The Sky Above Zenica

HBO Max

The Sky Above Zenica ( 92 min.) wordt getekend door de plaatselijke staalfabriek. Nadat de oorlog in het voormalige Joegoslavië halverwege de jaren negentig eindigde, volgde een periode van investeringen – en vervuiling – in Bosnië-Herzegovina. In de middelgrote stad in het hart van de Balkan streek het internationaal opererende staalconcern ArcelorMittal neer. Sindsdien is de luchtkwaliteit in Zenica zienderogen achteruit gegaan.

‘Als je denkt dat dit er normaal uitziet, ben ik Brad Pitt’, stelt Samir Lemes, de gedreven voorman van de actiegroep Eko Forum Zenica, terwijl hij kijkt naar de rook die de plaatselijke cokesfabriek permanent uitstoot. ‘Deze rook moet eerst gefilterd worden.’ Zulke vervuilde lucht zie je volgens hem nergens anders in Europa. En die conclusie wordt bevestigd door de World Health Organization: alleen in Noord-Korea vallen er meer doden door luchtvervuiling.

Samen met enkele getrouwen stelt Lemes zich in deze documentaire van Zlatko Pranjic en Nanna Frank Møller, gefilmd in de periode 2017-2024, teweer tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de staalfabriek, die werkgelegenheid biedt aan ruim tweeduizend mensen, alle milieuregels steeds weer aan z’n laars lapt en voor ernstige gezondheidsproblemen zorgt in de lokale gemeenschap, waar kanker en diabetes ongenadig huis houden.

Eko Forum moet over een lange adem beschikken. ArcelorMittal en de Bosnische autoriteiten verschuilen zich achter elkaar als het gaat om wat er precies aan de hand is en wie daarvoor verantwoordelijk is. ‘Waarom geven we milieuvergunningen uit aan vervuilers die de zorgen van burgers negeren?’ spreekt een medewerker van het Ministerie van Milieu uiteindelijk uit wat iedereen allang denkt. Gevolgd door: ‘Ik geef toe dat we niet aan de verwachtingen hebben voldaan.’

Niet veel later wordt er dus een Green City Action Plan gelanceerd. Zenica moet zowaar de eerste Bosnische stad worden, waarin louter duurzaam wordt geïnvesteerd. Samir Lemes en de andere activisten geloven er geen barst van en blijven zich vastbijten in het dossier rond de uitstoot van de fabriek. En dat lijkt zich gaandeweg ook enigszins uit te betalen. ArcelorMittal wordt gedwongen om onder ogen te zien wat de onderneming veroorzaakt in de gemeenschap.

Burgers kunnen wel degelijk het verschil maken, betoogt The Sky Above Zenica daarmee – al nemen Pranjic en Møller daarvoor wel ruim de tijd. Als waarheidsgetrouwe weerslag van een bijzonder taai proces heeft deze David & Goliath-docu daarom beslist z’n waarde, maar als schouwspel had ’t soms wel iets enerverender gekund.

Dit Hoort Bij Ons

NTR

De subsidie is stopgezet, het museum wordt gesloten. Bij de sluiting van De Voorde, het stadsmuseum van Zoetermeer, gaan ze de collectie uitpakken en uitstallen, zodat inwoners van de Zuid-Hollandse gemeente een laatste blik mogen werpen op de vijfduizend museumstukken. Dan kunnen ze samen bepalen: wat mag weg en wat moet beslist in Zoetermeer blijven?

Barbara Makkinga kijkt mee en begeleidt ‘het zorgvuldig en transparant ontzamelen van de hele collectie’ (aldus interim-directeur Hans van de Bunte) met invoelende voice-overs van Georgina Verbaan en bijpassende melancholieke muziek. Museoloog Gerard Rooijakkers verricht eveneens hand- en spandiensten en werpt dan soms elementaire vragen op. ‘Wat hebben de kleinkinderen en kinderen van Zoetermeer toch misdaan dat zij onterfd worden?’ houdt hij medewerkers en geïnteresseerden bijvoorbeeld voor.

Objecten die tijdens de ‘participatieve waardering’ met inwoners van Zoetermeer een lage beoordeling krijgen moeten in elk geval naar elders verkassen. Van andere werken weten de bewoners dan weer zeker: Dit Hoort Bij Ons (59 min.). Die kunnen dan mogelijk een plek krijgen bij de oorspronkelijke eigenaar of in een privécollectie. Tegelijkertijd is er ook onvrede: hebben sommige voorwerpen nu werkelijk geen persoonlijke, emotionele of geschiedkundige waarde voor de gemeenschap?

Het scheidingsproces – en scheiden doet onvermijdelijk lijden – brengt een maatschappelijke dialoog op gang. Jong en oud gaan in gesprek over wat van deze ‘collectie zonder thuis’ waarde heeft en dus behouden moet blijven. Daarmee ontwikkelt deze film zich tot een soort tegenpool van documentaires zoals Marten & OopjenMijn Rembrandt en Made In Holland, waarin gefortuneerde lieden of musea zich beijveren om prestigieuze en vaak ook peperdure kunstwerken aan de eigen collectie toe te voegen.

Zulke bezigheden zijn duidelijk voorbehouden aan ‘the happy few’, terwijl de kunst in Zoetermeer echt van en voor het volk is – of niet. Vrijwel alle objecten gaan dus gepaard met persoonlijke of historische verhalen, waarvan Makkinga er een paar uitlicht in deze interessante documentaire. Intussen belanden de objecten die tot het ‘onvervreemdbaar Zoetermeers erfgoed’ worden gerekend bij de gemeente zelf. En die heeft nog wel een bijzonder plekje: ergens waar voorlopig geen inwoner ze kan zien.

Fighting The Silence

IF Productions

Sommige vrouwen vertelden pas jaren later dat ze waren verkracht. Anderen bleven zwijgen. Tijdens de burgeroorlogen die rond de eeuwwisseling woedden in Congo leek seksueel geweld bijna een integraal onderdeel van het gevecht. ‘Ik schaamde me’, vertelt een vrouw, die werd overweldigd door een groep soldaten, in Fighting The Silence (52 min.). ‘Want het is hier niet normaal dat een volwassen vrouw naakt rondloopt en haar man moet vertellen dat ze verkracht is.’

Alsof dat ergens normaal is…  Na het zien van deze film van Ilse en Femke van Velzen uit 2007 is het alleen de vraag of ’t misschien tóch normaal is in Congo. Niet normaal, als in: geaccepteerd. Maar normaal, als in: regelmatig voorkomend. De Nederlandse tweelingzussen Van Velzen maakten diverse films over de positie van vrouwen in Afrika en laten in deze film zien hoe seksueel geweld vanuit de eigen cultuur kan worden vergoelijkt. Zodat de betrokken vrouwen eigenlijk tweemaal bruut worden overweldigd.

Vrouwen worden in Congo als minderwaardig gezien, stelt Chantal Andzjelani Kakozi van de hulporganisatie Sobifef, die opvanghuizen voor verkrachte vrouwen is gestart. Dat wordt treffend geïllustreerd door een Congolese man die bij thuiskomst ontdekt dat er iets loos is. Zijn vrouw ligt huilend op bed. Hij reageert zoals zijn cultuur hem blijkbaar heeft ingegeven. ‘Ik zei: een vrouw delen met een Burundees kan echt niet’, herinnert hij zich. ‘Je gaat terug naar je familie. Ik laat je los en hoef m’n bruidsschat niet terug.’

‘Als je als man bij je verkrachte vrouw blijft’, zegt een andere man even later, ‘dan krijg je geen rust.’ Zelfs kameraden blijven je dan lastigvallen. ‘Als je een beetje ruziet met vrienden, zeggen ze: jij deelt je vrouw met FDD soldaten. Wat kan je dan nog zeggen?’ Als Chantal Kakozi in gesprek gaat met mannen over seksueel geweld, krijgt ze dan ook alle mogelijke vormen van ‘victim blaming’ op zich afgevuurd – en het idee dat verkrachting door de legers van Burundi, Rwanda en Oeganda in Congo zou zijn geïntroduceerd.

