I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines

HBO Max

Het is inmiddels ruim dertig jaar geleden. En nog altijd roept haar naam, Lorena Bobbitt, dat ene beeld op: van een afgesneden penis. Het slachtoffer? Haar eigen echtgenoot John Wayne Bobbitt. Het bizarre incident op 23 juni 1993 maakte wereldnieuws van de twee echtelieden. Zij kwam daarmee te boek te staan als de archetypische wraakzuchtige vrouw. En hij maakte, eenmaal gerepareerd, bescheiden carrière in de porno-industrie. Een spraakmakend en volstrekt uniek verhaal, dat natuurlijk helemaal werd uitgemolken door de media – en dat eerder al z’n weg vond naar de vierdelige docuserie Lorena (2019).

Zo uniek is dat verhaal echter niet, betoogt Annabel Gillings in een tweedelige documentaire, met een wat onfortuinlijke titel: I Cut Off His Penis: The Truth Behind The Headlines (84 min.). Alleen in Thailand waren er tussen 1973 en 1980 al meer dan honderd gevallen. En er zijn later ook golven van ‘penicide’ geweest in Vietnam en Kenia. Want één sensatieverhaal kan kopieergedrag in de hand werken. En voor je het weet gaan ‘copycats’ met een mes of schaar in de weer. ‘In gemeenschappen waarin er veel van dit soort misdaden zijn komen zeker na-apers voor’, stelt Jacqueline Helfgott van het Crime & Justice Research Center. ‘We zijn allemaal een product van de tijd waarin we leven, de cultuur waarin we leven en de media die we consumeren.’

Gillings koppelt het verhaal van Lorena Bobbitt, een Venezolaanse immigrante die probeerde te overleven in de relatie met een gewelddadige man, aan de al even saillante zaak rond Brigitte Harris. Zij attaqueerde haar eigen vader. Die had haar vanaf heel jonge leeftijd misbruikt, vertelt ze. Toen ze hem na jaren afstand voor het eerst weer ontmoette en zag hoe hij haar vijfjarige nichtje op schoot nam, sloegen de stoppen door bij Harris. ‘Brigitte was absoluut schuldig’, stelt haar advocaat Arthur Aidala daarover. ‘Als de jury haar schuldig had bevonden aan doodslag, dan hadden ze wettelijk gezien gelijk.’ Aidala’s strategie was echter dat ze de wetboeken uit het raam zouden gooien en het totale verhaal van Brigitte Harris tot zich zouden nemen.

Tegenover deze getuigenissen staat in dit aardige tweeluik het relaas van “Ollie”, een geanonimiseerde man die met een stanleymes werd bewerkt door een vrouw, met wie hij zogezegd een weinig serieuze relatie had. Zij bleek later ook al eerder geweld te hebben gebruikt. Geconfronteerd met deze casus speculeert Harriet Wistrich, directeur van het Centre For Women’s Justice, dat er bij deze “Linda” waarschijnlijk sprake is geweest van een achtergrond met seksueel geweld. Dan kunnen nieuwe ervaringen zomaar een paniekreactie ‘triggeren’. Met alle gevolgen van dien. Bij een man is ‘t min of meer geaccepteerd dat hij als agressor opereert, vult Jacqueline Helfgott aan. Vrouwen worden echter geacht om de rol van slachtoffer aan te nemen.

Als de rollen voor de verandering eens zijn omgedraaid – en daarbij iemands mannelijkheid wordt aangetast – wordt dit dan direct wereldnieuws.

Food For Profit

MCO Film

Het punt dat Food For Profit (90 min.) wil maken, is binnen enkele minuten helder: de Europese ‘green deal’ is niet meer dan een rookgordijn. Met Europees geld worden megastallen gefinancierd, die bijzonder schadelijk zijn voor mens, dier en aarde.

De Italiaanse onderzoeksjournaliste Giulia Innocenzi en filmmaker Pablo D’Ambrosi, bijgestaan door de lobbyist Lorenzo met z’n verborgen camera, leveren het toch weer schokkende bewijsmateriaal in deze activistische documentaire, waarmee misstanden in Europese megastallen en de invloed van de agrifoodsector op het Europese landbouwbeleid aan de kaak worden gesteld. Van veronachtzaamde en mishandelde dieren tot smerige stallen, milieuverontreiniging en zulke beroerde hygiëne dat het serieuze gevaren oplevert voor de volksgezondheid.

Daarvoor maken ze niet alleen gebruik van een verborgen camera, maar ook van een duidelijk zichtbare camera waarmee (overigens onherkenbaar gemaakte) medewerkers en eigenaren van megastallen worden overvallen. Giulia Innocenzi is duidelijk in haar element als ze de confrontatie kan aangaan met dierenbeulen, smeerpoetsen en milieuverontreinigers van bedrijven, waarvan de namen eveneens zorgvuldig zijn weggepoetst, en hen ter verantwoording mag roepen. Sommige confrontaties raken zo verhit dat een handgemeen dreigt.

Achter de schermen probeert Lorenzo intussen op slinkse wijze Europarlementariërs, lobbyisten en landbouwspecialisten uit de tent te lokken. Niemand lijkt echter wakker te liggen van varkens met zes poten, kippen zonder veren (zodat ze niet meer geplukt hoeven te worden) of koeien met twee voortplantingsorganen, die ‘dus’ dubbel zoveel melk produceren. De Italiaanse volksvertegenwoordiger Paolo de Castro vertrekt ook geen spier bij een nepamendement om koeienmest, opgehaald via een buis in het rectum van het dier, voortaan om te zetten in voer.

De Castro, die warme banden onderhoudt met de vleesindustrie, zou vermoedelijk ook geen bezwaren hebben gehad tegen de hilarische ‘Reburger’ die The Yes Men ooit introduceerden in hun gelijknamige documentaire. Dergelijke humor ontbeert dit ronkende groene pamflet – type: van dik hout zaagt men planken – wel een beetje. Zoals ook de uiteindelijke boodschap een wel erg hoog ‘waarheid als een koe’-gehalte heeft: democratie in plaats van lobbycratie. En, natuurlijk: minder vlees eten.

Javier Bardem’s Metamorphoses

Javier Bardem en Penélope Cruz in Jambón Jambón / VPRO

Hoe kan één en dezelfde man transformeren in zoveel verschillende mensen? De angstaanjagende huurmoordenaar Anton Chigurh in No Country For Old Men van de Coen-broers. Een onverbeterlijke charmeur in Woody Allens romantische komedie Vicky Cristina Barcelona. De aan een rolstoel gekluisterde euthanasie-activist Ramon Sampedro in Mar Adentro. Een karikaturale schurk in de James Bond-film Skyfall. En de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas in de film die zijn internationale doorbraak betekende, Before Night Falls (2000).

Dat Javier Bardem acteur zou worden leek heel lang zo vanzelfsprekend dat hij er serieus werk van heeft gemaakt om aan dat lot te ontsnappen. Als vijfjarig jongetje stond Bardem, telg van een bekende Spaanse acteursfamilie, voor het eerst op een filmset. Hij vluchtte huilend weg en nam zich daarna, volgens de tv-docu Javier Bardem’s Metamorphoses (53 min.) van regisseur Sergio G. Mondelo, voor om alles te worden in zijn leven, behálve acteur. Die missie is, kunnen we enkele decennia later zonder enige terughoudendheid constateren, glorieus mislukt.

Verteller Sharon Mann loodst de kijker langs de hoogtepunten en dieptepunten uit Bardems carrière en laat zich daarbij influisteren door bronnen als theaterregisseur Juan Carlos Corazza, filmhistoricus Rafael Nieto, Hollywood-correspondent Guillermo de Mulder, regisseur Fernando León De Aranoa, Bardems vriend en producer Alvaro Longoria en zijn neef, de regisseur Miguel Bardem. Javier Bardem zelf laat zich alleen zien via archiefinterviews. Net als die andere helft van het acteurskoppel waarvan hij nu al een kleine twintig jaar deel uitmaakt, Penélope Cruz.

