Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig

Cinema Delicatessen

Een vriend filmt hoe de leden van de Nederlandstalige hiphopgroep De Jeugd Van Tegenwoordig meekijken als de actrice Charlie Chan Dagelet haar collega Katja Schuurman speelt in een re-enactment van de kerstvideoclip Ho Ho Ho van De Jeugd Van Tegenwoordig uit 2005, waarin zij een wulpse bijrol vertolkte.

Welkom bij de ‘documentaire’ The Making Of De Jeugd Van Tegenwoordig (77 min.), waarin vriend van de band Bastiaan Bosma de Amsterdamse groep volgt in de aanloop naar het twintigjarig jubileum, terwijl Jan Hulst, die deze film regisseerde met Tomas Kaan, enkele sleutelscènes uit de historie van het illustere gezelschap wil verfilmen. En daarvoor moeten dus eerst de juiste acteurs worden gecast. Op de audities komen onder anderen Goldband-lid Boaz Kok, rapper Lange Frans, de acteurs Joes Brauers en Frank Lammers, soulzanger Alain Clark en radiodeejay Giel Beelen af. Die door De Jeugd-leden eigenlijk stukcharl voor stuk ongeschikt worden geacht.

Vorm is inhoud bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Ook in deze film. Een soort Droste-effect in het kwadraat, om precies te zijn. Waaruit uiteindelijk, met muziekbeelden en oude interviews, toch min of meer een regulier bandverhaal valt te destilleren: van het opnemen van de eerste hit Watskeburt?! via de opkomst van de ongrijpbare groep en de verplichte crisis naar de status van gearriveerde act. En dit verhaal wordt opgestart vanuit een backstageportret van de groep en korte interviewtjes met de individuele leden Pepijn Lanen (Faberyayo), Freddy Tratlehner (Vjèze Fjur) en Olivier Mitshel Locadia (Willie Wartaal), terwijl vierde bandlid Bas Bron veelal op de achtergrond blijft.

Of al die bij elkaar geklutste elementen ook een interessante vertelling opleveren? Daarover valt te twisten. Jeugd-fans zullen er ongetwijfeld de eigengereidheid, quatsch en zelfmystificatie van hun helden in herkennen.

Dirty Window

Zeppers / Water Stokman Films

In het najaar van 2025 heeft de Amsterdamse politie het onderzoek naar de moord op de Hongaarse raamprostituee Betty Szabó, mede onder invloed van Naomi Steijgers smeuïge podcast De Zeven Levens Van Betty, weer heropend. Met een hologram vragen ze aandacht voor de 19-jarige sekswerker, kort daarvoor moeder geworden van een zoon, die in de nacht van 18 op 19 februari 2009 op gruwelijke wijze werd gedood in haar eigen peeskamer.

In haar eigen onderzoek naar de cold case die de Wallen nog altijd in z’n greep houdt, trekt Steijger op met documentairemaker Walter Stokman, die in 2012 al een film over Szabó maakte: Dirty Window (59 min.). Daarin richt hij zich niet zozeer op de zoektocht naar de dader, een true crime-insteek waaraan zijn podcast-collega later niet ontkomt, maar op het leven dat Betty naar Amsterdams rosse buurt heeft geleid en het bestaan dat sekswerkers zoals zij daar leiden.

De wortels van Bernadett ‘Betty’ Szabó liggen in de onooglijke Hongaarse stad Nyíregyháza. Daar rouwt Betty’s vader Laszlo om zijn vermoorde dochter. Hij bladert in fotoalbums met lege plekken, de ontbrekende afbeeldingen zijn ooit meegenomen door Betty. Op de dag dat zij achttien werd, stopte er een auto voor de deur. En weg was ze, met de één of andere kerel mee, vermoedelijk haar pooier János Balogh, om genoeg geld te gaan verdienen voor een beter leven.

In deze desolate Oostblok-omgeving portretteert Stokman nog enkele andere plaatselijke vrouwen, die op zoek naar inkomsten in het oudste beroep van de wereld verzeild zijn geraakt. Vanuit Amsterdam vertelt Betty’s Hongaarse collega Agnes, die ook is te horen in Naomi Steijgers podcast, ondertussen over het werken in een peeskamer. Samen met haar zus heeft zij Betty destijds levenloos aangetroffen, een ervaring die hen allebei bepaald niet in de koude kleren is gaan zitten.

Het stemmige Dirty Window wordt daarmee een uitstekende bijsluiter voor iedereen die na De Zeven Levens Van Betty de wereld achter de enigmatische jonge vrouw met de prominente drakentattoo wil exploreren. Waarin misschien niet het antwoord op de vraag wie haar heeft vermoord zit verscholen, maar wel zicht komt op hoe en waarom ze in het hoofdstedelijke red light district is beland.

KIJK HIER: Dirty Window

New Wave: De Reünie

Videoland

Uiteindelijk worden het gewoon weer jongens. Jorik die bij Ronnie bleef pitten. En Ronnies moeder Eunice, die zelf gewoon een reguliere baan had, zag dan ’s ochtends aan de schoenen wel wie er was blijven slapen. Het zou ook Julien kunnen zijn. Ze kenden elkaar allemaal van school en maakten samen muziek. Nederlandstalige hiphop, om precies te zijn. En al snel kwam daar ook deejay Monica nog bij, op wie Yorik helemaal verkikkerd raakte.

Later leerde de rest van Nederland hen kennen als Lil’ Kleine, Ronnie Flex en Jack $hirak. En samen met onder anderen Frenna, Jonna Fraser en Lijpe zouden ze het hiphopcollectief New Wave vormen. In 2015 gingen ze daarmee, op initiatief van het toonaangevende platenlabel Top Notch, op schrijverskamp op het Waddeneiland Schiermonnikoog. Ze maakten daar een baanbrekend album, met de kneiterhit Drank & Drugs, dat begin 2016 werd beloond met de prestigieuze Popprijs en inmiddels wordt beschouwd als een ijkpunt in de Nederlandse hiphophistorie.

Tien jaar later zijn die jongens, die destijds met één been in het artiestenleven stonden en met het andere nog ferm op straat, allang mannen geworden, met een eigen huis, dikke auto en enkele kinderen. Dan heeft een comeback, via een serie uitverkochte optredens in de Ziggo Dome, zo z’n voordelen. Voor New Wave: De Reünie (81 min.) moeten er echter nog wel enkele hordes worden gekomen: Lijpe bivakkeert tegenwoordig bijvoorbeeld vooral in Dubai. En Ronnie Flex is in de voorbije jaren in een publieke rel verzeild geraakt met Top Notch-honcho Kees de Koning.

