Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

VRT

Tien jaar na zijn tragische dood probeert de vierdelige serie Steve Stevaert: De Schaduw Van De Macht (155 min.) vat te krijgen op de cafébaas uit Hasselt die in de jaren negentig stormachtig carrière maakte in de Belgische politiek. ‘Steve was de man op de fiets die iedereen bij naam noemde’, vertelt zijn vriend Ivo Konings. ‘Hij had zo’n truc. Dan zei ie: ah, ik ken u, hoe heet ge nu weer? En dan zei die man bijvoorbeeld ‘Karel’.  Dan zei hij: ja, Karel, dat wist ik, maar uw familienaam, die ben ik kwijt.’

En na Hasselt tuinde ook België er met open ogen in. Hij was ‘Steve Stunt’, de man die altijd weer een nieuwe troef uit zijn mouw kon schudden. Liefst gratis. Van openbaar vervoer tot elektriciteit. Later werd hij ‘Steve De Sloper’, de bestuurder die illegaal gebouwde huizen liet afbreken. Bij voorkeur van welgestelde landgenoten, want dat viel goed bij zijn linkse achterban. En na de ongelooflijke verkiezingswinst die hij met SP.A behaalde in 2003, schreef de Vlaamse krant De Morgen sans gêne ‘Steve is God’.

Toen begon zo ongeveer ook de ommekeer, betoogt deze productie van Luc Haekens. Steve Stevaert, de gewezen cafébaas, burgemeester van Hasselt, Vlaamse vicepremier, opper-Teletubbie van de Belgische socialisten, de politicus die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen, bleek ook maar een heel gewoon mens. Een heel feilbaar mens zelfs. Na de eerste haarscheurtjes in zijn imago kwamen de beschuldigingen van ernstig wangedrag, die zijn onaantastbare status van volksheld ernstig beschadigden.

Hij kon zich niet meer beroepen op wat politiek journalist Siegfried Bracke ‘het voordeel dat hij niet had gestudeerd’ beroepen. De ‘amateurmassapsycholoog’ Stevaert, die volgens oud-woordvoerder Jan de Zutter van SP.A zo goed aanvoelde hoe mensen werkelijk zijn, was ook z’n fingerspitzengefühl kwijtgeraakt en moest het voortaan doen zonder de erkenning en aandacht waaraan hij verslaafd was geraakt. Dat moest wel verkeerd aflopen. En dat deed ‘t ook, op 2 april 2015 in het Albertkanaal.

Dit postume portret begint bij dit tragische einde, spoelt daarna terug naar het begin als Steve in 1954 als Robert Stevaert wordt geboren in Rijkhoven en volgt daarna chronologisch zijn leven. Van een jongen die ‘t niet van studeren moet hebben, op de hotelschool beland en daarna een succesvolle horecaondernemer wordt tot een gevallen politicus, die is ingehaald door duistere krachten. Een gebroken man, die alles is kwijtgeraakt wat hij dacht te hebben en dan de dood boven het leven verkiest.

Met die keuze zet hij ook een rouwrand om de 61 jaar ervoor. Politieke kopstukken zoals Willy Claes, Louis Tobback, Johan Vande Lanotte en Bert Anciaux zorgen er in deze miniserie, waarvan ik nu drie delen heb gezien, echter voor dat in elk de geval de politicus Steve Stevaert weer kleur op de wangen krijgt. Naar de persoon daarachter, met volgens Ivo Konings ‘tristesse in zijn ogen’, blijft ‘t ondanks talloze anekdotes en typeringen nog altijd een beetje zoeken. Hij is ergens verdwenen geraakt in Steve Stunt, Steve De Sloper en Steve De Politieke God.

Trailer Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain

Focus Features

‘Je komt er toch wel achter’, richt kunstenaar John Lurie zich rechtstreeks tot de kijker, als Roadrunner: A Film About Anthony Bourdain (119 min.), de documentaire over zijn vriend, pas enkele minuten onderweg is. ‘Dus ik zal het alvast verraden: er komt geen happy end. De eikel pleegde zelfmoord.’

Lurie wendt zich vervolgens tot de maker van die film, Morgan Neville. ‘Hoe ga je dit maken?’ wil hij weten. ‘Natuurlijk wil je praten over de roddels, maar dat is niet wat je wilt maken.’ Nee, antwoordt Neville. ‘Ik wil een film maken over waarom hij was zoals hij was.’ Lurie: ‘Daar heb ik ook geen antwoord op. Daarom zit ik zelf ook hier.’

Dat tragische einde, zo prominent neergezet bij de opening, hangt de hele film als een slagschaduw over het leven van Anthony Bourdain (1956-2018), dat een volstrekt nieuwe wending krijgt als hij, een kok van dik in de veertig bij het New Yorkse restaurant Les Halles, in 2000 een enorme bestseller schrijft: Kitchen Confessions.

In dat boek deelt hij zowel alle geheimen van de keuken als zijn eigen uitspattingen op het gebied van seks, drugs en rock & roll. Met een eigen reisprogramma bouwt Bourdain daarna al snel een vaste achterban op. Hij is een man die bereid lijkt om alles te eten, in Jan en alleman geïnteresseerd is en geweldig over zijn belevenissen kan vertellen.

Achter de schermen maakt hij ’t anderen – en zichzelf – bepaald niet gemakkelijk. Middelmatigheid beschouwt Bourdain bijvoorbeeld als een enorme zonde. ‘Geef deze nerds met eekhoornballen geen macht door ze hun zin te geven’, schrijft hij bijvoorbeeld in een boze bui aan een teamlid. ‘Ze zullen deze show doodknabbelen als hongerige eenden.’

Met Bourdains broer Chris, tweede vrouw Ottavia Busia, vriend Josh Homme (voorman van de rockband Queens Of The Stone Age), de sterkoks Eric Ripert en David Chang en verschillende leden van zijn vaste tv-team probeert Morgan Neville vat te krijgen op deze gecompliceerde persoonlijkheid, die gedurig in de knoop zit met zichzelf.

Als Bourdain, nadat ook zijn tweede huwelijk is stukgelopen en hij Ottavia en hun dochter Ariane heeft achtergelaten, halsoverkop verliefd wordt op de Italiaanse actrice en filmmaakster Asia Argento, begint zijn verslavingsgevoelige persoonlijkheid, waardoor hij eerder verslingerd raakte aan heroïne en cocaïne, hem danig op te breken.

‘Ik heb mijn haar niet meer geknipt sinds hij is gestorven’, vertelt zijn vriend David Choe geëmotioneerd. ‘Ik mis hem gewoon.’ Anthony Bourdains zelfverkozen dood heeft niet alleen bij hem diepe sporen achtergelaten, toont de stemmige apotheose van deze zeer doeltreffende biografie over een man die zoveel meer was dan zijn einde.

Toen Roadrunner in 2021 werd uitgebracht, ontstond er nog wel een controverse nadat bleek dat Neville, met behulp van kunstmatige intelligentie, enkele stukken geschreven tekst van Bourdain had omgezet in voice-overs en die, zonder dat verder expliciet te melden, tussen reguliere ingesproken teksten van zijn hoofdpersoon had geplaatst.

Black Widow

SkyShowtime

‘Dena, wat heb je nu weer gedaan?’ vraagt haar moeder, als ze ziet wat haar volwassen dochter in haar eigen huis heeft aangericht met een honkbalknuppel. De vader van Dena Holmes brengt het ernstig gewonde slachtoffer naar het ziekenhuis, terwijl moeder direct begint met het schoonmaken van de woning. Even later zijn alle bloedsporen weggepoetst. En het slachtoffer, Dena’s eigen echtgenoot, wil bij nader inzien toch geen klacht tegen haar indienen bij de Britse politie.

Het is een bizar tafereel, aan het einde van de tweede aflevering van Black Widow (135 min.), een driedelige docuserie van Paula Wittig over een Britse vrouw die daadwerkelijk een zwarte weduwe mag worden genoemd. Dena windt mannen moeiteloos om haar vinger en brengt ze vervolgens, als een rasmanipulator, in de meest onmogelijke posities. Alsof ze daadwerkelijk hun leven vergiftigt. Het zijn verhalen die door allerlei getuigen moeten worden bevestigd. Anders waren ze nauwelijks te geloven.

Het begint in deze serie met Julian Webb, een 31-jarige Brit die in juni 1994 ineens blijkt te zijn overleden. Zijn moeder Rosemary kan niet geloven dat hij zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt – ook al houdt zijn echtgenote staande dat Julian een overdosis medicijnen heeft ingenomen. Deze Dena heeft tot dusver geen geluk gehad in de liefde. Haar vorige echtgenoot Lee Wyatt heeft haar meermaals mishandeld en is nu al enige tijd spoorloos. Welke rol speelt hij in dit ongelooflijke drama?

