Sudden Death: My Sister’s Silent Killer

BBC

Een kinderfilmpje van een schattig jongetje en meisje. Patrick en Lauren. Broer en zus. Patrick is inmiddels zeker tien jaar ouder. Hij kijkt strak in de camera. Intussen klinkt een telefoongesprek met een alarmnummer. ‘Hoe oud is je dochter?’ vraagt een hulpverlener. ‘Negentien’, antwoordt Laurens moeder. ‘Oké, leg haar op haar rug en verwijder eventuele kussens.’ Paniek aan de andere kant van de lijn: ‘Ze is weg!’ De camera dwaalt ondertussen door het lege huis. Lauren krijgt eerste hulp. Patrick kijkt nog altijd recht naar de kijker. Waarna de tragische titel van de film in beeld verschijnt: Sudden Death: My Sister’s Silent Killer (50 min.).

Regisseur Lindsay Konieczny valt direct met de deur in huis in de openingsscène van deze interessante tv-docu. ‘Hoe kun je volkomen gezond zijn en dan de volgende dag ineens niet wakker worden?’ stelt Patrick vervolgens de vraag die alle betrokkenen bezighoudt. Het is onduidelijk of daarop ooit echt antwoord komt. Er zijn officiële benamingen voor wat er waarschijnlijk is gebeurd met Lauren. Sudden Arrhythmic Death Syndrome. Of Sudden Cardiac Arrest. Aandoeningen die doorgaans worden geassocieerd met voetballers zoals Nouri en Eriksen. Hun hart hield er en plein publique, tijdens een wedstrijd, ineens (even) mee op.

Het blijft echter nauwelijks te verkroppen dat er waarschijnlijk nooit definitief uitsluitsel komt over de precieze oorzaak van Laurens overlijden of waarom ze juist op dat moment is bezweken. Patrick, die zijn ouders verder niet wil belasten met zijn gevoelens, gaat op onderzoek uit naar wat er zich heeft afgespeeld in het lichaam van zijn zus en welk effect dat heeft op hem als jongvolwassene. Hij gaat in gesprek met allerlei deskundigen, lucht verder zijn hart bij lotgenoten en ontmoet de voormalige profvoetballer Fabrice Muamba (Tottenham Hotspur), die in 2012 een hartstilstand op het voetbalveld overleefde.

Uiteindelijk laten Patrick en zijn ouders ook onderzoeken of Laurens plotselinge overlijden wellicht een erfelijke kwetsbaarheid in de familie blootlegt en of dit soort tragische sterfgevallen op de één of andere manier zijn te voorkomen. Daarmee werpt deze rondgang langs leed, vrees en toch ook hoop belangrijke vragen op over aandoeningen die nog altijd ondergediagnosticeerd zijn en daarom ogenschijnlijk ongehinderd kunnen blijven voortwoekeren in de levens van nietsvermoedende jonge mensen en hun families.

Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac

Vanuit de Oostkust opereerden Puff Daddy en The Notorious B.I.G. (alias Biggie Smalls) van het New Yorkse platenlabel Bad Boy Records. De Westkust werd vertegenwoordigd door Snoop Dogg, Dr. Dre en Tupac Shakur van Death Rowe Records. De wedijver tussen de hiphoppers van de Amerikaanse Eastcoast en Westcoast zou halverwege de jaren negentig helemaal uit de hand lopen. Op 13 september 1996 werd Tupac neergeschoten. Dik een half jaar later, op 9 maart 1997, volgde zijn evenknie aan de andere kant, Biggie Smalls.

Nadat hij eerder al de dood van Nirvana-zanger Kurt Cobain had onderzocht in het trashy Kurt & Courtney (1998) ging Nick Broomfield in Biggie And Tupac (2002) op zoek naar de ware toedracht van de twee hiphop-moorden. Toen stuitte de Britse documentairemaker, die destijds meestal zelf het geluid deed voor zijn films en daarin dan ook prominent aanwezig was als ‘man met een missie’, nogal eens op gesloten deuren. Een kleine twintig jaar later is de bereidwilligheid bij direct betrokkenen om te praten over wat er destijds is gebeurd een stuk groter.