Deze aardige tweedelige docu van Jonas Beck werkt toe naar die reünie en brengt intussen via interviews met de belangrijkste spelers in en rond New Wave en fraaie backstage-beelden van Schiermonnikoog en de periode daarna de korte geschiedenis van de hiphopsupergroep in beeld. Een steeds terugkerende term daarbij is: geld. Dat zorgt aanvankelijk voor euforie, levert daarna continu problemen op (die ook de comeback naar verluidt heeft bemoeilijkt – of op z’n minst enkele jaren vertraagd) en faciliteert vanzelfsprekend uiteindelijk ook weer die reünie.

Willem-Alexander & Máxima

Videoland

Na geslaagde miniseries over eerst prins Bernhard en daarna zijn dochter, koningin Beatrix, richt regisseur Joost van Ginkel zich nu op hun (klein)zoon en diens Argentijnse vrouw, Willem-Alexander & Máxima (128 min.).

Net als bij het portret van zijn moeder is er ook in deze driedelige serie weer een sleutelrol voor beeldresearcher René Kok, een geanimeerde verteller. Daarnaast draven de gebruikelijke biografen en historici weer op, die aan de hand van een rijke collectie archiefmateriaal de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van de hoofdpersonen, de Nederlandse koning Willem-Alexander en zijn Argentijnse echtgenote, nog eens doornemen. Daarbij begeven ze zich voortdurend op het slappe koord tussen broodnodige duiding en kordate speculatie.

Want dat blijft nu eenmaal een kwestie bij producties over het Koningshuis: de echte hoofdrolspelers hullen zich doorgaans in stilzwijgen en de mensen om hen heen houden over het algemeen, al dan niet vrijwillig, ook zoveel mogelijk hun mond. Een uitzondering daarop vormt bijvoorbeeld Willem-Alexanders voormalige particulier secretaris Jaap Leeuwenburg, die hem naar verluidt heeft voorbereid op het koningschap en stimuleerde om zich te specialiseren in watermanagement. Onder het motto: van prins pils tot koning water.

In Argentinië spreekt Van Ginkel verder met een oud-huisgenoot/vriendin en een voormalige leidinggevende van Máxima Zorreguieta. Maar of dit soort primaire bronnen echt het achterste van hun tong (kunnen) laten zien? Dat maakt deze miniserie over het huidige Nederlandse koningspaar ook lastiger dan de producties over Bernhard en Beatrix, hoofdpersonen die zich niet meer in het centrum van de macht of aandacht bevinden. Met spreken over het sprookjespaar Willem-Alexander en Máxima valt er wellicht nog iets te verliezen.

Los daarvan wentelen sommige royalty-kenners zich ook nogal opzichtig in de idylle van een koning en zijn geliefde, die wel voorbestemd móeten zijn voor elkaar. Daarmee krijgt deze miniserie, die opnieuw is opgeleukt met allerlei nét iets te toepasselijke hitjes, soms een wat soapy en formuleachtig karakter en lijkt die uiteindelijk ook wat minder soortelijk gewicht te hebben dan de producties over Willem-Alexanders moeder en grootvader.

De Verdwenen Buurt

EO

De vader van Louis de Leeuwe wilde uiting geven aan zijn ‘onbenoembare verdriet’. Bij zijn pensionering in 1989 kreeg Jacques de Leeuwe van zijn kinderen het boek De Verdwenen Buurt (58 min.) van ingenieur Ies van Creveld, die zich had opgeworpen als geschiedschrijver van Joods Den Haag. Na het lezen nam De Leeuwe direct contact op met de schrijver. ‘Ik ben er kapot van.’

Een missie voor de rest van zijn leven was geboren. Jacques de Leeuwe, die zelf zijn ouders verloor in de Tweede Wereldoorlog en daar nauwelijks over sprak, besloot om een maquette van ‘de Jodenbuurt’ te gaan maken. De op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland was door de nazi’s vrijwel volledig uitgeroeid. Van de 17.000 Joodse Hagenaars overleefden er slechts tweeduizend de oorlog.

In samenspraak met bewoners probeerde De Leeuwe de huizen van deze verdwenen buurt zo nauwkeurig mogelijk na te maken. Hij wilde volgens zijn zoon Louis niets aan het toeval overlaten en zou uiteindelijk zo’n zeven jaar werken aan deze historische reconstructie, die in 1996 een plek kreeg in het Haagse gemeentehuis. En Louis zorgt ervoor dat het bijbehorende verhaal twintig jaar later nog altijd wordt verteld.

Hij krijgt in deze degelijke documentaire van Danny Akker, waarvoor Job Cohen als verteller fungeert, gezelschap van rabbijn Mendel Katzman, de achterkleinzoon van Izak van Gelder en zijn vrouw Lea. Ook rabbijn Van Gelder ontkwam niet aan deportatie. Samen met zijn vrouw werd hij in 1943 meegenomen naar het Nederlandse kamp Westerbork. Van daaruit volgde hun laatste reis naar het vernietigingskamp Sobibor.

Hoewel zulke verhalen al telkenmale zijn verteld, blijven ze onwerkelijk. En elke ooggetuige of herinnering is er één, nu de oorlog steeds langer geleden is en nieuwe verhalen uit de eerste hand alsmaar spaarzamer worden.

De Onterechte Kampioen

Video 2000 Deluxe

Theo Maassen is al cabaretier, standup comedian en acteur als hij in 2003 ook documentairemaker wordt met de korte film De Onterechte Kampioen (37 min.). Hij zal daarna ook nog televisiepresentator, regisseur en podcastmaker worden. En tussendoor steelt hij tot twee keer toe (*) een Europese bokaal van zijn favoriete voetbalclub PSV – althans, hij is degene die de UEFA Cup (1978) en de UEFA Super Cup (1988) via de televisie weer terugbezorgt aan de rechtmatige eigenaar.

Als achter straatartiest Heintje Bondo geen echte persoon had gezeten, de kleurrijke Eindhovenaar Huub van Bijnen, dan had hij zomaar een personage kunnen zijn uit de eerste voorstellingen van de cabaretier Maassen. Een oudere, lekker opgefokte versie van De Eindhovenaar bijvoorbeeld. De fanatieke oom van Prins CarnavalBerry van Aerle’s boze buurman. Of een ondergeschikte van Henk van de Tillaart bij Mengvoeders United. Brabanders die voortdurend balanceren tussen komedie en tragedie en intussen, gemoedelijk natuurlijk, hun publiek alle hoeken van de zaal laten zien.

Theo Maassen maakte deze observerende documentaire overigens met zijn jeugdvriend Marco Jansen. Ooit stonden ze samen al heerlijk hinderlijk in beeld tijdens een standupper van Shownieuws-verslaggever Albert Verlinde, nu kijken ze mee hoe Huub bij het Living Statue-kampioenschap in Oostende de hoofdprijs in de wacht probeert te slepen. De avond van tevoren is hij in elk geval strijdvaardig. ‘Ik dacht thuis al: ik sta m’n mannetje wel hoor’, zegt Huub, terwijl hij met een ijsje in de hand rondkijkt in een speelgoedwinkel. ‘Dat doe ik zeker. Ik laat me niet op m’n kop zitten. Dat doe ik niet.’

