DEPOT – Reflecting Boijmans

Sjarel Ex (l) & Winy Maas (r) / NTR

Eerst wordt de film opgedragen aan ‘de ziel van Museum Boijmans Van Beuningen’. Daarna volgt een tamelijk overcomplete voice-over over ‘het Louvre aan de Maas’ (‘iconische schilderijen en beeldhouwwerken’, ‘zware regenval’, ‘propvol asbest’, ‘totale renovatie’, ‘bouw groot publiekelijk toegankelijk depot’, ‘ark van Noach’, ‘bewaren voor de eeuwigheid’). En tenslotte volgt een lied annex leader waarin het met de adjectieven ‘wonderlijk’, ‘eigenwijs’ en ‘onvoorstelbaar prachtig’ omschreven gebouw alsmede de voornaamste spelers in deze documentaire (directeur Sjarel Ex, architect Winy Maas en regisseur Sonia Herman Dolz en haar crew) worden gepresenteerd. En dan ben je als kijker wel binnen bij DEPOT – Reflecting Boijmans (86 min.) – of niet, natuurlijk.

Ex en Maas leiden de kijker als ervaren gidsen rond door de totale vernieuwing van het Rotterdamse museum; van de ontmanteling van het oude gebouw en het inpakken en verhuizen van de collectie tot de ontwikkeling van James Bond-achtige plannen voor het depot, een gigantisch spiegelpaleis in het hart van de stad, en de vrijwel onvermijdelijke protesten daartegen vanuit de directe omgeving, waarover de rechter dan weer moet oordelen. Parallel daaraan toont Dolz, via fragmenten uit de film Bouw Van Boymans (1935), de geschiedenis van het oorspronkelijke museumgebouw, dat geen opslagruimte heeft voor de snel groeiende collectie. Dit pand is sinds 2019 gesloten, voor een renovatie die naar verwachting zeker zo’n tien jaar zal duren.

‘Wat is nou belangrijk?’ vraagt Ex. ‘De veiligheid of dat het kunstwerk kan worden genoten? Dan zal ik altijd zeggen dat een kunstwerk moet worden genoten. Natuurlijk, op een veilige manier. Maar het is onzin om te zeggen: het is gevaarlijk om het te laten zien. Dat kan toch niet? Want dan zouden we de kunst helemaal niet meer kunnen genieten.’ In de opslag krijgt elk van de ruim 150.000 kunstwerken bovendien een gelijke kans en valt er steeds weer iets nieuws te ontdekken. DEPOT biedt ook echt gelegenheid om, begeleid door de expressieve muziek en liederen van Paul M. van Brugge, aandachtig te kijken. Naar de (inmiddels ruim 150.000) kunstwerken, het ‘naakte’ oude gebouw, dat imposante depot, de feestelijke opening daarvan met de koning én de betrokken personages.

Als de lyrische beeldenpracht en krachtige soundtrack samensmelten is deze film, waarin Dolz’s vertelstem een beetje een fremdkörper blijft, op zijn sterkst. In zulke sequenties wordt voel- en zichtbaar wat Ex, die in 2022 na achttien jaar is gestopt als directeur, bedoelt als hij zegt dat het met zestienhonderd spiegels behangen depot, niet zomaar een gebouw is, maar een stukje stad. Een weerspiegeling van al, de mensen, gebouwen en activiteiten, waardoor het wordt omringd.

2nd Chance

Showtime

Hij stopt de kogels demonstratief één voor één in de 44. Magnum-revolver en geeft dan zijn autosleutels af. Voor het geval dat er onverhoopt toch iets misgaat. Daarna demonstreert Richard Davis nog even achteloos hoe handig hij is met de blaffer die we vooral associëren met Dirty Harry en stroopt zijn mouwen op. ‘Veel mensen denken dat het ontzettend dom is wat ik nu ga doen’, zegt hij in de camera. ‘Maar als dit ook maar voor één domoor het verschil maakt…. Als die dit ziet en denkt: “ja zo’n ding wil ik ook”, dan is ’t het waard geweest.’ Davis pakt de revolver nog eens goed vast en richt hem dan… op zichzelf. Hij zucht diep en haalt de trekker over. ‘Makkelijk zat!’

Het is Richard Davis, de bedenker van nauwelijks zichtbare en gemakkelijk te dragen kogelwerende vesten, ten voeten uit. Een vlotte prater, een gladde verkoper én een slimme filmmaker. In zijn leven als het boegbeeld van Second Chance heeft hij zichzelf in totaal bijna tweehonderd keer beschoten en – nog veel belangrijker, vindt hij zelf – honderden Amerikaanse agenten en soldaten het leven gered. In deze film van Ramin Bahrani slaat hij zichzelf daarvoor regelmatig opzichtig op de borst. Zoals hij, nooit vies van een spraakmakende reclametruc, politiemannen die iemand hebben neergeknald die het vuur op hen had geopend ook regelmatig een wapen cadeau heeft gedaan.

De slimmerik heeft de vuurgevechten van zijn helden tevens verfilmd, als een gewiekste mixture tussen reconstructie en commercial. Één van de hoofdpersonen van die films, politieagent Aaron Westrick, vertelt in 2nd Chance (89 min.) hoe een kogelvrij vest zijn leven heeft gered tijdens een schietpartij. Westrick zal zich ontwikkelen tot een trouwe secondant van Davis én aan de basis staan van diens ondergang. Want als de nieuwe vesten die Davis’ bedrijf vanaf 1998 begint te verkopen niet blijken te deugen, daardoor mannen om het leven komen en de professionele bullshitter desondanks aan zijn vaste promoverhaal vasthoudt, begint Westricks geweten duchtig op te spelen.

De rechtschapen oud-politieman komt recht tegenover de praatjesmaker te staan. En die blijkt nog wel meer lijken in de kast te hebben liggen, ontdekt Ramin Bahrani in dit wat grillige portret van Richard Davis. De voormalige eigenaar van een pizzeria probeert in die gevallen recht te praten wat toch echt krom lijkt en de filmmaker laat hem daar in zekere zin ook mee wegkomen. Hij zorgt weliswaar voor bewijsmateriaal en verklaringen van direct betrokkenen, waaronder twee ex-vrouwen, die ’s mans lezing van de feiten ondergraven, maar legt hem voor de camera nooit écht het vuur aan de schenen. Davis zou zich er vermoedelijk, ongetwijfeld met de nodige bravoure, toch uit hebben gekletst.

Elke aanval op zijn integriteit ketst af op de ‘body armor’ waarmee Richard Davis zichzelf, zijn zelfbeeld en de zijnen, waaronder een WOII-veteraan als geadoreerde vader en zijn zoon Matt die met de onderneming Armor Express in papa’s voetsporen treedt, probeert te beschermen. Die onverzettelijkheid maakt van hem tegelijkertijd een onweerstaanbaar documentairepersonage. 

Clean

Periscoop Film

Zonder haar stonden familie, vrienden en buren in Melbourne er waarschijnlijk nog steeds alleen voor, betoogt Sandra Pankhurst. Met enorme overlast en mogelijk zelfs allerlei trauma’s tot gevolg. Nu wordt bij een onverwacht overlijden, een onverbeterlijke hoarder of een bloedige (zelf)moord de hulp ingeroepen van Specialized Trauma Cleaning (STC). Pankhursts bedrijf maakt de boel weer Clean (92 min.). Grondig en professioneel, maar ook altijd met oog voor de mens.

Want dat is de filosofie van STC’s oprichtster, die sinds het verschijnen van haar autobiografie The Trauma Cleaner in 2017 is uitgegroeid tot een bekende persoonlijkheid en veelgevraagde spreker in Australië. Uit eigen ervaring weet zij hoe het is om in de hoek te zitten waar, letterlijk, de klappen vallen. Als geadopteerd meisje bleek zij in haar nieuwe gezin uiteindelijk toch niet gewenst. Toen er onverwacht nog een nieuw ‘eigen’ kind kwam was de kleine, sowieso al ontwortelde Sandra zelfs helemaal niet meer welkom in huis.