Met Dena’s slachtoffers schetst Wittig een op het eerste oog tamelijk onopvallende femme fatale. Bij Dena lijkt liefde – of wat daarvoor moet doorgaan – altijd uit te monden in ‘coercive control’, een vorm van psychologische oorlogsvoering waarmee haar geliefde wordt gereduceerd tot een zielig hoopje mens. Dood of levend. En Dena haalt alles uit de kast om haar doel, to-ta-le onderwerping, te verwezenlijken. Van de Ierse maffia tot emigreren naar Florida en een terminale vorm van kanker.

Black Widow, slinks opgebouwd, inventief vormgegeven en voorzien van gelikte reconstructiescènes, tekent de onwaarschijnlijke geschiedenis van deze parasietachtige vrouw, die zichzelf helemaal verliest in ‘dwingende controle’ adequaat op, maar heeft als psychologisch portret zo z’n beperkingen. Want waarom zuigt Dena eigenlijk al die mannen leeg? Wat beoogt ze daarmee? En waarom heeft ze steeds nieuwe slachtoffers nodig? Daarnaar blijft ’t toch enigszins gissen.

Als er voor zulke vragen al bevredigende antwoorden bestaan…

This Is Sparklehorse

Sparklehorse

Mark Linkous (1962-2010) stond te boek als een ‘muzikantenmuzikant’, een zanger en songschrijver die wel een potje kon breken bij collega’s. Op de gastenlijst van This Is Sparklehorse (91 min.) prijken dan ook talloze andere prominenten uit de indie-hoek: David Lowery (Cracker), Ed Harcourt, Jonathan Donahue (Mercury Rev), Gemma Hayes, Adrian Utley (Portishead), Jason Lytle (Grandaddy) en John Parish.

Acts voor fijnproevers die, net als Linkous’ artistieke alter ego Sparklehorse, nooit stadions konden vullen, maar zich wel in het hart van menige muziekliefhebber hebben gewurmd. De bekendste naam in deze DIY-film van Alex Crowton en Bobby Dass is zonder twijfel David Lynch. ‘Trieste schoonheid’, noemt de befaamde filmmaker Linkous’ muziek. John Carter (Phantogram) omschrijft die dan weer als ‘gothic country-muziek’.

Sparklehorse-albums klinken als een slecht afgestelde draagbare radio: te midden van ruis en gekraak doemt er ineens een vlijmscherpe rocksong op of meldt zich bijna ongemerkt een gefluisterd melancholiek liedje. Die fluistervorm ontdekte Linkous volgens David Lowery per ongeluk. Als hij ‘s nachts in zijn thuisstudio nieuwe liedjes wilde opnemen, lag zijn echtgenote vaak al te slapen en moest hij zacht te werk gaan.

Zij ontbreekt in dit postume portret. Net als Brian Burton (Danger Mouse), met wie Linkous een compleet album maakte. Zijn broer Matt is wel van de partij. En er is een prominente rol voor singer-songwriter Angela Faye Martin, die deze docu opzette en tevens dienst doet als verteller. In die hoedanigheid richt ze zich af en toe rechtstreeks tot de protagonist. Martin verschijnt soms ook in beeld en claimt zo wel erg veel ruimte.

Hun protagonist blijft intussen een enigma. En dat was vast de bedoeling: een held die net zo ongrijpbaar blijft als zijn muziek. Duidelijk is wel dat Linkous al jong worstelde met het leven. Met allerlei roesmiddelen probeerde hij de depressies op afstand te houden. Daar was soms ook alle reden toe. Nadat hij in 1995 ging touren met zijn debuutalbum Viadixiesubmarinetransmissionplot, sloeg in Londen bijvoorbeeld het noodlot toe.

In een hotel viel hij – beneveld? onder invloed van pijnstillers? – in slaap, met zijn benen onder zich bekneld. Uiteindelijk volgde een hartaanval. Linkous kwam er ernstig beschadigd uit. Een tijd leek ’t alsof hij de rest van zijn leven veroordeeld zou zijn tot een rolstoel. ‘Bij de eerste gelegenheid waarop we alleen waren zei hij: je moet me doden’, herinnert David Lowery zich die donkere periode. ‘Ik kan niet leven met deze pijn.’

Later, toen Mark Linkous met de nodige hulpmiddelen weer kon staan en lopen, bleven de donkere episoden – ook omdat zijn muziek nauwelijks genoeg geld binnen bracht om van te kunnen leven. Toen zijn vriend en collega Vic Chesnutt, daadwerkelijk veroordeeld tot een rolstoel, in 2009 de dood boven het leven verkoos, belandde ook Linkous in een niet meer te stoppen neerwaartse spiraal. Binnen drie maanden was hij eveneens dood.

Deze film veegt een flink aantal brokstukken van Mark Linkous’ leven bij elkaar, van een man zonder beschermingslaag, die ver van waar ’t in de muziekbusiness gebeurt, New York en Los Angeles, waar hij zelf nooit kon floreren, zijn eigen stem vond. Ruw, zacht en breekbaar – en nauwelijks te vatten. Zoals de onnavolgbare slogan van die schoorsteenveger op het T-shirt dat hij soms droeg: we may not be good, but we sure are slow.

Avicii – I’m Tim

Netflix

Met Avicii: True Stories (2017) leek eerlijk gezegd het hele verhaal wel verteld. Een jaar na de release van deze achter de schermen-docu van Levan Tsikurshvili maakte de hoofdpersoon een einde aan zijn leven en kreeg die film het karakter van de reconstructie van een tragisch ongeluk: hoe een immens succesvolle deejay en producer al op 28-jarige leeftijd bezwijkt onder het gewicht van zijn eigen beroemdheid.

Zeven jaar na zijn dood is er niettemin Avicii – I’m Tim (97 min.), een tamelijk traditionele popdocu van Henrik Burman over Avicii. Ofwel: Tim Bergling (1989-2018), een introverte en kwetsbare Zweedse jongen, met een bijzonder talent voor het schrijven van onweerstaanbare melodieën. Hij vertelt in deze film zijn eigen verhaal, via audiofragmenten uit één van zijn laatste interviews, en wordt daarbij ondersteund door zijn ouders, vrienden en collega’s.

Die film begint bij het begin. Bijna dan: bij de echo waarbij zijn ouders Klas en Anki horen dat ze een jongetje krijgen. Dit ventje, vervolgens vervat in talloze jeugdfilmpjes, openbaart zich op de basisschool in Stockholm als een pestkop en wordt later een nerdy tiener die te veel gamet. Totdat hij zijn gevoel voor melodie ontdekt, begint samen te werken met Filip ‘Philgood’ Åkesson en een manager krijgt, Arash ‘Ash’ Pournouri, die hem in de vaart der volkeren zal opstuwen.

Met besmettelijke singles zoals Bromance en Levels bereikt Avicii pijlsnel de top van de Electronic Dance Music (EDM). Daar wordt ie al even snel gierend gek. Tim kampt met onzekerheid, angsten en depressieve gedachten, drinkt zich binnen de kortste keren een alvleesklierontsteking en raakt later verslaafd aan pijnstillers. Hij moet daardoor meerdere malen noodgedwongen een flinke pauze inlassen. Geen ramp: de jongeling heeft sowieso een bloedhekel gekregen aan touren.

In de studio is hij wél in zijn element. Daar hervindt Tim zichzelf ook, als hij de pure EDM loslaat en samen gaat werken met ‘muzikanten’. Zo durft hij zichzelf nog altijd niet te noemen. Zijn enige instrument is z’n laptop. Via fraaie studioscènes met Audra Mae (Addicted To You), Sandro Cavazza (Without You) en Incubus-gitarist Mike Einziger en de inderhaast opgetrommelde singer-songwriter Aloe Blacc (Wake Me Up) laat Henrik Burman zien hoe zijn protagonist zichzelf vindt als muzikant.

En die heeft het vermogen om anderen daarin mee te nemen. ‘Dit is zonder enige twijfel het bekendste nummer waaraan ik heb meegewerkt, vertelt Dan Tyminski bijvoorbeeld. Hij liet zich door zijn dochter overhalen om Avicii’s song Hey Brother in te zingen. ‘Ik weet nog dat ik m’n zoon van school ophaalde. Iemand zei: hee, meneer Tyminski. En toen zong een ander kind: hey brother. Drie andere kinderen begonnen mee te zingen.’ Niet veel later is er een spontaan koor ontstaan op het schoolplein.

