Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes

Netflix

Wat Charles Manson onderscheidt van Ted BundyJohn Wayne GacyJeffrey Dahmer en The Son Of Sam – aan wie true crime-specialist Joe Berlinger eerder een Conversations With A Killer-docuserie wijdde – is dat hij zelf geen bloed aan zijn handen lijkt te hebben gehad. Althans, niet letterlijk. Manson liet anderen voor zich moorden en werd zo, als de man die de geest van de jaren zestig hoogstpersoonlijk de nek omdraaide, net zo berucht als échte seriemoordenaars.

De vraag is wel wat de driedelige serie Conversations With A Killer: The Charles Manson Tapes (172 min.) nog kan toevoegen aan de eindeloze stroom documentaires over de maniakale hippie-sekteleider. Die is in de afgelopen jaren nog eens verrijkt met een Errol Morris-productie die onderzoekt of de Manson-moorden het resultaat waren van een uit de hand gelopen CIA-project, Chaos: The Manson Murders (2025), en een persoonlijke film van een jonge vrouw die Mansons kleindochter blijkt te zijn, My Grandfather Charles Manson (2026).

Eerlijk gezegd: vrij weinig. Naast de verplichte rechercheurs, deskundigen en Manson-biografen laat Berlinger ook de Family-leden Dianne LakeCatherine ‘Gypsy’ ShareStephanie Schram en Bobby Beausoleil (die inbelt vanuit de gevangenis) leeglopen over hun periode als Manson-discipel. Samen lopen ze netjes ’s mans levenswandel, het ontstaan van zijn losgeslagen sixties-enclave en de aanloop naar en afwikkeling van de beruchte Tate/LaBianca moorden af. Hij ondersteunt hun herinneringen met nogal opzichtige reconstructies.

Alle bekende elementen uit het Manson-verhaal passeren weer de revue. Zijn gefnuikte muziekcarrière die om wraak vraagt. Zijn opdrachten aan volgelingen om ‘creepy crawls’, inbraken in willekeurige huizen waarbij zomaar wat spullen worden verzet, te ondernemen. En zijn tirades over een rassenoorlog en de vermeende aankondiging daarvan in het Beatles-nummer Helter Skelter. De geluidsopnames, waaraan deze franchise z’n naam en bestaansrecht ontleent, spelen bovendien slechts een beperkte rol en voegen ook weinig toe.

‘Hij heette Roman Polanski omdat hij de Jood was die de Rooms-katholieke kerk bestuurde’, zegt Manson bijvoorbeeld met van sarcasme druipende stem, over de rouwende filmregisseur die na de moord op zijn hoogzwangere vrouw Sharon Tate en enkele van hun vrienden zelfs nog even verdacht werd gemaakt in de schandaalpers. ‘Hoeveel mensen stierven er vanwege die films? Rosemary’s Baby. Al die waanzin. Denk je dat Christus, als hij terugkwam, dat zou goedkeuren? En als hij het niet zou goedkeuren, zou hij dan worden afgewezen en verstoten?’

Voor iedereen die nooit genoeg krijgt van zulke diabolische gekte en die zich (opnieuw) wil verlustigen aan de infame Manson-moorden en de bizarre nasleep daarvan – een mediaspektakel van jewelste, binnen de rechtszaal met de publiciteitsgeile openbaar aanklager Vincent Bugliosi en daarbuiten met Mansons grondig gehersenspoelde harem – biedt deze true crime-miniserie een handzaam overzicht. Verder is ie tamelijk overbodig.

My Grandfather Charles Manson

Disney+

De jonge Amerikaanse actrice, filmmaakster en babysitter Sophia Maddox kent hem volgens eigen zeggen alleen als sekteleider en moordenaar van Wikipedia. Totdat haar vader, de sappelende acteur en filmmaker Daniel Arguelles, via de genealogiewebsite Ancestry een halfbroer vindt. Hij blijkt een zoon te zijn van die beruchte sekteleider en moordenaar. En dus krijgt Sophia er een illuster familielid bij: My Grandfather Charles Manson (106 min.). Dat is even slikken.

Sophia lijkt zich in deze persoonlijke film, die ze heeft gemaakt met Alexandra ‘Allie’ Orton, soms ook te wentelen in haar rol als kleindochter van de man die door menigeen als de belichaming van de Duivel wordt gezien, de diabolische leider die z’n volgelingen in 1969 aanzette tot moord en zo de sixties hoogstpersoonlijk de nek omdraaide. ‘Ik ben m’n opa niet’, zegt Sophia tegen zichzelf, met betraande ogen. Zij lijkt haar positie als kleindochter soms daadwerkelijk als een rol te benaderen. Als ze geëmotioneerd bij haar therapeut zit, raadt die haar aan om het kaf van het koren te gaan scheiden: wat is er werkelijk gebeurd en wat is vooral onderdeel van het sensatieverhaal Charlie Manson?

Daarvoor bezoekt Maddox de tuchtschool waar haar grootvader zat, spreekt ze met de Family-leden Lynette ‘Squeaky’ Fromme, Dianne ‘Snake’ Lake en Stephanie Schram en ontmoet openbaar aanklager Stephen Kay. Ze gaat ook te rade bij de Manson-‘vrienden’ George Stimson, Nikolas Schreck en ‘Black Wolf’. Zij leerden hem doorgaans pas decennia na de Tate/LaBianca-moorden kennen, maar hebben er desondanks nog wel een boek uit weten te persen. Nadat hij Manson in 2007 een brief heeft geschreven, heeft ’Wolf’ in de navolgende tien jaar bijvoorbeeld bijna achthonderd keer met hem gebeld. Alle gesprekken staan op een USB-stick, die hij grootmoedig aan Sophia overhandigt.

Maddox’s ontmoeting met ‘Beach Boys-fotograaf’ Ed Roach, onlangs overleden, krijgt een zéér unheimisch karakter. Met dubbelzinnige opmerkingen werpt hij zich op als een archetypische ‘vieze ouwe vent’, de ideale figurant in het sensationele Manson-verhaal, dat de berichtgeving is gaan beheersen. Jeff Melnick benadrukt juist de andere kant: van Charlie als getroebleerde buitenstaander, die nooit heeft geleerd om in vrijheid te leven en ernstige mentale problemen ontwikkelt. ‘Hij past precies in het plaatje’, legt de historicus uit. Manson is ‘de vervulling van de nachtmerrie die is voorspeld’. Ga maar na: hij heeft een wilde baard en wild haar, nog wildere ogen en een hakenkruis in z’n voorhoofd gekerfd.

Sophia Maddox vindt het gaandeweg steeds lastiger om haar vader, een man met zijn eigen demonen, los te zien van die man. Sterker: om ze überhaupt van elkaar te kunnen onderscheiden. Zijn het allebei niet meer dan onverbeterlijke narcisten, die haar hebben opgezadeld met een loodzwaar kruis om te dragen? Er ontstaat tevens frictie met coregisseur Allie. Over wie zij zelf is – ondanks, of juist dankzij, die bedenkelijke vader en grootvader – en hoe ze zich tot hen moet verhouden. Een persoonlijkheidstest met inktvlekken moet uitkomst bieden, waarbij forensisch psycholoog Robert Schug haar resultaten vergelijkt met die van de sekteleider en moordenaar van Wikipedia.

Deze egodocu heeft dan een wel erg Amerikaans randje gekregen: van een zoektocht, met z’n verplichte eurekamomenten en existentiële crises, die hoe dan ook tot verlossing moet leiden: de kleindochter, die vrede heeft gesloten met de grootvader die ze nooit heeft ontmoet en die toch zo’n enorme plek claimt in haar leven.