Na die ontluisterende ervaring volgde een turbulent leven, dat pas tot bedaren kwam toen ze begin jaren negentig haar lotsbestemming vond in een eigen traumareiningsbedrijf. Dat wordt tegenwoordig niet alleen bij calamiteiten ingeschakeld, maar assisteert ook mensen die vanwege een verslaving, psychische problemen of een beperking niet voor zichzelf kunnen zorgen. Filmmaker Lachlan McLeod sluit voor deze docu bij enkele medewerkers aan en legt via hen het achterstallig onderhoud vast dat een mensenleven soms oplevert of de totale ravage waarin dit ook kan uitmonden.

‘Volgens mij zijn we allemaal één of twee slechte beslissingen verwijderd van deze manier van leven’, zegt STC-medewerker Rod Wyatt, terwijl hij samen met enkele collega’s een ongelooflijk hoardershuis uitruimt. ‘Of je nu aan de rand van de financiële afgrond staat, psychische problemen hebt of kampt met een trauma.’ Ergens in de gigantische rommel hopen de puinruimers ondertussen nog een verlovingsring aan te treffen. Ze doen hun werk met compassie, stelt Wyatt. Want uit eigen ervaring weten ze maar al te goed hoe gemakkelijk het leven uit de bocht kan vliegen.

Clean houdt intussen, netjes natuurlijk, het midden tussen een innemend portret van een bijzonder kleurrijke persoonlijkheid, die vanwege de longaandoening COPD inmiddels meer verleden dan toekomst heeft, en een observerende film over de activiteiten van haar medewerkers, die letterlijk met de keerzijden van het menselijk bestaan worden geconfronteerd. Te midden van alle malheur en rotzooi is een levensles te vinden over menselijkheid en vooral niet te snel oordelen. Een hartveroverende ode ook aan in alle opzichten veeleisend werk: schoonmaken met mededogen.

Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen

Netflix

Hun levenspaden kruisen elkaar aan het einde van de jaren twintig in de queerclub Eldorado te Berlijn. Magnus Hirschfeld, een Joodse seksuoloog die het Institut für Sexualwissenschaft heeft opgericht en actief homoseksuelen en transmensen ondersteunt. Ernst Röhm, een vertrouweling van Hitler, die de paramilitaire Sturmabteiling (SA) van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij leidt. Hij is homoseksueel en probeert dat zoveel mogelijk geheim te houden, maar zal uiteindelijk toch in opspraak raken. Toptennisser Gottfried von Cramm is getrouwd, maar wordt verliefd op een man, de Joodse acteur en theatermaker Manasse Herbst. Von Cramms vrouw Lisa heeft intussen avontuurtjes met andere vrouwen. En de Joods-Amerikaans intellectueel Charlotte Charlaque en haar grote liefde, de kunstenares Toni Ebel, behoren tot de allereerste mensen die een genderbevestigende operatie ondergaan. En de transvrouwen overleven deze experimentele behandeling nog ook.

In de historische documentaire Eldorado: Alles, Was Die Nazis Hassen (92 min.) van Benjamin Cantu, waarvoor Matt Lambert gedramatiseerde scènes heeft geregisseerd waarmee de atmosfeer in Duitsland en de Berlijnse nachtclub wordt opgeroepen, is een filmpje te zien van Charlotte, Toni en een andere transvrouw, Dorchen Richter. Het zijn unieke beelden, van meerdere transpersonen tegelijk. Ze ogen vrolijk en tevreden. Hoewel homoseksualiteit in die tijd nog verboden is, op straffe van een gevangenisstraf, kunnen de drie met een speciale ‘transpas’ gaan en staan waar ze willen. Intussen grijpen de nazi’s echter langzamerhand de macht in het land om hen heen. Vlak voor Hitlers machtsovername in 1933 sluit Eldorado definitief de deuren en verliest de LHBTIQ+-gemeenschap een belangrijke ontmoetingsplaats. En ook de ‘Schwulen’ zullen niet ontsnappen aan het streven van de nationaalsocialisten om Het Derde Rijk te zuiveren van moreel verderfelijke burgers en hun gedrag.

Van de vrijheid-blijheid die Berlijn enkele jaren heeft gekenmerkt is al snel helemaal niets meer over. Ernst Röhms grote rivaal Heinrich Himmler ziet zijn kans schoon en onderneemt een serieuze poging om homoseksualiteit uit te roeien. ‘Het is een smet op alles wat er is bereikt en tast het fundament aan’, stelt de leider van de beruchte SS. ‘Alleen mensen met veel kinderen mogen aan de macht komen en de wereld overheersen. Homoseksualiteit moet koste wat het kost bestreden worden. Anders is het Germaanse rijk ten dode opgeschreven.’ Het blijkt de aanzet tot een donkere periode. Die wordt in deze krachtige film, een soort vervolg op de klassieker Paragraph 175, met diverse deskundigen en enkele getuigen trefzeker opgeroepen. De zogenaamde ‘roze lijsten’ met praktiserende homoseksuelen, waar eerder nog weinig mee werd gedaan, belanden nu op het bureau van de Gestapo. Die begint hen verbeten te vervolgen.

Deze jaren zullen een zware wissel trekken op de levens van markante karakters zoals Charlotte Charlaque en Toni Ebel, Magnus Hirschfeld, de Von Cramms en ook Ernst Röhm. En na de Tweede Wereldoorlog, die in deze documentaire nu eens vanuit een zwartomrand roze perspectief is belicht, wordt het klimaat voor LHBTIQ+’ers eigenlijk verrassend weinig beter. Daarvan gaat meteen een dringende waarschuwing uit: de vrijheid en veiligheid die nu vanzelfsprekend lijkt is uiterst fragiel en kan morgen worden ingeruild voor onverdraagzaamheid en repressie.

Girls Girls Girls

NTR

Als negentienjarige zag Soulaima El Khaldi de documentaireserie Girls Girls Girls (1998) van Ireen van Ditshuyzen en Walther Grotenhuis, die vier jaar later werd gevolgd door Voorheen Girls. Ze herkende zich in de biculturele vrouwen die aan het woord kwamen over hun ambities en kijk op Nederland. ‘Door deze serie wist ik: ik ben niet gek’, stelt ze. ‘Deze thema’s spelen echt.’ Vijfentwintig jaar later heeft El Khaldi vier vrouwen uit de serie opgezocht voor zes nieuwe afleveringen van Girls Girls Girls (240 min.). Via hen wil ze opnieuw de vraag beantwoorden: hoe is Nederland als je afwijkt van de norm?

Zo stelt oud-PvdA politica Amma Asante, inmiddels voorzitter van het Commissariaat voor de Media, bijvoorbeeld dat niemand vrij is van institutioneel racisme. ‘Het kan iedereen overkomen. Ook mij.’ Of je als niet-witte vrouw ooit goed genoeg bent? wil El Khaldi van haar weten. ‘Het is pas genoeg als ik wit word’, zegt Asante opvallend bitter. Toch blijft ze zich – net als bijvoorbeeld Sylvana Simons, met wie ze zich verwant voelt en ook in gesprek gaat – inzetten voor een inclusievere samenleving. Voormalig advocaat Gülsen Alkan, tegenwoordig dansleraar en festivalorganisator, noemt Nederland een schijndemocratie en overweegt of ze zich verkiesbaar wil stellen voor de politieke partij Denk. Ze heeft nog altijd weinig nodig om boos te worden, constateert ze zelf.

Theatermaakster Marjorie Boston meent dat witte Nederlanders anno 2023 nog altijd anders naar zwarte mensen kijken. En dat heeft directe gevolgen voor mensen zoals zij: ‘We moeten weten wat onze plek is.’ Intussen studeert haar dochter Joni rechten. Zij is in een studentenhuis beland met allerlei typische rechtenmeisjes, die ook wel heel veel op elkaar lijken. Inge Verton tenslotte was politieagent in Rotterdam. Na een dienstverband van bijna twintig jaar had ze het gevoel dat die pet haar toch echt niet meer paste. Inmiddels werkt ze als masseuse en begeleidt chi kung-sessies. Zeker sinds de Coronacrisis is Verton het vertrouwen in grotere verbanden en organisaties helemaal kwijtgeraakt en staat ze een alternatieve manier van leven voor.

