The Clearing

Near/By Film / Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 4 maart in de bioscoop

De stem die The Clearing (88 min.) opent, klinkt alsof ie uit een andere wereld komt. ‘We hebben het zwijgen van de rubberplantages gehoord te midden van de stilletjes wenende bomen’, beweert die in Láadan, een kunsttaal die door Suzette Haden Elgin vanuit een vrouwelijk perspectief werd ontwikkeld. De stem wordt begeleid door unheimische zwartwit-beelden en geluiden van wat een geestenwereld zou kunnen zijn.

Een centrale vertelster neemt het daarna over, bij filmbeelden van jonge Indische meisjes die poseren met rubberproducten. ‘Net als de bomen werden we van elders hiernaartoe gebracht’, begint die aan haar persoonlijke relaas, dat de hele film zal omspannen. ‘Thuis in Java benaderde één van hun mannen elk meisje dat hongerig genoeg was en te jong om het echt te begrijpen. Hij vroeg: ben je op zoek naar werk?’

Deze meisjes ondertekenen hun arbeidscontract  bij de Deli Maatschappij met een vingerafdruk. Een schuld krijgen ze er gratis bij. Op Sumatra worden ze opgewacht door mannen in witte pakken. Nederlanders. Deze koloniale planters zetten hen, getuige de filmbeelden die Groenewegen dan laat zien, aan het werk op het land. Intussen kijkt de filmmaakster zelf, in een montageset, nog eens kritisch naar datzelfde archiefmateriaal.

Zijn er beelden tussenuit geknipt? Waarom? En door wie? Het blijkt te gaan om scènes uit de Nederlandse speelfilm Rubber (1936), gebaseerd op een boek van Madelon Székely-Lulofs. Zij is kritisch op ‘de witte pakken’ en hoe die plaatselijke vrouwen behandelen. Ze nemen hen in dienst als huishoudster of gebruiken hen zelfs als ‘njai’, concubine. Totdat er alsnog een witte Nederlandse dame wordt overgevaren om mee te trouwen.

Juist die huishoudster is uit de film verwijderd. En de bijbehorende actrice Amsy Moina zal na deze rol ook nooit meer in een film spelen. Sabine Groenewegen gaat op zoek naar wat er is gebeurd en verbindt dit ook weer aan de zoektocht naar haar eigen overgrootmoeder Helena. Zo legt ze een systeem van verborgen vrouwen bloot, dat ongemerkt Neerlands positie als kolonisator van Nederlands Indië heeft gefaciliteerd.

In een vergadering van ‘de afdeeling Medan van den Indischen Bond’ heeft ene J. van den Brand zich in 1903 al uitgesproken tegen de door de Nederlanders verdedigde ‘koelie ordonnantie’. Ferm maakt hij Groenewegens punt over mensensmokkel en (seksuele) slavernij. ‘Deli is zeer welvarend’, schrijft Van den Brand in zijn verslag aan Nederland. ‘En achter de pracht en praal zit zedeloosheid, verdorvenheid en onrecht.’

Via dit intrigerende forensisch onderzoek, verrijkt met fictieve elementen en prikkelend aangekleed door geluidskunstenaar Malu Peeters, komt intussen stukje bij beetje de werkelijkheid achter de officiële woorden en beelden tevoorschijn, het verwrongen hart van een koloniale wereld.

Making Marie Antoinette

c: Eleanor Coppola / vanaf vrijdag 6 november op MUBI

Haar motivatie voor deze film lijkt heel particulier: Eleanor Coppola wil simpelweg haar kind aan het werk zien en een rol spelen in haar wereld, schrijft ze in haar dagboek.

Zo is de Amerikaanse documentairemaakster in 2005 op de filmset van Sofia’s nieuwste project terechtgekomen: Marie Antoinette, een film over de jonge en decadente Franse koningin (1753-1799), die de hongerende Franse bevolking, bij gebrek aan brood, aanraadde om dan maar cake te gaan eten. Eleanor Coppola (1936-2024) maakt er zo’n tachtig uur aan making of-materiaal, voor een belangrijk deel op Milena Canonero‘s kostuumafdeling. Die beelden blijven echter altijd op de plank liggen. Totdat zowel Sofia als zijzelf niets beters hebben te doen tijdens de Corona-lockdown van 2020.

Na de dood van haar moeder in 2024 heeft Sofia Coppola de documentaire Making Marie Antoinette (86 min.) zelf afgemaakt. Ze ziet zichzelf natuurlijk terug in haar moeders observerende film en hoort intussen haar gedachten, vastgelegd in dat dagboek en ingesproken door de Amerikaanse actrice Diane Lane. Waarom haar dochter, die eerder de succesvolle speelfilms The Virgin Suicides (1999) en Lost In Translation (2003) heeft gemaakt, bijvoorbeeld altijd vrouwelijke hoofdpersonen kiest, die zich geïsoleerd en onbegrepen voelen? Alsof ze Sofia wil vragen: voel jij je ook zo?

Eleanor is overigens geen groentje in het making of-genre. Eerder registreerde ze hoe haar echtgenoot en Sofia’s vader Francis, regisseur van de Godfather-trilogie, bijna ten onder ging aan de slopende opnames voor zijn Vietnam-klassieker Apocalypse Now. Haar documentaire Heart Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991) werd eveneens een ijkpunt in de filmhistorie. Daarmee vergeleken ogen het budget voor Sofia’s film (40 miljoen dollar), de beoogde draaitijd (57 dagen) en de opnamelocaties (enkele plekken in Frankrijk, waaronder het kasteel van Versailles) nog héél bescheiden.

Hetzelfde geldt voor deze making of. Een hoestende regisseur is toch écht iets anders dan een hoofdrolspeler, die in de Filipijnse jungle een hartaanval krijgt. Eleanor laat niettemin een dokter komen. Die stelt bronchitis vast bij haar dochter. Ze vraagt bij acteurs zoals hoofdrolspeelster Kirsten Dunst en Jason Schwartzman (Louis XVI) ook nog wel eens naar de bekende weg. Hoe het was om te werken met Sofia? Alsof ook maar iemand het in z’n hoofd haalt om dan te antwoorden: nepobaby, bakt er eerlijk gezegd weinig van, ik zal blij zijn als ik weer met een echte regisseur mag werken.