De volgende dag in de Belgische stad begint ontspannen. ‘Ik doe m’n best en ik hoop dat God de rest doet’, zegt Huub en start monter met de wedstrijd. Totdat hem geruchten bereiken over een concurrent. Behalve dat ie iedereen nat spuit, schijnt ‘De Fontein’ ook helemaal niet te stáán. Hij zít stiekem – althans, daar raakt Huub van overtuigd. ‘Ik sta hier ontzettend mijn best te doen, van heb ik jou daar’, fulmineert hij tijdens een Kees Momma-achtige tirade met Brabantse tongval, die zowel ontroert als op de lachspieren werkt. ‘En hij zit daar prinsheerlijk op een zetel, als de koning van Spanje.’

Maassen toont hoe zijn held ondertussen alles op alles moet zetten om als Amerikaans vrijheidsbeeld stil te blijven staan, laat hem tussendoor lekker uitrazen voor zijn camera en werkt daarna, met de wel erg dramatische themamuziek van de film Requiem For A Dream, toe naar de prijsuitreiking. Waarbij Huub licht beteuterd toekijkt hoe de jury een ander beloont. Of zoals hij dat zelf verwoordt: een ervaring rijker en een illusie armer. Als levend standbeeld mag hem dan geen eeuwige roem vergund zijn, dit aardige portret zet Huub vol in de spotlights, die hij al zijn hele leven lijkt te hebben gezocht.

Enkele jaren later spreekt Theo Maassen bij de uitvaart van Huub van Bijnen (1937-2016) zijn vriend nog eens hartelijk toe. ‘Als de spelers van het Nederlands elftal zijn mentaliteit hadden gehad, dan waren we al vier keer wereldkampioen geweest.’ De schrijver Henk van Straten heeft dan ook al een boek gewijd aan Heintje Bondo, Mijn Beste Nieuwe Vriend (2008).

(*) In 2012 bleek in het televisieprogramma De Wereld Draait Door overigens dat Theo Maassen ook de kampioensschaal van Ajax in z’n bezit had gekregen. Die prijs heeft ie vanzelfsprekend héél snel teruggegeven aan de onterechte kampioen van dat jaar.

Bardot

TimpelPictures / Featuristic Films

En God creëerde… Bardot (88 min.). Brigitte Bardot. Kortweg: BB. Met de film Et Dieu… Créa La Femme, geregisseerd door haar toenmalige echtgenoot Roger Vadim, groeit de 22-jarige actrice in 1956 stante pede uit tot een internationale ster, Frankrijks glamoureuze antwoord op Amerikaanse sekssymbolen zoals Marilyn Monroe en Jayne Mansfield. Bardot geldt als vrij, rebels en volstrekt onweerstaanbaar.

En ze wordt daarmee zó populair dat ‘t wel onleefbaar moet worden. ‘Ik was een gevangene van mezelf’, constateert het onlangs overleden icoon in deze sprankelende documentaire van Alain Berliner en Elora Thevenet. De fameuze oorlogsheld Charles de Gaulle zou ooit gezegd hebben: ‘Frankrijk, dat is de Eiffeltoren, Bardot en ik.’ Als Brigitte de heersende moraal begint op te rekken, krijgt ze dat echter keihard op haar bord.

Bardot is behalve een portret van de goddelijke vrouw, die er tevens erg menselijke eigenschappen zoals opvliegendheid en een scherpe tong op nahield, ook een film over de vrouwen van haar tijd en de vooroordelen, het seksisme en de ongevraagde aandacht die zij op hun pad vinden. Berliner en Thevenet zoomen regelmatig uit en koppelen hun hoofdpersoon dan aan andere beeldbepalende figuren in haar wereld.

Ze larderen BB’s levensloop verder met een collage van nieuwsreportages, foto’s en filmfragmenten, verbinden de verschillende verhaalelementen met elkaar via stijlvolle animaties en laten alle gebeurtenissen inkaderen door een keur aan bronnen, waaronder kunstenares Marina Abramovic, fotomodel Naomi Campbell, modeontwerpster Stella McCartney, regisseur Claude LeLouch en Greenpeace-oprichter Paul Watson.

Uiteindelijk keert Brigitte Bardot zich af van de mens en richt zich tot de dieren, die ze liefdevol omarmt en begint te beschermen. Daarbij vliegt ze nogal eens flink uit de bocht, wat haar op rechtszaken en beschuldigingen van xenofobie komt te staan. Ze heeft altijd van dieren gehouden, zegt ze laconiek, vanuit haar thuisbasis in de Franse badplaats Saint-Tropez. ‘Dat is het eerste en mooiste liefdesverhaal van mijn leven.’

‘Ik ben vrij geboren en ik zal vrij sterven’, constateert Brigitte Bardot aan het einde van een groots en meeslepend leven en in de slotseconden van dit boeiende portret, dat haar leven, nét voordat dit daadwerkelijk eindigde, in perspectief plaatst. ‘En ik heb nergens spijt van.’

Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B.

VPRO

Als de Noorse minister van Justitie Tor Mikkel Wara in 2018 dreigbrieven ontvangt, zijn huis wordt beklad met de belediging ‘rasisit’ en hakenkruizen en ook zijn dienstauto in vlammen opgaat, kijkt vrijwel iedereen direct naar ideologische tegenstanders van zijn rechts-populistische Vooruitgangspartij, Fremskrittpartiet.

Totdat zijn eigen echtgenote Laila Anita Bertheussen in beeld komt als verdachte. Zij ontkent echter ten stelligste dat ze iets met de intimidatie van doen heeft. Nog steeds – ondanks een veroordeling tot twintig maanden gevangenisstraf. Ook in de intrigerende documentaire Ik Was Het Niet – Het Verhaal Van Laila B. (56 min.) van de Nederlandse regisseur Stefanie de Brouwer. Terwijl ook echtgenoot Tor Mikkel inmiddels afstand heeft genomen van haar.

De zaak is vermoedelijk in gang gezet door de theatervoorstelling Ways Of Seeing in het Black Box Teater in Oslo. Het huis van Wara wordt daarin als achtergrond gebruikt. Laila zit in de zaal en legt deze inbreuk op haar privacy vast met haar mobiele telefoon. ‘Je vraagt je af: staat ze dit live te streamen naar een of ander platform?’ herinnert theatermaakster Hanan Benammar zich. Ze hoort pas later dat ‘t om de echtgenote van de minister gaat.

De Brouwer sluit aan als Bertheussen haar leven weer oppakt. Tijdens de rechtszaak heeft ze vooral van zich laten horen via zelfgemaakte tassen. Daarmee begint zij uit te drukken hoe ze zich voelt. ‘Ik was het niet’, staat er bijvoorbeeld op een fleurig groenrood exemplaar. Het is gaandeweg haar manier geworden om haar kant van het verhaal te doen. ‘Sorry dat ik je een zak noemde’, is er te lezen op een bloemetjestas. ‘Ik dacht dat dat bekend was.’

