Mourinho / A Beautiful Obsession

Netflix
Prime Video

Als coaches van de aartsrivalen Real Madrid en FC Barcelona ontwikkelden ze zich allebei tot de belichaming van een voetbalfilosofie. Met de zelfverklaarde ‘special one’ José Mourinho als geboren winnaar, ten koste van alles. En Cruijff-adept Pep Guardiola als de pure liefhebber – en zonder enige twijfel ook een echte winnaar. Vanaf 2010 maakten ze elkaar enkele seizoenen het leven zuur in Spanje. Zo’n vijftien jaar later krijgen ze nu allebei, vrijwel tegelijkertijd, hun eigen documentaireserie.

De drie afleveringen van Mourinho  (171 min.) zijn grofweg gewijd aan zijn opeenvolgende gloriejaren bij respectievelijk Chelsea, Inter Milaan en Real Madrid (en zijn terugkeer naar Chelsea), met nauwelijks aandacht voor de mindere periodes die daarna kwamen. Een leven gecondenseerd tot z’n gloriedagen. De vierdelige serie A Beautiful Obsession (157 min.) volgt Pep Guardiola juist als zijn team Manchester City, na vier opeenvolgende kampioenschappen, in 2024 begint te verliezen – en verliezen.

Ofwel: de meest gehate man van het internationale voetbal versus de coach waarvan iedereen wel een beetje houdt. De hoofdpersoon van de All Or Nothing-serie over het kwakkelende Tottenham Hotspur versus de held van de reeks over het onoverwinnelijke City. En ook: Joe Pearlman (Bros: After The Screaming Stops, Lewis Capadli: How I’m Feeling Now en Robbie Williams) versus Kevin Macdonald (One Day In September, Touching The Void en Marley), twee filmmakers die een groot publiek weten te vinden.

Achter de schermen schijnt José Mourinho een mensenmens te zijn. Die krijgt echter weinig ruimte in ‘zijn’ miniserie. ‘Ik zag jongens het veld opgaan met tranen in hun ogen’, vertelt zijn personage, de geboren bluffer, bijvoorbeeld op kenmerkende wijze, over hoe hij, Barcelona’s voormalige ‘vertaler’, Inter Milaan met een emotionele speech tijdens de rust prepareerde voor het vervolg van de Champions League-halve finale tegen het machtige Barça. ‘Niet om te voetballen. Om weerstand te bieden in een oorlog.’

Even later, als die beker daadwerkelijk is gewonnen, toont hij kort, gecontroleerd, zijn kwetsbare kant. Want Mourinho weet al dat hij zijn team gaat verlaten voor een volgende club, Real Madrid, en reist niet mee terug naar Milaan om met hen de overwinning te vieren. ‘Ik kon ’t gewoon niet’, vertelt de topcoach, bij beelden van hoe hij geëmotioneerd afscheid neemt van zijn spelers. ‘Ik vluchtte voor die emotie.’ Om er meteen, heel geroutineerd, weer zo’n straffe oneliner aan toe te voegen: ‘De klus was geklaard.’

In Spanje gaat de Portugees de strijd aan met een verwende sterrenploeg, een ‘kleedkamer vol ego’s’ aangevoerd door Reals vermaarde keeper Iker Casillas, teneinde het Barcelona van Pep en Messi te kunnen verslaan. Nadat dit is gelukt, begint Mourinho’s conflictmodel zich tegen hem te keren. Als Casillas, met wie hij sowieso een ‘kille’ relatie onderhoudt, voor een wedstrijd de opstelling zou hebben gelekt naar de pers, verwijst de coach hem naar de reservebank. Intussen verliest hij zo de kleedkamer.

In die kleedkamer, van Manchester City welteverstaan, moet Pep Guardiola in het seizoen 2024-2025 het lek weer boven zien te krijgen. Zijn ze de passie kwijtgeraakt? vraagt de Spaanse stercoach zich af in de observerende eerste aflevering van ‘zijn’ puike docuserie. ‘Geef me het gevoel dat jullie willen winnen!’ schreeuwt hij zijn spelers toe, als de gifbeker maar niet leeg lijkt te raken. Met geladen speeches probeert ie de ommekeer te bewerkstelligen. En er zijn fikse woordenwisselingen achter de schermen.

‘Je maakt geen documentaire over een verliezer’, zegt Peps rivaal met kenmerkende arrogantie in Mourinho, maar verliezen levert wel degelijk een fascinerend schouwspel op. Net als de wederopbouw van een nieuwe succesploeg bij City, in de tweede aflevering van A Beautiful Obsession. Die geeft echt een blik achter de schermen bij een topsportorganisatie, waar afscheid moet worden genomen van oude helden, zoals de geëmotioneerde spelmaker Kevin De Bruyne, en nieuwe iconen worden gerekruteerd.

Als zijn team helemaal stuk zit, verlengt Pep zowaar zijn contract, voor zijn finale seizoen bij de club waar hij sinds 2016 de scepter zwaait. Die laatste akte vormt de onderlegger voor de laatste twee afleveringen van de serie, als Guardiola alle middelen inzet, waaronder zijn eigen echtscheiding, om een nieuwe voetbalmachine te construeren – en wat dit losmaakt bij City’s top, vervat in besprekingen en privéberichtjes. Die emotionele open- en eerlijkheid contrasteert met de façade die Mourinho blijft ophouden.

