Paradise

IDFA

Het vuur kan niet worden gestopt. Hooguit vertraagd. Totdat de regen komt. Áls de regen komt. ‘Het ontwijkt ons en laat zich niet vangen’, heeft Vasya, één van de onverzettelijke inwoners van het Siberische dorp Shologon, al geconstateerd. ‘Daarom noemen we het “De Draak”. Alsof ‘t ons kan horen.’ Die draak kan hen inmiddels ook al bijna zien en ruiken.

Shologon ligt aan de rand van een zogenaamde ‘Controlezone’, een zeer afgelegen of dunbevolkt gebied waar de Russische overheid, volgens een tamelijk bizarre federale wet uit 2015, niet meer verplicht is om natuurbranden te bestrijden. Tenminste, als de kosten van het blussen de geschatte schade – de materiële, welteverstaan – lijken te gaan overstijgen.

Tijdens de hittegolf van de zomer van 2021 zijn de inwoners van het dorp op de taiga van Jakoetië in het Noord-Oosten van Siberië dus volledig op zichzelf aangewezen. Zeker als de speciaal ingevlogen ‘smoke jumper’ Pavel, een in bosbranden gespecialiseerde brandweerman, ook nog eens wordt teruggeroepen naar kantoor en ze ’t echt samen zullen moeten doen.

Regisseur Alexander Abaturov observeert in Paradise (89 min.), op het IDFA beloond met de Award voor beste cinematografie, van dichtbij hoe de mannen en vrouwen de alarmerende situatie het hoofd proberen te bieden. Ze moeten de draak die alles bedreigt wat hen lief is proberen in te dammen, afleiden of de kop afhakken en zijn daarbij volledig afhankelijk van elkaar.

Abaturov begeeft zich in hun kielzog naar de poorten van de hel – inderdaad werkelijk adembenemend in beeld gebracht door cameraman Paul Guilhaume – waarvoor ze dan een overwinning op en uit het vuur proberen te slepen. Die kan nooit meer dan een voorlopig of tijdelijk karakter hebben. Zeker sinds de klimaatverandering ook de Poolgebieden bedreigt.

Hun strijd, met behulp van een bulldozer, hun eigen schouders en gecontroleerde branden, wordt begeleid door een oud sprookje, op fluistertoon voorgelezen door een plaatselijk meisje, over de onberekenbare wind die over een heilige berg blaast. Diezelfde wind bepaalt nu in welke richting De Draak ‘de vingers van het vuur’ uitstrekt en zorgt voor ingehouden spanning bij de dorpelingen. 

Diverse buurgemeenten van Shologon zijn al ten prooi gevallen aan de toorn van De Draak. Wanhoop niet, luidt nochtans het advies aan de dorpelingen. Geef niet op. En: We weten niet van welke kant de wind waait. Verzamel je kostbaarste spullen en zorg dat je op alles voorbereid bent. Blijf alert, zegt de spreker tot slot bemoedigend, maar raak niet in paniek.

Totdat de regen komt. Of toch de wind, het vuur en de rook.

Schijnstudent

Terugdenkend aan de zomer van 2019 hadden Rachel en Laura stiekem al in de gaten dat het niet goed ging met hun zus Dianne Tonies. Die zat daar maar op haar kamer in Leiden. Hoewel Diannes afstudeerdatum zienderogen dichterbij kwam, leek ze weinig aandacht te besteden aan haar studie geneeskunde. ‘Ze liegt alles bij elkaar’, appten haar zussen elkaar in mei van dat jaar. Begin 2020 werd Dianne gevonden. Ze had geen afscheidsbrief achtergelaten. ‘Waren we maar een keer naar Leiden gereden’, verzuchtten Rachel en Laura nu, met evenveel spijt als pijn in hun stem.

Dianne Tonies is waarschijnlijk zo’n zes jaar Schijnstudent (51 min.) geweest. Ze hield jarenlang de schijn op dat ze nog studeerde, terwijl het doek allang was gevallen. In de tv-docu Pretend Student werden onlangs al enkele studenten geportretteerd die zich in een soortgelijke situatie bevonden. Deze film van Leon Veenendaal concentreert zich op het rouwproces van Diannes nabestaanden. Waarom hebben ze nooit écht doorgevraagd? En wilde hun zus/kind werkelijk niet meer leven of kón ze niet verder, doordat haar parallelle wereld elk ogenblik in elkaar kon donderen?

