De Regenboogmoorden

Prime Video

In het Kralingse Bos komt het begin jaren negentig tot een confrontatie tussen buurtbewoners en de ‘homotoeristen’ die daar mannenontmoetingsplaats bezoeken. Enkele bewoners, waaronder ‘de Robin Hood van Crooswijk’, zijn het spuugzat dat kinderen in het Rotterdamse bos zomaar kunnen worden geconfronteerd met vrijende mannen en voortdurend de schmutzige resten vinden van hun escapades, in de vorm van gebruikte condooms en tissues.

Binnen die gespannen situatie vindt een plaatselijk jongetje, dat dertig jaar later zijn verhaal doet in deze sterke driedelige serie van Duco Coops, op 3 juli 1993 een lijk in het Kralingse Bos. Theo van Lente blijkt met messteken om het leven te zijn gebracht. Volgens zijn vrouw ging hij elke woensdagavond trimmen. Ze heeft geen idee van het dubbelleven dat haar echtgenoot leidde. Drie maanden later wordt er opnieuw een ‘homofiel’, een term die destijds soms nog gewoon werd gebezigd, vermoord op de ontmoetingsplek. En ook in Den Haag vallen in diezelfde periode enkele mannen, waarvan de nabestaanden aan het woord komen, ten prooi aan excessief antihomogeweld.

De Regenboogmoorden (130 min.) roept overtuigend een tijd op, nog niet eens zo lang geleden, waarin homoseksualiteit regelmatig openlijk werd afgekeurd. Ook bij het Nederlandse politiekorps, dat verantwoordelijk was voor het onderzoek naar de moorden. Dat bleek sowieso een lastige klus: de bereidheid om een getuigenverklaring af te leggen was bij homo’s, zeker als ze nog stevig in de kast zaten, over het algemeen zeer beperkt. Het vertrouwen ontbrak dat de overheid er ook voor hen was als ze weer eens ‘viezerik’ waren genoemd of het slachtoffer dreigden te worden van potenrammen – of wat onderzoeker Henk van den Boogaard nu ‘vandalisme tegen mensen’ noemt.

Het pijnlijke gebrek aan kennis en sensitiviteit bij de toenmalige politie wordt ronduit bevestigd door Dick Snaterse, oud-medewerker van het Gay Team van de politie in Rotterdam, en de voormalige woordvoerders Ellie Lust en Klaas Wilting (die de hand ook nadrukkelijk in eigen boezem steekt). Agenten moesten in die tijd ook een enorme omslag in hun denken maken. Waar homoseksualiteit niet lang daarvoor nog strafbaar was en mannen die zich daar toch ‘schuldig’ aan maakten konden worden gearresteerd, daalde langzaam het besef in dat homoseksuelen min of meer gedwongen waren geweest om hun seksualiteit in het geniep te beleven en daarom moesten worden beschermd.

Met Henk Krol (oud-hoofdredacteur van de Gay Krant), Jan Willem Duyvendak (hoogleraar sociologie) en vertegenwoordigers van de Rotterdamse homoscene probeert Coops in De Regenboogmoorden verder het homofobe klimaat te duiden dat Nederland aan het einde van de twintigste eeuw nog altijd in zijn greep had. Het meest tastbaar wordt dat via het indringende relaas van een bezoeker van de Rotterdamse mannenontmoetingsplaats. Met veel gêne en emotie vertelt hij over een nachtelijk rendez-vous in het Kralingse Bos, waarbij hij door enkele mannen in elkaar werd geslagen. Door wie hij was belandde hij letterlijk in de hoek waar de klappen vallen.

De ‘homomoorden’ in het Kralingse Bos bleven intussen heel lang onopgelost. Totdat een speciaal opgericht coldcaseteam, waarvan de leiders ook uitgebreid aan het woord komen in deze miniserie, een poging ondernam om alsnog klaarheid in de zaken te brengen. De zoektocht naar de man die zijn diepgevoelde woede botvierde op bezoekers van de mannenontmoetingsplaats wordt echter nooit meer dan een zijlijn in deze serie. De Regenboogmoorden wil, ondanks die smeuïge titel, helemaal geen reguliere true crime-productie worden. Regisseur Duco Coops documenteert uiteindelijk toch liever een pijnlijk hoofdstuk uit de recente Nederlandse homohistorie.

De Regenboogmoorden wordt daarmee een soort zusterserie van de onlangs verschenen Amerikaanse vierdelige documentaire Last Call. De twee producties kunnen tevens worden opgevat als een waarschuwing. Want zo’n dertig jaar later lijkt homoseksualiteit weliswaar breed geaccepteerd, maar voelen LHBTIQ+’ers zich nog altijd – en met reden, blijkt regelmatig – niet overal even veilig.

La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas

Netflix

Deze seriemoordenaar heeft het nu eens niet voorzien op jonge meisjes of jongens. Hij heeft het gemunt op bejaarde vrouwen. De Mexicaanse killer, volgens het signalement lang en gezet, maakt rond de eeuwwisseling zeker 49 slachtoffers. Mexico is in rep en roer. Het land heeft geen ‘traditie’ op het gebied van seriemoordenaars. Al zeker zestig jaar Is het verschoond gebleven van het type roofdier dat bij de grote bovenbuur, de Verenigde Staten, bijna op elke hoek van de straat een prooi staat te beloeren.

De onderzoekers gaan in de leer in het buitenland. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld ervaring met Thierry Paulin. Het ‘beest van Monmartre’ zou zo’n twintig Franse ouderen hebben beroofd en gedood, voordat hij in 1989 stierf aan de gevolgen van AIDS. ‘La Mataviejitas’ blijkt echter nergens mee te vergelijken. Is het bijvoorbeeld wel een (echte) man die in Mexico-Stad weerloze senioren wurgt in hun eigen huis? Of überhaupt één enkele persoon? Zijn er misschien ook ‘copycats’ aan het werk?

Geduldig ontleedt Maria Jose Cuevas de zaak in La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas (112 min.). Ze neemt de gebeurtenissen min of meer chronologisch door met nabestaanden, opsporingsambtenaren, deskundigen en verdachten. Gaandeweg wordt zo het motief van de moordenaar duidelijk, kunnen er vingerafdrukken worden veiliggesteld en komt gaandeweg ook de dader in beeld. De filmmaakster serveert dit met gevoel voor drama, visuele flair en een zeer uitgesproken klassieke soundtrack uit.

De seriemoordenaar, op heterdaad betrapt door een buurman van één van de slachtoffers, blijkt zowaar een fervent liefhebber van worstelen, die bovendien technieken van deze sport voor malicieuze doeleinden heeft ingezet. De aanhouding van deze dader betekent echter niet dat daarmee alle zaken definitief zijn opgelost. Te elfder ure zet een onverwachte wending de zaak – en ook deze krasse true crime-docu – nog eens goed op zijn kop.

Martine: Chasing Justice

HBO Max

Op zondagochtend 16 juli 2008 wordt in een Londense kelder, onder rotzooi en afval, het lichaam van de 23-jarige Noorse studente Martine Vik Magnussen gevonden. Ze blijkt te zijn verkracht en vermoord. Martine is dat weekend op stap geweest met een studievriend uit Jemen, Farouk Abdulhak. Er zijn allerlei foto’s van hen op die laatste uitgaansavond. Vrolijk en opgedirkt blikken ze ontspannen in de camera. Farouks DNA wordt vervolgens aangetroffen op haar levenloze lichaam. De jongen is dan allang het land uit. En hij heeft in allerijl ook zijn Facebook-pagina verwijderd.

In het voorjaar van 2022, veertien jaar na de moord op hun dochter, willen Kristin Vik en Odd Petter Magnussen nog altijd dat hij wordt berecht. Bij het begin van Martine: Chasing Justice (206 min.) blijkt er tot hun grote verrassing een vrouw van in de zestig te zijn aangehouden. Daarmee heeft deze vijfdelige serie van Ole Ragnvald Gran, Thale Persen en Eli Solheim zowel zijn start- als richtpunt. De klok wordt daarna teruggedraaid naar het moment dat Martine gaat studeren in Groot-Brittannië en daar bevriend raakt met een telg van een zeer gefortuneerde Jemenitische familie.

