The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime

Discovery+

De voorbijganger die hem uiteindelijk aantrof op 7 oktober 1998, vastgebonden aan dat hek op een verlaten landweg in Laramie, Wyoming, dacht in eerste instantie dat hij een vogelverschrikker was. Een hert had Matthew Shepard de hele nacht gezelschap gehouden. Het rende weg toen hij werd ontdekt. De armen van de 21-jarige student waren op z’n rug gebonden. Matthew bleek ernstig mishandeld. Hij stond al achttien uur op zijn plek en was nog min of meer in leven.

Matt Shepard had er nooit een geheim van gemaakt dat hij homo was. Dat vergde moed en lef. Wyoming gold (en geldt) als een uitgesproken conservatieve staat. Tegelijk leek er in het Amerika van de jaren negentig wat meer leefruimte te komen voor jongeren zoals hij. Shepard was zich dus waarschijnlijk van geen kwaad bewust toen hij op een avond in de Fireside Lounge de losgeslagen jongelingen Russell Henderson en Aaron McKinney tegen het lijf liep. Wat er daarna gebeurde werd een ijkpunt in de Amerikaanse LHBTIQ+-historie.

Net als twintig jaar eerder de publieke moord op homo-activist Harvey Milk veroorzaakte Matthews tragische dood, slechts enkele maanden na de huiveringwekkende haatmoord op de jonge zwarte Amerikaan James Byrd, een storm van verontwaardiging. Óók doordat de radicale Westboro Baptist Church van Fred Phelps de gelegenheid misbruikte om z’n abjecte ‘God hates fags’-boodschap onder de aandacht te brengen. Phelps zei hardop wat een deel van conservatief Amerika dacht en alleen in eigen kring uitsprak.

Vijfentwintig jaar na dato roept The Matthew Shepard Story: An American Hate Crime (85 min.) het beruchte haatmisdrijf op met Matthews vrienden, journalisten, activisten en LHBTIQ+-prominenten zoals Rosie O’Donnell, zanger Adam Lambert en acteur Andrew Rannells (die tevens enkele brieven van Matthew Shepard voorleest). In de degelijke tweedelige documentaire zijn bovendien audio-interviews uit 2011 opgenomen met direct betrokkenen, waaronder Matts moeder Judy, vader Dennis, politiemensen en advocaten.

Zo worden het korte bestaan van de homoseksuele jongen en zijn dramatische laatste uren gereconstrueerd. Het tweeluik belicht tevens de mediahype die daarvan de logische consequentie was en het vervolg daarop via The Matthew Shepard And James Byrd, Jr., Hate Crimes Prevention Act van 2009. Inmiddels staan de verworvenheden van de LHBTIQ+-beweging echter weer onder druk, toont deze tweedelige film. Conservatieve krachten in Amerika ondernemen serieuze pogingen om de klok weer terug te draaien.

Het is niet moeilijk om te bedenken wat Matthew Shepard daarvan zou hebben gevonden.

De Wouter Tapes

VPRO

Hij is de gedoodverfde favoriet voor het premierschap. Dat is echter bepaald geen garantie op Het Torentje. Partij van de Arbeid-leider Wouter Bos zal in de verkiezingscampagne van 22 november 2006 inderdaad het onderspit delven tegen CDA-voorman Jan Peter Balkenende, de zittende minister-president en tevens zijn grote rivaal. Hij moet genoegen nemen met het vicepremierschap, terwijl Balkenende het land blijft leiden.

In november 2005, als Rudi Boon en Kees Brouwer bij hem aansluiten voor De Wouter Tapes (103 min.), ziet de wereld er echter nog heel anders uit voor Wouter Bos, die wordt beschouwd als het goudhaantje van de Nederlandse sociaaldemocratie. Dat premierschap lijkt hem nauwelijks te kunnen ontgaan, zeker als de PvdA moeiteloos de grootste partij wordt bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006. Achteraf bezien kun je het besluit om een cameraploeg toe te laten in het binnenste van zijn campagne betitelen als hoogmoed. Dit had Wouter Bos’ eigen Primary, The War Room of – voor mijn part – Journeys With George (Onderweg Met Wouter) moeten worden.

Uit kiezersonderzoek dat zijn eigen partij heeft laten uitvoeren komt Bos echter naar voren als een draaikont. En juist dat element van zijn imago wordt genadeloos uitgebuit door zijn politieke opponenten. ‘U draait en u bent niet eerlijk’, voegt Balkenende hem toe tijdens een radiodebat, een klassiek geworden campagnemoment dat in deze observerende film opmerkelijk genoeg ontbreekt. De vraag van Bos aan Balkenende of de CDA-leider drie dingen kan noemen die hij heeft gevraagd van de mensen met de hoogste inkomens – twee dan, eentje misschien? – heeft de film wél gehaald. ‘Do-de-lijk!’ constateert een campagnemedewerker van de PvdA ferm. ‘Knock-out. Tien tellen.’

Het blijkt een pyrrhusoverwinning. En Wouter Bos heeft dat zelf als één van de eersten door. ‘Het is voor mij ook nieuw om te merken dat mijn intuïtie me in de steek laat’, spreekt hij in op zijn voicerecorder. Bos merkt dat z’n campagne niet lekker loopt en dat hij zelf ook fouten maakt. ‘Ik vermoed dat het komt omdat de campagne zo hard is, zo persoonlijk af en toe. En dat dat me toch meer van mijn stuk brengt dan ik wil.’ Boon en Brouwer kunnen dit ogenschijnlijk vrijwel ongefilterd documenteren, als een vlieg op de muur van elke vergaderruimte, partijbijeenkomst en kleedkamer. Zij leggen feilloos vast hoe hun protagonist zich begint te realiseren dat het premierschap buiten zijn bereik raakt.

Deze klassieke Nederlandse campagnefilm uit 2007 eindigt dan ook niet zoals gebruikelijk op verkiezingsdag met de bekendmaking van de uitslag en de emoties die daardoor loskomen, maar als het volgende kabinet wordt gepresenteerd. En dat draagt dus niet de naam van Bos – al heeft hij er wel een prominente plek in verkregen.

Alledaagse Waardigheid

NTR

‘Ontzettend dankbaar dat je mij daar waardig voor vond’, zegt de Nederlandse prinses Irene tegen Philomena Essed, hoogleraar Critical Race, Gender and Leadership Studies. Lachend: ‘Klinkt een beetje onderdanig…’ Essed vindt ‘t in de documentaire Alledaagse Waardigheid (75 min.) van Ida Does (Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij) ook te veel eer. ‘Kom op…’

Het was in 1984 echter een gedurfde keuze geweest van de wetenschapper en haar uitgeefster Anja Meulenbelt om juist een lid van het Koningshuis te vragen om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van Alledaags Racisme, het allereerste boek over racisme in Nederland. In eigen kring werd er door sommigen zelfs schande van gesproken dat een vertegenwoordiger van het kolonialisme zoals prinses Irene zo’n prominente rol had gekregen. Philomena Essed wilde van de boekpresentatie echter nadrukkelijk ‘geen onderonsje met zwarte vrouwen’ van maken.

Haar boek, inmiddels bijna veertig jaar oud, legt de vinger op de zere plek: ook in Nederland, dat zichzelf graag op de borst klopt als een progressief land, is racisme aan de orde van de dag. Elke zwarte Nederlander herkent dat, constateert Essed. Al spreken ze er meestal niet of alleen in besloten kring over. De Surinaams-Nederlandse wetenschapster benoemt in haar baanbrekende boek ook het institutioneel racisme, dat onlangs nog pijnlijk zichtbaar is geworden in het Toeslagenschandaal. Ze maakt er bepaald niet alleen vrienden mee.