Gaandeweg verplaatst Mondelo zijn aandacht van Javier Bardems filmcarrière naar ’s mans linkse signatuur en activisme. Zijn hoofdpersoon spreekt zich uit over de deplorabele situatie van de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bewoners van de Westelijke Sahara die nu al decennia in vluchtelingenkampen leven. Hij ondertekent in 2014 een brief tegen genocide door Israël in Gaza (die hem bijna op een boycot komt te staan). En hij gaat vier jaar later met een boot van Greenpeace naar Antarctica, om zo aandacht te vragen voor klimaatverandering (zoals is te zien in de documentaire Sanctuary).

Wie de man met de vele gezichten achter al die films en acties is, blijft intussen ongewis in dit vaardig vertelde portret van een geboren acteur die zijn lot uiteindelijk met verve heeft aanvaard.

The Battle For Laikipia

MetFilm Sales

‘Als onze koeien gezond zijn, hebben wij overvloed in ons leven’, luidt een oud gezegde van de Samburu-stam. Dat is tegenwoordig alleen bepaald niet meer vanzelfsprekend. Het Laikipia Plateau in Kenia, waar het nomadische volk van oudsher rondtrekt met z’n vee, kampt met aanhoudende droogte. Op zoek naar weiden om te grazen komen Afrikaanse veehouders, zoals de bedachtzame herder Simeon en zijn gezin, dus al snel terecht op de uitgestrekte ranches van witte Kenianen. En dat is vragen om problemen. Want ook zij hebben moeite om het hoofd boven water te houden.

The Battle For Laikipia (93 min.), die ook de idyllische natuurreservaten met bedreigde diersoorten heeft bereikt, zet Kenia’s oorspronkelijke bevolking tegenover de afstammelingen van Britse kolonisten, die het Afrikaanse land allang als thuis beschouwen. De Kifuku Ranch is bijvoorbeeld al meer dan honderd jaar en vier generaties in het bezit van de familie van de witte boerin Maria. Ook zij kennen geen ander leven of thuis en verdedigen dit dus met hand en tand. Confrontaties, aangejaagd dus door klimaatverandering, zijn onvermijdelijk.

Op het Loisaba Conservancy lijkt het nog altijd vredig. Leeuwen, giraffes, olifanten, zebra’s en gazelles kunnen er gewoon hun natuurlijke leven leiden, hooguit bekeken door westerse toeristen. In het landschap is ‘geen enkele menselijk litteken’ te zien, aldus Tom, die al ruim dertig jaar op het natuurreservaat leeft. Ook hij is echter in een bittere strijd verwikkeld geraakt met nomadische veehouders die zijn gras gebruiken om hun dieren te voeden. Matthew Lempurkel, kandidaat bij de parlementsverkiezingen, moedigt hen zelfs aan om zich de boerderijen toe te eigenen.

Nomadisch pastoralisme staat op het punt om uit te sterven, concluderen witte boeren dan weer eensgezind bij een bijeenkomst. ‘De vraag is alleen hoe langzaam en hoe gewelddadig gaat het sterven?’ Want de traditionele speer is bij de Samburu allang vervangen door een AK-47. Zo belicht deze genuanceerde en toch scherpe film van Daphne Matziaraki en Peter Murimi de verschillende kanten van een belangentegenstelling die wel moet ontsporen – óók omdat sommige betrokkenen daarbij een belang lijken te hebben en dus gedurig olie op het vuur gooien.

In wezen kaart The Battle For Laikipia daarmee een vergelijkbare kwestie aan als de klassieke documentaire Mugabe And The White African (2009), waarin indringend werd gedocumenteerd hoe Zimbabwe’s toenmalige president Robert Mugabe doelbewust de verhoudingen tussen zwart en wit op scherp zette en zo een halve burgeroorlog in zijn land ontketende. Ook in Kenia komt ’t tot schermutselingen, waarbij witte boeren zich ernstig bedreigd voelen en hun zwaarbewapende beveiligers koelbloedig het vee van Samburu-herders neermaaien.

De bittere erfenissen van het kolonialisme en klimaatverandering gaan daarbij hand in hand en leiden in deze oogstrelende film, die op temperatuur is gebracht met fraaie muziek, tot een verscheurd land, waarin ogenschijnlijk redelijke mensen zomaar recht tegenover elkaar komen te staan.

Teaches Of Peaches

Pink Moon

Het zijn bijna onwerkelijke beelden uit 1994: Merrill Nisker, een lieflijk meisje met lang krullend haar speelt met haar akoestische gitaar liedjes voor de jongens en meisjes van de kinderopvang. Slechts zes jaar later fleemt diezelfde jonge vrouw over ‘sucking on my titties like you wanted me, calling me’ in de signatuursong van haar alter ego PeachesFuck The Pain Away. Over dat Canadese meisje, die ‘t ooit probeerde als folkzangeres, laat de inmiddels 58-jarige artiest verder weinig los in Teaches Of Peaches (102 min.).

Des te meer ruimte is er voor de artiest/kunstenaar, die zich opmaakt voor een reprise van haar succesvolle debuutalbum waarnaar deze film van Philipp Fussenegger en Judy Landkammer is vernoemd. Die elektroclashplaat brengt het feministische icoon ook compleet ten gehore in haar tweede thuis Berlijn. Tijdens dat jubileumconcert komt het provocerende, theatrale en uitgesproken seksuele karakter van haar podiumact volledig tot z’n recht. ‘Ik ben niet meer vulgair dan wie dan ook’, beweert ze zelf.

En dat wordt min of meer bevestigd door haar vriend Ellison Glenn alias Black Cracker. Toen hij haar voor het eerst op het podium aan het werk zag, vast half ontkleed en tijdens (het simuleren van) de één of andere seksuele activiteit, dacht hij volgens eigen zeggen dat het elke nacht prijs zou zijn met deze dame. Dat blijkt in de praktijk alleen toch wat genuanceerder te liggen. Het is een kwestie van ‘finding moments to touch the booty’. Zoals menige komiek thuis nu eenmaal ook een sombermans schijnt te zijn.

Als Peaches exploreert ze de vrouwelijke seksualiteit. Met veel bloot of de suggestie daarvan, bijvoorbeeld in die kenmerkende, veel te kleine roze shorts, zodat haar ‘cameltoe’ goed zichtbaar is – en het schaamhaar dat ze, net als haar okselbeharing, weigert bij te werken. Al haar strapatsen worden in context geplaatst door haar modeontwerper Charlie Le Mindu, oud-sidekick Feist en haar voormalige duopartner Chilly Gonzales, die oogt als een kruising tussen Nicholas Cage en Ron Jeremy.

Naar de vrouw achter de artiest en performancekunstenaar blijft ’t ondertussen zoeken in deze uiteindelijk tamelijk conventionele popdocu. Dat ze ooit keelkanker heeft gehad, wordt bijvoorbeeld in enkele zinnen afgedaan. Een voetnoot. En als Fussenegger, naar aanleiding van haar provocerende T-shirt Thank God For Abortion, wil weten of abortus ook een persoonlijk onderwerp is voor haar, wordt ze zowaar even pinnig. Die vraag vindt Peaches ongepast. Alsof zo’n privé-ervaring nodig is om vóór het recht op abortus te zijn.