Making Marie Antoinette is duidelijk gemaakt vanuit een moederhart. Afgerond bovendien door het object van haar liefde, een filmmaakster die haar sporen inmiddels echt wel heeft verdiend en die nu ook haar eigen making of-docu, waarin ze als een redelijk relaxte vrouwelijke regisseur de scepter zwaait op de set, heeft mogen maken. Als eerbetoon aan de vrouw die zo graag een rol wilde spelen in haar wereld – en die zich tegelijkertijd afvroeg of ze zo langzamerhand niet eens voor haar eigen creatieve proces moest gaan, in plaats van het observeren van het creatieve werk van haar familie.

Based On A True Story

Walter Stokman / Kassander Films

Op 27 maart 1973, halverwege de documentaire Based On A True Story (71 min.), krijgt het liefdesverhaal van John Wojtowicz en Liz Eden een dramatische wending. Een klein jaar eerder, in augustus 1972, heeft Wojtowicz, samen met z’n kompanen Sal en Robert, het Chase Manhattan Bank-filiaal in New York beroofd. Deze overval vormde het uitgangspunt voor Sidney Lumets Oscar-winnende film Dog Day Afternoon (1975), waarin Al Pacino excelleerde als de onnavolgbare Wojtowicz.

Zo’n dertig jaar later wil de Nederlandse filmmaker Walter Stokman de man zelf aan het woord laten over die ene onbezonnen actie, waarmee hij wereldnieuws werd en die hem ook een gevangenisstraf heeft bezorgd. Wojtowicz is alleen nogal een typisch heerschap. Als Stokman hem belt, krijgt hij eerst ‘zijn zoon’ aan de lijn. Z’n ‘vader’ John is alleen tussen middernacht en zes uur ’s ochtends bereikbaar, waarschuwt die. Hij hangt bovendien op als ie niet meteen het afgesproken wachtwoord hoort: The Dog.

Zo komt een serie intrigerende telefoongesprekken op gang tussen de documentairemaker en zijn beoogde hoofdpersoon, die bizarre ontboezemingen paart aan onmogelijke (financiële) eisen. Terwijl hij tot filmafspraken probeert te komen met John Wojtowicz, spreekt Stokman alvast met zijn ex-vrouw Carmen, slachtoffers van de overval, politiemensen en regisseur Sidney Lumet en scenarioschrijver Frank Pearson, de verantwoordelijken voor de speelfilmversie van Wojtowicz’s wanhoopsdaad.

Naar verluidt wilde hij met de opbrengst van de bankberoving, die uitliep op een chaotische gijzeling, een geslachtsveranderende operatie financieren voor zijn vriend Ernie Aaron, ofwel Liz Eden. Of dat ook werkelijk z’n bedoeling was? Feit en fictie lopen continu door elkaar heen in de wereld van John Wojtowicz. Aan Walter Stokman de schone taak om het kaf van het koren te scheiden in deze film, die ook de waarheid van de filmversie van de gebeurtenissen afzet tegen wat er werkelijk is gebeurd.

Want ook Pearson heeft zich vrijheden gepermitteerd, die vervolgens direct hun weerslag hadden op het leven van de man waarop hij zijn belangrijkste personage baseerde. Laverend tussen al deze versies van de waarheid probeert Stokman, die zijn belevenissen met de onberekenbare Wojtowicz inkadert met een persoonlijke voice-over, de bankoveral in z’n context te plaatsen en intussen zijn eigen film tot een goed einde te brengen. Beide missies lopen samen op en worden succesvol afgerond.

En dan wordt het dus, halverwege Based On A True Story, 27 maart 1973, de dag waarop Ernie definitief Liz wordt. ‘Daarna heb ik haar nooit meer gezien’, vertelt Wojtowicz. Ze kwam naar de gevangenis en zei: m’n dokter en iedereen die ik ken raadt contact met je af.’ Sindsdien is er geen contact meer tussen de man en de vrouw voor wie hij een bank overviel.

In 2013 verscheen er overigens nóg een documentaire over John Wojtowicz: The Dog. Of hij daarin ongebreideld zijn eigen waarheid kan ventileren….

Capturing Bigfoot

XYZ Films

Natuurlijk, de Zapruder-film, waarmee de moord op president John F. Kennedy werd vereeuwigd, ging natuurlijk ‘viral’ in de jaren zestig – als dat woord toen had bestaan. En Neil Armstrongs eerste stappen op de maan eveneens. Ook de Patterson-Gimlin film werd echter een ongekende hit. Althans, binnen en volgens de Bigfoot-gemeenschap.

In oktober 1967 maakte Roger Patterson tijdens een expeditie in Noord-Californië beelden die nog altijd gelden als het enige bewijs dat het mysterieuze harige wezen, waarnaar sommige Amerikanen al hun hele leven op zoek zijn, werkelijk bestaat. Noem hem Bigfoot, Sasquatch of Yeti, The Abominable Snowman. 59 seconden lang loopt er een vrouwelijk exemplaar, Patty genoemd, voor Pattersons camera. Sindsdien is er een heuse industrie ontstaan rond Bigfoot – en, parallel daaraan, een permanente discussie over de Patterson-film. Is dat niet gewoon een hoax?

Feit is dat Patterson zelf korte tijd later overleed, zijn zwager Al DeAtley schatrijk werd van het vermarkten van die film en het andere expeditielid Bob Gimlin zich jarenlang bekocht heeft gevoeld. Alle reden dus om in Capturing Bigfoot (102 min.) de Sasquatch-historie nog eens onder het vergrootglas te leggen. Zeker omdat er ook nog een figuur rondloopt, op een manier die toch echt aan Bigfoot doet denken, die beweert dat hij destijds duizend dollar heeft gekregen om een soort gorillapak aan te trekken. Anderen noemen Bob Heironimus echter een faker.

Regisseur Marq Evans belooft aan het begin van deze documentaire niets minder dan het definitieve antwoord op alle vragen. Anatomieprofessor Jeff Meldrum (Idaho State University) heeft de film alvast uit en te na onderzocht en is nog altijd overtuigd van de authenticiteit ervan. Hij krijgt bijval vanuit de filmindustrie. Kijk maar naar Planet Of the Apes uit dezelfde periode. Zulke kostuums konden ze destijds helemaal niet maken! Tegelijk vraagt Pattersons zoon Clint zich af wat zijn vader uitspookte in het afgelegen schuurtje dat altijd zorgvuldig werd afgesloten.

