Viva Varda!

AVROTROS

Aan het eind van een lang en vruchtbaar leven kwam dan eindelijk de algehele erkenning. De Franse filmmaakster Agnès Varda (1928-2019), die zichzelf zonder (valse) bescheidenheid ‘de grootmoeder van de nouvelle vague’ was gaan noemen, werd bedolven onder oeuvreprijzen: een Palme d’Honneur in 2015 en een ere-Oscar in 2017. Ze oogde toen inmiddels als een uitvergrote versie van zichzelf: een excentrieke oma, met twee kleuren klaar en de goesting om zich eens ongegeneerd te laten fêteren.

Viva Varda! (tv-versie: 53 min.) is een viering van de vrouw en de kunstenaar. ‘Een radicale pionier in het maken van beelden in deze tijd’, aldus collega Atom Egoyan. En een onafhankelijk, origineel, veeleisend, rebels en geestig mens, volgens de andere sprekers in deze vlotte docu van Pierre-Henri Gibert, zoals haar dochter Rosalie, zoon Mathieu, assistenten Didier Rouget en Jacques Royer, actrice Sandrine Bonnaire en de regisseurs Audrey Diwan, Marjolaine Grandjean en Patricia Mazuy.

Ze werd geboren in een welgesteld gezin als Arlette Varda, het kind van de directeur van een staalfabriek, De Antwerpse Titaan. Ze had weinig op met haar vader, maar hield uiteindelijk wel een flinke erfenis aan hem over. Daarmee financierde zij, nadat ze haar naam had veranderd in Agnès, haar eerste film La Pointe Courte (1955). Die wordt beschouwd als een voorloper van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die cineasten als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Francois Truffaut voortbracht.

Varda zou uiteindelijk te eigenzinnig blijken voor willekeurig welke kwalificatie. Steeds vond ze zichzelf opnieuw uit in films waarmee ze handig tussen fictie en non-fictie door slalomde – of de beide genres verbond in een hybride-form. ‘In mijn films verzet ik me een beetje tegen het systeem’, zei ze daar zelf over. ‘Ik zit niet in een bus of limousine. Ik ben te voet in de cinema. Misschien omdat het mijn eigen keus is en ik niet meedoe met het sterrensysteem en het spel niet wil meespelen.’

Agnès Varda brak door met een film over een zangeres die wacht op de uitslag van een kankeronderzoek (Cléo de 5 à 7), maakte in de Verenigde Staten films over hippies en Black Panthers, filmde de winkeliers in haar eigen Parijse straat in Daguerréotypes (1975), vroeg het uiterste van actrice Jane Birkin in Jane B. Par Agnès V. (1988) en ontdekte de intimiteit van een kleine digitale camera in het veel gelauwerde Les Glaneurs Et La Glaneuse (2000).

Intussen onderhield ze een moeizame relatie met de filmwereld (‘een familie waarin iedereen elkaar haat’). Agnès Varda hield er daarnaast ook een kleurrijk leven op na, getuige dit vermakelijke, voor haar doen alleen wel tamelijk conventionele portret. Met een grote liefde, regisseur Jacques Demy, die in alles een tegenpool bleek. Het leidde tot een zoon, echtscheiding en verzoening. Jacques was toen al ernstig ziek. Zijn vrouw probeerde hem te vereeuwigen door een film over hem te maken: Jacquot De Nantes (1991).

‘Zolang we filmen, leeft Jacques nog’, zou ze daarover hebben gezegd. En datzelfde uitgangspunt leek ze later ook op zichzelf toe te passen. Tot het allerlaatst bleef de lekker dwarse Française actief. Met het kostelijke Visages Villages ((2017), gemaakt met haar ruim een halve eeuw jongere zielsverwant JR, sleepte ze zelfs nog een Oscar-nominatie in de wacht. En toen het einde zich daadwerkelijk aandiende, hield Agnès Varda – hoe kan het ook anders? – zelf de regie.

Onvoorwaardelijk

Submarine / BNNVARA

Hij staat te boek als extreem gewelddadig, onvoorspelbaar en manipulatief en heeft al sinds jaar en dag problemen met het gezag. Voor de Nederlandse vrouw Yolanda, een alleenstaande medewerkster van een verzekeringsmaatschappij, is dat in 2013 echter geen beletsel om contact op te nemen met Billy Tracy. Ze heeft zijn profiel gevonden via de website Write A Prisoner. Het duurt niet lang of de twee zijn verliefd en beginnen elkaar gepassioneerde brieven te schrijven.

Via deze briefwisseling leren zij elkaar kennen – en de kijkers van deze documentaire van Elena Lindemans maken zo kennis met dit toch wel heel erg opmerkelijke koppel. Hun liefde is voorbestemd, meent Yolanda. Terwijl zij gewoon haar kleine Nederlandse leventje leidt, alleen in haar opgeruimde appartement, is ze in gedachten voortdurend bij die man in de Prison Unit in het Texaanse Livingston, die haar overstelpt met romantische teksten. Het is een liefde, waarover menige buitenstaander ongetwijfeld zijn wenkbrauwen fronst: die moet wel ‘too good to be true’ zijn.

De idylle wordt in Onvoorwaardelijk (55 min.) feitelijk alleen verstoord door een zakelijke voice-over die stap voor stap Billy’s gewelddadige geschiedenis doorloopt. En die is bepaald niet mals. Yolanda laat zich daardoor echter niet afschrikken en vertrekt naar de Verenigde Staten, om haar geliefde te ontmoeten en nóg beter te leren kennen. Ze bezoekt zijn ouderlijk huis, gaat langs bij een voormalige celmaat die z’n leven inmiddels op orde lijkt te hebben en spreekt af met enkele lotgenoten. Als ultiem bewijs van haar liefde laat ze ook nog een ‘always Billy’-tatoeage zetten.

Zelfs als in deze unheimische film blijkt dat de oude vos wel zijn haren maar niet zijn streken heeft verloren, wankelt haar liefde in eerste instantie niet. ‘Billy is natuurlijk gewoon mijn vent, mijn man’, zegt ze dan ferm, ogenschijnlijk vooral tegen zichzelf. ‘Ik wist ook gewoon heel sterk: ik blijf bij jou.’ Tegen die tijd heeft Lindemans, die de twee in hun waarde laat en niet opzichtig oordeelt, allang de vraag opgeworpen of Yolanda eigenlijk wel zonder Billy kan – of zonder het idee van een man zoals hij. Een man die onvoorwaardelijk voor haar – en niemand anders – heeft gekozen.

Trailer Onvoorwaardelijk

Binnengrens

Movies That Matter

Grote geschiedenis, vervat in een veelvoud aan beelden. Overal vandaan geplukt. Letterlijk. En gekanaliseerd via het levensverhaal van één enkel gefictionaliseerd personage. De basisgedachte achter Binnengrens (Engelse titel: The Insides Of Our Lives, 50 min.) lijkt op de opzet van documentaires zoals Ze Noemen Me Baboe en Moeder Suriname. Alleen is in deze found footage-film van Misja Pekel zelfs de plaats van handeling fictief: een ongedefinieerd land waar plotseling een grens wordt getrokken.

Als centraal ankerpunt fungeert een tekst van Kapka Kassabova, ingesproken door Melanie Hyams, waarin de ik-persoon vriendschap sluit met een ander meisje, Jasmine. Samen worden ze meer dan los van elkaar. Dat kan alleen niet duren. ‘Was het angst of verlangen dat ons uit elkaar rukte?’ vraagt de vertelster zich af. Want dat ze elkaar in deze coming of age-film kwijt zullen gaan raken – en dat die grens daarbij een doorslaggevende rol speelt – staat vanaf het begin vast en hangt als een Zwaard van Damocles boven hun ontluikende vriendschap.

Om dat verhaal goed in de verf te zetten gebruikt Pekel beeldmateriaal van verschillende grensregio’s in Europa, veelal 8mm-film uit de jaren zestig en zeventig. Soms ingekleurd, altijd van nieuw audio voorzien. Geluid en muziek spelen sowieso een essentiële rol. Die zorgen zowel voor drama als eenheid en helpen de ontwikkeling die het hoofdpersonage gaat doormaken en het dilemma waarvoor zij uiteindelijk wordt gesteld. Dit is bij het begin van deze poëtische film overigens al aangekondigd met een soort leidmotief: for these who stay behind when others flee.