Op het podium manifesteert ze zich als een fiere vechter voor vrouwen- en LHBTIQ+-rechten, blijkt opnieuw tijdens dat geladen concert in Berlijn, waarnaar dit portret steeds weer terugkeert. Fussenegger en Landkammer snijden van daaruit ook regelmatig naar het verleden, naar performances waarin hun heldin steevast de grenzen van het betamelijke en de goede smaak opzoekt (en overschrijdt). Zoals mannelijke rocksterren ook zo vaak doen – al lopen die beslist niet zo overtuigend over hun eigen publiek.

In 2024 is er overigens nóg een documentaire over Peaches uitgebracht: Marie Losiers Peaches Goes Bananas. Wellicht dat de aandacht daarin meer uitgaat naar Merrill Nisker – al doet de trailer vermoeden dat ’t toch vooral weer heel veel Peaches wordt.

Jimmy Carter: Man From Plains

Sony Pictures Classics

‘I’m only trying to make it to vote for Kamala Harris.’ Vanuit het hospice waar hij sinds februari 2023 wordt verpleegd, komt begin augustus het bericht dat Jimmy Carter hoopt dat hij nog eenmaal mag stemmen. Daarna kan de voormalige Amerikaanse president (1977-1981), die op 1 oktober ook honderd jaar oud wordt, zich met een gerust hart voegen bij zijn vrouw Rosalynn, die in november 2023 op 96-jarige leeftijd is overleden.

‘s Mans buitengewone leven begint op een eenvoudige pindaboerderij in Georgia, de staat waarvan hij later gouverneur zal worden. Van daaruit zet hij de stap naar een presidentschap, dat zeker niet door iedereen als een succes wordt beschouwd. Dat geldt wél voor de dik veertig jaar erna, als de ‘elder statesman’ Carter overal in de wereld strijdende partijen bij elkaar probeert te brengen en essentiële vredesakkoorden weet te sluiten. Het levert hem in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede op.

Enkele jaren later, in het najaar van 2006, sluit regisseur Jonathan Demme (The Silence Of The Lambs, Philadelphia en Stop Making Sense) aan bij de politicus, inmiddels in de tachtig, voor Jimmy Carter: Man From Plains (125 min.). Carter heeft dan net een controversieel boek uitgebracht, Palestine: Peace Not Apartheid, waarover hij in gesprek gaat met Amerikaanse media. Die hebben in zijn optiek ‘abominabel’ bericht over de Palestijnse kwestie. Ze zijn veel te veel op de hand van Israël.

Daarvoor is, naast eigenzinnigheid, ook politieke moed nodig. Behalve woedende opiniestukken, kritische vragen van interviewers als Charlie Rose, Larry King en Wolf Blitzer en allerlei boze burgers krijgt Carter echter ook lof van gewone Amerikanen (en Palestijnen, die hem komen bedanken voor zijn bijdrage aan het debat). Over het algemeen houdt Carter zich tijdens zijn boektour zonder al te veel moeite staande, ook tijdens geladen interviews met de Israëlische televisie en Al Jazeera.

Tussendoor bezoekt hij zijn eigen Carter Center in Atlanta, een non-profit organisatie die de strijd aanbindt met wereldwijde thema’s als armoede, ziekte en onrecht, en steekt hij de handen uit de mouwen voor Habitat For Humanity, dat zich dan bezighoudt met het herbouwen van huizen in New Orleans, nadat de orkaan Katrina daar in 2005 ongenadig huis heeft gehouden. Intussen beijvert zijn echtgenote Rosalynn zich voor betere geestelijke gezondheidszorg voor Amerikaanse jongeren.

Zij is ‘t ook die herinneringen ophaalt aan hoe haar echtgenoot in 1978 het vredesakkoord tussen Israël en Egypte mogelijk maakte. Volgens Rosalynn trok Carter als president de besprekingen vlot door de kleinkinderen van de toenmalige Israëlische leider Begin erbij te betrekken. Op gezette moment snijdt Demme intussen door naar crisissituaties in Israël en de Palestijnse gebieden, om de noodzaak van een blijvende oplossing voor dit nog altijd door etterende conflict te benadrukken.

Deze observerende documentaire uit 2007 moet ’t verder niet hebben van dramatische ontwikkelingen of messcherpe confrontaties. Daarvoor is de hoofdpersoon ook een te vriendelijke en beheerste man. Illustratief is een scène van Jimmy op reis. Als hij een vliegtuig instapt – gewoon een reguliere vlucht, geen privétoestel – krijgt elke afzonderlijke passagier een hand. Waarbij het de vraag is, of hij inderdaad ‘heel gewoon’ is gebleven of toch ‘gewoon’ een doorgewinterde politicus is.

Jimmy Carter: Man From Plains toont in elk geval een man die dan al de huidige leeftijd van president Joe Biden heeft bereikt en die onvermoeibaar blijft pleiten voor de zaken die hem aan het hart gaan. En zeventien jaar later is hij er dus nog steeds: een heel eind uitgeleefd, maar klaar om een stem uit te brengen op de Democratische kandidaat die wellicht de eerste vrouwelijke president van de VS gaat worden.

In de fijne documentaire Jimmy Carter: Rock & Roll President (2020) wordt overigens belicht hoe de Democratische president in het Witte Huis een podium bood aan allerlei muzikanten zoals Bob Dylan, Bono, Nile Rodgers, Gregg Allman en Willie Nelson. Zij betonen hem in deze film alle eer.

Kate Winslet – A Quest For Authenticity

Arte

Ze heeft Titanic niet lang als een molensteen om haar nek laten hangen. Kate Winslet weigert om zich te laten reduceren tot het eerste de beste tieneridool. Ze zou ook wel een opmerkelijke keuze zijn geweest. Als tiener werd de Britse actrice, op een particuliere acteeropleiding, nog gepest vanwege haar gewicht. En die kwestie zou gedurende haar carrière nog vaak opspelen.

Als Winslet zich opwerpt als de strijdbare Rose, de geliefde van Leonardo DiCaprio in James Camerons epische film over ‘die boot’, heeft ze al imposante rollen in Heavenly Creatures en ‘corsetfilms’ zoals Sense And Sensibility op haar conto staan. Voor zo’n beetje elke rol heeft ze, getuige Kate Winslet – A Quest For Authenticity (52 min.), moeten strijden. Winslet moest bijna steevast bedelen om een screentest en blies de verantwoordelijke regisseur dan helemaal omver, zoals in deze tv-docu van Claire Duguet bijvoorbeeld is te zien in haar test voor Titanic.

In de navolgende jaren manifesteert Winslet zich met eigenzinnige filmkeuzes – van Hideous Kinky, Holy Smoke en Eternal Sunshine Of The Spotless Mind tot Little Children, Revolutionary Road en The Reader – en blijft ook de discussie over haar figuur tot vervelens toe opspelen.  Hoe zij zich als vrouw verhoudt tot de zogeheten ‘male gaze’ is tevens het centrale thema van dit portret, waarin een alwetende verteller, aan de hand van talloze filmfragmenten en archiefinterviews, waarin Winslet overigens ook steeds een rol lijkt te spelen, door haar carrière beent.

De nadruk in dit makkelijk gemaakte acteursportret – geen eigen bronnen bijvoorbeeld – ligt nadrukkelijk op haar werk. Winslets privéleven wordt met enkele zinnen afgedaan. Daarnaast focust Duguet zich op haar publieke strijd om respect voor het vrouwenlichaam. Zoals dat is, was en wordt. Ook, of juist, bij haar. Gaandeweg incorporeert Kate Winslet, één van de beeldbepalende actrices van de afgelopen dertig jaar, dit ook nadrukkelijk in haar werk, als ze op zoek gaat naar vrouwelijke authenticiteit en ruimte probeert te scheppen voor ‘the female gaze’.

