Als De Zee

Interakt / EO

Een jaar eerder ging de 25-jarige Kim Smits naar de zee om erin te verdrinken. In de immersieve korte documentaire Als De Zee (25 min.) van Sophie van Bree keert ze terug naar het water, voor een surftherapie met andere jongeren met psychische problemen.

Tussendoor was er een crisisopname, waarvan Kim nu nog moet loskomen. Ze zoekt dwangmatig naar houvast. Grip op haar bestaan, op zichzelf. Haar handen tasten voortdurend haar directe omgeving af. Een kastdeurtje, een kassabon, een fles water. Op zoek naar zekerheid, de controle die nooit helemaal komt.

Kim kan zich geen leven voorstellen zonder een monstertje in haar hoofd. Er mag op zich best iemand in haar hoofd wonen, denkt ze hardop, zolang die lieve dingen tegen haar zegt. Intussen blijft de camera heel dicht bij de jonge vrouw in de buurt en vangt haar permanente onrust en de pogingen om die te bezweren.

Ze moet vertrouwen krijgen in zichzelf, zegt Kims begeleider. Dat voelt alleen alsof ze aan haar lot wordt overgelaten. In de zee, zo laten Van Bree en haar cameraman Rogier Timmermans treffend zien, wordt Kim gedwongen om zich over te geven. De golven beuken soms tegen haar aan, maar voeren haar evengoed mee.

Subtiel toont Als De Zee, ingekaderd met telefoongesprekken van Kim met haar ouders, hoe de kwetsbare jonge vrouw stukje bij beetje iets van haar zelfvertrouwen hervindt. Tegelijkertijd is zij ook bang dat het goed zal gaan. Want dan verliest ze haar rol als patiënt. ‘Wat blijft er dan over?’

Mr. Scorsese

Apple TV+

De grote kleine filmregisseur zelf wordt in Mr. Scorsese (287 min.) geïntroduceerd met het vervaarlijke intro van Sympathy For The Devil. De entree van de twee belangrijkste acteurs in zijn carrière, Robert De Niro en Leonardo DiCaprio, wordt vervolgens kracht bijgezet met de woeste gitaarriff van een andere Rolling Stones-klassieker, Jumpin’ Jack Flash. Net als Martin Scorsese geeft ook documentairemaker Rebecca Miller muziek een sleutelrol in haar vijfdelige portret van de onvolprezen cineast.

Scorsese zelf claimt daarin natuurlijk de absolute hoofdrol, maar ook De Niro en DiCaprio krijgen vanzelfsprekend een belangrijke bijrol. Zij reanimeren respectievelijk een loopbaan die al lijkt te worden afgebroken voordat ie goed en wel is begonnen en een carrière die na enkele flops weer eens in het slop zit. Samen maken ze eerst essentiële films voor het geestelijk welzijn van de filmmaker – Mean Streets (1973), de weerslag van Scorseses grimmige jeugd in ’Little Italy’, en Gangs Of New York (2002), een droomproject dat bijna drie decennia op de plank is blijven liggen – en daarna stuwen ze elkaar films lang naar grote hoogten. Martin + Robert/Leo = klassieker.

Een Oscar laat desondanks verdacht lang op zich wachten, een steeds terugkerend thema in het verhaal van Scorseses carrière. ‘Hij wil je niet vertellen wat je moet denken’, stelt zijn vaste editor Thelma Schoonmaker daarover. ‘Hij laat ’t je voelen.’ De morele ambiguïteit, het botte geweld en de uitzinnige symboliek van klassiekers zoals Taxi DriverRaging BullGoodfellasCasino en dat andere liefdesproject, The Last Temptation Of Christ, strijken menigeen tegen de haren. Ze zijn tevens de weerslag – ook dat is geen geheim – van de getormenteerde geest van de maker, een man met een aanzienlijk ego, die gedurig worstelt met woedeaanvallen, drugsgebruik en depressies.

Een man ook die leeft voor zijn films. Treffend is de bekentenis van Scorseses dochter Domenica dat ze zich nooit zo geliefd voelde door haar vader als toen ze meespeelde in zijn film The Age Of Innocence. Ook haar halfzussen Cathy en Francesca, exen zoals Sandra Weintraub en Isabella Rossellini en enkele jeugdvrienden geven in deze ferme miniserie aardige inkijkjes in ’s mans hart en hoofd. Zelfs Salvatore ‘Sally Gaga’ Uricola, die model stond voor Mean Streets-hoofdpersoon Johnny Boy, wordt daarin nog voor de camera gehaald. Als representant van de wereld waarvan een ziekelijk joch – ‘Thank God for asthma’, lacht collega Spike Lee – zich los heeft gemaakt om filmmaker te worden.

Hollywood, de wereld waarvan hij vervolgens, vaak tegen wil en dank, onderdeel wordt, is natuurlijk eveneens vertegenwoordigd in Mr. Scorsese. Behalve zijn vaste protagonisten De Niro en DiCaprio zijn ook de acteurs Jodie Foster, Sharon Stone, Cate Blanchett en (Millers echtgenoot) Daniel Day-Lewis van de partij, alsmede zijn collega’s Steven Spielberg en Brian De Palma, producer Irwin Winkler en de scenarioschrijvers Nicholas Pileggi, Jay Cocks en Paul Schrader. Samen met Martin Scorsese zelf en een rijke collectie kindertekeningen, storyboards, filmset-interviews, B-roll beelden en becommentarieerde scènes dwingen ze eenieder om nóg beter naar zijn films kijken.

Tegelijk loopt deze miniserie ook allerlei andere hoofd- en zijpaden in diens lange leven en loopbaan af: Scorseses frustratie over de Oscar-winnende Woodstock-documentaire (1970), waarvoor hij nooit de credits heeft gekregen als coregisseur. De bijrolletjes van zijn moeder Catherine in z’n films. Zijn eigen creatieve crisis tijdens de opnames van The King Of Comedy. De aanslag op president Ronald Reagan door John Hinckley, die daartoe zou zijn aangespoord door Taxi Driver. En de ziekte van zijn huidige echtgenote Helen, die al dertig jaar kampt met Parkinson. Intussen lijkt de hoofdpersoon alsmaar milder te zijn geworden, terwijl zijn honger om films te maken onstilbaar is gebleken.

Als aan het eind van dit portret alles lijkt te zijn gezegd – en, vooral, gezien – werkt Rebecca Miller toe naar Killers Of The Flower Moon (2023), de film waarin Martin Scorsese Robert De Niro en Leonardo DiCaprio zowaar heeft samengebracht. En ook The Stones melden zich dan weer, met het geladen Gimme Shelter.

Mijn Lief Kind

Keplerfilm

Meer dan veertig uur aan beeldmateriaal heeft Maarten de Schutter nog. Van zijn moeder Martine en zichzelf. Uit de tijd dat zij een twee-eenheid vormden. Onverbrekelijk met elkaar verbonden. Totdat het noodlot haar op 17 juli 2014 wegrukte uit hun leven. Martine was op weg naar de World Aids Conference toen haar vliegtuig, de beruchte vlucht MH17, uit de lucht werd geschoten. Hij was pas vijftien.

Zij sprak al tegen Maarten toen hij nog niet was verwekt. Mijn Lief Kind (57 min.), begon de vrouw, die een kleine anderhalf jaar later zijn moeder zou worden, op 17 november 1997 aan haar dagboek. ‘Het is moeilijk om te schrijven aan iemand zonder identiteit, zonder gezicht, nog zonder naam’, schreef ze. ‘Iemand die er misschien wel nooit zal zijn.’ Zijn moeder wilde zijn oorsprong met haar kind in wording delen. Omdat die nogal afweek van de maatschappelijke standaard.

Als alleenstaande vrouw had Martine de Schutter, een feministisch antropologe die al veel van de wereld had gezien, besloten dat ze een kind wilde. Via kunstmatige inseminatie werd Maarten verwerkt, de inmiddels volwassen jongen die zijn moeder nu wil terugvinden via deze persoonlijke film. Ruim tien jaar eerder is hij niet alleen haar kwijtgeraakt. Ook de meeste herinneringen aan hoe ze samen waren, wat zij voor hem was en hij voor haar, zijn eveneens verdwenen.

