Molly Vs. The Machines

VPRO / zondag 27 september, om 22.40 uur, op NPO2

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op NPO3

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Death Of The Pastor’s Wife

Netflix

Als bevallig koormeisje valt de tiener Mica Francis predikant John-Paul ‘JP’ Miller vrijwel direct op. De voorganger van de Solid Rock Church, vijftien jaar ouder, is dan nog getrouwd. De afloop van hun affaire, die zal uitlopen op een getroebleerd huwelijk, is bij aanvang van Death Of The Pastor’s Wife (134 min.) al bekend: met de dan dertigjarige predikantsvrouw Mica Miller loopt het niet goed af. De vraag is alleen: heeft zij in het voorjaar van 2024 zelf haar leven beëindigd? Op de sociale media weten ze het antwoord wel.

‘Als jullie je mannen niet seksueel bevredigen’, heeft JP het vrouwelijke deel van zijn kerkgemeenschap dan al voorgehouden, ‘schotelt Satan hem de rest van de dag twintig andere mogelijkheden voor.’ Intussen schrijft Mica de volgende zinnen in haar dagboek. ‘Ik heb met John-Paul te doen, want hij verdient beter. Hij verdient een bevlogen, levendige echtgenote die van hem en God houdt, getalenteerd is en hem altijd het meeste aanmoedigt.’ Ze kan JP’s libido nauwelijks bijbenen.

Met familie, vrienden en andere (oud-)leden van Solid Rock Ministries reconstrueren Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze driedelige serie hoe Mica steeds meer in de verdrukking raakt tijdens haar huwelijk met John-Paul, die als echtgenoot en predikant aanzienlijke macht over haar heeft. Intussen ontwikkelt ze ernstige mentale problemen. JP komt daarbij niet aan het woord. Hij fungeert simpelweg als ‘bad guy’ in de tragedie die zich ontwikkelt rond zijn vrouw.

Dat is een tamelijk eendimensionaal verhaal, uitgeserveerd met soms bijna onwerkelijke kerkbeelden, overvloedig social mediamateriaal en – met behulp van AI ingesproken – dagboekfragmenten: over ‘een man van God’ die zijn lusten botviert op zijn echtgenote (en andere vrouwen binnen zijn kerk) en, buiten haar, altijd nog Satan heeft om de schuld te geven. Een kundig gemaakt true crime(?)-verhaal – ‘murder by suicide’ misschien? – dat helemaal ‘viral’ gaat.

Freefall: A Reckoning For Boeing

Netflix

’Ik wilde even je mening vragen’, spreekt een undercoverjournalist in de Dreamliner-fabriek van Boeing in South Carolina een medewerker van de vliegtuigfabrikant aan. ‘M’n schoonouders vliegen met zo’n toestel. Zijn ze veilig, denk je?’ Het geanonimiseerde personeelslid draalt even en probeert zich er dan met een grapje vanaf te maken. ‘Het zijn je schoonouders maar.’ De vragensteller vraagt echter door. ‘Zou jij erin vliegen?’ Daarop heeft de Boeing-medewerker een helder antwoord: ‘nee.’ En hij is zeker niet de enige in de fabriek in Charleston.

‘Moet er dan eerst een vliegtuig neerstorten voordat ze zeggen: we hadden moeten luisteren?’ vraagt John Barnett, van 1985 tot 2017 kwaliteitsmanager bij Boeing en de hoofdpersoon van Freefall: A Reckoning For Boeing (96 min.), zich ten einde raad af. Al zijn signalen over misstanden en mankementen zijn steeds aan dovemansoren gericht geweest. Sinds er een nieuwe wind waait bij de Amerikaanse vliegtuigfabrikant staat winstmaximalisatie voorop. Documentairemaker Rory Kennedy tekende de gevolgen daarvan eerder al op in Downfall: The Case Against Boeing (2022). In deze opvolger zoomt ze verder in op de aanhoudende problemen bij het luchtvaartbedrijf.

Het antwoord op Barnetts vraag komt op 10 maart 2019. Een vliegtuig van Ethiopian Airlines stort neer. Alle 157 passagiers en bemanningsleden komen om. Onder hen is Mick Ryan, een medewerker van de Verenigde Naties. Zijn weduwe Naoise Connolly Ryan laat het er niet bij zitten. Al snel blijkt het niet de eerste crash met een hagelnieuw Boeing-toestel. Vijf maanden eerder is een ander 737 MAX-vliegtuig zomaar uit de lucht gevallen in Indonesië. Boeings CEO Dennis Muilenberg, verantwoordelijk voor die crashes, krijgt bij zijn afscheid desondanks tweehonderd miljoen dollar mee. En het luchtvaartbedrijf zelf gaat onverstoorbaar verder en lijkt met de schrik vrij te komen.

Dan hebben ze echter buiten Ryan en klokkenluiders zoals Barnett gerekend. Kennedy geeft hen in deze woede opwekkende documentaire alle gelegenheid om hun zaak tegen Boeing goed in de verf te zetten. Zo tekent zich een ontluisterend beeld af van een bedrijf dat z’n oren volledig laat hangen naar de aandeelhouders en intussen speelt met de levens van vliegtuigcrews en reizigers. En elke medewerker die daarover zijn zorgen uitspreekt, eerst intern en daarna in het openbaar, wordt het leven onmogelijk gemaakt en zo snel mogelijk buiten gewerkt. Met John Barnett, de man die zijn leven heeft verbonden aan Boeing, als tragisch voorbeeld.

The Librarians

Dogwoof

The Cider House Rules, Fahrenheit 451 en – natuurlijk – The Handmaid’s Tale. Zomaar enkele titels van de 850 boeken die de Republikeinse volksvertegenwoordiger Matt Krause in 2021 wil laten verwijderen uit de schoolbibliotheken van de Amerikaanse staat Texas. De thema’s van de boeken die in de ban moeten worden gedaan zijn voorspelbaar: seksuele voorlichting, LHBTIQ+-onderwerpen en alles wat maar onder de term ‘woke’ kan worden geschaard.

Het vak van bibliothecaris was, kortom, nog nooit zo spannend en – werkelijk waar! – gevaarlijk als in het hedendaagse Amerika. The Librarians (86 min.) staan, ongewild, in de vuurlinie van een cultuuroorlog die door conservatieve christenen is opgestart. Binnen de kortste keren kan een verontruste ouder een officiële klacht indienen omdat zijn of haar kind is blootgesteld aan Lentekriebels-achtige pornografie. De jaarlijkse conferentie van bibliotheekmedewerkers moet zelfs beveiligd worden.

