All About The Money

Fís Éireann Screen Ireland

Hoeveel geld hij ook weggeeft, zijn kapitaal blijft toch wel intact – of het groeit zelfs gestaag door. Als telg van één van de allerrijkste families van de Verenigde Staten behoort James ‘Fergie’ Chambers tot de meest vermogende 0,01 procent van de Amerikaanse bevolking. Fergie, die met zijn petten, hoodies en tattoos oogt als de eerste de beste anti-globalist, is goed voor meer dan 250 miljoen dollar en weet feitelijk van gekkigheid niet wat hij met al dat geld aan moet.

Hij kan er zijn eigen communistische leefgemeenschap mee financieren, om maar eens wat te noemen. In Alford, op het platteland van Massachusetts, laat ie een groep stijflinkse activisten gratis op zijn land wonen. De commune is bedoeld als een soort proeftuin voor een andere manier van leven – en de totale ontwrichting van het kapitalistische systeem. Behalve All About The Money (95 min.) is Fergie namelijk ook van de extreme ideeën. En dat begint zich na de aanslagen van Hamas van 7 oktober 2023 te wreken.

Wanneer Israël keihard terugslaat in Gaza, begint de rijkeluiszoon zich publiekelijk uit te spreken voor Hamas en brengt zo ook ‘zijn’ communeleden in lastig vaarwater. De Ierse documentairemaakster Sinéad O’Shea volgt Chambers en zijn begunstigden dan al enige tijd en blijft hem ook daarna opzoeken als hij het land ontvlucht, in Tunesië belandt en daar direct weer nieuwe initiatieven ontplooit, terwijl de anderen verweesd achterblijven en worden geconfronteerd met de consequenties van hun acties.

Als ‘extreem rijk, wit lid van de Amerikaanse bourgeoisie’ lijkt Fergie de dans te ontspringen. Hij begint zich echter steeds meer te gedragen als een ongeleid projectiel, komt daarmee ook zelf in de problemen en geeft intussen ook het een en ander prijs over z’n getroebleerde verleden. O’Shea confronteert hem met de tegenstrijdigheden in zijn leven, maar zorgt er ook voor dat ze een goede werkrelatie behouden. Zo houdt zij toegang tot deze ‘rich kid with daddy issues’ die écht in een parallelle wereld leeft.

All About The Money groeit ondertussen uit tot een totaal demasqué, een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks z’n maatschappelijke idealen, vooral onledig lijkt te houden met het vullen van de leegte in zichzelf. Fergie, die al vervreemd is geraakt van zijn familie en nu ook z’n geliefde Stella Schnabel dreigt kwijt te raken, wordt daarmee het levende bewijs van de gedachte dat geld weliswaar niet gelukkig maakt, maar wel verdomd handig is bij het ontlopen van de consequenties van je eigen gedrag.

André Is An Idiot

Sandbox / Safehouse / A24/ Dogwoof

Ergens in de kast heeft hij nog een leren broek van Kim Kardashian liggen. Gewonnen bij ‘Kim’s Closet Auction’. Met een brief erbij, ondertekend door de influencer zelf. ‘Ik had het plan om er haar DNA vanaf te schrapen’, vertelt André Ricciardi. ‘Leren broeken kun je nu eenmaal niet goed wassen. En dan zouden we haar ooit kunnen klonen.’

André heeft tal van goeie verhalen. Zodat er altijd wat te lachen valt. Zelfs na die ene fout, z’n grootste blunder misschien wel, is het lachen hem niet vergaan. André Is An Idiot (88 min.), vindt ie zelf, omdat hij na z’n vijftigste geen coloscopie liet doen. En nu heeft André Ricciardi dus darmkanker. Niets meer aan te doen.

De tijd die hem nog rest wil hij, als reclamejongen, gewoon blijven besteden aan doldwaze plannen. Het oefenen van een ‘death yell’, bijvoorbeeld: so long, suckers! Het bedenken van een tv-show, Who Wants To Kill Me? En het uitzoeken of zijn lichaam misschien kan worden ingevroren – of anders gedoneerd aan de televisie.

Ook deze film, geregisseerd door Tony Benna, is daarvan een voorbeeld. In wezen is die bedoeld als een rechttoe rechtaan ‘call to action’. Laat. Jezelf. Controleren. Uitroepen. De vorm daarvan is echter typisch André. Vlot, luchtig en met een geintje hier en daar – overal eigenlijk. Ook om het verdriet en de angst op afstand te houden.

Als hij na weer een inwendig onderzoek wacht op een telefoontje van z’n arts, realiseert André zich dat hij haar naam helemaal niet weet. Als ‘ass doctor’ belandt ze dus in zijn telefoon. Hij maakt ook koddige figuurtjes van zijn eigen haar, dat begint uit te vallen tijdens de zoveelste chemokuur. Hij maakt er, zonder enige twijfel, het beste van.

En zo kennen zijn vrouw Janice (ooit alleen met hem getrouwd om een ‘green card’ te krijgen, ook al zo’n goed en grappig verhaal) en tienerdochters Tallula en Delilah hem ook. Een man die de aankondiging van de dood voor kennisgeving aanneemt en vrolijk verder fladdert – zelfs als blijkt dat er een ‘ontelbaar’ aantal tumoren in z’n lever zit.

De luchtigheid waarmee hij het onvermijdelijke einde tegemoet gaat en ‘s mans ‘joie de vivre’, inclusief doldwaze hersenspinsels en animaties, doen onvermijdelijk denken aan Kirsten Johnsons hartveroverende portret van haar langzaam uit elkaar vallende vader, Dick Johnson Is Dead (2020). Film als onweerstaanbare coping strategie.

André Is An Idiot is ook een typisch Amerikaanse documentaire, een film die een zwaar onderwerp aansnijdt, ‘t de kijker zeker niet te moeilijk maakt en altijd blijft entertainen. Met een heldere boodschap: coloscopie, nu! Al heeft Ricciardi’s werkgever, reclamebureau Mekanism, daarvoor een véél effectievere campagne bedacht.

Cruijff

Lusus / Box To Box / NTR / vanaf zondag 22 maart, om 21.00 uur op NPO2

Cruijffie, El Salvador of simpelweg Johan. Waar hij ook kwam als voetballer, coach of opiniemaker, Johan Cruijff (1947-2016) veroorzaakte een revolutie. Bij Ajax, Oranje en FC Barcelona – en, helemaal aan het eind van zijn spelerscarrière, zelfs bij Ajax’s aartsrivaal Feyenoord. Een natuurtalent, totaalvoetballer, nummer veertien, rockster, dirigent, rebel, dwarsligger, geldwolf, visionair, bevrijder, leider, familieman, cijfergek, mislukt zakenman, betweter, ruziezoeker, hartpatiënt, baas, vaderfiguur en oneindige inspiratiebron.

Tien jaar na de dood van de bekendste Nederlander van de afgelopen honderd jaar is er de epische vierdelige serie Cruijff (192 min.), een internationale productie van het team achter de iconische documentaires Senna, Amy en Diego Maradona. Met een ontzagwekkende collectie archiefmateriaal en toegang tot familieplakboeken belicht regisseur Sam Blair het wereldwijde fenomeen Cruyff. Intussen probeert hij met zijn echtgenote Danny, kinderen Chantal, Susila en Jordi, en Cruijff-adepten zoals Pep Guardiola, Jan Mulder, Wim Jonk, Xavi Hernandez en Frank Rijkaard die volstrekt ongrijpbare figuur, niet alleen op het veld overigens, definitief vast te pakken.