Met enkele dierbare vrouwen uit hun leven – die haar lieve kind heeft uitgenodigd in het huis van zijn moeder, dat hij nog altijd bewoont, en die hij daar van dichtbij, heel intiem, in beeld brengt – probeert Maarten de Schutter de weg terug naar die ooit alomtegenwoordige ouder te vinden. Hij bevraagt hen over hoe zij samen waren. Op de homevideo’s die van hen bewaard zijn gebleven is voor eenieder te zien wat hij nauwelijks onder ogen kan komen: dat ze bij elkaar hoorden én horen.

De beelden van die tijd zijn gedateerd geraakt en soms ook beschadigd. En wat er echt belangrijk was, bevond zich soms eerder tussen dan op de frames. Maarten toont ze desondanks: zonder enige opsmuk of juist met geladen muziek. Simpelweg het ruwe materiaal of als een kort gesneden sequentie. Ingebed in herinnerdingen en andere parafernalia bovendien. En verder ingekaderd met rudimentaire titels, uit verloren televisiejaren. Hun tijd samen komt ermee terug. Soort van.

Deze documentaire maakt het particuliere, een heel verdrietig verhaal waarvan er in deze vorm vast geen tweede variant bestaat, toch universeel. Over het verlies van een ouder, de rouw, boosheid en schuldgevoelens die weggestopt willen worden en het kwijtraken en weer terug proberen te vinden wat er ooit dagelijks en heel vanzelfsprekend was – ook al had Maarten als kind al ‘extreme angst’ dat één van de vliegtuigen waarin zijn moeder regelmatig stapte zou neerstorten.

Een aangrijpend video-antwoord van dat inmiddels volwassen kind aan zijn lieve moeder. Iemand die er nooit meer zal zijn, maar er wel degelijk geweest is.

De Originele Karina Beumer

Studio Ruba / VPRO

‘Dus… ik ontsla mezelf en plaats een vacature: Karina Beumer zoekt een vervanger voor zichzelf. En ik neem iemand aan om mij te zijn’, vertelt De Originele Karina Beumer (60 min.) – dat moeten we tenminste maar aannemen – bij de start van deze gelijknamige film.

De Nederlandse beeldend kunstenaar, die kampt met writer’s block, geeft haar acht (!) vervangers vervolgens allerlei opdrachten. Maak een ruimtepak, met mama, bijvoorbeeld. Of: regel een tentoonstelling. En: maak het sculptuur af in het atelier. Daarbij krijgen ze toegang tot zo ongeveer haar hele leven. Behalve tot haar huis, want Karina’s vriend Jan wil niets met het project te maken hebben. Tenminste, dat zegt Karina Beumer – naar verluidt de echte. Bovendien mag Karina™, zo heeft ze hoogstpersoonlijk verordonneerd, zelf niet aanwezig zijn bij het uitvoeren van die opdrachten.

‘Ik zei al tegen mensen’, bekent één van de sollicitanten lachend. ‘Als ze mij niet uitkiest, ga ik het misschien gewoon tóch doen.’ Zo geeft iedereen zijn eigen invulling aan het schimmenspel dat Karina rondom zichzelf heeft opgezet. Inclusief haar moeder Inge Beumer-de Boer. Tenminste… als dat inderdaad mams is. Een buitenstaander begint al snel alles in deze joyeuze film met argusogen te bekijken. ‘Gelukkig’ lijkt Inge inderdaad op de moeder uit Beumers vorige film (…) (2023), een al even associatieve en kolderieke tocht langs het Niet-Aangeboren Hersenletsel van Karina’s vader Ron.

En hoewel zij deze hele onderneming heeft opgezet om zichzelf te ontlasten en een deel van haar werkzaamheden uit te besteden, blijkt het nog een hele klus om de vervangers aan te sturen. Al die identiteiten – zowel de echte als de aangenomen – beginnen volledig door elkaar heen te lopen. Is dit de manier om te ontsnappen aan jezelf en aan een hectisch leven van deadlines en exposities? vraagt Beumer zich af, terwijl ze in haar provisorisch in elkaar geknutselde controleruimte naar haar eigen ‘meerkoppige Karina Beumer-monster’ kijkt. Hoeveel kun je van jezelf uitbesteden?

Terwijl ze zichzelf, in al die verschillende gedaanten, gecompliceerde levensvragen stelt, houdt Beumer ‘t ten allen tijde luchtig. De Originele Karina Beumer wordt daardoor al net zo origineel, grappig en ontregelend als recente films van/over/met geestverwanten zoals Bart Eysink Smeets, Dick Johnson en Stefano Keizers. En als argeloze kijker heb je alle gedachtenkronkels, spitsvondigheden en bokkensprongen van Karina™ en de (ex) Karina Beumers maar te volgen. Totdat hun zorgvuldig geconstrueerde werkelijkheid ’t ook voor niet-Karina’s verdomd lastig maakt om aan haar te ontsnappen.

Want in dit vervangingsproject, waarmee de initiator natuurlijk vooral in haar eigen hoofd laat kijken, is voor de verandering nu eens echt de verbeelding aan de macht.

Mo Ihattaren – De Beproeving

Act Of Sports / BNNVARA

Op het dieptepunt weegt hij 117 kilo. De kans op een carrière als topvoetballer lijkt enkele jaren geleden definitief verkeken voor Mohamed Ihattaren. Het voormalige supertalent is begin twintig en lijkt toch al volledig uitgerangeerd. De ‘slapzak eerste klas’, aldus Johan Derksen, heeft ‘t helemaal verknald bij topclubs als PSV, Juventus en Ajax en wordt alom uitgekotst. Geen club wil zijn vingers nog branden aan het Marokkaans-Nederlandse enfant terrible.

En dan besluit hij er toch nog een keer vol voor te gaan. Ondersteund door zijn eigen ‘Team Mo’, onder leiding van oud-speler José Fortes Rodriguez. Personal trainer Jivan Akihary probeert Ihattaren lichamelijk helemaal fit te krijgen, mental coach Bram Bakker bekommert zich om de geestelijke kant. En Koen Veenstra en Ricardo Kishna zorgen voor de dagelijkse begeleiding. Hij beschikt van zichzelf niet over de juiste mindset, windt Kishna er geen doekjes om in Mo Ihattaren – De Beproeving (55 min.). ‘Anders had ie ons allemaal niet nodig gehad.’

Getuige deze heel aardige docu van Joel van den Heuvel en Tim van Maanen is Mo’s grote steun en toeverlaat echter zijn oudere broer Yassir. Hij voedde hem zowat op, ging altijd mee naar Eindhoven toen Mohamed in de jeugd van PSV speelde en fungeert nog altijd als een soort vaderfiguur voor hem. Zeker nadat hun vader Mostapha na een lang ziekbed, waarbij Mo veelal weg was gehouden, in 2019 overleed, probeerde hij hem samen met moeder Ihattaren op koers te houden. De dood van het gezinshoofd markeerde overigens meteen de start van hun oogappels neergang.

Er is destijds, dat maakt deze film wel duidelijk, erg hard geoordeeld over de tiener die en plein public moest opgroeien en rouwen. Zodra hij over zijn vader spreekt in De Beproeving oogt die ogenschijnlijk nét iets te arrogante Mo al snel weer als een beschadigd joch, dat geen raad weet met zijn gevoelens. ‘Ik ben een emotievreter’, bekent hij onomwonden. Het Utrechtse raspaardje kan echter ook grappen over de tijd dat een voetbalcarrière verder weg leek dan ooit. ‘Op een gegeven moment wilde ik bijna naar de Hunkemöller gaan, om beha’s te passen.’