Wij tegen zij, of we nu willen of niet. Dat gevoel – van een land waarin niemand veilig is, niets vanzelfsprekend en uiteindelijk iedereen aan zichzelf overgeleverd – weet Misja Pekel goed te pakken te krijgen in deze archieffilm. Over de vraag of Binnengrens daarmee ook een documentaire is – als dat al een relevante vraag is – valt wel te twisten. Het basisidee voor de film, en de uitwerking daarvan in Kassabova’s tekst, is leidend. Het archiefmateriaal is vooral een illustratie daarvan, een middel om het  voornaamste punt van de vertelling uit te drukken:

Wat het betekent om door een willekeurig getrokken grens uit elkaar te worden gedreven.

Jehovah – Van God Los

Videoland

Hun imago ontlenen ze toch vooral aan de zogenaamde velddienst. Dan gaan de Jehovah’s Getuigen de huizen langs, om de leer van God aan de mens te brengen en te vertellen over het paradijs. Met de spreekwoordelijke voet tussen de deur en altijd een ‘Koninkrijksglimlach’. Want wat het weer ook is en hoe er aan de andere kant van die deur ook wordt gereageerd: altijd blijven lachen. Dat verlangt Jehovah, de almachtige God, van zijn volgelingen. En ze hebben ook reden tot lachen: als het einde der tijden komt, sneller dan menigeen misschien verwacht, behoren zij tot de weinige overlevenden.

De wereld zou overigens ook in 1975 al vergaan. Toen was het licht echter nog niet zo helder en is er waarschijnlijk een berekeningsfout gemaakt, zeggen ze daarover tegenwoordig. Maar nu is het einde dus echt nabij! Alle reden dus om snel zoveel mogelijk mensen te bekeren. Al kent deze gesloten geloofsgemeenschap – het zal niemand verbazen – ook zo z’n schaduwzijden. En daarop richt de driedelige serie Jehovah – Van God Los (109 min.), waarvoor in totaal 57 voormalige Getuigen zijn gesproken, zich natuurlijk. In de eerste aflevering concentreert regisseur Henk van der Aa zich met een vijftal oud-volgelingen vooral op de regels en grondslagen van de religieuze beweging. Zoals bekend is die heel erg op zichzelf betrokken. Een echte vriend komt bijvoorbeeld altijd vanuit de eigen gelederen. Mensen van buiten zouden immers onder invloed kunnen staan van Satan.

De tweede aflevering zoomt vervolgens in op seksueel misbruik binnen de gemeenschap en de manier waarop dit door de ‘ouderlingen’ zou zijn toegedekt. Daarbij geven enkele voormalige ouderlingen, gezamenlijk aan een tafel gezeten als een soort almachtige onderzoekscommissie, achtergrondinformatie over hoe wijdverbreid deze problematiek zou kunnen zijn binnen de Jehovah’s Getuigen. En eenieder die zich niet schikt naar de opgelegde zwijgplicht naar buitenstaanders, die immers bij Satan zouden kunnen horen, wordt rücksichtslos uitgesloten en geëxcommuniceerd. In het slotdeel vertellen enkele voormalige leden hoe ze door dat ‘shunnen’ werkelijk iedereen die ze liefhebben zijn kwijtgeraakt – los van het feit dat ze natuurlijk ook nog moeten leven met het vooruitzicht dat er straks tijdens Armageddon geen plek voor hen is in het paradijs.

Van der Aa serveert al deze verhalen met veel suspense uit. Donkere beelden, een erg dikke soundtrack, shockeffecten en verborgen camera-acties, met aan het eind nog een confrontatiescène. Subtiel is anders. Deze miniserie ontleent zijn kracht vooral aan de indringende ervaringsverhalen van de voormalige Getuigen. Zij geven echt een grondige inkijk in een gemeenschap, die zich doorgaans stelselmatig aan het oog van de wereld onttrekt.

De Tramaanslag

KRO-NCRV

‘Om kwart voor elf stond de tram stil’, vat de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen het drama vier dagen later samen tijdens een stille tocht door de stad. Niet alleen de tram staat stil op maandag 18 maart 2019. Heel het land lijkt stil te staan nadat een man bij de halte 24 Oktoberplein een tram is binnengestapt en daarna het vuur heeft geopend op enkele passagiers en voorbijgangers. De Tramaanslag (27 min.) zorgt voor zes gewonden en kost vier Nederlanders het leven.

Vijf jaar na dato reconstrueren Tijmen Beijes en Jeanneau van Beurden in deze korte docu de gebeurtenissen op die fatale dag. Centraal staan de getuigenissen van René, de vader van de negentienjarige Roos Verschuur die op tragische wijze om het leven komt in de tram, en Michael, de zoon van Willem Hoveling, die in zijn auto wordt neergeschoten. De 74-jarige eigenaar van een tankstation en garage in Loosdrecht sterft tien dagen later als gevolg van zijn verwondingen.

Voor hun nabestaanden is die 18e maart een absolute horrordag, waarbij ze eerst urenlang in onzekerheid verkeren en uiteindelijk verpletterend nieuws krijgen. ‘Er komt op een gegeven moment verpleging richting ons lopen, een man met een politieagent’, herinnert René Verschuur zich met trillende stem. Zijn hele lijf trilt mee. Inclusief z’n rechterarm, met een tatoeage van de naam Roos en de bijbehorende bloem erop. ‘Als dat dan naar je toe komt lopen, weet je al dat het mis is eigenlijk.’

Terwijl het noodlot hen ongenadig treft, heeft datzelfde lot ‘Paul’ gespaard – al is ook hij niet zonder schade vrijgekomen. Deze man, die niet herkenbaar in beeld wordt gebracht omdat hij niet steeds aan de traumatische gebeurtenissen herinnerd wil worden, heeft de aanslag als bij een wonder overleefd. Op het moment dat ‘de dader’, die verder niet bij naam wordt genoemd, hem wil neerschieten, weigert zijn wapen en kan Paul ontsnappen. Hij heeft er wel PTSS aan overgehouden.

De getuigenissen van deze drie betrokkenen worden aangevuld met de herinneringen van Peter Huting, die als journalist van RTV Utrecht snel ter plaatse was, en Mirjam de Jong, die verantwoordelijk was voor de organisatie van een Calamiteitenhospitaal. Gezamenlijk schetsen zij een traumatische dag, inmiddels alweer vijf jaar geleden, die zonder enige moeite opnieuw is op te roepen. De dag waarop de tram in Utrecht stil stond. Rond kwart voor elf.

War Game

Matador Content

Oud-hoogleraar bestuurskunde Uri Rosenthal, die van 2010 tot en met 2012 ook minister van Buitenlandse Zaken was, participeerde in 1997 in een vijfdelige serie op de Nederlandse televisie, genaamd Crisis, waarin beslissers waren samengebracht in een soort ‘war room’ en werden geconfronteerd met een gesimuleerde ramp. De Amerikaanse documentaire War Game (94 min.) kent een vergelijkbare opzet – al is de crisis ditmaal wel erg levensecht.

Op 6 januari 2023, precies twee jaar na de bestorming van het Capitool in Washington, organiseert de onafhankelijke Vet Voice Foundation een geheime oefening op het terrein van nationale veiligheid. Uitgangspunt is dat er op 6 januari 2025 opnieuw een opstand komt na de presidentsverkiezingen en dat ditmaal extremistische elementen uit het Amerikaanse leger zich in het strijdgewoel mengen. Het is een zorgwekkend scenario, waarin elementen van 6 januari 2021 zijn verwerkt.

‘Jullie hebben zes uur om een burgeroorlog te voorkomen en een vreedzame overdracht van de macht te garanderen’, houdt game designer Ben Radd de deelnemers aan het begin van deze film voor. Die hebben hun sporen verdiend in de hoogste echelons van de Amerikaanse overheid als leidinggevende bij het leger, generaal, senator, woordvoerder of medewerker van de FBI en CIA. Voormalig gouverneur van Montana Steve Bullock treedt op als president John Hotham.