Laila Bertheussen houdt intussen stug vast aan haar eigen waarheid. De Brouwer bevraagt die wel, maar legt haar niet het vuur aan de schenen. Ze lijkt eerder het principe ‘show, don’t ask’ te huldigen. Door haar protagonist simpelweg te tonen – op bezoek in haar geboortedorp Lødingen, haar voormalige woning uitruimend of te gast bij het politieke festival Arendalsuka, waar ze haar tassen exposeert – laat die zelf wel zien uit welk hout ze is gesneden.

Achter dat koele uiterlijk schuilt een vrouw met een verleden, haar eigen uitdagingen en nauwelijks verholen rancune tegenover de man met wie ze een half leven samen was. Die zich sterk houdt, tóch naar binnen laat kijken en zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – ook al blijft ze voor de buitenwacht vermoedelijk altijd de vrouw van Fremskrittpartiet-kopstuk Tor Mikkel Wara, die zijn tegenstanders verdacht probeerde te maken en zo zichzelf besmeurde.

Kandinsky, The Colours Of Sounds

Jaune Rouge Bleu, 1925 © Centre Pompidou, MNAM-CCI / AVROTROS

Een uitvoering van Wagners opera Lohengrin zet in 1896 alles op zijn kop. Wassily Kandinsky is voorbestemd om jurist te worden, maar besluit daarna om zijn vaderland Rusland te verlaten en zich aan kunst te gaan wijden. In de kunstenaarsstad München neemt Kandinsky, die als kind piano en cello leerde spelen, regelmatig tentoonstellingen bezocht en vaste gast was in het theater en bij de opera, vanaf 1900 les bij ‘de vorst van de schilderkunst’ Frans von Stuck.

‘Ik had het gevoel herboren te zijn, maar stuitte op de grenzen van m’n vrijheid’, schrijft Kandinsky destijds, een tekst die nu is ingelezen door Pierre-Henri Gibert, één van de makers van Kandinsky, The Colours Of Sounds (53 min.). ‘Gevangen in het werken naar een model.’ Hij besluit om zijn eigen weg te gaan. Zijn liefde voor muziek, de manier waarop die hem tot in elke vezel van zijn lichaam weet te raken, werkt daarbij inspirerend. Kandinsky ontdekt ‘een esthetiek van gekleurde vlekken’, aldus de verteller van dit kunstenaarsportret. In deze schilderijen zit muziek!

De ontwikkeling die de schilder in de navolgende jaren doormaakt wordt in deze documentaire door Gibert en zijn coregisseur Adrien Minard fraai inzichtelijk gemaakt met een stapsgewijze ontleding van zijn stijl, kleurgebruik en gebruik van symboliek en uitleg daarbij van kunsthistorici én muziekwetenschappers. Want de Russische kunstenaar laat zich voortdurend inspireren door zijn andere grote liefde, muziek. Als Kandinsky in 1911 samen met zijn vriendin Gabriele Münter naar een concert van Arnold Schönberg is geweest, valt voor hem ook als schilder het kwartje.

In deze ‘wereld zonder simpele herkenningstekens’ lijkt de tonaliteit volledig te zijn losgelaten. Schönbergs muziek krijgt direct zijn weerslag in Kandinsky’s eerste abstracte doek, Schilderij Met Cirkel. Hij schrijft tevens een bedankbrief aan de componist, die de start vormt van een samenwerking tussen de uitvinder van de atonaliteit en de vader van de abstracte kunst. Kandinsky probeert zijn idee van een totale kunst ook onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in de alamanak Der Blaue Reiter. Voor hem overstijgt kunst, ongeacht de vorm ervan, alle talen, haat en grenzen.

Abstracte thematiek voor de gemiddelde 21e eeuwer, zou je zeggen, maar in deze ferme film helder uiteengezet en invoelbaar gemaakt. Langzaam maar zeker zal Kandinsky in zijn verdere leven, zo nu en dan gehinderd door de grillen van de liefde en de wereldgeschiedenis, zijn eigen stijl verder verfijnen. Na een woelige periode in z’n vaderland belandt hij aan het begin van de jaren twintig weer in Duitsland, waar hij floreert in de Bauhaus Schule. Totdat de nazi’s er de macht grijpen en zijn werk tot ‘ontaarde kunst’ verklaren…

New Order – Power, Corruption & Lies

Mark Fenna-Roberts / NTR

Ze besluiten zowaar om een oujijabord te raadplegen. Zanger Ian Curtis is dood, hun band Joy Division lijkt daarmee wel klaar en nu blijkt al hun apparatuur, na studio-opnames in New York, nog te zijn gestolen ook. Halverwege 1980 is hun situatie tamelijk hopeloos, stelt gitarist Bernard Sumner. ‘Hoeveel erger kan ‘t nog worden?’

‘The band that used to be Joy Division’, aldus drummer Stephen Morris, vindt zichzelf echter opnieuw uit, met Gillian Gilbert (keyboards) als nieuw groepslid en Sumner als nieuwe oude frontman. En ze besluiten meteen om signatuursongs zoals Day Of The Lords, Isolation en Love Will Tear Us Apart niet meer te gaan spelen.

De vraag is wel of er iemand zit te wachten op New Order. In 1981 verschijnt het debuutalbum van de tegendraadse Britse groep. ‘Movement is een Joy Division-plaat met New Order-vocalen’, stelt oud-bassist Peter Hook. ‘Tegen de tijd dat we Power, Corruption & Lies uitbrachten, maakten we New Order-muziek met New Order-vocalen.’

Op die tweede langspeler (1983) heeft de vernieuwde band z’n eigen niche gevonden, op het kruispunt van rock- en dancemuziek, werelden die voorheen strikt van elkaar werden gescheiden. Met de 12 inch-single Blue Monday / The Beach, fraai vormgegeven als een floppydisk, toont New Order nog eens ondubbelzinnig z’n bestaansrecht aan.

In de muziekdocu New Order – Power, Corruption & Lies (72 min.) van David Barnard blikken de vier bandleden, ondersteund door ontwerper Peter Saville en de producers Arthur Baker en Michael Johnson, terug op deze jaren en de totstandkoming van hun tweede album, dat is vernoemd naar een citaat uit George Orwells Animal Farm.

In een aardige archiefscène uit 1983 leggen ze in het Nederlandse tv-programma Countdown bijvoorbeeld uit hoe ze gebruik hebben gemaakt van synthesizers. ‘Wat is New Order?’ wil presentator Erik de Zwart weten. ‘Computerprogrammeurs of muzikanten? ‘Geen van beide eigenlijk’, antwoordt Bernard Sumner. ‘Bankrovers.’

