After A Revolution

IDFA

Tijdens de Libische revolutie van 2011 staan broer en zus tegenover elkaar. Haroun vecht aan de zijde van de omstreden leider Muammar Gaddafi, die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep hield. ‘Dokter’ Myriam heeft zich aan de zijde van de rebellen geschaard. Later, bij de strijd om hun geboortestad Babi Walid, zullen de twee elkaar toch weer vinden in hun verlangen naar een vrij en democratisch land.

In de navolgende jaren volgt Giovanni Buccomino broer en zus als Libië After A Revolution (122 min.) alle wrevel achter zich moet zien te laten. Haroun en Myriam, bijgenaamd Doshka (naar het wapen dat ze droeg tijdens de strijd), doen in die periode danig van zich spreken. Hij restaureert een omstreden heiligdom, zij manifesteert zich als politica. Behalve lof levert hen dit ook jaloezie, woede en vijandschap op. En in het machtsvacuüm dat is ontstaan na Gaddafi’s schijnbaar oneindige regime krijgen ze ook te maken met partijen als de Moslimbroederschap en Islamitische Staat.

Via zijn twee protagonisten en hun dierbaren brengt Buccomino op indringende wijze de nasleep van de Libische burgeroorlog in beeld – of gewoon de voortzetting ervan, met min of meer democratische middelen. Ook die slaat wonden in het lijf en de ziel van de gepassioneerde broer en zus, die hun vertrouwen in de toekomst van hun land dreigen te verliezen. Libië is nog altijd tot op het bot verdeeld en herbergt zoveel strijdige meningen, partijen en belangen dat er weinig nodig is om het land weer te laten afdalen in de donkerste krochten van de hel.

Prince Of Muck

De Productie

‘We willen evolutie’, zegt Lawrence MacEwen. ‘Geen revolutie.’ De bebaarde Schotse boer gelooft in geleidelijkheid. Als er dan toch iets moet veranderen, laat het dan langzaam gaan. Vloeiend. Bijna zonder dat je het merkt. Precies zoals het nu met hemzelf zou moeten gaan. Langzaam maar zeker verdwijnt hij uit beeld op het eiland Muck, nabij de westkust van Schotland. Waarna zoon Colin zijn werk voortzet.

Zo verloopt ‘t alleen niet voor de Prince Of Muck (77 min.). Althans, zo vóelt het niet. Zijn opvolger wil niet naar hem luisteren. Die weet het beter. Ineens lijkt die dikke halve eeuw boeren er niet meer toe te doen. Lawrence’s vrouw Jenny vindt dat hij niet zo moet somberen. Laat die jongen toch! Zoals wij ‘t deden, zo doen ze ‘t nu niet meer, houdt ze haar echtgenoot voor. En die probeert zijn onvrede voor zichzelf te houden.

De man die zich begint te realiseren dat zijn tijd er zo langzamerhand opzit is nochtans een interessant hoofdpersonage voor deze verstilde film van Cindy Jansen. Terwijl hij zich bekommert om zijn koeien, werk verricht met zijn tractor of speelt met de kleinkinderen, mijmert de eilander over het verleden. Hij laat zijn lange leven de revue passeren en kan daarbij zomaar ineens een gedicht reciteren, dat hij als kind heeft geleerd.

Sinds jaar en dag houdt Lawrence ook een dagboek bij, een gewoonte die hij heeft overgenomen van zijn vader. Via voorgelezen fragmenten daaruit, die als geraamte voor deze documentaire fungeren, laat hij in zijn ziel kijken; van de rituele passages over werk, weer en wind tot een staccato verslag van ingrijpende levensgebeurtenissen en sterfgevallen. Hij is volledig vergroeid met Muck. Zoals zijn vader ooit was en zoon nu is.

Dat gevoel van afscheid nemen en ruimte maken voor een nieuwe generatie, een proces dat onvermijdelijk gepaard gaat met weemoed en weerzin, is voortdurend op de achtergrond aanwezig in dit bitterzoete portret van het leven op een idyllisch Schots eiland, waar de zee geeft en neemt en een koppige Schot en zijn familie hun complete leven slijten.

A Thousand Fires

IDFA

Yoon Mi Mi Aung prent het haar jongere broer nog maar eens in. ‘Dit is de enige kans die je hebt om je leven te verbeteren. Als dit niet lukt, wat ga je dan doen? Werken op het olieveld? Boeren? Je zou niet eens weten hoe ’t moet!’

Zin Ko Aung heeft een proeftraining bij de voetbalclub Rakhine United F.C., in de grote stad Sittwe, op het programma staan. De jongen uit Magway, op het platteland van Myanmar, wil profspeler worden. ‘Als jij beroemd bent, gaan wij ons op je verlaten’, houdt zijn zus, die zelf inmiddels een kind heeft, hem quasi-serieus voor. ‘Ik stop dan onmiddellijk met werken.’

Niet veel later gaan de ouders van de getalenteerde linkspoot langs bij een waarzegger, niet voor het eerst in deze film. ‘Als hij doet wat hij leuk vindt’, vraagt zijn moeder Htwe Tin, ‘wordt hij dan succesvol?’ De ziener geeft een onnavolgbaar antwoord, boordevol heel betekenisvolle cijfers en dagen, dat al even enigmatisch eindigt: ‘Hij doet wat hij wil. Zo is hij geboren.’

Htwe Tin en haar echtgenoot Thein Shwe weten welk leven er op hun kind wacht als een sportcarrière toch niet voor hem is weggelegd. Zij hebben bij hun huis een geïmproviseerde boorput, waarmee ze handmatig olie uit de grond halen. Geen grote hoeveelheden. Een vat per dag misschien. Nét genoeg om te leven. Als ze heel hard doorwerken, tenminste.

In A Thousand Fires (90 min.) kruipt regisseur Saeed Taji Farouki dicht op het elementaire bestaan van het Birmese echtpaar. Behalve met het oppompen van olie – een zware, repetitieve taak die bovendien regelmatig voor kleinere en grotere verwondingen zorgt – houden Htwe en Thein zich vooral bezig met hun (klein)kinderen. Hoe zij een beter leven kunnen krijgen.

Farouki doorsnijdt hun dagelijkse beslommeringen met immersieve sequenties van al wat stroomt, brandt of blubbert. Beelden die bijna zijn te ruiken. Zoals ook de hitte en slopende arbeid, die eigenlijk in niets doet denken aan wat we in Westen associëren met oliewinning, bijna lijfelijk zijn te voelen in deze zintuiglijke film, waarin ook het geluid van de oliepomp alomtegenwoordig is.