De beslissers worden vanuit een studio bestookt met informatie over de snel escalerende situatie, waarbij een afvallige generaal, gemodelleerd naar generaal en QAnon-propagandist Michael Flynn, de verkiezingen bestempelt als frauduleus en oproept tot strijd. Hij sluit daarmee aan bij acties ter plaatse van de extreemrechtse Order of Columbus. En Hothams politieke tegenstander, gouverneur Robert Strickland, gooit olie op het vuur door daarvan geen afstand te nemen.

Het rollenspel, dat een steeds serieuzer karakter krijgt, wordt door de documentairemakers Jesse Moss en Tony Gerber zo nu en dan afgewisseld met de persoonlijke verhalen van direct betrokkenen. Zo raakte de vader van game producer Janessa Goldbeck in de ban van QAnon, heeft oud-veteraan en Order Of Columbus-leider Kris Goldsmith zelf een problematisch verleden en getuigde consultant Alexander Vindman in 2019 tegen president Trump tijdens de eerste afzettingsprocedure tegen hem.

Onder hun ogen voltrekt zich een onrustbarend scenario. Hotham en zijn team overwegen al snel om de zogenaamde Insurrection Act in werking te stellen, die de president in de gelegenheid stelt om het Amerikaanse leger in eigen land in te zetten. Daarmee zou het gefingeerde conflict, geïllustreerd met berichtgeving over soortgelijke situaties in de recente Amerikaanse geschiedenis die helemaal uit de hand zijn gelopen, wel eens ernstig kunnen escaleren.

Burgeroorlog is niet het meest voor de hand liggende scenario, constateert voormalig senator Heidi Heitkamp ergens halverwege het burgeroorlogspel, maar ook beslist niet onmogelijk. Dat is een ongemakkelijke conclusie, die dit ogenschijnlijk zeer realistische en spannende experiment onvermijdelijk oproept. In ‘the fog of war’, zo bleek eveneens tijdens Trumps gewelddadige revolte op 6 januari 2021, kan het kwartje ook zomaar de verkeerde kan op vallen.

Zoals hij dat eerder deed in Crisis, zou Uri Rosenthal na afloop van War Game nog wel enkele harde noten hebben te kraken – al zou ook hij waarschijnlijk kippenvel hebben gekregen van de geïmproviseerde speech van president Hotham. Die is Amerikaans goed.

To Kill A Tiger

Netflix

De mukhiya, het plaatselijke dorpshoofd, adviseert Ranjit om zijn dertienjarige dochter met één van de drie te laten trouwen. Dat zou de beste oplossing zijn. Dan kan die strafzaak worden geannuleerd. Het idee komt volgens hem uit de lokale gemeenschap. Ranjit en zijn vrouw Jaganti willen er echter niets van horen. Bij de bruiloft van een familielid is hun dochter ‘Kiran’ verkracht door drie mannen uit datzelfde dorp in de Indiase deelstaat Jharkhand. De verdachten zijn direct opgespoord en gearresteerd. Zij moeten dus gewoon worden vervolgd en krijgen zeker geen plek binnen Ranjits familie. Maar die stellingname kan wel eens gevolgen hebben voor hun eigen positie in het dorp.

Als Pushpa Sharma, één van de activisten van de Srijan Foundation die de familie ondersteunt, zich daar meldt om met de dorpsbewoners te praten, hullen de meesten zich in stilzwijgen. Één oudere vrouw is echter zeer uitgesproken: een huwelijk is de enige oplossing. ‘Haar huis is toch al in opspraak geraakt door die jongen, dus hoe kan met hem trouwen dan een slechte zaak zijn?’ Pushpa reageert direct: ‘Dat zou betekenen dat een jongen een leuk meisje alleen maar hoeft te verkrachten om haar te kunnen trouwen.’ De vrouw laat zich echter niet uit het veld slaan. ‘Kijk, ze kan nu toch niet meer met een andere man trouwen’, zegt ze gedecideerd. ‘Ze moet met hem trouwen.’

De straf voor de drie mannen kan volgens de dorpelingen beperkt blijven tot een lokale variant op drie dagen je telefoon inleveren en een week geen zakgeld. Zo hopen ze de boel een beetje bij elkaar te houden. Niemand is immers groter dan de gemeenschap. Die boodschap krijgen Ranjit en z’n gezin ook steeds weer te horen in de indringende documentaire To Kill A Tiger (128 min.) van Nisha Pahjua. De rijstboer met het schuldgevoel en de gepijnigde blik houdt echter voet bij stuk. Ook al krijgt zijn dochter haar onschuld en reinheid daarmee niet terug. Ook al worden ze als familie uitgekotst door hun dorpsgenoten. En ook al is er zelfs de serieuze dreiging dat hen iets wordt aangedaan.

‘Vind jij het verkeerd dat we de politie erbij hebben gehaald?’ vraagt moeder Jaganti aan Pahuja, die jarenlang aan hun zijde bivakkeert om de ontwikkelingen in de zaak vast te leggen. ‘Nee.’ De filmmaakster laat ook de (vrouwelijke) advocaat van de verdachten aan het woord en volgt een lid van de dorpsraad, die als getuige kan worden opgeroepen tijdens de rechtszaak en daar bepaald niet op zit te wachten. Want binnen de plaatselijke verhoudingen kan opkomen voor jezelf of de rechten van een slachtoffer ertoe leiden dat je uit de gemeenschap wordt verstoten. Het verhaal van Ranjit en zijn gezin is daarvan een schrijnend – en, voor westerse ogen, zelfs ronduit verbijsterend – voorbeeld.

Kalm en zorgvuldig registreert Nisha Pahuja, die zelf ook in het vizier komt van boze dorpelingen, alle verwikkelingen. Ze vangt en passant, ook met prachtige droneshots, een oogstrelende wereld waar de tijd nochtans stil lijkt te hebben gestaan en middeleeuwse waarden en normen nog altijd vanzelfsprekend lijken. Van misogynie of ‘victim blaming’ heeft sowieso nog nooit iemand gehoord. En elke poging om daar verandering in te brengen, kan zomaar afgestraft worden. Is het niet in het hier en nu, zo wordt ook Ranjit te verstaan gegeven, dan wellicht later. Als de ogen van de wereld zich allang weer op een andere misstand hebben gericht.

Confessions Of A Good Samaritan

Sandbox Films

Natuurlijk hebben ze ‘t haar gevraagd: doe je dit voor de film? ‘En wat dan nog, als dat zo was?’ vraagt Penny Lane. ‘Het blijft nog steeds een goed ding om te doen.’ Tegelijkertijd voelt het niet goed, zo’n vraag. Zelf voor de camera verschijnen, vindt de Amerikaanse documentairemaakster (Our NixonHail Satan? en Listening To Kenny G) sowieso verschrikkelijk. Een kennis heeft haar ervan moeten overtuigen dat een film levens kan redden omdat ie anderen aanspoort om ook een orgaan te doneren.

Één week voordat ze in augustus 2019 de operatie moet ondergaan, om een nier te doneren aan een vreemde, krijgt Lane de kriebels. ‘Het voelt nu alsof ik een verschrikkelijke fout heb gemaakt’, zegt ze bij het begin van Confessions Of A Good Samaritan (103 min.). De alleenstaande filmmaakster heeft zich nochtans drie jaar voorbereid op de ingreep, een proces dat ze heeft gedocumenteerd met dagboekfragmenten. Zowel haar persoonlijke overwegingen en dilemma’s als de professionele kant ervan: het maken van deze egodocu.

En daarin stelt ze ook allerlei vragen die haar eigen positie overstijgen. Waarom zijn mensen bijvoorbeeld altruïstisch? Wat gebeurt er dan in hun hersenen? En hoe verhoudt dit zich bijvoorbeeld tot (het gebrek aan) empathie bij psychopaten? ‘Dertien mensen sterven vandaag omdat ze geen werkende nier hebben’, vertelt Michael Lollo, één van de andere ‘altruïstische donoren’ die ze spreekt in deze intelligente, gelaagde en vermakelijke film, over waarom hij zijn nier beschikbaar stelt. ‘Dat was dus een appeltje-eitje voor mij.’