Blair kan daarbij ook beschikken over de stem van de man zelf. Niet alleen via Cruijffs talloze interviews en media-optredens, maar ook via de persoonlijke geluidsopnames die z’n hoofdpersoon in de laatste fase van zijn leven maakte, om zijn verhaal en filosofie door te geven aan volgende generaties. In zinnen die zijn doorspekt met ingewikkelde redeneringen, omdenken avant la lettre en onvervalste Cruijffismen blikt hij terug op bijna zeventig jaar op z’n zelf gecreëerde barricaden staan. In de woorden van het orakel zelf: je ziet het of je ziet het niet. Maar, voegt hij er dan op onnavolgbare wijze aan toe: wat zie je? En die vraag is dan vast weer – het ultieme Cruijff-woord – ‘logisch’.

Johan Cruijff is ook een typisch Nederlands fenomeen. De ideale exponent van een kikkerlandje, dat altijd en overal wat op heeft aan te merken. Daarmee krijgt ie zelf ook constant te maken. Nadat Cruijff begin jaren zeventig drie keer achter elkaar de Europa Cup I heeft gewonnen met Ajax, een voorheen onmogelijk geachte prestatie, volgt er behalve lof ook kritiek. ‘Laat hem maar oprotten!’, concluderen enkele gewone Amsterdammers bijvoorbeeld als hun absolute sterspeler naar FC Barcelona verkast. Daar groeit hij uit tot de verlosser, de man die Catalonië bevrijdt van het Madrileense juk. Bij de gedachte daaraan houdt voormalig Barcelona-voorzitter Joan Laporta ’t nog steeds niet droog.

Deze ambitieuze miniserie doet zo ook recht aan het mondiale symbool Cruijff, dat door Blair met een scherpe soundtrack, sprekers zoals de Britse schrijver David Winner en psychoanalyticus Hans van den Hooff en een lekker associatieve montage, waarin links worden gelegd met de tijdgeest, cultuur en politieke verhoudingen, nog eens wordt benadrukt. En aan het eind wordt Johan Cruijff in deze vertelling, na de verloren WK-finale van 1974, zowaar alsnog wereldkampioen als ‘zijn’ Spaanse elftal in 2010 een veel te defensief, onCruijffiaans Oranje verslaat. Cruijff is dan allang de totaalproductie geworden die deze gestorven levende legende verdient – en feitelijk ook zelf afdwingt.

June

Paramount

Bij de gedachte aan June Carter Cash (1929-2003) ziet menigeen waarschijnlijk Reese Witherspoon voor zich, de actrice die haar vol verve vertolkte in de biopic van haar echtgenoot, Walk The Line. Of ze denken gewoon aan hem, de Amerikaanse countrylegende Johnny Cash. Het duurt echter ruim een half uur voordat de illustere zanger met die uit duizenden herkenbare, aardedonkere stem haar levensverhaal binnenstapt in de documentaire June (98 min.). Met, natuurlijk, de iconische woorden: ‘Hello, I’m Johnny Cash’.

Het is dan 1956 en June heeft er al een half leven opzitten: ze groeit op als lid van de befaamde folkgroep The Carter Family, wordt daarna als komisch talent ontdekt in de befaamde Grand Ole Opry in het countrymekka Nashville en is dan al aan haar tweede huwelijk bezig – en heeft als gevolg daarvan ook twee dochters, Carlene en Rosie. Na enige tijd afhouden kan ze ‘The Man in Black’ begin jaren zestig echter niet meer weerstaan – ook al is hij een onverbeterlijke junk. De real life-versie van Walk The Line staat op het punt om te beginnen.

Als hij ein-de-lijk is afgekickt, leven ze nog lang en gelukkig. Althans, in de sprookjesversie van hun leven, zoals één van de sprekers in deze documentaire van Kristen Vaurio de speelfilm met Joaquin Phoenix als Cash en Witherspoon als zijn onweerstaanbare echtgenote betitelt. Dat beeld is overigens ook al flink genuanceerd in The Gift: The Journey Of Johnny Cash (2019), tot nader order het definitieve portret van de muzikale legende Cash. June zal nog tot diep in de jaren tachtig heel wat te stellen hebben met de verslavingen van haar echtgenoot.

Intussen staat zij, de telg van een baanbrekende muzikale familie, ook volledig in zijn schaduw. Terwijl June – betogen hun kinderen, vrienden en bekende collega’s zoals Dolly Parton, Willie Nelson en Emmylou Harris – bijvoorbeeld zijn grootste hit Ring Of Fire heeft geschreven. Niet Johnny. Zij zal zich echter naar hem moeten plooien, Als een matrone blijft ze ook zijn leven bijsturen. ‘It’s hard to be Johnny Cash’, zegt June wel eens vergoelijkend over haar echtgenoot, volgens hun zoon John Carter Cash. Voor zichzelf huldigt ze een eenvoudig levensparool: Press On.

En met een soloalbum dat zo is getiteld wint ze in 1999, slechts enkele jaren voor haar dood, zowaar een Grammy Award, de kroon op een dienstbaar leven, als vrouw, moeder en artiest, dat in deze film nu eens centraal wordt gezet. Haar man, die ’t nog maar een paar maanden zal volhouden zónder haar, heeft daarin slechts een bijrol. De belangrijkste bijrol, dat wel. Daarmee wordt June een prima tegenhanger voor The Gift – en voor My Darling Vivian (2021), het portret van de eerste vrouw van Cash, Vivian Liberto.

Wrong Time Wrong Place

Cobos Films

Het plan waarmee documentairemaker John Appel al een tijd rondloopt, krijgt op 22 juli 2011 ineens zijn ‘inciting incident’. Hij wil een film maken over hoe leven zonder risico feitelijk onmogelijk is. Ons bestaan wordt bepaald door toeval – ook al leven we daar helemaal niet naar. Geheel in stijl wacht Appel geduldig op een geschikte aanleiding om zijn plan ten uitvoer te brengen. Een flinke kettingbotsing misschien?

En dan pleegt de Noorse extremist Anders Breivik op die vrijdag in juli eerst een bomaanslag in Oslo en vertrekt hij vervolgens naar het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Arbeiderspartij een zomerkamp organiseert. Als een moordmachine houdt Breivik daar huis. Hij maakt op deze ene fatale dag in totaal 77 dodelijke slachtoffers en werpt zich zo op als de meest verafschuwde terrorist van de westerse wereld.

John Appel – zoon van een onvervalste gokker, The Player – is echter niet op zoek naar het wezen van het monster Breivik, die in zijn film nooit bij naam wordt genoemd. Te midden van alle journalisten die zich direct naar het Noorse drama spoeden wil hij zijn oorspronkelijke idee over toeval gaan uitwerken. De Nederlandse filmmaker moet uiteindelijk praten als brugman om toegang te krijgen tot overlevenden en nabestaanden van de aanslag.

