Houen Zo!

beeldengeluid.nl

‘Hier een hele mooie! De gouwen medaille gewonnen voor voor- en achteruit zwemmen, dat gekke ding’, prijst een marktkoopman de verse vis in zijn hand aan. ‘Twee kwartjes per kilo.’ Verder wordt er in deze klassieke korte documentaire van Herman van der Horst, samen met Bert Haanstra de voornaamste exponent van wat de Hollandse Documentaire School werd genoemd, nauwelijks gesproken. Behalve het spreekwoordelijke ‘Houen Zo!’ (20 min.), de al dan niet geënsceneerde slogan om aan te geven dat de zaak wel snor zit, waaraan deze film zijn titel ontleent.

Geluid is er overigens genoeg in deze associatieve documentaire, die in 1953 als beste ‘Film de realité’ werd bekroond op het filmfestival van Cannes. Het geluid van mannen – nauwelijks een vrouw te bekennen in deze film – aan het werk: drilboren, scheepshoorns, heipalen, cementmolens en pikhouwelen. En muziek: het carillon, de harmonie en het draaiorgel, als soundtrack van de jaren vijftig, de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.

Deze straf gefilmde en gemonteerde film werd mede mogelijk gemaakt door het Marshall Plan en brengt de reconstructie van het vernietigde stadscentrum van Rotterdam met veel daadkracht, schwung en beeldrijm in beeld. ‘Wederopbouwcineast’ Van der Horst (1910-1976), volgens dit NRC-artikel ‘de filmische erfgenaam van de landschapschilders uit de zeventiende eeuw’ probeert zo de geest te vangen van een stad die zich niet laat kisten. Houen Zo! is bijna een sublimering van het ‘Geen Woorden Maar Daden’-principe, waarbij werkelijkheid en verbeelding met elkaar aan de haal gaan.

‘Moge de wederopbouw van verwoest Rotterdam een symbool zijn van de herwonnen kracht van geheel Nederland’, laat de ronkende begintekst er al geen misverstand over bestaan. Dit wordt een film met een boodschap, over menselijke kracht en optimisme, die een kleine twintig minuten later culmineert in een bezwerende heiscène; met elke beuk van het heiblok verrijst een nieuw kolossaal gebouw in de havenstad. Daartegen, zo wil Van der Horst maar zeggen, is geen kwaad kruid gewassen!

The Black Godfather

Netflix

Afgaande op de gastenlijst van deze film, waarin talloze grootheden de loftrompet over hem steken, moet Clarence Avant één van de belangrijkste mensen op aarde zijn. Eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van ‘de beste dealmaker van de entertainmentindustrie’. Sinds The Black Godfather (118 min.), een titel die ik in eerste instantie toch echt met de rock & roll-rouwdouwer Andre Williams associeerde, weet ik: Avant is niets minder dan een levende legende. Een man die wel degelijk ijzer met handen kan breken. Met één enkele vinger, waarschijnlijk.

Ga maar na: Barack Obama, Bill Clinton, Quincy Jones, Jamie Foxx, Jesse Jackson, Puff Daddy, Snoop Dogg, Lionel Richie en een heleboel bobo’s uit de muziek-, film- en televisiewereld betuigen hier hun liefde. En als ze niet allang in het hiernamaals vertoefden, dan hadden Nelson Mandela, Frank Sinatra, Muhammad Ali, Ted Kennedy en Michael Jackson nu beslist ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om Avants ring te kussen (waarna hij, geheel belangeloos, zijn achterwerk ter beschikking zou stellen). Die uitbundige sterrencast is het ‘unique selling point’ van dit portret – en tegelijkertijd de makke van dit soort typisch Amerikaanse hagiografieën.

Natuurlijk, de persoonlijke en professionele dalen in Avants inmiddels bijna negentig jaar omspannende leven en loopbaan blijven niet onbenoemd. Ze worden alleen – zoals dat gaat in dit soort véél te slicke films – ingepast in een Hollywood-achtige narratief, waarin de protagonist uiteindelijk elke vorm van tegenslag overwint, aanmerkelijk wijzer zijn leven vervolgt en eindigt als een éminence grise die werkelijk door iedereen als een soort surrogaatvader wordt beschouwd. Een halve heilige. Alleen wel wat grof in de mond.

In het geval van de entertainmentwizard Avant gaat dat gepaard met een natuurlijke betrokkenheid bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en de ontwikkeling van de zwarte entertainmentsector en de bij dit soort larger than life-helden verplichte combinatie van grootspraak, sterke verhalen en net iets te gevatte humor. Deze film van Reginald Hudlin is een prima afspiegeling van zijn hoofdpersoon en de Bekende Amerikanen die hem hier opzichtig eer betonen: zo glad als een aal in een emmer snot.

Met, dat dient gezegd te worden, een absolute glansrol voor Bill Clinton en zijn ‘heel persoonlijke’ herinnering aan ‘Clarence’. Toen de Republikeinen hem ten tijde van Monicagate weg wilden hebben, hielp Avant de president, die overwoog om te vertrekken, hoogstpersoonlijk uit de brand. Hij keek hem indringend aan en zei: ‘Denk er niet eens aan.’ Hij herhaalde het zelfs nog een keer, herinnert ‘Bill’ zich met gevoel voor drama. ‘Denk er niet aan.’ Zo doen erkende troubleshooters/problemsolvers als Clarence Avant dat. De zaak was daarna, natuurlijk, snel uit de wereld geholpen.

Enkele jaren later liep Clarence (achternaam inmiddels overbodig, zo geef ik grif toe) overigens nog tegen een jonge zwarte vent aan, ene Barack Obama. Die werd toen ook president. Natuurlijk. De beide presidenten mogen hun mentor nu op hun blote knieën danken – en het zou me niet verbazen als ze dat elke avond voor het slapengaan ook daadwerkelijk doen – dat ze nu een plekje in deze práchtige documentaire hebben bemachtigd.

Strike A Pose

The Other Room

‘Van een homofoob werd ik iemand die van iedereen houdt’, zegt het voormalige straatschoffie Oliver Crumes, de enige heteroseksueel van de dansers die furore maakten tijdens Madonna’s Blond Ambition-tour van 1990. De documentaire Strike A Pose (83 min.) van de Nederlanders Ester Gould en Reijer Zwaan maakte ruim 25 jaar later de balans met hen op.

Voor even leken ze, in het kielzog van de grootste popster van dat moment, doorgedrongen tot het centrum van de wereld. Nee, dat waren ze inmiddels zelf. Totdat Madonna verder ging met het verleggen van haar en onze grenzen en zij weer werden teruggeworpen op zichzelf. De weelde van het succes bleek niet te dragen. Met alle voorspelbare gevolgen van dien: conflicten, drugsgebruik én aids.