Met Philomena Essed zelf, Anja Meulenbelt, emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker, de sociologe Hellen Felter, schrijfster/regisseur Marion Bloem én prinses Irene van Lippe-Biesterfeld maakt Ida Does de balans op: wat heeft Esseds boek in binnen- en buitenland teweeg gebracht en in hoeverre is dat alledaagse racisme nog steeds herkenbaar in het moderne Nederland, dat zo langzamerhand toch wel van zijn witte onschuld is ontdaan en inmiddels bijvoorbeeld ook afstand heeft genomen van de controversiële figuur Zwarte Piet?

Does spreekt tevens met erfgenamen van Essed, zoals Jessica de Abreu (The Black Archives) en de initiatiefnemers van Zetje In, die na de Black Lives Matter-demonstraties van 2020 hebben bewerkstelligd dat racisme verplicht moet worden behandeld op school. Intussen kijkt ze ook mee hoe Philomena Essed haar eigen familiegeschiedenis onderzoekt. Ze blijkt af te stammen van een Surinaamse vrouw, die in 1800 in vrijheid werd gesteld door haar slavenhouder. Hij heette A. Dessé en gaf haar zijn eigen achternaam mee – al moest die dan wel worden omgedraaid.

Het is een treffend voorbeeld van hoe het verleden nog altijd zijn schaduw werpt over het heden. Zo onderstreept deze actuele en urgente film meteen het belang van grondig wetenschappelijk onderzoek naar het vroegere en huidige Nederland.

Duell Am Abgrund

Netflix

Is dit geen Russische roulette? vraagt een interviewer.

De Zwitserse bergbeklimmer Ueli Steck waant zich jarenlang onaantastbaar. Niemand beklimt zo snel de noordwand van Alpentoppen zoals de Eiger, Matterhorn en Grandes Jorasses als hij. Free solo, nota bene. Zonder zekering. Steck weet er zijn broodwinning van te maken. En dan meldt zich ineens een landgenoot, die Steck jarenlang als zijn grote held heeft beschouwd. Dani Arnold verbetert eerst diens record op de Eiger. Daarna gaat de Matterhorn eraan. Meine Güte!

Ueli Steck staat voor een dilemma: moet hij terug gaan om zijn records te heroveren? En hoeveel risico is hij dan bereid om te nemen? ‘Als je verliest, sterf je’, drukt zijn klimmaat Don Bowie ‘t plastisch uit in Duell Am Abgrund (Engelse titel: Race To The Summit, 90 min.), waarin Steck en Arnold zich voor het oog van de wereld verliezen in een wedstrijdje ver plassen op duizenden meters hoogte. De mannen zijn ook tegenpolen: de doorgewinterde profi tegenover het tamelijk laconieke natuurtalent.

Gevaar zit in de aard van hun sport opgesloten. Als alpinist ben je nu eenmaal altijd zo goed als je laatste bergtop – of de snelheid waarmee je die hebt bereikt. ‘Als een succes wordt gevierd,’ stelt televisiepresentatrice Mona Vetsch in deze klimfilm van Nicolas de Taranto en Götz Werner, ‘rijst altijd direct de vraag: wat nu?’ Intussen levert het lichaam elk jaar een heel klein beetje in, waardoor ‘t steeds moeilijker wordt om jezelf te blijven verbeteren en die ander voor te blijven.

‘Op snelheid klimmen op dit niveau is slechts statistiek’, benadrukt Dani Arnolds klimvriend Thomas Senf. ‘Vind je niet ergens het punt waarop je stopt, dan zul je onvermijdelijk op een dag sterven.’ Dat staat er op het spel in deze stevige documentaire. Waarbij de imposante omgeving, adembenemend vastgelegd met drones en allerlei andere camera’s, vooral een decor is voor puur menselijke bewijsdrang – en de duivels gevaarlijke rivaliteit die daaruit kan voortvloeien.

Last Stop Larrimah

Netflix

Van de elf bewoners van Larrimah zijn er nog maar tien over. Sinds 16 december 2017 is Paddy Moriarty verdwenen. Niemand in het door God en al z’n onderdanen verlaten gehucht, in het uiterst dunbevolkte Northern Territory van Australië, weet waar de zeventigjarige Ierse drinkebroer is gebleven, maar erg rouwig lijken ze daar ook niet om. Menige dorpsbewoner kon Paddy’s bloed wel drinken, blijkt al snel in de verrukkelijke documentaire Last Stop Larrimah (117 min.), ‘an outback tale in 5 chapters’ van Thomas Tancred.

Is de Ierse lastpost Paddy Moriarty verdwenen in de vleestaart van Fran, bijgenaamd ‘The Pie Lady’? Sinds Paddy heeft gezegd dat hij Frans taarten nog niet aan zijn hond zou voeren, kan zij hem niet meer luchten of zien. Of heeft zijn vriend Barry, ‘The Pub-lican’, misschien iets te verbergen? Het duurde 72 uur voordat de eigenaar van Larrimahs permanent geopende kroeg Paddy’s vermissing meldde. En de buik van zijn huisdier, een krokodil, lijkt ook wel erg goed gevuld. Of zijn toch Karl & Bobbie verantwoordelijk voor ‘s mans verdwijning? ‘The First Responders’ hebben regelmatig moeten uitrukken om brandjes te blussen die de dwarse pensionado leek te hebben gesticht.

Zo heeft elke inwoner van Larrimah zijn eigen grieven, niet alleen over Paddy overigens. Billy ‘Light Can’, waarbij net de helft van zijn tong is verwijderd vanwege een tumor, keurt zijn ex-vrouw Fran bijvoorbeeld nauwelijks een blik waardig. Intussen kijkt hij nog al eens te diep in de fles. Rouwdouwer Richard ‘The Bartender’ heeft dan weer een bloedhekel aan ‘The Newcomers’ Karen & Mark, die vuige roddels over hem zouden hebben verspreid. En nieuwkomer Owen – een voormalige bokser, echte ‘bushie’ en de tuinman van taartenbakster Fran – gaat het liefst iedereen uit de weg. Of is ’t toch tot een fatale confrontatie met Paddy gekomen over diens ‘fucking dog’ Kellie?

Larrimah, dat van oudsher dient als pleisterplaats voor mensen die het burgerbestaan willen ontvluchten, ligt niet zomaar in ‘the middle of nowhere’, stelt een typische Ozzie, maar in ‘the middle of everywhere’ – ook al hebben telefoons er doorgaans geen bereik. De politie van Mataranka, 75 kilometer verderop, heeft ‘t er intussen maar druk mee. Te midden van de kibbelende partijen, die onderdeel worden van een heuse mediahype, moet ook het eventuele misdrijf nog worden onderzocht. Last Stop Larrimah wordt echter nooit een routineuze whodunnit, de verdwijning van Paddy Moriarty is vooral een geschikte aanleiding om de lokale gemeenschap te portretteren.

In hun eigen (N)ergenshuizen houden de tien dorpsgenoten, de één nog kleurrijker dan de ander,  elkaar gevangen in een uiterst vermakelijke wurggreep van roddel en achterklap, die het weldadige decor vormt voor één van de beste true crime-docu’s van het jaar.

Beckham

Netflix

Een vierdelige docuserie over oud-topvoetballer David Beckham, met in totaal bijna vijf uur speeltijd. Dat lijkt op voorhand, zelfs voor lieden die gek worden als ze gras ruiken, geen onverdeeld genoegen. Beckham (282 min.) valt echter alleszins mee. De hoofdpersoon speelt namelijk behoorlijk open kaart, ook over zijn donkere periodes, misstappen en conflicten. Net zoals zijn moeder Sandra, zo’n vrouw die altijd partij kiest voor haar kind, van haar hart ook geen moordkuil maakt. En vader Ted, een echte Manchester United-fan, laat zich, wellicht onbedoeld, kennen als een archetypische horror-voetbalvader. Hij schijnt in z’n privé-archiefje meer dan 1300 filmpjes van jeugdwedstrijden van zijn zoon te hebben. Documentairemaker Fisher Stevens (The Lincoln Project), als acteur bekend in de rol van Hugo Baker in Succession, kan het nauwelijks geloven. ‘Jézus!’