Een in wezen klein familieverhaal krijgt in A Thousand Fires zo een universeel karakter. Van stug doorploeteren, voor en met elkaar en ondertussen hopen op een beter leven – al is het dan voor een volgende generatie.

Listening To Kenny G

IDFA

Hij kan doorgaan voor de Dinand Woesthoff van de Amerikaanse jazz. Net als de zanger van de Nederlandse rockband Kane weet saxofonist Kenny G als geen ander het grote publiek te behagen én alle critici en ‘serieuze liefhebbers’ serieus tegen de haren in te strijken. Waar Woesthoff en zijn groep voortdurend met weerstand hadden te maken – men neme bijvoorbeeld de Facebook-groep Bij Een Miljoen Likes Stopt Kane – is in de Verenigde Staten het ridiculiseren van de toeterende krullenbol uitgegroeid tot een soort volkssport.

De verzamelde jazzkenners aan het begin van Listening To Kenny G (96 min.) bijten dan ook op hun lip om niet al te laatdunkend over de man en zijn instrumentale muziek te spreken. ‘Hij maakt “leuke” muziek voor “leuke” mensen’, zegt criticus Will Layman van Popmatters bijvoorbeeld. ‘Ik maak mezelf alleen wijs dat ik beter ben dan dat.’ Wat jazz interessant maakt is de dialoog tussen verschillende muzikanten, stelt hij even later. ‘En wat je in Kenny G’s muziek hoort is totaal geen gesprek. Dat is een soloproject. Dit is geen seks, dit is masturbatie.’

Toch zijn er hele volksstammen bereid om ook buiten de wachtkamer, lift of slaapkamer naar Kenny Gorelick te luisteren. En zelf snapt hij dat wel. Hij heeft nu eenmaal een geweldig oor voor melodieën. Logisch. ‘s Mans ontwapenende eerlijkheid is een belangrijke troef van deze film. Net als de speelse manier waarop regisseur en interviewer Penny Lane hem tegemoet treedt. De twee hebben duidelijk chemie. En dat maakt deze documentaire – ook al verafschuw je Kenny G’s smooth jazz – tot een hartstikke aardige traktatie.

Behalve de muziek van die ene omstreden saxofonist – en vader, golfer, piloot en investeerder – behandelt Lane ook de vraag wat nu eigenlijk goede kunst is en wie dat dan bepaalt. Kenny wil zich intussen buigen over/vergrijpen aan het oeuvre van erkende jazzhelden zoals John Coltrane en Stan Getz. Net als Dinand weet hij dat de strontkar sowieso over hem wordt uitgereden. Hij maakt zich echter allang niet meer zo druk om de jazzpolitie. Zegt ie. En als Kenny G dat met een ontspannen glimlach beweert, is het lastig om dat niet te geloven.

F@ck This Job

Het beeldscherm is verdeeld in vier vlakken. In elk vlak is een Russische zender te zien. Drie ervan hebben vastgehouden aan hun gebruikelijke programmering: een dramaserie, reality-tv en een comedy of iets dergelijks. Business as usual. Linksonder is echter een live-verslag van een (zelfmoord)aanslag op het Domodedovo-vliegveld in Moskou te zien. Het is 24 januari 2011, de dag waarop de onafhankelijke televisiezender Dozhd Vladimir Poetin tegen de haren instrijkt.

Dat juist Dozhd de almachtige Russische leider zou tarten, hadden waarschijnlijk slechts weinigen voorspeld. Het station begon als een speeltje van Natasha Sindeeva, een flamboyante dame met een rijke vent, de bankier Sasha Vinokurov, die zich had voorgenomen om een ‘optimistic channel’ te beginnen. Ze rolde zelfs nog eens de rode loper uit voor Poetins aaibare opvolger/voorganger Dmitri Medvedev. Totdat het journalistieke bloed toch begon te kruipen waar het niet gaan mocht.

En dan verandert de documentaire F@ck This Job (102 min.) van Vera Krichevskaya, die zelf als lekker luchtige verteller fungeert, ook langzaam maar zeker van toon. Waar de filmmaakster eerst uitgebreid stilstaat bij Natasha’s roze Porsche, haar droomhuwelijk in ‘het Russische Versailles’ en de flair waarmee ze Dozhd opstuwt in de vaart der volkeren, komt de nadruk gaandeweg steeds meer te liggen op hoe diezelfde losbol zich ontwikkelt tot een voorvechtster van het vrije woord.

Deze film is dan allang een naargeestige impressie geworden van het hedendaagse Rusland, waar de vrijheid van meningsuiting rigoureus de kop wordt ingedrukt en het op helden tegen wil en dank zoals Natasha Sindeeva en de journalisten van Dozhd begint aan te komen. Ook voor hen gaat dat echter niet vanzelf. Terwijl haar medewerkers zich van alle kanten bedreigd beginnen te voelen, krijgt hun wilskrachtige leidsvrouwe het, mede door gezondheidsproblemen, steeds lastiger.

Krichevskaya probeert de persoonlijke malheur van haar protagonist te verbinden met de deplorabele staat van het land waarin zij allebei leven. Die twee komen niet altijd even soepel samen. Dit neemt echter niet weg dat F@ck This Job een film is, waarbij het lachen, om de vermakelijke capriolen van een nouveau riche-type, je gaandeweg vergaat als je ziet hoe zij, juist zij, met gevaar voor eigen lijf en leden de strijd met de nietsontziende Russische leider blijft aangaan.

Children Of The Mist

IDFA

‘Ik zal echt niet zó naïef zijn’, beweert Di ferm. Het Vietnamese meisje weet het zeker: mij gaat beslist niet gebeuren wat m’n oudere zus La is overkomen. ‘Op die avond was mijn moeder dronken’, herinnert Di zich. ‘Toen realiseerde ze zich ineens dat ze La al een tijdje niet had gezien. Ze vroeg mij waar ze was. Ik dacht dat ze was teruggegaan naar kostschool. Toen ik ons varken had gevoerd, zag ik mama huilend aan de telefoon zitten. De buren vertelden me dat mijn zus was ontvoerd.’