Na deze vier portretten (waarbij de omstreden columniste Ebru Umar, die in de eerdere series nog wel een prominente rol speelt en ook in het daarvan gebruikte archiefmateriaal regelmatig aan het woord komt, dus ontbreekt) volgt een aflevering waarin de hoofdpersonen samen terugkijken naar (verhitte) groepsgesprekken uit de oorspronkelijke reeks en met elkaar in dialoog gaan over thema’s als uitsluiting en racisme, de positie van vrouwen in Nederland en het fundamentele gebrek aan vertrouwen bij sommigen van hen in het huidige politieke systeem en bestuur (dat soms verdacht dicht tegen complottheorieën aanschuurt). Die gesprekken zijn wederom scherp en gepassioneerd, maar waaieren ook wel erg breed uit.

In het slotdeel komt vervolgens een nieuwe generatie biculturele vrouwen aan het woord: multidisciplinair kunstenaar Yén-Nhi Lê, onderzoeker en docent Oumaima Hajri en rechtenstudent Patrisha Hassell (die een lichamelijke beperking heeft). Hoewel zij zich vrij voelen om zichzelf te zijn en zich uit te spreken, zijn ze ook van mening dat de positie van jonge vrouwen zoals zij nog altijd te wensen overlaat. Dat geldt eerlijk gezegd ook een beetje voor deze serie. Die snijdt weliswaar prikkelende thema’s aan die nog altijd actueel en urgent zijn, maar zou ook wel hebben gevaren bij enige kritische distantie bij de maakster en scherpe eindredactie van iemand die wat minder dicht op de materie zit. Zodat het kaf nét iets meer van het koren was gescheiden.

Girls Girls Girls is hier te zien.

That Peter Crouch Film

Prime Video

Freak. The Laughing Stick. All elbows and ugly. Als jonge speler leerde Peter Crouch de wreedheid van het voetbal kennen. Vanaf de tribune, op televisie en ongetwijfeld ook in de kleedkamer gingen ze bepaald niet zachtzinnig om met hem, de lange slungel die maar niet wilde ogen als een goede voetballer. Crouch moest heel wat twijfel overwinnen en had uiteindelijk ook een flink aantal jaren en clubs nodig om via Liverpool en het nationale elftal van Engeland alsnog de top te bereiken. En toen smeten de tabloids ineens met superlatieven over de Britse bonenstaak, die veel beter was dan hij leek: ‘Crouch Standing Tall’, ‘Saint Peter’ en ‘Crouch Aims For The Heights’.

Inmiddels is ‘Crouchie’ in eigen land allang uitgegroeid tot een volksheld, een man die ná zijn carrière zeker zo populair is als tíjdens zijn voetballoopbaan. Niet in het minst door een no-nonsense houding en ontwapenend gevoel voor humor. In That Peter Crouch Film (86 min.), die volgt op onder andere That Peter Crouch Podcast en Crouchfest, blikt de voormalige spits samen met zijn (typische voetbal)vader Bruce, echtgenote Abbey Clancy, beste vriend Greg Chapman, voormalige trainer Harry Redknapp, oud-bondscoach Sven-Göran Eriksson, medespelers als Steven Gerrard en Jamie Carragher en lekker veel zelfspot terug op zijn onverwacht succesvolle carrière.

Waar deze, ja, sympathieke film van Benjamin Hirsch uiteindelijk tamelijk cheesy eindigt – met een cultfiguur, die geniet van zijn succes en populariteit – begint ie eigenlijk best grimmig: bij de harde omgangsvormen, of simpelweg het gebrek aan fatsoen en respect, binnen het betaalde voetbal. Waar je openlijk wordt aangepakt om wie je bent of hoe je eruit ziet. Als je daarbinnen wilt overleven, moet je over incasseringsvermogen beschikken en een olifantshuid ontwikkelen. Wanneer er openlijk wordt gespeculeerd dat je wel eens homo zou kunnen zijn (Graeme Le Saux) bijvoorbeeld. Of, omdat je zo lelijk bent, wordt voorgedragen als nieuwe vertolker van Hannibal Lecter (Luke Chadwick).

Peter Crouch blijkt uiteindelijk in staat om, na een ellenlange doelpuntloze start bij Liverpool en een wedstrijd met het Engelse elftal waarin hij steeds luidkeels wordt uitgejoeld, alle kritiek en zijn eigen gebrek aan (zelf)vertrouwen achter zich te laten en de allerlaatste stap naar de top te zetten. De lange weg daarnaartoe, en de twijfel bij Jan en alleman (waaronder Peter zelf) die daarmee gepaard ging, heeft hem alleen maar menselijker en sympathieker gemaakt. Zoals laatbloeiers als Marten de Roon, de al even humorvolle Nederlandse Crouch, nu eenmaal altijd meer van ‘ons’ zullen voelen dan spelers van het Nederlands elftal die als kind al werden vergeleken met Cruijff, Van Basten of Sneijder.

Crouchie speelt ook openlijk met dat sentiment. Als ze hem in een televisieprogramma vragen wat hij zou zijn geweest als hij geen topvoetballer was geworden, antwoordt de voormalige schlemiel, die allang met een topmodel is getrouwd, bijvoorbeeld precies goed getimed met: ‘maagd’. En daar lacht hij dan zelf het hardst om.

Extra Handen

Omroep Max

Extra Handen (53 min.) zijn er nodig in de ouderenzorg. De helft van het nieuwe personeel valt binnen twee jaar weer uit, stelt Loes Luca, de verteller van deze fijne tv-film. In Rotterdam is daarom een project gestart om mensen, die al een tijdje in een uitkering zitten en in hun persoonlijk leven ervaring hebben met het zorgen voor een ander, klaar te stomen voor een baan in de zorg. Zes maanden lang krijgen ze één dag per week les en gaan ze twee dagen stage lopen.

Documentairemaker Joost van der Wiel volgt vier van deze aspirant-verzorgenden terwijl ze hun weg zoeken binnen de ouderenzorg en dat werk proberen te combineren met hun privéleven. Ieder heeft daarbij zijn eigen uitdagingen. De Marokkaans-Nederlandse Iman Tahtah (43), moeder van twee dochters, voelt zich bijvoorbeeld als een vis in het water tijdens het contact met de cliënten, maar heeft soms moeite met hoe collega’s invulling geven aan dat werk.

Bibiche Lompole (38), een uit Congo afkomstige moeder van drie kinderen, heeft vooral stress voor en na de werkdag. Hoe zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat haar pubers op tijd op school zijn en zij op haar stage? Ilidia ‘Linda’ Tavares (53) is betrokken geraakt bij het Toeslagenschandaal en verloor door Corona bovendien haar baan in de horeca, waarvoor ze soms meerdere diensten op een dag draaide. Haar voornaamste uitdaging in de zorg is nu het bewaken van haar eigen grenzen.

Alleenstaande Marco Hogenboom (56) tenslotte heeft zich jarenlang om zijn vader bekommerd en zorgt nu samen met andere familieleden voor zijn moeder. Hij is een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Houdt Marco ‘t in de zorg wél vol? Via deze vier personages, die worden geobserveerd tijdens hun werk- en studieactiviteiten, volgt Van der Wiel het dagelijks leven in een ouderenzorginstelling en het project dat een nieuwe impuls aan de bemensing daarvan moet geven.

Of dat daadwerkelijk kan bijdragen aan het op peil brengen en houden van het aantal handen aan het bed valt op basis van Extra Handen niet vast te stellen. Duidelijk is wel dat het mensen met het hart op de goede plek een tweede kans kan bieden op een functie binnen de zorg – al blijkt die ook weer niet voor iedereen weggelegd.

My Everest

Bohemia Media

Waar een wil is, is zogezegd een weg. Zeker als anderen zeggen dat die weg onbegaanbaar is – of de berg veel te hoog. Mount Everest, om precies te zien. Te paard, ook dat nog. Met de mediacampagne #RidingEverest wil de Britse twintiger Max Stainton de uitdaging, die hij zichzelf heeft gesteld voor het jaar 2018, toch proberen te verwezenlijken.