Michael Jackson: The Verdict

Netflix

Hij fungeert als een soort vooruitgeschoven post voor de familie Jackson. Nu de speelfilm Michael, waarin de beschuldigingen van kindermisbruik tegen de King Of Pop onbesproken blijven, is uitgegroeid tot een wereldwijde bioscoophit, wordt Michael Jacksons voormalige advocaat Brian Oxman ingezet om de schade ook in de documentaires die volgen op die film zoveel mogelijk te beperken. Michael Jackson: The Verdict (156 min.) is na An American Tragedy en The Trial de derde serie waarin de gestaalde ‘smooth talker’ opdraaft. En daarin treft hij opnieuw openbaar aanklager Ron Zonen tegenover zich.

Ook de Britse televisiemaker Martin Bashir is ditmaal van de partij. Zijn documentaire Living With Michael Jackson (2003) zette de zaak destijds in gang. Voor de camera bekende ‘Wacko Jacko’ dat Gavin Arvizo, het dertienjarige jongetje dat nét iets te dicht tegen hem aan zat, op zijn landgoed Neverland regelmatig bij hem in bed sliep. Daarna viel de halve wereld over Michael Jackson heen. De Amerikaanse zanger werd er later nog van beschuldigd dat hij Arvizo ‘Jezussap’, ofwel alcohol, had gegeven, pornografie met de jongen bekeek en hem ook had misbruikt. En het joch zou niet z’n enige slachtoffer zijn.

Verder wordt deze driedelige serie van Nick Green bevolkt door vertrouwde gezichten, bronnen die dik twee decennia na de rechtszaak tegen de popster in 2005 en zeventien jaar na zijn overlijden nog altijd een dagtaak hebben aan het belichten van Jacksons bedorven erfenis, zoals Jacksons oud-medewerkers Vincent Amen en Raymone Bain, voormalig familievriend Stacy Brown, de Arvizo-vertrouwelinge Louise Palanker en rechercheur Rosibel Smith. Green lijkt bovendien exclusief (?) toegang te hebben gekregen tot Jacksons beveiliger Kerry Anderson, rechtbankjournalist Diane Dimond en enkele juryleden.

Binnen deze zeer polariserende kwestie, die onlangs in Nederland een soort reprise heeft gekregen met de geruchtmakende strafzaken tegen Marco Borsato en Ali B., belanden zij doorgaans duidelijk aan één kant van de maatschappelijke discussie: als Jackson-apologeet, tegen beter weten in (?) zijn onschuld bepleitend. Of helemaal overtuigd van zijn schuld, gewapend met een heleboel belastende feiten (die niet zomaar met gezond verstand weggeredeneerd kunnen worden). Al deze vooruitgeschoven bronnen zijn niet meer dan pionnen in de aanhoudende media-oorlog rond Jackson, die ouderwets is opgelaaid.

Deze grondige terugblik op de rechtszaak die, hoeveel blaren Brian Oxman ook op zijn tong praat, ‘s mans nalatenschap is gaan domineren, gooit ongetwijfeld ook weer olie op het vuur – al is het wel opmerkelijk dat Michel Jackson: The Verdict helemaal geen aandacht besteedt aan de beschuldigingen die later, bijvoorbeeld via de spraakmakende documentaire Leaving Neverland, nog tegen Jackson zijn geuit.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Le Chant Des Forêts

Periscoop Film

Michel Munier kan het zich nog als de dag van gisteren herinneren – ook al is ‘t toch al ruim een halve eeuw geleden. Eind jaren zestig, vertelt de oudere Franse natuurliefhebber, bijna fluisterend, aan zijn kleinzoon Simon, zag hij voor het eerst een auerhoen. ‘We liepen door het bos’, herinnert de oude man zich. ‘Er lag een pak sneeuw van twee meter dik. Het leek net een kathedraal, met hoge stammen, hoge sparren.’

Michels zoon, de filmmaker Vincent Munier, luistert eveneens aandachtig toe in die knusse boshut in de Vogezen. Hij kijkt ook naar wat opa’s verhaal losmaakt bij zijn zoon Simon. Later heeft Vincent nog bijna mythische beelden toegevoegd aan de anekdote, die in zijn documentaire Le Chant Des Forêts (internationale titel: Whispers In The Woods, 94 min.) wordt opgedist als een spannend verhaal. ‘Toen de mist weer dichttrok, zei ik bij mezelf: je hebt gedroomd’, vervolgt zijn vader/opa Michel. ‘Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van een fantoom. De fantoomvogel.’

Michel Munier is al net zo’n bevlogen verteller als zijn zoon Vincent, die enkele jaren geleden een fikse hit scoorde met de zinderende film The Velvet Queen (2021), over zijn zoektocht naar een sneeuwluipaard in het Tibetaanse hoogland. Ditmaal zoekt de Franse natuurfilmer en -fotograaf ‘t in alle opzichten dichter bij huis, met een documentaire over hoe zijn vader ook zijn eigen zoon Simon inwijdt in de geheimen van moeder natuur. Michel neemt hen daarvoor mee op een ontdekkingstocht door hun eigen omgeving, om te kijken én luisteren naar al wat daar leeft. 

Hun belevenissen in het uitgestrekte bos, waar ze uilen, eekhoorns en een lynx observeren en het gehamer van nijvere spechten, bronstig brullende herten en het gezang van een lijster proberen te vangen, worden begeleid door muziek van Warren Ellis, ditmaal ondersteund door Dom La Nena en Rosemary Standley. Le Chant Des Forêts, met z’n schilderachtige luchten, imposante bomen en dierenpracht, ziet er bovendien schitterend uit – al voelen de familiegesprekken in die knusse, fraai uitgelichte boshut soms wel enigszins opgeprikt.

Intussen wordt de auerhoen, een vogel die sinds de laatste ijstijd in de Vogezen leeft, met uitsterven bedreigd. ‘Voor mij is dat hartverscheurend’, vertelt Michel aan zijn kleinzoon. ‘Vooral omdat we ons hebben ingezet om z’n bos te behouden.’ Waarna de drie generaties Munier een list bedenken om Simon alsnog z’n eerste auerhoen te laten aanschouwen, in het winterse Noorwegen. En met het laten zien en horen van de schoonheid van de aarde, liefst in een goed geoutilleerd filmtheater, werpen Michel, Vincent en Simon meteen een deugdelijke verdedigingswal op.

Wie via de Muniers kennis maakt met de geheimen van het bos, kan er nooit meer onverschillig doorheen wandelen.

Carol Doda: Topless At The Condor

Picturehouse

Op 19 juni 1964 wordt Carol Doda een bescheiden sensatie in San Francisco. Ze is net als altijd op de piano van de Condor Club gaan staan. Die wordt daarna vanaf het plafond naar beneden getakeld, de zaal in. De band van George & Teddy is al begonnen met spelen. Intussen start Carol met dansen. Dat heeft ze al veel vaker gedaan, maar nog nooit in een monokini. Ze is de eerste topless-danseres van het uitgaansdistrict North Beach. Kort daarna zijn er behalve talloze danseressen ook topless-schoenenpoetsers, -mannenkledingzaken en -bands.

Voor Carol Doda wordt het dan wel lastig om zich te onderscheiden. Zeker omdat ze geen indrukwekkende borstpartij heeft, vindt ze zelf. Carol strikt een arts, dokter Vincent Spano, die bereid is om haar te injecteren met siliconen. Zo verzekert zij zichzelf van permanente aandacht en het gezelschap van bekendheden zoals Andy Warhol en Frank Sinatra. Ze zet ook meteen de toon: pinups worden niet langer afgerekend op hun eindeloze benen, maar op de grootte van hun borsten. En ook ‘the summer of love’ staat op het punt van beginnen…

Via archiefinterviews met North Beachs voornaamste attractie en actuele gesprekken met andere insiders uit het topless-circuit van San Francisco tekenen Marlo McKenzie en Jonathan Parker de opkomst van het naaktentertainment op in de aardige documentaire Carol Doda: Topless At The Condor (100 min.). De hoofdpersoon vaart ogenschijnlijk wel bij haar sterrenstatus – al laat zij doorgaans weinig los over zichzelf en bindt ze zich aan niemand. ‘Als een man me uitvraagt’, zegt Doda daarover, lekker rolvast, ‘weet ik nooit of hij geïnteresseerd is in mij of in hen.’