Evans gaat ook te rade bij Greg Long. Hij schreef het boek The Making Of Bigfoot en wordt sindsdien consequent weggehoond binnen de Sasquatch-gemeenschap. De manier waarop Long is bejegend en hoe gelovers vasthouden aan hun eigen waarheid doet sterk denken aan de manier waarop complotdenkers zich tegenwoordig manifesteren. Daarmee is Capturing Bigfoot niet alleen een zeer vermakelijke documentaire over het verschijnsel Bigfoot – of vergelijkbare legendes zoals het Monster van Loch Ness – maar ook een relevante en urgente film.

En binnen die grote maatschappelijke kwestie, over de/onze/hun waarheid, zit ook nog een schrijnend familieverhaal over de verwijdering tussen Clint Patterson en zijn moeder Pat verscholen, dat door Marq Evans al net zo slim wordt op- en uitgebouwd als de Bigfoot-zaak zelf. Bovendien wordt aan het eind, bepaald niet vanzelfsprekend in true crime-achtige producties, de oorspronkelijke belofte inderdaad ingelost: met behulp van een unieke vondst wordt het definitieve antwoord gegeven op alle Patterson-vragen. Een verduiveld knappe prestatie.

The One About Matthew Perry

Netflix

Het einde staat op voorhand al vast: deze miniserie kan alleen eindigen met de dood van Matthew Perry, het onderzoek naar de achtergronden daarvan en de geëmotioneerde reacties daarop van zijn zus Mia Perry Bowick, beste vrienden Roger Castillo en David Pressman en enkele ex-vriendinnen, kennissen en collega’s. Een onvervalst Hollywood-drama waarin de nobele held tóch ten onder gaat aan de verslavingen aan drank en drugs waartegen hij zijn hele leven zo heroïsch streed. Intussen heeft hij zich ook onbaatzuchtig ingezet voor lotgenoten.

Perry werd in de jaren negentig wereldberoemd als Chandler Bing, één van de zes hoofdpersonen van de Amerikaanse comedyserie Friends. ‘Ik heb vroeger gebeden: God, u mag alles met me doen, maar maak me alsjeblieft beroemd’, maakt hij er zelf, buiten beeld, een mooi verhaal van in The One About Matthew Perry (181 min.). ‘Ongeveer drie weken later kreeg ik Friends. Maar God vergat het andere deel niet.’ Na een ongeluk met een jetski op de set van de speelfilm Fools Rush In (1997) kreeg de acteur pillen voorgeschreven, die hem een euforisch gevoel bezorgden. Hij was direct verkocht en zou de rest van zijn leven blijven worstelen met middelengebruik.

Want wat de woelige jaren na het succes van Friends (1994-2004) ook brachten aan successen – het zelfgeschreven en autobiografische theaterstuk The End Of Longing en zijn memoires die de bestsellerlijsten bestormden, bijvoorbeeld – op de achtergrond speelde altijd die verslaving. Nuchtere periodes, pijnlijke terugvallen en afkickbehandelingen wisselden elkaar voortdurend af. Totdat Matthew Perry op 28 oktober 2023, op slechts 54-jarige leeftijd, thuis in een jacuzzi overleed aan een overdosis ketamine, een drama waarvoor enkele lieden uit zijn directe omgeving nog in de beklaagdenbank zouden belanden.

‘In alle goede verhalen zit komedie en tragedie’, zegt zijn veertien jaar jongere zus Mia. En dat wordt er ook van Perrys leven gemaakt in dit postume portret: een ‘goed’ verhaal. Over een man die uiteindelijk niet te redden was. Deze tragische geschiedenis wordt geïllustreerd met media-optredens en scènes uit zijn films en series. Vaak valt daar, met de ogen van nu, wel uit af te leiden hoe het toen met hem ging. Ook omdat ze nu worden ingekaderd door intimi, die de achterkant van die beelden kennen. Regisseur Mary Robertson heeft verder de verleiding weerstaan om van deze miniserie een sterrenparade te maken. De andere Friends ontbreken bijvoorbeeld.

Tegelijk blijft het wel de vraag of Perry’s familie en vrienden werkelijk het achterste van hun tong laten zien. De diepten van zijn verslaving worden wel aangeroerd, maar zeker niet uit en te na verkend. Net als de achtergronden daarvan. Veel verder dan een lastige jeugd, waarin hij al vroeg begon met drinken, reikt deze miniserie niet. Matthew blijft simpelweg de man met een ziekte, die hem uiteindelijk de baas is geworden. Een goeie kerel, die er feitelijk ook weinig aan kon doen. ‘Een onwaarschijnlijke superheld’ zelfs, volgens één van zijn vrienden. Zij geven hoog op over zijn verdiensten voor anderen met een verslaving en weigeren om al te kritische noten te kraken.

Van mensen die rouwen om een overleden vriend is dat best te begrijpen, bij een postuum portret mag de lat wel iets hoger liggen. The One About Matthew Perry blijft nu steken op het niveau van een nét iets te glad Hollywood-drama.

Who is Martin Mull?

Netflix

Zet twee komieken tegenover elkaar voor een documentaire. ‘Ik wil teruggaan naar even voor je geboorte’, zegt de ene. ‘Negen maanden misschien. Je conceptie. Weet je dat nog?’ Waarna die andere antwoordt: ‘Toen ik nog maar een fles wijn onder de arm van mijn vader was?’. Precies, reageert de ene weer. ‘Ik was een toeval van sperma en eicel’, legt die andere vervolgens uit. ‘Daar komt het op neer.’ Waarna de ene toch meer een afmaker dan een aangever blijkt te zijn. ‘Dat had ik dus als ontbijt.’

Die ene is Bob Saget, bekend van Full House en America’s Funniest Home Videos. En de andere Martin Mull, bekend van… ja, waarvan eigenlijk? Niet van zijn grote liefde schilderen, in elk geval. Waarschijnlijk van zijn muziek, theatervoorstellingen, comedyshows of talloze film- en televisierollen. Mull kon zich in elke stijlvorm goed handhaven, maar was nergens écht goed in. Geen ideaal documentaire-subject zogezegd. Of, zoals hij het zelf formuleert: Who is Martin Mull? (94 min.). Om er meteen aan toe te voegen: ‘And who gives a shit?’