Farouks vader Shaher Abdulhak, een ouderwetse pater familias, behoort tot de absolute elite in het land en laat hem direct na Martine Vik Magnussens dood naar huis vliegen. Yemen levert in principe geen onderdanen uit aan andere landen. Met het passeren van de landsgrenzen heeft Farouk Abdulhak zichzelf dus definitief in veiligheid gebracht. Dat is echter buiten Odd Petter en Kristin, die allebei hun eigen eenzame strijd voeren, gerekend. Zij stellen alles in het werk – sociaal, juridisch en diplomatiek – om Martines vermeende moordenaar voor het gerecht te krijgen.

Behalve de ouders laat deze serie ook allerlei direct betrokkenen aan het woord over de pogingen om de zaak binnen de driehoek Noorwegen, Verenigd Koninkrijk en Jemen alsnog vlot te trekken. Martine: Chasing Justice wordt daardoor soms wat stroperig – al staat dat natuurlijk in geen enkele verhouding tot het frustrerende karakter van dit ellenlange proces. Culturele verschillen bemoeilijken voortdurend de onderhandelingen. Want daar lijkt ‘t op uit te draaien. En de dood van een kind laat je toch niet afkopen? Zelfs niet voor vijftig miljoen dollar. In Jemen is zo’n aanbod, bloedgeld, echter helemaal niet zo vreemd.

Tegen het einde krijgen de zaak en serie weer vaart en urgentie als Kristin en Odd Petter, voor de camera, worden overvallen door het bericht dat er dus een vrouwelijke verdachte is gearresteerd. Ze zou destijds op de één of andere manier medeplichtig zijn geweest. Wie zou het kunnen zijn? vragen Martines ouders zich af. Farouks moeder Rowayda Besher misschien? En welke rol speelde zijn vader Shaher dan, de man wiens wil altijd wet was? Hoe zat de vork nu precies in de steel? En daarmee kan deze sterke miniserie, waarin die ene misdaad aanleiding is voor een tragische zaak met louter verliezers, tot het eind vooruit.

Dan doemt tevens de vraag op of er eigenlijk een fout moment is om alsnog het juiste te doen.

Stephen Curry: Underrated

Apple TV+

Het is basketbals eigen variant op wie niet sterk is, moet slim zijn: wie niet lang is, moet kunnen schieten. Driepunters, liefst. Het ‘draft report’ van de getalenteerde schutter Stephen Curry bevat echter ook de nodige minpunten: ‘niet explosief’, ‘weinig atletisch’ en ‘reken er niet op dat hij je team gaat runnen’. Curry lijkt veel te klein en te mager voor de grote jongens. Geen materiaal voor de topteams van de National Basketball Association (NBA), is dan de onvermijdelijke conclusie.

Stephen, zoon van de voormalige NBA-speler Del Curry, weet in 2007 ternauwernood een plek te bemachtigen op Davidson College in North Carolina, waar Bob McKillop hem onder zijn hoede neemt. De vaderlijke coach formeert uiteindelijk een succesteam rond de frêle topschutter, die de ‘Wildcats’ in 2008 naar grote hoogten zal stuwen bij het NCAA Tournament voor college basketballers. Zo maakt Stephen Curry van zichzelf tóch een gewild object voor Amerika’s topteams.

Een kleine vijftien jaar later is diezelfde Curry een gearriveerde ster bij The Golden State Warriors en houder van het NBA-driepuntersrecord. Zijn carrière zit alleen al enige tijd in het slop. Nadat de Warriors in 2015, 2017 en 2018 de nationale titel wonnen, lijken ze nu al enkele jaren dolende. Intussen loopt topschutter Curry met een onvervulde ambitie rond: omdat hij ooit voortijdig naar de NBA is vertrokken, heeft hij zijn opleiding op Davidson nooit afgerond. Dat diploma wil hij als dertiger alsnog halen.

Regisseur Peter Nicks probeert in Stephen Curry: Underrated (110 min.) niet Curry’s volledige leven en carrière te vatten, maar alterneert voortdurend tussen deze twee verhalen: de pogingen van zijn protagonist om nog een allerlaatste keer te knallen, zowel op het basketbalveld als in de schoolbanken, en zijn opkomst als veelbelovende basketballer, een kleine vijftien jaar eerder. Deze opzet, die doet denken aan de Michael Jordan-docuserie The Last Dance, biedt alle gelegenheid om parallellen tussen heden en verleden te trekken.

Die wisselwerking houdt ook de schwung in deze typisch Amerikaanse sportfilm, waarin een klassieke underdog, onder het toeziend oog van zijn ouders Dell en Sonya op de tribune, op alle mogelijke manieren boven zichzelf uitstijgt en zo de uitzondering wordt die de regel, vervat in klinische ‘draft reports’ van door de wol geverfde scouts, nog maar eens bevestigt.

The Golden Boy

HBO Max

Het verhaal van Oscar De La Hoya en zijn moeder Cecilia is natuurlijk onweerstaanbaar. Nadat zij al op 38-jarige leeftijd overlijdt aan de gevolgen van borstkanker, wil de jonge Amerikaanse bokser koste wat het kost zijn belofte aan haar gestand doen. Zij heeft hem gevraagd om voor haar de gouden medaille te winnen op de Olympische Spelen van Barcelona in 1992. En Oscar is bereid om zijn leven daarvoor te geven.

Als hij inderdaad met die felbegeerde plak huiswaarts keert, krijgt De La Hoya de bijnaam The Golden Boy (156 min.) toebedeeld. Een nieuwe held met een sprankelende glimlach en een aansprekend signatuurverhaal. Daarachter houdt zich echter nog een ander verhaal schuil, vertelt de voormalige topbokser uit East Los Angeles direct bij aanvang van deze tweedelige sportdocu van Fernando Villena.

De relatie met zijn moeder blijkt ook een rauw randje te hebben. Zij roept zeker niet alleen warme gevoelens op. Bovendien is de popster onder de boksers bepaald niet de ideale schoonzoon waarvoor hij enige tijd wordt gehouden. Eerder een soort Mexicaans-Amerikaanse variant op Douwe Bob, die voor een topsporter ook wel erg vaak de bodem van een fles bereikt – en bovendien een kwaaie dronk heeft.

Ideaal documentairemateriaal, zou je zeggen. Het eerste deel van dit tweeluik richt zich echter met name op De La Hoya’s opkomst als bokser, waarbij ook zijn dramatische gevechten met de Mexicaanse regerend wereldkampioen Julio César Chavez in 1996 hun plek opeisen. Pas in deel twee ruimt Villena meer ruimte in voor de schaduwzijden van zijn protagonist, die op eerste gezicht zo’n succesvol bestaan leidt.

Als er pikante foto’s van Oscar De La Hoya’s escapades met stripper Milana Dravnel in de openbaarheid komen, raakt hij ernstig in opspraak en begint ook zijn carrière langzaam op z’n eind te lopen. Zelf kijkt de prijsvechter in deze gedegen film met weinig tevredenheid terug. Het had zoveel meer kunnen worden, constateert ie met spijt in zijn stem. Als hij nu maar gewoon alles had gegeven.

En ook de ravage die hij heeft aangericht in zijn privéleven, met allerlei veronachtzaamde vrouwen en kinderen, zit hem duidelijk dwars. ‘De gouden jongen?’ sneert Oscar De La Hoya in deze film, waarmee hij duidelijk schoon schip wil maken. ‘Dat is niet meer dan klinkklare nonsens. Daar ben ik helemaal klaar mee. Het is tijd om te leven.’ Hij specificeert: ‘Het is tijd om in de realiteit te gaan leven.’