Intussen verliest de business waarbinnen zij werkzaam is langzaam maar zeker z’n charme. De onderlinge concurrentie wordt harder, de klandizie minder en het aanbod platter. Er is steeds meer nodig om op te vallen. Net als haar concullega’s probeert Carol Doda mee te bewegen. Ze weigert in elk geval om te accepteren dat ook rondborstige blondines een houdbaarheidsdatum kunnen hebben – zeker als ze niet volledig door Moeder Natuur zijn geschapen – en blijft zoeken naar hoe ze ‘The Male Gaze’ kan blijven behagen en zichzelf vermarkten.

Waarbij het de vraag is of ze ooit méér kan worden dan ‘Carol on the piano’, de geuzennaam waarmee ze ooit in de Condor Club werd gepresenteerd.

Becoming Madonna

Sky

Achteraf lijkt het logisch, voorbestemd bijna, dat Madonna de grootste popster van haar tijd zou worden. Toen ze in 1978 van Michigan naar New York vertrok, lag dat echter nog in de toekomst verscholen. Madonna, dochter van zeer katholieke Italiaanse immigranten, had niet veel meer in haar plunjezak dan geldingsdrang en ambitie. Twaalf jaar later, in 1992, was ze een gearriveerde ster die de ene na de andere hit had gescoord, continu in het middelpunt van de belangstelling stond en net de immens succesvolle Blond Ambition-tour had afgerond. Dat was niet vanzelf gegaan. Falen was geen optie, zegt ze er zelf over.

In Becoming Madonna (92 min.) documenteert Michael Ogden de tussenliggende periode, waarin de gedreven vrouw die is vernoemd naar haar jong overleden moeder haar weg zoekt in de muziekbusiness: als drummer in haar eerste bandje The Breakfast Club, frontvrouw van de Blondie-achtige groep Emma & The Emmy’s en als veilige Pat Benatar-kloon. Totdat ze de juiste mensen tegen het lijf loopt, niet geheel toevallig, en langzaam maar zeker de Madonna wordt die zich enkele decennia zal weten te handhaven in de absolute voorhoede van de popmuziek. Heeft ze ondertussen haar ziel aan de duivel verkocht? vragen mensen uit haar vroegere leven zich dan af.

Ogden reconstrueert de formatieve jaren van deze toonaangevende en beeldbepalende artiest met louter archiefmateriaal, dat buiten beeld wordt ingekaderd door Madonna zelf en intimi zoals haar broer Christopher Ciccone, ex-vriend Dan Gilroy, eerste manager Camille Barbone, clipregisseur Mary Lambert, producer Stephen Bray, videoproducer Sharon Oreck, choreograaf Vincent Paterson en danser Carlton Wilborn. De geschiedenis wordt verder ingekleurd met een soundtrack die behalve uit Madonna-hits zoals Borderline, Like A Virgin, Material Girl, Holiday en Like A Prayer ook uit underground-klassiekers van Talking Heads, The Runaways en Bikini Kill bestaat.

Zo ontstaat niet alleen een compleet overzicht van de wording van het fenomeen Madonna – inclusief haar worsteling met het alomtegenwoordige seksisme in de pers en muziekwereld, turbulente huwelijk met acteur Sean Penn en relatie met de gayscene, die zeker na de AIDS-crisis steeds inniger wordt – maar ook een treffend tijdsbeeld van de jaren tachtig, het decennium waarvan zij een perfecte representant is. Ze topt die onstuimige periode begin jaren negentig af met het scandaleuze boek Sex, misschien wel de ultieme Madonna-productie.

Over Madonna’s Blond Ambition-tour werd in 1991 overigens al de klassieker Madonna: Truth Or Dare uitgebracht. Later volgde de Nederlandse documentaire Strike A Pose (2016), waarin Madonna’s dansers de balans opmaken van hun periode in de entourage van de eigenzinnige wereldster.

Chaos: The Manson Murders

Netflix

In de officiële lezing van de Manson-moorden is Charles Manson simpelweg een diabolische sekteleider die zijn volgelingen, verdorven kinderen van het hippietijdperk, aanzet tot enkele gruwelijke moordpartijen. Met de leden van de Manson Family als demonische tegenhangers van de bloemenkinderen. Een ideaal verhaal, beweren critici, om de burgerrechtenbeweging, het anti-Vietnamoorlog sentiment en de vrijheid-blijheid van de sixties onschadelijk te maken.

In Chaos: The Manson Murders (97 min.), losjes gebaseerd op het boek Chaos: Charles Manson, The CIA, And The Secret History Of The Sixties (2019) van de schrijver Tom O’Neill, exploreert Errol Morris een andere theorie: dat de vijf moorden in het huis van de hoogzwangere actrice Sharon Tate, de vrouw van filmregisseur Roman Polanski, in de nacht van zaterdag 9 augustus 1969 en de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca, een dag later, onderdeel waren van een CIA-project.

De Tate-LaBiana-moorden zouden zijn voortgevloeid uit MK-ULTRA, een supergeheim programma van de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst waarin met ‘mind control’ werd geëxperimenteerd. Met LSD, hypnose en hersenspoeling probeerden ze Manchurian Candidates te creëren: onvrijwillige proefpersonen die op commando en zonder spijt of berouw gingen moorden en die zich daar naderhand nauwelijks meer iets van konden herinneren. Manson was zo bezien niet meer dan een marionet.

Dat klinkt als een tweederangs complottheorie. De zoveelste poging om een afgekloven sensatieverhaal van een nieuwe dimensie te voorzien. Dit is alleen wel een film van Errol Morris, één van de meest invloedrijke documentairemakers van de afgelopen halve eeuw. De man die bijvoorbeeld de allereerste true crime-docu (The Thin Blue Line) maakte, de architecten van de Vietnam- en Irak-oorlogen (in The Fog Of War en The Unknown Known) het vuur aan de schenen legde en Mr. Death zelve portretteerde.

De man ook, die zich al eerder over verwante samenzweringen boog in November 22, 1963A Wilderness Of Error en Wormwood. Zeker de CIA speelt daarin vaak een zeer kwestieuze rol. Die theorieën lijken eerst vaak erg grotesk – zoals experimenten om subjecten te hersenspoelen, valse herinneringen bij hen te planten of psychische stoornissen te bezorgen – maar bij nader inzien blijkt er vaak wel degelijk bewijs. Dat MK-ULTRA heeft bestaan is helder. En dat daarbinnen veel kon – zo niet: alles – eveneens.

Morris’ aanpak voelt vertrouwd: een virtuoos geframed centraal interview, ravissante vormgeving, associatieve montage en stuwende soundtrack. Met Tom O’Neill tast hij diens visie op het duistere verleden af. Hij bespreekt zijn bevindingen verder met aanklager Stephen Kay, talentscout Gregg Jakobson en Bobby Beausoleil (een lid van The Manson Family dat nog altijd in de gevangenis zit).  Zo weeft de Amerikaanse documentairemaker een ondoorzichtig web, waarin het gemakkelijk verdwalen is.