Allerlei bekende Amerikaanse komieken, om te beginnen. Behalve Saget steken bijvoorbeeld ook Monty Pythons Eric Idle, Seth MacFarlane en Mulls grote vriend Steve Martin (die samen met hem The Steve Martin Mull Show vormde) de loftrompet over deze ‘comedian’s comedian’. Zijn broer David en zus Anodea geven verder een indruk van hoe het er bij de Mulls thuis aan toeging – niet fijn, door een kille en onverschillige vader – en zijn vrouw Wendy en dochter Maggie schetsen de man achter de grappenmaker, acteur en kunstenaar.

Bob Saget begon in 2018 aan dit portret van zijn favoriete komiek. De film is na Sagets plotselinge overlijden in 2022 afgemaakt door Neil Berkeley. Ook enkele mensen uit Mulls omgeving – zoals televisieproducer Norman Lear en tegenspeler Fred Willard, met wie hij de talkshowparodie Fernwood 2Night maakte – waren inmiddels overleden toen deze aardige docu z’n afronding naderde. De hoofdpersoon zelf was toen al een oude man. Hij zou nooit een absolute wereldster worden, maar heeft uiteindelijk wel erkenning gevonden als schilder.

En dan valt ook voor hem het doek.

Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos

Miramax Films & Greenestreet Films

Pelé, Franz Beckenbauer en – een blauwe maandag – Johan Cruijff verdedigden ooit de clubkleuren van The New York Cosmos, de jetsetclub die de Verenigde Staten in de jaren zeventig definitief moest bekeren tot de populairste sport ter wereld. Tevergeefs, zoals we een halve eeuw later kunnen constateren. Ook na twee wereldkampioenschappen in de VS en de komst van ene Lionel Messi naar de Amerikaanse competitie legt ‘soccer’ het, in elk geval bij de mannen, nog altijd af tegen typisch Amerikaanse sporten zoals basketbal en American football.

Toen The Cosmos, een zieltogende club in een zieltogende competitie, in 1974 de beste voetballer van dat moment, de drievoudige wereldkampioen Pelé, wisten te verleiden om zijn Braziliaanse club Santos te verlaten, leek Amerika echter alsnog het beloofde land te worden voor de belangrijkste bijzaak van de wereld. Binnen de kortste keren verkasten talloze andere gearriveerde sterren, die op weg naar hun voetbalpensioen nog even lekker wilden cashen, naar de Verenigde Staten, om daar met veredelde amateurspelers te gaan ballen.

In de zwierige documentaire Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos (96 min.) uit 2006 poetsen de Britse filmmakers Paul Crowder en John Dower dit glamoureuze hoofdstuk uit de voetbalhistorie, dat begin jaren tachtig zou eindigen in onmin en financiële misère, nog eens op met enkele voormalige Cosmos-bestuurders (stuk voor stuk afkomstig uit de Amerikaanse film- en entertainment-business), enkele plaatselijke spelers en de buitenlandse vedetten Carlos Alberto, Franz Beckenbauer én Giorgio Chinaglia.

Deze eigenzinnige Italiaanse playboy, die tijdens wedstrijden geregeld het net wist te vinden, begon achter de schermen de macht naar zich toe te trekken. Tegen die tijd hadden The Cosmos al de reputatie dat ze net zo gemakkelijk scoorden in de illustere New Yorkse discoclub Studio 54 als op het voetbalveld. Soccer bleek ondertussen toch niet aantrekkelijk genoeg voor het Amerikaanse televisiepubliek. De competitie – en daarmee ook z’n voornaamste team, dat inmiddels vijfmaal landskampioen was geworden – bleek ten dode opgeschreven.

Crowder en Dower wikkelen de gestage opkomst en ondergang van de Cosmos-franchise vlot af, met acteur Matt Dillon als coole verteller en een dampende seventiessoundtrack als smeerolie. Wat rest zijn herinneringen aan de brille van Pelé in z’n nadagen, het fanatisme van de Cosmos-supporter (en voormalig minister van Buitenlandse Zaken) Henry Kissinger en die ene hippie die zich zowaar toegang had verschaft tot de kleedkamer, Mick Jagger.

The Cycle Of Love

Bantam Film

Zijn kracht was z’n gebrek aan geografische kennis, stelt Pradyumna Kumar ‘PK’ Mahanandia een halve eeuw na dato met de nodige zelfspot. Hij had geen idee hoever Zweden was. Toen hij Lotta ontmoette in Delhi – op 17 december 1975, een dag om nooit te vergeten – wist de Indiase jongeling dat zij voorbestemd waren voor elkaar. Een astroloog had deze grote liefde al bij zijn ouders aangekondigd in een profetie. Hij, een dalit, een onaanraakbare, een kind van de allerlaagste kaste, zou gaan trouwen met een vrouw die Stier als sterrenbeeld had, enorm muzikaal was en een eigen jungle bezat.

Geld voor een vliegticket naar Zweden had PK niet. Hij kocht dus een tweedehands fiets. In The Cycle Of Love (98 min.) reconstrueert Orlando von Einsiedel zijn reis om de wereld, van Delhi naar Borås, een klein plaatsje aan de Zweedse westkust. Daar was Ann-Charlotte von Schedvin, alias Lotta, in 1955 geboren. Ze vond het er maar saai, herinnert zij zich. Op haar achttiende nam Lotta dus de boot naar Londen. Van daaruit reed ze in 1975 met vrienden in een busje ‘The Hippie Trail’ af naar India, de weg die haar Indiase aanbidder een klein jaar later vanaf Delhi terug zou nemen, op zoek naar haar.

Von Einsiedel plaatst de twee perspectieven, van de Indiase jongen die helemaal niets heeft te verliezen en het westerse meisje dat via hem een nieuwe wereld heeft leren kennen, tegenover elkaar in deze romantische hybride van docu en drama. Hij reconstrueert hun liefdesgeschiedenis en PK’s onmogelijke tocht richting Europa met de acteurs Chirag Benedict Lobo en Mina Dale. Een deel van de mensen die PK/Chirag onderweg ontmoet – en waarvan hij, om z’n eten en drinken bij elkaar te scharrelen, de portretten tekent – is overigens echt en deelt z’n eigen ervaringen met hem.

De Indiase luchtfietser zal bijna 10.000 kilometer moeten overbruggen. Via Pakistan, door Afghanistan, naar Iran, waar zijn reis in de ‘Grote Zoutwoestijn’ dreigt te stranden. De briefwisseling met Lotta houdt hem overeind. Op weg naar de ware liefde – of is het toch niet meer dan een vakantieliefde? – vindt hij in elk geval zelfrespect, het idee dat hij wél wat waard is – een idee waaraan hij zijn verdere leven zal wijden. Von Einsiedel omarmt die boodschap natuurlijk van harte in dit vaardig vertelde en nogal gepolijste liefdesverhaal, dat z’n eigen antwoord formuleert op de vraag of liefde alles overwint.

