Don’t F**K With Cats: Hunting An Internet Killer

Netflix

Elke seriemoordenaar begint met het mishandelen van dieren. Los daarvan: je blijft met je poten van katten af, vindt Deanna Thompson (alias Baudi Moovan, op Facebook). En dus slaat de data-analiste uit Las Vegas direct aan als ze het filmpje ‘1 boy, 2 kittens’ spot. Een jongen stopt daarin twee poezen in een luchtdichte zak, die hij daarna vacuüm zuigt.

Als een soort dierenbeschermingsdependance van het online-onderzoekscollectief Bellingcat gaat ze met enkele andere computernerds uit haar speciale Facebook-groep, onder wie een geek met de schuilnaam John Green, op zoek naar de geheimzinnige dierenbeul, die steeds sadistische filmpjes en aanwijzingen over zijn eigen identiteit achterlaat.

Voor hun online-speurtocht – die zich laat bekijken als een handleiding voor bijdetijdse amateurdetectives of -journalisten – stuiten ze al snel op een clip uit Catch Me If You Can, een speelfilm met Leonardo DiCaprio over een meesteroplichter die zijn achtervolgers steeds te slim af probeert te zijn. Als dat geen uitdaging is…

Hun queeste zal hen in de driedelige serie Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer (186 min.) van Mark Lewis naar de engste uithoeken van het internet en de menselijke geest leiden, in het spoor van bizarre personages als Jamsey Cramsalot Inhisass en Luka Magnotta. En dan moeten ze het lugubere filmpje ‘1 lunatic, 1 ice pick’ nog ontdekken…

Zo ontvouwt zich een superieur verteld true crime-verhaal, waarin verontruste burgers vanachter hun computer een hypermoderne klopjacht naar een gewelddadige narcist opzetten. Een soort Catfish 3.0, de spannendste docuserie van het jaar én een ongemakkelijk exposé over het huidige tijdsgewricht, waarin privacy eigenlijk niet meer lijkt te bestaan.

Ons Moederland

VPRO

‘Laatst had ik van die nieuwe kindjes in de klas gekregen die uit Syrië komen’, vertelt een meisje van een jaar of tien thuis aan de familietafel, terwijl vader voor het hele gezin zelfgemaakte soep opschept. ‘Hoe heten de kindjes?’, wil moeder weten. ‘Anja en Saam, maar wij noemen ze altijd Aap en Schaap.’

‘Nou, da’s heel mooi’, reageert papa verheugd. ‘Als het rustig is, mogen ze weer terugkeren naar Syrië. Huppakee.’ Papa is Constant Kusters, sinds jaar en dag leider van de extreemrechtse splinterpartij de Nederlandse Volks-Unie. Hij is de hoofdpersoon van Ons Moederland (72 min.), een zinderende documentaire van Shamira Raphaëla. De film gaat echter beslist niet alleen over een dubieuze politicus en activist, die zegt te willen voorkomen dat blanken de indianen van Europa worden. Raphaëla zet de standpunten van Kusters af tegen de Nederlandse omgang met buitenlanders door de eeuwen heen.

De filmmaakster verbeeldt de vaderlandse cultuur bovendien met steeds terugkerende sequenties van een soort Madurodam-versie van Nederland. De onderliggende boodschap van al deze elementen is niet mis te verstaan: hij, de man die door de meesten van ons wordt beschouwd als een paria, is in werkelijkheid een logische afspiegeling van ons. Van wie wij zijn en wat we, blijkbaar, vinden. ‘Wij zijn op hetzelfde standpunt gebleven, maar de politiek ziet dat wij gelijk aan het krijgen zijn’, concludeert Kusters zelfvoldaan in het interview, waarmee Raphaëla de verschillende elementen in de film verbindt. ‘Dat is toch een win-win situatie.’

Méér dan een portret van de NVU-voorman, die waarschijnlijk/hopelijk altijd veroordeeld blijft tot de rafelranden van de vaderlandse politiek, is het lekker polemische Ons Moederland een onontkoombare film over het Nederland van nu, toen en, wie weet, straks. Die je instemmend begroet. Of waarmee je het hartgrondig oneens bent. Maar waarover je hoe dan ook een mening vormt.