Max is geboren met Cerebrale Parese, zit doorgaans in een rolstoel en heeft 24 uur per dag zorg nodig, maar wil koste wat het kost die Himalayatop op. Een speciaal samengesteld team staat hem terzijde. Ze begeleiden hem als hij op het paard Rocky omhoog gaat. En als het dier er de brui aan wil geven, dragen ze hem desnoods naar boven. Het is een ontzagwekkende onderneming, die bovenmenselijke inspanningen vraagt en tegelijk ook vragen oproept.

Wat wil hij hiermee bewijzen? vraagt zijn moeder Martha zich bijvoorbeeld af, ongetwijfeld ook namens diverse mensen uit Max’s directe omgeving en argeloze kijkers van deze film van Carl Woods (die de hachelijke tocht, als onderdeel van het team, van zeer nabij heeft vastgelegd). Het antwoord ligt natuurlijk voor de hand: laten zien dat je ‘t wél kunt. Bewijzen aan de wereld dat je ertoe doet, als man met een lichamelijke beperking.

My Everest (86 min.) laat zien hoeveel kruim dat kost: pijn, vermoeidheid en angst. Niet alleen bij Max Stainton zelf, maar ook bij zijn begeleidingsteam, vriendin Candy in het bijzonder. Samen maken ze zijn droom waar. Dit laat echter weer zijn eigen trauma’s en littekens achter, bekent de hoofdpersoon naderhand. Daarmee voorkomt hij dat deze film een wat al te roze vertelling wordt, die netjes wordt wordt afgerond met een verplicht happy end.

Want de overwinning die Max, getuige talloze jeugdfilmpjes een doorgewinterd door-riemen-en-ruiten type, bij Everest op zichzelf boekt, blijkt toch vooral een Pyrrusoverwinning. Zodra het gewone leven weer een aanvang neemt, merkt hij pas wat die historische tocht, als de eerste sterveling met Cerebrale Parese die het basiskamp van Mount Everest bereikt, hem eigenlijk heeft gekost.

King Of Clones

Netflix

Hij is letterlijk naar de woestijn gestuurd. De omstreden Koreaanse wetenschapper Hwang Woo-Suk opereert tegenwoordig vanuit een biotech onderzoekscentrum te Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten. Daar heeft hij de legendarische showkameel Mabrukan gekloond. Die was al elf jaar dood, maar Hwang had aan één enkele cel voldoende om hem te reproduceren. Talloze malen, zelfs.

Hij heeft inmiddels ook koeien, varkens, wolven, coyotes, katten, paarden en zo’n 1600 honden op zijn naam staan. Genetische kopieën van een origineel. Hwang Woo-Suk gold dan ook lang als een wetenschappelijke superster, die met ‘therapeutisch klonen’ ook voor doorbraken kon zorgen in de generatieve geneeskunde, het herstellen van menselijke cellen, weefsels of lichaamsdelen.

Als zijn onderzoeksteam van de universiteit van Seoel in 2004 menselijke embryo’s produceert, komt de King Of Clones (85 min.) echter zelf onder het vergrootglas te liggen: hoe komt hij aan vrouwelijke eicellen? Zuid-Koreaanse onderzoeksjournalisten gaan op onderzoek uit en ontdekken dat Hwang, die mateloos populair is en in eerste instantie onaantastbaar lijkt, allerlei (ethische) regels aan zijn laars lapt.

Deze stevige film van Aditya Thayi reconstrueert de opkomst en ondergang van de man die de wetenschappelijke wereld aan zijn voeten had liggen en daarna zijn krediet grotendeels verspeelde. Zelf is hij inmiddels wel weer op aarde terug gekomen. Van een God-complex, waarvan hij door de jaren heen talloze malen is beschuldigd, lijkt geen sprake meer. Daarvoor zorgt de val die na hoogmoed komt.

’s Mans demasqué heeft ook directe gevolgen voor gewone stervelingen. ‘Betekent dit dat ik nooit meer zal kunnen lopen?’ vroeg Hyeon bijvoorbeeld aan zijn vader Kim Jae Un, toen in het nieuws kwam dat Hwang werd beschuldigd van wetenschappelijke fraude. Het jongetje was na een auto-ongeluk in een rolstoel beland en had al zijn hoop gevestigd op die ene man die ver voor de troepen uitliep.

‘Goede bedoelingen zijn geen excuus voor slecht gedrag’, stelt de Amerikaanse bioloog en ethicus Paul Root Wolpe daarover. Wetenschap kan in zijn ogen nooit zonder ethiek – al holt die meestal wel wat treurig achter technologische ontwikkelingen aan. Is het bijvoorbeeld werkelijk wenselijk dat een gefortuneerde man als Alex Ruebben zijn geliefde Franse bulldog Csillo de dood kan laten overleven?

En moeten er straks écht weer mammoets rondlopen op deze aardkloot?

The Stroll

HBO

Ze waren simpelweg veroordeeld tot sekswerk. Andere arbeid was aan het eind van de twintigste eeuw niet toegankelijk voor (zwarte) Amerikaanse transvrouwen. En toch bleek het leven op 14th Street in het New Yorkse Meatpacking District zeker niet alléén ellendig, stelt Kristen Lovell, die zelf destijds ook actief was in de tippelzone. Samen met co-regisseur Zackary Drucker probeert ze nu het leven op The Stroll (82 min.), die allang helemaal is schoongeveegd, opnieuw op te roepen.

Lovell gaat in gesprek met oud-collega’s, die soms wel 25 jaar deel uitmaakten van ‘de vleesmarkt’ in die verre uithoek van het toenmalige Amerika. Transvrouwen met illustere namen als Egyptt, Izzy “Cashmere” en Lady P. Ze vertellen openhartig en zonder schaamte over het ontdekken van hun eigen identiteit, de eerste keer als sekswerker, klanten, (seksueel) geweld en zelfverdediging, dakloosheid, drugsgebruik en -handel, intimidatie door de New Yorkse politie, arrestaties, (zelf)acceptatie en ouder worden (al heeft het leeuwendeel van de toenmalige ‘workin’ ladies’, stellen de overlevers, de veertig nooit gehaald).

Via deze kleurrijke personages vertellen Lovell en Drucker de tragische historie van een gemeenschap die in de afgelopen jaren weliswaar nadrukkelijk in de openbaarheid is getreden, maar die tot voor kort veroordeeld was tot de absolute rafelranden van de samenleving en zich zelfs in de LHBTIQ+-gemeenschap nauwelijks gezien of gehoord voelde. Die emancipatiestrijd, geïllustreerd met fraai archiefmateriaal en enkele animatiesequenties, mag vooral op het conto van onvermoeibare activisten zoals Sylvia Rivera en Marsha P. Johnson, die de belangenvereniging Street Transvestites Action Revolutionaries (STAR) oprichtten.

Zij verzetten zich bijvoorbeeld met hand en tand tegen de omstreden Walking While Trans-wet, waardoor met name transvrouwen van kleur wel héél gemakkelijk gearresteerd konden worden. Binnen de gemeenschap ontstond zo een zusterschap, die het mogelijk maakte om zelfs in de meest barre omstandigheden te overleven. Met de komst van het internet dienden zich bovendien andere mogelijkheden aan om een boterham te verdienen. Inmiddels hadden de New Yorkse autoriteiten ook hun zinnen gezet op het Meatpacking District. Daarvan kon – zonder die ‘travestiehoeren’ – wel eens een heel aantrekkelijke wijk gemaakt worden.

Met hun vertrek van 14th Street begon ook, vermoedelijk, het romantiseren van die verdorven plek en tijd. Tegenwoordig schamen transvrouwen zoals Kristen Lovell, die met deze film een elementair stuk Amerikaanse LHBTIQ+-geschiedenis heeft vereeuwigd, zich helemaal niet (meer) voor hun tippeljaren. Zoals ze het zelf zeggen: je kunt een meid van The Stroll halen, maar je kunt The Stroll niet uit een meid halen.