Chimp Crazy

HBO Max

Sinds de ongekende freakshow Tiger King: Murder, Mayhem And Madness (2020) is documentairemaker Eric Goode nu niet bepaald een graag geziene gast bij het Amerikaanse smaldeel dat zich bezighoudt met de handel in exotische dieren. Om met de camera binnen te komen bij de Missouri Primate Foundation van chimpanseefokker Connie Casey, die ook jarenlang het feesten- en partijenbedrijf Chimparty runde, besluit hij zelfs zijn toevlucht te nemen tot een schaduwregisseur: voormalig circusartiest Dwayne Cunningham, die zelf ook actief is geweest in de wilde dieren-business.

En daar, in Festus in Missouri, stuiten Goode/Cunningham op Tonia Haddix, een enthousiaste vrijwilligster van de chimpansee-opvang, met tevens een voorliefde voor blonde pruiken, botox en de zonnebank. Een ideale hoofdpersoon, kortom, voor: Chimp Crazy (224 min.), een vierdelige serie waarin ook een prachtige bijrol is weggelegd voor haar favoriete primaat Tonka, type ‘half mens, half chimp’, die er al een flinke carrière als filmacteur in Hollywood op heeft zitten. De aap kan heel lieve kusjes geven, droogt Tonia’s tranen als ze emotioneel raakt en houdt er netjes een dekentje voor als hij in haar bijzijn masturbeert.

Dat klinkt allemaal heel grappig – en dat is ‘t eerlijk gezegd ook – maar onschuldig is het privébezit van chimpansees zeker niet. Goode laat er geen misverstand over bestaan dat volwassen exemplaren nauwelijks meer zijn te hanteren en volstrekt onhandelbaar of zelfs levensgevaarlijk kunnen worden. Hij illustreert dit met enkele tragische voorbeelden, die het thuis houden van zulke mensapen voorgoed van hun onschuld ontdoen. Ook de dierenrechtenactivisten van PETA – waaronder de Schotse acteur Alan Cumming, die nog in de film Buddy speelde met Tonka – proberen de exploitatie van wilde dieren onmogelijk te maken.

Tiger King-achtig conflict verzekerd dus – al heeft Chimp Crazy nét iets minder karikaturale personages, bizarre verwikkelingen en algehele kolder dan de serie over tijgerkoning Joe Exotic. Zet dat meteen tussen aanhalingstekens: ‘minder karikaturale personages, bizarre verwikkelingen en algehele kolder’. Dat is namelijk wel heel relatief in dit verband. Vanaf het begin moet Eric Goode bovendien spitsroeden lopen. De keuze voor een rol op de achtergrond, ten faveure van een stroman, brengt hem als maker meteen in een lastig parket. En daar komen onderweg nog de nodige twijfelachtige keuzes en ethische dilemma’s bij.

Tegelijk betoont Tonia Haddix, ‘the Dolly Parton of chimps’, zich de ideale heldin voor deze even buitenissige als intrigerende miniserie: een praatgrage, exhibitionistische en lekker onbezonnen chimpanseemama die nog meer van ‘haar’ aapjes houdt dan van haar bloedeigen kind en van de ene in de andere zelf gegraven kuil valt – en haar publiek ondertussen van de ene in de andere verbazing.

I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale

HBO

Voor cinefielen is het waarschijnlijk een appeltje-eitje: wie speelde in slechts vijf speelfilms, die wel stuk voor stuk werden genomineerd voor de Oscar voor beste film? John Cazale, natuurlijk. In slechts zeven jaar nam de man prachtige bijrollen in The Godfather I en II, The Conversation, Dog Day Afternoon en The Deer Hunter voor zijn rekening. En toen begon plotseling, véél te vroeg, de aftiteling te lopen.

De Amerikaanse acteur stierf op 13 maart 1978, op slechts 42-jarige leeftijd, aan de gevolgen van longkanker, maar zou via zijn gedenkwaardige filmpersonages – Fredo Corleone, de schlemielige oudere broer van Al Pacino’s Godfather, in het bijzonder – gewoon blijven voortleven. Zijn getormenteerde gelaat, priemende ogen en wijkende haarlijn hadden zich allang in het collectieve bewustzijn geëtst.

In I Knew It Was You: Rediscovering John Cazale (40 min.) uit 2009 probeert Richard Shepard vat te krijgen op de jong overleden karakteracteur, die zelf nooit een Oscar in de wacht zou slepen. De titel van deze krachtige korte documentaire refereert overigens aan een klassieke scène uit de tweede Godfather-film, als maffiabaas Michael Corleone z’n broer Fredo op de mond kust en te verstaan geeft dat hij weet dat die hem wilde laten vermoorden. ‘Je brak mijn hart.’

Vóórdat hij in de jaren zeventig in Hollywood naam maakte als ultieme loser, zenuwpees en/of linkmiegel had John Cazale zich al in de kijker gespeeld in het theater. Hij zou bijvoorbeeld in tien stukken spelen van de toneelschrijver Israel Horovitz, die nog altijd zweert bij ‘s mans intensiteit en tragiek. Verder steken collega’s zoals Al Pacino, Robert De Niro, Gene Hackman, Philip Seymour Hoffman en Steve Buscemi, aan de hand van concrete filmfragmenten, de loftrompet over hun begenadigde vakbroeder.

Nadat John Cazale heeft gefloreerd onder de hoede van de filmmakers Francis Ford Coppola en Sidney Lumet, die ook allebei hun steentje bijdragen aan deze ode, kan hij nog ternauwernood een bijdrage leveren aan Michael Cimino’s The Deer Hunter (1978). Cazale is dan al ernstig ziek en dreigt zelfs uit de cast verwijderd te worden, uit angst dat hij tijdens de opnames alsnog de pijp aan Maarten moet geven. Hoofdrolspeler Robert de Niro stelt zich daarom garant voor de verzekeringspremie.

Cazale, van wie geen interviews bewaard lijken te zijn gebleven, weet dan al dat het einde nadert. Tussen de opnames wordt hij verzorgd door zijn geliefde, de actrice Meryl Streep, op wie hij halsoverkop verliefd raakte toen ze samen in het theaterstuk Measure For Measure speelden. Zij zal hem – uiterst liefdevol, volgens Al Pacino en Cazales broer Steve – naar een veel te vroege dood begeleiden. John Cazale sterft voordat The Deer Hunter, een film die uiteindelijk vijf Oscars zal grijpen, is afgerond.

Sindsdien leeft hij voort als één van de meest karakteristieke gezichten van een tijd, waarin eigengereide filmmakers de macht grepen in Hollywood en hij samen met de grootste acteurs van zijn generatie kon gloriëren.

Requiem For The American Dream

De Amerikaanse Droom, het idee dat je van een dubbeltje een kwartje kunt worden, is dood, betoogt Noam Chomsky (1928) bij aanvang van Requiem For The American Dream (73 min.) uit 2015. Niet veel later zal ook de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump, zo’n beetje Chomsky’s tegenbeeld, diezelfde droom dood verklaren. Hun analyses over Amerika staan nochtans haaks op elkaar.

De situatie in de Verenigde Staten is volgens Chomsky te vergelijken met de crisis in de jaren dertig. In deze aangeklede monoloog, door Peter Hutchison, Kelly Nyks en Jared P. Scott samengesteld uit vier jaar interviews, ageert de invloedrijke intellectueel tegen het dominante maatschappijmodel. Hij baseert zich daarbij op tien principes rond de concentratie van macht en kapitaal.

Vanuit dit uitgangspunt verklaart Chomsky de wereld waarin wij leven. Het resultaat is een stijflinkse analyse van een zeer ongelijke samenleving, waarin de bezittende klasse succesvol zijn eigen belangen beschermt. Op kosten van de rest van de bevolking én de democratie. Deze maatschappijvisie laat zich volgens hem samenvatten als: ‘alles voor mezelf, niets voor alle anderen.’