Van zulke films kunnen er nooit genoeg gemaakt worden.

Deze documentaire is hier te bekijken.

The Kingmaker

De fotolijstjes staan netjes uitgestald: Imelda met allerlei wereldleiders. Ze is er duidelijk trots op. De voormalige ‘first lady’ van de Filipijnen pakt één van de lijstjes om de foto voor de camera te laten zien. Diverse andere fotolijstjes vallen daardoor op de grond. Terwijl de inmiddels hoogbejaarde weduwe van president Ferdinand Marcos onverstoorbaar haar verhaal doet, veegt één van haar medewerkers in stilte de scherven bij elkaar.

Tijdens het filmen voor The Kingmaker (100 min.) zijn er zo voortdurend stille krachten beschikbaar om Imelda’s haar te schikken, haar make-up bij te werken of de vouwen uit één van haar talloze jurken te wrijven. Documentairemaker Lauren Greenfield, die met The Queen Of Versailles en Generation Wealth eerder liet zien dat ze een oog heeft voor de gekte van de allerrijksten, grijpt zulke kleine momentjes aan om haar hoofdpersonage, type ‘stijl met hoofdletter S’, te kenschetsen.

Nu heeft Greenfield met Marcos ook wel het prototype Verkwistende Vrouw te pakken: Imelda’s schoenencollectie, die volgens eigen zeggen slechts drieduizend paar omvat, is met de jaren een symbool van ongegeneerd materialisme geworden. Een ‘mooie’ anekdote is ook hoe ze talloze wilde dieren uit Afrika liet importeren, om op een Filipijns eiland een heus safaripark te laten aanleggen. En dat daarvoor de oorspronkelijke eilandbewoners, ruim 250 families, moesten wijken? Soit. 

‘Perceptie is echt’, stelt ze resoluut tegen de Amerikaanse documentairemaakster. ‘En de waarheid niet.’ En dus strooit de voormalige Miss Manilla driftig met bankbiljetten als ze wordt geconfronteerd met minderbedeelde landgenoten. Ze kan natuurlijk ook wel wat missen. Toen het presidentschap van haar inmiddels overleden echtgenoot in 1986 na 21 jaar eindigde, zou ze het land met een waar fortuin hebben verlaten. Over sigaren uit eigen doos gesproken.

Dit is echter niet alleen het verhaal van een vrouw, die op kosten van gewone Filipino’s al ruim een halve eeuw als een koningin leeft. Dit is tevens het verhaal van de Marcos-dynastie die nog altijd machtspolitiek bedrijft in de Filipijnen. Zo schuift Imelda, zelf inmiddels alweer parlementslid in haar geboorteland, in 2016 haar zoon Bongbong naar voren als kandidaat voor het vicepresidentschap, achter de nieuwe sterke man Rodrigo Duterte.

De wandaden van het regime van haar echtgenoot worden door ‘Meldy’ nog altijd stelselmatig onder het tapijt geveegd. Greenfield laat haar daarmee niet wegkomen. Met slachtoffers neemt ze de rekening op van ruim twee decennia Marcos aan de macht. Daarmee ontwikkelt The Kingmaker zich gaandeweg van een tragikomisch portret van een zelfbenoemde vorstin tot een politieke geladen film over de recente historie van de Filipijnen – en wat de Marcosjes wellicht nog in petto hebben voor het land.

The Amazing Johnathan Documentary

Nee, het is geen probleem hoor als Ben filmt dat hij speed rookt. Johnathan heeft twintig jaar coke gebruikt, maar daarmee is hij nu gestopt. En het is trouwens geen speed, maar crystal meth. Net als de gebruiker en de documentairemaker er helemaal klaar voor zijn om een ongetwijfeld spraakmakende scène te filmen, gaat de telefoon.

Het is John Edward Szeles alias The Amazing Johnathan zelf, die na de opnames toch zijn bedenkingen heeft gekregen. ‘Je kunt beter geen materiaal laten zien waarin ik drugs gebruik’, zegt hij tegen regisseur Ben Berman. Een zwart vierkantje erover, dat is misschien beter. Dan kunnen we het alleen horen en niet zien. En zo zal inderdaad geschieden. Voila!