Zoals ‘t een echte romantische film betaamt, laat dit alleen ruim anderhalf uur op zich wachten – ook al ziet iedereen het al een hele tijd aankomen.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts

IFC Films

De beweringen in deze film komen niet voor rekening van Stanley Kubrick, zijn erven of de makers van de film The Shining, meldt de documentaire Room 237: Being An Inquiry Into The Shining In 9 Parts (103 min.) bij aanvang. Dat is geen overbodige luxe. In de navolgende honderd minuten wordt Kubricks klassieke horrorfilm uit 1980 over de waanzinnig wordende beheerder van het geïsoleerde Overlook Hotel in Colorado, gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Stephen King, van (geheel nieuwe) betekenis voorzien door een vijftal geobsedeerde Kubrick-adepten, die zelf buiten beeld blijven.

The Shining is een film over de genocide op de ‘native American’, stelt één van hen. Nee, beweert een ander, Kubricks sinistere film is een allegorie voor de Holocaust. En de volgende connaisseur ziet een verband met de maanlanding, die door de Amerikaanse sterregisseur in scène zou zijn gezet in een filmstudio. Niet alleen schoonheid zit immers ‘in the eye of the beholder’ – al helpt het dat Stanley Kubrick een onovertroffen oog voor detail had en niets aan het toeval overliet. En dus kan het grote ‘Hineininterpretieren’ beginnen bij pak ‘m beet Calumet-bakpoeder, de Duitse Adler Eagle-typemachine of het labyrintische tapijt in de hotelgangen.

Behalve met scènes uit The Shining, met een ionische maniakale rol van Jack Nicholson, lardeert documentairemaker Rodney Ascher hun soms vergezochte betogen ook met fragmenten uit de Kubrick-klassiekers 2001: A Space Oddity, A Clockwork Orange, Barry Lyndon, Full Metal Jacket en Eyes Wide Shut en andere roemruchte films zoals Jesus Christ Superstar, All The President’s Men en Schindler’s List. Room 237, een titel die verwijst naar een sinistere hotelkamer die in het boek overigens nog het nummer 217 had, wordt zo een vervreemdende ode aan de fantasie, zowel van de maker als de kijker, en verrukte/verrückte nitpickers.

Op zoek naar hun eigen waarheid lopen ze eindeloos rond in een zelf gecreëerd doolhof van ‘easter eggs’, doelbewuste continuïteitsfouten en verborgen boodschappen. Sommige van deze kijkers zitten vermoedelijk levenslang vast in het Overlook Hotel. ‘Mijn leven is in feite The Shining geworden’, constateert één van hen niet voor niets, met een mengeling van begeestering en berusting.

The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Michael Jackson: The Trial

Videoland

Het bioscoopsucces van de nieuwe speelfilm Michael, door de erven Jackson vakkundig weggestuurd van de hardnekkige beschuldigingen van kindermisbruik tegen de Amerikaanse zanger, songschrijver en danser, zet de schijnwerper weer vol op Michael Jackson (1958-2009). Het is onvermijdelijk dat daarbij die onwelgevallige verhalen over de King Of Pop tóch weer opduiken.

Terwijl de BBC-serie Michael Jackson: An American Tragedy uitzoomt en de impact van de beschuldigingen op Jacksons leven en carrière probeert te vatten, zoomt deze miniserie van Channel 4 juist in: op de rechtszaak die voortvloeit uit Martin Bashirs scandaleuze documentaire Living With Michael Jackson (2003), waarin de wereldvreemde popster vertelt dat het dertienjarige jongetje Gavin Arvizo, dat tijdens het interview nét iets te intiem tegen hem aanzit, gewoon bij hem in bed mag slapen. Later zal Gavin verklaren dat de zanger hem dronken heeft gevoerd en misbruikt.

In de vierdelige docuserie Michael Jackson: The Trial (184 min.) van Gillian Pachter komt, behalve een aantal sprekers uit het kamp Jackson en anderen die hem juist veroordeeld probeerden te krijgen, ook de hoofdpersoon zelf aan het woord. ‘Als je me nu zou vertellen dat ik nooit meer een kind zou zien, zou ik er een eind aan maken’, zegt Michael Jackson bijvoorbeeld, in audio-opnames uit 2000-2001 van gesprekken met zijn vertrouwenspersoon, de rabbijn Shmuley Boteach, één van de bronnen die in beide producties participeren. ‘Dat zweer ik. Want ik heb niets anders om voor te leven.’

Zulke uitspraken zijn natuurlijk voor tweeërlei uitleg vatbaar – al roepen die allebei vragen op over Jacksons geestesgesteldheid. Ook het idee om een privéfilm van Arvizo en hem te maken, waarin de twee hand in hand voor de camera lopen, is op z’n minst twijfelachtig te noemen. De artiest wil bovendien dat zijn eigen mierzoete compositie I’ll Be There daaronder wordt gemonteerd. ‘Ik heb nooit zijn seksuele kant gezien’, stelt Jacksons vaste cameraman Christian Robinson (2001-2004) niettemin. ‘Ik zag een aseksuele man die twaalf jaar wilde zijn en met waterballonnen wilde spelen.’

Met z’n ‘less is more’-insteek werkt The Trial als een nadere inkleuring van An American Tragedy. De miniserie kruipt naar de binnenkant van een maatschappelijk en raciaal geladen schandaal en belandt daarmee op hetzelfde terrein als Ezra Edelmans epische docuserie O.J.: Made In America (2016), over de geruchtmakende rechtszaak tegen O.J. Simpson. In Pachters productie komen de onkreukbare openbaar aanklager Ron Zonen en Jacksons advocaat Brian Oxman, die als een Amerikaanse televisiedominee de zaak van zijn beroemde cliënt met veel theater blijft bepleiten, tegenover elkaar te staan.

Zij vertegenwoordigen de zoektocht naar de waarheid en het koste wat het kost beschermen van de nalatenschap van de grootste popster van de wereld, krachten die zeventien jaar na Jacksons dood nog altijd in gevecht met elkaar zijn. Intussen lijkt de muziek van Michael Jackson alweer uit het verdomhoekje te zijn gehaald.