Dat heeft een heel praktische reden: sinds 2018 zit Marion ‘Suge’ Knight, de eigenaar van Death Rowe Records, vanwege moord in de gevangenis, waarschijnlijk voor de rest van zijn leven. Suge zou de kwade genius zijn geweest, die van zijn platenmaatschappij een bolwerk maakte van bendeleden, afkomstig van zowel The Bloods als hun grote vijand The Crips. Hij was er naar verluidt ook hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat de intelligente en welbespraakte jongeling Tupac veranderde in een onvervalste ‘street thug’. Intussen werd de rivaliteit met de rappers van de Eastcoast naar steeds gevaarlijker hoogte opgepookt.

Met allerlei insiders en fraai archiefmateriaal van achter de schermen vangt Nick Broomfield in Last Man Standing: Suge Knight And The Murders Of Biggie & Tupac (105 min.) het giftige klimaat binnen Death Row Records, dat tot allerlei excessen leidde en Tupac uiteindelijk de kop zou kosten. Vanuit de gevangenis zou Suge Knight, die in de documentaire American Knightmare / American Knightmare (2008) al zijn lezing van het verhaal heeft gegeven, vervolgens de opdracht hebben gegeven om Biggie te liquideren. En daarbij kunnen best eens politieagenten van de Los Angeles Police Department betrokken zijn geweest.

Het is inmiddels een klassiek verhaal geworden: over Tupac en Biggie, twee rappers die door hun dood voorgoed met elkaar zijn verbonden. Die tragedie wordt hier nog eens van extra details en context voorzien. Zonder dat dit tot wezenlijk nieuwe inzichten leidt.

The Most Beautiful Boy In The World

Hij heeft in de afgelopen jaren al in Finland, Hongarije en Rusland gekeken, maar geen enkele jongen heeft ‘het’. Totdat op een koude februaridag in 1970 de vijftienjarige Björn Andrésen binnenstapt tijdens een screentest in Stockholm. De Italiaanse regisseur Luchino Visconti is totaal overdonderd.

Een goddelijke jongen. Die prachtige verlegen glimlach. De werkelijk onweerstaanbare ogen. En dat ranke bovenlijf, speciaal op zijn verzoek ontbloot. Visconti heeft Tadzio gevonden, de held voor zijn verfilming van Thomas Manns novelle Death In Venice! Als de speelfilm, over de liefde van een oudere man voor een onschuldige jongen, een jaar later in première gaat tijdens het festival van Cannes, groeit de Zweedse tiener direct uit tot een wereldwijd idool. Een leeg canvas waarop eenieder – begerige kerels voorop – zijn verlangens kan projecteren.

Een halve eeuw is ‘Tadzio’ allang niet meer The Most Beautiful Boy In The World (94 min.), de geuzennaam die de Italiaanse regisseur hem gaf. Hij oogt als een slonzige oude man, met een onverzorgde baard en lang grijs haar. Zijn huisbaas wil hem uit zijn vervuilde woning zetten. Andrésens buren voelen zich niet meer veilig sinds hij op een onbewaakt ogenblik het gas aan heeft laten staan. Intussen ligt Björn gedurig in de knoop met zichzelf en zijn jongere vriendin Jessica.

Na Death In Venice verloor Visconti snel zijn interesse in hem. De jongen was inmiddels zestien en onmiskenbaar onderweg naar volwassenheid. Op de plotselinge roem die hem ten deel viel – van een carrière als popster en inspiratiebron voor mangatekenaars in Japan tot een rol als ‘trophy boy’ voor Franse homoseksuelen – was hij echter op geen enkele manier toegerust. De mediahype zou hem alleen maar confronteren met de butsen die hij in zijn jeugd had opgelopen.