Madonnas eigen agenda, het bespreekbaar maken en oprekken van de heersende seksuele moraal, speelde hen daarbij ook parten. Zo was in Madonna: Truth Or Dare, de spraakmakende documentaire over de tournee die in 1991 werd uitgebracht, een hartstochtelijke zoen te zien die de twee betrokken dansers zou blijven achtervolgen. Gabriel Trupin smeekte haar bijvoorbeeld om hem niet te gebruiken, maar Madonna was niet te vermurwen: die kus bleef in de film.

‘Hij vond het gênant en schaamde zich dat hij zich had laten overrompelen’, vertelt de moeder van de inmiddels overleden Gabriel daarover in Strike A Pose. ‘Het was niet zijn statement. Het was haar statement.’ De kwestie leidde tot een rechtszaak. ‘Hiervoor zou je nooit over mij zeggen: die is homo’, verklaarde Gabriel daarbij. Nu wist iedereen ervan. Madonna zou hem hebben gezegd dat hij zich schaamde voor wie hij was. Gabriel: ‘Ze vond dat ik me eroverheen moest zetten.’

Een ‘forced outing’, in naam van de seksuele bevrijding. Dat wringt nog altijd. Toch hunkeren de met liefde geportretteerde dansers van de Blond Ambition Tour, de een opzichtiger dan de ander, nog altijd naar de goedkeuring van Madonna, die hun levens en carrières een gigantische kickstart gaf. Het fenomeen zelf ontbreekt echter in deze documentaire uit 2016. En zowel de ster als de film varen daar uiteindelijk wel bij. Het draagt bij aan het mysterie dat nog altijd om Haar hangt.

Ik Ben Er Even Niet

Enkele seconden. Of een fractie daarvan. Even weg. Diverse keren per dag. Weg en weer terug. Hallo, daar ben ik weer! Waar ik was? Weet ik veel.

Er was kortsluiting. Ik wás kortsluiting. Heel even dus. Een aanval. Die ik daarna heb afgeslagen. Absences, zegt de dokter. Een milde vorm van epilepsie.

Eerst is er die schittering. Een olifant tussen mijn tanden. Sterretjes. Door een rots zo groot als Amsterdam. Zwarte ruimtes. Die wolf met de gele ogen. Of… Sergeant Pepper.

Mijn ouders zagen het. Zagen mij. Mijn zusje, wetenschappertje, helaas niet. Ze zei dat ik loog. Mijn moeder kan het ook niet geloven. Eerlijk gezegd. Dat ik naar een andere wereld ging.

M’n zoon Abel heeft ze ook. Hij zag er kunst in. Of wiskundige formules. Nu is hij bijna afgestudeerd. Natuur- en sterrenkunde. Op zoek naar zwarte gaten. Reikend naar de maan.

Kun je dat andere universum oproepen? Kan een arts dat? Zodat hij weet waar hij moet zoeken. Op de kwetsbare plek kan drukken. De doorgang afsluiten. En zou ik dat dan willen?

Nevejan, Maartje. Ik ben geen patiënt. Of tenminste: niet alleen. Ik ben ook niet weg. Niet alleen, tenminste. Ik ben echt ergens anders.

Ik zoek die wereld nu op. Doelbewust. Doelgericht. Associatief. Bij mezelf en lotgenoten. In concrete ervaringen. Gesprekken. En abstracte sensaties. Beelden. Geluiden. Muziek.

Jonge kwetsbare mensen. Gepaard aan wetenschappers en kunstenaars. Zoals Anish Kapoor. Hij stelt filosofische vragen. Samen op zoek. Naar de wereld tusen hier en daar.

Naar onszelf. En ons eigen voorstellingsvermogen. Waar kunnen we naartoe? En waar zitten we aan vast? Een constructie van het brein? ‘Een ontrafeling van een bewustzijnsversto…

Ik Ben Er Even Niet (92 min.). Of zoals anderen zich afvragen: Are You There?

Ask Dr. Ruth

Het is gemakkelijk om haar te onderschatten en af te doen als dat kleine kittige vrouwtje met het bijna karikaturale Duitse accent, dat werkelijk alles weet over seks. Dokter Ruth Westheimer noemt zichzelf misschien geen feminist, maar ze heeft met haar seksuele adviezen wel degelijk een sleutelrol gespeeld in de emancipatie van de Amerikaanse vrouw en het bespreekbaar maken van alle denkbare vormen van seksualiteit.

In Ask Dr. Ruth (99 min.) wordt de goedlachse seksuoloog, die al decennia een vaste gast in de internationale media is, gevolgd terwijl ze van de ene naar de andere activiteit stiefelt. Ze is de negentig inmiddels gepasseerd, maar aan energie nog altijd geen enkel gebrek bij ‘oma Freud’. Ze geniet duidelijk ook van de aandacht. Tussen alle mediaoptredens door bezoekt ze in deze film de mensen en plekken die haar leven hebben bepaald.

Achter dokter Ruth Westheimer gaat Karola Siegel schuil, het enige kind van een orthodox-Joods gezin in Frankfurt an Main. Op tienjarige leeftijd werd ze naar Zwitserland gestuurd, om daar te ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van Hitlers nationaal-socialisme. Ze zou haar ouders nooit meer zien. Als ‘wees van de Holocaust’ moest ze zichzelf helemaal opnieuw uitvinden. Zonder familie, in een vreemd land.

Dat tragische verleden wordt in deze documentaire van Ryan White opgeroepen met een combinatie van dagboekfragmenten en animaties, die de gebeurtenissen enigszins een Disney-laagje geven. Erg bijzonder is het traditioneel opgebouwde Ask Dr. Ruth sowieso niet. Het zijn de onverschrokken vrouw en haar bijzondere verhaal die het uiteindelijk moeten doen in deze eikenhouten film.

Killer Ratings

Netflix

‘Het ruikt naar barbecue’, constateert de verslaggever ter plaatse. ‘Daar is het lichaam’, wijst hij. ‘Kijk, het rookt nog.’ De medewerker van het Braziliaanse misdaadprogramma Canal Livre, dat de reputatie heeft dat het altijd als eerste op de plaats delict is, zit op 29 augustus 2008 weer eens bovenop het nieuws. Het lijk, dat achteloos is gedumpt in een bosschage nabij de stad Manaus, is letterlijk nog warm. ‘Het is een man’, constateert de televisiejournalist die elk detail van het gruwelijke tafereel met zijn kijkers deelt. ‘Het lijkt net barbecuevlees op de grill.’

’De verslaggever vertelt dingen waar zelfs de forensische dienst moeite mee had’, vertelt Thomaz Vasconcelos van het politieteam, dat Canal Livre nader onder de loep neemt. Hij kijkt naar zijn videoscherm, waarop de man nog altijd verslag staat te doen bij het rokende lijk. ‘Het lijkt midden in de nacht gebeurd te zijn’, zegt deze. ‘Het is hier gedumpt. Geen kogelwonden. Geen kogels. Ze hebben hem vast en zeker met benzine in brand gestoken.’ Hoe komt deze journalist aan zulke specifieke informatie, vraagt Vasconcelos zich af. ‘Het is ziek’, constateert hij. ‘Echt ziek.’