Een uitgesproken troef van deze serie – en ook van David Beckham, zal hij er zelf onmiddellijk bij zeggen – is mevrouw Victoria Beckham, met wie hij nu alweer meer dan 25 jaar een tandem vormt. Een wereldwijd bekend merk ook. Samen en los van elkaar. Rode loperwerk. ‘Met haar ga ik trouwen’, zou Beckham tegen teamgenoot Gary Neville hebben gezegd toen ze de girlband The Spice Girls voor het eerst op tv zagen. Hij kon zijn ogen nauwelijks geloven toen Posh Spice niet veel later een wedstrijd van United bijwoonde, waarin hij natuurlijk weer een prachtgoal maakte. ‘Toen hield ik niet van voetbal’, vertelt zij. ‘Nu ook niet, trouwens.’ Victoria wilde gewoon in contact komen met David. Ze onderbreekt haar verhaal om de hond des huizes te roepen. ‘Olive, kom even hier. Dan zie ik er aardiger uit.’ Haar echtgenoot reageert direct: ‘Dan heb je meer dan één hond nodig. Ik haal de rest.’ De twee zijn duidelijk aan het kloten, steken de draak met hun eigen imago.

Die humor is tevens een terugkerend element in deze miniserie. Ook Fisher Stevens veroorlooft zich tijdens de interviews regelmatig een lollige vraag of snedige opmerking en heeft het geheel bovendien met veel panache gemonteerd. Ook zijn bronnenkeuze is opmerkelijk. Natuurlijk, ManU-iconen als Rio Ferdinand, Roy Keane, Steve Bruce, Paul Ince, Eric Cantona, Paul Scholes, Gary en Phil Neville, Ole Gunnar Solskjaer en de legendarische manager Alex Ferguson – die Beckham als jongen al onder zijn hoede nam en hem later overigens ook rücksichtslos afdankte toen er naar zijn mening te veel afleiding kwam in Beckhams leven – ontbreken niet. Net als zijn voormalige Real Madrid-collega’s Figo, Roberto Carlos, Michel Salgado en Ronaldo en oud-trainers zoals Carlos Quieroz en Fabio Capello. Stevens spreekt hen uitgebreid, maar filmt hen ook, héél close, terwijl ze verlekkerd of met afgrijzen naar hun eigen wedstrijden kijken. Prachtmateriaal.

De filmmaker haalt echter ook enkele quotes bij modegoeroe Anna Wintour, bassist Peter Hook van de Manchester-bands Joy Division en New Order en de gebroeders Eamonn en James Clarke, de paparazzi die ‘Posh’ en ‘Becks’ voor het eerst samen op de foto zetten. Zelfs de Argentijnse ijzervreter Diego Simeone zit glimmend voor de camera. Hij ontwikkelde zich tot Beckhams ‘angstgegner’. Nadat Simeone de glamourboy een rode kaart had aangesmeerd, werd Engeland uitgeschakeld op het WK van 1998. En dat kreeg ‘Stupid Spice’ hoogstpersoonlijk in de schoenen geschoven. Hij werd de risée van Groot-Brittannië. Bij de receptioniste van Manchester United, die eerder wekelijks postzakken met liefdesbrieven voor hem in ontvangst moest nemen, kwamen nu kogelbrieven binnen. Een onverlaat hing bij een Londense pub zelfs een pop van Beckham aan een strop. De voetballer stond intussen op het punt om voor het eerst vader te worden.

Zo slalomt deze miniserie door een publiek geleefd leven waarvan de gemiddelde voetbal- of entertainmentkenner alles al denkt te weten. Ook bij David Beckham geldt echter: (schone) schijn bedriegt. Zie ‘Goldenballs’ bijvoorbeeld maar eens aan het werk in zijn eng schone keuken, bij z’n al even perfect georganiseerde klerenkast of ontspannen dansend met zijn lief op de mierzoete Kenny Rogers & Dolly Parton-klassieker Islands In The Stream. Hij blijkt ook een onvervalst na-regen-komt-zonneschijn type. Want Becks en Posh mogen dan geen héél gelaagde personen/personages zijn. Ze hebben wel levenslust, veerkracht én – meer dan vermoed, eerlijk gezegd – zelfspot. Het blijkt zo’n stel, dat tegelijkertijd groter dan groot en kleiner dan klein leeft en dat die bijna vijf uur speeltijd dus uiteindelijk toch wel waard is.

Twee jaar later, in het najaar van 2025, krijgt ook Victoria Beckham haar eigen docuserie op Netflix.

Paul Blanca, Deze Film Redt Je Leven

Doxy

Zijn carrière begint eind jaren tachtig met een baksteen en een ingeslagen ruit. Die levert hem tijdens de krakersrellen in Amsterdam drie camera’s op. Met één exemplaar, zo wil de overlevering, betaalt Paul Blanca (1958-2021) de taxi waarmee hij zich uit de voeten maakt. Nummer twee gebruikt hij om een schuld, waarschijnlijk vanwege drugs, af te betalen. En met de derde maakt hij de foto’s die uiteindelijk hun weg zullen vinden naar een hele succesvolle tentoonstelling.

Galeriehouder Gabriel Rolt dist het verhaal in Paul Blanca, Deze Film Redt Je Leven (84 min.) smakelijk op aan kunstverzamelaar Roderic Evans-Knaup. In dit intrigerende, geheel in zwart-wit uitgevoerde portret, dat bijna uit zijn voegen barst van de smeuïge anekdotes, probeert Ramón Gieling vat te krijgen op de Nederlandse kunstenaar en zijn provocerende werk. Hij heeft daarvoor ook meerdere ontmoetingen tussen mensen uit Blanca’s tumultueuze leven gearrangeerd.

‘Het was eigenlijk een wandelende atoombom, met duizend procent talent’, concludeert de onlangs overleden fotograaf Erwin Olaf daarbij. Tatoeëerder Louise Schiffmacher snapt Blanca wel, zegt ze tegen haar man Henk. Hij werd als kind immers verlaten door zijn vader. ‘Dan begrijp ik wel dat je langzaam zin krijgt om jezelf pijn te doen.’ Choreograaf Hans van Manen verbaast zich er dan weer over hoever de fotograaf ging als hij een zelfportret maakte. ‘Hij naait zomaar zijn lippen dicht.’

En dan is er dat verhaal over die huilende vrouw. ‘Ik weet niet honderd procent zeker of het zo klopt’, begint Roderic Evans-Knaup. Nadat Blanca met haar had geslapen en drugs ging halen, wilde hij niet dat ze wegging. Daarom sloot hij haar op in de kast. Eenmaal buiten werd Blanca gearresteerd. Hij zat twee dagen in de cel. ‘Toen ie terugkwam, heeft ie haar eruit gelaten en op dat moment die foto van haar gemaakt.’ Beeldschone foto, vindt zijn gesprekspartner Rolt. ‘Maar zo’n verschrikkelijk verhaal.’

Zulke anekdotes worden in deze film vergezeld door Blanca’s Spartaanse zwart-wit beelden. Die leggen regelmatig een zieke performance bloot of verraden doelgericht geweld. Van een man, die is gevormd in een grimmige tijd en flirt met gevaar. De foto van een hand die een revolver richt op een vagina bijvoorbeeld. Een zelfportret met een levende rat in de mond. En ‘s mans rug, waarin met een scheermes Mickey Mouse is gekerfd. Het zijn onrustbarende beelden die zich in de ziel klieven.