Ihattaren, die na enkele jaren weer thuis bij zijn moeder woont, krijgt dan echt iets ontwapenends. In de juiste omgeving, tussen de juiste mensen, is het helemaal geen slecht jong. Dat spreekt ook uit de warme woorden die Mark van Bommel, jarenlang zijn trainer bij PSV, nog altijd aan hem wijdt. Hij heeft de mens en de voetballer Mohamed Ihataren, die zich via RKC Waalwijk naar een contract bij eredivisieclub Fortuna Sittard heeft geknokt, duidelijk nog niet opgegeven – hoe sceptisch Johan Derksen, ooit één van de mannen die hem over het paard tilde, daarover ook is.

Dit portret is ongetwijfeld bedoeld om het joch Mo achter het %#@-ventje Ihattaren vandaan te halen. Zodat de allerlaatste kans voor deze potentiële topspeler ook daadwerkelijk kans van slagen heeft. Hij bezoekt daarin verder zijn eerste club S.V. Houten, laat zich als een eregast onthalen op een kickboksgala en geeft alles wat ie in zich heeft tijdens een bokstraining. En hij gaat, in het kader van zijn persoonlijke herbronning, naar Al Hoceima in Marokko, om het graf van zijn vader zaliger te bezoeken. Om nog eens goed te beseffen waarvoor – en voor wie – hij ’t doet.

De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom

NTR

Ze behoren tot de tweede generatie wolkenfietsers. De broers Ruud en Gijs van de Wint beheren en exploiteren De Nollen, een voormalige vuilnisbelt in de duinen bij Den Helder die door hun vader Rudi gedurende ruim 25 jaar werd omgeturnd tot een levend kunstwerk. In de natuur bij zijn geboortestad maakte hij met bunkers, sculpturen en andere kunstwerken een klein paradijs. In het onderhoud daarvan gaat alleen enorm veel werk inzitten. Bovendien is de boel in z’n huidige vorm nauwelijks rendabel te krijgen.

‘Zorg ervoor dat je ‘t afmaakt!’ hield de kunstenaar zijn zoons voor, voordat hij in 2006 plotseling overleed. En daarvan hebben zij een levensopdracht gemaakt. In de woorden van oudste zoon Ruud: ‘Je boetseert door waar hij gestopt is.’ Buitenmens Ruud fungeert als geweten van De Nollen, de representant van zijn lekker dwarse vader die niets moest hebben van de reguliere kunstwereld. Zijn jongere broer Gijs, een echt mensenmens, zet daar realisme naast. Om te kunnen overleven moet De Nollen ook worden vernieuwd.

In de zeer fraaie documentaire De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom (67 min.) volgt Gülsah Dogan de missie van de twee broers, die zelf met hun gezinnen ook in De Nollen zijn neergestreken. Zij leven letterlijk de droom van hun vader. Die wordt, al naar gelang je gezichtspunt, verrijkt/bedreigd door plannen om ook een R.W. van de Wint-museum te starten in de groene oase. Daar zouden de honderden schilderijen, die nu in Van de Wints opslag liggen te verstoffen, toegankelijk kunnen worden gemaakt.

Beoogd directeur Ralph Keuning wil van het museum in wording echter ‘geen mausoleum voor Rudi van de Wint’ maken, maar een bruisende plek waar ook ruimte is voor ‘de Rothko van 28 van nu’. Zo hoopt hij de 7.000 mensen die De Nollen nu per jaar ontvangen op te krikken naar zo’n 50.000 bezoekers. En dat roept bij de conservatoren van de droom van ‘de grootste kosmische kunstenaar’ Rudi van de Wind (1942-2006), zijn zoons Ruud en Gijs, serieuze vragen op. Gaat dit niet in tegen alles waar hun vader voor stond?

Want hun landschap mag dan een levend organisme zijn – bijzonder fraai vastgelegd met (drone)shots – het moet wel een eigen universum blijven. Cultuurclash verzekerd – ook, indirect, tussen de broertjes. Dogan vangt intussen de passie van de twee mannen, die altijd een kind van hun vader zullen blijven. Dit is wat ze zijn. Wat ze waren. En wat ze (willen) blijven. Ook als de meningen uiteenlopen over hoe precies. En ze mogen dan moeilijke tijden hebben gekend, in al die jaren is er nooit ook maar één schilderij verkocht.

Met parallellen tussen heden en verleden, door het vermengen van actuele scènes met de zoons en archiefbeelden van hun vader, laat Gülsah Dogan bovendien zien hoe zij daadwerkelijk een eenheid vormen met de oorsprong van De Nollen. En het ‘buitenlaboratorium’ voor Van de Wints kunst en de verheven vaderliefde van zijn zoons vormt meteen een idyllisch decor voor deze intrigerende parabel over de strijd tegen institutionalisering en het behouden van je idealen. Zonder daarbij te bevriezen in de tijd.

De Bus Naar Mostar

BNNVARA / De Haaien

Er was in feite geen weg terug meer. De 26 meisjes van een Joegoslavisch handbalteam, in leeftijd uiteenlopend van dertien tot en met achttien jaar, waren in 1992 naar het Noord-Hollandse dorp Oosterblokker gekomen voor een pinkstertoernooi. Ze zouden een dag of tien blijven. Daarop hadden ook hun gastouders zich ingesteld. En toen bracht Joško Stanic, de voorzitter van de handbalclub van Mostar en initiatiefnemer van hun trip naar Nederland, een videoband mee uit hun geboorteland. De tieners konden daarop met eigen ogen zien dat hun stad inmiddels helemaal kapot geschoten was.

Achteraf bezien was het een omslagpunt, concluderen enkele speelsters ruim dertig jaar later in de driedelige docuserie De Bus Naar Mostar (128 min.). Het tafereel is destijds ook vastgelegd: een groep meisjes in een willekeurige Nederlandse woonkamer kijkt ontzet naar de ravage die er op hun geboortegrond is aangericht. Ze hebben geen keuze: alles beter dan daar. Een half leven verder woont de helft van de handbalsters nog altijd hier. Ze hebben in Nederland een bestaan opgebouwd. Als, ja, vluchteling. En in de wetenschap dat hun families en vrienden in barre omstandigheden moesten zien te overleven.

Onder begeleiding van psycholoog Iva Bicanic maken vier van deze vrouwen nu een symbolische reis, met de bus terug naar waar ze ooit, 33 jaar geleden, zijn vertrokken. ‘Het is maar voor een paar dagen’, grapt één van hen naar de Hollandse vrienden die zijn gekomen om hen uit te zwaaien. ‘Daar gaan die buitenlanders uit Blokker’, vult een ander geëmotioneerd aan. Onderweg komen er in deze miniserie van Yvette Nieuwstad, die voortborduurt op het boek De Bus Uit Mostar van GerBen van ’t Hek en Rens Lieman, natuurlijk allerlei herinneringen boven aan de heenreis die al snel meer dan zomaar een pleziertripje werd.

Tegelijk blijkt het geheugen ook trucs met Tea, Lidija, Mirela en Lemja uit te hebben uitgehaald. Niet alles wat ze nu tegenkomen strookt met hun herinneringen. Om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen, leggen ze in de bus alle brieven en dagboeken naast elkaar en maken een sluitende tijdlijn. En eenmaal op de plaats van bestemming, het Mostar van hun jeugd, gaan ze in gesprek met de achterblijvers – al gaat dat niet bij iedereen van harte. Want de oorlog blijkt ook ruim dertig jaar na dato nog altijd lastig terrein. En die heeft tevens de 26 tienermeisjes, die naar de andere kant van Europa werden gestuurd, ernstig beschadigd.

Via archiefbeelden van hoe ’t de handbalsters en hun gastgezinnen destijds verging in het verre Nederland brengt Yvette Nieuwstad ook dat beladen verleden in beeld. Daarnaast kijkt ze in het hier en nu mee bij de activiteiten, ontmoetingen en gesprekken van haar hoofdpersonen en begeleidt die met een toepasselijke Balkan-soundtrack. Iva Bicanic verbindt de verschillende elementen intussen met een bespiegelende voice-over. Samen fabriceren ze zo een solide verslag van een bewogen trip. Waarbij alle betrokkenen, zoals ‘t hoort bij een roadmovie, ook een innerlijke reis maken en daar gelouterd uitkomen.