Regisseur Kim A. Snyder (Newtown / Us Kids) laat de informatie-intermediairs in deze actuele documentaire uitgebreid aan het woord, soms uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd. Daarnaast spreekt ze ideologische opponenten – althans, zo zien die dat zelf – zoals Tiffany Justice en Tina Descovich van de conservatie organisatie Moms For Liberty, die ter bescherming van Amerika’s kinderen aan een kruistocht tegen vulgair, pornografisch en ander schadelijk lesmateriaal zijn begonnen.

De vrijheid van meningsuiting komt ernstig in de verdrukking door zulk modern McCarthyisme, waarbij censuur en zelfcensuur hand in hand gaan. Op zwarte lijsten, aanklachten en authentieke boekverbrandingen volgen bijna automatisch een pijnlijk stilzwijgen. Intussen krijgt volkshysterie, veelal op religieuze grondslag, alle ruimte om voort te woekeren en spinnen slinkse populistische politici zoals Ron DeSantis, de Republikeinse gouverneur van Florida, daar weer garen bij.

Met politieke benoemingen in schoolbesturen en gecoördineerde campagnes wordt een oerconservatieve ideologie opgedrongen aan kinderen en tieners. En de bibliothecaris die zich daartegen verzet loopt het risico ontslagen, aangehouden of zelfs uit de weg geruimd te worden. De conservatieve activist Bruce Friedman de zelfverklaarde ‘Michael Jordan of book banning’ spreekt bijvoorbeeld uit dat hij bibliotheken koste wat het kost wil zuiveren. En iedereen die in zijn weg staat? ‘Run over them like a dead body.’

John Irving, Ray Bradbury en Margaret Atwood hadden ‘t zo gek niet kunnen verzinnen. Bijna dan.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

F*ck Drugs

Tangerine Tree / BNNVARA

Nadat hij in Samen Vreemdgaan? (2024) enkele leden van de swingersgemeenschap heeft geportretteerd, volgt Jesse Bleekemolen in F*ck Drugs (60 min.) nu drie Nederlandse queers die zich regelmatig overgeven aan ‘chemsex’: (groep)seks onder invloed van drugs.

Het procedé is eigenlijk vergelijkbaar met zijn eerdere film: hij portretteert enkele hoofdpersonen in hun thuisomgeving, nodigt hen dan uit om openlijk te spreken over hun (seks)leven en volgt hen daarna naar de plekken waar zij zich volledig kunnen overgeven aan hun lustgevoelens. Zo maakt hij een subcultuur toegankelijk, die doorgaans alleen binnen de eigen ‘safe space’ z’n ware gezicht toont. Een broeierige wereld die door Bleekemolen bovendien is vervat in enkele gestileerde erotische sequenties.

Anthony (35) heeft één keer per week seks, vertelt hij lachend in de openingsscène van de film: ‘Het hele weekend!’ In de voorbije tien jaar heeft hij volgens eigen zeggen zo’n 376 feesten bezocht. Davo (22) gaat nu ongeveer tweeëneenhalf jaar naar chemsex-feesten. Hij kan er zijn wildste fantasieën uitleven en heeft volgens eigen zeggen verder geen behoefte aan een romantische relatie. Voor Erik (61) komen de feesten tegemoet aan zijn avontuurlijke inborst en zijn behoefte aan autonomie.

Met een shotje GHB, ketamine en/of een lijntje (of spuit) 3-MMC verdwijnen alle belemmeringen en kunnen ze helemaal los. Vanachter de extase komt echter ook een andere wereld tevoorschijn: van soms haperende zelfacceptatie, onbegrip vanuit de directe omgeving, heteronormativiteit en angst voor echte intimiteit. ‘In mij zit een afschuwelijke ijsvlakte die maar niet ontdooit en die ik zelf dus ook in stand houd’, constateert Erik, die ook thuis 3-MMC is gaan injecteren. Hij zorgt er zo voor dat ook Bleekemolen, achter de camera, even heel kwetsbaar wordt.

Net als eerder Samen Vreemdgaan? wordt F*ck Drugs daarmee een film over de mens achter de seks. Kwetsbaar en behoeftig, op zoek naar lust en bevestiging. Zoals we dat waarschijnlijk allemaal zijn, ieder op z’n eigen manier.

What Will I Become?

Deep Dive Films / Taskovski Films

De cijfers liggen er niet om: iets meer dan vijftig procent van de Amerikaanse jongeren die in transitie gaan van meisje naar jongen proberen volgens onderzoek op enig moment een einde aan hun leven te maken. Lexie Bean en Logan Rozos overleefden zelf ooit zo’n poging tot zelfdoding en exploreren de achterliggende problematiek nu in de documentaire What Will I Become? (88 min.).

Daarvoor verdiepen ze zich in twee transmannen die hun leven wél beëindigden. Van Blake Brockington (1996-2015) is een interview uit 2013 bewaard gebleven. Daarin vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en leven. Een jaar later zal Blake als eerste transpersoon worden gekozen tot Homecoming King op zijn middelbare school in North Carolina. Die uitverkiezing zorgt natuurlijk ook voor heel veel negatieve reacties. Zeker online krijgt de Afro-Amerikaanse tiener, die vervolgens muziekeducatie gaat studeren aan de universiteit van Charlotte, ’t zwaar te verduren.

In San Diego, Californië, spreken Bean en Rozos met de ouders van Kyler Prescott (2000-2015), een tiener die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis, last heeft van depressies en worstelt met genderdysforie. ‘Ik wist eerst niet of dat een idee was wat in Kylers hoofd was beland of dat het echt van binnenuit kwam’, vertelt zijn vader Carl. ‘Uiteindelijk ontdekten we echter dat het echt in hem zat en authentiek was. Vanaf dat moment stonden we honderd procent achter hem.’ Bij therapeuten en zorgmedewerkers vindt Kyler echter niet altijd zulke erkenning.

Dat blijkt een constante in de verhalen die de twee filmmakers tijdens hun reconstructie van de levens van Blake en Kyler bij familie, vrienden, lotgenoten en vertegenwoordigers van de LHBTIQ+-gemeenschap ophalen: het onbegrip en de vijandigheid waarmee zij in de buitenwereld worden geconfronteerd, kunnen een sowieso al héél ingewikkeld proces ernstig compliceren. Ze voelen zich lang niet altijd gesteund door de professionals waarbij ze hulp zoeken. Die komen overigens niet aan het woord in deze documentaire. Zij hadden vast inzicht kunnen geven in hun motieven.