De Helter Skelter-theorie – Manson zou zijn geïnspireerd door de songteksten van The White Album van The Beatles – die officier van justitie Vincent Bugliosi destijds aanhing en vervolgens verwerkte in een bestseller, wordt door Tom O’Neill en Errol Morris in elk geval naar het rijk der fabelen verwezen. Dat de gesjeesde muzikant Manson, in plaats daarvan, een (vrijwillig?) werktuig van de CIA was, blijft echter eveneens een kwestie van speculeren. Keihard bewijs is ruim een halve eeuw na dato ook lastig te verkrijgen.

Chaos: The Manson Murders plaatst in elk geval een andere lezing van de feiten naast het officiële verhaal over The Manson Family, dat al in talloze boeken, films en docu’s is afgewerkt en waarbij best kritische vragen zijn te stellen. Want hoe kon een tweederangs crimineel zoals Charlie Manson eigenlijk zoveel invloed krijgen op z’n volgelingen? Eerst daalden ze op zijn bevel af naar de diepste gewelven van de hel en daarna hadden ze jaaaren nodig om gedeprogrammeerd te raken en weer los van hem te komen?

‘Ik was een stuk gereedschap in de handen van de Duivel’, vertelt Susan Atkins daarover in een archiefinterview, uit de tijd dat tot haar begon door te dringen waarmee zij zich in die gruwelijke zomer van 1969 had ingelaten. Het is alleen de vraag welke Duivel ‘Sadie’ heeft gediend: Manson of toch, via hem, de CIA?

The Story Of Looking

VPRO

A journey through our visual lives, belooft deze persoonlijke film van Mark Cousins. De Noord-Ierse filmmaker ligt in de openingsscène nog in bed en kijkt naar een oud-interview met de blinde zanger Ray Charles. Die hoeft niet zo nodig te zien, zegt hij. Cousins kan dit nauwelijks bevatten. Hij is nooit klaar met kijken. Stiekem heeft hij zelfs een foto gemaakt van zijn overleden oma in de kist. Die kon hij jarenlang bekijken op z’n oude mobiele telefoon. Totdat ook die dood was.

Nu is al dat kijken voor Cousins in een ander perspectief komen te staan. Want morgen… Enfin, dat vertelt hij later wel in The Story Of Looking (87 min.). Het was oorspronkelijk zijn plan om op te staan en daarna de rest van de dag op pad te gaan in zijn woonplaats Edinburgh, te delen wat hij ziet en te vertellen over de visuele wereld in het algemeen. En toen zag en hoorde hij Ray Charles en kwam de gedachte: wat nu als ik de hele dag in deze donkere kamer, in deze camera obscura, blijf liggen en deel wat ik me voorstel als ik mijn ogen sluit?

Zijn geestesoog produceert beelden te over: van de verschillende fasen in z’n eigen leven, uit de films waarvan hij houdt, over historische en maatschappelijke gebeurtenissen, door de kunstwerken van pak ‘m beet Vincent van Gogh, George Seurat en Frida Kahlo, van de kleuren die hij overal en nergens heeft gezien en via de reacties op Twitter, waar Cousins een oproep plaatst. Associatief doolt de beroepskijker door die wirwar van (zelf)beelden en leidt ons, argeloze kijkers, met zijn uitwaaierende voice-over langs alles wat hij ziet, zag en wil zien.

En als ‘morgen’ achter de rug is in dit toch wel behoorlijk specifieke kijkwerk en Mark Cousins in een zeer intieme scène voorzichtig de pleister van de wonde heeft getrokken, kan hij de schade opnemen – en zich vergewissen van de nieuwe wereld die zich voor zijn en onze ogen opent. Hij blijkt dan zelfs in de toekomst te kunnen kijken.

Endurance

Disney+

Toegegeven, het wordt misschien niet zo’n heroïsch avontuur als ruim een eeuw eerder, maar het blijft een zeer ambitieuze onderneming. In 2022 vertrekt een schip met de historicus Dan Snow, onderwateringenieur Nico Vincent en de befaamde maritieme geoloog Mensun Bound aan boord naar Antarctica. De S.A. Agalhus II van kapitein John Shears gaat proberen om, ergens op de zeebodem, het legendarische wrak van de Endurance (104 min.) te vinden. De ambitieuze onderneming wordt vastgelegd door Natalie Hewitt en vormt de basis voor deze documentaire die ze samen met Jimmy Chin en Elizabeth Chai Vasarhelyi heeft gemaakt.

Tijdens de legendarische Imperial Trans-Antarctic Expedition nam de Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton in 1914 ook al een fotograaf/cameraman mee. In de documentaire South (1919) vereeuwigde Frank Hurley Shackletons mislukte poging om de Zuidpool over te steken, een avontuur dat de geschiedenisboeken inging als de laatste grote Antarctica-expeditie. Toen de Endurance na een jaar op zee helemaal vast kwam te zitten in het pakijs en tevens water begon te maken, daalde het besef in bij de 27 bemanningsleden dat ze daar, in bijzonder barre omstandigheden op de Weddellzee, zouden moeten overwinteren.

Hurleys beelden – gerestaureerd, ingekleurd en van geluid voorzien – zijn door Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi aangevuld met sjiek gemaakte re-enactment-scènes. Alle foto’s en films worden bovendien ingekaderd door de scheepslui zelf. Na terugkomst zijn zij destijds uitgebreid geïnterviewd. En wat ze op schrift hebben gesteld is door de filmmakers, met behulp van Artificial Intelligence, eveneens vertaald naar gesproken woord. Zo slagen ze erin om Shackletons legendarische poolexpeditie tot leven te brengen, inclusief diens miraculeuze ontsnapping naar de bewoonde wereld, na twee jaar overleven aan het ijzige einde van de aarde.

Deze gestaalde film verbindt de twee expeditie-verhalen met elkaar. Terwijl Sir Ernest Shackleton en zijn mannen in onmogelijke omstandigheden moeten zien te overleven, beschikken zijn navolgers over technologische verworvenheden, zoals een ingenieuze onderwaterrobot. Het vinden van Shackletons scheepswrak blijkt echter bepaald geen sinecure. In 2019 heeft Mensun Bound bijvoorbeeld al eens een poging gewaagd om de Endurance te traceren. Dat werd een enorme mislukking. ‘Één van de ergste momenten van mijn leven’, aldus Bound, die nooit had kunnen bevroeden dat hij nog een tweede kans zou krijgen. Succes blijkt ook dan niet verzekerd.

Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi nemen de kijker dus tweemaal mee naar de rand van de aarde, waarbij ’t nog maar de vraag is of, hoe en waarmee ze weer huiswaarts kunnen keren. Endurance wordt zo automatisch een ode aan het overwinnen van de elementen – en jezelf – teneinde een zelfverkozen, hoger gelegen doel te verwezenlijken.

Theo van Gogh, De Hunkering

Andy Gray / BNNVARA

Zou hij toch nog een grote publieksfilm hebben gemaakt? Over welke onderwerpen zou Theo zich boos maken? En welke zelfverkozen vijanden zou hij aanhoudend tot op het bot hebben beledigd?

Twintig jaar nadat Theo van Gogh (1957-2004) op klaarlichte dag met bruut geweld werd gedood op de Linnaeusstraat – door burgemeester Job Cohen destijds vervat in de onvergetelijke woorden ‘er is vandaag een Amsterdammer vermoord’ – lijkt de filmer, meesterinterviewer, columnist, provocateur, televisiemaker en onversaagde ridder voor het vrije woord nog even relevant als in de pak ‘m beet 25 jaar dat hij de goegemeente compleet voor zich innam of geestdriftig tegen zich in het harnas joeg.