Ramón Gieling geeft ze kleur met fraaie, onheilszwangere muziek en heeft daarnaast allerlei mensen bij zijn hoofdpersoon langs gestuurd. Meestal is de man niet thuis, een enkele keer wel. En op één van die momenten slaat de filmmaker zelf toe. Of hij heeft gekoketteerd met de ondergang? vraagt Gieling hem. Is hij beïnvloed door zijn befaamde collega Robert Mapplethorpe? Zijn z’n zelfportretten reflecties van zijn mentale conditie? En, de vraag der vragen: moet een kunstenaar lijden?

Tot slot is er dan nog het verhaal waardoor Paul Blanca persona non grata in zijn eigen wereld is geworden: de bomaanslag waarbij collega-kunstenaar Rob Scholte in 1994 z’n benen kwijtraakt. Die wijst hem naderhand aan als dader. ‘It all matched up’, meent Scholte. ‘And I cannot get this story out of my head.’ Paul Blanca, na jaren aan de zelfkant inmiddels in broze gezondheid, vindt die beschuldiging verschrikkelijk. ‘Het leek wel of míjn benen eraf waren’, zegt hij provocerend.

Het is de treffende slotsom van een onontkoombare film over een man die volgens collega-fotograaf Milan Gies een eenheid vormde met zijn eigen kunst. ‘Hij is wat hij altijd gemaakt heeft en dat is ook waarom hij zo goed is.’

And The King Said, What A Fantastic Machine

September Film

Dit overrompelende filmessay van Axel Danielson en Maximilien van Aertryck ontleent zijn naam aan een treffende anekdote over de Britse koning Edward VII: And The King Said, What A Fantastic Machine (88 min.). Edward liet in 1901 zijn kroning vereeuwigen door de vermaarde cineast George Méliés (1861-1938). Deze registratie, in werkelijkheid opgenomen in een studio met Franse acteurs en figuranten, ging nog dezelfde dag in première in Engeland. De vorst was dolenthousiast over de gebruikte camera: ‘Die is zelfs in staat om delen van de ceremonie vast te leggen die nooit hebben plaatsgevonden.’

Inmiddels zijn we ruim 120 jaar verder en is diezelfde ‘machine’ met geen mogelijkheid meer weg te denken uit ons leven. Eerst leverde die zijn geheel eigen weerspiegeling van de werkelijkheid in de bioscoop, daarna ook thuis op televisie en sinds het begin van de 21e eeuw en de opkomst van het internet en sociale media letterlijk overal. Er valt nauwelijks meer te ontkomen aan wat de camera, en de beelden die deze produceert, teweeg brengt. De lens als pak ‘m beet lakei, waarheidszoeker, meesterverkoper, gluurder, grote gelijkmaker en bedrieger – en wij als zijn slaaf, vastgeketend aan een televisie, beeldscherm of smartphone.

Danielson en Van Aertryck gaan eerst terug naar de uitvinding van de fotografie en film, belichten daarna hoe die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog een geducht wapen voor propagandisten werd – filmmaakster Leni Riefenstahl kijkt op latere leeftijd nog altijd verlekkerd naar de majestueuze beelden die ze ooit van Hitlers Derde Rijk liet maken – en laten vervolgens zien hoe audiovisuele media tevens een essentiële rol speelden bij het erkennen van de navolgende genocide. Cameramensen kregen de opdracht om de gruwelen van de vernietigingskampen zo expliciet mogelijk vast te leggen. Zodat ontkennen onmogelijk zou zijn.

Met onthullende, grappige en schokkende fragmenten uit alle hoeken en gaten van de beeldgeschiedenis zwieren de Zweedse filmmakers vervolgens via thema’s als perspectief, framing en image naar het heden, waarin elke aardbewoner dagelijks een beeldenbombardement moet zien te overleven. En dan helpt het als je visueel geletterd bent. Want die camera beïnvloedt alles, betogen Danielson en Van Aertryck. Óók – of júist – hoe we naar onszelf kijken. Dit wordt treffend aangetoond met een fragment van enkele Papoea-mannen die voor het eerst een foto van zichzelf onder ogen krijgen. Eerst begrijpen ze niet wat ze zien, daarna blijven ze maar naar zichzelf turen.

And The King Said, What A Fantastic Machine is echter zeker niet alleen een Adam Curtis-achtige geschiedenisles, maar werkt tevens als ongenadige spiegel van deze tijd. Een influencer haalt bijvoorbeeld halsbrekende capriolen uit om gefotografeerd te worden op een wolkenkrabber. De grote emoties die loskomen door de trailer van een nieuwe Star Wars-film. Een chimpansee die ontspannen langs foto’s van zichzelf scrollt op een smartphone. De live-stream van een gamer die viral gaat als hij in slaap sukkelt. En, natuurlijk de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021, die waarschijnlijk ondenkbaar was geweest zonder mobieltjes, selfies en social media-accounts.

Het is de naargeestige climax van een verpletterende film, die je hele generaties, van jong tot oud, als een verplicht college mediawijsheid in de maag zou willen splitsen. Zodat eenieder zich staande kan houden in een wereld, die wordt gedomineerd door camera’s.

Right To Fight

SkyShowtime

Vrouwen zijn er niet voor gebouwd. Het zijn onderdanige wezens. Die laat je dus niet boksen. Ze kunnen sowieso geen klappen op de borst krijgen, stelt de bekendste vechter ter wereld, Muhammad Ali. Vrouwen denken dat ze dezelfde dingen kunnen als mannen, constateert Ali’s grote rivaal Joe Frazier misprijzend. Nee, de Amerikaanse bokswereld zit begin jaren zeventig bepaald niet te wachten op vrouwelijke vechters. Er bestaat alleen zoiets als ‘apartment boxing’, vertelt boksjournalist Mike Silver. Flatboksen. Videobanden van boksende vrouwen, liefst topless.

Dat is echter buiten geëmancipeerde vrouwen zoals Cathy ‘Cat’ Davis, Lady Tyger en Killer Diane gerekend. Zij willen koste wat het kost de ring in. De officiële bokscommissie wil alleen geen vergunningen afgeven aan vrouwen. Ze zullen hun Right To Fight (89 min.) dus moeten opeisen. Het is een aansprekend verhaal, dat volgens bokshistorica en oud-vechter Sue ‘Tiger Lilly’ Fox desondanks nooit de officiële geschiedschrijving van de sport heeft bereikt. Want die wordt nu eenmaal vooral opgetekend door mannen, die vast weinig van het feminisme moe(s)ten hebben.

Het gaat er stevig aan toe, in de beginjaren van het vrouwenboksen. In de sportschool waar Pat ‘Liberation’ Pineda traint breekt bijvoorbeeld brand uit, toevallig op de plek waar haar spullen liggen. Pat heeft echter iets te bewijzen – vooral naar zichzelf – en laat zich dus door niets of niemand van de wijs brengen. Vanwege alle bedreigingen heeft ze wel een politie-escorte nodig voor haar tweekamp met Kim Maybee. Pat Pineda heeft ondertussen ook iets te verbergen, vertelt ze in deze doeltreffende docu van Georgina Camnalleri. Iets wat een mannelijke bokser nooit zal overkomen.

De vrouwelijke atleten krijgen verder gedurig te maken met seksisme. Ze moeten zich de mannen soms letterlijk van het lijf houden. Als ‘sexy’ vrouwen, die vreemd genoeg toch vaak voor manwijf of lesbienne worden versleten, zijn ze volgens officials ook slecht voor het imago van de sport (waarbij mannen elkaar dus tot moes proberen te slaan). En als de bobo’s dan toch overstag moeten, gedwongen door de rechter, tonen ze een ander kwalijk trekje: good ol’ racisme. Want als er dan toch zo nodig vrouwelijke boksers moeten komen, dan liefst wel witte vrouwelijke boksers.