Al te veel invloed voor de gewone man kan de elite zich helemaal niet permitteren, stelt Chomsky. En dus zet die ongegeneerd de economie en politiek naar z’n hand. Vergelijk dat eens met autofabrikant Henry Ford. Die gaf zijn eigen medewerkers ooit een flinke salarisverhoging. Zodat ook zij een auto konden kopen. Eigen belang en maatschappelijk belang gingen toen hand in hand.

In onze hedendaagse wereld worden gewone burgers gereduceerd tot, liefst volstrekt ongeïnformeerde, consumenten. Zodat ze irrationele keuzes maken en relatief eenvoudig zijn te beïnvloeden. Kijk maar naar de politiek zegt hij erbij. Alsof Chomsky dan al voorvoelt dat er een Trump-tijdperk aan zit te komen, dat is doordesemd van onderbuikgevoelens, desinformatie en marketingopzetjes.

Requiem For The American Dream is eerder een college dan een reguliere docu. De film vraagt dus aandacht, interesse en misschien ook wel een zekere maatschappijvisie. Belasting betalen zou een feest moeten zijn, zegt Chomsky bijvoorbeeld enigszins provocerend. Daarmee zorg je er immers voor dat de overbuurjongen kan studeren of je tante een goede behandeling in het ziekenhuis krijgt.

Het is een idee dat tegenwoordig bijna archaïsch aandoet. Alsof Chomsky is blijven steken in de jaren zestig, de periode waartegen Trump gedurig te hoop loopt en waarin hij zelf van zich deed spreken tijdens de protesten tegen de Vietnam-oorlog. Veel persoonlijker wordt Requiem For The American Dream overigens niet. Dit is geen Noam Chomsky-verhaal, maar een verhaal van Noam Chomsky over ons.

Een man die ruim een halve eeuw consequent de heersende moraal in de Verenigde Staten en de westerse wereld als geheel is blijven bekritiseren. Men neme bijvoorbeeld ook zijn standaardwerk over massamedia als propagandamiddel voor het kapitalisme, Manufacuring Consent. Zo gaat Chomsky ook het collectieve geheugen in: uitgesproken en dwars, maar ook coherent en consistent.

De linkse oom met de scherpe blik, priemende vinger en wollen trui die het beter weet – écht.

A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.

Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

NTR

Elke keer als ze een rode lijn overgaat, ontdekt ze een nieuwe. ‘Het is net een doolhof dat een labyrint vormt’, zegt de Egyptische cartooniste Doaa el-Adl in de documentaire Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom (50 min.) van regisseur Nada Riyadh, onderdeel van de Draw For Change-serie. ‘Ik wou dat er geen beperkingen bestonden en dat ik vrij was om met mijn eigen ideeën te komen. Dat wens ik elke dag dat ik aan het werk ben.’

El-Adl’s vaste redacteur Amro Sélim, met wie ze al dertien jaar samenwerkt, is van mening dat een cartoonist de grenzen van de vrijheid van meningsuiting moet oprekken. Dat is bepaald geen sinecure in een land als Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd een belangrijke positie inneemt en menige collega al naar het buitenland is uitgeweken. In de wetenschap ook dat cartoonisten zoals zij, getuige de bloedige aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015, zomaar doelwit kunnen worden van lieden die weinig respect hebben voor de vrijheid van meningsuiting.

Toen Doaa el-Adl begon te tekenen, keek ze nog, zonder dat ze het zelf echt doorhad, vanuit een traditioneel mannelijk perspectief naar de wereld. De vrouwenfiguren die uit haar tekenpen vloeiden, vertelt ze zelfkritisch, voldeden aan alle stereotypen. Gaandeweg is El-Adl zich echter steeds bewuster geworden van haar eigen positie en heeft ze zich ontwikkeld tot een geduchte tegenstander van eenieder die vrouwen wil beknotten, kleineren of beschadigen. Daarmee voegt ze een eigen perspectief toe aan het maatschappelijke debat. Dat is alleen niet zonder gevaar.

In haar messcherpe werk neemt Dooa El-Adl bijvoorbeeld genitale verminking, groepsverkrachting en de achtergestelde positie van vrouwen in het algemeen op de korrel. Daar zit bepaald niet iedereen op te wachten. Nada Riyadh heeft deze cartoons vanzelfsprekend een prominente plek gegeven in dit boeiende portret van een moedige vrouw, die van geen wijken wil weten en vanuit eigen land blijft werken. ‘Ben je bang dat er iets met je gebeurt?’ vraagt Riyadh nog aan haar protagonist. Die geeft er de voorkeur aan om die vraag niet te beantwoorden.

Trailer Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

Dancing For The Devil: The 7M TikTok Cult

Netflix

Met de dansvideo’s op hun account ‘The Wilking Sisters’ hebben Miranda en haar jongere zus Melanie op TikTok een miljoenenpubliek opgebouwd. Als Miranda in 2021 naar Los Angeles vertrekt om een professionele danscarrière te starten en een nieuwe vriend ontmoet, danser James ‘BDash’ Derrick, raakt ze echter al snel volledig buiten beeld. Miranda heeft zich aangesloten bij 7M, het management van Robert Shinn. Die heeft talloze bekende dans-influencers onder contract, maar houdt er tevens zijn eigen religieuze beweging op na, de Shekinah-kerk.

De rest van de Wilking-familie begint te vermoeden dat Miranda in de greep is geraakt van een sekte en stelt alles in het werk, waaronder een dramatische oproep via social media, om de jonge vrouw weer in de armen te kunnen sluiten. Dat is het startpunt van de driedelige docuserie Dancing For The Devil: The 7M TikTok Cult (159 min.), waarin Derek Doneen vervolgens inzoomt op de achtergronden van de Shekinah-kerk en de enigmatische oprichter daarvan. Tussendoor volgt hij de pogingen van de Wilkings en andere ouders om contact te leggen met hun kind, dat lijkt te zijn gehersenspoeld door ‘de Man van God’, en de initiatieven van oud-sekteleden om hun recht te halen.

Want zoals dat gaat bij dit soort geestelijk leiders, gaandeweg eigenen ze zich alle macht, het geld en de vrouwen toe. Robert Shinn vormt daarop geen uitzondering. Hij is daarmee een beetje een dertien-in-een-dozijn sekteleider, die zich hooguit in een geheel up to date-omgeving ophoudt. Daardoor voelt ook Dancing For The Devil soms wel erg vertrouwd. Been there, done that, kissed the ring, zoiets – al is de serie lekker bijdetijds vormgegeven, met stuwende muziek ook, en bevat het slotdeel volop actie en emotie als voormalige Shekinah-volgelingen in het geweer komen tegen de beweging en verweesde familieleden zoals Dean, Kelly en Melanie Wilking zich bij hen aansluiten.

Intussen danst Miranda Derrick, die inmiddels in afwezigheid van haar familie in het huwelijksbootje is getreden, vrolijk (?) verder voor haar anderhalf miljoen volgers op TikTok.

Pray For Our Sinners

Break Out Pictures

In eigen land kan Paddy Randles, de dokter van het Ierse stadje Navan, in 1969 geen journalistiek medium vinden dat het verhaal wil publiceren. Daarom probeert hij ‘t maar bij de Britse krant News Of The World, die altijd in is voor wat sensatie. ‘Children under the lash’, kopt de tabloid op zondag 4 mei. Één van de mishandelde Ierse kinderen, de dan negenjarige Norman, is er ruim een halve eeuw later nog altijd vol van. Dat hij en zijn moeder zich hebben uitgesproken is hen bepaald niet in dank afgenomen en heeft zijn hele verdere leven beïnvloed.

