Sergio Leone: Portrait Of An “Outlaw”

Hij is de filmhistorie ingegaan als de man die vanuit Europa de typisch Amerikaanse western opnieuw definieerde; van een clean cut-genre waarin eenzame helden met een witte cowboyhoed afrekenden met snoodaards met zwarte hoofddeksels maakte Sergio Leone een vuile en schemerige wereld waarin geen good guys of moraal bestaan en kogels en galgen(humor) de wet voorschrijven, vervat in klassiekers als The Good, The Bad And The Ugly en Once Upon A Time In The West. Intussen maakte de Italiaanse regisseur van de B-acteur Clint Eastwood een echte Hollywood-ster en lanceerde hij de carrière van één de grootste filmcomponisten aller tijden, Ennio Morricone.

Leone maakte echter ook een essentiële maffiafilm: het (in eerste instantie) onbegrepen meesterwerk Once Upon A Time In America, dat zich kan meten met de ultieme klassieker binnen het genre, de Godfather-trilogie. Het kost hem jaaaren om de epische film van de grond te krijgen, getuige het traditionele televisieportet Sergio Leone: Portrait Of An “Outlaw” (52 min.) van Jean-Francois Giré, waarin de acteurs Clint Eastwood en Claudia Cardinale, filmhistoricus Noël Simsolo en vriend en collega-regisseur Luca Verdone hun licht over de filmer laten schijnen. Want Hollywood vereenzelvigt Leone inmiddels volledig met westerns. En als hij het machtige maffia-epos, dat aanvoelt als een typisch Italiaanse filmopera, uiteindelijk tóch van de grond krijgt, zetten zijn eigen producenten hem alsnog de voet dwars.

De speelfilm wordt volledig verminkt uitgebracht en vervolgens afgemaakt door critici. De virtuoze regisseur, met een geheel eigen visuele stijl (waaronder die kenmerkende extreme close-ups van ogen) zal eraan ten onder gaan, gevloerd door een industrie die met zijn tengels maar niet van zijn kunst kan afblijven. ‘Mijn naam is Sergio Leone’, zegt hij zelf met de nodige zelfspot in dit onderhoudende portret. ‘En ik regisseer films die altijd te lang zijn en daarom worden ingekort.’ Pas als Leone zijn originele flash back-structuur herstelt, mag Once Upon A Time In America alsnog op lof rekenen. De verwikkelingen rond de film zijn hem echter zozeer aan het hart gegaan dat dit bezwijkt. Hij is pas zestig en laat louter klassieke films achter.

Stories We Tell

 

‘Elke familie heeft een verhaal’, stelt de ondertitel van deze overrompelende egodocumentaire van Sarah Polley uit 2012, die donderdag wordt herhaald op NPO2. Je zou die zin ook kunnen parafraseren: elke familie wórdt een verhaal – en zou dus het decor kunnen vormen voor een zeer persoonlijke film zoals Stories We Tell (108 min.).

Die verhalen kunnen de waarheid natuurlijk ook in de weg zitten. Want corresponderen de verhalen die we over onszelf vertellen werkelijk met het leven zoals we dat leven of hebben geleefd? Of overwoekert onze behoefte om de protagonist te worden in onze eigen vertelling, met een kop en (liefst een bevredigende) staart, de ware gebeurtenissen? En in hoeverre worden we eigenlijk voor de gek gehouden door ons geheugen?

In de aangrijpende speelfilm My Life Without Me vertolkte Sarah Polley ooit de rol van een zieke moeder die in het geheim scenario’s voor haar man en kinderen schrijft, voor een toekomst waarvan ze zelf geen deel meer zal uitmaken. In Stories We Tell gaat ze op zoek naar haar eigen moeder. Diane Polley overleed toen dochter Sarah elf was en liet haar gezin vooral achter met mogelijke scenario’s voor het verleden: wie was bijvoorbeeld Sarahs biologische vader? En (hoe) kun je vooruit als die vraag nog niet is beantwoord?