Vasconcelos en zijn collega’s richten zich in hun onderzoek in het bijzonder op de flamboyante Wallace Souza, een voormalige politieagent die als presentator van Canal Livre (een duizelingwekkende mixture van Breekijzer, Peter R. de Vries Misdaadverslaggever, de Surprise Show en Jerry Springer) een absolute machtsfactor is geworden in de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Hij is er zelfs tot parlementslid gekozen. Moordden Souza en zijn sensatiezoekers letterlijk voor de kijkcijfers? vragen de rechercheurs zich nu af. En is ’s mans politieke carrière vooral bedoeld om onschendbaarheid te verkrijgen?

Bij aanvang van de zevendelige docuserie Killer Ratings (351 min.) lijkt het een uitgemaakte zaak: Wallace Souza is een gewelddadige drugscrimineel die zich heeft vermomd als televisiepresentator/politicus. Maar waarom regisseur Daniel Bogado er bijna zes uur voor gaat uittrekken om dat verhaal uit de doeken te doen is dan nog onduidelijk. Gaandeweg blijken de verklaringen van het onderzoeksteam echter haaks te staan op de getuigenissen van Souza’s zoon, zus en chauffeur en diverse medewerkers van het populaire televisieprogramma. En Wallace zelf laat zich ook niet onbetuigd: dat onderzoek is niet meer dan een ‘politieke valstrik’, een lastercampagne tegen iemand die in het openbaar misstanden aan de kaak probeert te stellen.

Wat de waarheid is laat zich in deze serie (oorspronkelijke titel: Bandidos Na TV) niet zo gemakkelijk ontrafelen. Illustratief is opnieuw de scène met het brandende lijk. Webster Sena, redacteur van Canal Livre, heeft een heel andere lezing dan politieman Vasconselos. ‘De crew kwam als eerste aan omdat mensen ons belden. Ze belden de politie niet meer. Ze belden ons.’ Zijn verhaal wordt bevestigd door de verslaggever van het rokende lijk, die bovendien beweert dat hij zijn opzienbarende forensische informatie juist van de politie heeft gekregen. Als kijker begint het je te duizelen: wie spreekt hier de waarheid en wie liegt er alsof het gedrukt staat?

En welke politieke, persoonlijke of criminele belangen spelen er op de achtergrond bij alle wederzijdse beschuldigingen en het redeloze geweld dat talloze (on)schuldige slachtoffers maakt? Filmmaker Bogado zet de bizarre gebeurtenissen en achterliggende motieven met duivels genoegen naar zijn hand en speelt intussen slinks met de sympathie van de kijker. Hij zaait vaardig twijfel, strooit met verhaalwendingen en cliffhangers en is ook niet vies van enig effectbejag. Killer Ratings is een smakelijk uitgeserveerde true crime-serie, met een lekker ranzige realitysfeer, typisch Zuid-Amerikaans melodrama en een dramatische ontknoping, die net zoveel vragen oproept als beantwoordt en sommige kijkers daardoor wat onbevredigd zal achterlaten.

Putin’s Witnesses

’Waarom stalk je me zo?’ wil Natalja van haar echtgenoot Vitaly weten. Hij filmt haar terwijl ze op televisie naar de afscheidsspeech van de Russische president Boris Jeltsin zit te kijken. Het is 31 mei 1999. Jeltsin heeft zelf een opvolger geselecteerd. ‘Ik ben geschokt’, fulmineert Natalja. ‘Eindelijk hebben ze nu de sterke man waar het volk zo van houdt.’ De vertrekkende leider is ondertussen aan het eind van zijn oudejaarsboodschap gekomen. Waarna het vuurwerk, letterlijk en figuurlijk, kan losbarsten en Vladimir Poetin voor het eerst het volk mag toespreken als (waarnemend) staatshoofd van de Russische Federatie.

Na die openingsscène in huiselijke kring richt Vitaly Mansky zich in Putin’s Witnesses (95 min.) op de nieuwe president zelf. De filmmaker was in de tijd van Poetins opkomst werkzaam voor de Russische staatstelevisie en moest, met het oog op de presidentsverkiezingen die enkele maanden later zouden plaatsvinden, een promofilm voor de nieuwe leider maken. Bijna twintig jaar later kunnen met het ruwe beeldmateriaal daarvan de eerste stappen van Ruslands huidige autocraat worden gereconstrueerd. Om Poetin, die zich officieel niet verwaardigde om campagne te voeren, neer te zetten als een hartelijke leider ensceneerde Mansky bijvoorbeeld hoogstpersoonlijk een bezoek aan zijn oude schooljuf.

De campagne om Vladimir Poetin op het schild te hijsen, concludeert Mansky in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt, begon eigenlijk enkele maanden eerder. Op 8 september 1999, om één minuut voor middernacht, om precies te zijn. Toen werd in Rusland de eerste van enkele flatgebouwen opgeblazen, aanslagen die tegenwoordig vooral in verband worden gebracht met Poetins geheime diensten. Naderhand weerklonk in Rusland de roep om een sterke man. Poetin was op dat moment zegge en schrijve 22 dagen premier onder president Jeltsin en kon de crisis goed gebruiken om zichzelf in de markt te zetten. Dat werd vervat in een uitspraak die tegenwoordig wordt beschouwd als de start van zijn presidentscampagne: ‘We verdelgen ze tot op de plee.’

Met de wijsheid van nu voorziet Mansky bijna twintig jaar na dato de gebeurtenissen voor zijn camera van commentaar. Wat in dat eerste regeringsjaar nog onbetekenende details leken, bleken bijvoorbeeld kiemen voor de politiek die Poetins Rusland zou gaan kenmerken. En sommige mensen die destijds nog tot de directe entourage van de nieuwe president behoorden, zouden later tot persona non grata worden gebombardeerd of simpelweg uit de weg geruimd. In het land dat Vladimir Poetin, voor de lens van Vitaly Mansky, naar zijn hand begon te zetten, zou dat allemaal tot de mogelijkheden gaan behoren.

Zijn voorganger Boris Jeltsin begon dat enkele maanden na zijn vertrek al te beseffen, zo blijkt uit een spannende scène die werd opgenomen tijdens de verkiezingsavond op 26 maart 2000. De zojuist officieel tot president verkozen Poetin neemt al niet eens meer de moeite om de man te bedanken die hem enkele maanden eerder in het zadel hielp. Aan het eind van de film, als Poetins eerste jaar als president erop zit, lijkt bij Jeltsin het besef in te dalen dat hij zelf een volstrekt irrelevante figuur is geworden en dat de Vladimir Vladimirovitsj, die hij na enkele ontmoetingen selecteerde als zijn opvolger, wel eens een wolf in schaapskleren zou kunnen zijn geweest.

Intussen vraagt Vitaly Mansky zich in deze interessante, maar ook wat trage film af of hij als ooggetuige misschien medeplichtig is geworden aan het land dat Rusland onder de leiding van Vladimir Poetin is geworden.