Nadat dokter Randles uit de school heeft geklapt over de fysieke straffen die Ierse kinderen krijgen op de katholieke school, wordt ook hij, samen met zijn (nog altijd) strijdbare echtgenote Mary, met de nek aangekeken in Navan. En zijn goede verstandhouding met Father Andy Farrell, de plaatselijke vertegenwoordiger van de almachtige kerk, loopt vanzelfsprekend ook vast. Het is één van de verhalen waarop documentairemaakster Sinéad O’Shea stuit als ze het door en door katholieke land van haar jeugd probeert op te roepen met mensen uit haar geboorteplaats Navan.

De beknellende gemeenschap die ze toont in Pray For Our Sinners (81 min.), vervat ook in bijzonder treffend archiefmateriaal, lijkt mijlenver verwijderd van het hedendaagse leven in West-Europa – ook al liggen sommige gebeurtenissen toch echt slechts enkele tientallen jaren achter ons. In deze wereld is de wil van de kerk wet, moeten mannen krom liggen om voldoende geld binnen te brengen en doen vrouwen er simpelweg niet toe. Ze mogen voor het huwelijk geen seks hebben, zijn daarna permanent zwanger en hebben zich verder maar te schikken in hun lot.

Vrouwen of meisjes die ongehuwd zwanger raken, zoals de toenmalige tiener Betty, worden bijvoorbeeld afgevoerd naar een tehuis voor alleenstaande moeders. Ze is er liefdeloos behandeld en voor het leven beschadigd, vertelt de oudere vrouw aan ‘Sinéad’, bij wie ze zich duidelijk vertrouwd voelt. En altijd speelt de kerk, in dit geval de intrigerende pastor Farrell, een sleutelrol bij zulke beslissingen. Via kleine menselijke verhalen vanuit de gemeenschap maakt Pray For Our Sinners zo tastbaar hoe alomtegenwoordig het katholicisme was in het Ierland van de twintigste eeuw.

En er waren grote schandalen, waarover in een documentaire zoals The Missing Children bijvoorbeeld uitvoerig is bericht, voor nodig de Ieren los te weken van het allesbepalende instituut.

We Are Legion: The Story Of The Hacktivists 

Luminant Media

Als Brian Knappenbergers documentaire We Are Legion: The Story Of The Hacktivists (95 min.) in 2012 wordt uitgebracht, hangt er nog een positief sentiment rond 4chan, het online-platform waar het hackerscollectief is ontstaan. Natuurlijk, de grenzen van het betamelijke worden er continu afgetast en zo nu en dan ook flink overschreden, maar dat zijn uiteindelijk niet meer dan bijeffecten van het onwankelbare geloof in een waarlijk vrij internet. En zodra de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, vormen al die individuele hackertjes zowaar een gezichtsloos leger: Anonymous.

‘Anonymous invites you to join us in an act of solidarity’, roept een video in 2008 bijvoorbeeld op tot actie tegen de omstreden sekte Scientology. ‘Anonymous invites you to take up the banner of free speech, of human rights, of family and freedom. Join us in protests outside of Scientology centers worldwide.’ Zo wordt in 2008 Project Chanology opgestart. En inderdaad, niet veel later ontstaan overal in de wereld protesten bij Scientology-kantoren. Demonstranten met een Guy Fawkes-masker op, gepopulariseerd door de film V For Vendetta en overgenomen door Anonymous, zetten de toon.

Ook de acties van ‘Anons’ tegen de extreemrechtse talkradiohost Hal Turner, hun steun aan WikiLeaks, Operation Payback (vóór internetpiraterij) en hun bijdrage aan de Arabische Lente, die alle ruimte krijgen in Knappenbergers optimistische film, kunnen waarschijnlijk nog altijd menigeens goedkeuring wegdragen. Anonymous, met al z’n botsende ideeën, onorthodoxe methoden en algehele anarchie, wordt anno 2012 over het algemeen gezien als een kracht voor het goede, als een geheel bijdetijdse uitvoering van het Power To The People-principe.

De sleutelfiguren uit de turbulente Anonymous-historie klinken in deze film dan ook trots op hun bijdrage. Ze beschouwen zichzelf duidelijk als moderne uitvoeringen van Robin Hood, als activisten die ten faveure van het volk opstaan tegen de macht. ‘Ik heb op de bergtop genaamd Anonymous gestaan en zag onder me een wereld die in de ban is geraakt van revolutie’, zegt een hacktivist, die zichzelf Commander X noemt, zelfs trots bij beelden van de dan opkomende Occupy Wall Street-beweging. ‘Je voelt een siddering door je lijf als je zo meesurft op de golven van de geschiedenis.’

Twaalf jaar later ziet die wereld, vastgelegd in de recente documentaire The Antisocial Network: Memes To Mayhem, er compleet anders uit. Uit de rijen van de Anons is QAnon opgestaan. En 4chan, en afsplitsingen daarvan zoals 8chan, heeft zich ontwikkeld tot een soort openbaar riool, waarin iedereen anoniem zijn eigen vuil mag spuiten. Complottheorieën en extreemrechts hebben er vrij spel. Daar, in wat ooit de vrijplaats van het internet was, is ook de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 aangejaagd, een serieuze poging om de Amerikaanse democratie de nek om te draaien.

Met de wijsheid van nu zijn de aanzetten daartoe hier en daar al te ontdekken in We Are Legion, bijvoorbeeld via de onbesuisde acties van de hackgroep LulzSec en het hacken, blocken en doxen van ogenschijnlijk tamelijk willekeurige organisaties. De anonimiteit van het internet biedt uiteindelijk meer vrijheid dan de mens blijkbaar aankan – al overheerst in deze zeer vermakelijke film toch nog echt het kwajongensgevoel van de allereerste generatie hackers. Die zocht eerst alle hoeken en gaten van die vrijheid op en begon daarna ongenadig de gevestigde orde tegen de haren in te strijken.

The Greatest Night In Pop

Netflix

Bob Geldof heeft in Groot-Brittannië met de Band Aid-single Do They Know It’s Christmas, dé Kersthit van 1984, het goede voorbeeld gegeven. Ineens staat de hongersnood in Afrika op ieders netvlies. Amerika mag niet achterblijven, vindt zanger Lionel Richie. Samen met Michael Jackson schrijft hij een nummer, het mierzoete We Are The World, waarmee de hele wereld moet worden verleid om te doneren voor het hulpbehoevende continent. Intussen is een team van managers en agenten druk doende om een passend sterrenensemble samen te stellen.

Op 28 januari 1985, de avond waarop ook The American Music Awards worden uitgereikt, is er sowieso al een heel arsenaal aan muzikale toppers in Los Angeles. Anderen worden ingevlogen om onder leiding van sterproducer Quincy Jones het inmiddels fameuze USA For Africa-nummer op te nemen in de A&M Studios. En dat mag beslist niet uitlekken. Anders kan The Greatest Night In Pop (97 min.) wel eens worden afgeblazen. Zelfs de sterren zelf weten vaak niet wie er nog meer komen. ‘Check your ego by the door’, staat er bovendien te lezen bij binnenkomst.

De beelden en muziek van die avond zijn gemeengoed geworden. Meer dan veertig sterren in één en dezelfde ruimte, in een cirkel, naar elkaar kijkend en samen zingend. Paul Simon naast Kenny Rogers. De drietrapsraket James Ingraham, Tina Turner en Billy Joel. Het vocale pleisterwerk van Kenny Loggins na de rauwe strot van Bruce Springsteen. Steve Perry en Darryll Hall die elkaar naar de kroon steken. Diana Ross hand in hand met Michael Jackson en Stevie Wonder. Ray Charles die het nummer even volledig naar zich toetrekt. En hoe al die stemmen samenvloeien in een groots koor.