Inmiddels is dan al wel duidelijk dat The Amazing Johnathan Documentary (92 min.) bepaald geen standaarddocumentaire is, waarin een prangende maatschappelijke kwestie vanuit een artistiek bijzonder verantwoorde visie wordt benaderd. Welnee, dit is pure lol! Makerslol ook. Zo heeft Johnathan bijvoorbeeld nog een figurant nodig voor zijn comebacktournee. Of Bermans geluidsman even wil meewerken? Geen probleem, natuurlijk.

Enne…. comebacktournee, zegt u? Ja, dat komt doordat Johnathan eigenlijk was gestopt als goochelende comedian. Omdat hij doodgaat. Oh, was dat nog niet duidelijk? Nou ja, zelfs dat mag de pret niet drukken. Het overlijden van de hoofdpersoon zou toch ook wel een natuurlijk einde zijn voor de film, niet? Dan is er alleen nog die andere cameraploeg waarmee de man blijkbaar in zee is gegaan. Van de producer van Oscar-winnende documentaires als Man On Wire en Searching For Sugar Man, dat ook nog.

Dan lijkt de lol er héél even af bij Berman. Maar ook die hobbel kunnen de filmmaker en zijn onberekenbare protagonist uiteindelijk nemen in deze dolkomische docu, die qua toon en inhoud perfect aansluit bij de Andy Kaufman-achtige pranks die Johnathan al z’n hele leven uithaalt met zijn publiek (lees: iedereen). Intussen steekt The Amazing Johnathan Documentary ook lekker de draak met de stijlvorm documentaire en de wereld waarbinnen die wordt geproduceerd.

Zelden zal het Droste-effect met meer plezier en – laten we dat alstjeblieft ook niet vergeten – kunde zijn ingezet. Dit portret van Amazing Johnathan, deze documentaire dus, is niets minder dan een verademing. Te midden van al die films die gemaakt móésten worden, mág deze er beslist ook zijn. Beslist!

Honeyland

Te mooi om waar te zijn. De weelderige wereld van Hatidze Muratova doet bijna onwerkelijk aan. Samen met haar ziekelijke moeder Nazife woont ze in een afgelegen stenen huisje in het bergachtige Noord-Macedonië. De tijd lijkt er, zoals ze dat dan zeggen, helemaal stil te hebben gestaan. Hatidze beoefent een oud ambacht: ze is de laatste vrouwelijke honingjager van Europa. Onbevreesd treedt ze, vrijwel zonder bescherming, haar wilde bijen tegemoet, die zich op de gekste plekken in de idyllische omgeving schuilhouden. De honing die ze zo bemachtigt verkoopt de verweerde vrouw op de markt, enkele uren lopen verderop.

Hatitze en haar hoogbejaarde moeder leiden een klein en eenvoudig leven in het verlaten bergdorp. Armoedig zelfs. Zonder stromend water en elektriciteit, maar met elkaar. Het is er rustig. Vredig zelfs. Totdat met heel veel kabaal een nieuw buurgezin arriveert – de gebeurtenis die deze bijzondere vertelling in gang zet. Uit hun gammele caravan springen maar liefst zeven overactieve kinderen, die aan elke vorm van rust rigoureus een einde maken. Deze Turkse familie van Jan Steen brengt daarnaast een kudde koeien mee, die zich ook weinig gelegen laat liggen aan de (gemoeds)rust van de twee buurvrouwen.

Met de nieuwe buren dient zich behalve sociaal contact ook de vooruitgang aan in Honeyland (85 min.). Want de nieuwe buurman denkt dat er met honingbijen wel een aardige boterham valt te verdienen. Hij ontwikkelt zich al snel tot een soort bijdetijdse concurrent voor Hatidze, die het bovendien een stuk minder nauw neemt met het welzijn van de bijen. Het leven van moeder en dochter Muratova wordt daardoor volledig door elkaar geschud. Kunnen zij hun traditionele manier van leven volhouden? En hoe lang heeft Nazife, die steeds nadrukkelijker met haar gezondheid begint te kampen, überhaupt nog te leven? ‘Ik ga niet dood’, grapt ze tegen Hatidze vanaf haar ziekbed. ‘Ik probeer gewoon jouw leven te verpesten.’