Man With A Movie Camera

Ik geloofde mijn ogen niet en spoelde even terug. Had ik in die sequentie over leven en dood, te midden van een huwelijksceremonie, publieke uitvaart en het (met afgeschermd gezicht) tekenen van de scheidingspapieren, werkelijk gezien hoe een vrouw haar kind krijgt? Nee, de baby blijkt al te zijn gebaard. Alleen de navelstreng moet nog worden doorgeknipt.

Het is niettemin een erg expliciete scène. Negentig jaar na dato kun je zo als argeloze kijker nog altijd van de ene in de andere verbazing vallen bij Man With A Movie Camera (99. min.) uit 1929. De stomme film van Dziga Vertov portretteert via een alom tegenwoordige cameraman en zijn (veelal verborgen) mechanische oog het dagelijks leven in Sovjetsteden als Moskou, Kiev en Odessa. Van zonsopgang tot zonsondergang.

Behalve ‘a slice of life’ uit een verloren wereld offreert Vertov, zonder duidelijke verhaalstructuur of uitgewerkte personages, echter vooral een keur aan revolutionaire film- en montagetechnieken die in de navolgende decennia een vanzelfsprekend onderdeel zullen worden van onze beeldtaal; van slow- en fast motion tot split screen, (extreme) close-ups en de vreemdste kadreringen. En al die elementen worden met ongelooflijk veel vaart, schwung en oog voor detail uitgeserveerd.

Destijds, in de begindagen van het nieuwe medium, begrepen ze er naar verluidt weinig van. De avant-garde documentaire Man With A Movie Camera werd door critici afgeserveerd als een typisch geval van vorm boven inhoud. Pas later kwamen de erkenning en bewondering. En een vaste plek in elk zichzelf respecterend overzicht van de beste documentaires aller tijden.

Voor een cinematografisch hoogstandje dat, zeker met de meeslepende moderne soundtrack erbij die The Cinematic Orchestra in 2003 maakte, nog altijd een lust voor oog en oor blijkt. Vertovs experimentele film is niet minder dan een uitbundige viering van wat cinema is – en in die tijd: zóu kunnen zijn. Een venster naar de toekomst van film, documentaire in het bijzonder, waarin de kunstvorm naar alle windstreken zal uitwaaieren. 

Being Frank: The Chris Sievey Story

‘Voor mijn gevoel werd het méér dan een alter ego’, zegt een man die hem – hun allebei eigenlijk – goed kende. ‘Het leek wel schizofrenie. Hij werd écht iemand anders.’

‘Je kon nooit via Chris bij Frank komen’, beweert een ander. ‘En ik heb nooit iets tegen Frank gezegd en dat Chris dan antwoord gaf.’

‘Er zijn mensen die stellen dat Chris wist dat Frank maar een act was, stelt nummer drie. ‘Anderen menen dat het gecompliceerder lag. Ik denk zelf ook dat er echt iets gaande was.’

Welkom in de verknipte wereld van Chris Sievey (1955-2010), een gesjeesde Britse popmuzikant, en zijn bizarre creatie Frank Sidebottom, die op zijn beurt ook weer een bezopen bordkartonnen nakomeling voortbracht, de hopeloos populaire Little Frank. Wat ooit simpelweg begon als een ludiek typetje, een bijzonder gevatte botterik met een enorm hoofd van papier-maché, werd gaandeweg een soort monster van Frankenstein, dat Sieveys leven helemaal overnam en uiteindelijk zijn oorspronkelijke droom, een nieuwe Paul McCartney worden, volledig om zeep hielp. Intussen wist niemand wie er schuil ging achter de cultheld Frank Sidebottom.

Being Frank: The Chris Sievey Story (100 min.) brengt deze clown tegen wil en dank overtuigend tot leven, met dozenvol schriften, VHS-tapes, brieven, tekeningen, liedjes, rekwisieten, collages, artwork, halffabrikaten en allerlei andere gekkigheid die in Sieveys vochtige kelder werden aangetroffen. Zijn hele privé-archief werd maar ternauwernood van de vuilstort gered. Het bonte, op sneltreinvaart geleefde bestaan dat zich daarin openbaart wordt in deze film ingekaderd met boeiende, grappige en trefzeker gestylede interviews met zijn vrouw, kinderen, vriendin, collega’s en (jeugd)vrienden. Zij portretteren Sievey als een creatieve duizendpoot, briljante ontregelaar en ongeleid projectiel pur sang, dat het allerbest tot zijn recht kwam als-ie zomaar wat mocht improviseren.

Filmmaker Steve Sullivan, die in 2006 met Frank Sidebottom én Chris Sievey werkte aan de Magic Timperly Tour (een weerslag van een busrit met honderd Frank-fans door zijn thuisbasis in Manchester), heeft jarenlang ziel en zaligheid gestoken in dit project, dat uiteindelijk via een Kickstarter-campagne is gerealiseerd. Het resultaat is ernaar: een kostelijke film, die aanvoelt als een dollemansrit met een botsauto door een speeltuin voor volwassenen. Met een beduimelde audiocassette vol Beatles-afdankertjes op de speakers. Een liefdevolle ode aan een vergeten/ongekend genie, in wiens wondere wereld je beslist (opnieuw) wilt vertoeven.

Running With Beto

HBO

Als Beto O’Rourke inderdaad een soort nieuwe Kennedy zou blijken te zijn, dan kan deze campagnedocu zijn eigen Primary worden, de film die JFK in 1960 in de volledige Verenigde Staten op de kaart zette. Running With Beto (91 min.), een positief ingestoken verslag van ‘s mans poging om in 2018 de senaatszetel van über-Texaan Ted Cruz te bemachtigen, komt in elk geval goed van pas nu de linkse Democraat zich kandidaat heeft gesteld voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020.

De klassieke Democratische wonderjongen in hemdsmouwen, een Amerikaanse variant op onze eigen Jesse Klaver (nu mag u gerust even grinniken), staat in deze oerdegelijke documentaire voor de godsonmogelijke opdracht om het linkse smaldeel van de oerconservatieve lone star state ervan te overtuigen dat hij wel degelijk een kansrijke kandidaat is, die het de gedoodverfde Republikeinse winnaar Cruz moeilijk zou kunnen maken. En daarna moet hij die verduivelde verkiezingen nog zien te winnen ook!

Net als het thematisch verwante Knock Down The House, waarin de metamorfose van serveerster Alexandria Ocasio-Cortez tot linkse hoop in bange dagen (simpelweg AOC genaamd) in beeld werd gebracht, toont deze documentaire van David Modigliani zowel de vitaliteit van de Amerikaanse democratie als de geheel eigen mores daarvan, zoals het eindeloze gebedel om geld en aandacht. Cruz verlaat zich daarbij op een ouderwets negatieve campagne terwijl de ‘big government gun grabbing liberal’ O’Rourke stug probeert vast te houden aan een Obama-achtige hoopvolle boodschap.