Het verleden mag dan niet definitief afgesloten zijn, het heeft wel meer z’n plek gevonden.

Het Muziekmedicijn

Memphis Features / Max

Van muziek bloeit niet alleen het hart open, ook de hersenen gaan er beter van werken. Klassiek zangeres Maartje de Lint, artistiek leider van Zingen In De Zorg, maakt zich daarom sterk voor het doelbewust inzetten van zingen en dansen bij mensen met dementie. En dan niet alleen door goedbedoelende vrijwilligers, maar door professionals zoals zijzelf, die zijn getraind om de neuroplasticiteit en cognitie van ouderen met dementie in stand te houden of zelfs weer te verbeteren.

‘Dat klankgeheugen, wat diep in dat brein zit, dat is mijn materiaal’ vertelt de Lint in de documentaire Het Muziekmedicijn (58 min.) van Frénk van der Linden. ‘En dan is het mijn taak om die deur open te doen, zodat de mensen zelf ontdekken dat ze nog heel veel kunnen.’ Tijdens zogeheten Zing-Cirkels gaat ze zowel met mensen met dementie als met hun mantelzorgers aan het werk. De muziek brengt hen niet alleen troost en vreugde, maar ook zichtbaar dichter bij elkaar. Want samen zingen zorgt voor verbinding.

Eli Tuhuteru, die als zevenjarig jongetje met de boot van de Molukken naar Nederland is gekomen, is in 2016 gediagnosticeerd met dementie. Hij kan intens genieten van de muziek van zijn jeugd en het land waar hij nog altijd thuis is. Zijn dochter Shirley volgt nu de opleiding tot Zorg-Zangeres bij Maartje de Lint, waarbij ze leert om haar vader en mensen zoals hij te raken en stimuleren met muziek. Via zingen kunnen zij vasthouden wie ze zijn en welllicht zelfs weer iets terugkrijgen wat eerder verloren leek.

Theo van der Eng en zijn vrouw Nelly nemen ook deel aan zulke bijeenkomsten. Ze zijn al vijftig jaar getrouwd, maar sinds Theo frontotemporale dementie heeft is hun relatie grondig veranderd. Nelly voelt zich volgens eigen zeggen soms net een weduwvrouw. Haar man trekt vaak helemaal zijn eigen plan en zit hele dagen boven op z’n kamer Palingpop, liefst van zijn favoriete groep The Cats, te luisteren. En Theo heeft ook altijd een zakdoekje bij de hand, om de tranen van ontroering weg te vegen.

Theo van der Eng participeert tevens in een onderzoek van het Alzheimercentrum van het Amsterdam UMC, waarbij wordt nagegaan wat muziek te weeg brengt in de hersenen van mensen met verschillende dementievarianten en hoe muziek misschien kan worden ingezet om de aandoening tot stilstand te brengen of zelfs terug te dringen. Zo kunnen zij wellicht een wetenschappelijk fundament leggen onder wat zingende zorgers zoals Maartje de Lint voor het oog van de camera al heel aannemelijk maken: zingen is gezond.

En Frénk van der Linden huldigt in deze warme docu vooral het ‘show, don’t tell’-principe. Beter: sing, don’t tell. Zo zet Het Muziekmedicijn helder op de kaart dat er nauwelijks iets te bedenken is dat dieper in de mens, ook als die in de herfst of winter van zijn leven is aanbeland, reikt dan muziek.

Goldband: Tot We Breken

Pathé

Alles staat stil – en daardoor begint het voor hen te lopen. Op de golven van het Coronavirus komt Goldband bovendrijven. Met De Langste Nacht schrijft het Haagse drietal het lijflied voor een generatie jongeren die de lockdown achter zich wil laten.

Daar lijkt het in eerste instantie overigens helemaal niet op. Als de halve wereld in het voorjaar van 2020 op slot gaat, staat Goldband net op het punt om helemaal los te gaan en moet de nederpopband noodgedwongen een pas op de plaats maken. Filmmaker Olivier S. Garcia is dan al enige tijd aan het filmen, voor wat uiteindelijk de documentaire Goldband: Tot We Breken (109 min.) is geworden, een productie die werd gemaakt in samenwerking met de band zelf en hun management Unisex.

Met beeldmateriaal uit de periode 2018-2024 brengt ‘Ollie’ de opmars van zijn vrienden Karel, Boaz en Milo, stuk voor stuk jongens uit een gebroken gezin, naar de vaderlandse top van binnenuit in kaart. Zijn film begint met een absoluut hoogtepunt in de bandhistorie, het extatische optreden tijdens het Lowlands-festival van 2022. Daarna gaat de docu terug naar het begin: als ze in de thuisstudio van producer en vierde groepslid (?) Wieger werken aan liedjes die instant-klassiekers zullen worden. 

Als de film halverwege weer bij diezelfde Lowlands-show aanbelandt – voor een emotioneel hoogtepunt als Milo, samen met zijn broer Pim in het publiek, een lied voor zijn overleden moeder zingt en daarna backstage uithuilt bij zijn vader Bruno – is dat zowel de voorbode van nóg meer succes als een heleboel ellende. En Garcia houdt toegang als de druk en drugs toenemen, er onderlinge frictie ontstaat en de eerste Goldband-baby zich aandient. Ofwel: ieder voor zich en, jawel, samen tegen elkaar.

En dat is niet toevallig ook de titel van het tweede Goldband-album dat, zoals ‘t nu eenmaal hoort bij tweede albums, een ontzettend zware bevalling wordt. Tot We Breken blijkt, ondanks de betrokkenheid van de groep en z’n belangenbehartigers, echter veel meer dan een veredeld promoproduct, waarin de nieuw verworven status van de helden (Karels relatie met zangeres Maan), hun openlijke misstappen (Milo’s spontane snuif) en persoonlijke beslommeringen (Boaz’s aanstaande vaderschap) optimaal wordt uitgenut.

Garcia’s enerverende film toont de kronkelige weg naar de top, met al z’n zijwegen, wegversperringen en dwaalsporen, als de gezamenlijke droom van een groep eeuwige jochies dreigt te verwateren of zelfs te verpulveren, ogenschijnlijk zonder terughoudendheid of opsmuk en ontwikkelt zich zo tot één van de betere Nederlandse bandjesdocu’s van de afgelopen jaren.

Être Noir À L’Opéra

Arte

Met het Manifeste De La Question Raciale A L’Opéra National De Paris gooien vierhonderd medewerkers van de Opéra van Parijs in het najaar van 2020 de knuppel in het hoenderhok: het prestigieuze gezelschap moet nu eindelijk eens inclusiever worden. De ondertekenaars bepleiten het afschaffen van praktijken die voortkomen uit kolonialisme en/of slavernij. Geen ‘blackface’ of ‘yellowface’ dus meer. En een divers repertoire en materiaal, zoals make-up en maillots, dat is aangepast aan de huidskleur van de artiesten. Het moet, kortom, afgelopen zijn met ballet als een typisch witte kunstvorm.

Ook de 23-jarige danser Guillaume Diop zet zijn handtekening. Drie jaar later wordt hij gekozen tot étoile, de eerste zwarte sterdanser van L’Opéra. ‘Als je zwart en Aziatisch bent, heb je te maken met positieve discriminatie’, vertelt hij in Être Noir À L’Opéra (52 min.), de film die Virginie Plaut en Youcef Khemane maakten over het delicate proces dat in de afgelopen jaren binnen het door en door witte instituut is ingezet. ‘Elke keer als je iets bereikt, vraag je je af of het daardoor komt. Daarom heb ik me kapot gewerkt, want ik wilde niet dat mensen zeggen: je hebt dat alleen bereikt omdat je zwart bent.’