Dat die nieuwe koers een succes zal worden, staat op voorhand echter niet vast, laat dit gedegen portret zien. Zijn debuut met vocalisten en een live-band in 2013 op het Ultra Dance Festival in Miami lijkt uit te lopen op een fiasco. Danceliefhebbers onthalen hen met boegeroep. Tim is er kapot van, maar Ash ziet zoals altijd mogelijkheden: hij bundelt de ergste Twitter-reacties en publiceert die met een link naar dat nieuwe album: luister zelf waardoor al die commotie is ontstaan. Kat in het bakkie.

Uiteindelijk ziet Avicii zich echter toch genoodzaakt om de regie terug te pakken: hij zegt z’n verplichtingen af, hoopt zichzelf te hervinden tijdens een reis rond de wereld en begint te mediteren. Met een nieuwe band maakt hij zich in 2018 bovendien op voor een muzikale doorstart, op zíjn voorwaarden. Van een tripje tussendoor naar Oman zal hij echter nooit terugkeren. Deze film heeft het antwoord op wat er daar met hem is gebeurd ook niet en doet ook geen echte poging om dat te ontdekken.

Avicii – I’m Tim concentreert zich liever op wat Tim Bergling, behalve een verslagen omgeving, heeft achtergelaten: een muzikaal erfgoed waarmee de wereld nog wel even vooruit kan, getuige ook het door Netflix meegeleverde concert Avicii – My Last Show, dat hij in 2016 gaf op Ibiza.

Doodstrijders

Powned

Samen met zijn dochter Tamar oefent Loek de verklaring die hij wil afleggen in de rechtbank. ‘Edelachtbaar college’, begint hij geëmotioneerd. ‘Nooit heb ik uit minachting voor de wet deze willen overtreden. Mijn actieve rol op het gebied van hulp bij zelfdoding heb ik altijd uitgevoerd om anderen te helpen dezelfde wens te vervullen die ik zelf ook had: beschikking te hebben over Middel X, om te zijner tijd, vroeger of later, de mogelijkheid te hebben zelf invulling te geven aan het levenseinde wanneer anderen daar niet toe bereid zouden zijn.’

Tegen de voormalig humanistisch geestelijk raadsman bij het Ministerie van Justitie wordt een celstraf van tweeëneenhalf jaar geëist, waarvan een jaar voorwaardelijk. Drie dagen na de laatste dag van de strafzaak komt Loek op tachtigjarige leeftijd te overlijden. Een natuurlijke dood – al willen de politie en het Openbaar Ministerie dat nog wel even zeker weten. Zijn lichaam wordt onderzocht voordat het wordt vrijgegeven. ‘En dan krijg je je vader terug met een open gezaagde schedel’, zegt z’n dochter bitter. Net als de andere Doodstrijders (61 min.) van de Coöperatie Laatste Wil is Loek door zijn idealisme hard in aanvaring gekomen met de wet en voor de rechter beland.

‘Heel eerlijk gezegd vraag ik me af hoeveel machinisten ik, door te zijn wie ik ben en te hebben gedaan wat ik gedaan heb, heb voorkomen dat zij een mens voor de trein kregen’, zegt Tineke (74), die er niet omheen draait dat ze Middel X heeft verstrekt, in deze documentaire van Christien van der Aar en Manon Hoornstra. Dat verstrekken wordt overigens pas strafbaar als er daadwerkelijk een zelfdoding volgt. In de woorden van Tineke worden zij dan ‘gestraft voor medemenselijkheid’. Overtuigde Laatste Wil-strijders zoals zij vinden dat ze recht hebben op zelfbeschikking: ‘baas over eigen sterven’. En dus zoeken ze de grenzen van de wet op, omdat die moet worden verlegd.

Tegenover zulke activisten staan in deze film enkele ervaringsverhalen. Zo is Bart (44) er bijvoorbeeld nog altijd verdrietig over dat zijn partner Kevin (32) in 2021 zelf het Middel X moest nemen en zo geheel alleen uit het leven stapte. Of Kevin daadwerkelijk de beoogde ‘zachte dood’ heeft gekregen, weet Bart dus niet. De zussen Eefje en Martine hebben geconstateerd dat Middel X bij hun 92-jarige vader Dick in elk geval niet voor een waardig einde heeft gezorgd. Het was ‘een griezelfilm’ volgens Eefje (60). Nu Martine (62) zelf ongeneeslijk ziek is, geeft het haar rust dat zij zelf in aanmerking komt voor euthanasie en niet een vergelijkbaar pijnlijk stervensproces hoeft mee te maken.

Zo brengt deze boeiende en urgente documentaire de uitdrukkelijke wil van een aantal oudere idealisten om de (euthanasie)wet te verruimen in beeld, maar schromen Van der Aar en Hoornstra ook niet om de complicaties van het gekozen middel en de strafrechtelijke gevolgen van hun acties in kaart te brengen. Jos van Wijk (75), de ex-voorzitter van de Coöperatie Laatste Wil, blijft nochtans optimistisch. ‘De geest is uit de fles en die gaat er niet meer in terug’, stelt hij. ‘Dit is nog lang geen gelopen strijd. Sterker nog: die zelfbeschikking en Middel X om een einde aan je leven te maken is geen kwestie van óf ’t gaat gebeuren maar wanneer ’t gaat gebeuren.’

Sugarcane

National Geographic / Disney+

Ze werden beschouwd als wilden, die nodig geciviliseerd moesten worden. Vanaf 1894 stuurde de Canadese overheid inheemse kinderen dus naar katholieke kostscholen. Op de zwart-wit beelden die van deze speciale gesegregeerde scholen bewaard zijn gebleven, lijken de priesters en nonnen en de aan hen toevertrouwde jongens en meisjes een liefdevolle en godsvruchtige gemeenschap te vormen. In werkelijkheid ging ’t er vaak niet al te veel beter aan toe dan op veel christelijke kostscholen in pak ‘m beet Ierland, België en Nederland.

De St. Joseph’s Mission Residential School, die uiteindelijk werd gesloten in 1981, ving steeds weer nieuwe generaties van Canada’s oorspronkelijke bewoners op. En de verhalen daarover laten een tamelijk vertrouwd patroon van mishandeling en seksueel misbruik zien. Inheemse bewoners van de Sugarcane Indian Reserve in British Columbia werden er vaak onherstelbaar beschadigd. Met talloze zelfdodingen, soms vele decennia later, als tragisch gevolg. Want de verhalen over die verrotte tijd konden overlevenden doorgaans nauwelijks kwijt.

‘Niemand luisterde naar mij’, vertelt de oudere vrouw Rosalin Sam bijvoorbeeld in Sugarcane (107 min.). ‘Ik vertelde ’t aan mijn grootmoeder. Die wilde er niet van horen. Ik ging naar een non. Die zei me dat ik naar de priester moest gaan. Ik vertelde het aan de priester. Die verwees me door naar de Indianenagent. Ik deed mijn verhaal bij de Indianenagent. Die stuurde me naar de Royal Canadian Mounted Police. Die briefte ’t weer door aan mijn vader. En die timmerde me helemaal in elkaar. Toen kocht ik een fles wijn en besloot me te bezuipen.’

Rosalin, die net als veel lotgenoten een alcoholprobleem ontwikkelde, doet in deze even serene als krachtige documentaire van Julian Brave NoiseCat en Emily Kassie haar verhaal aan twee onderzoekers. Zij hebben zich ten doel gesteld om nog een ander aspect van het schrikbewind op de Indian Mission School bloot te leggen. Charlene Belleau en Whitney Spearing, die op een onvervalst true crime bord de foute broeders en hun wandaden in kaart proberen te brengen, zijn op zoek naar ongemarkeerde graven, waar vermiste kinderen zouden liggen.

Want de streken die witte begeleiders op de katholieke kostschool uithaalden met de inheemse meisjes die daar werden onderwezen, resulteerden nogal eens in kinderen. Zo werd Ed Archie NoiseCat, de vader van Julian, bijvoorbeeld geboren op St. Joseph’s. En het had weinig gescheeld, zo blijkt in de finale van deze documentaire, of hij had z’n eerste verjaardag nooit gehaald. Die tragische geschiedenis weegt vanzelfsprekend nog altijd zwaar door in zijn huidige leven – en dat van zijn zoon, de filmmaker. De priesters werden intussen gewoon overgeplaatst.

Met deze indringende film zijn nu alle misstanden voor zowel het nageslacht als de buitenwereld vereeuwigd. Sugarcane, opgeluisterd met fraaie Indiaanse gezangen en rituelen, laat tevens zien hoe de gemeenschap omgaat met al dat leed en de schaamte. De één zoekt naar verzoening tijdens een ontmoeting met paus Franciscus, een ander koelt juist zijn woede door het in brand steken van katholieke kerken. Het zijn de wrange uitlopers van een segregatiebeleid dat het leven van de oorspronkelijke inheemse bevolking van Canada heel lang min of meer onmogelijk heeft gemaakt.

