The Boy From Medellin

Amazon Prime

Terwijl J Balvin zich voorbereidt op het belangrijkste optreden van zijn leven, een stadionconcert in zijn geboortestad Medellin, raakt zijn land Colombia in het najaar van 2019 steeds nadrukkelijker in de greep van protesten tegen de rechtse president Duque. Die krijgen bovendien een steeds grimmiger karakter. De druk op The Boy From Medelin (95 min.) om zich ook uit te spreken neemt zienderogen toe.

Reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin, één van de populairste artiesten van deze aardkloot, heeft echter wel wat anders aan zijn hoofd: de druk om te presteren, bijvoorbeeld, en het op afstand houden van de depressies en paniekaanvallen die hem al vaker parten hebben gespeeld. En tussen alle promotionele verplichtingen moet de latin-superster ook zijn fans tevreden zien te stellen – of gewoon van het lijf houden.

Regisseur Matthew Heineman (die in de afgelopen jaren verantwoordelijk was voor de topdocumentaires Cartel Land en City Of Ghosts, twee seizoenen van de serie The Trade en de speelfilm A Private War) begeeft zich een week lang in Balvins kielzog en probeert de gekte om hem heen, en soms ook in hem, te vereeuwigen. De politieke context fungeert daarbij als geluk bij een ongeluk en tilt de film uit boven het niveau van een routineus portret over een artiest met evenveel twijfels als fans (en acute stemproblemen die natuurlijk nét voor het moment suprême moeten worden bezworen).

Hoezeer hij het ook probeert te vermijden, ‘El Niño de Medellin’ wordt gedwongen om stelling te nemen. Terwijl hij volgens eigen zeggen toch echt meer verstand heeft van ‘dromen’ dan van politiek. Uiteindelijk moet zijn manager, talentmanager pur sang Scooter Braun, er zelfs aan te pas komen om hem, in een spannende scène, op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Hij is het als muzikant aan zijn stand verplicht om zijn platform te benutten en zich uit te spreken.

J Balvin zal echt kleur moeten bekennen. Een kleurspoelinkje, waarmee hij zichzelf tot dusver steeds heeft heruitgevonden, volstaat niet meer. Nadat hij al zijn rituelen heeft doorlopen, door zijn directe entourage grondig is opgepept en via zijn mobiel de succeswensen van vakbroeders zoals DJ Khaled, Jay-Z en will.i.am van The Black Eyed Peas in ontvangst heeft genomen, volgt tijdens dat swingende thuisconcert het moment van de waarheid, de vanzelfsprekende apotheose van deze boeiende documentaire.

Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal

Netflix

Prima deal. In ruil voor een aardige donatie krijgt je nageslacht toegang tot een droomschool. Wat is nu een miljoen dollar – of een ietsiepietsie meer – als de toekomst van je kind ervan afhangt? Via een kleine omweg koop je bijvoorbeeld een sportbeurs. Ook al heeft je ‘allesie’ nog nooit een football vastgehouden, een waterpolocap gedragen of op een zeilboot gevaren. En dan staan de deuren van Yale, Harvard of Princeton plotsklaps wagenwijd open en is het kostje van Junior gekocht.

Schoolkeuzecoach Rick Singer was daarvoor jarenlang een perfecte postiljon d’amour. Als geen ander wist hij welk (sport)onderwijsprogramma van een Ivy League-school nog wel wat financiële ondersteuning kon gebruiken. Via hem konden gefortuneerde ouders zo ‘prestige’ inkopen voor hun kroost. Volgens John Reider, voormalig lid van de toelatingscommissie van Stanford University, betekent dat woord in het Frans niet voor niets bedrog. ‘Dat is wat prestige is op de universiteit: het is denkbeeldig, een illusie. En toch geloven mensen erin.’

