Be The Fool

Doxy

In de zomer van 2023 komt de jarenlange zoektocht van Jade Moon Finch en zijn zus Scarlet Finch naar het verleden van hun ouders ten einde met een tribute aan hun leven en werk. Barry Finch en Josje Leeger waren in de jaren zestig onderdeel van het hippie-kunstenaarscollectief The Fool, dat sindsdien in de vergetelheid is geraakt. Samen met het andere stel in The Fool, Marijke Kooger en Simon Posthuma (de latere vader van Douwe Bob, met hem ook te zien in de documentaire Whatever Forever, Douwe Bob), bevonden zij zich in Londen, toen die stad het wild kloppende hart van de swingin’ sixties vormde.

Als The Fool, een verwijzing naar de tarotkaart De Dwaas, hielden Barry en Josje zich bezig met kunst, mode, muziek, design, poëzie en fotografie. De avant-garde kunstenaars ontwierpen bijvoorbeeld de winkel van The Beatles (Apple Boutique), brachten een elpee uit die doorgaat voor het allereerste wereldmuziekalbum, ontwierpen daarna in hun eigen boetiek The Chariot in Los Angeles kleding voor artiesten als Jim Morrison, Joni Mitchell en Led Zeppelin, en brachten in de jaren zeventig de muziekcultuur van Ibiza op gang met concerten van Eric Clapton, UB40 en Bob Marley.

In Be The Fool (79 min.) van regisseur Joris Postema maken broer en zus een trip nostalgia langs de plekken die hun ouders hebben gevormd – en die door hen zijn gevormd. Onderweg ontmoeten ze uiteenlopende artiesten zoals Hollies-zanger en Crosby, Stills, Nash & Young-lid Graham Nash (met wie The Fool z’n titelloze debuutalbum opnam), singer-songwriter Donovan (die bij Barry ‘de honger’, de drang om te communiceren, herkende, waarover hij zelf ook beschikte) en Iron Maiden-boegbeeld Bruce Dickinson (de metalzanger, waarvoor Josje ravissante podiumkledij ontwierp).

Tegelijkertijd proberen Jade en Scarlet enkele sleutelscènes uit de nooit uitgevoerde muziekvoorstelling Fools Paradise, een zoektocht naar identiteit die hun ouders ooit schreven na het succes van de musical Hair, alsnog tot leven te brengen met de actrice Marieke op den Akker. Postema gebruikt deze theatrale sequenties om het levensverhaal van The Fool – een personage dat volgens Jade Moon de waarheid vertelt die niemand anders durft uit te spreken – verder in te kaderen. ‘Be the fool’, is de boodschap die hij daar zelf, als zoon en als mens, uit heeft gehaald. Durf de dwaas te zijn.

Achter al die creatieve uitspattingen gaat een tragisch familieverhaal schuil, waarnaar in deze film meermaals wordt gehint en dat uiteindelijk, na enig aandringen door Postema, ook wel ter sprake komt – al wordt nooit helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Duidelijk is wel dat het verleden, zowel de fraaie buitenkant als de tragische binnenzijde ervan, hen allen heeft getekend. En die woelige geschiedenis is nu zwierig opgetekend voor alle hedendaagse en toekomstige dwazen, die nodig met The Fool in contact moesten worden gebracht.

Trailer Be The Fool

STEVE! (martin) – A Documentary In 2 Pieces 

Apple TV+

‘Steve, mag ik je één vraag stellen?’ smeekt sterreporter Dennis Pennis, een vilein typetje van de Britse acteur Paul Kaye dat in het leven is geroepen om op de rode loper Hollywood-sterren te beledigen, aan de Amerikaanse komiek Steve Martin. Na enig aarzelen stemt die in. De vraag is dodelijk: ‘Hoe komt ’t dat je niet meer grappig bent?’

De pijnlijke scène is exemplarisch geworden voor de verwording van Steve Martin in de jaren negentig tot een zouteloze entertainer en laat in de documentaire STEVE! (martin) – A Documentary In 2 Pieces (191 min.) tot halverwege het tweede deel op zich wachten. Met de filmflop Mixed Nuts (1996) is zijn carrière dan helemaal vastgelopen. Als ook zijn huwelijk strandt, lijkt een gigantische midlifecrisis niet meer af te wenden.

Dit tweeluik van regisseur Morgan Neville, die met documentaires als 20 Feet From StardomWon’t You Be My Neighbor? en They’ll Love Me When I’m Dead alle uithoeken van de entertainmentwereld al eens heeft onderzocht, is dan bijna tweeënhalf uur onderweg. Then, de opwindende eerste film, heeft zich volledig gericht op de eerste twintig jaar van Martins carrière, waarin hij probeert door te breken als stand-upcomedian.

Dit heeft nogal wat voeten in de aarde. Martins act als ‘arrogante idioot’ lijkt lang te dwars voor een groot publiek. Pas als hij door de televisie wordt ontdekt en een plek bemachtigt bij het populaire programma Saturday Night Live is er geen houden meer aan. De ‘goofy’ Martin wordt de succesvolste Amerikaanse comedian aller tijden, een man die met flauwe, bizarre en hilarische toeren het halve land de slappe lach bezorgt.

Die eerste fase van ‘s mans loopbaan wordt door Neville buitengewoon zwierig opgetekend met prachtig archiefmateriaal, dat ruimte krijgt om te ademen en tegelijkertijd zo opwindend is gemonteerd dat de gekte van Martins act opnieuw voelbaar wordt. De man zelf en mensen uit zijn directe omgeving geven daarbij, volledig buiten beeld, tekst en uitleg. ‘Ik garandeer je: ik heb geen talent’, zegt Martin bijvoorbeeld stellig. ‘Géén!’

Als hij eind jaren zeventig, na heel veel vallen en nog meer opstaan, desondanks op eenzame hoogte belandt, besluit Steve Martin het roer om te gooien. ‘De act is in essentie een concept’, constateert hij aan het einde van STEVE!’s eerste deel. ‘En toen ik dat concept eenmaal door had, viel er eigenlijk niets meer te ontwikkelen. Ik had mijn eigen doodlopende straat gecreëerd.’ Hij besluit de afslag richting Hollywood te nemen.

Docu 2, Now, slaat direct een geheel andere toon aan: in de openingsscène maakt de hoofdpersoon rustig een ontbijtje in zijn keuken. Hij laat zich vervolgens uitgebreid interviewen over zijn leven en loopbaan, observeren tijdens z’n dagelijks leven en filmen tijdens een brainstormsessie met zijn beste vriend en collega Martin Short, waarin de twee luchtig (bijna-)grappen uitwisselen. Het is een totaal andere film – en een totaal andere Steve Martin.

Doelbewust gemaakt ook met een andere editor, componist en vormgever, stelt Neville in dit interessante interview. Collega’s als Tina Fey, Eric Idle, Diane Keaton, Jerry Seinfeld en Lorne Michaels komen bovendien aan het woord in dit tweede STEVE!-deel. Net als Martin zus Melinda Dobbs en tweede echtgenote Anne Stringfield. Zij helpen mee om de achterkant in beeld te krijgen van een man, die zichzelf altijd graag buiten beeld houdt.

Die persoonlijke onderlaag helpt Now overeind. Want in eerste instantie voelt de docu als een koude douche na de enerverende eerste film. Het tweede deel zorgt wel voor verdieping. Over het liefdeloze WASP-gezin waarin Martin opgroeide bijvoorbeeld. Dat verleden blijft hem achtervolgen. Nadat hij Steve’s succesfilm The Jerk (1979) heeft gezien, zegt zijn vader bijvoorbeeld helemaal niets. Op de vraag wat ie ervan vindt, antwoordt hij: ‘Nou, tis geen Charlie Chaplin.’

Gezamenlijk vormen de twee delen, de doldwaze achtbaan en de enigszins bedaagde reflectie daarna, een compleet portret van een eigenzinnige kunstenaar, die sinds zijn midlifecrisis z’n vleugels heeft uitgeslagen richting theater, muziek, literatuur en cartoons, op z’n oude dag toch weer is gaan standuppen en zowaar nog gelukkig is geworden ook – al blijft ‘toen’ voor de buitenwacht toch echt nog wel een stukje leuker dan ‘nu’.

Photophobia

Movies That Matter

Is het een documentaire die is verrijkt met een fictieve verhaallijn? Of toch een speelfilm, gemaakt in de echte wereld?