The Deepest Breath

Netflix

Twee levens bewegen zich in deze film onmiskenbaar naar elkaar toe: de Italiaanse streber Alessia Zecchini en een Ierse avonturier, Stephen Keenan. Een passie voor de extreme sport vrijduiken gaat hen in The Deepest Breath (110 min.) onherroepelijk samenbrengen. Hoe, waar en onder welke omstandigheden, dat is alleen de vraag. Vestigen ze samen een bijzonder record? Redt de één het leven van de ander? Of worden ze misschien gewoon verliefd?

Vrijduiken is bepaald niet vrij van gevaar. Elke duiker wil steeds dieper en langer onder water. Totdat het eigenlijk niet meer gaat, op één enkele ademtocht. Het is voor zo’n waaghals gemakkelijk om z’n eigen grenzen te vergeten, te verdrinken in z’n ambities. En dan duurt het simpelweg te lang voordat ie weer bovenkomt en dreigt een zuurstoftekort. De laatste tien meter kunnen, letterlijk, dodelijk zijn, klinkt ‘t al snel onheilspellend in deze documentaire van Laura McGann.

Nabij het zogenaamde Blue Hole in Egypte, een plek die gevaarlijker zou zijn dan Mount Everest, is niet voor niets een heuvel met allerlei gedenkstenen voor gestorven vrijduikers. Ook al zo’n waarschuwingssignaal dat vroeg in de film wordt afgegeven. Halverwege zullen de paden van de twee helden voor het eerst kruisen op de Bahama’s, bij het Wimbledon van het freediven, Vertical Blue. Stephen is er veiligheidscoördinator. Alessia jaagt bloedfanatiek op een wereldrecord.

The Deepest Breath zoekt min of meer hetzelfde terrein op als Free Solo (2018), de Oscar-winnende documentaire over klimmer Alex Honnold die zonder enige vorm van zekering gigantische bergwanden neemt. Onder water kun je jezelf ook overwinnen – of je verliezen in eerzucht en overmoed. Welke psychologie gaat daarachter schuil? Waarom moet dit zo nodig voor Alessia en Stephen? En mag dat dan álles kosten? Een echt antwoord blijft uit. Bestaat dit wel?

Het decor van hun queeste is in elk geval net zo enerverend als in Free Solo: elke duik in het helblauwe, steeds donker wordende water is een race tegen de klok, die werkelijk, ja, adembenemend is vastgelegd, ook met behulp van reconstructiebeelden. Elke poging wordt ook weer spannend: (hoe) komt iemand boven? McGann bouwt zo bekwaam naar een climax bij, natuurlijk, het Blue Hole. Waar de lotsverbondenheid tussen Alessia en Stephen wordt bezegeld.

Twee levens die zich al een hele film naar elkaar toe hebben bewogen.

The Ashley Madison Affair

Disney+

In menige echtelijke slaapkamer ligt iemand de halve nacht wakker nadat Ashley Madison, de seksdatingwebsite voor gehuwden, in juli 2015 is gehackt. De privégegevens van meer dan dertig miljoen gebruikers van de site liggen ineens op straat. Er verschijnen zelfs websites waarop iedere onverlaat op naam of mailadres in de datadump kan zoeken naar een specifieke vreemdganger.

In The Ashley Madison Affair (127 min.) duikt filmmaker Johanna Hamilton in de kwestie rond de overspelsite met enkele insiders en de verplichte, soundbites ophoestende kenners. Klanten verschijnen er nauwelijks voor de camera. De honneurs worden echter waargenomen door acteurs, die verklaringen van gebruikers voordragen en ‘t er dan vaak nét iets te dik bovenop leggen. Zoals de aankleding van de driedelige serie sowieso afwisselend de ‘feel’ heeft van een reallife scifi-thriller, RTL Boulevard-reportage en softpornofilm.

Centrale figuur bij Ashley Madison is CEO Noel Biderman, die vol verve het ‘there is no bad publicity’-principe huldigt. Hij schaamt zich werkelijk nergens voor. Van ‘parasitaire marketing’, waarin ongevraagd bekende schuinsmarcheerders zoals Tiger Woods en Newt Gingrich worden betrokken, tot het inspelen op breed gedeelde haatgevoelens. ‘Affairs now guaranteed’, schreeuwt bij Ashley Madisons lancering in Zuid-Korea bijvoorbeeld een billboard met de Noord-Koreaanse dictator Kim-Jong Un. ‘Even if you look like him.’

De naam van zijn website moet nochtans vrouwvriendelijk zijn. Want een site die overspel wil faciliteren heeft eigenlijk nooit genoeg vrouwen. Vandaar ook de naam Ashley Madison, een combinatie van de twee populairste babynamen in het jaar van oprichting. Het blijft desondanks de vraag of Biderman in zijn opzet is geslaagd. Veel vrouwelijke profielen lijken compleet fake. Dus los van of Ashley Madison ethisch gezien wel door de beugel kan, is de website ook niet gewoon één grote, waardeloos beveiligde zwendel?

Deze Amerikaanse miniserie start (en eindigt) desalniettemin – natúúrlijk, zou je bijna zeggen – met een bedrogen echtgenote, die de liefde van haar leven betrapt op een affaire. Binnen de kortste keren heeft zij het huis verlaten – en kan hij gewoon de relatie voortzetten, die nu al zo’n tien jaar duurt. ‘Durf jij jonge kinderen recht aan te kijken als hun ouders gaan scheiden?’ vraagt tv-host Sean Hannity, die dan nog niet als Donald Trumps brulboei fungeert op Fox News, desondanks op moralistische toon aan de aalgladde CEO.

En natuurlijk komt boontje ook om zijn loontje bij Noel Biderman zelf, die altijd bij hoog en bij laag, met echtgenote Amanda aan zijn zijde, heeft volgehouden dat hijzelf er een volstrekt monogaam huwelijk op nahoudt. De Ashley Madison-hack eist sowieso z’n menselijke tol: echtscheiding, suïcide en afpersing bijvoorbeeld. Intussen blijft het in deze toch wel interessante serie gissen naar de motieven van de hackers, die opereren onder de geuzennaam The Impact Team. Nobele idealen? Of toch gewoon geld, wedijver en/of wraak?

Als het hackschandaal juridisch is afgehandeld, realiseert Ashley Madison zich dat het bedrijf z’n voornaamste belofte, discretie, niet heeft waargemaakt. ‘Op het gebied van privacy hebben we gefaald’, zegt Chief Strategy Officer Paul Keable daarover. ‘We begrijpen dat we het vertrouwen van onze leden moeten terugwinnen als we van deze onderneming een succes willen maken.’ Ernst & Young heeft in 2017 officieel vastgesteld dat er geen fembots meer actief zijn op het platform, vertelt hij er met een stalen gezicht bij.

Sterker: Ashley Madison heeft volgens Keable inmiddels meer vrouwelijke dan mannelijke leden. Het navolgende uitroepteken mogen we er zelf bij bedenken.

In het voorjaar van 2024 bracht ook Netflix zijn eigen Ashley Madison-docuserie uit: Ashley Madison: Sex, Lies & Scandal. En die is wat beter gelukt dan deze serie.

Stand Van De Zon / Stand Van De Maan / Stand Van De Sterren

human

Zijn bijzonder succesvolle carrière kwam in Libanon plotsklaps tot een einde. Tijdens het werken aan zijn film The Long Season kreeg de Nederlandse documentairemaker Leonard Retel Helmrich in 2017 een acute hartstilstand, waardoor hij ernstig gehandicapt raakte. De film over Syrische vluchtelingen in een Libanees kamp, afgerond door zijn Syrische cameravrouw Ramia Suleiman en producent Pieter van Huystee, zou op het IDFA nog worden uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire en een nominatie krijgen voor een Gouden Kalf.