Bean en Rozos maken van hun film liever een ‘safe space’ voor de LHBTIQ+-gemeenschap. Ze verbeelden het gevoelsleven van hun hoofdpersonen met fraaie animaties, laten een gedicht van Kyler vertolken door queerartiesten en vragen vrienden en transmuzikanten om Blake’s favoriete nummer You Are My Sunshine uit te voeren. Verder spreken ze met een kunstenaar die speciale ‘gender expansive life wearable art’ maakt, besteden ze aandacht aan de telefonische hulpdienst Trans Lifeline en sluiten ze aan bij een wandelclub voor oudere transmannen.

Dat laatste voorbeeld is duidelijk ook bedoeld als hart onder de riem: een transitie kan wel degelijk leiden tot een bevredigend leven als volwassene. Die boodschap helpt wellicht bij het lastige pad dat veel transjongens nog moeten bewandelen. Het blijft desondanks een schrale troost voor de directe omgeving van tieners die de weg uit het leven hebben gekozen. Hoeveel respect ze wellicht ook hebben voor hun keuze, die zorgt bij familie en vrienden onvermijdelijk voor schuldgevoelens. Hebben ze hun kind, vriend of familielid wel voldoende ondersteund?

Zo heeft het huwelijk van Kylers ouders Carl en Katharine hun rouwproces bijvoorbeeld niet overleefd. Wellicht geeft het kleine monumentje dat in What Will I Become? wordt opgericht voor hun kind en z’n lotgenoot Blake – en het pleidooi dat daarvan uitgaat om de vraag en zorgen van transjongeren vooral serieus te nemen – hen een héél klein beetje gemoedsrust.

New Order – Power, Corruption & Lies

Mark Fenna-Roberts / NTR

Ze besluiten zowaar om een oujijabord te raadplegen. Zanger Ian Curtis is dood, hun band Joy Division lijkt daarmee wel klaar en nu blijkt al hun apparatuur, na studio-opnames in New York, nog te zijn gestolen ook. Halverwege 1980 is hun situatie tamelijk hopeloos, stelt gitarist Bernard Sumner. ‘Hoeveel erger kan ‘t nog worden?’

‘The band that used to be Joy Division’, aldus drummer Stephen Morris, vindt zichzelf echter opnieuw uit, met Gillian Gilbert (keyboards) als nieuw groepslid en Sumner als nieuwe oude frontman. En ze besluiten meteen om signatuursongs zoals Day Of The Lords, Isolation en Love Will Tear Us Apart niet meer te gaan spelen.

De vraag is wel of er iemand zit te wachten op New Order. In 1981 verschijnt het debuutalbum van de tegendraadse Britse groep. ‘Movement is een Joy Division-plaat met New Order-vocalen’, stelt oud-bassist Peter Hook. ‘Tegen de tijd dat we Power, Corruption & Lies uitbrachten, maakten we New Order-muziek met New Order-vocalen.’

Op die tweede langspeler (1983) heeft de vernieuwde band z’n eigen niche gevonden, op het kruispunt van rock- en dancemuziek, werelden die voorheen strikt van elkaar werden gescheiden. Met de 12 inch-single Blue Monday / The Beach, fraai vormgegeven als een floppydisk, toont New Order nog eens ondubbelzinnig z’n bestaansrecht aan.

In de muziekdocu New Order – Power, Corruption & Lies (72 min.) van David Barnard blikken de vier bandleden, ondersteund door ontwerper Peter Saville en de producers Arthur Baker en Michael Johnson, terug op deze jaren en de totstandkoming van hun tweede album, dat is vernoemd naar een citaat uit George Orwells Animal Farm.

In een aardige archiefscène uit 1983 leggen ze in het Nederlandse tv-programma Countdown bijvoorbeeld uit hoe ze gebruik hebben gemaakt van synthesizers. ‘Wat is New Order?’ wil presentator Erik de Zwart weten. ‘Computerprogrammeurs of muzikanten? ‘Geen van beide eigenlijk’, antwoordt Bernard Sumner. ‘Bankrovers.’

Die attitude is nog altijd zichtbaar in de no-nonsense manier waarop de vier leden in deze gedegen popfilm terugblikken op de formatieve jaren van New Order. Zonder overdadige pretenties of al te nostalgische gevoelens. Tevreden, dat wel. Over al wat ze hebben gepresteerd en de lol die ze daarbij – ondanks alle meningsverschillen – hadden.

Echo’s Van Sobibor

Submarine / BNNVARA

In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De Vergeten Interviews Van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s Van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.

Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’

Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.

Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’

‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?

Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.

Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s Van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp te weeg bracht nog eens krachtig in beeld.

Richard Pryor: Omit The Logic

Showtime

De enige die niet aan de kant voor hem ging toen hij brandend naar buiten kwam gerend, vertelt Richard Pryor in zijn onemanshow, was een ouwe dronkelap. ‘Die vroeg om een vuurtje.’ Zo geeft hij de verplichte komische draai aan de dag, maandag 9 juni 1980, waarop ‘t ook voor de buitenwereld glashelder wordt dat het helemaal mis is met de Afro-Amerikaanse stand-upcomedian. Tijdens het freebasen van cocaïne heeft Pryor zichzelf – al dan niet bewust – in brand gestoken. Bij dit crack-incident, waarbij een kleine veertig procent van zijn lichaam verbrand raakt, zal ‘t altijd de vraag blijven of het misschien toch een desolate zelfmoordpoging was.

Richard Pryor (1940-2005), de man die de weg bereidde voor zwarte entertainers zoals Eddie Murphy, Will Smith en Kevin Hart, stamt uit een familie van hoeren en pooiers in Peoria, Illinois. Die achtergrond op de grens van de boven- en onderwereld zou de rest van zijn onstuimige bestaan zichtbaar blijven. Zijn voormalige manager Sandy Gallin zag in de jaren zestig een ruwe diamant in hem. Als ik hem zover krijg dat hij twee zinnen zonder schuttingtaal erin achter elkaar kan zetten, dacht Gallin toen, wordt hij een grote ster. Pryor moest, kortom, een beetje meer Bill Cosby worden. Die gold toen nog, pré-#metoo, als een acceptabele zwarte ster.