De tweekamp speelt zich af op welbekend terrein: bij gewone Texanen aan de deur, tijdens zogenaamde town halls en op partijbijeenkomsten. De campagne komt tot een voorzichtige climax in een vinnig debat tussen de kemphanen, waarna het stemmen kan beginnen. De documentaire focust zich daarbij niet alleen op de kandidaat zelf en zijn vrouw en kinderen, maar volgt ook zijn campagneteam en vrijwilligers als er weer eens een school shooting plaatsvindt, het scheiden van illegale immigranten en hun kinderen aan de Amerikaanse grens een hot issue wordt of hun held ongenadig onder vuur wordt genomen in een Republikeinse mediacampagne.

Running With Beto benadert intussen nooit het niveau van klassieke campagnedocu’s als A Perfect Candidate, The War Room of Weiner. Het blijft allemaal tamelijk dertien-in-een-dozijn. Net als O’Rourke zelf, die ondanks zijn verleden als punkrocker oogt als een enigszins saaie brave borst die de echte ‘star power’ van Kennedy, Obama en AOC lijkt te ontberen. Het is dus maar de vraag of hij daarmee de Democratische concurrentie voor het presidentschap kan afschudden, zodat hij in 2020 hoogstpersoonlijk de strijd mag aangaan met hun aartsvijand, Donald J. Trump.

Samar, Vliegen We Of Vallen We?

EO

‘Hoe heet dat boek ook alweer met die gorilla?’ vraagt een jongen met lang rastahaar aan het gezelschap waarmee hij ‘s avonds gezellig wat zit te drinken. ‘Ismaël’, antwoordt een ander. De borrelaars behoren tot de nieuwe generatie van de ‘sociaal-anarchistische kibboets’ Samar. De jongen vervolgt: ‘In het begin heeft hij het over de mensheid. En daarin vergelijkt hij die met proberen te vliegen door van een rots af te springen. In het begin denk je nog dat je vliegt, maar tegen de tijd dat je beseft dat je valt in plaats van vliegt is het al te laat.’

Hij kijkt naar de anderen: ‘Hebben we dat punt bereikt?’ Zij snappen direct wat de jongen bedoelt. Het verhaal is een treffende metafoor voor hun eigen leefgemeenschap, die in 1976 werd opgericht door een verzameling gelijkwaardige partners. Zij wilden zonder hiërarchie gaan leven. De kibboets is inmiddels flink aan het vergrijzen, heeft te maken met een richtingenstrijd en kampt met een behoorlijke schuld. Ofwel: Samar, Vliegen We Of Vallen We? (53 min.). Daarbij is het de vraag of ze strikt moeten vasthouden aan hun oude idealen of ook nieuwe invloeden, en de bijbehorende bewoners, moeten toelaten.

De verwikkelingen in de Israëlische woongroep doen sterk denken aan hoe het er in een gemiddelde Nederlandse commune of leefgemeenschap aan toe gaat: de praktijk van het samenleven blijkt nogal eens weerbarstiger dan de theorieën daarover. Bij belangrijke beslissingen mogen/moeten bijvoorbeeld alle honderd bewoners meestemmen. De huisvergaderingen dreigen daardoor stroperige, soms moedeloos makende marathonsessies te worden, waarin de echte vergadertijgers uiteindelijk zegevieren. ‘We gaan nu stemmen of we via een referendum gaan stemmen’, klinkt het op een gegeven moment. Het is niet bedoeld als grap. Even later gaan de stembriefjes rond.

Het leven in een groter sociaal verband vereist serieuze inspanning, continue afstemming en soms ook een olifantenhuid, laat filmmaker Dikla Zeidler in deze sfeervolle documentaire zien. Ze observeert de bewoners van het ‘sociaal laboratorium’ rond de dadeloogst, de voornaamste inkomstenbron van de kibboets die al enige tijd onder druk staat, en gaat in gesprek met drie van hen (een oudgediende die streng in de leer blijft, een ‘realo’ met een praktische instelling en een aspirant-bewoner die het vooral een fijne woonplek vindt en bovendien nog moet worden goedgekeurd door de huisvergadering).

Het is alsof je als kijker ongegeneerd naar binnen mag gluren bij de buren. En zoals bij elk sociale eenheid komt er soms kunst- en vliegwerk aan te pas of moet er worden gepraat als brugman om de boel bij elkaar te houden. Want samenleven, ook vanuit een maatschappelijk ideaal, is en blijft inderdaad een kwestie van vallen, weer opstaan en opnieuw proberen te vliegen…

The Yes Men

Als je de grootst mogelijke onzin maar op gezaghebbende toon verkondigt, is die vaak nauwelijks te onderscheiden van de enige echte waarheid. Voorbeelden in de politiek en media te over. Zelden is dat basisidee echter doeltreffender én grappiger in de praktijk gebracht dan door The Yes Men, twee antiglobaliseringsactivisten die zich in het openbaar met veel succes voordoen als hun strak in het pak zittende, ideologische opponenten.

Het is allemaal begonnen met het bemachtigen van een internetdomeinnaam die op het eerste gezicht van de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush lijkt te zijn. Daarop plaatsen Jacques ’Andy Bichlbaum’ Servin en Igor ’Mike Bonanno’ Vamos een officieel ogende website en doen het in hun ogen werkelijke beleid van de Republikeinse politicus uit de doeken. Als Bush in interviews vervolgens met die pijnlijke waarheden wordt geconfronteerd, realiseren The Yes Men (82 min.) zich dat ze hun modus operandi hebben gevonden.

Met de website www.gatt.org, een domeinnaam die van de wereldhandelsorganisatie WTO had kunnen zijn, boren de beroepsactivisten vervolgens opnieuw een publicitaire goudmijn aan. Gewiekst fabriceren ze een ogenschijnlijk authentieke website voor de World Trade Organization, een organisatie die zij beschouwen als een zielloze spreekbuis van Het Grote Geld. Niet veel later stromen de verzoeken, klachten én uitnodigingen binnen. En met name die invitaties zijn natuurlijk onweerstaanbaar voor The Yes Men, die maar wat graag in de openbaarheid treden met hun satirische statements.

Nadat Bichlbaum bij een congres in Salzburg als ‘officiële’ WTO-vertegenwoordiger een bevlogen betoog heeft gehouden over het aan de hoogste bieder veilen van stemmen bij de Amerikaanse verkiezingen, om zo het hopeloos inefficiënte stemsysteem te verbeteren, krijgt hij geen enkel weerwoord. De seminargangers horen het onbewogen aan en lijken hem volstrekt serieus te nemen. Daarmee is het hek definitief van de dam en krijgen de plannen van The Yes Men een steeds doldriester karakter.

De filmmakers Chris Smith, Dan Ollman en Sarah Price leggen bijvoorbeeld met zichtbaar plezier vast hoe het ‘management leisure suit’, waarmee de topman van een multinational gemakkelijk zijn werknemers in ontwikkelingslanden in de gaten kan houden en toch lekker kan ontspannen, wordt ontwikkeld en gepresenteerd. Het ontwerp, een gouden pak waarop een enorme fallus met beeldscherm is bevestigd, wordt met verbazing begroet en gretig opgepikt door de media – essentieel voor de Yes Men-strategie.