Als Rusland in het voorjaar van 2022 Oekraïne is binnengevallen zoekt een deel van de bevolking van de stad Charkiv z’n toevlucht tot het metrostation. Daar ontstaat een soort minimaatschappij van mensen die alles achter hebben moeten laten en geen idee hebben of ze ooit nog kunnen terugkeren naar hun vorige leven. Boven hun nieuwe geïmproviseerde thuis wordt de wereld die ze kennen grondig vernietigd.

In deze ondergrondse omgeving, waartoe de Russische bommen vooralsnog niet kunnen doordringen, laat het Slowaakse filmmakersduo Ivan Ostrochovsky en Pavol Pekarcik de twaalfjarige Niki (Nikita Tyshchenko) het dartele elfjarige meisje Vika (Viktoriia Mats) ontmoeten. Samen ontdekken de twee kinderen in Photophobia (71 min.) de magie van de metrotunnels, een wereld die veelal verstoken blijft van daglicht.

Daglicht, zo wordt metrokinderen ook te verstaan gegeven, staat gelijk aan gevaar. Daarbij moeten ze dus uit de buurt blijven. Terwijl Niki en Vika door het binnenste van het station zwerven, verlaten treinstellen ontdekken en zich laven aan de liederen van een bejaarde troubadour, verzamelen ze de moed om tóch de zon weer op te zoeken. Het is een treffende metafoor voor de hoop, die ook in bange dagen, doet leven.

Ostrochovsky en Pekarcik verbleven voor deze film enkele maanden in de ondergrondse metrostad, waar in het voorjaar van 2022 zo’n 1500 inwoners van Charkiv onderdak hadden gevonden. Daar ontmoetten ze, volgens dit interview, ook Nikita en z’n familie. Omdat vanwege de oorlog onduidelijk was hoeveel tijd ze hadden om te filmen, schreven ze een script rond hem en een meisje aldaar, Viktoriia.

Met super 8-filmpjes, gemaakt in de omgeving van de Poolse stad Krakau, verbeelden de filmmakers bovendien hoe hun protagonist zich het leven buiten het metrostation voorstelt. Zo proberen ze de oorlog, die al talloze malen in beeld is gebracht, met kinderogen te bekijken. Het is wel een geconstrueerd perspectief, bedacht door volwassen filmmakers, dat hoop biedt en ontroert, maar de werkelijkheid soms ook verfraait.

Zo brengt Photophobia een grotere waarheid over het voetlicht, maar staat de film ook op gespannen voet met een onuitgesproken regel van de documentaire: dat wat er zich voltrekt voor de camera écht is en niet geacteerd. Dit past overigens binnen een trend waarbij makers steeds meer hybride vormen opzoeken rondom het genre. En daarbij lijken ze een voor docufreaks enigszins onnatuurlijk uitgangspunt te hebben:

Fiction is stranger than truth.

Quiet On Set: The Dark Side Of Kids TV

HBO Max / Discovery+

Eigenlijk mag het geen verbazing wekken: in elke kinderrijke omgeving melden zich vroeger of later ook lieden met minder nobele motieven. Zo bezien is het niet meer dan logisch dat de kinderzender Nickelodeon rond de eeuwwisseling enkele mannen met een ongezonde voorliefde voor minderjarige jongens en meisjes in dienst blijkt te hebben. Zij krijgen alleen wel erg veel ruimte in een werkomgeving waar grensoverschrijdend gedrag de norm lijkt.

In de vierdelige serie Quiet On Set: The Dark Side Of Kids TV (177 min.) leggen Mary Robertson en Emma Schwartz de verantwoordelijkheid daarvoor bij de showrunner Dan Schneider, die van bijrolletjes als de ‘fat kid’ gaandeweg uitgroeit tot een man die anderen kan maken en breken – en die ook duidelijk geniet van die macht. Daarna zoomen ze in op enkele concrete gevallen van seksueel misbruik. Zo verhaalt MJ, de moeder van de elfjarige Brandi, bijvoorbeeld over de ervaringen van hun dochter met een pedoseksueel teamlid.

Ook de alom geliefde dialoogcoach, die als ‘Pickle Boy’ tevens een terugkerend personage voor zijn rekening neemt, raakt ernstig in opspraak. De man heeft thuis een zelfportret van seriemoordenaar John Wayne Gacy, met wie hij er ook een levendige correspondentie op nahoudt, aan de muur hangen. Hij ontwikkelt al snel een ziekelijke fascinatie voor Drake Bell, één van de hoofdrolspelers van de jeugdsitcom Drake & Josh, die hierover voor het eerst publiekelijk vertelt. Het is een indringend relaas, dat nog altijd doorwerkt in Drakes huidige leven.

Deze miniserie richt zich tenslotte op hoe (on)gezond het überhaupt is om als kind mee te draaien in de keiharde televisiewereld en dan overgeleverd te zijn aan de grillen van volwassenen die hun eigen ideeën hebben over wat kies is en wat niet. Ogenschijnlijk onschuldige scènes met voormalige kindersterren zoals Amanda Bynes, Jamie Lynn Spears en Ariana Grande krijgen, met volwassen ogen bekeken, ineens een erg ongepast karakter. En er zijn natuurlijk ook legio voorbeelden van beroemde kids die op latere leeftijd serieus in de problemen zijn gekomen.

Quiet On Set zet alle Nickelodeon-verhalen netjes op een rijtje. Dat levert weliswaar geen wezenlijk nieuwe inzichten op, maar vormt een aardige aanvulling op waar documentaires zoals An Open Secret en Showbiz Kids enkele jaren geleden al de schijnwerpers op zetten: Hollywood als zo ongeveer de ongezondste plek op aarde om op te groeien.

Simple Minds: Everything Is Possible

Simple Minds

Alle verplichte elementen voor een popdocu zitten erin. Dat begint in Simple Minds: Everything Is Possible (87 min.) al direct met het decor: een grauwe arbeiderswijk in Glasgow, de ideale voedingsbodem voor jongens die méér willen van het leven. En daarmee zijn we meteen aanbeland bij de hoofdpersonen voor zo’n film: Jim Kerr en zijn maatje Charlie Burchill. Volgens de overlevering startte hun ‘bromance’ al in de zandbak bij de Toryglen-flat. ‘Voor sommige mensen houdt de wereld aan het einde van de straat op’, stelt Kerr. ‘Voor Charlie en mij als tieners begon de wereld daar pas.’

En dan begint ook die band, al gauw Simple Minds genaamd. In de jaren dat punk opkomt. Als iedereen denkt dat ie kan spelen en ook vindt dat ie dat moet gaan doen. ‘De barbaren rammelden aan de poort’, aldus Kerr, die wordt gebombardeerd tot zanger. Zijn maatje Charlie heeft zich dan al gemanifesteerd als een verdienstelijke gitarist. Ze gaan samen liedjes schrijven. De twee treden voor het eerst met hun bandje op in januari 1978. Aan zelfvertrouwen over hun ‘artrock’ bepaald geen gebrek. ‘We zijn te goed om genegeerd te worden’, beweren ze tegen de plaatselijke krant.

Na het beluisteren van Joy Division’s signatuuralbum Unknown Pleasures willen ze hun eigen, tamelijk gladde new wave-debuutalbum desondanks bijna in de vuilnisbak gooien. Veel te gepolijst! Een half jaar later al volgt elpee twee. Die hoeft van de band niet ‘commercieel’ te zijn of hits te bevatten. Dat lukt zonder al te veel problemen – tot grote frustratie van hun platenlabel. Zo moeten de Simple Minds – verplicht in dit soort docu’s – eerst de nodige zijpaden bewandelen om dan toch de weg naar de top te vinden. Dat ze die vinden staat overigens vast. Anders zou deze film er nooit zijn gekomen.

Hun lange weg naar de voetbalstadions, waar Kerr, Burchill en de hunnen (die ook hier slechts een bijrol krijgen toebedeeld) moeiteloos mensenmassa’s naar hun hand zetten, wordt in deze docu van Joss Crowley begeleid door oud-manager Bruce Findlay, lieden uit de bandomgeving en de sterproducers die eraan te pas kwamen (John Leckie, Jimmy Iovine en Trevor Horn). En natuurlijk zijn ook vakbroeders zoals Bobby Gillespie (Primal Scream), Bob Geldof (The Boomtown Rats) en Dave Gahan (Depeche Mode) bereid om de status van hun muzikale vrinden – en zichzelf – nog eens te bevestigen.