‘De cirkel eindigt nooit omdat er niet gestraft wordt’, constateert Kakozi moedeloos, als ze de man – jongen – die zich heeft vergrepen aan een heel jong meisje in de gevangenis tevergeefs ter verantwoording probeert te roepen. Er is geen beginnen aan, lijkt de conclusie van Fighting The Silence in eerste instantie – ook al schreeuw je ’t van de daken. Toch vinden de zussen Van Velzen aan het einde van hun diep treurige film een sprankje hoop: een echtgenoot die z’n vrouw weer in genade heeft aangenomen.

Na Fighting The Silence maakten Ilse en Femke van Velzen nog twee films in Congo, Weapon Of War (2009) en Justice For Sale (2011). De drie documentaires vormen samen de Congo-trilogie.

Viktor

Cinephil

De Oekraïense jongeling Viktor (89 min.) wil het leger in. Zijn land verdedigen. En de onuitgesproken belofte aan zijn vader gestand doen. Die is in 2015 overleden en had toen vast niet kunnen vermoeden dat de Russen zeven jaar later aan de grens zouden staan, klaar om hun land binnen te vallen.

Aan de vooravond van die historische gebeurtenis start ook deze zwart-wit film van Olivier Sarbil. Viktor staat buitenspel bij die oorlog. Hij is sinds zijn vijfde doof – oorkanker – en mag daarom, tot zijn verdriet, niet in het leger. ‘Ik spreek tot jullie met een stem, die ik zelf niet kan horen’, zegt hij in de openingsscène, met de aardedonkere ‘inner voice’ waarmee hij/Sarbil de film aanstuurt. ‘De doven worden aan de kant geschoven en raken verloren. Ze verliezen het contact met de horende wereld. Ik wilde een krijger zijn, maar misschien heb ik mezelf voor de gek gehouden.’

Terwijl hij dit ‘zegt’ houdt Viktor een samoeraizwaard vast. Zijn andere houvast. Hij zweert bij Miyamoto Musashi’s boek De Strategie Van De Samoerai. Ondanks zijn imposante gestalde, een gepijnigde blik en donkere baard – die zijn moeder niet te kort mag knippen, anders verliest hij, gelijk Samson, wellicht zijn kracht – oogt hij op zulke momenten als een jongetje. Met een heel irreëel beeld van de oorlog. Sarbil, die zelf gehoorschade heeft opgelopen tijdens z’n werk, valt hem echter niet lastig met moeilijke vragen tijdens zijn pogingen om een plek in het Oekraïense leger te bemachtigen.

Intussen speelt de filmmaker met het geluid en die inwendige stem, die overigens heel anders klinkt dan Viktor zelf. Zodra die een machinegeweer krijgt omgehangen blijkt dat hij een talent heeft voor schieten. Instructeurs kunnen nauwelijks geloven dat Viktor dit nog nooit eerder heeft gedaan. Dat betekent alleen niet dat er ook plek is voor hem in één van de legereenheden. Daarvoor verloopt de communicatie met iemand die niet kan horen toch te stroef. Op momenten dat soldaten aan één woord genoeg moeten hebben, zou Viktor volstrekt aan de Goden zijn overgeleverd.

Deze documentaire is bedoeld als een immersieve ervaring, een poging om te benaderen hoe een jonge, vaderlandslievende en dove man de oorlog in zijn land ervaart. Dat voelt soms enigszins gekunsteld en staat zo nu en dan ook het ervaren van diezelfde oorlog in de weg. Alsof alles minder hard binnenkomt. Secundair. En misschien is dat precies hoe Viktor die oorlog ervaart en waarom hij er zo graag deel van wil uitmaken – al is het dan als fotograaf, de uitweg die hij uiteindelijk vindt om zijn diepgevoelde behoefte en de daaraan opgelegde beperkingen te omzeilen.

‘Stilte is geen leegte’, stelt die innerlijke stem intussen. ‘Er ontbreekt niets. Het is de aanwezigheid van het zelf en niets anders. En in deze stilte vind ik m’n vrede.’

Blue Notes & Higher Grounds

Max

Anthon, de 89-jarige vader van filmmaker Erik de Bruyn, kwakkelt steeds nadrukkelijker met zijn gezondheid. Er moet echter heel wat gebeuren wil hij een repetitie of optreden overslaan van de Seaside Dixieland Jazz Band, waarin hij sinds z’n pensionering trombone speelt. Als hij musiceert met z’n vrienden – of zijn liefde voor muziek deelt in z’n eigen programma Carrousel op Radio Schouwen-Duivenland – oogt Anthon even vitaal als altijd. Dan is er weinig van te merken dat hij in de ‘PHPD’-fase van zijn leven zit: pijntje hier, pijntje daar.

De appel valt niet ver van de boom: ook Erik zelf is verknocht aan muziek, net als diens zoon Ole. In de warme documentaire Blue Notes & Higher Grounds (alternatieve titel: Swingtij, 57 min.) tekent De Bruyn via zijn vader en diens vrinden op wat muziek kan betekenen voor mensen op leeftijd. Anthons beste vriend Bart Wind, een oud-collega bij de politie te water met wie hij al ruim een halve eeuw optrekt, koestert zelfs nog een bescheiden droom: hoe mooi zou ‘t zijn als ze nog eens mogen optreden op het Jazz By The Sea-festival in Domburg? ‘Als je daar mag staan, dan hoor je bij de top, hè?’, zegt de beminnelijke Bart enthousiast. ‘Maar ik denk wel dat ’t te hoog gegrepen is, hoor.’

De oude dag zorgt bij alle bandleden voor kleinere en grotere gebreken. Saxofonist Ad Smaal heeft last van ijzerstapeling, trompettist Dies de Jonge kampt met reuma en pianist Maarten Bruijnes heeft last van artrose in zijn handen. Wat doe je daaraan? wil Erik de Bruyn weten. ‘Doorspelen’, antwoordt Bruijnes nuchter. ‘Dat zal wel moeten. Met klagen gaat ‘t niet over.’ En anders is er nog altijd drummer Reinier van der Valk, met 65 de benjamin van de groep en tevens huisarts in Bruinisse. ‘Stel dat er wat gebeurt, dan moet er iemand de AED bedienen’, zegt hij lachend. ‘Dat is natuurlijk ook een extra reden dat ik drummer van de band ben geworden.’

Los daarvan is (samen) muziek maken goed voor lichaam en geest. Je hoeft overigens geen dokter te zijn om dat te kunnen constateren. Één blik op een repetitie van de Seaside Dixieland Jazz Band, elke vrijdagavond in de wachtkamer van Van der Valks praktijk, is genoeg: hier zitten mannen die helemaal in hun element zijn, die er samen alles uithalen wat er nog altijd inzit. Dat gevoel – van muziek als positieve en verbindende kracht – weet deze liefdevolle film, waarin Erik de Bruyn en passant een klein monumentje opricht voor zijn vader Anthon, diens boezemvriend Bart en zijn moeder Fetty, uitstekend over te brengen.

Beijing Spring

Wang Rui

Kunst als teken van vrijheid en daad van protest. Tijdens de zogenaamde Beijing Spring (102 min.), die grofweg van 1978 tot en met 1982 duurt, probeert een generatie Chinese kunstenaars zich te ontworstelen aan de schaduw van Mao’s Culturele Revolutie.

Sinds partijvoorzitter Mao Zedong de revolutie in 1966 heeft uitgeroepen, is ‘t hun (enige) taak geweest om de Communistische Partij en gewone arbeiders, boeren en soldaten te verheerlijken. Mao’s dood, tien jaar later, lijkt echter de grote ommekeer in te luiden. Zijn vrouw Jiang Qing, bijgenaamd Madame Mao, en de zogenaamde Bende van Vier, die China namens de grote leider met ijzeren hand hebben geregeerd, worden opgepakt en berecht. Mao’s Culturele Revolutie lijkt voorbij, maar heeft ongelooflijke hoeveelheden slachtoffers gemaakt en zal nog generaties lang nazingen.