Regisseur Chris Smith, die in Fyre: The Greatest Party That Never Happened al de gebakken lucht van een gigantisch festivalfiasco blootlegde, ontleedt in Operation Varsity Blues: The College Admissions Scandal (100 min.) hoe Singer zijn schoolzwendel opzette. Dat wordt nooit zo buitenissig of grappig als in Fyre, maar zeker zo pijnlijk. Smith heeft de beschikking over opnamen die de FBI maakte van Singers (telefoon)gesprekken met bereidwillige ouders en schoolmedewerkers. Die heeft hij letterlijk, soms in gecondenseerde vorm, laten naspelen door acteurs, met Matthew Modine in de rol van aalgladde schooladviseur.

Hij, de slinkse ‘coach’, wordt in dit gesmeerde docudrama gepresenteerd als het oliemannetje van een volledig geperverteerd systeem, waarbinnen gefortuneerde ouders, zoals bijvoorbeeld de actrices Felicity Huffman en Lori Loughlin, er geen been in zien om hun kind op onoorbare wijze vooruit te helpen en universiteiten rustig dubieuze donaties incasseren en vervolgens een oogje dichtknijpen als leerlingen onder valse voorwendselen de school worden binnengesmokkeld. Het is al met al een treurige bedoening, de totale verwording van een door en door competitieve maatschappij. 

Die kent natuurlijk ook zijn slachtoffers: behalve alle kinderen die onder de prestatiedruk dreigen te bezwijken gaat het dan ook om bollebozen die door de fraude níet worden toegelaten. ‘Het is gewoon klote om je zo te voelen’, zegt een meisje, dat net heeft gehoord dat ze niet welkom is op de school van haar voorkeur. ‘Maar ik weet zeker dat de iedereen die wel is aangenomen het verdient.’ Daarop introduceert Chris Smith met bijna sardonisch genoegen Olivia Jade, een YouTube-sterretje met miljoenen volgers dat zomaar een plek kreeg toegespeeld in het roeiteam van de prestigieuze University of Southern California. Ze zou nooit aan een training of wedstrijd deelnemen.

In een wereld waarin alleen winnen, of de schijn daarvan, lijkt te tellen kan dat zomaar gebeuren. Uiteindelijk is het wel de vraag of het werkelijk in het belang is van de betrokken kinderen, die vaak overigens niet of nauwelijks op de hoogte waren van de schimmige praktijken van hun ouders, dat ze terechtkomen op een school waar ze eigenlijk niet op hun plek zijn. En wanneer het omkoopschandaal in 2019 plotseling in de openbaarheid komt, nadat de centrale figuur daarvan rücksichtslos dubbelspel is gaan spelen, worden zij bovendien publiekelijk gebrandmerkt als jongeren die het niet op eigen kracht kunnen. Over een slechte deal gesproken.

Tiger

HBO/Ziggo

Hij was zegge en schrijve acht maanden oud toen vader Earl hem kennis liet maken met golf. Een kleine anderhalf jaar later waren ze samen te gast in de tv-show van Bob Hope, waar de peuter zijn beste slagen mocht laten zien. Tiger Woods was voorbestemd om een grootheid op de golfbaan te worden, zeker in de ogen van zijn ouders Earl en Kultida. Zij hadden een heus masterplan voor hun kind: hij moest de eerste zwarte topgolfer worden.

En zo geschiedde. Tiger (192 min.) werd een legende in zijn sport. Een merk ook, van zo’n honderd miljoen dollar per jaar. En een ideale schoonzoon. Totdat de zeepbel vakkundig werd doorgeprikt. Volgens deze meeslepende biografie kwam de ommekeer na het overlijden van zijn vader, die in Tiger een soort kruising tussen Mahatma Gandhi en Nelson Mandela zag, en de brave huisvader een ongezonde voorliefde ontwikkelde voor wilde avonturen in Sin City, Las Vegas. Seks als pijnbestrijding, aldus zijn biograaf Armen Keteyian. Dat ene adagio – what happens in Vegas, stays in Vegas – zou alleen niet opgaan voor Tiger Woods. Zijn wilde escapades haalden hem uiteindelijk aan alle kanten in.

