameraman Frank Moll gaat de Nederlandse filmmaker de uitdaging aan. In het besef dat de berg de regie heeft en je zelf altijd, letterlijk, achter de feiten aanloopt.

Óók doordat de man met ervaring, de illustere Wilco van Rooijen, als puntje bij paaltje komt altijd voor zichzelf kiest. Terwijl de onervaren deelnemer Hugo alleen is achtergebleven, gaat hij bijvoorbeeld gewoon een poging ondernemen om de top te halen. ‘Wilco zal en moet als eerste op die top staan’, constateert een andere deelnemer, Bart, verontwaardigd. ‘Dit is geen eigenschap van een expeditieleider.’ Op eenzame hoogte is het echter ieder voor zich – en mag je als deelnemer aan een gevaarlijke expeditie, blijkbaar, niet rekenen op de begeleider die je zelf betaalt.

‘Ja, sorry, we zijn hier niet aan het spelen in de Alpen’, reageert die later laconiek. ‘Dit is gewoon de Himalaya. Je mag er toch van uitgaan dat iemand voor zichzelf kan zorgen? Ook een jongen van 24. En als je dan een keer een pak op je donder krijg, is dat hartstikke goed. Daar leer je van en die fout maak je nooit meer.’ Zijn klimkompaan Cas van de Gevel maakt zich er nóg minder druk om: ‘Het is ook nooit levensbedreigend geweest. Die gozer heb gewoon een kutnacht gehad. Dat is het gewoon. Volgende dag weer verder. Niks aan de hand.’

Het egoïsme ligt er duimendik bovenop, maar dat is wellicht ook noodzakelijk om de top te bereiken, niet alleen van de berg. Het is een constatering, die tevens doorklinkt in Lassches indringende vragen aan de expeditieleiders. Hemelbestormers is dan ook niet zozeer een klimfilm – al zijn de nietsontziende berg en z’n gevaren en ontberingen natuurlijk alom tegenwoordig in deze krachtige documentaire – maar een zoektocht naar wat dit soort gepassioneerde mensen werkelijk drijft en wat zij, en anderen, daarvoor moeten laten.

Voor Lassche, die in films als De Uitverkorenen, Niemand Kent Mij (over wielrenner Thomas Dekker) en De Mooiste Marathon al vaker het wezen van extreme winnaars probeerde te doorgronden, zou het ook wel eens een verkapt zelfportret kunnen zijn.

Hemelbestormers is hier te bekijken.

Touching The Void

Samen gaan ze de berg op. De Siula Grande in Peru, een ongenaakbare top in het Cordillera Huayhuash-gebergte. Dat vergt blind vertrouwen. In jezelf. Én die ander. Simon Yates en Joe Simpson zijn gezworen vrienden als ze in 1985 de Andes-top besluiten te beklimmen.

Samen vertellen ze ook het verhaal van hun tocht naar de top. In Touching The Void (106 min.), een bloedstollende klimfilm van Kevin Macdonald uit 2003, vullen ze elkaar netjes aan. Tótdat hun wegen zich noodgedwongen scheiden, ze voor een onmogelijk dilemma worden gesteld en het écht ieder voor zich wordt.

Macdonald heeft de herinneringen van Yates en Simpson overtuigend verfilmd met acteurs. Zo ontstaat een spannend docudrama, waarin zitinterviews met de hoofdrolspelers, die recht in de camera hun verhaal doen, naadloos samenvloeien met beelden van de nagespeelde beklimming en afdaling en de daarbij gecomponeerde soundtrack.

Touching The Void is zowel een eerbetoon aan menselijke veerkracht en overlevingsdrang als een exposé van onze werkelijke, dierlijke, aard. Zware tijden maken nu eenmaal geen ander mens van je, ze halen je werkelijke zelf naar boven. Én, dat ook, de aalgladde muziek van Boney M. En daarmee wil natuurlijk geen mens sterven…

In de korte nabrander Touching The Void What Happened Next is te zien wat er direct na de dramatische ontknoping van de documentaire gebeurde met de twee klimmers en hun entourage.

The Dawn Wall

IDFA

Twee of drie weken zal het ze zeker kosten. De ‘Dawn Wall’ van El Capitan in het Amerikaanse Yosemite National Park. Een steile bergwand van negenhonderd meter hoogte. Ze hebben er jaren voor geoefend. Tot in detail uitgedokterd hoe de 32 pitches van de klim moeten worden genomen. En dan worden Tommy Caldwell en Kevin Jorgeson, als ze zowat halverwege zijn, ontdekt door de Amerikaanse media.