Intussen duikt Lane in de historie van orgaantransplantatie. Van ongewenst is dat door de jaren heen, via diverse stadia van onmogelijk, uiteindelijk onvermijdelijk geworden. Dat het kan en mag betekent alleen nog niet dat het ook gebeurt. Er is een permanent tekort aan donoren. Terwijl transplantatie voor mensen die bijvoorbeeld zijn overgeleverd aan nierdialyse echt een kwestie van leven en dood is. De meeste donoren komen uit de directe omgeving van de patiënt, die bij hoogopgeleiden, wrang genoeg, veel vaker een geschikte nier oplevert.

Tegelijkertijd schrijdt de techniek voort. Zijn er op termijn eigenlijk nog wel menselijke donoren met een ‘spare part’ nodig? Het roept ongemakkelijke beelden op: kan een varken op termijn misschien ook een nier leveren, bijvoorbeeld vlak nadat Lane zelf haar orgaan heeft gedoneerd? ‘Dan is Penny Lane niet langer een Beatles-song’, grapt bio-ethicus en psychiater Jacob Appel, die zich heeft gespecialiseerd in de ethische dilemma’s rond ingrijpende medische keuzes. ‘Maar de naam van de laatste persoon die een orgaan heeft gedoneerd.’

Naarmate Confessions Of A Good Samaritan, fraai vormgegeven als een soort zoektocht door Lanes computer en voorzien van een bloemrijke soundtrack, vordert, komt het persoonlijke verhaal van de documentairemaakster langzaam maar zeker meer naar de voorgrond en toont Penny Lane zich van haar kwetsbaarste kant. Het is de vanzelfsprekende climax van een persoonlijke film, die het particuliere desondanks gemakkelijk ontstijgt en aanzet tot nadenken, invoelen en afwegen.

Nuclear Now

Amstelfilm

Hoe kunnen we klimaatverandering in de komende decennia tegengaan, terwijl ons elektriciteitsverbruik alleen maar zal toenemen? Oliver Stone weet het antwoord en zet dat uiteen in het filmessay Nuclear Now (101 min.), dat is gebaseerd op het boek A Bright Future van Joshua S. Goldstein en Staffan A. Qvist. De documentaire lijkt zijn eigen variant op Al Gore’s Oscar-winnende betoog An Inconvenient Truth (2006), die, als het even kan, het klimaatdebat fundamenteel bijstuurt.

In Stones optiek is nucleaire energie de enige reële optie om te voldoen aan de energiebehoefte van de hele wereld, inclusief de voormalige derde wereldlanden, en tegelijkertijd de schade aan de aarde terug te brengen. Kernenergie kampt alleen al sinds Hiroshima en Nagasaki jaar met een beroerd imago. Sindsdien hebben bovendien zowel de fossiele industrie als milieuactivisten – doorgaans aartsvijanden – alles in het werk gesteld om de gevaren van nucleaire energie te benadrukken. 

In de Verenigde Staten kregen zij de wind in de zeilen door de explosie bij de kerncentrale Three Mile Island in 1979. Binnen de kortste keren claimden ‘usual suspects’ zoals Ralph Nader en Jane Fonda, ondersteund door de toenmalige president Jimmy Carter, de spotlights met een onvervalst No Nukes-standpunt. Terwijl er, tenminste volgens Oliver Stone, uiteindelijk weinig aan de hand was. Even later relativeert hij ook de schade van de kernramp bij Tsjernobyl in 1986.

‘Volgens de Verenigde Naties en de World Health Organisation zijn er ongeveer vijftig mensen gestorven als gevolg van straling van de reactor en op de lange termijn zijn er mogelijk nog vierduizend mensen gestorven aan kanker’, stelt Stone, die later ook de kernramp met tsunami in het Japanse Fukushima nog in (zijn) perspectief plaatst. ‘Dat is maar een fractie van de honderdduizenden doden die jaarlijks het gevolg zijn van het opwekken van elektriciteit met fossiele brandstoffen.’

Als een echte gelovige lijkt de filmmaker in dit onverhulde pleidooi voor kernenergie enigszins selectief te winkelen in het beschikbare bewijsmateriaal. Nuclear Now zou soms ook gebaat zijn bij wat meer kritische distantie van Stone als interviewer. Zou het bijvoorbeeld niet voor de hand liggen om de Braziliaanse ‘Nuclear Power’-influencer Isabelle Boemeke, alias Isodope, te vragen waarom ze zich met dit thema bezighoudt, of ze daarmee geld verdient en waar dat dan vandaan komt.

Dat past alleen niet in Oliver Stones pogingen om nucleaire energie neer te zetten als ‘een extra long voor de wereld’, waarmee we met z’n allen weer een beetje op adem kunnen komen in deze oververhitte wereld. In zo’n gedreven betoog, dat natuurlijk op z’n Stones naar een ronkend einde wordt gebracht, past geen cynisme of al te veel aandacht voor de nadelen of aandacht voor de gevaren van kernenergie.

Hotel Mokum

Gusto Entertainment

Pak Mokum terug, zeggen de krakers, die op 26 oktober 2021 een leegstaand hotel hebben bezet in hartje Amsterdam, tegen elkaar en de rest van de stad. Het beschermen van privébezit mag nooit ten koste gaan van het universele recht op wonen, vinden zij. Kraken is tegenwoordig alleen per wet verboden.

Als ze zich het pand eigen hebben gemaakt, volgt eerst de strijd tegen duivenpoep en daarna het inrichten van de verschillende ruimtes. ‘De kelder blijft de publieke ruimte, met evenementen’, somt de fictieve vertelster, in een tekst die is ingesproken door Maxime Garcia Diaz, van Hotel Mokum (30 min.) op. ‘De begane grond wordt een boekencafé. De eerste verdieping wordt een atelierruimte voor het collectief. De rest van het gebouw wordt woonruimte.’

Deze korte docu van Yannesh Meijman, die zelf betrokken was bij de actie, oogt als een eerbetoon aan de ruim zes weken dat het hotel uiteindelijk fungeert als ‘vrijplaats’. Daarna moet het pand, dat niet brandveilig zou zijn, toch ontruimd worden. Dit laten de nieuwe inwoners echter niet zomaar gebeuren. ‘Dress warm’, roepen ze via social media op tot actie. ‘Bring Coffee. Fuck the Police. Bring tea/snacks. Umbrellas. Cigarettes. Your mask. Your goeie humeur.’

Dat gevoel van saamhorigheid, lol en strijdbaarheid weet deze film ook heel aardig te raken, met een vlot gesneden wirwar van fly on the wall-beelden, foto’s, social media-posts en smeuïge songs van Sophie Straat, Jan Modaal en Danny de Munck (alias Ciske de Rat). Totdat er dus een einde aan komt. ‘Ik kan niet bevatten hoe iets waar je zoveel tijd en liefde in stopt in een moment afgepakt kan worden,’ verzucht Hotel Mokums anonieme vertelster dan. ‘Ik snap het niet. Hoe kan dat?’

‘Zes weken geleden, toen we op de fiets even naar huis gingen om te douchen, voelde de hele stad anders’, houdt Neo van Pak Mokum Terug de moed erin tijdens een demonstratie op het Leidseplein. ‘Alsof we door een ruimte te pakken een stad hadden veranderd.’ Waarna de hele groep de leus ’Wet of geen wet, kraken gaat door!’ begint te scanderen. Meijman heeft daarvoor alvast een aardige metafoor gevonden: kleurige ballen overspoelen langzaam de Amsterdamse straten.

Als in: wij zijn niet te stoppen. Met aanstekelijke jeugdige hoogmoed schreeuwen ze ’t van de daken: of je ’t nu wilt of niet, wij nemen de stad over.