Catching Fire: The Story Of Anita Pallenberg

Magnolia Pictures

Ze ruilde de ene Stone in voor de andere, zo wil het verhaal. Toen Anita Pallenberg in 1967 genoeg had van de gewezen bandleider Brian Jones, die zich steeds onmogelijker was gaan opstellen en ook zijn handen niet thuis kon houden, was ze tijdens een autorit van Parijs naar Tanger op schoot gekropen bij Keith Richards. De gitarist had stiekem al een tijd een oogje op haar. ‘Mijn nacht met Keith was een openbaring’, schrijft ze daarover. ‘Zo teder en liefdevol.’

En toen Anita een seksscène met zanger Mick Jagger moest opnemen voor de speelfilm Performance (1970) liep ook die volledig uit de hand. Ze sprak er volgens haar ongepubliceerde autobiografie Black Magic – voor de documentaire Catching Fire: The Story Of Anita Pallenberg (113 min.) ingesproken door de actrice Scarlett Johansson – nooit over met Keith. Als reactie schreef hij wel een nummer: de Rolling Stones-klassieker Gimme Shelter.

En ook zijn bloedsbroeder Mick gaf niet zomaar op. Tijdens een gezamenlijke trip naar Zuid-Amerika vroeg hij de inmiddels zwangere femme fatale – gewoon van Keith overigens – meermaals om er samen tussen uit te knijpen. Toen Anita weigerde, schreef ook hij een Stones-evergreen: You Can’t Always Get What You Want. Enkele maanden voordat ze beviel van een zoon, Marlon, kwam vervolgens haar vroegere vlam Brian Jones te overlijden.

Toch zou het veel te kort door de bocht zijn om Anita Pallenberg (1942-2017) te reduceren tot de archetypische Stones-groupie en -muze. Of tot Keiths drugsmaatje, die andere voor de hand liggende mogelijkheid. Want daarmee wordt zij óók altijd geassocieerd: met een kolossale heroïneverslaving. Samen gingen ze díép – en probeerden ze ook nog twee kinderen groot te brengen, Marlon en zijn jongere zusje Angela ‘Dandelion’ Richards.

Toen Anita nog een derde kind had gekregen, ging ‘t mis. Keith was op tournee met The Stones en trad die avond gewoon op. Zoals wel vaker stond ze er alleen voor. Zij zou nooit één van de jongens kunnen worden. Dat had ze al veel vaker ervaren, betoogt dit portret van Alexis Bloom en Svetlana Zill. Want hoeveel talent ze ook had als fotomodel, actrice en fashionista, zelfs een eigenzinnige vrouw zoals Anita Pallenberg bleef overgeleverd aan mannen.

‘The Bus’ komt altijd eerst, vertelt Marlon Richards over de band van zijn vader. En die was volgens hem bepaald niet gezond. ‘Je moet zorgen dat je op tijd uitstapt.’ Dat zou zijn moeder nog jaaaren kosten – ook al had ze de Halte Keith toen al wel vaarwel gezegd. Om de drugsscene definitief achter zich te laten was nog zo’n klassiek Pallenberg-drama nodig: een jonge man – naar verluidt onder invloed van haar, drugs en The Deer Hunter – die in haar huis een einde aan z’n leven maakte.

Deze film plaatst al die smeuïge anekdotes binnen Anita Pallenbergs levensgeschiedenis. Zoals ze die zich zelf herinnerde. Met daarbij rugdekking van haar kinderen, enkele vrienden en archief-quotes van Keith Richards en de voormalige Jagger-muze, Marianne Faithfull. En omlijst met prachtig beeldmateriaal. Uit de tijd dat zij de zesde Stone was, die van ondeugende jochies toonaangevende kerels maakte. Zoals Richards ruiterlijk bekent: ‘She made a man out of me.’

En zij zou zich uiteindelijk aan hem ontworstelen. Aan zijn band vooral. Al besteedt ook deze doortimmerde film het leeuwendeel van zijn speelduur aan de onstuimige jaren dat Anita Pallenberg, met al haar creativiteit en ‘joie de vivre’, het vuur in en om The Rolling Stones ongenadig oppookte.

Lost Boys

Joonas Neuvonen

Ze kwamen alleen om te feesten. Joonas Neuvonen zegt ‘t onderkoeld, bij de start van Lost Boys (98 min.), zijn koortsdroom van een film uit 2020. Via een gedragen voice-over, die in werkelijkheid lijkt te zijn ingesproken door de acteur Pekka Strang en die niet zou misstaan in Francis Ford Coppola’s duistere meesterwerk Apocalypse Now, doet de filmmaker zijn verhaal. Vanuit een unheimisch gefilmde gevangeniscel, waar de muren op hem afkomen.

Samen met de Finse jongeling Jani Raappana en diens kompaan Antti ging Neuvonen begin 2010 helemaal los in Thailand en Cambodja – en daarna naar de kloten. Sex, drugs en rock & roll in de rosse buurt. De filmer, die al hun uitspattingen had vastgelegd, reisde vervolgens met het aangeschafte retourticket weer naar huis. De andere twee lieten dat echter verlopen en bleven in Cambodja. Na twee maanden verbraken ze elk contact. Toen was er nieuws vanuit Zuidoost-Azië: Jani bleek dood te zijn aangetroffen in Phnom Penh, gewurgd met een elektriciteitskabel. Was het moord of toch zelfdoding?

Joonas Neuvonen gaat op onderzoek uit. Hij heeft Jani leren kennen tijdens de opnames voor Reindeerspotting – Escape From Santaland, de documentaire die Neuvonen maakte over drugsgebruikers uit Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland. Jari fungeerde daarin als het belangrijkste personage. Hij was ernstig verslaafd en financierde dit met diefstal en inbraken. Die film werd een succes. En dat moest natuurlijk gevierd worden door de filmmaker en zijn hoofdpersoon. Zie daar: de bacchanalen in Thailand en Cambodja, vervat in zeer expliciete scènes van het spuiten van dope en (betaalde) seks.

Neuvonens queeste leidt hem nu opnieuw door de schimmigste Aziatische buurten, waar hij mijmert over de beladen geschiedenis van de bijbehorende plekken en ondertussen allerlei junks, klaplopers en ‘taxi girls’ aan de tand voelt. Zij moeten hem duidelijkheid verschaffen over wat er met Jari is gebeurd, maar het blijft steeds gissen of wat ze zeggen ook klopt – of simpelweg is ingegeven door de belofte van geld of drugs. Hij wil bovendien Antti opsporen, die na een epileptische aanval in een ziekenhuis te Bangkok is beland en daarna spoorloos lijkt te zijn verdwenen. Hij zal toch niets met de dood van zijn reisgenoot te maken hebben?

De Finse filmer heeft zijn zoektocht gelardeerd met scènes uit de tijd dat ze nog als ontspoord drietal in datzelfde voorportaal van de hel verkeerden en de Duivel opzichtig tartten. Terwijl hij nogmaals Jari’s doodlopende weg naar (zelf)destructie afstruint – waarop zijn overleden vriend er overigens, in minder dan twee maanden, 10.000 dollar doorheen heeft gejaagd – wandelt Neuvonen in deze donkere, associatieve en uiteindelijk ook intens treurige film tevens recht in de armen van de politie.

The Gullspång Miracle

Bantam Film

‘De eerste keer dat ik hier was, ging ik meteen naar de keuken’, begint May in de openingsscène van The Gullspång Miracle (oorspronkelijke titel: Miraklet I Gullspång, 108 min.) aan haar verhaal. Ze wordt onderbroken door documentairemaakster Maria Fredriksson. ‘Nog één keer’, zegt die. ‘Loop rustig naar de plek voor je begint.’ Het tafereel zal nog enkele malen worden herhaald. May stapt de Zweedse keuken binnen, ziet het schilderij waar ze klaarblijkelijk de hele zomer naar heeft gezocht en roept dan haar zus Kari erbij, steeds met andere regieaanwijzingen van Fredriksson erbij.

Want de oudere Noorse zussen May en Kari, die de documentairemaakster hebben gevraagd om deze film te maken, zijn bepaald geen volleerde actrices. De keukenscène is nochtans essentieel: daar kwamen ze op het spoor van een verhaal dat hun leven volledig op z’n kop zette. Die moet dus nauwgezet worden gereconstrueerd – of op zijn minst flink de nadruk krijgen. In die keuken kwamen de twee gelovige zussen op het spoor van een vrouw die als twee druppels waters leek op hun overleden zus Astrid. En die maakte in de zomer van 1988 een einde aan haar leven. Tenminste…

Deze ontregelende beginscène zet direct de toon voor een roerige familiegeschiedenis, met wortels in de Tweede Wereldoorlog, en voor een film die May en Kari vast niet voor ogen hadden toen ze Fredriksson benaderden. Want het verhaal gaat op de loop met hen, hun familie én Olaug, de vrouw die ze in het Zweedse gehucht ontmoetten. En Maria Fredriksson, die vast ook niet wist waar ze aan begon, legt alle verwikkelingen als een ‘fly on the wall’ vast en fabriceert daarmee uiteindelijk een soort Scandinavische thriller, die van de ene in de andere onverwachte ontwikkeling duikelt.