Zo steken ze in deze activistische documentaire uit 2003, die met The Yes Men Fix The World (2009) en The Yes Men Are Revolting (2014) vooralsnog twee sequels heeft gekregen, uitbundig de draak met de neoliberale mindset, waarbinnen uiteindelijk alles z’n prijs heeft. Waarom is hongersnood in ontwikkelingslanden een probleem? staat er bijvoorbeeld bloedserieus op de powerpoint van een Yes Men-presentatie over de Reburger, een (meermaals) gerecyclede hamburger. Waarna een even ontluisterend als dolkomisch betoog volgt over hoe voedselgebrek voor eens en altijd uit de derde wereld kan worden geholpen.

After Maria

Netflix

Volgens Donald Trump moeten de inwoners van Puerto Rico niet zo zeuren. Bijna anderhalf jaar nadat orkaan Maria, op 17 september 2017, het halve eiland verwoestte, tweette de Amerikaanse president op karakteristieke wijze: ‘Puerto Rico got 91 Billion Dollars for the hurricane, more money than has ever been gotten for a hurricane before, & all their local politicians do is complain & ask for more money. The pols are grossly incompetent, spend the money foolishly or corruptly, & only take from USA….’

De inwoners van het eiland, officieel onderdeel van de Verenigde Staten, weten wel beter. Een groot deel van Puerto Rico’s bewoners zit, bijna twee jaar nadat Maria hun huis en bezit wegspoelde en enkele duizenden dodelijke slachtoffers maakte, nog altijd zonder woning en/of elektriciteit of is noodgedwongen verhuisd naar het Amerikaanse vasteland. Als inwoners van een voormalige kolonie voelen ze zich opnieuw behandeld als tweederangs burgers.

In de korte documentaire After Maria (37 min.) volgt Nadia Hallgren drie ontheemde vrouwen, die in New York zijn beland en daar uit hun tijdelijke opvanghuis lijken te moeten vertrekken. De periode dat de officiële Amerikaanse rampenorganisatie FEMA een poot voor hen kan/mag uitsteken zit er bijna op. Er moet zelfs worden bekeken of ze voldoen aan de voorwaarden om te worden toegelaten tot de daklozenopvang. Anders staan de orkaanslachtoffers letterlijk op straat.

Dat vooruitzicht, gepaard aan het verlangen naar het thuis dat ze ooit hadden, zorgt voor emotionele taferelen in deze aardige film, die laat zien dat een (natuur)ramp vrijwel nooit alleen komt.

Morir Para Contar

Netflix

In brandhaarden als Syrië, Rwanda en Bosnië stellen ze hun leven in de waagschaal voor een hoger ideaal: de wereld informeren over geweld, onrecht en misdaden tegen de menselijkheid. Dat ze daarbij zelf het gevaar lopen om tegen een verdwaalde kogel te lopen of op een ontploffende bom te gaan staan, moeten oorlogsjournalisten en -fotografen op de koop toe nemen.

‘Ik heb veel geluk in mijn leven omdat de mensen die van me houden dat doen op de mooiste, meeste radicale manier: door mij vrij te laten’, zegt journalist David Beriain in Morir Para Contar (88 min.). ‘Ondanks dat dat voor mijn ouders, mijn broer, mijn vrienden en in het bijzonder mijn vrouw betekent dat ooit de telefoon kan gaan en de beller kan zeggen: David komt niet terug.’

In deze onderhoudende documentaire spreekt Hernán Zin, die twintig jaar lang van oorlog naar oorlog zwierf, met vakgenoten over de voetangels en klemmen van hun professie. ‘Angst is nodig’, stelt Carlos Hernández bijvoorbeeld. ‘Als we geen angst hadden, zouden we de eerste dag in een oorlogsgebied sterven. Een angst die we onder controle moeten krijgen en moeten doseren. We moeten ermee leren leven om dagelijks te kunnen werken in een oorlog.’

Zin illustreert hun bespiegelingen en herinneringen aan gestorven collega’s met impressies van enkele concrete oorlogssituaties waarin zij zich staande moesten houden. Zijn eigen verhaal fungeert als verbindende factor: sinds een incident in Afghanistan in 2012 zit hij helemaal in de knoop met zichzelf. Met deze film (Engelse titel: Dying To Tell) probeert de Spaanse filmmaker vat te krijgen op het risicovolle vak dat hem heeft gemaakt tot wie hij is – en wil hij er tegelijkertijd los van komen.

My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees

IDFA

‘Toen ik op de basisschool zat pleegde mijn oom zelfmoord’, vertelt de Japanse Zen-priester Ittetso Nemoto bij aanvang van de contemplatieve documentaire My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees (65 min.). ‘Later verhing een klasgenoot, die ik erg graag mocht, zichzelf. Op de middelbare school zat ik in een band en de zanger van de band pleegde ook zelfmoord.’ Het zijn ervaringen die zijn leven hebben gevormd. ‘Ik denk dat ik daarom priester ben geworden’, concludeert hij.

Nemoto wijdt zijn leven aan het helpen van suïcidale mensen. Zodat ze ín het leven willen stappen, in plaats van eruit. Hij heeft een groep opgericht, een zogenaamde zelfmoordpreventiecirkel, waarmee hij hen met muziek, dans, meditatie en gesprekken richting levensgeluk probeert te leiden. In deze verstilde film van Heinrich Dahms en Michèle Aimé gaat de Zen-meester aan de slag met een vrouw die opgroeide met een geesteszieke moeder en daarna in de seksindustrie belandde, een getormenteerde man die zijn kinderen niet meer mag zien en een zangeres die de zin van/in het leven niet meer kon zien.

Op indringende wijze vertellen deze inwoners van Japan, een land dat de reputatie heeft dat er veel mensen zelfmoord plegen en dat met seppuku en harakiri bovendien een traditie heeft op dat gebied, over hoe ze zich op een bepaald moment van hun leven niet meer konden voorstellen dat er licht aan het eind van de tunnel zou kunnen zijn. Het bestaan was een vloek geworden die maar op één manier kon worden uitgebannen. ‘Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn’, stelt Ittetso Nemoto daarover. ‘Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.’

Volgens hem zijn mensen echter in staat om het verleden te veranderen – op zijn minst hun eigen interpretatie daarvan. Met een opnieuw geframed zelfbeeld kunnen ze hun zoektocht naar geluk met meer succes hervatten. Ook over dit onderwerp heeft de Zenmeester in deze kalme film, die een actueel maatschappelijk thema met compassie en een positieve insteek behandelt, enkele diepere levenswijsheden voorhanden. ‘We lachen niet omdat we gelukkig zijn’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘We zijn gelukkig omdat we lachen.’