De veelgeprezen trilogie Stand Van De Zon (2001), Stand Van De Maan (2004) en Stand Van De Sterren (2011), waarvoor hij dertien jaar lang onderdeel is geworden van een familie in een sloppenwijk te Jakarta, geldt echter als Retel Helmrichs pièce de résistance. Hij observeert daarin op onnavolgbare wijze, via de zogenaamde Single Shot Cinema, het christelijke gezin Sjamsuddin. Zijn camera is intuïtief, zoekend en dynamisch. Als de spreekwoordelijke vlieg die maar niet op de muur wil blijven plakken en soms, in het pre-drone tijdperk, zelfs zomaar ineens opstijgt.

Zo vangt hij details – insecten, hagedissen en de vechtvissen van vader Bakti, die uiteindelijk, in een bijzonder brute scène, in de wokpan van zijn woedende vrouw zullen verdwijnen – maar ook de geest van het moderne Indonesië, één van de grootste moslimlanden ter wereld. Waar politieke en religieuze conflicten na de val van president Soeharto aan de orde van de dag zijn. En die manifesteren zich in het meermaals bekroonde drieluik ook bij de familie Sjamsuddin. Als Bakti zich bijvoorbeeld bekeert tot de islam, is dat tegen het zere been van zijn moeder/oma Rumidja.

Elk moment kan de vlam, op micro- of macroniveau, zomaar in de pan slaan. En de filmmaker legt het rücksichtslos vast. Intiem en confronterend. Van klein naar groot – en vice versa. Rauw en artistiek. Het gewone leven, door Leonard Retel Helmrich (1959-2023) gesublimeerd tot filmkunst.

The Secrets Of Hillsong

Disney+

Hij lijkt in niets op zo’n archetypische Amerikaanse kerkleider. Carl Lentz oogt niet vroegoud, heeft geen gebeeldhouwde grijswitte haarhelm en zwaait ook niet voortdurend met een vertoornde vinger. Zijn glimlach is zelfs eerder ondeugend dan vaderlijk. Lentz paart een vlotte babbel, traditionele waarden en een optimistisch verhaal aan een gespierd lichaam, coole tattoos, skinny jeans en leren jacks van Yves Saint Laurent. Als leider van Hillsong New York ontwikkelt hij zich zo tot ‘pastor van de sterren’. Justin Bieber, Selena Gomez, Kylie Jenner en Tyson Chandler scharen zich graag aan zijn zijde.

Elk weekend wordt de megakerk Hillsong in dertig landen door zo’n 150.000 mensen bezocht. Ze staan in de rij voor diensten, die een christelijke mixture van een one man show en rockconcert lijken. Deze bijeenkomsten, en de bijbehorende muziek, lifestyle en merchandise, genereren enorme inkomsten voor de pinkstergemeente. Sterpastor Lentz is echter niet meer dan Hillsongs ‘poster boy’, die via de (sociale) media ook de jeugd weet te bereiken. En dan is het, volgens De Wet Van Religieuze Leiders, niet meer de vraag óf maar wanneer deze man van God, netjes getrouwd natuurlijk, publiekelijk van zijn sokkel dondert – en of/hoe hij de complete kerkgemeenschap met zich meetrekt.

The Secrets Of Hillsong (250 min.), focust zich in eerste instantie grotendeels op de zondeval van Carl Lentz, maar krijgt een andere wending als de voormalige pastor en zijn vrouw Laura, vergezeld door zo’n beetje hun hele familie, voor de camera verschijnen. Zij zullen in deze vierdelige docuserie van Stacey Lee hun hart luchten, schoon schip maken over misstanden binnen de kerk en menig (krokodillen?)traantje wegpinken. Hun statements, ondersteund door diverse andere insiders, klokkenluiders en enkele journalisten die zich in de historie van Hillsong hebben verdiept, worden begeleid door dramatische sequenties die het duistere karakter van deze onverkwikkelijke geschiedenis moeten benadrukken.

Gaandeweg komt zo steeds nadrukkelijker de échte kwade genius van dit verhaal in beeld: Hillsongs Australische oprichter Brian Houston. En hij is dan weer een waardige erfgenaam van zijn vader Frank Houston (1922-2004). Die is als kerkleider meermaals beschuldigd van kindermisbruik. En zijn zoon zou dat jarenlang hebben verdoezeld. Zo’n beetje elke Hillsong-medewerker heeft een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen. Zodat de ‘bedrijfsgeheimen’ binnenskamers blijven. Uiteindelijk komen Hillsongs lijken toch úit de kast en ín deze wel erg lijvige documentaireserie, waaraan Brian Houston vanzelfsprekend geen medewerking heeft verleend.

De aard daarvan mag, gezien een andere Wet Van Religieuze Leiders, geen verbazing wekken: iets met seks, macht en geld. Het blijft tegelijkertijd verbazingwekkend dat die Leiders er steeds mee weg (denken te) komen. Intussen heeft Carl Lentz – althans de geheel gereviseerde versie daarvan, die door zijn vrouw en gezin weer in genade is aangenomen – blijkens het zoete outro van The Secrets Of Hillsong na z’n breed uitgemeten ‘pastorale burnout’ toch nog zijn ware roeping gevonden.

Mijn Vader De Terrorist

Ideefix Film & Media

Het is een kerngebeurtenis van zijn jeugd: op 28 september 1994 wordt Hans Krikke, de vader van documentairemaker Daniel Krikke, van zijn bed gelicht. Met grof geweld, op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Zo heeft het dramatische moment zich tenminste in het geheugen van de jonge Daniel gezet. Hij heeft het nu gereconstrueerd met acteurs. Een traumatische herinnering, in dreigend zwart-wit vastgelegd. Als openingsscène voor Mijn Vader De Terrorist (53 min.), een persoonlijke film die nog een aantal van zulke gereconstrueerde ervaringen bevat.

Hans Krikke was als journalist actief binnen het linkse onderzoekscollectief Opstand. Hij schreef bijvoorbeeld kritisch over het Nederlandse vreemdelingenbeleid en was fel gekant tegen het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime. Gaandeweg kreeg de Binnenlandse Veiligheidsdienst Krikke en zijn directe collega Jan Müter in de peiling. Zij werden verdacht van betrokkenheid bij de Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa). Deze clandestiene organisatie zou verantwoordelijk zijn voor brandstichting en bomaanslagen. Acties die bijvoorbeeld waren gericht tegen bedrijven die zaken deden met Zuid-Afrika zoals Shell en de Makro, maar ook tegen politici persoonlijk: zo werd het huis van staatssecretaris van Justitie Aad Kosto, verantwoordelijk voor het Nederlandse asielbeleid, in 1991 grotendeels verwoest door een bom die aan RaRa wordt toegeschreven.

In deze documentaire onderzoekt Krikke het verleden van zijn vader. Ook omdat hijzelf – de film moet er extra urgentie door krijgen – op het punt staat om zelf vader te worden. Dat is het startpunt van een zoektocht die moeite heeft om op koers te blijven: is het Krikke’s bedoeling om zijn vaders activisme, dat mogelijk is uitgemond in terroristische acties, verder te onderzoeken en kritisch te bevragen? Probeert hij uit te pluizen wat de, al dan niet onterechte, arrestatie van zijn vader te weeg heeft gebracht in de levens van hem en zijn familie? Of wil hij eigenlijk aftasten waarom de relatie met zijn vader sowieso altijd redelijk afstandelijk is gebleven, onderzoeken of dit is gerelateerd aan de jeugd van de man en ondertussen proberen om hun band te vernieuwen? Deze film doet eigenlijk van alles een beetje.

De documentaire zoekt intussen ook naar de juiste vorm. Is het een roadmovie van vader en zoon door het verleden? Hoe past de podcast-achtige setting van enkele interviews die Krikke heeft met zijn vader en moeder, de schrijfster Christine Otten, daar dan in? En de dramatisch getoonzette zwart-wit reconstructies? Hoewel Mijn Vader De Terrorist een interessant terrein opzoekt (het schimmige gebied waar een radicale linkse club zoals RaRa stuit op de geheime arm van de Nederlandse overheid) en ook beslist enkele sterke scènes bevat (de geladen ontmoeting van Hans Krikke met zijn voormalige collega en lotgenoot Jan Müter bijvoorbeeld) wil de film maar geen logische eenheid vormen en blijven ook enkele essentiële vragen (deels) onbeantwoord.