Die happen massaal toe als de bewezen klimmer Tommy, tegen alle verwachtingen in, voorbij de traverse van pitch 15 komt. Nieuwsanchors en verslaggevers beginnen te reppen over ‘the climb of the century’. Terwijl de relatief onervaren Kevin diezelfde pitch nog gewoon moet bedwingen, iets waarin hij tot dusver nooit is geslaagd. Voor het oog van de wereld blokkeert hij. De traverse lijkt een onneembare veste.

In de portaledge van het duo, een winderig tentje dat op honderden meters hoogte tegen de bergwand is gehangen, zullen ze moeten beslissen of Tommy wacht op zijn partner of alleen doorgaat naar de top van The Dawn Wall (100 min.) en daar geschiedenis probeert te schrijven. Een duivels dilemma, dat fungeert als emotioneel hart van deze boeiende documentaire van Josh Lowell en Peter Mortimer.

De filmmakers leggen de heroïsche tocht van het tweetal natuurlijk vast met monumentale beelden. Tegelijkertijd concentreren ze zich ook op het kleine verhaal dat daarachter steekt, van twee jongens die elkaar en – vooral – zichzelf iets proberen te bewijzen. Daarvoor verbinden ze de klim met de persoonlijke geschiedenis van Tommy. De kijker krijgt gedoseerd informatie gevoerd, zodat er steeds nog wat blijft te ontdekken.

Dit draagt bij aan de zeggingskracht van deze epische film, die ook in dat opzicht grote overeenkomsten vertoont met de grote klimdocu van 2018, Free Solo, waarin Tommy Caldwell toeziet (of moet toezien) hoe zijn collega-klimmer Alex Honnold El Capitan zonder enige vorm van zekering probeert te bedwingen.

Free Solo

Ben of word je medeplichtig als je iemand filmt die doelbewust zijn leven in de waagschaal stelt? Dat vraagt filmmaker Jimmy Chin zich af tijdens het portretteren van Alex Honnold. De Amerikaan doet aan ‘free solo’, vrij klimmen. Hij beklimt indrukwekkende bergwanden, zonder enige beveiliging. Één klein foutje is direct fataal. Of zoals Honnold het zelf stelt: ‘De kans dat ik naar beneden val is vrij klein, maar de consequenties zijn dan extreem groot.’

Juist klauterend tegen zo’n steile wand, zonder vangnet op eenzame hoogte, voelt hij zich echter werkelijk vrij. ‘Volgens mij is iedereen die van ‘free soloing’ een belangrijk onderdeel van zijn leven maakte nu dood’, werpt medeklimmer Tommy Caldwell droog tegen. Honnolds nieuwe vriendin Sanny McCandless kan in de enerverende documentaire Free Solo (99 min.) ook maar niet begrijpen waarom hij zulke risico’s wil nemen. Zelf blijft de klimmer er stoïcijns onder. Wat heeft hij ook te verliezen?

Volgens eigen zeggen haalt Alex Honnold inspiratie uit zijn ‘bodemloze put van zelfhaat’. Hij refereert daarbij aan zijn ‘liefde’-loze jeugd. Thuis werd dat woord in elk geval nooit gebezigd. Moeder Dierdre, lerares Frans, zei op zijn best ‘je t’aime’. Ze sprak immers consequent Frans tegen haar kinderen. En Honnolds jong overleden vader sprak al helemaal nergens over. Achteraf bezien had hij volgens moeder waarschijnlijk een autismespectrumstoornis.

Hun volwassen kind Alex, dat zichzelf op latere leeftijd moest leren knuffelen, heeft zich nu in zijn hoofd gehaald dat hij als eerste free solo El Capitan, een negenhonderd meter hoge bergwand in het Yosemite National Park, moet beklimmen. Daarbij zal hij worden gevolgd door Chins cameraploeg van ervaren klimmers (die overigens wél goed zijn gezekerd). Verhoogt hun aanwezigheid de druk op Honnold? En in hoeverre heeft zijn nieuwe vriendin hem week gemaakt? Met andere woorden: staat er nu ineens wél wat op het spel voor hem?

Moeten Jimmy Chin en zijn co-regisseur Elizabeth Chai Vasarhelyi Alex Honnold tegen zichzelf in bescherming nemen en hem zijn snode plan uit het hoofd proberen te praten? Of mogen ze die beslissing bij hemzelf laten en ‘gewoon’ het hele proces – de loodzware trainingen, het al dan niet definitieve afscheid van Sanny en de adembenemende soloklim zelf – vastleggen? Deze zenuwslopende film vormt het uiteindelijk vanzelfsprekende antwoord.