In Wrong Time Wrong Place (80 min.), de openingsfilm van het International Documentary Festival Amsterdam van 2012, spreekt hij bijvoorbeeld met de ouders van de jonge Georgische vrouw Tamta, die door haar vriendin Natia is overgehaald om mee naar het Noorse zomerkamp te gaan. Natia gaat de dag voor de aanslag zwemmen en kent daardoor een plek bij het water om zich te verbergen voor de schutter, die al talloze slachtoffers heeft gemaakt.

‘Als ze had kunnen zwemmen, had ze ‘t misschien overleefd’, constateert Tamta’s moeder triest. Want haar dochter heeft altijd geweigerd om zwemles te nemen en mijdt water. Zij wordt het laatste dodelijke slachtoffer op Utøya. Tamta’s moeder gelooft niet in toeval: het moest zo zijn. ‘Zonder dit ongeluk was Tamta ergens anders aan doodgegaan’, zegt ze. Haar echtgenoot reageert fel: ‘Zonder die moordenaar had niets anders mijn dochter kunnen doden.’

Verder spreekt Appel enkele jonge mensen die zich op Utøya in een WC-hokje verstoppen. ‘We dachten dat hij door de deur zou schieten en iedereen zou doden die binnen was’, herinnert de Noorse tiener Håkon zich. Het Koerdische meisje Hajin richt zich daar tot Allah. Ze kan het gebed moeiteloos terughalen. De Oegandese vluchtelinge Ritah vertelt hen dat ze twee maanden zwanger is en een miskraam vreest. Ze noemt het kind Michaël, hij wordt haar beschermengel.

Stuk voor stuk ervaren zij hoe ’t is om een speelbal van (ogenschijnlijk) toevallige gebeurtenissen te zijn. In het geval van Harald lijkt de bliksem zelfs tweemaal op dezelfde plek te zijn ingeslagen. Eerst verliest de Noorse ambtenaar zijn zoon Yngve bij een basejump-ongeluk. Daarna overleeft hij zelf ternauwernood Breiviks bomaanslag in Oslo, omdat hij toevallig even niet op zijn plek zit op kantoor. Harald raakt wel vrijwel zijn volledige gezichtsvermogen kwijt.

Het leven is, betoogt Appel via mensen zoals hij in deze indringende en bespiegelende film, een aaneenschakeling van toevalligheden. Elke dag kan een ‘point of no return’ worden, waarop het bestaan zomaar een andere wending neemt. En wij, eenvoudige stervelingen, zijn dan als plastic zakjes die worden meegenomen door de wind – op weg naar God weet waar. Naar een goede plaats, goede tijd, hopelijk.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

Becoming Katharine Graham

Prime Video

Als Katharine Graham (1917-2001) nog de lakens had uitgedeeld bij The Washington Post, dan was het ondenkbaar geweest dat de Amerikaanse krant zo z’n oren had laten hangen naar de regering van Donald Trump als de huidige eigenaar Jeff Bezos in de afgelopen tijd heeft gedaan.

Toch wees in eerste instantie niets erop dat ‘Kay’ de toonaangevende krantenuitgeefster van haar tijd zou worden. Ze was weliswaar de dochter van eigenaar Eugene Meyer, die de krant in 1933 op een publieke veiling had gekocht voor de luttele som van 825.000 dollar, en werkte in haar jonge jaren ook daadwerkelijk op de redactie, maar papa vertrouwde de leiding van de krant toch liever toe aan zijn schoonzoon, Katherine’s echtgenoot Phil. Pas toen die in 1963 een einde aan zijn leven maakte, als gevolg van een veronachtzaamde bipolaire stoornis, kwam zij als vrouw in aanmerking voor de toppositie bij The Post.

Één foto – Becoming Katharine Graham (92 min.) is nog geen twintig minuten onderweg – verraadt de situatie waarin zij toen als werkende moeder terecht kwam: aan de bestuurstafel zitten 22 witte mannen in pak en welgeteld één vrouw, in een blauw jurkje. Van ‘doormat wife’ was Graham volgens eigen zeggen ineens een ‘working woman’ geworden. Een feministe avant la lettre, dat ook. Dit liet overigens onverlet dat ook zij, als werkgever bij een bedrijf waar vrouwen nog altijd vooral ondergeschikte functies bekleedden, een doelwit werd van de vrouwenbeweging. En daarvoor was de voormalige huismoeder zeker niet ongevoelig.

Toen Graham eind jaren zestig eenmaal in haar rol was gegroeid, toont deze gedegen biografie van George en Teddy Kunhardt, was ze ook klaar voor de grote uitdaging die op The Washington Post wachtte: Watergate. Samen met hoofdredacteur Ben Bradlee gaf zij de sterverslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein, die allebei ook participeren in deze film, rugdekking bij een stroom journalistieke onthullingen die de zittende president Richard Nixon steeds verder in het nauw brachten en in 1974 leidden tot zijn aftreden. ‘Tricky Dick’ had haar toen, getuige de geruchtmakende Nixon-tapes, allang tot staatsvijand verklaard.

Die geluidsopnames vormen, samen met archiefinterviews met Graham, passages uit haar Pulitzer Prize-winnende memoires Personal History en de herinneringen van haar kinderen Don en Lally, Post-medewerkers en intimi zoals Gloria Steinem en Warren Buffett, het geraamte van dit postume portret. Ruim een halve eeuw na dato zijn de tapes nog altijd schokkend. ‘She’s gonna get her tit caught in a big fat wringer’, liet Nixons campagnemanager bijvoorbeeld optekenen over de vrouw die later tot haar onvrede – was ze nu weer gepasseerd door kerels? – bleek te zijn weggesneden uit de Oscar-winnende film over Watergate, All The President’s Men (1976).

Zo kan ‘t er dus aan toe gaan als er in Het Witte Huis geen enkele morele code meer geldt. En zo dapper was Katharine Graham destijds, een leider met een héél rechte rug.

Paul McCartney: Man On The Run

Piece of Magic / vanaf vrijdag 27 februari op Prime Video

Terwijl John en Yoko in 1969 voor het oog van de wereld in een Amsterdams hotelbed zijn gekropen om te pleiten voor vrede op aarde, heeft Paul zich samen met Linda teruggetrokken aan ‘the end of nowhere’. Hij verschanst zich op z’n boerderij op het Schotse platteland. Somber, te veel drinkend. The Beatles zijn uit elkaar! Alleen de wereld weet het nog niet – niet officieel in elk geval.

Want Lennon heeft nooit bekend gemaakt dat hij uit de band is gestapt. McCartney besluit uiteindelijk om niet langer te talmen en gooit de knuppel in het hoenderhok: The Beatles zijn geschiedenis! En dus wordt hij ook verantwoordelijk gehouden voor het einde van de populairste band ter wereld. Het feit dat hij in die tijd een rechtszaak aanspant om zich los te maken van de andere bandleden werkt niet in zijn voordeel.

In Paul McCartney: Man On The Run (115 min.) kijkt de Britse legende, volledig buiten beeld, terug op de jaren waarin hij vervolgens los probeert te komen van zijn verleden en een nieuwe versie van zichzelf hoopt te vinden. Zónder John, maar mét Linda. Zijn echtgenote, de Amerikaanse fotografe Linda Eastman, wordt al snel het gezicht van alles wat er volgens de buitenwacht niet deugt aan de ex-Beatle en zijn nieuwe groep, Wings.