Waar de Portugees rancune en wraak als motor lijkt te gebruiken, wil zijn Spaanse concullega ogenschijnlijk vooral zijn passie en liefde delen. Hij blijft maar knuffelen. Slechte verliezers zijn ze allebei. Voor José wordt het dus tandenknarsen, want ditmaal wordt hij echt overvleugeld door Pep. Het meeslepende A Beautiful Obsession maakt daadwerkelijk zichtbaar wat ‘t in het hier en nu betekent om topsport te bedrijven, terwijl Mourinho, met louter archiefmateriaal, vooral een imposante carrière nog eens doorneemt.

Inmiddels is José Mourinho overigens terug bij Real Madrid en heeft Pep Guardiola een sabbatical, volgens zijn nooit aflatende concullega ‘een teken van zwakte’, opgenomen. Om te ontdekken of er ‘een leven na voetbal’ bestaat.

De twee topcoaches schitteren trouwens door afwezigheid in elkaars serie. Pep zou volgens dit artikel naar verluidt best bereid zijn geweest om in José’s (anti)heldenepos op te draven. Hij moest ’t alleen wel even zelf vragen.

De Witte Man

Omroep Zwart

Ze heeft een tiental Nederlandse mannen verzameld in haar ‘reservaat’, dat verdacht veel lijkt op een Hollandse kroeg. Ze heten, bepaald niet toevallig, allemaal Jan. Samen vormen Afvaljan, Geschiedenisjan, Reclamejan, Boerjan en hun naamgenoten een aardige afspiegeling van De Witte Man (93 min.). Want daarover wil Qian van Binsbergen haar licht eens laten schijnen. Ze gaat die spreekwoordelijke man in pak ook observeren: in zijn eigen territorium, op een rots in een dierentuin, kan hij ongegeneerd worden aangegaapt, bewonderd en verafschuwd.

Deze driedelige serie is stilistisch een logisch vervolg op De Afhaalchinees, de docuserie waarmee ze in de afgelopen jaren de ene na de andere prijs won. Van Binsbergens signatuur als maker is direct herkenbaar: ze is zelf nadrukkelijk aanwezig, legt dwarse dwarsverbanden (tussen mannen en wolven, vogels en vissen bijvoorbeeld), verbeeldt haar thematiek met theatrale mise-en-scènes, maakt historische uitstapjes, veroorlooft zich best eens een grapje, klutst er vlotte hits doorheen en gaat tussendoor ook nog met Jan en alleman in gesprek. More is more, zogezegd.

Met zowel deskundigen als cultureel antropoloog Gloria Wekker, criminoloog Marieke Liem, sociaal psycholoog Elena Bacchini en politicoloog Sarah de Lange als de mannetjes Tim Hofman (BOOS), Abel van Gijlswijk en Nout Kooij (Hang Youth), Tibor Wouda (fitfluencer) en acteur Michiel Romeyn (de man achter de Jiskefet-personages Oboema ‘de witte neger’, en de lullo, jawel, Van Binsbergen) akkert de filmmaakster actuele thema’s als cancelcultuur, femicide, wit privilege, positieve discriminatie, seksisme, de manosfeer en anti-AZC protesten door.

Met haar geprononceerde voice-over verbindt Qian van Binsbergen al die mensen en onderwerpen losjes met elkaar. Ze zigzagt tussen verhaalelementen, houdt het tempo erin en snijdt daarbij ook wel eens een bochtje af. Want het blijft te allen tijde ook duidelijk waar zij zelf staat: aan de kant van alle niet-witte mannen die van mening zijn dat dat ene roofdier nu maar eens pas op de plaats moet maken, op z’n nummer gezet mag worden of op zijn minst goed in de spiegel dient te kijken. Daarbij vraagt ze zich meteen af of die witte man wel kan zien hoe wit hij is.

Waarbij de wedervraag natuurlijk zou kunnen zijn: ziet zij in elke witte man werkelijk dezelfde witte man? Geen Jan lijkt immers hetzelfde.

De Marathonloper

Witfilm / KRO-NCRV

Na nog geen zeven minuten klinkt het startschot in De Marathonloper (90 min.). De deelnemers aan de marathon van Amsterdam van 2024 gaan op pad om hun eigen grenzen te verleggen. ‘Today is your day’ vuurt de speaker hen enigszins overspannen aan. Nog eens aangezet met: ’You are a hero. You are making your own masterpiece. You are part of sporting history in Amsterdam!’

Vooralsnog lijken de lopers echter vooral bezig met het schrijven van hun persoonlijke stukje geschiedenis. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om die ruim 42 kilometer te overwinnen. Rechter Rami Hirzalla is twintig jaar eerder bijvoorbeeld gediagnosticeerd met MS en realiseert zich dat hij met een tijdbom in zijn lijf rent. Schilder Joost van Gent is slechtziend en loopt de marathon voor het eerst, onder begeleiding van twee buddy’s van Running Blind. Als duolopers blijven ze tot aan de meet met een oranje band verbonden. En de Vlaming Jordy Costermans werd vroeger een ‘bolletje vet’ genoemd door zijn vader en heeft via het lopen van marathons zijn zelfrespect hervonden. ‘Ik heb niemand iets te bewijzen’, zegt hij, vast ook tegen zichzelf.

Regisseur Paul Cohen volgt zulke lopers van de start tot aan de finish en laat hen in deze observerende film ook, volledig buiten beeld overigens, aan het woord. De door hem aangestuurde cameramensen, waaronder ook enkele fietsers, blijven te allen tijde gericht op het evenement zelf, in de hoop zo de collectieve ervaring te vatten. Want alle deelnemers die voor de camera zwoegen, excelleren of lijden hebben hun eigen verhaal. Net als de mensen die hen ondersteunen of vanaf de kant aanmoedigen. Al die flarden van levens vormen samen het wezen van de marathon en resulteren bovendien in aangrijpende scènes. Van een hoogbejaarde Indiase loper op z’n laatste benen. Of de vrouw met een ‘ren tegen kanker’-T-shirt, die geëmotioneerd moet uitstappen.