Favela Rising

‘Tussen 1987 en 2001 werden er 467 minderjarigen vermoord in Israël en Palestina’, meldt de begintekst van Favela Rising (81 min.), een straffe documentaire van Jeff Zimbalist en Matt Mochary uit 2005. ‘In diezelfde periode werden er 3937 minderjarigen vermoord in één enkele Braziliaanse stad.’ U weet wel: ‘Rioooo. De Janeiroooo. Rioowoohoo. Land of sun. Samba and wine’ (Maywood). De metropool, die van bovenaf wordt bezien door dat iconische beeld van Christus aan het kruis,

Rio de Janeiro is tevens de stad van meer dan zeshonderd favela’s. Dit verhaal speelt zich af in één van die gewelddadige achterbuurten: Vigario Geral, ook wel het Braziliaanse Bosnië genoemd, een godvergeten sloppenwijk met 30.000 inwoners. Het strijdtoneel voor continue confrontaties tussen drugsbendes en de dubieuze militaire politie. Een genadeloze burgeroorlog, die al werd vervat in huiveringwekkende speelfilms als Cidade De Deus en Tropa De Elite.

Alles in de favela is besmet geraakt door die vuile oorlog. Een tienerjongen heeft talloze voorbeelden. ‘Zou je dit nu wel vertellen?’, vraagt een vertaler, die is ingehuurd voor de documentaire, als hij even onderweg is. Kan ons dit op represailles komen te staan? Één idealistische wijkbewoner, Anderson Sa, laat zich nergens door weerhouden en start AfroReggae, een muziekgroep die voor alle jongeren uit de favela toegankelijk is en bovendien allerhande workshops verzorgt. Hij wil kinderen uit Vigario Geral een geloofwaardig alternatief bieden voor het bendeleven. Dat gaat echter bepaald niet altijd zonder slag of stoot.

‘Ik wil een echte gangster worden’, zegt ‘Richard’ bijvoorbeeld stellig tegen Anderson tijdens een toevallige ontmoeting op straat. Het jongetje lijkt nog geen tien jaar oud, maar ziet (blijkbaar) geen ander perspectief voor zichzelf. ‘Je moet studeren’, houdt Anderson hem voor, maar het joch, dat in eerste instantie een schuilnaam heeft opgegeven en in werkelijkheid Murilio blijkt te heten, houdt stug vol. ‘Jij bent geen schurk!’, roept de AfroReggae-voorman hem nog na als de jongen doorloopt, op weg naar wat wel eens een gewelddadige toekomst zou kunnen worden.

Hoewel beslist niet elke potentiële crimineel is te redden met een positief verhaal en rolmodel, ligt de hoopvolle boodschap er nochtans dik bovenop in Favela Rising. De film demonstreert hoe zelfs in de diepste misère nieuwe initiatieven ontstaan en rolmodellen opstaan die het leven een positieve draai kunnen geven en krijgt uiteindelijk nog eens extra lading als Andersons persoonlijke queeste om hoop terug te brengen in zijn gemeenschap een onverwachte dramatische wending krijgt.

Een Goede Moslima

KRO-NCRV

‘Het is warm buiten, die oven geeft warmte en die arme vrouw moet een hoofddoek om en een lange broek?’, zeurt Frans Bromet op kenmerkende wijze tegen zijn hoofdpersoon Yeter Akin, terwijl haar tantes in Turkije een plaatselijke pannenkoek bereiden. ‘Die vrouwen zijn dus zo sterk dat ze tegen die warmte kunnen’, reageert Yeter onverstoorbaar. Intussen pakt één van de tantes met een verschrikt ‘ooow’ een pannenkoek van het vuur. ‘Verbrand?’, vraagt Bromet plagend. ‘Ja’, laat Yeter, sinds haar dertiende woonachtig in Nederland, zich niet uit het lood slaan. ‘Die is verbrand.’

De nestor onder de Nederlandse camerajournalisten, dik in de zeventig inmiddels, opereert nog altijd regelmatig als de vleesgeworden scepsis. Hij houdt zich van de domme, vraagt echt door en prikkelt als de situatie daar in zijn ogen om vraagt. Samen met Akin, met wie hij eerder een film over eerwraak maakte, gaat Bromet ditmaal op zoek naar waaraan Een Goede Moslima (71 min.) eigenlijk moet voldoen. En het is prettig dat hij daarbij niet met meel in de mond spreekt of al te voorzichtig te werk gaat. Bromet reageert gewoon zoals hij altijd doet en stelt simpelweg de vragen die in hem opkomen.

De gesprekken van Bromet en Akin, met elkaar en met allerlei verschillende vrouwelijke moslims, worden afgewisseld met een interview dat Yeter deed met een Duitse vriendin. De onherkenbaar gemaakte vrouw, gefilmd met een smartphone, vertelt hoe haar dochter langzaam radicaliseerde en uiteindelijk naar het kalifaat van Islamitische Staat vertrok. Dat interview voelt een beetje als een fremdkörper in deze erg praterige televisiedocumentaire, niet Bromets beste film, die een aardig inkijkje geeft in de wereld van moslima’s, zonder dat dit verder wezenlijk nieuwe inzichten oplevert.

Camino: A Feature Length Selfie

‘Zo’n lange schaduw heb ik nog niet gehad’, mijmert Martin de Vries hardop tegen de camera van zijn smartphone. Hij loopt de Camino, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela en filmt zichzelf, de omgeving en dus zijn eigen schaduw. ‘Die volgt me niet. Die loopt vooruit steeds.’

Camino: A Feature Length Selfie (81 min.) is een uiterst sobere documentaire: de wandelende De Vries, zijn overpeinzingen over zichzelf, de tocht en het leven in het algemeen en het pad dat hem in een dag of zeventig door Frankrijk naar Spanje voert. Ondersteund door sfeervolle muziek. Dat is het. Een film zonder enige opsmuk.

Een particuliere beleving, dat ook. De mensen die De Vries, ooit de montagerechterhand van Van Kooten en De Bie, onderweg ontmoet en de plekken die hij bezoekt of waar hij overnacht ontbreken vrijwel volledig. Dit is het relaas van een man alleen, die iets aan zichzelf heeft te bewijzen of het een en ander wil doorakkeren.

‘You start as a hiker and you come back as a pilgrim’, houdt hij zichzelf voor. Gaandeweg wordt het steeds stiller in hem en komt ook zijn persoonlijke motivatie om de Camino te lopen wat meer naar voren. Erg veel context geeft de film nochtans niet. Alsof De Vries over zichzelf wil zeggen: ik ben gewoon één van die oudere mannen die elk jaar de pelgrimstocht onderneemt.

Zo voelt de documentaire zelf ook een beetje: als een willekeurige wandeltocht die voor de betrokkene vast een enorme betekenis heeft, maar waarvan de impact lastig is te communiceren naar buitenstaanders.

Bisbee ’17

Ze vormden zogezegd een gevaar voor ‘the American way of life’. De 1300 mijnwerkers, veelal immigranten, die in de zomer van 1917 vanwege slechte arbeidsomstandigheden en voortdurende discriminatie in staking waren gegaan in Bisbee, Arizona. The Industrial Workers Of The World, een op socialistische leest geschoeide vakbond, stond ferm aan hun zijde.