Andrésens gecompliceerde levensverhaal wordt in handen van Kristina Lindström en Kristian Petri een even sfeervolle als melancholieke vertelling. Over een door het leven getekende man die nooit de ongerepte Tadzio is geweest die Visconti in hem zag, eerder een slachtoffer van ’s werelds oppervlakkige fixatie op uiterlijk en beroemdheid. Een zwaarmoedige man bovendien, die nog altijd bezig is om de wonden uit zijn verleden een plaats te geven in zijn huidige bestaan.

Death Of A Child

finalcutforreal.dk

Schuld is een veel te mild woord. Rouw volstaat ook niet. Als ouder zou je het liefst je kop door een muur beuken, om hem vervolgens af te hakken. Overmand door een nauwelijks te bevatten falen, dat je je hele leven blijft achtervolgen.

Doug vergat ‘s ochtends zijn driejarige dochtertje Kristen af te leveren bij de kinderopvang. ‘s Middags ging hij haar daar ophalen met zijn vrouw Diana. Kristen bleek nog in zijn auto te liggen. Eerste hulp mocht niet meer baten.

Bishop werd nog geen half jaar oud. Zijn ouders dachten van elkaar dat ze hun zoontje naar het dagcentrum hadden gebracht. Thuis ging het ondertussen helemaal mis.

Ook Bryce zou z’n eerste verjaardag niet halen. Zijn moeder Lynn, in het dagelijks leven militair, kon hem niet meer redden. ‘Geen ouder wil weten hoe het is om je eigen kind te beademen.’ En toen moesten de officiële beschuldigingen nog komen.

In hun vorige film Pervert Park (2014) portretteerden Frida en Lasse Barkfors Amerikaanse zedendelinquenten. In Death Of A Child (79 min.) uit 2017 richten ze zich op een al even omstreden groep: ouders die ‘schuldig’ zijn aan de dood van hun eigen kind. Het resultaat is al net zo indringend. Terwijl hun hoofdpersonen zijn te zien in hun dagelijks leven, inclusief (dezelfde) partner en kinderen, doen ze hun verhaal. Volstrekt normale ouders die een ondraaglijke last met zich meetorsen.

Het Deense echtpaar Barkfors blijft zelf vrijwel volledig op de achtergrond en laat de diep persoonlijke getuigenissen zoveel mogelijk voor zichzelf spreken: over schaamte, depressie, huwelijksproblemen, laster, ouderschap, sociale uitsluiting én de vraag of ze hun kind ooit, in het hiernamaals, nog zullen ontmoeten. En of het dan niet boos op hen zal zijn. Niemand anders kan hen immers nog een verwijt maken dat ze zichzelf nooit hebben gemaakt. Behalve het kind dat alleen in hun gedachten voortleeft.

Toch is deze stemmige film geen eindeloos tranendal geworden. Na afloop overheerst vooral het gevoel dat ook na het grootst denkbare verdriet het leven gewoon verdergaat. Het vergt dan alleen wel ongelooflijk veel moed en doorzettingsvermogen om het weer ten volle aan te gaan.

Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel

Netflix

In de openingsscène van deze vierdelige serie ligt ‘t er meteen duimendik bovenop: het Cecil Hotel in Skid Row, een beruchte wijk in het centrum van Los Angeles, is een verdoemde plek. Je kunt er zomaar dope gebruiken of dealen, in de prostitutie verzeild raken of tragisch aan je einde komen. ‘De Cecil is een plek waar seriemoordenaars zich ontspanden’, zegt de plaatselijke historica Kim Cooper over het low-budget hotel waar veelal jonge toeristen terechtkwamen te midden van verschoppelingen die er zo’n beetje permanent hun intrek hadden genomen. Richard Ramirez, berucht geworden als The Night Stalker verbleef er bijvoorbeeld een tijdje.