Sulivan Loiseau, die later in de documentaire wordt geïntroduceerd als hoofdpersoon, herkent dat gevoel. De contrabassiste uit Martinique is vooralsnog veroordeeld tot een volledig witte orkestbak, waarin ze samen met haar collega’s de voorstelling De Notenkraker instudeert. Ook op het conservatorium was ze al de eerste zwarte vrouw. Ze doet er laconiek over. Klassieke muziek is nu eenmaal de muziek van witte Europeanen, legt Sulivan uit aan een toetseniste van kleur, met wie ze thuis muziek opneemt. ‘Dus is het raar dat er meer witten zijn? Niet per se.’ Soms wil je echter onder mensen zijn die je niets hoeft uit te leggen over racisme of discriminatie.

Binnen de ‘adviescommissie diversiteit’ wordt intussen besproken wat er en wel niet kan binnen die inclusieve realiteit, waarin oude zekerheden ruimte moeten maken voor nieuwe uitgangspunten en niet alleen de dansers op hun tenen lopen. Deze film, die evenveel onwennige gesprekken en discussies als zorgvuldig gearrangeerde balletscènes bevat, doet in dat verband enigszins denken aan White Balls On Walls, de documentaire van Sarah Vos over de herijking van het Stedelijk Museum Amsterdam. Verandering komt nu eenmaal nooit zonder strijd. Tegelijkertijd blijft ook gewoon gelden: geen geluk zonder schoonheid.

Een Vrouw Als Monique

Amstelfilm

Met haar documentaire over een Nederlandse topcameraman, Living The Light – Robby Müller, gooide Claire Pijman in 2019 niet alleen nationaal, een Gouden Kalf, maar ook internationaal hoge ogen. Voor haar portret van een ander icoon van de Nederlandse film, actrice Monique van de Ven, kiest ze voor een onconventionele aanpak.

Een Vrouw Als Monique (82 min.) is geen traditioneel acteursportret, waarin de hoofdpersoon, haar intimi en de talloze regisseurs en collega’s met wie zij werkte geanimeerd terugblikken op haar lange loopbaan, die met een sprekende collage van privébeelden, reportages en filmfragmenten nog eens grondig wordt doorgelopen.

Pijman heeft Monique van de Vens leven en loopbaan ondergebracht in een fictief verhaal over een oudere actrice die in haar vakantiehuis aan zee een gestrande jongeman met een kapotte fiets opvangt, een rol van Joes Brauers. Samen met hem laat ze, aan de hand van plakboeken en filmscènes, haar leven nog eens de revue passeren.

Zo ontvouwt zich een delicate balanceeract tussen spel en werkelijkheid, waarmee Van de Ven in zekere zin zichzelf kan portretteren. ‘Ze schommelt de hele tijd tussen echt en onecht’, legt de acterende/geacteerde versie van de actrice in een metascène uit aan de geacteerde acteur tegenover haar, die voor 24 uur haar bezoeker is. ‘Echt supervaag!’

Claire Pijman matcht de gebeurtenissen in die vakantiewoning met scènes uit/rond films als Turks Fruit, Keetje Tippel, Een Vrouw Als Eva, De Aanslag, Iris en Een Maand Later en lardeert dit geheel weer met korte gesprekken van haar hoofdpersoon met de filmmakers Paul Verhoeven en Nouchka van Brakel, die uiteindelijk wel een Fremdkörper blijven.

Binnen dat geheel, gebaseerd op een script dat Pijman schreef met Fabie Hulsebos, is er alle ruimte voor de oudere actrice Monique van de Ven om de kernervaringen en grote emoties uit haar leven, zoals bijvoorbeeld bij het overlijden van haar eenjarige zoontje Nino in 1993, op een open en veilige manier uit te spelen of bespreekbaar te maken.

En Joes Brauers speelt het spel in deze subtiele film tot aan het eind mee. Als duidelijk wordt wat zijn rol werkelijk is in dit verhaal van/over/met Monique van de Ven.

The Dancing Boys Of Afghanistan

PBS

Dastager, een voormalige commandant van de Moedjahedien uit de Noord-Afghaanse stad Takhar, windt er geen doekjes om in de openingsscène van The Dancing Boys Of Afghanistan (52 min.): hij gaat een jongen ophalen die aantrekkelijk is en ‘goed kan dansen’. Ga je dan de nacht met hem doorbrengen? wil Najibullah Quraishi weten. ‘Natuurlijk’ antwoordt Dasager zonder enige vorm van schaamte. Even later verwelkomt hij de elfjarige Shafiq in zijn auto en kan deze unheimische documentaire uit 2010 definitief beginnen.

Quraishi onderzoekt daarin een oude Afghaanse traditie die weer in zwang is geraakt via rijke zakenlieden en legerleiders: ‘Bacha Bazi’. Vrij vertaald: kinderspel. Arme jongens worden ingezet als substituut voor vrouwen, die in Afghanistan veelal veroordeeld blijven tot een boerka en nauwelijks toegankelijk zijn voor het andere geslacht. Hun vervangers worden met glitterkleding, een sluier en belletjes overdadig uitgedost en moeten daarna op feesten optreden voor een publiek van verrukte mannen. En jongens die niet kunnen dansen, zegt een pooier bijgenaamd ‘De Duitser’ erbij, zijn vast geschikt voor andere dingen. ‘Voor sodomie en andere seksuele activiteiten’, bijvoorbeeld.

Najibullah Quraishi opereert onder een dekmantel. Hij heeft Dastager, een gelovig man met vrouw en kinderen, wijsgemaakt dat hij een film maakt over ‘Bacha Bazi’ in Europa en daarbij ook wil laten zien hoe de traditie in ere wordt gehouden in Afghanistan. Via Dastager ontmoet de journalist vervolgens een netwerk van mannen, voor wie het hebben van één of meerdere jongens een teken van macht en welvaart is. En als hun vrouw akkoord gaat – in het uitzonderlijk geval dat die überhaupt om haar mening wordt gevraagd – kunnen ze zulke ‘dansers’ zelfs gewoon in huis nemen. Tot hun achttiende, welteverstaan. Dan verliezen ze namelijk hun seksuele aantrekkingskracht.

Sommige jongens in deze alarmerende film, die door verteller Juliet Stevenson op straffe toon wordt ingekaderd, fantaseren er openlijk over dat zij dan zelf eigenaar van een aantal dansers willen worden. Van slachtoffer zouden zij zo dader worden. In een systeem dat weliswaar illegaal is in Afghanistan, maar in bepaalde regio’s helemaal geen taboe lijkt te zijn. Wat wij met westerse ogen beoordelen als weerzinwekkende kinderprostitutie en mensenhandel, wordt daar klaarblijkelijk beschouwd als een geaccepteerde vorm van (homo?)seksuele dienstverlening, waarbij de ouders van de minderjarige jongens onwetend worden gehouden of zelf een oogje dichtknijpen.

Dastager lijkt zich in elk geval van geen kwaad bewust. Glunderend pocht de autohandelaar, vliegerverkoper en pederast dat ie toch al zeker zo’n twee- tot drieduizend jongens heeft gehad. En van tevoren en naderhand mochten ze dan dansen. Als een vogel in een kooitje, zo vrij.

Don’t Put Me In A Box

NTR

Het succes kwam hem niet aanwaaien, stelt de Marokkaans-Belgische choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, die tot 2022 zeven jaar lang de scepter zwaaide bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, in zijn lange loopbaan werkte met popgrootheden als Beyoncé en Madonna en tegenwoordig artistiek leider is van het Grand Théâtre de Genève.

Of, zoals hij zijn jeugd en de invloed daarvan op z’n artistieke loopbaan in de documentaire Don’t Put Me In A Box (57 min.) van Romain Girard kernachtig samenvat: ‘Pas toen ik vijftien was en wat kilo’s was kwijtgeraakt, de scheiding van mijn ouders had meegemaakt, een door stress veroorzaakte maagperforatie had overleefd, vegetariër was geworden en uit de kast was gekomen, zag ik in dat dansen een existentiële behoefte was, op het masochistische af.’