Di’s moeder is zelf ook het slachtoffer geworden van zulke ‘bride-kidnapping’, een eeuwenoud gebruik binnen de Hmong-gemeenschap, die huist in het bergachtige landschap van Noord-Vietnam. Rond nieuwjaar ontvoeren mannen, jongens vaak nog, er hele jonge meisjes met wie ze in het huwelijk willen treden. Di’s vader kan bijvoorbeeld nog altijd trots vertellen over hoe hij dat destijds zelf heeft aangepakt.

Of ze nu wil of niet, het is een lot dat ook zijn dochter boven het hoofd hangt in Children Of The Mist (92 min.). Voor haar debuutfilm volgt regisseur Diem Ha Le het opgroeiende meisje drie jaar lang, in een periode waarin ze volgens onze westerse normen gewoon nog kind is – en ook moet zijn. Terwijl Di op school in contact wordt gebracht met moderne waarden, is haar zus La op haar zeventiende inmiddels voor de tweede keer zwanger.

De filmmaakster laat feilloos zien hoe meerdere Hmong-generaties hun geheel eigen rituelen en gebruiken koesteren en er tegelijk ook in gevangen zitten. Als een meisje eenmaal is weggerukt uit haar natuurlijke omgeving, worden automatisch de onderhandelingen tussen de twee families, vergezeld van veel vormelijkheden, drank en drama, opgestart en is het nog maar de vraag of, en zo ja wat, de beoogde echtelieden dan nog te vertellen hebben.

Dat zou zomaar ook het voorland kunnen zijn van Di, die met het ene been ferm in de 21e eeuw staat en met het andere toch ook in de traditie van haar volk. Zeker als nieuwjaar nadert, zorgt dat voor frictie met haar ouders, waarbij het tienermeisje en haar bitse moeder soms vechten als kat en hond. Want als Di zou besluiten om haar ‘rover’ af te wijzen, kan dat wel eens voor gezichtsverlies van haar familie zorgen.

Dit leidt in Children Of The Mist tot pijnlijke taferelen, waarbij conflicten, soms bijna letterlijk, voor de camera worden uitgevochten. Dat tekent zich in deze indringende film bovendien af tegen een dramatisch decor, de rijstvelden en mistige heuvels van Noord-Vietnam, waar een opgroeiend Hmong-meisje zich net zo thuis, nietig en verloren kan voelen als binnen de tradities van haar volk.

The Velvet Queen

Periscoop Film

De pijn verbijten, de tijd vergeten en nooit twijfelen of je krijgt wat je verlangt. Dat is kortweg, in de woorden van de Franse romanschrijver en rasavonturier Sylvain Tesson, de attitude van zijn reisgenoot in The Velvet Queen (originele titel Les Panthère Des Neiges, 92 min.). Natuurfotograaf Vincent Munier heeft Tesson meegenomen naar het Tibetaanse hoogland. In dat adembenemende decor, op duizenden meters hoogte en in ijzige kou, hopen ze samen een sneeuwluipaard te betrappen.

Tijdens hun wekenlange voettocht praat de fotograaf zijn metgezel fluisterend bij over de dieren die ze ontwaren: antilopen, blauwschapen, yaks, Tibetaanse vossen of blauwe beren. Samen verbazen ze zich over deze majestueuze wereld, waarin de mens niet meer is dan een voetboot. De heilige graal, zo’n ongrijpbaar luipaard, blijft vooralsnog echter buiten (camera)bereik. ‘Waar is mijn kameraad naar op zoek?’ vraagt Tesson, die als verteller fungeert, zich ondertussen af. ‘Rondsnuffelend tussen de rotsen met zijn verrekijker.’ Munier zegt dat hij vooral de schoonheid van de natuur wil vieren. Hij is er niet op uit om de onvolkomenheden daarvan bloot te leggen.

Die houding, vervat in een ontzag voor al wat leeft of geleefd heeft, geeft hun queeste – en daarmee ook deze film – een groots en filosofisch karakter. Waarbij de twee mannen steeds die ene zin in hun achterhoofd houden: Big Brother is watching you. Misschien zien wij het dier dat we zoeken niet, maar dat ziet ons wel degelijk. Illustratief daarvoor is de intrigerende foto van een valk die de Franse fotograaf tijdens een eerdere reis naar Tibet heeft gemaakt. Is dat werkelijk een sneeuwluipaard dat hem vanachter die rotspartij gadeslaat? Of is het toch een zinsbegoocheling?

Munier en Tesson gebruiken alles wat ze hebben om het mythische dier alsnog te vangen. Ze plaatsen bijvoorbeeld op strategische plekken kleine, gecamoufleerde cameraatjes, in de hoop zo een glimp van een sneeuwluipaard te kunnen opvangen. Dat streven naar een ogenschijnlijk vrijwel onbereikbaar doel drijft deze magnifieke documentaire van Marie Amiguet, waarin de vergezichten van Tesson en Munier, het weldadige decor en de prachtige soundtrack van Warren Ellis, gemaakt in samenwerking met Nick Cave, op een glorieuze manier versmelten. Via deze ontzagwekkende wereld laat The Velvet Queen de mens zien zoals hij werkelijk is: een nietig wezen, dat ongegeneerd begeesterd en ontroerd kan, mag én moet raken door al wat hem omgeeft.

Jagged

HBO

Op voorhand waren er de berichten: Alanis Morissette distantieert zich van deze documentaire over het enorme succes van haar debuut als volwassen artiest, Jagged Little Pill (1995). Morissette voelt zich verraden door maakster Alison Klayman, verklaarde ze aan Variety. Die zou misbruik hebben gemaakt van een kwetsbare periode in haar leven, de postnatale depressie waarin ze belandde na de geboorte van haar derde kind. De film zou ook enkele pertinente onwaarheden bevatten.

Het is niet moeilijk om te bedenken met welke passages uit Jagged (99 min.) Morissette achteraf bezien moeite zou kunnen hebben. Ze hint bijvoorbeeld duidelijk naar seksueel misbruik in haar jaren als prille tiener, vóórdat ze Jagged Little Pill maakte. En verhaalt over die keer dat ze werd uitgenodigd door haar producer om enkele zangpartijen opnieuw in te zingen. In werkelijkheid wilde die het eens over haar gewicht hebben. Het was in zo’n omgeving, wil ze maar zeggen, slechts een kwestie voordat ze een eetstoornis ontwikkelde.