Na de gloriejaren, waarin de zanger nog een celebrity-huwelijk met Pretenders-boegbeeld Chrissie Hynde ziet floreren en stranden, volgt de onvermijdelijke teruggang – ook verplicht in dit soort bandjesportretten. Kerr en Burchill moeten zich ermee verzoenen dat ze zijn ingehaald door een nieuwe generatie acts, die te goed is om genegeerd te worden. Als rechtgeaarde stadionband zijn ze weer veroordeeld zijn tot gewone zalen. Dan komt onvermijdelijk ook de vraag op tafel: hebben de Simple Minds nog toekomst? Ja dus. Ze spelen nog altijd, in een steeds vernieuwende bezetting. 

‘We zeggen niet: we zijn terug, maar: dit hebben we met ons leven gedaan’, heeft Jim Kerr dan nog een oneliner paraat. ‘En als er zoveel op het spel staat, moet je wel elke avond alles geven.’ Zijn boezemvriend Charlie vult aan: ‘We waren tot het inzicht gekomen dat we net als oude blueszangers tot onze laatste snik door zouden gaan. Dat was ons statement.’ En dus maken ze zich op, het laatste elementaire element van dit type (leuke) popdocu, voor de grootste tournee in jaaaren.

The Truth Vs. Alex Jones

HBO Max

Er moet toch een speciaal plekje in de hel zijn gereserveerd voor iemand die een gruwelijke ‘school shooting’ misbruikt voor eigen gewin. Nadat een twintigjarige man op vrijdag 14 december 2012 twintig zes- of zevenjarige kinderen en zes van hun begeleiders dood heeft geschoten op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, noemt Alex Jones het nauwelijks te bevatten drama binnen twee uur een ‘false flag’-operatie. De schietpartij zou, volgens een volledig uit de lucht gegrepen complottheorie, een voorwendsel zijn om de wapens van gewone Amerikanen af te kunnen pakken.

Als Robbie Parker, de vader van één van de slachtoffertjes, een dag later een persconferentie geeft om iets over zijn dochter Emilie te vertellen, ziet Jones zijn kans schoon in z’n programma Infowars: hij beschuldigt de rouwende vader ervan dat hij in werkelijkheid een acteur is. De hele schietpartij is volgens hem in scène gezet. Vanaf dat moment zijn Emilie’s vader en moeder en de andere Sandy Hook-ouders vogelvrij verklaard. Terwijl internettrollen hen blijven bestoken met laster en bedreigingen, maken ‘verslaggevers’ van Jones ondertussen het plaatsje Newtown zelf onveilig.

Negeren, ontkennen of bestrijden, niets lijkt te helpen. De verhalen over de ‘hoax’ Sandy Hook blijken niet onschadelijk te maken, ook omdat Jones zelf ze maar blijft aanjagen. Andere complotdenkers die in The Truth Vs. Alex Jones (118 min.) aan het woord komen, blijven ook jaren na dato nog altijd volharden in hun eigen waarheden, ten koste van de nabestaanden. Het is niet moeilijk om parallellen te zien met de Nederlandse complotten rond de moord op Marianne Vaatstra, het vermeende netwerk van pedoseksuele satanisten in Bodegraven en de Deventer Moordzaak.

De gevolgen van Jones’ leugens zijn soms nauwelijks te bevatten. Iemand schrijft bijvoorbeeld een brief aan de ouders van Daniel Barden dat hij zojuist over zijn graf heeft staan plassen. Een ander waarschuwt hen dat hij Daniels graf gaat openen, om te bewijzen dat er helemaal geen lijk in ligt. Met zulke voorbeelden laat filmmaker Dan Reed (Leaving Neverland) zien dat de leugenachtige wereld en het achterliggende verdienmodel van Alex Jones echt geen ondergrens kent. Daarna sluit hij aan bij de rechtszaak die enkele Sandy Hook-ouders tegen de lekker binnenlopende ‘bullshitter’ aanspannen.

Wat het doel daarvan is? vraagt Reed aan één van de betrokken ouders. ‘De totale destructie van Alex Jones’, antwoordt Nicole Hockley, de moeder van de zesjarige Dylan. Vooralsnog probeert de verdachte de rechtszaal echter nog te gebruiken voor zijn eigen theaterstukjes, compleet met infomercials. Tussendoor blijft hij ook in zijn eigen show leugens, laster en samenzweringstheorieën verspreiden. Als hij daar onder ede over wordt bevraagd, levert dat ongenadig vuurwerk op – en de constatering dat Jones ook dan, meineed of niet, rustig een loopje met de waarheid blijft nemen.

Tegenover hem staan ouders die door de hel zijn gegaan en daar jarenlang steeds opnieuw naar moeten terugkeren als Jones weer kwaadaardige onzin over hen of hun vermoorde kinderen de wereld in heeft geslingerd. In de rechtbank botst hun menselijkheid en waardigheid op het cynisme van een man die letterlijk over lijken gaat en ’t dan ook nog bestaat om af en toe een pathetisch kuchje te laten horen – in een opzichtige poging om zelf medelijden op te wekken. Dat kan en mag niemand koud laten. Jones belichaamt de schaduwzijde van het recht op vrijheid van meningsuiting.

The Truth Vs. Alex Jones is daarmee een essentiële film van en over deze tijd. Over hoe kwetsbaar de waarheid is – bijna een kwart van de Amerikanen denkt nog altijd dat Sandy Hook een hoax is. Over het aanwakkeren van angst, woede en complotten als verdienmodel. En over de hardste schreeuwers daarachter, voor wie er écht geen ‘bad publicity’ bestaat – alleen maar aandacht en de daarmee verbonden inkomsten. Voor hen is er waarschijnlijk inderdaad dat ene speciale plekje gereserveerd – al blijft Alex Jones vooralsnog gewoon zijn eigen, bijzonder lucratieve, informatieoorlogen uitvechten.

Alex’s War (2022) is een portret van Alex Jones, waarin Amerika’s meest beruchte complotdenker wordt gevolgd in de aanloop naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en intussen zijn levensverhaal wordt verteld. Filmmaker Alex Lee Moyer laat de beelden daarbij voor zich spreken en plaatst geen kritische kanttekeningen.

The Waste Land

Bantam Film

Ruim honderd jaar geleden schreef T.S. Eliot een gedicht dat wordt beschouwd als één van de belangrijkste literaire werken van de twintigste eeuw. In ruim vierhonderd verzen probeert de Amerikaans-Britse schrijver en filosoof – in de woorden van een leek, die bij voorbaat al tekortschieten – de uitzichtloosheid van het bestaan, de dood van een wereldbeeld en zijn eigen verwarring en wanhoop daarover uit te drukken. Met de verfilming van The Waste Land (105 min.) onderzoekt Chris Teerink welke betekenis het ondoorgrondelijke werk van Thomas Stearns Eliot (1888-1965) nog heeft in de 21e eeuw.

Terwijl hij schrijvers, sociologen, activisten, economen en filosofen, waaronder Qiu Xiaolong, Vandana Shiva en Ilja Leonard Pfeiffer, confronteert met het epische gedicht, dat even vaak houvast biedt als opperste verwarring schept, toont Teerink alle uithoeken van de wereld. Van typische grote stadstaferelen tot uitgestrekte woestijnvlaktes en zo’n beetje alle aardse verschijningsvormen daartussen. Hij maakt daarbij nauwelijks gebruik van bewegend beeld, maar verlaat zich op foto’s en stills. Die worden gestut met een weelderig geluidsdecor en zijn door Blaudzun van muziek voorzien. 

Intussen is iedereen in deze zoekende film op zichzelf aangewezen. ‘Zelfs het bestaan van The Waste Land als gedicht is voor mij al een uitgang uit de gevangenis van het dagelijks bestaan’, zegt de één met gevoel voor drama. ‘Je zit in een film’, stelt een ander, niet zonder humor, ‘vergeleken waarmee David Lynch maar een amateur lijkt.’ Waarop weer een andere spreker toegeeft dat hij zich er bijna voor geneert dat The Waste Land hem eigenlijk helemaal niet aanspreekt. Het geniale van T.S. Eliots gedicht, meent schrijver Carolyn Steel echter, is ‘dat het je iets zegt, zelfs als je het niet snapt.’

Dat lijkt meteen een passend uitgangspunt voor deze associatieve fotodocu, die Eliots poëzie verbindt met uiteenlopende actuele onderwerpen in ‘het barre land’, zoals pak ‘m beet de klimaatproblematiek, het basisinkomen (‘de politiek van het paradijs’, aldus econoom Guy Standing) en de oorlog in Oekraïne. The Waste Land is dus geen poging om Eliots pièce de résistance te doorgronden of verklaren, maar een serieuze krachtsinspanning om het werk in al zijn complexiteit in de hedendaagse wereld te plaatsen en te verrijken. Waarmee Eliots woordenvloed dan z’n eigen dynamiek aangaat.