Larbi Cherkaoui fungeert zelf als verteller van dit bloemrijke (zelf)portret. Hij schuwt ook dan het drama niet. Zowel met taal als dans creëert hij een overdadige beeldenstorm die zowel beklijft als soms ook lam slaat. Terwijl hij zich als choreograaf in pak ‘m beet Japan, Oostenrijk of China te buiten gaat aan het creëren van adembenemende beelden, is er altijd die stem die elke gebeurtenis of emotie inkadert. Daarmee krijgt alles in zijn leven betekenis – en vervolgens ook z’n artistieke weerslag.

Zoals toen ’s mans woede over het onrecht in de wereld plaatsmaakte voor verwarring. ‘Waar het maken van choreografieën eerst heilzaam was keerde mijn kunst, waarmee ik koppig zoveel wilde zeggen en vooral op zoek was naar waardering, zich tegen mij. Er kwam kritiek op de overdaad van mijn choreografieën. En ik raakte ontmoedigd.’ En het dwangmatige denken daaraan sijpelde vervolgens door naar zijn werk – gevolgd door de behoefte om te ‘leven in de leegte’ en alweer een nieuwe voorstelling.

Dat leven, zoals de hoofdpersoon en maker dat in deze gestileerde dansfilm voorstellen, maakt eveneens een geconstrueerde indruk. Groots en meeslepend, dat is ‘t. En, met Instagram als aanjager en uitlaatklep, ook helemaal van deze tijd. Tis het verhaal dat je van een leven, ten volle geleefd natuurlijk, kunt maken – of, zo je wilt, de voorstelling. Met een trefzekere tagline erbij: creëren is mijn overlevingsstrategie.

Het Complot

EO

Bloemen leggen op een begraafplaats. Het lijkt een liefdevolle daad. In het Zuid-Hollandse dorp Bodegraven krijgt dit ritueel in 2020, als het Coronavirus Nederland in z’n greep neemt, echter een zeer unheimisch karakter. De bloemen zijn bedoeld voor misbruikte en vermoorde kinderen, die daar stiekem zouden zijn begraven. En de leggers ervan, uit het hele land overgekomen, hebben zich laten aansporen door een complottheorie, op basis van hervonden herinneringen, waarvoor geen enkel bewijs is. Toch grijpt die in de krochten van het internet wild om zich heen.

In de fascinerende vierdelige serie Het Complot (175 min.) onderzoekt Joost Engelberts, die eerder ook de intrigerende podcast Onland maakte, hoe de wilde beschuldigingen van één enkele inwoner, de inmiddels in het buitenland woonachtige Joost Knevel, over Satanisch Ritueel Misbruik (SRM) door notabelen van Bodegraven konden uitmonden in intimidatie, bedreigingen en fundamenteel wantrouwen tegenover de Nederlandse overheid. Hij belandt zo in de unheimische wereld van notoire complotdenkers zoals Micha Kat en Wouter Raatgever, die het vuur in hun eigen Red Pill Journal telkenmale blijven oppoken.

Engelberts spreekt ook met Knevel zelf, die van de rechter voortaan zijn mond moet houden over deze gevoelige kwestie. Hij is er echter niet op uit om nu hém aan de schandpaal te nagelen, maar wil oprecht begrijpen waar Knevels beschuldigingen vandaan komen en hoe die konden leiden tot een naargeestige samenzweringstheorie. Engelberts kijkt daarna ook voorbij Bodegraven: naar de angst van bepaalde christelijke stromingen voor de Duivel, de ‘Satanic Panic’ die de Verenigde Staten ooit in z’n greep kreeg en hoe onverantwoord media, ook in Nederland, soms berichten over vermeend grootschalig kindermisbruik.

Het kost Engelberts moeite om mensen te vinden die hem te woord willen staan over dit gevoelige thema. Menigeen wil daar zijn vingers liever niet aan branden. Christiaan van der Kamp, de voormalige burgemeester van Bodegraven, en Johan, een dorpsbewoner wiens overleden broer onterecht in verband werd gebracht met Satanisch Ritueel Misbruik, stemmen uiteindelijk wel in met een gesprek. En gaandeweg, als hij uitzoomt naar het grotere thema van complotten over kindermisbruik, komen daar een officier van justitie, rechercheurs, therapeuten, theologen, een Amerikaanse podcastmaakster én enkele SRM-gelovers bij.

Samen met hen waadt Engelberts, die het onderzoek aanstuurt met zijn betrokken vertelstem, behoedzaam door een moeras waarin ‘t makkelijk verdwalen of verzuipen is. Hij kijkt bijvoorbeeld naar de oorsprong van complottheorieën over ritueel kindermisbruik, die al duizenden jaren steeds weer de kop lijken op te steken. Nog niet zo lang geleden ook in Nederland, waar therapeuten werden beïnvloed door Amerikaanse verhalen over seksueel misbruik en de Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS), die daarmee soms wordt geassocieerd. Twee vrouwen vertellen bijvoorbeeld hoe zij tijdens hun behandeling pijnlijke ‘herinneringen’ hervonden.

Bij cases rond SRM is er vaak sprake van omgekeerde bewijslast, laat Engelberts tevens zien. Want hoe kun je nu bewijzen dat iets niet bestaat en nooit is gebeurd? En mensen die onterecht van de gruwelijkste wandaden worden beschuldigd en volgens de criminoloog Marnix Eysink-Smeets, die over de treurige kwestie in Bodegraven het rapport Bloemen Op De Begraafplaats schreef, dus het slachtoffer zijn van ‘famacide’, reputatiemoord, waken er wel voor om olie op het vuur te gooien en zichzelf opnieuw tot doelwit te maken.

In dit vacuüm kan er, aangejaagd door een maatschappelijke crisis zoals het Coronavirus, ruimte ontstaan voor een kwalijke samenzweringstheorie rond het dierbaarste van het menselijke ras: onze kinderen. In Het Complot tast Joost Engelberts dit zeer gevoelige thema met zowel oprechte interesse, empathie en respect als doortastendheid en een kritische blik af. Het eindresultaat raakt het hart van wat wij/zij geloven.

@omroepeo

Nieuw bij de EO: ‘Het Complot’. Aan het begin van de coronaperiode leggen honderden mensen bloemen op de begraafplaats in Bodegraven, na verhalen over satanisch ritueel misbruik. Maker Joost Engelberts onderzoekt in ‘Het Complot’ hoe dit verhaal kon uitgroeien tot een maatschappelijk explosief dossier en wie erbij betrokken waren. In de eerste aflevering is o.a. de toenmalige burgermeester van Bodegraven aan het woord. Hij vertelt over de gebeurtenissen in zijn dorp en hoe hij deze heeft beleefd. Ben je benieuwd naar deze EO docu-serie? 📲 Kijk vanavond om 22.10 uur naar de eerste aflevering van ‘Het Complot’ op NPO 2. 🔶 Alle afleveringen zijn ook te zien via NPO Start.

♬ origineel geluid – EO

My Way

NTR

‘Ik ben een Amerikaans lied, maar ben geboren in Frankrijk’, vertelt My Way (60 min.) zelf, die verdacht veel klinkt als Jane Fonda, bij de start van deze documentaire van Thierry Teston en Lisa Azuelos. ‘Ik ben geschreven door twee Parijzenaars, bewerkt door een Canadees en beroemd gemaakt door een Amerikaan.’ Ofwel: Claude François en Jacques Revaux componeerden in 1967 Comme D’Habitude, Paul Anka zorgde een jaar later voor een bijpassende Engelse tekst en diens idool Frank Sinatra zong die vervolgens ons aller collectieve geheugen in.

‘Anders dan kinderen die uit liefde zijn geboren’, stelt het lied zelf nog, ‘ben ik het product van tranen.’ De Franse zanger François drukte in zijn originele tekst namelijk z’n relatieproblemen met de zangeres France Gall uit. Niet veel later maakte Sinatra van zijn epische uitvoering bovendien een soort afscheidsbrief, een afrekening met zijn bestaan als artiest. En daarna ging de halve wereld ermee aan de haal: van traditionele vertolkers zoals Shirley Bassey, Tom Jones en Elvis Presley tot de eigenzinnige interpretaties van Nina Simone, Sid Vicious en Nina Hagen.