Waarom ze al die tijd heeft gewacht om zulke ontboezemingen te doen? Vrouwen wachten helemaal niet, zegt ze scherp. Er was gewoon een cultuur van niet (willen) luisteren. En dat is het dan wel zo’n beetje. Verder is Jagged ‘gewoon’ een popdocu over een artiest die boven zichzelf uitstijgt en een onwaarschijnlijk succesverhaal wordt. Verteld door de hoofdpersoon zelf, enkele getrouwen (producer en mede-songschrijver Glen Ballard, drummer Taylor Hawkins en haar vriendinnen Steph Gibson en Johanna Stein) en enkele ‘kenners’ (waarvan je je kunt afvragen wat ze nu werkelijk toevoegen).

Het uitgangspunt is intrigerend: tienerster wordt gedumpt door haar platenmaatschappij (en door een nog altijd onbekend vriendje, aan wie ze de vlijmscherpe wereldhit You Oughta Know zal wijden) en neemt op de best mogelijke manier wraak: met een collectie onweerstaanbare hart-op-de-tong liedjes, die zich halverwege de jaren negentig ontwikkelen tot de lijfliederen van een nieuwe generatie (vrouwen). Die songs – waarvan de teksten typografisch worden afgebeeld – hebben in de tussentijd nauwelijks aan kracht ingeboet. En ook Morissettes performances met haar band – waarvan sommige leden zich overigens, ondanks haar, gewoon als rockbeesten gedroegen – staan 25 jaar na dato nog altijd fier overeind.

Leuk, dat zeker. En voor generatiegenoten van de Canadese zangeres zonder enige twijfel ook een feest van herkenning. Méér wordt Jagged evenwel nooit: een alleraardigste terugblik op de formatieve jaren van een toonaangevende artiest, die de wereld van de popmuziek definitief zou hebben opengebroken voor vrouwen. Géén diep persoonlijk verhaal van een vrouw die al haar halve leven in therapie zegt te zitten en nu in het openbaar het achterste van haar tong laat zien.

Judges Under Pressure

Kacper Lisowski / VPRO

Judges Under Pressure (86 min.) maakt zichtbaar waar half Europa zich al een behoorlijke tijd zorgen over maakt: de aanval van de rechts-conservatieve regering van Polen op de rechterlijke macht. De onafhankelijkheid van de rechtspraak – en daarmee van de democratie zelf – komt erdoor onder druk te staan.

Met zijn strijd tegen de vermeende immuniteit van de ‘juridische aristocratie’, die geen draagvlak zou hebben onder het gewone volk, zetten president Andrzej Duda en zijn medestanders van de PiS-partij de ene na de andere rechter de duimschroeven aan. Intussen proberen ze ook plannen ten uitvoer te brengen die abortus moeilijker maken en de rechten van de LGBTI-gemeenschap inperken. Een heuse cultuuroorlog dus, in het hart van de Europese gemeenschap.

In deze onrustbarende film sluit documentairemaker Kacper Lisowski aan bij het gezicht van de protestbeweging tegen de regeringsplannen, Igor Tuleya, en andere rechters die worden geraakt door Duda’s machtsgreep en zich verzetten tegen de inbreuk op hun onafhankelijkheid. Op vertrouwd terrein natuurlijk, de rechtszaal in eigen land en Europa, maar ook op onontgonnen gebied: popfestivals, workshops en demonstraties.

Het dreigt een gevecht tegen de bierkaai te worden, waarbij de strijdbaarheid van de rechters gaandeweg steeds vaker gezelschap krijgt van moedeloosheid en wanhoop. Tuleya, gedurig therapeutisch rokend, probeert nochtans zijn gevoel voor humor te behouden in deze traditioneel opgezette documentaire, waarin Lisowski de ontwikkelingen op de voet volgt, diverse juristen aan het woord laat en dit geheel dan weer doorsnijdt met stekelige Poolse protestsongs.‘

‘Een guillotine is alleen gevaarlijk als het mes nog in de lucht hangt’, constateert Igor Tuleya, die strafrechtelijk wordt vervolgd in eigen land, uiteindelijk enigszins mismoedig. ‘Niet meer als dat al is gevallen.’ Het is de zwartgallige conclusie van een urgente film, over de verwording van een Europese democratie.

Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song

IDFA

John CaleJeff Buckley en zelfs Shrek moesten eraan te pas komen, maar toen werd Leonard Cohens Hallelujah dan toch echt een absolute evergreen, die via televisieprogramma’s als The VoiceX Factor en – pak ‘m beet – Matthijs Gaat Door definitief zijn weg naar het grote publiek zou vinden. Het zorgde voor ‘een mild gevoel van wraak’ bij de Canadese zanger-songschrijver. Zijn eigen platenmaatschappij Columbia Records had de bijbehorende langspeler Various Positions, kant en klaar en dus allang betaald, in 1984 niet willen uitbrengen. Columbia’s baas Walter Yetnikoff vond het een waardeloze plaat en wilde er geen cent meer aan uitgeven.

Via een glorieuze omweg zou de wereld Hallejujah dus alsnog ontdekken. Het betekende ook eerherstel voor producer/arranger John Lissauer. Zijn bemoeienis met Various Positions leek enige tijd de nekslag voor zijn florerende opnamecarrière. Hij is één van de ‘helden’ van Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song (125 min.) – in zoverre een documentaire over zo’n uitgesproken persoonlijkheid als Cohen nog andere helden toelaat. Als dat zo is, dan verdient natuurlijk ook Jeff Buckley een eervolle vermelding. De begenadigde zanger, zoon van singer-songwriter Tim Buckley, leek de ideale vertolker van het Hallelujah-gevoel. Totdat hij in 1997 op slechts dertigjarige leeftijd een fatale duik in de Mississippi-rivier nam.

Deze film van Dan Geller en Dayna Goldfein start bij Cohens laatste uitvoering van Hallelujah op 21 december 2013, reconstrueert daarna met insiders als journalist Larry ‘Ratso’ Sloman, zangeres Judy Collins, ’s mans rabbi Mordecai Finley, samenwerkingspartner Sharon Robinson en ex-vriendin Dominique Isserman de loopbaan van de zwaarmoedige bard en werkt zo toe naar de conceptie en wedergeboorte van het lied, waaraan hij jaaaaaren werkte, dat wel 180 verschillende coupletten zou hebben gehad en waarvan sommige zinnen maar liefst 250 keer zouden zijn herschreven. Maar dan, zo wil de mythe, heb je ook wat.