Nadat Cohens zoon Jaap dit jaar al een zéér leesbare biografie uitbracht, De Bolle Gogh, is er nu een vierdelige serie van documentairemaker David de Jongh, die eerder schrijfster Renate RubinsteinFrans Bromet en zijn eigen vader, de fotograaf Eddy de Jongh, vereeuwigde in zéér kijkbare films. Theo van Gogh, De Hunkering (193 min.), gebaseerd op research van Jaap Cohen, start bij ‘s mans tragische einde op 2 november 2004 en fladdert daarna associatief door z’n veelbewogen leven.

Het verteltempo ligt enorm hoog – alsof zo Van Goghs dadendrang moet worden benaderd. De miniserie krijgt daarmee ook iets hakketakkerigs. Het ene deelonderwerp is nog niet afgewikkeld – met een springerige montage van (ingelezen) interviewfragmenten, filmscènes, columns, persoonlijke brieven, gedramatiseerde taferelen en korte quotes van een veelheid aan sprekers – of een volgend thema klopt alweer op de deur. Het verveelt geen seconde, maar of alles ook even goed binnenkomt?

Theo van Gogh, De Hunkering wordt min of meer chronologisch verteld en begint dus bij de gelukkige jeugd waaraan hij volgens eigen zeggen leed in Wassenaar. Met een zeer uitgesproken moeder, de regelmatig met haar botsende vader en beroemde familieleden, schilder Vincent van Gogh en diens broer Theo, om tegenaan te schoppen en stiekem te bewonderen. Vrijwel alle mensen die ertoe deden in zijn hoekige bestaan zijn verder van de partij en spreken zonder meel in de mond.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen: zijn zussen Jantine en Josien en zoon Lieuwe hebben geen zin in een interview. Ellik Bargai, de hoofdpersoon van Van Goghs film Vals Licht (1993) die er met zijn vriendin Heleen vandoor ging, laat ook verstek gaan. En vanzelfsprekend zijn ook de mikpunten van Theo’s spot, weerzin en woede, op alle mogelijke manieren en langdurig in de openbaarheid uitgevent, wel wijzer. Geen Thom Hoffman, Sonja Barend, Leon de Winter, Caroline Tensen of Monique van de Ven dus.

Behalve al Van Goghs publieke activiteiten en zijn permanente oorlog tegen hypocrisie blijft er dan nog méér dan genoeg smeuïgs over: uitbundig fabuleren, drugsgebruik, allerlei vormen van deviante seks en een al dan niet geconsumeerd Oedipus-complex bijvoorbeeld. In die wirwar van beelden en typeringen is vooral Van Goghs buitenkant te zien: die pretoogjes, sardonische grijns en dikke pens, na alwéér een duivelse provocatie. De man – of zo u wilt: het jongetje – daarachter houdt zich veelal schuil.

Dat zit ongetwijfeld ook in de aard van het medium televisie. Jaap Cohens biografie voelt minder als een rariteitenkabinet en is coherenter en genuanceerder dan deze miniserie. De Jongh kan dan weer de aanloop naar Van Goghs dood indringend in beeld brengen. Zijn bikkelhard verwoorde kritiek op de Islam mondt uit in de controversiële film Submission. Die maakt hij op initiatief van Ayaan Hirsi Ali. Het is volgens journalist Yoeri Albrecht een ‘game of chicken’. Theo wil niet voor haar onderdoen.

En daarmee komt in de zomer van 2004 een fatale dynamiek op gang rond Van Gogh, die er ten onrechte van overtuigd leek te zijn dat een ‘dorpsgek’ niet vermoord zou worden. Geen nieuwe films, fixaties of vijanden meer. Geen larger than larger than life-persoonlijkheid ook, met ongetwijfeld een verrassend klein hartje. En hoewel hij inmiddels twintig jaar dood is, heeft het enfant terrible der enfant terribles Theo van Gogh als schouwspel nog altijd nauwelijks aan kracht ingeboet.

Trailer Theo van Gogh, De Hunkering

Like Tears In Rain

NTR

‘Oh-oh’, zegt Paul Verhoeven in de openingsscène van Like Tears In Rain (78 min.) als Sanna Fabery de Jonge hem vraagt naar zijn eerste ontmoeting met Rutger Hauer (1944-2019). ‘Ik krijg kippenvel als ik eraan denk’, vult zijn collega-regisseur Robert Rodriguez (Sin City) aan. ‘O, mijn hemel’, lacht Jason Eisener, die Hobo With A Shotgun maakte met de Nederlandse acteur. Waarna Mickey Rourke spontaan ontroerd raakt als hij aan Hauer denkt, zijn voormalige tegenspeelster Miranda Richardson een aardige anekdote over hem opdist en de Nederlandse fotograaf en filmmaker Anton Corbijn constateert dat Rutger ‘iemand was die we allemaal willen zijn.’

Terwijl Rutger Hauer op archiefbeelden uit 1988 vervolgens een Golden Globe in ontvangst neemt voor zijn rol in de film Escape From Sobibor, krijgt zijn goede vriendin Whoopi Goldberg nog even de gelegenheid om te vertellen dat ze alles bij hem kwijt kon en steekt Vincent D’Onofrio de loftrompet over ‘s mans vakmanschap. En daarna is het weer aan Paul Verhoeven om het intro van dit persoonlijke portret af te sluiten. Hauer was niets minder dan ‘de belangrijkste acteur die we ooit in Nederland hebben gehad’, aldus de belangrijkste filmregisseur die we ooit in Nederland hebben gehad. Hij kon zichzelf verwerkelijken via Hauer en werkte in totaal vijf keer met hem samen.

En dan kan die documentaire daadwerkelijk beginnen. Waarin Rutger Hauers leven en carrière worden doorgenomen, geïllustreerd met filmfragmenten en aangezet met herinneringen en superlatieven van vrienden en collega’s. Routinewerk, zo lijkt ‘t. Een clichématige Hollywood-docu. Fabery de Jonge heeft alleen iets anders voor ogen. Natuurlijk, deze film over de Nederlandse acteur bevat alle eerdergenoemde elementen, maar vertrekt vanuit een veel persoonlijkere insteek. Rutger Hauer en diens vrouw Ineke ‘Sien’ Hauer – ten Cate, die ook een prominente rol krijgt in dit portret, waren dierbare vrienden van haar ouders en fungeerden als peetouders voor de kleine Sanna.

En dus introduceert Fabery de Jonge haar eigen familie en poogt ze met hen en Ineke – en fraaie privébeelden, veelal van de veelfilmer Hauer zelf – de man achter het imago van ‘de blonde God’ vandaan te halen. Een vrije man. Een avontuurlijke man. Een man ook die zonder angst probeerde te leven. Gehaast, omdat het leven altijd te kort is. Zoals hij van dichtbij ervoer toen zijn boezemvriend Marius, tevens de broer van zijn echtgenote, op 29-jarige leeftijd overleed. Hauer stond zelf net op een keerpunt in zijn carrière en besloot het Nederland van Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje de rug toe te keren en te verkassen naar de VS voor Blade Runner, Ladyhawke en The Hitcher.

Tijdens zijn allereerste dag op een filmset, voor Paul Verhoevens serie Floris (1969), had Hauer zich volgens eigen zeggen al gerealiseerd dat de camera zijn vriend was. ‘En ik besloot dat dit een dans was met het publiek, bijna een tapdans van angst’, vertelt hij daarover. ‘En in veel opzichten een spel. Een denkspel.’ En dat heeft hij tot het einde van zijn leven, dat zich afspeelde tussen Friesland en Hollywood, kunnen spelen. Als de aftiteling van dit ge(s)laagde portret loopt, realiseert menigeen zich ongetwijfeld dat ie (weer) een heel klein beetje van Rutger Hauer is gaan houden, zowel van de begenadigde acteur als van de mens van vlees en bloed daarachter.