In het eerste deel van dit tweeluik schetsen de filmmakers Matthew Heineman en Matthew Hamachek met pakkend beeldmateriaal van de ene na de andere golftriomf en interviews met z’n vrienden, kleuterjuf, eerste vriendin, concurrenten, marketeers en vaste caddie de opmars van de Amerikaanse ‘golfrobot’. In deel 2 tekenen ze vervolgens met biografen, sportjournalisten en z’n bekendste maîtresse Rachel Uchitel diens dubbelleven en ondergang op. Waarna er op de valreep, zoals in een echte Hollywood-evergreen, toch nog een wederopstanding volgt.

Dit is nu eenmaal een klassiek verhaal over een held, die eerst zonder voorbehoud op het schild wordt gehesen en er daarna en plein publique vanaf sodemietert – of vanaf wordt geduwd. Gadegeslagen door talkshowgasten met ferme meningen, comedians met gemakkelijke grappen en bobo’s die niet weten hoe snel ze afstand van hem, de zwarte jongen in de witte wereld, moeten nemen. In dat opzicht is Tiger tevens een nauwelijks verhulde aanklacht tegen de celebritycultuur, die de protagonist bijna de kop heeft gekost. Opgevreten door zijn eigen populariteit.

En deze tweedelige docu is tenslotte ook nog het aangrijpende relaas van een jongetje dat roofbouw op zijn lijf en persoonlijkheid pleegt om de droom van zijn ouders, vader Earl in het bijzonder, te verwezenlijken. Want Nike mocht voor hem dan de slogan ‘winning takes care of everything’ hebben bedacht, Tiger Woods werd er te langen leste op hardhandige wijze mee geconfronteerd dat zo’n uitgangspunt alleen verliezers kon opleveren.

The Pickup Game

Good women love bad men.  Als eenvoudige, doordeweekse jongen moet je dus gewoon zo’n slechte vent spelen. Anders loop je het risico dat de babe, waar jij al weken natte dromen van hebt, je gaat beschouwen als haar beste vriend. Of, nog erger, als een soort oudere broer. Als je niet uit jezelf zo’n gladde praatjesmaker bent die genadeloos toeslaat als zij het niet ziet aankomen, dan kun je terecht bij zogenaamde Pickup Artists, onvervalste players die jou wel eens even haarfijn uitleggen hoe je elke rondborstige bimbo binnen de kortste keren je bed inlult. Tegen een billijke vergoeding, natuurlijk.

The Pickup Game (98 min.) buigt zich over de industrie die stiekem is ontstaan rond al die alleenstaande mannen die zich geen echte vent voelen en wel wat hulp kunnen gebruiken bij het veroveren van dames. ‘Respect the cock’, zou Frank T.J. Mackie uit de magnifieke speelfilm Magnolia zeggen. ‘And tame the cunt.’ Het begon allemaal in 1988 bij de bestseller How To Get The Women You Desire In Bed van Ross Jeffries, een voormalige brekebeen op het liefdespad, die technieken uit Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) besloot te gaan toepassen op het versieren van vrouwen. En de rest is geschiedenis.

Tegenwoordig kun je als schutterende versierder, getuige deze slicke documentaire van Matthew en Barnaby O’Connor, terecht bij professionele alfamannetjes als Maximilian ‘RSDMAX’ BergerRobert ‘Beckster’ Beck en Erik ‘Mystery’ von Markovik. Die leren de deelnemers aan hun cursus of workshop hoe ze het ‘target’ eerst moeten benaderen, daarna in hun invloedssfeer kunnen krijgen en tenslotte op het juiste moment hun kans moeten zien te grijpen. Waarbij de vrouwen in kwestie, tijdens de praktijkoefeningen op straat en in uitgaansgelegenheden gefilmd met een verborgen camera, worden gereduceerd tot willoos neukobject.