Pianoforte

HBO Max

Het blijft een onweerstaanbaar concept: de wedstrijddocu. Een aantal jonge talenten strijdt om de overwinning op een toernooi waar menigeen nog nooit van heeft gehoord, maar dat een ongelooflijk belang blijkt te hebben (in dit geval: de achttiende editie van Het Internationaal Frédéric Chopin Concours in de Poolse hoofdstad Warschau). De filmmaker van dienst (Jakub Piatek) zoomt daarbij in op een beperkt aantal deelnemers (een vijftal getalenteerde pianisten) en volgt via hen het verloop van de wedstrijd (‘de Olympische Spelen van de piano’). Tussendoor laat hij hen in hun dagelijks leven zien, te midden van hun families (waar, vreemd genoeg, nooit iemand een gloeiende hekel aan de piano heeft).

De deelnemers vallen doorgaans onder te verdelen in een aantal vaste categorieën: het meedoen-is-belangrijker-dan-winnen type,  de vroege uitvaller, het buitenbeentje, de gedoodverfde winnaar en daar de uitdager weer van. Met in hun directe omgeving dan liefst ook nog een strenge leraar, fanatieke ouder en ondoorgrondelijk jurylid. De documentaire mondt als vanzelfsprekend uit in een emotionele apotheose (de bekendmaking van de winnaar van de pianowedstrijd, die sinds 1927 elke vijf jaar wordt georganiseerd). Gouden regel daarbij: de winnaar is één van de geportretteerden. Omdat regels er nu eenmaal zijn om gebroken te worden, is het meteen de vraag of dit ook opgaat voor Pianoforte (89 min.).

‘Ik wil de beste zijn’, zegt de Italiaanse deelneemster Michelle Canotti. ’Ik weet dat mensen normaal zeggen: ik wil mijn gevoelens uitdrukken in muziek. Nee. Ik wil een carrière en stabiliteit in de toekomst. En de Chopin-wedstrijd is een van de weinige wedstrijden die daarvoor kan zorgen.’ Piatek volgt haar en enkele concurrenten op hun weg naar eeuwige roem, waaraan in totaal 87 pianotalenten zijn begonnen. Drie rondes verder zijn er nog twaalf kanshebbers voor de overwinning over voor de finale. En tussendoor zijn er natuurlijk talloze momenten geweest waarop gezonde spanning is omgeslagen in pure stress. De eenzaamheid voor een proeve van bekwaamheid – en soms ook erna. En liefst de pure vervoering, het totale opgaan in muziek, ertussenin.

En tot besluit: het eindeloze wachten op de jury en dan het vieren, aanvaarden of (weg)slikken van hun oordeel. Jakub Piatek zit ‘zijn’ titelpretendenten dicht op de huid en vangt, met behulp van zendermicrofoontjes, ook hoe zij soms alle opgeprikte beleefdheid even laten varen en uitspreken hoe ze de wedstrijd en uitslag werkelijk beleven. Het resultaat is een film die past in de traditie van klassieke wedstrijddocu’s zoals Spellbound, Living Dolls: The Making Of A Child Beauty Queen en Wordplay, waarbij het in wezen niet uitmaakt waarop de deelnemers zich precies richten, zolang dat voor hen maar alle belang van de wereld heeft en ter plekke tot een triomf of deceptie kan leiden.

Tell Them You Love Me

SkyShowtime

Derrick Johnson is zijn hele leven ingeschat als ernstig verstandelijk beperkt. De Afro-Amerikaanse twintiger heeft cerebrale parese, is niet in staat om zelfstandig te lopen en kan ook nauwelijks praten. Communiceren met anderen is dus verduiveld lastig. Tenminste, totdat er een nieuwe methode wordt ontwikkeld, waarmee de gedachten- en gevoelswereld van mensen met een ernstige beperking, die niet in staat zijn om zich verbaal uit te drukken, tóch kan worden geopend. 

Als Derrick in maart 2009 in contact komt met Anna Stubblefield, hoofd Filosofie van Rutgers University in New Jersey, laat zij hem kennismaken met ‘Gefaciliteerde Communicatie’. Met een toetsenbord en gerichte ondersteuning van een begeleider kunnen mensen zoals hij van zich laten horen. Anna neemt Derrick letterlijk bij de hand en typt samen met hem zijn gedachten in. In dat onwillige lichaam blijkt een intelligente, bedachtzame en eloquente man schuil te gaan, die enthousiast is over ‘the hopeful joy of communication’.

Derrick begint zich, met de onmisbare hulp van Anna, publiekelijk te manifesteren, besluit om te gaan studeren en heeft ook plannen om, onder begeleiding, op zichzelf gaan wonen. Dat is vooralsnog alleen een brug te ver voor zijn alleenstaande moeder Daisy en oudere broer John, die ooit studeerde op Rutgers en zijn toenmalige docent Anna met Derrick in contact heeft gebracht. En zij zijn er dan nog niet eens van op de hoogte dat de relatie tussen Derrick en Anna van karakter is veranderd. De twee zijn verliefd geworden.

Het is een situatie die wel uit de hand móet lopen. Bij de start van Tell Them You Love Me (103 min.) wordt meteen duidelijk dat Anna Stubblefield net uit de gevangenis komt. ‘Ik vind het niet erg als mensen dat weten, want ik was niet schuldig’, zegt ze dan. ‘Ik heb geen misdaad begaan.’ Anna is veroordeeld vanwege seksueel misbruik. Zelf houdt ze echter staande dat ze gewoon verliefd was en dat ‘DMan’ bovendien zelf het initiatief nam om met haar de lichamelijke liefde te verkennen. Hij gaf dat aan via, juist, Gefaciliteerde Communicatie.

Maar wiens gedachten worden nu eigenlijk uitgedrukt via deze omstreden communicatiemethode? vraagt regisseur Nick August-Perna zich in deze film af. Die van de bron of toch die van z’n boodschapper? Heeft Anna niet gewoon rücksichtslos haar seksuele perversie gebotvierd op een weerloos slachtoffer? Of zag zij juist iets in Derrick wat zijn omgeving altijd over het hoofd had gezien? En kan die zich daardoor niet voorstellen dat een lichamelijk gezonde vrouw zoals Anna verliefd wordt op een man met een ernstige beperking? 

De verschillende visies op wat er is gebeurd en hoe dat moet worden geduid botsen keihard op elkaar in deze intrigerende film, die aan de hand van een zeer prikkelende casus het terrein van intimiteit, seksualiteit en gevoelsleven bij/met mensen met een beperking verkent en ongemakkelijke vragen oproept, zonder meteen de pasklare antwoorden erbij te leveren.

Fatboy Slim – Right Here, Right Now

Sky

Ruim een half uur lijkt deze Fatboy Slim-documentaire vooral een routineus overzicht te worden van de carrière van de Britse deejay, die eerst jarenlang onder zijn eigen naam Norman Cook probeerde door te breken met de bandjes The Housemartins en Freak Power en die zichzelf daarna heruitvindt achter de draaitafel. Met het mixen van de hooks van popmuziek, het anarchisme van punk, de breakbeats van hiphop en de acid-energie van housemuziek ontwikkelt hij zijn eigen stiel: big beat. Daarmee groeit Cook rond de eeuwwisseling uit tot één van de allereerste superster-deejays.

En dan besluit de ‘funksoul brother’ om op 13 juli 2002 een gratis strandconcert te geven in zijn eigen thuisbasis, de Engelse kustplaats Brighton. Er komen hooguit 60.000 mensen, denken Fatboy Slim en zijn management. Het worden er meer dan vier keer zoveel. En die willen feesten, feesten, feesten en zijn natuurlijk ook niet vies van drank en drugs. Deze dag kan een absolute triomf worden voor de populaire deejay – of een gigantische ramp. Ofwel: Fatboy Slim – Right Here Right Now (89 min.), een film die uitgroeit tot een interessant ooggetuigenverslag van een zéér gedenkwaardige party.