Stevie Van Zandt: Disciple

HBO Max

Hij is één van de weinige frontmannen die ook genoegen kan nemen met een rol als rechterhand van The Boss – of als consigliere van een lokale maffiabaas. Zelfs in dit verrukkelijke portret van Steven Van Zandt komt eerst Bruce Springsteen en pas daarna de hoofdpersoon zelf aan het woord. Tony Soprano, de licht ontvlambare Jersey-boss van Stevies personage Silvio Dante, meldt zich pas na ruim één uur en drie kwartier, als de carrière van de Amerikaanse zanger, gitarist en producer al over hoge toppen en door diepe dalen is gegaan en dan nog een nieuwe dimensie krijgt via een prominente rol in één van de beste televisieseries aller tijden, The Sopranos.

‘s Mans leven lijkt in Stevie Van Zandt: Disciple (140 min.) sowieso op een zorgvuldig gearrangeerde productie. Soms letterlijk. Als hij in het huwelijk treedt met Maureen Santoro, wordt dit ingezegend door één van zijn helden, Little Richard. Bruce is natuurlijk getuige, de band uit The Godfather verzorgt de muziek en soulzanger Percy Sledge komt nog even When A Man Loves A Woman zingen. En dan stapt Van Zandt begin jaren tachtig uit Springsteens E Street Band. ‘Toen hij z’n eerste plaat maakte, nam hij afstand van Bruce’, vertelt scenarioschrijver en recensent Jay Cocks. ‘Ze hielden van elkaar. Het was niet de grote broer van wie hij afstand nam. Hij wilde zich niet langer het kleine broertje voelen.’ De man die tot dan bekend heeft gestaan als ‘Miami Steve’ begint zich ‘Little Steven’ te noemen. Zijn band dubt hij ‘The Disciples Of Soul’.

Eenmaal solo (her)ontdekt Van Zandt zijn maatschappelijke betrokkenheid. Hij begint de rock & lol die hij sinds jaar en dag aan de mens bracht met Springsteen en die andere band uit New Jersey, Southside Johnny & The Asbury Jukes, te injecteren met een fikse dosis politiek activisme. Stevie neemt bijvoorbeeld het voortouw in de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika. Voor de hitsingle Sun City (1985), zijn eigen militante variant op de benefietsongs Do They Know It’s Christmas? en We Are The World, verzamelt hij een opvallend diverse en inclusieve groep artiesten, die publiekelijk uitspreken dat ze nooit zullen gaan spelen in het Las Vegas van Zuid-Afrika. Met zijn activisme schildert hij zichzelf alleen in een hoek, waar uiteindelijk verdacht weinig geld valt te verdienen. Een lange loopbaan lijkt begin jaren negentig tot een halt te komen.

Volgens eigen zeggen houdt Steven Van Zandt zich dan een jaar of zeven vooral onledig met ‘het uitlaten van de hond’. Totdat Southside Johnny hem vraagt voor een productieklus, Bruce zijn inmiddels ontmantelde band weer opstart en showrunner David Chase de non-acteur cast in The Sopranos. Het is een mooi rond verhaal over onmetelijke liefde voor muziek, hechte vriendschap en het vinden, verliezen en weer heruitvinden van jezelf. Dat wordt verteld door de man zelf, prominente vakbroeders (Paul McCartney, Bill Wyman, Jackson Browne, Bono en Eddie Vedder) en Sopranos (David Chase, Vincent ‘Pussy Bonpensiero’ Pastore en Maureen Van Zandt, alias Silvio’s echtgenote Gabriella Dante). De documentaire concentreert zich volledig op Van Zandts artistieke carrière. Zijn persoonlijke leven blijft vrijwel volledig buiten beeld.

In bijna tweeëneenhalf uur, volgepropt met een eindeloze serie (bijna) hits, moet regisseur Bill Teck nochtans alle zeilen bijzetten om alle aspecten van zijn kleurrijke protagonist te belichten. Want behalve artiest, acteur, producer en onmisbare schakel (inmiddels opnieuw 25 jaar!) binnen Springsteens gereanimeerde E Street Band heeft Steven Van Zandt zich met de radioshows Little Steven’s Underground Garage en Outlaw Country ook ontwikkeld tot een soort Leo Blockhouse, een rock & soul-professor die Amerika’s jeugd de juiste weg wil wijzen: richting muziek. Valse of kritische noten ontbreken verder vrijwel volledig in deze film, die daarom, met enige kwade wil, een hagiografie kan worden genoemd. Een mensch moet alleen wel een hart van steen hebben om géén discipel van Stevie te worden.

Holland Pop 1970

In-Edit

Tegenwoordig heeft elk dorp z’n eigen popfestival. Toen organisator Georges Knap en impresario Berry Visser, oprichter van Mojo Concerts, in 1970 aan de slag gingen om een festival te organiseren in het Kralingse Bos te Rotterdam, lag er echter nog helemaal geen infrastructuur. Er was alleen een voorbeeld: het legendarische Amerikaanse Woodstock-festival.

Het Holland Pop Festival, dat uiteindelijk plaatsvond in het weekend van 26-28 juni, werd georganiseerd in het kader van 25 jaar Bevrijding. De wederopbouw van Rotterdam, volledig kapotgeschoten tijdens de Tweede Wereldoorlog, leek een heel eind voltooid. Dat moest gevierd worden volgens de gemeente, die onder de noemer C70 allerlei activiteiten wilde organiseren. Om te voorkomen dat dit met operette-uitvoeringen en zaklopen voor de kinderen enkel een feest voor het establishment zou worden, wilde Knap ook ‘de jeugd van toentertijd’ eens goed bedienen.

In Holland Pop 1970 (71 min.) laat Ferri Ronteltap vanaf de montagetafel oude tijden herleven met Knap, Visser en sprekers zoals feministe/politica Hedy d’Ancona, muzikant Robert Jan Stips (die optrad met de band Supersister) en fotograaf Vincent Mentzel (die er fraaie zwart-wit foto’s maakte). Ronteltap kan ook teruggrijpen op de welbekende beelden uit de film Stamping Ground (1971) over ‘Kralingen’: concertimpressies van Santana, Jefferson Airplane, The Byrds, Pink Floyd, Soft Machine en Country Joe en onvergetelijke beelden van relaxte, uitzinnige en onbeschaamde Nederlandse hippies.

‘Bijzonderheden ten aanzien van de bezoekers’, leest de toenmalige commissaris Cees Ottevanger voor uit de eindrapportage van de politie. ‘Naar het uiterlijk te oordelen bestond het merendeel der bezoekers uit zogenaamde hippies. Bizar gekleed, met vaak zeer lange haren. Variërend in leeftijd van vijftien tot vijfentwintig jaar.’ Sommige bezoekers liepen naakt rond, hadden hun kinderen en huisdieren meegenomen en gebruikten openlijk softdrugs. Het festival verliep volgens Ottevanger daardoor/desondanks ‘volkomen agressieloos’. Eigenlijk kon geen mens er bezwaar tegen hebben.

En, inderdaad, zelfs de Rotterdamse burgemeester Wim Thomassen noemt het verloop van het festival naderhand ‘hartverwarmend’ – al kan hij er eigenlijk pas echt iets over zeggen als de eindbalans is opgemaakt. ‘Één van onze bezorgdheden was de medische en hygiënische kant ervan en of er bepaalde ziekten uit voortkomen, besmettingen of iets van dien aard, dat merken we natuurlijk pas na afloop. Maar tot nu toe zijn we tevreden.’ ’s Mans eigen dochter heeft Kralingen ook bezocht. ‘De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat die vannacht in haar eigen bed is komen te slapen.’