Drie jaar lang filmden Tamara Kotevska en Ljubomir Stefanov de Muratova’s voor dit hartverwarmende, grappige en ontroerende portret, dat bijna te mooi is om waar te zijn. In een wantrouwende bui zou je de makers ervan kunnen verdenken dat ze de waarheid een handje hebben geholpen. Soms, als je maar voldoende geduld hebt, vallen alle dingen echter zomaar op hun plek en ontstaat er zoiets als een perfect verhaal. Honeyland, niet voor niets al talloze malen in de prijzen gevallen, komt daar verbazingwekkend dichtbij.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die de ene na de andere filmprijs wint en op het IDFA nog werd gekozen tot dé publieksfavoriet, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.

The Cave

Als reusachtige roofvogels cirkelen Assads en Poetins bommenwerpers boven Damascus. Hun bommen zaaien dood en verderf op de grond, waar de wijk Oost-Ghouta al ruim vijf jaar wordt belegerd. Meer dan 400.000 inwoners zitten als ratten in de val. Ze zijn gereduceerd tot bommenvoer en leven van de ene naar de andere verpletterende inslag.

Onder de stad is een netwerk van grotten aangelegd. Er wonen mensen, hele gezinnen zelfs, en er is een klein noodhospitaal. Daar zwaait de 29-jarige Amani Ballour de scepter. De jonge, idealistische vrouw stuurt in The Cave (107 min.) enkele doctoren en verpleegsters aan, die in barbaarse omstandigheden werk verrichten dat letterlijk van levensbelang is. Intussen proberen ze iets van menselijkheid te behouden.

De oudere arts Salim zweert tijdens het opereren bijvoorbeeld bij klassieke muziek, terwijl kokkin Samaher altijd in is voor een geintje. Tijdens het bereiden van de maaltijd moet ze alleen regelmatig even bij haar pannen weg om een veilig plekje op te zoeken. Amani luistert ondertussen naar voicemail-berichtjes van haar vader. Hij is trots op zijn dochter, maar wat zou haar leven eenvoudig zijn als ze een jongen was geweest! Vrouwen horen volgens veel Syrische mannen nu eenmaal thuis, achter het aanrecht.

Tegelijkertijd worden er steeds nieuwe slachtoffers binnengebracht, soms zelfs per kruiwagen. Ernstig gewonden, mensen die helemaal in de war zijn en – niet alleen Amani’s hart breekt – beschadigde kleine kinderen. De ellende is met geen mogelijkheid te bezweren, zelfs niet door Amani en haar dappere team. Angst, gevaar en pure chaos nemen het hospitaal langzaam maar zeker over. Totdat ook de artsen zelf de wanhoop nabij zijn en een beslissing moeten nemen over hun eigen lot.

Nadat hij eerder in het bijzonder aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Last Men in Aleppo (2017) een groepje hulpverleners portretteerde, dat na gevechten en bombardementen slachtoffers vanonder het puin probeerde te halen, heeft filmmaker Feras Fayyad opnieuw een ontzettend urgente film gemaakt over een klein groepje Syriërs, dat de gekmakende oorlog in hun land – tegen beter weten in – het hoofd blijft bieden.

Het resultaat is niets minder dan een eerbetoon aan menselijke moed. Een blijk van vertrouwen in de elementaire goedheid van de mens – of, op zijn minst, van sommige mensen. En een even onontkoombare als verpletterende film. The Cave is zonder enige twijfel één van de beste documentaires van het jaar 2019.

Diego Maradona

Het contrast kan niet groter: de man die in de beginscène van de film letterlijk is achtervolgd naar zijn grootse presentatie als nieuwe held van de Italiaanse voetbalclub SSC Napoli, verlaat de club en stad waar hij wordt vereerd als een God ruim twee uur later als een dief in de nacht. Zeven jaren (1984-1991) zijn ondertussen gepasseerd. Die periode, waarin hij eigenhandig van een provincieclub een internationale grootmacht maakte en zelf zowel volksheld als meest gehate man van het land werd, vormt het woest kloppende hart van deze puike documentaire.