‘Ik heb op het portret van de voorzitter gepoept terwijl ik op het toilet zat’, bekent kunstenaar Kang Wanhua, ogenschijnlijk zonder gêne. Hij legt uit: ‘Ik was een contrarevolutionair en zat in totaal vier jaar in de gevangenis. Ik schilderde achter hun rug om. Mijn familie smokkelde potloden en penselen binnen.’ De piepkleine, uiterst kleurrijke schilderijen die Kang in die periode maakte, waren op geen enkele manier verbonden met de politieke ideeën die hij van de staat moest uitdragen. ‘Als ze me hadden betrapt, was ik ten dode opgeschreven geweest.’

Na Mao’s dood komt er een democratiseringsproces op gang, waarbij er meer artistieke vrijheid lijkt te komen om te schilderen, fotograferen, schrijven, filmen en ontwerpen wat je wilt. Het blijkt een misvatting, laat deze interessante film van Andy Cohen en Gaylen Ross zien. Ook de nieuwe Chinese leider Deng Xiaoping duldt geen serieuze tegenspraak of zelfs maar het verkennen van de grenzen. Als Wei Jingsheng in het politieke tijdschrift Tansuo bijvoorbeeld het artikel ‘Willen we democratie of een nieuwe dictatuur?’ publiceert, is de officiële reactie glashelder: hij wordt gearresteerd.

De Lente van Beijing – vervat in vurige woorden, dwarse exposities en kleurrijke kunstwerken, waaronder zowaar ook naakten – zal nooit uitmonden in zomer. De Muur van de Democratie bij het Plein van de Hemelse Vrede, waar het vrije woord een tijd welig kon tieren, wordt subiet opgedoekt. Het leeuwendeel van de representanten van de Chinese kunststroming, waarvan een belangrijk deel ook aan het woord komt in Beijing Spring, verdwijnt weer het toneel: naar de gevangenis of het buitenland. Een winter van censuur en repressie krijgt China weer in z’n greep.

En vrije geesten worden veroordeeld tot het bestaan van banneling of dissident.

Van Binnen Stroomt Het

Witfilm / KRO-NCRV

Hoe kun je tieners laten vertellen over wat hen ten diepste bezighoudt, zónder hen daarmee kwetsbaar te maken tegenover anderen? Natalie Bruijns lijkt in deze jeugdserie de ideale vorm te hebben gevonden. In vijf korte portretjes laat ze de ene tiener, buiten beeld, vrijuit vertellen over een heel persoonlijk onderwerp, terwijl een andere tiener al die gedachten, ervaringen en gevoelens in een ravissant vormgegeven slaapkamer vervat in een zeer expressieve dans. 

Zo wordt de zoektocht naar intimiteit en seksualiteit van de twaalfjarige Luna bijvoorbeeld begeleid door een dappere dans van Gaia met knuffelbeesten, een schommel en een wolkendecor. Meis voelt zich ondertussen ongemakkelijk in het contact met de wereld, maar krijgt via roleplay in een virtual reality-omgeving – door haar danspartner Elizabeth uitgedrukt in een sprekende performance – contact met een jongen, zichzelf en daarmee ook weer de echte wereld.

Met behulp van haar immense verbeeldingskracht bereikt Bruijns in Van Binnen Stroomt Het (66 min.) daadwerkelijk de binnenwereld van enkele pubers, die worden geconfronteerd met elementaire levensvragen: wie ben ik, waarom ben ik zo en hoe verhoud ik me tot de wereld? Door de gekozen vertelvorm kunnen zij echt in het binnenste van hun ziel laten kijken en kunnen anderen voor hen ongegeneerd hun dagelijkse dilemma’s, engste gedachten en stoutste dromen uitspelen.

De ontwapende verhalen van de tieners, het doorleefde spel van hun jeugdige alter ego’s, de bloemrijke choreografie van Dian Ijkhout, het prachtige camerawerk van Jeroen Kiers en de geheel bijdetijdse soundtrack (Billie Eilish, Florence + The Machine, Imagine Dragons, Agnes Obel en Ben Gold & Ruben de Ronde) zorgen ervoor dat in deze vijfdelige serie 1 + 1 = >3 wordt. Van Binnen Stroomt Het is een lust voor zowel het oog als de geest. Héél intiem en overweldigend mooi.

The Bad Guy

Diplodokus

Wat te doen als er zich een schutter meldt in het kinderdagverblijf? Cursusleider Andrew van het Institute for Childhood Preparedness ziet grofweg drie opties: vluchten, verbergen of vechten. En dat gaan de medewerkers oefenen. Nadat het startsignaal is gegeven worden de drie scenario’s uitgespeeld, met de kinderen als levende rekwisieten. De lastigste blijft de derde V: vechten. Want welke wapens heb je eigenlijk als begeleider van een kinderdagverblijf op het moment dat er zich iemand met een machinegeweer meldt? Een plantenspuit, enkele blokken of toch een schaar? Werkelijk?

Sinds de Robb Elementary School in Uvalde op 24 mei 2022 het toneel was een ‘school shooting’, waarbij negentien kinderen en twee leraren werden vermoord, verkeert iedereen in de Texaanse gemeente zo’n beetje permanent in de hoogste staat van paraatheid. Dat geldt eigenlijk voor de gehele Verenigde Staten, waar meer dan één ‘mass shooting’, een schietpartij met minimaal vier dodelijke slachtoffers, per dag plaatsvindt. De situatie vraagt om drastische maatregelen, vinden veel Amerikanen, om de kinderen en hun begeleiders te beschermen: hyperrealistische oefeningen en trainingen, strenge veiligheidsmaatregelen én het bewapenen van schoolpersoneel.

Filmmaakster Louise van Assche, die oorspronkelijk uit België komt, ziet het met lede ogen aan. Samen met haar echtgenoot Phil woont ze in Uvalde. Hun dochtertje Zaïra is pas twee maanden oud als een schutter dood en verderf zaait op de plaatselijke school. In The Bad Guy (69 min.) – een titel die ongetwijfeld verwijst naar de NRA-slogan ‘The only way stop a bad guy with a gun is with a good guy with a gun’ – onderzoekt Van Assche samen met Kwinten Gernay de even enge als absurde cultuur en industrie die is ontstaan rond schietpartijen op Amerikaanse scholen. Waarbij de remedie, zo toonde de kille documentaire Bulletproof (2020) al aan, bijna net zo erg lijkt als de kwaal – en de kwaal onlosmakelijk verbonden lijkt met de remedie.

Want al die nauwelijks van echt te onderscheiden ‘drills’ kunnen niet anders dan eng – en wellicht zelfs traumatisch – zijn voor de betrokken leerlingen en hun begeleiders. Hoe kunnen zij zich nog veilig voelen, als ze op regelmatige basis onderdeel zijn geweest van héél realistische oefeningen, waarvan pas later duidelijk werd dat ze niet echt waren? Het zorgt in deze geladen film, waarin allerlei Amerikanen aan het woord komen over hun ervaring met of voorbereiding op een ‘school shooting’, voor elementaire twijfel bij Louise van Assche: wil ze haar dochtertje werkelijk laten opgroeien in deze wereld, waar de angst maar blijft regeren?

Ik Was Een Kind

Doxy / EO

‘Wat heb ik van die man gehouden!’ constateert Anneloes van ‘t Licht aan het einde van Geertjan Lassches indringende film Ik Was Een Kind (76 min.). Het is een bijzonder wrange conclusie. Diezelfde man – haar eigen vader, inmiddels overleden – heeft haar ook gesloopt.