Dat je daarin ook te ver kunt gaan, toont het voorbeeld van versiercoach Julien Blanc, die onder vuur kwam te liggen omdat hij had gesuggereerd dat je Japanse vrouwen gewoon op straat bij hun hoofd kunt pakken, dat je vervolgens met ferme hand richting je eigen kruis duwt. Dat het bestaan van een pickup-artiest uiteindelijk alleen leidt tot emotionele leegte, betoogt spijtoptant Paul Janka, die inmiddels keurig getrouwd is. En dat The Game, de term die Neil Strauss ooit muntte in het gelijknamige boek, misogynie en geweld tegen vrouwen in de hand werkt, heeft dating- en ontwikkelingscoach Minnie Lane met eigen ogen kunnen vaststellen.

Die hele pickup-business, stelt een geanonimiseerde marketeer die de business inmiddels de rug heeft toegekeerd, heeft bovendien echt maar één bedoeling: de nietsvermoedende klant zoveel mogelijk geld uit de broek kloppen, voordat hij zich in het bijzijn van een appetijtelijke dame daadwerkelijk van die broek kan ontdoen. Het is een even treurige als voorspelbare conclusie voor deze interessante film, waarin de zelfverklaarde ladykillers juist op dat thema nog wel wat steviger hadden mogen worden aangepakt.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

Murder In The Bayou

Ze gingen om met ‘the wrong crowd’, zeggen hun nabestaanden. Ze leefden een ‘high-risk lifestyle’, werpt de plaatselijke politiechef Ricky Edwards tegen. En dat komt hem op flinke kritiek te staan. Alsof de vrouwen, die verslaafd waren aan crack en hun lichaam verkochten, er zelf om hebben gevraagd om te worden vermoord en gedumpt in een plaatselijke ‘swamp’.

Acht prostituees werden er tussen 2005 en 2009 gedood in Jennings County, Louisiana. Ze staan inmiddels bekend als The Jeff Davis 8. En wie verantwoordelijk was voor hun tragische lot, is ruim tien jaar na dato nog altijd ongewis. Murder In The Bayou (269 min.), gebaseerd op het gelijknamige boek van onderzoeksjournalist Ethan Brown, zet opnieuw het mes in de lang slepende kwestie, die als inspiratie zou hebben gediend voor het eerste seizoen van de thrillerserie True Detective.

Het is in elk geval geen seriemoordenaar, volgens de ziedende moeder van slachtoffer Brittney Gary. Ze blijft het maar herhalen in deze vijfdelige documentaireserie van Matthew Galkin. Er. Is. Geen. Seriemoordenaar. En zeker geen ‘seriedumper’, ook al zo’n term waarmee de politiechef, die net als enkele andere sleutelfiguren schittert door afwezigheid in deze serie, de plaatselijke bevolking tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Zou hij die term ook hebben gebruikt als de vrouwen niet afkomstig waren van de verkeerde kant van het spoor?

Behalve Ethan Brown en journalist Scott Lewis van de plaatselijke krant The Jennings Daily News, die als extern deskundigen enige klaarheid in de kwestie proberen te brengen, wordt deze serie vooral bevolkt door zogenaamde ‘deplorables’: verlopen mannen en vrouwen met de spreekwoordelijke vuile bek, een troebele oogopslag en die nietsontziende zucht om het complete bestaan te verdoven. Gezamenlijk vormen ze bovendien een potentiële goudmijn voor elke tandarts.

Onder hen zijn ook twee mogelijke verdachten: de schmutzige lokale dealer/pooier Frankie Richard en zijn nicht Hannah Conner. Hebben zij die acht moorden op hun geweten? Werden ze daarna door plaatselijke agenten uit de wind gehouden (of zijn die zelfs betrokken bij het mysterie van de gedode vrouwen)? En welke rol speelde het luizige motel The Boudreaux Inn, waar volgens direct betrokkenen heel wat werd ‘afgepartyd’ (maar het leven desondanks bepaald geen feest was)?