Met de wijsheid van nu kijken de hoofdpersoon, zijn medewerkers, plaatselijke gezagsdragers en allerlei feestgangers, waaronder de bekende acteurs John Simm, Simon Pegg en Nick Frost, redelijk ontspannen terug op een activiteit die alle kenmerken vertoont van een logistieke nachtmerrie, die ook had kunnen uitgroeien tot een Hillsborough of Pearl Jam-concert op Roskilde. Regisseur Jak Hutchcraft maakt glashelder dat een ramp slechts ternauwernood kon worden afgewend, waarbij het ecstacygebruik van de daardoor behoorlijk relaxte menigte misschien wel cruciaal is geweest.

De deejay-set The Big Beach Boutique II veroorzaakt in elk geval enorme verkeersproblemen in Brighton, bezorgt een vrouw een fatale hartaanval én laat een enorme berg rotzooi achter. Een combinatie van pis en gebroken glas, aldus Fatboy Slim. Dat is wel het laatste wat je wilt op een dagje aan het strand. ‘Ik dacht dat er delen van de stad zouden zijn die me haatten’, kijkt hij terug op het evenement, dat zijn populariteit naar een nieuw niveau zou tillen. ‘Maar iedereen schijnt sindsdien van me te houden. En wie ik ook tegenkom, ze vragen steeds: wanneer geef je weer zo’n strandfeest?’

Sindsdien is er in Groot-Brittannië nooit meer zo’n groot gratis concert georganiseerd, waarbij eigenlijk niemand weet hoeveel mensen er komen en ook over de veiligheid van die bezoekers nauwelijks is nagedacht.

Stormy

Peacock

‘It was awful but I didn’t say no’, zegt Stormy Daniels nu over de gebeurtenis, waarmee ze ook buiten de porno-industrie wereldberoemd is geworden. In 2006 ontmoet de 27-jarige Stormy (110 min.) bij een golftoernooi in Lake Tahoe de ruim dertig jaar oudere ondernemer en realityster Donald Trump. In zijn hotelkamer wil hij, vertelt ze in deze documentaire van Sarah Gibson, plotseling seks met haar. En zij laat het gebeuren.

In die tijd is Trump al getrouwd met zijn huidige, derde echtgenote Melania. Als hij zich negen jaar later kandidaat stelt voor het Amerikaanse presidentschap vormt het verhaal van zijn affaire met Stormy – echte naam: Stephanie Clifford – dus een bedreiging voor zijn politieke ambities. Daarom laat de Republikeinse presidentskandidaat zijn rechterhand Michael Cohen haar, nét voor de verkiezingen van 2016, 130.000 dollar betalen. Hij koopt daarmee, denkt ie, haar stilzwijgen.

In januari 2018, wanneer Donald Trump alweer een jaar president van de Verenigde Staten is, lekt de dubieuze deal echter uit. Stormy wordt subiet het mikpunt van Trumps omvangrijke trollenleger. Dat ze haar uitmaken voor hoer of slet kan ze best hebben, zegt Clifford daarover opvallend nuchter. Ze moeten het alleen niet wagen om haar een leugenaar te noemen. Als Michael Cohen de zaak dan ook nog lijkt te gaan behandelen in een boek, is de maat vol.

Daniels huurt een advocaat in, de publiciteitsgeile Michael Avenatti, die haar moet bevrijden van de geheimhoudingsverklaring die ze heeft getekend. Als ze op 25 maart 2018 besluit om haar verhaal te doen in het televisieprogramma 60 Minutes, sluit ook journalist Denver Nicks aan. Hij begint achter de schermen opnames te maken bij de zaak die dan allang verder reikt dan dat ene slippertje: heeft Trump misschien campagnefinancieringswetten overtreden?.

Nicks kan van binnenuit de emotionele achtbaan vastleggen waarin zijn hoofdpersoon in de navolgende periode terechtkomt. Daar zit de meerwaarde van deze film, die de achterkant van een in de pers breed uitgemeten politieke affaire kan laten zien: hoe Stephanie Clifford, haar echtgenoot Glen en hun dochtertje zich staande proberen te houden terwijl Stormy Daniels en plein public de strijd aanbindt met de president en zijn handlangers.

Trumps advocatenteam stelt in de navolgende jaren alles in het werk stelt om haar kapot te procederen. Clifford dreigt alles te verliezen wat ze heeft: haar huwelijk, haar inkomen én haar bewegingsvrijheid. Want de lieden die haar in 2018 nog vanaf een anoniem account uitscholden, uiten tegenwoordig rustig op eigen titel onverholen dreigementen. Aan het eind van deze boeiende film oogt ze dan ook verbitterd, moegestreden en bang.

Het beschadigde meisje uit een white trash-milieu, de ongenaakbare stripper en pornoster, de vrouw die zich dapper teweer stelt tegen de ‘grab ‘em by the pussy’-president, de onderneemster die tijdens dat proces ook gewoon de tering naar de nering zet met de striptour Make America Horny Again en het boek Full Disclosure en de moeder die koste wat het kost haar kind wil beschermen maakt tegenwoordig een ronduit geslagen indruk.

Terwijl haar Nemesis middenin zijn derde presidentscampagne zit en druk doende is om al z’n juridische problemen voor zich uit te schuiven, vreest zij bankroet en de gevangenis. De behoefte om haar kant van het verhaal over het voetlicht te brengen, zodat de wereld weet wat er zich tijdens en vooral na dat schmutzige bezoek aan Trumps hotelkamer heeft afgespeeld, lijkt stilaan te zijn gedoofd. Sommige gevechten mag/kun je nu eenmaal niet winnen.

De zwijggeldaffaire komt waarschijnlijk in het voorjaar van 2024 alsnog voor de rechter. Stormy Daniels lijkt dan te mogen getuigen.

Bobby Sands: 66 Days

Fine Point Films & Cyprus Avenue Films

Op 1 maart 1981, dag 1 van de hongerstaking, weegt hij 64 kilo. Zijn lichamelijke toestand wordt in de officiële rapportage omschreven als ‘satisfactory’. 65 Dagen later, op 5 mei 1981, sterft Bobby Sands, een toonaangevende figuur in het illegale Irish Republican Army (IRA) die behandeld wil worden als een politieke gevangene, in de Maze-gevangenis in Long Kesh. Hij heeft al enkele dagen zijn zicht verloren en is buiten bewustzijn geraakt.

Beelden zijn er nauwelijks van ‘s mans eenzame strijd tegen het leven, om de Republikeinse zaak, bevrijding van Noord-Ierland uit het Verenigd Koninkrijk, te dienen. De Britse autoriteiten hoopten zo wellicht – tevergeefs, natuurlijk – Sands’ status als IRA-martelaar in te dammen. Voor Bobby Sands: 66 Days (110 min.) heeft regisseur Brendan J. Byrne dus de cel laten nabouwen van zijn protagonist, die ondanks zijn gevangenschap enkele weken eerder is gekozen als parlementslid. Deze cel fungeert als decor voor de steeds terugkerende rapportages over zijn lichamelijke gesteldheid. En die worden weer vergezeld door persoonlijke geschriften van Sands, ingelezen door Martin McCann.

Dag 15 bijvoorbeeld, als de film bijna een half uur onderweg is. 15 maart 1981: Bobby Sands weegt dan 57,5 kilo, zijn fysieke toestand is desondanks nog steeds ‘satisfactory’. ‘Zo nu en dan voel ik de natuurlijke behoefte om te eten, maar het verlangen naar het einde van de opgave voor mijn kameraden en de bevrijding van mijn volk is zoveel groter’, schrijft de 27-jarige activist uit Rathcoole dan, te midden van verhalen over zijn eenzame strijd van voormalige celmaten en bewaarders in het zogenaamde H-Block van Long Kesh. ‘Ze zullen ons niet criminaliseren, beroven van onze werkelijke identiteit of depolitiseren. Nooit mogen ze onze vrijheidsstrijd delegitimeren!’

Deze film uit 2016, ingekleurd met animaties en een sferische soundtrack, wil echter meer zijn dan een aangrijpend portret van het gezicht van ‘The Troubles’ en plaatst Sands en de bloedige periode waarvan hij een symbool is geworden in hun historische en maatschappelijke context. Byrne neemt daarnaast de tijd om in te zoomen op thema’s als geweldloos verzet, de impact van martelaren en het belang van iconische beelden daarbij. Zo ontstaat een krachtige, gelaagde vertelling over hoe zelfopoffering een machtig wapen kan worden in een gevecht dat anders nauwelijks is te winnen. Er is alleen een man met een ijzeren wil nodig die bereid is om alles te offeren voor zijn ideaal.