Kort na Michael Jackson: The Trial werd door Netflix Michael Jackson: The Verdict uitgebracht. Een driedelige serie die eveneens de rechtszaak in 2005 belicht.

Marlon Brando In Paradise

TVF / vrijdag 1 mei, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Als de Amerikaanse steracteur Marlon Brando (1924-2004) tijdens opnames voor de Hollywood-film Mutiny On The Bounty begin jaren zestig in de Stille Zuidzee stuit op het prachtige eiland Tetiaroa, weet hij direct: dit is de plek voor mij. Enkele jaren later koopt Brando het paradijselijke oord daadwerkelijk aan.

Het is de vervulling van een jeugddroom: als getroebleerde tiener droomde hij al regelmatig weg bij foto’s van Tahiti. De eilandengroep appelleert ook aan Brando’s geknakte ambitie om wetenschapper te worden en zo een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van de aarde. Het Frans-Polynesische koraaleiland Tetiaroa kan een thuishaven worden voor wetenschappelijke experimenten, bedreigde diersoorten en nieuwe vormen van toerisme (die al snel onbetaalbaar blijken).

Het postume portret Marlo Brando In Paradise (52 min.) van Dirk Heth en Silvia Palmigiano behandelt ‘s mans filmcarrière – die resulteert in klassiekers zoals On The Waterfront, The Godfather en Apocalypse Now – vooral als een decor waarin zijn idealisme, sociale bewogenheid en milieubewustzijn tot volle wasdom kunnen komen. Hij is, in de woorden van zijn biograaf Susan Mizruchi (Brando’s Smile), de eerste ‘celebrity do-gooder’ – en daardoor ook bepaald niet onomstreden.

Als Brando in 1973 bijvoorbeeld weigert om de Oscar voor zijn rol als maffiabaas Don Corleone te accepteren en in zijn plaats een vertegenwoordigster van de Native Americans naar de uitreiking stuurt om de Amerikaanse filmindustrie te bekritiseren, wordt hem dat zeker niet door iedereen in dank afgenomen. Buiten Hollywood voelt Marlo Brando zich duidelijk meer senang. Op Tetiaroa kan hij de man zijn die hij diep in zijn hart wil zijn – ook al blijken niet al zijn ideeën levensvatbaar.

Toch leeft ‘s mans droom, ruim twintig jaar na zijn dood, daar nog altijd voort, getuige bijvoorbeeld The Tetiaroa Society en The Brando Resort. De drijvende krachten achter deze initiatieven, alsmede Brando’s dochter Rebecca, krijgen in deze aardige film over één van de meest uitgesproken mannen van Hollywoods gouden jaren dan ook de rol die doorgaans aan insiders van de filmbusiness is voorbehouden: het inkaderen van de held en op gepaste wijze lof over hem uitstrooien.

Één ding is zeker, stelt zijn voormalige personal assistant Avra Douglas nog: Marlon Brando sprak over zo ongeveer alles liever dan over acteren.

Trailer Marlon Brando In Paradise

Irvine Welsh: Reality Is Not Enough

Kaleidoscope

Hoe rijk z’n loopbaan inmiddels ook is – als schrijver, deejay en scenarist – zijn naam blijft altijd verbonden aan dat ene boek en de film die daarvan werd gemaakt: Trainspotting. En hij, Irvine Welsh, wordt geacht om zich te gedragen als het personage dat hij destijds in het leven heeft geroepen: de onverbeterlijke drugsgebruiker Mark Renton, vereeuwigd door acteur Ewan McGregor.

Je bent afgekickt van de heroïne, start de Ierse host van de podcast The Michael Anthony Show bijvoorbeeld een interview met de Schotse auteur. ‘Ben je nu gelukkig?’ Voordat Welsh, die inmiddels ook bestsellers als Acid House, Ecstacy en Filth op zijn naam heeft staan, kan antwoorden, volgt alweer een vraag: heb je je ooit geschaamd toen je een junkie was?

Binnen enkele minuten jast Anthony er vervolgens al zijn drugsvragen doorheen: ben je ooit in therapie geweest? Hoe reageerden je ouders toen je aan de heroïne zat? Reageerden ze net als de ouders van Renton? Hoe lekker is heroïne? Was jij degene in de groep die anderen aan de heroïne bracht? Irvine Welsh laat het over zich heen komen. Hij is en blijft Mr. Trainspotting.

Da’s overigens niet geheel onterecht. De schrijver uit Edinburgh heeft inmiddels een hele serie boeken rond dezelfde groep personages afgeleverd. En voor Irvine Welsh: Reality Is Not Enough (88 min.) geeft hij zich bij Field Trip Toronto over aan een sessie met psychedelica. Die wordt door documentairemaker Paul Sng vervolgens gebruikt als ‘a trip down memory lane’.

Van daaruit belicht hij Welsh’s leven en werk, die nog altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. En dat geheel, van snedig commentaar voorzien door de schrijver zelf, is weer doorsneden met scènes uit verfilmingen van ’s mans boeken en passages uit zijn romans, die zijn ingelezen door onder anderen Liam Neeson, Stephen Graham en Nick Cave.

Jij kiest het materiaal niet, beweert Irvine Welsh’s intussen stellig in dit aardige schrijversportret. Het materiaal kiest jou. ‘Dus als ik racistische, seksistische, gewelddadige of psychopathische personages tot me krijg, dan is dat maar zo. Ik ga me niet voordoen als een verheven schrijver die de personages in zijn boek goed- of afkeurt.’ Waarvan akte.

EPIC: Elvis Presley In Concert

Neon / Universal

Wanneer hij het podium verlaat, als een veldheer na alweer een zegetocht, beloont ie sommige vrouwelijke fans met een kus. Een enkeling probeert daar een heuse zoen van te maken. En hij stribbelt dan niet tegen. Want de Elvis Presley van EPIC: Elvis Presley In Concert (96 min.) is (nog) niet de Elvis die we sindsdien zijn gaan associëren met Las Vegas: een karikaturale, volgevreten en lamgeslagen showbizzbeest, dat in niets meer doet denken aan de viriele rockgod met de soepele stem, het gebronsde gelaat en de op hol slaande heupen van twintig jaar eerder.