Fredriksson zet alleen niet in op een gelikte crimestory, maar gebruikt alle plotwendingen om de mensen achter een, ja, bizarre familiegeschiedenis te exploreren. Het verhaal dat is opgestart in een kneuterige keuken in Gullspång ontwikkelt zich zo tot een sprankelende vertelling over identiteit, verwantschap en nature/nurture, waarin niets lijkt wat het is. Tussen alle beleefdheidsgesprekjes, opgekropte spanning en woordenwisselingen door krijgen haar personages bovendien de ruimte om eens lekker te hoesten, te roken of uitbundig mee te zingen met een weemoedig lied.

Zo komen de personages daadwerkelijk tot leven. Ergens op de dunne lijn tussen karikatuur en levensecht. En met een bloemrijke soundtrack zorgt de Zweedse documentairemaakster zowel voor spanning als voor lucht en luchtigheid. The Gullspång Miracle ontpopt zich zo tot één van de meest verrassende documentaires van het jaar, een film die de argeloze kijker in een combinatie van opperste verrukking en verwarring achterlaat. Net als de zussen May en Kari, in die keuken in dat onbeduidende Zweedse gehucht.

Death In Gaza

BBC

‘Israëlische burgers zijn in de afgelopen tijd het slachtoffer geweest van dodelijke terreuraanslagen door militante Palestijnen’, meldt een tekst aan het begin van de documentaire Death In Gaza (80 min.). Die vervolgt: ‘Israëlische kiezers hebben een leider gekozen die heeft beloofd dat hij verdachte militanten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever zal opjagen en doden.’ Alleen het jaartal (2000) en de naam van die leider (Ariel Sharon) zijn niet meer accuraat, maar verder is die tekst bijna 25 jaar na dato nog altijd volstrekt actueel.

Begin 2003 zijn de 34-jarige Britse cameraman James Miller en verslaggever Saira Shah naar de Gazastrook vertrokken voor een documentaire over hoe ‘t is om op te groeien in een conflictgebied. Slechts enkele maanden later, op 2 mei, zal Miller met zijn eigen leven betalen voor die missie. Samen met Shah heeft hij dan al enkele Palestijnse kinderen geportretteerd, aan hun Israëlische tegenhangers zijn ze nooit toegekomen. Deze schrijnende film uit 2004, bekroond met enkele BAFTA- en Emmy Awards, vormt de indringende nalatenschap van de gesneuvelde cameraman.

Een documentaire met ontwapenende Palestijnse kinderen en hun tragische verhalen. ‘Hij is zo aardig voor mij’, zegt de twaalfjarige Mohammed bijvoorbeeld over zijn boezemvriend Ahmed. ‘Ik wil ook aardig zijn voor de hele wereld. Behalve voor onze vijanden, de Joden.’ Niet veel later krijgt Ahmed door gemaskerde paramilitairen een raketwerper in de hand gedrukt. Zodat hij er alvast aan kan wennen. De elfjarige Abdul Sattar kan ook bijna niet wachten tot hij zijn speelgoedgeweer, waarmee hij met zijn vriendjes gedurig het spelletje ‘Joden en Arabieren’ speelt, mag inruilen voor een werkend exemplaar.

‘Het leven is een en al wanhoop’, constateert het zestienjarige meisje Najla ondertussen somber. ‘Ik heb al acht jonge familieleden verloren.’ En in deze film zal er opnieuw een martelaar bijkomen. De kinderen en hun directe omgeving lijken intussen volledig vertrouwd met het oorlogsjargon, dat nog altijd wordt gebezigd in het conflict tussen de Israëli’s en Palestijnen. Termen als: Intifadah, bulldozergeweld, stenen gooien, nederzettingen, zelfmoordaanslag, de bezetter, Jihad en, ja, martelaren. Hun namen zijn op de muren gekalkt, zodat zij niet tot de naamloze slachtoffers van dit eindeloze conflict gaan behoren.

En dan bereiken Miller, Shah en hun medewerkers in deze grimmige documentaire – waarin hun werkoverleg, dat normaal gesproken wordt weggeknipt, laat horen hoe ze te werk gaan en een opzwepende soundtrack de dramatiek van alle gebeurtenissen nog eens extra aanzet – de laatste dag van hun bezoek aan de Gazastrook: vrijdag 2 mei 2003. De dag waarop zowel de film zelf als het leven van de maker ervan zal eindigen. De contouren van Millers tragische dood, waarbij een witte vlag en alle afgegeven signalen dat ze journalisten zijn toch niet mogen baten, worden vereeuwigd door een lokale filmcrew.

Van maker is James Miller dan definitief onderwerp geworden van deze film: dood in Gaza.

Cult Massacre: One Day In Jonestown

Disney+

‘Gisteravond gaf iemand me dit briefje’, zegt Don Harris, verslaggever van de Amerikaanse televisiezender NBC, terwijl hij een velletje papier overhandigt aan Jim Jones. De sekteleider kijkt er misprijzend naar. ‘Dat bedoel ik’, zegt hij uiteindelijk. ‘Hij wil zijn zoon hier achterlaten. Waarom zou hij dat doen als Jonestown zo slecht is?’ Harris laat zich echter niet afbluffen. ‘Baart het je geen zorgen dat deze man, één van de mensen in deze groep…’ Hij wordt bruusk onderbroken door Jones. ‘Mensen spelen spelletjes, vriend. Ze liegen en liegen. Wat kan ik daaraan doen?’ Ga alsjeblieft weg, bijt hij de televisiejournalist toe. ‘Wie wil gaan, kan gaan.’

Slechts zes uur later, op die fatale achttiende november 1978, zijn ruim negenhonderd volgelingen van Jones dood. De leider van de Amerikaanse Peoples Temple, enkele jaren daarvoor uitgeweken naar Guyana, heeft ook zijn eigen leven beëindigd. Op de valreep heeft hij bovendien enkele bezoekers, onder wie het congreslid Leo Ryan en Don Harris, meegenomen naar het hiernamaals. Volgens oud-sektelid Tim Carter moet dat briefje de druppel zijn geweest voor Jim Jones, een man die is weggezonken in z’n eigen paranoia. ‘Hij voelde zich verraden’, zegt Carter in Cult Massacre: One Day In Jonestown (132 min.). ‘Hij zag elk vertrek als een persoonlijk verraad.’

Documentairemaakster Marian Mohamed concentreert zich in deze driedelige docuserie vrijwel volledig op het tragische einde van de Peoples Temple, een christelijke kerkgemeenschap die ooit zeer hoopvol en tolerant begon in de Verenigde Staten. Ze kan daarbij gebruik maken van een overvloed aan unheimisch beeldmateriaal en audio-opnames uit de laatste uren van Jonestown en van de getuigenissen van enkele kerkleden en ooggetuigen, die ternauwernood aan het redeloze geweld wisten te ontsnappen. Een aardige troef is ook Jones’ zoon Stephan. Hij wil het beeld van zijn vader corrigeren: die was eerder knettergek dan de verpersoonlijking van het kwaad.

Stephan Jones verblijft ten tijde van het bloedbad overigens in Georgetown, de hoofdstad van Guyana. Hij vreest dan al met grote vreze en probeert zich te distantiëren van zijn vader. De beelden uit Jonestown en geluidsopnamen van Jones brengen diens gruweldaad indringend tot leven. Eerst de honderden mannen, vrouwen en kinderen die lamgeslagen en bedrukt voor zich uitkijken. Dan de stem van hun leider: ‘Geef je leven met waardigheid, niet met tranen en kwelling.’ En tenslotte de beelden van levenloze lichamen, het in tweeën gesneden vat met cyanide en de bekers waarmee de kerkleden, ongetwijfeld onder druk, dat gif hebben ingenomen.

De schokkende gebeurtenis die als een collectieve zelfmoord het geheugen is ingegaan blijkt in werkelijkheid toch vooral een brute massamoord. De weinige overlevenden dragen het ontzaglijke drama vanzelfsprekend voor de rest van hun bestaan met zich mee. Al kan Jonestown ook inspireren, bewijst het bijzondere verhaal van Leo Ryans medewerker Jackie Speier. Dertig jaar na zijn overlijden, in het voorjaar van 2008, wordt zij geïnstalleerd als vertegenwoordiger van Ryans district in het Amerikaanse congres. ‘Als je de dood in de ogen kunt kijken en overleeft’, zegt Speier aan het slot van deze indringende miniserie, ‘geeft het je het gevoel dat je alles kunt doen.’