Regisseur Asif Kapadia vermijdt in Diego Maradona (130 min.) zo de valkuilen van de traditionele sportbiografie, waarin eerst de jeugdjaren aan bod komen, daarna de successen van de held uitbundig worden gevierd en tot slot diens onvermijdelijke neergang zijn beslag krijgt. Sterker: Maradona’s voetballeven van vóór zijn Napolitaanse periode, dat hem nochtans langs Boca Juniors en FC Barcelona voerde, worden met enkele grove pennenstreken afgedaan. En ook de schertsfiguur die hij ná zijn carrière werd komt nauwelijks aan bod.

Kapadia concentreert zich vrijwel volledig op zijn tropenjaren in Zuid-Italië, waar Diego Maradona zichzelf vond en ook weer kwijtraakte. Zoals Johan Cruijff bij Barcelona de Catalanen hun zelfrespect teruggaf, bezorgde hij intussen Napels, het riool van Italië, en haar inwoners, de Afrikanen van Europa, geloof in zichzelf. Hij zou er een enorme prijs voor betalen. Aan de lokale tifosi, die hem gaandeweg helemaal verzwolgen, én aan de Camorra, de plaatselijke tak van Italië’s beruchte georganiseerde misdaad. De Giuliano-clan om precies te zijn. Zij voorzagen hem tevens van vrouwen en coke.

Diego komt gaandeweg steeds nadrukkelijker tegenover Maradona te staan. Het lievige jongetje uit een volksbuurt tegenover het larger than life-personage. Bij de één voelde je je thuis, vertelt zijn personal trainer Fernando Signorini. Die ander probeerde je te mijden als de pest. Samen met Diego’s zus, de vrouwen uit z’n leven, teamgenoot en volbloed-Napolitaan Ciro Ferrara, clubfunctionarissen, fans, sportjournalisten en Diego zelf (of is het toch Maradona?) plaatst hij het buitengewone verhaal van het Argentijnse straatschoffie in zijn context.

Net als in zijn eerdere films (Ayrton) Senna en Amy (Winehouse) laat Kapadia intussen de beelden het werk doen. Alle geïnterviewden blijven volledig off screen. Het prachtige archiefmateriaal dat de filmmaker heeft verzameld van zijn protagonist is bovendien daadkrachtig gemonteerd en met slicke muziek flink op temperatuur gebracht. De filmmaker bouwt er een enerverende vertelling mee, een tragisch exposé over een (bijna) fatale combinatie van talent, succes en roem.

In zekere zin geldt ook voor ‘Diego’ het aloude adagio: Napels zien en dan sterven… En ‘Maradona’ staat nu al ruim 25 jaar op zijn graf te dansen.

Apollo 11

Als de vlucht van Apollo 11 naar de maan niet daadwerkelijk had plaatsgevonden – en dat wordt door complotdenkers inderdaad wel eens betwijfeld – dan had de ruimtereis ook afkomstig kunnen zijn uit een weldoordacht filmscript. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de historische missie van Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en de derde astronaut, die nog wel eens wordt vergeten omdat hij toevallig achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia en dus niet op de maan mocht lopen, een halve eeuw na dato heeft geresulteerd in zowel een geweldige speelfilm (First Man, 2018) als een ijzersterke documentaire: Apollo 11 (93 min.).

Sommige onderdelen van deze majestueuze ruimteonderneming uit 1969, die hier op ongelooflijk knappe wijze wordt gereconstrueerd door regisseur Todd Douglas Miller, zouden zomaar kunnen zijn bedacht door een begenadigde science fiction-schrijver. ‘One small step for man’, zegt Neil Armstrong bijvoorbeeld zodra hij als eerste mens een stap op de maan zet. ‘One giant leap for mankind.’ Die uitspraak is zonder enige twijfel gescript. Bedoeld voor de eeuwigheid, waarin-ie ook daadwerkelijk een plek heeft veroverd. Zonder souffleur met gevoel voor drama had Armstrong wellicht blijmoedig naar zijn vrouw en kinderen gezwaaid, een duim in de lucht gestoken en een tekst als ‘hoi, papa loopt nu dus op de maan!’ in de geschiedenisboeken achtergelaten.