Hier staat nog altijd een rasperformer, vereeuwigd in de periode 1970-1972, die weliswaar ouder en wijzer is geworden, maar desondanks topfit oogt. On top of his game – en dus ook nog altijd onweerstaanbaar voor vrouwelijke fans, die soms bijna in katzwijm dreigen te vallen onder zijn aanblik of het spontaan op een gillen zetten. Terwijl regisseur Baz Luhrmann, die eerder ook de speelfilm Elvis (2022) maakte, ‘The King of Rock & Roll’ bijna halverwege deze docu devote fans laat begroeten, mag hij buiten beeld vertellen over zijn jeugd. ‘Ik was helemaal niet populair’, herinnert Presley zich. ‘Ik had geen vriendinnetje op school.’ Een halve eeuw later eten de meisjes ongegeneerd uit zijn hand.

Het hart van EPIC wordt gevormd door concertfragmenten van deze geïnspireerde Elvis, aangetroffen in een vergeten hoekje van zijn nalatenschap en slim versneden met beelden van de bijbehorende repetities, waarin hij lekker geint met zijn bandleden en oprecht lijkt te genieten van het samen musiceren. Luhrmann kleedt zijn enerverende optredens verder aan met een persconferentie, archiefinterviews, oude televisieoptredens en dus een monologue intérieur. Waarin de man die, zo laat het zich vooralsnog aanzien, ondanks zijn dood in 1977 altijd zal blijven bestaan op een aardse manier de balans opmaakt van een leven in sneltreinvaart, dat daarna snel zijn eindstation zal bereiken.

Hij is ‘maar een entertainer’, laat ie zelf niet na om te zeggen. Met dampende uitvoeringen van You’ve Lost That Loving Feeling, Burning Love en Suspicious Minds toont deze concertfilm deluxe echter overtuigend aan dat Elvis Presley als entertainer nauwelijks z’n gelijke kent.

De Film Die Nooit Afkwam

&Bromet’/ EO

De zwarte bladzijde uit het filmende leven van Frans Bromet kan in 2017 alsnog worden omgeslagen. De documentaire die hij in de jaren zeventig wilde maken over schilder en Holocaust-overlever Sieg Maandag (1937-2013), waarvan de productie jaren eerder vanwege een volledig uit de hand gelopen conflict tussen Bromet en zijn producent George Becht was afgebroken, kan toch nog worden voltooid.

De Film Die Nooit Afkwam (58 min.) begint bij de foto die George Rodger (1908-1995) van de kleine Sieg maakte bij de bevrijding van het concentratiekamp Bergen-Belsen in 1945. De Britse fotograaf van het vermaarde tijdschrift Life kan, als Bromet hem een heel leven later opzoekt, nauwelijks geloven dat het jongetje zijn leven daarna ‘gewoon’ heeft kunnen vervolgen en nog altijd in leven is. Tot een ontmoeting tussen de fotograaf en zijn subject en de foto die daarvan moet worden gemaakt – het beoogde einde van de nooit afgeronde docu Life’s Picture – zal het door alle productionele perikelen echter nooit komen.

Bromet, zelf afkomstig uit een Joodse familie, wilde toentertijd nadrukkelijk uit de zwaarte weg blijven. Niet te veel inzoomen op de ontzaglijke ellende van het kamp, bijvoorbeeld – ook omdat hij die confrontatie zelf nauwelijks aankon. In plaats daarvan filmde hij opgeprikte, soms bijna clowneske reconstructiescènes, waarin Maandag zijn eigen belevenissen naspeelde. Die waren vermoedelijk ook de spreekwoordelijke druppel voor producent Becht. Samen met Sieg Maandags weduwe Karen en zijn kinderen Sarah en Simon kijkt de filmmaker het beeldmateriaal nu terug en bespreekt met hen de man daarachter.

Gaandeweg wordt tevens duidelijk hoe, waarom en door wie Bromets oorspronkelijke film werd getorpedeerd en hoe de direct betrokkenen, waaronder hijzelf, daar jaren later op terugkijken. De tijd lijkt in elk geval deze wonden wel te hebben geheeld. En met De Film Die Alsnog Afkwam kan Bromet toch zijn oorspronkelijke vraag beantwoorden: hoe kan een mens verder leven na het concentratiekamp? De vraag is dan alleen nog hoe hij die nieuwe docu naar z’n einde kan brengen. En ook die vraag wijst uiteindelijk zichzelf, in deze boeiende film over de erfenis van de Tweede Wereldoorlog en hoe die te beheren.

De Film Die Nooit Afkwam is hier te zien.

Nuisance Bear

Documist

Als ijsbeer heeft ie ‘t er maar druk mee. Steeds weer poseren voor de fototoestellen van toeristen – al gaat dat inmiddels in één moeite door met gewoon leven. Als er weer zo’n toeristenbus van Lazy Bear Expeditions langskomt, kijkt hij daar niet meer van op. ‘It’s all in a day’s work for polar bear’ in Churchill, de zelfverklaarde ‘ijsbeerhoofdstad van de wereld’, die is gelegen aan de Hudsonbaai. De dagjesmensen lijken in de veronderstelling te zijn dat hij met uitsterven wordt bedreigd.

De Inuit, de inheemse bewoners van het noordelijke deel van de Canadese provincie Manitoba, noemen hem Avinnaarjuk. Ofwel: Nuisance Bear (91 min.). Voor hen is hij op z’n best een lastpak, die overal inbreekt, voedsel steelt en spullen vernielt. In het slechtste geval, als de winter uitblijft en hij niet de oversteek naar het noorden kan maken, is ie levensgevaarlijk. ‘Hoe langer ze op het land blijven’, constateert de Inuit-verteller Mike Tunalaaq Gibbons, ‘hoe gevaarlijker ze worden.’

In tegenstelling tot officiële rapporten van wetenschappers dat ijsberen zoals hij aan het uitsterven zijn, lijken de Inuit ervan overtuigd dat de berenpopulatie juist groeit. In hun dorp Arviat beschouwen ze hem inmiddels als een ongenode gast, die ze het liefst direct naar de andere wereld helpen. Jagen mag alleen niet meer, zo heeft de witte man bepaald. Die heeft sowieso hun hele leven op z’n kop gezet. Van een traditioneel nomadenbestaan kan bijvoorbeeld ook al geen sprake meer zijn.

Zo woelt hij als ijsbeer, op zoek naar eten in de wereld die de mens zich heeft toegeëigend, heel wat los in deze oogstrelende film van Gabriela Osio Vanden en Jack Weisman en wordt hij tegelijk een symbool van al wat er is veranderd in de biotoop van de Inuit, die zijn losgerukt uit het leven dat hun voorouders leidden. Hij heeft er overigens ook geen bezwaar tegen om zo geportretteerd te worden. Als roofdier is hij misschien niet helemaal in zijn element, maar hij doet overtuigend alsof.

