The Girl Who Caught A Killer

Videoland

De zaak is zo klaar als een klontje. Als de zevenjarige Rachael Watts uit de Britse stad Brighton in februari 1990 wordt ontvoerd door een onbekende man en vervolgens door hem voor dood wordt achtergelaten, kan er volgens de hele omgeving maar één mogelijke dader zijn: Russell Bishop, de kerel die vier jaar eerder ook al werd verdacht van de moord op twee negenjarige buurmeisjes, Nicola Fellows en Karen Hadaway.

Bij de zogeheten ‘Babes in the wood’-moorden wist de 21-jarige dakdekker – volgens een psychiater die hem onderzocht een klassieke ‘predator paedophile’ – de dans nog te ontspringen. Nu gaat hij echter alsnog voor de bijl. Rachael pikt hem er meteen tussenuit in een line-up. Het Britse meisje is dan in de overtuiging dat Bishop haar naam helemaal niet kent en dat haar anonimiteit ook voor de toekomst is gewaarborgd.

In de tweedelige docu The Girl Who Caught A Killer (115 min.) blikken Rachael en haar ouders terug op het trauma dat hun hele leven heeft bepaald. Tegelijk wil Nicola’s moeder nog altijd dat de moorden op haar dochter en haar vriendinnetje Karen worden opgelost. Daarvoor is nooit iemand veroordeeld. Als gevolg van de Double Jeopardy-wet kan een verdachte ook niet tweemaal worden berecht voor hetzelfde misdrijf.

Het is niet vreemd dat Bishop nog altijd als voornaamste verdachte voor de dubbele kindermoord geldt. Het leek alsof hij zichzelf verraadde tijdens de oorspronkelijke zoektocht naar de vermiste meisjes in 1986, waaraan hij destijds uit eigen initiatief deelnam. ‘Als ik ze vind en ze zijn dood’, zei hij tegen politieman Paul Smith, ‘dan pakken ze mij ervoor.’ Politie en justitie hebben de zaak tegen hem echter nooit rond gekregen.

Regisseur Tanya Stephan pelt de geruchtmakende (bijna-)moorden – strafbare feiten die zich hebben afgespeeld in een tijd waarin DNA nog niet kan worden ingezet als bewijsmateriaal – kalm en methodisch af. Daarbij stuit ze ook op een ingetrokken getuigenverklaring, die nog altijd serieuze vragen oproept, en breed in de Britse schandaalpers uitgemeten beschuldigingen aan een ander adres. Zou er dan toch een andere dader kunnen zijn?

Intussen blijkt er toch bruikbaar genetisch materiaal te zijn veiliggesteld op de plaatsen delict. Mogen zulke dadersporen nu alsnog worden ingezet? Terwijl deze kwestie zich verder ontwikkelt, zoomt Stephan in op de levens van de slachtoffers, die bijna veertig jaar na dato nog altijd gedomineerd worden door het trauma. Hoewel de zaak in hun hoofd allang is afgerond, is dat in werkelijkheid zeker nog niet het geval.

Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.

Never Look Away

Greenwich Entertainment

Ze legt de camera als een wapen op haar schouder, om zo de schijnwerper te kunnen zetten op wat anders onbelicht blijft. Met gevaar voor eigen leven. In opdracht van de Amerikaanse nieuwszender CNN trekt cameravrouw Margaret Moth in de jaren negentig van de ene naar de andere brandhaard. Georgië, Irak, Rwanda, Zaïre en Libanon. Net als voor veel collega’s is oorlog als een verslaving voor Moth. Oog in oog met de dood voelt ze zich springlevend.

Waarom Margaret zo is (geworden)? Daarop krijgen CNN-collega’s zoals Christiane Amanpour, Stefano Kotsonis en Joe Duran ook maar geen vat. Ergens in die onverzettelijke cameravrouw zit onmiskenbaar woede, dat zien ze wel. Haar wortels liggen in Nieuw-Zeeland. Daar laat ze zich ook al op jonge leeftijd steriliseren. Geen normaal gezinsleven voor Margaret Moth, die oogt als een zus van Joan Jett. Moth (mot) is overigens een, zo je wilt, artiestennaam. Ze heet eigenlijk Wilson en heeft volgens haar broer Ross en zussen Jan en Shirley heel wat te verbergen en vergeten.

In haar uitvalsbasis Houston leeft ze een wild leven, vol avontuur, drugs en (jongere) vriendjes. En tijdens haar werk staat Moth steeds met haar neus en camera bovenop de actie. Never Look Away (85 min.), juist. Totdat ze in Sarajevo, waar de scherpschutters op ‘Sniper Alley’ gericht op cameramensen schieten, bruut wordt afgestraft voor haar moed, het kantelpunt van deze ferme film van Lucy Lawless. Die tekent Moth levendig op – zonder al het mysterie weg te halen – met behulp van animaties, maquettes van het slagveld en – natuurlijk – het bewijsmateriaal dat zij met haar camera verzamelde.

LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Monterey Pop

Janus Films

Als filmmaker stond D.A. Pennebaker (1925-2019) in de jaren zestig precies op de plek waar hét gebeurde. Samen met Robert Drew, Richard Leacock en de gebroeders Albert en David Maysles behoorde hij tot de bekendste exponenten van de zogeheten ‘direct cinema’. Met een lichtgewichtcamera op de schouder, voorheen volstrekt onmogelijk geacht, legden zij het leven onopgesmukt vast zoals zich dat voor hun lens aftekende.

Toen in diezelfde tijd ook een nieuwe generatie muzikanten zich meldde, was Pennebaker er als de kippen bij. Hij maakte bijvoorbeeld de klassieke Bob Dylan-documentaire Dont Look Back (1967). Later zou ie ook nog werken met uiteenlopende grootheden zoals John Lennon, David Bowie en Depeche Mode. In 1968 was de Amerikaanse filmer tevens verantwoordelijk voor één van de eerste grote concertfilms: Monterey Pop (79 min.), een verslag van het International Pop Festival. Dat vond in het weekend van 16 tot en met 18 juni 1967 plaats in het Californische stadje Monterey en werd beschouwd als het hoogtepunt van de ‘summer of love’.