McCartneys vrouw, hun dochters Mary en Stella, zijn broer Michael, John Lennons zoon Sean, de nog levende Wings-leden en bevriende muzikanten zoals Mick Jagger, Nick Lowe en Chrissie Hynde staan hem terzijde in deze documentaire van Morgan Neville (Keith Richards: Under The InfluenceShangri-La en 20 Feet From Stardom), die volledig uit archiefmateriaal bestaat, zowel muziekbeelden als privéfilmpjes en -foto’s.

Die schetsen een intiem beeld van de man die lang een ‘has been’ lijkt, een muzikale held die op z’n dertigste al veel meer verleden dan toekomst heeft. McCartney wil graag ‘one of the guys’ in zomaar een bandje zijn, maar blijft altijd de man achter YesterdayHey Jude en Let It Be. Eenmaal een Beatle betekent nu eenmaal altijd een Beatle. En hij zal zich dus ook moeten verhouden tot zijn voormalige bloedbroeder John Lennon.

Neville maakt dit delicate proces, waarbij zijn protagonist ook definitief een familieman wordt, van binnenuit zichtbaar. Dat gaat, vanzelfsprekend, met vallen en opstaan – en vallen en opstaan. ‘In mijn geval is er nooit iemand die zegt: wat een stom idee, je zou dat niet moeten doen’, constateert McCartney zelf, hoorbaar grinnikend. ‘Ik kan dus ook altijd een ander de schuld geven.’

Willem-Alexander & Máxima

Videoland

Na geslaagde miniseries over eerst prins Bernhard en daarna zijn dochter, koningin Beatrix, richt regisseur Joost van Ginkel zich nu op hun (klein)zoon en diens Argentijnse vrouw, Willem-Alexander & Máxima (128 min.).

Net als bij het portret van zijn moeder is er ook in deze driedelige serie weer een sleutelrol voor beeldresearcher René Kok, een geanimeerde verteller. Daarnaast draven de gebruikelijke biografen en historici weer op, die aan de hand van een rijke collectie archiefmateriaal de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van de hoofdpersonen, de Nederlandse koning Willem-Alexander en zijn Argentijnse echtgenote, nog eens doornemen. Daarbij begeven ze zich voortdurend op het slappe koord tussen broodnodige duiding en kordate speculatie.

Want dat blijft nu eenmaal een kwestie bij producties over het Koningshuis: de echte hoofdrolspelers hullen zich doorgaans in stilzwijgen en de mensen om hen heen houden over het algemeen, al dan niet vrijwillig, ook zoveel mogelijk hun mond. Een uitzondering daarop vormt bijvoorbeeld Willem-Alexanders voormalige particulier secretaris Jaap Leeuwenburg, die hem naar verluidt heeft voorbereid op het koningschap en stimuleerde om zich te specialiseren in watermanagement. Onder het motto: van prins pils tot koning water.

In Argentinië spreekt Van Ginkel verder met een oud-huisgenoot/vriendin en een voormalige leidinggevende van Máxima Zorreguieta. Maar of dit soort primaire bronnen echt het achterste van hun tong (kunnen) laten zien? Dat maakt deze miniserie over het huidige Nederlandse koningspaar ook lastiger dan de producties over Bernhard en Beatrix, hoofdpersonen die zich niet meer in het centrum van de macht of aandacht bevinden. Met spreken over het sprookjespaar Willem-Alexander en Máxima valt er wellicht nog iets te verliezen.

Los daarvan wentelen sommige royalty-kenners zich ook nogal opzichtig in de idylle van een koning en zijn geliefde, die wel voorbestemd móeten zijn voor elkaar. Daarmee krijgt deze miniserie, die opnieuw is opgeleukt met allerlei nét iets te toepasselijke hitjes, soms een wat soapy en formuleachtig karakter en lijkt die uiteindelijk ook wat minder soortelijk gewicht te hebben dan de producties over Willem-Alexanders moeder en grootvader.

Finding Fela

Kino Lorber

Bij leven en welzijn had Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden dat hij de hoofdpersoon zou worden van een Amerikaanse musical. Twaalf jaar na zijn dood brengt regisseur/choreograaf Bill T. Jones het levensverhaal van de Nigeriaanse Afrobeat-pionier niettemin naar Broadway. En de musical Fela! vormt meteen één van de belangrijkste bouwstenen voor dit postume portret van de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney.

Finding Fela (119 min.) bestaat dus voor een belangrijk deel uit musicalscènes, met de acteur Sahr Ngaujah in de rol van Fela Kuti, een revolutionair pur sang. In alle opzichten: geïnspireerd door James Brown speelt hij een sleutelrol in de ontwikkeling van een eigen muziekgenre. En net als z’n Jamaicaanse geestverwant Bob Marley krijgt Kuti’s werk gaandeweg een uitgesproken politiek karakter. Het Nigeriaanse regime beschouwt hem als een oproerkraaier. Elk nieuw album kan ‘m op gevangenisstraf komen te staan.

Ze maken me alleen maar sterker, houdt Fela Kuti vol tegenover een interviewer, nadat hij weer eens is opgepakt en afgeranseld. ‘Ooit word ik president van dit land!’ Zover zal ‘t nooit komen – ook doordat hij relatief jong het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. En dat heeft alles met z’n levensstijl te maken. De Afrikaanse ster trouwt bijvoorbeeld met 27 vrouwen (!) en laat desondanks geen andere aantrekkelijke dame ongemoeid. Via seks kan hij spirituele krachten krijgen, meent Fela zelf. In werkelijkheid krijgt hij AIDS.

Met behulp van opwindende concertopnamen, oude reportages en (archief)interviews met Fela Kuti en zijn dochter Yeni, zoons Seun en Femi, voormalige geliefde Sandra Izsadora, ex-vrouw Queen Kewe, drummer Tony Allen, manager Rikki Stein en de bekende fans Paul McCartney en Ahmir ‘Questlove’ Thompson (drummer van The Roots en maker van de muziekdocumentaires Summer Of Soul en Sly Lives!) krijgt Gibney in deze biografie uit 2014 vat op een groots, meeslepend en excessief leven. 

Fela Kuti opereert daarin als de onbetwiste heerser van zijn eigen rijk. Z’n band Africa ’70 en entourage bestaan bijvoorbeeld al uit 28 mensen. Maar als hij eind 1978 in Europa gaat optreden, sluiten er maar liefst 71 mensen aan bij de tournee. Niet te doen, vindt Fela’s meesterdrummer en bandleider Tony Allen. Niet te betalen ook. Er is permanent geldtekort. Na een, overigens klassiek geworden, optreden op het Berlin Jazz Festival besluit Allen zijn drumstokken in de lucht te gooien. Een ander mag ze opvangen.

Daarmee is de man die het ritme bepaalt voor Fela’s lang uitgesponnen grooves verdwenen. Kuti gaat echter onverdroten verder. Africa ‘70 neemt een nieuwe gedaante aan, Egypt ’80, en de leider ervan haakt aan bij een spiritueel adviseur, de schimmige Professor Hindu, die zowaar mensen uit het graf kan laten herrijzen. Alex Gibney tekent zulke smakelijke verhalen vaardig op en smeedt daarmee een ge(s)laagd portret van deze Afrikaanse rebel, polygamist en muzikale legende.