Die attitude is nog altijd zichtbaar in de no-nonsense manier waarop de vier leden in deze gedegen popfilm terugblikken op de formatieve jaren van New Order. Zonder overdadige pretenties of al te nostalgische gevoelens. Tevreden, dat wel. Over al wat ze hebben gepresteerd en de lol die ze daarbij – ondanks alle meningsverschillen – hadden.

De Wilde Noordzee

MN Media / EO

Zijn passie voor de onderwaterwereld werd ooit in gang gezet door de films van de befaamde Franse ‘oceanaut’ Jacques Cousteau. En gaandeweg wist de Nederlandse duiker en natuurfilmer Peter van Rodijnen van zijn hobby zowaar z’n beroep te maken. Het duurde alleen even voordat hij ook in zijn eigen omgeving begon rond te kijken, naar De Wilde Noordzee (89 min.).

Hij start deze groots opgezette natuurfilm, geregisseerd door Mark Verkerk, dicht bij huis, in zijn eigen biotoop Zeeland. Daar observeert hij bijvoorbeeld hoe een mannelijke zeedonderpad wekenlang tussen de oesters waakt over z’n eitjes. ‘Na al die weken zorg voor hem en zo’n tien koude duiken voor mij komen de eitjes uit’, vertelt Van Rodijnen erbij. ‘Ja, je krijgt echt een band! Nou ja, of het echt wederzijds is…’

Zo begeleidt hij de verwikkelingen in en om het water van persoonlijk, veelal luchtig commentaar. Bij de reuzenhaai bijvoorbeeld, ‘formaat stadsbus’, die hij zowaar ook in die good old Noordzee aantreft. Voor de mens vormt die geen gevaar. Want deze haai mag dan gigantisch groot zijn, volgens de Nederlandse Cousteau eet hij piepklein. ‘Hij zwemt met zijn muil open’, windt hij er geen doekjes om, ‘en filtert er plankton uit.’

Peter van Rodijnen is natuurlijk geen Jacques Cousteau – of ‘een’ David Attenborough – maar zeker een verdienstelijke verteller, met ook oog voor de rol van de mens: van vissers uit Urk tot de aanleg van windmolens. Hij benoemt de schade die zo wordt aangericht, maar zoomt ook in op initiatieven om de biodiversiteit te stimuleren, zoals Deense pogingen om de zalm te laten terugkeren in z’n oorspronkelijke leefgebied.

Van Rodijnens verhalen strekken zich uit tot alle landen rond de Noordzee en worden begeleid door treffende Cousteau-citaten, een weelderige soundtrack van Sven Figee en – natuurlijk – zinnenprikkelende beelden van het waterleven, zowel (extreme) close-ups van al wat leeft onder de zeespiegel als epische droneshots van de wereld daaromheen. Ernaar kijken betekent ook bij De Wilde Noordzee er waarde aan hechten.

En, citeert Peter van Rodijnen tot besluit ene Jacques-Yves Cousteau: mensen beschermen waar ze van houden.’

Echo’s Van Sobibor

Submarine / BNNVARA

In 2021 wonnen Piet de Blaauw en Jan Pieter Tuinstra een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, met de documentaire De Sobibor Tapes – De Vergeten Interviews Van Jules Schelvis. Vijf jaar later is er de driedelige serie Echo’s Van Sobibor (165 min.). Die neemt opnieuw de getuigenissen die Sobibor-overlevende Jules Schelvis en schrijfster en slaviste Dunya Breur in de jaren tachtig vastlegden van overlevenden van het vernietigingskamp Sobibor als uitgangspunt, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de volgende generaties van hun families.

Jetje Manheim van de Stichting Sobibor, een goede vriendin van de in 2016 overleden Schelvis, fungeert daarbij als verbindende schakel. Heel lang wist ze weinig over Sobibor, haar vader wilde er niets van weten. Later vertelde hij dat haar grootouders in het kamp waren vermoord. Het gedenken daarvan is volgens Jetje de laatste tijd echter in een heel ander licht te staan door de oorlog in Israël en Gaza. ‘Die maakt het bijna onmogelijk om puur te herdenken’, constateert ze. ‘De boodschap van het nooit meer laten gebeuren van zo’n verschrikkelijk onheil is al verstoord.’

Miriam en Eran Kahanov, de dochter en kleinzoon van Hella Weiss, ervaren in Israël hoe het leven daar sinds de aanslagen van 7 oktober 2023 is veranderd. Als ze over Weiss vertellen, zijn op de achtergrond acties van het Israëlische leger te horen. Michael en Vadym, de zoons van de Oekraïner Arkady Wajspapir, vragen zich intussen af wat hun vader zou hebben gevonden van de huidige oorlog in hun land. Die wilde beslist niet leven in een totalitaire staat. En Rena Blatt, de dochter van Thomas Blatt, kampt met het permanente gevoel van onveiligheid waarmee ze in de VS is grootgebracht.

Via getuigenissen van de gevangenen die het vernietigingskamp in Polen, al dan niet na de befaamde opstand op 14 oktober 1943, wisten te overleven, schakelen De Blaauw en Tuinstra in deze miniserie soepel tussen heden en verleden. Naar het lange gesprek bijvoorbeeld dat Thomas Blatt in 1983 had met de aangeklaagde kampbeul Karl Frenzel. ‘Ik wil nadrukkelijk naar u uitspreken dat ik niet kwaad op u ben’, zegt Frenzel, die vindt dat hij zelf ook ontzettend heeft geleden. ‘Dat u van alles over mij hebt verteld en ook een zekere haat tegenover ons koestert neem ik u niet kwalijk.’

‘Dit is echt ongelooflijk’, reageert Jetje Manheim verontwaardigd, na het beluisteren van de geluidsopnames. ‘Ik kan niet begrijpen wat ik gehoord heb. Hij zegt ook dat hij Blatt niet kwalijk neemt wat hij vandaag in de rechtszaak gezegd heeft. Dat moest er nog bijkomen. Dit is gewoon de omgekeerde wereld.’ In Brazilië heeft Sobibor-overlevende Stanislav ‘Shlomo’ Smajzner dan allang zijn conclusies getrokken. Als hij in 1978 de SS’er Gustav Franz Wagner uit Sobibor herkent in zijn nieuwe thuisland, wil hij hem het liefst direct doden. In 1980 steekt Wagner zichzelf dood in zijn cel. (Zelf)moord?

Zo blijven de gruwelijke gebeurtenissen in Sobibor hun schaduw werpen over het latere leven van de overlevenden, nabestaanden en hun afstammelingen. Ook achter de voordeur hebben die veel ellende veroorzaakt. Zo spreekt Dena, de weduwe van Thomas Blatt, in het slot van de laatste aflevering van deze miniserie voor het eerst uit hoe onmogelijk ‘t eigenlijk was om met haar man te leven. Blatt, die zich naar buiten toe altijd goed en groot hield, was volgens Dena niet in staat om van anderen te houden en maakte haar en de rest van het gezin gedurig het leven zuur.