Loudmouth

Greenwich Entertainment

Is hij een burgerrechtenleider in de traditie van Marcus Garvey, Martin Luther King en zijn grote voorbeeld Adam Clayton Powell? Of zo’n typische mediageile representant van de ‘burgerrechtenbusiness’, die steeds weer de publiciteit zoekt met zwarte onvrede en protest? Reverend Al Sharpton uit Brooklyn, New York, is in elk geval een Loudmouth (123 min.) en zorgt overal waar hij komt voor controverse. Voor de goede zaak, zal hij zelf zeggen. Om het dominante narratief bij te sturen en aandacht te vragen – nee: te eisen! – voor de Afro-Amerikaanse zaak.

Dat komt de begaafde spreker, behept met de dramatiek van een zwarte prediker, vanaf zijn opkomst in de jaren tachtig op fikse tegenwind te staan. Een treffend voorbeeld is de grap waarmee hij in een tv-programma wordt geïntroduceerd: wat doe je als Saddam Hoessein, Muammar Gaddafi en Al Sharpton voor je staan en er maar twee kogels in je wapen zitten? Dan jaag je Al twee kogels in zijn lijf. Zelf ziet hij er een logische reactie van een onderdrukkend systeem in: probeerden ze van Martin Luther King ook niet een goedkope oplichter of tweederangs crimineel te maken?

‘Randall, ik heb een microfoon op voor een documentaire’, vertrouwt hij in deze documentaire van Josh Alexander een vriend toe op zijn groots opgezette verjaardagsfeest. ‘Dus zeg niks stoms.’ Het is Sharpton ten voeten uit: kien, direct en zich altijd bewust van de indruk die hij maakt. Alexander volgt hem vanaf half 2019, als het land zich langzamerhand begint op te maken voor de presidentsverkiezingen van een jaar later en er nog geen idee van heeft dat het Coronavirus in aantocht is en de dood van George Floyd voor massale Black Lives Matter-protesten gaat zorgen.

Al Sharpton, tegenwoordig een slordige negentig kilo lichter dan in zijn onstuimige beginjaren, vertelt intussen zijn eigen verhaal. Er komen geen andere sprekers aan het woord in deze film. Die zijn ook niet nodig. Via archieffragmenten uit talkshows, nieuwsreportages en interviews krijgt hij meer dan genoeg kritiek en weerwoord. Zo ontstaat een pregnant beeld van een onvermoeibare zwarte activist. Altijd in de frontlinie. ‘No justitie, no peace’ scanderend bij geruchtmakende zaken, zoals de lynchpartij in Howard Beach en de omstreden ontvoering en verkrachting van Tawana Brawley.

Loudmouth richt zich vrijwel volledig op ’s mans politieke activisme, waarvan met geladen muziek de urgentie wordt benadrukt. Over zijn persoonlijk leven laat de onversaagde strijder nauwelijks iets los. Het is waarschijnlijk zoals hij zijn leven ziet: als een willekeurig breekijzer om Amerika’s verhaal open te wrikken, zodat de zwarte gemeenschap er zijn eigen hoofdstukken aan kan toevoegen.

De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat

Sacha Grootjans / NTR

Wáárom? Die vraag hangt voortdurend boven De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat (126 min.). Waarom verduisterde notaris Frank Oranje, de bestuursvoorzitter van de landsadvocaat Pels Rijcken, in de loop van twintig jaar ruim elf miljoen euro? Omdat het kon? Omdat het moest? Of gewoon omdat het goed voelde? De man zelf, die nota bene ‘Mr. Integrity’ werd genoemd, kan het niet meer vertellen. Hij maakte op 6 november 2020, toen zijn bedrog aan het licht dreigde te komen, in een vakantiehuisje een einde aan zijn leven. En de meeste mensen uit zijn directe omgeving, bij zijn werkgever of uit zijn (professionele) vriendenkring, wíllen het niet vertellen. Tenminste, niet ‘on the record’.

En dus verlaat deze vierdelige serie van Mattias Schut zich op vakbroeders die gaandeweg kregen te maken met ‘de grootste juridische fraude uit de Nederlandse geschiedenis’ (advocaat Winfried van den Muijsenbergh en Philip van Hilten, advocaat en bestuurder bestolen stichting), de hoogleraren Marcel Pheijffer (Forensische Accountancy) en Bob Hoogenboom (Forensische Bedrijfskunde) en twee onderzoeksjournalisten die de zaak onderzochten: Joris Polman (Het Financieele Dagblad) en Camil Driessen (NRC). Gezamenlijk openen zij een wereld, die de deuren graag gesloten houdt. Ook als de situatie om transparantie vraagt: grootschalige fraude bij het advocatenkantoor dat nota bene de overheid vertegenwoordigt.

De absolute hoofdrol in deze miniserie is voor acteur Jeroen Spitzenberger. Hij treedt op als alwetende verteller en scheidt het kaf van het koren in de kwestie die tegelijkertijd heel ingewikkeld (vol jargon, ondoorzichtige constructies en verhullend taalgebruik) en toch ook heel eenvoudig is (op en neer schuiven met sommen geld, totdat niemand meer doorheeft dat een aanzienlijk deel ervan in de zakken van de notaris verdwijnt). Spitzenberger stapt letterlijk door Oranje’s verleden en schroomt ook vileine humor niet, bijvoorbeeld als ‘t gaat om het authentiek ogende familiewapen dat de notaris in 2014 heeft laten ontwerpen. ‘En dan mag je natuurlijk helemaal zelf bedenken hoe ’t eruit ziet. Een beetje zoals bij een tattoo.’

De serie bevat verder een reconstructie van historische gebeurtenissen, waarin gebruik wordt gemaakt van acteurs en ook ‘fictieve elementen’ voorkomen. Die vorm werkt wonderwel, hoewel die laatste mededeling ook vragen oproept: waar eindigt het feitelijke verhaal en begint de fictie? De Zaak Schaap vaart verder wel bij het doortastende opereren van interviewer Maartje Hofhuis. Zij noemt het beestje soms gewoon bij zijn naam. ‘Hij bleek een boef!’, constateert ze bijvoorbeeld ferm als haar gesprekspartner, advocaat Van den Muijsenbergh van vereffenaar stichting Converium, maar om de hete brei heen blijft draaien. Die houdt zich echter aan zijn script. ‘De geldstroom van de escrow-rekening is niet conform de oorspronkelijke afspraken zorgvuldig afgewikkeld, ja.’

Terwijl de eerste drie afleveringen van De Zaak Schaap, vernoemd naar het FIOD-onderzoek naar Frank Oranje’s megafraude, vat proberen te krijgen op dit exquise staaltje witte boordencriminaliteit, zoomt het slotdeel van deze fijne miniserie zowel ín (op Oranje’s modale jeugd en zijn tijd bij studentenvereniging Minerva in Leiden) als úit (op de positie van Pels Rijcken, dat zichzelf vooral als slachtoffer van de situatie portretteert, en de gecompliceerde relatie van het advocatenkantoor met de Nederlandse staat). Na afloop staat die ene, nauwelijks te beantwoorden vraag desondanks nog altijd open: wáárom?

Kumaré

Kino Lorber

Ze kunnen nooit zeggen dat hij ‘t hen niet heeft verteld. ‘Dit alles is niets meer dan een show, begrijpen jullie?’ zegt Kumaré (84 min.) tegen zijn allereerste volgelingen. ‘Dit, een kerel in een jurk. Niets dan show!’ De Indiase goeroe is in werkelijkheid Vikram Gandhi, een Indiase Amerikaan die zich zo ergert aan de New Age-beweging, waarin Oosterse wijsheden volgens hem schaamteloos worden misbruikt, dat hij een gewaagd experiment optuigt. Hij laat zijn haar en baard groeien, zoekt een spannend ogende staf uit, begint met het accent te spreken dat hij van zijn oma kent en verzint daar allerlei onzinnige rituelen omheen. Het duurt niet lang voordat hij wordt omringd door een groepje leerlingen.