Als zestienjarig meisje deed Anneloes aangifte tegen hem, een bekende SGP-politicus. Vanwege seksueel misbruik. Incest. Nu, 25 jaar later, overziet ze de schade die dat heeft veroorzaakt in haar leven. De manier waarop ze na die aangifte, ook tegen haar broer, werd behandeld vond ze nog erger dan het misbruik zelf. Ze werden bovendien niet veroordeeld – ook niet in hoger beroep. Het bewijs zou onrechtmatig zijn verkregen.

Voor deze documentaire heeft Anneloes brieven rondgestuurd, in de Gereformeerde gemeenschap waarbinnen ze opgroeide. De brief aan haar moeder heeft ze persoonlijk bezorgd. Slechts een enkeling – een broer van vader, een nicht, een gezinsverzorgster – blijkt bereid om met haar in gesprek te gaan. Net als tal van hulpverleners, die ze in die heftige periode en het van tragiek doortrokken leven daarna, op haar pad vond. 

Van ‘t Licht nodigt hen uit, om de maalstroom van gebeurtenissen die haar hebben getekend door te nemen, om er samen vat op te krijgen. Lassches camera is daarbij permanent gericht op de hoofdpersoon, die centraal in beeld zit. De anderen zijn niet meer dan passanten in haar schrijnende relaas. ‘Ik moet dit doen’, houdt ze zichzelf voor in dagboekfragmenten die de ontmoetingen inkaderen. ‘Voor mezelf, voor m’n kinderen.’

Met deze documentaire wil Anneloes zichzelf laten zien, ‘met alles wat er in mij zit’. Woede bijvoorbeeld. Over de ‘victim blaming’, verhalen over ‘seksueel wervend gedrag’. ‘Dat jullie ‘t in het verborgene willen houden, ergens snap ik het zelfs nog’, zegt ze boos tegen de camera. ‘Maar stóp met mij de schuld geven. Ík heb niet mezelf misbruikt.’ Ze laat een stilte vallen. ‘En ma, u weet, u wéét, dat ik de waarheid spreek. U wéét het.’

Ik Was Een Kind is echter niet zozeer een keiharde afrekening met haar familie als wel een poging om te begrijpen wat er is gebeurd, waarom haar dierbaren hebben gehandeld zoals ze deden en wat dit nu voor haar betekent. De film markeert wel het afscheid van een waardensysteem en de bijbehorende zwijgcultuur, waarvan Anneloes niet langer deel uit wil en kan maken – ook al zit dit, of ze nu wil of niet, diep in haar verankerd.

Die worsteling met het verleden, haar familie en zichzelf is pijnlijk om te zien. Een lijdensweg, een afspiegeling van de weg die ze daadwerkelijk heeft moeten afleggen, die in het hier en nu, voor de camera, nog eens wordt opgeroepen, om die dan, als ‘t enigszins kan, definitief achter zich te laten. Zodat de vrouw, die gedwongen door de omstandigheden altijd kind moest blijven, nu eindelijk in het heden kan gaan leven.

De Surinaamse Voetbaldroom

BNNVARA

Als Dean Gorré in 2018 bondscoach wordt van Suriname, stelt het nationale voetbalelftal helemaal niets voor. ‘Natio’ staat 154e op de wereldranglijst. Voetbal is niet meer dan een amateursport in de voormalige Nederlandse kolonie, waar ook Gorré’s eigen wortels liggen. Tegelijkertijd constateert de oud-speler van onder andere Feyenoord, Ajax en Barnsley dat Oranje met ‘Suriprofs’ zoals Ruud Gullit, Frank Rijkaard en Clarence Seedorf jarenlang grote successen heeft gevierd. Bij zijn aantreden telt de voetbalwereld bovendien ruim 250 profs met Surinaamse roots, waaronder de Nederlandse internationals Virgil van Dijk en Georginio Wijnaldum.

Alle reden dus voor Gorré om werk te maken van ‘de paspoortsituatie’, een kwestie die politiek alleen zeer gevoelig ligt in Suriname. Hij wil bekende profs zoals Kelvin Leerdam, Warner Hahn en Diego Biseswar verleiden om zich aan te sluiten bij Natio. Ooit bevond hij zich zelf in een vergelijkbare positie. Als negentienjarige jongen sloeg Gorré de uitnodiging af om met het zogenaamde Kleurrijk Elftal enkele wedstrijden te spelen in Suriname. De spelers die wél gingen, waaronder zijn neef Lloyd Doesburg (Ajax), kwamen vervolgens om het leven bij een ongeluk op vliegveld Zanderij. Dat trauma drijft Gorré nog altijd voort om Suriname op de voetbalkaart te zetten.

Voorlopig moet de nieuwe bondscoach ‘t in De Surinaamse Voetbaldroom (72 min.) echter doen met goedwillende amateurs. Zij krijgen direct een spoedcursus profvoetbal van de nieuwe baas, die zich per sé wil plaatsen voor een eindtoernooi. ‘Suriname gaat naar de top van de wereld’, houdt hij zijn team voor. ‘En als je mee wilt naar de top, dan moet je je top gedragen.’ Een belangrijk deel van deze spelers zal overigens moeten afvloeien als het Gorré lukt om profs te strikken. Op weg naar die top telt immers alleen het resultaat. En dat is vooralsnog goed. De kwalificatie voor de CONCACAF Gold Cup van 2021, met louter plaatselijke jongens, verloopt voorspoedig.

Deze vlot lopende productie van Sander Coumou heeft dan nog een uitgesproken positieve insteek. Suriname schudt het ene na het andere Midden-Amerikaanse of Caribische land af, in stadions met doorgaans weinig publiek en sfeer. Gaandeweg dreigen Gorré’s pogingen om zijn team te professionaliseren, echter stuk te lopen op onvermogen bij de Surinaamse voetbalbond. Want die laat organisatorisch wel héél veel steken vallen. Daarmee verdwijnt langzamerhand ook het zorgeloze optimisme uit deze vertelling, die de gebeurtenissen puur vanuit het perspectief van Dean Gorré en z’n directe entourage belicht en verder geen wederhoor gaat halen bij bondsofficials.

In de zomer van 2021, als Corona ook in de Surinaamse voetbalwereld huishoudt, komt Gorré’s positie als bondscoach – en daarmee ook het ambitieuze project waaraan hij ruim twee jaar eerder is begonnen – steeds meer in gevaar. Wat er precies speelt blijft echter ongewis. Sindsdien zijn er alweer bijna vier jaar verstreken. Op het moment dat deze film wordt uitgebracht, bekommert een andere Suriprof, Stanley Menzo, zich inmiddels om de Surinaamse voetbaldroom. In zijn selectie bevinden zich de nodige Surinaamse Nederlanders, die voor het land van hun voorouders hebben gekozen. Met hen probeert Natio zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap van 2026. Suriname heeft zich zojuist alvast voor de tweede keer gekwalificeerd voor de Gold Cup.

Trailer De Surinaamse Voetbaldroom

Een Kano Naar Zee

Amstelfilm

‘Weinig mensen beseffen dat zij die in Rotterdam, het Rijnmondgebied of in het Westland wonen voortdurend de kans lopen om, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, in één klap uitgerookt, vergiftigd of opgeblazen te worden’, stelt een stem op gezaghebbende toon bij beelden van zware industrie en een uitslaande brand in het Rotterdamse havengebied. ‘Men leeft hier in feite op een vulkaan die elk moment kan ontploffen, maar de bewoners en de overheid blijven toekijken hoe het waterweggebied zich ontwikkelt tot een gouden delta, terwijl ‘t in feite niet meer is dan een industrieel getto, waar iedereen die erin woont z’n leven ter beschikking stelt als offer aan wat wij welvaart noemen.’ De man laat een dramatische stilte vallen. ‘We stinken erin..!’