Het zijn vragen waarop nooit meer een definitief antwoord komt, maar die wel tot indringende gesprekken leiden in de familiekring, met Diannes studiegenoten en een huisgenote. Zus Rachel neemt bovendien contact op met Sander van der Meer, expert Digitaal Nalatenschap. Hij kan Diannes verwanten toegang geven tot (gewiste) gegevens op haar smartphone en social media-profielen. Dit roept meteen ethische vragen op: heeft een gestorven persoon geen privacy meer? En mag dat domein dan ook toegankelijk worden gemaakt voor anderen?

Zulke vragen spelen op bij elk sterfgeval, maar worden extra pregnant bij iemand die haar (innerlijk) leven stelselmatig heeft afgeschermd en die nu, vanuit zeer begrijpelijke motieven overigens, en plein public wordt doorgelicht. Uiteindelijk levert Diannes telefoon daadwerkelijk informatie op over haar gemoedstoestand. Veenendaal gaat daar gelukkig prudent mee om, zodat Diannes privacy nog enigszins wordt gewaarborgd. Via allerlei vrolijke filmpjes, geprojecteerd op plekken waar ze thuis was, benadrukt hij bovendien het contrast tussen wat er in haar omging en hoe anderen haar kenden.

Wat uiteindelijk blijft hangen is een tamelijk treurig beeld van een jonge vrouw voor wie het leven een eenzame strijd moet zijn geworden, terwijl er in haar directe omgeving allerlei mensen klaarstonden om te helpen. Haar nabestaanden proberen daar, met behulp van een rouwtherapeut, een plek aan te geven.

De Burgerwacht

KRO-NCRV

Ze functioneren als ‘de ogen en de oren van de politie’, zijn te herkennen aan hun felgele hesjes, karakteristieke fietsen en elektrische scooters en beschikken zelfs over een ‘aandachtsfunctionaris huiselijk geweld’. In Rhoon Noord, een buurt in de Zuid-Hollandse gemeente Albrandswaard, is een fanatieke buurtpreventiegroep actief. Volgens eigen zeggen hebben ze ervoor gezorgd dat de overlast en criminaliteit duidelijk zijn afgenomen.

Voor de tv-docu De Burgerwacht (53 min.) sluit ‘good old’ Frans Bromet aan bij de gedreven vrijwilligers, die werk op zich nemen dat van oudsher tot het takenpakket van de overheid werd gerekend. Van patrouilleren op plekken waar jongeren rondhangen en het samen met kinderen opruimen van hondenpoep tot het signaleren van eenzaamheid in de buurt en opruimen van lachgaspatronen. De medewerkers van buurtpreventie zorgen zowel voor sociale cohesie als sociale controle.

Bromet heeft er zijn vragen bij. ‘Is dit nou iets om even in te grijpen’, vraagt hij bijvoorbeeld aan een vrijwilliger als enkele buurtbewoners een boom proberen bij te snoeien. ‘Ingrijpen?’, reageert deze luchtig. ‘Nee, dat zijn mensen die in hun eigen tuin bezig zijn.’ Bromet probeert nog even te prikken: ‘Maar hebben ze een kapvergunning?’ De man laat zich echter niet uit de tent lokken. ‘Dat zal voor zo’n klein boompje niet nodig zijn, denk ik. Als ze een hele dikke gaan weghalen die langs de weg staat, dan wel.’

Terwijl hij zo op microniveau in kaart probeert te brengen wat die participatiesamenleving, met een zich terug trekkende overheid, in de praktijk inhoudt, blijft Frans Bromet op de van hem welbekende directe manier op Jan en alleman vragen afvuren: wat buurtpreventie wel en niet mag volgens de plaatselijke wethouder, of de wijkagent eigenlijk nog wel nodig is en of mensen zich misschien ook bij buurtpreventie aanmelden omdat ze stiekem een beetje eenzaam zijn.

Zonder dat de docu héél spannend, grappig of onthullend wordt, wandelt De Burgerwacht zo ontspannen het hart van de buurtpreventie in, ergens tussen oprechte maatschappelijke betrokkenheid en het betere Cor van der Laak-gevoel. Of zoals Bromet het zelf formuleert in één van zijn voice-overs: tussen burgerplicht en bemoeizucht.

Guy Weizman – Voorheen/Nadien

Tangerine Tree

‘Probeer het niet te begrijpen’, instrueert Guy Weizman zijn performers. Ze zijn uit de hele wereld overkomen naar Groningen om zijn artistieke visie te verwerkelijken. Energie componeren, noemt hij dat. De Israëlisch-Marokkaanse artistiek leider van het Nederlandse theatergezelschap wil geen voorstellingen maken, zegt hij in deze film van Willem Baptist, maar die tijdens het maakproces zelf ontdekken. 