Al heeft Bob Dylan zijn vrind Leonard naar verluidt wel eens ingewreven dat hij zijn eigen songs soms binnen een kwartier schrijft, gewoon achter in een taxi. Grootspraak meent de Ierse zanger Glen Hansard, die samen met vakbroeders zoals Brandi CarlileEric Church en Rufus Wainwright enthousiast de zegeningen van Cohens songschrijverschap telt in deze krachtige documentaire. Die vindt een slimme middenweg tussen een portret van de zanger/poëet en het verhaal van zijn signatuursong, waarin ‘s mans ‘holiness’ en ‘horniness’ perfect samenkomen. Één van de beste muziekfilms van het jaar.

In de documentaire Judges Under Pressure zit, voor de liefhebber, ook nog een heerlijke versie van Hallelujah. De woorden Andrzej en Duda, die samen de naam van de Poolse president vormen, blijken perfect in de melodie van Hallelujah te passen. En dan is er snel een zangeres gevonden…

Gabi, Between Ages 8 And 13

IDFA

Gabi wil net zo’n kapsel als Robin van Persie. Ze heeft alleen Emma Watson-haar. Het kapsel van Gareth Bale zou ook al goed zijn. Of een opgeschoren kop zoals Cristiano Ronaldo. Van haar moeder Tracy mag de gedreven voetbalster het alleen niet te kort laten knippen. Dat wordt het alleen wel. Steeds iets korter. Totdat ze kan doorgaan voor een jongen.

Gabriella Jude Fletcher, de hoofdpersoon van Gabi, Between Ages 8 And 13 (78 min.), werd geboren in Newcastle, leefde daarna zes jaar in Stockholm en verhuist nu met haar moeder en stiefvader Thomas naar het Zweedse platteland. Regisseur Engeli Broberg registreert gedurende vijf jaar hoe het haar vergaat: een kind dat niet past in vaste genderrollen. Dat demonstratief een T-shirt draagt met de tekst ‘Raise Boys And Girls The Same Way’.

Dit persoonlijk portret van een buitenbeentje, volledig verteld vanuit het perspectief van het kind, oogt fraai en komt dichtbij hoe zij de wereld ervaart, wat haar daarbij bezighoudt (wie en waar is haar biologische vader?) en met wie ze die zielenroerselen deelt (beste vriend Henry, die naar Australië is verhuisd). Dat is een klein en groot verhaal tegelijk, dat verder zonder al te hoge pieken en diepe dalen aangenaam voorbij trekt.

Flee

De reis begon in Kaboel en zou eindigen in Kopenhagen. Tussendoor zag Amin – als dat zijn echte naam is, tenminste – allerlei uithoeken van de wereld. Het begon allemaal met de verdwijning van zijn vader, die eind jaren tachtig werd opgepakt door de Moedjahedien. De tijd van vliegeren, popmuziek luisteren en volleyballen met zijn broer was toen voorbij voor de Afghaanse jongen. Samen met zijn moeder, broers en zussen sloeg hij op de vlucht. Tijdens zijn tocht zou Amin worden geconfronteerd met mensensmokkelaars, corrupte Russische politieagenten en filmende passagiers van een cruiseschip.

Flee (90 min.) is zijn persoonlijke vluchtverhaal en meteen een universele vertelling over vluchten in het algemeen. Amin – althans een fraaie geanimeerde versie van hem – vertrouwt zijn persoonlijke verhaal toe aan Jonas Poher Rasmussen. Met horten en stoten. In meerdere etappes. Soms gewoon zittend. Andere keren ook liggend, met gesloten ogen in het verleden verdwijnend. De twee zijn vertrouwd met elkaar: ze leerden elkaar in Denemarken op school kennen en zijn inmiddels al 25 jaar bevriend.

Gedurende die periode begon bij Rasmussen het idee te groeien om Amins levensverhaal te verfilmen. Daarvoor moest hij het alleen wel willen én kunnen vertellen. Dat bleek al moeilijk genoeg. Van meet af aan was ook duidelijk dat zijn Afghaanse vriend dit niet in beeld wilde doen. Hij wil anoniem blijven. Deze documentaire moest dus voor een groot deel uit geanimeerde scènes bestaan, aangevuld met archiefmateriaal uit de landen waar Amin onderweg tijdelijk onderdak had gevonden.

Daarbij is dan het originele audio te horen van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn subject. Ook over diens homoseksualiteit. In Afghanistan bestaat dat niet. Ze hebben er niet eens een woord voor. Amin wel. Beter: een naam. Jean-Claude Van Damme. De stoere actieheld maakte heftige gevoelens los bij het jongetje, dat tevens een poster van Chuck Norris aan de muur had hangen. Hij kon toen nog niet weten wat diezelfde gevoelens in de wereld om hem heen te weeg zouden brengen.

Inmiddels is Amin een geslaagd man – een gearriveerde academicus, meer laat hij daar niet over los – en heeft hij bovendien al enige tijd een vaste relatie. Dat hedendaagse leven, en de strubbelingen die de Afghaan daarbij ondervindt, verweeft Rasmussen ingenieus met diens vluchtverhaal. Zoals ook de fraaie animaties soepel samenvloeien met ‘echte’ beelden van een vredig Kaboel, het grimmige Rusland dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond en een desolate vluchtelingengevangenis in Estland.

Tezamen vormen al die elementen een aangrijpend vluchtelingenverhaal, dat uiteindelijk overigens wezenlijk afwijkt van wat Amin bij binnenkomst in Denemarken aan douanebeambten heeft verteld. Ook daar zit de schaamte – en wellicht ook nog de angst. Die geven deze razendknappe film, al op diverse plekken in de prijzen gevallen, alleen nog maar méér lading.

Shabu

Tangerine Tree

Shit is aan bij Shabu. De veertienjarige Rotterdamse jongen heeft het goed verbruid bij zijn familie. Hij is gaan joyriden met de auto van zijn oma, die al een tijdje in Suriname verblijft, en heeft het ding vervolgens total-loss gereden. Dit betekent dat de goedlachse jongen (echte naam: Sharonio) zijn zomer nu moet gaan besteden aan allerlei klusjes, te beginnen met het verkopen van zelfgemaakte ijslolly’s, om zo een bedrag van maar liefst 1200 euro bij elkaar te sparen.