Met zulke ontboezemingen brengt Echo’s Van Sobibor, ruim tachtig jaar na dato, alle uithoeken van het oorlogstrauma dat dit ene Duitse vernietigingskamp te weeg bracht nog eens krachtig in beeld.

Hoodfights

Liano (l), Yannick (m) en Wesje (r) / Powned / NPO Start

Als documentairemaker houdt Joost van der Valk er een opmerkelijke voorkeur voor rauwdouwers op na. Type heel ruwe bolster, min of meer blanke pit. Nee, dan worden natuurlijk niet de Nigeriaanse hulpverlener Sam Itauma (Saving Africa’s Witch Children), Oegandese activist Peter Sewakiryanga (The Witchdoctor Hunters) of meermaals bekroonde oorlogsfotograaf Eddy van Wessel (Eddy’s Oorlog) bedoeld.

Van der Valk, al dan niet met zijn vaste partner Mags Gavan, heeft er echter ook een sport van gemaakt om types aan Neerlands rafelranden te portretteren. Keylow (Crips: Strapped ‘N Strong) bijvoorbeeld, toentertijd oprichter van de Haagse Crips-gang en later voorman van de motorclub Caloh Wago en in die hoedanigheid naar verluidt ook de moordmakelaar van Ridouan Taghi. De volstrekt onaangepaste Hagenees John Waldschmit (Haagse Sjonnie). En enkele gestaalde generaals en drieste voetsoldaten van de Molukse motorbende Satudarah (Satudarah – One Blood).

Aan dat rijtje voegt hij in de vierdelige docuserie Hoodfights (126 min.), die verdacht dicht tegen reality-tv aanschurkt, weer enkele illustere helden toe. Om te beginnen: de Bosschenaar Yannick, alias ‘Turbulentie’, die tijdens de Coronacrisis illegale straatgevechten is gaan organiseren. ‘Als je totaal niks van vechten afweet, kan het allemaal heel heftig overkomen’, zegt deze vrije jongen, in reactie op alweer een gemeentelijke brief dat ie moet stoppen. ‘Maar het is ook gewoon een sport, snap je?’ Hij klokt z’n blikje energydrink leeg. ‘Ik heb zelf ook weer zin om te knokken.’

En dan is er Wesley, een licht ontvlambare 36-jarige vader uit Spijkenisse van maar liefst acht kinderen die ooit z’n brood verdiende als gigolo en tegenwoordig werkt als porno-acteur. ‘Wesje’, ogenschijnlijk een gedroomde hoofdpersoon voor de eerste echte Nederlandse kneukfilm, staat in de startblokken om ook eens helemaal los te gaan in een geïmproviseerde kooi in het Brabantse buitengebied. Hij komt daar tegenover de jongeling Liano, ofwel ‘De Hoevelakense Hamer’, te staan. Als moderne gladiatoren slaan en schoppen ze al hun verdriet, woede en overtollige energie van zich af.

Joost van der Valk legt de wedstrijden van deze Fight Club (waaronder een onvervalst bare knuckle-gevecht in de bossen, bij het licht van geparkeerde auto’s) met veel drama vast, schetst tussendoor met ruwe pennenstreken de mens achter de ‘soldaat’ en de lieden om hem heen en tekent zo een wereld met z’n geheel eigen codes en mores op. Zonder dat ie er zelf iets van vindt of ’t kritisch bevraagt. En als zijn hoofdpersoon, na een frustrerende periode, besluit om naar Engeland af te reizen voor z’n eigen gevecht in de ring, sluit hij aan en legt alles vast, inclusief de verbroedering na afloop.

Want zoals het echte gladiatoren betaamt, is eerst alles geoorloofd om de ander te verslaan en voelen ze zich daarna als broeders die samen een oorlog hebben overleefd. En Joost staat erbij, kijkt ernaar en laat de rest van de wereld ervan ‘meegenieten’.

Happy And You Know It

HBO Max

Mag ik u voorstellen: Anthony Wiggle. Een wereldster – ook al denkt u misschien dat u hem niet kent of heeft u dat succesvol verdrongen. Hij is al 33 jaar één van de leden van de Australische kinderpopgroep The Wiggles, die inmiddels meer dan 10.000 shows heeft gegeven en ruim vier miljard streams heeft op Spotify. ‘Een vader zei ooit tegen me: ‘ik weet niet of ik je moet complimenteren of wurgen’, vertelt de Opperwiebel, die overigens ook een tijd in de volwassenenrockband The Cockroaches zat.

Als u Wiggle niet kent, dan heeft u vast ook nog nooit gehoord van Laurie Berkner, Caspar Babypants, Johnny Only en Divinity Roxx – althans, niet bewust. Ook zij maken muziek voor kinderen en krijgen regelmatig een variant op de vraag ‘wil je ooit ook muziek voor volwassenen schrijven?’ voor hun kiezen. Alsof dat musiceren voor (super)jonge muziekliefhebbers niet meer dan een doekje voor het bloeden kan zijn. Een bezigheid waarvoor je je eigenlijk een beetje zou moeten generen.

Met deze kinderpophelden verkent regisseur Penny Lane (Hail Satan?, Listening To Kenny G en Confessions Of A Good Samaritan) in Happy And You Know It (78 min.)
muzikaal vrijwel onontgonnen terrein. En inderdaad, de meesten van hen hebben ’t ooit bij een volwassen publiek geprobeerd. Divinity Roxx was bijvoorbeeld bassist en muzikaal leider van Beyoncé. En Caspar Babypants heet eigenlijk Chris Ballew en was ooit één van The Presidents Of The United States Of America. De band, welteverstaan.

Kinderen zijn een lastig publiek, vinden zij stuk voor stuk. Extreem eerlijk. Alsof dat altijd leuk is. Met zichtbaar plezier delen deze jeugdidolen desondanks de kneepjes van hun vak. Een goede kinderpopsong bevat voldoende herhaling, melodieën van niet meer dan een paar seconden en zet aan tot beweging. Het ultieme voorbeeld? If You’re Happy And You Know It, natuurlijk. Want daarop volgt, in het kader van de beweging en activatie, dan, juist, ‘clap your hands’. Geen peuter of kleuter die daartegen bestand is.

Ook deze wereld heeft z’n eigen sores. ‘Er is een uitstekende mogelijkheid om de ervaring van kinderen met media, muziek en films rijk en fantasievol te maken’, zegt Caspar Babypants. ‘In plaats van slordig, goedkoop en simplistisch.’ Net op dat moment moet hij hoesten. Proest ie daar nu de woorden ‘Baby’ en ‘Shark’? U weet wel: die creatie van Pinkfong, een soort Koreaanse variant op Studio 100. Baby Shark, naar verluidt de meest bekeken video ooit op YouTube. De teller staat inmiddels op ruim zestien miljard.