Muzikale hoogtepunten te over. De bitterzoete meezinger California Dreamin’ van The Mamas & The Papas bijvoorbeeld. Een florerende Janis Joplin bij Big Brother And The Holding Company. Het lijflied My Generation van The Who, waarbij Pete Townshend zijn gitaar helemaal aan gort mept. De onweerstaanbare soulinjectie van Otis Redding, slechts enkele maanden voor zijn dood bij een tragisch vliegtuigongeluk. En het vuuroffer van Jimi Hendrix die – baas boven baas – zijn instrument in de hens zet en daarna de brokstukken in het publiek gooit. Met een lang uitgesponnen sitar-exercitie van de Indiase virtuoos Ravi Shankar, die z’n gehoor in extase brengt, tot besluit.

Behalve de dampende performances op het podium maakte Pennebaker ook een schouwspel van het observeren van gewone festivalgangers: buiten in een slaapzak pittende hippies, lekker verliefde stelletjes en bezoekers die, al dan niet onder invloed van geestverruimende middelen, helemaal uit hun dak gingen. Als twee jaar later niet de legendarische Woodstock-film was uitgebracht, over ‘three days of peace & music’, dan zou Monterey Pop beslist de geschiedenis zijn ingegaan als de ultieme weerslag van de flower power-jaren, een tijd waarin een nieuwe generatie ervan overtuigd was dat alles beter werd als we maar een beetje liever voor elkaar zouden zijn.

Matter Of Time

Netflix

Zijn machtige stem is niet meer dan een voertuig. ‘Good evening, Seattle’, opent Eddie Vedder z’n solo-optreden in de thuisbasis van zijn band Pearl Jam. Die stem, begeleid door alleen een akoestische gitaar, leidt zijn publiek in de Benaroya Hall door ‘s mans eerste nummer, de Pearl Jam-klassieker Elderly Woman Behind The Counter In A Small Town. ‘I just want to scream hello’, galmt ie, bijgestaan door enthousiaste fans. Als Vedder is aanbeland bij het bespiegelende ‘Hearts and thoughts, they fade away…’, zingt de hele zaal mee.

Die machtige stem is echter niet meer dan een voertuig, een manier om ‘de ergste ziekte waar je nog nooit van hebt gehoord’, aldus Eddies vrouw Jill, onder de aandacht te brengen tijdens een benefietconcert. Want in de zaal zitten ook ‘vlinderkinderen’ met hun families, overgekomen uit alle hoeken van Noord-Amerika, en wetenschappers die onderzoek doen naar epidermolysis bullosa (EB), de zeldzame genetische huidaandoening waar zij aan lijden. Volgens Vedder zijn er genoeg ontwikkelingen om vertrouwen en hoop uit te putten. ‘Het moeilijkste is alleen geduld opbrengen.’

Via Pearl Jam-evergreens zoals Lukin, Wishlist, Just Breathe, Porch en – opgedragen aan een overleden jongen met EB – Better Man loodst die stem de kijker van Matt Finlins documentaire Matter Of Time (106 min.) langs de aangrijpende verhalen van enkele kinderen met de vlinderziekte. Hun aandoening zorgt in het gunstigste geval voor jeuk, irritatie en pijn, maar kan ook resulteren in chronische wonden, huidkanker en een voortijdige dood. Eddie en Jill Vedder maken zich al jaren sterk voor onderzoek naar EB. Volgens optimistische prognoses behoort genezing binnen tien jaar tot de mogelijkheden, maar daarvoor moet er nog heel wat water door de Rijn.

Nieuwe behandelingen worden uitgeprobeerd op ‘oudere’ patiënten zoals de 27-jarige Garrett, die duidelijk al veel heeft geleden. ‘Ik doe het voor de jongere generatie in de hoop dat hun wonden kunnen genezen’, legt hij uit. ‘Misschien krijgen zij er dan nog tien, twintig of dertig jaar bij. Hopelijk hoeven ze niet alles te doorstaan wat ik heb doorstaan.’ Één van die kinderen is de zesjarige Eli. Hij is geadopteerd uit China en wordt regelmatig aangestaard op straat. Samen met z’n grote zus Lily bedacht hij een T-shirt om de ban te breken: come say hi!. Het schattige joch zit ook in de zaal als Eddie Vedder een liedje aan hem opdraagt, dat massaal wordt meegezongen. ‘I come and say hi when I see Eli.’

Vedder heeft duidelijk hart voor de zaak, gunt diverse vlinderkinderen hun momentje in de spotlights en slikt zo nu en dan zelf een brok in de keel weg. Met zijn stem vraagt hij intussen geld en aandacht voor een akelige ziekte en steekt hij de kinderen en hun ouders een hart onder de riem. En zijn laatste nummer van de avond voorspelt dat ie voorlopig ook niet van zins is om daarmee te stoppen: I won’t back down.

The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig

Cinema Delicatessen

Een vriend filmt hoe de leden van de Nederlandstalige hiphopgroep De Jeugd Van Tegenwoordig meekijken als de actrice Charlie Chan Dagelet haar collega Katja Schuurman speelt in een re-enactment van de kerstvideoclip Ho Ho Ho van De Jeugd Van Tegenwoordig uit 2005, waarin zij een wulpse bijrol vertolkte.

Welkom bij de ‘documentaire’ The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig (77 min.), waarin vriend van de band Bastiaan Bosma de Amsterdamse groep volgt in de aanloop naar het twintigjarig jubileum, terwijl Jan Hulst, die deze film regisseerde met Tomas Kaan, enkele sleutelscènes uit de historie van het illustere gezelschap wil verfilmen. En daarvoor moeten dus eerst de juiste acteurs worden gecast. Op de audities komen onder anderen Goldband-lid Boaz Kok, rapper Lange Frans, de acteurs Joes Brauers en Frank Lammers, soulzanger Alain Clark en radiodeejay Giel Beelen af. Die door De Jeugd-leden eigenlijk stukcharl voor stuk ongeschikt worden geacht.

Vorm is inhoud bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Ook in deze film. Een soort Droste-effect in het kwadraat, om precies te zijn. Waaruit uiteindelijk, met muziekbeelden en oude interviews, toch min of meer een regulier bandverhaal valt te destilleren: van het opnemen van de eerste hit Watskeburt?! via de opkomst van de ongrijpbare groep en de verplichte crisis naar de status van gearriveerde act. En dit verhaal wordt opgestart vanuit een backstageportret van de groep en korte interviewtjes met de individuele leden Pepijn Lanen (Faberyayo), Freddy Tratlehner (Vjèze Fjur) en Olivier Mitshel Locadia (Willie Wartaal), terwijl vierde bandlid Bas Bron veelal op de achtergrond blijft.

Of al die bij elkaar geklutste elementen ook een interessante vertelling opleveren? Daarover valt te twisten. Jeugd-fans zullen er ongetwijfeld de eigengereidheid, quatsch en zelfmystificatie van hun helden in herkennen.

Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan

Nozem Films / BNNVARA / VRT

Hoe lang mag je boos blijven en kan die woede als brandstof blijven fungeren voor je leven en carrière? Als hij in 2022 de tournee na zijn eerste albums Wie Is Guy? en Brutaal heeft afgerond, staat de Belgische rapper Zwangere Guy, alias Gorik van Oudheusden, op een keerpunt: kan hij de boosheid richting zijn moeder, die hem met een nieuwe relatie in zijn tienerjaren noopte om vroegtijdig het huis te verlaten, als dertiger loslaten en zichzelf hernieuwen?

Zijn lichaam zegt in elk geval stop. Gesloopt door drank en drugs. ‘Het is heel confronterend geweest om te zien hoe hard bepaalde substanties deel uitmaakten van mijn leven, om mijn kunst te kunnen maken’, zegt de rapper in het persoonlijke portret Zwangere Guy: Dansen Op De Vulkaan (59 min.), waarvoor Leon Veenendaal en Matthijs van Camerijk hem in de navolgende jaren van heel dichtbij hebben gevolgd. Gorik wil zijn destructieve ik achter zich laten.

‘Zelfs ik moet groter zijn dan mijn probleem’, constateert hij sans gêne – hoe tof anderen die kwaaie Guy ook vinden. De transformatie gaat, getuige deze geladen film, alleen niet vanzelf. Tijdens therapiesessies, in de opnamestudio en op reis in Costa Rica werkt Van Oudheusden gedurig aan zichzelf en lijkt ie ook vooral bezig met zichzelf. Intussen werkt hij aan de muziek, die een plek dient te krijgen op z’n nieuwe langspeler Dit Is Guy, het logische eindstation van deze film.

En daarop moet ook Gorik Pt. 1, het razende schotschrift van een beschadigd jongetje aan zijn moeder dat was te vinden op z’n debuutalbum, een vervolg krijgen, dat past bij de levensfase en -instelling van de nieuwe ZG, de échte ZG. ‘Hey dag liefste mama, hoe gaat het ermee?’, begint Guy, als hij de juiste woorden heeft gevonden. ‘Ik ben zo vaak herbegonnen aan die Gorik Pt. 2 / Zat vast achter een muur, met de kleine ZG / Maar na 100 keer vallen, komt de 101.’

Veenendaal en Van Camerijk tekenen dit verlate coming of age-verhaal, over een dertiger die erg op zichzelf betrokken is en eindelijk volwassen moet/wil worden, sfeervol op en laat ook zien hoe fragiel de ontwikkeling die Gorik doormaakt is. Zo nu en dan lonkt nog wel degelijk de roes, om de pijn van het zijn weer even te verdoven. De verantwoordelijkheden die zijn nieuwe bestaan met zich meebrengen nopen hem echter om fit te worden, ook mentaal, en dit ook te blijven.

En dan kan de geheel vernieuwde Zwangere Guy, ‘met een krop in de keel’ bij de gedachte aan al wat hij heeft overwonnen, weer het podium op. Met een heldere boodschap: dit is, tot nader order in elk geval, Guy. Aangenaam.

Queen Of Chess

Netflix

Boontje komt om z’n loontje. ‘Het zijn beroerde schakers’, zei schaaklegende Bobby Fischer ooit, geringschattend lachend, over schaaksters. ‘Ze zijn gewoon niet zo slim.’

De jongste grootmeester aller tijden kan dan nog niet bevroeden dat hij door een vrouw zal worden onttroond. Beter: door een meisje van vijftien jaar en vier maanden. In 1991 wint Judit Polgár, die op haar twaalfde al de beste vrouwelijke speelster ter wereld is geworden, het Hongaarse kampioenschap en wordt zo automatisch grootmeester. De Queen Of Chess (94 min.) is twee maanden jonger dan Fischer. En daarna ligt de weg voor haar open naar een tweekamp met de ongenaakbare wereldkampioen, Garry Kasprov.

Judit is samen met haar zussen Susan en Sofia van jongs af aan klaargestoomd om schaakkampioen te worden. Hun vader László zorgt ervoor dat ze elke dag urenlang schaaktraining krijgen. Al snel maken de Polgárs naam in de schaakwereld. Het communistische regime van Hongarije geeft hen alleen geen toestemming om in het buitenland te spelen. De zussen mogen het Oostblok niet verlaten. Totdat ze uiteindelijk toch naar het westen mogen, om zich met de rest van de wereld te meten – en met mannen.

Met de familie Polgár, schaakinsiders en andere topspelers reconstrueert de Amerikaanse documentairemaakster Rory Kennedy hoe Judit zich toegang probeert te verschaffen tot de herenclub van het internationale schaken. Ze wordt daarbij continu geconfronteerd met seksisme en vooroordelen. En die blijken zeer hardnekkig. ‘Een typische zwakheid van vrouwelijke spelers is dat ze onder druk in paniek raken’, zegt de Russische oud-kampioen Garry Kasparov, die allang beter zou moeten weten, wederom met droge ogen.

Gaandeweg richt Kennedy zich in deze vlotte, toegankelijke en met lekker dwarse rockmuziek opgepepte film steeds meer op de tweestrijd tussen Polgár en Kasparov, de beste schaker van haar tijd. Die moet het definitieve bewijs leveren dat vrouwelijke spelers niet onder hoeven te doen voor hun mannelijke concurrenten. Van schaken maakt ze intussen ook voor leken een heel aardig schouwspel, waarbij aartsrivalen elkaar met durf, intellect en psychologische oorlogsvoering van het bord proberen te spelen.

Ondanks Judit Polgárs prestaties geldt schaken overigens nog altijd als een echte mannensport. Totdat, ooit, het nieuws komt dat de koning dood is. Waarna dan volgt: lang leve de koningin.

The Investigation Of Lucy Letby

Netflix

Afhankelijk van je gezichtspunt – koelbloedige babymoordenaar of volstrekt onschuldige verpleegkundige – vertellen de verklaringen van slachtoffers, getuigen en deskundigen, de stemmige reconstructies én de beelden van haar aanhoudingen en politieverhoren het geruchtmakende verhaal van The Investigation Of Lucy Letby (94 min.).

De 28-jarige Britse verpleegkundige is in 2018 gearresteerd vanwege een onverklaarbaar hoog aantal sterfgevallen op de neonatale afdeling van het Countess Of Chester Hospital. En zij blijkt als enige medewerker bij elk overlijden dienst te hebben gehad. Lucy Letby heeft de schijn wel vaker tegen. Waarom bewaart ze thuis bijvoorbeeld vertrouwelijke medische informatie over de gestorven kinderen?