De Amerikaanse president Richard Nixon was zich er ook van bewust dat de hele wereld meekeek toen hij met de bemanning van de Apollo 11 belde en sprak over ‘the most historic telephone call ever made’. Waarna hij zijn grondig voorbereide speech begon af te steken. ‘As you talk to us from the Sea of Tranquility, it inspires us to redouble our efforts to bring peace and tranquility to Earth’, oreerde de man die in de navolgende jaren zowel Vietnam als Cambodja he-le-maal plat zou bombarderen. Hij was nog niet eens klaar: ‘For one priceless moment in the whole history of man, all the people on this Earth are truly one: one in their pride in what you have done, and one in our prayers that you will return safely to Earth.’

En op de één of andere vreemde manier – de uitkomst mag immers bekend worden verondersteld – is die behouden thuiskomst ook de drijvende kracht voor deze enerverende documentaire. Met nooit eerder vertoonde en digitaal gerestaureerde beelden, meeslepende audiofragmenten en subtiele eigen toevoegingen als split screen, graphics en titels reconstrueert Miller minutieus de NASA-ruimtemissie. Alsof die zich op dit eigenste ogenblik, voorzien van een passend imposante soundtrack, voor onze ogen voltrekt. Ook met een 21e eeuwse blik blijft het ontzagwekkende karakter van de hele onderneming voelbaar: hier reiken drie mensen – ondersteund door een enorm team in het Mission Control Center en gade geslagen door kamperende toeschouwers op de grond en miljoenen televisiekijkers in de hele wereld – naar een ooit onbereikbaar geachte stip op de horizon. En dan moeten ze ook nog gewoon terug naar planeet aarde, liefst heelhuids.

‘Dit was veel meer dan drie mannen op een expeditie naar de maan’, stelt Buzz Aldrin op de gedragen toon die inmiddels vertrouwd voelt als het megalomane project, de culminatie van een duizelingwekkende ruimterace tussen de Verenigde Staten en aartsvijand de Sovjet-Unie, veilig is afgerond. ‘Wij denken dat dit een symbool kan zijn voor de oneindige nieuwsgierigheid van de mensheid om het onbekende te ontdekken.’ Waarna hij wel eens – daarover biedt Apollo 11, dat overigens een speciale juryprijs voor montage won op het Sundance Film Festival, helaas geen uitsluitsel – een veelbetekenende blik op Neil en ‘die andere’ kan hebben geworpen en met een zucht van verlichting zou kunnen hebben gezegd: ‘En nu gaat deze jongen eens een weekje op z’n rug liggen, met moeder de vrouw erbij en een kistje bier.’

Last Breath

‘Christopher omschreef het als de ruimte ingaan, maar dan onder water’, zegt Morag, de vriendin van Chris Lemons. De Schotse dertiger is één van de drie duikers die in 2012 betrokken raakt bij een ernstig ongeluk op het schip Topaz. Chris heeft zijn schaapjes op dat moment behoorlijk op het droge: hij slaagde erin om van zijn grote passie, duiken, zijn beroep te maken, is een huis aan het bouwen en staat op het punt om in het huwelijksbootje te stappen. En dan wordt de levenslijn tussen het schip en de saturatieduiker, die zich op bijna honderd meter diepte in de Noordzee bevindt, op brute wijze doorgesneden…

Het is een unieke wereld, die in de zinderende documentaire Last Breath (85 min.) wordt opgeroepen. Van professionele duikers die onder water onderhoudswerk en reparaties uitvoeren. Het is een beroep met geheel eigen normen en waarden, codes én jargon. Als het duikondersteuningsvaartuig Topaz bijvoorbeeld in ’Dynamic Positioning’ (verankerd aan de zeebodem) is gebracht, kunnen de drie duikers hun ’bell’ (een soort aparte eenheid die vanaf de boot in de zee wordt afgezonken) verlaten om hun werk te gaan doen. Ze blijven intussen verbonden met hun basis via een ’umbilical’ (een soort navelstreng die zorgt voor warmte, licht en zuurstof en waarmee ze met hun collega’s kunnen communiceren).