Heeft Elisa Lam, een jonge Canadese vrouw die eind januari 2013 incheckte bij het hotel, deze duivelse plek ooit nog verlaten? Ze is spoorloos verdwenen. En rechercheurs die de zaak onderzoeken hebben haar op beelden van beveiligingscamera’s alleen naar binnen zien gaan. Lam lijkt nooit meer naar buiten te zijn gekomen. Dat is de uitgangspositie voor Crime Scene: The Vanishing At The Cecil Hotel (219 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die genreklassiekers als de Paradise Lost-trilogie, Cold Blooded: The Clutter Family Murders en Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes op zijn naam heeft staan.

Een sinistere video van de 21-jarige Elisa Lam, die zich vreemd gedraagt in de hotellift, gaat viral en zet allerlei dubieuze amateurdetectives aan het werk. Ze beginnen de beelden te analyseren en spitten daarna de online-historie van de jonge vrouw door. Op zoek naar aanwijzingen voor wat er kan zijn gebeurd. Daarmee belandt Crime Scene op hetzelfde terrein als de zenuwslopende series Don’t F##k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud. Van dat niveau is deze vet aangezette productie – een bonte verzameling ‘deskundigen’, duistere en suggestieve reconstructiebeelden en een unheimische soundtrack – evenwel niet.

Berlinger geeft opvallend veel ruimte aan wilde speculaties over wat er kan zijn gebeurd en allerlei bizarre complottheorieën over het ‘spookhotel’ Cecil die daar weer uit voortvloeien. De verantwoordelijke figuren – een soort onuitstaanbare combinatie van influencer, ramptoerist en allesweter – vliegen gaandeweg helemaal uit de bocht. Uiteindelijk is het de documentairemaker daar ook om te doen: terwijl deze zelfbenoemde onderzoekers vanachter hun eigen toetsenbord een gruwelijk misdrijf proberen op te lossen, gewoon als aardig tijdverdrijf of als mogelijkheid om zichzelf te profileren, richten ze heel veel schade aan. En het onderzoek naar wat er echt is gebeurd met Elisa Lam wordt er alleen maar door gehinderd.

Deze kanteling van het verhaal – van whodunnit naar schotschrift tegen social media-klopjachten – wordt door Joe Berlinger pas redelijk laat ingezet en plaatst de start van de serie in een verrassend perspectief. En daarna ontstaat er zowaar ruimte om de kwestie rond Elisa Lam écht op zijn merites te beoordelen. Helaas wordt dat effect dan weer een beetje teniet gedaan door het wel erg cheesy einde, waarin de tragische jonge vrouw, op z’n Amerikaans, ineens allerlei héle bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Want zelfs een noodlottige kwestie heeft een echte heldin nodig.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.

Aileen Wurnos: The Selling Of A Serial Killer / Aileen: Life And Death Of A Serial Killer

Toen bekend werd wie de hoofdrol zou gaan spelen in de verfilming van haar leven, moet menigeen zijn hart hebben vastgehouden. De beeldschone actrice Charlize Theron, gezicht van modehuis Dior, leek toch in de verste verte niet op Aileen Wuornos? Kon zij werkelijk doorgaan voor de bekendste vrouwelijke seriemoordenaar?

Een Oscar en talloze filmprijzen voor Monster later had Theron, die er als kind getuige van was hoe haar moeder haar alcoholische vader doodschoot en die de keerzijde van de medaille dus wel degelijk had leren kennen, zich al lang en breed bewezen. Zo doodgewoon, angstaanjagend en toch zielig als de échte Aileen kon ze desondanks met de beste wil van de wereld niet worden. Die was door Nick Broomfield en Joan Churchill al in volle glorie gepresenteerd in twee beruchte true crime-docu’s: Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer (85 min.) uit 1992 en Aileen: Life And Death Of A Serial Killer (90 min.) uit 2003. Een ernstig beschadigde vrouw die zelf ook heel wat schade had aangericht. ‘Thank you. I’ll be up in heaven while y’all rot in hell’, voegt ze bijvoorbeeld de rechter toe, die haar ter dood veroordeelt. ‘May your wife and kids get raped, right in the ass.’