Richard Pryor wilde echter niet alleen de populairste zwarte entertainer zijn, vertelt regisseur Paul Schrader in Richard Pryor: Omit The Logic (83 min.), maar ook de zwartste. Dat bracht hem in talloze Hollywood-hits én frontaal in botsing met televisieproducenten. Hij verzette tegelijk baanbrekend werk. ‘Als comedy is te vergelijken met een vrouw waarop ik verliefd ben, dan heeft Richard Pryor haar al in alle lichaamsopeningen genomen’, stelt Dave Chapelle, op z’n geheel eigen wijze, in deze krachtige documentaire van Marina Zenovich uit 2013. ‘Is er ook nog maar één plekje te vinden waar hij zijn pik niet in heeft gestoken?’

Daarover gesproken: Pryor hield er getuige dit portret ook een onstuimig relatieleven op na. Hij was negen keer getrouwd. Ongeveer. Waarbij moet worden aangetekend dat Jennifer Lee zowel vrouw 4 als 7 was. En Flynn Belaine nummertje 5 en 6. Pryor wilde per se getrouwd zijn, vertelt zijn ex-vriendin Patricia von Heitman, maar als hij eenmaal getrouwd was, was de magie weg. ‘Want dan had hij gewonnen.’ Zolang hij je wilde, had jij de macht in handen, vertelt een andere ex, Kathy McKee. ‘Die was direct weg als hij je had. Dan ging hij meteen achter een ander aan. Dat was zijn spel. En dan stelde hij alles in het werk om jou het huis uit te krijgen.’

Intussen werkte hij zich, vooral door overmatig drugsgebruik, steeds verder in de nesten. Totdat er geen redden meer aan was. ‘Soms is het beste wat je hebt niet goed genoeg’, zegt Pryors laatste manager Skip Brittenham, die afstand nam toen hij zag dat Pryor opnieuw het donkerste hoekje van zijn verslaving opzocht, geëmotioneerd in dit postume portret van een zelfverklaarde ‘ni**er’, die volstrekt grenzeloos leek te leven. ‘En dan kun je iemand niet meer redden van zichzelf.’

In Waves And War

Netflix

Voor de camera hebben drie stoere mannen – nee: de stoerste mannen, want: Navy SEALs – plaatsgenomen. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2011 zijn ze naar Afghanistan gestuurd, om de verantwoordelijken op te sporen en voor eens en altijd orde op zaken te stellen. Ze komen stuk voor stuk kapot terug. Hun lichaam heeft de onophoudelijke stroom militaire missies, met talloze dodelijke slachtoffers, min of meer ongeschonden doorstaan, maar hun geest begint serieuze mankementen te vertonen.

Hun levens worden ontregeld door hyper-waakzaamheid, survivor’s guilt, angst, woedeaanvallen, nachtmerries, déjà vu-gevoelens en depressies. Kortweg: PTSS. Ze keren zich af van de wereld, verliezen zichzelf in drank of drugs en beginnen te denken aan zelfmoord. ‘Sinds 9/11 zijn er 7100 dodelijke slachtoffers gevallen bij gevechten’, legt admiraal Brian Losey uit in In Waves And War (108 min.). ‘In diezelfde periode hebben zo’n 30.000 veteranen zelfmoord gepleegd. Dat zijn er ongeveer 22 per dag.’

‘I could have done more’, schrijft Navy SEAL Marcus Capone, in de brief waarmee hij in 2013 zijn medisch pensioen aanvraagt. De voormalige footballer is ten einde raad. Als zijn vrouw Amber hem op een ochtend aantreft met een lege fles whisky en een doorgeladen geweer, besluit ze om zelf actie te ondernemen. Zij stuit op een alternatieve therapie met psychedelica in Mexico. ‘En dit moet onze geharde krijgers redden?’ lacht haar echtgenoot cynisch, voordat ie zich toch laat overhalen. Hij heeft ook geen keus.

Behalve Capone volgen de documentairemakers Jon Shenk en Bonni Cohen nog twee andere SEAL-veteranen. D.J. Shipley is zichzelf en zijn relatie dan al enige tijd ten gronde aan het richten. ‘Terminale kanker zou een zegen zijn geweest’, zegt hij nu. Z’n vrouw Patsy dwingt hem om een behandeling te ondergaan bij de Ambio Psychedelic Clinic in Baja California. ‘Als je van me houdt, ga je’, herinnert hij zich haar woorden. ‘Dat is raar om te zeggen: als je van je vrouw houdt, ga je in Mexico psychedelische drugs gebruiken.’

Matty Roberts tenslotte, op het eerste gezicht ook al zo’n roestvrijstalen elitesoldaat, loopt al een tijd met een serieus oorlogstrauma rond. Hij zit volledig opgesloten in zijn hoofd en functioneert alleen nog tussen de broeders van zijn clan. Op een gegeven moment kan hij thuis helemaal geen rust meer vinden. Eenmaal terug op de basis slaapt hij echter weer ‘als een baby’. Ook hij ziet in eerste instantie echter helemaal niets in een behandeling die toch vooral associaties oproept met trippende bloemenkinderen.

In de eerste helft van deze documentaire nemen Shenk en Cohen de tijd om, samen met hun hoofdpersonen en met behulp van trainingsfilms en de foto’s en video’s die zij zelf maakten tijdens hun uitzending, hun periode in actieve dienst te schetsen. Daarna wagen die in Mexico, en gadegeslagen door onderzoekers van de Stanford University, de sprong in de diepte van hun eigen geest, een ervaring die de filmmakers proberen op te roepen met animaties, die het geheel een aantrekkelijk Hollywood-randje geven.

In eerste instantie lijkt In Waves And War triptherapie, onlangs ook al belicht in de Nederlandse documentaire Psychedelisch Pionieren, dan ook als een soort wondermiddel te presenteren. Een duizenddingendoekje voor al uw psychisch leed. Gaandeweg komt de nuance: hoe heilzaam een trip naar binnen ook kan zijn, daarmee is het leed nog niet automatisch geleden of elk pijnpunt ook weggewerkt. De ervaringen van deze stoere mannen doen vermoeden dat er nog een wereld te ontsluiten is – en te winnen.

Voor de camera – en daarmee ook voor zichzelf en hun directe omgeving – stellen ze zich in elk geval opmerkelijk kwetsbaar op en lijken ze ook daadwerkelijk vooruitgang te boeken. Terug naar het gewone leven, naar zichzelf.