Kidnapped: Elizabeth Smart

Netflix

Als de veertienjarige Elizabeth Smart op 5 juni 2002 door een onbekende wordt ontvoerd uit haar eigen slaapkamer in de chique wijk Federal Heights in de Amerikaanse stad Salt Lake City, is er maar één getuige: haar jongere zus Mary Katherine.

‘Als je schreeuwt, schiet ik je neer’, zou de ontvoerder tegen Elizabeth hebben gezegd, volgens de verklaring van het negenjarige meisje bij de politie. ‘Anders doe ik je niets.’ Of ze de stem van de man herkende, wil de agent weten. ‘Ja’, zegt Mary Katherine bedremmeld. Daarmee richt ze, zonder dat ze het zelf doorheeft, de aandacht van de politie op haar eigen familie. En dan blijkt dat het huisalarm die avond toevallig was uitgeschakeld en dat het slaapkamerraam van de zussen helemaal geen braaksporen bevat. Rechercheurs bijten zich dus vast in Elizabeths directe familieleden.

Ruim twintig jaar later kijken Mary Katherine Smart, vader Ed, diens broers Dave en Tom én het slachtoffer zelf in de true crime-docu Kidnapped: Elizabeth Smart (91 min.) terug op wat er zich destijds heeft voltrokken in Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah en de Mormoonse Kerk die daar zetelt. In een tragische geschiedenis die onvermijdelijk doet denken aan de geruchtmakende zaken rond Madeleine McCann en JonBenét Ramsey. Alleen heeft het slachtoffer van deze kwestie, dat staat vanaf het begin vast, ’t er dus levend vanaf gebracht.

Bijna halverwege spoelt regisseur Benedict Sanderson zijn film terug en vertelt het verhaal van de ontvoering nóg eens, nu vanuit een ander perspectief. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er is gebeurd met de vrome tiener, die negen maanden spoorloos is geweest en in die tijd een hel op aarde heeft leren kennen, en werkt deze degelijke docu, die nog wel wat dieper had mogen gaan, toe naar een enigszins Amerikaans einde.

The Tale Of Silyan

Ciconia Film / Jean Dakar

De aardappels die ze even daarvoor nog enthousiast hebben gerooid, liggen nu te rotten in de schuur. De oudere Macedonische boer Nikola Conev en zijn familie komen ze aan de straatstenen niet kwijt. Niet tegen een fatsoenlijke prijs, tenminste. Op de markt blijven ze ook met hun tomaten, paprika’s en kroppen sla zitten.

Hier valt niet tegenaan te werken, vinden Nikola en de andere bewoners van Cesinovo, het dorp met de grootste ooievaarpopulatie van Noord-Macedonië. Samen met andere boeren blokkeren ze met hun tractor de straat, protesterend tegen het overheidsbeleid dat voor véél te lage prijzen heeft gezorgd. Met een theatraal gebaar gooien ze daarbij hun watermeloenen kapot op de straat en kieperen bakken met groente en fruit om, zodat de weg bezaaid is met hun oogst. Zonder opbrengst of resultaat.

Nikola’s dochter Ana en haar echtgenoot hebben eieren voor hun geld gekozen en de wijk genomen naar Duitsland, om daar werk te gaan zoeken. Nikola’s vrouw Jana reist hen al snel achterna, om voor hun kleindochter Ilina te gaan zorgen. Haar opa blijft dus alleen achter, in een dorp dat duidelijk betere tijden heeft gekend. Ook de ooievaars hebben daaronder te lijden. Op de akkers is ook voor hen weinig meer te halen. Net als Nikola zoeken ze dus hun toevlucht tot de plaatselijke vuilstort.

En daar krijgt The Tale Of Silyan (80 min.), de nieuwe film van Tamara Kotevska, pas echt een mythisch karakter. Zij heeft het relaas van de Macedonische boer ingebed in een eeuwenoud (?) volksverhaal, dat wordt verteld door een dorpeling. Over een zoon die z’n geboortedorp verlaat, wordt veranderd in de ooievaar Silyan en vanuit die hoedanigheid het leven van de achterblijvers aanschouwt. Intussen ontfermt Nikola zich op die stortplaats over een verminkte ooievaar: Silyan. Juist.

Net als in de voor een Oscar genomineerde publieksfavoriet Honeyland (2019), die ze samen met Ljubomir Stefanov maakte, creëert Kotevska in deze sprookjesachtige film een geheel eigen universum, niet in het minst door het verbluffende camerawerk van Jean Dakar. Hij heeft de parallelle werelden van de ooievaars en menselijke bewoners van Cesinovo majestueus vereeuwigd. Daarvoor geldt vermoedelijk wel hetzelfde als voor de rest van deze documentaire: te mooi om (volledig) waar te zijn.

The Tale Of Silyan verweeft intussen grote maatschappelijke thema’s – de tragiek van de hedendaagse boer, arbeidsmigratie en de achterkant van de consumptiemaatschappij – met een parabel over de moderne mens, die losgetrokken is van zijn wortels, en de moderne ooievaar, die daardoor gedwongen wordt om ‘fast food’ te scoren op een vuilnisbelt. Een betoverende film, waardoor de kijker zich maar al te graag in de luren laat leggen.

Zabic Miss

HBO Max

Op negentienjarige leeftijd ligt de wereld aan haar voeten. Agnieszka Kotlarska, eerstejaars student aan de Wrochlaw Tech-universiteit, wordt eerst gekozen tot Miss Polen van 1991 en sleept daarna in Tokio ook nog de Miss International-titel in de wacht. In eigen land wordt ze daarna als een grote ster onthaald, als een schitterend voorbeeld van hoe het Oostblokland na de val van het IJzeren Gordijn de vrije wereld kan veroveren.

Achter de schermen moet Kotlarska echter een stalker, Jerzy Lisiewski, van zich afhouden, een man waarvan zij denkt dat hij geen echt gevaar voor haar vormt. De kijker van de driedelige true crime-serie Zabic Miss (internationale titel: Obsession: The Murder Of A Beauty Queen, 136 min.) weet natuurlijk wel beter. Dat Agnieszka’s sinistere belager zal toeslaan staat op voorhand vast. Het is, tragisch genoeg, alleen nog de vraag hoe, waar en wanneer.

Terwijl zij zich ontwikkelt tot een internationaal gevierd supermodel, trouwt met haar veel oudere jeugdliefde Jaroslaw Swiatek en samen met hem ook een kind krijgt, kijkt Jerzy vanuit de coulissen mee. Hij voelt zich genegeerd. ‘Ik geloof dat je even de tijd moet nemen voor iemand die daar echt naar verlangt’, zegt hij geheel in stijl, op geluidopnames van zijn verhoor. Jerzy uit zijn woede op straat. ‘Kurwa Kotlarska’, kalkt hij op talloze ramen en muren. Kotlarska, de slet. 

Haar echtgenoot Jaroslaw, diverse intimi en collega’s schetsen Agnieszka in deze geladen productie van Maciek Bielinski nochtans overtuigend als een vrouw met klasse, waarbij de schoonheid zeker niet alleen van buiten zit. De 36-jarige man die haar fataal wordt komt ondertussen, ook door de nogal clichématige gedramatiseerde scènes, over als een archetypische engerd, een gestoorde killer die in zijn eentje steeds verder afdaalt in zijn eigen hel en haar daarin meesleurt.

