Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy

Netflix

In het Amerika van de Republikeinse president Ronald Reagan (1981-1989) wordt de kloof tussen arm en rijk zienderogen groter en groter. Ze krijgen zelfs hun eigen drugs: een snuifje cocaïne voor elke getapte (witte) jongen met een dikke portemonnee. En de goedkope variant daarop: crack, rookbare coke voor (veelal zwarte) armoedzaaiers.

In de probleemwijken van grote steden ontstaat meteen een alternatieve economie rond dit verwoestende middel, dat gebruikers binnen enkele seconden superhigh maakt en hen al snel helemaal in zijn greep heeft. Het duurt niet lang of ‘straatkapitalisten’, verslaafden en (bad) cops maken het normale leven volstrekt onmogelijk.

Met (voormalige) gebruikers, dealers, dominees, politici, agenten, journalisten en historici begeeft deze documentaire van Stanley Nelson zich naar het hart van de crackepidemie in de jaren tachtig en negentig, als complete gemeenschappen volledig worden ontwricht en de crisis ondertussen uitgroeit tot een enorme mediahype. Met bijvoorbeeld broodje aap-verhalen over talloze ‘crackbaby’s’ tot gevolg.

Dat vraagt om draconische maatregelen. En die komen er dan ook: crackgebruik wordt grondig gecriminaliseerd. Het betekent de definitieve escalatie van de Amerikaanse ‘war on drugs’, die zich vooral op de lagere echelons van de bevolking richt. En zo komt de ‘mass incarceration’ van opmerkelijk genoeg vooral zwarte Amerikanen op gang, die nog altijd zijn sporen achterlaat in de hedendaagse maatschappij.

Dat maatschappelijke drama is al eerder opgetekend, maar wordt in Crack: Cocaine, Corruption & Conspiracy (89 min.) nog eens kundig gereconstrueerd, met grauw archiefmateriaal vanuit de frontlinie en een lekkere soundtrack met gekende raphits. Het sterkst wordt de film als oud-gebruikers en –dealers geëmotioneerd de rekening opmaken en bekijken wat al dat gebruik en gehossel hen op persoonlijk en sociaal vlak heeft gekost.

Terwijl het volgens Ronald en zijn vrouw Nancy Reagan toch allemaal zo simpel was: just say no.

High On Crack Street: Lost Lives In Lowell

Afgetrokken gezichten, verwilderde ogen en rotte tanden. In één oogopslag verraden de hoofdpersonen van de documentaire High On Crack Street: Lost Lives In Lowell (59 min.) hun voornaamste bezigheid: het scoren en gebruiken van crack, de goedkope straatvariant van cocaïne. Aan het einde van de twintigste eeuw behoorden dit soort menselijke ruïnes tot het vaste straatbeeld in grote Amerikaanse steden en tegenwoordig lijken ze, als gevolg van de zogenaamde Opioid Crisis, daarin weer terug te keren.

Deze observerende documentaire uit 1995 is gesitueerd in Lowell, Massachusetts, waar de crackepidemie wild om zich heen grijpt. ‘Ik ben een druggie, maar ik ben tegelijkertijd ook geen druggie’, zegt een blonde vrouw treffend, terwijl haar huisgenoten high worden. ‘Ik wil beter worden, maar ik wil ook niet beter worden. Ik heb hulp nodig, maar sla die hulp ook af.’ Ze pauzeert even: ‘Ik wil het zelf doen. Dat kan ik ook.’ Enkele ogenblikken later heeft ze zich alweer overgegeven aan het roken van crack. Alsof alles wat ze zojuist heeft gezegd voorgoed is vervlogen.

Die eeuwige cyclus van goede voornemens, opzichtige terugvallen en pogingen om weer boven Jan te komen vormen het hart van deze ruwe en ruige film, waarin de filmmakers Jon AlpertMaryAnn De Leo en Richard Farrell zich concentreren op drie hoofdpersonen: Brenda (die zwanger is geraakt op straat, maar van wie?), haar (ex-)vriend Boo Boo (een licht ontvlambare rouwdouwer met, ergens, ook wel een goede inborst) en voormalig profbokser Dicky Ecklund (die ooit nog met Sugar Ray Leonard in de ring heeft gestaan, maar nu vooral tegen zichzelf vecht).

Ze zijn nog slechts schimmen van de mensen die ze ooit geweest moeten zijn. Tegenwoordig houden de drie zich, tussen het spuiten en basen door, vooral onledig met vechtpartijen, winkeldiefstal en straatprostitutie. Elke vorm van schaamte, ook voor de camera, is daarbij verdwenen. In de achttien maanden dat deze documentaire werd geschoten maken ze de ene na de andere crisis door en offreren zo een compromisloos beeld van het leven aan de zelfkant. Een troosteloze wereld, die je je ergste vijand nog niet toewenst.

Deze desolate documentaire vormde de basis voor de speelfilm The Fighter, waarin Christian Bale een bokser met een hardnekkige verslaving vertolkt.

How To Fix A Drug Scandal

Netflix

Zitten er mensen onschuldig in de cel? Die vraag dringt zich onmiddellijk op als Sonja Farak in 2013 wordt aangehouden. De chemicus van het Amherst-laboratorium in de Amerikaanse staat Massachusetts test in beslag genomen drugs en zou wel eens met bewijsmateriaal kunnen hebben geknoeid. Moeten die rechtszaken nu opnieuw? En wat kan Farak hebben bewogen om haar beroepseer op zo’n flagrante wijze te schenden? Ze zal toch niet zelf…?

De Amerikaanse true crime-crack Erin Lee Carr (Mommy Dead And DearestAt The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en I Love You, Now Die: The Commonwealth v. Michelle Carter) brengt de zaak tegen de 35-jarige chemicus in How To Fix A Drug Scandal (208 min.) samen met de kwestie rond een andere laborante: Annie Dookhan van het eveneens in Massachusetts gevestigde Hinton-misdaadlab. Zij heeft er ook een potje van gemaakt bij het testen van drugsbewijs.

Alle elementen voor een onvervalste nagelbijter lijken aanwezig. Toch duurt het even voordat deze vierdelige documentaireserie op stoom komt. Zeker de eerste aflevering is erg uitleggerig: wat doet zo’n drugslaborant nu precies en welke consequenties heeft het als dat werk niet kan worden vertrouwd? Dit gaat ten koste van het verteltempo, dat later wel wat wordt opgeschroefd.

Erin Lee Carr kleedt de vertelling aan met chique reconstructies, waarin actrice Shannon O’Neill Sonja Farak vertolkt, en kadert die in met een waslijst aan bronnen: openbaar aanklagers, advocaten, verdachten, deskundigen, journalisten en de moeder en zus van Farak. Die laatste komt zelf niet aan het woord. En ook Dookhan laat verstek gaan. Al is het sowieso de vraag wat zij had kunnen toevoegen. De meerwaarde van de tweede casus blijft beperkt.

Dit is en blijft het relaas van Sonja Farak, de welhaast malicieuze manier waarop het Openbaar Ministerie van de staat Massachusetts is omgegaan met de strapatsen van haar dolende medewerker en wat de consequenties daarvan zijn geweest voor honderden, misschien wel duizenden, veroordeelden. Daarbij is de vraag gerechtvaardigd of die vertelling wel een miniserie waard is of toch ook gewoon in één stevige docu over deze geruchtmakende zaak had gepast.