After Work

Fasad Mans Mansson / VPRO

Arbeid adelt, knecht, pleziert en sloopt. In het prikkelende beeldessay After Work (80 min.) onderzoekt de Zweedse filmmaker Erik Gandini (Surplus: Terrorized Into Being CustomersVideocracy en The Swedish Theory Of Love) opnieuw een groot maatschappelijk thema: hoe arbeid, in al z’n verscheidenheid, onze identiteit vormt en de betekenis van werk in de 21e eeuw, waarin heel veel banen wel eens zouden kunnen verdwijnen.

In Zuid-Korea portretteert hij bijvoorbeeld Yoo Deug Young, een man van middelbare leeftijd die zo’n zestien uur per dag werkt. Volgens zijn dochter Yoo Ga Yeon is het zo’n beetje zijn enige trots. ‘Mijn vader mist alles.’ In zijn land, één van de hardst werkende naties ter wereld, nemen veel arbeidskrachten hun vrije tijd helemaal niet op en is zelfs de campagne PC Off gestart. Computers verplicht uit! Anders blijft iedereen, al is het alleen voor zijn chef, toch gewoon doorwerken.

‘Ik ben zo druk’, houdt Josh Davies, de Amerikaanse oprichter van het Center For Work Ethic, zichzelf voortdurend voor, terwijl hij zich klaarmaakt voor een gelikte speech over arbeidsethos. Want dat is volgens hem het enige wat telt voor werkgevers. ‘Hee, zou je niet eens een baan zoeken waar je van houdt?’ vraagt hij sarcastisch. ‘Dat hoort bij een romcom, een Hollywood-film.’ Hij sneert nog even verder: ‘Weet je wat? Misschien is het helemaal niet de bedoeling dat werk leuk is.’

Astrid Moss, een Amerikaanse bezorgster van Amazon-pakketjes, kan daarover meepraten. Om de efficiëntie te vergroten, heeft haar opdrachtgever meerdere camera’s in de auto’s van medewerkers laten installeren. Zodat die vooral niet te lang pauze houden – of liever nog: hun brood gewoon onderweg wegwerken. Moss heeft een duidelijke grens voor zichzelf, zegt ze: als ze onderweg in een fles moet gaan plassen om haar schema te halen, stopt ze onmiddellijk bij Amazon.

In Koeweit is er dan weer recht op werk. Er is alleen veel te weinig te doen. Bullshitbanen zijn onvermijdelijk in het puissant rijke oliestaatje: overheidsfunctionarissen zitten aan hun bureau de tijd uit met films en boeken. Intussen heeft zo’n beetje elk huishouden ook twee huishoudsters. En die worden dan weer behandeld als moderne slaven. Het is een pijnlijke tegenstelling, binnen één en dezelfde maatschappij – en, zou je zeggen, een onhoudbare situatie.

Met een open blik beziet Gandini hoe arbeid z’n plek binnen verschillende samenlevingen inneemt, verschillende visies op de betekenis van werk en aanverwante thema’s zoals robotisering, ontspanning en het basisinkomen. De conclusie van deze vaardig uitgeserveerde rondgang is dat werk – of het ontbreken ervan – ons als individu of gemeenschap nog altijd definieert. Ook al zou het zomaar kunnen dat we op termijn zonder, of in elk geval met veel minder, moeten kunnen.

‘We zijn niet altijd workaholics geweest’, stelt filosoof Elizabeth S. Anderson. ‘We kunnen ons opnieuw voorstellen hoe een goed leven eruit zou moeten zien en wat de rol van werk daarin is.’

A Story Of Bones

A Story Of Bones / VPRO

Iedereen op Sint-Helena kent het verhaal van Napoleon Bonaparte. De Franse generaal en dictator (1769-1821) sleet de laatste zes jaar van zijn leven op het eiland in de Atlantische oceaan, zo’n tweeduizend kilometer ten westen van Afrika. Zijn graf geldt nog altijd als een toeristische attractie. Maar wat weten de eilanders en hun bezoekers van de slaven die ooit op hun geboortegrond werden gedropt en die daar nog altijd zijn begraven? En stammen ze zelf misschien van hen af?

Op het eiland, onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, zijn slachtoffers terecht gekomen van de zogenaamde ‘Middle Passage’, de gevaarlijke route waarmee in de afgelopen eeuwen ruim drie miljoen slaven van Afrika naar Amerika zijn gebracht. Toen de Britten in 1807 zelf stopten met slavenhandel, begonnen ze meteen schepen van andere mogendheden tegen te houden. Die werden doorgestuurd naar Sint-Helena. Zo zijn er zo’n 30.000 Afrikanen op de Britse kolonie beland.

Ruim vijfhonderd overlevenden kwamen in een depot terecht in Rupert’s Valley en leefden daar onder beroerde omstandigheden. Ze kregen de benaming ‘Bevrijde Afrikanen’, maar mochten nooit naar huis terugkeren, zo stellen Joseph Curran en Dominic Aubrey de Vere in de serene documentaire A Story Of Bones (94 min.). Naar schatting liggen er inmiddels zeker negenduizend lijken in de vallei, grofweg het dubbele aantal van de huidige populatie van het eiland.

Als ze een vliegveld gaan aanleggen op Sint-Helena, worden deze graven onderdeel van een politieke discussie. ‘Waarom hebben we een aanvoerweg dwars door een begraafplaats gebouwd?’ vraagt Annina Van Neel, een Namibische vrouw die zich opwerpt als een belangrijke stem in dat debat en de hoofdpersoon van deze documentaire wordt. ‘Ik hoop dat het antwoord niet zo eenvoudig is als: kleur. En dat die mensen daardoor minder belangrijk zijn en waarde hebben.’

Volgens de plaatselijke historicus Phil Mercury behoort zo’n houding echter tot de erfenis van het kolonialisme. ‘If you’re white, you’re alright’, zegt hij. ‘If you’re brown, stick around. If you’re black, step back.’ Sinds 2008 zijn er 325 lichamen geborgen door archeologen. Die worden nog altijd bewaard in het voormalige cellencomplex Pipe Store in Jamestown. ‘Dat is een gevangenis, geen rustplaats’, zegt een vrouw fel tijdens een informatiebijeenkomst voor de plaatselijke gemeenschap. 

‘Dit is veel meer dan een stapeltje oude botten’, stelt de gedreven lokale politicus Cruyff Buckley. De lichamen moeten opnieuw worden begraven en daarbij net zo zorgvuldig worden behandeld als Napoleon, vinden Van Neel en haar medestanders, die in contact komen met geestverwanten in de Verenigde Staten. Daar worden, getuige bijvoorbeeld een thematisch verwante film als Descendant, soortgelijke initiatieven genomen om in het reine te komen met de slavernijgeschiedenis.

Dit is een moeizaam en kwetsbaar proces, zo is ook in Nederland al gebleken, dat in deze film delicaat in beeld wordt gebracht. Annina Van Neel moet onderweg de nodige teleurstellingen incasseren. ‘Black Lives dón’t matter’, concludeert ze op een gegeven moment gefrustreerd. ‘End of story.’ En dan zet de strijdbare activiste zich toch weer schrap. Want dit project is groter dan zijzelf. En dat brengen Curran en Aubrey de Vere in A Story Of Bones zeer treffend over het voetlicht.

En Dag I Sommerhus 

VPRO

Dit is een film die appelleert aan het voyeurisme in ons allen. Het is alsof je een half uur lang over de heg bij de buren naar binnen mag gaan staan gluren. Of, beter, naar de vage figuren die zojuist het vakantiehuisje naast jou hebben betrokken om God weet wat te gaan doen, het schoelje dat een campingterrein oprijdt alsof ze er al jaren heer en meester zijn of de lieden die nét iets te veel van hun eigen muziek houden en die onbekommerd delen met alle andere vrijetijders.