De Brit Broomfield fungeert intussen zelf als protagonist, die tevens dienst doet als zijn eigen geluidstechnicus, voor een lang uitgesponnen roadmovie door white trash-Amerika. Hij hoopt zo alle duistere details te kunnen opdiepen over de lesbische liftster die tijdens haar werk als prostituee zeven mannen zou hebben vermoord. Zelf houdt die de boot vooralsnog af. Aileen wil geld zien en heeft haar tamelijk louche advocaat Steve Glazer, die meteen de gelegenheid te baat neemt om zijn eigen muziek te pluggen, opdracht gegeven om het onderste uit de kan te halen. Pas aan het einde van de eerste film komt Broomfield, na een tamelijk ranzige rondgang langs hele en halve Wuornos-kenners, uiteindelijk oog in oog te staan met de gevreesde mannenhaatster.

Twaalf jaar later wordt de Britse documentairemaker, die er soms ronduit dubieuze methoden op nahoudt, als getuige opgeroepen in het proces dat moet leiden tot de executie van zijn subject. Tijd voor een tweede documentaire over Aileen Wuornos (die overigens behoorlijk dubbelt met z’n voorganger). De vrouw die eerder zo moeilijk benaderbaar leek, stelt zich nu ogenschijnlijk helemaal open voor hem en corrigeert bovendien haar eerdere getuigenissen, waarin ze stelde dat er sprake was zelfverdediging. Nee, ze heeft die kerels destijds toch echt gewoon in koelen bloede afgemaakt. Broomfield weet al snel niet meer wat hij moet geloven. Houdt ze hem nu voor de gek of deed ze dat juist eerder? En met welke reden dan? Wuornos heeft bovendien een uiterst ongemakkelijk verzoek voor hem: nu hij er toch is, wil hij er dan ook getuige van zijn hoe zij plaatsneemt op ‘old sparky’, de elektrische stoel?

De Dood Van Antonio Sànchez Lomas

EO

Eerst werd hij rücksichtslos geliquideerd. Daarna slingerde de Guardia Civil Antonio Sànchez Lomas, de leider van de Maquis-rebellen, over een ezel en werd zijn lijk demonstratief door Frigiliana geleid. De boodschap kon niemand in het zuid-Spaanse dorp ontgaan: zo vergaat het lieden die zich verzetten tegen het Franco-regime.

Ruim zestig jaar na dato zijn de wonden nog altijd niet geheeld. Bepaald niet alle dorpelingen ondersteunen dan ook het initiatief van Ramón en Salvador Gieling om voor de documentaire De Dood Van Antonio Sànchez Lomas (86 min.) een re-enactment van de dramatische gebeurtenissen te organiseren. Anderen zien er juist een unieke gelegenheid in om aandacht te vragen voor de slachtoffers van het dictatoriale regime.

Dat verleden leeft nog altijd in het idyllische witte dorp, waar familieleden van daders naast nabestaanden van slachtoffers wonen. De man die nog altijd niemand vertrouwt omdat zijn vader en broer werden vermoord moet op de één of andere manier samenleven met een dorpsgenoot die nog altijd La Cara Al Sol, de hymne van de fascistische Falangisten, als ringtone gebruikt voor zijn mobiele telefoon.

Vader en zoon Gieling weten de spanningen in Frigiliana, die exemplarisch zijn voor hoe Spanje nog altijd moet dealen met de erfenis van de Franco-jaren, op micro-niveau te vangen en sturen in deze wrange film aan op een verzoening – of op zijn minst een dialoog over dat pijnlijke verleden.

Trial By Media

Netflix

‘If it bleeds, it leads.’ Curtis Sliwa, de flamboyante New Yorker die eind jaren zeventig de militante burgerwacht The Guardian Angels oprichtte, heeft een eenvoudige verklaring voor de enorme ophef rond Bernhard Goetz. Net als Sliwa vond deze ‘Subway Vigilante‘ dat het hard nodig was dat de stad veiliger werd gemaakt.