Zij en andere generatiegenoten, tegenwoordig opgezadeld met het predicaat boomer, zullen deze degelijke ‘trip down memory lane’ over het Nederlandse Woodstock ongetwijfeld ook liefdevol omarmen. Terwijl anderen zich erover kunnen verbazen hoeveel van de toenmalige vrijheid sindsdien verloren is gegaan.

Future Me

Gusto Entertainment

‘Eigenlijk is documentaire ook gewoon veel meer fictie dan je denkt, hè?’, zegt Vincent Boy Kars tegen zijn vriendin Eva. ‘No offense naar docu verder, maar het is eigenlijk gewoon een fucking manipulatief medium. Je zit gewoon naar een gemanipuleerde werkelijkheid te kijken. Hoe echt is dat? Of hoor deze dan: fictie is de leugen waarmee de waarheid wordt verteld. Sicke quote, toch?’ De twee lopen, in zwart-wit, over een grasveld en komen dan bij een glijbaan. ‘Attentie voor opname’, roept hij voordat zij ervan mag afglijden. ‘Drie-twee-een. Actie!’

Het is duidelijk: Vincent tast in zijn nieuwe film Future Me (98 min.) opnieuw de grenzen tussen de realiteit en de film af. Alhoewel, Vincent? De glijbaanscène wordt gespeeld door Martijn Lakemeier, een acteur die hij zichzelf als rol heeft toebedeeld. En de actrice Damaris de Jong vertolkt zijn vriendin Eva. Ook met dat concept speelt Kars echter weer. In een romantische scène over de ontmoeting met zijn vriendin Eva (die hem complimenteert met Drama Girl (2020), de tweede film van zijn coming of age-trilogie) speelt Vincent wel degelijk zichzelf. Met Damaris, dat wel. En naderhand gaat hij daar dan weer over in gesprek met de echte Eva, die er een beetje verontwaardigd over is.

Dat laveren tussen fictie en non-fictie – eerder ook al te zien in de eerste film van zijn trilogie, Independent Boy (2017) – is inmiddels het handelsmerk geworden van Vincent Boy Kars. Dit slotstuk van het drieluik heeft niet voor niets als ondertitel: in fiction I dare to be real. Daarbij moet hij ook nog, als de één of andere acteur, accepteren dat een andere regisseur, Peter de Baan van De Vloer Op, hem weer aanstuurt als hij zichzelf acteert in situaties die zijn gebeurd – of hadden kunnen gebeuren.  De film wordt daardoor één grote mindfuck, waarmee hij de waarheid probeert te liegen. Voortdurend schakelend tussen zwart-wit en kleur en flink aangezet met een dikke synth-soundtrack.

Future Me, dat ook nog is doorsneden met scènes van Kars met een therapeut, is zonder twijfel zijn meest persoonlijke productie. Een egofilm en daar weer een commentaar op, een meta-egofilm – of zoiets. Over zijn overleden vader, gespeeld door acteur Leopold Witte, en zijn relatie met Eva, meestal gespeeld door Damaris de Jong, en altijd bezig zijn met een film. Over Vincent, dat vooral. Doelbewust zoekt hij als maker/subject het niemandsland op tussen zelfreflectie en zelfbevlekking, tussen kritisch kijken en navelstaren en tussen dodelijke ernst en al even dodelijke scherts. Een typische Millennial-film, zou je kunnen zeggen. Intrigerend en cringe tegelijk.

Wanneer Waan Werkelijkheid Wordt

BNNVARA

‘Mijn hersens knetterden letterlijk uit mijn kop’, vertelt Jöran Moerkens. ‘Alles wat ik ooit in mijn leven had geleerd kwam in één keer ter plekke binnen.’ Pure chaos volgt. Over elkaar heen buitelende beelden, begeleid door een kakafonie aan geluid en flarden van zinnen. Gekmakend. Zo ongeveer moet het er toen in zijn hoofd aan toe zijn gegaan. De unheimische beeldsequentie komt tot een climax met een iconisch tafereel: Jöran staat met zijn armen gespreid, badend in een hemels licht. Alsof hij Jezus is. En misschien heeft hij dat, heel even, ook wel gedacht.

Samen met oud-huisgenoot Vincent kijkt de dertiger vervolgens terug op de periode waarin hij in een manie verstrikt raakt. Wanneer Waan Werkelijkheid Wordt (52 min.) dus. ‘Ik heb me nog nooit zo klein gevoeld’, herinnert Jöran zich. ‘Dat je het gevoel hebt dat je zit te praten en probeert te communiceren met mensen, maar dat niemand je meer hoort. Dat je als het ware tegen lucht aan het praten bent.’ Zijn zus Verona herinnert zich dat moment ook nog goed. ‘Vincent belde: je moet ‘m komen halen. Hij is gek geworden.’ Jöran is een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving.

Die jongen wordt zichtbaar in door hemzelf en zijn directe omgeving geschoten videobeelden: extatisch zingend, zijn haar afscherend of orerend dat hij de zin van het leven heeft ontdekt. Zo kruipt zijn psychose deze film van Mark Lindenberg en Joris Sluiter binnen. Een schrikbeeld dat nog wordt versterkt door vervreemdende animaties. Jöran voelt zich soms zo goed, dat er niets goeds meer aan is. Hij komt los te staan van alles en iedereen. Zij weten niet meer wat ze met hem aan moeten, hij voelt zich volledig onbegrepen. En daarna kan hij zomaar een diepe donkerte intuimelen.

Het leven met een bipolaire stoornis is een opgave. Voor de persoon zelf, maar ook voor zijn directe omgeving. Die moet zowel de manische als depressieve episodes zien te verduren. Jörans zus en vrienden getuigen daarvan in deze film en kunnen zich er nog altijd over verbazen wat er soms allemaal in zijn hoofd omgaat en hoe weinig hij dan meekrijgt van hun zorgen over hem. De filmmakers gebruiken een tol voor Jörans geestestoestand. Die komt langzaam op snelheid, raakt daarna helemaal over z’n toeren en komt tenslotte plotseling, soms met enige dwang, tot stilstand. 

Zelf beleeft Jöran vooralsnog weinig plezier aan dat met pillen afgevlakte leven. Hij verlangt, tot afgrijzen van zijn zus Verona, nog wel eens terug naar het zuivere geluk van de manie. Daar zit ook het ongemak van zijn indringende ervaringsverhaal: hoezeer zijn verstand hem ook vertelt dat hij er weg moet blijven, de gekte heeft zijn aantrekkingskracht nog niet volledig verloren. Gewoon is ook maar zo gewoon, lijkt iets in hem te zeggen. Zo kleurloos. De vonk lonkt, ook al weet Jöran dat er een kans is dat hij dan wordt verslonden door het vuur.

Brieven Aan Vincent

NTR

‘Weet je, Vincent, ik heb nooit geschilderd’, begint Françoise Boissonat haar brief aan Vincent van Gogh, bij wie ze troost vindt. ‘Toch heb ik het gevoel dat we heel wat gemeen hebben. De gevoeligheid voor licht en kleur, de mooie dingen die de natuur ons zo schaamteloos heeft gegeven. Zoals we ons kunnen verliezen in een landschap, de oogst of de wind in de tarwe. Alle kleine dingen waardoor ons kapotte brein zich toch zo sterk voelt.’

Van Gogh verbleef een belangrijk deel van zijn laatste levensjaar – van mei 1889 tot mei 1890 – in het psychiatrische ziekenhuis Saint-Paul-De-Mausole te Frankrijk. Van daaruit schreef hij persoonlijke brieven aan zijn moeder, zussen en broer Theo. In deze kliniek, gevestigd in een voormalig klooster, worden nog altijd kwetsbare mensen opgevangen. En ook zij schilderen en schrijven hun persoonlijke malheur van zich af.