In En Dag I Sommerhus (Engelse titel: Leasure Time – A Summer’s Day, 30 min.) kijkt Adam Paaske – laten we het schaamteloos noemen – een hele dag mee naar Denen in hun zomerhuis. De camera verroert zich niet en observeert, ogenschijnlijk stiekem, wat zij daar uitvreten. Een oudere man gaat bijvoorbeeld ’s ochtends buiten spiernaakt touwtjespringen, gaat later binnen in zijn onderbroek en met een VR-bril op boksen en sluit het etmaal samen met een vriend af met avondgymnastiek.

Een verliefd stel kan diezelfde dag, althans zo lijkt het, nauwelijks van elkaar afblijven. Een vrouw voert hele gesprekken voert met haar hond Alba. Twee oudere zussen kunnen maar moeilijk aarden in hun vakantiehuisje en lijken zich stierlijk te vervelen. Een meisje zwemt in een piepklein zwembad tegen de stroom in en komt geen meter verder. En een drummer en een gitarist jammen urenlang dat het een lieve lust is, zonder ook maar in de buurt van een volwaardige compositie te komen.

En ’s avonds laten ze allemaal, op hun eigen manier, de teugels vieren. Het is de mensch als hij/zij zichzelf mag zijn en zich, nou ja, onbespied waant. Vreemd genoeg is dat best vaak grappig. Zo nu en dan is het vrijwel onmogelijk om een besmuikte glimlach te onderdrukken of een schaterlach in te slikken. Want deze doodgewone Denen weerspiegelen ons. Beter gezegd: hén. De acht miljard idioten die óók op deze aardbol rondlopen – en er zich met, naast of ondanks ons verpozen.

Last Call

HBO Max

De term ‘overkill’ vat het treffend samen. De slachtoffers van de onbekende moordenaar blijken begin jaren negentig niet zomaar gedood. Ze zijn afgeslacht, in stukken gezaagd en langs de kant van de weg gedumpt. Dat kan beslist niet los gezien worden van hun seksuele geaardheid. De killer die actief is in de omgeving van New York koestert duidelijk een diepgevoelde haat tegen homoseksuelen.

Daarmee is hij in zekere zin een product van zijn tijd en omgeving. Hoewel New York in die jaren een levendige gayscene heeft, wordt homoseksualiteit in de Verenigde Staten bepaald niet overal geaccepteerd. Homofobie is er aan de orde van de dag. Mannen zoals Thomas Mulcahy en Peter Anderson blijven dus noodgedwongen hun hele leven in de kast en leven ogenschijnlijk een braaf burgermansbestaan. Totdat ze in het uitgaansleven, waarschijnlijk nét voor sluitingstijd, de verkeerde persoon tegen het lijf lopen.

Via de zoektocht naar deze seriemoordenaar belicht de vierdelige serie Last Call (215 min.) van Anthony Caronna en Howard Gertler het onverdraagzame klimaat waarbinnen de LHBTIQ+-beweging, die ook al is geconfronteerd met de AIDS-epidemie, zich eind twintigste eeuw staande moet houden en de impact van de moorden op hun dagelijks leven. Strijdbare belangengroepen zoals het New York City Anti-Violence Project eisen serieuze actie tegen het gruwelijke geweld dat in hun gemeenschap wordt aangericht.

Want erg veel prioriteit lijkt de NYPD in eerste instantie niet te geven aan de ‘pick up crimes’ van de zogenaamde Last Call Killer. Het gaat tenslotte om homoseksuele mannen die zich willens en wetens, op zoek naar seks en vertier, in het gaycircuit hebben begeven. Die houding doet denken aan de attitude van de Rotterdamse politie als er begin jaren negentig enkele homoseksuele mannen worden vermoord in het Kralingse Bos (waarover onlangs ook de thematisch verwante serie De Regenboogmoorden is uitgebracht).

Last Call legt de nadruk op de slachtoffers, hun nabestaanden en de angst binnen de queer-gemeenschap en vermijdt al te nadrukkelijke ‘seriemoordenaarsporno’. Pas in de slotaflevering van deze indringende serie, die getuige recente geweldsincidenten tegen homo’s en transmensen nog altijd actueel is, komt er een verdachte in beeld. Naar zijn motief blijft het gissen. Zou het een vorm van ‘gay panic’, de blinde razernij die bepaalde mannen overvalt als een andere man avances maakt, kunnen zijn? Of toch zoiets elementairs als zelfhaat?

Se Busca Millonario

HBO Max

‘Ik ben vast de enige burgemeester van Spanje die een miljonair zoekt’, zegt Carlos Negreira, de voormalige burgervader van de Galicische gemeente A Coruña, tijdens een persconferentie in 2012. ‘Niet om geld te vragen, maar om geld te geven.’

Uiteindelijk melden zich bij de Spaanse gemeente meer dan tweehonderd (!) mensen die beweren dat zij het winnende lot van de Primitiva-loterij, goed voor maar liefst 4,7 miljoen euro, zijn kwijtgeraakt. Lot 4722337 blijkt te zijn aangetroffen in een kleine loterijwinkel aan de Plaza San Augustín. Die ligt in een totaal ander deel van de stad dan de Carrefour waar het felbegeerde lot even daarvoor is gekocht. Welke weg heeft het gouden ticket sindsdien afgelegd? En wie zijn daarbij betrokken geweest?

Noemí Redondo en Susana López Raña maken van Se Busca Millonario (Engelse titel: Wanted: Millionaire, 128 min.) een kek vormgegeven whodunnit. Met een fraai opgezette en uitgelichte maquette hebben zij het Spaanse stadje nagebouwd, waarbij de reclamanten als poppetjes worden ingezet in een ondoorzichtig spel om de grote prijs. Saillant detail daarbij: als niemand kan bewijzen dat het lot van hem/haar is, gaat het geld naar de eigenaar van de winkel waar het lot is gevonden. En laat dat nu net de broer van de verkoper zijn…

De complexiteit van deze zaak, die inmiddels ruim tien (!) jaar beloopt, wordt in deze driedelige ‘true crime’-serie verbeeld met een gestileerde studio-opstelling, waarbij acht stoelen in een kring zijn gezet. Daarop nemen de verschillende eisers plaats die beweren dat zij, écht, de rechtmatige eigenaar van het felbegeerde lot zijn. Of ze daarbij te goeder trouw handelen en werkelijk overtuigd zijn van de rechtmatigheid van hun eigen claim of gewoon een slaatje proberen te slaan uit de situatie is slechts met zeer veel moeite vast te stellen.

Duidelijk is in elk geval dat zij nauwelijks meer terug kunnen. In plaats van een gelukzalig gevoel van oneindige rijkdom heeft de zaak hen echter vooral stress en slapeloosheid bezorgd. Via deze ‘winnaars’ lopen Redondo en López Raña op z’n Agatha Christies allerlei verschillende scenario’s door, die steeds nét een ander licht op de kwestie werpen. Dat proces neemt, hoewel slim opgezet en enerverend gemonteerd, nogal wat tijd in beslag en komt uiteindelijk tot een ontknoping, die nog veel zaken open laat. 

Waarbij zich meteen ook een vervolgvraag aandient: zouden al deze potentiële miljonairs überhaupt een ander als echte eigenaar van het lot kunnen accepteren? Met het opgeven van het idee dat zij dat winnende lot (zouden kunnen) hebben, verliezen ze immers ook hun signatuurverhaal.