De moord op het net 24-jarige topmodel in augustus 1996 staat overigens niet op zichzelf. Ook andere ‘schoonheidskoninginnen’ en bekende Polen vertellen in Zabic Miss over hun onrustbarende ervaringen met stalkers. De dood van hun collega zorgt in Polen eerst voor ontzetting en daarna voor volkswoede, wanneer blijkt dat de dader niet voor de rest van zijn leven achter de tralies wordt gezet en dus ooit weer een gevaar voor de maatschappij zou kunnen vormen.

Bijna dertig jaar later ijlt zijn horrordaad nog altijd na, laat het aangrijpende slot van deze miniserie zien. Jaroslaw Swiatek heeft zich begrijpelijkerwijs ontwikkeld tot een overbeschermende vader. Na Agnieszka Kotlarska’s dood werd er een ‘beschermende paraplu’ over hun dochter Patrycja gelegd. Die kan nog altijd vrijwel niets over haar moeder zeggen, vertelt ze, ‘omdat ik niets voel’. Patrycja’s moeder is een symbool geworden, een onderwerp om te ontvluchten.

Opgroeien Met Tegenwind

BNNVARA

Armoede is ook in Nederland slechts één echtscheiding, ziekte, onhandige keuze of gevalletje van pure pech weg. Ruim 100.000 kinderen worden erdoor geraakt, betoogt Opgroeien Met Tegenwind (194 min.). En dat is lang niet altijd duidelijk voor de buitenwereld. De gevolgen – dagen zonder (warme) maaltijd, geen geld voor kleding, hobby’s of vakantie of permanente geldstress bijvoorbeeld – worden doorgaans zoveel mogelijk afgeschermd.

Met deze vierdelige serie brengen Thomas Blom en Cathelijn Felet in beeld hoe leven op of onder de armoedegrens kinderen en hun ouders op alle mogelijke manieren raakt. Zij vertrekken daarbij doorgaans vanuit de vrijwilligers, professionals en ervaringsdeskundigen die zich om deze gezinnen bekommeren. Mensen zoals Sylvia, een alleenstaande moeder met zeven kinderen uit Heerlen. Gemeentes en instanties moeten zich volgens haar kapot schamen. ‘Iets gaat er mis.’

Sylvia is de drijvende kracht achter een burgerinitiatief om armlastige stadsgenoten bij te staan. De hele dag door komen er medestanders voedsel en andere spullen bij haar thuis langsbrengen. Daarvan maakt Sylvia pakketten, die vervolgens door Heerlenaren met een krappe beurs worden opgehaald. Ze werkt intensief samen met chefkok Arend, die met een groep vrijwilligers wekelijks gezonde maaltijden bereidt. Daarbij zijn ze wel afhankelijk van giften en donaties. En die staan onder druk.

Sinds haar scheiding zit ook Ferah in de financiële problemen. De Rotterdamse vrouw doet er alles aan om die achter zich te laten. Volgens haar elfjarige zoon Semi werkt ze véél te hard. Soms wordt hij door haar zelfs gewekt vanaf haar werk in de bejaardenzorg, waar ze regelmatig een extra nachtdienst draait. Een cadeautje voor zijn verjaardag of gewoon eens op vakantie in de zomer zit er desondanks meestal niet in. Samen met een gezinsondersteuner zoekt zijn moeder nu een weg uit de problemen.

Blom en Felet concentreren zich volledig op zulke ervaringsverhalen. Van gewone Nederlanders die uit de armoede of schulden proberen te komen en anderen met een groot hart die hen ondersteunen. Zij bieden dagelijkse hulp, maken hen wegwijs in wetten en regelingen en bieden tevens morele steun. Want armoede gaat ook tussen de oren zitten en wordt soms van generatie op generatie doorgegeven. Zeker als de directe omgeving in min of meer hetzelfde schuitje zit.

Deze gedegen miniserie, waarin verteller Lizzy Diercks al die verschillende mensen, situaties en plekken bij elkaar brengt, kijkt ook naar hoe de overheid Nederlanders in armoede beter zou kunnen ondersteunen. In Zwolle proberen de verantwoordelijke wethouder en medewerkers, zoals ervaringsdeskundige Karin, bijvoorbeeld minder vanuit de ‘systeemwereld’ van de gemeente te werken en meer te kijken naar wat inwoners echt nodig hebben. En dit lijkt te werken.

Dat is ook het punt dat Opgroeien Met Tegenwind lijkt te willen maken: waar het traditionele overheidsbeleid tekort schiet of soms zelfs averechts werkt, met de Toeslagenaffaire als tragisch dieptepunt, snellen gewone burgers toe. Zij kennen armoede vaak vanuit eigen ervaring, weten waar de schoen wringt en steken gewoon de handen uit de mouwen voor de mensen om hen heen – in het bijzonder hun kinderen. Want die zouden de toekomst moeten hebben.

All The Empty Rooms

Netflix

En dan staan ze ineens voor de deur, een journalist en een fotograaf. Steve Hartman en Lou Bopp bellen netjes aan. De ouders nemen hen vervolgens mee naar boven. Ze hebben eerder al uitgebreid met de twee gesproken. Naar die immens lege slaapkamer. Alhoewel, leeg? De kamer staat vol met SpongeBob, foto’s en vuile kleren. Met een houten kastje, fleurige schoolprojecten en die ene kattentrui van Amazon. Of: met knuffelberen, roze muren en allerlei lichtjes, die sindsdien nooit meer uit zijn geweest.

Toen verslaggever Steve Hartman van CBS News in 1997 zijn eerste reportage maakte over een schietpartij op school, waren er nog maar zo’n zeventien ‘school shootings’ per jaar in de Verenigde Staten. Inmiddels staat de teller op 132. Om de dag dringt er een schutter een willekeurig schoolgebouw in en maakt daar één of meerdere slachtoffers. Hartman is lam geslagen door al dit uitzinnige geweld en zijn eigen verslagen daarvan. Sinds zeven jaar werkt hij daarom aan een langere productie over de slaapkamers van vermoorde kinderen. Samen met fotograaf Lou Bopp heeft hij er nog drie te gaan.

In de korte documentaire All The Empty Rooms (35 min.) sluit filmmaker Joshua Seftel bij hen aan, te beginnen met de online-kennismaking met de getroffen ouders. Daarna stappen ze samen die huizen binnen, waar het leed nog altijd alomtegenwoordig is. De ouders ontvangen Hartman en Bopp met verhalen over hun kinderen en laat hen  familiefoto’s en -filmpjes zien. Tussendoor koesteren de twee mannen hun eigen kinderen, ook hun dierbaarste bezit. Met zijn dochter Rose maakt Bopp bijvoorbeeld elke dag ‘de ochtendfoto’, om de voortgang van het leven vast te leggen. Die elders ontbreekt.

Hartman denkt tevens na over de rol van de media na de ‘shootings’. Is er niet veel te veel aandacht voor de daders, met de schutters van Columbine als meest navrante voorbeeld? En heeft hij met zijn eigen, veelal positief ingestoken, reportages de wereld niet vaak witgewassen? Met hun productie over de verlaten slaapkamers, en Seftels ingetogen weerslag daarvan, leggen ze de aandacht weer waar die hoort: bij de kinderen. En hun ouders krijgen naderhand een persoonlijk fotoboek. Met herinneringen aan de jurk voor het schoolbal, een schoenenverzameling en briefjes aan een toekomstige zelf.