Op die bewuste septemberdag in 2012, als de Topaz zich op enkele honderden kilometers van Aberdeen op zee bevindt, zorgt een computerfout ervoor dat de Dynamic Position crasht. Het schip raakt daardoor op drift. Als de umbilical van Chris vervolgens knapt, is hij aan de Goden overgeleverd. Én aan zijn twee directe collega’s in de bell: de ervaren Duncan Allcock, die hem wegwijs heeft gemaakt op de zeebodem, en de stoïcijnse Dave Yuasa, die ‘gewoon’ zijn werk doet. ‘Ik was niet erg overstuur over Chris’, herinnert die laatste zich. ‘Dit kan gebeuren. Hij was niet mijn beste vriend of één van m’n kinderen.’ En juist deze koele kikker wordt erop uitgestuurd om op zoek te gaan naar de collega die wel eens levenloos in het donkere water zou kunnen liggen.

Het is een absoluut horrorscenario voor alle betrokkenen, die het tragische ongeluk in deze bijzonder vernuftig geconstrueerde film van Alex Parkinson en Richard da Costa nog eens stapsgewijs doornemen. Daarbij kijken ze recht in de camera, de spanning en emotie van het moment herbelevend. Hun relaas wordt kracht bijgezet met een vloeiende combinatie van authentiek beeldmateriaal van het drama, onder anderen gemaakt met helmcamera’s van de crewleden, en speciaal voor de film gemaakte reconstructiebeelden. Zo ontstaat in deze lekker vet aangezette documentaire, één van de beste films die ik tot dusver zag in 2019, een bloedstollende race tegen de klok die niet had misstaan in een Hollywood-blockbuster. Kunnen ze Chris vinden? Is hij überhaupt nog in leven?

Cold Case Hammarskjöld

‘Om eerlijk te zijn ben ik nooit echt geïnteresseerd geweest in de nalatenschap van Dag Hammarskjöld’, bekent filmmaker Mads Brügger halverwege zijn film over de mysterieuze dood van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, bij een vliegtuigongeluk in 1961 in de voormalige Britse kolonie Noord-Rhodesië. ‘Omdat de meeste mensen nooit van hem hebben gehoord. En als je hem ziet komt hij over als een sullig personage uit een romantische komedie.’

Hij vervolgt: ‘Voor mij was Dag Hammarskjöld vooral een vrijbrief om alle dingen te doen die ik leuk vind: Belgische huurlingen opsporen, verhalen vertellen over volledig in wit geklede slechteriken, een schoppenaaskaart die wordt gevonden op plaatsen delict, geruchten over geheime Afrikaanse organisaties… Daarom ben ik op deze trein gesprongen, niet wetende waarheen die me zou leiden.’

Die bekentenis is Brügger ten voeten uit. Terwijl hij samen met onderzoeker Göran Björkdahl Hammarskjölds dood (was het moord? Een samenzwering misschien?) helemaal uitpluist, toont hij regelmatig zijn absurde gevoel voor humor. Als ze bijvoorbeeld met een metaaldetector op zoek willen gaan naar het wrak van Hammarskjölds neergestorte vliegtuig, legt hij alvast twee sigaren klaar. Voor het geval dat ze dat vliegtuigwrak nog zouden vinden ook.

Cold Case Hammarskjöld (127 min.) is sowieso een bijzondere film: een verdomd knap staaltje onderzoeksjournalistiek, op een speelse en avontuurlijke wijze vormgegeven. Zo kiest Brügger niet voor een reguliere voice-over om zijn vertelling te structureren, maar dicteert hij zijn verbindende teksten aan twee donkere secretaresses, die deze braaf uittypen. Waarom twee en niet één secretaresse? Dat weet de filmmaker zelf ook niet, bekent Brügger in een soort meta-voice-over waarin hij zijn eigen rol tijdens het maken van de documentaire belicht.