Patrick And The Whale

Cinema Delicatessen

Komt de liefde werkelijk van twee kanten? Als je ‘t aan Patrick vraagt – en die krijgt uitgebreid het woord in deze film – kan daarover geen twijfel bestaan. Zou Dolores dezelfde mening zijn toegedaan? Ze laat hem in elk geval toe, maakt duidelijk contact en spiegelt zelfs zijn gedrag, maar is dat liefde – of zelfs maar vriendschap? Kan dat überhaupt tussen mens en dier?

Als er al betekenisvolle communicatie kan bestaan tussen een man en een potvis, hoe duurzaam is die dan? Is de ontmoeting tussen Patrick Dykstra en de bevallige Dolores nabij de kust van het Caribische eiland Dominica meer dan een kortstondige flirt? En hoe verhoudt die zich dan tot zijn jarenlange omgang met de oudere dame Can Opener? De liefde van Patrick Dykstra voor walvissen – ook orka’s, blauwe vinvissen en bultruggen behoren tot zijn doelgroep – staat in elk geval buiten kijf.

Patrick & The Whale (73 min.) is de weerslag van ‘s mans oneindige fascinatie voor walvissen en doet inderdaad denken aan My Octopus Teacher (2020), waarin de Zuid-Afrikaanse filmer Craig Foster een onderwaterrelatie aanging met, jawel, een octopus. Dat leverde de makers Pippa Ehrlich en James Redd toen zowaar een Oscar op. Deze lekker gestroomlijnde documentaire van Mark Fletcher, een liefdesverhaal tussen mens en potvis, zou ook zomaar een publieksfavoriet kunnen worden.

Dykstra wil de objecten van zijn liefde beter leren begrijpen. Dat begint met kijken – en voor ons als zijn argeloze publiek: meekijken. Waarom spoelen ze als groep aan op het strand van Yorkshire, een aangrijpend beeld, om daar collectief te sterven? En wat spoken ze eigenlijk uit in de donkerste diepten van de oceaan, daar waar nooit een mens komt? Hoe vangt een potvis bijvoorbeeld de inktvissen, waarvan de resten nog aan zijn tanden kleven als hij zich boven water laat zien?

Teneinde ook daar beeld bij te krijgen – en aan prachtige plaatjes sowieso geen gebrek in deze oogstrelende documentaire – wil de natuurfilmer een kleine camera met zuignappen op de kin van één zijn geliefden plakken. Zo hoopt Patrick Dykstra het perspectief op de (onderwater)wereld van potvissen te kunnen vereeuwigen. Als de dames net zoveel van hem houden als hij van hen – nu draaf ik, in lijn overigens met de film, even lekker door – moeten ze daarmee wel akkoord gaan.

De kijker van Patrick & The Whale dient zulke gedachtekronkels sowieso maar voor lief te nemen. Om er een aansprekende vertelling van te maken lijkt Fletcher de waarheid soms wat te hebben vereenvoudigd. Patrick is dus niet het gezicht van een team dat walvisachtigen bestudeert, maar een solitaire man met een grote liefde. En de potvissen in beeld zijn behalve overweldigende dieren in hun natuurlijke habitat ook individuen met hun eigen eigenaardigheden en vriendschappen.

Het komt allemaal prachtig samen in een ronduit romantische slotscène, een pas de deux van mens en potvis. En ook die lijkt bijna te mooi om waar te zijn.

Our Nixon

CNN Films

Hoezeer Richard M. Nixon ook beweerde dat ie geen ‘crook’ was, hij ging wel degelijk de geschiedenisboeken in als schurk. De eerste Amerikaanse president die dreigde te worden afgezet en er toen maar zelf de brui aan gaf. Met de staart tussen de benen en twee handen in de lucht, die een volledig misplaatst Victorieteken maakten, stapte hij op 9 augustus 1974 in een helikopter en verliet voorgoed Het Witte Huis. De grootste schandvlek uit de recente Amerikaanse politieke historie. Tenminste, tot de komst van Donald Trump, die zelfs ‘Tricky Dick’ Nixon in de schaduw plaatste.

Ruim veertig jaar lang had hij nauwelijks fans – al nam Trumps ‘dirty trickster’ Roger Stone nog wel een tatoeage van de Republikeinse president (1969-1974) die hij als jongeling diende. De naam Richard Nixon werd vereenzelvigd met een immorele politicus, die stiekem al zijn gesprekken begon op te nemen, tapes waarop hij overkwam als een rancuneuze en vuil gebekte manipulator, en zo zichzelf vernietigde voordat hij het land kon vernietigen. Toch zijn er ook medewerkers van zijn regering, die hem al die tijd door dik en dun zijn blijven steunen. 

Nixons stafchef H.R. ‘Bob’ Haldeman, Nixons rechterhand en ‘son of a bitch’, adviseur binnenlandse zaken John Ehrlichman en speciale assistent Dwight Chapin gingen bijvoorbeeld alle drie naar de gevangenis voor hun rol in het Watergate-schandaal dat ook hun baas de kop kostte. Dat is echter nooit ten koste gegaan van hun loyaliteit aan Richard Nixon. En ze hebben de beelden om dat te bewijzen: ruim 500 banden met zelfgemaakte Super 8-films, die eerst veertig jaar in een kluis lagen en nu het hart vormen van Our Nixon (85 min.).

Hun terugblik op de Nixon-jaren, waarvan regisseur Penny Lane in 2013 een tragedie heeft gemaakt, gunt de kijker zo’n veertig jaar later een blik achter de schermen bij één van de meest turbulente presidentschappen in de Amerikaanse geschiedenis. De documentaire, die tevens audio-opnamen en interviews met de drie Nixonites bevat, begint hoopvol tijdens de inauguratie van hun president in 1969, als de nieuwe Republikeinse regering een conservatieve comeback hoopt te bewerkstelligen en Nixon nog zonder enige twijfel de juiste man voor de job lijkt.

Richard Nixon mag vervolgens als president de eerste man op de maan begroeten, slaat zijn vleugels uit richting China en worstelt intussen met de grootste uitdaging van die jaren: de oorlog in Vietnam. Zelfs als hij de muziekgroep The Ray Conniff Singers in het Witte Huis ontvangt voor een optreden – lekker burgerlijk, aldus de man die graag Amerika’s ‘silent majority’ aansprak – wordt dat nog begeleid door protest. Nixon lijkt zich niettemin senang te voelen in zijn rol en wordt in 1973 dan ook moeiteloos herkozen voor een tweede ambtstermijn als president.

En dan, een half uur voor het eind van deze boeiende archieffilm, valt voor het eerst het woord Watergate en wordt de ondergang van Dick Nixon en de zijnen, in elk geval met een hedendaagse bril op bekeken, volstrekt onvermijdelijk. De leider van de vrije wereld raakt steeds meer in de verdrukking, begint achter elke boom een vijand te zien en ontdoet zich uiteindelijk, om zijn eigen hachje te redden, ook rücksichtslos van de mannen die hem als ‘onze Nixon’ zijn gaan beschouwen.

Hate To Love: Nickelback

Nickelback

‘We zijn net The Beatles geproduceerd door Nickelback’, zegt Fred Savage stellig. ‘Het is muziek, maar die is wel kote!’

‘Nu is het genoeg!’, zegt zijn vriend die is verkleed als Spiderman. ‘Ik ben helemaal klaar met al dat Nickelback-gehaat. Denk je dat je daardoor cool overkomt bij de andere coole kids, Fred?

‘Nee’, antwoordt die zelfvoldaan. ‘Ik heb alleen wel gelijk.’

‘Nee, dat heb je niet’, reageert Spiderman fel.

‘Het is overgeproduceerde, formuleachtige oorrotzooi’, stelt Fred nog maar eens.

‘Oh, echt?’ sneert Spiderman, die zich naar de camera richt. ‘Dat staat dan wel op gespannen voet met de feiten. Vijftig miljoen verkochte albums. Nummer elf in de lijst van beste verkopende acts aller tijden. Billboard’s meest succesvolle groep van het afgelopen decennium. Zes Grammy-nominaties, twaalf Juno Awards…’ Hij werkt het lijstje nog even verder af, waarna de twee elkaar de hand geven en zacht Nickelbacks grootste hit How You Remind Me beginnen te zingen.