De roomblanke ‘Cat’ Davis, binnengehaald als The Great White Hope, krijgt dus de prijsgevechten toebedeeld die haar zwarte opponent Marian ‘Lady Tyger Trimiar worden onthouden. En Cats manager Sal Algieri blijkt ook nog wat slinkse trucs achter de hand te hebben. Kordaat diept de eerste generatie vrouwelijke boksers, die in het geladen eind van Ready To Fight nog eens samenkomt om ervaringen uit te wisselen, een onvermoede kant op van de tweede feministische golf waarbinnen ook zij, vooral buiten de boksring, flink strijd hebben moeten leveren.

Bertolf In Bluegrass

NTR

De liedjes waarop hij zijn vingers blauw heeft gespeeld. Vereeuwigd met de bluegrass-muzikanten die hem rode oortjes hebben bezorgd. Op de plek van zijn dromen: countryhoofdstad Nashville, Tennessee. Bluefinger, het nieuwe album van de Nederlandse singer-songwriter Bertolf Lentink, waarmee hij tevens zijn vader en grote inspirator Dick eer wil bewijzen, heeft nogal wat voeten in de aarde. Dan zijn echter alle elementen aanwezig om een bescheiden klassieker af te leveren.

Even voor de duidelijkheid: bluegrasss heeft volgens Bertolf niets van doen met cowboyhoeden en –laarzen, linedancen of – God betere ‘t – ‘Yee-haw’ roepen. Het is muziek om thuis te komen. Letterlijk: na een optreden. En figuurlijk: het is de muziek waarmee hij is opgegroeid. Bertolf constateert ’t bij de ouderlijke woning van bluegrass-pionier Bill Monroe in Kentucky. Die schreef er een lied over: On My Way Back To The Old Home. De tekst ervan is uitgeschreven op een groot bord en noopt de Nederlander om het lied in de docu Bertolf In Bluegrass (64 min.) van Marcel de Vré hardop te zingen.

In het land van zijn muzikale dromen oogt Bertolf sowieso als een kind in de snoepwinkel. Hij brengt een verplicht bezoekje aan een muziekzaak (waar hij even mag fiedelen op een akoestische gitaar van 65.000 dollar), neemt in een kroeg deel aan een jamsessie en belandt uiteindelijk bij de Jack Clement Recording Studio voor de ontmoeting met enkele grote muzikale helden. ‘Natuurlijk is ‘t voor hen ergens gewoon een klusje’, dekt hij zichzelf de dag van tevoren in. ‘Zo eerlijk moet je zijn.’ Dan denkt hij even na en lacht. ‘Óf ze zeggen: Bertolf, this is amazing! You should come and live in Nashville. We should form a band.’

Bertolfs ambitie lijkt op voorhand alleen nauwelijks te realiseren: vijftien liedjes in drie dagen. Eenmaal aan de slag met door de wol geverfde cracks zoals Jerry Douglas (dobro), Stuart Duncan (viool), Mark Schatz (contrabas), David Benedict (mandoline), Wes Corbett (banjo) en producer/opnametechnicus Dave Sinko laat hij echter alle schroom varen. Dan wordt die Zwolse jongen, vergezeld door zijn vrouw en moreel ondersteund door collega Ilse de Lange, gewoon muzikant onder muzikanten. En De Vré kijkt, ongetwijfeld verlekkerd, vanachter zijn camera mee en maakt er een fijne liefdesverklaring aan de bluegrass van.

Bertolf droomt intussen alweer verder: een klein toertje door de Verenigde Staten, dat zou ook wel wat zijn…

Bij Ons Op Het AZC

Human

Elke donderdagochtend is er meldplicht. Alle 740 bewoners van het asielzoekerscentrum in Zutphen moeten zich dan legitimeren. Één keer niet melden betekent een boete, de tweede keer moeten ze het centrum verlaten. Verder lijkt ‘t er best gemoedelijk aan toe te gaan, getuige de vierdelige serie Bij Ons Op Het AZC (160 min.) van Martijn Heijne. Hij maakte eerder de thematisch verwante miniserie Leven In Limbo.

Terwijl in Politiek Nederland regelmatig heftige discussies losbarsten over de jaarlijkse immigratiecijfers, de opvang van vluchtelingen en de komst van een asielzoekerscentrum – een werkelijkheid die Heijne aan het begin van de afleveringen verwerkt – gaat hij in het AZC juist op zoek naar kleine, menselijke verhalen. Van medewerkers die het hart duidelijk op de juiste plaats hebben en tegelijk te maken krijgen met bewoners die met hun ziel onder hun arm lopen, soms een beetje marchanderen met de regels of plotseling met de noorderzon blijken te zijn vertrokken.

En de verhalen van de mensen die er verblijven, vaak langer dan wie dan ook lief is. De Iraakse verpleegkundige Mazin heeft bijvoorbeeld inmiddels een verblijfsvergunning, maar wacht nog steeds op een huis. Hoewel hij tijdens zijn vlucht naar Nederland z’n diploma is kwijtgeraakt, hoopt Mazin straks zijn oude vak weer op te kunnen pakken. Sidney, die alweer acht jaar geleden is gevlucht vanuit Mali, hoopt nog steeds op zo’n verblijfsvergunning. Zijn eerste aanvraag is echter afgewezen. In afwachting van een herbeoordeling besteedt hij zijn tijd aan vrijwilligerswerk.

Het zijn mensen die, ondanks verdriet en tegenslag, iets van hun leven willen maken. Zo worden ze ook een beetje geportretteerd. Als modelburgers, die elke zichzelf respecterende samenleving onmiddellijk in de armen wil sluiten. Het is bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om geen compassie te krijgen met Hector en Luís, een homostel dat is gevlucht uit Venezuela. Luís heeft daarbij zijn zoontje moeten achterlaten. Dat doet zichtbaar pijn. Hij had echter geen keus: in zijn vaderland kun je eigenlijk geen homo zijn – en word je sowieso niet geaccepteerd als vader.

Martijn Heijne tekent zulke indringende verhalen sereen op en lardeert die met de dagelijkse activiteiten op het AZC, waar beheerder Berry samen met bewoners het terrein onderhoudt, diverse nieuwkomers de Nederlandse taal onder de knie proberen te krijgen en ook een traditioneel feest zoals Sinterklaas gezamenlijk wordt gevierd. Met een toegankelijke soundtrack, waarin hits van pak ‘m beet Stromae, Lou Reed en The Verve een plek hebben gevonden, zorgt Heijne er bovendien voor dat de serie nooit topzwaar of moeilijk te verteren wordt.

Bij Ons Op Het AZC werkt daardoor als een soort uitnodiging. Via het centrum in Zutphen kan iedereen met eigen ogen aanschouwen dat de populatie van de 180 AZC’s in Nederland vooral uit gewone mensen bestaat. Ieder met zijn eigen verhaal – en meestal geen leuk verhaal – maar vastberaden om hier iets van het leven te maken.

Trailer Bij Ons Op Het AZC

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

The Ringleader: The Case Of The Bling Ring

HBO Max

Paris Hilton, Lindsay Lohan, Rachel Bilson, Orlando Bloom, Audrina Patridge, Brian Austin Green, Megan Fox, Ashley Tisdale… Het lijken niet meer dan kerven in haar kolf. Samen met enkele andere Amerikaanse tieners brak Rachel Lee in 2008 en 2009 in bij een hele stoet celebrities. Zij hielden er een geuzennaam aan over, The Bling Ring. En dat is tevens de titel van de speelfilm die Sofia Coppola in 2013 over hen maakte. Die werd vorig jaar gevolgd door de documentaire The Real Bling Ring: Hollywood Heist van Miles Blayden-Ryall. Daarin gaven met name de bendeleden Nick Prugo en Alexis Neiers, die destijds enige bekendheid genoot als realitysterretje, hun versie van de gebeurtenissen.