In totaal zouden er volgens dit vermakelijke zelfportret inmiddels zeker vierduizend covers, in minimaal 169 verschillende talen, in omloop zijn van My Way en is het nummer elke acht minuten wel ergens ter wereld op de radio. Om over de miljarden streams nog maar te zwijgen. En leiders zoals Poetin, Kim Jong-Un en Trump zouden er dol op zijn. Het is nu eenmaal een nummer dat perfect past bij narcisten en grote ego’s, bekent één van de geestelijk vaders, Paul Anka, die zijn signatuursong gedurende de jaren ook voor menige machthebber mocht/moest uitvoeren.

En dan is er nog David Bowie, een man met een haat-liefde verhouding tot de tranentrekker. Als onbekende jongeling schreef hij een afgekeurde Engelse tekst voor de evergreen, toen hij eenmaal een gearriveerde artiest was besloot Bowie om alsnog zijn eigen variant te maken, Life On Mars. Ook dat werd een klassieker. ‘I faced it all’, concludeert My Way, die inmiddels toch al tegen de zestig loopt en een beetje van ons allemaal is geworden, niet voor niets. ‘I stood tall and did it my way.’

Mallorca: De Nacht En De Nasleep

KRO-NCRV

Zonder dat ene filmpje van het uitgaansgeweld tegen zijn vriendengroep zou de dood van Carlo Heuvelman waarschijnlijk nooit zoveel commotie hebben veroorzaakt. De beelden van het uitzinnige geweld op Mallorca in de zomer van 2021, waarbij de 27-jarige toerist uit Waddinxveen uiteindelijk werd doodgeschopt, gingen direct viral, met een sleutelrol voor de website GeenStijl. De informatie die uitlekte over de verdachten versterkte de volkswoede alleen maar: deze rijkeluiszoontjes uit het Gooi waren direct terug naar huis gevlucht en hadden daar meteen peperdure advocaten ingehuurd.

Het schokkende filmpje is natuurlijk zeer belastend, maar heeft volgens journalist Maarten Kolsloot, die onlangs een boek uitbracht over De Mallorca-zaak, net zo goed ontlastend gewerkt. Alle verdachten konden hun verklaring er immers op aanpassen: wat niet op beeld staat, staat immers niet vast – en kan dus worden ontkend. En die beelden laten uiteindelijk veel meer níet dan wel zien van het geweld tegen Carlo, blijkt ook weer uit de tweedelige tv-documentaire Mallorca: De Nacht En De Nasleep (124 min.), waarin Jessica Villerius de fatale uitgaansnacht (deel 1) en de jarenlange strijd om de waarheid (deel 2) opnieuw oproept.

Om een zo compleet mogelijk overzicht van de gebeurtenissen te schetsen, laat Villerius een groot deel van de betrokkenen aan het woord: Carlo’s moeder, tante en schoonzus, enkele (onherkenbaar gemaakte) verdachten, andere slachtoffers van het geweld, ooggetuigen, de advocaten van de verschillende partijen, journalisten en de officieren van justitie. Stuk voor geven zij hun lezing van de feiten in dit tweeluik, dat verder is aangekleed met nieuwsbeelden, sfeerimpressies van uitgaansavonden op Mallorca, procesfragmenten, rechtbanktekeningen van Nicole van den Hout en Petra Urban, commotie online en de oververhitte berichtgeving in de media.

Zo ontstaat een genuanceerd beeld van een tragische kwestie, waarbij de verschillende waarheden over wat er zich in die fatale augustusnacht heeft afgespeeld naast en tegenover elkaar komen te staan en ook de kant van de verdachten recht wordt gedaan. De zaak heeft diepe wonden geslagen, maar wie daarvoor (precies) verantwoordelijk is blijft onduidelijk. In de rechtbank richtte Carlo Heuvelmans vader Willem zich nog rechtstreeks tot de verdachten en hun ouders. ‘Vroeg of laat komt een fatsoenlijk mens zonder twijfel in gewetensnood. Wees dat voor en spreek je uit. Wij hebben niets aan misplaatste sympathie of medeleven. Wij willen antwoorden.’

Geen van de verdachten zou zich de fatale schoppen echter toe-eigenen en ook de anderen hielden daarover consequent hun mond. Officier van justitie Bart Nitrauw vergelijkt ’t tegenover Villerius met de Omerta, de zwijgplicht van de maffia. Niemand is bereid om te ‘snitchen’ over een ander, constateert hij gefrustreerd. Ook al gaat ‘t hier niet om een kleine diefstal, maar om niets minder dan een mensenleven – en vele mensenlevens die daarmee direct verbonden zijn.

Eight Postcards From Utopia

MUBI

Met het afzetten van dictator Nicolae Ceaucescu, kort na de val van De Muur, raakte ook Roemenië eind 1989 in de greep van het kapitalisme. In de found footage-film Eight Postcards From Utopia (originele titel: Opt Ilustrate Din Lumea Ideala, 70 min.) schetst de Roemeense documentairemaker Radu Jude, in samenwerking met de filosoof Christian Ferencz-Flatz, het leven in zijn land na die gigantische omwenteling.

Ze verlaten zich daarbij volledig op tv-commercials. Via reclame voor pak ‘m beet drank, tandpasta en wasmiddelen ontstaat zo een tamelijk afzichtelijk portret van hun land, z’n geschiedenis en de inwoners ervan. De fragmenten, veelal uit de jaren negentig, ogen beurtelings klunzig, verouderd of heel gelikt en laten voor iedereen die in de afgelopen dertig jaar wel eens televisie heeft gekeken tegelijk een heel vertrouwd beeld zien.

Met Roemeense accenten, dat wel. De komst van een heus Dracula Park bijvoorbeeld. Of Urus-bier. ‘Een ervaring zo intens als het leven in Roemenië!’ beweert de stem bij de aanblik van het gerstenat. En zelfs een speech van de ooit almachtige leider Ceaucescu kan in het postcommunistische tijdperk ongestraft worden onderbroken door het overgaan van een mobiele telefoon. Vrijheid van meningsuiting meldt zich.

De tijdgeest is ook perfect vervat in de ruwe opnames van een reclame voor financiële dienstverlening. Een bankier hoeft slechts één zinnetje te zeggen: ‘We streven er allemaal naar om je geld te vermenigvuldigen.’ Dat komt er alleen steeds nét niet lekker uit. Hij wordt gedwongen om het elke keer opnieuw te doen. Totdat de boodschap goed overkomt, de klemtoon op de juiste plek ligt en hijzelf ook nog eens vriendelijk glimlacht.

Via een aantal thematische hoofdstukken ontleden Jude en Ferencz-Flatz zo de (nieuwe) normen en waarden van hun wereld, waarin de klant koning is en met behulp van clichématige, flauwe en soms ronduit stupide reclamespots wordt uitgedaagd om vooral maar te consumeren. Tot gekmakens toe. Zoals het wasmiddel Tide elke keer glansrijk z’n test doorstaat. ‘Geslaagd!’ roept de Roemeense Gaston enthousiast. Steeds weer.

In het hoofdstuk ‘De anatomie van consumptie’ tonen de filmmakers hoe dat consumeren non-verbaal wordt aangespoord. Daarvoor schakelen ze het geluid veelal uit. Zodat extra goed is te zien hoe de gewone man/vrouw wordt verleid. Hopfenkönig-bier moet bijvoorbeeld worden gedronken met een schuimkraag van twee vingers dik. En met diezelfde vingers kun je dan natuurlijk contact maken met andere liefhebbers.

Gebruikmakend van de universele beeldtaal, die ook elders in de wereld gemeengoed is, worden in deze collagefilm normen en waarden, vaste (rol)patronen en ideaalbeelden uitgedrukt. De manier waarop handen worden ingezet – om ze eens goed te wassen, door haren heen te strijken of simpelweg een fles sinaasappelsap te pakken – heeft/krijgt zelfs vaak iets erotisch. Sex sells immers, óók in het voormalige Oostblok.