Jeff Beck: Still On The Run

Mercury

‘Ik zei hem dat hij in mijn ogen de Pablo Picasso van de elektrische gitaar is’, herinnert Guns N’ Roses-gitarist Slash zich. ‘En toen antwoordde hij: ik zat zelf meer aan Jackson Pollock te denken.’ Zelfspot van een man die ’t ongemakkelijk vindt om te worden bewierookt? Of toch gewoon arrogantie van een kunstenaar die in zijn eigen mythe is gaan geloven? Feit is dat Jeff Beck, die eerder dit jaar overleed, alom werd beschouwd als een meestergitarist. Rod Stewart, die voordat hij als soloartiest furore maakte zong bij The Jeff Beck Group, noemt hem zelfs ‘de meest originele gitarist aller tijden’.

In Jeff Beck: Still On The Run (87 min.), een typisch muzikantenportret van Matthew Longfellow uit 2018, gaat de man zelf er eens goed voor zitten om samen met collega-snarentemmers als David Gilmour (Pink Floyd), Jimmy Page (Led Zeppelin) en Ronnie Wood (The Rolling Stones) en de musici waarmee hij werkte zijn loopbaan, muzikale visie en eigen stijl te ontleden. Gaandeweg opereerde Beck steeds vaker zonder vocalisten en fungeerde z’n gitaar als zijn eigen persoonlijke stem. Alles wat hij deed, concludeert Aerosmith-gitarist Joe Perry, had een zekere ‘Fuck You-ness’.

Jeff Beck scoorde desondanks gewoon een pophitje (Hi Ho Silver Lining), speelde een essentiële rol in de totstandkoming van de Stevie Wonder-kraker Superstition en fungeerde als gast bij iconen zoals Diana Ross, Mick Jagger en Tina Turner. Uiteindelijk waren dat echter vooral opstapjes naar het baanbrekende werk dat hij met zijn eigen Group zou afleveren. Volgens zijn collega-gitaargod Eric Clapton (die net als Beck en Jimmy Page carrière maakte bij het Britse beatbandje The Yardbirds) behoorde Jeff Beck daarmee tot een zéér exclusief gezelschap: rock & roll-muzikanten die jazz begrijpen.

Of de man intussen verliefd, verloofd en getrouwd is geweest en kinderen op de wereld heeft gezet? Dat blijft in Jeff Beck: Still On The Run tot tien minuten voor het einde onduidelijk. Afgaande op deze lekkere muziekdocu heeft Becks complete bestaan echter vooral in het teken gestaan van zijn gitaar (en, vooruit, een onmetelijke liefde voor het sleutelen aan auto’s). Dat instrument was helemaal geen verlengstuk van Jeff Beck (1944-2023), de man zelf was een verlengstuk van zijn gitaar geworden.

Antoon – Engel

FCCE / Prime Video

‘Tien, negen, acht…’, wordt er backstage via de intercom afgeteld. De volgepakte Ziggo Dome in Amsterdam houdt in december 2022 z’n adem in. Tienermeisjes richten hun telefoon naar het podium, waar het concert elk moment kan beginnen. Achter de schermen staat de zanger van hits als HotelschoolVluchtstrook en Hyperventilatie gespannen te wachten. De muziek zwelt al aan. ‘Één minuut voor Antoon-reveal’, klinkt ’t via het interne communicatiekanaal. En dan kan die show, een wezenlijk bestanddeel van de film Antoon – Engel (88 min.), eindelijk van start.

Elke bijdetijdse popster heeft tegenwoordig zijn eigen documentaire. Waar een gefilmd portret ooit de kroon op een lange, veelbewogen carrière was, is zo’n film nu eerder een (door)startmoment: om een nieuwkomer zo te positioneren dat hij de oversteek kan maken van de jeugd naar een mainstreampubliek.  En meestal, daar kun je zelfs bijna vergif op innemen, is er ook nieuwe waar om aan de man te brengen. De docu’s van/over Ed Sheeran en Lewis Capaldi werden bijvoorbeeld strategisch ingezet om een nieuw album te promoten.

Deze documentaire over de Nederlandse zanger, rapper en producer Antoon is tevens te vergelijken met de recente films over Snelle en Suzan & Freek en reconstrueert de weg van Valentijn Verkerk, alias Antoon, naar de vaderlandse poptop. Van zero naar hero, binnen no time. Ogenschijnlijk zonder tussenstations. Al klinkt dat gemakkelijker dan het was. Hij moest wel degelijk serieuze tegenslagen overwinnen, zoals het overlijden van zijn moeder. Die traumatische gebeurtenis heeft de volharding van Antoon, die uit een zeer competitief gezin komt, echter alleen maar versterkt.

‘Ga op zoek naar het unieke talent van je kind en stimuleer dat’, stelt vader Justus Verkerk niet voor niets. Met ‘slabakken’ heeft die niks. Zonde van de tijd. Als Antoons manager heeft hij deze film over zijn zoon ook geregisseerd. En daarbij komen al die jeugdfilmpjes – van zijn kinderliedjes zingende, een ijsje etende of lekker jumpende zoon – natuurlijk goed van pas. Antoons succes is niet alleen het gevolg van een door God gegeven talent, zoveel is duidelijk, maar ook van ambitie, keihard werken en een uitgekiende strategie.

Elke fase van zijn prille loopbaan komt langs in deze (auto)biografie: van het deejayen op een middelbare schoolfeestje via zijn tijd op de Herman Brood Academie tot het tekenen van dat eerste platencontract, stuk voor stuk met vooruitziende blik vereeuwigd voor een toekomstig publiek. Vader Justus, zus Anneleen (een fanatieke roeister) en oma Anneleen zorgen daarbij voor de persoonlijke context, terwijl leden uit zijn professionele entourage zoals Big2, Young Dylan, Paul Sinha en Ronnie Flex hem intussen de verplichte artistieke veren in de reet steken.

Het resultaat is een gelikte productie waaraan – verschrikkelijke dooddoener-alert! – de fanbase zich geen buil zal vallen, maar die daarbuiten pas echt waarde krijgt als Antoon de tieneridoolfase voorbij raakt en aantoont dat hij daadwerkelijk een artiest met ausdauer is.

Wham!

Netflix

Het is geen Errol Morris, geen Frederick Wiseman en zeker geen Werner Herzog. Chris Smith is nu niet bepaald een tot de verbeelding sprekende naam voor een documentairemaker. Als je op de toonaangevende filmwebsite IMDB de woorden Chris en Smith intypt, krijg je niet voor niets enkele tientallen hits. Zie daar de echte Chris Smith – zonder zelfs maar een hoofdletter met punt ertussen dus: zo’n kenmerkende R. of pregnante X. – maar eens tussen te vinden. Hij staat gelukkig bovenaan.

Maar zeg nou zelf: De Nieuwe Chris Smith, dat klinkt toch ook niet? Terwijl een nieuwe Chris Smith verhoudingsgewijs best wel vaak een voltreffer is. Het begon halverwege de jaren negentig met zijn eerste deuk in een pakje boter: American Movie. Daarna volgden, in wisselend tempo, krakers als The Yes MenJim & AndyFyre: The Greatest Party That Never Happened en “Sr.”. En, vooruit, hij scheerde ook wel eens langs de randen van de goede smaak (The Disappearance Of Madeleine McCannBad Vegan of – als producer – de Tiger King-franchise). Maar dat mag als je zo productief bent – en ook nog eens Chris Smith heet.

En nu, Wham! (92 min.), hoest hij weer een hele lekkere publieksfilm op, een dubbelportret van de boezemvrienden Andrew Ridgeley en Georgios Kyriacos Panayiotou. Met hits als Young GunsWake Me Up Before You Go-Go en Last Christmas werden zij begin jaren tachtig tieneridolen – misschien wel van de jeugdige Chris Smith. Enne even…. Panayiotou, dát is nou een tot de verbeelding sprekende naam. Alleen wel een stuk moeilijker uit te spreken dan pak ‘m beet Smith – óf George Michael, de naam waaronder hij een beroemdheid zou worden. Ridgeley noemt hem in deze documentaire overigens consequent ‘Yog’.