Das Deutsche Volk

Milk & Water

Slechts enkele maanden voordat de Coronacrisis de wereld in z’n greep krijgt, wordt Duitsland opgeschrikt door een racistische terreurdaad. Op woensdagavond 19 februari 2020 vermoordt een 43-jarige neonazi negen jongeren met een migratieachtergrond in Hanau, een stad vlakbij Frankfurt. Daarna schiet de man, wiens naam consequent wordt verzwegen in deze indringende film van Marcin Wiezchowski, thuis ook zijn eigen moeder dood en legt de hand aan zichzelf.

Vanaf ongeveer half elf op die avond gaat er een foto rond van zijn zoon Vili in z’n auto, vertelt Niculescu Păun geëmotioneerd in Das Deutsche Volk (113 min.). Hij weet als vader van niets. De volgende ochtend gaat hij gewoon naar zijn werk. Intussen blijft zijn jongen meer dan achttien uur lang liggen op de Kurt-Schumacher-Platz. ‘Dat maakt me kapot’, vertelt Vili’s vader, nadat hij de foto op zijn telefoon heeft laten zien. ‘Hij was alleen. Het maakt me gek dat ik hem niet heb kunnen beschermen.’

Later zal officieel worden erkend dat Vili-Viorel Păun zich op die fatale avond als een held heeft gedragen. Hij riep direct hulp in toen er werd geschoten op de Heumarkt en zette daarna de achtervolging in op de dader. Vili’s vader demonstreert hoe zijn zoon vervolgens ijskoud werd geliquideerd. Niculescu rijdt naar de plaats delict, stapt uit zijn auto en vuurt drie virtuele kogels in de richting van de camera. Hij is alleen vergeten om zijn ruitenwissers af te zetten. Die fungeren als tragische soundtrack.

De Duits-Poolse filmmaker Wiezchowski wijdde in 2021 al twee kortere films aan de brute aanslag, Das Attentat Von Hanau en Ein Nacht Und Ihre Folgen, en laat nu zien hoe ‘t enkele overlevenden en nabestaanden in de vier jaar na de aanslag vergaat. Zij proberen hun leven te vervolgen, vechten met de autoriteiten om het erkennen van gemaakte fouten en beijveren zich voor een herdenkingsmonument op Hanau’s Marktplatz, die eigenlijk is voorbehouden aan een standbeeld van de fameuze Gebroeders Grimm.

In stemmig zwartwit toont Wiezchowski eerst de ontzetting en het verdriet als indaalt dat ze zijn getroffen door het noodlot. Çetin Gültekin kijkt bijvoorbeeld met overlevenden beelden van een beveiligingscamera terug, waarop zijn broer Gökhan wordt neergeschoten. Selahattin Gürbuz, de vader van Sedat, kust de sportschoenen van zijn vermoorde zoon. En Armin Kurtovic is even verbaasd als kwaad dat zijn zoon Hamza, die een witte huid en blauwe ogen had, door de politie werd omschreven als ‘sudländisch orientalisch’.

Als de voor slachtoffers van Hanau neergelegde bloemen zijn weggegooid – ook al zo’n treffende scène – volgt de lange weg naar acceptie en erkenning. Sommigen gaan de strijd aan – met de leus ‘Ausländer raus’ bijvoorbeeld, die veel te lang mocht klinken – anderen gaan die juist uit de weg en vertrekken naar hun land van afkomst. Hoewel de dader dood is en er dus niemand kan worden berecht, zoeken ze naar een afsluiting, iets dat zin kan geven aan een drama dat acht mannen en één vrouw het leven heeft gekost.

Bij elkaar vinden ze in elk geval solidariteit. Broeder- en zusterschap. En de behoefte om er echt bij te horen, Duitser onder de Duitsers te zijn, en de dierbaren die hen zijn ontrukt opnieuw betekenis te geven. Aan het eind van deze aangrijpende film krijgen Niculescu en Iulia Păun letterlijk een nieuwe Vili in de schoot geworden, terwijl Armin en Dijana Kurtovic een Award vernoemen naar hun zoon. Oud-Bundespräsident Christian Wulff krijgt hem overhandigd voor zijn statement dat de Islam bij Duitsland hoort.

Een accordeon speelt intussen Beethovens Ode An Die Freude. ‘Alle Menscher werden Brüder…’

Als De Zee

Interakt / EO

Een jaar eerder ging de 25-jarige Kim Smits naar de zee om erin te verdrinken. In de immersieve korte documentaire Als De Zee (25 min.) van Sophie van Bree keert ze terug naar het water, voor een surftherapie met andere jongeren met psychische problemen.

Tussendoor was er een crisisopname, waarvan Kim nu nog moet loskomen. Ze zoekt dwangmatig naar houvast. Grip op haar bestaan, op zichzelf. Haar handen tasten voortdurend haar directe omgeving af. Een kastdeurtje, een kassabon, een fles water. Op zoek naar zekerheid, de controle die nooit helemaal komt.

Kim kan zich geen leven voorstellen zonder een monstertje in haar hoofd. Er mag op zich best iemand in haar hoofd wonen, denkt ze hardop, zolang die lieve dingen tegen haar zegt. Intussen blijft de camera heel dicht bij de jonge vrouw in de buurt en vangt haar permanente onrust en de pogingen om die te bezweren.

Ze moet vertrouwen krijgen in zichzelf, zegt Kims begeleider. Dat voelt alleen alsof ze aan haar lot wordt overgelaten. In de zee, zo laten Van Bree en haar cameraman Rogier Timmermans treffend zien, wordt Kim gedwongen om zich over te geven. De golven beuken soms tegen haar aan, maar voeren haar evengoed mee.

Subtiel toont Als De Zee, ingekaderd met telefoongesprekken van Kim met haar ouders, hoe de kwetsbare jonge vrouw stukje bij beetje iets van haar zelfvertrouwen hervindt. Tegelijkertijd is zij ook bang dat het goed zal gaan. Want dan verliest ze haar rol als patiënt. ‘Wat blijft er dan over?’

The Condemned

Red Zed Films & 24 Doc

Het zou de start kunnen zijn van een spannende Hollywood-thriller of actiefilm. In het hart van Rusland. In een bos, groter dan Duitsland. Waar de temperaturen in de winter dalen tot veertig graden onder nul. Op zeven uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. Zijn 260 mannen opgesloten. In een gevangenis waar alleen moordenaars zitten. En nu maken The Condemned (79 min.) plannen om te ontsnappen…

Tenminste, als dit geen documentaire was geweest… In werkelijkheid zitten die mannen vast in de Federale Strafkolonie 56 en blijven ze daar voorlopig ook nog wel even zitten. Zij zijn onder te verdelen in twee groepen: 175 veroordeelden leven samen in een zeer hiërarchische gemeenschap, terwijl 85 levenslang gestraften juist alleen in bedompte cellen van vijf vierkante meter wonen op een zwaarbewaakte afdeling.