Regisseur Shamira Raphaëla, die een film over enkele jongeren uit Rotterdam-Zuid wilde maken, is zes weken bij hem aangesloten. De belhamel besluit een feest te organiseren, waarmee hij geld wil inzamelen. Dat sluit ook mooi aan bij wat Sharonio sowieso in zijn hoofd heeft voor de toekomst: hij wil een populaire artiest worden. ‘Ik ben Shabu en ik word beroemd’, roept hij zelfverzekerd tegen iedereen die het maar wil horen. En naar zijn eventuele internationale gehoor: ‘I’m gonna be famous!’

Alle ingrediënten voor een hartveroverende feelgoodfilm zijn daarmee aanwezig. En dat is precies wat Shabu (75 min.) is geworden. Niet in het minst door de hoofdpersoon zelf, die op het eerste gezicht van alles tegen lijkt te hebben – huidskleur, lichaamsgewicht en sociale omgeving: het beruchte Rotterdamse gebouw De Peperklip – en die desondanks overloopt van levenslust en zelfvertrouwen. Gulzig verslindt hij het leven. En ondertussen geeft Shabu zelf consequent de toon en het ritme aan. Hij trommelt letterlijk op alles wat hij tegenkomt en zet – metaforisch gezien – de boel flink in beweging.

Raphaëla doet daarnaast ook zelf een stevige duit in het zakje: ze beziet haar goedlachse protagonist en diens directe omgeving vanuit een positieve basishouding en concentreert zich op hoe hij met vallen en opstaan en – als het gaat om zijn vriendinnetje Stephany en aandoenlijke ‘bro’ Jahnoa – met aantrekken en afstoten op dat zelfbedachte feest en (een begin van) volwassenheid afkoerst. Die ontwikkeling heeft ze lekker vlot gemonteerd en krijgt bovendien extra vaart en humor met allerlei smakelijke riefeltjes soul, blues en jazz.

Deze onweerstaanbare coming of age-docu – bedoeld voor een jong publiek, maar geschikt voor iedereen die jong van geest is – voelt mede daardoor soms bijna als een speelfilm. Zeker als in de finale, wanneer Sharonio’s feest dan toch eindelijk gaat beginnen, alle verhaallijntjes netjes bij elkaar komen en ‘Shabu Beertje’ ten overstaan van de hele buurt zijn (eerste) moment van glorie mag beleven. Ook al blijft het dan wel de vraag of hij voldoende geld heeft verdiend om zijn oma schadeloos te stellen…

H6

SaNoSi Productions

Op de gang van het overvolle Sixth People’s Hospital in Sjanghai heft een man luidkeels, nét naast de toonsoort, zoetgevooisde liederen aan. Hij zegt dat hij voor zijn dochter zingt, die even verderop ligt. Hua Mengzia heeft een ernstig ongeluk gehad en ligt met twee gebroken benen in een ziekenhuisbed. ‘Ik mis mijn moeder’, zegt het meisje tegen de verpleging. ‘Komt ze vandaag?’ Één ding heeft haar vader, die een onnatuurlijk soort optimisme uitstraalt, haar echter nog niet verteld: moeder is overleden bij datzelfde ongeluk.

Het kolossale ziekenhuis in de Chinese metropool vormt het decor voor de observerende documentaire H6 (114 min.), waarin de Chinees-Franse filmmaakster Ye Ye enkele patiënten en hun families volgt. Gao Ji Mei, een zachtaardige oudere man, wijkt bijvoorbeeld nauwelijks van de zijde van zijn ernstig zieke vrouw, die elk ogenblik haar laatste adem lijkt te kunnen uitblazen. Liefdevol bevochtigt hij steeds haar lippen. Intussen overweegt hij of hij hun appartement moet verkopen om de ziekenhuisrekeningen te kunnen voldoen.

Dat is een terugkerend patroon. In het ziekenhuis wordt ook het driejarige meisje Song Xueling verzorgd. Zij is nabij de fruitkraam van haar grootvader aangereden door een bus. De linkerhand van het kind moet behandeld worden, maar is het busbedrijf ook bereid om daarvoor te betalen? Als één van haar familieleden tijdens het verwisselen van het verband vraagt wat er gebeurt als de schroef die zojuist in Songs vinger is geplaatst eruit valt, antwoordt de arts doodleuk: dan kost het minder.

Zo blijkt geld steeds weer het voornaamste gespreksonderwerp in het ziekenhuis, ogenschijnlijk belangrijker dan de gezondheid van de patiënten. In het geval van Nie Shiwu wordt dat wel heel erg schrijnend. De arme boer is vrijwel geheel verlamd geraakt. Een operatie zou hem wellicht kunnen helpen, maar is tegelijkertijd ook risicovol. Wat nu als ze al die kosten maken en hij straks tóch bezwijkt? Kunnen ze dan niet beter nu de spreekwoordelijke stekker eruit trekken?

Ye Ye brengt zulke verwikkelingen zonder enige opsmuk in beeld. Ze permitteert zich alleen enkele muzikale intermezzo’s, die de bedrukte sfeer heel even verluchtigen. Zo introduceert ze met een straf muziekje bijvoorbeeld een spichtige man in FC Barcelona-tenue, die zich overgeeft aan allerlei koddige ren-, rek- en strekoefeningen. Daarna gaat de arts aan het werk: hij werpt een vluchtige blik op enkele röntgenfoto’s en zet daarna met het nodige kunst en vliegwerk breuken recht. Dat scheelt weer, juist, een operatie.

En dan is er nog die ene oudere man op krukken, die zich tergend langzaam door de stad en de film beweegt. Pas gaandeweg wordt in deze ontluisterende documentaire, een schotschrift tegen gezondheidszorg waarvoor direct moet worden afgerekend, duidelijk waarnaar hij op weg is…

Becoming Cousteau

Disney+

Gedurende zijn leven zag hij de wereld onder water ernstig verschralen. Hij, Jacques-Yves Cousteau (1910-1997), had die hoogstpersoonlijk toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Met zijn boot De Calypso en vaste bemanning, waaronder zijn ferme echtgenote Simone, bevoer hij jarenlang de wereldzeeën. Hij produceerde in die tijd onder andere de Oscar-winnende documentaire Le Monde De Silence (1956) en werd een graag geziene gast op televisie met de serie The Undersea World Of Jacques Cousteau. Niet eerder was het leven onder de zeespiegel zo (prachtig) in beeld gebracht.