Voor deze documentaire van Dominic Sivyer geeft de politie van Cheshire ‘unieke toegang’ tot het onderzoeksdossier. De vraag is natuurlijk welk belang ze daarbij hebben. Enkele rechercheurs participeren tevens in de film: zij kijken beelden van het onderzoek terug en reflecteren daarop. En ook de moeder van één van de overleden baby’s blikt, digitaal onherkenbaar gemaakt, terug op die traumatische periode.

In de tweede helft van deze reconstructie van de strafzaak tegen Letby wordt duidelijk wat zij hebben te winnen bij hun medewerking. De veroordeling van die kwaadaardige ‘kinderseriemoordenaar’ komt dan serieus onder vuur te liggen. Is er werkelijk sprake van een serie ernstige misdrijven? Of schiet de zorg in het Britse ziekenhuis simpelweg tekort en is er dus sprake van een ernstige gerechtelijke dwaling?

‘Onze schurken zien er vaak uit als schurken en gedragen zich ook zo’, zegt de Britse journalist Kim Pilling. ‘Dat is niet zo bij Lucy Letby. Maar dat betekent niet dat ze het niet gedaan heeft.’ En dat is precies het centrale dilemma van deze best genuanceerde productie, die de verschillende versies van wat er gebeurd is tegenover elkaar plaatst en zo laat zien hoe gecompliceerd de zoektocht naar de waarheid kan zijn.

De manier waarop The Investigation Of Lucy Letby aan de kijker wordt gebracht laat dan weer nauwelijks ruimte voor zulke twijfel. Op de promofoto voor de docu staat – geheel volgens de wetten van true crime, de seriemoordenaarsfilms in het bijzonder – géén volstrekt onschuldige verpleegkundige, maar een engel des doods. Met een kille blik kijkt ze, te midden van haar eigen diabolische geschriften, recht in de lens.

Hoe troebel de werkelijkheid ook mag zijn, dat beeld is glashelder: schuldig!

Finding Harmony: A King’s Vision

Prime Video

Al in 1970 spreekt hij zich uit over de vervuiling van de aarde. En sindsdien heeft de Britse koning Charles III, zo betoogt Finding Harmony: A King’s Vision (89 min.), zich consequent bekommerd om de relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving. Volgens Charles is die verhouding na de Tweede Wereldoorlog verstoord geraakt.

Hij pleit voor harmonie en wijdt daar zijn complete leven aan. Althans, dat beweert Kate Winslet, als verteller van deze film van Nicolas Brown. Ze bezigt daarbij grote woorden: ‘Zijn onvertelde persoonlijke verhaal laat ons zien hoe harmonie onze toekomst kan veranderen.’ Charles, dan nog prins van Wales, begint in z’n jonge jaren bijvoorbeeld organisch te boeren en laat zich daarna in een interview, tot grote hilariteit van iedereen die hem sowieso al niet serieus nam, ontvallen dat hij soms met zijn planten praat.

De koning zou echter de koning niet zijn – of een film aan zijn gedachtegoed gewijd krijgen – als hij niet stug vasthoudt aan zijn eigen filosofie. Want of ‘t nu gaat om zijn eigen landelijk gelegen Dumfries House, het behoud van de biodiversiteit in Guyana of het door oorlog geteisterde Kaboel, harmonie blijkt goed voor zowel de mens als z’n gemeenschap en de aarde. Charles is tegelijk de eerste om toe te geven dat er nog een wereld is te winnen en blijft bereid om het platform dat hij daarvoor heeft in te zetten.

In Finding Harmony wordt het groene gedachtegoed van de monarch nog eens goed in de verf gezet en geschraagd door ecologen, klimaatwetenschappers en geestverwanten zoals de voormalige Amerikaanse vicepresident Al Gore. Dat levert geen héél spannende film op, maar wel een aardig inkijkje in het hoofd van een man die verder vooral figureert in de royaltyrubrieken.

Boom – A Film About The Sonics

Scratched Vinyl Films

Voor iedereen die z’n rock het liefst rechtstreeks uit de garage heeft – rawk!, zogezegd – gelden The Sonics als één van de absolute oerbronnen. Begin jaren zestig maakten deze ‘five bad ass motherfuckers’ hun thuisbasis Tacoma en de rest van het uiterste Noordwesten van de Verenigde Staten onveilig. Tot een grote doorbraak kwam het echter nooit. Toen niet, tenminste.

De Amerikaanse filmmaker Jordan Albertsen, geboren in 1982, heeft halverwege de jaren negentig als tiener net de laatste plaat van de grungeband Nirvana gehoord als zijn vader hem attendeert op een cultgroep, die dan al ruim 25 jaar alleen nog in de herinnering voortleeft. Hij is direct verkocht. Als er in 2008 zowaar een Sonics-reünie wordt aangekondigd, is Albertsen er dus als de kippen bij. Het zal hem nog tien jaar kosten om de documentaire Boom – A Film About The Sonics (77 min.) af te ronden.

De sonische scherpslijpers ogen daarin als bedaagde oude mannen. Zanger/toetsenist Gerry Roslie, die recht vanuit z’n onderbuik leek te schreeuwen in hun eerste ‘hit’ The Witch, zou ook kunnen doorgaan voor een nét iets te bedeesde wiskundeleraar. En Rob Lind, die z’n saxofoon onvervaard liet scheuren op het al even vermaarde B-kantje Psycho, ziet eruit als de doorgewinterde kantoortijger die hij in een later leven daadwerkelijk is geworden. Ooit waren – of beter: klonken – ze te ruig voor hun tijd.

Na ruim een half uur zitten de gloriejaren van The Sonics er alweer op. ‘Het was een geweldige band’, constateert pepdrummer Bob Bennett. ‘Ook al hadden we dat zelf destijds helemaal niet door.’ Er komt echter een tweede bloeiperiode. Via een kleine omweg naar Seattle, waar begin jaren negentig de rockstroming grunge opkomt, wordt de voorvader van punk alsnog ontdekt. Nazaten zoals Mike McCready (Pearl Jam), Mark Arm (Mudhoney), Kim Thayil (Soundgarden) en producer Jack Endino vreten The Sonics!