Zoals het een echte true crime-serie betaamt, duwt Murder In The Bayou een dossierkast met mogelijke scenario’s omver. Die worden door Galkin vervolgens met suggestieve beelden, dreigende muziek en de nodige cliffhangers smakelijk uitgeserveerd. Zo ontstaat een duistere, onheilszwangere wereld, waaruit steeds weer nieuwe verhalen kunnen worden opgediept die het daglicht eigenlijk niet kunnen velen.

Hoe die losse incidenten zich precies tot elkaar zouden verhouden en welke overkoepelende theorie daar dan uit voortvloeit, blijft tot het einde van deze beklemmende miniserie ongewis. En ook dan zijn er nog altijd meer vragen gesteld dan beantwoord. Een even onvermijdelijke als onbevredigende slotsom, die een vervolg, al dan niet in documentairevorm, onontkoombaar maakt.

Alternate Endings: Six New Ways To Die In America

Alternate Endings – ANS featured image.jpg

De komende tien jaar gaan er heel veel uitvaartcentra over de kop, zegt een man op een uitvaartbeurs bij de start van deze televisiedocumentaire. Alleen de bedrijven die durven te vernieuwen zullen volgens hem overleven. In Alternate Endings: Six New Ways To Die In America (68 min.) worden alvast enkele actuele trends in beeld gebracht.

Zo kun je de as van je vader natuurlijk gewoon in een urn laten plaatsen, maar je kunt daarmee natuurlijk net zo goed een ‘memorial reef’ maken, die kan worden afgezonken in de oceaan. Op deze manier kan papa postuum alsnog een bijdrage leveren aan het behoud van de bedreigde koraalriffen, die hem zo dierbaar waren.

In een Mexicaans gezin organiseren ze verder een ‘living wake’ voor (over)(groot)vader, een groots opgezet feest in een afgehuurd zaaltje, waarbij de aanstaande overledene alvast afscheid kan nemen van familie en vrienden. Dat levert vanzelfsprekend emotionele toestanden op. Je vraagt je alleen af of die allerlaatste ontmoetingen in een intiemere setting niet veel beter tot hun recht zouden komen.

Soortgelijke kanttekeningen zijn eveneens te plaatsen bij de zogenaamde ‘space burial’. 45 rouwende gezinnen hebben geld bij elkaar gelegd om de as van hun gestorven verwanten letterlijk de ruimte in te schieten. Dat wordt natuurlijk een enorm spektakel, maar je kunt je echt afvragen of het leven letterlijk met een ‘big bang’ moet eindigen?

Deze degelijke film van Matthew O’Neill en Perri Peltz toont ook meer ingetogen manieren – minder Amerikaanse manieren, zou je bijna zeggen – om definitief vaarwel te zeggen. Een vrouw wil zichzelf teruggeven aan de natuur. Met haar familieleden zoekt ze een idyllisch plekje in het bos op, dat haar laatste rustplaats moet worden. Tijdens de natuurbegraving wordt er vervolgens een boompje op haar geplant. 

Zo stopt elk vogeltje met zingen zoals het gebekt is. Hoewel je de verschillende hoofdpersonen slechts beperkt hebt leren kennen, levert hun slotakkoord toch aangrijpende taferelen op. Zoals je bij de uitvaart van een volslagen onbekende nu eenmaal ook wel eens een traantje wilt wegpinken. Omdat de dood zo’n elementaire levenservaring is, waarvoor misschien ook niets te gek is. Al had ik, eerlijk gezegd, wel héél even mijn twijfels bij die drive thru-viewing van een overledene die in een soort vitrine lag opgebaard…