De scène uit de Hollywood-film Once Upon A Deadpool steekt op een aardige manier de draak met een opmerkelijk fenomeen: de alomtegenwoordige haat tegenover de Canadese band Nickelback, de risée van de internationale rockscene. Immens populair, maar geminacht door iedereen die zichzelf serieus neemt als muziekkenner. Een fenomeen waartoe ook acts als Bush, Kenny G en Limp Bizkit zich hebben te verhouden – of, in Nederland, Bløf en Kane.

Wat nu precies de reden is dat ’t, in vlogs, recensies en memes, zo gemakkelijk scoren lijkt tegen Nickelback? Ook de documentaire Hate To Love: Nickelback (101 min.) heeft het definitieve antwoord niet. Iets met gladgestreken gitaargeweld, platgetreden paden en pathos misschien? Zeker is dat ’t zo nu en dan nog steeds schrijnt en in het verleden ook écht pijn deed – zeker bij zanger Chad Kroeger, die samen met zijn broer Mike het hart van de groep vormt.

En dat is niet zo gek. ‘Ik heb geen identiteit zonder deze band’, zegt de frontman tijdens een partijtje pool met Mike. ‘We doen dit nu 22 jaar. De helft van mijn leven ben ik al die kerel die voor op het podium in een microfoon staat te schreeuwen. Dus ik weet helemaal niet wie ik ben als ik die vent niet zou zijn.’ Zijn moeder Debbie, begeleid door gedragen muziek, vult aan: ‘Hij is zeer zorgzaam en liefdevol en staat altijd open. Hij laat zich dus heel gemakkelijk pijn doen.’

Want Nickelback had al last van cancelcultuur, merkt iemand uit de entourage van de band op, voordat die term überhaupt bestond. Verder is deze muziekdocu van Leigh Brooks, die netjes de carrière van de band afloopt en daarbij even halthoudt bij het ontslag van enkele bandleden, lichamelijke ongemakken en het groepsgevoel, een beetje dertien in een dozijn. Met een nét iets te gladde climax. Net als …durf ’t bijna niet te zeggen… Nickelback.

A Revolution On Canvas

HBO Max

De reacties in Iraanse kranten op de tentoonstelling van Nickzad Nodjoumi’s schilderijen in Teherans museum voor moderne kunst zijn in 1980 ronduit vijandig. ‘Nodjoumi’s abnormale denkbeelden zijn slim bedrog’, schrijft de één. ‘Hoe kan de moslimmeerderheid deze schilderijen tolereren?’ vraagt een ander zich af. En: ‘Dat deze verrader mag verdrinken in schaamte.’

Een jaar eerder is de Sjah afgezet als leider van het land. Na de revolutie van 1979 is Iran in de greep geraakt van conservatieve krachten. Nodjoumi voelt zich genoodzaakt om de expositie af te breken en zijn werk achter te laten. Ruim veertig jaar later wordt de inmiddels vanuit de Verenigde Staten opererende kunstenaar nog altijd beschouwd als een essentiële criticaster van het Iraanse regime. Het werk waarmee hij destijds zoveel commotie heeft veroorzaakt is echter spoorloos.

In A Revolution On Canvas (95 min.) gaat Nicky samen met zijn dochter Sara Nodjoumi, die deze documentaire regisseerde met haar man Till Schauder, op zoek naar de verloren schilderijen, die een treffende metafoor vormen voor het verdwenen Iran, waarvan Nickzad en zijn echtgenote Nahid Hagigat, eveneens een vooraanstaande kunstenares en een belangrijk rolmodel voor Iraanse vrouwen, deel hebben uitgemaakt. Een verwesterd land, met een protserige potentaat aan de leiding.

Als jonge kunstenaar verblijft Nickzad in de jaren zestig en zeventig vooral in New York. Hij raakt daar betrokken bij studentenprotesten tegen de Sjah en belandt zo in z’n geboorteland op de radar van de geheime politie Savak. Als de spanningen in Iran eind jaren zeventig oplopen, sluit Sara’s vader zich aan bij de demonstraties tegen de Sjah. Hij heeft de religieuze krachten in zijn land echter onderschat. Zodra zij de macht grijpen is er helemaal geen ruimte meer  voor andersdenkenden zoals hij.

Via Nickzad Nodjoumi en zijn geladen werk, waarin ’s mans woede over de ontwikkelingen in z’n geboorteland natuurlijk is doorgesijpeld, vertellen zijn dochter Sara en haar echtgenoot in deze persoonlijke film het verhaal van de recente geschiedenis van Iran, dat alweer enkele jaren in vuur en vlam staat. Terwijl ze samen met haar ouders het verleden doorneemt realiseert Sara Nodjoumi zich hoeveel de strijd van haar vader hen als gezin heeft gekost, haar moeder in het bijzonder.

Als ze contacten proberen te leggen in Iran om het verdwenen werk van Sara’s vader op te sporen, moeten ze bovendien uiterste voorzichtigheid betrachten. Iedere landgenoot die hen helpt neemt een risico. Het Iraanse regime grijpt zo nodig keihard in, blijkt opnieuw tijdens de vrouwenprotesten in Teheran die met bruut geweld worden neergeslagen. Nickzad Nodjoumi weigert, getuige deze krachtige documentaire, echter nog altijd categorisch om zich de mond te laten snoeren.

Not A Pretty Picture

Janus Films

‘Deze film is gebaseerd op enkele incidenten in het leven van de regisseur’, meldt een tekst bij de start van deze klassieke hybride van docu en drama van Martha Coolidge uit 1976. ‘De actrice die Martha speelt is zelf ook verkracht op de middelbare school. Namen en plaatsen zijn veranderd.’ In Not A Pretty Picture (82 min.) zoekt de Amerikaanse filmmaakster doelbewust de pijn op die ze begin jaren zestig als tiener heeft ervaren. Minutieus reconstrueert Coolidge met enkele acteurs de verkrachting die er waarschijnlijk voor heeft gezorgd dat ze nog altijd niet is toegekomen aan een bestendige relatie met een man.

‘Dit komt zo dicht bij wat er is gebeurd dat ik niet meer echt acteer’, bekent Michele Manenti, die de zestienjarige versie van de hoofdrolspeelster vertolkt. Tijdens lang uitgesponnen reconstructiescènes zoeken ze samen doelbewust de grenzen tussen fictie en non-fictie op. Als Michele/Martha opeens vanuit het diepste van haar ziel ‘stop’ roept, is het de vraag wie we horen: de jonge Martha of toch Michele zelf. Haar tegenspeler Jim Carrington zet ondertussen een (bijna té) overtuigende ‘Curly’ neer, de patser die destijds tijdens een dronken avondje uit rücksichtslos over Coolidge’s grenzen is heengegaan.

Als regisseur kijkt Martha Coolidge, gebiologeerd en ontzet, toe hoe enkele meters verderop haar eigen traumatische ervaringen worden gereconstrueerd. Soms stuurt ze die bij. Je moet iets minder aandacht besteden aan de anderen, zegt ze bijvoorbeeld tegen Carrington. ‘En meer aan Martha.’ En zo nu en dan ontstaat er een ongemakkelijk gesprek. Als haar mannelijke acteur bijvoorbeeld, ogenschijnlijk zonder gêne, vertelt dat op zijn middelbare school onaantrekkelijke meisjes die bereid waren om met iemand naar bed te gaan ‘varkens’ werden genoemd. ‘Let’s go down to college and pick up some pigs.’

‘Ik ken veel voorbeelden uit mijn middelbare schooltijd waarbij een vrouw technisch gesproken is verkracht’, zegt Carrington elders. ‘Want ze had zichzelf niet vrijwillig gegeven. Het moet nu eenmaal een gezamenlijk ding zijn. Maar dat betekende niet noodzakelijkerwijs ook kwade opzet bij de man. Dit was simpelweg wat hij wilde hebben op dat moment en alles wat hij daarvoor dan moest doen was oké. Zulke gevallen van verkrachting komen best vaak voor. Begrijp je wat ik bedoel?’ Hij klinkt als een man die de tijdgeest niet aanvoelt en zich weinig gelegen laat liggen aan wat er in vrouwen omgaat. En Manenti en Coolidge vinden daar natuurlijk iets van. 