Met het verhaal van zijn volk, dat uitmondt in een persoonlijk drama, tilt verteller Gibbons de lotgevallen van deze ‘ergernisbeer’ naar een metaforisch niveau. Zo groeit de ‘natuurfilm’ Nuisance Bear, die werd voorafgegaan door een shortfilm over hetzelfde thema en op het Sundance Film Festival onlangs de Grand Jury Prize won, uit tot een ontzaglijk mooie weerslag van het veranderen van de loop der dingen. Bij de Inuit, hun leefomgeving en andere bewoners daarvan. Zoals hij, die ene onverstoorbare ijsbeer.

Becoming Katharine Graham

Prime Video

Als Katharine Graham (1917-2001) nog de lakens had uitgedeeld bij The Washington Post, dan was het ondenkbaar geweest dat de Amerikaanse krant zo z’n oren had laten hangen naar de regering van Donald Trump als de huidige eigenaar Jeff Bezos in de afgelopen tijd heeft gedaan.

Toch wees in eerste instantie niets erop dat ‘Kay’ de toonaangevende krantenuitgeefster van haar tijd zou worden. Ze was weliswaar de dochter van eigenaar Eugene Meyer, die de krant in 1933 op een publieke veiling had gekocht voor de luttele som van 825.000 dollar, en werkte in haar jonge jaren ook daadwerkelijk op de redactie, maar papa vertrouwde de leiding van de krant toch liever toe aan zijn schoonzoon, Katherine’s echtgenoot Phil. Pas toen die in 1963 een einde aan zijn leven maakte, als gevolg van een veronachtzaamde bipolaire stoornis, kwam zij als vrouw in aanmerking voor de toppositie bij The Post.

Één foto – Becoming Katharine Graham (92 min.) is nog geen twintig minuten onderweg – verraadt de situatie waarin zij toen als werkende moeder terecht kwam: aan de bestuurstafel zitten 22 witte mannen in pak en welgeteld één vrouw, in een blauw jurkje. Van ‘doormat wife’ was Graham volgens eigen zeggen ineens een ‘working woman’ geworden. Een feministe avant la lettre, dat ook. Dit liet overigens onverlet dat ook zij, als werkgever bij een bedrijf waar vrouwen nog altijd vooral ondergeschikte functies bekleedden, een doelwit werd van de vrouwenbeweging. En daarvoor was de voormalige huismoeder zeker niet ongevoelig.

Toen Graham eind jaren zestig eenmaal in haar rol was gegroeid, toont deze gedegen biografie van George en Teddy Kunhardt, was ze ook klaar voor de grote uitdaging die op The Washington Post wachtte: Watergate. Samen met hoofdredacteur Ben Bradlee gaf zij de sterverslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein, die allebei ook participeren in deze film, rugdekking bij een stroom journalistieke onthullingen die de zittende president Richard Nixon steeds verder in het nauw brachten en in 1974 leidden tot zijn aftreden. ‘Tricky Dick’ had haar toen, getuige de geruchtmakende Nixon-tapes, allang tot staatsvijand verklaard.

Die geluidsopnames vormen, samen met archiefinterviews met Graham, passages uit haar Pulitzer Prize-winnende memoires Personal History en de herinneringen van haar kinderen Don en Lally, Post-medewerkers en intimi zoals Gloria Steinem en Warren Buffett, het geraamte van dit postume portret. Ruim een halve eeuw na dato zijn de tapes nog altijd schokkend. ‘She’s gonna get her tit caught in a big fat wringer’, liet Nixons campagnemanager bijvoorbeeld optekenen over de vrouw die later tot haar onvrede – was ze nu weer gepasseerd door kerels? – bleek te zijn weggesneden uit de Oscar-winnende film over Watergate, All The President’s Men (1976).

Zo kan ‘t er dus aan toe gaan als er in Het Witte Huis geen enkele morele code meer geldt. En zo dapper was Katharine Graham destijds, een leider met een héél rechte rug.

The Scream Murder: A True Teen Horror Story

Disney+

Truth is scarier than horror. Als de zestienjarige scholier Cassie Jo Stoddart op zondag 23 september 2006 vermoord wordt aangetroffen in een afgelegen huis in de Amerikaanse staat Idaho, valt de verdenking al snel op twee van haar klasgenoten op de Pocatello High School, Brian Draper en Torey Adamcik. De jongens zijn al enkele jaren helemaal bezeten van griezelfilms, Scream in het bijzonder, en fantaseren ook regelmatig over een reprise van de ‘school shooting’ in Columbine.

Op de dag van Cassie’s huiveringwekkende dood hebben Brian en Torey haar nog gefilmd toen ze spullen uit haar schoolkluisje pakte. Ze zijn van plan om haar ‘s avonds de stuipen op het lijf te jagen als zij op het huis van vrienden past. De twee tieners leven dan al een tijdje in hun eigen slasherfilm. In een klaslokaal speculeren ze er samen, voor hun eigen videocamera, over hoe het zal zijn om te moorden. En al snel duiken er ook zelf gemaakte beelden op van ná het misdrijf.

The Scream Murder: A True Teen Horror Story (131 min.), een degelijke driedelige true crime-serie van Conor McCarthy en Lisa Q. Wolfinger, ontleedt de geruchtmakende moord met rechercheurs, psychologen, advocaten, klasgenoten én de ouders van de twee verdachten, Shannon Adamcik en Kerry en Pam Draper. En zij verschillen fundamenteel van mening over wie de leiding had – en óf, en voor wie, die wilde moordplannen oorspronkelijk niet meer dan spielerei waren.

Andere leerlingen realiseren zich tegelijkertijd dat ze de dans ternauwernood zijn ontsprongen. Twintig jaar na dato krijgen de twee ‘slashers’ in het afsluitende deel van deze miniserie bovendien de gelegenheid om rekenschap af te leggen, waarna McCarthy en Wolfinger de zaak verbreden: in hoeverre kunnen minderjarigen net zo verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden als volwassenen? En is een heel lange gevangenisstraf daarbij dan op z’n plaats?

Het zijn vragen waarmee The Scream Murder zich onderscheidt van al die andere misdaadproducties die zich vooral verlekkeren aan de buitenissigheid van de killers en hun horrordaden.


I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.