The Accountant Of Auschwitz

Netflix

Vrolijke marsmuziek klinkt in de openingsscène van deze film. In beeld verschijnt de zwart-wit foto van een jonge militair. Rond brilletje, melancholiek gezicht. De stem van deze Oskar Gröning zorgt voor de herinneringen bij archiefbeelden van een concentratiekamp. ‘Het hoofdkamp van Auschwitz was net een klein dorp, met veel geroddel en geklets. Er was een kantine, een bioscoop.’ Intussen zien we hoe gezellig de medewerkers van het beruchte kamp ‘t hadden met elkaar. De opgewekte muziek zwelt weer aan: ‘Links um die Ecke…’ In het kader van de vrijetijdsbesteding wordt er enthousiast gesport. De atleten hebben ook mooie trainingspakjes aan, met een SS-embleem erop.

‘Het was een plek waar je vriendschappen voor het leven opdeed en waar ik met veel plezier op terugkijk’, blikt Gröning bij de start van The Accountant Of Auschwitz (75 min.) met weemoedige stem terug. Inmiddels wordt het archiefmateriaal van de levenslustige jongelingen afgewisseld met de huiveringwekkende beelden die we doorgaans associëren met het vernietigingskamp. ‘We waren ervan overtuigd dat we verraden waren door de hele wereld en dat er een grote samenzwering van Joden tegen ons was’, zegt de kampmedewerker nu, op zoek naar een verklaring en rechtvaardiging voor zijn eigen gedrag in de Tweede Wereldoorlog.

‘Maar je moet je toch hebben gerealiseerd dat zeker die kinderen je helemaal niets misdaan kunnen hebben?’ werpt de interviewer van dienst tegen, terwijl de alomtegenwoordige marsmuziek gaandeweg helemaal vastloopt en de openingsscène aan zijn einde komt. ‘Die kinderen zijn op het moment zelf natuurlijk niet de vijand’, stelt Gröning. ‘De vijand is het bloed dat door hun aderen stroomt.’ Die gedachtegang maakte het voor de Duitser (blijkbaar) mogelijk om te werken bij Auschwitz. Zijn werk in het kamp was voor hem een normale baan. De één werkt nu eenmaal bij Philips of Volkswagen, een ander bij de Firma Endlösung.

Oskar Gröning verzamelde bijvoorbeeld de spullen van Joden die aankwamen in het vernietigingskamp. Zij hadden die immers toch niet meer nodig – waaruit je overigens meteen kunt afleiden dat hij er wel degelijk van op de hoogte was wat er met de nieuwe kampgasten zou gaan gebeuren. Maar is de man, die zelf ogenschijnlijk verder geen geweldsdaden pleegde, daarmee ook (mede)verantwoordelijk voor de genocide die in zijn directe werkomgeving plaatsvond?

Die principiële vraag drijft deze film van Matthew Shoychet, waarin De Zaak Gröning wordt geplaatst tegen de achtergrond van rechtszaken tegen oorlogsmisdadigers (die verdacht vaak met een heel beperkte straf zijn weggekomen). Van beruchte beulen als John Demjanjuk lijkt het logisch dat ze tot in lengte van dagen worden vervolgd, maar kun je ook iemand veroordelen die zelf geen mens heeft vermoord en daartoe ook niet de opdracht heeft gegeven? En: wanneer houdt iemands schuld op?

The American Meme

Als Paris Hilton wordt gepresenteerd als boegbeeld van een wereldwijde ontwikkeling, dan weet je wel zo’n beetje wat die beweging inhoudt. Laten we haar een vertegenwoordiger van de plastic generatie noemen: volledig gericht op uiterlijke schijn en het schaamteloos exploiteren daarvan. Opportunisme in optima forma, als ultiem voorbeeld van een succesvol bestaan uitgeserveerd.

Zo, dat is eruit! Laat ik daarbij meteen een voorbehoud maken. Misschien hoort het ook zo: dat je niets van de volgende generatie begrijpt en je op basis daarvan zorgen maakt over de toekomst van de wereld. Zo verging het gabbers, punkers en hippies tenslotte ook. Stuk voor stuk uitgemaakt voor ‘de jeugd van tegenwoordig’ en voorzien van adjectieven als subversief, oppervlakkig en gevaarlijk.