‘Sands was een speler in een tragisch drama’, stelt de Ierse historicus Jack Foster. ‘Net als Hamlet probeerde hij de schrijver van zijn eigen verhaal te zijn, maar in werkelijkheid voerden Bobby Sands en de hongerstakers een script uit dat allang was geschreven.’ In 1981 zouden er overigens nóg negen IRA-strijders sterven in Long Kesh. Zij hebben echter nooit de mythische status gekregen van de allereerste: Bobby Sands.

Let The Canary Sing

Fine Point Films

Eindelijk heeft Cyndi Lauper haar handen vrij. Nadat ze begin jaren tachtig de rechtszaak wint, die een voormalige manager tegen haar heeft aangespannen, zou de rechter kortweg hebben gezegd: Let The Canary Sing (98 min.). Na jaren van sappelen krijgt de Amerikaanse zangeres daarmee de kans om te tekenen bij een grote platenmaatschappij, Epic Records. Beoogd producer Rick Chertoff heeft zelfs al het ideale liedje voor haar gevonden, een compositie van een zanger uit Philadelphia, Robert Hazard. Een geheide hit.

Lauper gooit echter direct koud water over dat idee: ‘I will never do that fuckin’ song.’ Ze vindt ‘t een machonummer, een beetje seksistisch zelfs. Totdat ze het catchy liedje, met de juiste omlijsting, toch naar zich toetrekt. Een lijflied voor jonge, levenslustige vrouwen is geboren: Girls Just Want To Have Fun. Op de valreep schrijft de zangeres samen met zanger en songschrijver Rob Hyman (The Hooters) ook nog een eigen nummer voor dat eerste soloalbum: Time After Time. En daarmee is Cyndi Laupers kostje definitief gekocht.

Deze documentaire van Alison Ellwood is dan precies halverwege. Van tevoren heeft de eigengereide hoofdpersoon samen met zus Ellen en broer Fred haar jeugd geschetst in New York, in moeilijke omstandigheden met een alleenstaande moeder, en is ze, ondersteund door voormalige samenwerkingspartners, met zevenmijlslaarzen door haar tot dan toe behoorlijk haperende muzikale carrière gelopen. En na de release van haar debuutalbum gaat alles min of meer crescendo voor de lichtelijk hysterisch zangeres.

Alles? Niet alles, natuurlijk. Anders zou de tweede helft van deze film wel erg onbekommerd richting de aftiteling huppelen. Cyndi Lauper heeft gedurig onenigheid met haar man(ager) Dave Wolff, raakt in haar lange carrière nogal eens in en uit de mode en krijgt in haar directe omgeving te maken met de AIDS-crisis. Daardoor raakt ze steeds meer betrokken bij LHBTIQ+-rechten. Ook dan graaft dit portret echter niet al te diep. Alles wordt aangestipt, maar verder niet echt uitgewerkt. The show must go on, zoiets.

Let The Canary Sing wordt daardoor een film die met name interessant is voor mensen die sowieso al van Cyndi Lauper houden, maar is verder eigenlijk redelijk inwisselbaar met andere popdocu’s over artiesten die er eerst flink aan moeten trekken voordat ze hun loopbaan op de rit hebben en daarna alle zeilen moeten bijzetten om het succes vast te houden.

O Ninho: Futebol E Tragédia

Netflix

Zowel de ouders als hun kinderen zijn de koning te rijk. De jongens zijn geselecteerd door de jeugdopleiding van de Braziliaanse voetbalclub Flamengo. Een carrière als topspeler, waarvan de hele familie zou kunnen meeprofiteren, is weer een stapje dichterbij gekomen. Vooralsnog bivakkeren de talenten echter op Het Gierennest, het trainingscomplex van de volksclub uit Rio de Janeiro, waar ze worden ondergebracht in een slaapcontainer. En die blijkt niet brandveilig.

Op 8 februari 2019 ontstaat er, na enige dagen hevige regenval, kortsluiting in een airco in de container, waar de veelbelovende tieners (14-17 jaar) slapen in hun stapelbedden. ‘Toekomst onderbroken – tien eeuwige kampioenen sterven op trainingscomplex’, kopt een Braziliaanse krant naderhand. ‘Het grootste verdriet ter wereld’, staat elders te lezen. Marcos Marinho, de zaakwaarnemer van één van de gestorven jeugdspelers, Victor Isaias, kan er nog altijd niet over uit. Hij voelt zich schuldig. ‘Ik had de jongen uit z’n huis gehaald om een droom te verwezenlijken’, vertelt hij geëmotioneerd. ‘En bracht hem terug in een kist.’

In de driedelige serie O Ninho: Futebol E Tragédia (114 min.) reconstrueert Pedro Asbeg de ramp met twee voetballers die de brand overleefden, de ouders van enkele gestorven jeugdspelers, een beveiliger van de club, advocaten die bij de zaak betrokken raakten en journalisten die zich daarin vastbeten. Want de brand staat niet op zichzelf. Uit interne mails blijkt dat de club – hier vertegenwoordigd door oud-speler Zico en voormalig trainer Vanderlei Luxemburgo, die met de kwestie zelf niets van doen hebben – er allang op is gewezen dat de container gevaarlijk zou kunnen zijn. Met die kennis is echter nooit iets gedaan.

Al snel staan de nabestaanden van de spelers en hun belangenbehartigers recht tegenover de club Flamengo die opnieuw weigert om z’n verantwoordelijkheid te nemen – op een manier die enigszins doet denken aan De Zaak Nouri bij Ajax. Gedeeld verdriet maakt plaats voor nét iets te zakelijke onderhandelingen. Deze gedegen miniserie, waarvoor de fatale brand nog eens is gereconstrueerd, brengt haarfijn in beeld hoe het rouwproces van ouders, die afscheid hebben moeten nemen van zowel hun kind als hun gezamenlijke droom, daardoor volledig wordt ontregeld. Hun verdriet laat zich niet zomaar afkopen, maar is wel relatief gemakkelijk te verergeren.

Saving Africa’s Witch Children

Channel 4

‘Die twee daar hebben hun oma vermoord’, zegt de Nigeriaanse profeet Cecilia Udoeyo terwijl ze twee jongens aanwijst. ‘Dat hebben ze ook al bekend.’ De jongens doen er het zwijgen toe. De vijfjarige Mary, waarvan de moeder is overleden en vader al een jaar in het buitenland verblijft, wordt intussen door haar directe omgeving beschouwd als de belichaming van Satan. In de levensgrote ogen van het kleine meisje vechten angst en verdriet om voorrang.

Mary en de jongens behoren tot de naar schatting 15.000 behekste kinderen in de Akwa Ibom-regio in de Nigerdelta. Als de gemeenschap is getroffen door onheil of wordt geconfronteerd met een onverwacht sterfgeval, krijgen kinderen zoals zij daarvan – ogenschijnlijk volstrekt willekeurig – de schuld. Daarna worden ze verlaten, gruwelijk gemarteld en/of vermoord, door lieden die een geheel eigen en zeer brute mengvorm van het christendom, voodoo en bijgeloof aanhangen.

De zelfverklaarde bisschop Sunday Ulup-Aya doet bijvoorbeeld aan duiveluitdrijving en verdient daar goud geld mee. In de horrordocu Saving Africa’s Witch Children (48 min.), waarmee Joost van der Valk en Mags Gavan in 2008 een Emmy Award wonnen, demonstreert de man een ritueel waarmee hij een doodsbang jongetje zogenaamd zuivert van kwalijke invloeden. Volgens eigen zeggen heeft de geestelijke, die eerder overkomt als een kwaadaardige tovenaar, ook al 110 kinderen gedood.

De opleving van heksenjacht wordt toegeschreven aan de invloedrijke evangeliste Helen Ukpabio van de Liberty Gospel Church. Zij maakte een film, genaamd End Of The Wicked, waarin kinderen worden verleid door de Duivel, mensenvlees eten en daarna dood en verderf zaaien in hun families. In een stiekem opgenomen interview werpt ze tegenover de filmmakers echter elke verantwoordelijkheid ver van zich. J.K. Rowling hoeft zich toch ook niet te verontschuldigen voor Harry Potter?

De Britse hulpverlener Gary Foxcroft voert met zijn organisatie Stepping Stones Nigeria al jaren actie tegen dit soort barbaarse praktijken. Hij weet Sam Itauma, een Nigeriaanse man die een opvangplek biedt aan zo’n 150 verstoten kinderen, aan zijn zijde. Samen proberen zij aandacht te vragen voor het redeloze geweld tegen volstrekt weerloze kinderen. Die worden met zuur overgoten, bewerkt met machetes of zomaar in brand gestoken. Hun verwondingen tarten elk voorstellingsvermogen.