In de tweede akte van deze aardige bandjesdocu tellen zij samen met Nancy Wilson (Heart), Kurt Bloch (The Fastbacks), Bruce Brand (Thee Headcoats), Coady Willis (The Murder City Devils) en Chris Ballew (The Presidents Of The United States Of America) de zegeningen van The Sonics, die meer dan dertig jaar nadat ze het bijltje erbij neergooiden zowaar populairder worden dan ooit. Het noopt de leden van het bandje, dat eigenlijk nooit de regio was uitgekomen, om voor het eerst de wereld rond te toeren.

In de laatste akte van zijn film toont Albertsen vervolgens hoe zij zich die late roem lekker laten aanleunen en op gevorderde leeftijd voor het eerst kennis maken met stagedivers en moshpits. Want zoals Jack Endino ‘t formuleert in de emotionele epiloog van deze film: ‘You’re never too old to rock & roll.’

Miracle: The Boys Of ’80

Netflix

Een ijshockeystadion als arena om de Koude Oorlog nog eens uit te vechten. Op weg naar een gouden medaille op de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid stuiten de ‘underdogs’ van de Verenigde Staten op de gedoodverfde kampioen, de Sovjet-Unie. Drie keer raden wie er wint in de (typisch) Amerikaanse sportdocu Miracle: The Boys Of ‘80 (101 min.). En die zege betekent natuurlijk véél meer dan zomaar een gewonnen ijshockeywedstrijd.

Ruim 45 jaar later nemen enkele sleutelfiguren uit dat legendarische Amerikaanse team gezamenlijk plaats op de tribune van het Olympic Center, om beelden terug te kijken en herinneringen op te halen. Hun bikkelharde coach Herb Brooks (1937-2003) maakte destijds een hecht team van deze mannen, die elkaar vanuit verschillende teams jarenlang naar het leven hadden gestaan. Geen beter team immers dan een ‘team of rivals’. En coach Brooks wilde best als hun gezamenlijke vijand fungeren.

Dat ging niet bepaald subtiel. ‘Je hebt niet genoeg talent om daarop te leunen’, zei hij tegen de één, ‘gouden benen, maar oerdom’ tegen een ander. En Mike Eruzione kreeg te horen dat hij speelde met ‘a ten pound fart’ op z’n hoofd. ‘Hoe ziet zo’n scheet eruit?’ vraagt Eruzione zich nog altijd af. ‘Ik ben 68 en ik word nog steeds ‘s nachts zwetend wakker’, bekent zijn teamgenoot Steve Janaszak. ‘Janaszak, je speelt elke dag slechter’, zei Herb Brooks tegen hem. ‘Je speelt nu al als volgende week.’

Met andere woorden: zonder Brooks’ ‘tough love’ zouden de Yanks op 22 februari 1980 geen enkele kans hebben gehad tegen de ongenaakbare Sovjets. Die boodschap hameren de filmmakers Max Gershberg en Jacob Rogal er stevig in, terwijl ze de weg naar die allesbeslissende match afleggen en de voornaamste hoofdrolspelers op deze route eruit lichten. En dat met het verslaan van de ‘Soviet bastards’ ook het gedachtegoed van deze vijanden van de vrijheid onschadelijk zou worden gemaakt.

De ironie van dat idee – gezien de huidige ontwikkelingen in de Verenigde Staten – gaat volledig aan deze ronkende documentaire voorbij. In dat opzicht is het patriottische Miracle: The Boys Of ’80 inderdaad een typisch Amerikaanse film: met hun zogeheten ‘miracle on ice’ creëren de helden van weleer, stuk voor stuk aandoenlijke kerels overigens, een aantrekkelijk David & Goliath-verhaal dat nog altijd tot de verbeelding spreekt. Al is een overwinning op het ‘evil empire’ zeker nog geen garantie voor goud.

Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll

Cardinal Releasing

De stoet vakbroeders die in de documentaire Chuck Berry: The Original King Of Rock ‘N’ Roll (97 min.) eer bewijst aan de Amerikaanse meestergitarist, die dit jaar honderd jaar oud zou zijn geworden, is indrukwekkend:  Steven Van Zandt, George Thorogood, Joe Bonamassa, Nile Rodgers, Steve Jones, Nils Lofgren, Wayne Kramer en Joe Perry. Stuk voor stuk gitaristen van formaat. Één adept die je direct met Berry associeert ontbreekt echter: Keith Richards.

De muzikale leider van The Rolling Stones is natuurlijk tóch aanwezig in Jon Brewers postume portret van de aartsvader van de rock & roll, die klassiekers zoals Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen en Roll Over Beethoven afleverde en de fameuze ‘duck walk’ introduceerde. Ook hij kan niet heen om dat onvergetelijke fragment uit de concertfilm Chuck Berry: Hail Hail Rock ‘N’ Roll (1987), waarin Chuck Berry, terwijl zijn vaste pianist Johnnie Johnson met grote ogen toekijkt, Keith Richards tot gekmakens toe de gitaarriff van zijn hit Carol opnieuw laat spelen.

Behoudens een aantal gereconstrueerde scènes – geheel in zwart-wit met enkele zorgvuldig gekozen elementen, Chuck zelf bijvoorbeeld of de door hem bezongen auto’s, in felle kleuren – wikkelt Brewer met Berry’s echtgenote Themetta, enkele van zijn kinderen en bekende fans zoals Alice Cooper en Gene Simmons verder netjes de hoogte- en dieptepunten uit het leven en de loopbaan van Charles ‘Chuck’ Berry (1926-2017) af. Een baanbrekende zwarte artiest die doorbreekt naar een wit publiek – al gaat dat in de jaren vijftig bepaald niet vanzelf.

Illustratief zijn ‘s mans aanhoudende problemen met de wet. Die hebben ongetwijfeld met Chuck Berry’s gedrag en keuzes te maken, maar kunnen in het gesegregeerde Amerika zeker niet los worden gezien van zijn huidskleur. Ook in de muziekbusiness wordt hij aan de lopende band besodemieterd. Berry’s eerste hit Maybelline wordt bijvoorbeeld alleen gedraaid op de radio, omdat een derde van de royalties stiekem zijn verpatst aan de deejay Alan Freed en de een of andere verkoper van kantoorartikelen. Payola, juist. En dan ontdekken de luisteraars dat Chuck zwart is.

Een half leven later zal hij door de films Back To The Future en Pulp Fiction nog een keer ouderwets furore maken. Berry staat dan bekend als een lastpak, een man die met zijn gitaar, een kam en z’n tandenborstel de wereld rondreist en in elke uithoek optreedt met een plaatselijk begeleidingsbandje, waarna hij erop staat om in keiharde cash te worden uitbetaald. Een muzikant ook, die navolgers graag op hun plek zet, zoals Keith Richards dus aan den lijve ondervindt. En een onverbeterlijke ‘womanizer’ die desondanks ook, als we zijn gezin mogen geloven, een echte familieman is.