‘Duiken is de beste afleiding die je kunt hebben’, zegt hij daarover aan het begin van Becoming Cousteau (96 min.). ‘Als ik uit het water kom, voel ik me beroerd. Het is alsof je kennis hebt mogen maken met de hemel en dan wordt terug gesmeten op aarde.’ Je ziet hem meteen weer staan op zijn schip: met die kamerbrede glimlach, pregnante haviksneus en eeuwige rode beanie. Een ranke gestalte, verder meestal slechts gekleed in een zwembroek. De archetypische ‘oceanaut’, zoals hij zijn stiel, met een knipoog naar de toentertijd eveneens immens populaire ruimtevaart, zelf ooit dubde.

Regisseur Liz Garbus slaagt er vervolgens in om de man achter de missie vandaan te halen. Met dagboekfragmenten, ingesproken door de Franse acteur Vincent Cassel, kleurt ze het fraaie beeldmateriaal in en schetst ze ook de achtergronden daarvan, inclusief een persoonlijk drama dat Cousteau zal tekenen. Daarnaast laat Garbus bemanningsleden en intimi, off screen, aan het woord over de man waarmee hele generaties natuurliefhebbers zijn opgegroeid. Daarbij komen tevens de achtergronden van zijn publieke leven aan de orde: het auto-ongeluk dat ervoor zorgde dat hij geen piloot kon worden, een fatale diepzeeduikmissie met een collega bij de Franse marine en het feit dat hij zijn expedities ooit financierde met olie-onderzoek.

In het licht van ‘s mans latere klimaatactivisme, de vanzelfsprekende derde akte van dit aansprekende portret, is met name dat laatste saillant. Kapitein Cousteau en zijn crew zouden bijvoorbeeld het leeuwendeel van de olievelden van Abu Dhabi hebben ontdekt. Toen hij een half leven later zag wat de mensheid op aarde had aangericht, bijvoorbeeld bij het koraalrif dat hem zo dierbaar was, restte Jacques Cousteau nog maar één ding: al zijn prestige in de strijd gooien om het tij alsnog te keren. Bijna 25 jaar na z’n dood echoot ‘s mans boodschap nog altijd na – al is er in die tijd tragisch weinig bereikt.

René – The Prisoner Of Freedom

IDFA

Deze documentaire begint met een verzoek: of René Plásil zijn mobiele telefoon wil uitzetten? Hij dreigt de première van zijn eigen film te verstoren. Dat zit zo: de kleine crimineel is twintig jaar gevolgd door de Tsjechische documentairemaakster Helena Trestiková. In die periode zit hij af en aan in de gevangenis, waarbij zij zo’n beetje de enige constante factor in zijn leven lijkt. Trestiková wordt in die tijd zelf overigens ook eens bestolen door de man, die zijn levenshouding heeft laten tatoeëren in zijn nek, inclusief spelfout: Fuck Of People. Tegelijkertijd is René gevoeliger dan een buitenstaander misschien zou verwachten en huist er zowaar een liefhebber van literatuur, en schrijver in de dop, in dat door ruim dertig jaar leven aan de zelfkant gehavende lijf.

De vasthoudendheid van zowel filmer als protagonist, die haar gedurig brieven blijft schrijven, resulteert in 2008 in een film die simpelweg René is genaamd. Hij wordt er een heuse knuffelcrimineel mee, een graag geziene gast in Tsjechische media. Tegelijkertijd verandert zijn leven er in eerste instantie verrassend weinig door: hij blijft een man van twaalf klusjes en dertien ongelukken. En Trestiková blijft ook gewoon stug doorgaan met filmen. Plásils nieuwe roem zorgt er hooguit voor dat er aan zijn eindeloze rij knipperlichtrelaties ook enkele ‘thrill seekers’ worden toegevoegd. Een blond gevangenisliefje bijvoorbeeld, dat hem trouw brieven schrijft en knuffelbeestjes geeft, maar uiteindelijk toch twijfelt of ze een échte relatie wil met zo’n gevaarlijke man.

René Plásil laat zich al die aandacht ogenschijnlijk tamelijk onbewogen aanleunen. Wat kan hij anders? Hij houdt er ook wat geld en zo nu en dan een verzetje aan over. En Trestiková blijft hem gewoon trouw om de paar maanden opzoeken om de actuele stand van zaken op te maken. Óók als zijn leven in rustiger vaarwater terecht lijkt te komen, met zowaar een vaste vriendin met kind – al houdt hij het nooit lang vol in een baantje. Helena Trestiková’s nieuwe film over hem, René – The Prisoner Of Freedom (102 min.), krijgt daardoor gaandeweg wel een wat routineus karakter – we filmen omdat we nu eenmaal filmen – en dreigt zelfs een beetje als een nachtkaars uit te gaan. Uiteindelijk is René Plásil echter toch een te interessant filmpersonage en zorgt zijn werkrelatie met Trestiková, ook door het longitudinale karakter ervan, toch voor te veel intimiteit en diepte om dat te laten gebeuren.

Writing With Fire

Toen enkele vrouwen uit de Noord-Indiase deelstaat Uttar Pradesh in 2002 begonnen met Khabar Lahariya had niemand, inclusief hun eigen echtgenoten, daar al te veel fiducie in. Een krant gerund door louter vrouwen, afkomstig bovendien uit de allerlaagste kaste? Kansloze missie. Inmiddels is Khabar Lahariya (‘Golven van Nieuws’) uitgegroeid tot een modern en onafhankelijk journalistiek medium, met een bijzonder succesvol eigen YouTube-kanaal.

In een wereld waarin vrouwen nog steeds worden beschouwd als tweederangs burgers en (seksueel) geweld tegen hen aan de orde van de dag is, werpen hoofdredacteur Meera Devi en haar medewerkers zich op als onversaagde controleurs van de macht. Ze onderzoeken net zo gemakkelijk misstanden in een illegale mijn, die wordt gerund door de plaatselijke georganiseerde misdaad, als dat ze lokale politici ongenadig het vuur aan de schenen leggen.

In eerste instantie lijken de vrouwelijke journalisten in Writing With Fire (94 min.) niet altijd serieus te worden genomen door het manvolk dat ze met hun scherpe vragen en filmende mobiele telefoons trotseren, maar meestal dwingen ze met hun moed en onafhankelijkheid snel respect af. Als een echte luis in de pels zorgt Khabar Lahariya er bovendien regelmatig voor dat politie en justitie (alsnog) hun werk doen. Die ‘dalits’, onaanraakbaren, zijn een factor geworden om rekening mee te houden.