De schokkende beelden zorgen dan ook voor heel wat consternatie. In 2009 maken Van der Valk en Gavan in Return To Africa’s Witch Children (48 min.), een beetje een herhalingsoefening, de balans op: hebben zij de situatie ten goede kunnen keren met hun film? Hoe gaat het met Gary, Sam en enkele slachtoffers die ze in hun documentaire hebben geportretteerd? En heeft de Nigeriaanse overheid inmiddels korte metten gemaakt met deze diabolische jacht op onschuldige kinderen?

Volgens dit bericht en deze artikelen is heksenjacht in elk geval nog altijd een actueel thema in Afrika.

Outreau: Un Cauchemar Français

Netflix

Als een rij vallende dominostenen. De één na de ander. Het begint met de bekentenis van Myriam Badaoui, een morsige vrouw uit de Tour du Renard-flat in het Noord-Franse stadje Outreau. En daarna gaan allerlei mensen uit haar directe omgeving, waaronder haar verdorven echtgenoot Thierry Delay, door de knieën en biechten gruwelijk misbruik van kinderen op. Totdat er in totaal zeventien verdachten zijn. Hun verklaringen worden bevestigd door de jeugdige slachtoffertjes. Het kan niet anders of de jonge onderzoeksrechter Fabrice Burgaud is in 2001 gestuit op een pedoschandaal van epische proporties, al snel De Zaak Outreau genaamd, waarbij ook nog een vijfjarig Belgisch meisje lijkt te zijn vermoord. Het is onvermijdelijk dat daarbij ook de link tussen Outreau en Dutroux, de beruchte pedoseksueel die in dezelfde regio actief was, wordt gelegd.

Binnen de mediahype die zo ontstaat blijkt het verdomd lastig om het kaf van het koren te scheiden en kritische vragen te stellen. Bestaat er bijvoorbeeld bewijsmateriaal van kindermisbruik en bestialiteit dat de onthutsende verklaringen en (zelf)beschuldigingen ondersteunt? En hebben de ondervragers hun gesprekspartners, waaronder dus hele jonge kinderen, wellicht woorden in de mond gelegd? Zulke vragen zijn sindsdien natuurlijk regelmatig gesteld. Zoals onlangs nog in de magnifieke docuserie L’Affaire D’Outreau (2023), waarin Olivier Ayache-Vidal en Agnès Pizzini de geruchtmakende zaak bijzonder grondig en ingenieus ontleden – met nagespeelde politieverhoren en rechtbankzittingen, waarbij er een wisselwerking ontstaat tussen de acteurs en de echte mensen die zij vertolken – en ook de emotionele impact op alle betrokkenen zeer overtuigend overbrengen.

Zo bezien komt Outreau: Un Cauchemar Français (182 min.) echt als mosterd na de maaltijd – al zorgt de release op Netflix er ongetwijfeld voor dat deze productie veel meer bekijks trekt dan z’n tegenganger. De vierdelige serie van Marika MathieuCamille Le PomellecAnna Kwak en Oron Adar beschikt ook over een uitgesproken troef: de man die ruim twintig jaar geleden de drijvende kracht achter De Zaak Outreau was, Fabrice Burgaud. Hij wordt terzijde gestaan door magistraten van de rechtbank in Boulogne-sur-Mer en krijgt uitgebreid weerwoord van de advocaten van de verdachten. Terwijl in L’Affaire D’Outreau vier van de zeventien verdachten, waaronder deurwaarder Alain Marécaux, aan het woord komen, beperkt deze serie zich tot Marécaux’s ex-vrouw Odile Polvèche. ‘Hij wilde onze onschuld niet bewijzen, zegt zij over onderzoeksrechter Burgaud. ‘Maar alleen onze schuld.’

Deze nieuwe miniserie richt zich ook minder op de individuele verhalen en betrokken mensen – al is slachtoffer Jonathan Delay, die nog altijd vasthoudt aan de belastende verklaringen die hij als kind aflegde, ook nu weer present. Outreau: Un Cauchemar Français – aangekleed met een maquette van het Tour du Renard-flatgebouw, rechtbanktekeningen en een visualisatie van Burgauds computer, met daarin de complete mappenstructuur van het strafdossier – focust zich vooral op het metaverhaal: hoe het Franse justitiële systeem zo opzichtig de fout kon ingaan. De verpersoonlijking daarvan denkt nog vaak terug aan de zaak. ‘Gelukkig heb je verdedigingsmechanismes’, zegt Fabrice Burgaud bedachtzaam in deze kritische, maar beslist niet hijgerige ontleding van de zaak die Frankrijk op z’n grondvesten deed schudden en nog altijd tot verbeelding spreekt. ‘Anders was ik gek geworden.’

Ook hij zal soms afvragen wie nu precies het duwtje tegen de eerste dominosteen heeft gegeven en waarom daarna niemand de tegenwoordigheid van geest had om het vallen, al was het maar voor even, tot staan te brengen?

Putin And The West: At War

Alamy / VPRO

Ruim twee jaar na dato is de Russische invasie van Oekraïne inmiddels op alle mogelijke manieren in beeld gebracht in documentaires. Van de gevolgen op de grond voor de Oekraïense burgerbevolking in ooggetuigenverslagen zoals Mariupol: The People’s Story20 Days In Mariupol en de Nederlandse productie Eddy’s Oorlog tot de diplomatieke schermutselingen van westerse mogendheden met Rusland voor aanvang van die oorlog in Un President, l’Europe Et La Guerre, waarin de Franse president Macron alles op alles zet om zijn Russische ambtsgenoot Vladimir Poetin van gedachten te doen veranderen, en de gezaghebbende miniserie Putin And The West, die Poetins betrokkenheid bij de oorlog in Syrië en de jarenlange aanloop naar ’s mans aanval op z’n buurland Oekraïne vanuit allerlei verschillende gezichtspunten belicht.

Het tweeluik Putin And The West: At War (118 min.), eveneens van regisseur Tim Stirzaker (Trump Takes On The World) en het gereputeerde Britse productiehuis Brook Lapping, gaat verder waar die laatste productie eindigde. Als Poetin zijn troepen op 23 februari 2022 richting de Oekraïense grens heeft gedirigeerd. De invasie wordt nota bene opgestart als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties net bijeen is en veroorzaakt alom ontzetting: er komt dus daadwerkelijk weer oorlog in Europa. Stirzaker probeert de verwikkelingen in het navolgende jaar in kaart te brengen met een indrukwekkende rij politici en topdiplomaten, waaronder de Oekraïense president Zelensky, de regeringsleiders van Groot-Brittannië, Senegal, Indonesië, Finland en Zweden, NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg, VN-secretaris-generaal Guterres, voorzitter Michel van de Europese Raad, de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin en enkele topfunctionarissen uit de regering van de Amerikaanse president Biden.

Samen met een aantal ministers van Buitenlandse zaken, ministers van Defensie en VN-ambassadeurs schetsen zij de diplomatieke achterkant van de Russische inval: hoe de belangrijkste westerse landen alles in het werk stellen om de oorlog niet verder te laten escaleren en tegelijk Poetin tot de orde proberen te roepen, Oekraïne moeten beschermen en China en Afrikaanse landen niet van zich willen vervreemden. Deze veelheid aan belangen, die regelmatig met elkaar conflicteren, zorgt voor druk op de onderlinge verhoudingen, versterkt ook de behoefte om de NAVO te versterken en uit te breiden met landen als Zweden en Finland en zorgt bovendien in grote delen van de wereld voor zorgen over de voedselproductie. Zou deze oorlog tot grote tekorten elders op aarde kunnen leiden? Ook het Russische perspectief op al deze onderwerpen ontbreekt niet, met bijdragen van VN-ambassadeur Vasili Nebenzja en Andrea Kelin, de Russische ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk.

Net als in de echte wereld leidt dit ook in deze tweedelige documentaire soms tot bijna absurde taferelen. Als president Zelensky begin april 2022 bijvoorbeeld een video van Russische oorlogsmisdaden heeft laten zien bij de VN-veiligheidsraad, zegt Valentin Rybakov, de VN-ambassadeur van Ruslands bondgenoot Wit-Rusland: ‘Je moet zeker weten dat dit geen nep is, want ik heb video’s gezien met dezelfde doden die opstaan en een sigaretje gaan roken en dan weer gaan liggen alsof ze dood zijn. In deze informatieoorlog weet je het nooit honderd procent zeker.’ Zoals de waard is, denkt een buitenstaander daarbij vrijwel automatisch, vertrouwt ie z’n gasten. Tegelijkertijd heeft elke spreker in dit tweeluik natuurlijk z’n eigen agenda, binnen een wereldwijd conflict dat nog altijd ongenadig voortwoekert en dat hier alvast met potlood is opgetekend door een aantal hoofdrolspelers en belangrijke bijfiguren.