‘Ik ben een 21-jarige, al twee decennia lang’, zegt Paris Hilton in The American Meme (98 min.). ‘Het is allemaal onderdeel van een imago en een merk en een product zijn. Het is net Groundhog Day. Alles wat ik doe is dezelfde shit op een andere dag.’ Is het oprechte reflectie van de vrouw, die ooit het lichtende voorbeeld was van Kim Kardashian (@kimkardashian, 121,7 miljoen volgers)? Of het verplichte, eveneens openlijk getoonde berouw na een onbezonnen jeugd, die je alle denkbare roem en geld heeft opgeleverd?

Geloof het of niet, Hilton (@parishilton, 9,9 miljoen volgers) lijkt één van de normalere personages in deze uiterst ongemakkelijke film van Bert Marcus, die verder wordt bevolkt door figuren als de getroebleerde Vine-comedian Brittany Furlan (@brittanyfurlan, 2,4 miljoen volgers), de onbeschaamde instagram-celebrity en zakenman The Fat Jewish (@thefatjewish, 10,8 miljoen volgers) en de Amerikaanse variant op onze eigen schuinsmarcheerder Mental Theo, Kirill Bichutsky (@slutwhisperer, 1,1 miljoen volgers).

Zij delen hun hele leven met hun instagram-achterban en laten in deze documentaire daarvan weer de achterkant zien. ‘Privacy is dood’, aldus Emily Ratajkowski (@emrata, 20,8 miljoen volgers), die ‘doorbrak’ met een topless optreden in de muziekvideo van Robin Thickes, Blurred Line. DJ Khaled (@djkhaled, 13 miljoen volgers) illustreert dat nog maar eens: zijn zoontje Asahd (@asahdkhaled, 2 miljoen volgers) heeft een eigen, dik gesponsord instagram-account. In zo’n wereld is er maar één logische president: Donald J. Trump.

Achter al dat uiterlijke vertoon zit, zo toont deze horrordocu doeltreffend aan, heel veel leegte en (veel te) gewoon persoonlijk leed. Van aandachtszoekers die vermoedelijk nooit zullen vinden waarnaar ze werkelijk verlangen. De enige die echt tegenwicht biedt is nota bene de acteur Matthew Felker, die zijn roem met name ontleent aan een kus met Britney Spears in de videoclip Toxic. Hoe toepasselijk. Felker heeft zich inmiddels afgekeerd van de social media en zet kanttekeningen bij al die influencers, die hun eigen monster hebben gecreëerd en geen idee hebben hoe ze dat ooit weer in zijn hok moeten krijgen.

Als kijker zit je erbij en kijk je ernaar. Verbaasd over de ondraaglijke lichtheid van dat bestaan. Geagiteerd door de schaamteloze exploitatie van alles en iedereen. En uiteindelijk helemaal murw vanwege je eigen onmacht om deze ongein te begrijpen of waarderen. Van deze wereld kan en wil je geen deel uitmaken, zoveel is zeker. Maar, ga je je door deze onrustbarende film afvragen: is er (straks) nog een andere?

En dan volgt meteen de relativering: met die genadeloos doorhakkende kaalkoppen, het anarchistische geteisem en dat werkschuwe tuig is het ook weer goed gekomen.

Don’t Be A Dick About It

YouTube

Vier jaar had hij nodig om moed te verzamelen. En toen trok Benjamin Mullinkosson de stoute schoenen aan en vroeg hij zijn tante Mary Jo of hij een zomer bij hen in de kelder mocht logeren om zijn neven te filmen. Elk jaar tijdens vakanties had hij gezien hoe Peter en Matthew elkaar voortdurend in de haren vlogen. Diep van binnen wist Mullinkosson al die tijd dat daar een film inzat. Maar om er dan over te beginnen…

Die film is er nu toch gekomen: Don’t Be A Dick About It (69 min.), de onbetwiste publieksfavoriet van het International Documentary Festival Amsterdam van 2018. Dat enthousiasme is niet vreemd. Slechts weinig documentaires bieden zoveel gelegenheid om hard en vaak te lachen. Om de dwarse puber Matthew, die een enorme angst voor honden te boven probeert te komen. Maar vooral om zijn oudere broer Peter.