Daar zit ook nog een heel verhaal achter. Johnny Only, een licht schlemielige kinderpopartiest, wil helemaal niet claimen dat het liedje over de babyhaai van hem is, maar vindt de overeenkomsten tussen de non-dismemberment version die hij enkele jaren eerder maakte en de plastic variant van de Pinkfong-hitfabriek uit 2016 toch wel héél opvallend. Vooralsnog kan hij echter naar zijn centen fluiten. Een rechtszaak om het intellectueel eigendom van de Baby Shark Song te claimen heeft nog niets opgeleverd.

U begrijpt dat ’t er met de snelle opmars van Artificial Intelligence niet beter op is geworden in de kinderpopwereld. Iedereen die z’n peuter of kleuter wel eens heeft losgelaten op YouTube weet hoeveel zielloze troep daar is te vinden. Bedenk maar een aaibaar dier en de tekst en muziek schrijven zich letterlijk vanzelf. Happy And You Know It is een pleidooi voor het echte, ambachtelijke kinderpoplied. Als ‘t zo doorgaat, kan ‘t echter niet lang duren, zou u kunnen denken, voordat de wielen van deze bus komen…

Mondri(a)an – En Route To New York

Cinema Delicatessen / Mokum

Dear Holtzman, begint Piet Mondriaan (1872-1944) zijn post aan de Amerikaanse kunstenaar Harry Holtzman, met wie hij in Parijs bevriend is geraakt. Vanaf 1937 stuurt de Nederlandse schilder regelmatig brieven aan zijn geestverwant, die nu als onderlegger fungeren voor de documentaire Mondri(a)an– En Route To New York (72 min.) van regisseur Pim Zwier, die eerder films maakte met een vergelijkbare opzet: O, Eieren Verzamelen In Weerwil Van De Tijd (2021) en Metamofose (2023).

Mondri(a)aan bevat opnieuw een persoonlijke voice-over van het hoofdpersonage, ditmaal ingesproken door de acteur Peter Bolhuis, maar heeft verder wel een geheel eigen toonzetting, ritme en kleurstelling en is eerder te vergelijken met een recente archieffilm zoals Nesjomme. Het dagelijks leven van eind jaren dertig en de grote gebeurtenissen van die tijd, vervat in ‘found footage’ dat geheel in (de) stijl wordt uitgespeeld, lekken door naar de persoonlijke geschriften van de kunstenaar.

‘Dear Holtzman, until now I was able to work quietly in Paris, but now I will probably be chased away from here when war breaks out’, schrijft Piet Mondriaan op 9 september 1938 bijvoorbeeld tamelijk vormelijk aan zijn Amerikaanse vriend. ‘I should like to come to New York and rent a room. A studio would be too expensive. In order to enter America it is necessary for me to have an invitation from a friend there. Therefore I’m asking you to send me this invitation, so that I can show this invitation on entry.’ 

Holtzmans antwoorden ontbreken in deze documentaire. Uit Mondriaans brieven spreekt echter dat hij nog altijd volledig wordt opgeslokt door zijn werk. Dat vertrek naar Amerika wordt dus steeds uitgesteld en zal uiteindelijk pas na een tussenstop in het door de nazi’s geteisterde Londen alsnog gestalte krijgen. Tot 1 februari 1944 werkt Piet Mondriaan in zijn New Yorkse studio. Nadat hij aan een longontsteking overlijdt, fotografeert Harry Holzman daar zijn laatste werk, Victory Boogie Woogie.

Voor Zwier is vorm inhoud in deze gestileerde film. Mondriaans kunst vormt dus een integraal onderdeel van de vertelling, met veel gebruik van split screen, een straffe vlakverdeling en uitgekiend gebruik van lijnen en vlakken in primaire kleuren. Tegelijkertijd is deze film, ondanks ’s Mondriaans opspelende gezondheidsproblemen en de wild om zich heen grijpende Tweede Wereldoorlog, eerder een intellectuele en artistieke exercitie geworden dan een hartveroverend persoonlijk verhaal.

Tortelduifjes

Human

Voor wie nog twijfelde of de spichtige man met die baard en dat lange haar, die in de openingsscène van Tortelduifjes 20 min.) een duif uit z’n kooitje haalt en met Amsterdamse tongval tegen het dier kletst, misschien ‘Dennis van de Dierenwinkel’ zou kunnen zijn, haalt Ester Gould direct zijn vaste bluesy muziekje uit de veelgeprezen serie Schuldig (2016) weer van stal.

Haar ontwapenende hoofdpersoon zet ondertussen een container en een plant buiten, zodat zijn zaak in de Amsterdamse Vogelbuurt weer open kan. Als de telefoon gaat, nadat hij ook de dieren in zijn winkel heeft begroet, neemt de man die zo’n tien jaar geleden een cultheld werd op vertrouwde toon op. ‘Dierenspeciaalzaak Ambulia’, klinkt ‘t, alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Goedemorgen, met Dennis.’

Alleen staat de vader van Dennis van den Burg niet meer achter toonbank. Die is enige tijd geleden overleden. Dat is heel snel gegaan. ‘Dus toen was het wel stil, ja’, constateert Dennis mismoedig. Een eenzaam bestaan lonkte. Totdat hij Swindey ontmoette. Op een vrijdagmiddag. In de winkel, natuurlijk. Zij was eenzaam en op zoek naar twee vogels. Ze vond een liefdevolle paradijsvogel.

Samen doen ze nu het hartverwarmende verhaal van hun late liefde, dat door Gould vanzelfsprekend is afgehecht met een sfeervolle soundtrack. Zingt Nick Cave daar bijvoorbeeld dat hij niet gelooft in een interveniërende God? Je zou er bijna (weer) van gaan geloven. Zoals ook de liefdevolle manier waarop de twee over elkaar vertellen – en hoe ze kijken als de ander dan spreekt – raakt.

‘O-o, wat ken een mens een sachte aap worden’, zegt Dennis zelf treffend in Tortelduifjes, als zijn liefde met Swindey definitief is bezegeld. Deze lekker onschuldige Schuldig-nabrander is dan al een kostbaar kleinood geworden voor de donkere dagen van het jaar. Een kerstverhaal, dat helemaal niet in december speelt en toch meer dan genoeg hoop en troost biedt voor een zalig uiteinde.

De Redders Van Het Scheepswrak

NTR

‘De Jurk’ heeft alles veranderd voor de leden van de Duikclub Texel. Zomaar de Waddenzee induiken en rondstruinen in een scheepswrak is er niet meer bij. Dat is sinds die ene vondst in het Palmhoutwrak, op een onbewaakte dag in 2014, ondenkbaar geworden. Toen troffen ze in een kist in dat wrak een puntgave jurk uit de zeventiende eeuw aan, die vierhonderd jaar onder water had gelegen. ‘Onze Nachtwacht’, noemde Corina Hordijk, de directeur van het plaatselijke museum Kaap Skil, deze archeologische schat.