Tot op hoge leeftijd zal Chuck Berry zijn signatuursongs blijven spelen en de duck walk doen. Totdat de Duivel de man die hoogstpersoonlijk zijn muziek naar de wereld bracht tóch tot zich roept…

Mel Brooks: The 99 Year Old Man!

HBO Max

Als ambassadeur van de Amerikaanse comedy doet Judd Apatow zich al jaren gelden. Hij speelde als producer een belangrijke rol bij de Hollywood-hits The Cable Guy, Knocked Up en The 40 Year Old Virgin en behoorde tot de drijvende krachten achter series zoals The Larry Sanders Show, Girls en Love.

En als documentairemaker eert Apatow z’n helden. Met The Zen Diaries Of Garry Shandling (2018) bijvoorbeeld en het dit jaar te verschijnen Paralyzed By Hope: The Maria Bamford Story. Samen met Michael Bonfiglio, met wie hij eerder ook al George Carlin’s American Dream maakte, portretteert hij nu ook een levende legende: Mel Brooks: The 99 Year Old Man! (217 min.), in het jaar, op 28 juni om precies te zijn, waarin die honderd jaar oud hoopt te worden.

De Joodse komiek, regisseur, producer en schrijver Mel Brooks (echte naam: Melvin Kaminsky) scoorde in zijn leven kaskrakers zoals The Producers, Blazing Saddles en Spaceballs, maar leverde zo nu en dan ook flinke flops af. Collega’s zoals Ben Stiller, Conan O’Brien, Jerry Seinfeld, Dave Chappelle en Adam Sandler vinden hem ronduit geniaal. Anderen, ‘de critici’ waarvoor hij graag z’n neus ophaalt, noemen zijn werk dan weer dom en platvloers.

Deze lijvige biografie in twee delen, waarin ook z’n zoons Nicholas, Eddie en Max hun zegje doen, neemt zijn leven van begin tot eind door. Sterke verhalen, smakelijke anekdotes en grappige fragmenten te over. Iemand die zo lang leeft, moet zichzelf nu eenmaal steeds opnieuw uitvinden – als producent van serieuze films, gelauwerd musicalschrijver of ‘wise old man’ van de Amerikaanse comedy bijvoorbeeld – en kan diverse malen in en uit de mode raken.

Te midden van alle (on)gein, gevatheid en wansmaak verschijnt een man die alle tegenslag met humor tegemoet treedt en op de één of andere manier altijd de moed vindt om verder te gaan. Nadat zijn echtgenote Anne Bancroft is overleden, spendeert Mel Brooks bijvoorbeeld elke avond bij zijn beste vriend, collega-komiek Carl Reiner. Hij is ook bij hem als Reiner in 2020 op 98-jarige leeftijd overlijdt. En Brooks blijft ook daarna naar diens woning komen.

‘Maandenlang kwam hij naar het huis, nadat mijn vader gestorven was, om daar te zitten, tv te kijken en te eten’, vertelt Carls zoon Rob Reiner, die onlangs samen met zijn echtgenote Michele op tragische wijze om het leven werd gebracht, aan Apatow en Bonfiglio. Brooks vraagt Rob ook om het hem te laten weten als ze het huis willen verkopen. ‘En toen zei ik: misschien is het beter als we het huis te koop zetten, met jou erin? Wellicht is het dan meer waard.’

Wat er ook zijn levenspad komt – een jong gestorven vader, de Tweede Wereldoorlog of bezoek van Magere Hein – Mel Brooks blijft ogenschijnlijk onverstoorbaar doorwandelen. Nog steeds. Totdat de weg toch doodloopt en even later de allerlaatste lach wegsterft…

The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father

Jackson Reffitt / DR Sales

Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2024 loopt in het gezin van Guy Reffitt de verkiezingskoorts véél hoger op dan elders. De man des huizes zit in de gevangenis. Hij is veroordeeld vanwege zijn bijdrage, als supporter van president Donald Trump, aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Als Trump nu opnieuw wordt gekozen, krijgen ‘gijzelaars’ zoals Guy waarschijnlijk amnestie.

Niet alle leden van het Texaanse gezin zitten erop te wachten dat papa weer thuiskomt. Net als in veel andere Amerikaanse families heeft Trump voor tweespalt gezorgd bij de Reffitts. Guys linkse tienerzoon Jackson staat recht tegenover zijn vader, die behoort tot de gewelddadige rechtse anti-overheidsmilitie The Three Percenters. De FBI heeft Jackson zelfs geadviseerd om het ouderlijk huis in Wylie, Texas, te verlaten.

De spanningen tussen de twee zijn in 2021 al zo hoog opgelopen dat Guy z’n zoon heeft bedreigd en landverrader noemde. Waarna Jackson op zijn beurt de FBI heeft getipt op zijn vader. Dat is ook het startpunt voor The Echo Of The Capitol Attack – The Boy Who Turned In His Father (53 min.), waarin Steffen Kretz moeder Nicole Reffitt, Jackson en zijn twee zussen Sarah en Peyton volgt in afwachting van de verkiezingsuitslag.

Nicole heeft zich in de jaren na Guys arrestatie opgeworpen als een vurige spreekbuis namens de zogeheten ‘J6’ers’, Jackson houdt vast aan de kritiek op zijn vader en zijn zussen zoeken de gulden middenweg in deze lastige familiesituatie. Zij proberen vooral het beeld van hun vader als een gewelddadige man te nuanceren. Tegelijk spreekt Peyton ook uit dat ze vindt dat Trump verantwoordelijk is voor 6 januari.

Intussen dreigen de Reffitts alles, waaronder ook hun huis, kwijt te raken. Er hangt dus nogal wat af van die verkiezingsuitslag, in dit boeiende portret van een Amerikaans gezin, dat model staat voor de oplopende spanningen in de Verenigde Staten. Op microniveau is te zien hoe wat ooit vanzelfsprekend één was nu van binnenuit wordt verscheurd. Totdat er veel meer is wat hen verdeelt dan wat hen bindt.

Als Trumps opponent Kamala Harris in 2024 zou zijn verkozen, dan zat Guy Reffitt nu nog gewoon in de Cimaron Prison te Oklahoma. Zoals bekend zal het anders lopen. Zijn zoon Jackson is alvast verhuisd naar een geheime locatie en heeft, typisch Amerikaans, maar een vuurwapen aangeschaft.