Daarbij moeten ze altijd op hun qui vive blijven, blijkt uit deze boeiende documentaire van Rintu Thomas en Sushmit Ghosh. Zeker als de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata-partij van de Indiase premier Modi zijn macht versterkt, lijkt de speelruimte voor de moedige vrouwen kleiner te worden. Sterverslaggever Suneeta Prajapati, een alleenstaande jonge vrouw, voelt bijvoorbeeld van alle kanten de druk om haar werk op te geven, ten faveure van een traditioneler leven.‘

Terwijl we werken als journalist, proberen we ook onze samenleving te transformeren’, zegt Meera Devi, die zelf op haar veertiende is getrouwd en daarna, met toestemming van haar schoonouders, heeft kunnen studeren. ‘Maar ik zie die verandering op dit moment niet plaatsvinden. En daar heb ik erg veel last van.’ Khabar Lahariya opereert nu eenmaal binnen zo’n conservatieve omgeving dat Devi en de haren bijna automatisch voor de muziek uitlopen. Al ontlenen ze daar ook weer hun bestaansrecht aan.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.

La Educación De Luca

IDFA

Als zijn peuterzoontje Luca, kind van een Nederlandse vader en Cubaanse moeder, opgegroeid in Parijs, later iets wil begrijpen van zijn eigen oorsprong, dan moet hij dit verhaal kennen volgens Salvador Gieling. Hij gaat Luca dus het tragische relaas van zijn Cubaanse oom Ezequiel vertellen. Die had een eigen stuk land, verkocht een koe en werd gearresteerd.

En dat is al bijna meer dan de documentairemaker had mogen vertellen. ‘Je kunt deze zaak best bespreken, zolang je maar aan de oppervlakte blijft’, waarschuwt zijn schoonmoeder via de telefoon alvast Salvadors vrouw Belga. Dus: niet vertellen waar hij wordt vastgehouden, niet gaan graven naar de reden voor zijn straf en ook niet de hoogte daarvan naar buiten brengen. En al helemaal geen pleidooi houden voor ‘s mans onschuld, natuurlijk!

Toch vertrekken Salvador en Belga met hun kind naar haar geboorteland Cuba, voor wat La Educación De Luca (Engelse titel: Lessons For Luca, 88 min.) moet worden. Een taak waaraan zijn oma, ooms, tantes en nicht van moederskant uiteindelijk tóch een bijdrage willen leveren. Ze dompelen de kleine jongen onder in de zaak Ezequiel, het verhaal van zijn boerenfamilie uit het dorp Sibanicú en de recente geschiedenis van het Cubaanse platteland.

Via hun persoonlijke boodschappen voor Luca, en gesprekken daarover met diens ouders, ontwikkelt zich een fraaie en warmbloedige vertelling over gewone Cubanen, die leven in een land dat nog altijd in de geest van Fidel Castro wordt geregeerd. ‘El Commandante’, bijna een halve eeuw Cuba’s onbetwiste leider, betitelde koeienvlees ooit als het ‘rode goud’ en lanceerde een ambitieus programma, waarmee het Caribische eiland Nederland naar de kroon zou gaan steken als melkproducent.

Hoe vrij konden en kunnen burgers zijn in zo’n strak geleid natie? Volgens Luca’s moeder Belga, die het land is ontvlucht, hebben alle Cubanen moeten leren om gehoorzaam te zijn. Als het aankomt op vrijheid, ben je nergens zo vrij als hier, stelt haar oom Quirito nochtans, de oudste broer van de onfortuinlijke Ezequiel. ‘Hier in Cuba is de vrijheid geweldig.’ Hij specificeert: ‘Je kunt hier lopen waar je wilt, maar alleen als je het juiste pad neemt.’

Zulke ‘vrijheid’ en wat die in de praktijk inhoudt voor een gewone Cubaanse plattelandsfamilie wordt in deze oogstrelende film, voorzien van een sfeervolle soundtrack door cellist Ernst Reijseger, op een weldadige manier over het voetlicht gebracht. Het is een les die de kleine Luca, als hij eenmaal groot genoeg is om ‘m te kunnen bevatten, ongetwijfeld in zijn oren zal knopen. Ook al gaat het volgens Ezequiel om niet meer dan ‘een onbelangrijke episode voor het Cubaanse platteland’.

De Schatten Van De Krim

IDFA

Wat doe je als niet duidelijk is bij wie kostbare, in bruikleen verkregen spullen moeten worden terugbezorgd? Voor dat dilemma ziet Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson Museum in Amsterdam, zich gesteld. Via de vooraanstaande archeologe Valentina Mordvintseva heeft hij kunstvoorwerpen uit de Krim betrokken voor een expositie. En dan, als die net is geopend, lijft Poetins Rusland begin 2014 ineens de Krim in…

Van wie zijn de kunstwerken nu? Van Oekraïne, dat de Russische annexatie onrechtmatig vindt, en de objecten als cultureel erfgoed beschouwt? Of toch van de Krim-musea, inmiddels gevestigd op Russisch grondgebied, die hun mooiste schatten enige tijd eerder ter beschikking hebben gesteld aan het Nederlandse museum? Het is een interessante startpositie voor de nieuwe ‘kunstthriller’ van Oeke Hoogendijk.

De Schatten Van De Krim (82 min.) is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op haar eerdere films Het Nieuwe Rijksmuseum en Mijn Rembrandt – al lijken de belangen groter en is de context ook grimmiger. De strijd om de eeuwenoude kunstobjecten verwordt tot een jarenlang (geo)politiek en juridisch steekspel tussen de twee landen, waarbij Hoogendijk de menselijke dimensies gelukkig nooit uit het oog verliest.

Ze richt zich zowel op de betrokken advocatenteams als op de twee vrouwen, die de verpersoonlijking van de strijdende partijen zijn geworden: archeologe Valentina Mordvintseva van de Krim-musea en haar Oekraïense tegenstrever, Ljudmila Strokova van het Museum van Historische Schatten uit Kiev. In de rechtszaal keuren de dames elkaar geen blik waardig, in interviews delen ze gedurig schimpscheuten uit naar de ander.

Terwijl de belangen en daarmee verbonden partijen in deze boeiende film blijven botsen, staan de begeerde kunstobjecten te verstoffen in het depot van het Allard Pierson. Waar ze van niemand zijn en ook niemand ze kan bewonderen. In De Krim, laat Oeke Hoogendijk treffend zien, hebben ze ondertussen een gapend gat achtergelaten. Ook in het hart van de plaatselijke bevolking.