Jongens Zonder Thuis

Gideon Tygozakaria / KRO-NCRV

Ze ogen, denken en gedragen zich als typische jongens. Jongens met petjes, rapmuziek en schietgames. Jongens Zonder Thuis (66 min.), dat ook. Ze zijn tijdelijk ondergebracht bij het kleinschalige woonproject Wonen Met Kansen. Daar worden de Nederlandse tieners, die vaak al een lange weg door de instellingen achter de rug hebben en niet binnen de reguliere jeugdzorg passen, begeleid richting een zelfstandig bestaan.

Maria Mok en Meral Uslu observeren enkele jongeren tijdens hun dagelijkse bezigheden, kijken mee bij wekelijkse therapiesessies en zien hoe ze soms ook persoonlijke begeleiding krijgen. De filmmakers laten de jongens tevens uitgebreid aan het woord over enkele thema’s die hun jonge levens domineren: thuis, vriendschap, zelfbeeld, moeder, angst, (afwezige) vader, toekomst, eenzaamheid en suïcide.

Zo ontrafelen ze levens die vaak al vroeg zijn ontregeld. Bij ouders die niet voor hen konden of wilden zorgen – door psychische problemen, epilepsie of MS bijvoorbeeld. Waarna zij uit huis werden geplaatst. ‘Mijn moeder gaat vrijdag hemelen, die is er vrijdag niet meer’, vertelt Tygo bijvoorbeeld opmerkelijk nuchter. Zijn moeder, die al enige tijd kanker heeft, krijgt dan euthanasie. ‘Ja, ze wil dat ik die spuit erin douw.’

Hij zegt het met de nodige bravoure. ‘Geen vader, geen moeder. Dan is je leven een beetje aan het ophouden, hè? Iedereen gaat dood.’ Het is een tragische conclusie die voor geen mens is te bevatten – en al helemaal niet voor een ontwortelde tiener. De begeleiders proberen Tygo zo goed mogelijk te ondersteunen, want zijn huisgenoten geven nauwelijks sjoege. Die worden te zeer opgeslokt door hun eigen zaken.

Één van die jongens fantaseert zelf over euthanasie. Hij hoopt nog op een andere oplossing, zegt hij, ‘maar waarschijnlijk geen alternatief hebbende in deze ziekte moet ik, denk ik, voor mezelf concluderen dat ik wacht op de dood.’ Later, als hij wordt gevraagd naar het thema eenzaamheid, pakt hij er een liedje van Ramses Shaffy bij, dat hij kent via zijn oma. ‘Sammy, loop niet zo gebogen, denk je dat ze je niet mogen?…’

Ook in deze docu kiezen Mok en Uslu (LongstayDe Verdediging Van Robert M. en De Blauwe Familie) intussen weer voor een zeer basale vlieg op de muur-benadering, waarbij de verwikkelingen van hun protagonisten zonder opsmuk worden gepresenteerd. De jongens, hun (levens)verhalen en de dingen die zij ondernemen of meemaken moeten het doen. Zonder dat dit verder wordt ingekaderd of opgeleukt.

En die jongens, die doen ‘t.

Een Goede Dood

BNNVARA

Bij ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden behoort euthanasie in principe tot de mogelijkheden in Nederland. De praktijk blijft echter weerbarstig, toont Een Goede Dood (200 min.). Via enkele concrete casussen brengt de vierdelige serie van Elena Lindemans de (on)mogelijkheden in beeld. Van de meer dan duizend verzoeken per jaar worden er uiteindelijk slechts ruim honderd gehonoreerd. Meer dan de helft daarvan wordt uitgevoerd door het Expertisecentrum Euthanasie, dat kampt met steeds complexere vragen en aanzienlijke wachttijden.

Lindemans voelt een persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp euthanasie: haar eigen moeder vroeg 23 jaar geleden om zo’n goede dood. Tevergeefs, met tragische gevolgen. Dochter Elena maakte er in 2014 een indringende persoonlijke film over: Moeders Springen Niet Van Flats. Tien jaar later blijkt zelfdoding, helaas, nog altijd een uitweg voor mensen die geestelijk lijden en vastlopen in het reguliere euthanasieproces, laat deze miniserie op aangrijpende wijze zien. Tegelijkertijd zijn er ook patiënten die wel een waardig einde wordt vergund.

‘Ik kan me niet herinneren dat ik wél wilde leven’, stelt de 26-jarige Marte bijvoorbeeld. Na een lange persoonlijke strijd leeft zij nu samen met haar ouders en zus Nanne toe naar het moment waarop ze het leven mag verlaten. Lindemans volgt hoe Marte en de haren zich voorbereiden op dat moment. Ze ruimen bijvoorbeeld spullen op, bezoeken een natuurbegraafplaats en overleggen in het ziekenhuis over orgaandonatie. Het lijkt een vredig proces. ‘Ik hoef niet meer’, verzucht de jonge vrouw als haar laatste dag bijna is aangebroken. ‘Ik mag eindelijk gewoon… gaan.’

Niet elke weg naar het einde kan zo ogenschijnlijk ontspannen worden afgewandeld. De oudere vrouw Wil worstelt bijvoorbeeld met haar ‘diepe doodswens’. ‘Het lukt me niet om mijn lijden over het voetlicht te krijgen’, zegt ze tegen een medewerker van het Expertisecentrum Euthanasie. ‘Daar word ik zo vreselijk moe van.’ Ook Marij, die kampt met dementie, dreigt vast te lopen in het euthanasietraject. Ze zei altijd stellig dat ze niet meer wilde leven als ze niet meer thuis kon wonen. Het lukt haar alleen nauwelijks meer om die wens onder woorden te brengen.

Het knappe van Een Goede Dood is dat de serie via enkele casussen eigenlijk alle dilemma’s rond euthanasie bij psychisch lijden en de mensen die daarbij zijn betrokken in beeld brengt. Zo wil Marij’s zoon Cyriel bijvoorbeeld voorkomen dat ze verpietert in een verpleeghuis, ziet wijkverpleegkundige Franciene dat de oudere vrouw snel achteruit gaat, vraagt casemanager dementie Carol zich af hoe lang ze haar doodswens nog kan verwoorden en moet huisarts Ester in zulke lastige omstandigheden inschatten of euthanasie wenselijk en mogelijk is.

Tussen verzoek en daad staan soms ook gewoon praktische bezwaren. ‘Het is zo dat ik volgende week helaas vakantie heb’, zegt de specialist ouderengeneeskunde bijvoorbeeld tegen een inmiddels bedlegerige hoogbejaarde vrouw waarmee ze zojuist de verschillende mogelijkheden heeft besproken. ‘Dus we moeten het na mijn vakantie dan doen. Goed?’ Het is alleen de vraag of haar patiënt die deadline nog haalt. Het is een exemplarisch voorbeeld: ieders bedoelingen zijn (meer dan) goed, maar het daadwerkelijk en tijdig uitvoeren van euthanasie blijft een uitdaging.

Psychiater Kit Vanmechelen, die door Lindemans wordt gevolgd terwijl ze met enkele patiënten het proces van ‘een goede dood’ doorloopt, ziet het met lede ogen aan. Het Expertisecentrum Euthanasie had ooit als oogmerk om artsen en psychiaters vertrouwd te maken met euthanasie en daarmee zichzelf overbodig te maken. Die missie is mislukt, stelt zij in een interview met de Volkskrant. Het heldenwerk dat hulpverleners zoals zij verrichten blijft volgens haar de verantwoordelijkheid van een selecte groep gespecialiseerde deskundigen. Volgens het Expertisecentrum Euthanasie is het aantal psychiaters, dat onder begeleiding van een consulent van het expertisecentrum een euthanasie verleende, afgelopen jaar juist bijna verdubbeld.

Het verrichten van de ‘goede daad’ blijft intussen een heel ingrijpende handeling en gebeurtenis, inclusief de spanning vooraf en ontlading naderhand. Subtiel en integer brengt Elena Lindemans al deze aspecten van euthanasie bij geestelijk lijden in beeld, waarbij ze op de valreep ook nog een psychiater introduceert die voor het eerst Een Goede Dood wil verlenen aan haar eigen patiënt. Het is zowel een ontzaglijk als – vreemd genoeg – hoopvol einde.

Een ander geluid over euthanasie bij psychisch lijden klonk onlangs overigens in dit interview met een jonge man die zijn euthanasietraject stop zette.