De regisseuse laat daarbij ostentatief zien hoe ze haar eigen verhaal stuurt. Ze instrueert de man die ze jarenlang als haar vader beschouwde, acteur Michael Polley, bij het inspreken van voice-overs, demonstreert hoe ook interviews uiteindelijk geënsceneerde situaties zijn waarover alleen zij als maakster controle heeft en fabriceert zelfs authentiek ogende familiefilmpjes die ze versnijdt met originele video’s van het gezin Polley. Stories We Tell is haar verhaal, wil ze maar zeggen. Haar waarheid.

En een verhaal vertellen kan ze, deze Canadese filmmaakster. Ze lardeert haar persoonlijke zoektocht met kleine valkuilen, milde humor en verraderlijke cliffhangers en werkt uiteindelijk toe naar een bijzonder bevredigend einde. Stories We Tell is, kortom, het werk van een geboren verhalenverteller, die ook nog eens verdacht dicht bij de – nee, laten we zeggen: een – waarheid lijkt te komen.

Lost In La Mancha

 

Afgelopen weekend kwam er een voorlopig eind aan het drama dat zich al decennialang voltrekt in het leven van regisseur Terry Gilliam. Er moest een rechtszaak aan te pas komen, die hem ook nog in het ziekenhuis deed belanden met een lichte hartaanval, maar na een positieve uitspraak kon zijn speelfilm The Man Who Killed Don Quixote eindelijk in première gaan tijdens het festival van Cannes. Zo kwam er toch nog een happy end aan een filmproject waarvoor Gilliam, voorzichtig uitgedrukt, een ijzeren wil, olifantenhuid en de ausdauer van een schildpad nodig had.

De wet van Murphy heeft films over Don Quichot vaker geplaagd. Ook Orson Welles (Citizen Kane) beet zich al eens stuk op het maar al te symbolische verhaal over een man die de strijd aanbindt met molenwieken. Terry Gilliam, ooit het enige Amerikaanse lid van de absurde Britse comedyclub Monty Python, wil zijn geheel eigen interpretatie van de klassieker van Cervantes al zo’n beetje zijn hele leven verfilmen, maar vond steeds andere problemen op zijn pad. Zo moest Hollywood bijvoorbeeld niets hebben van de film, nadat een eerdere Gilliam-productie, The Adventures Of Baron Munchhausen, op een echec was uitgelopen. In dat opzicht blijft de geschiedenis zich overigens herhalen: de Amerikaanse distributeur van Quixote heeft zich onlangs alsnog teruggetrokken.

Uiteindelijk vond Gilliam eind jaren negentig in Europa geld voor zijn droomproject en konden de opnames voor The Man Who Killed Don Quixote, een film die toen al tien jaar in ontwikkeling was, rond de eeuwwisseling eindelijk beginnen. Met de Franse acteur Jean Rochefort als de tragische hoofdpersoon Don Quichot, Johnny Depp in de rol van Toby Grisoni (een hedendaagse stand-in voor Sancho Panza) en diens toenmalige vrouw Vanessa Paradis als zijn potentiële geliefde. Het zou een gigantisch fiasco worden, dat werd gedocumenteerd in een geweldige documentaire uit 2002: Lost In La Mancha (89 min.), een tragikomische film van Keith Fulton en Louis Pepe die oorspronkelijk was bedoeld als making of.

Terwijl werkelijk álles tegenzit – fysieke malheur bij Rochefort, een volledig weggespoelde filmset en steeds weer opspelende financiële problemen, om maar eens wat te noemen – begint Terry Gilliam meer en meer te lijken op, juist, Don Quichot. En Fulton en Pepe hebben overal toegang – omdat ze nu eenmaal een promofilm maken, die Gilliam bovendien altijd kan gebruiken om zijn eigen verhaal over het productieproces te onderbouwen. Ook als de onderlinge verhoudingen verzuren en het hele project spaak loopt blijft het duo als een vlieg op de muur filmen. Het resultaat, bijeengehouden door de onderkoelde voice-over van acteur Jeff Bridges, werkt ongetwijfeld op de lachspieren en zorgt tegelijkertijd voor compassie met de grote dromer Terry Gilliam.