Deze film uit 2011 – een soort combinatie van Borat en Die Welle, de film waarin een leraar in zijn middelbare schoolklas een pijnlijk realistische dictatuur creëert – is de weerslag van Gandhi’s gewaagde onderneming als geestelijk leider. Samen met zijn assistentes vestigt hij zich in een yogastudio te Phoenix, Arizona, en begint spirituele sessies te leiden. Zijn eerste leerlingen delen meteen hun diepste zielenroerselen met hem: Toby bijvoorbeeld, een advocate die ter dood veroordeelden bijstaat. De alleenstaande moeder Kimberly, die kampt met het lege nestsyndroom. Of Emily, een jonge vrouw die vastzit in haar huwelijk en direct met de orakelende ‘guruji’ begint te flirten.

Deze gewone Amerikanen, gefilmd op hun meest kwetsbare momenten voor wat een satire zou worden, blijken uiterst gevoelig voor de ‘Blue Light’-meditatie van hun nieuwe spirituele leider. Deze goeroe heeft louter goede bedoelingen met zijn volgelingen, aast niet op hun geld of lichaam en permitteert zich hooguit enkele gewaagde grappen. Hij doet verder aan ‘truthin’. Ik ben de grootste faker die ik ken, zegt Kumaré bijvoorbeeld. Ik fake zoveel dat ik soms vergeet wie ik ben. Of: Je hebt geen goeroe nodig om gelukkig te zijn. En als het tijd wordt voor – het blijft tenslotte een Amerikaanse film – de moraal van zijn verhaal: de goeroe die je zoekt zit in jezelf.

Voor Vikram Gandhi is Kumaré een spiegel waarin hij hen naar zichzelf laat kijken, zegt hij in de voice-over waarmee hij de film stuurt. Gaandeweg begint hij alleen zelf ook in de lessen van zijn personage te geloven en wordt het idee dat hij z’n bedrog moet onthullen steeds ongemakkelijker. De meester wijst zijn leerlingen daarom op elkaar, op hoe sterk ze samen zijn. ‘Want na morgen ben ik er niet meer.’ Intussen blijft hij het moment van De Onthulling voor zich uitschuiven. Zit er werkelijk twijfel? Of is die ook goed voor de film? Het uitstellen van de climax, die al in de openingsscène is aangekondigd, houdt de spanning er in elk geval in en is dus verduiveld effectief.

Uiteindelijk zal Gandhi hen onder ogen moeten komen. Niet meer als de alwetende goeroe, maar volledig als zichzelf: een gewone sterveling, net als zij. En een filmmaker, dat ook. Die weet wat een geslaagde vertelling nodig heeft: aansprekende personages, een spannende verhaallijn, enkele komische scènes en liefst ook een happy end. En dat laatste is bepaald niet vanzelfsprekend wanneer je mensen als een soort opperwezen, en voor een draaiende camera, in het ootje hebt genomen. Hoe ontvangen zij de boodschapper, als hij zijn haren en baard heeft gekortwiekt, dat gewaad heeft uitgedaan en zelfs zijn staf heeft weggelegd? En staan zij dan nog open voor wat hij heeft te zeggen?

Take Care Of Maya

Netflix

Hun dochter Maya wordt in 2015 voor vijf dagen in coma gebracht. Op advies van dokter Ashraf Hanna laten Jack en Beata Kowalski haar een experimentele behandeling ondergaan, die alleen in Mexico wordt aangeboden. Maya heeft allerlei lichamelijke klachten: ademhalingsproblemen, hoofdpijn, een branderige huid, pijn aan de armen, naar binnen gekeerde benen en een algemeen lusteloos gevoel. Het Amerikaanse kind is door een arts gediagnosticeerd met CRPS: Complex Regionaal Pijn Syndroom.

Enige tijd later, in het najaar van 2016, gaat het toch weer slechter met Maya. Het inmiddels tienjarige meisje wordt begin oktober opgenomen in het Johns Hopkins All Children’s Hospital in Tampa Bay, Florida. Daar vermoeden ze dat er wel eens sprake kan zijn van ‘medische kindermishandeling’. Haar moeder Beata wordt ervan verdacht dat ze lijdt aan Münchhausen By Proxy. Bij deze psychiatrische aandoening, eerder indringend vereeuwigd in de true crime-docu Mommy Dead And Dearest, zoeken mensen steeds medische hulp voor gefingeerde of zelf veroorzaakte stoornissen of ziektes bij iemand die aan hun zorg is toevertrouwd. Op basis van zulke vermoedens wordt Maya nu onder staatsvoogdij geplaatst. Het contact met haar ouders wordt geminimaliseerd. Met ronduit dramatische gevolgen.

In Take Care Of Maya (104 min.) reconstrueert Henry Roosevelt deze bijzonder tragische geschiedenis, die in september 2023 ein-de-lijk voor de rechter zal worden gebracht. Roosevelts voornaamste bron is vader Jack, die terzijde wordt gestaan door zijn advocaten, dokter Hanna en de journaliste Daphne Chen, die de situatie rond Maya en soortgelijke kwesties heeft onderzocht. Zulke zaken zijn nooit zwart-wit, zegt zij. Deze documentaire had echter wel wat meer grijstinten kunnen gebruiken. Want doordat de betrokken hulpverleners, waaronder de zeer omstreden expert Sally Smith van de geprivatiseerde kinderbeschermingsorganisatie Suncoast Center, niet kunnen of willen reageren, lijkt Roosevelts film bijna een opstapje naar het pleidooi dat de advocaat van Kowalski straks in de rechtszaal gaat houden.

Dat betoog kan overigens voor een belangrijk deel worden geschraagd met de getuigenissen van ouders met soortgelijke ervaringen en officiële verklaringen van Maya, haar vader Jack en broertje Kyle, medewerkers van het ziekenhuis, politieagenten én Sally Smith. Aan informatie en documentatie is sowieso geen gebrek in deze voor alle betrokkenen bijzonder pijnlijke zaak. Óók doordat alles, ook persoonlijke gesprekken en telefoontjes met instanties, lijkt te zijn vastgelegd en opgenomen. In het bijzonder door Beata Kowalski, waarschijnlijk om er later de tegenpartij mee om de oren te kunnen slaan. Vanuit een moeder in nood bezien is dat begrijpelijk, maar het tekent ook de argwaan die vanaf het allereerste begin in De Zaak Maya is geslopen – en de wantrouwende samenleving waarbinnen die is gesitueerd.

De tragedie die zich mede daardoor aftekent voor de Kowalski’s wordt door Take Care Of Maya uitstekend invoelbaar gemaakt. Tegelijkertijd maakt de film ook benieuwd naar dat andere perspectief, van hulpverleners die zich genoodzaakt zagen om in te grijpen. Dat had de ‘waarheid’ van het kwetsbare kind en haar directe familie beslist kunnen verrijken.

Satan Wants You

Cargo

‘Ik, Michelle Smith, werd op mijn vijfde door mijn moeder overgedragen aan een groep praktiserende satanisten, die me daarna een jaar lang gevangen hielden en me zowel mentaal als fysiek misbruikten als onderdeel van het demonische ritueel The Feast Of The Beast’, start de spreekstalmeester van het televisieprogramma To Tell The Truth, de Amerikaanse versie van Wie Van De Drie, alweer een nieuwe aflevering op.

‘Na deze beproeving leefde ik normaal en gelukkig tot 1976. Toen begon ik me ongemakkelijk te voelen en zocht psychiatrische hulp’, galmt de stem verder. ‘Al mijn verdrongen herinneringen heb ik toen hervonden met de hulp van dokter Lawrence Pazder. En dokter Pazder en ik hebben mijn verhaal nu verteld in een boek genaamd Michelle Remembers.’ Was getekend, Michelle Smith, ‘patient zero’ van de Satanic Panic, die zich uitstrekt van metalmuziek en het fantasyspel Dungeons & Dragons tot geruchtmakende misdaden zoals bijvoorbeeld de West Memphis Three-moorden.