En net als Paul Kersey, het Charles Bronson-personage uit de omstreden Death Wish-speelfilmreeks, besloot hij om het recht in eigen hand te nemen. De man, die enkele jaren daarvoor was overvallen, schoot vier zwarte jongens neer in de metro en groeide zo binnen de kortste keren uit tot het middelpunt van een enorme mediahype. Bernhard Goetz werd zowel gebombardeerd tot ‘poster boy’ voor de National Rifle Association als uitgemaakt voor schietgrage racist, die in koele bloede een stel ‘nikkers’ had afgemaakt.

Trial By Media (367 min.) belicht zes van dit soort spraakmakende true crime-verhalen en brengt ze met direct betrokkenen, aanklagers, advocaten, activisten en politici opnieuw in kaart. Van de tientallen politiekogels die werden afgevuurd op de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo (door Bruce Springsteen vereeuwigd in American Skin (41 Shots)) en de geruchtmakende groepsverkrachting in een bar (verfilmd met Jodie Foster onder de noemer The Accused) tot de jongen die, nadat hij in de tv-show Jenny Jones werd geconfronteerd met een liefdesverklaring van een andere man, maar één uitweg zag: zijn wapen.

Zulke dramatische gebeurtenissen worden vervat in gedegen reconstructies, met een stevige bronnenlijst en fraai archiefmateriaal. Die leveren verder geen spraakmakende nieuwe onthullingen op en resulteren ook niet in een soort metavisie op de rol van de pers in dit soort zaken (zoals bijvoorbeeld het Nederlandse televisieprogramma Medialogica steeds probeert te vinden). Trial By Media is vooral een hervertelling van spannende en schokkende verhalen die zich stuk voor stuk afspeelden onder het oog van een groot publiek, dat door verschillende partijen slim werd bespeeld en zo ook weer invloed had op de afwikkeling ervan.

Een erg smakelijk voorbeeld daarvan is de gang van zaken rond de strafzaak tegen de protserig rijke zorgondernemer Richard Scrushy (HealthSouth) uit Alabama. Hij wordt beschuldigd van grootschalige fraude en start vervolgens, om de gunst van het volk (weer) te winnen, een soort tweede carrière als tv-dominee. ’s Mans advocaten maken van zijn rechtszaak intussen een onvervalste ‘good ol’ boy-show’. Met smeuïge verhalen houden ze pers en publiek zoveel mogelijk uit de buurt van de feiten. En dat werkt: want een goed verhaal, zo luidt een andere boutade van en over de media, moet je niet dood checken.

Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr.

‘Ik raakte betrokken bij het vervaardigen van executie-apparatuur omdat ik me zorgen maakte over de beroerde staat van de hardware die in veel gevangenissen werd gebruikt.’, vertelt Fred A. Leuchter. Uit louter humanitaire overwegingen, zodat de doodstraf op een gepaste manier kon worden vertrokken, knutselde hij daarom in zijn vrije tijd een elektrische stoel in elkaar, die daarna in half Amerika in gebruik werd genomen. Gortdroog: ‘De apparatuur is volledig gestandaardiseerd en voldoet aan de hedendaagse eisen voor elektrocutie.’

Van het één kwam vervolgens het ander: na de stoel volgde de vraag om een machine te ontwerpen, waarmee dodelijke injecties konden worden gegeven. En later het verzoek om een deugdelijke galg te fabriceren. Zo lukte het Leuchter uiteindelijk, oneerbiedig gezegd, om van z’n hobby zijn beroep te maken. ‘Het moge duidelijk zijn dat ik vóór de doodstraf ben’, zegt de vakman in Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr. (91 min.). Hij is echter mordicus tegen marteling. De ter dood veroordeelde moet op een humane manier naar zijn einde worden begeleid.