Zij zitten 23 uur per dag in hun cel en worden gemonitord met beveiligingscamera’s, want ze mogen overdag niet op hun bed gaan liggen. In die cel zijn ze overgeleverd aan hun eigen gedachten. ‘Het is niet moeilijk om iemand te doden’, vertelt Timur Temirov in deze ijzingwekkende film van Nick Read uit 2013. ‘Het is alleen moeilijk om ermee te leven. Ik herinner me al mijn misdaden. Allemaal. Dat is m’n ergste straf.’

Directeur Subkhan Dadashev heeft desondanks nog nooit medelijden gehad met de terroristen, (serie)moordenaars en verkrachters die hij al ruim 25 jaar onder zijn hoede heeft. Ze hebben ‘t er zelf naar gemaakt, vindt hij. Samen zijn ze goed voor maar liefst achthonderd doden. Tot zijn spijt is de doodstraf echter afgeschaft in 1996. Niet lang daarna maakten enkele ter dood veroordeelden er overigens zelf een einde aan.

Vladimir Eremeev zat ook ooit in de dodencel, maar behoort als zestiger inmiddels tot het meubilair van de gevangenisgemeenschap. Daar moet hij zich staande houden binnen een strikt systeem, met geheel eigen regels en codes. Als homo behoort Mikhail Nekrashuk bijvoorbeeld tot de onderklasse. Die bestaat verder uit mannen die zich aan een kind of jongen hebben vergrepen. Zij eten apart, met hun eigen bestek.

In deze beklemmende omgeving, koud en grijs vastgelegd, geeft Read de gedetineerde mannen de gelegenheid om te reflecteren op hun leven en verleden. Zij doen dat opmerkelijk open en zelfkritisch. Ze hebben waarschijnlijk ook weinig meer te verliezen – al is het een enkeling zowaar gelukt om vanuit de gevangenis een relatie te beginnen en kinderen te verwekken. Anderen wachten soms al jaren op contact met een familielid.

The Condemned toont de mens achter het onmens, in een omgeving die van elk menselijk gevoel is ontdaan. In het hart van Rusland. In een bos, groter dan Duitsland. Waar de temperaturen in de winter dalen tot veertig graden onder nul. Op zeven uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. Waar – dit is tenslotte allesbehalve Hollywood – ontsnappen onmogelijk is. Zelfs niet aan jezelf.

Milou’s Strijd Gaat Door

familiefoto / NTR

‘Ik ben Milou’, zegt de hoofdpersoon bij de start van deze indringende film. ‘Je hoort mijn stem, maar ik leef niet meer. Omdat ik het belangrijk vind dat mijn verhaal verteld wordt, is mijn stem met kunstmatige intelligentie nagemaakt. Daarvoor zijn oude geluidsopnamen van mij gebruikt.’

Alles wat ze nu met de kijker deelt heeft Milou overigens ooit zelf gezegd of geschreven, vertelt haar AI-alter ego. De bijbehorende foto’s komen uit het familiealbum. En de tekeningen en social media-filmpjes heeft ze, in de jaren voordat in 2023 euthanasie aan haar werd verleend, zelf gemaakt. ‘Alleen deze introductie niet’, voegt ‘Milou’ daar nog aan toe. ‘Die is geschreven door Bart, de regisseur.’

En die neemt de vertelling vervolgens meteen bij de hand met zijn eigen voice-over: ‘Maar hoe kan het dat Milou, een meisje van zeventien, zodanig psychisch lijdt dat ze euthanasie krijgt?’ Waarna de titel van deze documentaire in beeld verschijnt, Milou’s Strijd Gaat Door (103 min.), en de zoektocht naar het antwoord op die vraag kan beginnen. Als er al een eenduidig antwoord bestaat…

Milou was het nichtje van producent Rob Hüsken, de beste vriend van documentairemaker Bart Hölscher. Samen hebben zij nu, tegemoet komend aan de laatste wens van Milou, een film gemaakt, waarin de lijdensweg van de tiener uit Bavel nog eens pijnlijk gedetailleerd wordt gereconstrueerd met Milou’s ouders Mireille en Louis, haar vriendinnen Lisa en Nyssa en enkele behandelaars.

Daarmee wordt in de eerste helft van deze documentaire het fundament gelegd voor het tweede deel van de film, waarin de openbare discussie aan de orde komt die na Milou’s zelfverkozen ‘humane dood’ losbarstte. Is het wel gewenst dat minderjarigen die ogenschijnlijk ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden in aanmerking komen voor euthanasie? De meningen van behandelaars lopen daarover uiteen.

Kinder- en jeugdpsychiater Menno Oosterhoff, die Milou’s wens om humaan te kunnen sterven honoreerde, noemt dat besluit ‘één van de moeilijkste beslissingen’ uit zijn leven. Naderhand voelde hij zich bovendien gecriminaliseerd door collega’s, en in hun kielzog ook politici, die de zorgvuldigheid daarvan in twijfel trokken. En hij maakte zich kwaad over de ‘parent blaming’ die er ook uit sprak.

Hölscher neemt de tijd om deze pijnlijke discussie, waarbij Oosterhoffs opponenten alleen via archiefbeelden aan bod komen, te behandelen. Het persoonlijke verhaal van Milou dreigt dan wat op de achtergrond te raken – al maakt hulpverlener Halil nog wel een speciale Blue Tree voor haar en bezoeken Milou’s ouders samen met lotgenoten het beeld Stille Strijd, dat aandacht vraagt voor psychisch lijden bij jongeren.

Op zulke kwetsbare momenten wordt nog eens duidelijk dat het leed dat zij met hun kind moeten dragen eigenlijk te groot is om onderdeel te worden gemaakt van een maatschappelijk debat – hoe legitiem dat verder ook is. Voor de ouders van Milou telt uiteindelijk slechts één ding: dat hun kind niet langer hoeft te lijden en niet aan haar lot wordt overgelaten terwijl ze aanstuurt op een waardig einde.