Deze alleraardigste film van Bao Nguyen laat zien wat een operatie het is geweest om al die grootheden tegelijk in de studio te krijgen en samen te laten musiceren. Het wordt een race tegen de klok, tot diep in de nacht. Als Bob Geldof de troepen heeft toegesproken, over waarom ze daar eigenlijk staan te zingen, is het momentum daar voor een memorabele sessie. Al gaat dat ook niet vanzelfsprekend goed. Als Stevie Wonder bijvoorbeeld voorstelt om een stukje in Swahili te zingen, vertrekt countryzanger Waylon Jennings. Een ‘good ol’ boy’ zingt nu eenmaal geen Swahili.

Zo valt er ondanks de voorspelbare afloop – wereldhit! – genoeg te genieten. Het permanente ongemak van Bob Dylan bijvoorbeeld, te midden van al die sterren. Een flink aangeschoten Al Jarreau. En hoe Sheila E. vooral wordt ingezet als lokaas voor haar ‘baas’ Prince, die verstek heeft laten gaan. ‘A little heartbreaking’, vindt ze nog altijd. De zangeres en percussioniste is één van de participanten die nu, een kleine veertig jaar later, weer van de partij is. Net als Lionel Richie, Bruce Springsteen, Smokey Robinson, Dionne Warwick, Huey Lewis, Cyndi Lauper en Kenny Loggins.

Voor de één is We Are The World niet meer dan een voetnoot in een imposante loopbaan, voor een ander het absolute hoogtepunt ervan. Het moment om boven je jezelf uit te stijgen, te midden van je eigen muzikale helden. Want dat is de andere kant van USA For Africa: behalve goed voor Hongerig Afrika is het initiatief ook niet slecht voor de carrières van de betrokken artiesten, die zich bovendien bewust worden van de maatschappelijke impact die zij kunnen hebben. En dan moet het wereldwijd uitgezonden benefietconcert Live Aid, in de zomer van 1985, nog komen…

Larry Flynt For President

WW Entertainment

De felste kritiek op de Republikeinse president Ronald Reagan komt in 1983 niet van zijn Democratische tegenstanders, maar van de flamboyante uitgever van het seksblad Hustler, Larry Flynt. Hij stelt zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Flynts campagne wordt zowel een satire op als rebellie tegen Reagans conservatieve visie op Amerika en doet heel wat stof opwaaien. Totdat de boel ook weer publiekelijk implodeert. Het beeldmateriaal dat in deze periode is gemaakt bleef jaren op de plank liggen, maar vormt nu de basis voor Larry Flynt For President (89 min.).

Flynt heeft bij de start van de campagne enkele jaren van complete inertie achter de rug. In 1978 is de vuil gebekte pleitbezorger van het vrije woord, die al menige controverse heeft veroorzaakt in puriteins Amerika, verlamd geraakt bij een moordaanslag. In de navolgende jaren lijdt hij onder helse pijnen, die alleen met zware medicatie zijn te onderdrukken en die hem volledig lam slaan. Terwijl zijn vrouw Althea Leasure wegzinkt in een ernstige drugsverslaving, weet Flynt de pijn echter langzamerhand de baas te worden. Daardoor kan hij zich weer gaan richten op wat hij het allerliefste lijkt te doen: het ontregelen van alles en iedereen, Brave Hendriken in het bijzonder.

‘Het leven moet één groot orgasme zijn’, declameert hij dus als presidentskandidaat, die zegt ‘onwetendheid en geslachtsziekten’ te willen uitbannen. En daarvoor moeten ze volgens hem ook de ‘massieve en repressieve hand van de regering weghalen uit het kruis van de Amerikaanse bevolking’. Flynts T-shirts vormen intussen een verhaal op zich. ‘Fuck The Olympics’, schreeuwt er eentje over de Olympische Spelen die een jaar later in Los Angeles moeten worden gehouden. Of, als de rechters hem niet goed gezind blijken: ‘Fuck this court’. En, erg gewaagd: ‘Give Hinckley a second chance’, een onverhulde verwijzing naar John Hinckley, de man die in 1981 een aanslag op Ronald Reagan pleegde.

Regisseur Nadia Szold gebruikt Flynts campagne, die wordt ingekaderd door allerlei lieden die er toentertijd op de één of andere manier bij betrokken waren of raakten, om zijn complete leven en missie over het voetlicht te brengen. Met de wijsheid van nu lijkt Larry Flynt een soort Donald Trump avant la lettre. Hij veroorzaakte net zo vaak en gemakkelijk ophef en liet zich eveneens in met dubieuze figuren en complottheorieën. Waar Trump echter de rechterkant van het politieke spectrum opzoekt en een kongsi is aangegaan met christelijk Amerika, zette de ongelovige Larry zich daar juist met zichtbaar plezier tegen af. Virtuoos en lomp, zoals alles waarmee hij zich bezighield.

Deze smakelijke film is een prima introductie in het tumultueuze leven van de geboren provocateur, over wie ook eerder ook al de heerlijke speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996) is gemaakt. Als geen ander slaagde Flynt erin om steeds weer, met veel lef en humor, de grenzen van de goede/slechte smaak op te rekken en zo The Right To Be Left Alone, tevens de titel van een andere documentaire over hem, op de kaart te zetten. Want voor Larry Flynt was vrijheid uiteindelijk het allerbelangrijkste. Om altijd en overal te kunnen zijn wie je wilde. Ook al was dat een eenvoudige pornoboer.

Hear And Now

HBO

Ruim 65 jaar hebben ze geleefd zonder te horen. En dan willen Sally en Paul Taylor alsnog de oversteek wagen naar de horende wereld. Het Amerikaanse echtpaar besluit een cochleair implantaat te nemen. Hun dochter, de filmmaker Irene Taylor Brodsky, heeft zo haar twijfels. ‘Ik werd zenuwachtig van hun keuze’, vertelt ze in de aangrijpende egodocu Hear And Now (83 min.) uit 2007. ‘Wie zijn ze na de operatie? Zijn ze dan nog steeds doof? Horend? Of iets ertussenin? Wat als het implantaat niet werkt? Of één van hen straks kan horen en de ander niet?’

De film start een week voordat Irene’s ouders onder het mes gaan. Eerst moeder Sally, enkele dagen later vader Paul. Voordat het zover is tekent hun dochter het leven op dat ze tot dusver hebben geleid. Dat begint met de realisatie van haar grootouders – en eerst ook de ontkenning daarvan – dat hun kind doof is. Sally en Paul worden allebei op jonge leeftijd naar het gerenommeerde Central Institute For The Deaf in St. Louis gestuurd, waar ze leren praten en ook elkaar ontmoeten. Op de middelbare school, tussen horende kinderen, realiseren ze zich voor het eerst wat het betekent om doof te zijn en hoezeer zij daardoor losstaan van de horende wereld.

Inmiddels hebben de twee hun eigen plek in die wereld gevonden en samen drie, horende, kinderen op de wereld gezet. ‘Mijn ouders zijn goed in doof zijn’, constateert Irene trots. Maar waarom dan tóch een gehoorprothese laten implanteren? Sally wil volgens eigen zeggen nieuwe dingen ontdekken. En Paul hoopt aan zelfvertrouwen te winnen. De twee lijken zich intussen nauwelijks te realiseren dat ze met hen keuze ook een risico nemen. Ze hebben meer te verliezen dan ze zelf in de gaten hebben. Hun filmende dochter herkent dat eerder en legt het kwetsbare en emotionele proces, vanaf de ingrijpende chirurgische ingreep, minutieus vast.