Eight Postcards From Utopia is desondanks geen gemakkelijke film. Niet alle hoofdstukken zijn even sterk of onderscheidend. En Radu Jude en Christian Ferencz-Flatz nemen ruim de tijd om hun satirische portret van de kapitalistische heilstaat, waarin niet alleen Roemenen terecht zijn gekomen, goed in de verf te zetten.

Stolen: Heist Of The Century

Netflix

Hoe uitgenast de dieven ook te werk zijn gegaan, ze lopen tegen de lamp. Dat staat bij aanvang van Stolen: Heist Of The Century (94 min.) al vast. Alleen is nog niet precies duidelijk hóe. Het is namelijk eerst de vraag hoe ‘t hen in eerste instantie überhaupt is gelukt om op zaterdag 15 februari 2003 op z’n minst honderd miljoen dollar aan diamanten buit te maken bij het Antwerpse Diamond Center en daarna hoe de Belgische politie hen uiteindelijk tóch heeft weten in te rekenen.

Die kwesties worden in deze slicke heistfilm van Mark Lewis (Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Vatican Girl: The Disappearance Of Emanuela Orlandi) uit de doeken gedaan door de Belgische rechercheurs Agim de Bruycker en Patrick Peys, die destijds de jacht op de rovers leidden, en ene Leonardo Notarbartolo, een vertegenwoordiger van de zogeheten ‘School van Turijn’. Dat elitegezelschap, waarvan hij de andere leden aanduidt met tot de verbeelding sprekende bijnamen zoals ‘Het Monster’, ‘De Sleutelmeester’ en ‘Het Genie’, zou de spectaculaire kraak in ‘de diamanthoofdstad van de wereld’ hebben gezet.

Lewis snijdt die twee verschillende perspectieven lekker tegen elkaar weg: de schrandere politiemensen, die aan de slag gaan met afval van de diamantroof dat ze aantreffen in het Floordambos bij Vilvoorde, versus de gewiekste Italiaanse beroepscrimineel, die tijdens de jarenlange voorbereiding op de ingenieuze kraak niets aan het toeval lijkt te hebben overgelaten. Wie is wie te slim af in het kat- en muisspel rond een misdrijf, dat niet of nauwelijks slachtoffers lijkt te hebben en dus – met gelikte reconstructies, speelse montage en een funky soundtrack – ongegeneerd, niet zonder plezier of trots, kan worden uitgevent?

Stolen: Heist Of The Century wordt daarmee precies wat de titel belooft: een Ocean’s Eleven-achtig sterk verhaal dat alle betrokkenen graag nog eens vertellen – al blijkt de kwestie, helemaal aan het eind van de vermakelijke docu, voor één van hen toch nog wel een naar randje te hebben gekregen.

Happy Hooker, Lust Om Te Leven

BNNVARA / Witfilm

Iets wat ik altijd weg had gegeven, werd ineens betaald. Het was een openbaring voor Xaviera Hollander, een jonge Nederlandse vrouw die in de Verenigde Staten verzeild was geraakt. In 1971 schreef ze een boek over haar leven als prostituee en bordeelhoudster, dat een internationale bestseller werd: The Happy Hooker. Met die geuzennaam werd ze in de navolgende halve eeuw een icoon van ‘vrijheid blijheid’.

Inmiddels is Hollander, die in 1943 in Nederlands Indië werd geboren als Vera de Vries, al even in de tachtig. Ze is niet meer zo goed ter been, maar haar hoofd werkt prima en ze schrijft ook nog altijd. Ook over niet seks gerelateerde onderwerpen overigens. Haar vroegste herinneringen aan het Jappenkamp, waar het gezin werd gescheiden en haar ouders gruwelijk zijn gefolterd, vervatte ze bijvoorbeeld in het persoonlijke boek Kind Af (2001).

Daar, in die traumatische jeugd en hoe die stiekem altijd heeft doorgewerkt in haar leven, zit ook het drama in Happy Hooker, Lust Om Te Leven (55 min.). Verder verlaat regisseur Barbara Makkinga zich in dit portret vooral op het fraaie archiefmateriaal dat bewaard is gebleven uit de verschillende fasen van Hollanders persoonlijke en publieke bestaan en voorgelezen fragmenten uit haar boeken, die ze lekker tegen elkaar wegsnijdt.

Nadat Hollander een dampende scène uit haar succesboek heeft voorgelezen, volgt bijvoorbeeld een fragment uit het televisieprogramma Klasgenoten (1988), waarin medeleerlingen haar typeren als een ‘oversekste lellebel’. In werkelijkheid had ze ‘het’ echter nog helemaal niet gedaan. Wel zo’n beetje al het andere uitgeprobeerd, overigens. ‘Jullie hebben me gedeeltelijk nog als maagd gekend dus’, houdt ze haar toenmalige klasgenoten voor.

Makkinga heeft verder geen uitgebreide ronde langs Xaviera Hollanders entourage gemaakt. Behalve de hoofdpersoon zelf komt alleen haar vriendin en ex-geliefde Dia Huizinga uitgebreid aan het woord. Daarnaast zijn er scènes van een boekpresentatie en feest van haar zelfbewuste protagonist, die de controle nooit helemaal uit handen lijkt te geven in deze film. Happy Hooker, Lust Om Te Leven laat haar zien zoals ze waarschijnlijk ook gezien wil worden.

Als een vrouw van de wereld, die volgens haar eigen voorwaarden leeft.

Jan Brokken Zijn Oorlog

Max

De Nederlandse schrijver Jan Brokken was een buitenbeentje in zijn eigen gezin. Hij, de jongste van drie kinderen, had als enige nooit in Nederlands Indië gewoond. Zijn ouders Han en Olga waren in de jaren dertig naar de Nederlandse kolonie vertrokken, hadden daar Brokkens oudere broers Boris en Michiel gekregen en waren vervolgens alle vier in een Jappenkamp beland. Eenmaal terug in Nederland werd de benjamin Jan geboren, een jongen zonder Indisch verleden. En toch zouden die oorlogstrauma’s ook in zijn leven een belangrijke rol gaan spelen.

Dit is het verhaal van Jan Brokken Zijn Oorlog (55 min.), verteld door de schrijver zelf en vastgelegd door regisseur Nathalie Toisuta. De documentaire bevat tevens de nodige voorgelezen fragmenten uit de drie boeken die Brokken schreef over de Indische geschiedenis van zijn familie: Mijn Kleine Waanzin (2004), De Tuinen Van Buitenzorg (2021) en De Kampschilders (2022). Deze Indië-trilogie kon hij overigens pas voltooien toen alle andere gezinsleden waren overleden. De achterstand die Jan had opgelopen, was tegelijkertijd niet meer in te halen.

In deze reisfilm loopt Jan Brokken, veelal in zijn eentje en begeleid door een weelderige soundtrack, in Indonesië door het schuldige landschap, dat door Toisuta, met veel gebruik van droneshots, bijna idyllisch is vereeuwigd. Tot ontmoetingen met gewone Indonesiërs komt het nauwelijks. Zij worden nooit meer dan decorstukken in het relaas van de schrijver, dat wel wordt geïllustreerd met familiefoto’s en ander archiefmateriaal over Nederlands Indië. Verder zijn het Brokkens woorden, met een zeker gewicht uitgesproken of voorgelezen, die ’t moeten doen.

Lang was er volgens de schrijver weinig begrip voor het leed dat de Nederlanders aan dat andere front van de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan en dat in het gezin Brokken, inmiddels neergestreken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon, nog decennia zou doorwerken in de vorm van psychische en lichamelijke kwalen en drankmisbruik. Alsof ze daar in een soort vakantiekamp hadden gezeten! Via zijn eigen familiegeschiedenis vraagt hij nu nog eens nadrukkelijk aandacht voor dit belangrijke hoofdstuk uit Neerlands koloniale historie, dat de afgelopen jaren weer vol in de belangstelling staat.