Zie je,

Staccato Films / VPRO

Via het archiveren van haar kunstwerken, dagboeken en foto’s probeert de filmmaakster Kiki Ho haar oudere zus Siu vast te houden. Samen met hond Zula heeft ze zich verschanst in een klein huisje in de Schotse heuvels, om daar in totale afzondering de confrontatie aan te gaan met het verlies van haar zus, een getalenteerde kunstenares die met haar mentale gezondheid worstelde en die plotseling, net voordat ze zou afstuderen aan de Kunstacademie in Den Haag, uit het leven stapte.

Zie Je, (73 min.) is de indringende weerslag van een zeer persoonlijk proces, dat zowel de jonge maakster als haar ouders, met wie ze pijnlijk persoonlijke gesprekken heeft, doormaken na haar overlijden. Siu’s werk fungeert daarbij als spiegel van haar ziel: erin kijken betekent betoverd raken door haar talent en tegelijk bevangen worden door de angsten en bedreigingen die zij op haar pad vond. Toen Siu’s werk ooit werd geclassificeerd als ‘outsider art’, vroeg ze, enigszins beduusd: ‘Ben ik dan een outsider?’

We don’t see things as they are, citeert haar zus nu de schrijfster Anaïs Nin. We see them as we are. Het is één van de quotes waarmee ze deze zoektocht naar haar zus richting geeft en meteen het beeld over psychische problematiek probeert te kantelen. Dat deed Siu zelf ook. Haar psychose noemde ze ‘een buitenaardse ervaring’. En tijdens haar opname in een psychiatrische instelling, schreef ze: ‘Mijn hoofd overstroomt, ik word gek van de gedachte dat ik gek ben, wat ironisch is, omdat ik een gekkenhuis leef.’

De tekst wordt door Kiki geprojecteerd op foto’s die Siu tijdens haar opname maakte in de kliniek waar ze verbleef, analoge beelden van een wereld waarin eigenlijk geen mens kan aarden. Het is voor de filmmaakster een enorme verantwoordelijkheid om die ongrijpbare zus, via wat zij heeft nagelaten, te bewaren en onder de aandacht te brengen – en niet alleen omdat het persoonlijke verhaal erachter zo tragisch is. Kiki wil Siu niet stigmatiseren, reduceren tot patiënt. Haar kunst moet voor zichzelf kunnen spreken.

Behoedzaam ontsluit ze in deze delicate film de binnenwereld van haar zus, het gevecht dat Siu heeft moeten leveren met zichzelf en de hulpverlening en de sporen van schuld en verdriet die haar dood door de levens van de rest van het gezin heeft getrokken. Intiem, kwetsbaar en – niet in het minst door de dwingende muziek van Andre Heuvelman en Frans de Rond – bijzonder geladen. Op weg naar verzoening. Met die ongrijpbare zus, haar lot en hoe het leven ondanks alles toch doorgaat.

Ook, als je er gewillig naar kijkt, voor Siu – al is ‘t dan via haar nalatenschap. Zo opent ze zich alsnog voor de wereld, haar dierbaren in het bijzonder.

Slachtofferhulp

BNNVARA

‘Weet je wat slachtoffers helpt?’ staat er op een wand in het kantoor van Slachtofferhulp Nederland. ‘Oordeel uit, aandacht aan.’ Die houding wordt in de praktijk gebracht door veertig speciaal daarvoor opgeleide casemanagers. Zij ondersteunen slachtoffers en nabestaanden van een ongeval of misdrijf.

In de vierdelige serie Slachtofferhulp (187 min.) brengt Elena Lindemans dit delicate, belangrijke en soms onmenselijk zware werk in beeld via zes casemanagers en de mensen die zij begeleiden. In situaties waarin de emoties zeer hoog oplopen en hun cliënten soms helemaal de weg kwijt dreigen te raken, proberen zij orde in de chaos te scheppen. Ze kunnen het verschil maken, is de stellige overtuiging van Gré’, één van deze professionele hulpverleners. Maar niet in elke situatie.

Hoe begeleid je bijvoorbeeld een gezin, waarvan de 24-jarige zoon zomaar in hun eigen huis is doodgestoken? Als blijkt dat zijn dode lichaam niet goed is geprepareerd? Als de voorlopige hechtenis van één van de twee vermoedelijke daders vanwege ziekte tijdelijk wordt onderbroken en hij de benen neemt? Of als de advocaat van de verdachten tijdens de rechtszaak de kosten van het schoonmaken van de woning, het wegschilderen van het bloed van hun eigen kind, in twijfel trekt.

Al die tijd staat Sandra aan de zijde van de familie Struijs – al is het ook haar soms zwaar te moede. Zulk werk kun je alleen doen als je zelf in balans bent, laat Lindemans, die eerder de series In de TBS en Een Goede Dood maakte, met een mix van observerende scènes en interviews met de casemanagers zien. Anders wordt de last, ook voor een beroepskracht, te zwaar om te dragen en lukt het niet om cliënten langs onderzoekdossiers, fotoschouwen en slachtofferverklaringen te loodsen.

Als cliënt Claudia in de rechtszaal bijvoorbeeld moet aanhoren hoe haar ex opnieuw de verantwoordelijkheid voor de dood van hun zoontje Livio, slechts 55 dagen oud, probeert af te schuiven en diens advocate later zowaar haar onder vuur begint te nemen, dreigen de stoppen door te slaan bij de Brabantse vrouw. Woedend beent ze naar buiten. En Chantal van Slachtofferhulp probeert haar buiten beeld, mooi gevangen met behulp van een zendermicrofoontje, weer tot bedaren te brengen.

Als hulpverleners mogen zij zich niet laten meeslepen door emoties, stelt haar collega Femke, die zelf twee zeer delicate familiekwesties begeleidt. Ze moeten het proces bewaken. Haar collega Peter staat bijvoorbeeld een ouderpaar bij, dat serieuze twijfels heeft bij de zelfdoding van hun dochter. Heeft de politie haar toxische relatie wel goed onderzocht? Hij verbaast zich daarbij over de veerkracht van mensen, maar weet ook: zolang je niet weet waar je mee verder moet, kun je niet verder.

Via de wisselwerking tussen de casemanagers en hun cliënten, het appcontact dat zij daarover hebben en enkele persoonlijke scènes, waarin de mens achter de hulpverlener even is te zien, toont Elena Lindemans alle facetten van Slachtofferhulp. Het is werk dat ertoe doet, met cliënten die veel vragen – en soms ook keihard eisen. Veel langer dan zeven jaar moet je het eigenlijk niet doen, maar sommige medewerkers kunnen en willen langer door. Omdat hun werk er écht toe doet.