Want een goed verhaal blijven we vertellen – en kunnen we ook steeds opnieuw horen. Er slingeren ook nog een boek en podcast over de geruchtmakende kwestie in het rond. TikTok is er vast ook al eens op losgegaan. En nu krijgen we dat verhaal dus uit de eerste hand: via de ‘ringleader’, die doorgaans, in tegenstelling tot haar handlangers, buiten beeld probeert te blijven. En het wordt verteld door een gekende true crime maker, die er ook een fascinatie op nahoudt voor de celebritycultuur: Erin Lee Carr (Mommy Dead And DearestI Love You, Now Die: The Commonwealth v. Michelle CarterHow To Fix A Drug ScandalBritney vs Spears en Undercurrent: The Disappearance Of Kim Wall).

Samen met haar vader David (een professionele pokeraar), Eden – géén artiestennaam! – Shizzle (een vriend én slachtoffer van Nick Prugo die alsnog publiekelijk zijn recht wil halen), de onvermijdelijke entertainmentjournalisten (waarbij je een type als Amy Kaufman van The Los Angeles Times ervan verdenkt dat ze zelf ook wel bij die Ring had willen horen) en de officieren van justitie (die de spotlights ook bepaald niet mijden) wil Rachel ‘de Hollywood-versie’ van dat verhaal bijstellen. Zij vertelt liever over haar jeugd – Koreaanse afkomst, gescheiden ouders, niet populair op school, verkeerde vrienden en drugsgebruik – en hoe die haar automatisch naar de woning van een beroemdheid leidde.

In werkelijkheid besteedt deze film natuurlijk vooral aandacht aan de modus operandi, mores en persoonlijkheden van de Californische rijkeluiskinderen. Hoe ze eerst via de website Celebrity Addres Aerial uitzochten waar een beroemdheid woonde. En op de entertainmentsite TMZ dan konden ontdekken wanneer die – vanwege een filmdag, première of feest – niet thuis zou zijn. Hun eerste slachtoffer was Paris: die had zoveel troep dat ze ‘t toch niet zou missen of zelfs maar zou ontdekken dat er iets was gestolen. En haar huissleutel lag – werkelijk waar! – onder de deurmat. Alleen jammer – of toch niet – dat ze op de terugtocht werden gefilmd. Fame by surveillancecamera, zoiets.

Tegenwoordig is Rachel Lee een ander mens. Zegt ze. Geen ‘meestermanipulator’ of ‘sociopaat’ meer. The Ringleader: The Case Of The Bling Ring (95 min.) voelt desalniettemin als een poging om schoon schip te maken – of om, veertien jaar na dato, de regie over het Bling Ring-verhaal terug te pakken. Als ze écht van deze vlek op haar imago af wil, lijkt het misschien toch verstandiger om er niet in te gaan wrijven. Deze docu van Erin Lee Carr voegt ook weinig toe aan The Real Bling Ring – al kan datzelfde net zo goed worden gezegd over Blayden-Ryalls docu, die toevallig een jaartje eerder is uitgebracht. Ze maken allebei goede sier met een mediageniek misdaadverhaal.

Who Killed Jill Dando?

Netflix

‘Maakt u zich wel eens zorgen over wat u ziet op Crimewatch?’ vraagt een jonge televisiekijkster aan Jill Dando. ‘Ja, maar de misdaden die we laten zien zijn zeer zeldzaam’, antwoordt de presentatrice van de Britse versie van Opsporing Verzocht. ‘Het is niet dat je op straat loopt en denkt dat jou hetzelfde zal gebeuren.’

Het fragment zit niet voor niets in de openingsscène van deze driedelige documentaireserie: op 26 april 1999 wordt Jill Dando zelf op klaarlichte dag doodgeschoten bij haar woning in Londen. Jennie Bond, haar directe collega bij de BBC, moet het nieuws brengen. Veel is er dan nog onduidelijk. En dat blijft zo: was het een criminele afrekening, een crime passionel, een oorlogsdaad of toch het werk van een gestoorde eenling? Uiteindelijk zet de politie een even vanzelfsprekende als pijnlijke stap: een oproep in het televisieprogramma Crimewatch.

In Who Killed Jill Dando? (138 min.) reconstrueert documentairemaker Marcus Plowright met familieleden, collega-journalisten, politiemensen en advocaten het rechercheonderzoek. Dat doorloopt de ene na de andere piste en streept die vervolgens ook stuk voor stuk weer weg. Totdat er, aan het einde van deel twee, eindelijk een serieuze verdachte in beeld komt en de zaak rond de vermoorde ‘girl next door’ in een stroomversnelling lijkt te komen. In de slotaflevering worden deze verdenkingen vervolgens helemaal uitgebeend en blijkt de werkelijkheid toch nét iets gecompliceerder dan het true crime-verhaal dat er vaak van wordt gemaakt.

Net als de dood van Lady Diana, twee jaar eerder, blijft de moord op ‘the golden girl of British television’ daardoor voortleven in het Britse collectieve geheugen. Deze slim geconstrueerde miniserie, aangekleed met de verplichte gedramatiseerde scènes en cliffhangers, slaagt erin om De Zaak Jill Dando in zijn volle omvang op te roepen, maar laat tevens zien dat een politieonderzoek lang niet zo eenvoudig is als een willekeurige aflevering van Derrick, Baantjer of CSI, waarin een koene rechercheur de dader uiteindelijk in zijn kraag grijpt, dwingt tot een bekentenis en daarna de celdeur achter hem dichtgooit.

Jill Dando wist dat natuurlijk allang. Ook toen ze dat meisje probeerde gerust te stellen, met woorden die haar ook na de dood zouden achtervolgen.

Gasherbrum – Der Leuchtende Berg

Werner Herzog Film

Zodra het echte klimmen begint, moet Werner Herzog afhaken. Zijn korte documentaire Gasherbrum – Der Leuchtende Berg (44 min.) stamt uit 1984, een tijd waarin de technische mogelijkheden om op duizelingwekkende hoogte te filmen nog zeer beperkt zijn. De Duitse filmer zit dus vast op het basiskamp en registreert daar de voorbereidingen. Als de befaamde alpinist Reinhold Messner en zijn kompaan Hans Kammerlander in Pakistan op weg gaan om twee Himalaya-toppen van achtduizend meter hoogte te bestijgen, is Herzog aangewezen op de beelden die zij zelf maken met hun minuscule cameraatje, het bewijsmateriaal dat ze de top daadwerkelijk hebben gehaald. Als ze daarvan terugkeren, tenminste.

‘Zijn jullie bevriend?’ heeft Herzog de twee even daarvoor gevraagd. ‘Zo zou ik dat niet zeggen’, antwoordt Messner, enigszins ongemakkelijk lachend, terwijl hij samen met Kammerlander een laatste bad neemt in een piepklein bergmeertje. ‘We kennen elkaar relatief goed. Voor deze onderneming heb ik Hans uitgekozen omdat hij van de bergbeklimmers die ik persoonlijk ken zo ongeveer de enige is waarvan ik me kan voorstellen dat hij ’t volhoudt.’ Het is een opmerkelijk duo: de spraakwaterval Messner, de eerste mens die de veertien hoogste bergtoppen van de wereld bedwingt, en Kammerlander, een voormalige bouwvakker en man van weinig woorden.

Werner Herzog is niet zozeer geïnteresseerd in de prestaties van deze gekende alpinisten, maar in hun beweegredenen. Nadat Messner heeft verteld over alle collega-klimmers die hem zijn ontvallen en dat sommige mensen in zijn directe omgeving hem voor gek verklaren, vraagt Herzog: ‘Geloof jij zelf dat je misschien een beetje gestoord bent?’ Reinhold Messner lacht eens. ‘Net zoals alle kunstenaars, mensen die iets proberen te scheppen, geestelijk gestoord zijn, ben ik dat ook.’ Tegelijkertijd vraagt hij ’t zich zelf ook af: waarom doet hij dit nog? Zijn ‘Ehrgeiz’ is zo langzamerhand toch wel bevredigd? Het moet een soort verslaving zijn.