Het alarmistische filmpje – gericht tegen Shell in het bijzonder, waarbij de S consequent wordt weggelaten en de tweede l soms ook – markeert de ommekeer in het denken over de haven van Rotterdam. Van grote aanjager van werkgelegenheid en welvaart in de jaren na de Tweede Wereldoorlog naar steen des aanstoots voor eenieder die het milieu liefheeft. Die imagoverandering begint zich te voltrekken vanaf de jaren zeventig, vermoedelijk ook de periode dat het antifilmpje werd gemaakt, en is door regisseur André van der Hout zo’n beetje halverwege zijn erg lijvige documentaire Een Kano Naar Zee (135 min.) geplaatst. Als scharnierpunt in een groter verhaal over de ontwikkeling van het Rotterdamse havengebied in de afgelopen honderd jaar.

Met archiefquotes en nieuwsbeelden en -reportages, ingekaderd door interviews met allerlei deskundigen en direct betrokkenen, schetst hij eerst de ‘Polderconsensus’ die ervoor zorgt dat het havenbedrijf heel lang min of meer vrij spel krijgt. Daardoor moeten woon- en natuurgebieden bijna per definitie wijken voor de economische vooruitgang die de haven heeft te bieden. Daarna belicht Van der Hout de periode waarin, aangejaagd door de Club van Rome, de schaduwzijden van fossiele brandstoffen zoals kolen en olie steeds nadrukkelijker aan de orde worden gesteld. En dit zorgt voor een fundamentele discussie over de toekomst van ‘de meest gehavende stad van de wereld’. Kan die met enige aanpassingen op de oude voet verder?

Biedt technologie wellicht de oplossing? Of is toch een totaal andere manier van denken noodzakelijk? Daarover verschillen de meningen in deze helikopterview op de Rotterdamse haven, die te midden van alle uiteenlopende visies over hoe de levensader wel of niet de toekomst in moet wel wat sjeu en kleine individuele verhalen had kunnen gebruiken. De menselijke maat komt nu in de vorm van enkele fraaie muzikale intermezzo’s van Ferry Heine & De Kift, die lucht geven aan een documentaire die verder volledig op de inhoud zit.

De Stad Was Van Ons

IDFA

Woningnood en leegstand. Die duivelse combinatie noopt halverwege de jaren zestig tot actie. Het studentenblad Propria Cures roept op tot ‘Red een pandje‘. In 1966 lanceert de protestbeweging Provo bovendien het Witte Huizenplan. Vanuit zulke initiatieven ontstaat gaandeweg ook de Amsterdamse kraakbeweging. Een groep jonge idealisten besluit het recht in eigen handen te nemen en verschaft zich ongevraagd toegang tot lege panden in de hoofdstad. Al snel komt het tot pittige confrontaties met de politie.

In de historische documentaire De Stad Was Van Ons (93 min.) uit 1996 kijkt Joost Seelen met sleutelfiguren uit de kraakbeweging terug op de cruciale jaren 1975-1988. Hun herinneringen komen bovendien tot leven in het beeldmateriaal dat één van hen, Erik Willems, destijds heeft geschoten toen ‘t bij de ontruimingen van illustere kraakpanden zoals De Groote Keijser, De Vondelvrijstaat en De Lucky Luijk tot keiharde clashes kwam met de Mobiele Eenheid en knokploegen van pandjesbazen.

Amsterdam leek het toneel geworden van een burgeroorlog, waarbij er zowaar tanks door de straten reden. Dat was natuurlijk koren op de molen van ideologisch gedreven krakers, zoals bijvoorbeeld de alomtegenwoordige alfaman Theo van der Giessen, die met liefde en plezier het complete politieke systeem omver zou hebben geworpen. Hij lijkt in 1996 nog altijd een onwrikbaar geloof te hebben in zijn eigen uitgangspunten en de nietsontziende manier waarop die in de praktijk moesten worden gebracht.

De gespannen situatie in de hoofdstad kwam tot een gedenkwaardige uitbarsting op 30 april 1980, de dag dat Beatrix haar moeder Juliana opvolgde als koningin. Onder de noemer ‘Geen Woning, Geen Kroning!!‘ versjteerden rellende krakers wat een nationale feestdag had moeten worden. De meningen over die dag lopen ook binnen de beweging uiteen. Hardliners zien de veldslag in het centrum van Amsterdam als de kroon op hun werk, terwijl anderen zich kapot schamen voor de ravage die is aangericht in hun stad.

Tegen die tijd waren de interne verhoudingen al flink verzuurd, getuige deze film waarin een tumultueuze periode in de kraakhistorie in kaart wordt gebracht. Seelen houdt zich daarbij zoveel mogelijk afzijdig en zet simpelweg de verschillende lezingen van wat er zich destijds heeft afgespeeld naast en tegenover elkaar. Van der Giessen en zijn kompaan Jack van Lieshout lijken in elk geval een sleutelrol te hebben gespeeld. Zij zijn duidelijk van de harde lijn. En daar houden ze ook in eigen kring aan vast.

Die periode – een oorlog wordt ’t ook wel genoemd – heeft diepe wonden geslagen. Andere krakers stellen dat ze (fysiek) zijn geïntimideerd door de ‘politiek-militaire eenheid’ Van der Giessen en Van Lieshout, die heel veel – zo niet: alles – geoorloofd vond (en in ‘96 nog altijd vindt) om z’n eigen doelen te verwezenlijken. Een strijd die ooit is begonnen met mooie idealen, laat deze interessante docu zien, is dan allang ontaard in een grimmig gevecht om de macht over wat en van wie de kraakbeweging is.

Beelden Uit Tuvalu

Doxy

Ze gaan er eens goed voor zitten. Gewone Nederlanders, in hun eigen woonkamer. Benieuwd naar wat Dylan Werkman hen gaat voorschotelen op hun eigen televisie. ‘Tuvalu?’ zegt een vader even later, bij beelden van een strand waar de golven wild tegenaan klotsen. ‘Ik ga ‘t wel opzoeken’, zegt zijn tienerzoon.

‘Het tropische eiland Tuvalu verdwijnt langzaam in de Stille Oceaan’, leest een man in een andere huiskamer vanaf z’n mobiele telefoon voor aan zijn vrouw en drie kinderen, die tussen hen in op de bank zijn gekropen. ‘Als de klimaatverandering zo doorgaat, komt het nog deze eeuw, over vijftig of zestig jaar, volledig onder water te staan.’

Waarna een jonge man, in alweer een andere Nederlandse kamer, tegen de vrouw naast hem op de bank zegt: ‘ja, dit zal wel weer zo’n zielig verhaaltje zijn, of zo’. Op Beelden Uit Tuvalu (25 min.) is het bedreigde eiland te zien. Het aandoenlijke gezin Nagatalevu in het bijzonder. Vader, moeder, zoon en dochter springen en spelen in het woeste water.

In hun dagelijks leven hebben Tuvaluanen constant te maken met de stijging van de zeespiegel. De straten staan permanent blank, in huis moet alles omhoog gezet worden en aan de kust kan het ronduit gevaarlijk zijn. ‘Het is heel ver van mijn bed’, zegt een Nederlandse vrouw nochtans. ‘Ik kan me niet overal zorgen om maken.’

Zij spreekt uit wat menige Nederlander denkt – áls ie al denkt aan plekken zoals Tuvalu. Die onverschilligheid maakt Werkman treffend zichtbaar. Zijn kijkers hebben al genoeg aan hun eigen problemen. Een enkeling legt nog wel de link met onze dijken. Want zonder zou Nederland wel eens hetzelfde lot beschoren kunnen zijn als Tuvalu.

En dan tovert hij in deze interessante korte film nog een konijn uit de hoge hoed, dat z’n Nederlandse hoofdpersonen bijna dwingt om zich persoonlijk tot die sympathieke Tuvaluaanse familie te verhouden. Kan hij daarmee empathie afdwingen? En wat vinden de Nagatalevu’s eigenlijk van de lui die hen bekijken vanuit ons kikkerlandje?