Guy Weizman – Voorheen/Nadien (55 min.) is dan ook geen typische making of-docu van de nieuwste productie van het Noord Nederlands Toneel. Het wordt ‘een poëtische film’ legt één van de medewerkers in een Droste-achtige scène uit aan een participant. En dat is geen woord te veel gezegd: Baptist vangt Weizmans visuele bombardement in bloemrijke, straf gekadreerde beelden, waaronder fraaie shots vanuit vogelperspectief.

Zo visualiseert hij de gedachtewereld van de man die zichzelf een soort ‘Godfather uit een Marokkaanse maffiafamilie’ noemt, zomaar kan gaan delibreren over het ‘butterfly effect’ en ontregelende telefoongesprekken met zijn moeder in Marokko voert. Het wordt een zinnenprikkelende ontdekkingstocht door een brein dat altijd in overdrive lijkt te staan en dat bij een splitsing al gauw het minst begaanbare pad kiest.

Baptist begeleidt de beeldenpracht met enigmatische oneliners van Weizman, die als hij zijn troepen dirigeert ook wel iets wegheeft van een goeroe.

‘Een blinde man wacht niet totdat het licht is om te beginnen met lopen.’ Frons.

‘Het stijgt op of het blijft dood op de grond.’ Punt.

‘Het lichaam liegt niet.’ Pauze. ‘Nooit.’

‘Het gaat om de schoonheid van onze onmacht.’ Uitroepteken.

En dan zorgen de Coronamaatregelen ervoor dat alle plannen in het honderd lopen. ‘Fúúúck!’ schreeuwt Weizman gefrustreerd. Geen première. Alleen een weerslag op video, van een generale repetitie/voorstelling zonder publiek. Inmiddels begint het te dagen: deze film zou wel eens die voorstelling kunnen zijn. Niets meer, niets minder. Die dus niet zomaar is gemaakt, maar ergens onderweg is ontdekt.

Assassins

Het tafereel op het vliegveld van Kuala Lumpur is zo bizar dat geen thrillerschrijver ermee zou wegkomen…

Een Aziatische man wordt op 14 februari 2017, rond negen uur ‘s ochtends, van achteren benaderd door twee jonge vrouwen. Ze leggen hun handen voor zijn ogen en lijken tegelijkertijd iets op zijn gezicht te smeren. Beveiligingscamera’s leggen vervolgens vast hoe de vrouwen zich, ogenschijnlijk opgetogen, uit de voeten maken. De man legt intussen aan de politie uit wat er is gebeurd. Terwijl hij samen met agenten naar een hulppost wandelt, begint hij met een been te trekken. Lopen gaat al snel steeds moeilijker.

Binnen een uur is de man dood. Slachtoffer van VX-zenuwgas. Hij wordt op een brancard afgevoerd. Het is Kim Jong-nam, de halfbroer van de Noord-Koreaanse dictator King Jong-un. Als oudste zoon was hij ooit de beoogde opvolger van hun vader Kim Jong-il. Toen die in 2011 overleed, werd de scepter echter overgedragen aan die andere nazaat Kim Jong-un. Die stelt sindsdien alles in het werk om de absolute macht naar zich toe te trekken en schroomt daarbij niet om mensen die zijn positie zouden kunnen bedreigen uit de weg te ruimen.

Na Kim Jong-nams dood zijn de Assassins (104 min.) snel gevonden: Siti Aisyah en Doan Thi Huong. Het leidt geen twijfel dat deze twee jonge vrouwen, uit respectievelijk Indonesië en Vietnam, daadwerkelijk de dood van Kim Jong-nam, van wie wordt vermoed dat hij als informant werkte voor de CIA, hebben veroorzaakt. Maar wat was hun oogmerk? Hebben ze zich welbewust laten inzetten als werktuig in een complot van het moorddadige Noord-Koreaanse regime? Of zijn ze toch – hoe ongelofelijk dat ook klinkt – erin geluisd toen ze dachten te participeren in een ‘prank video’, waarbij een onbekende voor de camera bij de neus zou worden genomen?