Deze bespreking is na publicatie nog bewerkt.

Motherland

Sisyfos Film

Svetlana Korzhych’s zoon Alexander zou zelfmoord hebben gepleegd. De Belarussische vrouw hecht echter weinig waarde aan de officiële doodsoorzaak. Zij denkt dat haar kind het slachtoffer is geweest van ‘dedovshchina’, een gebruik in het leger waarbij oudere soldaten, bijgenaamd ‘grandaddy’s’, met grof geweld jonge dienstplichtigen disciplineren. Zo worden die klaargestoomd voor een rol in het autocratische regime van president Aleksandr Loekasjenko. Svetlana neemt er geen genoegen mee en blijft onverschrokken lotgenoten benaderen, in de hoop via hen de ernst en omvang van de problematiek in kaart te brengen.

Voor kritische jongeren zoals Nikita Mitskovskiy en zijn vrienden, die regelmatig op illegale raveparty’s zijn te vinden, is het intussen een schrikbeeld dat zij onderdeel moeten worden van het keurkorps van de dictator. Het Motherland (95 min.) blijft hen echter roepen. ‘Eer en het vaderland gaan boven alles’, schreeuwt één van de patriottische billboards, waarmee het hele land volhangt en Hanna Badziaka en Alexander Mihalkovich in deze stemmige film de alomtegenwoordigheid van het bewind in beeld brengen. ‘Belarus, dat zijn wij!’, declameert een bord elders. Aan deze staat valt nauwelijks te ontsnappen. Ook Nikita ontkomt niet aan een oproep voor militaire dienstplicht.

Als Loekasjenko in 2020 op dubieuze wijze wordt herkozen, leidt dit tot massale protesten. En in een totalitaire staat zoals Belarus kan dat niet zonder gevolgen blijven. Elk verzet tegen de president wordt met bruut geweld neergeslagen. ‘Heeft iemand politieke bezwaren tegen het verdedigen van het moederland?’ krijgen de manschappen voorgehouden. ‘Stap dan naar voren.’ Ze weten wel beter. Nikita’s vrienden herinneren hem er intussen aan dat hij trouw heeft gezworen aan het volk. Niet aan de president. Maar is dat een houdbare positie in de omgeving waarin hij nu verkeert? En welk risico neemt de jongen als hij weigert om zich te laten gebruiken als domme kracht van het regime?

Motherland brengt het beklemmende klimaat in de Russische satellietstaat – en de bedompte Oostbloksfeer die het land nog altijd in zijn greep heet – treffend in beeld. Via initiatieriten wordt in het leger een kadaverdiscipline afgedwongen, die vervolgens wordt ingezet om elke vorm van verzet tegen het regime te breken en de roep om vernieuwing te laten verstommen. En wie daarin niet mee kan of wil blijft ernstig beschadigd of zelfs helemaal kapot achter, als te verwaarlozen nevenschade.

Clean

Periscoop Film

Zonder haar stonden familie, vrienden en buren in Melbourne er waarschijnlijk nog steeds alleen voor, betoogt Sandra Pankhurst. Met enorme overlast en mogelijk zelfs allerlei trauma’s tot gevolg. Nu wordt bij een onverwacht overlijden, een onverbeterlijke hoarder of een bloedige (zelf)moord de hulp ingeroepen van Specialized Trauma Cleaning (STC). Pankhursts bedrijf maakt de boel weer Clean (92 min.). Grondig en professioneel, maar ook altijd met oog voor de mens.

Want dat is de filosofie van STC’s oprichtster, die sinds het verschijnen van haar autobiografie The Trauma Cleaner in 2017 is uitgegroeid tot een bekende persoonlijkheid en veelgevraagde spreker in Australië. Uit eigen ervaring weet zij hoe het is om in de hoek te zitten waar, letterlijk, de klappen vallen. Als geadopteerd meisje bleek zij in haar nieuwe gezin uiteindelijk toch niet gewenst. Toen er onverwacht nog een nieuw ‘eigen’ kind kwam was de kleine, sowieso al ontwortelde Sandra zelfs helemaal niet meer welkom in huis.

Na die ontluisterende ervaring volgde een turbulent leven, dat pas tot bedaren kwam toen ze begin jaren negentig haar lotsbestemming vond in een eigen traumareiningsbedrijf. Dat wordt tegenwoordig niet alleen bij calamiteiten ingeschakeld, maar assisteert ook mensen die vanwege een verslaving, psychische problemen of een beperking niet voor zichzelf kunnen zorgen. Filmmaker Lachlan McLeod sluit voor deze docu bij enkele medewerkers aan en legt via hen het achterstallig onderhoud vast dat een mensenleven soms oplevert of de totale ravage waarin dit ook kan uitmonden.

‘Volgens mij zijn we allemaal één of twee slechte beslissingen verwijderd van deze manier van leven’, zegt STC-medewerker Rod Wyatt, terwijl hij samen met enkele collega’s een ongelooflijk hoardershuis uitruimt. ‘Of je nu aan de rand van de financiële afgrond staat, psychische problemen hebt of kampt met een trauma.’ Ergens in de gigantische rommel hopen de puinruimers ondertussen nog een verlovingsring aan te treffen. Ze doen hun werk met compassie, stelt Wyatt. Want uit eigen ervaring weten ze maar al te goed hoe gemakkelijk het leven uit de bocht kan vliegen.

Clean houdt intussen, netjes natuurlijk, het midden tussen een innemend portret van een bijzonder kleurrijke persoonlijkheid, die vanwege de longaandoening COPD inmiddels meer verleden dan toekomst heeft, en een observerende film over de activiteiten van haar medewerkers, die letterlijk met de keerzijden van het menselijk bestaan worden geconfronteerd. Te midden van alle malheur en rotzooi is een levensles te vinden over menselijkheid en vooral niet te snel oordelen. Een hartveroverende ode ook aan in alle opzichten veeleisend werk: schoonmaken met mededogen.

Mijn Grote Broer

Zeppers

‘Twijfels.doc’ heet het Word-document dat Arie’s vader Arjan enige tijd na zijn dood op het bureaublad van z’n computer aantreft. Het blijkt een afscheidsbrief van de 22-jarige jongen, die eind 2019 uit het leven is gestapt. In overleg met zijn vrouw Denise houdt Arjan de brief nog heel even weg bij hun andere zoon, Arie’s jongere broer Gijs, die voor het eerst weer gaat werken bij een bouwmarkt en daar nog even niet wil vertellen wat er is gebeurd.

Deze zeer intieme film van Mercedes Stalenhoef start bij Arie’s uitvaart, als zijn ouders en Gijs hem uitgeleide doen. Nadat Denise met onvaste stem You Are So Beautiful voor Arie heeft gezongen, spreekt Arjan zijn zoon, stuurman op de grote handelsvaart, toe tijdens de uitvaartplechtigheid: ‘Jij navigeert je schip nu naar onbekende wateren. Wij blijven achter op de kade, vol vertwijfeling en ongeloof en met alleen maar vragen.’ Hij besluit: ‘Lieve Arie, behouden vaart!’

En dan begint de rest van het leven van Gijs en zijn ouders zonder Mijn Grote Broer (108 min.). Arie van der Pijls suïcide kwam als een volslagen verrassing voor de andere gezinsleden. Ze kenden hem als vrolijk en optimistisch. Via zijn brief leren ze een andere Arie kennen: een jongen die al jaren kampt met sombere episodes – hoewel daarvan ook op de familievideo’s en filmpjes die hij tijdens zijn werk maakte, waarmee Stalenhoef haar vertelling associatief doorsnijdt, weinig is te zien.

Elk op hun eigen manier proberen Arjan, Denise en Gijs vat te krijgen op hun verdriet, elkaar te ondersteunen en hun leven weer te vervolgen. Vanaf het allereerste begin, als er alleen de schok is van Arie’s plotselinge dood en het echte rouwproces nog moet beginnen, schenken ze de documentairemaakster en haar filmcrew hun vertrouwen en geven ze hen gedurende enkele jaren ruimhartig toegang tot hun gevoels- en familieleven. Dat is zowel dapper als waardevol.

De documentairemaakster kleurt de ontwikkeling van het gezin Van der Pijl, dat eerder al een flinke klap kreeg te verwerken toen vader Arjan een dwarslaesie opliep bij een ongeluk op het strand, in met expressieve muziek en doet recht aan alle emoties die opspelen als de verschillende gezinsleden na Arie’s overlijden lastige hordes zoals zijn verjaardag, de feestdagen en Moederdag moeten nemen en ze bovendien zijn kamer een andere bestemming willen geven.