Eerst verkeerde die George binnen Wham! nog continu in Andrews schaduw. Toen hij eenmaal op dreef kwam als songschrijver kon zijn vriend hem echter nauwelijks meer bijbenen. Michael werd het onbetwiste middelpunt van de Wham! Mania. Een meisjesidool dat – toen nog stiekem – op jongens viel. Een superster in de dop. Hij móest uiteindelijk wel verder zonder Andrew, die hem toen overigens alle succes van de wereld toewenste. Die ontwikkeling wordt in deze joyeuze film door de boezemvrienden zelf, buiten beeld en met onweerstaanbaar archiefmateriaal en de plakboeken van Andrews moeder erbij, héél smakelijk uitgeserveerd.

Is de hand van Chris Smith zichtbaar in deze documentaire? Welnu, hij heeft natuurlijk geen uit duizenden herkenbare vertelstem zoals Herzog, houdt er veel meer de wind onder dan de altijd observerende Wiseman en laat geen pratende hoofden zien en hoeft die dus ook niet virtuoos te framen à la Morris. In Wham! brengt hij Ridgeley en Michael, in 2016 overleden, in een permanente dialoog. Zo wordt het succesverhaal van de twee binnenstebuiten gekeerd en op een bijzonder toegankelijke manier over het voetlicht gebracht – en echt niet alleen voor vijftigers zoals Smith zelf (en, bekentenis, Boeijen) die last hebben van jeugdsentiment.

Een film waarin vorm en inhoud zeer vakkundig worden versmolten. Die blijft entertainen, terwijl ie toch iets heeft te melden. Op z’n Chris Smiths, zullen we maar, nét iets te gemakkelijk, zeggen. Chris. Smith. Onthoud die naam.

Il Principe

Netflix

Is het een noodlottig ongeval of toch een moedwillige moord? En wie heeft de trekker overgehaald? Bij een nachtelijk meningsverschil nabij het Franse eiland Cavallo, gelegen tussen Corsica en Sardinië, worden er op 18 augustus 1978 minimaal twee schoten gelost en raakt de negentienjarige Duitse toerist Dirk Hamer ernstig gewond. Een kleine vier maanden later bezwijkt de jongen in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

De verdachte luistert naar de welluidende naam Vittorio Emanuele van Savoye. Hij is niemand minder dan Il Principe (130 min.), de troonpretendent van het Italiaanse koningshuis in ballingschap en zal voortaan door het leven moeten als ‘de schietende prins’. Hij vergelijkt zichzelf in deze driedelige serie met een stier in een stierengevecht. Iedereen wil het dier dood hebben. Maar, stelt Van Savoye, ‘de stier heeft hoorns.’

Hamers zus, een bekend fotomodel, ontwikkelt zich tot zijn Nemesis, ook in deze reconstructie van de verwikkelingen door Beatrice Borromeo Casiraghi. Birgit Hamer stelt alles in het werk om Vittorio te laten boeten voor de dood van haar broer, maar stuit volgens eigen zeggen steeds op de ‘ondoordringbare muur’ die rond de kroonprins is opgetrokken. Stuitende klassenjustitie of toch een tot in het absurde doorgevoerde heksenjacht?

Dat klinkt enerverender dan het wordt. Il Principe voert een flinke stoet familieleden, direct betrokkenen en ooggetuigen op, die tot in detail verklaren over wat er is gebeurd en hoe dat wel/niet is afgedekt. De afwikkeling van de zaak wordt daardoor tamelijk stroperig, terwijl de sfeertekening van het milieu van de prins, dat hem bijvoorbeeld in contact brengt met de Sjah van Perzië en de vrijmetselaarsloge P2, juist om verdieping vraagt.

In een bijzin komt ook het Dirk Hamer-syndroom nog ter sprake. Als Hamers vader Ryke na de dood van zijn zoon kanker krijgt, wijt hij dit aan zijn immense verdriet. Ryke Hamer zal zich ontwikkelen tot een omstreden propagandist van het idee dat kanker is te genezen door het behandelen van psychisch trauma. De verhaallijn over de beruchte kwakzalver, een buitenbeentje wellicht binnen de grotere vertelling, wordt echter nauwelijks uitgewerkt.

Deze miniserie sleept zich liever voort langs alle verwikkelingen in de zaak rond de kroonprins Vittorio Emanuele van Savoye, die gedurende meerdere decennia via het gerecht en de media wordt uitgevochten en uiteindelijk toch nog tot een enerverende ontknoping krijgt. Waarbij ook de Spaanse koning Juan Carlos, die ervan wordt verdacht dat hij in 1956 per ongeluk zijn broer Alfonso heeft doodgeschoten, nog een piepklein bijrolletje heeft.

DEPOT – Reflecting Boijmans

Sjarel Ex (l) & Winy Maas (r) / NTR

Eerst wordt de film opgedragen aan ‘de ziel van Museum Boijmans Van Beuningen’. Daarna volgt een tamelijk overcomplete voice-over over ‘het Louvre aan de Maas’ (‘iconische schilderijen en beeldhouwwerken’, ‘zware regenval’, ‘propvol asbest’, ‘totale renovatie’, ‘bouw groot publiekelijk toegankelijk depot’, ‘ark van Noach’, ‘bewaren voor de eeuwigheid’). En tenslotte volgt een lied annex leader waarin het met de adjectieven ‘wonderlijk’, ‘eigenwijs’ en ‘onvoorstelbaar prachtig’ omschreven gebouw alsmede de voornaamste spelers in deze documentaire (directeur Sjarel Ex, architect Winy Maas en regisseur Sonia Herman Dolz en haar crew) worden gepresenteerd. En dan ben je als kijker wel binnen bij DEPOT – Reflecting Boijmans (86 min.) – of niet, natuurlijk.

Ex en Maas leiden de kijker als ervaren gidsen rond door de totale vernieuwing van het Rotterdamse museum; van de ontmanteling van het oude gebouw en het inpakken en verhuizen van de collectie tot de ontwikkeling van James Bond-achtige plannen voor het depot, een gigantisch spiegelpaleis in het hart van de stad, en de vrijwel onvermijdelijke protesten daartegen vanuit de directe omgeving, waarover de rechter dan weer moet oordelen. Parallel daaraan toont Dolz, via fragmenten uit de film Bouw Van Boymans (1935), de geschiedenis van het oorspronkelijke museumgebouw, dat geen opslagruimte heeft voor de snel groeiende collectie. Dit pand is sinds 2019 gesloten, voor een renovatie die naar verwachting zeker zo’n tien jaar zal duren.

‘Wat is nou belangrijk?’ vraagt Ex. ‘De veiligheid of dat het kunstwerk kan worden genoten? Dan zal ik altijd zeggen dat een kunstwerk moet worden genoten. Natuurlijk, op een veilige manier. Maar het is onzin om te zeggen: het is gevaarlijk om het te laten zien. Dat kan toch niet? Want dan zouden we de kunst helemaal niet meer kunnen genieten.’ In de opslag krijgt elk van de ruim 150.000 kunstwerken bovendien een gelijke kans en valt er steeds weer iets nieuws te ontdekken. DEPOT biedt ook echt gelegenheid om, begeleid door de expressieve muziek en liederen van Paul M. van Brugge, aandachtig te kijken. Naar de (inmiddels ruim 150.000) kunstwerken, het ‘naakte’ oude gebouw, dat imposante depot, de feestelijke opening daarvan met de koning én de betrokken personages.

Als de lyrische beeldenpracht en krachtige soundtrack samensmelten is deze film, waarin Dolz’s vertelstem een beetje een fremdkörper blijft, op zijn sterkst. In zulke sequenties wordt voel- en zichtbaar wat Ex, die in 2022 na achttien jaar is gestopt als directeur, bedoelt als hij zegt dat het met zestienhonderd spiegels behangen depot, niet zomaar een gebouw is, maar een stukje stad. Een weerspiegeling van al, de mensen, gebouwen en activiteiten, waardoor het wordt omringd.