Gaandeweg komen Brügger en Björndahl in Zuid-Afrika een huiveringwekkend complot van witte nationalisten op het spoor, waarmee deze fascinerende documentaire tot een krachtige climax wordt gebracht. Waarbij Dag Hammarskjöld inderdaad niet meer dan een begin- en eindpunt is voor het ‘stranger than fiction’-verhaal dat Mads Brügger hier op onnavolgbare wijze vertelt.

Stuk

Met niet al te veel fantasie zou je van dit onderwerp, de patiënten van een revalidatiecentrum, relatief eenvoudig een tranentrekkende documentaire(serie) kunnen maken. Je kiest enkele aansprekende hoofdpersonen die in de komende tijd iets te winnen of verliezen hebben, stelt je vervolgens met de camera enige maanden verdekt op in hun leven en volgt simpelweg hoe het hen vergaat. Succes verzekerd. De moed of/der wanhoop van mensen die verpletterende tegenslag proberen te overwinnen en hun leven weer in handen hopen te krijgen laat niemand met enig gevoel in zijn donder onberoerd.

Met héél veel fantasie (en inlevingsvermogen en creativiteit en verteldrang en beeldend vermogen en joie de vivre en…) maak je van datzelfde onderwerp echter een vierdelige serie, waarmee het begrip documentaire verder wordt opgerekt – of op zijn minst heel eigenzinnig wordt geïnterpreteerd. Stuk (200 min.) is de naam, een levensschets in vier bedrijven van Jurjen Blick. Naar verluidt heeft de man, die eerder de serie De Hokjesman regisseerde, zich laten inspireren door speelfilms, dramaseries en romans. Daarmee zal hij beslist niet de eerste documentairemaker zijn, maar in dit specifieke geval heeft het geresulteerd in een unieke vertelling.

Niet voor niets wordt de ‘docuroman’ Stuk op primetime uitgezonden (en niet aan de randen van de nacht, zoals de meeste documentaires). Dit is een serie die op emotioneel niveau een groot publiek kan aanspreken – zoals bijvoorbeeld de televisieprogramma’s Over Mijn Lijk en Je Zal Het Maar Hebben doen – terwijl fijnproevers zich ongegeneerd kunnen verlustigen aan de literaire vertelvorm, het prachtige camerawerk en de gelaagde personages. Stuk is niets minder dan de Schuldig van 2019, de televisiehype voor Verantwoord Nederland van enkele jaren geleden.

Blick is een verteller met een geheel eigen stem. Letterlijk. Hij kruipt in het hoofd van zijn hoofdpersonen en maakt van hen onvergetelijke personages. De van oorsprong Amerikaanse man Paul bijvoorbeeld, die ’s nachts van de trap viel en na een bijzonder actief leven nu gedwongen pas op de plaats moet maken (terwijl zijn vrouw Suzanne nog een ongelofelijke berg andere sores krijgt te verwerken). Of de optimistische zestienjarige scholier Daan die moest leren leven met een spierziekte, maar nu wellicht tevens een dwarslaesie heeft opgelopen. In het centrum sluit hij vriendschap met de bejaarde vliegeraar Jan.

Ook de begeleiders van de patiënten van het revalidatiecentrum van Heliomare in Wijk aan Zee spreken tot de verbeelding. Zo strijdt de stoere wondverpleegkundige Monique op haar werk bijvoorbeeld onversaagd tegen decubitus bij haar ‘revalidanten’, terwijl ze thuis tegen zwaarmoedigheid vecht. Niet alleen bij zichzelf overigens. Blick, gevoed door researcher/interviewer Soraya Pol, keert hen liefdevol binnenstebuiten in deze prachtige momentopname van een parallelle wereld, die met de fraaie titelsequentie van Erwin Olaf en aangrijpende projecties op de muren van het revalidatiecentrum, met beelden uit de vorige levens van de patiënten, helemaal wordt vervolmaakt.

Stuk is werkelijk te mooi om waar te zijn. Bijna dan.

De vier afleveringen van Stuk zijn hier te bekijken op 2doc.nl.