The Coriolis Effect

Zindoc

Met een aantal mensen gaan ze het strand opruimen. Verpakkingen, lege waterflessen en aangespoelde visnetten. Zodat zojuist geboren schildpadden niet vast komen te zitten in de troep en, liefst zelfstandig, weer de zee kunnen bereiken. Met vereende kracht lukt het uiteindelijk om alles naar een zelf aangelegde dumpplaats te sjouwen. Niets staat de zeeschildpadjes nu meer in de weg.

De zeeschildpad vormt een terugkerend element in de associatieve documentaire The Coriolis Effect (110 min.) van Petr Lom en Corinne van Egeraat. De schildpad is kind aan huis in Kaapverdië, één van de grootste broedplaatsen ter wereld, en symboliseert de gecompliceerde relatie waarin mens en dier daar terecht zijn gekomen. Want op de eilandengroep voor de kust van West-Afrika worden de gevolgen van onze achteloze houding tegenover de aarde zichtbaar: de zee rukt op, net als vervuiling. Tegelijkertijd is er sprake van aanhoudende droogte. Het heeft er al jarenlang niet meer geregend.

In Kaapverdië doet het zogenaamde corioliseffect zich gelden: doordat de aarde ronddraait krijgt elke beweging er een afwijking. De archipel wordt daarom regelmatig gegeseld door wind en heeft het imago gekregen van een ‘land van wind’, een plek waar orkanen worden geboren. Lom en Van Egeraat proberen deze mythische wereld in al z’n diversiteit, complexiteit én schoonheid te vatten in een non-lineaire vertelling, zonder echte hoofdpersonen, over de verstoorde verhouding tussen mens en natuur, waarin alle verschillende elementen op de één of andere manier met elkaar verbonden lijken te zijn.

The Coriolis Effect vangt dit universum met lange en fraaie scènes, die, ogenschijnlijk intuïtief, met elkaar zijn verknoopt. Een visser geeft zijn boot bijvoorbeeld de naam van z’n overleden vriend Dery en sleept die vervolgens met vrienden de zee in. Een eenzame vis is onder water verstrikt geraakt in een vissersnet. Een krab doet zich tegoed aan een dode aangespoelde vis en maakt zich dan uit de voeten. Vogels proberen via de dop een druppel mee te pikken van aangevoerde flessen water. En een man maakt liefdevol met een tandenborstel en een bakje water de poten van een verminkt vogeltje schoon.

Dat mens en dier niet tegenover elkaar hoeven te staan in tijden van klimaatverandering en milieuvervuiling is tevens treffend vervat in een andere schildpadscène. Enkele jonge Kaapverdianen treffen een dood dier aan, dat gedesoriënteerd is geraakt en vervolgens uitgedroogd. ’s Nachts proberen zij een andere schildpad richting zee te sturen. En als dat maar niet wil lukken, tillen ze hem gewoon op en dragen het tegenspartelende dier naar het strand. Al snel neemt de natuur ’t over. Het dier ruikt de zee en kruipt het water in, om daar vrijwel direct uit het zicht te verdwijnen. Het is een hoopvol tafereel.

Nowhere Man

Doxy

In al hun jeugdige overmoed reden ze in 1998 gedrieën in een grijze deux chevaux naar Frankrijk om een roadmovie te maken over hun vriendschap. Het werd een mislukking, met veel gedol, gekibbel en gedoe. Géén film in elk geval. De 24 tapes verdwenen in een allengs vergeten doosje, met het idee dat ze er nooit meer uit zouden komen.

25 Jaar later is hun vriend Rob overleden en beschikken Jan Willem den Bok en Jaap van Heusden nog altijd over de tapes met opnames van die roadtrip naar nowhere. Wat vertellen die oude beelden over wie ze waren en zijn, hun onderlinge band en de eigenzinnige vriend die ze mettertijd een heel klein beetje uit het oog zijn verloren?

Hij wordt ongetwijfeld bedoeld met Nowhere Man (30 min.), de titel waaronder ze dat oude materiaal nu presenteren. En daarin zingen ze natuurlijk ook even mee met de gelijknamige Beatles-klassieker. ‘Doesn’t have a point of view’, klinkt ‘t dan, rijdend in die eend door de nacht. ‘Knows not where he’s going to. Isn’t he a bit like you and me?’

Rob was zo te zien een excentrieke jongeling. Iemand die worstelde met zichzelf en het leven, zo valt ook af te leiden uit de voicemail-berichten die Den Bok en Van Heusden in het hier en nu uitwisselen en waarmee ze al dat oude materiaal een beetje inkaderen. Een heel klein beetje. De kijker ervan wordt verder grotendeels aan z’n lot overgelaten.

Deze documentaire is de ode aan hun vriendschap geworden die de oorspronkelijke film had moeten zijn. Aan de jeugd ook, waarin ze elkaar hebben gevonden. Voor een buitenstaander is ’t best lastig om daar vat op te krijgen. De gesprekken en activiteiten, met ook enkele voicemails van Rob zelf uit latere tijden, lijken lukraak bij elkaar geklutst.

Dat is natuurlijk niet zo – er vormt zich onderweg wel degelijk een soort verhaal over die reis en daarmee ook een portret van de man die daarvan het neurotische middelpunt was – maar het kost best veel kruim om naar die serie snapshots van jeugdige branie, onbezonnenheid en twijfel te kijken en daaruit de essentie te destilleren.

Had Dan Nee Gezegd

Nozem Films / BNNVARA

Waarschijnlijk is er niemand zo goed in ‘victim blaming’ als de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zelf. De vraag of ze het over zichzelf hebben afgeroepen, dient zich vaak direct aan. Bij de vrouwen zelf of anders via hun omgeving. Na enkele slechte ervaringen durft 3FM-deejay Jamie Reuter in elk geval niemand meer dichtbij te laten komen – óók omdat ze zichzelf eigenlijk niet meer vertrouwt.

In de documentaire Had Dan Nee Gezegd (51 min.), geregisseerd door Leon Veenendaal, gaat Reuter de confrontatie aan met zichzelf en onderzoekt ze, samen met een therapeute, haar eigen ervaringen, de gevoelens die deze nog altijd oproepen en de gevolgen voor haar dagelijks leven. Tijdens EMDR-sessies wil Reuter bovendien haar traumatische ervaringen reframen en ze zo kwijt proberen te spelen.

Die gebeurtenissen, tevens gevisualiseerd met reconstructiescènes, vormen een belangrijk bestanddeel van deze persoonlijke film. Jamie Reuter spreekt verder met lotgenoten, die uiteenlopende ervaringen met grensoverschrijdend gedrag hebben: van een massage die tegen alle afspraken in toch helemaal uit de hand loopt en tijdens je slaap lichamelijk worden overvallen door een oververhitte man.

Ongeveer de helft van alle jonge vrouwen krijgt jaarlijks te maken met een vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag, stelt Willy van Berlo, programmamanager seksueel geweld bij het Rutgers Kenniscentrum Seksualiteit. Met de nieuwe Wet seksuele misdrijven (2024) is het aantonen van dwang niet meer nodig. ‘Als iemand wist of had kunnen weten dat die ander niet wilde, dan is hij strafbaar.’

Tegelijkertijd blijft het bewijzen daarvan lastig en biedt de wet in veel gevallen ook geen soelaas. De meeste mannen voldoen nu eenmaal niet aan het clichébeeld van de gewelddadige verkrachter die een jonge vrouw de bosjes insleurt. Het gaat veelal om gewone mannen, die de situatie verkeerd inschatten of zich, bijvoorbeeld onder invloed van alcohol, een keer misdragen. Het welbekende grijze gebied.

Jamie Reuter gaat ook in gesprek met enkele mannen. Hoe vergewissen zij zich van ‘seksuele consent’ bij de ander? Waar ligt de grens tussen een beetje extra je best doen voor iemand die je aantrekkelijk vindt en over haar grenzen gaan? In het schimmige spel tussen aantrekken en afstonden kan toestemming vragen – om het helemaal moeilijk te maken – door de ander immers ook als een ‘moodkiller’ worden gezien.