Intussen kampen zij, net als veel van hun lotgenoten, ook nog met dat ene stemmetje in hun achterhoofd: heb ik er misschien zelf om gevraagd? En daarna volgt vaak eerst de angst voor een mogelijke zwangerschap en vervolgens ook nog de vrees voor de reacties vanuit hun omgeving.

Once Upon A Time In Northern Ireland

BBC

Ruim 25 jaar geleden, op 10 april 1998, werd het Goedevrijdag-akkoord gesloten. Daarmee kwam er een eind aan ‘The Troubles’, die Noord-Ierland sinds eind jaren zestig in vuur en vlam hadden gezet. Katholieken en protestanten stonden in die dertig jaar recht tegenover elkaar. Republikeinen, die zich los wilden maken van Groot-Brittannië, tegenover loyalisten, die zich daar juist tegen verzetten. Het resultaat was een aaneenschakeling van conflicten, schietpartijen en bomaanslagen.

In de ijzersterke vijfdelige docuserie Once Upon A Time In Northern Ireland (275 min.) brengt James Bluemel de menselijke tol van deze bloedige burgeroorlog in kaart met gewone Noord-Ieren. Van leden van het ondergrondse Republikeinse leger, de IRA, en hun aartsvijanden van de privémilitie Ulster Defence Association (UDA) – fanatiekelingen die de strijd doelbewust hadden opgezocht – tot burgers die ongewild betrokken raakten bij Bloody Sunday, de geruchtmakende hongerstakingen of de zoveelste dodelijke actie.

Zeker de verhalen van willekeurige mensen die plotsklaps werden getroffen door het noodlot, maken diepe indruk. Michael McConville en zijn familie verkeerden bijvoorbeeld dertig jaar in onzekerheid over wat er met zijn moeder Jean was gebeurd. De alleenstaande moeder van tien kinderen werd in 1972 ontvoerd door de IRA. Of het verhaal van June, de vrouw van politieman John Proctor van The Royal Ulster Constabulary. Hij werd in 1981 geliquideerd toen hij in het ziekenhuis naar zijn pasgeboren kind kwam kijken.

En dan zijn er nog de voetsoldaten die veelal met gemengde gevoelens terugkijken op hun eigen betrokkenheid bij The Troubles – en hun partners en kinderen die daar maar mee hadden te leven. Ricky O’Rawe werd bijvoorbeeld gearresteerd tijdens een bankoverval voor de IRA toen zijn vrouw hoogzwanger was. Of Bernadette McDonnell, de tienjarige dochter van de overtuigde Republikein Joe McDonnell. Als kind voelde zij zich verplicht om zijn zaak te bepleiten. Totdat hij na 61 dagen hongerstaking bezweek en een IRA-icoon werd.

‘Als je er nu naar kijkt, is het gestoord’, constateert de ‘vredelievende loyalist’ John Chambers. ‘Maar niet als je geboren bent in een stammenstrijd en je leven wordt bepaald door The Troubles.’ Katholieken zagen er niet uit, stonken en waren voor hem dus de natuurlijke vijand. Chambers liep alleen met een geheim rond: zijn eigen moeder was katholiek. Zo’n detail kon iemand ten tijde van de onlusten in Ulster zomaar fataal worden – al waren er wel degelijk ook Noord-Ieren voor wie religie of politieke voorkeur er niet toe deed.

En toen de Noord-Ierse bevolking zich steeds massaler begon te verzetten tegen het alomtegenwoordige sektarisch geweld – van een aanval op een uitvaart tot een moordaanslag op de gehate Britse premier Margaret Thatcher in een hotel te Brighton – ontstond er zelfs bij de meest geharnaste strijders draagvlak voor een wapenstilstand. In de slotaflevering van deze aangrijpende miniserie reconstrueert Bluemel hoe de verschillende partijen uiteindelijk stapvoets, met zo nu en dan ook een flinke stap achterwaarts, af koersten op vrede.

Die houdt nu al ruim 25 jaar, met veel pijn en moeite, stand.

The Program: Cons, Cult, And Kidnapping

Netflix

‘Kijk, De Graaf Van Monte Cristo, met mijn naam erin’, roept Katherine Daniel tegen haar voormalige groepsgenoten op Ivy Ridge, terwijl ze een beduimeld exemplaar van het klassieke boek van Alexandre Dumas omhooghoudt ‘Ik vergeleek het leven hier altijd met dat boek. Want ik zat ook onterecht vast en was uit op wraak. Als ik vrij ben, ga ik een documentaire maken en dan pak ik jullie allemaal aan, zei ik tegen mezelf.’

Welnu, een kleine twintig jaar later is die documentaire er. Een driedelige serie nog wel: The Program: Cons, Cults And Kidnapping (190 min.). Over een Amerikaans gedragsveranderingsprogramma voor ontspoorde tieners. Daniel, inmiddels Katherine Kubler genaamd, kwam er in 2004 terecht, nadat ze thuis niet meer was te handhaven. Als tiener, die al vóór haar tweede verjaardag haar moeder verloor aan borstkanker, botste ze gedurig met de nieuwe vrouw van haar christelijke vader. Hij liet haar vervolgens onaangekondigd ophalen door twee mannen met handboeien. Die brachten haar naar Ivy Ridge in Ogdensburg, een jeugdinstelling in het rurale noorden van de staat New York, waar ze in totaal vijftien maanden vastzat. Een ervaring die haar volgens eigen zeggen voor het leven heeft getekend.

En op die traumatische plek is Katherine nu dus weer aanbeland, in het inmiddels verlaten gebouw waar ooit zo’n 450 probleemjongeren werden afgeknepen. Op de muren staan leuzen als ‘robbers of childhood’ en ‘I came back for my soul’ gekalkt. Samen met enkele oud-pupillen die ze daar heeft leren kennen, haalt ze nu herinneringen op. Ze vinden er ook oude rapporten, persoonlijke verslagen én opnamen van beveiligingscamera’s (waarmee misdragingen van begeleiders zijn vastgelegd). Alsof zij en hun privacy er nog altijd niet toe doen. Ivy Ridge staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van de World Wide Association of Specialty Programs (WWASP) en blijkt talloze zusterinstellingen te hebben. Ook in het buitenland dus: Jamaica, Samoa, Mexico, Tsjechië en Costa Rica. En overal leidt het zeer strikte regime tot misstanden – en, zo nu en dan, tot heftige protesten daartegen.

Als de problematische situatie in deel 1 helder is neergezet, zoomt The Program in de volgende aflevering in op de seminars die de leerlingen verplicht moesten volgen. Daarbij werd volgens de voormalige ‘troubled teens’ gebruik gemaakt van hersenspoeltechnieken, slaapdeprivatie en het onthouden van eten. Deze harde aanpak zou zijn te herleiden tot de zogenaamde Synanon-sekte, die in de jaren zestig al ‘tough love’ predikte. Het is thematiek die onlangs ook al zijn weg vond naar de trashy Netflix-docu Hell Camp: Teen Nightmare. Niet voor niets: de behandeling van getroebleerde jongeren is met name in de Verenigde Staten uitgegroeid tot een echte industrie, die zich eerst en vooral richt op het verleiden van de ouders. Zodra zij ervan overtuigd raken dat hun kind nodig heropgevoed moet worden, begint de kassa bij organisaties zoals WWASP te rinkelen.