Waar lopen ze vanaf? vraagt een buitenstaander zich onwillekeurig af. En waar willen ze, behalve naar de eindstreep waar die enthousiaste speaker alweer wacht, eigenlijk naartoe? De tocht die ze, voor deze race en in deze boeiende kijkfilm, zijn aangegaan leidt hoe dan ook naar binnen. Naar wie ze zijn of willen zijn. ‘If you are a finisher here today, you are a hero’, galmt de spreekstalmeester hen toe. ‘And you did it. You made your masterpiece!’

Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice

France TV

Rolmodellen heeft ze niet. Vrijwel alle vrouwelijke musici en componisten die zich vóór haar hebben gemanifesteerd in de klassieke muziek zijn aan het begin van de twintigste eeuw, als Charlotte Sohy (1887-1955) haar eerste composities schrijft, in de vergetelheid geraakt. Zoals ook de Franse componiste, na haar overlijden op 68-jarige leeftijd, zal overkomen. De geschiedenis wordt doorgaans nu eenmaal geschreven door mannen. En die willen vrouwen, ook als ze hun bladmuziek doelbewust verbloemd ondertekenen met Ch. Sohy, nog wel eens over het hoofd zien.

Pas als haar kleinzoon François-Henri Labey zich over haar muzikale nalatenschap buigt, begint het tij te keren. In Charlotte Sohy, La Consécration d’Une Compositrice (uitzendtitel: Charlotte Sohy – een onvolprezen componist, 52 min.) schetst Matthias Weber de postume comeback van de Franse componiste. Via Claire Bodin, die een festival organiseert voor vrouwelijke componisten, komt de jonge dirigente Debora Waldman in 2013 aanraking met Sohy’s werk. Het is liefde op het eerste gezicht. Op het festival ontmoet ze vervolgens François-Henri, die haar meteen voorziet van ander werk van zijn grootmoeder.

Die is in 1909, schetst de centrale verteller van deze tv-docu, onderdeel geworden van een hecht duo. Want dan ontmoet Charlotte Sohy haar twaalf jaar oudere collega Marcel Labey (33). Het is ook dan liefde op het eerste gezicht – of beter: op het eerste gehoor. De twee zijn daarna altijd samen bezig. ‘Wordt het eerste resultaat een baby of een symfonie?’ vraagt Sohys docent compositie Vincent d’Indy zich af. Allebei, geeft kleindochter Catherine Werner honderd jaar later glimlachend antwoord. In het jaar erop. Er zullen er nog een flink aantal volgen: kinderen én composities.

Sohy heeft misschien niet héél veel werk nagelaten, maar volgens Debora Waldman is elk stuk een meesterwerk. In 2019 breekt zij de ban met een uitvoering van de symfonie Grand Guerre door het Orchestre Victor-Hugo Franche-Comté in Besançon. Sindsdien is Charlotte Sohy populairder dan ooit. Niet in het minst ook door de inspanningen van de celliste Héloïse Luzzati en pianiste Célia Oneto Bensaid. Zij nemen Sohys muziek op en geven uitvoeringen in haar voormalige huiskamer. De Chinese sterpianist Lang Lang gaat eveneens overstag. Ook hij betoont Sohy alle eer in dit gedegen portret.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

De Trut

Cinemien

Sinds 1985 organiseert de queerclub De Trut in Amsterdam elke zondagavond een feest, dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Iedereen mag zichzelf zijn en kan er zich veilig voelen. Met het geld dat met deze avonden wordt opgehaald, kan het Trutfonds bovendien wereldwijd LHBTIQA+-doelen steunen.

‘Queers and dykes’ only, meldt een bordje na binnenkomst. ‘No phones’, staat er even verderop. ‘No exceptions.’ Dat geldt dus ook voor regisseur Pim Mookhoek en deze aardige korte docu om het veertigjarige jubileum luister bij te zetten. De Trut (40 min.) is buiten de club zelf gefilmd en bestaat uit tien miniportretjes van vrijwilligers of bezoekers van De Trut en begunstigden van het bijbehorende fonds.

Die vormen samen een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Trut-populatie en de LHBTIQA+-gemeenschap in het algemeen. Van eerste generatie Trutters zoals Robbie, die vindt dat de huidige lichting soms wel ‘erg self-centered’ is en wat vaker op de barricaden zou mogen staan, tot Jamila, die met gender speelt ‘omdat het kan’ en als drag king optreedt onder de naam Jamal le Coq. ‘Waarom niet?’

‘Ik identificeer mezelf vaak alleen als queer omdat ik dat een hele mooie overkoepelende term vind voor van alles en niks’, vertelt vrijwilligster Emma, die al sinds haar zestiende, toen ze nog een ‘baby gay’ was, in De Trut komt. ‘En zo voel ik me soms ook een beetje: van alles en niks.’ Emma vindt het ook totaal niet belangrijk hoe mensen haar aanspreken, zegt ze. ‘Zolang het maar enigszins met respect is.’