En dat vinden Reuter en haar vriendinnen dan weer zeer ongewenst: zonder woorden vraag je dan bijna om problemen. Zo laveert de radiomaakster, onder de hoede van Veenendaal, voorzichtig door het mijnenveld rond seksueel grensoverschrijdend gedrag en kijkt ze wat zou kunnen helpen om gevaarlijke situaties onschadelijk te maken. En dat helpt haar, getuige deze genuanceerde film, in elk geval persoonlijk vooruit.

Trailer Had Dan Nee Gezegd

Chaos: The Manson Murders

Netflix

In de officiële lezing van de Manson-moorden is Charles Manson simpelweg een diabolische sekteleider die zijn volgelingen, verdorven kinderen van het hippietijdperk, aanzet tot enkele gruwelijke moordpartijen. Met de leden van de Manson Family als demonische tegenhangers van de bloemenkinderen. Een ideaal verhaal, beweren critici, om de burgerrechtenbeweging, het anti-Vietnamoorlog sentiment en de vrijheid-blijheid van de sixties onschadelijk te maken.

In Chaos: The Manson Murders (97 min.), losjes gebaseerd op het boek Chaos: Charles Manson, The CIA, And The Secret History Of The Sixties (2019) van de schrijver Tom O’Neill, exploreert Errol Morris een andere theorie: dat de vijf moorden in het huis van de hoogzwangere actrice Sharon Tate, de vrouw van filmregisseur Roman Polanski, in de nacht van zaterdag 9 augustus 1969 en de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca, een dag later, onderdeel waren van een CIA-project.

De Tate-LaBiana-moorden zouden zijn voortgevloeid uit MK-ULTRA, een supergeheim programma van de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst waarin met ‘mind control’ werd geëxperimenteerd. Met LSD, hypnose en hersenspoeling probeerden ze Manchurian Candidates te creëren: onvrijwillige proefpersonen die op commando en zonder spijt of berouw gingen moorden en die zich daar naderhand nauwelijks meer iets van konden herinneren. Manson was zo bezien niet meer dan een marionet.

Dat klinkt als een tweederangs complottheorie. De zoveelste poging om een afgekloven sensatieverhaal van een nieuwe dimensie te voorzien. Dit is alleen wel een film van Errol Morris, één van de meest invloedrijke documentairemakers van de afgelopen halve eeuw. De man die bijvoorbeeld de allereerste true crime-docu (The Thin Blue Line) maakte, de architecten van de Vietnam- en Irak-oorlogen (in The Fog Of War en The Unknown Known) het vuur aan de schenen legde en Mr. Death zelve portretteerde.

De man ook, die zich al eerder over verwante samenzweringen boog in November 22, 1963A Wilderness Of Error en Wormwood. Zeker de CIA speelt daarin vaak een zeer kwestieuze rol. Die theorieën lijken eerst vaak erg grotesk – zoals experimenten om subjecten te hersenspoelen, valse herinneringen bij hen te planten of psychische stoornissen te bezorgen – maar bij nader inzien blijkt er vaak wel degelijk bewijs. Dat MK-ULTRA heeft bestaan is helder. En dat daarbinnen veel kon – zo niet: alles – eveneens.

Morris’ aanpak voelt vertrouwd: een virtuoos geframed centraal interview, ravissante vormgeving, associatieve montage en stuwende soundtrack. Met Tom O’Neill tast hij diens visie op het duistere verleden af. Hij bespreekt zijn bevindingen verder met aanklager Stephen Kay, talentscout Gregg Jakobson en Bobby Beausoleil (een lid van The Manson Family dat nog altijd in de gevangenis zit).  Zo weeft de Amerikaanse documentairemaker een ondoorzichtig web, waarin het gemakkelijk verdwalen is.

De Helter Skelter-theorie – Manson zou zijn geïnspireerd door de songteksten van The White Album van The Beatles – die officier van justitie Vincent Bugliosi destijds aanhing en vervolgens verwerkte in een bestseller, wordt door Tom O’Neill en Errol Morris in elk geval naar het rijk der fabelen verwezen. Dat de gesjeesde muzikant Manson, in plaats daarvan, een (vrijwillig?) werktuig van de CIA was, blijft echter eveneens een kwestie van speculeren. Keihard bewijs is ruim een halve eeuw na dato ook lastig te verkrijgen.

Chaos: The Manson Murders plaatst in elk geval een andere lezing van de feiten naast het officiële verhaal over The Manson Family, dat al in talloze boeken, films en docu’s is afgewerkt en waarbij best kritische vragen zijn te stellen. Want hoe kon een tweederangs crimineel zoals Charlie Manson eigenlijk zoveel invloed krijgen op z’n volgelingen? Eerst daalden ze op zijn bevel af naar de diepste gewelven van de hel en daarna hadden ze jaaaren nodig om gedeprogrammeerd te raken en weer los van hem te komen?

‘Ik was een stuk gereedschap in de handen van de Duivel’, vertelt Susan Atkins daarover in een archiefinterview, uit de tijd dat tot haar begon door te dringen waarmee zij zich in die gruwelijke zomer van 1969 had ingelaten. Het is alleen de vraag welke Duivel ‘Sadie’ heeft gediend: Manson of toch, via hem, de CIA?

Dialogpolisen

TriArt Film

Of ‘t nu nazi’s, klimaatactivisten, christenen, vredesdemonstranten of fundamentalistische moslims zijn, in Stockholm probeert de politie daadwerkelijk hun beste vriend te zijn. Althans, de Dialogpolisen (Engelse titel: The Dialogue Police, 89 min.). Een kleine unit binnen de Zweedse politie die is opgericht na de rellen tijdens de Eurotop van 2001 in Gothenburg. Deze agenten proberen onlusten te voorkomen en willen tegelijk het in de grondwet vastgelegde demonstratierecht en recht op vrijheid van meningsuiting borgen.

De medewerkers met de gele Dialog Polis-hesjes moeten een dempend effect hebben in een wereld waarin burgers hun rechten kennen, gebruiken en vaak ook proberen op te rekken en anderen daarmee tot last zijn, tegen zich in het harnas jagen of helemaal overstuur maken. Het is voortdurend spitsroeden lopen voor deze politieagenten, die de verschillende crises met hun tong moeten proberen te bezweren: demonstranten hun ding laten doen, tegelijk de openbare veiligheid bewaken en, als ‘t enigszins kan, zelf ook nog heelhuids uit de strijd komen. En dat is, in vaak onoverzichtelijke situaties, minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

Regisseur Susanna Edwards hanteert in deze observerende film met verve het ’show, don’t tell’-principe. Ze registreert haar hoofdpersonen terwijl ze zich staande proberen te houden in de frontlinie van de democratie en voegt daar alleen muziek en – soms ook een uit interviews samengestelde ‘inner voice’ – aan toe. Zij worden in deze enerverende film bijvoorbeeld geconfronteerd met mensen die zich hebben vastgeketend aan hun fiets, proberen hoog oplopende spanningen tijdens een demonstratie tegen het Iraanse regime in te dammen en dreigen aangereden te worden door een man die op weg zegt te zijn naar een medische afspraak.

Een vaste klant die alles van hun diplomatieke gaven vraagt is Rasmus Paludan, de leider van de Deense extreemrechtse partij Stram Kurs. Met het wetboek in de hand eist deze dwarse scherpslijper het recht op om in het openbaar Korans te verbranden. Terwijl Paludan continu olie op het vuur gooit en opzichtig tegendemonstranten blijft provoceren, proberen de Dialoogagenten, met een combinatie van een ijzeren wil en engelengeduld, de gemoederen weer tot bedaren te brengen – en ondertussen ook andere, minder op de dialoog georiënteerde politieagenten binnen de grenzen van de wet te houden.