Waarna de uitzending van Wie Van De Drie, waaraan die psychiater natuurlijk ook zijn medewerking verleent, kan beginnen en een schier eindeloze stroom van horrorverhalen over ritueel misbruik, marteling, verminking en – natuurlijk! – het drinken van bloed lanceert. Door geheimzinnige sektes van satanische pedofielen, die talloze kinderlijken op hun geweten zouden hebben. Zulke geruchten veroorzaken maatschappelijke onrust in de jaren tachtig en negentig. En Smith en Pazder hebben die ‘trend’ aangezwengeld, met een boek dat was gebaseerd op hun gezamenlijke therapiesessies.

Opnamen daarvan zijn ook te horen in deze documentaire van Sean Horlor en Steve J. Adams. ‘Laat het maar komen zoals het komt’, zegt Pazder bijvoorbeeld tegen zijn cliënt in november 1976. ‘Oordeel niet.’ Er weerklinkt onheilspellend gekreun. ‘Laat het zijn wat het is’, spoort de therapeut Smith nogmaals aan. Zij begint vervolgens geëmotioneerd te associëren, teksten die in bloedrode letters in beeld worden geprojecteerd: ‘Ik kon niet wegkomen. Niemand was goed. Ze deden me pijn en zorgden maar niet voor me. Ik kan het niet aan om ze daar te zien staan.’

Met hun verhalen over ‘Satanic Ritual Abuse’ worden Smith en Pazder, die er een ongezonde relatie op na blijken te houden, graag geziene gasten in de talkshows van Geraldo Rivera en Sally Jessy Raphael. Met Smiths zus Charyl, Pazder ex-vrouw Marylyn en dochter Theresa, podcaster Sarah Marshall, Blanche Barton (Magistra van de Church Of Satan), psycholoog Elizabeth Loftus en onderzoeksjournalist Debbie Nathan ontleden (en ontzenuwen) Horlor en Adams nu de wilde geruchten en beschuldigingen, die voor direct betrokkenen vaak ernstige consequenties hadden.

Michelle Smith en Larry Pazder waren niet meer dan cynische verkopers, stelt socioloog Jeff Victor, met de angst voor de Duivel als voornaamste product. En zulke handelaars in angst, zo maakt deze duister getoonzette film eveneens duidelijk, zijn van alle tijden. Zij haken aan bij maatschappelijke vrees – de horrorverhalen rond Jeffrey Epstein bijvoorbeeld, of in Nederland Robert M. – en voegen daar vervolgens hun eigen dosis spanning en sensatie aan toe. Ze oreren over pak ‘m beet Qanon, Pizzagate of Bodegraven, scoren daarmee volop aandacht en verdienen er ook nog een dik belegde boterham mee.

De boodschap van Satan Wants You blijft daarmee uiterst actueel. Want het gevaar schuilt niet in de Duivel. Althans niet in de gehoornde versie daarvan, hooguit in de mens die het slechtste in zichzelf aanboort. Teneinde een ander ermee te raken.

Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje

BNNVARA/Signal.Stream / vanaf maandag 26 juni op NPO

Het was zeker mooi, maar had ook iets wrangs. Nog nooit waren ze zo van ‘ons’ en toch duidelijk van ‘hen’, als toen de Nederlandse ‘Atlas Leeuwen’ voor hun andere vaderland, Marokko, grote successen vierden in Qatar. Nadat het Nederlands elftal al was uitgeschakeld, drong het nationale team van Marokko, als eerste Afrikaanse land in de geschiedenis, door tot de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. In dat elftal speelden vier spelers die in Nederland zijn opgegroeid een sleutelrol: Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech, Noussair Mazraoui en Zakaria Aboukhlal.

Khalid Alterch, alias rapper ICE en ‘Tonnano’ uit de misdaadserie Mocro Maffia, heeft de vier Marokkaanse topvoetballers weten te strikken voor Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje (135 min). In deze vierdelige serie blikken ze samen met andere Marokkaanse Nederlanders zoals straatvoetballer Soufiane Touzani, schrijver Abdelkader Benali, ontwerper Aberrahmane Trabsini (modemerk Daily Paper), komiek Khalid Akouzdame (Borrelnootjez), oud-voetbalprof Ali Boussaboun, acteur Iliass Ojja, cabaretier Jawad Es Soufi (Sloegie), en Dania Boussatta, speelster van het Marokkaanse vrouwenteam, terug op het toernooi waarmee hun land zich wereldwijd in de kijker speelde – en zelfs in Nederland, waar ze zich allemaal wel eens onwelkom hebben gevoeld, de handen op elkaar kregen.

Met de wedstrijden van het WK voetbal als anker, waarvoor hij zelf met vrienden ook naar Qatar is afgereisd, gaat ICE ook met hen in gesprek over hoe ’t is om Marokkaan in Nederland te zijn. Een Marokkaanse jongen in Nederland, om precies te zijn, zo’n beetje het meest omstreden smaldeel van de vaderlandse populatie. Het is een verhaal van (gekrenkte) trots, familiegevoel en (geknakt dan wel hervonden) zelfvertrouwen. En van de herwaardering van Marokko als thuisland, ook als voetballer. Waar voor talenten het Nederlands elftal jarenlang het beoogde eindstation was, ook uit puur opportunistische overwegingen, lonken sinds het WK de Lions de l’Atlas nadrukkelijker dan ooit. Dat zien ook traditionele Nederlandse voetbalkenners als Willem van Hanegem, Andy van der Meijde en Joep Schreuder, die overigens niet al te veel toevoegen aan de reeks.

In deze miniserie wordt vooral het collectieve gevoel van Marokkaanse Nederlanders uitgedrukt. Niet zozeer via een treffend groepsportret of een helder opgebouwde thematische vertelling, maar meer in de vorm van een associatieve grabbelton van meningen, gevoelens en bespiegelingen. Tezamen schetsen die een aardig beeld van wat er leeft in de gemeenschap – en welke rol voetbal daarin speelt.

Captive Audience: A Real American Horror Story

Disney+

Over zijn jaren als Dennis Gregory Parnell laat hij zo min mogelijk los. Zeven jaar lang gaat Steven Stayner in Comptche, Californië door voor de zoon van Kenneth Parnell. Zijn vriendinnen, klasgenoten, leraren en eerste vriendinnetje, die in de driedelige docuserie Captive Audience: A Real American Horror Story (138 min.) stuk voor stuk aan het woord komen, weten niet dat hij in 1972 als zevenjarig jongetje door diezelfde Parnell is ontvoerd. Als Stayner op veertienjarige leeftijd eindelijk aan zijn kidnapper ontsnapt, en dan meteen ook een vijfjarig jongetje bevrijdt, wordt hij onthaald als een held en lijkt het leven hem toe te lachen.

Stevens jarenlange ontvoering vormt de basis voor de tweedelige tv-film I Know My First Name Is Steven. Die wordt eind mei 1989 op de Amerikaanse televisie uitgezonden en trekt bijna veertig miljoen toeschouwers. Steven zelf heeft een klein bijrolletje als politieagent in de film, die ook nog wordt genomineerd voor vier Emmy Awards. Zijn verhaal is wel een beetje bijgewerkt, zodat het geschikt is voor een groot publiek. Tijdens zijn research voor de productie heeft scenarioschrijver JP Miller met Steven en enkele familieleden gesproken. De weerslag daarvan, tientallen uren audio-opnames, vormt nu de onderlegger voor deze driedelige docuserie van Jessica Dimmock, waarin ook beraadslagingen tussen de verschillende leden van het productieteam zijn opgenomen.

Dimmock maakt bovendien veelvuldig gebruik van fragmenten uit de tv-film en vraagt de acteurs Corin Nemec en Todd Eric Andrews, die daarin respectievelijk Steven en zijn oudere broer Cary Stayner vertolken, om bepaalde gespreksfragmenten opnieuw in te spreken. Op die manier ontstaat een gelaagde vertelling, waarin de spanning zichtbaar wordt tussen het ‘ware verhaal’ en de film die daarop is gebaseerd. Daarmee wordt deze miniserie, die nóg een onrustbarende verhaallijn opdiept uit de diepste krochten van de Stayner-familie, meteen ook een soort commentaar op het true crime-genre in het algemeen: wat gebeurt er als Hollywood zich ontfermt over dramatische gebeurtenissen? En welke gevolgen heeft die interpretatie dan weer voor het échte echte leven?