Leuchter zit duidelijk op zijn praatstoel in deze bizarre documentaire van Errol Morris uit 1999. Hij krijgt alle ruimte om uit te wijden over de technische details van de door hem ontworpen werktuigen van de Duivel (al zal hij ze zelf eerder aan God toeschrijven), zijn voorliefde voor koffie én de vernietigingskampen van de nazi’s. Die natuurlijk nooit die functie hebben gehad. Dat spreekt voor zich. De Amerikaanse ingenieur, als getuige-deskundige bij een proces ingezet door de notoire Holocaust-ontkenner Ernst Zündel, kan er tijdens een werkbezoek aan Auschwitz-Birkenau in elk geval geen enkel wetenschappelijk bewijs voor vinden.

‘Het is een ongelofelijk moeilijke klus om honderden mensen tegelijkertijd te executeren’, stelt Leuchter over zijn bezoek aan de gaskamers. ‘Wij hebben al moeite genoeg om één man naar de andere wereld te helpen.’ Bovendien: ‘kogels waren veel gemakkelijker geweest dan dit.’ Morris omwikkelt Leuchters twijfelachtige conclusies in dit psychologische portret met zinnenprikkelende beelden en weelderige muziek en zet er getuigenissen van deskundigen tegenover, die zijn beweringen stuk voor stuk grondig ontmantelen. Is de man een overtuigde antisemiet en/of revisionist? Of gewoon een naïeveling, die zich voor het verkeerde karretje heeft laten spannen?

American Dream / American Knightmare

‘Ik ben Scarface zonder de drugs’, zegt Marion ‘Suge’ Knight. ‘En zonder dat ik aan het eind kapotgeschoten word.’ In gesprek met regisseur Antoine Fuqua blijkt de beruchte baas van het vermaarde hiphoplabel Death Row Records opmerkelijk rolvast. Je wilde een gangster? Dan krijg je een gangster. Flirtend met de Cubaanse supercrimineel Tony Montana, op onvergetelijke wijze vereeuwigd door Al Pacino in de bij (wannabe) criminelen immens populaire speelfilm Scarface. En pochend over zijn verleden in de grimmige achterstandswijk Compton in Los Angeles, waar hij net als zijn ontdekkingen Dr. Dre en Snoop Dogg opgroeide.

American Dream / American Knightmare (85 min.) is een wat eendimensionaal portret van de man die een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van gangsterrap, de commerciële exploitatie ervan én de vete tussen rappers van de Oostkust en de Westkust van Amerika, die tot de gewelddadige dood van sterren als Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. leidde. Dit is Knights kant van het verhaal, opgetekend tijdens een serie tweegesprekken met Fuqua in 2011 en 2012. Erg veel weerwoord krijgt de ‘low-life thug’ niet. Hij kan zijn imago van hiphop-maffiabaas, compleet met zonnebril en sigaar, zonder al te veel moeite ophouden. Vrijwel elke zin die met veel bravoure uit zijn mond komt is gelardeerd met krachttermen als fuck, bitch of motherfucker.

Alleen de dood van Tupac, waarbij hijzelf gewond raakte, laat hem zo’n vijftien jaar na dato nog altijd niet koud. Zodra Fuqua daarop doorvraagt, moet Suge zijn auto aan de kant van de weg zetten. Het is één van de weinige keren dat hij even de regie kwijt lijkt te raken in deze semi-autobiografie, waarin ook zijn ouders en ooms aan het woord komen. Ook al probeert Fuqua hem soms iets kritischer te bevragen en plaatst hij met archiefbeelden, nieuwsberichten en fragmenten uit zijn strafblad zo nu en dan kanttekeningen bij Knights grootspraak en ontkenningen. American Dream / American Knightmare is echter geen film waarmee je aan Suge Knights binnenkant komt, om te zien waarvoor het hart van de man achter Death Row Records, die inmiddels voor 28 jaar achter de tralies is verdwenen, werkelijk klopt.