‘Jij hebt echt honderd procent naast mij gestaan’, slaat één van de cliënten de spijker op z’n kop tegen haar begeleider. ‘En dat maakte – want je vertrouwt op dat moment niemand meer – dat ik toch dacht: kijk, er zijn nog wel goede mensen.’

Moeders Springen Niet Van Flats

VARA

Elena Lindemans maakt het in de openingsscène van deze zeer persoonlijke film meteen heel concreet. Tastbaar. Misschien ook wel voor zichzelf, om er enigszins vat op te kunnen krijgen. Feitelijkheden. De drie Muntflats in Heerenveen. Vijftien verdiepingen hoog. Maandag 25 februari 2002. 16.02 uur, om precies te zijn. Toen en daar eindigde het leven van haar moeder. ‘Ik wist wat ze ging doen en ik heb haar niet tegengehouden.’

Lindemans is nooit terug naar die plek geweest. Ze durfde er vanaf de snelweg zelfs niet naar te kijken. Voor Moeders Springen Niet Van Flats (56 min.) uit 2014 besluit ze om er tóch naartoe te gaan. ‘Ik heb vragen aan iedereen die met de dood van mijn moeder te maken kreeg en ik ben niet meer bang voor de antwoorden.’ Bestemming bereikt, meldt haar navigatiesysteem even later, als ze ter plaatse arriveert. Bestemming bereikt.

En dan wacht de confrontatie met die drie imposante flatgebouwen en het lot van de vrouw die al zo lang leed. Ondraaglijk en uitzichtloos, vindt Lindemans. Ze gaat erover in gesprek met haar zus Birgitta en Ed Gloudemans, de vriend van haar moeder. Samen waren ze er getuige van hoe zij al een tijd zocht naar een zachte dood. En toen euthanasie haar niet bleek gegeven – wérd gegeven – zocht ze een andere uitweg.

Elena gaat tevens op bezoek bij flatbewoners die haar moeder op die laatste dagen zagen komen – niet voor het eerst overigens – en zagen springen. Een onderbuurman maakte naderhand hoogstpersoonlijk schoon. Ook zij werden getekend door die fatale val – bepaald niet de enige in de voorgaande jaren. Een vrouw herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe ze slechts ternauwernood één van deze desolate mensen kon ontwijken.

En dan zijn er nog de behandelaars, waarmee Elena Lindemans tijdens deze aangrijpende zoektocht in gesprek wil. Zij zagen behandelperspectief bij haar moeder – of durfden ’t simpelweg niet aan. Geen schande, wel uitermate pijnlijk voor alle direct betrokkenen, die ene volstrekt wanhopige vrouw in het bijzonder. Scherp, maar respectvol bevraagt haar dochter hen nu over hun keuzes en beroepsopvatting.

Moeders Springen Niet Van Flats wordt zo een indringend pleidooi voor een humane dood voor mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een thema dat Elena Lindemans tien jaar later met de docuserie Een Goede Dood (2024) nog eens verder zou exploreren. Want het einde dat haar moeder uiteindelijk moest kiezen, gun je geen mens.

Fred And Rose West: A British Horror Story

Netflix

In wezen was het een simpele zaak, stelt rechercheur Russ Williams in Fred And Rose West: A British Horror Story (156 min.). Fred had de moorden op de vrouwen, die in het voorjaar van 1994 in hun huis aan 25 Cromwell Street in Gloucester waren aangetroffen, immers al bekend. Daar hoefden ze geen energie meer in te steken. ‘Het was wel lastig om de slachtoffers te identificeren en te bepalen wat we met Rose zouden doen.’ Want in hoeverre was Freds echtgenote op de hoogte van de moorden of er zelfs bij betrokken?

Als de verbouwereerde politie van Gloucestershire ‘t aan Fred West zelf vraagt, zoals in deze driedelige true crime-serie van Dan Dewsbury is te horen in onrustbarende geluidsopnames van zijn verhoren, is hij heel stellig: Rose wist nergens van. Ook wanneer hun voormalige oppas Carol Owens beweert dat mevrouw West al in 1972 betrokken was bij ernstig seksueel geweld tegen haar, wimpelt hij dat resoluut af. ‘Absolute rubbish.’ Toch is de kous daarmee bepaald niet af: Rose West lijkt wel degelijk bijgedragen te hebben aan de moordlust van haar echtgenoot.

Zij was pas vijftien toen ze de 27-jarige weduwnaar Fred in 1969 leerde kennen. Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk. Het lot had hen ook al snel voor het leven verbonden: Rose was binnen een jaar zwanger van hun eerste kind, Heather. En die zou ruim de twintig jaar later de strafzaak tegen haar ouders aan het rollen brengen. Niet bewust overigens. Zij behoorde tot de eerste slachtoffers die werden gevonden. Al jaren grapten de andere kinderen West dat ze onder de patio zouden eindigen als ze zich misdroegen. Net als Heather, die sinds 1986 werd vermist.

In deze miniserie zijn zowel homevideo’s en privéfoto’s van de familie West opgenomen als unheimische beelden van hoe Fred de Britse politie rondleidt in de directe omgeving van hun woning. Bijna achteloos wijst hij aan waar ze naar lijken moeten zoeken. Het is een huiveringwekkend tafereel: een onopvallende morsige man die zonder omhaal van woorden de meest gruwelijke misdrijven bekent. De slachtoffers, veelal ontheemde jonge meisjes, werden gedumpt als een zak botten. Enkele nabestaanden slagen er nochtans in om weer mensen van vlees en bloed van hen te maken.

A British Horror Story richt zich verder vrijwel volledig op de strafzaak tegen het gedegenereerde echtpaar en de wandaden waaraan zij zich schuldig hebben gemaakt. De karakters, achtergrond en motieven van de twee blijven grotendeels buiten beeld. Dat is echt een gemis. Hoewel de miniserie zich zeker niet schuldig hoeft te maken aan de ‘seksualisering’ van seriemoordenaars, zoals elders nog wel eens gebeurt, blijven er hier wel héél veel vragen open. Hoe ontdekten ze bijvoorbeeld bij elkaar dat de ander net zulke perfide neigingen had? En hoe konden ze daar zo lang mee wegkomen?

Een deel van de antwoorden is in elk geval te vinden in andere documentaires, zoals Fred West: The Glasgow Years en Rose West, Born Evil?.