Steven Stayners vrouw Jody, dochter Ashley, zoon Steven Jr., moeder Kay en zus Cory kunnen in elk geval vanuit de eerste hand vertellen hoe hun bestaan volledig is ontwricht door enkele familietrauma’s en de manier waarop Amerikaanse media daarmee aan de haal zijn gegaan. Die kwestie wordt in het intrigerende Captive Audience overtuigend uitgediept – al blijven er, zoals bijna onvermijdelijk in dit soort true crime-series, ook nog wel wat losse eindjes rondslingeren.

For Neda

HBO

Van een gewone jonge vrouw is de 26-jarige Iraanse studente Neda een wereldwijd symbool geworden. Net als bijvoorbeeld het jongetje dat angstig zijn handen omhoog houdt in het getto van Warschau (voor de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog), het ‘napalmmeisje’ Kim Phuc (voor de oorlog in Vietnam) en de student die dapper een tank trotseert op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing (voor het verzet tegen de Chinese dictatuur). Via één enkel moment, een scène of snapshot, hebben ze een plek verworven in ons collectieve geheugen.

Op 20 juni 2009 verkrijgt Neda Agha-Soltan ongewild het martelaarschap en wordt zij het gezicht van het verzet tegen de Islamitische Republiek. Ze sterft met open ogen op een plein in Teheran, voor het oog van de wereld. Haar bebloede gezicht, vereeuwigd met de camera van een mobiele telefoon, gaat viral. Via deze jonge vrouw wordt de hele wereld er deelgenoot van hoe het Iraanse regime elke vorm van protest rücksichtslos de kop indrukt. Neda wordt daarmee, zoals haar Perzische naam al aangeeft, de ‘stem’ van de zogenaamde Groene Revolutie.

In For Neda (67 min.) schetst Antony Thomas de aanloop naar de massale betogingen in Teheran. Die volgen op besmette verkiezingen, waarbij president Ahmadinejad in het zadel wordt gehouden. Tegelijkertijd slaagt de Britse filmmaker er via de Iraanse journalist Saeed Kamali Dehghan stiekem in om door te dringen tot Neda’s moeder, vader, oudere zus en jongere broer (die zijn haar en baard niet meer heeft bijgewerkt sinds haar dood). Zo krijgt hij vat op de jonge vrouw, die waarschijnlijk door een lid van de beruchte Basij-militie is neergeschoten.

Thomas geeft verder z’n verteller, de Iraanse actrice Shoreh Aghdashloo, een prominente rol. Met haar dwingende stem fungeert zij als verbindende schakel tussen het grote maatschappelijke verhaal en de rol van zijn hoofdpersoon daarbinnen. Deze eikenhouten aanpak slaat het verhaal een beetje dood, maar zorgt wel voor een trefzekere schets van de gespannen politieke situatie, waarbij het religieuze bewind met allerlei reactionaire wetten en leefregels met name vrouwen het leven zuur maakt. Protest daartegen is onvermijdelijk. Zoals de rebelse Neda daaraan ook wel móet deelnemen.

Met haar tragische dood wordt Neda Agha-Soltan, een bevallige vrouw die volgens medestanders ‘het gevaar van schoonheid’ belichaamde voor de mannen van de Basij-militie, weliswaar een martelaar, maar tot een doorbraak in de strijd van jonge idealisten tegen de Iraanse machthebbers leidt dit uiteindelijk niet. Dat gevecht wordt, een kleine vijftien jaar verder, nog altijd dagelijks vervolgd op de straten en pleinen van Teheran.

How Do You Measure A Year?

HBO Max

Toen zijn dochter Ella twee werd, zette Jay Rosenblatt het meisje op de bank en stelde haar enkele vragen. Dat heeft hij tot haar achttiende volgehouden. Elke verjaardag, op die bank, dezelfde vragen. Wat wil je later worden?, bijvoorbeeld. Wat zijn je dromen? En nachtmerries? Wat is macht? En: wat vind je van jou en mij? Rosenblatt keek de beelden volgens eigen zeggen nooit terug.

De samenvatting ervan, How Do You Measure A Year? (28 min.) is chronologisch opgebouwd. Ella wordt ouder voor de camera. Wijzer en gecompliceerder. Getructer ook. Ongekunsteld wordt performen. Fris van de lever maakt plaats voor (zelf)reflectie. Wat zou je als …jarige willen zeggen tegen je latere zelf? begint haar vader dan te vragen. En waarom ze steeds vaker ruzie maken?

‘Why are you so obsessed with me?’ zingt de zeventienjarige Ella. ‘Boy, I wanna know.’ Ze lijkt er niets mee te bedoelen, de jonge vrouw die voor het verjaardagsritueel van haar vader opnieuw voor de camera heeft plaatsgenomen. Ella staat op het punt om het huis uit te gaan om te studeren en moet Jay, de man die steeds weer dezelfde directe vragen stelt, dan achterlaten.

Deze korte film huldigt overtuigend het ‘less is more’-principe en is op basis daarvan, enigszins overdreven, genomineerd voor een Oscar voor beste korte documentaire. Het is een klein monumentje geworden voor de tijd die nu achter hen ligt en die (blijkbaar) was doordesemd van de onvoorwaardelijke liefde die er kan zijn tussen ouder en kind.

Against All Odds: The Daily Paper Story

Prime Video

Elk merk moet een verhaal hebben. Dit is het verhaal van Daily Paper. Het verhaal van drie Nederlandse vrienden, die hun wortels elders op aarde hebben: Marokko (design director Abderrahmane Trabsini), Ghana (culture director Jefferson Osei) en Somalië (creative director Hussein Suleiman). Precies dat is ook de kern van hun verhaal: deze ‘broeders’ vertegenwoordigen de nieuwe Nederlanders – nee: nieuwe wereldburgers – die leven tussen twee culturen. Vandaar de slogan: from Osdorp to the world. Die ze natuurlijk maar al te graag willen veroveren. En daarbij weten ze ‘celebs’ als Michelle Obama, Jay-Z en Erykah Badu al aan hun zijde.

In Against All Odds: The Daily Paper Story (160 min.) vertellen ze dat verhaal. Beter: hun story. Van hun eigen modemerk. Nee: hun bránd. Dit mag je dus ook gerust een branddocu noemen. Waarin dat ‘fashion brand’ en het daarbij behorende verhaal, dat draait rond authenticiteit en diversiteit, eens goed in de markt worden gezet. In vier delen: opstarten, doorgroeien, groeistuipen en weer doorstarten. Want met succes komt ook verwachting. En de behoefte aan een strategie. Om daadwerkelijk door te groeien naar de Champions League. Dat is in elk geval de ambitie van de later aangetrokken CEO & co-owner Rodney Lam. Hoe kunnen we optimaal groeien, vraagt hij zich hardop af, terwijl we wel onze cultuur vasthouden?

Die spanning zit inderdaad in het bedrijf. Want hoewel ze het niet per definitie altijd met elkaar eens zijn, zijn de drie oprichters ‘heel equal’. Abderrahmane: ‘Er is geen Beyoncé in Destiny’s Child. Wij zijn alle drie Beyoncés.’ En dan is er dus nog Rodney, een man die ook geld wil maken met Daily Paper. Dat zorgt onvermijdelijk voor reuring: succesjes (een eigen wedstrijdtenue voor Ajax bijvoorbeeld), tegenvallers (een winkel in New York die maar niet op gang komt) én meningsverschillen. Die horen nu eenmaal bij een bedrijf dat de wereld wil weerspiegelen en veroveren, maar ook gewoon de rekeningen moet betalen. Deze vlotte miniserie vangt dat proces heel aardig – al ligt de boodschap die het brand zelf wil uitdragen er soms wel erg dik bovenop.

Zeker als er aan het eind van aflevering 4 wordt toegewerkt naar het tienjarige jubileum, waarvoor allerlei bekendheden, influencers en de internationale pers naar Nederland overkomen om het samen met hen te vieren, krijgt het verkooppraatje van Daily Paper de overhand in Against All Odds.