Dogs Of War

BBC

Hoewel internationale wetten het inzetten van huurlingen bij gewapende conflicten verbieden, zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 100.000 buitenlandse beroepssoldaten actief. ‘Oorlog is verslavend’, vertelt de Britse huursoldaat David Tomkins, die zo’n veertig jaar (mee)vocht en voor wapens zorgde in landen als Somalië, Koeweit, Afghanistan, Sierra Leone en Colombia in Dogs Of War (87 min.). ‘Chaos is verslavend. Het is net een drug. En ik vond het geweldig!’

Zijn carrière als huurling kreeg halverwege de jaren zeventig een pikstart in Angola. Toen er een burgeroorlog uitbrak in het Afrikaanse land, bleek er behoefte aan een explosievenexpert. En Dave had net naam gemaakt in Londen als bankrover. Met zelfgemaakte nitroglycerine bracht hij kluizen tot ontploffing. Zo’n man konden ze goed gebruiken. ‘Ik schaam me diep voor een aantal dingen die in Angola zijn gebeurd’, stelt David een halve eeuw later. ‘Die zouden nooit mogen gebeuren, in welke oorlog dan ook.’

Angola mocht dan een voorbeeld zijn van hoe ’t niet moest. Tomkins had de smaak wel degelijk te pakken gekregen. Volgende missie: het omleggen van president Étienne Eyadéma van Togo. Rationalisatie: de man had zelf zijn voorganger laten liquideren. Oog om oog, tand om tand. Opblazen, die kerel! Zover zou ’t echter nooit komen. Uiteindelijk ging Dave zelfs nog op bezoek bij Eyadéma, vertelt hij in deze boeiende film van David Whitney, waarin ie het verhaal van zijn loopbaan in de oorlogs- en wapenbusiness doet.

Van de revenuen daarvan kon hij zijn gezin prima onderhouden, stelt Tomkins. Er stond zowaar een Rolls Royce in de garage. Intussen viel en valt hij zichzelf niet lastig met ethische vragen. ‘I can’t be sorry for everybody in the world’, legt hij uit. ‘The world is what it is.’ Hij was nu eenmaal ‘proud to be a criminal’. Zo doet de gepensioneerde huurling elke kwestie af met een straffe oneliner. Over de jaren negentig, toen de halve wereld in brand stond, zegt ie bijvoorbeeld: ‘A bad time for the world, but good for me.’

David Whitney verbeeldt ‘s mans herinneringen met enigszins kluchtige reconstructies en kadert ze verder in met quotes van direct betrokkenen, deskundigen en de huurlingen Alex Lennox, Dean Shelley en Peter McAleese (die samen met Tomkins ook al was te zien in Killing Escobar, Whitneys reconstructie van hun mislukte moordaanslag op de Colombiaanse drugscrimineel). Samen schetsen zij letterlijk een gewetenloze business, waarin het eigen gewin voorop staat en de rest een zorg is voor anderen of voor later.

Als ík ‘t niet zou doen, zegt David Tomkins bijna letterlijk, dan zou een ander ’t doen. En wanneer David Whitney maar blijft doorvragen naar zijn gevoelens over z’n roemruchte verleden, schiet dat bij hem in het verkeerde keelgat. Hij heeft helemaal geen berouw. ‘I wouldn’t swap one day of my fucking life for you or anybody else’, bijt hij de filmmaker toe. ‘I live for me and my family only. That’s the end of the story… Done!’

The Tale Of Silyan

Ciconia Film / Jean Dakar

De aardappels die ze even daarvoor nog enthousiast hebben gerooid, liggen nu te rotten in de schuur. De oudere Macedonische boer Nikola Conev en zijn familie komen ze aan de straatstenen niet kwijt. Niet tegen een fatsoenlijke prijs, tenminste. Op de markt blijven ze ook met hun tomaten, paprika’s en kroppen sla zitten.

Hier valt niet tegenaan te werken, vinden Nikola en de andere bewoners van Cesinovo, het dorp met de grootste ooievaarpopulatie van Noord-Macedonië. Samen met andere boeren blokkeren ze met hun tractor de straat, protesterend tegen het overheidsbeleid dat voor véél te lage prijzen heeft gezorgd. Met een theatraal gebaar gooien ze daarbij hun watermeloenen kapot op de straat en kieperen bakken met groente en fruit om, zodat de weg bezaaid is met hun oogst. Zonder opbrengst of resultaat.

Nikola’s dochter Ana en haar echtgenoot hebben eieren voor hun geld gekozen en de wijk genomen naar Duitsland, om daar werk te gaan zoeken. Nikola’s vrouw Jana reist hen al snel achterna, om voor hun kleindochter Ilina te gaan zorgen. Haar opa blijft dus alleen achter, in een dorp dat duidelijk betere tijden heeft gekend. Ook de ooievaars hebben daaronder te lijden. Op de akkers is ook voor hen weinig meer te halen. Net als Nikola zoeken ze dus hun toevlucht tot de plaatselijke vuilstort.

En daar krijgt The Tale Of Silyan (80 min.), de nieuwe film van Tamara Kotevska, pas echt een mythisch karakter. Zij heeft het relaas van de Macedonische boer ingebed in een eeuwenoud (?) volksverhaal, dat wordt verteld door een dorpeling. Over een zoon die z’n geboortedorp verlaat, wordt veranderd in de ooievaar Silyan en vanuit die hoedanigheid het leven van de achterblijvers aanschouwt. Intussen ontfermt Nikola zich op die stortplaats over een verminkte ooievaar: Silyan. Juist.

Net als in de voor een Oscar genomineerde publieksfavoriet Honeyland (2019), die ze samen met Ljubomir Stefanov maakte, creëert Kotevska in deze sprookjesachtige film een geheel eigen universum, niet in het minst door het verbluffende camerawerk van Jean Dakar. Hij heeft de parallelle werelden van de ooievaars en menselijke bewoners van Cesinovo majestueus vereeuwigd. Daarvoor geldt vermoedelijk wel hetzelfde als voor de rest van deze documentaire: te mooi om (volledig) waar te zijn.

The Tale Of Silyan verweeft intussen grote maatschappelijke thema’s – de tragiek van de hedendaagse boer, arbeidsmigratie en de achterkant van de consumptiemaatschappij – met een parabel over de moderne mens, die losgetrokken is van zijn wortels, en de moderne ooievaar, die daardoor gedwongen wordt om ‘fast food’ te scoren op een vuilnisbelt. Een betoverende film, waardoor de kijker zich maar al te graag in de luren laat leggen.