Doodsdrift misschien? oppert Werner Herzog. Ook op die vraag heeft de Duitse topklimmer een pasklaar antwoord. Toch vindt zijn landgenoot, die zelf ook nergens voor terugdeinst om een topprestatie te leveren, een weg naar binnen. Als Herzog heel direct naar persoonlijk verdriet vraagt, breekt Reinhold Messner en komt dit psychologische portret tot een climax. Al wordt de vraag daardoor nog urgenter of ’t eigenlijk ergens goed voor is – en voor wat dan precies? – dat bergbeklimmen. Het antwoord daarop laat zich echter nauwelijks in woorden vatten. Een ultiem teken van leven misschien?

Een Meteoriet Op Walcheren

Haak & Visser

Nadat hun limonadefabriek failliet was gegaan, kon z’n gezin nauwelijks het hoofd boven water houden. Toch begon Ad van ’t Veer eind jaren zestig onvervaard aan wat zijn levenswerk zou worden: het festival Nieuwe Muziek Zeeland. Grootheden van de moderne muziek zoals John Cage, Morton Feldman en Iannis Xenakis waren in de navolgende decennia te gast in Middelburg. Niet iedereen begreep zulke experimentele ‘piep-knor muziek’ overigens. Volgens criticasters kon je er ‘zenuwziek’ van worden.

Componist Daan Manneke vergelijkt Van ’t Veers geesteskind met Een Meteoriet Op Walcheren (95 min.). De Zeeuwse aarde schudde er even van. Trombonist Bernard Hunnekink kan zich nu wel voorstellen, vertelt hij in deze documentaire van Fifi Visser en André van der Hout, dat de gewone Zeeuw soms zijn wenkbrauwen fronste bij de kakofonie en wanorde die hij door Ad van ‘t Veer kreeg voorgeschoteld. ‘Achteraf realiseer ik me dat het ook echt een functie heeft gehad. Dat je de boel openbreekt.’

Met direct betrokkenen kenschetsen Visser en Van ’t Hout de Zeeuwse ‘evangelist van de moderne muziek’ en zijn missie, waarin ook ruimte was voor beeldende kunst en fotografie. Ad van ‘t Veer liet zich door niets of niemand van de wijs brengen. En hij haalde ook gewoon zijn schouders op als een concert eens nauwelijks bezoekers trok. ‘Daar gaf ie totaal niet om’, vertelt zijn vrouw Trude, nog altijd trots op de geestdrift van haar in 2021 overleden echtgenoot. ‘Als het maar gebeurde. Het moest gebeuren!’

Met fraai archiefmateriaal, dat ook echt de ruimte krijgt om te ademen, roept Een Meteoriet Op Walcheren de tijdgeest en Ad van ‘t Veers filosofie op. Dat begint al direct met de fraaie openingsscène, waarin de kat van Misha Mengelberg lopend over een piano een compositie maakt. Even later speelt zijn baasje een schaakwedstrijd met John Cage, die zich ook muzikaal door hem laat uitdagen. Het tekent de toegankelijke setting in Zeeland, waar alle ruimte is voor interactie tussen musici en de wisselwerking met hun publiek.

Te midden van deze verhalen uit het verleden portretteren Fifi Visser en André van der Hout de jonge Zeeuwse componiste Celia Swart. Zij werkt aan de nieuwe compositie Drawing Waves, die uiteindelijk ten overstaan van ook enkele ouwe getrouwen wordt uitgevoerd. Van tevoren is ook Swart via meerdere spiegels gefotografeerd door William Verstraeten. Zoals hij dat in het verleden tevens deed met Mengelberg en Xenakis. De boodschap is duidelijk: wat toen in gang is gezet, heeft wortel geschoten en wordt voortgezet.

En daarmee wordt deze film, die liefdevol een onvermoed Zeeuws verleden oproept, meteen netjes rond gemaakt – en doet Misha Mengelbergs kat rustig een dutje op de piano.

Zo Dood Als Een Pier

Human

Over honderd jaar zijn jullie allemaal dood. En ik ook. Dat besef, van de onvermijdelijke eindigheid van het leven, is voor kinderen, zo mogelijk, nog moeilijker te bevatten, dan voor ons, door de wol geverfde volwassenen.

Sara Kolster verloor als kind haar driejarige zusje Anna en werd zo al jong met de neus op de feiten gedrukt: ooit zijn we allemaal, juist, Zo Dood Als Een Pier (60 min.). Dit thema heeft ze eerder al eens aangeraakt in de bekroonde radiodocumentaire Toen Ik 5 Was (2017) en de prachtige jeugddocu Wolkenzusje (2020), over het Limburgse meisje Kess dat zich afvraagt of en hoe ze haar overleden zusje Bo moet meenemen naar de middelbare school.

Nu volgt een vierdelige serie waarin kinderen van de 7e Montessori-school in Amsterdam vertellen over van wie ze zoal afscheid hebben moeten nemen. Van de juffen Tineke en Pleun om te beginnen – en nu is er ook nog een andere juf ongeneeslijk ziek. Van oma ook. En van enkele huisdieren. En net als in Wolkenzusje vloeien fly on the wall-documentairescènes en zwierige animaties, die de belevingswereld van de schoolkinderen verbeelden, daarbij op een wonderschone manier samen.

De kinderen krijgen hun eigen plek in de schooltuin toegewezen en worden gevolgd tijdens één complete cyclus, van het zaaien tot het oogsten. Van leven naar dood naar weer leven. ‘Je wordt geboren uit niks en je gaat weer terug naar de aarde uiteindelijk’, legt hun vlotte meester Thijs uit. ‘En dan eten beestjes en plantjes je op en je komt terug in de aarde en wordt weer deel van de natuur.’ En daar wordt ieder van ons, stelt hij samen met zijn gehoor vast, ‘wormenpoep’.

Want, nee, in het leven kun je niet, zoals in een willekeurige game, weer ‘rejoinen’ als je dood bent geweest, constateren de vriendjes Mo en Anthony. Kolster vangt zulke terloopse gesprekjes tussen de kinderen terwijl ze druk bezig zijn met, lekker vlot gemonteerde, andere dingen. Ze laat hen daarnaast ook nadenken over de dood: wat dat eigenlijk is, hoe je dood kunt gaan en wat er daarna met je gebeurt. Hoe ziet de hemel er bijvoorbeeld uit en kun je die hier, gewoon op aarde, alvast maken?

Sara Kolster vervat al die bespiegelingen in ronduit joyeuze beeldtaal. Haar aanpak kenmerkt zich sowieso door lichtvoetigheid. Met humor en, jawel, levenslust gaat ze samen met de kinderen de dood te lijf. Want het leven mag dan niet kunnen bestaan zonder de dood, zonder Moeder Natuur heeft die dekselse Magere Hein ook geen emplooi. Zo legt Zo Dood Als Een Pier voor jong en oud zowel de onverbiddelijkheid van de natuur als het troostrijke karakter ervan bloot.

Want over honderd jaar… juist. Ja, jij ook.

Big Fun In The Big Town

VPRO

Het is een kwaliteit: als maker weten, aanvoelen, wanneer je waar moet zijn. In de herfst van 1986 togen presentator Marcel Vanthilt, regisseur Bram van Splunteren, cameraman Deen van der Zaken en geluidstechnicus Bert van den Dungen naar New York om daar de opkomst van hiphop op te tekenen. De tv-docu Big Fun In The Big Town (40 min.) geldt inmiddels als een echte klassieker.