‘Follow the money’ is dan ook het leidmotief voor het slot van deze miniserie, waarvoor Katherine Kubler zich ruim tien jaar heeft vastgebeten in The Program en de lieden erachter. Daarbij gaat ze wel wat weifelachtig te werk. Als de filmmaakster Narvin Lichfield, een vertegenwoordiger van de omstreden familie die rijk geworden is in de ’troubled teen’-industrie, voor de camera krijgt tijdens een karaokeavond, spreekt ze de man niet aan. ‘Ik laat misbruikers niet graag aan het woord’, zegt ze daarover. In plaats daarvan laat ze hem Frank Sinatra croonen en zingt ze zelf een uitzinnig lied, dat als een waarschuwing aan zijn adres moet worden opgevat. En haar vader, de man die haar ooit willens en wetens heeft laten ‘ontvoeren’ en die ze voor het eerst in jaren weer heeft gesproken, voor een draaiende camera natuurlijk, wordt ook vooral als slachtoffer van de situatie geportretteerd.

The Program maakt niettemin glashelder dat dit soort militaristische heropvoedingskampen, waar grensoverschrijdend gedrag voortdurend op de loer ligt, een enorme ravage kunnen aanrichten: de probleemjongeren van weleer kampen vaak nog altijd met ernstige problemen – van complexe PTSS tot serieuze zelfmoordgedachten – en zouden wel eens voor hun hele leven probleemvolwassenen kunnen zijn.

Bericht Van Sasha

VPRO

Klanten van een supermarkt in Sint-Petersburg treffen begin 2022 ineens wel heel opmerkelijke teksten aan op de prijskaartjes bij enkele producten:

‘Mijn overgrootvader heeft niet in de Tweede Wereldoorlog gevochten, zodat Rusland een fascistische staat kon worden en vervolgens Oekraïne zou aanvallen.’

‘Het Russische leger heeft een kunstopleiding in Marioepol gebombardeerd. Ongeveer vierhonderd mensen verschansten zich daar voor beschietingen.’

‘Poetin liegt ons al twintig jaar voor via een televisiescherm. Het gevolg van deze leugens is onze bereidheid om oorlog en zinloze doden te rechtvaardigen.’

De teksten zijn afkomstig van de Russische kunstenares Sasha Skochilenko. Op 11 april 2022 wordt ze aangehouden vanwege haar openlijke protest tegen de oorlog. Ze riskeert maar liefst tien jaar gevangenisstraf. In Bericht Van Sasha (54 min.) volgt filmmaker Anna Rudikova de Kafkaëske rechtsgang tegen de moedige jonge vrouw via haar vriendin Sonya en hun beste vriend Lyosha.

Terwijl Sasha in een soort eeuwigdurend voorarrest terecht is gekomen, met steeds weer nieuwe hoorzittingen, moet ze zien te overleven in een smerige, overvolle gevangenis, waar geen rekening wordt gehouden met het glutenvrije dieet dat ze heeft vanwege haar auto-immuun ziekte. De jonge activiste houdt zich onledig met sporten en tekenen, om haar verstand niet te verliezen.

Ook voor haar thuisfront wordt het proces een uitputtingsslag, waarbij ze de strijd aan moeten binden met de veelkoppige en gevoelloze vijand, die eerder ook al was te zien in verwante films als The New Greatness Case en The Dmitriev Affair. Een staatsapparaat dat zich niets gelegen laat liggen aan individuele burgers en rücksichtslos ingrijpt als ze denkt dat die zich niet schikken.

Zo’n nietsontziende opponent onthult tegelijkertijd ook wie echte vrienden zijn. In hun strijd voor gerechtigheid en tegen de machthebbers, die getuige deze grimmige fly on the wall-docu even vaak absurd als bedreigend wordt, steunen Sasha en de haren elkaar door dik en dun. Totdat er na anderhalf jaar eindelijk ‘recht’ wordt gesproken: invrijheidsstelling of toch enkele jaren strafkolonie?

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot

Videoland

Voor Nederlandse misdaadverslaggevers is Joran van der Sloot in de afgelopen twintig jaar ‘the gift that keeps on giving’ gebleken. Hij ontkende eerst in alle toonaarden dat hij schuldig was aan de verdwijning van Natalee Holloway, wilde vervolgens onder druk nog wel eens flink uit zijn slof schieten en liet zich uiteindelijk tóch in de kaarten kijken. Wat heeft een Amerikaanse true crime-docu dan nog te bieden? Behalve de verplichte journalisten, schrijvers en juristen, overspannen muziekjes en cliffhangers en een psychologe, die eerst zegt dat het natuurlijk niet de bedoeling is dat mensen zoals zij publieke figuren gaan analyseren en dan precies dat gaat doen? In elk geval, al even flauw, een andere naam voor de door haar als ‘psychopaat’ gekwalificeerde diabolische jongeling: Jorén vénder Sloet.

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot (94 min.) vertelt twee parallelle verhalen, waartussen exact vijf jaar zit: de verdwijning van de Amerikaanse tiener Natalee Holloway op Aruba op 30 mei 2005 en de moord op Stephany Flores in Peru op 30 mei 2010. Met direct betrokkenen zoals Natalee’s broer Matt en Stephany’s vader Ricardo, vrienden, ooggetuigen en politiemensen brengt regisseur Christopher Cassel de gebeurtenissen in de twee geruchtmakende zaken in kaart. Het duurt bijna drie kwartier voordat daarbij Peter R. de Vries, die in Nederlandse ogen toch een essentiële rol heeft gespeeld in Van der Sloots ontmaskering, voor het eerst opduikt: als hij een bekentenis van Joran heeft verkregen via een verborgen camera-actie met diens ‘vriend’ Patrick van der Eem.

Daarmee komt de verziekte relatie tussen de manipulatieve Nederlander, altijd op zoek naar geld, en de gulzige media pas echt op gang: Joran van der Sloot zorgt ervoor dat hij permanent in de aandacht blijft staan, voedt journalisten de meest bizarre verhalen en probeert daar dan een slaatje uit te slaan. Na een interview in Thailand ontvangt de bekende Fox News-journaliste Greta van Susteren bijvoorbeeld doodleuk een berichtje van hem. ‘Alles wat ik je zojuist heb verteld was een leugen. Ik deed het gewoon voor het geld.’ Het vraaggesprek wordt desondanks gewoon uitgezonden. Fox meldt er alleen bij dat ze Joran inderdaad, een journalistieke doodzonde, voor zijn bijdrage hebben betaald. En de rest van de wereld, in het bijzonder Natalee’s nabestaanden, tast verder in het duister.

Nieuwe inzichten heeft deze misdaaddocu intussen niet te bieden. Joran van der Sloots verhaal wordt wel netjes achter elkaar gezet. En dat krijgt in de gevangenis in Peru, tot afgrijzen van de familieleden van zijn slachtoffers, nog een nieuwe dimensie als hij trouwt met de plaatselijke jonge vrouw Leidy Figueroa en ook vader wordt van haar kind. Even later meldt zich overigens ook nog een vriendin die hij in de cel heeft opgedaan. ‘Ik voel een enorme liefde voor Joran’, zegt deze Eva Pacohuanaco, die beweert dat ze in eerste instantie niet op de hoogte was van zijn misdrijven. ‘Maar het zou beter zijn geweest als ik hem nooit had ontmoet.’ Want Eva zal nog flink in de problemen komen als ze wordt betrapt met cocaïne, die ze op verzoek van Joran de gevangenis in zou hebben gesmokkeld.

Hoewel psychologische duiding van mensen die hem écht goed kennen achterwege blijft, wordt Jorén vénder Sloet in Pathological neergezet als een klassieke psychopaat. Anderen lijken voor hem niet meer dan poppetjes in zijn spel. Voor deze degelijke, soms nét iets te vet aangezette docu geldt in wezen hetzelfde: Jorans slachtoffers worden nooit meer dan bijvangst bij portretteren van een levensgevaarlijke ’creep’. In 2023 wordt Van der Sloot uiteindelijk uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hij een gedetailleerde bekentenis over Natalee aflegt. Haar moeder Beth accepteert zijn lezing van de feiten en is blij dat er eindelijk officieel een dader is aangewezen voor de verdwijning van haar dochter. Maar of het verhaal daarmee helemaal uit is en Joran nu werkelijk de complete waarheid heeft verteld?

Het zou bijna teleurstellend zijn als hij niet toch nog enkele kaarten in zijn mouw blijkt te hebben. Of wordt zelfs Joran mettertijd ‘the gift that stops giving’?

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.