Regisseur Ryan White belicht het misdrijf vanuit het perspectief van de twee vrouwen en hun advocatenteams, aangevuld met de goed ingevoerde Maleisische journalist Hadi Azmi. Hij plaatst de gebeurtenissen bovendien overtuigend binnen de campagne van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un om zijn schrikbewind te bestendigen. Het resultaat is een spannende docuthriller, die van het ongeloofwaardige uitgangspunt uiteindelijk toch een aannemelijk scenario maakt en die, voor de zoveelste keer, het angstaanjagende karakter van de totalitaire staat Noord-Korea aan de kaak stelt.

The Mole

Piraya Film / Wingman Media / VPRO

Wie is The Mole? Die vraag ligt voor de hand. Het antwoord ook: Ulrich Larsen, een onopvallende Deense huisvader. Hij begeeft zich als Scandinavische vertegenwoordiger van de Korea Friendship Association jarenlang in schimmige deals met de schurkenstaat Noord-Korea. Als westerse mol welteverstaan, in opdracht van en in samenspraak met regisseur Mads Brügger.

Sinds de Deense documentairemaker in 2009 een kritische film maakte over Kim Jong-Un’s onwezenlijke dictatuur, genaamd The Red Chapel, is hij daar zelf persona non grata. Na de release van die film wordt Brügger echter benaderd door Larsen, die hem alsnog de mogelijkheid biedt om de ware aard van het regime in Pyongyang te tonen.

Voor het zover is, zet de regisseur nog wel even enkele extra pionnen op het bord: Mr. James, een cokedealer in ruste die zich gaat voordoen als potentiële investeerder in Noord-Korea. En een voormalige geheimagente van MI5, Annie Machon, die zowel deze Mr. James als de mol na afloop grondig gaat debriefen. Zie daar de opzet voor de real life-spionagefilm The Mole (125 min.), waarin (waarschijnlijk) niemand is zoals hij/zij zich voordoet.

En net als in eerdere films als The John Dalli Mystery en Cold Case Hammarskjöld claimt Mads Brügger hoogstpersoonlijk de vertellersrol. In Engelstalige voice-overs met een moddervette Deense tongval, die welhaast net zo herkenbaar is als het Sauerkraut-Engels van zijn Duitse collega Werner Herzog. Trefzeker koerst Brügger door een internationaal schimmenspel, veelal vastgelegd met verborgen camera’s, dat zich voor een groot deel afspeelt op anonieme hotelkamers en in kale vergaderruimtes en dat soms zo grotesk lijkt dat het ongeloofwaardig wordt.

Hoe ze bijvoorbeeld het Oegandese eiland hebben gevonden om stiekem een wapenfabriek op te starten? ‘Google’, antwoordt Mr. James met een grote grijns op zijn gezicht. Mads Brügger heeft er achteraf wel spijt van dat hij de nepinvesteerder daarna naar China heeft laten vertrekken, waar zijn leven wellicht gevaar loopt. ‘Maar Mr. James is een man die van actie houdt en ik ben een filmmaker die van sensatie houdt. Dus is hij maar gegaan.’

Het is zulke onmiskenbare zelfspot, waarmee zijn serieuze onderzoeksjournalistiek een absurdistisch vernislaagje krijgt, die ook deze nieuwste ambitieuze onderneming van Mads Brügger kenmerkt. Daarmee reikt hij ditmaal niet zo enorm hoog als in bijvoorbeeld zijn onderzoek naar de dood van Verenigde Naties-topman Dag Hammarskjöld – ook doordat The Mole wel erg veel schimmige beelden van schimmige mannen op schimmige locaties bevat – maar laat hij opnieuw zien dat hij een geweldige neus heeft voor waar het stinkt.

Aan het eind resteert alleen nog steeds de vraag: wie is The Mole nu werkelijk? Wat heeft hij in al die jaren precies uitgevreten? En waarom ook alweer?

Klassen

Human

Zou Dennis van de Dierenwinkel zich nog melden? Bij het begin van de zevendelige serie Klassen (350 min.) begin je héél even te twijfelen: die voice-over stem, die lekker losse vertelwijze, die zorgvuldige casting, die toegang tot precaire situaties en die bijzonder smaakvolle muziek. Is dit een nieuwe aflevering van Schuldig, de gelauwerde documentaireserie uit 2016 over schuldenproblematiek in Amsterdam-Noord, waarmee Dennis uitgroeide tot een publiekslieveling?

Nee, dit is een logisch vervolg. Dezelfde toon, setting en invalshoek, andere thematiek. Kansen(on)gelijkheid in het onderwijs, ditmaal. Aan de hand van enkele Amsterdamse kinderen in het laatste jaar van de basisschool, die worden voorbereid op hun overstap naar de middelbare, en enkele tieners die daar net terecht zijn gekomen schetsen Ester Gould, Sarah Sylbing en Daan Bol een levendig portret van een multiculturele samenleving, waarbinnen klasseverschillen, en bijbehorende problemen zoals onderadvisering van vooral allochtone basisschoolkinderen, aan de orde van de dag zijn (gebleven).