Zo heeft elke geportretteerde z’n eigen kijk op en ervaringen met de ‘safe space’ die De Trut nu en in het verleden, tijdens de AIDS-crisis bijvoorbeeld, vormt voor mensen die zich elders, in een wereld die volgens sommigen alsmaar intoleranter wordt, niet altijd even veilig voelen. Behalve een terugblik op veertig jaar Trut dient deze korte docu dus vooral ook als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

Chris & Martina: The Final Set

Netflix

‘Ze voerden een eeuwige oorlog op de tennisbaan. En nu proberen ze elkaars leven te redden.’ De woorden zijn afkomstig van Chris Everts voormalige echtgenoot Andy Mill, maar zijn quote is niet voor niets te horen als de titel van deze documentaire in beeld verschijnt: Chris & Martina: The Final Set (97 min.). Dit is de tagline, de reden om deze film te bekijken. Want dat is behalve een boeiende terugblik op één van de grootste tweekampen uit de sporthistorie vooral ook een aangrijpend portret van twee vrouwen die door ziekte, kanker, voor het eerst de controle over hun leven helemaal kwijt zijn en dan elkaars gezelschap weer opzoeken.

Chris Evert en Martina Navratilova vormen in de jaren zeventig en tachtig de Yin en Yang van het vrouwentennis. Het meisjemeisje uit Florida versus de communistische ‘overloper’ uit Tsjechoslowakije. Verfijnd baseline-spel tegenover krachtig serve & volley. Natuurtalent versus power. ‘Cute’ tegen ‘tomboy’. Achteraf bezien lijkt het onvermijdelijk dat de ‘Chrissie Craze’ ook gepaard zou gaan met Martina-weerzin. Zeker als haar geaardheid, een publiek geheim in de tenniswereld, de media bereikt. Navratilova wordt in The New York Daily News ongewild geout als ‘biseksueel’, de term die als vluchtheuvel wordt gebruikt door vrouwen die in werkelijkheid op vrouwen vallen.

De aanvankelijke vriendschap tussen de twee tegenpolen lijkt in dit dubbelportret van Rebecca Gitlitz dan te zijn veranderd in ijzige rivaliteit. Omdat een innige relatie het ten koste van alles willen winnen in de weg zou kunnen staan. Inmiddels zijn de vriendschapsbanden hersteld en kunnen de aartsrivalen samen op de bank wedstrijden terugkijken – en zowaar blij zijn voor de ander. Gitlitz laat hen ondertussen reflecteren op hun levens die volledig in dienst stonden van de sport. Ze worden daarbij terzijde gestaan door familieleden en kennissen, tennisinsiders en voormalige concullega’s zoals Billie Jean King, John McEnroe en Pam Shriver.

Terwijl Evert en Navratilova elkaar aansporen om nog eenmaal het beste uit zichzelf te halen, tijdens de allesbeslissende tiebreak tegen een gemeenschappelijke opponent die niet maalt om geld, macht of status, tonen ze uit welk hout ze zijn gesneden. Ieder voor zich gaan ze moedig de strijd aan met de ingrijpende kankerbehandelingen. En samen lijken ze, net als tijdens hun epische tenniscarrières, vooralsnog onverslaanbaar.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Eat More Trees

M&N Film Distribution

De woestijn dreigt hen in te halen, vertelt Yanniek Schoonhoven. Ze woont samen met haar echtgenoot Alfonso Chico de Guzmán en hun kinderen op de familieboerderij La Junquera in Zuid-Spanje. Met regeneratieve landbouw proberen ze om te gaan met de aanhoudende droogte en andere gevolgen van klimaatverandering. In dat kader dromen ze er ook van om de rivier, die acht jaar geleden is opgedroogd, weer terug te brengen in de nabijgelegen Quipar-vallei en zo hun leefgebied nieuw leven in te blazen.

Vanuit deze casus maakt landschapsontwerper/filmmaker Louis De Jaeger in de documentaire Eat More Trees (79 min.), die hij samen met regisseur Arne Focketyn heeft gemaakt, een rondgang langs allerlei inspirerende initiatieven elders op aarde. Bij The Land Institute in de Amerikaanse staat Kansas worden bijvoorbeeld gewassen verbouwd die bestand zijn tegen bodemerosie en klimaatverandering. Op een biologische boerderij in het Britse Reading stimuleert Iain Tolhurst de biodiversiteit en hoopt zo de uitgeputte bodem te reanimeren. Bij de Green Pastures Farm in Missouri proberen ze het grasland te herstellen met grazend vee. En in het sterrenrestaurant Blue Hill at Stone Barns van chefkok Dan Barber in New York wordt het farm-to-table principe gehanteerd.

Het moet uit zijn, betoogt verteller Hanna Verboom namens De Jaeger en Focketyn, met de industriële landbouw en het algehele kortetermijndenken. Door ontbossing dreigt binnen enkele generaties bijvoorbeeld ook savannevorming in het Braziliaanse regenwoud. En dat is – het mag geen nieuws meer zijn – uiteindelijk catastrofaal voor de gehele aarde. Initiatieven zoals het voedselbos van Pedro Diniz, een voormalige Formule 1-coureur uit Brazilië, zijn daarom essentieel om natuurlijke regeneratie op gang te brengen en de ontbossing tot staan te brengen. De aarde spreekt, zegt Benki Piako, de leider van de Ashaninka-stam die in het Amazonegebied de inheemse agroforestry-beweging heeft opgericht, met het nodige drama. Maar wanneer gaan we luisteren?

De ‘call to action’ van deze onvervalste film met een boodschap is onontkoombaar: met concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld de keuze voor polycultuur, meerjarige gewassen en verantwoord waterbeheer, is het tij nog altijd te keren. Hoe kunnen wij voor het land zorgen, vat één van de sprekers de basisgedachte van Eat More Trees samen, zodat het land voor ons kan zorgen?