Voor Harry Wheeler, de sheriff van het mijnwerkersstadje, was het een teken om actie te ondernemen. Hij verzamelde maar liefst tweeduizend plaatselijke vrijwilligers voor een posse, die de stakers hardhandig, met een geweer in hun nek, op de trein naar de woestijn van Nieuw-Mexico zette. Zestien uur waren ze onderweg, zonder eten of drinken. Om op de plek van bestemming, als het zo uitkwam, te creperen.

De zogenaamde ‘Bisbee-deportatie’ op 12 juli 1917, al dan niet in opdracht van het lokale kopermijnbedrijf Phelps Dodge, verdeelt honderd jaar later nog altijd de lokale gemeenschap. Was het een noodzakelijke ingreep om de plaatselijke vrouwen en kinderen te beschermen? Een overdreven reactie op vermeend communistisch oproer? Of toch gewoon een uiting van onversneden racisme?

Regisseur Robert Greene laat het drama, dat doorgaans wordt stilgezwegen, herleven in Bisbee ‘17 (112 min.). Huidige inwoners van het voormalige kopermijnstadje krijgen de hoofdrol in een ‘re-enactment’ van de deportatie – een opzet die doet denken aan de documentaire Casting JonBenét, waarin amateuracteurs een plaatselijke moordzaak naspelen. De lokale radiodeejay fungeert als verteller, een man die de deportatie een goede zaak vindt speelt de toenmalige directeur van het mijnbedrijf en de zoon van een gedeporteerde Mexicaanse vrouw neemt de rol van staker op zich. Tussen de voorbereidingen door verhalen ze ook over hun eigen levens.

In het hedendaagse Bisbee, waar de kopermijn alweer ruim veertig jaar is gesloten, zijn de sporen van het verleden nog altijd duidelijk zichtbaar. Zo vertelt de dochter van een voormalige leidinggevende van Phelps Dodge dat ze werd opgevoed met het idee dat het afvoeren van de stakers volledig terecht was. ‘Ik moet mezelf er steeds aan herinneren dat zulke verhalen afkomstig zijn van mensen uit Bisbee’, zegt ze. ‘Met andere woorden: van mensen die niet zijn gedeporteerd.’

Die verscheurdheid komt het pijnlijkst tot uiting in de Ray-familie, waarvan één voorvader als lid van de volksmilitie destijds zijn eigen broer liet afvoeren. Twee van hun nazaten herbeleven tijdens de uiteindelijke uitvoering van de Bisbee-deportatie de broedertwist die hun familie verscheurde. Hun moeder kan het nauwelijks aanzien. Zo beginnen heden en verleden, fictie en non-fictie, persoon en rol al snel helemaal in elkaar over te vloeien in Bisbee ’17, een intelligente documentaire die alleen wat lang van stof is.

Apollo 11

Neon

Als de vlucht van Apollo 11 naar de maan niet daadwerkelijk had plaatsgevonden – en dat wordt door complotdenkers inderdaad wel eens betwijfeld – dan had de ruimtereis ook afkomstig kunnen zijn uit een weldoordacht filmscript. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de historische missie van Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en de derde astronaut, die nog wel eens wordt vergeten omdat hij toevallig achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia en dus niet op de maan mocht lopen, een halve eeuw na dato heeft geresulteerd in zowel een geweldige speelfilm (First Man, 2018) als een ijzersterke documentaire: Apollo 11 (93 min.).

Sommige onderdelen van deze majestueuze ruimteonderneming uit 1969, die hier op ongelooflijk knappe wijze wordt gereconstrueerd door regisseur Todd Douglas Miller, zouden zomaar kunnen zijn bedacht door een begenadigde science fiction-schrijver. ‘One small step for man’, zegt Neil Armstrong bijvoorbeeld zodra hij als eerste mens een stap op de maan zet. ‘One giant leap for mankind.’ Die uitspraak is zonder enige twijfel gescript. Bedoeld voor de eeuwigheid, waarin-ie ook daadwerkelijk een plek heeft veroverd. Zonder souffleur met gevoel voor drama had Armstrong wellicht blijmoedig naar zijn vrouw en kinderen gezwaaid, een duim in de lucht gestoken en een tekst als ‘hoi, papa loopt nu dus op de maan!’ in de geschiedenisboeken achtergelaten.

De Amerikaanse president Richard Nixon was zich er ook van bewust dat de hele wereld meekeek toen hij met de bemanning van de Apollo 11 belde en sprak over ‘the most historic telephone call ever made’. Waarna hij zijn grondig voorbereide speech begon af te steken. ‘As you talk to us from the Sea of Tranquility, it inspires us to redouble our efforts to bring peace and tranquility to Earth’, oreerde de man die in de navolgende jaren zowel Vietnam als Cambodja he-le-maal plat zou bombarderen. Hij was nog niet eens klaar: ‘For one priceless moment in the whole history of man, all the people on this Earth are truly one: one in their pride in what you have done, and one in our prayers that you will return safely to Earth.’

En op de één of andere vreemde manier – de uitkomst mag immers bekend worden verondersteld – is die behouden thuiskomst ook de drijvende kracht voor deze enerverende documentaire. Met nooit eerder vertoonde en digitaal gerestaureerde beelden, meeslepende audiofragmenten en subtiele eigen toevoegingen als split screen, graphics en titels reconstrueert Miller minutieus de NASA-ruimtemissie. Alsof die zich op dit eigenste ogenblik, voorzien van een passend imposante soundtrack, voor onze ogen voltrekt. Ook met een 21e eeuwse blik blijft het ontzagwekkende karakter van de hele onderneming voelbaar: hier reiken drie mensen – ondersteund door een enorm team in het Mission Control Center en gade geslagen door kamperende toeschouwers op de grond en miljoenen televisiekijkers in de hele wereld – naar een ooit onbereikbaar geachte stip op de horizon. En dan moeten ze ook nog gewoon terug naar planeet aarde, liefst heelhuids.

‘Dit was veel meer dan drie mannen op een expeditie naar de maan’, stelt Buzz Aldrin op de gedragen toon die inmiddels vertrouwd voelt als het megalomane project, de culminatie van een duizelingwekkende ruimterace tussen de Verenigde Staten en aartsvijand de Sovjet-Unie, veilig is afgerond. ‘Wij denken dat dit een symbool kan zijn voor de oneindige nieuwsgierigheid van de mensheid om het onbekende te ontdekken.’ Waarna hij wel eens – daarover biedt Apollo 11, dat overigens een speciale juryprijs voor montage won op het Sundance Film Festival, helaas geen uitsluitsel – een veelbetekenende blik op Neil en ‘die andere’ kan hebben geworpen en met een zucht van verlichting zou kunnen hebben gezegd: ‘En nu gaat deze jongen eens een weekje op z’n rug liggen, met moeder de vrouw erbij en een kistje bier.’