Een maand na de operatie wordt dan eindelijk het cochleair implantaat aangezet en maakt het leven zoals Sally en Paul dat kenden plaats voor een nieuw bestaan, waarbij het wonder van horen regelmatig ook een bezoeking wordt. Met een persoonlijke voice-over kadert Irene de ervaringen van haar ouders in hun eerste horende jaar in. Leren horen, zo wordt al snel duidelijk, betekent ook leren wat niet te horen. Want de wereld waarmee horenden ongemerkt opgroeien, blijkt voor de Taylors vaak overweldigend en soms zelfs ondraaglijk. Zij ervaren een permanente kakofonie van geluid, die door hun dochter echt voelbaar wordt gemaakt in deze film.

Hear And Now ontwikkelt zich zo tot een even schrijnend als liefdevol portret van twee mensen die op latere leeftijd doelbewust hun comfort zone verlaten, om toch nog onderdeel te worden van de wereld van alle anderen. In dat intensieve proces dreigen ze zichzelf en ook elkaar kwijt te raken.

In 2020 maakte Irene Taylor Brodsky een soort vervolg: Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements, want haar elfjarige zoon Jonas heeft ook ernstige gehoorproblemen. En ook haar ouders Sally en Paul spelen daarin weer een prominente rol. Net als Beethoven trouwens.

Forced Out

SkyShowtime

In 1967 wordt homoseksualiteit in Groot-Brittannië gedecriminaliseerd. In het Britse leger zijn LHBTIQ+’ers echter nog steeds niet welkom. Als ze uit de kast komen, kunnen ze zomaar worden ontslagen. Ofwel: Forced Out (96 min.). Noodgedwongen leven ze dus een dubbelleven, verbergen hun seksuele geaardheid en moeten alle grappen over homo’s en lesbiennes maar zien te verduren.

Voor Craig Jones, die bijna twintig jaar in de Royal Navy dient, is zijn functie niet zomaar een baan, maar een manier van leven. Zijn leven. ‘Ik besefte toen niet dat ik de vrede en vrijheden verdedigde die mijzelf ontzegd zouden worden’, zegt de Britse soldaat, die tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland is gestationeerd, over de heksenjacht waarvan hij het slachtoffer wordt. ‘Simpelweg omdat ik homo was.’

Deze gedegen film van Luke Korzun Martin start met de ervaringsverhalen van kapelmeester Robert Ely en verpleegkundige Elaine Chambers, geïllustreerd met een reconstructie van wat hen is overkomen. Zij hebben hun persoonlijk leven jarenlang zorgvuldig afgeschermd en komen dan toch – waarschijnlijk omdat ze er door een ander bij zijn gelapt – op de radar bij de zogenaamde Special Investigation Branch.

Caroline Meagher weet uit eigen ervaring hoever deze militaire inlichtingendienst gaat om LHBTIQ+’ers te (laten) ‘outen’. Als oud-medewerker kent ze de kaartenbakken met potentiële verdachten, die in de gaten worden gehouden en onderzocht. Meagher heeft ongetwijfeld wel eens op haar eigen naam gezocht in het systeem. Want ja: het voormalige schaap in wolfskleren blijkt zelf ook lesbisch.

Ely en Chambers besluiten om in actie te komen na hun ontslag vanwege ‘onnatuurlijk gedrag’. De twee oud-militairen starten de belangenvereniging Rank Outsiders, waarmee ze het verbod op homoseksuelen in het Britse leger aanvechten voor het gerecht. Vanuit de politiek of legertop hebben ze geen steun te verwachten. Die blijven stug beweren dat gays het moreel van de troepen ondermijnen.

Deze documentaire, volledig verteld vanuit het perspectief van de gay-militairen en hun pleitbezorgers, reconstrueert de lange, pijnlijke campagne om de LHBTIQ+-ban, gestut met vooroordelen en homofobie (niveau: gevallen zeepje onder de douche), eindelijk van tafel te krijgen. Want deze oorlog – de ondertitel van deze stevige film spreekt van: their fight for pride – mogen ze beslist niet verliezen.

F For Fake

Janus Films

Deze film wordt opgeleverd met een disclaimer: ‘Everything in this film is strictly based on the available facts’. En daarvan is geen woord gelogen – of elk woord. In deze klassieke hybride van docu en drama uit 1973 exploreert Orson Welles de schijn van het zijn. Of het zijn van de schijn, dat kan ook. Fakery, zoals de filmlegende ’t zelf noemt. Een hoax. Alles in deze film is spel. Fake. Ofwel: F For Fake (88 min.)

Centraal in deze film staat de Hongaarse meestervervalser Elmyr de Hory. Een schilder die zo goed anderen kan kopiëren dat zelfs de schilders zelf beginnen te twijfelen. Het leidde, volgens Orson Welles, tot een geinige situatie met de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen. ‘Van Dongen bestudeerde het schilderij nauwkeurig,’ aldus Welles. ‘En bezwoer toen dat hij ’t zelf had geschilderd.’

‘Als je ze in een museum hangt, in een collectie met andere geweldige schilderijen, en ze hangen er maar lang genoeg, dan worden ze vanzelf echt’, stelt De Hory. Volgens zijn biograaf Clifford Irving kan de man zelf desondanks feilloos zijn eigen schilderijen onderscheiden van de echte kunstwerken – als er al zoiets als een verschil bestaat. Alleen kun je Irving niet op zijn woord geloven. Tenminste, volgens Welles.

Trots laat Irving in een catalogus een verkochte Modigliani zien. Gemaakt door De Hory, natuurlijk. Die reageert met een omtrekkende beweging. ‘Hij werkte vrij weinig, hij stierf op jonge leeftijd’, zegt hij over de Italiaanse schilder. ‘Dus als er een paar schilderijen of tekeningen worden toegevoegd, verknalt dat zijn oeuvre heus niet.’ En, voegt er dan aan toe: ‘Ik vind ’t niet vervelend voor Modigliani, het is vooral fijn voor mij.’

En als Elmyr de Hory daarmee wegkomt, wie houdt dan eigenlijk wie voor de gek? De vervalser of de kunstkenner die zich in de luren laat leggen? Zo speelt deze film voortdurend met wat waar/niet waar is en speelt Orson Welles intussen met, welja, Orson Welles. Met veel bombast, theater en tongue-in-cheek humor laat de geboren verhalenverteller eenieder via een lachspiegel naar de (kunst)wereld kijken.

Dit was trouwens ook in 1973 al geen nieuwe documentaire over De Hory en zijn – had ik dat al verteld? – gevallen biograaf. Toen Clifford Irving vanwege een gefingeerde biografie van de verknipte biljonair Howard Hughes in opspraak raakte, nam Welles het beeldmateriaal van de kunstenaar en zijn biograaf, dat hij eerder samen met François Reichenbach had gemaakt, nog eens grondig onder handen voor deze docu.

Binnen zo’n vertelling – noem het gerust een filmessay – passen ook Welles’ eigen omzwervingen rond de waarheid. Hoe hij zichzelf de kunst- en filmwereld inloog, bijvoorbeeld. En ook het hoorspel The War Of The Worlds, waarmee hij Amerika de stuipen op het lijf jaagde, en de speelfilmklassieker Citizen Kane – over een gefictionaliseerde versie van, jawel, Howard Hughes – dealen natuurlijk met bedrog.

En dan brengt Welles met een verborgen camera ook de ‘buitensport meisjekijken’ nog in beeld en schudt hij en passant tevens een smakelijk verhaal over Pablo Picasso uit zijn mouw in deze joyeuze, virtuoos gemonteerde verhandeling die langs tegenstellingen als nep en echt, kunst en kopie en de waarheid en een leugen slalomt.

En, jawel mensen, toeschouwers (o)verbluft achterlaat.