Várzea: Onde Nasce O Futebol

Netflix

‘Ik wilde hetzelfde bereiken als Cafu, vertelt Marcelinho bij een kolossale muurschildering van de recordinternational, die in 1994 en 2002 wereldkampioen werd met het Braziliaanse nationale elftal. ‘Met de wereldcup staan, erkend worden. Niet alleen in mijn land, maar wereldwijd.’ Even later komt Gamão, de man die de muurschilderij heeft gemaakt, erbij zitten. ‘Voetbal is alles voor het getto’, stelt hij. ‘Het is de gemakkelijkste kans om hier weg te komen.’ Cafu symboliseert volgens de graffitikunstenaar dat verhaal. ‘Brazilië zit op de voetbaltroon door de favela’s.’

Cafu groeide op in de favela Jardim Irene, vertelt hij in Várzea: Onde Nasce O Futebol (internationale titel: The Root Of The Game, 123 min.), een driedelige serie over het zogeheten Várzea-voetbal in São Paulo, een knock-out toernooi waarin verschillende favela’s het tegen elkaar opnemen. Toen hij in 2002 wereldkampioen werd, dacht de voormalige rechtsback: ‘Jarim Irene kijkt naar mij.  Ze vragen zich vast af of Cafu ook naar Jardim Irene kijkt. Kijkt de aanvoerder ook naar ons?’ Op archiefbeelden is intussen te zien hoe iemand met een stift ‘100 % Jardim Irene’ op Cafu’s shirt schrijft. Zo wordt de volksheld ook vereeuwigd met de wereldcup, als jongen uit de favela die ‘de koning van de finales’ wordt.

Várzea-spelers zoals Marcelinho (Milianos) en Sujão (MEC) dromen er ook van om profvoetballer te worden – en niet tot de negentig procent van hun wijk te gaan behoren die op het verkeerde pad belandt. Vooralsnog is het hen niet gelukt om echt een carrière op te bouwen, maar met de Várzea-wedstrijden kunnen ze min of meer hun gezin onderhouden. In de kwartfinale staan de twee tegenover elkaar, in wat ook de climax van de eerste aflevering van deze miniserie van Alec Cutter gaat worden. In tegenstelling tot hun succesvolle landgenoten die bij Europese topclubs moeiteloos miljoenen binnen harken, moeten Marcelinho en Sujão koste wat het kost winnen. Want zij hebben écht niets te verliezen.

In de navolgende afleveringen van deze dikke productie zal de winnaar van de twee het, ten overstaan van z’n eigen gemeenschap, in de volgende ronde van de Super Copa Pioneer moeten opnemen tegen een andere wijk, waar criminelen de dienst uitmaken en een carrière in de (drugs)criminaliteit continu lonkt. ‘Ik heb nergens zoveel druk gevoeld als bij de Várzea’, vertelt de Braziliaanse international Raphinha, die tegenwoordig bij FC Barcelona speelt. ‘Je speelt een wedstrijd en ziet mensen met wapens die ons bedreigen of tijdens de wedstrijd met elkaar vechten.’ Hij herinnert zich hoe er bij een wedstrijd eens op de kleedkamerdeur werd gebonsd. ‘Als we zouden winnen, zouden we het niet overleven.’

Voetbal biedt de bewoners van favela’s desondanks een uitweg, toont Várzea: Onde Nasce O Futebol. Als mogelijk carrièrepad – of, realistischer, als tijdverdrijf en schouwspel dat even de druk van het dagelijks bestaan verlicht. De Várzea-wedstrijden, met al hun zwaar oververhitte peptalks, wilde overtredingen en ongegeneerde vreugde- of woede-uitbarstingen, hebben onmiskenbaar een ventielfunctie voor mensen die vaak alle hoeken van de kamer al eens hebben gezien. Intussen krijgt het winnen van die Super Copa Pinoneer, een plaatselijke variant op de hoofdprijs bij het Broer van Grunsven-toernooi of de George Baker, een belang dat alleen met de echte wereldcup is te vergelijken.

Wie mag hem, in naam van z’n favela, omhoog heffen?

Ultras: Pasion Y Muerte

HBO Max

Op 13 januari 1991 bereikt de alsmaar verder ontsporende rivaliteit tussen Boixos Nois, de harde kern van FC Barcelona, en de beruchte Brigadas Blanquiazules van stadgenoot Espanyol een nieuw dieptepunt: de Espanyol-supporter Frederic Rouquier gaat de boeken in als het eerste dodelijke slachtoffer in de geschiedenis van georganiseerd supportersgeweld in Spanje. Het gaat vermoedelijk om een wraakactie: een maand eerder is Boixos Nois-lid Sergi Segarra ernstig gewond geraakt.

Rouquier heeft een karakteristiek profiel, met extreemrechtse antecedenten. Hij is afkomstig uit Frankrijk, heeft een verleden in het Front National en werkt sinds enige tijd in een Spaanse winkel waar skinheadkleding wordt verkocht. Daarmee past hij prima in een subcultuur, die in 1982 is ontstaan nadat Britse hooligans het WK in Spanje bezochten en die in Spanje regelmatig wordt gelinkt aan neonazi’s en fascisten. Rouquiers dood staat centraal in de eerste aflevering van de driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte (internationale titel: Ultras: Passion And Death, 133 min.).

Daarna zoomt regisseur Pedro García Campos in op een volgend ijkpunt binnen de Spaanse hooliganscene waarin relschoppende kaalkoppen in bomberjacks en legerkistjes de dienst uitmaken. Afwisselend steken zij hun middelvinger op, maken de Hitlergroet of gaan op de vuist (en erger). Bij een wedstrijd tussen Atletico Madrid en Real Sociedad wordt op 9 december 1998 Aitor Zabaleta, een 28-jarige fan uit San Sebastián, doodgestoken door een lid van Frente Atletico. De fatale steekpartij dreigt de spanningen tussen Baskenland en de rest van Spanje te verergeren.