Daarmee is niet gezegd dat The Man Who Killed Don Quixote een slechte film zou zijn geworden (of nu, bijna twintig jaar later, met een nieuw productieteam en Jonathan Pryce en Adam Driver in de hoofdrollen ís geworden). De documentaire Lost In La Mancha bevat enkele voorlopige filmscènes die tot de verbeelding spreken. En als je Gilliam zelf bezig ziet, bijvoorbeeld als hij hoogstpersoonlijk enkele rollen inspreekt bij gestoryboarde scènes, dan wordt eens te meer duidelijk dat hier een originele stem klinkt die gehoord moet worden. Een bezoek aan de bioscoop voor The Man Who Killed Don Quixote kan daarnaast zo langzamerhand worden beschouwd als een daad van pure medemenselijkheid.

Op deze Wikipedia-pagina is het complete verhaal van het productieproces van deze ‘development hell’ te lezen. In de geschiedenis van The Man Who Killed Don Quixote zijn ook nog bijrollen weggelegd voor Robert Duvall, John Hurt, Michael Palin en Ewan McGregor, acteurs die stuk voor stuk niet in de uiteindelijke film zijn beland.

Wellicht hebben ze wél een plek bemachtigd in He Dreams Of Giants, een zojuist aangekondigde nieuwe documentaire van Keith Fulton en Louis Pepe over de Don Quichot-avonturen van Terry Gilliam. Volgens dit Variety-artikelconcentreren ze zich in deze opvolger van Lost In La Mancha vooral op wat er omgaat in het hoofd van de veelgeplaagde regisseur.

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton

 

Met de speelfilm Man On The Moon uit 1999 presteerden enkele grootheden uit het metier op de top van hun kunnen. Had topregisseur Milos Forman zijn oude dag bijvoorbeeld beter kunnen beginnen dan met deze ontroerende film? Schreef de Amerikaanse band R.E.M. in zijn lange carrière een mooier liedje dan de melancholieke titeltrack? En was de Amerikaanse komiek Jim Carrey ooit beter op dreef als serieus acteur?

Carrey verloor zich tijdens de opnames volledig in zijn personage, de dwarse comedian Andy Kaufman en diens helemaal onmogelijke alter ego Tony Clifton. Ook als de camera’s niet draaiden bleef hij op de filmset volledig ‘in character’ alles en iedereen ontregelen. Waaronder zichzelf. Vóóral zichzelf, zou je kunnen zeggen.

‘Ging ik te ver?’, vraagt hij zich nu af voor de camera van Chris Smith. De ronduit fascinerende documentaire Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (93 min.) wordt volledig verteld vanuit het point of view van Jim Carrey. Via Andy Kaufman (her)ontdekt hij zichzelf.

Hij krijgt die kans letterlijk. Voor Man Of The Moon werd een zogenaamde Electronic Press Kit gemaakt, die nooit is uitgebracht. De filmmaatschappij wilde destijds niet dat mensen door het filmpje ‘Andy Lives’ zouden gaan denken dat Carrey ‘een asshole’ was – of dat ze, ook niet onlogisch, aan zijn geestelijke vermogens zouden gaan twijfelen.

Het is bijna eng om te zien hoe Jim in die achter de schermen-beelden Andy wordt. Leven en kunst zijn volledig met elkaar verknoopt geraakt. Hoe kom je daar weer gezond uit? De openhartige acteur zelf verwoordt het nu vrij simpel: hij had vakantie van Jim Carrey. Naderhand wachtte gewoon weer zijn eigen leven, met al z’n gebruikelijke tekortkomingen en frustraties.