In de gestileerde korte documentaire Brieven Aan Vincent (25 min.) richten enkele vrouwen zich tot hun illustere voorganger. In hun eigen woorden, recht op camera uitgesproken, vertellen ze hem over hun verdriet, verslavingen en somberte. En hij, de dan nog miskende kunstenaar, ‘antwoordt’ hen, met de gedachten en gevoelens die hij zelf ooit aan het papier heeft toevertrouwd – en die nu door acteur Valentijn Dhaenens zijn ingesproken.

Via deze zielsverwanten, hun geschriften en de idyllische omgeving waarvan die een weerspiegeling zijn onderzoekt documentairemaker Hannah van Tassel zo het schemergebied tussen creativiteit en gekte. Schilderen werkt heilzaam voor hen. Net als zingen. ‘Beste Vincent, ik heb ervan genoten om in het klooster te zijn, waar jij een jaar hebt verbleven’, vervolgt Françoise aan het eind van deze fraaie, verstilde film haar persoonlijke brief.

‘Misschien is het je subtiele aanwezigheid – of beter: je subtiele afwezigheid – die deze plek zo bijzonder maakt. Je bent hier zonder hier te zijn, zo donker dwalend over de wegen als je schilderijen licht geven.’ Ze heeft ook bemoedigende woorden gevonden voor hem, de man die pas na zijn dood erkenning heeft gekregen als schilder. ‘Weet je, Vincent, dat alle schilderijen die je hier hebt gemaakt nu in de hele wereld bekend zijn? Al het beste, Françoise.’

Ze kijkt recht in de camera, laat een stilte vallen en slikt met moeite haar emotie weg.

Rebound

Watertower TV

Als Sebastien Bellin in oktober 2022 aan de start van de Ironman-triatlon in Hawaï verschijnt, zijn er zo’n 2391 dagen verstreken. 2391 dagen sinds de terroristische aanslagen op het Brusselse vliegveld Zaventem van 22 maart 2016, waarbij hij ernstig gewond raakte aan zijn benen en heup. ‘It’s not about the setback’, houdt Ironmans speaker van dienst de voormalige topbasketballer nu voor. ‘It’s about the comeback.’ ‘That’s right’, reageert Bellin met een glimlach. ‘That’s right.’

De zwaarste ééndagswedstrijd van de wereld is jarenlang zijn richtpunt geweest. In Rebound (61 min.) reconstrueren Tim Vervoort, Vincent Stevens en Gilles Simonet dit proces, dat zowel lichamelijk als geestelijk het uiterste van de Braziliaanse Belg vraagt en hem onderweg steeds weer confronteert met zijn fysieke beperkingen: een lichaam dat niet langer alles doet en kan wat hij wil. En dat is een hard gelag voor de oud-topsporter die altijd heeft gedacht dat waar een wil is ook een weg moet zijn.

Van dit uitgangspunt, dat toch weer het leidmotief voor zijn weg naar Ironman zal worden, moest hij zelf in eerste instantie overigens ook overtuigd worden, blijkt tijdens een emotionele ontmoeting met de arts die hem na de terreuraanslagen heeft behandeld. Sta op en loop, zei Dimitrios Koulalis tegen Bellin toen hij verslagen in een ziekenhuisbed lag en geen enkel gevoel in zijn benen meer had. Dat ging hij uiteindelijk toch maar doen. En het zwemmen en fietsen volgden daarna vanzelf.

Behalve Bellin zelf laten Vervoort, Stevens en Simonet ook diens echtgenote Sara, schoonvader Richard Oldham, zijn basketbaltrainer Greg Kampe, inspanningsfysioloog Jan Bourgois en zijn huidige coach, tweevoudig Ironman-winnaar Luc van Lierde, aan het woord. Ze begeleiden de verrichtingen van hun held bovendien met tamelijk opdringerige muziek. Alsof de kijker moet worden overtuigd van de emotionele lading van Bellins remonte, een man met een broos lichaam en ijzeren wil.

Aan het eind van Ironman en deze gedegen weerslag van zijn setback en comeback komt er een herboren versie van Sebastien Bellin over de finish. Een man die zichzelf heeft overwonnen – en daarmee ook de tegenslag die hij op zijn weg heeft gevonden. ‘Ik heb nu alles in me’, constateert hij gelouterd, ‘om elke afzonderlijke dag te winnen.’

Murky Skies

Jos Wiersema / VPRO

Na een journalistieke reconstructie van de Bijlmervliegramp (Rampvlucht) en een persoonlijke terugblik op de gevolgen daarvan voor kinderen uit de Amsterdamse wijk (Akwasi’s Een Gat In Mijn Hart) is er nu de Israëlische miniserie Murky Skies (143 min.), die de inmiddels dertigjarige ramp aanvliegt vanuit een internationaal perspectief.

Regisseur Noam Pinchas ontleedt de ramp en de jarenlange nasleep daarvan met diverse Nederlandse slachtoffers en bekende Bijlmervliegramp-gezichten zoals journalist Vincent Dekker (Trouw), onderzoeker van de Rijksluchtvaartdienst Henk Pruis, PvdA-kamerlid Rob ‘Bijlmerboy’ van Gijzel en Theo Meijer, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie. Pinchas steekt zijn licht daarnaast ook op in Israël. Hij ontfutselt officiële woordvoerders, insiders en deskundigen nieuwe inzichten en stuit op nog niet eerder gebruikt archiefmateriaal en onbekende bewijsstukken.

In aflevering 1 concentreert Pinchas zich op de oorzaken van de fatale vlucht met een Boeing 747 van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al op 4 oktober 1992. Was er sprake van een overmoedige vliegtuigcrew, achterstallig onderhoud of toch een probleem in de constructie van het toestel? Het antwoord op die vraag is tevens van belang in verband met de aansprakelijkheid. Bij wie kunnen slachtoffers zich melden voor een schadevergoeding? Bij de Nederlandse overheid, bij vliegmaatschappij El Al of toch bij de Amerikaanse fabrikant Boeing?

Aflevering 2 geeft ruimte aan de overlevenden die zich niet gehoord voelen als ze gezondheidsklachten krijgen. Mensen verzinnen van alles om compensatie te krijgen en worden daarbij geholpen door de media, stelt Israel Chervin, cargo manager van El Al in Europa, zonder te verblikken of verblozen. ‘Alles wat je verwacht als iemand een slaatje probeert te slaan van een ramp zoals deze.’ En van het stiekeme vervoer van verarmd uranium of ‘mysterieuze mannen in witte pakken’ willen de betrokken partijen in eerste instantie al helemaal niets weten.

In de laatste aflevering belicht Murky Skies tenslotte de politieke afhandeling van de Bijlmervliegramp, in de vorm van een parlementaire enquête die bepaald niet door iedereen wordt omarmd. Israël weigert bijvoorbeeld elke medewerking. Het woord ‘antisemitisme’ valt zelfs om de kritische houding in Nederland te omschrijven. Toch zal het onderzoek uiteindelijk weinig opleveren. Er lijkt voor de betrokken landen en ondernemingen te veel op het spel te staan, om zomaar open kaart te spelen naar de slachtoffers en nabestaanden.

Met gedegen onderzoek, scherpe interviews en een flinke scheut suspense brengt Noam Pinchas in deze driedelige docuserie in kaart hoe de machinaties rond dat neergestorte vliegtuig in de Bijlmer, waarbij zeker 43 mensen de dood hebben gevonden, het oorspronkelijke verdriet en verlies alleen maar hebben vergroot en bij menigeen bovendien een gevoel van opperste machteloosheid hebben achtergelaten. Van gewone burgers die worden vermalen door ‘the powers that be’.