In de laatste aflevering van deze grimmige, door geanonimiseerde ultra’s bevolkte en met reconstructies aangeklede miniserie belicht Campos een massale vechtpartij in 2014, tussen Frente Atletico en de radicale supportersgroep Riazor Blues van Deportivo La Coruna. Die kost de Galicische fan ‘Jimmy’ leven kost. Als hij aan de rand van een brug hangt, wordt ie met flessen op zijn hoofd geslagen. Jimmy valt bewusteloos in een rivier. En Jan en alleman kan via talloze filmpjes van het geweld meegenieten. Zijn dood geldt als de eerste Spaanse ‘voetbalmisdaad in het digitale tijdperk’.

Met zijn focus op het hooliganisme, waarbij oudgediende José Luis Ochaita van Real Madrids omstreden Ultra Sur nog de rol van spijtoptant op zich neemt, wordt Ultras: Pasion Y Muerte bijna het tegendeel van de documentaire Ultras (2026), waarin Ragnhild Ekner juist voorbij het geweld kijkt en de rol van supportersgroepen als sociaal netwerk benadrukt. Campos komt bovendien tot de conclusie dat het einde nog lang niet in zicht is. De ongeregeldheden verplaatsen zich naar kleinere clubs en naar buiten het stadion. Rivaliserende clans spreken nu ook rustig in de bossen af.

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

Batik, Beats & Bumbu

Periscoop Film / vanaf donderdag 18 juni in de bioscoop

De eerste generatie Nederlanders met Indonesische roots probeerde geruisloos te integreren. Generatie twee vormde zogezegd een brug tussen de eerste en de volgende generaties. En de derde generatie, waarop Claire Pijman zich richt in de documentaire Batik, Beats & Bumbu (84 min.), probeert de verbinding te leggen tussen de wereld waarin zij zijn opgegroeid en het land van hun voorouders.

‘Er is wel echt iets aan het bloeien’, stelt Megan de Klerk, de leadzangeres van Nusantara Beat, een zeskoppige groep uit Amsterdam die zich onderscheidt met moderne interpretaties van traditionele Indonesische muziek. Pijman (Living The Light – Robby Muller / Een Vrouw Als Monique) volgt de groep naar Indonesië voor enkele optredens. Ook de andere hoofdpersonen van deze bedaarde film, jonge kunstenaars met wortels in het voormalige Nederlands Indië, doen inspiratie op in het Aziatische land waar hun oorsprong ligt.

Chefkok Vanja van der Leeden, auteur van het boek Indorock, laat zich door haar collega William Wongso bijvoorbeeld nóg verder inwijden in de geheimen van de Indonesische keuken. De modeontwerpers Romée Mulder en Myrthe Groot van atelier Guave bezoeken hun batikcontact Nia Hasan Batik. En deejay Michiel Sekan is als baas van zijn eigen platenlabel Jiwa Jiwa Records en connaisseur van de Indonesische muziek altijd op zoek naar verborgen pareltjes. Hij schrijft ook een boek, Soundwriters, over de Indische muzikale diaspora.

Stuk voor stuk zoeken ze een weg door hun eigen culturele erfgoed: wat valt er nog te ontdekken en hoe kunnen – en mogen – ze daar hun eigen draai aan geven? Deze documentaire registreert dat proces, waarin zij ook nadrukkelijk verbinding zoeken met vakbroeders en -zusters in Indonesië. Dat levert geen héél spannende of verrassende vertelling op. Pijman volgt haar hoofdpersonen simpelweg op de weg die zij afleggen: van Nederland naar dat land, waar ze net zo goed thuis zijn, en nóg dieper de cultuur in, die ze zich eigen hebben gemaakt.

Eenmaal terug in het land waar ze zijn opgegroeid vertalen deze vertegenwoordigers van de derde generatie Indische Nederlanders hun indrukken naar exposities, feesten en optredens, waarmee ons aller cultuur verder wordt verrijkt.

Si Tu Tues, Appelle-Moi

Ladybirds Films

Aan bijnamen heeft hun beroepsgroep nooit een gebrek gehad: maffiamaatje, advocaat van de duivel en – natuurlijk – consigliere. Als juridisch adviseur van een crimineel kopstuk kunnen deze advocaten bovendien zelf in de vuurlinie belanden. Letterlijk. En voor hetzelfde geld worden ze ook meegezogen in het strafrechtelijke moeras waarin hun cliënten al terecht zijn gekomen.

Tegelijkertijd zijn er de macht, de roem en de inkomsten die bij de job horen. In de interviewdocu Si Tu Tues, Appelle-Moi (internationale titel: If You Kill, Call Me, 55 min.) uit 2022 laat Eduardo Febbro enkele prominente advocaten, die drugskartels, de maffia of andere georganiseerde misdaadorganisaties bijstaan, aan het woord over hun leven en werk en de Capo’s die zij hebben vertegenwoordigd. Ze balanceren in hun professie voortdurend op het slappe koord tussen gewoon hun juridische werk doen en daadwerkelijk onderdeel worden van een crimineel netwerk.