Via de idealistische agenten van de Dialogpolisen, die het gedachtegoed van westerse democratieën verdedigen op plekken waar ’t erom gaat, vangt Edwards meteen de mores van onze tijd. In een wereld die steeds onoverzichtelijker is geworden kunnen overal botsingen ontstaan en vereist het enorm veel zelfbeheersing, Fingerspitzengefühl en ook gewoon kunst en vliegwerk om alles in goede banen te leiden.

Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

VRT

Tien jaar na zijn tragische dood probeert de vierdelige serie Steve Stevaert: De Schaduw Van De Macht (155 min.) vat te krijgen op de cafébaas uit Hasselt die in de jaren negentig stormachtig carrière maakte in de Belgische politiek. ‘Steve was de man op de fiets die iedereen bij naam noemde’, vertelt zijn vriend Ivo Konings. ‘Hij had zo’n truc. Dan zei ie: ah, ik ken u, hoe heet ge nu weer? En dan zei die man bijvoorbeeld ‘Karel’.  Dan zei hij: ja, Karel, dat wist ik, maar uw familienaam, die ben ik kwijt.’

En na Hasselt tuinde ook België er met open ogen in. Hij was ‘Steve Stunt’, de man die altijd weer een nieuwe troef uit zijn mouw kon schudden. Liefst gratis. Van openbaar vervoer tot elektriciteit. Later werd hij ‘Steve De Sloper’, de bestuurder die illegaal gebouwde huizen liet afbreken. Bij voorkeur van welgestelde landgenoten, want dat viel goed bij zijn linkse achterban. En na de ongelooflijke verkiezingswinst die hij met SP.A behaalde in 2003, schreef de Vlaamse krant De Morgen sans gêne ‘Steve is God’.

Toen begon zo ongeveer ook de ommekeer, betoogt deze productie van Luc Haekens. Steve Stevaert, de gewezen cafébaas, burgemeester van Hasselt, Vlaamse vicepremier, opper-Teletubbie van de Belgische socialisten, de politicus die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen, bleek ook maar een heel gewoon mens. Een heel feilbaar mens zelfs. Na de eerste haarscheurtjes in zijn imago kwamen de beschuldigingen van ernstig wangedrag, die zijn onaantastbare status van volksheld ernstig beschadigden.

Hij kon zich niet meer beroepen op wat politiek journalist Siegfried Bracke ‘het voordeel dat hij niet had gestudeerd’ beroepen. De ‘amateurmassapsycholoog’ Stevaert, die volgens oud-woordvoerder Jan de Zutter van SP.A zo goed aanvoelde hoe mensen werkelijk zijn, was ook z’n fingerspitzengefühl kwijtgeraakt en moest het voortaan doen zonder de erkenning en aandacht waaraan hij verslaafd was geraakt. Dat moest wel verkeerd aflopen. En dat deed ‘t ook, op 2 april 2015 in het Albertkanaal.

Dit postume portret begint bij dit tragische einde, spoelt daarna terug naar het begin als Steve in 1954 als Robert Stevaert wordt geboren in Rijkhoven en volgt daarna chronologisch zijn leven. Van een jongen die ‘t niet van studeren moet hebben, op de hotelschool beland en daarna een succesvolle horecaondernemer wordt tot een gevallen politicus, die is ingehaald door duistere krachten. Een gebroken man, die alles is kwijtgeraakt wat hij dacht te hebben en dan de dood boven het leven verkiest.

Met die keuze zet hij ook een rouwrand om de 61 jaar ervoor. Politieke kopstukken zoals Willy Claes, Louis Tobback, Johan Vande Lanotte en Bert Anciaux zorgen er in deze miniserie, waarvan ik nu drie delen heb gezien, echter voor dat in elk de geval de politicus Steve Stevaert weer kleur op de wangen krijgt. Naar de persoon daarachter, met volgens Ivo Konings ‘tristesse in zijn ogen’, blijft ‘t ondanks talloze anekdotes en typeringen nog altijd een beetje zoeken. Hij is ergens verdwenen geraakt in Steve Stunt, Steve De Sloper en Steve De Politieke God.

Trailer Steve Stevaert, De Schaduw Van De Macht

Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen

Channel 4 / Videoland

Als het te goed lijkt om waar te zijn, dan is ‘t dat misschien ook. De belofte van groot geld kan echter zelfs de scherpste geesten verblinden. En dan wordt de propositie van ‘Dr. Ruja’, de grote roerganger van een cryptobedrijf dat zich vanaf 2014 bijna als een sekte presenteert, volstrekt onweerstaanbaar: snel rijk worden en ook nog iets goeds doen voor de wereld. Menigeen tuint er met open ogen in en investeert (al) z’n zuurverdiende centen in OneCoin. Het vervolg laat zich voorspellen.

De driedelige docuserie Fugitive: The Mystery Of The Crypto Queen (Nederlandse titel: De Cryptokoningin: Visionair Of Meesterfraudeur?, 138 min.) zet de hele Onecoin-affaire, die ook al het onderwerp was van de documentaire Lie To Me, nog eens op een rijtje. OneCoin, met de zelfgekozen bijnaam The Bitcoin Killer, werkt in feite als een wereldwijde Tupperware-party, waarbij familieleden en vrienden elkaar overtuigen van de zegeningen van de cryptomunt en worden beloond als ze daarin slagen.

Wie er eens goed naar kijkt, zoals cryptokenner Tim ‘Tayshun’ Curry, ziet dat OneCoin in werkelijkheid niet meer is dan een zorgvuldig opgetrokken luchtkasteel, dat een gigantisch piramidespel moet verhullen. En het Bulgaarse orakel Ruja Ignatova, gezegend met een IQ van boven de 200, speelt een sleutelrol in het uitdragen van de centrale boodschap: join the financial revolution. Zij overtuigt hele volksstammen ervan dat ze met de aankoop van OneCoins vliegensvlug miljonair kunnen worden.

Regisseur Alex Tondowski zoomt in op de achtergronden van de vrouw die een – ja, nog zo’n slimme marketingterm – OneLife propageert. Na de val van de Muur is Ruja zelf begin jaren negentig met haar ouders naar Duitsland geëmigreerd. In het plaatsje Schramberg in het Zwarte Woud belandt zij als Oost-Europese immigrante op het gymnasium, waarna ze naar Oxford zou zijn vertrokken en bij McKinsey beland. Ignatova heeft altijd al grote dromen: ze wil rijk en belangrijk worden. Enter Evgeni Minchev.

Haar flamboyante landgenoot, die maar wat graag over zijn voormalige protegé lijkt te willen vertellen, zorgt ervoor dat ze de juiste mensen leert kennen en binnen twee maanden na de oprichting van OneCoin al tot zakenvrouw van het jaar wordt gekozen in eigen land. Tussendoor ondergaat ze een grondige make-over bij de plastische chirurg. Binnen de kortste keren staat Ruja daarna op de cover van het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes Magazine – al blijkt ook in dit geval dat niets is wat het lijkt.

‘If you want to tell a lie’, zegt Lyndell Edgington cryptisch. ‘Tell a big one.’ Behalve fraudejagers zoals hij en klokkenluiders, waaronder de voormalig OneCoin-hotshots  Duncan Arthur en Frank Schneider, laat Fugitive ook enkele van de ruim een miljoen gedupeerde investeerders aan het woord. Terwijl zij berooid zijn achtergebleven, is Ignatova sinds 2017 spoorloos. Is ze zelf verdwenen? vraagt deel drie van deze boeiende miniserie zich af. Of heeft de Russische georganiseerde misdaad haar laten verdwijnen?

Met behulp van geheime telefoonopnamen van Ruja Ignatova en bronnen uit alle uithoeken van de financiële en journalistieke wereld loopt Tondowski de verschillende theorieën af en komt uiteindelijk tot een geloofwaardige hypothese over wat er gebeurd kan zijn met de zakenvrouw die daadwerkelijk te goed was om waar te kunnen zijn.