Selena Y Los Dinos

Netflix

Hoewel Spaans zijn eerste taal is, kent de Mexicaans-Amerikaanse zanger Abraham Quintanilla vrijwel alleen Engelstalige liedjes. Dat moet anders bij zijn kinderen, voor wie hij een soort Mexicaanse variant op The Jackson 5 in gedachten heeft: Los Dinos. Het stralende middelpunt daarvan, jongste dochter Selena, zal uitgroeien tot een absolute vedette. In 1997 wordt haar leven zelfs verwerkt tot een speelfilm, met die andere latino-superster Jennifer Lopez in de hoofdrol.

Samen met zijn echtgenote Marcella, hun andere kinderen en enkele medewerkers doet pater familias Abraham in deze documentaire nu het verhaal van Selena Y Los Dinos (117 min.), die in de jaren tachtig met hun Tejano-muziek – een mix van Mexicaanse cumbia’s en polka’s, vermengd met Amerikaanse pop, rock en country – doorbreken in de Verenigde Staten. In hun moederland Mexico kunnen ze in eerste instantie geen potten breken. Ook dat is echter een kwestie van een tijd.

De tintelfrisse Selena, vervat in fraaie jeugd-, backstage- en concertbeelden, blijkt een natuurtalent. Voor het prijsnummer Cré Creías laat ze bijvoorbeeld een man op het podium komen, liefst de plaatselijke playboy. Die mag dan het ex-vriendje spelen, voor wie ze het lied heeft bedoeld. Willekeurige mannen zingt Selena, uitdagend en nét iets te dichtbij, dan het schaamrood op de kaken. Een sterke latino-vrouw, die ogenschijnlijk elke vent aan kan – al houdt ze ‘t al snel bij haar gitarist Chris Pérez.

In eerste instantie ziet haar dominante vader niets in die relatie. Maar ook hem kan Selina aan. Als ze in 1993 een Grammy Award heeft gewonnen en zich opmaakt om ook de Engelstalige markt te gaan veroveren, slaat het noodlot echter toe en verschiet deze gedegen film van Isabel Castro ineens van kleur. Een beetje zoals ‘t echt is gegaan: zonder aankondiging of logische verklaring. De Zwarte Vrijdag van de Tejano-wereld wordt zonder uitleg afgewikkeld. Het is wat is. Een leven om te betreuren.

Deze documentaire is te vergelijken met het aan haar gewijde museum dat Selena’s familie sindsdien runt in hun uitvalsbasis Corpus Christi, Texas: een eerbetoon aan een jonge vrouw die nog zoveel had kunnen worden, maar die in nog geen 25 jaar toch ook al heel wat werd. Een latino-legende, om te beginnen.

Water Tussen Ons

Docmakers

Dochter Faydim Ramshe luistert. Terwijl haar moeder Farèn vertelt. ‘In het jaar dat mijn moederland veranderde, verloor ik mijn vader’, herinnert de Iraans-Nederlandse vrouw zich in de centrale voice-over waarmee ze Water Tussen Ons (27 min.), de korte film van haar dochter, begeleidt. ‘De man die altijd naast het bad stond te tellen.’

Farèn Sallak leerde zwemmen in het Amjadiyeh-zwembad van Teheran en geeft nu zelf zwemles aan de jonge vrouwelijke vluchtelingen die werken in haar restaurant te Maastricht. Het is een activiteit, die niet gespeend is van symboliek: in een ander land moeten zij zelf leren zwemmen en, ja, het hoofd boven water proberen te houden.

Zelf verdween ze na de dood van haar vader in een huwelijk. Dat was geen keuze. ‘Ik zei ja omdat nee onmogelijk was’, vertelt ze aan Faydim. ‘De liefde kwam later, voorzichtig. En met haar kwam jij.’ Dat bleek uiteindelijk echter niet genoeg: het huwelijk strandde en Farèn vluchtte Iran uit, naar de andere kant van de wereld. Zonder haar dochter.

In deze delicate film wordt dit vluchtverhaal, dat daarna een Nederlands asielzoekerscentrum aandoet, gepaard aan hoe zij in het hier en nu als een moederkoek waakt over haar medewerkers. Zij hebben stuk voor stuk met hun eigen thema’s af te rekenen en kunnen bij haar, die ervaren en krachtige lotgenoot, hun hart luchten.

Farèn helpt hen bij hun emancipatie en wordt er zelf ook door geraakt, laat haar dochter zien. Want zij weet ook: haar moeders onafhankelijkheid heeft er waarschijnlijk mede voor gezorgd dat ze al enige tijd alleen is. En sinds Faydim jaren later eveneens naar Nederland is gekomen, is er ook nog die vraag: ben je niet uit egoïsme weggegaan?

Behoedzaam waadt ze in deze documentaire door het water tussen hen. Door te luisteren, niet te oordelen. Net als haar moeder.

Flana

Karada Films

Waar is mijn vriendin? Ruim twintig jaar na dato vraagt de Iraakse actrice en filmmaakster Zahraa Ghandour zich dit nog altijd af. Haar tienjarige buurmeisje Nour werd in 2001 huilend meegenomen. Zahraa zag ’t door een raam van de huiskamer gebeuren. Ze heeft haar sindsdien nooit meer gezien. Nour is een Flana (87 min.) geworden. Een vergeten, naamloze vrouw.

Samen met haar ongetrouwde tante Hayat, een vroedvrouw die zowel Nour als haar ter wereld heeft gebracht, buigt de Iraakse filmmaakster zich in deze persoonlijke film over waarom meisjes en vrouwen zo weinig waarde lijken te hebben in Irak. Aanstaande ouders hopen met heel hun hart op een jongetje. Een meisje wordt doorgaans met stilzwijgen begroet. Een gevoel van verwrongen rouw.

Nour werd geboren bij Hayat thuis. ‘Toen haar moeder aan het bevallen was, vertelde ze dat haar echtgenoot tegen haar had gezegd: als je een meisje krijgt, kom dan niet bij me terug’, herinnert tante zich. ‘Dan scheid ik van je.’ En dus liet ze het kind achter bij Hayat, met de belofte dat zij snel zou worden opgehaald. Niet dus. Toen een kinderloos stel later het geschrei van Nour hoorde, wilde dat de baby adopteren.

Daarmee was het leed echter nog niet geleden. Uiteindelijk verdween van Nour dus elk spoor. In de zoektocht naar haar vriendin stuit Ghandour op een andere beschadigde vrouw. Laïla. Net als andere ‘flana’ heeft zij de koude schouder van het huidige Irak leren kennen. Ooit konden vrouwen er frank en vrij leven, weet tante Hayat zich nog te herinneren. Maar ergens onderweg is hun land veranderd.

Ghandour begeleidt haar tocht door die vijandige wereld met een persoonlijke voice-over, gericht aan Nour. ‘Ik blijf zoeken’, zegt ze bijvoorbeeld, bij beelden van meisjes die voor contant geld lijken te dansen. ‘Ik vind anderen. Slachtoffers. Die zichzelf elke nacht verliezen in deze geschifte stad.’ Ze noemt ze bij naam: ‘Dalia. Raghad. Duha. Mariam. Aya. Mery. Lina. Zainab. Hiba. Te veel om op te noemen.’