‘Mijn oma zei altijd: advocaten gaan naar de hel’, vertelt Gustavo Salazar, de vaste advocaat van de legendarische Colombiaanse drugsbaas Pablo Escobar, die zelf opgroeide in een arm boerengezin. ‘En ook mijn hele familie was ertegen. Het zijn dieven of leugenaars, zeiden ze tegen me, die niet meer gered kunnen worden. Op een ochtend werd ik echter wakker en zei tegen mijn moeder: ik word advocaat en ga naar de hel.’ Salazar heeft een glashelder uitgangspunt. ‘Vertel mij de waarheid’, zegt hij tegen zijn cliënten. ‘Zodat ik kan liegen tegen de jury.’

Juristen zoals hij kiezen hun woorden doorgaans zorgvuldig, óók in deze aardige rondgang langs met name Mexicaanse vertegenwoordigers van de beroepsgroep, waaronder verschillende advocaten van Joaquin ‘El Chapo’ Guzmán, de leider van het Sinaloa-drugskartel. Zij spreken vooral in algemeenheden, mijden al te concrete voorbeelden of navrante inkijkjes en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tegenover hen posteert Febbro een openbaar aanklager, een lid van de Mexicaanse orde van advocaten en de weduwe van een vermoorde advocaat.

Zo wordt in grote lijnen het speelveld van de karteladvocaat afgebakend, waarbij zij vooral aan de zijlijn moeten blijven staan en nooit aan het spel zelf mogen gaan deelnemen. En via hen komt ook het schrikbeeld van een narcostaat in beeld.

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Tot De Laatste Noot

NTR

De één mist de ‘dodelijke perfectie’ niet, een ander beschouwt haar werk nog altijd als een ‘levenselixer’. In Tot De Laatste Noot (60 min.) portretteert Marlou van den Berge vier operazangeressen op leeftijd. Ze hebben in feite niets meer te bewijzen, maar dat voelt lang niet altijd zo.

Hoewel ze zich soms een marionet van de almachtige regisseur heeft gevoeld en aan het einde van haar carrière volgens een bruuske recensent ‘de vocale bruikbaarheid voorbij’ was, moest de Nederlandse sopraan Charlotte Margiono (1955) wel even wennen toen ze na een voorstelling niet meer werd begroet met een bos bloemen. ‘Dat is echt diva af’, vertelt ze zonder omhaal van woorden. ‘Géén bloemen meer.’

Haar Franse collega Sandrine Piau (1965) is nog altijd actief, maar twijfelt of ze moet doorgaan tot haar stem het begeeft. Iedere zangeres krijgt te maken met een afnemend stembereik, geleidelijk of juist héél plotseling. Dat betekent soms ook rollen opgeven of de componist vragen om de rol om te schrijven naar een iets lagere toonsoort. Maar waar en wanneer bereik je als performer je eigen grens?

De Duitse mezzosopraan Doris Soffel (1948) lijkt zich die vraag niet te willen stellen. Ze staat op late leeftijd nog altijd op de grootste podia en wil duidelijk in het harnas sterven. De Amerikaans-Nederlandse sopraan Roberta Alexander (1949–2025) tenslotte, die tijdens de montage van deze film is overleden, heeft dit uitgangspunt min of meer in de praktijk gebracht. Tot het laatst vraagt ze het uiterste van zichzelf.

Van den Berge (Ademtocht, De Vele Gevechten Van Maite Hontelé, Het Dinsdagavondgevoel en Klaas de Jonge, De Prijs Van Vrijheid) volgt deze vier gelauwerde operazangeressen tijdens repetities, voorstellingen en hun andere bezigheden, laat hen terugkijken naar fragmenten uit hun absolute hoogtijdagen en vangt ondertussen hun bespiegelingen op ouder worden en het dealen daarmee.

De opzet van Tot De Laatste Noot doet denken aan die van Tot De Laatste Snik!? (2022), de documentaire waarin Marcel Goedhart vijf Nederlandse pophelden portretteerde, en is al net zo effectief. Een boeiende film over hoe je als begenadigde veteraan vitaal, relevant én gelukkig blijft.

Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken

Cinema Delicatessen

In de afgelopen jaren lijkt de Nederlandse documentairewereld, oneerbiedig gezegd, een vruchtbare nieuwe afzetmarkt te hebben ontdekt. De grootste bioscoopsuccessen – en documentaires hebben het doorgaans moeilijk in filmtheaters – lijken te komen van films die een specifieke bevolkingsgroep aanspreken: Chinese Nederlanders (Meer Dan Babi Pangang), Papoease Nederlanders (The Promise), Surinaamse Nederlanders (Moeder Suriname) en – vooral – Nederlanders uit de voormalige kolonie Nederlands Indië (Kleinkinderen Van De Oost, Indië Verloren… en Anak Indië).

Op dit terrein beweegt ook Sven Peetoom zich als filmmaker. In 2025 regisseerde hij samen met Juliëtte Dominicus, die eerder al de korte film Indisch Zwijgen (2022) had gemaakt, de intieme documentaire Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch. Nu volgt Mama’ku – Van Jakarta Tot De Molukken (57 min.). Peetoom is door danseres Cheroney Pelupessy uitgenodigd voor een reis naar Indonesië. Zij wil de plekken bezoeken die haar moeder Laura als kind hebben gevormd. Intussen wil ze werken aan haar lastige relatie met de vrouw die ze nog altijd consequent met ‘u’ aanspreekt.

Deze geladen roadmovie is gelardeerd met gestileerde danssequenties, waarmee Cheroney, alleen of samen met haar moeder of mensen die ze onderweg ontmoet, haar impressies en gevoelens uitdrukt. In het land van hun voorouders stuiten ze samen op pijn uit het verleden: huiselijk geweld, een gedwongen huwelijk en smokkel naar Nederland. Dit leidt overigens niet direct tot toenadering tussen ouder en kind. ‘Als de camera uitstaat, komt de dynamiek van vroeger weer terug’, constateert Cheroney Pelupessy gefrustreerd. ‘Mama sluit zich af, duwt mij weg en keurt alles af.’