Nu hiphop een halve eeuw oud is en allang doorgedrongen tot de mainstream, krijgen die beginjaren alleen maar meer glans. Ook doordat de helden van toen nog zeer benaderbaar waren. Vanthilt belt bijvoorbeeld gewoon aan bij een huis in Queens. ‘Woont LL Cool J hier?’ vraagt hij aan de oudere vrouw die de deur opent. ‘Inderdaad’, antwoordt de grootmoeder van de dan achttienjarige rapper. Ze zijn van harte welkom. In de kleine woonkamer hangt een gouden plaat aan de muur.

LL blijkt gewoon een jongen die populair wil zijn bij de meisjes en daarom maar over de liefde rapt. Even daarvoor heeft een andere hiphop-grootheid, Darryl ‘DMC’ McDaniels van Run-DMC, al zijn nieuwe Cadillac laten zien en op straat gerapt over ‘My Adidas’. Zoals Grandmaster Flash, die met The Furious Five één van hiphops allereerste wereldhits (The Message) had, dan al een stoomcursus scratchen heeft gegeven en Doug E. Fresh mocht laten zien wat human beatboxen inhoudt.

Dit hiphop-document beschikt over nog meer uitgesproken troeven: platenbaas Russell Simmons van Def Jam Records, gangstarapper Schoolly D en wijlen Suliaman El Hadi, één van The Last Poets, een groep Afro-Amerikaanse dichters die vanaf eind jaren zestig politiek geladen spoken word-performances gaf en zo mede het fundament legde voor wat uiteindelijk hiphop zou worden. En op een feest is ook nog een jeugdige versie van de invloedrijke vrouwelijke rapper Roxanne Shante te ontwaren.

De hiphop van toen speelde zich vooral op straat in de grote steden af, waar groepen (zwarte) jongeren rondhingen en de drug crack zijn verwoestende entree begon te maken. Die wereld kreeg zijn weerslag in geheel eigen muziek, taal en stijl en werd treffend vereeuwigd door een groepje muziekpioniers uit Nederland en België. In eigen land zouden ze zo ook een hele generatie jongeren in aanraking brengen met hiphop. En die begonnen dan weer hun eigen stroming: nederhop.

AC/DC: Forever Young

Arte

Ooit waren er drie broers. George, Malcolm en Angus. In die volgorde – al was het in de ogen van de wereld precies andersom: Angus Young, de absolute blikvanger van de Australische hardrockband AC/DC. Een gitaarheld, vermomd als eeuwige schooljongen. Zijn grote broer Malcolm Young, de bandleider die voor buitenstaanders op een willekeurige slaggitarist leek. En George Young, hun oudste broer die zelf naam had gemaakt met The Easybeats, vervolgens de Youngsters wegwijs maakte in de muziekwereld en samen met zijn bandmaatje Harry Vanda meteen ook hun eerste platen produceerde.

Samen schreven ze muziekgeschiedenis. Ook doordat ze de flamboyante zanger Bon Scott op de kop wisten te tikken, een ongegeneerd rockbeest dat de krachtige stampers van de gebroeders Young lekker uit de bocht liet vliegen. Totdat hij zichzelf op 19 februari 1980 definitief verslikte in zijn eigen drankzucht. Tegen die tijd had de AC/DC-machine echter allang de Highway To Hell bereikt en kon zijn opvolger Brian Johnson simpelweg aanhaken. Met hem zouden Malcolm en Angus enkele maanden later hun grootste succes boeken, het album Back In Black. Waarna ze de band vier decennia lang met het nodige kunst- en vliegwerk op koers wisten te houden.

De degelijke tv-docu AC/DC: Forever Young (53 min.) van Marie-Claire Javoy en Dominique Mesmin richt zich vooral op de beginjaren van de ogenschijnlijk onverwoestbare groep. De Young-broers komen daarbij niet aan het woord – al is Angus wel te horen in enkele archiefinterviews. De smakelijke anekdotes en inkijkjes, waarmee AC/DC’s nog altijd bijzonder opwindende concertbeelden zijn omkleed, komen van mensen uit de periferie van de band: eerste bassist Mark Evans, oud-drummer Chris Slade, studiomuzikant Tony Currenti, geluidstechnicus Mark Opitz, voormalig manager Michael Browning, fotograaf Philip Morris en biograaf Murray Engleheart.

Intussen is er nog maar één broer over. In oktober 2017 stierf de grote inspirator van AC/DC, George Young. Een kleine maand later overleed ook bandleider Malcolm, nadat hij zijn mannen al in 2014 had moeten achterlaten vanwege gezondheidsproblemen. Alleen Angus is over, ‘the last Young-man standing’. Alhoewel, tegenwoordig zit er ook een neefje in de groep: Stevie.

De Laatste Kans

VPRO

De stem is er weer. Die eerder was te horen in Stuk (2019) de baanbrekende documentaireserie over de patiënten en medewerkers van revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee.

De stem die namens hen tot ons sprak en verwoordde wat er in hen omging. Over de grote dingen des levens en de kleine dingetjes waar de menselijke geest zich soms ook aan kan vasthaken. De stem van Jurjen Blick, een Nederlandse filmmaker die risico durft te nemen. Die onze gewone mensenwereld nu opnieuw probeert te bezielen met een ‘docuroman’. In vijf delen, ditmaal. Geïnspireerd door literatuur, ingefluisterd door een redacteur, Soraya Pol, die hun hoofdpersonen het hemd van het lijf heeft gevraagd en bijgestaan door zo’n beetje de voltallige Stuk-crew.

Die stem heeft nu zijn eigen arena gecreëerd. Laat zich niet langer belemmeren door een tijd, plaats of situatie. Hij verlaat zich ditmaal op een idee dat hij had met eindredacteur Maarten Slagboom over De Laatste Kans (250 min.) die een mens krijgt om een levensdoel te verwezenlijken. Het do or die-moment waarop we ons ware gezicht tonen. Als het nu niet gebeurt, dan gebeurt het nooit meer. Als, dan. Als Brigitte bijvoorbeeld haar hoogbejaarde moeder nu niet dwingt om te vertellen wie haar vader is, desnoods met juridische middelen, dan zal ze het nooit te weten komen.

Als bokser Delano geen medaille wint, wordt hij vervangen door een jongere concurrent. Als Ebru nu niet zwanger raakt, blijft ze kinderloos. Als historica Anne-Goaitske geen Friese walvisvaarders strikt voor haar podcast, zijn ze straks allemaal overleden. Als ecoloog Janneke niet ingrijpt, raakt half Nederland overwoekerd door de watercrassula-plant. Als Charissa nu geen tekeningen maakt met haar dochtertje, kan het door de spierziekte PSMA straks niet meer. Als Johnny zijn leven niet betert, is hij thuis niet meer welkom. En als Scooby een kind aanvalt, krijgt ie vast geen nieuw baasje meer.

Als, dan… Steeds weer. De vanzelfsprekende eenheid in tijd en plaats van Stuk en de daarmee gepaard gaande dramatische setting heeft Blick losgelaten. Hij verlaat zich ogenschijnlijk nog meer op de stem in zijn hoofd. Die moet daardoor wel harder werken. Om de verhaallijnen te verbinden en de losse eindjes aan elkaar te knopen. In de rug gedekt door vertrouwde elementen: het zowel observerende als gestileerde camerawerk, de ingenieuze montage, een tot de verbeelding sprekende soundtrack en projecties op de muur, om het verleden van zijn personages weer te geven.

Die stem laat hen boven zichzelf uitstijgen. Zij worden pionnen in Blicks intrigerende spel over levensdoelen, obsessies en het accepteren dat alles eindig is. Zoals de poster van de serie zich afvraagt: ‘Wat krijg je nog voor elkaar als de tijd je op de hielen zit?’ Dat pakt nét iets minder aangrijpend uit dan in Stuk, dat de lat natuurlijk erg hoog heeft gelegd.

Deze bespreking is na elke aflevering aangevuld.