Nick Cave’s Veiled World

Sky

In zijn werk gaat Nick Cave onbevreesd de confrontatie aan met het onderbewuste. ‘Hij is op zoek naar de menselijke ziel’, stelt filmmaker Wim Wenders bij de start van Nick Cave’s Veiled World (65 min.). ‘Nick wil weten waarom hij op aarde is. Niet veel mensen willen dat weten.’ Schrijver Irvine Welsh vult aan: ‘We krijgen allemaal met pijn en verlies te maken, met vreugde en euforie. Deze elementen zijn voortdurend met ons in gevecht. En voor mij is dat de plek waar grootse dingen ontstaan.’

Het is helder: in dit associatieve portret probeert Mike Christie de Australische zanger, songschrijver, componist en auteur psychologisch te duiden. In plaats van een ‘en toen en toen en toen’-doorloop van zijn carrière neemt hij een kijkje achter de façade bij de man en kunstenaar, die in z’n oeuvre zo vaak de donkere kanten van het bestaan opzoekt. Hij vervat de ontwikkeling die Cave heeft doorgemaakt in vijf archetypen: de bandiet, de schaduw, de pelgrim, het goddelijke kind en de profeet. Nick Cave zelf komt daarover overigens slechts beperkt – en volledig buiten beeld – aan het woord.

Christie verlaat zich liever op intimi, zoals Warren Ellis, Thomas Wydler en Colin Greenwood (zijn band The Bad Seeds), producer Nick Launay (The Birthday Party), fotograaf Polly Borland, schrijver Seán O’Hagan (co-auteur van het boek Faith, Hope And Carnage), modeontwerper Bella Freud, aartsbisschop Rowan Williams en de filmmakers John Hillcoat, Isabella Eklöf en Pete Jackson (de tv-serie The Death Of Bunny Munro, gebaseerd op Caves gelijknamige roman), Andrew Dominik (One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True) en Iain Forsyth & Jane Pollard (20.000 Days On Earth).

Deze insiders worden stuk voor stuk geïnterviewd in een spaarzaam ingerichte ruimte, waarin één of meerdere meubelstukken zijn afgedekt – als de kanten van de menselijke psyche die verborgen (willen) blijven. In Caves songs krijgen die de kans om zich alsnog in al hun lelijke schoonheid te tonen. Terwijl ze z’n teksten lezen vanaf een typemachine laten Cave-fans zoals Florence + The Machine-voorvrouw Florence Welch (The Mercy Seat) en Red Hot Chili Peppers-bassist Flea (Bright Horses) en de bevriende kunstenaar Thomas Houseago (White Elephant) zijn woorden bovendien op zich inwerken.

Samen schetsen zij een kunstenaar, die al enige tijd boven elke kritiek verheven lijkt te zijn – niet zonder reden overigens. Vraag is wel: waar houdt de man op en begint de mythevorming? Daarop geeft deze boeiende exegese van de kunstenaar Nick Cave geen eenduidig antwoord. Duidelijk is dat hij een enorme ontwikkeling – met de dood van zijn vijftienjarige zoon Arthur in 2015 als scharnierpunt – heeft doorgemaakt: van een losgeslagen podiumbeest dat zijn publiek bijna vijandig tegemoet trad naar een ‘wilde God’ die van zijn concerten zowat een plek voor geloof, hoop en liefde heeft gemaakt.

AIDS: The Unheard Tapes

BBC / Videoland

Zowel de Britse mannen die de AIDS-crisis van jaren tachtig en negentig overleefden als degenen die in deze traumatische periode voor de internationale homogemeenschap overleden, komen aan het woord in de driedelige docuserie AIDS: The Unheard Tapes (158 min.) van regisseur Mark Henderson.

Dat zit zo: audio-opnamen van gesprekken met enkele slachtoffers zijn achteraf geplaybackt door acteurs, een huzarenstukje dat eerder bijvoorbeeld ook al werd geleverd in de Nederlandse documentaire Moeders en de fascinerende miniserie The Enfield Poltergeist. En dit werkt, in combinatie met archiefbeelden uit de donkerste dagen van de crisis en interviews met artsen, verplegers, onderzoekers, vrijwilligers van de hulplijn London Gay Switchboard en vertegenwoordigers van de belangenvereniging Terrence Higgins Trust (vernoemd naar de eerste Britse AIDS-dode), echt wonderwel.

De persoonlijke getuigenissen van deze jonge mannen – over hun leven vóór het HIV-virus, de impact van de gevreesde diagnose en de jaren die hen daarna nog resten – zijn veertig jaar later nog altijd onontkoombaar. Zij moeten proberen te overleven in een wereld waarin de homopest ‘een straf die de mensheid werd opgelegd door een razende God’ wordt genoemd. ‘I’d shoot my son if he had AIDS’, laat een predikant zelfs optekenen in de krant. ‘In 1991 zijn er een miljoen AIDS-gevallen’, licht hij toe in een televisieprogramma. ‘Rond 2025 is onze samenleving misschien ten onder gegaan.’

Een soortgelijke attitude wordt ook uitgedragen door de regering van Margaret Thatcher die, net als haar Amerikaanse collega Ronald Reagan, consequent weigert om de ‘gay plague’ serieus te nemen. Pas als duidelijk wordt dat niet alleen homo’s ten prooi vallen aan het dodelijke virus, gaat de Tory-regering overstag. Het voorlichtingsfilmpje ‘Don’t die of ignorance’ werkt echter averechts en wakkert de aversie tegen al wat afwijkt van de heteronorm alleen maar aan. Dan is de Britse prinses Diana effectiever: als zij een AIDS-patiënt de hand schudt, wordt dat daadwerkelijk als een keerpunt beschouwd.

Zo loopt AIDS: The Unheard Tapes nauwgezet de gehele Britse HIV-geschiedenis door. Totdat er, met twee stappen vooruit en één terug, een succesvolle behandeling wordt gevonden. De serie bewandelt daarmee hetzelfde terrein als Amerikaanse producties zoals How To Survive A Plague, 5B en Cashing Out en de Nederlandse podcast En Niemand Bleef Onaangeraakt, maar zet eigen accenten, zoals bijvoorbeeld de aandacht voor de latere populariteit van ecstacy binnen de Britse gayscene, dé manier om stoom af te blazen na een inktzwarte periode waarin alles op het spel staat.