Het verhaal van die bijzondere vondst en de maatschappelijke discussie die daarover binnen en buiten Texel ontstond, tot in Londen aan toe, is al verteld in de puike miniserie De Jurk En Het Scheepswrak (2023). In dit vervolg toont Arnold van Bruggen hoe de redding van dat wrak daarna toch weer grotendeels tot stilstand is gekomen. Want ondanks wereldwijde aandacht voor de jurk en tentoonstelling ervan in Kaap Skill, waar ook koning Willem-Alexander en koningin Maxima een kijkje zijn komen nemen, ligt het Palmhoutwrak nog altijd gewoon bij Burgzand op de bodem van de Waddenzee.

Bij de start van De Redders Van Het Scheepswrak (59 min.) pakt directeur Hordijk dus haar biezen. Zij is teleurgesteld in het gebrek aan vooruitgang. De strijd wordt echter voortgezet door Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (SP), die zelf is opgeleid tot archeoloog. Zij pleit binnen en buiten de Kamer voor structurele financiering voor maritieme archeologie en stimuleert de verantwoordelijke minister Eppo Bruins om eens een kijkje te gaan nemen in Texel. Terwijl Beckerman naar politiek draagvlak zoekt, voert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een nadere verkenning van het wrak uit.

Van Bruggen volgt hun verrichtingen, in en boven water, om te komen tot een reddingsplan voor Neerlands maritieme erfgoed en steekt tevens z’n licht op bij de mensen waarmee dit verhaal ooit begon: de Texelse hobbyduikers. Zij hebben zich maar aan te passen aan ‘het nieuwe normaal’. Het feit dat er voortaan officieel ontheffing moet worden gevraagd voordat er kan worden gedoken bij wrakken in de Waddenzee strijkt menigeen tegen de haren. Want met al die officiële vergunningsaanvragen en doorlooptijden van een week of acht is dat duiken al snel geen leuke hobby meer.

Hoewel deze nieuwe film de wow!-factor mist van de oorspronkelijke serie, die een hele nieuwe wereld boven water haalde, heeft dit vervolg zeker ook z’n waarde: de documentaire toont hoe het Palmhoutwrak, ondanks die bewierookte jurk, vier eeuwen na dato gewoon vastloopt in de modder van het Hollandse poldermodel. Waar de neuzen echt niet zomaar dezelfde kant op wijzen.

Predators

MTV

Oprah Winfrey omarmt het Candid Camera-achtige programma. Jon Stewart is eveneens enthousiast over het concept. En Jimmy Kimmel noemt de show gekscherend ‘Punk’d For Paedophiles’. To Catch A Predator is, als onderdeel van Dateline NBC, van 2004 tot en met 2007 een doorslaand succes op de Amerikaanse televisie. Zelden zal ‘trial by media’ bevredigender hebben gevoeld dan bij het te kijk zetten van deze volwassen mannen, die het hadden voorzien op onschuldige kinderen.

In elke aflevering wordt zo’n kerel met behulp van een ‘decoy’, een volwassene die dienst doet als lokaas en zich voordoet als een kind, naar een met verborgen camera’s uitgerust huis gelokt. Daar wacht presentator Chris Hansen al op hem. Hij ontmaskert het ‘roofdier’ voor het oog van de natie en probeert meteen een gesprek met hem aan te knopen. Buiten staat er dan al een arrestatieteam van de plaatselijke politie paraat, dat de pedo vervolgens met veel machtsvertoon in de boeien zal slaan.

Een kleine twintig jaar later probeert documentairemaker David Osit te vatten waarom ook hij destijds aan de buis gekluisterd zat als Hansen een perverseling op heterdaad wist te betrappen. Hij legt deze vraag ook voor aan etnograaf Mark de Rond. Die begint hardop te denken. ‘Hoe kunnen volwassenen zich zo walgelijk gedragen tegenover wat zij denken dat kinderen zijn?’ probeert hij de fascinatie te vatten in Predators (97 min.). En: ‘Waarom genieten wij er zo van dat zij op televisie worden vernederd?

‘Op dat moment stopt de tijd’, stelt De Rond. ‘Wat we in feite zien is hoe het leven van een ander eindigt.’ Via interviews met lokazen, politiemensen en officieren van justitie en met behulp van ruw materiaal van de uitzendingen en het navolgende politieverhoor neemt Osit nu een grondige kijk achter de schermen bij de ontmaskering van deze verdachten en hun confrontatie met presentator Chris Hansen. Politiewerk kwam, zo is al snel duidelijk, in dienst te staan van het maken van spraakmakende televisie.

‘Ik wil niet dat dit de rest van mijn leven ruïneert’, zegt een man bijvoorbeeld, die na zijn ontmaskering om therapie vraagt. Deze opnames hebben de montage niet overleefd, want dat was niet het doel van To Catch A Predator. Het programma wilde hem vooral portretteren als een beest, dat het best uit zijn lijden kon worden verlost. Hansens vaste gespreksopener ‘help me understand’ moest dus niet worden verstaan als een poging om de ander te begrijpen, maar als de start van een volkstribunaal. Tot het fout ging…

Daarmee eindigt de eerste akte van Osits film. In het vervolg sluit hij aan bij een verborgen camera-actie van een erfgenaam van Chris Hansen, een YouTuber die zich Skeet Hansen noemt. Dan maakt de documentairemaker zelf ook vuile handen, een bewuste keuze die nog eens wordt bestendigd met een scène waarin zijn eigen producer Jamie Gonçalves de verdachte een ‘quit claim’ probeert te laten ondertekenen, zodat hij ook in Predators herkenbaar in beeld mag. Skeet stelt die vraag helemaal niet.

In het laatste deel van deze documentaire haalt David Osit tenslotte Chris Hansen zelf voor de camera. Op z’n eigen YouTube-kanaal borduurt die nog altijd voort op zijn succesformule, met alle morele dilemma’s van dien. Osit wil die natuurlijk aankaarten, maar maakt er geen gemakkelijk volkstribunaal van – ook omdat hij als maker van true crime-achtige producties zelf evenmin brandschoon is. Bovendien heeft hij zo z’n eigen reden om juist Hansens programma te onderzoeken. En die geeft deze film extra lading.

Predators is intussen tot tweemaal toe volledig van karakter veranderd en voelt toch als een coherente vertelling, die steeds dieper in de thematiek verdwijnt en die tenslotte op een even logische als dramatische manier wordt afgewikkeld. Zonder gemakkelijke conclusies. Met oog voor zowel de slachtoffers als hun belagers. Een genuanceerde film die prikkelt, wroet en raakt. Één van de beste documentaires, kortom, van het jaar.