A Sunday In Hell

paris-roubaix.fr/en/

In de openingsscène van deze wielerklassieker uit 1977 prepareert een mechanieker met zorg en aandacht een fiets. Zo en daar begint ‘t. Pas daarna worden de twee grote rivalen van A Sunday In Hell (oorspronkelijke titel: En Forårsdag I Helvede, 105 min.) geïntroduceerd: de grote kampioen Eddy Merckx en zijn concurrent Roger de Vlaeminck. Zij binden op zondag 11 april 1976 de strijd met elkaar aan in de 74e editie van de voorjaarsklassieker Parijs-Roubaix. Zowel Merckx als De Vlaeminck kan de legendarische koers als eerste voor de vierde keer op z’n naam schrijven.

Het rijtje kanshebbers voor een overwinning in ‘De Hel van het Noorden’ lijkt verder beperkt. Van de 154 coureurs die aan de start verschijnen – waaronder Tour de France-winnaar Bernard Thévenet, de Nederlandse wereldkampioen Hennie Kuiper en Mathieu van der Poels Franse grootvader, de veteraan Raymond Poulidor – worden alleen nieuwkomers zoals de Belgische klasbak Freddy Maertens en de nieuwe Italiaanse hoop in bange dagen Francesco Moser in staat geacht om de loodzware kasseistroken te overleven en als eerste over de meet te komen in Roubaix.

De Deense documentairemaker Jørgen Leth volgt de race van start tot finish. Verteller David Saunders houdt namens hem de verschillende verhaallijntjes (het koersverloop, de achtergronden van de renners, hun ploegen, de organisatoren, televisiecommentatoren en de toeschouwers langs de weg) bij elkaar en geeft ze kleur. Zij krijgen ditmaal met opmerkelijke obstakels te maken: meerdere wegversperringen door stakende arbeiders. Maar de koers gaat door. Altijd. Totdat ze, na zo’n drie kwartier docu, de weg naar de hel bereiken. En die is geplaveid met kasseien – en valpartijen.

Daar is het ieder voor zich, in deze tijdloze film, die de heroïek van de befaamde wielerklassieker ten volle uitnut en nog eens versterkt met slow motion-beelden en dramatische klassieke muziek. Daarna werkt Leth toe naar een grande finale waarin de bekende matadoren zich met elkaar kunnen meten. Of gaat toch een outsider met de eer – en de bloemen en kus van een plaatselijke miss – strijken? Wat de uitkomst ook wordt: na afloop is iedereen weer gelijk als ze gezamenlijk de modder van zich afspoelen onder de douche – en de mechaniekers vast alweer met die fietsen in de weer zijn.

Scootmobiel

NTR

Frans maakt er wel wat van. Stuur de senior onder de Nederlandse camerajournalisten maar ergens op af en hij vindt de verhalen wel en haalt ze er dan op z’n geheel eigen manier uit.

Frans Bromet wordt binnenkort tachtig en blijft nog altijd per strekkende meter tv-docu’s afleveren. Ditmaal is hij door zijn team op Nederlanders met een Scootmobiel (50 min.) afgestuurd. En niet iedereen heeft meteen helder wat hij komt doen. ‘U vraagt me het hemd van het lijf’, zegt een oudere mevrouw, die waarschijnlijk nog nooit een Frans Bromet-film heeft gezien. ‘En daar had ik helemaal niet op gerekend. U komt voor die scootmobiel. En nou moet ik… ja.’ Ze denkt even na en stelt dan een Bromet-achtige vraag: ‘Doe je dat bij iedereen?’

Het antwoord is kort en kernachtig: ja. En ‘s mans wedervraag al even direct: kan je je herinneren dat je je voor het eerst oud voelde? Het is Frans Bromet ten voeten uit. Hij vraagt maar/steeds raak. Of het leven nog wel de moeite waard is? Wat iemand nou zo de hele dag doet? Of ie misschien ongelukkig is? En als hij zijn gesprekspartners op hun praatstoel heeft gekregen, houdt hij het gesprek op gang met een ‘oh’, een ‘ja’ of – als hij zelf in een toegeeflijke bui is – een ‘oh ja?’. Of hij herhaalt gewoon hun laatste woorden, sinds jaar en dag zijn handelsmerk.

En dat werkt, altijd weer – ook al oogt ’t soms ook een béétje gemakzuchtig. Bromet krijgt uiteindelijk iedereen aan het praten en herkent dan feilloos waar het schuurt. Bij de eigenaars van een scootmobiel, die hij thuis of tijdens een toertocht (opgeleukt met Klaus Wunderlich-achtige muziek) ontmoet, gaat de onverschrokken interviewer op zoek naar de mens achter de beperking, die hij vervolgens, inderdaad, het hemd van het lijf vraagt en tóch in z’n waarde laat. Zonder overigens dat dit tot héél diepgravende inzichten of bijzondere doorkijkjes leidt.

Duidelijk is: Frans heeft er weer iets van gemaakt.

Turning Point: The Bomb And The Cold War

Netflix

Zonder Koude Oorlog geen Vladimir Poetin, betoogt aflevering 1 van Turning Point: The Bomb And The Cold War (619 min.). Zo bezien is de Russische inval in Oekraïne een logisch gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen sinds grofweg de Tweede Wereldoorlog. Dat punt hamert regisseur Brian Knappenberger, die in 2021 ook de ambitieuze vijfdelige serie Turning Point: 9/11 And The War On Terror afleverde, er steeds in. Elke aflevering van deze nieuwe serie begint in het hier en nu en daalt vervolgens af in het verleden.

Op die manier bestrijkt Knappenberger de gehele Koude Oorlog: van hoe de communistische ideeën van Marx en Engels aan het begin van de twintigste eeuw het fundament vormen onder de Sovjet-Unie tot het uiteenvallen daarvan begin jaren negentig, het vermeende eindpunt van de oorlog. Turning Point is dan zeven afleveringen onderweg en heeft alle bekende thema’s van de Koude Oorlog behandeld: Oppenheimers atoombom, het genadeloze Stalinisme, de angst voor een nucleaire oorlog, het IJzeren Gordijn, de Berlijnse muur, het McCarthyisme, stress rond de Cubacrisis, de wapenwedloop, Nixons détente en Reagans ‘evil empire’, Sovjet-dissidenten, ‘Star Wars’, de kernramp in Tsjernobyl, de Poolse vakbond Solidariność, glasnost en perestrojka, het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing en de val van de Muur.

Het zijn onderwerpen waarover al uit en te na is gepubliceerd, maar die nu nog eens netjes op een rij worden gezet, zijn verlevendigd met archiefbeelden en worden uitgediept door een uitgelezen verzameling historici, beslissers en direct betrokkenen. Het interessantst wordt de serie als de grote geschiedenis gewone mensen raakt. Overlevenden van Hiroshima en Nagasaki. De zoon van Julius en Ethel Rosenberg, het Amerikaanse echtpaar dat vanwege hoogverraad ter dood is gebracht. De achterkleindochter van de Russische leider Nikita Chroesjtsjov, Nina. Een Oscar-winnende actrice, Lee Grant, die vanwege communistische sympathieën in de ban wordt gedaan. Pentagon Papers-klokkenluider Daniel Ellsberg. En de dappere Litouwse man die tijdens de onafhankelijkheidsstrijd een Russische tank weerstaat.

Als Brian Knappenberger de Sovjet-Unie uiteindelijk heeft laten verschrompelen, blijven er nog twee afleveringen van Turning Point over om de opkomst te schetsen van een nieuwe leider die, gefrustreerd over het uiteenvallen van het grote Russische Rijk en vastbesloten om die historische fout met alle mogelijke middelen recht te zetten, de verhoudingen tussen Oost en West weer ouderwets op scherp zal zetten. Deze lijvige serie brengt daarmee niet zozeer nieuw terrein in kaart, maar probeert vooral verband aan te brengen tussen allerlei verschillende verhaallijnen die gezamenlijk de verhoudingen in de hedendaagse wereld hebben bepaald.