Met haar geladen film vraagt Ghandour aandacht voor alle naamloze vrouwen, die tussen de kieren van deze patriarchale samenleving verdwijnen. Elke week wordt er ook wel één meisje vermoord. En als de dader een mannelijk familielid blijkt te zijn, kan die zowaar z’n straf ontlopen. Ongedocumenteerde meisjes zoals Nour kunnen dus ook ineens verdwijnen. Zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Memory

Vladlena Sandu / Cinema Delicatessen

Ze wordt geboren op de Krim, in Oekraïne, maar verhuist als kind naar Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië. Daar wordt Vladlena Sandu, de maakster van de prachtige persoonlijke documentaire Memory (98 min.), opgewacht door haar opa, een zwijgzame man met ‘drie vingers aan de ene hand en vier aan de andere’, die haar al snel het bloed onder de nagels vandaan haalt. Met een tik op haar hand bijvoorbeeld, als ze met links probeert te schrijven en tekenen.

Het meisje komt terecht in een roestvrijstalen wereld. Haar naam is daar in zekere zin een afspiegeling van. Vladlena, vertelt Sandu in de bezonken voice-over waarmee ze deze ravissant vormgegeven vertelling aanstuurt, is een samentrekking van Vladimir en Lenin. De stamvader van het Russische communisme wordt, in wat achteraf bezien de laatste jaren van de Sovjet-Unie blijken te zijn, in het huis van haar grootouders nog beschouwd als een godheid – al moet je in die wereld tegelijkertijd heel voorzichtig zijn met het uiten van religieuze sentimenten.

Haar nurkse opa Mikhail Alexandrovich vindt Vladlena in elk geval een belachelijke naam. ‘Alleen een junk zou zijn kind zo noemen.’ Daarmee refereert hij aan Sandu’s ouders, hun acterende dochter en de deejay, waarmee die is getrouwd. Zij hebben het meisje na hun echtscheiding naar Tsjetsjenië gestuurd. Als Vladlena’s moeder daar op bezoek komt, zuipt (groot)vader zich klem en schreeuwt: ‘Mijn huis uit, slet!’ Waarna zijn kleindochter, de regisseur van deze virtuoze trip door het verleden, alleen maar kan denken: ‘Ik háát Mikhail Alexandrovich.’

Toch is dat niet het hele verhaal: opa heeft zijn eigen geschiedenis. Terwijl Vladlena Sandu haar eigen jeugd uitdiept, die wordt getekend door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig en de bittere oorlog die vervolgens ontstaat tussen de Russen en Tsjetsjenen, duikt ze tevens in de geschiedenis van haar gewraakte grootvader, een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Rode leger diende en uiteindelijk niet geheel schadevrij in een ziekenhuis in Grozny is beland. Waar een plaatselijke schone, Vladlena’s oma, op hem wachtte.

Sandu verzamelt de brokstukken van deze twee onderling verweven levensverhalen en bouwt daarmee een even gestileerde als hartveroverende narratief. Met actrices die haar vroegere zelf representeren, vrijelijk te manipuleren barbiepoppen, een levensgrote versie van King Kong en allerlei andere theatrale attributen, alsmede persoonlijke parafernalia, privévideo’s en nieuwsbeelden, creëert ze het ene na het andere onvergetelijke tafereel, dat met die onderkoelde stem en een zeer uitgesproken muziekkeuze verder wordt ingekleurd.

De verbeelding staat daarbij volledig in dienst van Sandu’s geheugen, dat met behulp van meisjes met grote ogen zoals zij zelf ooit was een archaïsche, potdichte, wrede en toch ook beeldschone wereld blootlegt. En met haar familiehistorie roept ze weer de grotere geschiedenis op van het einde van de Sovjet-Unie en de oorlog die vervolgens tien jaar woedde in Tsjetsjenië en daar bijna 450.000 dodelijke slachtoffers maakte en een half miljoen mensen op de vlucht joeg. Het is een verhaal dat de verrukte kijker achterlaat met méér indrukken dan het geheugen aankan.

Een film om nog eens te bekijken dus – en nog eens.

Mama, Mag Ik Naar Huis Toe?

Filmmoment / Ethics Filmservice

‘Net of je dood gaat van binnen’, zegt Monique, als ze terugdenkt aan het moment waarop haar kind, nu alweer de nodige jaren geleden, naar een pleeggezin moest. Een ‘wiethok’ was voor hulpverleners destijds aanleiding om in te grijpen. Bij de vijf andere moeders die hun verhaal doen in de documentaire Mama, Mag Ik Naar Huis Toe? (70 min.) waren drugsgebruik, huiselijk geweld en/of geen dak boven het hoofd reden om de kinderen bij hun moeder weg te halen.

Dat betekende natuurlijk niet dat de vrouwen in kwestie – de bijbehorende papa’s ontbreken in deze film van Eline van der Kaa en Jesse van Venrooij – zich in die beslissing konden vinden en er direct mee akkoord gingen. Ze waren verbijsterd, diepbedroefd of woedend. Soms kwam ‘t op het moment zelf zelfs tot een handgemeen met de hulpverleners of de politie. En daarna kwam de realisatie: ik ben hem/haar/hen kwijt – misschien wel definitief.

De pleegouders konden ‘t intussen moeilijk goed doen. ‘Die mensen vond ik verschrikkelijk’, vertelt Coby. En dat sprak ze ook uit. Aleksandra’s dochter Romy kwam bij twee mannen terecht. Dat kon ze moeilijk accepteren. Het plaatje klopte gewoonweg niet. Noraly en Yvonne waren vooral boos op zichzelf. Het was hen niet gelukt om een tijd clean te blijven. Net als de andere moeders die hier hun ervaringsverhaal delen, kampten ze met schaamte en schuldgevoelens.

Dapper doen ze desondanks hun verhaal, zittend in hun eigen omgeving. Diana probeert tegelijk ook de tuin op orde te brengen. Haar verhaal is extra schrijnend. Ze heeft drie meiden en drie jongens, uit drie verschillende relaties. Het merendeel is, soms erg bruusk, uit huis geplaatst. De elfjarige Renesmee woont nog wel bij haar moeder. De zorg voor het meisje begint echter zwaar te wegen voor Diana, die nu deeltijd pleegzorg overweegt voor haar kind.

Van der Kaa en Van Venrooij volgen de vrouw terwijl ze het contact met een pleegmoeder aftast. Daar kan Renesmee om de week een hele week terecht. Samen proberen de twee vrouwen het beste te maken van een ongemakkelijke situatie, waarmee Diana al veel te vaak heeft moeten dealen. Dat is duidelijk ook de boodschap die de andere moeders – en deze film als geheel – willen uitdragen: beweeg maar mee, dan doet ’t waarschijnlijk het minste pijn.

In de omgang met hulpverleners en pleegouders, vervat in enkele observerende scènes, proberen ze tegenwoordig dus gezamenlijk terrein te vinden. Bij een goede relatie tussen biologische ouders en pleegouders is uiteindelijk iedereen gebaat. Niet in het minst hun eigen kinderen, die in deze gedegen getuigenisdocu zoveel mogelijk buiten beeld worden gehouden. ‘Als je je kind wilt zien’, zegt Monique gelaten, ‘dan zul je toch mee moeten werken.’