Op de Weidevogel hoopt bijvoorbeeld vrijwel iedere leerling op een VWO-advies, terwijl de kinderen op sommige andere scholen – noem het vooral geen zwarte scholen – stelselmatig een lager advies krijgen dan hun prestaties eigenlijk rechtvaardigen. Het is één van de voornaamste thema’s van de Amsterdamse wethouder van onderwijs en armoede, Marjolein Moorman (PvdA), onderwijspsycholoog Bowen Paulle (die spreekt over ‘the prison of low expectations’) en schoolbestuurder Mirjam Leinders, enkele van de professionals in deze Nederlandse evenknie van de veelgeprezen serie America To Me. Intussen proberen de leerlingen en hun bijzonder betrokken leerkrachten ‘gewoon’ het uiterste eruit te halen – of, tenminste, op koers of het rechte pad te blijven.

Halverwege de eerste aflevering van deze bijzonder boeiende serie, waarvan ik tot dusver vier afleveringen heb gezien, komt zowaar Dennis van de Dierenwinkel nog even langs, als een toevallige passant in het leven van de kinderen en een subtiele herinnering aan het feit dat Schuldig en Klassen zich in hetzelfde decor afspelen en thematisch ook nauw verweven zijn.

Dood In De Bijlmer

Witfilm

‘Nederland ziet er niet meer uit zoals Anita van Loon’, zegt Anita van Loon. De medewerkster van uitvaartorganisatie Yarden en hoofdpersoon van de documentaire Dood In De Bijlmer (74 min.) wordt verantwoordelijk voor ‘het eerste multiculturele uitvaartcentrum van Nederland‘, dat moet verschijnen in Amsterdam-zuidoost.

Van Loon bezoekt in dat kader diverse gemeenschappen om bij de potentiële clièntele de vraag te inventariseren. Worden de toiletten wel groot genoeg? vraagt een vrouw van Afrikaanse komaf. Ze is bang dat ze met haar traditionele gewaad niet terecht kan op een kleine Nederlandse wc. Kan ik voor mijn uitvaart mijn eigen drankjes meenemen uit de Lidl of Aldi? wil een man weten.

En er moet een keuken komen in het nieuwe centrum, constateren ze bij de uitvaartonderneming. Zodat er roti kan worden gekookt. Gelukkig mag er op de gekozen plek gewoon lawaai gemaakt worden. Want Ghanezen willen tijdens hun afscheidsceremonies kunnen dansen. Terwijl ze zich zo verdiept in hoe andere culturen de overledene uitgeleide doen, bijvoorbeeld via een soort re-enactment van een Hindoestaanse uitvaart, krijgt Van Loon in eigen kring te maken met een sterfgeval.

‘De dood is wel een dingetje’, constateert ze in deze intrigerende documentaire van Paul Sin Nam Rigter. Intussen kost het haar werkgever heel wat kruim om de business case voor het nieuwe uitvaartcentrum rond te maken. Want is er bij elke cultuur wel evenveel behoefte? De moskee redt het bijvoorbeeld best op eigen kracht. ‘Dit land is gestoeld op het christendom.’, stelt oprichter Muhammad Gaffar scherp. ‘Ze hebben alles verwaarloosd.’

Gedurende vijf jaar volgt Dood In De Bijlmer (Internationale titel: Dealing With Death) het proces dat moet leiden tot een breed gedragen uitvaartcentrum. Tegelijkertijd zoomt de film via bijzonder sprekende fly on the wall-scènes ook in op verschillende uitvaartdiensten, waarbij een zeer extraverte Ghanese afscheidsbijeenkomst en een traditionele Nederlandse begrafenis bijvoorbeeld parallel zijn gemonteerd.

Zulke intieme inkijkjes in verschillende culturen maken tevens helder hoe weinig we eigenlijk van elkaar weten, ook al maken we misschien gebruik van dezelfde school of supermarkt. Het is een gedachte die ook bij Anita van Loon post lijkt te vatten. Ze begint zich af te vragen of dat idee van een uitvaartcentrum voor iedereen niet een zinsbegoocheling is. Want dood gaan we allemaal, maar afscheid nemen doet ieder toch echt op zijn of haar eigen manier. En in zijn eigen omgeving.