Als dochter wil ze gehoord worden. Dat gaat echter niet vanzelf. Daarvoor zijn haar familiegeschiedenis, die zowel in Nederland als op Java en de Molukken ligt, en het intergenerationele trauma dat daardoor is ontstaan wellicht ook te complex. Cheroney en Laura Pelupessy moeten ervoor werken om echt thuis te komen, het, ja, Indische zwijgen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen, in een broeierige trip down memory lane, waar zowel moeder als dochter natuurlijk een héél klein beetje veranderd uitkomt.

Helden Van De Galaxy

VPRO

Het bericht dat hij samen met zijn moeder en twee broertjes een huis toegewezen heeft gekregen, zorgt bij Abdulatif voor een belangrijke vraag: is er wel een voetbalclub in de buurt? De dertienjarige Syrische jongen is eraan gewend geraakt dat er altijd voetbalvriendjes in de buurt zijn. Hij woont al meer dan twee jaar op de Galaxy, een voormalig cruiseschip dat in de Amsterdamse haven ligt en dat al enige tijd wordt ingezet als asielzoekerscentrum. Er wonen inmiddels zo’n 1500 mensen uit landen als Syrië, Eritrea en Somalië.

Op dat schip volgt Mirjam Marks nog vier Helden Van De Galaxy (64 min.): het elfjarige Libische meisje Nour, Laila (10) uit Jemen en de broers Basel en Mohammad, kinderen die al op jonge leeftijd op drift zijn geraakt met (een deel van) hun familie. Onderweg van daar naar hier en God weet waar proberen ze er het beste van proberen te maken, op een schip dat nog steeds alle ruimte biedt voor vertier. Voetballen op het enorme parkeerdek, bijvoorbeeld. Maar ook: rolschaatsen in de lange gangen, verstoppertje spelen of zelf slijm maken in de Moonlight Bar.

Tussendoor laat Marks hen in deze vierdelige jeugdserie vertellen over hun eigen levens, die ze kleur geeft met metaforische verhaaltjes over respectievelijk een vogelkoning, klein visje, vriendelijke djinn en kleurrijke papegaai, opgedist door verteller Hajar Fargan en geïllustreerd met vrolijke geanimeerde figuurtjes. Zo worden de lotgevallen van de individuele kinderen in een sprookjesachtige context geplaatst, alsof ze simpelweg van het ene in het andere avontuur tuimelen. De levens van de jonge helden krijgen daardoor ook nooit een mistroostig karakter.

Er zit soms ook beweging in: van de Galaxy naar een doodgewone woning, waar het leven in Nederland opnieuw begint – of past echt. Van het schip mist Abdulatif daar eigenlijk niets, bekent hij enkele maanden later, als ie toch nog even op bezoek komt. Behalve: Mohammad. Want vrienden zijn voor deze vindingrijke kids, getuige de hartverwarmende verhalen die Mirjam Marks in vier vlot vertelde afleveringen optekent, in deze onzekere tijden letterlijk van levensbelang.

Yuja Wang

Sky UK & Arte / NTR / maandag 25 mei, om 22.40 uur, op NPO2

‘Het is een goed geoliede machine’, zegt de Chinees-Amerikaanse sterpianiste Yuja Wang, ongemakkelijk lachend, in de documentaire Yuja Wang (55 min.). ‘Hij blijft uit zichzelf doordraaien. En wij zijn niet meer dan de onderdelen. Belangrijke onderdelen. Maar als ik afval, kunnen andere onderdelen me vervangen. Dat klinkt akelig, maar zo zakelijk is het wel.’

Het is een wrange conclusie voor een vrouw, die wordt geroemd om haar ongeëvenaarde techniek en virtuositeit en die geldt als de rockster van de klassieke wereld. Ook zij wordt rücksichtslos vervangen als ze niet meer mee wil draaien. Als Yuja zou besluiten om haar agenda, die enkele jaren vooruit wordt gepland, eens helemaal schoon te vegen. Omdat ze even niet wil – of gewoon niet meer kan.

Documentairemaker Lorna Tucker, die eerder uitgesproken vrouwelijke kunstenaars zoals Greta Garbo, Katharine Hepburn en Vivienne Westwood portretteerde, legt Yuja Wang op een divan en confronteert het voormalige wonderkind met een associatieve beeldenstroom uit haar eigen verleden. Samen met haar muzikale helden, leraren en begeleiders reflecteert Wang ondertussen kritisch op haar leven en loopbaan.

‘Ik wil vanaf het begin al rustiger aan doen’, zegt ze, later in deze nogal weelderig vormgegeven film, waarin ook haar performances worden gematcht aan een wirwar van associatieve beelden die op een ‘green screen’ zijn geprojecteerd. ‘Ik klaag nu. Maar als ik het rustiger aan deed, zou ik ook klagen. Je blijft altijd aan jezelf twijfelen. En je bent onzeker. Wil ik heel productief zijn of liever gelukkiger en rustiger?’

Dit portret van de uitgesproken pianiste wordt zo bijna een update van Paul Cohens observerende documentaire Janine (2010) over Wangs Nederlandse vakzuster Janine Jansen – al worden de eenzaamheid, stress en kritiek van het leven als rondreizende topmusicus in deze film niet alleen zicht- en voelbaar gemaakt, maar ook nog eens zeer expliciet benoemd.