Stalenhoef houdt daarbij oog voor de lichtpuntjes die zij onderweg ontwaren. Mijn Grote Broer wordt zo een delicate, ontroerende en toch hoopvolle film over mensen die het leven aangaan, ook al heeft hen dat flinke klappen gegeven. Tegelijkertijd proberen ze niet te oordelen over de keuze die Arie heeft gemaakt om eruit te stappen. De documentaire werkt intussen als een onuitgesproken aansporing om het gesprek over suïcide niet uit de weg te gaan, maar juist op gang te brengen.

Daughters

Ita Zrboniec-Zajt / WG Film

Ze ogen als drie gewone Zweedse zussen, in gesprek over het leven. Hun leven. dat hen voor altijd Daughters (90 min.) heeft gemaakt. Dochters van een vrouw, die een einde aan haar leven maakte. Maja was zestien, Hedvig tien en Sofia slechts acht. En daarna moest het leven door. Dat ging het in elk geval. Als gewone meisjes probeerden ze daarbinnen, zo goed en zo kwaad als dat ging, hun weg te vinden.

En documentairemaakster Jenifer Malmqvist was erbij. Gedurende een periode van tien jaar. Toen Sofia tegen haar oma zei: ‘weet je, mijn kinderen zullen geen oma hebben.’ En toen Maja, veel later overigens, over de bipolaire stoornis van haar moeder vertelde. ‘Het heeft me een hele tijd gekost voordat ik besefte dat ze ziek was’, zei ze. ‘Mama heeft er niet voor gekozen om niet bij ons te zijn. Ze was ziek.’

Malmqvist volgt in deze observerende film grofweg twee verhalen, die ze parallel heeft gemonteerd: hoe de drie zussen de draad weer oppakken na de gebeurtenis die hun jonge levens volkomen op z’n kop heeft gezet en hoe ze daar later, als jongvolwassenen, op terugkijken. Dan kunnen ze ook voor het eerst onder woorden te brengen wat er precies is gebeurd en welke impact dit heeft gehad op hen.

Voor middelste dochter Hedvig is de suïcide van naar moeder helemaal een heikel punt: de traumatische gebeurtenis vond nota bene op haar verjaardag plaats. Dat is wel het laatste wat ze nu tegen anderen vertelt over haar moeder. ‘Dan lijkt het alsof ze iets verkeerds heeft gedaan’, zegt ze, op weer een verjaardag, tegen haar zussen Maja en Sofia. ‘Zo denk ik niet. En ik wil ook niet dat anderen dit denken.’

Terwijl de dochters kampen ieder met hun eigen issues – boosheid, paniekaanvallen en een elementair gevoel van eenzaamheid – vinden ze elkaar ook om te praten, troosten en knuffelen. Daughters brengt zo van binnenuit in kaart hoe ‘t is om op te groeien met of ondanks een traumatische ervaring. Wat nemen we mee? Wat laten we achter? En hoe doen we dat dan, zonder het verleden te vergeten of te ontkennen?

Great Escape

Vossenfilms

Elke maand springen er naar verluidt twee mensen van de Rio Grande Gorge Bridge in Taos, New Mexico. De 24-jarige Cooper Beacom was één van hen. Zijn moeder Margaret ‘Curly’ O’Connor zag het gebeuren op 29 april 2014. En Bowdy Lewis, de jeugdvriend die hij later nog eens tegenkwam in een ontwenningskliniek, stond erbij en kon het ook niet voorkomen.

‘Zijn leven was, denk ik, een stuk leuker dan mijn leven’,  constateert Robbie Forbes desondanks, enigszins ongemakkelijk grinnikend, in Great Escape (44 min.), een broeierige documentaire van Daan Bol. Net als veel andere plaatselijke jongeren heeft Robbie het gevoel dat hij eigenlijk geen kant op kan. Ze moeten er zelf maar iets van maken, van dat leven.

De Nederlandse documentairemaker laat het drietal vertellen over de jongen die hen is ontvallen – die er zelf voor heeft gekozen om te vallen. Naar de precieze reden is het nog altijd gissen. In de homevideo’s waarmee Bol zijn film doorsnijdt is op geen enkel ogenblik te zien dat Cooper levensmoe zou zijn. Integendeel, hij leek het bestaan vol aan te gaan.

Die jeugdbeelden tonen een lefgozertje, een lolbroek, een durfal ook. Beslist geen ‘quitter’. Een joch dat kon skateboarden als de beste, rustig met ontblote billen van de duikplank sprong en de grote verdwijntruc al eens ensceneerde voor een eigen video. Toen niemand nog kon vermoeden dat hij hem ooit in het echte leven zou gaan toepassen.

Waarom? Het antwoord op die vraag blijft de achterblijvers achtervolgen. Deze fraaie korte documentaire komt intussen heel dicht bij zijn subjecten – en via hen bij Cooper – waarbij het afwisselend majestueus grote en bijzonder intieme camerawerk van Wilko van Oosterhout en het bijzonder spannende sounddesign van Brandon Grötzinger in het oog springen.

Great Escape is een film over hoe het leven altijd zijn mysteries blijft houden. Als in: waar het naartoe gaat, of je dat nu wilt of niet. En: hoe ’t daar is gekomen, met, door of ondanks jou. Curly, Bowdy en Robbie hebben er maar mee te dealen. Net als Cooper. Totdat hij, bij die ontzagwekkende brug over een diepe vallei, zelf een definitieve vlucht naar voren nam.

All The Beauty And The Bloodshed

Cinéart

Het is alsof Nan Goldins complete leven een aanloop is geweest naar haar huidige rol als Nemesis van de Amerikaanse familie Sackler. Die verdiende via het bedrijf Purdue Pharma miljarden dollars met de pijnstiller OxyContin, een medicijn dat zo verslavend bleek te zijn dat er in de Verenigde Staten een heuse Opioid Crisis ontstond. Die zou inmiddels in totaal zo’n half miljoen Amerikanen het leven hebben gekost. Intussen kochten de Sacklers zich met hun ‘bloedgeld’ in bij allerlei goede doelen en musea.

Nan Goldin, die na een turbulente jeugd als fotografe doorbrak met de intieme serie The Ballad Of Sexual Dependency, raakte in 2014 na een operatie zelf verslaafd aan de pijnmedicatie en wist drie jaar later na een overdosis slechts met heel veel moeite weer af te kicken. Sindsdien is ze één van de drijvende krachten van de actiegroep P.A.I.N. (Prediction Addiction Intervention Now). Met guerrilla-acties attaqueert deze groep specifiek de filantropie van de Sacklers, die zich nog altijd comfortabel in de hoogste kringen bewegen.

All The Beauty And The Bloodshed (117 min.), de documentaire die de fotografe maakte met regisseur Laura Poitras (My Country, My CountryThe Oath en Oscar-winnaar Citizenfour), valt in dat opzicht meteen met de deur in huis: The Sackler Wing van The Metropolitan Museum in New York wordt op 10 maart 2018 overgenomen door demonstranten onder leiding van Goldin die en masse pillenpotjes droppen en een ‘die-in’ organiseren, waarbij ze voor dood op de grond gaan liggen en onderwijl de leus ‘Sacklers lie, people die’ scanderen.

Zulke acties, waarmee de omstreden familie steeds verder in het nauw wordt gedreven, lopen als een rode draad door deze meeslepende documentaire, die er in september op het Filmfestival van Venetië zowaar met de Gouden Leeuw voor beste film vandoor ging. Patrick Radden Keefe, de auteur van de bestseller Empire Of Pain, geeft daarbij context over OxyContin en de agressieve marketing waarmee het middel door Purdue Pharma aan de man is gebracht, ook toen allang duidelijk was hoe verslavend ‘t was.

Dat klassieke Big Pharma-verhaal is door documentairemaker Alex Gibney al eens tot in detail opgetekend in The Crime Of The Century. Poitras verrijkt dit met enerverende protestacties en blikt parallel daaraan met Goldin terug op haar bijzonder turbulente leven, dat al heel vroeg ernstig werd ontregeld door de psychische problemen van haar zus Barbara en de inadequate reactie van haar ouders daarop. Zij zou al snel helemaal op drift raken. In fotografie – volgens Goldin een sublimatie van seks en meestal ook beter dan seks – vond ze uiteindelijk een uitweg.

De opwinding, hardheid en tristesse van dat leven, waarbij de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de bijbehorende Act Up-acties vormend blijken te zijn geweest, worden door Poitras verbonden aan Goldins activisme, dat haar leven extra scherpte en richting lijkt te hebben gegeven. Zo stuurt deze topdocu aan op een bijzonder geladen apotheose, waarin Nan Goldins P.A.I.N. daadwerkelijk vruchten begint af te werpen en zij zelf oog in oog komt te staan met enkele prominente leden van de gehate Sackler-familie.