Peter is permanent verwikkeld in zijn geheel eigen variant op de realityshow Survivor. Met veel theater speelt hij de dramatische ontknoping van het televisieprogramma na. Steeds weer. Wie wordt er weggestemd? En waarom? Vaak gaat het om een familielid of kennis waarmee Peter toevallig nog een appeltje heeft te schillen. Die voortdurende stroom eliminaties, aangezet met volvette muziek, levert hilarische scènes op, die de rode draad vormen voor deze kostelijke film.

Een kanttekening is daarbij op zijn plaats: Peter heeft een autismespectrumstoornis. En net als Kees Momma en Owen Süskind, de autistische hoofdpersonen van respectievelijk Het Beste Voor Kees en Life, Animated, heeft de rossige twintiger de lach aan zijn kont hangen en weet hij zo een groot publiek, mijzelf incluis, aan zich te binden. Maar waar lachen die mensen eigenlijk om?

Leedvermaak? Nee, want Mullinkosson gaat liefdevol met zijn subjecten om. Matthew is volgens zijn neef dan ook trots op de film, al kan hij hem ook niet zo goed zien. Peter heeft er volgens de maker geen problemen mee als mensen om hem moeten lachen. Sterker: hij vindt zichzelf óók ‘fucking hilarious’. En wie ben ik dan om het daarmee oneens te zijn?

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

City Of Ghosts


Het zou me niet hebben verbaasd, zo schreef ik in mijn jaaroverzicht voor 2017, als Matthew Heineman de Oscar voor beste documentaire zou winnen met City Of Ghosts (92 min.), een onontkoombare film over Syrische burgerjournalisten die met gevaar voor eigen leven berichten over de gruwelen van IS. De prijs zou echter gaan naar Icarus, een fascinerende documentaire over het Russische dopingprogramma.

In 2016 was Heineman al eens dichtbij een Oscar met Cartel Land (nog steeds te zien op Netflix), een geweldige film over de drugsoorlog die op de grens van de Verenigde Staten en Mexico wordt uitgevochten (en die onlangs een krachtig vervolg kreeg met de miniserie The Trade). Zijn volgende film City Of Ghosts is opnieuw een mokerslag die je nog dagen op je bakkes voelt: actueel, urgent en superspannend. Niet eerder werd de nefaste ideologie van Islamitische Staat, dat alles wat het Kalifaat voor de voeten loopt letterlijk de kop probeert af te hakken, zo pregnant in beeld gebracht.

De Amerikaanse filmmaker volgt de burgerjournalisten van het collectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently, die met gevaar voor eigen leven, en dat van hun dierbaren, proberen te berichten over de dagelijkse dreiging van het leven met/onder IS. Zelfs in het buitenland zijn deze onbekende helden, die de Duivel brutaal in de bek hebben gespuugd, niet meer veilig als IS-cellen worden ingezet om hen met grof geweld uit de weg te ruimen.

De angst die hen begeleidt bij elke stap die ze zetten, elk stuk dat ze schrijven en elke misstand die ze fotograferen of filmen – en de moed die ze ergens diep van binnen toch steeds weer vinden om hun missie te vervolgen – wekt evenveel bewondering als verbazing. Hoe blijf je mens in dit genadeloze kat- en muisspel? Gaandeweg dringt in deze doodenge docu echter het besef door dat ze helemaal geen keuze meer hebben: ‘Of we winnen of ze doden ons allemaal.’